﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:13295</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:13295</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:13295"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor seksueel misbruik van een vijfjarig kind door zijn penis in haar mond te brengen en met zijn vingers haar vagina te betasten, het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno en een poging tot aanranding van een elfjarig kind. Lagere straf dan geëist. Rekening houdend met de jongvolwassen leeftijd, het blanco strafblad, de verminderde toerekenbaarheid van de verdachte en het belang van een noodzakelijke klinische behandeling legt de rechtbank een gevangenisstraf op voor de duur van 36 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar met bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht, met dadelijke uitvoerbaarheid. De vorderingen benadeelde partijen worden deels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-035983-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.M. van Beckhoven, mr. E.M. Rocha, mr. M. Hulshof</contributor><issued>2025-11-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:3178</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3178</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3178</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3178"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling 27-jarige verdachte voor seksuele handelingen met een minderjarige, een poging tot aanranding van een minderjarige en het maken en voorhanden hebben van kinderporno. Het hof legt hem een gevangenisstraf van 36 maanden op, waarvan 6 voorwaardelijk en onder bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-003246-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:13295</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15260</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15260</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15260"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling legaten en omvang legitieme portie na tussenvonnis. Executeur heeft nagelaten om zijn stelling dat anderen dan erflater (deel)gerechtigd waren tot bankrekeningen en beleggingen met onderliggend bewijs te onderbouwen. Executeur moet de kosten van de executele zelf dragen, want er is sprake geweest van onvolledige informatievoorziening door de executeur. Selbsteintritt/zelfcontractering. Executeur en mede- erfgenaam hebben gehandeld in strijd met het verbod van artikel 3:68 BW. Notariele akte maakt schenking niet automatisch legaal. Schenkingen kwalificeren daarom als nietige rechtshandelingen. Schenkingen op papier: vervallen bij het overlijden van de erflater (artikel 7:177 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/697315 HA ZA 25-301</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15207</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15207</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15207"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Opheffing beslag. Toewijzing. Niet is gebleken van summierlijke ondeugdelijkheid van de vordering, maar een belangenafweging leidt tot opheffing. De man heeft voldoende onderbouwd dat hij (spoedeisend) belang heeft bij de opheffing van het beslag. Er zijn voldoende andere vermogensbestanddelen om beslag op te leggen en ook is door de man aangeboden zekerheid te stellen voor de vordering van de vrouw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/727770 / KG ZA 26-1092</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31347"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming verhuizing afwijzen. Vaststellen zorgregeling en alimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704938/ FA RK 26-4691 en C/09/709273 / FA RK 26-7337</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boot</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31358</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31358</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31358"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzen verzoek verlenging termijn partneralimentatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/693128 / FA RK 25-7827</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boot</contributor><issued>2026-11-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32035</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32035</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32035"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie. Ouders hebben nooit in gezinsverband samengeleefd. Rechtbank gaat niet uit van een aanvullende verdiencapaciteit aan de zijde van de man.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/690807 / FA RK 25-6547</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32022</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32022</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32022"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Eindbeschikking. Gezamenlijk gezag in stand houden. Zorgregeling opbouwen met sturen van kaarten en wellicht uitbreiding mogelijk in de toekomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/642664</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. Meeder</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32534</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32534</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32534"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Visum kort verblijf, ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard, de minister is een dwangsom verschuldigd, beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL22.21702</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H.W. Franssen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32570</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32570</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32570"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek ertoe strekkende dat verzoekster mag blijven werken als zelfstandig kunstenaar zonder tewerkstellingsvergunning totdat op haar bezwaar is beslist. Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing en de voorzieningenrechter overigens ook geen beletselen ziet, wordt het verzoek toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64520</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Boonstra</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32609</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32609</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32609"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Spanje. Omdat eiser zijn verzoek om internationale rechtsbescherming vóór 12 juni 2026 is geregistreerd, zal de rechtbank toetsen aan de criteria van de Dublinverordening. Dat houdt onder meer in dat de rechtbank zich dus ook uit zal laten of de minister in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening de verantwoordelijkheid voor het asielverzoek van eiser aan zich had moet trekken. Omdat de minister het bestreden besluit heeft getoetst aan de AMbV, heeft de minister het verkeerde toetsingskader gehanteerd. Dit levert daarom een gebrek op. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 6:22 van de Awb het geconstateerde gebrek te passeren en het bestreden besluit niet om die reden te vernietigen, omdat aannemelijk is geworden dat eiser daardoor in dit geval niet is benadeeld. Omdat eiser een Spaans visum had, mocht de minister op grond van dit visum claimen bij Spanje. De minister heeft ook op tijd geclaimd bij Spanje. Er kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel met Spanje. De rechtbank is tot slot van oordeel dat de minister geen aanleiding heeft hoeven zien om de asielaanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.48820 en NL26.48821</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C.E. Krikke</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32048</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32048</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32048"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezagsuitoefening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/597498 / FA RK 20-5330</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.F. Baaij</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32047</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32047</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32047"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezag, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling, ondertoezichtstelling, hoofdverblijfplaats, dwangsom, locatieverbod</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/693039 / FA RK 25-7776</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.F. Baaij</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10692</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10692</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10692"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Duits executie-EAB. Tussenuitspraak. Artikel 12 OLW staat niet aan de overlevering in de weg. Lijstfeit. Afzien van weigeren ten aanzien van art. 13 OLW. Artikel 6a OLW: de opgeëiste heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank heropent de zaak om de toezending van het voornoemde certificaat en een kopie van het vonnis af te wachten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-172805-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenbeschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P.M. Fruytier, mr. dr. W.A.J.P. van den Reek, mr. B.M. Vroom-Cramer</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32050</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32050</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32050"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorzieningen, geen verweer; man dit keer ook opgeroepen op e-mail adres</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709617 / FA RK 26-7539</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boot</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32044"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Staat is belanghebbende in staatloosheidsprocedure en kan daarom verzoeken om proceskostenveroordeling. Terughoudend bij toekennen proceskostenveroordeling ten gunste van de Staat gelet op rol van de Staat in deze procedure. In dit geval geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/681237</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Boone, mr. A.M. Brakel, mr. A. Emmens</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32056</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32056</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32056"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verzoek vervangende toestemming inschrijving school</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711176 / FA RK 26-8527</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.D.A. Geleijns</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:521</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:521</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:521"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing 8:29 Awb. Beperkte kennisneming grotendeels gerechtvaardigd vanwege persoons- en bedrijfsgegevens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2036 en 24/82</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.S.J. Albers</contributor><issued>2026-11-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32049</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32049</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32049"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezagsuitoefening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/687019 / FA RK 25-4535</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.F. Baaij</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10914</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10914</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10914"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Geschil over de hoogte van schadevergoeding bij auteursrechtinbreuk door online laten staan van foto’s na intrekking toestemming. Vorderingen grotendeels afgewezen. Schade door oude berichten op social media is onvoldoende onderbouwd. Voor gebruik op de website wordt € 1.850,00 toegewezen voor gemiste licentievergoeding en € 450,00 voor ontbreken naamsvermelding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/779258 / HA ZA 25-1744</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Schadevergoedingsuitspraak, Op tegenspraak</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10922</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10922</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10922"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">KG geschil tussan aannemer en onderaannemer in een door de Belastingdienst uitgeschreven aanbesteding. Het wordt de onderaannemer verboden om rechtstreeks contact te hebben met de Belastingdienst. Ook heeft de onderaannemer een beding overtreden waarin staat dat zij geen personeel van de aannemer mag overenemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/794694 / KG ZA 26-866</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10929"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis; opleidingsovereenkomst. Eisende partij krijgt de gelegenheid om nader te onderbouwen dat er een overeenkomst tot stand is gekomen met gedaagde partij. Voor zover zij daarin slaagt, wordt het 'no show'beding, op grond waarvan een consument alle kosten van de opleiding verschuldigd is, als oneerlijk beschouwd. Eisende partij mag zich daarover uitlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11831761 \ CV EXPL 25-10910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek, Tussenuitspraak</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2871</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2871</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2871"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.912/01 0K</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10931</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10931</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10931"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Betreft vorderingen die voortvloeien uit een huurovereenkomst met betrekking tot chassistrailers. Niet gebleken van zodanige gebreken dat huurder de betalingen op mocht schorten. Vordering tot betaling van achterstallige huur wordt toegewezen. Door de trailers voor het einde van de looptijd te retourneren aan verhuurder, heeft huurder kennelijk eenzijdig de huurovereenkomst willen beëindigen. Omdat de huurovereenkomst niet tussentijds beëindigd kan worden, moet huurder de resterende huurtermijnen vergoeden. Beide partijen hebben geprocedeerd op een wijze die de zaak niet direct inzichtelijk heeft gemaakt. Daarom compenseert de kantonrechter de proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12175020 \ CV EXPL 26-5198</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8446</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8446</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8446"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">benoeming deskundige 810a lid 2 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/429564 / FA RK 24-5750</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32028</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32028</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32028"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Omgang: raadsonderzoek en informatie- en consultatieregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707839 / FA RK 26-6434</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.S. Honée</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:6498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:6498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:6498"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Meervoudige kantonuitspraak. Beroep tegen het niet tijdig beslissen op het administratief beroep door de officier van justitie. Proceskostenvergoeding. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van meervoudige kantonrechtspraak. Een gegrond beroep niet tijdig beslissen leidt niet tot een proceskostenvergoeding. De betrokkene wordt dan immers niet in het gelijk gesteld. Van strijd met het discriminatieverbod is geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Wahv 200.344.174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:2836</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:2836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:2836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:2836"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak over 433 zaken vanwege niet tijdig beslissen door de officier van justitie op administratieve beroepen tegen verkeersboetes op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. De rechtbank gaat in op de bevoegdheid van de kantonrechter als bijzondere bestuursrechter en beoordeelt het procesbelang bij niet tijdig beslissen in Wahv-zaken. Zonder door de wetgever gegeven rechterlijke instrumenten is er geen ruimte om de Algemene wet bestuursrecht naar analogie toe te passen, waarbij wordt benadrukt dat dit geen oproep aan de wetgever is om hierin alsnog te voorzien. Vanwege het belang voor de rechtsontwikkeling bij dit oordeel is – ondanks de wijze van procederen door de gemachtigde – geen verder onderzoek gedaan naar misbruik van recht en naar het bereik van de volmacht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11086227 e.v.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.O. Zuurmond, K. de Meulder, G. Schnitzler</contributor><issued>2024-05-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:6498</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14928</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14928</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14928"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Telecommunicatiewet. Illegale radio-uitzending. Beroep van eiser tegen de bestuurlijke boete en de last onder dwangsom. Overschrijding dertienwekentermijn (5:51 Awb). Boetematiging 10%. Gegrond voor zover het de hoogte van de boete betreft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/8116</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. Goossens</contributor><issued>2026-11-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7866"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De vordering tot ontruiming wordt in dit kort geding bij verstek toegewezen. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is voldoende aannemelijk geworden dat huurders zonder recht of titel gebruik maken van de woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12383423 \ CV EXPL 26-7582</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.T.G. Roovers</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32687</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32687</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32687"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzet – mob – geen procesbelang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32235</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32065"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging zorgregeling, wijziging alimentatie en voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/705919 (voorlopige voorzieningen) en C/09/705923 (bodemprocedure)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6511"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 15 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere [appellant] bericht dat geen toestemming wordt verleend voor het maken van een inrit naar zijn perceel aan de [locatie] in Almere. [appellant] woont aan de [locatie] in Almere. Tussen zijn perceel en de openbare weg ligt een groenstrook met voetpaden, die eigendom is van de gemeente. [appellant] wil zijn elektrische auto in zijn voortuin mogen parkeren en opladen. Hij heeft daarom op 2 juli 2024 met het formulier "Aanvraag rioolaansluiting en/of inrit" een verzoek ingediend. In de brief van 15 juli 2024 heeft het college aan [appellant] medegedeeld dat de gemeente Almere als grondeigenaar geen toestemming geeft voor het gebruik van de groenstrook als inrit. Het college heeft het bezwaar van [appellant] tegen de weigering bij besluit van 17 september 2024 niet-ontvankelijk verklaard. Het college stelt zich op het standpunt dat de weigering om toestemming te verlenen privaatrechtelijk van aard is en dat de brief van 15 juli 2024 daarom geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Volgens het college berust de weigering om toestemming te verlenen niet ook op een publiekrechtelijke grondslag, omdat voor het maken van een inrit in de gemeente Almere geen vergunningplicht geldt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202506181/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7561</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7561</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7561"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank bekrachtigt op verzoek van de gemeenteraad de onteigeningsbeschikking ten behoeve van de Gebiedsontwikkeling Eindhoven Noordwest Brainport Industries Campus. De rechtbank ziet een wijziging van deze beschikking ten opzichte van de ontwerpbeschikking (waardoor een groter deel van het perceel van belanghebbende wordt onteigend) als een ondergeschikte wijziging en acht een tweede terinzagelegging van een ontwerpbeschikking niet nodig. Het onteigeningsbelang is gegeven met het op dezelfde datum vastgestelde TAM-Omgevingsplan waarmee aan de te onteigenen percelen functies worden toegekend die de uitbreiding van het bedrijventerrein en het wegennet mogelijk maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1409, 26/1463 en 26/1462</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.H.M. Verhoeven, mr. K.A. Maarschalkerweerd, mr. H.T.J.F. Verhappen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7673</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7673</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7673"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank bekrachtigt op verzoek van de gemeenteraad van de gemeente Eindhoven de onteigeningsbeschikking ten behoeve van de ontwikkeling van bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel). De bedenkingen van de belanghebbende gaan onder meer over het ontbreken van de noodzaak tot onteigening. De belanghebbende verwijst daarbij onder meer naar arrest Koopmans/Leeuwarden (NJ 1996, 35). De rechtbank oordeelt dat van een situatie als bedoeld in het genoemde arrest geen sprake is en dat de noodzaak niet ontbreekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SHE 26/1274 en 26/1277</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.H.M. Verhoeven, mr. K.A. Maarschalkerweerd, mr. H.T.J.F. Verhappen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7074</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7074</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7074"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingswet. Verzoek om bekrachtiging onteigeningsbeschikking algemeen bestuur van het waterschap. Meerdere bedenkingen ingediend door de eigenaren. De rechtbank heeft het verzoek om bekrachtiging beoordeeld aan de hand van de wettelijk voorgeschreven ambtshalve basistoets en de ingebrachte bedenkingen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de onteigeningsbeschikking niet geheel volgens de wettelijke vormvoorschriften is voorbereid, omdat het projectbesluit niet met de ontwerpbeschikking en de definitieve onteigeningsbeschikking ter inzage heeft gelegen. De rechtbank passeert dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. In de beoordeling van de noodzaak tot onteigening beoordeelt de rechtbank het beroep op het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank komt tot de conclusie dat het eigendommenbeleid van het algemeen bestuur niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en ook de onteigeningsbeschikking niet. Voor een aantal andere percelen ontbreekt de noodzaak tot onteigening, omdat hiervoor overeenstemming is bereikt met de eigenaren over de verwerving van de eigendom en het vervallen van het recht van erfpacht. De levering van de gronden staat op korte termijn gepland. Voor deze percelen wijst de rechtbank het verzoek daarom af. Voor de overige percelen is voldaan aan de voorwaarden voor bekrachtiging van de onteigeningsbeschikking: er is sprake van een onteigeningsbelang en de onteigening is noodzakelijk en urgent. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om bekrachtiging gedeeltelijk toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3294, UTR 26/3313, UTR 26/3314 en UTR 26/3331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.C.A. van Kuijeren, mr. J.A. Spee, mr. A. de Snoo</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7556</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7556</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7556"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (opa) voor de bouw van een loods. In een schakelbepaling in het nieuwe bestemmingsplan moet ondubbelzinnig worden bepaald welke planregels uit het bestaande bestemmingsplan, al dan niet gedeeltelijk, van toepassing blijven. Ook moet in de planregels zijn vastgelegd voor welke gronden het eerdere bestemmingsplan al dan niet gedeeltelijk van toepassing blijft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1173</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.M. Königel</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8253</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8253</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8253"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning voor de realisatie van huisvesting van 128 arbeidsmigranten. ETFAL. Onvoldoende gemotiveerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/5254 en ARN 25/5530</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31604</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31604</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31604"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wabo; Wet Bibob; buitenbehandelingstelling aanvraag omgevingsvergunning wegens ontbreken gegevens voor integriteitsonderzoek. Het college startte een Bibob-toets vanwege de bouwsom en een destijds actuele strafrechtelijke verdenking. Dat niet alle stukken zijn ingediend komt voor risico van eiser. Dat in bezwaar alsnog afschriften van de spaarrekeningen zijn overgelegd, verplichtte het college niet de aanvraag alsnog te behandelen. De rechtbank oordeelt dat het college indicatoren niet vooraf kenbaar hoefde te maken, omdat geen sprake is van weigering of intrekking. De latere vrijspraak neemt de aanwezigheid van indicatoren ten tijde van de aanvraag niet weg; van schending van de onschuldpresumptie is geen sprake. Ook de stellingen dat de AVG is geschonden en voorafgaand aan de buitenbehandelingstelling LBB-advies verplicht was, slagen niet. Geen détournement de procédure. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/9838</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. van den Ende</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6492"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 november 2022 heeft de minister van Binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties besloten om de door [appellant] verzochte informatie niet openbaar te maken. De minister heeft besloten om de notitie op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo maar voor een deel openbaar te maken en openbaarmaking van bepaalde passages dus achterwege te laten. Volgens de minister wegen de economische en financiële belangen van de Staat zwaarder dan het belang van openbaarmaking van die passages. Daarvoor is van belang dat de taxatiewaarde en de onderbouwing daarvan inzicht geven in de gehanteerde taxatiesystematiek en daarmee in de taxaties van ander vastgoed in eigendom van de Staat. De economische en financiële belangen van de Staat kunnen worden geschaad als de taxatiewaarde en de onderbouwing daarvan openbaar zou worden, omdat andere marktpartijen dan weten welke afwegingskaders aan de taxatiewaarde ten grondslag liggen. Die marktpartijen kunnen die informatie bij onderhandelingen in hun voordeel gebruiken. Inzicht in het verschil tussen een taxatie- en markt-/verkoopwaarde geeft immers inzicht in de onderhandelingsruimte en -tactieken van de Staat. Dat de informatie inmiddels ouder dan vijf jaar is, leidt niet tot een andere afweging. De taxatiesystematiek wordt namelijk nog steeds toegepast bij andere vastgoedobjecten in eigendom van de Staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402425/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6029"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 24 december 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de door [appellante sub 2] gevraagde vergunningen voor het realiseren van drive-thru’s bij haar wegrestaurants op de verzorgingsplaatsen "De Aalscholver" en "De Lepelaar" aan weerszijden van de [locatie] in de gemeente Lelystad, geweigerd. Op verzorgingsplaats "De Aalscholver" is een benzinestation van TotalEnergies aanwezig. Fastned heeft op deze verzorgingsplaats een elektrisch laadpunt als basisvoorziening. Fastned heeft ook een - nog niet onherroepelijke - vergunning voor een wachtruimte/shop als aanvullende voorziening bij haar basisvoorziening. Ook Allego heeft op deze verzorgingsplaats een elektrisch laadpunt als basisvoorziening. [appellante sub 2] exploiteert een wegrestaurant op de verzorgingsplaats. Bij het wegrestaurant hoort een aanvullende voorziening voor een hotel en lodges en een aanvullende voorziening voor een take-away. Verder heeft [appellante sub 2] een - nog niet onherroepelijke - vergunning voor een aanvullende voorziening voor elektrisch laden, die is gerealiseerd en in gebruik is genomen. Op verzorgingsplaats "De Lepelaar" is een benzinestation van Shell aanwezig en daarbij heeft Shell een aanvullende voorziening voor elektrisch laden. Fastned heeft op de verzorgingsplaats een basisvoorziening elektrisch laden. [appellante sub 2] exploiteert een wegrestaurant op de verzorgingsplaats. Bij het wegrestaurant hoort een aanvullende voorziening voor elektrisch laden, een aanvullende voorziening voor een hotel en lodges en een aanvullende voorziening voor een take-away.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403306/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32093</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32093</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32093"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over: I: een machtiging tot uithuisplaatsing II: een verlenging ondertoezichtstelling; aanhouding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 711763 en 713046</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C. van den Dries</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:15141</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:15141</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:15141"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Partiële niet-ontvankelijkheid OM tav art 7 WVW vanwege inkeerbepaling art 184 WVW. Vrijspraak van overtreding art. 6 WVW (letsel door schuld). Geen sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend gedrag. Bewezenverklaring van overtreding van artikel 5 WVW (gevaarzetting) en van artikel 7 WVW (verlaten plaats ongeval). Strafeis OvJ: werkstraf en voorwaardelijke ontzegging rijbevoegdheid. Strafoplegging: vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder de jeugdige leeftijd van de verdachte en een vruchtbaar mediation-traject, schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/086543-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32087</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32087</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32087"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713378 / FA RK 26-9914</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. E.C.M. Bouman</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31212</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31212</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31212"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep gegrond. Hoewel de speelvoorzieningen vergunningvrij zijn voor wat betreft de bouwactiviteit, zijn zij wel in strijd met het omgevingsplan gerealiseerd. Uit de plansystematiek blijkt dat het begrip ‘groen’ geen speelvoorzieningen omvat. De uitleg die het college aan het begrip ‘groen’ geeft, sluit niet aan bij het normaal spraakgebruik. Het handhavingsverzoek van eiseres is ten onrechte afgewezen op grond dat geen sprake zou zijn van een overtreding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/8015</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. van der Ven</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10802"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Curatele - verzoek opheffing curatele en wijziging curator afgewezen. Noodzaak nog aanwezig. Bij de beoordeling is aansluiting gevonden bij de eerdere uitspraak van het Hof.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12140886 OV VERZ 26-883 / 12189384 OV VERZ 26-1272 / 12219378 OV VERZ 26-1552 / 12407324 OV VERZ 26-2723 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10803"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind - Machtiging belegging met neutraal profiel toegestaan, omdat bewindvoerder heeft bevestigd dat er voldoende liquide reserve beschikbaar is voor betrokkene.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000181303:B001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32054</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32054</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32054"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststellen omgangsregeling tussen de (in het buitenland woonachtige) vader zonder gezag en de minderjarige op verzoek van de gecertificeerde instelling in het kader van de ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706396 / JE RK 26-970</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.E. Bierling, Mr. E.E. Schotte, mr. J.M.J. Keltjens</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10805</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10805</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10805"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Opheffen BEM-clausule bij meerderjarigheid. BEM vervalt niet automatisch bij de bank bij meerderjarigheid. Toestemming is verleend zodat betrokkene haar vermogen op andere wijze kan gaan beheren (deposito- of spaarrekening).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12402725 OV VERZ 26-2695 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10463</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10463</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10463"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vordering ex artikel 5.1.10, derde lid, Sv. Verlof verleend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 024409-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B.M. Wijnveldt, mr. O.P.M. Fruytier, mr. L. Baroud</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:15142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:15142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:15142"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Winkeloverval, diefstal met geweld in vereniging. Deels voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden, werkstraf en leerstraf Tools4U. Immateriële schade van de benadeelde partij deels (hoofdelijk) toegewezen met schadevergoedingsmaatregel. Vordering van andere benadeelde partij afgewezen wegens geen onderbouwing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/037539-26 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32072"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713405 / FA RK 26-9932</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. E.C.M. Bouman</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10791"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen van € 40.000,00. Overschrijding redelijke termijn. Taakstraf 80uur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-316067-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Hamburger, mr. R. Combee, mr. F.L. Donders</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:15147</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:15147</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:15147"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak poging doodslag en bewezenverklaring van zware mishandeling. Beroep op putatief noodweer verworpen. Jeugddetentie gelijk aan voorarrest en onvoorwaardelijke werkstraf. Vordering benadeelde partij deels toegewezen met schadevergoedingsmaatregel. Benadeelde partij ten aanzien van toekomstige schade niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/316391-25 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4720</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4720</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4720"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beoordeling van de spoeduithuisplaatsing en beoordeling over het resterende deel van de machtiging tot uithuisplaatsing. Toegewezen. De baby is voor de geboorte onder toezicht gesteld en de ouders geven geen inzicht in hun opvoedvaardigheden en thuissituatie. Een opname is gestart maar vroegtijdig beeindigd. De zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van de baby rechtvaardigheden de machtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/262906 JE RK 26-1957</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.E.F. Reijnders</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4719</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4719</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4719"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ots/muhp. Minderjarige gevlucht voor de oorlog in Oekraïne en woont met de oma op een opvanglocatie. De moeder kampt met (psychische) problematiek en het contact met de kinderen is recent weer opgestart, maar verloopt stroef.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/261941 JE RK 26-1801</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.E.F. Reijnders</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10510</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10510</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10510"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De zoon van huurder is aangehouden in het kader van een onderzoek naar de handel in verdovende middelen. Naar aanleiding van dit onderzoek is de woning van huurder doorzocht, waarbij in de schuur van het gehuurde een handelshoeveelheid harddrugs is aangetroffen. Niet is komen vast te staan dat huurder op de hoogte was van de gedragingen van haar zoon of dat zij daarmee ernstig rekening had moeten houden. Gelet op alle omstandigheden wordt de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12063852 CV EXPL 26-293 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10550</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10550</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10550"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming gehuurde vanwege ontbreken hoofdverblijf in het gehuurde. Daardoor is ook overlast ontstaan. Toetsingsmaatstaf: artikel 7:213 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12086638 CV EXPL 26-772 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10551</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10551</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10551"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Eindbeschikking. Werkgever is bij tussenbeschikking van 12 februari 2026 in de gelegenheid gesteld de dringende reden die zij aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd te bewijzen. De kantonrechter oordeelt na het horen van getuigen dat werkgever niet in haar bewijsopdracht is geslaagd. De verzoeken van werknemer worden daarom grotendeels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11891489 AZ VERZ 25-63 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15270</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15270</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15270"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BC Tabaks- en rookwarenwet; verzoek om voorlopige voorziening; verweerder heeft terecht vastgesteld dat verzoekster niet heeft voldaan aan haar medewerkingsplicht en heeft daarvoor een last onder dwangsom opgelegd. De bezwaren tegen de last hebben naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter geen redelijke kans van slagen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/7633</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:488</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:488</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:488"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeken om handhaving wat betreft couperen van biggenstaarten. Aan de orde is de vraag of de staatssecretaris de verzoeken van Varkens in Nood om handhavend op te treden, terecht heeft afgewezen. Volgens de staatssecretaris kan hij, op grond van de geldende regelgeving, niet vaststellen of sprake is van een overtreding van het verbod op het couperen van biggenstaarten. Er is sprake van een overtreding van dit verbod als niet is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3, aanhef en onder b, van het Besluit diergeneeskundigen. Het College komt tot het oordeel dat de regelgeving wat betreft het verbod op het couperen van biggenstaarten de staatssecretaris voldoende handvatten biedt om toezicht te kunnen uitoefenen op de naleving van het verbod. En daarom ook om vast te kunnen vaststellen of sprake is van een overtreding van de daarin opgenomen verbodsbepaling. De weigering van de staatssecretaris om handhavend op te treden is onvoldoende gemotiveerd. De staatssecretaris moet binnen zes maanden nieuwe besluiten nemen over de handhavingsverzoeken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/991</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.C. Stuldreher, mr. M. Schoneveld, mr. R.W.L. Koopmans</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6346</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6346</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6346"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 april 2023 heeft de raad van de gemeente Buren het bestemmingsplan "Kapel‑Avezaath, Burensewal 1 en 3" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan wijzigt de bestemming van de gronden aan de Burensewal 1 en 3 in Buren, waardoor een intensieve veehouderij op deze locatie niet meer is toegestaan. De raad acht dit type veehouderij om verschillende redenen, waaronder woningbouwplannen in de omgeving, niet meer wenselijk op deze locatie. De percelen krijgen voor het grootste deel de bestemming "Agrarisch met waarden - Komgebied". De bedrijfswoning wordt daarnaast omgezet naar een reguliere woning. Sebava exploiteerde een intensieve varkenshouderij op de gronden van het plangebied totdat deze door een grote stalbrand op 27 juli 2017 teniet is gegaan. Sebava stelt dat zij nog steeds voornemens is de varkenshouderij weer op te bouwen en in bedrijf te nemen. Zij wil daarom voorkomen dat haar bedrijf door het bestemmingsplan wordt wegbestemd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202303946/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6357"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 juli 2026 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan TH Containers B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het in werking hebben van een inrichting aan de Kloosterstraat 1 en 3, Aaltenseweg 56 en 58 en Oostelijke Oude Aaltenseweg 5 en 7 in Varsseveld (de bedrijfspercelen), het daar bouwen van twee nieuwe opslaghallen en een erfscheiding en het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van een bedrijfsgebonden kantoor aan de Aaltenseweg 56 in Varsseveld. Bij besluit van 2 juli 2026 heeft de raad het TAM-omgevingsplan "Kom Varsseveld, herziening Kloosterstraat 3 e.o." als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Oude IJsselstreek (wijzigingsbesluit) vastgesteld. [appellante A] was exploitante van de inrichting op de bedrijfspercelen. Het betrof een inrichting voor het inzamelen, opslaan en verwerken van afvalstoffen. Omdat de omgevingsvergunning voor de inrichting verouderd en onduidelijk was en er strijd was met het voor de bedrijfspercelen geldend bestemmingsplan, heeft er tussen de gemeente Oude IJsselstreek, de provincie Gelderland en de [appellante A] overleg plaatsgevonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602709/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:489</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:489</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:489"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Algemene wet bestuursrecht (artikel 6:3 en artikel 8:4, eerste lid aanhef en onder d). Appellant heeft de minister van Financiën verzocht om handhavend op te treden en over te gaan tot vernietiging van meerdere besluiten, verordeningen en nadere voorschriften van (organen van) de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA). Met de brieven van 8 februari 2023 en 10 oktober 2023 heeft de minister de handhavingsverzoeken in beide zaken afgewezen. Verder heeft de minister de bezwaren van appellant niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Het College begrijpt de handhavingsverzoeken zo dat appellant de minister heeft verzocht om een voordracht te doen bij de Kroon tot vernietiging van de in de handhavingsverzoeken genoemde besluiten van de NBA. Verder begrijpt het College de betreffende brieven van de minister zo dat de minister heeft geweigerd om een dergelijke voordracht tot vernietiging te doen bij de Kroon. Het College is van oordeel dat de betreffende brieven van de minister voorbereidingsbeslissingen tot een niet-appellabel besluit zijn waartegen geen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. De motivering van de bestreden besluiten is onjuist. Vernietiging bestreden besluiten met instandlating rechtsgevolgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1444 en 24/256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.L. van der Beek, mr. W.J.A.M. van Brussel, mr. H.S.J. Albers</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1366</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1366</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1366"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verbod van onderscheid op grond van geslacht. Appellante verrichtte gelijkwaardige arbeid en kreeg minder salaris. De rechtvaardiging van het beloningsverschil is niet bewezen. De Raad oordeelt dat de toepassing van de beloningsmaatstaf 'laatstverdiend salaris' niet objectief en genderneutraal is en dat dit kan leiden tot ongelijke behandeling op grond van geslacht. De Raad verklaart het beroep gegrond en voorziet zelf in de zaak door te bepalen dat appellante met ingang van 21 mei 2018 gelijk dient te worden beloond als de maatman, dat wil zeggen conform salarisschaal 3, trede 8. Gelet op de geldende beloningssystematiek zal dit ook dienen door te werken in het salaris voor de functies die zij sindsdien heeft verricht. Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/425 WAD</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1351</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1351</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1351"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak. Afwijzing aanvraag om bijstand en bedrijfskapitaal. Bedrijf niet levensvatbaar. Onzorgvuldig deskundigenadvies. Opdracht nieuw besluit. Uit het adviesrapport van het IMK blijkt niet dat de nieuwe bedrijfsactiviteiten van appellant bij het onderzoek zijn betrokken, of dat onderzoek is verricht naar de specifieke markt waarop appellant met de verkoop van (componenten en systemen van) legacy computers opereert. Het rapport maakt ook niet duidelijk hoe groot die markt is en welke rol appellant daarin naar verwachting kan vervullen. Verder zijn de adviseur en het college in bezwaar niet ingegaan op de uitvoerige en onderbouwde kritiek van appellant op het adviesrapport. Het bestreden besluit berust aldus niet op een deugdelijke motivering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1928 BBZ-T</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1571</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1571</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1571"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Voorhanden hebben van valse Poolse verblijfskaart door in België verblijvende verdachte (Russische nationaliteit), art. 231.2 Sr. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging o.g.v. art. 31.1 Vluchtelingenverdrag. Kon hof oordelen dat zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat stelling dat verdachte een vluchteling is a.b.i. Vluchtelingenverdrag, ongegrond is en dat geen sprake is van situatie waarin verdachte het Poolse verblijfsdocument onmiskenbaar i.h.k.v. vlucht in haar bezit had? Uit strekking van art. 31 Vluchtelingenverdrag vloeit voort dat OM in de op art. 231 Sr gebaseerde vervolging van verdachte die vreemdeling is en zich tegen beschuldiging verweert met beroep op bescherming die deze verdragsbepaling beoogt te bieden, slechts dan ontvankelijk is als onmiddellijk en zonder nader onderzoek door strafrechter kan worden vastgesteld dat stelling van vreemdeling dat hij vluchteling is a.b.i. Vluchtelingenverdrag ongegrond is. Beslissing op asielaanvraag en dus ook oordeel over aannemelijkheid van het aan asielaanvraag ten grondslag liggende vluchtrelaas, is voorbehouden aan minister en (na ingesteld beroep) aan bestuursrechter. Met het oog op voorkomen van tegenstrijdige uitspraken van strafrechter en bestuursrechter, moet strafrechter zich in beginsel van zelfstandig oordeel over beroep van vreemdeling op zijn vluchtelingenstatus onthouden. Mede gelet op moeilijke bewijspositie die vreemdeling heeft bij onderbouwing van zijn beroep op vluchtelingenstatus, komt vreemdeling die wordt vervolgd voor overtreding van art. 231 Sr ook beroep op art. 31 Vluchtelingenverdrag toe als nog niet vaststaat dat hij aan alle voorwaarden voor erkenning als vluchteling voldoet. Tegen deze achtergrond moet met het oog op een voor praktijk van strafrechtspleging zo eenvoudig mogelijk te hanteren regel worden aangenomen dat vreemdeling niet behoort te worden vervolgd wegens onmiskenbaar i.h.k.v. zijn vlucht in bezit hebben of aangewend hebben van vervalste documenten zolang op de door vreemdeling gedane eerste asielaanvraag nog niet onherroepelijk is beslist. Daarom zal strafrechter in die gevallen waarin voor misdrijf van art. 231 Sr vervolgde vreemdeling zich op bescherming van art. 31 Vluchtelingenverdrag beroept en aangenomen moet worden dat op (eerste) door verdachte gedane asielaanvraag zal worden beslist, niet mogen aannemen dat verdachte aan voorwaarden voor kunnen inroepen van de door art. 31 Vluchtelingenverdrag geboden bescherming niet voldoet. In zo’n geval, waarin geen sprake is van onherroepelijke afwijzing van eerste door verdachte gedane asielaanvraag, is bij strafvervolging voor het in art. 231 Sr strafbaar gestelde misdrijf geen ruimte om te onderzoeken of aan overige voorwaarden van art. 31 Vluchtelingenverdrag is voldaan en kan daarom niet worden aangenomen dat stelling dat verdachte een vluchteling is a.b.i. Vluchtelingenverdrag evident ongegrond is. In dat geval zal OM niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in strafvervolging (vgl. HR:2013:BY4310). O.g.v. ‘s hofs overwegingen en van wat ttz. in h.b. aan de orde is gekomen, moet het ervoor worden gehouden dat verdachte een eerste asielaanvraag in Nederland heeft gedaan. Hof heeft niet onderzocht of op de door verdachte ingediende asielaanvraag onherroepelijk is beslist. Gelet daarop had hof in deze zaak, waarin verdachte wordt vervolgd voor het in art. 231 Sr strafbaar gestelde misdrijf, niet mogen aannemen dat niet aan voorwaarden is voldaan voor kunnen inroepen van bescherming die art. 31 Vluchtelingenverdrag biedt i.h.k.v. onrechtmatige binnenkomst of onrechtmatig verblijf, waaronder voorwaarde dat verdachte het betreffende document in bezit had of heeft aangewend i.h.k.v. vlucht. Dit brengt met zich dat hof het verweer dat namens verdachte is gevoerd, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04316</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:638</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3726</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1576</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1576</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1576"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opruiing door in 2020 tijdens coronapandemie een online oproep te plaatsen teneinde derden aan te sporen om deel te nemen aan verboden demonstratie in Den Haag, art. 131.1 Sr. Had hof in bewezenverklaring bedoelde uitlatingen moeten opvatten als oproepen tot vreedzaam protest en is veroordeling voor opruiing met daarbij oplegging van taakstraf van 60 uren verenigbaar met art. 10 en 11 EVRM? Bij beoordeling of door verdachte gedane uitingen aansporen tot enig strafbaar feit en dus ‘opruiend’ zijn a.b.i. art. 131 Sr, komt betekenis toe aan inhoud en strekking van gedane uitingen in hun onderlinge samenhang bezien alsmede context waarin deze uitingen aan publiek zijn geopenbaard (vgl. HR:2020:2020). Onder omstandigheden kan ook indirecte aansporing tot enig strafbaar feit worden aangemerkt als opruiing (vgl. HR:2020:447). In begrip ‘opruiing’ a.b.i. art. 131.1 Sr ligt opzet besloten. Voor bewezenverklaring van opruiing is daarom ten minste vereist dat verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn uitingen derden aansporen tot strafbaar gedrag of tot gewelddadig optreden tegen openbaar gezag (vgl. HR:2024:1573). HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:126, HR:2023:1743, HR:2024:1622 en HR:2025:1438, die van belang zijn voor beoordeling door rechter of veroordeling voor overtreding van art. 131.1 Sr geen ontoelaatbare inbreuk vormt op art. 10 en 11 EVRM. Hof heeft geoordeeld dat uitlatingen een duidelijke en directe oproep bevatten om te gaan demonstreren in Den Haag, ondanks verdachte bekend verbod, en dat hij daarmee opzettelijk heeft opgeroepen tot strafbaar feit a.b.i. art. 11.1.a WOM (deelnemen aan demonstratie waarvoor verbod is gegeven) en zich schuldig heeft gemaakt aan opruiing. Hof heeft vervolgens geoordeeld dat strafrechtelijk optreden tegen verdachte is te kwalificeren als beperking van recht op vrijheid van meningsuiting en van recht op vrijheid van vergadering a.b.i. art. 10 en 11 EVRM, maar dat deze bij wet voorziene beperking noodzakelijk was in democratische samenleving. Die noodzakelijke beperking hield hier verband met zowel bescherming van gezondheid als voorkomen van wanordelijkheden. Waar het gaat om bescherming van gezondheid, heeft hof geoordeeld dat toen bestaande coronapandemie en daarmee gepaard gaande onzekerheden over verloop en gevolgen daarvan, ook voor ernstig onder druk staande gezondheidszorg, op zichzelf “pressing social need” opleverden voor (ter bescherming van gezondheid) opleggen van beperkingen t.a.v. de uit art. 10 en 11 EVRM voortvloeiende rechten, ook als het zou gaan om oproep tot vreedzame demonstratie. Hof heeft echter geoordeeld dat uitlatingen van verdachte “bepaald niet” kunnen worden opgevat als oproepen tot vreedzaam protest. Daarbij heeft hof betrokken dat verdachte zijn uitlatingen deed tegen achtergrond van wanordelijkheden die hadden plaatsgevonden tijdens eerdere demonstratie en dat verdachte in samenhang met de in bewezenverklaring opgenomen uitlatingen heeft gezegd: “Het is niet tegen te houden. Bouw in verzet die komt waarschijnlijk met 500 trekkers dus maak je geen zorgen. We openen snelwegen als dat moet”. Uitlatingen zijn door verdachte gedaan nadat demonstratie was verboden door plaatsvervangend voorzitter van Veiligheidsregio, terwijl daartoe strekkend besluit was gebaseerd op (naast risico’s voor gezondheid van bezoekers) wanordelijkheden tijdens eerdere demonstratie en informatie over aansluiten van andere groepen. Naar ’s hofs oordeel heeft verdachte, in deze specifieke toenmalige context, met zijn uitlatingen “dusdanig laakbaar gedrag (...) vertoond” dat tegen het doen van die uitlatingen strafrechtelijk optreden geboden was en dat daaruit voortvloeiende beperking in uitoefening van recht op vrijheid van meningsuiting en recht op vrijheid van vergadering dus ook met het oog op voorkomen van wanordelijkheden gerechtvaardigd en noodzakelijk was. Hierin ligt mede als ’s hofs oordeel besloten dat omstandigheid dat verdachte in zijn uitlatingen ook spreekt van “in liefde en geduld, natuurlijk non violent en non cooperation” niet eraan afdoet dat die uitlatingen als geheel beschouwd niet kunnen worden opgevat als oproepen tot vreedzaam protest. Hof heeft vervolgens geoordeeld dat, nu het gaat om opruiing tot deelneming aan verboden demonstratie waarbij ernstig ermee rekening moest worden gehouden dat demonstratie waartoe werd opgeroepen gepaard zou gaan zowel met gevaar voor gezondheid als met wanordelijkheden, strafrechtelijk optreden als geheel, waaronder ook bestraffing, niet zo ingrijpend is dat daarvan “chilling effect” uitgaat op personen die, als organisator of als deelnemer, gebruik willen maken van hun recht op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vreedzame vergadering. Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat voor 2 bewezenverklaarde gevallen van opruiing wordt volstaan met oplegging van taakstraf van relatief beperkte duur. Ook heeft hof er in dat verband acht op geslagen dat door verdachte ondergane voorlopige hechtenis is bevolen tegen achtergrond van meeromvattende verdenking en relatief beperkt is gebleven. Uit overwegingen over straftoemeting volgt verder dat hof acht heeft geslagen op concrete gevolgen voor verdachte van strafrechtelijke vervolging. ‘s Hofs oordelen, die er in onderlinge samenhang toe strekken dat veroordeling voor opruiing met daarbij oplegging van taakstraf van 60 uren niet onverenigbaar is met art. 10 en 11 EVRM, geven in het licht van wat is vooropgesteld niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en zijn toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat verdachte (zonder nadere concretisering) heeft gesteld dat hij na uitspraak van voorzieningenrechter, waarin werd geoordeeld dat verbod op demonstratie van kracht bleef, nog oproep heeft gedaan om niet naar Den Haag te komen. Het gaat daarbij immers om omstandigheid die zich heeft voorgedaan nadat verdachte de in bewezenverklaring vermelde uitlatingen heeft gedaan, waarmee op dat moment opruiing had plaatsgevonden, terwijl ook niet is gesteld of is gebleken dat met genoemde oproep geen gevolg meer zou (kunnen) worden gegeven aan eerdere uitlatingen waarin verdachte opriep tot deelname aan verboden demonstratie. Volgt verwerping. CAG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:199</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:482</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1583</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1583</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1583"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 lid 1 RO. Burenrecht; geschil over erfgrens. Verkrijgende verjaring; bezit. Motiveringsklachten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02753</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:675</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:2886</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1537</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1537</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1537"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen bewerken van cocaïne (art. 2.B Opiumwet), medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. productie van cocaïne (art. 10a.1.3 Opiumwet) en medeplegen aanwezig hebben van 72,9 kilogram cocaïne (art. 2.C Opiumwet). 1. Post-Keskin. Afwijzing van een bij appelschriftuur gedaan en ttz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek tot horen van 2 verbalisanten als getuigen, op de grond dat noodzaak daartoe ontbreekt. Is afwijzing begrijpelijk en voldoet procedure in haar geheel aan art. 6 EVRM? 2. Bewijsklachten t.a.v. medeplegen en bewezenverklaarde periode. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01771.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01770</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:817</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1541</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1541</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1541"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling van politieambtenaar, art. 300.1 jo. 304.1.3 Sr. Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in zijn h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op appelschriftuur van raadsvrouw die zich bij stukken bevindt? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: O.g.v. appelschriftuur die zich bij stukken bevindt en stukken die aan cassatieschriftuur zijn gehecht (ontvangstbevestigingen van Rb en OM, e-mailberichten van raadsvrouw aan hof en brief van griffier hof) moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat tijdig vóór tz. in h.b. een schriftuur houdende grieven is ingediend. Gelet hierop is ’s hofs oordeel dat verdachte ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01991</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1532</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1532</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1532"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen poging tot doodslag door onder invloed van alcohol in 2022 in Hattem een ander te slaan, op de grond te houden en tegen zijn hoofd te schoppen, art. 287 Sr. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04214</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:7295</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1531</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1531</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1531"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Doodslag meermalen gepleegd (art. 287 Sr) en rijden onder invloed (art. 8.2.b WVW 1994) door in 2023 in Sprang-Capelle onder invloed van aanzienlijke hoeveelheid alcohol met snelheid van 225 kilometer per uur in zijn auto op snelweg te rijden, terwijl hij dit rijgedrag filmt met zijn telefoon, en vervolgens achterop andere auto te klappen ten gevolge waarvan 4 inzittenden van die auto komen te overlijden. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01957</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1448</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1535</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1535</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1535"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. grootschalige of bedrijfsmatige hennepteelt, art. 11a Opiumwet. Vrijspraak in eerste aanleg na bewijsuitsluiting vanwege onrechtmatige bestuurlijke controle bij tuinbedrijf. Bewijsklacht. Verweer dat ertoe strekt dat bewijsuitsluiting moet plaatsvinden, omdat politie onrechtmatig is binnengetreden doordat misbruik is gemaakt van bestuursrechtelijke bevoegdheden voor strafvorderlijke doeleinden, art. 359a Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft in afwijking van standpunt van verdediging overwogen waarom het o.b.v. dossier van oordeel is dat niet vaststaat dat tijdens of na (eerste) controle (op 14-11-2018) reeds sprake was van redelijk vermoeden van schuld. Volgens hof omvat “p-v” te weinig informatie over deze controle en zijn de in p-v genoemde aangetroffen goederen niet zodanig dat op grond daarvan reeds evident sprake is van overtreding van art. 11a Opiumwet. Deze oordelen worden in cassatie niet betwist en dat geldt ook voor ‘s hofs oordeel dat het voorafgaand aan eerste controle op 9-11-2018 (door politie) noteren van kentekens van voertuigen die bij bedrijfspand te zien waren evenmin als opsporingshandeling kan worden aangemerkt. Verder overweegt hof dat “ook overigens” niet “uit procesdossier” blijkt dat er door politie handelingen zijn verricht die wijzen op verrichten van strafrechtelijk onderzoek op of na 14-11-2018. In dit oordeel ligt in voldoende mate besloten waarom beroep van raadsman op desbetreffende dossierpagina uit het door verbalisant opgemaakte p-v van bevindingen niet opgaat. Enkele omstandigheid dat uit informatie daarin blijkt dat doel van bestuursrechtelijke controle op 14-11-2018 was om aan te tonen dat tuinbedrijf een growshop is waar bewust materialen t.b.v. illegale hennepteelt worden verkocht, maakt ’s hofs oordeel dat niet vaststaat dat tijdens of na controle (op 14-11-2018) reeds sprake was van redelijk vermoeden van schuld aan art. 11a Opiumwet, niet onbegrijpelijk. Informatie maakt immers niet concreet duidelijk op grond waarvan men ertoe wilde overgaan om aan te tonen dat tuinbedrijf zodanige growshop is. Zelfs blijkt uit die informatie niet of reden voor controle is gevonden in f&amp;o die verdenking kunnen gronden dan wel hooguit in weinig concrete aanwijzingen. Daarnaast kan uit woorden dat “is getracht” om aan te tonen dat het om growshop ging, worden afgeleid dat dit aantonen toen niet is gelukt. Hof heeft dit kennelijk zo begrepen, en ook kunnen begrijpen, dat er ook bij of na controle nog onvoldoende was om redelijk vermoeden op te baseren. Volgt verwerping. Samenhang met 24/01441 en 24/01443.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01442</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:2215</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:606</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1538</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1538</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1538"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen bewerken van cocaïne (art. 2.B Opiumwet), medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. productie van cocaïne (art. 10a.1.3 Opiumwet) en medeplegen aanwezig hebben van 72,9 kilogram cocaïne (art. 2.C Opiumwet). 1. Afwijzing van verzoek tot horen van een ttz. meegebrachte getuige, op de grond dat noodzaak daartoe ontbreekt. Is afwijzing begrijpelijk? 2. Bewijsklacht t.a.v. bewezenverklaarde periode. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01770.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01771</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:816</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2089</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1543</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1543</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1543"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot zware mishandeling door medegedetineerde met aardappelschilmesje in buik te steken, art. 302.1 jo. 45.1 Sr. Noodweer, proportionaliteitseis (art. 41.1 Sr). Kon hof gelet op ontkennende houding van verdachte niet aannemelijk achten dat handelen van verdachte proportioneel was? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2016:456 m.b.t. proportionaliteitseis bij noodweer. Hof heeft beroep op noodweer verworpen omdat het niet aannemelijk heeft geacht dat handelen van verdachte proportioneel was, “nu verdachte ontkent te hebben gestoken - en daarmee niet duidelijk is geworden in welke situatie hij zich bevond en waarom hij genoodzaakt was om te steken”. Volgens hof is onvoldoende inzicht gegeven in feitelijk verloop van aanranding om proportionaliteit van handelen van verdachte aannemelijk te kunnen achten. ’s Hofs oordeel is in het licht van wat is vooropgesteld niet zonder meer begrijpelijk, gelet op wat hof heeft vastgesteld over feitelijke gang van zaken (waarbij aangever cel binnenkwam waarin verdachte zich bevond, deur achter zich dichttrok, verdachte in hoek van cel dreef en op hem begon in te slaan) en daardoor ontstane noodweersituatie waarin verdachte zich bevond, toen hij aangever door hem met aardappelschilmesje in buik te steken letsel heeft toegebracht zoals beschreven in letselbeschrijving. Daarbij is ook van belang dat hof niet kenbaar in zijn oordeel heeft betrokken wat door verdediging is aangevoerd, dat erop neerkomt dat verdachte in paniek was en fysiek niet was opgewassen tegen aangever die “al zo’n 3 à 4 jaar vecht in de ring”. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:8088</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:775</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1534</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1534</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1534"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. grootschalige of bedrijfsmatige hennepteelt, art. 11a Opiumwet. Vrijspraak in eerste aanleg na bewijsuitsluiting vanwege onrechtmatige bestuurlijke controle bij tuinbedrijf. Bewijsklacht. Verweer dat ertoe strekt dat bewijsuitsluiting moet plaatsvinden, omdat politie onrechtmatig is binnengetreden doordat misbruik is gemaakt van bestuursrechtelijke bevoegdheden voor strafvorderlijke doeleinden, art. 359a Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: P-v van tz. in hoger beroep houdt in dat raadsman zich aansluit bij het door raadsman van medeverdachte ingenomen standpunt over bewijsuitsluiting. P-v van tz. in h.b. houdt echter niet in dat hof in onderhavige zaak heeft ingestemd met het als herhaald en ingelast beschouwen van dit standpunt. Gelet daarop mist middel feitelijke grondslag v.zv. er daarbij van wordt uitgegaan dat hof ten onrechte niet desbetreffende pagina van p-v van verbalisant, waarop enkel door verdediging van medeverdachte een beroep is gedaan, in zijn overweging heeft betrokken. Volgt verwerping. Samenhang met 24/01442 en 24/01443.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01441</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:607</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:2217</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1536</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1536</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1536"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. grootschalige of bedrijfsmatige hennepteelt, art. 11a Opiumwet. Vrijspraak in eerste aanleg na bewijsuitsluiting vanwege onrechtmatige bestuurlijke controle bij tuinbedrijf. Bewijsklacht. Verweer dat ertoe strekt dat bewijsuitsluiting moet plaatsvinden, omdat politie onrechtmatig is binnengetreden doordat misbruik is gemaakt van bestuursrechtelijke bevoegdheden voor strafvorderlijke doeleinden, art. 359a Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft in afwijking van standpunt van verdediging overwogen waarom het o.b.v. dossier van oordeel is dat niet vaststaat dat tijdens of na (eerste) controle (op 14-11-2018) reeds sprake was van redelijk vermoeden van schuld. Volgens hof omvat “p-v” te weinig informatie over deze controle en zijn de in p-v genoemde aangetroffen goederen niet zodanig dat op grond daarvan reeds evident sprake is van overtreding van art. 11a Opiumwet. Deze oordelen worden in cassatie niet betwist en dat geldt ook voor ‘s hofs oordeel dat het voorafgaand aan eerste controle op 9-11-2018 (door politie) noteren van kentekens van voertuigen die bij bedrijfspand te zien waren evenmin als opsporingshandeling kan worden aangemerkt. Verder overweegt hof dat “ook overigens” niet “uit procesdossier” blijkt dat er door politie handelingen zijn verricht die wijzen op verrichten van strafrechtelijk onderzoek op of na 14-11-2018. In dit oordeel ligt in voldoende mate besloten waarom beroep van raadsman op desbetreffende dossierpagina uit het door verbalisant opgemaakte p-v van bevindingen niet opgaat. Enkele omstandigheid dat uit informatie daarin blijkt dat doel van bestuursrechtelijke controle op 14-11-2018 was om aan te tonen dat tuinbedrijf een growshop is waar bewust materialen t.b.v. illegale hennepteelt worden verkocht, maakt ’s hofs oordeel dat niet vaststaat dat tijdens of na controle (op 14-11-2018) reeds sprake was van redelijk vermoeden van schuld aan art. 11a Opiumwet, niet onbegrijpelijk. Informatie maakt immers niet concreet duidelijk op grond waarvan men ertoe wilde overgaan om aan te tonen dat tuinbedrijf zodanige growshop is. Zelfs blijkt uit die informatie niet of reden voor controle is gevonden in f&amp;o die verdenking kunnen gronden dan wel hooguit in weinig concrete aanwijzingen. Daarnaast kan uit woorden dat “is getracht” om aan te tonen dat het om growshop ging, worden afgeleid dat dit aantonen toen niet is gelukt. Hof heeft dit kennelijk zo begrepen, en ook kunnen begrijpen, dat er ook bij of na controle nog onvoldoende was om redelijk vermoeden op te baseren. Volgt verwerping. Samenhang met 24/01441 en 24/01442.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01443</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:2216</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:605</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1539</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1539</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1539"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Bewijsklacht bekendmaking en inwerkingtreding van besluit van CBR tot schorsing van geldigheid van rijbewijs. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat besluit van CBR aan verdachte bekend is gemaakt en op moment van tlgd. van kracht was? Voor bewezenverklaring van een op art. 9.5 WVW 1994 toegesneden tll. moet uit bewijsvoering allereerst blijken dat geldigheid van rijbewijs van verdachte is geschorst en dat dit besluit op moment van tlgd. van kracht was. O.g.v. art. 3:40 Awb geldt dat besluit tot schorsing van geldigheid van rijbewijs niet in werking treedt voordat het is bekendgemaakt. Deze bekendmaking kan plaatsvinden d.m.v. toezending of uitreiking aan belanghebbende, dan wel (als bekendmaking niet kan geschieden d.m.v. toezending of uitreiking) op andere geschikte manier (art. 3:41 Awb). Bij toezending geldt terpostbezorging door CBR als moment van bekendmaking. Volgens Awb is het bij deze manier van bekendmaking niet uitgesloten dat in besluit wordt bepaald dat geheel besluit of bepaald onderdeel ervan pas enige tijd na bekendmaking in werking treedt (vgl. RVS:2022:243). Uit bewijsvoering zal naar voren moeten komen dat besluit aan verdachte is verzonden of is uitgereikt, dan wel op andere geschikte manier bekend is gemaakt a.b.i. art. 3:41.2 Awb en op welke datum het besluit van kracht werd. Daarnaast moet uit bewijsvoering kunnen worden afgeleid dat verdachte t.t.v. besturen van motorrijtuig ‘wist of redelijkerwijs moest weten’ dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst. Dit vereiste hangt ermee samen dat art. 9 WVW 1994 een misdrijf oplevert; zo’n vereiste geldt bijvoorbeeld niet bij overtreding van art. 107 WVW 1994. Het verdient in dit type zaken aanbeveling dat van processtukken deel uitmaken (a) mededeling van CBR aan verdachte met besluit tot schorsing waarin is bepaald wanneer besluit tot schorsing in werking treedt en (b) aantekening waaruit blijkt dat, wanneer en hoe verzending (dan wel andere manier van bekendmaking) van die mededeling daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. OM is ervoor verantwoordelijk dat deze stukken, voordat zaak ttz. wordt behandeld, bij processtukken worden gevoegd (vgl. art. 149a.1 Sv), zo nodig door daartoe deze stukken (alsnog) op te vragen bij CBR. In voorkomend geval kan rechter (desnoods door aanhouding van behandeling van zaak) bewerkstelligen dat die stukken alsnog bij processtukken worden gevoegd. Als bewijs toch op andere manier door rechter wordt aangenomen, moet hij in beginsel in zaken waarin verdachte geen bekennende verklaring heeft afgelegd, nader motiveren hoe hij bewezenverklaring uit bewijs heeft afgeleid (vgl. HR:2025:826). Uit bewijsvoering kan niet zonder meer volgen dat besluit van CBR tot schorsing van geldigheid van rijbewijs van verdachte aan verdachte is bekendgemaakt en op moment van tlgd. van kracht was. Anders dan hof kennelijk heeft geoordeeld zijn (mede gelet op wat hiervoor is overwogen) voor bewijs gebruikte verklaring van verdachte en ‘s hofs vaststellingen over resultaten van raadpleging door verbalisanten van RDW-register daartoe niet voldoende. Wat betreft verklaring van verdachte is daarbij van belang dat daaruit weliswaar volgt dat verdachte op moment van verhoor op de hoogte was van schorsing, maar dat uit die verklaring niet kan worden afgeleid dat besluit tot schorsing van rijbewijs al op datum van tlgd. aan verdachte bekend was gemaakt en van kracht was. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. CAG: verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00707</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:479</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1575</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1575</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1575"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gewoonte maken van mensensmokkel (meermalen gepleegd) door 5 personen te helpen met het (met valse documenten) verkrijgen van Nederlandse verblijfsvergunning bij IND, art. 197a.2 jo. 197a.4 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht “wederrechtelijk verblijf”. Kon hof oordelen dat in bewezenverklaring genoemde personen zich wederrechtelijk verblijf in Nederland hebben verschaft? 2. Bewijsklacht “winstbejag”. Kon hof oordelen dat verdachte t.a.v. de niet met naam in tll. genoemde personen uit “winstbejag” heeft gehandeld? Ad 1. Van “wederrechtelijk verblijf” a.b.i. art. 197a.2 Sr is sprake als verblijf plaatsvindt zonder enig subjectief recht of enige bevoegdheid. In art. 197a.2 Sr bedoelde behulpzaamheid moet zijn verleend aan iemand die tot verblijf in Nederland of Schengen-rechtsgebied aan geen rechtsregel (van nationale of internationale herkomst) enige titel kan ontlenen (vgl. HR:2008:BA8499). Hof heeft in zijn bewijsvoering o.m. vastgesteld dat 5 in tll. genoemde en 12 van 14 niet in tll. genoemde, maar wel in dossier vermelde, vreemdelingen een aanvraag voor verblijfsvergunning hebben gedaan o.b.v. valse documenten. O.g.v. deze vaststelling heeft hof geoordeeld dat die personen zich wederrechtelijk verblijf in Nederland hebben verschaft of geprobeerd hebben te verschaffen. Dat oordeel getuigt in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld niet van onjuiste rechtsopvatting en het is toereikend gemotiveerd. Daaraan staat niet in de weg dat IND (nog) geen consequenties heeft verbonden aan omstandigheid dat aanvraag is gedaan o.b.v. valse documenten, door intrekken van verblijfsvergunning van aantal in bewezenverklaring bedoelde personen. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Hof heeft overwogen dat verdachte een geldelijk voordeel heeft behaald van minimaal € 87.560,57 vanwege smokkelen van 5 in bewezenverklaring met naam genoemde vreemdelingen. Kennelijk om te accentueren dat daarmee niet gezegd is dat dit het volledige voordeel van verdachte is geweest, heeft hof overwogen dat er “aanwijzingen” zijn dat verdachte er hoger bedrag aan over heeft gehouden en er daarbij ook op gewezen dat transacties in relatie tot 14 in tll. niet met naam genoemde koppels niet in dat bedrag zijn meegenomen. Op zichzelf is er daarmee geen direct bewijs geleverd dat verdachte ook voordeel heeft genoten uit zijn behulpzaamheid aan 14 andere koppels. Maar hof heeft o.g.v. gegeven dat verdachte bij 5 in tll. wel met naam genoemde personen zeer aanzienlijk bedrag heeft opgestreken, klaarblijkelijk geoordeeld dat zijn beroepsmatige handelen m.b.t. elk van de in bewezenverklaring betrokken vreemdelingen uit winstbejag (gericht op verrijking) plaatsvond. Dat oordeel is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat uit bewijsvoering volgt dat die beroepsmatige behulpzaamheid door verdachte steeds vergelijkbare vormen heeft aangenomen en gelet op ’s hofs overwegingen over georganiseerdheid van handelen van verdachte. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03086</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:656</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2547</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1584</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1584</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1584"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Onder meer klachten over ambtshalve doorhaling van procedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01866</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:676</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1585</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1585</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1585"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. Aansluitende zorgmachtiging. Art. 6:1 Wvggz. Had rechtbank moeten onderzoeken of betrokkene een mentor had?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04754</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:652</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1595"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Goederenrecht. Pandrecht (art. 3:246 BW). Is pandhouder bevoegd om schikking aan te gaan m.b.t. verpande vordering? Kan pandhouder bevoegdheid tot schikking in pandakte bedingen met goederenrechtelijke werking? Gesloten systeem van goederenrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02209</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:377</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:1553</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1540</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1540</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1540"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Belediging van politieambtenaar (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr), straatschenderij (art. 424.1 Sr) en niet voldoen aan identificatieplicht (art. 447e Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, gebrekkige volmacht (art. 450.3 Sv). Kon hof de verdachte n-o verklaren in zijn h.b. op de grond dat volmacht van advocaat aan griffiemedewerker Rb niet voldoet aan eisen van art. 450.3 Sv omdat daarin niet is vermeld dat verdachte instemt met het door griffiemedewerker dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. en daarin evenmin adres is opgegeven voor toezending van afschrift van dagvaarding in h.b.? In HR:2009:BJ7810 heeft HR eisen geformuleerd waaraan schriftelijke volmacht van advocaat aan griffiemedewerker om h.b. in te stellen moet voldoen. Zo moet die volmacht inhouden: a. verklaring van advocaat dat hij door verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot instellen van h.b. (art. 450.1.a Sv); b. verklaring van advocaat dat verdachte instemt met het door medewerker op griffie dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. (art. 450.3 Sv); en c. adres dat door verdachte is opgegeven voor toezending van afschrift van dagvaarding in h.b. (art. 450.3 Sv). Deze eisen moeten worden bezien tegen achtergrond van aanscherping van wettelijke regeling voor instellen van h.b. Die aanscherping heeft tot doel problemen m.b.t. betekening van dagvaardingen en oproepingen om in h.b. terecht te staan, te voorkomen althans te verminderen. Daarbij is van belang dat mogelijkheid van (met instemming van verdachte) dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. door griffiemedewerker in het licht van regeling van art. 432.1.a jo. 6:1:16.1 Sv bijdraagt aan voortvarende tul van rechterlijke uitspraken, nu deze uitreiking geldt als uitreiking in persoon aan verdachte (art. 450.5 Sv). Gelet op deze ratio van eisen waaraan volmacht moet voldoen die door advocaat is verstrekt, is in zaken waarin ttz. in h.b. noch verdachte noch door hem gemachtigde raadsman is verschenen, in de regel het h.b. dat advocaat door middel van schriftelijke volmacht aan griffiemedewerker heeft ingesteld, n-o als die volmacht niet aan al die voorwaarden voldoet. In het licht van diezelfde ratio heeft HR in eerdere rechtspraak geoordeeld dat onvoldoende grond bestaat voor niet-ontvankelijkverklaring van h.b. op de grond dat volmacht niet voldoet aan de onder a genoemde voorwaarde als ttz. in h.b. wel verdachte of gemachtigde raadsman is verschenen en deze daar (zo nodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd) heeft verklaard dat aan verlening van (onvolkomen) volmacht de wens van verdachte ten grondslag lag om (op geldige manier) h.b. te doen instellen, zodat dat verzuim voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR:2012:BV6999), en ook niet op de grond dat volmacht niet voldoet aan de onder b en c vermelde voorwaarden als verdachte of gemachtigde raadsman ttz. in h.b. is verschenen, omdat belang dat met die voorwaarden is gediend, in zo’n geval niet is geschaad, zodat verzuim voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR:2013:BY8357). Hof heeft geoordeeld dat namens verdachte ingesteld h.b. n-o moet worden verklaard. Daaraan heeft hof ten grondslag gelegd dat schriftelijke volmacht niet voldoet aan de in art. 450.3 Sv gestelde eisen, omdat hierin niet is vermeld dat verdachte instemt met het door griffiemedewerker dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. en hierin ook niet adres is vermeld dat door verdachte is opgegeven voor toezending van afschrift van dagvaarding in h.b. Hof heeft daarmee het oog op het niet voldoen aan hiervoor onder b en c bedoelde voorwaarden. Met dit oordeel heeft hof (gelet op wat hiervoor is vooropgesteld) miskend dat verzuim om te voldoen aan genoemde voorwaarden voor gedekt kan worden gehouden doordat verdachte is verschenen op eerste tz. in h.b. Door op die tz. te verschijnen is belang dat met betreffende voorwaarden is gediend, immers niet geschaad. Dat hof op eerste tz. de zaak niet inhoudelijk heeft behandeld maar onderzoek heeft geschorst en op volgende tz. de verdachte en ook niet gemachtigde raadsman zijn verschenen, leidt dan ook niet tot ander oordeel. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04222</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:930</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3524</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1553</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1553</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1553"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal (art. 310 Sr), medeplegen diefstal (art. 311.1.4 Sr), diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1.5 Sr), bedreiging (art. 285.1 Sr) en belediging van ambtenaar (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr). Betekening dagvaarding in hoger beroep en inhoud akte van uitreiking, art. 36h.1 Sv. Kon hof oordelen dat dagvaarding in h.b. rechtsgeldig is betekend, nu akte van uitreiking niet identificerende gegevens vermeldt van persoon aan wie dagvaarding is uitgereikt? Aan dagvaarding van verdachte om te verschijnen ttz. in h.b. is akte van uitreiking gehecht. Deze akte houdt in dat dagvaarding is uitgereikt op adres A aan ander dan verdachte die zich op dat adres bevond en die heeft beloofd dagvaarding onmiddellijk aan verdachte te geven. Akte vermeldt als naam van ontvanger voornaam en bevat handtekening van ontvanger. Gegevens (soort en nummer) van identiteitsbewijs van ontvanger zijn niet ingevuld. Als dagvaarding ex art. 36e.1.b.1 en 36e.2.a Sv Sv wordt uitgereikt aan degene die zich op het in die bepaling bedoelde adres bevindt en die zich bereid verklaart stuk onverwijld aan geadresseerde te doen toekomen, moet o.g.v. art. 36h.1 Sv in akte van uitreiking de persoon worden vermeld aan wie gerechtelijke mededeling is uitgereikt. Strekking van dit voorschrift is dat achteraf kan worden nagegaan wie dagvaarding onder zich heeft genomen. Als in akte van uitreiking niet persoon is vermeld aan wie dagvaarding is uitgereikt, heeft dat verzuim (in geval dat verdachte niet ttz. is verschenen) in beginsel nietigheid van betekening van dagvaarding tot gevolg. Rechter kan echter van die nietigverklaring afzien, als anderszins uit stukken kan worden afgeleid aan wie dagvaarding is uitgereikt (vgl. HR:2024:1738). Hof heeft geoordeeld dat dagvaarding in h.b. geldig is betekend. Dit oordeel is (mede gelet op wat hiervoor is vooropgesteld) niet zonder meer begrijpelijk. Akte van uitreiking vermeldt uitsluitend voornaam als naam van persoon aan wie dagvaarding in h.b. is uitgereikt. In handtekening van ontvanger op akte van uitreiking is geen naam leesbaar. Gegevens van identiteitsbewijs van ontvanger zijn niet ingevuld. Uit akte van uitreiking kan dan ook niet worden afgeleid wie persoon is aan wie dagvaarding in h.b. is uitgereikt. Hof heeft er ook geen blijk van gegeven te hebben onderzocht of dit anderszins uit stukken kan worden afgeleid. HR verklaart betekening van dagvaarding in h.b. nietig. CAG (strekking) vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02300</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1586"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vordering van bewakers van Nederlandse ambassade in Afghanistan tot overbrenging naar en toelating in Nederland. Internationaal privaatrecht, toepasselijk recht. Is sprake van uitoefening van openbaar gezag (art. 1 lid 1 Verordening Rome II?)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/05060</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Kort geding</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:640</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2256</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:10778</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10778</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:10778"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">[gefailleerde] is op 11 december 2018 in staat van faillissement verklaard. Hij hield op dat moment bij bunq acht bankrekeningen aan in zijn ‘personal bunq account’. De curator heeft bunq begin maart 2019 benaderd met het verzoek om een van de rekeningen op naam van [gefailleerde] te deblokkeren. Uiteindelijk heeft bunq het account gedeblokkeerd, waardoor [gefailleerde] al zijn rekeningen bij bunq (tijdelijk) weer heeft kunnen gebruiken en nieuwe rekeningen heeft kunnen openen. [gefailleerde] heeft vervolgens buiten het zicht van de curator voor een bedrag van opgeteld € 314.902,37 aan betalingen op deze rekeningen ontvangen en weer afgeschreven/opgenomen. De curator vordert dit bedrag in deze procedure van bunq. De curator grondt haar vordering op artikel 20, 23 en 24 van de Faillissementswet (Fw) en de jurisprudentie van de Hoge Raad, waaruit volgens haar volgt dat bunq de rekeningen op naam van [gefailleerde] geblokkeerd had moeten houden en het totaal aan debiteringen aan de boedel moet afdragen. bunq betwist de vordering van de curator en zegt dat de bank het account, en dus alle rekeningen van [gefailleerde], op verzoek van de curator en conform de voorwaarden van bunq heeft gedeblokkeerd. Ook betwist bunq dat de wettelijke bepalingen en jurisprudentie waarop de curator zich beroept meebrengen dat bunq gehouden is het gevorderde bedrag aan de boedel af te dragen. De vordering van de curator zal worden toegewezen, omdat bunq niet het hele account van [gefailleerde] had mogen activeren, de op de rekeningen op naam van [gefailleerde] bijgeschreven bedragen tot het vermogen van de failliet ([gefailleerde] behoren en de daaropvolgende debiteringen onbevoegd zijn gedaan. bunq is daarom verplicht het totaalbedrag aan debiteringen aan de boedel af te dragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/765268 / HA ZA 25-686</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Schadevergoedingsuitspraak</description><issued>2026-02-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:3815</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3815</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:3815"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Recht op nakoming of wanprestatie? Integratie betalingssoftware en regelgeving creditcardmaatschappijen. Uitleg overeenkomst. Niet is komen vast te staan dat eiseres haar overeengekomen werkzaamheden bij integratie van de software voor gedaagde niet goed heeft uitgevoerd. Ook niet gebleken dat eiseres regelgeving van Visa en Mastercard heeft geschonden. Dus geen wanprestatie en gedaagde moet achterstallige facturen betalen. Beroep van gedaagde op opzegging, ontbinding en opschorting slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/768896 / HA ZA 25-1027</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2026-04-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1435</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1435</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1435"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Internationaal publiekrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Internationaal publiekrecht. Onrechtmatige daad. Wapenhandelsverdrag, EUGS, art. 31 en 32 Weens Verdragenverdrag. Besluit strategische goederen (Bsg) en AV009. Mocht rechter de Staat bevelen uitvoer van F-35-onderdelen naar Israël stop te zetten?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Kort geding</description><issued>2025-10-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:1279</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:191</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:280</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:280</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:280"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 9 Wet OB; posten a.1, letter c, en b.14, letter d, van Tabel I behorende bij de Wet OB; besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 22 december 2017, nr. 2017-16288; toegangsprijs theatervoorstelling is inclusief een tijdens de pauze van de voorstelling verstrekt drankje; twee zelfstandige prestaties; verstrekking van het alcoholhoudende drankje belast naar het algemene omzetbelastingtarief; geen schending van het gelijkheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04337</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-03-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:3098</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:450"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter a, Wet OB; post a.1, van Tabel I bij de Wet OB; punt 1 van Bijlage III van BTW-richtlijn 2006; levensmiddelen voor menselijke consumptie; magische truffels; rechtszekerheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03016</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-04-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:1581</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:917</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:917</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:917"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting; artikel 15, lid 3, en artikel 23, lid 2, letter c, Verdrag Nederland-Turkije; vrijheid Staatssecretaris bij eenzijdig vaststellen van begunstigende beleidsregels; Golfstatenbesluit niet van toepassing; geen schending van het gelijkheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03280</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-06-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:4739</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1043</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1960</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1960</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1960"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art. 10a, lid 3, aanhef en letter a, Wet Vpb 1969; renteaftrek; omleiden van voor een externe acquisitie aangewende middelen via niet met de belastingplichtige verbonden lichamen; strijd met doel en strekking van de Wet Vpb als geheel; HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1152; tweede cassatiegeding; vervolg op HR 15 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1086</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03961</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-12-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:1820</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:182</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11208"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is aangeslagen in de reclamebelasting ter zake van een in grote letters vermeldde naam bij de ingang van het bedrijfspand. Het beroepschrift is niet ingediend binnen de wettelijke termijn, maar de rechtbank acht het beroep, met toepassing van artikel 6:11 Awb, ontvankelijk omdat uit de stukken naar voren komt dat de uitspraak op bezwaar is aangemaakt, maar verweerder niet aannemelijk maakt dat die ooit naar belanghebbende is gestuurd. Aangaande de vraag of de reclamebelasting terecht is geheven overweegt de rechtbank dat de naamsvermelding een openbare aankondiging is in de zin van de reclamebelasting en de daarover beschikbare jurisprudentie van de Hoge Raad en niet is te rangschikken onder één van de aankondigingen waarvoor een vrijstelling geldt. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 5370</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Snitker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7065"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Is het ESA-nabestaandenpensioen aan te merken als een zuivere pensioenregeling? De rechtbank komt tot het oordeel dat er sprake is van een zuivere pensioen regeling in de zin van artikel 11, derde lid, van de Wet LB. Een leaving allowance, de ruime kring van pensioengerechtigden, de mogelijkheid tot vervroeging van de pensioeningangsdatum en het gegeven dat in het pensioenreglement geen rekening wordt gehouden met een AOW-inbouw, maken niet dat de pensioenregeling onzuiver is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/5549, 24/5811 en 24/5814</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, M.C. van As, J. Snitker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2835"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV 2019 en 2022 met verzuimboete. Tijdigheid. Vereiste aangifte. Betwisting ontvangst aanmaning. Bewijslastverdeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2070 en 25/2071</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2878"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak geheimhoudingskamer. De door de inspecteur aangevoerde redenen kunnen geheimhouding in beginsel rechtvaardigen, echter gaat in dit geval het verzoek om de stukken integraal geheim te houden naar het oordeel van de geheimhoudingskamer te ver. Om redenen van proceseconomie legt de geheimhoudingskamer een door hem geschoonde versie van de betreffende stukken voor aan de inspecteur, die kenbaar dient te maken of hij daarmee in kan stemmen. Zo ja, dan zal de geheimhoudingskamer – tevens om redenen van proceseconomie – reeds bij voorbaat het minder verregaande verzoek om geheimhouding toewijzen. Zo niet, dan wordt de inspecteur verzocht kenbaar te maken wat volgens hem meer of anders zou moeten worden geschoond, waarna de geheimhoudingskamer dat verzoek opnieuw zal beoordelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1481 tot en met 24/1489 en 24/1493 tot en met 24/1501</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak, Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. M.J.C. Pieterse</contributor><issued>2026-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5852</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32071</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32071</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32071"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Verplichte opname is niet doelmatig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713392 / FA RK 26-9922</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. E.C.M. Bouman</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8215</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8215</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8215"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Gebruikelijk loon in de bezwaarfase verlaagd. Geen verdere verlaging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/854</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Loof</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3072"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag overdrachtsbelasting; verkrijging aandelenbelang in onroerendezaakrechtspersoon (OZR); waarde verkrijging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3415</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:14199</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14199</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:14199"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aan belanghebbende zijn aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd. In beroep wordt ter zitting een compromis gesloten en wordt aan belanghebbende een proceskostenvergoeding van € 20.000 toegekend. Daarop trekt belanghebbende de beroepen in. Van de zitting wordt een proces-verbaal opgemaakt dat aan partijen wordt gestuurd en naar aanleiding daarvan stuurt belanghebbende een brief aan de rechtbank waarin zij stelt dat zij heeft gedwaald en de beroepen niet rechtsgeldig zijn ingetrokken. De rechtbank overweegt dat dwaling niet aannemelijk is en met de proceskostenvergoeding van € 20.000 verregaand aan belanghebbende is tegemoetgekomen. Op grond van hetgeen in de zittingsaantekening van de griffier is vermeld oordeelt de rechtbank dat van dwang of bedrag geen sprake is geweest en belanghebbende de beroepen uitdrukkelijk en ondubbelzinnig heeft ingetrokken. De beroepen worden daarom niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 1415</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.A. Fase, C. Huisman, mr. C. Snoek-Bakker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10398</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10398</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10398"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:55; Verzet gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/4266</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32042</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32042</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32042"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding uitspreken in tussenbeschikking. Nederlandse rechter bevoegd. Toepassen Nederlands recht. Duurzame ontwrichting betwist. Aanhouden behandeling partneralimentatie en afwikkeling huwelijksvermogen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/690576 / FA RK 25-6406</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. A.M. van der Vliet</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1061</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1061</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1061"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie PG. Veroordeling wegens rijden onder invloed (art. 8 lid 5 WVW 1994). In het middel wordt geklaagd dat degene die namens het Openbaar Ministerie bij de zitting in hoger beroep optrad als (plaatsvervangend) advocaat-generaal nog niet was benoemd tot plaatsvervangend advocaat-generaal. De PG acht het middel gegrond. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00918</description><issued>2026-11-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8880"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling. Verlenging machtiging uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/378064</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:5620</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5620</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:5620"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overlevering. Executie-EAB uit Roemenië met betrekking tot invoer van geringe hoeveelheden “risk” en “high risk” drugs voor persoonlijk gebruik althans zonder handelsoogmerk. Prejudiciële vragen naar aanleiding van verweer dat de opgelegde vrijheidsstraf (zeven jaar) disproportioneel is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/066445-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J.H. van Meegen, O.P.M. Fruytier, R. Godthelp</contributor><issued>2024-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:35</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10642</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10642</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10642"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor diefstal. Verwerping van het verweer dat er geen sprake is van wederrechtelijke toe-eigening. ISD-maatregel voor de duur van 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/189271-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.H. Broesterhuizen, mr. D.M.S. Gribling, mr. Q.M.J.A. Crul</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10640</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10640</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10640"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor poging tot doodslag en mishandeling van haar toenmalige partner. Gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/053704-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.H. Broesterhuizen, mr. D.M.S. Gribling, mr. Q.M.J.A. Crul</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32080</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32080</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32080"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Betrokkene is wilsbekwaam, werkt vrijwillig mee aan de behandeling en er is geen sprake meer van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713400 / FA RK 26-9927</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. E.C.M. Bouman</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32090</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32090</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32090"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713407 / FA RK 26-9934</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. E.C.M. Bouman</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32084</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32084</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32084"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713391 / FA RK 26-9921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. E.C.M. Bouman</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32052</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32052</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32052"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezag, hoofdverblijf, zorgregeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709133 / FA RK 26-7242</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.F. Baaij</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:310</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:310</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:310"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Schietincident bij een nachtclub op Sint Maarten. Medeplegen doodslag. Verdachte en twee medeverdachten schieten kort na elkaar op het vluchtende slachtoffer, dat dodelijk wordt getroffen. Niet vereist is dat wordt vastgesteld wie het dodelijke schot heeft gelost. Beroep op (putatief) noodweer verworpen wegens het aanvallende karakter van het handelen en het ontbreken van een noodzaak tot verdediging op het moment dat verdachte schoot. Gevangenisstraf van 12 jaren. Vordering benadeelde partij: begrafeniskosten hoofdelijk toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Geen wettelijke grondslag voor vergoeding van affectieschade. Niet-ontvankelijkheid ten aanzien van shockschade wegens onvoldoende onderbouwing van geestelijk letsel; nader onderzoek zou het strafgeding onevenredig belasten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: H-118/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A. Lensink, mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, mr. E.M.J. Brink</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32078</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32078</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32078"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/699133 / JE RK 26-197 en C/09/711897 / JE RK 26-1549</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. E.E. Schotte</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10662</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10662</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10662"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Appartementsrecht. Lekkage van 4e naar 3e verdieping. VvE vordert dat eigenaren meewerken aan onderzoek oorzaak lekkage en herstel. Vloer en/of plafond moet open. Kantonrechter veroordeelt eigenaren tot verlenen van toegang en medewerking. Tegenvordering van één van de eigenaren wordt afgewezen (geldvordering en moet via dagvaarding). Geen hoofdelijke proceskosten veroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12149544 \ EA VERZ 26-346</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak, Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3082"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Intellectueel Eigendom; inbreuk op auteursrecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.343.772</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12029"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging gezamenlijk gezag, verlenging ondertoezichtstelling, wijziging zorgregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/380764 / JU RK 26-1204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32092</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32092</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32092"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713394 / FA RK 26-9923</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. E.C.M. Bouman</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2656</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2656</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2656"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Tweetrapsmaking. Opvragen informatie in verband met het vaststellen van de omvang van de legitieme portie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.336.970_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Breur, R.R.M. De Moor, J.I.M.W. Bartelds</contributor><issued>2024-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3952</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3952</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3952</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3952"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Tweetrapsmaking. Benoeming deskundige voor de waardering van een geldlening en vermogen van de vof.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.336.970_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Breur, R.R.M. De Moor, J.I.M.W. Bartelds</contributor><issued>2025-06-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2656</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32089"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/699490 / JE RK 26-246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C. van den Dries</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32095</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32095</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32095"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713375 / FA RK 26-9912</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. E.C.M. Bouman</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6501</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6501</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6501"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Op 13 en 17 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom in afzonderlijke e-mails aan [appellant A] en anderen mededelingen gedaan over hun standplaatsvergunningen. Aan (de bedrijven van) [appellant A] en anderen zijn in 2008 en 2011 voor onbepaalde duur vergunningen verleend voor het innemen van standplaatsen op de locaties Zonneplein, De Bergse Plaat/Het Kompas en Vogelenzang in Bergen op Zoom, voor de verkoop van vis en visproducten. Het college heeft in navolging van het advies van de Adviescommissie voor de bezwaarschriften van 6 januari 2025, de bezwaren van [appellant A] en anderen tegen de e-mails niet-ontvankelijk verklaard. In de e-mails heeft het college zijn interpretatie opgenomen van de geldende regelgeving. De e-mails zijn niet op rechtsgevolg gericht. Of de vergunningen nog gelden of inmiddels vervallen zijn, vloeit niet voort uit de e-mails, maar uit de Beleidsregel Nadere regels Standplaatsen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505202/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6992</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6992</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6992"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening over de beslissingen van de gemeenteraden om verzoekster te schorsen als lid raad van toezicht van een stichting voor scholen voor het voortgezet onderwijs. De voorzieningenrechter is niet bevoegd. De gemeenteraden hebben de beslissingen tot schorsing van verzoekster gebaseerd op de daartoe in de statuten van de stichting opgenomen grondslag. Dat is een privaatrechtelijke grondslag. In de Wvo of de Grondwet is geen publiekrechtelijke grondslag te vinden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2485</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Blok</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6319</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6319</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6319"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort ambtshalve [appellant] uit de basisregistratie personen (brp) geschreven. Een deurwaarder heeft de gemeente Amersfoort per brief van 30 november 2023 verzocht een adresonderzoek te doen naar [appellant] omdat hij diverse (ambtelijke) stukken op het adres van [appellant] heeft achtergelaten en hierover niets van [appellant] heeft vernomen. Naar aanleiding van dit verzoek is het college overgegaan tot het verrichten van een adresonderzoek. Het college heeft [appellant] middels meerdere brieven geïnformeerd over het lopende adresonderzoek. Ook heeft het college de hoofdbewoonster van het adres waar [appellant] stond ingeschreven, zijn moeder, aangeschreven. Zowel [appellant] als zijn moeder hebben niet gereageerd. Het college heeft [appellant] vervolgens per brief van 1 februari 2024 geïnformeerd over het voornemen om hem ambtshalve uit te schrijven uit de brp en is hiertoe - na het uitblijven van een reactie binnen vier weken - bij besluit van 14 maart 2024 overgegaan. Het college heeft dit besluit per gewone post aan [appellant] verzonden en dit ook bekend gemaakt door publicatie in het Gemeenteblad op 27 maart 2024.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504297/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6878"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter verweerder te verbieden haar bezwaar door middel van ambtelijk horen af te doen en verweerder te gelasten het verzoek voor te leggen aan de BAC. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk, omdat tegen deze beslissing van verweerder op grond van artikel 6:3 Awb geen bezwaar of beroep openstaat. Verzoekster wordt ook niet rechtstreeks in haar belang getroffen door de beslissing van verweerder. Van een onomkeerbaar procedureel nadeel is geen sprake. Verder wordt niet voldaan aan het vereiste van materiële connexiteit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6943</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6322"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 5 april 2023 heeft [wederpartij] beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van de volgens hem van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor het legaliseren van de walbeschoeiing op het perceel aan de [locatie] in Warten. [wederpartij] exploiteert de jachtwerf [bedrijf] op het adres [locatie] in Warten. In de brief van 10 juni 2022 heeft het college aan [wederpartij] medegedeeld dat het voornemens is om aan hem een last onder dwangsom op te leggen, omdat hij op de jachtwerf activiteiten heeft uitgevoerd zonder een daarvoor vereiste omgevingsvergunning. Op 15 juli 2022 heeft [wederpartij] een omgevingsvergunning aangevraagd ter legalisatie van een deel van de activiteiten. Uit het aanvraagformulier blijkt dat de vergunning is aangevraagd voor de activiteit "bouwen", namelijk het bouwen van een walbeschoeiing. [wederpartij] heeft geen omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit "aanleggen". Dat betekent dat in de (hoger)beroepsprocedure over de vergunningaanvraag de aanlegactiviteit niet aan de orde kan zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403869/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32690"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">pkv verzoek</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.28650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4650"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vovo, weigering stellen van maatwerkvoorschriften en opleggen last onder dwangsom grasdrogerij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26-3382 en 26-3477</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32691</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32691</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32691"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel bnt</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.28397</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32692</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32692</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32692"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.28403</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3083</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3083</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3083"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; geschillenregeling; vaststelling onderzoeksbudget waarderingsdeskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.500/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): drs. G. Eikelenboom, mr. J.M. de Jongh, mr. G.P. Oosterhoff, mr. dr. I.A. van der Burg, mr. S.M. Zijderveld</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30843"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/5744</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. van der Ven</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31209"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/7110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meessen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:15150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:15150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:15150"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met een jaar. Er zijn nog steeds grote zorgen over haar ontwikkeling, door een instabiele situatie en recente incidenten zoals een overdosis paracetamol en het weglopen van [minderjarige]. Ook is er veel onrust geweest rondom de begeleide omgang en binnen het netwerk. [Minderjarige] toont zich ambivalent over contact met haar ouders en over haar woonplek, en zij heeft nog veel moeite met trauma- en emotieregulatie. Van de ouders wordt gevraagd ander gedrag te laten zien en mee te werken aan de hulpverlening. Daarom blijft [minderjarige] voorlopig op haar huidige woonplek wonen en wordt ook de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/381191</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32693</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32693</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32693"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.28389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6812</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6812</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6812"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking van de rechtbank waarin is bepaald dat de ouders voortaan samen het ouderlijk gezag hebben.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.590</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32694</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32694</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32694"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.28635</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6902</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6902</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6902"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Co-ouderschap. Kind wordt 4 jaar. Afstand tussen ouders maakt voortzetting van de co-ouderschapsregeling niet in het belang van het kind. Keuze waar het kind naar school moet gaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.370.045</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32695</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32695</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32695"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21541</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32115</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32115</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32115"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Scheiding, IPR, geen verweer, afstand huwelijksgemeenschap, partneralimentatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/688712 / FA RK 25-5453</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Hees</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32696</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32696</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32696"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21692</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7894</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7894</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7894"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze zaak gaat over het beroep van eiseres tegen het toekennen van een tegemoetkoming in de planschade aan de eigenaren van twee woningen, waarbij een drempel van 4% van de waarde van deze woningen is gehanteerd als omvang van het normaal maatschappelijk risico (NMR). Volgens eiseres had het college moeten uitgaan van een drempel van 5% vanwege het NMR, wat tot een lagere tegemoetkoming zou leiden. De rechtbank komt tot het oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de omvang van het NMR niet hoger is dan 4% van de waarde van de woningen, omdat de ontwikkeling niet volledig in de structuur van de omgeving past. Het beroep is daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/7173</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.A. Spee, mr. J. Wolbrink, mr. M.W.A. Schimmel</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6400"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker is in mei 2022 in dienst getreden bij verweerder 2. In december 2022 is verzoeker benoemd tot statutair bestuurder van verweerder 1 en in dienst getreden bij verweerder 1. In december 2025 is verzoeker (vennootschapsrechtelijk) ontslagen als statutair bestuurder en is zijn arbeidsovereenkomst met verweerder 1 opgezegd. Verzoeker is het hier om meerdere redenen niet mee eens en heeft daarom meerdere verzoeken ingesteld. De rechtbank wijst het primaire verzoek strekkende tot vernietiging van de omzetting van de arbeidsovereenkomst van verweerder 2 naar verweerder 1 en toelating tot het werk en loondoorbetaling toe. Het verzoek om verweerder 1 te veroordelen tot betaling van de incassokosten op grond van artikel 7 van de geldlenings-overeenkomst wordt gedeeltelijk toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/346388 / HA RK 26-39</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.W. van Tol</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1062</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1062</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1062"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie PG. Veroordeling wegens overtreding art. 9 lid 7 WVW 1994 (rijden terwijl rijbewijs is ingevorderd) en art. 163 lid 6 WVW 1994 (geen medewerking verlenen aan bloedonderzoek). In het middel wordt geklaagd dat degene die namens het Openbaar Ministerie bij de zitting in hoger beroep optrad als (plaatsvervangend) advocaat-generaal nog niet was benoemd tot plaatsvervangend advocaat-generaal. De PG acht het middel gegrond. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00928</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32697</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32697</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32697"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.24873</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3998</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3998</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3998"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:115, lid 1, letter b, Awb; art. 8:42 Awb; geruisloze doorschuiving ex art. 3.63 Wet IB 2001; verzuimboete (art. 67a AWR); integrale proceskostenvergoeding (art. 2, lid 3, Bpb)? Geen terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank. Belanghebbende en zijn echtgenote kunnen eenzijdig terugkomen van het door hen gedane verzoek om geruisloze doorschuiving, zodat de doorschuiffaciliteit noch bij hen, noch bij de overdragers van toepassing is (vgl. HR 28 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU3580, BNB 2007/88).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-21/01187</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:5291</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1677</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:696</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:696</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:696"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kan een verzoek om geruisloze doorschuiving op grond van art. 3.63 Wet IB 2001 door de overnemer eenzijdig worden herzien? Deze zaak gaat over de geruisloze doorschuiving van art. 3.63 Wet IB 2001. Meer in het bijzonder gaat het hier over de vraag of de overnemer eenzijdig tot intrekking kan overgaan van een gezamenlijk verzoek om toepassing van art. 3.63 Wet IB 2001. Belanghebbende en zijn echtgenote (de overnemers) hebben een varkenshouderij overgenomen van de overdragers. Daartoe zijn zij in 2009 een vennootschap onder firma (VOF) aangegaan met de overdragers. In een sideletter bij de VOF-overeenkomst zijn de overdragers en de overnemers onder meer overeengekomen dat gebruik gemaakt zal worden van de regeling voor geruisloze doorschuiving. Na een conflict tussen de overdragers en de overnemers over de nakoming van de VOF-overeenkomst en de sideletter, heeft eind 2013 de overdracht plaatsgevonden en hebben zowel de overdragers als de overnemers in hun aangiftes IB/PVV 2013 de doorschuiffaciliteit toegepast. Ook heeft de Inspecteur een door de overdragers en overnemers ondertekend schriftelijk verzoek als bedoeld in art. 3.63(1) Wet IB 2001 ontvangen. Belanghebbende en zijn echtgenote hebben bezwaar gemaakt tegen de conform hun aangiftes opgelegde aanslagen. De kern van dit bezwaar is dat zij aanspraak maken op een berekening van de winst uit onderneming zonder toepassing van de doorschuiffaciliteit. A-G Koopman neemt gelijktijdig met deze zaak conclusie in de zaak van de echtgenote (met nummer 23/04953 ECLI:NL:PHR:2024:698 ). In het principale beroep in cassatie komt de Staatssecretaris op tegen het oordeel van het Hof dat belanghebbende als overnemer eenzijdig kan terugkomen van het gezamenlijke verzoek dat bij de aangifte van de overdrager is gedaan om toepassing van de doorschuifregeling. In de parlementaire geschiedenis van art. 3.63 Wet IB 2001 wordt niet ingegaan op de intrekking van het verzoek. Wel kan uit het arrest van de Hoge Raad van 28 april 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AU3580) worden afgeleid dat in het algemeen herziening van een keuze niet mogelijk is (1) indien dit leidt tot een hogere aanslag of (2) indien een aanslag waarvoor de keuze relevant is onherroepelijk is geworden. Op zoek naar meer handvatten heeft A-G Koopman gekeken naar andere bepalingen die voorzien in een keuzeregime waarop door middel van een gezamenlijk verzoek een beroep kan worden gedaan. Hoewel deze andere bepalingen weinig inspiratie boden, meent de A-G op basis van dit onderzoek dat het in beginsel mogelijk is om een dergelijk verzoek in te trekken, tenzij dit in de wet of de parlementaire geschiedenis is uitgesloten. Voorts meent de A-G dat, in lijn met het arrest van 28 april 2006, intrekking van een verzoek dat bij een aangifte dient te worden gedaan, tenzij anders is bepaald, mogelijk is tot het moment dat een aanslag waarvoor de keuze relevant is onherroepelijk is vastgesteld. Herziening of intrekking van een verzoek is volgens A-G Koopman niet meer mogelijk indien dit leidt tot hogere aanslag. A-G Koopman weegt de argumenten voor en tegen het toestaan van eenzijdige intrekking af. De A-G concludeert dat erover kan worden getwijfeld of de overdrager eenzijdig een verzoek om geruisloze doorschuiving kan intrekken. Hij is geneigd die vraag ontkennend te beantwoorden. De A-G meent dat de overnemer in ieder geval niet eenzijdig zo’n verzoek kan intrekken. Het verzoek moet namelijk worden gedaan bij de aangifte van de overdrager, en intrekking van het verzoek kan daarom volgens de A G alleen in de vorm van een aanvulling op die aangifte. Daarvoor is de medewerking van de overdrager onontbeerlijk. A-G Koopman meent dat het principale beroep in cassatie van de Staatssecretaris gegrond moet worden verklaard, dat het incidentele beroep in cassatie ongegrond moet worden verklaard en dat de zaak moet worden verwezen naar een ander gerechtshof ter behandeling van de vraag of de Inspecteur het verzoek om toepassing van art. 3.63 Wet IB 2001 terecht heeft gehonoreerd en de aanslag correct heeft berekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04950</description><issued>2024-07-12</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1677</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:369</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:369</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:369"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 15, lid 1, aanhef en letter a, WBR; artikel 5b, lid 2, Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer. Interne reorganisatievrijstelling, concern, reorganisatie van investeringsfondsen. De interne reorganisatievrijstelling is van toepassing. De (indirecte) moedermaatschappij van belanghebbende houdt aandelen die het volledige belang in de overdrager en belanghebbende vertegenwoordigen. Er is sprake van een concern. Inspecteur maakt niet aannemelijk dat het economisch belang bij de aandelen in de overdrager en (de directe moeder van) belanghebbende bij de fondsinvesteerders ligt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/69</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-04-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:21828</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1814</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2025:1253</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:1253</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2025:1253"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdracht fictieve onroerende zaak (OZR-aandelen) tussen twee contractuele vastgoedfondsen (dus zonder rechtspersoonlijkheid) met dezelfde beheerder, maar verschillende participanten; desondanks zelfde concern, dus concernvrijstelling (art. 15(1)(h) Wet BvR)? Uitleg van ‘nagenoeg het gehele belang’ in art. 5b UBBvR. Juridische en economische gerechtigdheid bij één soort aandelen. Is het goederenrecht of het verbintenissenrecht beslissend voor het voor een concern vereiste economische ‘belang’?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01249</description><issued>2025-11-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1814</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3602</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3602</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3602"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Geen beroep mogelijk op artikel 110 van het VwEU. De auto is als gebruikte auto niet een product van een andere lidstaat. Bovendien kan niet worden uitgesloten dat de CO2 uitstoot van de auto verschilt van die van de andere voertuigen in het kentekenregister. Partijen zijn het in hoger beroep erover eens dat het oordeel van de rechtbank onjuist is en dat de historische nieuwprijs moet worden vastgesteld uitgaande van de bruto bpm voor de auto zelf en niet moet worden aangesloten bij de historische nieuwprijs van de referentieauto.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/477</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, C.J. Hummel, W.J. Blokland</contributor><issued>2025-01-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1817</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1818</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1818</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1818"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3596</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3596</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3596"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Anders dan waarvan de rechtbank is uitgegaan, is het beroep tegen een ‘mededeling verrekening of terugbetaling’ niet gericht tegen een beschikking invorderingsrente, maar alleen tegen een verrekening. Eerder heeft belanghebbende al geprocedeerd over (het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar over) de beschikking invorderingsrente, die bij een latere mededeling is bekendgemaakt. In die procedure is bovendien vastgesteld dat die beschikking al in april 2020 is herroepen. Het beroep is daarom slechts op te vatten als gericht tegen een verrekening. De rechtbank had zich geheel en al onbevoegd moeten verklaren om te beslissen op het beroep, omdat tegen een verrekening geen beroep open staat bij de bestuursrechter. De veroordeling van de Staat tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn laat het Hof in stand, omdat de Staat geen hoger beroep heeft ingesteld, maar vanwege de onjuistheid ervan veroordeelt het Hof niet de Staat alsnog ook in proceskosten van belanghebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, C.J. Hummel, W.J. Blokland</contributor><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1819</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1819"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00373</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3596</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3242"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het geschil betreft het antwoord op de vraag of het resultaat uit overige werkzaamheden in de aanslag IB/PVV 2017 te hoog is vastgesteld. Naast de hoogte van het resultaat uit overige werkzaamheden zijn omkering en verzwaring van de bewijslast, de aanwezigheid van een nieuw feit, interne compensatie en de toepassing van de foutenleer in geschil. Het hof komt tot de slotsom dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1770 en 22/1771</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, B.G. van Zadelhoff, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2025-02-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:5140</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1822</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1828</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1828</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1828"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01749</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1829</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1829</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1829"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01750</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1830</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1830</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1830"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01751</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32088</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32088</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32088"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711019 / JE RK 26-1464</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C. van den Dries</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32699</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32699</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32699"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32700</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32700</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32700"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.28747</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1831</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1831</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1831"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01752</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32701</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32701</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32701"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29071</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1832</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1832</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1832"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01753</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32702</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32702</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32702"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29072</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32704</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32704</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32704"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29566</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1833"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01754</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32705</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32705</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32705"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29572</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32112"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige zorgregeling, voorlopige kinderalimentatie, aanhouding voor zes maanden. Afwijzing verzoek benoeming bijzondere curator.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/674480 / FA RK 24-7560 en C/09/702954 / FA RK 26-3477</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12477</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12477</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12477"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de vrouw ook tijdens de uithuisplaatsing kosten voor het kind blijft maken. Hoewel de exacte omvang daarvan niet volledig is onderbouwd, gaat het om kosten die samenhangen met de verzorging en opvoeding en die deels doorlopen. Omdat deze kosten hoger zijn dan de door de man betaalde bijdrage, ziet de rechtbank geen aanleiding om die bijdrage op nihil te stellen. Het verzoek van de man wordt daarom afgewezen. Daarna verdeelt de rechtbank de beschikbare draagkracht over meerdere kinderen uit verschillende relaties, in een situatie waarin niet aan de volledige behoefte van alle kinderen kan worden voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/379419 FA RK 26/3482</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1834"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01755</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32706</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32706</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32706"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29673</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6905</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6905</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6905"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het gerechtshof vernietigt de beslissingen van de rechtbank over de zorgregeling en de dwangsom en wijst het verzoek van de vader om een zorgregeling vast te stellen alsnog af. Het gerechtshof acht het vaststellen van een zorgregeling met de vader in strijd met de zwaarwegende belangen van de minderjarige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.370.569</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2024:3308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:3308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2024:3308"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vermakelijkhedenretributie Dorpsgracht Giethoorn; sprake van vermakelijkheid en voorzieningen in de zin van artikel 229, eerste lid, aanhef en onder c, Gemeentewet; belastbare feit doet zich voor; geen sprake van onredelijke en willekeurige belastingheffing; geen schending gelijkheidsbeginsel. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_23_394</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Rijksen, A.M. den Dulk, B.S. Kats</contributor><issued>2024-06-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32707</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32707</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32707"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25129</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8312</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8312</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8312"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">MRB; kampeerautotarief terecht verleend met ingang van het begin van het tijdvak waarin het verzoek is gedaan; geen strijd met het evenredigheidsbeginsel. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2209</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:6924</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:6924</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:6924"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep is ingesteld tegen de afwijzing van een herzieningsverzoek door de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven. De rechtbank komt tot het oordeel dat deze afwijzing terecht was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/6339</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H. de Regt</contributor><issued>2025-07-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:6485</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6485</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6485</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6485"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven het verzoek van [appellante] om herziening van het besluit van 8 augustus 2023 afgewezen. [appellante] verbleef in juni t/m augustus 1964 om medische redenen in kindertehuis De Krabbebossen in Rijsbergen. [appellante] heeft op 27 december 2022 de CSG verzocht om een tegemoetkoming op basis van de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg. De CSG heeft op 22 februari 2023 de aanvraag afgewezen, en dit besluit gehandhaafd bij besluit van 8 augustus 2023. Daaraan heeft de CSG ten grondslag gelegd dat De Krabbebossenn 1964 geen instelling was in de zin van de Tijdelijke Regeling, zoals bedoeld in artikel 1 sub e, waaronder een aanbieder van residentiële hulpverlening aan jeugdigen ten behoeve van jeugdbeschermingsmaatregelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504496/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:6924</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32098</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32098</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32098"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling staatloosheid - relevante landen: Palestijnse Gebieden, Syrië, Saoedi-Arabië, Jordanië en Zweden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/703366 / HA RK 26-240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. A.M. van der Vliet</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1835"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01760</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32708</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32708</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32708"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.28641</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7688</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7688</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7688"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA, aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/8085</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7695</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7695</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7695"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA, bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7159</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1836"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01761</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32709"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Pkv</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.26499</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32128</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32128</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32128"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening: afwijzing toevertrouwing, voorlopige kinderalimentatie (woonbudget en schulden)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711581 / FA RK 26-8779</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Hees</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10690"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Pools executie-EAB. (EAB I). Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW. Geen 12 onder b, Khuzdar-arrest. Afzien van weigeren. Lijstfeit. Dubbele strafbaarheid. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-220425-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P.M. Fruytier, mr. dr. W.A.J.P. van den Reek, mr. B.M. Vroom-Cramer</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6768"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 80 uren en een rijontzegging van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk. De verdachte is schuldig bevonden aan een verkeersovertreding, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.047362.26 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. de Ruiter, mr. S.M.M. Bordenga, mr. H.B De Hek</contributor><issued>2026-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2026:6769</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6769</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6769</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6769"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Herstelvonnis op ECLI:NL:RBOVE:2026:6768.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.047362.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. de Ruiter, mr. S.M.M. Bordenga, H.B. de Hek</contributor><issued>2026-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2026:6768</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7696</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7696</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7696"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA, bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/8237</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3458</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3458</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3458"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Tweetrapsmaking. Deskundigenbericht voor de waardering van een geldlening en vermogen van de vof.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.336.970_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.I.M.W. Bartelds, mr. R.R.M. de Moor, mr. M. Breur</contributor><issued>2026-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2656</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3952</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1837</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1837</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1837"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01762</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6900</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6900</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6900"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Tussenbeschikking Het hof neemt nu nog geen beslissing over de definitieve zorgregeling. Eerst stelt het hof de ouders in de gelegenheid hulpverlening in te schakelen en vraagt het hof de raad om aanvullend onderzoek te doen naar de zorgregeling. Het hof stelt een voorlopige zorgregeling vast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.589</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32710</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32710</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32710"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Pkv verzoek</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27815</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32099</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32099</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32099"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling staatloosheid - relevante landen: Palestijnse Gebieden, Saoedi-Arabië, Syrië en Zweden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/703359 / HA RK 26-239</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. A.M. van der Vliet</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32711"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">pkv</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.26749</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1838</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1838</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1838"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01765</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6943</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6943</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6943"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis van de voorzieningenrechter waarbij aan de vrouw verlof is verleend om de eerdere veroordeling van de man tot medewerking aan de Mubarat-echtscheiding ten uitvoer te leggen door middel van lijfsdwang. Daarnaast veroordeelt het hof de man tot betaling van de proceskosten van de vrouw in hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.266</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19710</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19710</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19710"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/705137 / KG ZA 26-507</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Hoekstra-van Vliet</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6901</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6901</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6901"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Tegen beslissingen die de kinderrechter neemt op grond van artikel 1:262b BW is in beginsel geen hoger beroep mogelijk (appelverbod). Ten aanzien van de uitvoering van de ondertoezichtstelling door het LET volgt het hof de moeder in haar stelling dat sprake is van een doorbrekingsgrond. Net als de moeder is het hof van oordeel dat de kinderrechter hier ten onrechte artikel 1:262b BW niet heeft toegepast. Het hof toetst het verzoek van de moeder om te beslissen dat de GI in plaats van het LET de ondertoezichtstelling weer moet uitvoeren, inhoudelijk en wijst het verzoek af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.414</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1839</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1839</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1839"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01766</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6898</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6898</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6898"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het hof verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek in hoger beroep. Naar het oordeel van het hof staat geen afzonderlijk hoger beroep open tegen de tussenbeschikking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.415</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1840"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01767</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7881</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7881</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7881"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Betaling factuur voor nieuwe keuken. Ambtshalve toetsing. Betalingsverplichting wordt met toepassing Sanctiemodel verminderd met 20%. Bik en rentebedingen zijn onredelijk bezwarend..</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12152332 \ MC EXPL 26-1626</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.W. Nederveen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10764</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10764</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10764"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurster heeft zonder toestemming van Laurentius een vaste trap naar de zolder geplaatst in haar huurwoning. Ook heeft zij in haar huurwoning zonder toestemming een tegelvloer geplaatst. Laurentius wil dat het gehuurde terug wordt teruggebracht in oorspronkelijke staat. Zij wil de herstelwerkzaamheden ten aanzien van de trap zelf uitvoeren, nu de werkzaamheden zien op de constructie van de woning. Zij wil dat huurster dit toelaat en de kosten betaalt. De kantonrechter wijst de vordering tot het toelaten van het herstel aan de trap toe. Ook moet huurster de kosten daarvoor betalen. Ten aanzien van de vloer wordt de vordering afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12129432 \ CV EXPL 26-838 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32135"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Herstelbeschikking. Tijdstip in het lichaam verbeterd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/695474</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:518</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:518</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:518"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Teeltverbod, knolcyperus. Het College is van oordeel dat de minister het in bezwaar gehandhaafde teeltverbod op het punt van de afbakening van het perceelsgedeelte waarvoor het geldt, onzorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Het College vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op om een nieuw besluit te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/251</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. D. Brugman, mr. W.C.E. Winfield, mr. M.L. Noort</contributor><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Regeling plantgezondheid</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1841</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1841</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1841"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01768</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10787</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10787</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10787"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Eindbeschikking. Verzoeker heeft verzoeken gewijzigd na tussenvonnis. Verweerders hebben ook naar aanleiding van de betekening van de gewijzigde verzoeken niet gereageerd. Verzoeken worden grotendeels toegewezen. Ambtshalve toetsing transitievergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11960743/AZ VERZ 25-93 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32122</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32122</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32122"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling staatloosheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704180 / HA RK 26-274</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Boone</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1842</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1842</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1842"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01769</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10794</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10794</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10794"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447776 / HA ZA 26-234 (T)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6008</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6008</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6008"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 11690099 \ UC EXPL 25-4091</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C.P.M. Straver</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1843"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01770</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6359</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6359</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6359"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het gestelde gebruik van het perceel [locatie A] in Est als veehouderij, afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie B] in Est. [partij] woont schuin tegenover hem, aan de [locatie C]. Hij heeft rond zijn woning ongeveer 7 ha weidegrond. Ten tijde van de besluiten van het college hield [partij] op zijn gronden ongeveer 35 schapen en een aantal paarden. [appellant] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen het exploiteren van een veehouderij aan de [locatie C]. Naar aanleiding hiervan heeft een toezichthouder van de gemeente op 14 september 2022 een controle uitgevoerd en geen overtredingen geconstateerd. Bij het besluit van 10 maart 2023 heeft het college het handhavingsverzoek afgewezen.Naar aanleiding van het bezwaar van [appellant] heeft het college bij het besluit van 10 mei 2024 alsnog aan [partij] een last onder dwangsom opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406600/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1844</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1844</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1844"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01771</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8343</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8343</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8343"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen weigering omgevingsvergunning en beroep tegen handhavingsbesluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3975 en 26/2530</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7699</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7699</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7699"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het verkeersbesluit om twee parkeerplaatsen aan te wijzen als parkeergelegenheid voor het opladen van elektrische voertuigen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het verkeersbesluit, voor zover het besluit ziet op die aangewezen locatie, niet in stand kan blijven. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is. De rechtbank neemt zelf een beslissing op het bezwaar van eiseres door het verkeersbesluit te herroepen voor zover daarbij de twee parkeerplaatsen worden gereserveerd voor het opladen van elektrische voertuigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/266</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Moed</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32110</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32110</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32110"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Benoeming bc</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713507 / FA RK 26-10001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Olland</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1845"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01772</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8345</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8345</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8345"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor compensatie op grond van de ex-toeslagpartnerregeling. Eiser is het hier niet mee eens. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/2623</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.H.W. Bodt</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6551</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6551</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6551"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiser op grond van de Wet open overheid om openbaarmaking van documenten over – kort gezegd – het verkeerskundig rapport over de verkeerssituatie in verband met het ‘projectplan Telgendijk’ in Enschede. Het college heeft een aantal documenten (gedeeltelijk) openbaar gemaakt, waaronder de offerte en de opdrachtverlening voor het opstellen van het rapport. Eiser is het er niet mee eens dat enkele passages van deze twee documenten zijn weggelakt. In de loop van de beroepsprocedure heeft het college deze passages alsnog openbaar gemaakt. De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang meer heeft bij een oordeel van de rechtbank over de besluitvorming van het college over het verzoek. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk en komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling daarvan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/3797</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van Berlo</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6553</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6553</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6553"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot afgifte van een hond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351864 / KG ZA 26-204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. Bottenberg-van Ommeren</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31945"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Maatregel 591a. Niet betwiste gronden voldoende om onderduikrisico aan te nemen. De minister heeft geen aanleiding hoeven zien voor de toepassing van een lichter middel. Ambtshalve toetsing leidt niet tot een ander oordeel. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63505</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. Weeda</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31959</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31959</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31959"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser is vrijwillig teruggekeerd naar Libië.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.38607</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.M. Brandwacht-Kampman</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6991"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incidenteel spoedverzoek door een belanghebbende in een verzoekschriftprocedure tot schorsing van een door de rechtbank gelast getuigenverhoor. Spoedverzoek wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.769/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2026:2437</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:2351</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:5284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6556</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6556</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6556"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verkeersbesluit. Ordemaartregel wordt opgeheven. Geen spoedeisend belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2887</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. K. Ides</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5284"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schorsingsincident in verzoekschriftprocedure. Verzoek toegewezen. Sprake van kennelijke misslag. Belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.769/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2026:2437</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6991</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:2437</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2437</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:2437"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopige bewijsverrichtingen (inzage gegevens en voorlopig getuigenverhoor). ICT-leverancier stelt dat voorgenomen aansluiting van derden op elektronisch patiëntendossier van ziekenhuis in strijd is met aanbestedingsrecht. Vraag in hoeverre deze leverancier, om deze stelling nader te kunnen onderbouwen, aanspraak kan maken op inzage in interne bestuursstukken ziekenhuis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/251280 HA RK 25-89</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.S. Huizinga</contributor><issued>2026-06-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:5284</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6991</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:2351</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2351</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:2351"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanbestedingswet. Kort geding. Algemeen ziekenhuis is geen aanbestedende dienst. Vrijwillige transparantie vooraf (artikel 4.16 Aw). Wezenlijke wijziging. Hof oordeelt dat algemeen ziekenhuis kan aansluiten op EPD UMCG zonder dat nieuwe aanbesteding van het EPD van UMCG nodig is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.945/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Kort geding</description><issued>2026-04-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6991</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15051</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15051</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15051"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onbetaalde facturen. Vordering grotendeels toegewezen. Partijen hebben met elkaar overeenkomst van opdracht gesloten en gedaagde is een redelijk loon verschuldigd nu zij daadwerkelijk diensten heeft afgenomen bij eiseres. De verweren van gedaagde, waaronder over verjaring en verrekening. slagen niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12270412 CV EXPL 26-15066</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15200"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag bewindvoerder en schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11981635 BM VERZ 25-3387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6623</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6623</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6623"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie, samengesteld gezin. Verdeling van de draagkracht van vijf onderhoudsplichtige (stief)ouders over zes kinderen in drie gezinnen. Combinaties van een tekort aan draagkracht in een gezin en een overschot elders. De rechtbank vergelijkt de uitkomst van de gangbare methode met de uitkomst van de schottenmethode en stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/339315 / FA RK 25-2546</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Jongebreur</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15243"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Beroep niet tijdig beslissen. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat met de vaststellingsovereenkomst ook bedoeld is het besluit van 21 augustus 2024 onder de finale kwijtingsbepaling te scharen. Eiseres heeft daarom procesbelang bij dit beroep gericht tegen het uitblijven van een besluit op het bezwaar tegen dat besluit. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/2363</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15300"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Beroep niet tijdig beslissen. In zijn algemeenheid neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat aanvragen en besluiten met betrekking tot dezelfde regeling samenhangend zijn, ook indien die zien op verschillende toeslagjaren. Onverkorte toepassing van dit uitgangspunt kan echter leiden tot ontzegging van een rechtsingang. Omdat verweerder de toeslagjaren 2012 en 2014 en 2019 niet heeft betrokken bij de integrale beoordeling, moest verweerder voor 21 januari 2022 een besluit nemen over deze jaren. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/1928</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Geen Voorzitter !!!</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15301</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15301</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15301"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Beroep niet tijdig beslissen. Eiseres heeft beroep ingesteld wegens het niet-tijdig nemen van besluit op het ‘bezwaar’ tegen de vooraankondiging als bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, van de Wht, dat verweerder heeft opgevat als een bezwaar gericht tegen het definitieve compensatiebesluit. Eiseres heeft twee keer een identiek beroepschrift ingediend. Verweerder kan niet meermaals worden opgedragen een besluit te nemen op hetzelfde bezwaar. Het eerste beroep is daarom gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/737 en ROT 26/1383</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15392"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">KG. De relatie tussen partijen is geëindigd. Eiser is enig eigenaar van de woning waarin zij woonden. In geschil is aan welke partij het gebruik van de woning (voorlopig) toekomt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726450 / KG ZA 26-969</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1846</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1846</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1846"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01773</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1050</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1050</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1050"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Medeplegen van plofkraak oftewel diefstal met braak en ontploffing met gevaar voor goederen (art. 311 Sr en 157 Sr). Het eerse middel met bewijsklachten faalt (81.1 RO). Het tweede middel over toewijzing van immateriële schade aan een omwonende slaagt. Het oordeel van het hof dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze is onvoldoende gemotiveerd, waarbij moeten worden betrokken het feit dat bewezenverklaring geen betrekking heeft op gevaar voor personen en de summiere onderbouwing van de gevolgen voor de benadeelde partij. Conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging, tot strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie en tot terugwijzing naar het hof om de vordering benadeelde partij opnieuw te beoordelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03746</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1847"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01775</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7885</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7885</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7885"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Executiegeschil. De tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt niet geschorst. Geen misbruik van bevoegdheid (artikel 3:13 BW). (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2026:6178)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12429893 \ LV EXPL 26-54</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.J. Baken</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6178</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6178</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6178"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. De (geluids)overlast die huurder veroorzaakt rechtvaardigt de gevorderde ontruiming. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2026:7885)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12290900 \ LV EXPL 26-27</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15451</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15451</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15451"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726306 / JE RK 26-1822</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32134"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">vader is geschorst in het gezag ivm detentie in Marokko. Het primaire verzoek tot eenhoofdig gezag wordt afgewezen omdat hiervoor een wettelijke basis ontbreekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/697948 / FA RK 26-502</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Hees</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1045"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Partiële bevestiging van mondeling vonnis politierechter met opgave van bewijsmiddelen a.b.i. 359 lid 3 Sv. Kon enkelvoudige kamer van hof bij mondeling arrest dat vonnis zonder weergave van inhoud van bewijsmiddelen (partieel) bevestigen, nu in hoger beroep namens verdachte vrijspraak is bepleit? De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00501</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32714</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32714</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32714"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Civiel recht, kort geding, overheidszaak, verbintenissenrecht Procedure over de vraag of de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf is verjaard. De vordering van eiser om de tenuitvoerlegging te staken wordt afgewezen. Na erkenning van een in België gewezen vonnis zijn op de tenuitvoerlegging van de straf de Nederlandse regels van toepassing. De Belgische verjaringsregels zijn niet van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712689 / KG ZA 26/997</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Dondorp</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11022</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11022</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11022"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanekamer. Invoer roestvrijstalen buiten en pijpen. Antidumping. Indeling GN en oorsprong goederen. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.K.A. Efstratiades, S.J. Richters, mr. W.M.C. Schipper</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:4321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:4321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:4321"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Wederspannigheid, meermalen gepleegd. Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd. Mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001781-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.A.J.M. Lavrijssen, mr. T. van de Woestijne</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6711"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Diefstal met geweld mishandeling pij maatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.21951.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.T.C. Jordaans, P. de Mos, mr. M.H. van der Lecq</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:15152</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:15152</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:15152"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">jeugdstraf; bewijsoverweging medeplegen diefstal uit seniorenwoning en diefstal van auto met gestolen sleutel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/016747-26 en 15/142082-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32130</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32130</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32130"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Eenhoofdig gezag toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/699257 / FA RK 26-1293</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Boone</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1042</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1042</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1042"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Klacht over afwijzing aanhoudingsverzoek slaagt. De verwijzing door het hof naar ‘de ouderdom van de zaak’ is niet zonder meer begrijpelijk, nu sinds het moment van het aanhoudingsverzoek en het plegen van het feit niet meer dan vijftien maanden zijn verstreken. De overige door het hof genoemde omstandigheden kunnen oordeel hof niet dragen. Hof heeft in onvoldoende mate blijk gegeven van een afweging van alle bij aanhouding betrokken belangen. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01099</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6714</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6714</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6714"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Aanranding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 0808021726</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. de Mos, mr. B.T.C. Jordaans, mr. M.H. van der Lecq</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15479"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, diefstal door twee of meer verenigde personen en als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk tot ontbranding brengen. Voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke werkstraf. Gedeeltelijke toewijzing vorderingen benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-218392-25 en: TUL: 10-018031-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10691</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10691</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10691"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Pools executie-EAB. (EAB II). Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW. Geen art. 12 onder b, Khuzdar-arrest. Kan niet worden geconcludeerd dat de opgeëiste persoon op de hoogte was (of had moeten zijn) van de procedure in hoger beroep. Evenmin kan daarom sprake zijn van de situatie dat de opgeëiste persoon ofwel stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om bij zijn proces in hoger beroep aanwezig te zijn, ofwel dat hij in dat kader kennelijk onzorgvuldig is geweest als het gaat om het ontvangen van post van de justitiële autoriteiten in Polen. De rechtbank kan op basis van de verstrekte informatie niet vaststellen of de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten in de hoger beroep procedure heeft kunnen uitoefenen. De rechtbank zou hierover nadere vragen willen stellen, maar constateert dat daarvoor geen termijn meer resteert. Overlevering geweigerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-220482-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P.M. Fruytier, mr. dr. W.A.J.P. van den Reek, mr. B.M. Vroom-Cramer</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15491"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Diefstal door twee of meer verenigde personen en als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk tot ontbranding brengen. Een onvoorwaardelijke werkstraf. Vorderingen benadeelde partijen niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-218362-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10942</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10942</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10942"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Griekenland. Artikel 11 OLW: geen wijziging in de omstandigheden binnen een redelijke termijn. Individueel gevaar niet voor de opgeëiste persoon weggenomen. De rechtbank geeft geen gevolg aan het EAB en verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-094759-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.L.S. Ceulen, mr. B.M. Vroom-Cramer, mr. M. Westerman</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15430"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, diefstal door twee of meer verenigde personen en als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk tot ontbranding brengen. Voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke werkstraf. Gedeeltelijke toewijzing vorderingen benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-218381-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8363"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek eerste ondertoezichtstelling toegewezen voor een jaar. Veel zorgen. Volledige termijn is noodzakelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/447090 / JE RK 26-646</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15414</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15414</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15414"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, diefstal door twee of meer verenigde personen en als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk tot ontbranding brengen. Voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke werkstraf. Gedeeltelijke toewijzing vorderingen benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-218375-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6629"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer treedt in dienst bij tweede werkgever zonder dit te melden bij eerste werkgever en meld zich daarna ziek bij eerste werkgever. Rechtsgeldig ontslag op staande voet. Werknemer moet ontvangen loon terugbetalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12041616 UE VERZ 26-8 en 12046952 \ UE VERZ 26-10</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C.P.M. Straver</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8361</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8361</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8361"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM 1 jaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/446334 / FA RK 26-1491</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8358</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8358</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8358"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgmachtiging voor de duur van een jaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450331 / FA RK 26-3631</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7839</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7839</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7839"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5967</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7840"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5465</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32715"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Gemeentelijke opvang Oekraïners. Interne verhuizing binnen opvanglocatie. Belangenafweging in voordeel van verzoekster. vovo toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/3609</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.A.G. van Dijk</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14230</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14230</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14230"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurrecht bedrijfsruimte. Verzoek tot het benoemen van een deskundige op de voet van artikel 7:304 lid 2 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/12139365</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32716"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening hangende verzet. De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.67117</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7841</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7841</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7841"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO intrekking pkv, geen gemachtigde</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15445</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15445</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15445"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726422 / JE RK 26-1833</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7843"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5862</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:311</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:311</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:311"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Schietincident bij een nachtclub op Sint Maarten. Medeplegen doodslag. Verdachte en twee medeverdachten schieten kort na elkaar op het vluchtende slachtoffer, dat dodelijk wordt getroffen. Niet vereist is dat wordt vastgesteld wie het dodelijke schot heeft gelost. Het verweer dat verdachte in de lucht heeft geschoten, wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. Verdachte heeft vanuit een verhoogde positie ten minste driemaal op het te voet vluchtende slachtoffer geschoten en daarmee bewust de aanmerkelijke kans op diens dood aanvaard. Gevangenisstraf van 12 jaren. Vordering benadeelde partij: begrafeniskosten hoofdelijk toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Geen wettelijke grondslag voor vergoeding van affectieschade. Niet-ontvankelijkheid ten aanzien van shockschade wegens onvoldoende onderbouwing van geestelijk letsel; nader onderzoek zou het strafgeding onevenredig belasten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: H-117/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A. Lensink, mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, mr. E.M.J. Brink</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32133</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32133</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32133"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, vervangende toestemming verhuizing en aanvraag identiteitsbewijzen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709361 / FA RK 26-7379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Boone</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8353"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">LH. De inspecteur heeft een naheffingsaanslag LH opgelegd voor het tijd 1-1-2021 tot en met 31 december 2023 ter zake van privéopnamen van de broer van de dga, opgelegde verkeersboetes en privégebruik van bestelauto’s. Er zijn ook verzuimboetes opgelegd en er is belastingrente in rekening gebracht. In geschil is of de privéopnamen terecht zijn gecorrigeerd als loon en of terecht een looncorrectie is doorgevoerd in verband met privégebruik van de bestelauto’s. Belanghebbende stelt dat de privéopnamen een lening dan wel rekening-courantschuld betreft, maar maakt dit niet aannemelijk. Vaststaat dat de bestelauto’s ter beschikking stonden van de werknemers. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van doorlopend wisselend gebruik of een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik. Het is dan aan belanghebbende om te doen blijken dat met de bestelauto’s jaarlijkse niet meer dan 500 kilometer privé is gereden. Belanghebbende slaagt niet in haar bewijslast. De rechtbank is daarom van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Ook de opgelegde verzuimboetes zijn passend en geboden. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3971</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit, mr. M.F. Kossen, mr. M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7842</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7842</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7842"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5848</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7844</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7844</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7844"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5940</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32146"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">VOTS + MUHP</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713089 / JE RK 26-1665</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. van Die</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:3574</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3574</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:3574"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De voorzieningenrechter beslist dat gedaagde partij bepaalde foto’s van haar website moet afhalen waarvan zij heeft erkend dat deze van de website van eisende partij zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/779359 / KG ZA 25-968 MK/EvK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-04-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7845"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5676</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32717</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32717</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32717"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eerste beroep vreemdelingenbewaring – terugkeerbesluit – grondslag van de vreemdelingenbewaring – ander land van terugkeer in het terugkeerbesluit genoemd – lp-aanvragen op de zaak betrekking hebbende stukken – verplichting verweerder overleggen lp-aanvraag - beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32718</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32718</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32718"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring – artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw – voortvarend handelen – beroep ongegrond – geen pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64447</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8365</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8365</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8365"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">afwijzing handhavingsverzoek; beroep; ongegrond; geen proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/1048</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.G. Noordhof</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10799"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Vrijspraak poging tot doodslag en zware mishandeling. Bewezenverklaring poging tot zware mishandeling en openlijke geweldpleging. Jeugddetentie gelijk aan voorarrest, voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van 2 jaar en een werkstraf. TUL toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-262940-25; 02-231017-23 (tul)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10832</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10832</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10832"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling poging tot doodslag door met mes in rechter borst/thorax te steken. Voorwaardelijk opzet. Beroep op noodweer(exces) verworpen. Gevangenisstraf 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, proeftijd 3 jaar. Bijzondere voorwaarden. Dadelijk uitvoerbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 06.116263.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10835"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk zonder de vereiste registratie in voorraad hebben van ruim 146 kilogram ketamine. De verklaring van verdachte wordt als ongeloofwaardig terzijde geschoven. De rechtbank kan niet anders dan concluderen dat verdachte bewust van zijn route is afgeweken om de ketamine in te (laten) laden. De rechtbank zoekt aansluiting bij de straffen die voor het aanwezig hebben van harddrugs worden opgelegd. De rechtbank legt aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-086733-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.E.I. Beudeker, mr. P.E. van Althuis, mr. R.J.H. de Brouwer</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30325</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30325</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30325"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Relatieve bevoegdheid; Vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) versus bescherming van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, reputatie en eer en goede naam (art. 8 EVRM). Uitlatingen onrechtmatig? Rectificatie; geen SLAPP</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712292 / KG ZA 26-976</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bordes</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8398</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8398</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8398"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">groepsverbod; 172a Gemeentewet; voorlopige voorziening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/5379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.P.C.G. Derksen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3556</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3556</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3556"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige alimentatie; ontvankelijkheid hoger beroep: tussenbeschikking? Alleen al vanwege ingangsdatum deelbeschikking; Samengesteld gezin; Behoefteberekening kind met nieuwe partner; draagkracht; geen actuele gegevens draagkracht vader van stiefkinderen man. Voor over mogelijk draagkrachtvergelijking met ‘zuivere draagkracht’.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.221/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.P. de Beij, mr. E.M.D.M. van der Linden, mr. G.M. Goes</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14332"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Waren de onderhandelingen tussen partijen over de overdracht van het bedrijf van gedaagden aan eisers al zo ver gevorderd dat de gemaakte afspraken moeten worden nagekomen? De rechtbank is van oordeel dat partijen nog geen overeenstemming hadden over alle belangrijke punten van de overeenkomst, zij verschilende bijvoorbeeld over de overnamesom. De vordering van eisers tot nakoming van de gemaakte afspraken wordt afgewezen. Ook wordt de vordering afgewezen dat gedaagden een vergoeding moeten betalen voor de door eisers in het bedrijf verrichte werkzaamheden. De werkzaamheden van eiseres sub 2 zijn al afgerekend. Voor het vergoeden van werkzaamheden van eiser sub 1 is geen grond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/372776/ HA ZA 25-799</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:7152</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:7152</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:7152"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het openbaar ministerie is in hoger beroep gegaan tegen de toewijzing van de schorsing van de voorlopige hechtenis ter executie van een onherroepelijk opgelegde gevangenisstraf. Het hof stelt vast dat er een landelijke discussie bestaat met betrekking tot onderhavig onderwerp. Nu de Hoge Raad hier nog geen duidelijkheid over heeft gegeven en het openbaar ministerie geen concrete problemen aan de toewijzing van dergelijke verzoeken ten grondslag heeft gelegd, kan het hof zich voorlopig vinden in de lijn dat verdachte in de gelegenheid moet kunnen worden gesteld om in het kader van een schorsing een onherroepelijk opgelegde straf uit te zitten. Het hof bevestigt de beschikking waarvan beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 000871-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32721</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32721</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32721"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, eerste beroep, 59a, eiser heeft rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder m van de Vw, gronden maatregel niet betwist, onderduikrisico, geen lichter middel, voldoende voortvarend en zicht op overdracht, overdracht ingepland maar nog niet zeker door handblessure van eiser, refoulementbeoordeling heeft plaatsgevonden, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.65369</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7882</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7882</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7882"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Betaling van facturen voor juridische dienstverlening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12273241 \ MC EXPL 26-3224</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.W. Nederveen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32722</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32722</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32722"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">spoedvovo, geplande overdracht Italië, beroep te laat ingediend, niet verschoonbaar, vovo afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.50937</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3558</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3558</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3558"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie. Schulden zijn van invloed op de draagkracht van de onderhoudsplichtige. Het hof legt een minimale bijdrage op. Vrouw moet teveel ontvangen kinderalimentatie terugbetalen, gelet op verstekbeslissing in eerste aanleg, innen kinderalimentatie ondanks hoger beroep en hoogte draagkracht vrouw ten opzichte van de behoefte van de kinderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.447/01 en 200.355.447/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Bossink, mr. S.P.A. Wensink-Vergunst, mr. A.M. van Riemsdijk</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7846</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7846</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7846"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6023</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8401</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8401</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8401"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen omgevingsvergunning. Vakantiepark. Afwijking bestemmingsplan. Verkeersonderzoek. Goede procesorde. Goede ruimtelijke ordening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3372</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32144"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/701385 / JE RK 26-424</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.L. van der Waals</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32611</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32611</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32611"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AA, Syrië, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.26664</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.A.G. van Dijk</contributor><issued>2026-11-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32131</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32131</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32131"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">overeenstemming, beide ouders storten even hoge bijdrage op kindrekening. De vader doet een eenmalige storting omdat de moeder in de afgelopen periode meer kosten heeft gedragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/688753 / FA RK 25-5475</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Hees</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7879"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5974</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32108</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32108</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32108"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling staatloosheid</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/705197 / HA RK 26-336</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Boone</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7877"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5973</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7878"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5975</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7876"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5647</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6723</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6723</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6723"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlening vervangende toestemming medische behandeling. Kinderrechter overweegt dat speltherapie een medische behandeling is en dat deze behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351813 / JE RK 26-1572</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Couperus-van Kooten</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6726"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. De minderjarigen hebben last van persoonlijke problematiek en behoefte aan een voorspelbare omgeving. De ouders kunnen niet aansluiten bij de intensieve ondersteuningsbehoefte van de minderjarigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351253 / JE RK 26-1462</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Couperus-van Kooten</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3560</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3560</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3560"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Raadsonderzoek. Vernietiging van de gedane erkenning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.354.785/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.P. de Beij, mr. E.M.D.M. van der Linden, mr. F. Dunki Jacobs</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6721</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6721</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6721"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing verlenging ondertoezichtstelling. Er is nog geen ouderschapsplan en dat is wel nodig om onduidelijkheid en onrust rond de minderjarige te voorkomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351815 / JE RK 26-1573</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Couperus-van Kooten</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32177</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32177</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32177"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel- en migratiebeheerverordening - interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije - opvangomstandigheden, detentieomstandigheden en toegang tot rechtsbijstand - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45533</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.D. Gunster</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32726"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep te laat ingesteld bij de officier van justitie. Het is niet aannemelijk geworden dat de overschrijding van de beroepstermijn redelijkerwijs niet aan betrokkene kan worden toegerekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12266200 MB VERZ 26-3395</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M.F. Holtrop</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7612</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7612</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7612"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststellen bevoegd gezag handhaving vergunningvoorschrift. Vergunning voor inrichting verleend onder oud recht. Is het bevoegd gezag gewijzigd onder Omgevingswet? 4.16 Omgevingsbesluit: locatie wordt vastgesteld op basis van de bij eerder verleende vergunning vastgestelde locatie van (inmiddels) complex bedrijf ex art. 3.79 Bal.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/569</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Heijerman, mr. J.H.G. van den Broek, mr. K.A. Maarschalkerweerd</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6725</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6725</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6725"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling. De stabiliteit die in de afgelopen periode is bereikt is nog kwetsbaar. Verder is het van belang dat de geadviseerde hulpverlening ook daadwerkelijk wordt gestart.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/352122 / JE RK 26-1625</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Couperus-van Kooten</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6724</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6724</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6724"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing ondertoezichtstelling ongeboren kind. Bij de ouders is persoonlijke problematiek. Er moeten nog stappen worden gezet in de vele hulpverleningstrajecten. Er is regie van de GI nodig om tot een concreet plan te komen voor hulp en ondersteuning voor het gezin rond en na de bevalling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/352234 / JE RK 26-1644</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Couperus-van Kooten</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:8139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:8139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:8139"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">JSR. Veroordeling voor verkrachting. Oplegging van jeugddetentie voor de duur van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk + bijzondere voorwaarden. Verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en consistent. Steunbewijs d.m.v. aangetroffen DNA. Verklaring verdachte onbetrouwbaar. Bij strafoplegging rekening gehouden met de positieve ontwikkelingen bij verdachte. Toewijzing gevorderde materiële schade en matiging van de gevorderde immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01.013987.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.J.W. Hermans, mr. S.S. Arendse, mr. S.A.E.M. Rampaart</contributor><issued>2025-12-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32582"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank schorst de vervolging van de verdachte. Daarom neemt zij geen beslissingen over de vorderingen benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/284134-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, mr. J.A.W. van 't Westeinde LL.M., mr. P.L. Loeb</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6720</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6720</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6720"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming voor het aanvragen van identiteitsbewijzen wordt toegewezen, omdat het in het belang van de kinderen is dat zij zich kunnen legitimeren en de vader geen toestemming heeft gegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350744 / FA RK 26-2025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B. de Wit</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32730"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eerste beroep vreemdelingenbewaring – beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64476</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:5859</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:5859</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:5859"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Huurinlichtingenformulieren zijn in dit geval op de zaak betrekking hebbende stukken. Aan het ontbreken ervan verbindt de rechtbank geen gevolgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22_3092</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes</contributor><issued>2024-08-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6722</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6722</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6722"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanhouding vanwege ontbreken tolk Spaans.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/340148 / FA RK 25-2717</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Vodegel</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31085</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31085</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31085"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 26 _ 1523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J. Pelinck</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:1343</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1343</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:1343"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ; waardering appartement; invloed naastgelegen nieuwbouw op de waarde; beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_25_241</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32175"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Partijen hebben tijdens de zitting een minnelijke regeling getroffen. Het enige overgebleven geschilpunt is de proceskosten. De voorzieningenrechter compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713233</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Dondorp</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6083</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6083</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6083"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2024:5741. Internationale koop (Weens Koopverdrag). Non-conformiteit. Het Nederlandse bedrijf DWC heeft aan het Indonesische bedrijf PTSL aardbeien-moederplanten en framboos-productieplanten geleverd. In de periode van 2013 tot en met 2016 heeft PTSL veel last gehad van infectie van de planten met de schimmels Fusarium en Rhizoctonia. Zij stelt dat deze schimmels aanwezig waren bij de aflevering door DWC van de planten. Na bewijslevering oordeelt het hof dat van één zending kan worden vastgesteld dat de aardbei-moederplanten bij aflevering besmet waren met deze schimmels en dat deze besmetting heeft geleid tot ziekte en sterfte van de planten. Ten aanzien van die zending wordt de vordering tot prijsvermindering en tot vergoeding van schade nader op te maken bij staat toegewezen. Verder worden DWC en haar bestuurder veroordeeld tot schadevergoeding nader op te maken bij staat doordat zij een onderzoeksrapport hebben vervalst. De vorderingen uit productenaansprakelijkheid en uit tekortschieten in de adviesrelatie worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.329.002</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7884</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7884</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7884"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">KG ontruiming. Verhuurder mocht een tijdelijke huurovereenkomst met huurder sluiten, want Huurder valt onder de doelgroep in de zin van artikel 1 onder c van het Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12350513 \ MV EXPL 26-117</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.W. Nederveen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7880"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">WZD. Voortzetting van de inbewaringstelling. Arts was ten tijde van het afgeven van een medische verklaring voor de crisisopname niet onafhankelijk omdat hij zorg heeft verleend aan betrokkene in het afgelopen jaar. Nieuwe medische verklaring opgesteld na de crisisopname door een ter zake kundige, onafhankelijke arts. De rechtbank vindt dat is voldaan aan het vereiste dat voor de beoordeling van de voortzetting van de inbewaringstelling een medische verklaring moet zijn opgesteld door een ter zake kundige, onafhankelijke arts. Verzoek toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/616095 / FZ RK 26-674</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Weistra</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:211</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:211</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:211"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij belanghebbende is een boekenonderzoek ingesteld. Naar aanleiding daarvan zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd. Het Gerecht is van oordeel dat de Inspecteur tegenover de betwisting door belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de naheffingsaanslagen en vergrijpboetes WB en OB 2019 tijdig zijn bekendgemaakt. De naheffingsaanslagen en vergrijpboetes WB en OB 2019 dienen daarom vernietigd te worden. De naheffingsaanslagen en vergrijpboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ 2019 blijven gehandhaafd. Er is geen aanleiding om uit te gaan van een lager gebruikelijk loon dan zoals door de Inspecteur is gecorrigeerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202505117 tot en met CUR202505119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Pijnenburg, Peter</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAA:2026:251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAA:2026:251"><country>NL</country><court>OGEAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellante heeft diverse artikelen voor haar winkel ten invoer aangegeven. Een aantal goederen is door de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen aangehouden. Nu het invoerverbod van artikel 2 van de Lvmp betrekking heeft op bepaalde plastic producten die bestemd zijn voor eenmalig gebruik, is de vraag of de onderhavige goederen daadwerkelijk als zodanig moeten worden aangemerkt van wezenlijk belang voor de rechtmatigheid van de aanhouding. Het beroep is gegrond. Het gerecht zal verweerder opdragen een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen. Verweerder dient het bezwaar alsnog inhoudelijk te beoordelen en gemotiveerd te beslissen of de aanhouding van de goederen, gelet op het toepasselijke wettelijke kader en hetgeen appellante heeft aangevoerd, in stand kan blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA202600776</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.J.A.M. van Brussel</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAM:2026:139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2026:139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAM:2026:139"><country>NL</country><court>OGEAM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gevolgen voor de inhoud van een overeenkomst die is aangemerkt op grond van de Deliveroo-criteria als een arbeidsovereenkomst. Vergoeding in de aanvankelijk bedachte overeenkomst van opdracht wordt een bruto door de opdrachtgever/werkgever te betalen vergoeding. Werkgever kan daarop in mindering brengen de inhoudingen voor belastingen en premies, alsmede de andere werkgeverslasten. Verwijzing naar de rol voor onder meer een akte uitlaten daarover.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM202600379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.R. Veerman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3561</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3561</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3561"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Raadsonderzoek gezag en informatieregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.354.807/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.P. de Beij, mr. E.M.D.M. van der Linden, mr. F. Dunki Jacobs</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11653</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11653</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11653"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zorgverzekeringsovereenkomst, onbetaalde facturen, toepassing van artikl 6:44 BW. De toepassing van artikel 6:44 BW leidt tot de conclusie dat de verschenen rente tot en met 2 september 2026 en de hoofdsom inmiddels zijn voldaan, waardoor een bedrag van € 243,24 aan gedane betaling resteert. Op verzoek van FBTO zal dit restant worden verrekend met de proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12233431 \ CV EXPL 26-2758</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10965</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10965</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10965"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden voor medeplegen van uitlokking van medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, meermalen gepleegd</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/047449-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.K. Glerum, mr. C. Wildeman, mr. G.J.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9443</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9443</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9443"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bodemzaak. Huur. Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming gehuurde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12282725 CV EXPL 26-3377</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32737</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32737</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32737"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin; AMBV; België; interstatelijk vertrouwensbeginsel; alleenstaande moeder met een minderjarig kind; discretionaire bevoegdheid; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.31053</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.J. Wilts</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11732"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Sprake van onherroepelijke beschikking waarin gedaagde is veroordeeld medewerking te verlenen aan verkoop van de echtelijke woning. Vonnis in de plaats van noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening die nodig is voor overname woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/356884 / KG ZA 26-406</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32738</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32738</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32738"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, omdat al op het beroep is beslist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.31054</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.J. Wilts</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32219</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32219</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32219"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel - Jemen - situatie van willekeurig geweld in Jemen - artikel 3 van het EVRM - beroep gegrond - in beroep naar voren gekomen deelname aan demonstraties in Nederland</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.37475 en NL25.37476</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.C. Laagland</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:10232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:10232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:10232"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De inspecteur verleent aan belanghebbende voor 2022 een voorlopige teruggaaf van € 723. Volgens de aangifte over dat jaar bestaat het verzamelinkomen van belanghebbende uit een AOW-uitkering en belastbare inkomsten uit eigen woning. De inspecteur legt een aanslag op naar een te betalen bedrag van € 723. Indien het verzamelinkomen uitsluitend had bestaan uit de AOW-uitkering, dan zou het opleggen van een aanslag op grond van artikel 9.4, derde lid, onderdeel a, van de Wet IB 2001 achterwege zijn gebleven. In dat geval had belanghebbende het voorschotbedrag niet hoeven terug te betalen. Belanghebbende verzoekt in beroep, mede namens haar partner, om een wijziging van de onderlinge verhouding van de belastbare inkomsten uit eigen woning, in die zin dat die inkomsten geheel worden toegerekend aan haar partner. De rechtbank stelt vast dat een vermindering van de aanslag na de verzochte herverdeling er niet toe kan leiden dat belanghebbende het ontvangen voorschotbedrag niet hoeft terug te betalen. De rechtbank vernietigt daarom de aanslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24_6606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit</contributor><issued>2025-11-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:7032</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:7032</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:7032"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak. Geslaagd beroep op noodweer. Aangeefster heeft verdachte en de dochter van verdachte geduwd en bij de arm vastgepakt. Verdachte heeft een duwende (tegen)beweging gemaakt, welke naar het oordeel van het hof proportioneel is geweest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-004644-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10963"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/047458-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.K. Glerum, mr. C. Wildeman, mr. G.J.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32698</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32698</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32698"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Geen wettelijke grondslag voor simultaan horen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.33004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:6192</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6192</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:6192"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onttrekken aan het gezag van een minderjarige door – terwijl de minderjarige onder toezicht stond van jeugdbescherming door dit kind te onttrekken aan dat gezag en haar mee te nemen naar Frankrijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-147285-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2025-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:7150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:7150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:7150"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het overtreden van een aan hem uitgereikte gedragsaanwijzing, vernieling van een camera en lokaalvredebreuk. Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 80 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 dagen hechtenis. Daarnaast wordt een contact- en locatieverbod opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005131-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:7151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:7151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:7151"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van 3,4 kilogram lachgas. Het hof passeert verweer dat verdachte sliep op basis van een waarneming van een verbalisant dat bestuurder en overige inzittenden een ballon aan hun mond hadden en het verweer geen steun vindt in het dossier en derhalve niet aannemelijk is. Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 dagen hechtenis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-004831-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32183"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De zoon van eiser is tegen de wil van zijn ouders verwijderd van de basisschool waarop hij was ingeschreven. De basisschool heeft tot deze maatregel besloten omdat zij merkte dat zij niet de onderwijsondersteuning kon bieden nodig was. De school vindt dat het speciaal basisonderwijs daarom geschikter is. De ouders zijn het daarmee niet eens; zij hebben hun bezwaren onder meer voorgelegd aan de Geschillencommissie Passend Onderwijs. De geschillencommissie heeft het bezwaar van de ouders tegen de verwijdering gegrond verklaard, omdat geen toelaatbaarheidsverklaring (TLV) was aangevraagd en de commissie heeft geadviseerd een TLV speciaal onderwijs aan te vragen. Deze TLV is op verzoek afgegeven. Ook zijn meerdere scholen voor speciaal basisonderwijs bereid gevonden de zoon van eiser in te schrijven, maar dat willen de ouders niet. Zij zijn van mening dat hun zoon regulier basisonderwijs kan volgen. In deze procedure eisen zij dat hun zoon weer wordt ingeschreven bij zijn oude basisschool. Omdat eiser geen bezwaar heeft ingediend tegen het besluit tot verlening van de TLV speciaal onderwijs, is dit besluit komen vast te staan. In deze procedure moet de rechtbank er daarom vanuit gaan dat die TLV terecht is verleend en dat de zoon van eiser (dus) niet in staat is regulier basis onderwijs te volgen. Daarom wijst de rechtbank de vorderingen van eiser af. De rechtbank veroordeelt eiser in de proceskosten; niet in de werkelijke proceskosten, zoals gedaagden hadden gevorderd, maar wel met toepassing van een hoger liquidatietarief omdat in de dagvaarding aanzeggingen in strijd met de wet zijn gedaan en erg onoverzichtelijk is geprocedeerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/705839</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.J. Seinen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32742"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">grensdetentie, artikel 6, derde lid Vw, informatiefolder in de onjuiste taal uitgereikt, 6:22 Awb, uit het dossier blijkt voldoende duidelijk op welke wijze de screeningsprocedure is verlopen en welke instanties/ambtenaren daarbij betrokken zijn geweest, onduidelijkheden in de tijdlijn en registratie zijn weggenomen door pv's van bevindingen, gehoor en lichter middel, toegangsgronden en detentiegrond, beroep ongegrond, wel PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64926</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11813</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11813</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11813"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Civiel recht. Kort geding. Straat- en contactverbod na einde affectieve relatie. Verboden toegewezen voor de duur van 4 maanden onder toekenning van een dwangsom voor het contactverbod en een machtiging sterke arm voor het straatverbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/356537 / KG ZA 26-390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:17086</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17086</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:17086"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo wmo. Aan verzoekster is de maatwerkvoorziening (beschermd) wonen toegekend. Er is echter een wachtlijst. Verweerder wordt opgedragen om in afwachting van de beslissing op bezwaar uiterlijk per 8 juli 2026 te bepalen in welke omvang verzoekster woon- of begeleidingshulp nodig heeft en op welke passende hulp wordt geboden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/3955</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van Paridon</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3200"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil over twee uitlatingen van een lid van de gemeenteraad in Rotterdam over een ondernemer, die daar een speelpark exploiteert. De ondernemer stelt dat het gemeenteraadslid met deze uitlatingen onrechtmatig tegenover hem heeft gehandeld. Hij doet een beroep op de bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, reputatie en eer en goede naam en vordert rectificatie. Het gemeenteraadslid beroept zich op zijn vrijheid van meningsuiting. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van de ondernemer gedeeltelijk toegewezen en geboden dat het gemeenteraadslid een rectificatie plaatst. Het hof komt tot een ander oordeel en wijst de vorderingen van de ondernemer alsnog af. Het hof wijst de vordering van het gemeenteraadslid, gegrond op art. 237 lid 6 Rv, tot vergoeding van zijn volledige proceskosten af. Dit geding is naar het oordeel van het hof geen SLAPP-rechtszaak (een geding als bedoeld in art. 237 lid 6 Rv/art. 4 Richtlijn (EU) 2024/1069). Verder enkele procesrechtelijke verwikkelingen (relatieve bevoegdheid, tweeconclusieregel, uitleg grief).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.376.353/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Hoger beroep kort geding, Kort geding</description><issued>2026-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:30325</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32746"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Pkv, asiel, bnt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.46130</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32739</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32739</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32739"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van nieuwe relevante elementen in de zin van artikel 55, derde lid, van de Procedureverordening. De aangeleverde documenten zijn wel nieuwe elementen maar zijn niet relevant. Daarnaast heeft de minister een deugdelijke geactualiseerde refoulementbeoordeling verricht en voldoende onderzocht of het beginsel van non-refoulement en/of eisers gezondheidstoestand zich tegen zijn uitzetting verzet. Uit het arrest M’Bodj en Paposhvili volgt dat gezondheidsproblemen in uitzonderlijke omstandigheden kunnen leiden tot een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar een bepaald land. In dit geval zijn zulke uitzonderlijke omstandigheden niet gebleken. Uit informatie van het detentiecentrum in Rotterdam blijkt wel dat eiser op 10 augustus 2026 een zeer verwarde indruk maakte en een suïcidepoging heeft gedaan, maar eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij uitzetting naar Colombia vanwege zijn gezondheidstoestand een reëel risico loopt op schending van artikel 3 van het EVRM. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.45952</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Schutte</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32734</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32734</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32734"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De voorzieningenrechter ziet voorshands geen aanleiding voor het oordeel dat tijdelijke bescherming niet achtereenvolgens door verschillende lidstaten kan worden verleend</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.65200</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.F.C.J. Mosheuvel</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10886</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10886</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10886"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 21-jarige man is veroordeeld tot 125 dagen gevangenisstraf omdat hij op 4 maart 2024 in vereniging een explosie veroorzaakte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/279620-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7883</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7883</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7883"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">ontbinding arbeidsovereenkomst op de g-grond onder toekenning transitievergoeding en billijke vergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12302689 \ UE VERZ 26-296</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.F.A. van Buitenen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6896</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6896</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6896"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezamenlijk gezag, bevoegdheid Nederlandse rechter, toepassing artikel 7 Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.989</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10964</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10964</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10964"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden voor medeplegen van uitlokking van medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, meermalen gepleegd en diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/047450-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.K. Glerum, mr. C. Wildeman, mr. G.J.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32744"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beslistermijn gaan lopen na vaststellen dat Nederland verantwoordelijk is. Ingebrekestelling voor aflopen beslistermijn dus beroep wegens niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.42693</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.T.C. Wijsman</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15442</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15442</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15442"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">1:253n BW. Beëindiging gezamenlijk gezag. Man is uit beeld en vrouw krijgt slechts met moeite toestemming bij gezagsbeslissingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/701811 / FA RK 25-4708</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32226</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32226</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32226"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopig getuigenverhoor afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/647226 / HA RK 23-189</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. T.F. Hesselink</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32748"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep wegens niet-tijdig beslissen maar geen ingebrekestelling ontvangen. Hangende beroep alsnog besluit genomen. Toch geen proceskostenveroordeling omdat het beroep niet-ontvankelijk is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.31308</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.T.C. Wijsman</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10587</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10587</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10587"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Geurhinder. Uitspraak Huurcommissie geen huurprijsvermindering. Huurder vordert onder meer huurprijsverlaging. Vorderingen afgewezen. Huurder heeft onvoldoende onderbouwd gesteld dat sprake is van een gebrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12017634 \ CV EXPL 25-5701</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10888</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10888</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10888"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voor exploitanten van rondvaartboten blijft het oude tarief van 1,50 euro per bezoeker gelden voor de zogenoemde vermakelijkhedenretributie te water.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/1010 en AMS 26/1011</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1056</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1056</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1056"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Ontucht met twee aan zijn zorg toevertrouwde minderjarigen (art. 249 (oud) Sr). M1 over o.a. de vraag of het hof na een kleine wijziging van de bewezenverklaring gehouden was het gehele vonnis te vernietigen of kon volstaan met vernietiging van die bewezenverklaring. M2 over bewijsminimum. M3 over verwerping verweer detentieongeschiktheid. M4 over de oplegging van een contactverbod met gezinsleden die niet direct slachtoffer zijn en over de motivering van de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden. Alle middelen falen en de conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01923</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32750"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring; volgberoep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64211</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3077"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">OK ; WOR-zaak ; besluit tot overheveling afdeling naar nieuwe entiteit zonder dat om advies is gevraagd ; de Ondernemingskamer verklaart voor recht dat VDL Nedcar B.V. bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit tot overheveling van de betreffende afdeling heeft kunnen komen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.372.993/01 0K</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Loesberg, mr. drs. A.P. Wessels, drs. P.G. Boumeester, drs. G. van Vollenhoven-Eikelenboom, mr. dr. I.A. van der Burg</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32753</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32753</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32753"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring ex artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64466</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32756</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32756</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32756"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring ex artikel 59 eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64510</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32758</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32758</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32758"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring ex artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, b en e, van de Vw. Gegrond. Verlenging ophouding onrechtmatig. De door de minister aangevoerde belangen wegen niet op tegen de ernst van het geconstateerde gebrek, te weten het meer dan vijf uur onrechtmatig voortduren van de ophouding. De rechtbank is daarom van oordeel dat de belangenafweging in het voordeel van eiser dient uit te vallen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.66244</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32752</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32752</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32752"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 8:54 Awb. Geen procesbelang, met onbekende bestemming vertrokken (mob), beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22901</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7771</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7771</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7771"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, bezwaar, herhaalde beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7478</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. den Dulk</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1058</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1058</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1058"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Vervaardigen afbeelding van seksuele aard, art. 139h (oud) Sr. Bevestiging door meervoudige kamer hof van mondeling vonnis kinderrechter dat is aangetekend in p-v en voor wat betreft inhoud bewijsmiddelen verwijst naar processtukken zonder dat inhoud daarvan in vonnis is opgenomen, terwijl verdediging in hoger beroep vrijspraak heeft bepleit. Op grond van art. 359 lid 3 Sv kon hof vonnis niet bevestigen zonder aanvulling van gronden, bestaande uit weergave van inhoud bewijsmiddelen. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02916</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1025</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1025</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1025"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Tussenbeslissing op beklag van klaagster ex art. 98 jo. 552a Sv. De AG meent dat cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat de wet niet voorziet in afzonderlijk cassatieberoep tegen een tussenbeschikking. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. Samenhang met 25/03962.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03961</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32235</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32235</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32235"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koop woning. Verzwegen informatie. Op grond van artikel 6.3 van de NVM-Koopakte wijst de rechtbank de kosten voor volledige sloop en herbouw toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/703813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.J. Seinen</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10860</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10860</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10860"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">WHOA. Openbare procedure. Tijdelijke voorziening afkoelingsperiode.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/454071 HO RK 26-402 e.a.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARN:2003:AF9672</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2003:AF9672</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARN:2003:AF9672"><country>NL</country><court>GHARN</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2003-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-00047</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2003-06-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2004:AO9474</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10969</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10969</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10969"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Herbalife hoeft een distributeur van haar producten waarvan zij het lidmaatschap heeft beëindigd niet meer toe te laten als distributeur. Voor schadevergoeding komt de distributeur niet in aanmerking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/794030 / KG ZA 26-827 NB/JT</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1043</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1043</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1043"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Beklag tegen beslag op langspeelplaten ter uitvoering van een rechtshulpverzoek van het Verenigd Koninkrijk, art. 5.1.11 lid 1 en 552a Sv. Middelen over het impliciete oordeel dat de fiscaal delict-exceptie niet van toepassing is en over het ontbreken van de o.g.v. art. 5.1.5 lid 7 Sv vereiste machtiging van de minister van Justitie en Veiligheid na overleg met de minister van Financiën, en het door de rechtbank niet beslissen binnen de in art. 552a lid 9 Sv gestelde dertig-dagen-termijn. De machtiging is alleen vereist in die gevallen waarin de fiscaal delict-exceptie niet in het toepasselijke verdrag is uitgesloten en het verzoek om rechtshulp is gedaan ten behoeve van een onderzoek naar strafbare feiten als omschreven in art. 5.1.5 lid 7 Sv (fiscaal delict-exceptie). In de rechtshulprelatie Nederland en het Verenigd Koninkrijk is de fiscaal delict-exceptie uitgesloten op grond van art. 1 Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken. Geen belang bij de klacht over schending van de termijn. Conclusie strekt tot verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/02604</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:7094</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:7094</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:7094"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt verdachte voor het feitelijke leidinggeven aan (feit 1) het door een rechtspersoon opzettelijk indienen van onjuiste of onvolledige aangiften loonbelasting en (feit 2) het niet voeren van een deugdelijke administratie. Niet alle werkzame personen werden in de aangiften loonbelasting en/of administratie opgenomen en/of het uitbetaalde loon werd niet juist vermeld. Het hof legt een gevangenisstraf van vier maanden en een voorwaardelijk beroepsverbod voor statutair bestuurder of feitelijk bestuurder van enige rechtspersoon of vennoot van enig rechtspersoon op. Verder wijst het hof de vordering tenuitvoerlegging toe, de eerder door de rechtbank Overijssel voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van zes maanden voor soortgelijke feiten. .</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-003974-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1813</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1813</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1813"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overschrijding van de redelijke termijn; vergoeding immateriële schade door Hof gematigd van € 500 naar € 50.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04694</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1014</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1014</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1014"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Moet ‘tax sparing credit’ (TSC) ex het belastingverdrag met Brazilië worden aangemerkt als ‘ingehouden’ bronbelasting voor de dooruitdelingsfaciliteit van art. 11 Wet DB? Grammaticale en wetshistorische uitleg, in overeenstemming met doel en strekking. Uitleg van ‘ingehouden’ in HR BNB 2013/225. Is uitlating van staatssecretaris dat TSC voor art. 11a Wet DB wel kwalificeert als ‘ingehouden’ van belang?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04763</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1015</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1015</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1015"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Is principaal cassatieberoep Staatssecretaris voorwaardelijk ingesteld, omdat het afhankelijk is van vernietiging van een andere naheffingsaanslag? Moet sinds HR BNB 2024/115 worden voorbijgegaan aan de gestelde voorwaarde(n)? Impliciete klacht of ambtshalve bijgebrachte grond over schending art. 20(2) AWR? Middel betoogt schending van art. 11(1) Wet DB ter bestrijding van feitelijk oordeel dat bij bepaalde stand van geding niet in geschil is dat naheffingsaanslag moet worden vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04837</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1677</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1677</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1677"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting; art. 3.63 Wet IB 2001; doorschuiffaciliteit; keuzeherziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04950</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:3998</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:696</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1822"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04283</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3242</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8309</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8309</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8309"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet omzetbelasting. Gecorrigeerde aftrek van voorbelasting op kosten van advocaat en op kosten voor advies, omdat het volgens de inspecteur geen zakelijke kosten zijn. Voor de diensten die aan belanghebbende zijn gefactureerd maakt belanghebbende niet aannemelijk dat het gaat om kosten voor diensten die door de ondernemer worden gebruikt voor belaste handelingen. De kosten van diensten die aan de directeur-groot aandeelhouder zijn gefactureerd, zijn niet aftrekbaar omdat belanghebbende niet de afnemer is van de prestaties.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7872</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8354"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Belanghebbende houdt aandelen in 4 dochtervennootschappen. Tussen 1-1-2020 en 31-12-2023 heeft belanghebbende kosten doorbelast aan de dochtervennootschappen. Bij die doorbelasting is geen OB in rekening gebracht. De inspecteur heeft een naheffingsaanslag OB opgelegd ter zake van de doorbelastingen. In geschil is of belanghebbende met haar 4 dochtervennootschappen een FE voor de OB vormt, waardoor de doorbelastingen niet belastbaar zijn voor de OB. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat voldaan is aan de voorwaarden om als FE voor de OB te worden aangemerkt. De naheffingsaanslag OB en de belastingrentebeschikking zijn terecht opgelegd. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4352</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit, mr. M.F. Kossen, mr. M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:28269</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28269</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:28269"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat de minister het besluit onvoldoende heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd. De minister heeft onvoldoende rekening gehouden met de verwondingen die eiser stelt te hebben opgelopen tijdens de mishandeling door de tituski. Ten tweede heeft de minister ten onrechte tegengeworpen dat eiser vaag en summier heeft verklaard over zijn staandehouding en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gevangen heeft gezeten op het politiebureau. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.49313 en NL26.49314</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J. Schaberg</contributor><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32725</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32725</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32725"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring; 59a Vw 2000; gronden niet betwist; expliciete toestemming OM voor uitzetting niet nodig bij strafrechtelijk onderzoek; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58886</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32733</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32733</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32733"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening, geen voorlopig karakter, afwijzen, BNT loopt nog, geen verkorting beslistermijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38436</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7869"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling verrichten van seksuele handelingen met een dier (art. 254d Sr) en vernieling meermalen gepleegd. Taakstraf van 80 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand. Toewijzing vordering benadeelde partij immateriële schade. Overweging over de bruikbaarheid van de door een dierenarts afgenomen bemonsteringen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-000575-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Wolfs, mr. E.M. Vermeulen, mr. M.W.M. Bankers</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32682</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32682</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32682"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag mvv voor verblijf bij moeder o.g.v. artikel 8 EVRM. Beroep gegrond want de minister heeft ten onrechte elementen betrokken die niet thuishoren bij de vraag of sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. De rechtbank ziet aanleiding de rechtsgevolgen in stand te laten nu de intensivering van het contact onvoldoende is om te concluderen dat sinds het overlijden van eisers vader sprake is van bijzondere elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen. De minister heeft terecht gesteld dat er geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.48904</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H.G. Odink</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7867"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling schuldwitwassen. Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel. Verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-107115-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Vermeulen, mr. A.H.J.J. van de Wetering, mr. M.W.M. Bankers</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32754</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32754</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32754"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AA Syrië. De algemene veiligheidssituatie in Syrië. De humanitaire situatie in Syrië. Het beroep is gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.33826</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Y. Moussaoui</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7868</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7868</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7868"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor mensensmokkelfeiten. Taakstraf van 160 uur en voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand. Openbaar ministerie ontvankelijk ondanks eerdere bestuurlijke boete op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (ne bis in idem).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-070813-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Vermeulen, mr. S.H. Schepers, mr. M.W.M. Bankers</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32735</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32735</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32735"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Amb-verordening, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, beroep ongegrond’</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.51195</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7865"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor belaging en overtreding van een gedragsaanwijzing. Oplegging van een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met bijzondere voorwaarden (contact- en locatieverbod), een contact- en een gebiedsverbod ex art. 38v Sr. Vordering benadeelde partij materieel geheel toegewezen, immaterieel deels toegewezen en deels niet-ontvankelijk met toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-133785-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.H.L.M. Snijders, mr. S.J.W. Hermans, mr. G.P. de Gruijter</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15440</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15440</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15440"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Art. 1:253a en 1:401 BW. Vervangende toestemming inschrijving school en wijziging zorgregeling afgewezen. Vrouw geen belang bij vervangende toestemming verhuizing. Wijziging kinderbijdrage.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/719095 / FA RK 26-3505</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32740</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32740</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32740"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Amb-verordening, Duitsland, interstatelijk vertrouwen, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56156</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1044"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. WOTS-zaak. Middelen klagen dat rechtbank door opleggen GS 27 maanden straf van veroordeelde heeft verzwaard, omdat zij zonder WOTS-procedure reeds op 3 juni 2026 voor uitzetting uit VK in aanmerking kwam (o.b.v. zogenaamde ERSED-regeling), hetgeen zou betekenen dat zij vanaf dat moment in vrijheid zou worden gesteld. Middelen falen nu veronderstelling dat veroordeelde o.g.v. ERSED-regeling VK is uitgezet feitelijke grondslag mist. Vanuit Nederland blijkt te zijn vastgehouden aan de eerder van het VK verkregen garantie van (verdere) tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf in Nederland op basis van VOGP. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/02875</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8332"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. In geschil is of het verlaagde tarief van toepassing is op de levering van ablatiekatheters en of de inspecteur met terugwerkende kracht een toezegging mocht intrekken. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/8090</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Loof, mr. J.A.L. Heldens, mr. A.P. Vaatstra</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3563</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3563</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3563"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek opmaken geboorteakten voor drie kinderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.669/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M.D.M. van der Linden, mr. J.C.E. Ackermans-Wijn, mr. C.N.M. Antens</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8331</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8331</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8331"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. In geschil is of het verlaagde tarief van toepassing is op de levering van ablatiekatheters en of de inspecteur een toezegging met terugwerkende kracht kon intrekken. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/3162</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Loof, mr. J.A.L. Heldens, mr. A.P. Vaatstra</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8578"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Werkgeversaansprakelijkheid. Artikel 7:658 BW. Inlener aansprakelijk, schending zorgplicht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12093091 AZ VERZ 26-4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M.C. Boesberg</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6854"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling clubgebouw en golfbaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/766</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6860</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6860</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6860"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Afvalstoffenbelasting. Artikel 27, eerste lid, van de Wbm moet naar doel en strekking aldus worden uitgelegd dat de belastingvermindering alleen geldt voor (de restanten van) afvalstoffen die de inrichting weer verlaten en ter zake waarvan geen eindverwerking (storting of verbranding) heeft plaatsgevonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1259</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:1857</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2806"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende woont in een andere gemeente dan Hilvarenbeek. Hij is eigenaar en gebruiker van een stacaravan met toilet, douche, slaapvertrek en keuken op een park in Hilvarenbeek. Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar terecht aanslagen forensenbelasting 2022 en 2023 heeft opgelegd. De stacaravan kan worden beschouwd als een gemeubileerde woning. Verder mocht de heffingsambtenaar inlichtingen opvragen bij de campingexploitant en is geen sprake van schending van privacy van belanghebbende geschonden en is geen sprake van onzorgvuldige besluitvorming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/874 en 26/881</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2866</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32780</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32780</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32780"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Statushouder Griekenland De rechtbank heeft partijen voorgehouden dat de vraag rijst of verweerder met zijn zelfredzaamheidsbeoordeling in wezen beoordeelt of de statushouder zich kan handhaven in een situatie die in zijn algemeenheid voor statushouders als strijdig met artikel 4 van het Handvest wordt geacht. De beoordeling die verweerder lijkt te verrichten is ‘de statushouder kan zijn rechten niet effectueren tenzij,….De ‘tenzij’ wordt dan ingevuld met een beoordeling van de zelfredzaamheid. De rechtbank overweegt dat ‘zelfredzaamheid’ in dat geval een eufemisme is en in wezen betekent dat verweerder nagaat of de statushouder zich zal weten te redden in een situatie die in zijn algemeenheid niet te verenigen is met artikel 4 van het Handvest. Verweerder lijkt dit te bevestigen en te redeneren dat als een statushouder zich kan handhaven in een met artikel 4 Handvest-strijdige situatie, er dan geen schending van artikel 4 van het Handvest meer dreigt. Eiser meent dat deze redenering niet opgaat en heeft ook gewezen op artikel 1 van het Handvest dat het grondrecht op eerbiediging van de menselijke waardigheid garandeert. Omdat dit voor de rechtbank de kern van de zaak is, doet de rechtbank een tussenuitspraak en stelt de rechtbank verweerder in de gelegenheid om onder meer de vraag te beantwoorden of de term ‘zelfredzaam’ betrekking heeft op alle statushouders die niet ‘bijzonder kwetsbaar’ zijn of dat ‘zelfredzame statushouders’ moeten worden beschouwd als een zelfstandige categorie statushouders, naast ‘bijzonder kwetsbare statushouders’ en ‘niet bijzonder kwetsbare statushouders’? Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.46537 tussenuitspraak</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S. van Lokven</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:12199</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:12199</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:12199"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">12 jaar gevangenisstraf. Medeplegen vrijheidsberoving, medeplegen poging zware mishandeling met voorbedachten rade, medeplegen zware mishandeling met voorbedachtenrade en eenvoudige mishandeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.155459.23 en 03.076882.22 (vordering tenuitvoerlegging)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10256</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10256</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10256"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">herziening en terugvordering van (een deel van) de bijzondere bijstand die is verleend voor inrichtingskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/6477</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10522</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10522</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10522"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WIA, beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/726</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32386"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel, beroep niet tijdig beslissen, ingetrokken, pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.39576</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10167</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10167</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10167"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NO geen gronden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4463</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32387"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel, beroep niet tijdig beslissen, ingetrokken, pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.35955</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32388"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel, beroep niet tijdig beslissen, ingetrokken, pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.5340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32389"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel, beroep niet tijdig, beroep ingetrokken, pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.46763</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4750"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2023. Nabetaling Ziektewetuitkering door het UWV. Toepassing loonheffingskorting zorgt voor een flinke nabetaling bij belanghebbende. De rechtbank is van oordeel dat de effectief te weinig ingehouden loonheffing in dit geval bij het UWV had moeten worden opgehaald, gelet op het evenredigheidsbeginsel (als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/4487</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A. Heidekamp</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6862</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6862</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6862"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Verkrijging certificaten van aandelen. Onroerendezaakrechtspersoon. Doeleis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2033</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:7088</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8296</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8296</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8296"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2021. Belanghebbende en haar echtgenoot exploiteren in maatschapsverband een melkveebedrijf. Belanghebbende werkt 1.250 uur binnen de maatschap, haar echtgenoot 3.150. Bij de resultaatsverdeling wordt aan de echtgenoot een arbeidsvergoeding toegekend van € 57.000 voor de extra gewerkte uren. In geschil is of de resultaatsverdeling zakelijk is. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een onzakelijke resultaatsverdeling. De stelling van de inspecteur dat een onafhankelijke derde niet bereid zou zijn om mee te betalen aan die arbeidsvergoeding is voor de rechtbank onbegrijpelijk. Dat het toekennen van de arbeidsbeloning tot een verlies lijdt bij belanghebbende maakt geen verschil.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7170</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.L. van Benthem</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1814"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting; art. 15, lid 1, aanhef en letter h WBR; artikel 5b, leden 1 en 2, van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer; begrip ‘concern’; juridische en economische gerechtigdheid bij één soort aandelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01249</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1253</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:369</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1027"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep gegrond wegens schending art. 40(2) Wet WOZ. Overgangsrecht art. 30a Wet WOZ. Matiging ex art. 2(2) Bpb wegens punt van ondergeschikt belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04100</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1817</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1817</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1817"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00275</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3602</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1808"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek opmaken geboorteakten voor drie kinderen; bewijswaardering na getuigenverhoor; niet geslaagd in bewijsopdracht. Geboortegegevens kunnen niet vastgesteld worden. Opmaken geboorteakte; artikel 3 IVRK, artikel 7 IVRK, artikel 8 EVRM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.669/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M.D.M. van der Linden, mr. J.C.E. Ackermans-Wijn, mr. C.N.M. Antens</contributor><issued>2026-11-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Verdrag inzake de rechten van het kind 3</reference><reference relation="citing" lang="nl">Verdrag inzake de rechten van het kind 7</reference><reference relation="citing" lang="nl">Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 8</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1194</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:3563</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:3138</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:3138</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:3138"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zwaar lichamelijk letsel Gelet op de aard en de blijvende duur van dit letsel, de daarmee samenhangende langdurige pijnklachten en de noodzaak en aard van het medisch ingrijpen is het hof van oordeel dat evident sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Het hof is van oordeel dat het door de verdachte uitgeoefende geweld zodanig was dat daaruit kan worden afgeleid dat de verdachte op zijn minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de aangever door dat geweld zwaar lichamelijk letsel zou bekomen. Immers heeft de verdachte de aangever met dusdanige kracht meermalen met gebruik van een voorwerp, zijnde een fietspomp en een glazen wijnfles op/tegen het gezicht en/of hoofd geslagen, een bij uitstek kwetsbaar onderdeel van het lichaam dat aangever een schedelfactuur en een deuk in zijn voorhoofd heeft opgelopen. Naar het oordeel van het hof moet deze gedraging van de verdachte naar zijn uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel dat het – nu er ook geen contra-indicaties aanwezig zijn – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg bewust heeft aanvaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000134-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.A.J.M. Lavrijssen, prof. dr. mr. A.R. Hartmann, mr. A.J. Henzen</contributor><issued>2026-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2026:228</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:228</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:228</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:228"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor zware mishandeling door met een fietspomp en/of glazen wijnfles op/tegen het hoofd en/of gezicht van het slachtoffer te slaan met als gevolg zwaar lichamelijk letsel. Het zwaar lichamelijk letsel bestaat uit een complexe schedelfractuur. Medisch ingrijpen was noodzakelijk met als gevolg een groot en blijvend litteken over de gehele breedte van het hoofd van het slachtoffer. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek waarvan 5 maanden voorwaardelijk. Toekenning van immateriële schadevergoeding ter hoogte van 12.000,-- euro.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01.320128.24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Hettinga, mr. E.M.J. Raeijmaekers, mr. A.M.R. van Ginneken</contributor><issued>2026-01-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:3138</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5516</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5516</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5516"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 februari 2024 heeft het UWV het verzoek van [appellante] om inzage in haar persoonsgegevens afgewezen.Op 22 oktober 2023 heeft [appellante] het UWV om inzage verzocht in haar persoonsgegevens. Het UWV heeft op 6 februari 2024 het verzoek afgewezen omdat de door haar opgevraagde rapportage(s) van medisch onderzoek niet zijn aangetroffen in het elektronisch archief. In andere stukken die het UWV wel in zijn bezit heeft wordt er weliswaar gerefereerd aan die rapportages, maar deze zijn door het UWV niet in haar dossier aangetroffen. In het besluit op bezwaar heeft het UWV de afwijzing van het inzageverzoek gehandhaafd. Het UWV heeft in de bezwaarprocedure wel het volledige medische en niet-medische dossier van [appellante] aan haar verstrekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503029/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3583</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3583</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3583"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Partneralimentatie Draagkracht; inkomensverlies; pensioen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.560/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Bossink, mr. E.M.D.M. van der Linden, mr. F. Dunki Jacobs</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10605</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10605</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10605"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na getuigenverhoor. Waardering van getuigenbewijs. Bewijs dat de schriftelijke franchiseovereenkomst is ondertekend door franchisenemer is niet geleverd. Weliswaar is enig bewijs daarvan door eiseres bijgebracht, maar onvoldoende om te oordelen dat zij is geslaagd in het door haar te leveren bewijs.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/768441 / HA ZA 25-999</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3637</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3637</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3637"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervoersregeling zorgregeling; informatieregeling; kinderalimentatie; schulden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.514/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M.D.M. van der Linden, mr. G.M. Goes, mr. drs. C.M.J. Peters</contributor><issued>2026-11-06</issued></metadata></document></url></urlset>
