﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2020:4438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:4438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2020:4438"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2020-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis; benoeming deskundige om vast te kunnen stellen wat de oorzaak van de uitval van de paprikaplanten c.q. gewasschade is (geweest).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/540556 / HA ZA 17-1161</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten</contributor><issued>2020-05-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1762</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1762</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1762"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Dood door schuld in verkeer (art. 6 WVW 1994) door in 2019 in Rotterdam als bestuurder van vrachtwagen met snelheid van 89 kilometer per uur te rijden op afrit (maximumsnelheid 50 kilometer per uur), zonder te remmen door rood verkeerslicht kruising op te rijden en in botsing te komen met personenauto waardoor bestuurder van auto is overleden, terwijl verdachte t.t.v. botsing zeer lage suikerspiegel had. 1. Is sprake van schuld a.b.i. art. 6 WVW 1994? 2. Vordering benadeelde partijen A, B en C t.z.v. schockschade/schokschade en oplegging schadevergoedingsmaatregelen. Kon hof vordering van b.p. (ouders en broer van slachtoffer die slachtoffer in uitvaartcentrum hebben geïdentificeerd) t.z.v. schokschade toewijzen? 3. Vordering b.p.’s B en C t.z.v. schokschade en affectieschade. Heeft hof bij bepalen van hoogte van vergoeding van schokschade ten onrechte geen rekening gehouden met de door b.p.’s gemaakte aanspraak op vergoeding van affectieschade? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2024:1398 en HR:2004:AO5822 m.b.t. bestanddeel “schuld” in art. 6 WVW 1994. Bewezenverklaring houdt in dat verkeersongeval heeft plaatsgevonden dat aan schuld van verdachte is te wijten, waarbij niet alleen gedragingen van verdachte direct voorafgaand aan verkeersongeval een rol hebben gespeeld, maar ook omstandigheden die verband houden met feit dat verdachte al lange tijd bekend was met diabetes. Hof heeft tegen achtergrond van vaststellingen in zijn bewijsvoering overwogen dat zowel hoedanigheid van professioneel vrachtwagenchauffeur, en meer i.h.b. die van beroepschauffeur die gevaarlijke stoffen vervoerde, als hoedanigheid van diabetespatiënt van verdachte extra oplettendheid vroeg en voor hem grotere verantwoordelijkheid opleverde. Verder heeft hof overwogen dat het voor deelname aan verkeer van essentieel belang is dat sprake is van hypo-awareness, in de zin dat diabetespatiënt hypoglykemie tijdig voelt aankomen, zodat hij daar adequaat naar kan handelen. Volgens hof was hypo-awareness van verdachte, hoewel eerdere incidenten als duidelijke waarschuwing moesten gelden, niet alleen in periode voorafgaand aan pleegdatum maar ook op die datum onvoldoende. Hof heeft voorts overwogen dat van vrachtwagenchauffeur die al jarenlang lijdt aan diabetes en die al langere tijd last had van hypo’s, mag worden verlangd dat hij in belang van verkeersveiligheid zelf verantwoordelijkheid neemt om passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat hij op veilige manier zijn werk kan uitoefenen en om te voorkomen dat hij als gemotoriseerde verkeersdeelnemer opnieuw in (ernstige) hypo belandt. O.g.v. dit alles heeft hof geoordeeld dat verdachte, door na te laten om dergelijke maatregelen te nemen en door toch als bestuurder van motorrijtuig aan verkeer deel te nemen, aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld en risico op plotselinge black-out in verkeer heeft aanvaard, waardoor aan zijn “schuld” te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:793 en HR:2024:644 m.b.t. beoordeling van vordering b.p. door rechter en uit HR:2022:958 m.b.t. vergoeding van schokschade. In zijn bewijsvoering heeft hof over aard, toedracht en gevolgen van de jegens (primair) slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad vastgesteld dat door aanmerkelijk onvoorzichtige en onzorgvuldige gedragingen van verdachte veroorzaakt verkeersongeval (waarbij door verdachte bestuurde vrachtwagen tegen linkerzijde van de door slachtoffer bestuurde personenauto is gebotst, waarna deze auto is meegesleept en onder vrachtwagen is beland en bij slachtoffer sprake was van uiterlijke verwondingen die zijn veroorzaakt door beknellingstrauma) heeft geleid tot dood van slachtoffer. T.a.v. b.p. A heeft hof vastgesteld dat hij verkeersongeval niet direct heeft waargenomen, maar dat wel sprake was van directe confrontatie met ernstige gevolgen van verkeersongeval, nu hij kort na dat ongeval het slachtoffer (zijn broer) heeft moeten identificeren en zijn ouders op de hoogte heeft moeten stellen van overlijden van hun kind, terwijl hij ook op plaats van ongeval is geweest en toegezonden filmpjes van ongeval (waarin duidelijk te zien is hoe ongeval heeft plaatsgevonden en hoe omstandigheden ter plaatse waren) heeft gezien. Hof heeft verder vastgesteld dat deze directe confrontatie bij b.p. A hevige emotionele schok heeft teweeggebracht en dat confrontatie met ernstige gevolgen van verkeersongeval heeft geleid tot geestelijk letsel in de vorm van posttraumatische stressstoornis, hallucinaties en herbelevingen. Volgens vaststellingen van hof is b.p. hiervoor behandeld en gebruikt hij medicatie. Tegen achtergrond van wat is vooropgesteld, geeft op deze vaststellingen gebaseerde toewijzing van vordering van b.p. A tot vergoeding van schokschade niet blijk van onjuiste rechtsopvatting. Toewijzing is, ook in het licht van wat door verdediging naar voren is gebracht, toereikend gemotiveerd. T.a.v. b.p.’s B en C heeft hof overwogen dat uit de door hen gegeven onderbouwing van hun vorderingen duidelijk naar voren komt dat confrontatie met gevolgen van verkeersongeval, waaronder identificeren van slachtoffer (hun zoon), bij hen hevige emotionele schok heeft teweeggebracht. Daarnaast heeft hof vastgesteld dat die hevige schok heeft geleid tot aanhoudende psychische klachten. Volgens vaststellingen van hof lijdt B aan gecompliceerde rouw en is bij hem stemmingsstoornis vastgesteld. B.p. C lijdt aan gecompliceerde rouw. Daarnaast zijn bij haar stemmingsstoornis en posttraumatische stressstoornis vastgesteld. Tegen achtergrond van wat is vooropgesteld, is op deze vaststellingen gebaseerde toewijzing van vorderingen van deze b.p.’s tot vergoeding van schokschade, niet toereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat door verdediging is aangevoerd dat onduidelijk is hoe deze b.p.’s zijn geconfronteerd met gevolgen van ongeval en dat verdediging heeft betwist dat sprake is geweest van onverhoedse confrontatie met ongeval en gevolgen daarvan, terwijl hof geen vaststellingen heeft gedaan over manier waarop deze b.p.’s zijn geconfronteerd met het tegen (primaire) slachtoffer gepleegde strafbare feit en gevolgen daarvan. Ad 3. Ttz. in h.b. heeft raadsvrouw van verdachte aangevoerd dat b.p.’s B en C al aanspraak hebben gemaakt op vergoeding van affectieschade, dat aan hen bedrag van ieder € 17.500 is toegekend en dat die vergoeding geheel of gedeeltelijk in mindering moet komen op vergoeding van schokschade. In zijn overwegingen heeft hof niet kenbaar betrokken of en, zo ja, in hoeverre het bij bepalen van hoogte van vergoeding van schokschade rekening heeft gehouden met die aanspraak op vergoeding van affectieschade. Daarom is ’s hofs oordeel dat telkens gevorderd bedrag van € 15.000 i.v.m. schokschade volledig voor toewijzing in aanmerking komt, niet toereikend gemotiveerd. Opmerking verdient dat i.h.b. in gevallen waarin b.p. die aanspraak maakt op vergoeding van schokschade niet direct ter plaatse is geconfronteerd met gebeurtenis en haar gevolgen, vraag of vergoeding van schokschade niet geheel of voor deel samenvalt met vergoeding van affectieschade, aandacht verdient in motivering door rechter. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. vorderingen b.p.’s B en C, veroordeling van verdachte in proceskosten en oplegging schadevergoedingsmaatregelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01055</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:563</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:346</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:346</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:346</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:346"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling artikel 6 WVW (dodelijk verkeersongeval). Hypoglykemie bij vrachtwagenchauffeur met diabetes. Vaststelling strafrechtelijke schuld van de chauffeur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 2200193221</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1762</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1805</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1805</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1805"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Schending van ambtsgeheim door als politiesurveillant vertrouwelijke informatie over aangehouden persoon te verspreiden (art. 272.1 Sr), poging tot seksuele verleiding van minderjarig meisje (art. 248a (oud) Sr) en vertonen van schadelijke afbeelding aan dit meisje (art. 240a (oud) Sr). Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting i.v.m. vormverzuim, nu verdachte niet is gewezen op recht op rechtsbijstand, art. 359a Sv. Kon hof oordelen dat toen verbalisant op 7-3-2022 en op 15-3-2022 telefonisch contact had met verdachte, geen sprake was verhoor? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:853 m.b.t. mededeling van recht op rechtsbijstand aan niet aangehouden verdachte bij eerste verhoor en omstandigheden waaronder sprake is van ‘verhoor’. Hof heeft vastgesteld dat, toen politie op 7-3-2022 telefonisch contact opnam met verdachte, verbalisant de verdachte heeft gevraagd naar inloggegevens van Snapchat-account. Toen politie op 15-3-2022 opnieuw telefonisch contact opnam met verdachte, heeft verbalisant de verdachte medegedeeld dat tweede Snapchat-account was aangetroffen en heeft zij verdachte gevraagd of hij politie toestemming wilde geven om in dit tweede Snapchat-account te kijken en dit te onderzoeken. ’s Hofs op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat bij deze 2 telefoongesprekken steeds geen sprake was van verhoor, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Hierbij is van belang dat vragen die verdachte tijdens die gesprekken zijn gesteld kennelijk waren bedoeld om toegang te verkrijgen tot zijn Snapchat-account (op 7-3-2022) en om toestemming te krijgen tot het doen van onderzoek aan zijn tweede Snapchat-account (op 15-3-2022), en dat deze vragen er dus niet op waren gericht om van verdachte verklaring te verkrijgen over zijn betrokkenheid bij strafbaar feit ten aanzien waarvan hij als verdachte was aangemerkt. Enkele omstandigheid dat met het vragen om inloggegevens en toestemming het verdere verloop van strafrechtelijk onderzoek kon worden vergemakkelijkt, betekent niet dat die vragen gericht waren op het verkrijgen van zo’n verklaring. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01023</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:757</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:589</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:563</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:563</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:563"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval (art. 6 WVW 1994). Middel 1 komt op tegen het oordeel van het hof dat de verdachte onvoorzichtig heeft gehandeld rondom zijn diabetes waardoor hij in een hypo is terechtgekomen die het rijgedrag heeft veroorzaakt. Middel 2 richt zich tegen de toewijzing van schokschade aan de broer en de ouders van het slachtoffer. Het eerste middel faalt Het tweede middel slaagt voor wat betreft de vergoeding die is toegekend aan de ouders. De conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging van het arrest en terugwijzing naar het hof.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01055</description><issued>2026-06-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1762</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:589"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Schending van ambtsgeheim in hoedanigheid van surveillant van politie, door politie-informatie over een bekende Nederlander te delen. Verleiding tot ontucht van en sturen schadelijke foto van stijve penis naar twaalfjarig meisje. Bevestiging vonnis met uitzondering van kwalificaties en straf en met aanvulling van gronden. Gevangenisstraf van 4 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk onder het stellen van bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-002151-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:4162</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1805</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:757</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:757</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:757"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Schending ambtsgeheim, poging verleiding minderjarige tot ontucht en aanbieden pornografie aan zestienminner. M1 klaagt over motivering schending ambtsgeheim. M2 en M3 klagen over anonimisering slachtoffer zedenfeiten in bewezenverklaring en verwerping ingenomen UOS over ontbreken wetenschap leeftijd slachtoffer. M4 klaagt dat hof uitgaat van een te beperkte uitleg van het begrip "verhoor", nu hof heeft geoordeeld dat vragen naar inloggegevens Snapchat-account verdachte geen verhoor oplevert. M5 klaagt over schending lex mitior-beginsel. M6 klaagt over verzuim kwalificatie van een van de bewezenverklaarde feiten in arrest op te nemen. M7 klaagt over verzuim in arrest te vermelden welk deel GS in ieder geval ten uitvoer wordt gelegd. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01023</description><issued>2026-08-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1805</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:591</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:591</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:591"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Mishandeling. 4 middelen. Het eerste middel klaagt dat het hof heeft verzuimd te beslissen op een door de verdachte voorafgaand aan de zitting gedaan aanhoudingsverzoek. Het hof was hiertoe in het kader van art. 328 jo 331 jo 281 Sv niet gehouden omdat de reden voor het verzoek niet gelegen was in de uitoefening van het aanwezigheidsrecht, de verdachte op de t.t.z. was verschenen en het verzoek aldaar niet heeft herhaald. Het tweede middel bevat in de eerste plaats de falende klacht dat het hof de zorg voor een effectieve verdediging zonder meer bij de verdachte heeft gelaten. In de tweede plaats klaagt het middel terecht dat het hof i.s.m. art. 28a lid 2 Sv de verdachte niet heeft gewezen op de gevolgen van het doen van afstand van rechtsbijstand en heeft medegedeeld dat hij daarop kan terugkomen, maar dat behoeft volgens de AG in dit geval niet tot cassatie te leiden. Het vierde middel komt tevergeefs op tegen het oordeel van het hof dat het geen acht kan slaan op na sluiting van het o.t.t.z. toegezonden stukken. Ook het derde middel, dat klaagt over de verwerping van een beroep op noodweer, faalt volgens de AG. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/05077</description><issued>2026-06-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1806</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1545</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1545</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1545"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Economische zaak. Voorhanden hebben en aan ander ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk, art. 9.2.2.1 Wet milieubeheer. Onttrekking aan het verkeer van stroomstootwapen, art. 36d Sr. Is sprake van soortgelijke feiten a.b.i. art. 36d Sr? Onder soortgelijke feiten a.b.i. art. 36d Sr moeten worden verstaan feiten die tot dezelfde categorie behoren als door verdachte begane feiten dan wel feiten waarvan hij wordt verdacht (vgl. HR:1997:ZC9322). Gelet op bewezenverklaring heeft hof voorhanden hebben en ter beschikking aan ander stellen van professioneel vuurwerk aangemerkt als door verdachte begaan feit a.b.i. art. 36d Sr. Uit bewijsvoering volgt dat dit plaatsvond i.h.k.v. verhandelen van dit vuurwerk. Aan zijn beslissing tot onttrekking aan het verkeer van de bij gelegenheid van onderzoek naar het door verdachte begane feit aangetroffen stroomstootwapen, heeft hof ten grondslag gelegd dat “voorwerp kan dienen tot begaan of voorbereiding van soortgelijke feiten, nu handel in illegale goederen met regelmaat gepaard gaat met voorhanden hebben van wapens”. Zonder nadere motivering valt niet in te zien hoe stroomstootwapen kan dienen om soortgelijke feiten te begaan of voor te bereiden. Enkele overweging dat “handel in illegale goederen met regelmaat gepaard gaat met voorhanden hebben van wapens” is daartoe onvoldoende. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. onttrekking aan het verkeer. CAG (strekking): vernietiging t.a.v. onttrekking aan het verkeer (zonder terugwijzing).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00414</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:745</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:182</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1799"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontucht met 12-jarige jongen door 28-jarige verdachte in asielzoekerscentrum, art. 247 (oud) Sr. Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsvrouw ttz. in hoger beroep op de grond dat verdachte ttz. aanwezig wil zijn maar onderweg daarheen bij vergissing naar Groningen i.p.v. Leeuwarden is gereisd, door hof afgewezen o.g.v. belangenafweging omdat belang van minderjarig slachtoffer en zijn moeder bij doorgang laten vinden van behandeling ttz. zwaarder weegt dan belang van verdachte bij aanhouding daarvan. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:1737 m.b.t. beoordelingskader aanhoudingsverzoeken. Raadsvrouw heeft aan aanhoudingsverzoek ten grondslag gelegd dat verdachte op weg naar tz. verkeerd is gereisd, waardoor hij in Groningen staat en nog naar Leeuwarden moet reizen. Daarbij heeft raadsvrouw als mogelijkheid genoemd dat komst van verdachte zou worden afgewacht, waarbij raadsvrouw te kennen gaf dat zij wist dat zittingsruimte van hof schaars is. Hof heeft aanhoudingsverzoek afgewezen op de grond dat belang van minderjarig slachtoffer en zijn moeder bij doorgang laten vinden van behandeling van tz. in h.b. zwaarder weegt dan belang van verdachte bij aanhouding daarvan. Hof heeft door raadsvrouw aangevoerde omstandigheid kennelijk aannemelijk gevonden. Hof heeft afwijzing gegrond op belangenafweging, waarin hof het belang van minderjarig slachtoffer en zijn moeder bij doorgang laten vinden van behandeling van tz. in h.b. en belang van verdachte bij aanhouding daarvan heeft betrokken en waarbij hof heeft geoordeeld dat eerstgenoemd belang in dit geval zwaarder weegt. Uit ‘s hofs motivering blijkt niet dat hof onder ogen heeft gezien of zittingsrooster van hof een schorsing van onderzoek tot later tijdstip op de dag mogelijk maakte (vgl. HR:2018:65), terwijl hof bij hiervoor genoemde belangenafweging ook andere factoren die (mede) relevant zijn i.v.m. belang van verdachte om zijn aanwezigheidsrecht te kunnen uitoefenen (zoals procesverloop en gewicht van zaak) niet kenbaar in afweging heeft betrokken. Hof heeft daarom afwijzing van aanhoudingsverzoek ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04820</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:766</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1807</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1807</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1807"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Openlijke geweldpleging bij uitgaansgelegenheid in Arnhem met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, art. 141.2.2 Sr. Bewijsklacht zwaar lichamelijk letsel en bijdrage van verdachte aan openlijke geweldpleging (met glas tegen hoofd slaan). HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01902.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01901</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:797</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:766</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:766</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:766"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Ontuchtige handelingen met iemand beneden de zestien jaar (art. 247 (oud) Sr). Middel bevat slagende klacht over afwijzing aanhoudingsverzoek. Raadsvrouw heeft verzocht om aanhouding ter verwezenlijking aanwezigheidsrecht omdat verdachte per vergissing naar Groningen in plaats van Leeuwarden was gereisd. Hof heeft aanhoudingsverzoek afgewezen aan de hand van belangenafweging, maar geeft er geen blijk van hoe het tot die belangenafweging is gekomen. Uit overwegingen blijkt niet dat het hof heeft stilgestaan bij omstandigheid dat verdachte onderweg was naar zitting en hof is niet ingegaan op andere factoren zoals procesverloop en gewicht zaak. Conclusie strekt tot vernietiging bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04820</description><issued>2026-08-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1799</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:797</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:797</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:797"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Openlijke geweldpleging met zwaar lichamelijk letsel (art. 141 lid 2 onder 2 Sr). M1 klaagt tevergeefs over oordeel hof dat verdachte aangever met glas tegen gezicht/hoofd heeft geslagen en dat daarmee strafverzwarende omstandigheid zwaar lichamelijk letsel bewezen kan worden verklaard. M2 bevat slagende klacht over inzendtermijn. Conclusie strekt tot vernietiging van bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor wat betreft hoogte opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van beroep voor het overige. Samenhang met 24/01902.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01901</description><issued>2026-08-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1807</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:182"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002860-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-05-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1545</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:745</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:745</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:745"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Voorhanden hebben en ter beschikking stellen professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik. Overtreding art. 9.2.2.1. Wet milieubeheer. Falend middel inhoudende dat bewezenverklaarde niet kan volgen uit bewijsvoering althans hof niet gerespondeerd heeft op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Tevens falend middel over strafoplegging. Slagend middel over onttrekking aan het verkeer van (stroomstoot)wapen, nu oordeel hof dat genoemd wapen 'kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten' niet zonder meer begrijpelijk is. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof maar uitsluitend t.a.v. beslissing tot o.a.h.v. van wapen en verwerping voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00414</description><issued>2026-08-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1545</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:748"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Verkrachting, wederrechtelijke vrijheidsberoving en belaging. Falend middel over verwerping van ontvankelijkheidsverweer inhoudende dat verdachte erop mocht vertrouwen dat belagingszaak was geseponeerd. Tevens falend middel dat klaagt dat bewezenverklaring i.s.m. art. 342 lid 2 Sv is gebaseerd op één getuigenverklaring. Middel dat klaagt over beslissing tot opheffing van voorlopige hechtenis dient volgens AG buiten bespreking te blijven. Middel dat klaagt over de redelijke inzendermijn is terecht voorgesteld. AG ambtshalve: overschrijding van redelijke termijn van berechting in cassatiefase. Namens benadeelde partij voorgestelde middelen falen. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02767</description><issued>2026-08-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1802</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1770</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1770</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1770"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Caribische zaak. Doodslag door in 2023 in Sint Maarten na ruzie in bar een ander van korte afstand in zijn gezicht te schieten (art. 2:259 SrStM) en voorhanden hebben van vuurwapen (art. 3 Vuurwapenverordening). 1. Bewijsklacht. Kon hof de verklaringen van niet door verdediging gehoorde getuigen voor bewijs gebruiken? 2. Verweer dat sprake is van onrechtmatige enkelvoudige fotoconfrontatie. 3. Bewijsklacht. Kon hof de verklaring van verdachte gebruiken als steunbewijs voor verklaringen van 2 anonieme getuigen? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03781</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie, Belemmeringenwet Privaatrecht, Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:923</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1802"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verkrachting (art. 242 (oud) Sr) en wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr) van ex-partner en belaging (art. 285b.1 Sr) van andere ex-partner. 1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis) t.a.v. verkrachting en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Vinden verklaringen van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Opheffing schorsing voorlopige hechtenis, art. 82 Sv. Is opheffing schorsing voorlopige hechtenis bij eindarrest toereikend gemotiveerd en heeft hof verzuimd verdachte voorafgaand aan die beslissing te horen? Belang bij cassatie? 3. Vertrouwensbeginsel. Verweer dat OM n-o moet worden verklaard in vervolging t.z.v. belaging o.g.v. bij verdachte gewekt gerechtvaardigd vertrouwen dat hij niet zou worden vervolgd, gelet op e-mail van wijkagent aan aangeefster en mededeling aan verdachte tijdens verhoor dat zaak zou zijn geseponeerd. 4. Schriftuur benadeelde partij, immateriële schade. Had hof vordering b.p. t.z.v. immateriële schade volledig moeten toewijzen? Kon hof restant van vordering afwijzen i.p.v. n-o verklaren? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02767</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:748</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:923</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:923</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:923"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Caribische zaak. Veroordeling wegens doodslag en overtreding Vuurwapenverordening te Sint Maarten. M1 dat is gericht tegen verwerping van betrouwbaarheidsverweer, berust op onjuiste veronderstelling dat 'driestappentoets' ook van toepassing is indien geen verzoek is gedaan tot horen van getuigen. M2 dat zich keert tegen oordeel Hof dat geen sprake is van een 'enkelvoudige fotoconfrontatie' faalt eveneens. Tot slot faalt ook M3 dat klaagt dat Hof verklaring van verdachte als steunbewijs voor verklaringen van getuigen heeft aangemerkt. AG wijst ambtshalve op ORT. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03781</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1770</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:885</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:885</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:885"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Belaging. Falend middel dat klaagt dat bewezenverklaarde niet uit bewijsvoering kan volgen. Eveneens falend middel over motivering van opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel. Tot slot falend middel dat zich met verschillende klachten keert tegen gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04121</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1809</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:2434</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2434</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:2434"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling wegens medeplichtigheid aan poging tot moord. Onvoldoende bewijs voor medeplegen. De verdachte heeft de schutter naar de woning van het slachtoffer gereden. Daar hebben ze hem bijna 2,5 uur opgewacht. Toen het slachtoffer zijn woning verliet en in een auto stapte, is hij vervolgens door de schutter meermalen beschoten. Hij heeft het ternauwernood overleefd. Vervolgens is de verdachte samen met de schutter weggereden en elders in een tweede vluchtauto overgestapt. Uitvoerige bewijsoverwegingen. Gedeeltelijke toewijzing vorderingen benadeelde partijen, ook van de twee andere inzittenden van de auto terwijl hun namen niet in de tenlastelegging worden genoemd. Relativiteitsvereiste.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002039-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-11-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1810</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1809"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Belaging, art. 285b.1 Sr. 1. Bewijsklachten pleegperiode, veelvuldig Whatsappberichten versturen, zich nabij woning van aangeefster begeven, claxoneren en veelvuldig voorbij rijden van woning. 2. Motivering vrijheidsbeperkende maatregel (contactverbod en locatieverbod), art. 38v Sr. Kan uit ’s hofs motivering volgen dat maatregel is opgelegd ter beveiliging van maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten? 3. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Kon hof oordelen dat sprake is van aantasting in persoon “op andere wijze” a.b.i. art. 6:106.b BW? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04121</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:885</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1810</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1810</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1810"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplichtigheid aan poging tot moord door in 2023 in Rotterdam bij schietincident op te treden als bestuurder van vluchtauto voor onbekend gebleven schutter, art. 289 Sr. Geen middelen ingediend, verdachte n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2434</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:796"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01902</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1804</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1804"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Openlijke geweldpleging bij uitgaansgelegenheid in Arnhem met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, art. 141.2.2 Sr. Kwalificatieklacht strafverzwarende omstandigheid. Heeft door verdachte gepleegd geweld zwaar lichamelijk letsel bestaande uit (glasfragmenten in) meerdere wonden op hoofd/gezicht van slachtoffer en 2 losse voortanden veroorzaakt? Strafverzwaringsgronden in art. 141.2 Sr zijn alleen van toepassing op verdachte die zelf bewezenverklaarde goederen heeft vernield, bewezenverklaard (enig of zwaar) lichamelijk letsel heeft toegebracht of bewezenverklaarde dood heeft veroorzaakt. Verdachte kan niet o.g.v. deze bepaling strafrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor de door zijn mededader(s) bij openlijke geweldpleging vernielde goederen, veroorzaakt letsel of veroorzaakte dood (vgl. HR:1990:ZC8498 en HR:2004:AR3230). Bewezenverklaring houdt o.m. in dat verdachte openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen slachtoffer en dat slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, bestaande uit (glasfragmenten in) meerdere wonden op hoofd/gezicht en 2 losse voortanden. Hof heeft niet bewezenverklaard dat “door hem” (dus door verdachte) gepleegd geweld dat letsel heeft veroorzaakt. Nu hof verdachte heeft vrijgesproken van dat onderdeel van tll. heeft hof het bewezenverklaarde ten onrechte gekwalificeerd als “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl dat geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft”, a.b.i. art. 141.2.2 Sr. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/01901.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01902</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:796</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3273"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vernietiging vonnis waarvan beroep. Kwalificatie: 1: Een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd. 2: Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd. 3: Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd. 4: Verkrachting, meermalen gepleegd. 5: Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd. - Artikel 6 EVRM behoorlijke en effectieve ondervragingsmogelijkheid. - Gevangenisstraf 78 maanden met aftrek. - Beslag en vorderingen benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002960-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1763</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1763</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1763</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1763"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zedenzaak. Ontucht met minderjarig pleegkind, meermalen gepleegd (art. 245 (oud) jo. 248.2 (oud) Sr), verkrachting, meermalen gepleegd (art. 242 (oud) Sr) en feitelijke aanranding van eerbaarheid, meermalen gepleegd (art. 246 (oud) Sr). 1. Ondervragingsrecht t.a.v. getuige. Kon hof oordelen dat verdediging een behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad tot ondervragen van getuige, nu tijdens studioverhoor niet alle vragen van verdediging zijn gesteld en beantwoord? 2. Bewijsklacht gebruik van schakelbewijs. 3. Schriftuur benadeelde partij t.a.v. schadepost “reiskosten” en immateriële schade. Kon hof de b.p. gedeeltelijk n-o verklaren in zijn vordering? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03867</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:929</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3273</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:929"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Bezit kinderporno (art. 240b (oud) Sr), ontucht plegen met een minderjarige tussen de leeftijd van 12 en 16 jaar (art. 245 (oud) Sr), ontucht plegen met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige beneden de leeftijd van 16 jaar (art. 247 (oud) Sr), verkrachting (art. 242 (oud) Sr), feitelijke aanranding van de eerbaarheid (art. 246 (oud) Sr). Twee middelen namens de verdachte voorgesteld. M1: klacht over het oordeel dat een behoorlijke en effectieve ondervragingsmogelijkheid ten aanzien van aangever heeft bestaan en over het gebruik van zijn verklaring voor het bewijs. M2: klacht over het gebruik van schakelbewijs. Het namens de benadeelde partij voorgestelde middel ziet op (de motivering van) de gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring van de vordering tot schadevergoeding. Alle middelen falen. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep (art. 81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03867</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1763</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11222"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Wettelijke verdeling. Vaststelling vordering zoon uit eerste huwelijk op langstlevende tweede vrouw van erflater. De rechtbank oordeelt dat in dit specifieke geval de aangifte erfbelasting een juiste weergave is van de omvang van de nalatenschap van erflater, omdat de nalatenschap vrijwel uitsluitend bestaat uit banktegoeden waarbij waardering geen rol speelt. De vordering van de zoon is opeisbaar, omdat stiefmoeder in een verzorgingshuis is opgenomen. Als gevolg van schenkingen van de langstlevende aan haar kinderen uit haar eerste huwelijk is er onvoldoende vermogen om de vordering van de zoon te voldoen. De gevorderde vernietiging van de schenkingen op grond van de Pauliana (3:45 BW) slaagt deels. Geen wetenschap van benadeling wat betreft de schenkingen die zijn in de periode waarin de langstlevende nog over (ruim) voldoende vermogen beschikte om de vordering van de zoon van erflater te kunnen voldoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/361845</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6595"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">insteekvergoeding bij beëindigen van de erfpacht afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/345550 / HA ZA 26-78</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Smedes</contributor><issued>2026-11-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1402</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1402</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1402"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag om Wlz-zorg. Appellante voldoet niet aan de voorwaarden voor zorg op grond van de Wlz, omdat een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid niet is komen vast te staan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2307 WLZ</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1403</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1403</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1403"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) voor een passagier. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1071 BABW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1405"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kinderbijslag. Betoog van appellant om kinderbijslag met een verdergaande terugwerkende kracht te krijgen slaagt niet. Artikel 14, derde lid, van de AKW is een dwingendrechtelijke bepaling van een wet in formele zin. Voor de Svb bestaat geen mogelijkheid om van die bepaling af te wijken. Beroep op evenredigheidsbeginsel slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1947 AKW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31604</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31604</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31604"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wabo; Wet Bibob; buitenbehandelingstelling aanvraag omgevingsvergunning wegens ontbreken gegevens voor integriteitsonderzoek. Het college startte een Bibob-toets vanwege de bouwsom en een destijds actuele strafrechtelijke verdenking. Dat niet alle stukken zijn ingediend komt voor risico van eiser. Dat in bezwaar alsnog afschriften van de spaarrekeningen zijn overgelegd, verplichtte het college niet de aanvraag alsnog te behandelen. De rechtbank oordeelt dat het college indicatoren niet vooraf kenbaar hoefde te maken, omdat geen sprake is van weigering of intrekking. De latere vrijspraak neemt de aanwezigheid van indicatoren ten tijde van de aanvraag niet weg; van schending van de onschuldpresumptie is geen sprake. Ook de stellingen dat de AVG is geschonden en voorafgaand aan de buitenbehandelingstelling LBB-advies verplicht was, slagen niet. Geen détournement de procédure. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/9838</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. van den Ende</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32250</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32250</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32250"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">uitstel van vertrek, artikel 64 Vw, BMA-advies onvoldoende inzichtelijke en concludent, beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.8324 NL25.8325</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.Z. Achouak el Idrissi</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32253</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32253</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32253"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.62659</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.L.C.M. Ficq</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32251"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Kennisgeving artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Alle bewaringsgronden worden door eiser betwist. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om de gronden van de maatregel onvoldoende te achten. Verder heeft de minister terecht geen aanleiding gezien om aan eiser een lichter middel op te leggen. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat een terugkeerbesluit, inreisverbod en maatregel van bewaring afzonderlijke besluiten zijn en daarom afzonderlijk van elkaar kunnen worden opgelegd. Tot slot heeft de minister geen aanleiding hoeven zien om na de claimweigering in het verleden (nogmaals) een claimverzoek bij Spanje in te dienen. Eiser zit dan ook op de juiste grondslag in bewaring. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.62600</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31637</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31637</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31637"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen dumpingen drugsafval. Telefoonberichten. Opdrachtgevende rol. Witwassen. Onvoorwaardelijke gevangennisstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09-034686-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.H.M. Smelt, Mr. Y.J. Wijnnobel-Van Erp, mr. I. Jadib</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32256</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32256</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32256"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende asielaanvraag; nova; registertolk; homoseksuele gerichtheid; referentiekader; terugkeerbesluit</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.23567 en NL25.23568</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.H.C. van der Roest</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32261</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32261</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32261"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Kennisgeving artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw. De rechtbank overweegt allereerst dat er onderscheid gemaakt dient te worden tussen het moment van opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring en de situatie van eiser op dit moment. De gemachtigde van eiser heeft een dag voor de zitting diverse stukken aan het dossier toegevoegd. Zo is er een brief van de behandeld psychiater van eiser en een schriftelijke verklaring van de juridisch trajectbegeleider van Stichting MOO. Ter zitting heeft de minister erkend dat de situatie nu verschilt met de situatie ten tijde van het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring. Tijdens de zitting heeft de minister de gelegenheid gekregen om zelf telefonisch contact op te nemen met AVIM. Nadat contact is geweest met de AVIM is besloten om een lichter middel op te leggen aan eiser. De minister heeft toegezegd dat de maatregel per vandaag wordt opgeheven. Los van de huidige situatie is de rechtbank van oordeel de minister zich bij de oplegging van de maatregel terecht op het standpunt heeft gesteld dat op dat moment in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.62984</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:7095</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:7095</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:7095"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor het meermalen plegen van ontucht met een cliënte die was opgenomen in de gesloten setting van de FPA. Verdachte was daar werkzaam in de maatschappelijke zorg. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, behalve voor zover het betreft de strafoplegging en de beslissingen over de vordering van de benadeelde partij. Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005341-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32263</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32263</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32263"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">gestelde biseksueel uit Uganda. Beroep gegrond. Dat eiseres de minister zou hebben misleid omdat uit de voor haar visumaanvraag verstrekte informatie blijkt dat zij gehuwd is en kinderen heeft en zij bij haar asielaanvraag stelt biseksueel te zijn en geen man en kinderen te hebben, volgt de rechtbank niet. Dat haar verklaringen over haar biseksualiteit en haar relaties vaag, oppervlakkig en tegenstrijdig zijn, volgt de rechtbank ook niet. De minister heeft de gestelde problemen als gevolg daarvan onvoldoende op eigen merites beoordeeld. Daarom moet de minister een nieuw besluit nemen op de aanvraag. Als de minister de geloofwaardigheid van het asielrelaas in twijfel wil blijven trekken, vindt de rechtbank het gelet op de stand van de procedure in combinatie met het tot op heden in deze zaak verrichte onderzoek in eerste linie aan de minister om het daarvoor noodzakelijke vervolgonderzoek te verrichten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.39760</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.F.A.M. Smeets</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6382"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bekrachtiging uithuisplaatsing. Het hof kan zich niet uitlaten over de inhoud van het perspectiefbesluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.885/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32321"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt regulier gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25487</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32322"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel opvolgende gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25179</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1388"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant kan worden beschouwd als migrerend werknemer/zelfstandige. Het werk van appellant bij de Universiteitsraad verschilt niet wezenlijk van werkzaamheden die worden uitgeoefend door leden van medezeggenschapsorganen of toezichthoudende organen. Deze werkzaamheden zijn niet uitgesloten van de werkingssfeer van artikel 45 (of 49) van het VWEU. Of de werkzaamheden binnen een gezagsverhouding worden uitgevoerd is in de voorliggende zaak niet relevant. De herkomst van de bestuursbeurs uit de openbare kas en het feit dat deze bedoeld is voor de compensatie van studievertraging kan niet afdoen aan de toepasselijkheid van de vrijverkeersbepalingen. Dat betekent dat appellant recht heeft op de door hem aangevraagde studiefinanciering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/220 WSFBSF</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32323</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32323</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32323"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25259</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1412"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft de aanvraag van appellante – een migrerend Unieburger – om studiefinanciering afgewezen. Daaraan is ten grondslag gelegd dat de prestatiebeursfase voor appellante startte met de toekenning van het collegegeldkrediet in september 2017 en appellante daarom per september 2021 geen recht meer had op een aanvullende beurs. De Raad oordeelt dat uit de wetssystematiek van de Wet studiefinanciering 2000 volgt dat met de toekenning van het collegegeldkrediet de prestatiebeursfase start. De minister heeft dus, anders dan appellante stelt, in overeenstemming met de wet gehandeld. Deze wetsuitleg komt niet in strijd met het Unierecht. Verder was appellante voldoende geïnformeerd over de gevolgen van de aanspraak op het collegegeldkrediet, zodat de minister geen aanleiding hoefde te zien de hardheidsclausule toe te passen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/122 WSFBSF</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32324</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32324</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32324"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25433</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7775</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7775</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7775"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">gevangenisstraf 4 jaren, met aftrek voorarrest, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met dadelijk uitvoerbaar verklaarde bijzondere voorwaarden en de maatregel ex artikel 38z Sr voor poging tot aanranding van &lt; 12 jarigen en bezit (virtuele) kinderporno.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 71-109159-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.G. Vos, mr. E.H. Groen, mr. I.C. Meuris</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32325</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32325</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32325"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25435</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1404</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1404</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1404"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Wlz, EKT-toeslag. Het zorgkantoor heeft de aanvraag voor een EKT-toeslag ten onrechte afgewezen. De Raad voorziet zelf in de zaak en kent alsnog een EKT-toeslag toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/334 WLZ</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32326</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32326</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32326"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25437</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7594</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7594</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7594"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO aanvraag gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6625</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14834"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag bijzondere bijstand voor stofferings- en inrichtingskosten. Voorzienbaarheid. Reserveringsruimte: inkomen en schulden. Buitenwettelijk begunstigend beleid. Beroep op de hardheidsclausule, artikel 4:84 Awb en artikel 16 PW. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/5017</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Kos</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32327"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25459</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7631"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingswet, aanvraag omgevingsvergunning voor het aanpassen van de gevel van een woning. De rechtbank, hoewel om andere redenen dan het college, is van oordeel dat de aanvraag van eiser niet onder de categorie van sneltoetscriteria valt en dat het college daarom de aanvraag terecht heeft getoetst aan de algemene criteria van de welstandsnota. Het college heeft de welstandsadviezen aan haar oordeel ten grondslag mogen leggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/850</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. A. Rademaker</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32265</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32265</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32265"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft onvoldoende onderbouwd waarom voor heel Syrië kan worden uitgegaan van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. De situatie is na de val van Assad nog steeds fragiel en diffuus is. Van een stabiele en bestendig verbeterde veiligheidssituatie is onvoldoende gebleken. Ook heeft de minister de slechte humanitaire situatie in Syrië niet op de juiste wijze meegewogen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.13821</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.E.J.M. Gielen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32328</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32328</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32328"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25495</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32268</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32268</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32268"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt dat verzoekster wordt behandeld als ware zij in het bezit van een visum kort verblijf. Geen spoedeisend belang. Bezwaar heeft geen redelijke kans van slagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57473</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.E.J.M. Gielen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31613</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31613</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31613"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen hebben een geschil over de oplevering van een woning. Het aannemingsbedrijf heeft voor opdrachtgever een nieuwe woning gebouwd. Opdrachtgever wilde niet instemmen met oplevering van de woning omdat deze naar zijn mening gebreken vertoonde die aan oplevering in de weg stonden. Om oplevering mogelijk te maken zijn partijen overeengekomen dat opdrachtgever 15% van de aanneemsom in depot bij de notaris mocht houden. Na het verstrijken van de wettelijke onderhoudstermijn heeft opdrachtgever het restant van de aanneemsom in depot gehouden. Opdrachtgever wilde pas betalen nadat de aannemer alle gebreken aan de woning had opgelost. De aannemer heeft vervolgens aangekondigd al zijn herstelverbintenissen op te schorten totdat opdrachtgever de helft van de depotsom had betaald. Betaling is uitgebleven. Het aannemingsbedrijf vordert in deze zaak betaling van het restant van de aanneemsom, terwijl opdrachtgever eist dat de aannemer alle gebreken herstelt en alle schade vergoedt die hij lijdt doordat de woning niet voor bewoning gereed is. De rechtbank wijst de vordering van het aannemingsbedrijf toe omdat de woning na het verstrijken van de wettelijke onderhoudstermijn opleveringsgereed was en de oplevering tijdig heeft plaatsgevonden. Omdat opdrachtgever zijn betalingsverplichting volledig had opgeschort, terwijl de aannemer niet al haar herstelwerkzaamheden had opgeschort, stond vast dat opdrachtgever in verzuim verkeerde zodat zijn beroep op schadevergoeding wordt afgewezen. Wel moet de aannemer een deel van de gebreken herstellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/688432</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A. Schueler</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11320</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11320</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11320"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Opzegging arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen werkgever. Toekenning billijke vergoeding, transitievergoeding en achterstallig loon. Toewijziging vordering tot uitbetaling van opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen. Over het 'slapend dienstverband' moeten slechts de opgebouwde wettelijke vakantiedagen worden uitbetaald (conclusie PG van 9 oktober 2026, ECLI:NL:PHR:2026:984).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12304341 \ AZ VERZ 26-127</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32270</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32270</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32270"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV Kroatië. MOB. Geen contact meer met gemachtigde. Geen procesbelang. Beroep NO, vovo afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44210 en NL26.44211</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B. de Boer</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32271"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Eritrea, aanvraag niet in behandeling genomen. Eiser is met onbekende bestemming vertrokken (MOB). Geen procesbelang. Beroep niet-ontvankelijk. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.36477 en NL26.36478</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B. de Boer</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7564</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7564</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7564"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Een termijn van twaalf maanden is een redelijke termijn om te beslissen op een aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de hzk-regeling. Verzoeker heeft de Dienst Toeslagen prematuur in gebreke gesteld. Verzoek om proceskostenvergoeding wordt daarom afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/2166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. de Jong</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32272</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32272</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32272"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Turkije, beroep gegrond. Eiser I (vader) en eiser II (zoon) vrezen voor vervolging door de Turkse autoriteiten vanwege het feit dat zij betrokken zijn bij de Gülenbeweging. De rechtbank is van oordeel dat de beleidswijziging van 1 december 2023 onder WBV 2023/24 een deugdelijke motivering mist. De rechtbank is daarnaast ingegaan op de beroepsgronden van eisers die niet zien op de beleidswijziging, maar die zien op de manier waarop de individuele besluiten tot stand zijn gekomen. De rechtbank is onder andere van oordeel dat de minister een verkeerde bewijslastverdeling heeft gehanteerd, omdat hij onvoldoende rekening heeft gehouden met het feit dat eiser I al eerder is blootgesteld aan vervolging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.63323 en NL25.63324</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.A.R. Bleijendaal</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:6622</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6622</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:6622"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiseres om inzage van politiegegevens op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar verzoek. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit wegens onzorgvuldige voorbereiding dient te worden vernietigd. Het beroep van eiseres is dus gegrond. De rechtbank ziet aanleiding om zelf te voorzien in deze zaak en bepaalt dat aan eiseres gedeeltelijk inzage dient te worden verleend in het strafdossier waar haar verzoek op ziet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/6495</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.J. van Keken</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32273"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgberoep art. 59 Vw. De minister werkt voldoende voortvarend aan eisers uitzetting. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63147</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32274"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">RTB Oekraïners, Uitvoeringsbesluit, vovo toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57970</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H.G. Odink</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1262"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 51,44%. Praktische schatting. Feitelijk verrichte arbeid. Geen gecombineerde schatting (praktisch en theoretisch). Ex-werkneemster werkte ten tijde van de beoordeling veertien uur per week als senior therapeut bij een andere werkgever. Het Uwv heeft op basis van een theoretische schatting berekend dat ex-werkneemster 53,34% arbeidsongeschikt is. Een praktische schatting leidt tot een mate van arbeidsongeschiktheid van 51,44% en op dit percentage is het bestreden besluit gebaseerd. Appellante, de werkgever, stelt in hoger beroep dat ex-werkneemster in staat is om veertig uur per week te werken, maar er zelf voor heeft gekozen om slechts veertien uur te werken. De Raad acht de wijze waarop de arbeidskundige beoordeling is verricht, in overeenstemming met het Schattingsbesluit. In het kader van een praktische schatting kan slechts rekening worden gehouden met verdiensten uit feitelijk verrichte (passende) arbeid. De Raad heeft geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de werkzaamheden van senior therapeut die ex-werkneemster op de datum in geding verrichtte haar belastbaarheid overschrijden. Niet in geschil is dat ex-werkneemster deze werkzaamheden ook al gedurende langere tijd, namelijk meer dan twee jaar, heeft verricht. De Raad kan zich daarom vinden in het standpunt van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep dat de werkzaamheden passend geacht kunnen worden voor ex-werkneemster. Voor de door appellante geopperde gecombineerde schatting (praktisch en theoretisch) is in het Schattingsbesluit geen basis te vinden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/122 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:520</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:520</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:520"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing 8:29 Awb. Beperkte kennisneming is gerechtvaardigd vanwege persoons- en bedrijfsgegevens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/68</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. T. Pavicevic</contributor><issued>2026-11-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7531</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7531</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7531"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussentijdse opzegging overeenkomst van opdracht voor bepaalde tijd door vennootschap (opdrachtgever). Redelijk loon verschuldigd aan opdrachtnemer. Bestuurders van de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk. Vaststelling redelijk loon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/407188 / HA ZA 24-506</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Schollen-den Besten</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3067</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3067</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3067"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting (na wijziging parkeerregime).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8252</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8252</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8252"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning voor appartementengebouw. Relativiteitsvereiste bij gronden van natuurlijke persoon en rechtspersoon over flora en fauna en over bodemonderzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/6611</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7634</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7634</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7634"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ, woning. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2383</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.A. Spee</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:522</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:522</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:522"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Pv mondelinge uitspraak voorlopige voorziening. Hokverrijking varkens. Last onder dwangsom ter beëindiging van de overtreding en voorkoming van herhaling. Ten tijde van de lastoplegging was de overtreding al beëindigd, zodat geen bevoegdheid bestond om het besluit te nemen. Schorsing tot zes weken na beslissing op bezwaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/740</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.L. Verbeek</contributor><issued>2026-11-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference><reference relation="citing" lang="nl">Besluit houders van dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1342"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Toekennen WIA-uitkering aan werkneemster en vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant stelt dat de feitelijke verrichtte werkzaamheden passend zijn. Praktische schatting niet van toepassing. Appellante heeft niet duidelijk kunnen maken welke werkzaamheden werkneemster uitvoerde en in welke omvang. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in navolging van de arbeidsdeskundige geconcludeerd dat werkneemster ongeschikt is voor de maatgevende arbeid op 16 februari 2023 wegens overschrijding op de aspecten zitten en staan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1011 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1268</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1268</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1268"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering IVA-uitkering omdat de volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. Het Uwv heeft onvoldoende gemotiveerd dat er nog een meer dan geringe kans op verbetering van de belastbaarheid valt te verwachten. Opdracht tot herstel motiveringsgebrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2335 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1263</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1263</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1263"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering toeslag toe te kennen op verstrekte voorschotten aan WIA-uitkering. Het hoger beroep beperkt zich tot de vraag of het Uwv terecht een toeslag op de verstrekte voorschotten aan WIA-uitkering over de periode van 7 augustus 2023 tot en met 30 september 2023 heeft geweigerd, omdat met de afwijzing van de WIA-aanvraag bij besluit van 28 september 2023 de grondslag aan het recht op toeslag, te weten het bestaan van het recht op een loondervingsuitkering, is komen te vervallen. Evenals de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag bevestigend. Het Uwv heeft zijn standpunt ter zitting bij de rechtbank gewijzigd in die zin dat een toeslag op een verstrekt voorschot aan WIA-uitkering mogelijk is, maar dat dit niet kan als het recht op voorschot aan WIA-uitkering is ingetrokken. Dat laatste is hier gebeurd, omdat het Uwv met een besluit van 28 september 2023 de aanvraag van appellante voor een WIA-uitkering heeft afgewezen. Achteraf is vastgesteld dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering, zodat de voorschotten ten onrechte zijn toegekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1219 WW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1337"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaar gemaakt in 2023 tegen drie besluiten uit 2008. Appellante stelt onder meer dat zij die besluiten nooit heeft gezien. Er kan gelet op het tijdsverloop van bijna 15 jaar niet meer in redelijkheid van het bestuursorgaan worden gevraagd de verzending van de besluiten uit 2008 aannemelijk te maken. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante op de hoogte moet zijn geweest van de rechtsgevolgen of in ieder geval de feitelijke gevolgen van de besluiten moet hebben ondervonden. In dit geval geen verschoonbare termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2513 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1346</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1346</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1346"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep: het Uwv heeft voorschotten WIA-uitkering terecht van appellante teruggevorderd. Geen dringende reden om van terugvordering af te zien. Haar treft geen verwijt, maar het Uwv heeft geen fouten gemaakt. Appellante wist ook dat er een kans was dat ze de voorschotten moest terugbetalen. Achterwege laten van terugvordering zou bovendien betekenen dat appellante een aantal maanden zowel een ZW-uitkering als een WIA-uitkering zou ontvangen. Incidenteel hoger beroep: rechtbank heeft ten onrechte opdracht tot nemen nieuwe beslissing gegeven. In stand laten van de rechtsgevolgen zou hebben volstaan. Gedeeltelijke vernietiging aangevallen uitspraak. Rechtsgevolgen bestreden besluit in stand gelaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/849 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31648</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31648</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31648"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft vanaf 1965 de administratie van zijn ondernemingen uitbesteed aan een administratiekantoor. Eiser heeft destijds oprichter Q van het kantoor een volmacht verstrekt voor het doen van betalingen vanaf zijn zakelijke bankrekeningen. In 1988 heeft X, zoon van de oprichter, de werkzaamheden voor eiser voortgezet binnen V.O.F. Y en heeft eiser ook X gemachtigd om betalingen te verrichten. In 2023 is een geschil ontstaan over de rekening-courant-verhouding tussen partijen. Standpunt van gedaagden Y en X is dat eiser een rc-verhouding had met Q, welke na het overlijden van Q is overgegaan op zijn echtgenote Z, zodat Z nu een rc-vordering heeft op eiser van € 174.278. Standpunt van eiser is dat hij een rc-verhouding had met Y, dan wel met X, op grond waarvan aan hem een bedrag verschuldigd is van € 1.271.939,80. De rechtbank is van oordeel dat tussen eiser en Z een rc-verhouding bestond en dat eiser een schuld heeft aan Z. Dit blijkt uit de overgelegde IB-aangiften van eiser en Z. Het standpunt van eiser dat hij niet op de hoogte was van de IB-aangiften, en daarmee niet van de rc-verhouding met Z en het rc-saldo, maakt dat niet anders. Als eiser geen kennis neemt van zijn IB-aangiften, komt dat voor zijn rekening en risico. Daarnaast wijst de rechtbank de vordering van eiser af tot terugbetaling door Y dan wel X van € 1.271.939,80 op grond van het ontbreken van een autorisatie voor de onderliggende overboekingen. Het verweer van gedaagden slaagt dat het merendeel van de vermeende ongeautoriseerde overboekingen is verjaard, en dat voor de overige overboekingen niet is komen vast te staan dat X buiten zijn volmacht heeft gehandeld. Ook verwerpt de rechtbank de stelling van eiser dat Y in gebreke is gebleven omdat X pas voor het eerst in 2023 opgave heeft gedaan van het rc-saldo, terwijl het administratiekantoor op grond van artikel 6:140 lid 2 BW aan het einde van ieder boekjaar aan eiser opgave had moeten doen van het rc-saldo. Y had immers al minstens tien jaar via de IB-aangiften en e-mailcorrespondentie het saldo van de rc-verhouding met eiser gedeeld. Slotsom is dat alle vorderingen van eiser worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/669526</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bordes</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1317</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1317</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1317"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering niet kwijtschelden van de openstaande vorderingen. Naar het oordeel van de Raad heeft het Uwv voldoende gemotiveerd dat de schulden van appellante het gevolg zijn van gedragingen als bedoeld in artikel 3.6, vierde lid, onder c, van de Wht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/924 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8253</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8253</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8253"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning voor de realisatie van huisvesting van 128 arbeidsmigranten. ETFAL. Onvoldoende gemotiveerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/5254 en ARN 25/5530</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1806"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mishandeling van beveiligingsmedewerker van gemeentehuis, art. 300.1 Sr. Inlichtingenplicht van art. 28a.2 Sv. Heeft hof de zorg voor effectieve verdediging zonder meer aan verdachte gelaten en hem niet ingelicht over gevolgen van doen van afstand van rechtsbijstand? Art. 6.3.c EVRM kent verdachte het recht toe om zichzelf te verdedigen dan wel zich te laten bijstaan door advocaat. Die verdragswaarborg komt ook tot uitdrukking in WvSv. O.g.v. art. 28 Sv is verdachte bevoegd zich te doen bijstaan door gekozen of aangewezen raadsman. Waar het gaat om onderzoek ttz. is het aan verdachte om te kiezen of hij zichzelf wil verdedigen, of zich wil laten verdedigen door advocaat. Afgezien van enkele uitzonderingssituaties, kan verdachte afstand doen van recht op rechtsbijstand. In art. 28a.1 Sv is bepaald dat verdachte vrijwillig en ondubbelzinnig afstand kan doen van recht op rechtsbijstand. Om zo afstand te kunnen doen, moet verdachte voldoende geïnformeerd zijn (vgl. HR:2022:825). Art. 28a.2 Sv schrijft voor dat wanneer het rechter duidelijk is dat verdachte afstand wil doen van recht op rechtsbijstand, deze hem inlicht over gevolgen daarvan en hem mededeelt dat hij van zijn beslissing kan terugkomen. Van verstrekken van die inlichtingen en doen van die mededeling wordt p-v opgemaakt. Voor beantwoording van vraag of verdachte overeenkomstig art. 28a.1 Sv afstand heeft gedaan van recht op rechtsbijstand, is o.m. van belang of sprake is van concrete beperkingen die samenhangen met eventuele kwetsbaarheid van verdachte (bijvoorbeeld in relatie tot proceshouding of vermoede psychische stoornis), die rechter aanleiding geven om na te gaan of verdachte redelijkerwijs in staat is te oordelen over mogelijke gevolgen van afstand van recht op rechtsbijstand en dus in vrijheid zijn wil heeft kunnen bepalen over doen van afstand (vgl. HR:2024:556). Uit procesverloop blijkt dat verdachte ttz. in hoger beroep zonder raadsman is verschenen, terwijl hij in eerste aanleg en aanvankelijk ook in fase van h.b. is bijgestaan door raadsman. Uit p-v van die tz. blijkt niet dat hof verdachte heeft geïnformeerd op manier als in art. 28a.2 Sv is voorgeschreven en ook niet dat hof is nagegaan of verdachte op eerder moment, bij doen van afstand, betreffende informatie heeft ontvangen. Dat leidt niet tot cassatie. Dit verzuim leidt alleen dan tot nietigheid van onderzoek ttz. en naar aanleiding daarvan gewezen arrest, als vast komt te staan dat verdachte door dat verzuim in zijn (mede door art. 6.3.c EVRM gewaarborgde) belangen is geschaad. Uit p-v van tz. in h.b. volgt dat hof de keuze van verdachte om zichzelf ttz. te verdedigen, heeft gerespecteerd. Daarin ligt als ’s hofs oordeel besloten dat verdachte redelijkerwijs in staat is geweest te oordelen over mogelijke gevolgen van afstand van rechtsbijstand en dat behandeling van zaak zonder dat verdachte werd bijgestaan door raadsman, niet onverenigbaar is met recht op eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, nu uit p-v van tz. in h.b. niet kan worden afgeleid dat sprake was van concrete beperkingen die samenhangen met eventuele kwetsbaarheid van verdachte op grond waarvan hof ervan blijk had moeten geven te hebben nagegaan of verdachte redelijkerwijs in staat was te oordelen over mogelijke gevolgen van afstand van recht op rechtsbijstand. Verder volgt uit p-v van tz. in h.b. dat hof tijdens behandeling van zaak bijzondere aandacht heeft geschonken aan omstandigheid dat verdachte niet werd bijgestaan door raadsman en heeft bewaakt dat verdachte de verdediging naar eigen inzicht heeft kunnen voeren. Hof heeft behandeling van zaak 2 maal aangehouden op verzoek van verdachte. Ook heeft hof (inhoudelijke) behandeling onderbroken om verdachte in staat te stellen toelichting te geven op de door hem gestelde “medische redenen”. Hof heeft tevens door verdachte aangevoerde verweren nader geduid in juridische termen en in zijn arrest besproken. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/05077</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:591</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32329"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel. Aanvraag kennelijk ongegrond. Misleiding omtrent identiteit en nationaliteit. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.52414</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14847"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het verzoek om handhaving van eisers vanwege jachtactiviteiten op het polderterrein direct achter hun woning. Zij zijn het niet eens dat het handhavingsverzoek is afgewezen, omdat zij door de nabijheid van de jachtactiviteiten vrezen voor de veiligheid. Het beroep is gegrond. De rechtbank stond voor de vraag of verweerder (na een eerdere vernietiging) voldoende heeft onderbouwd dat op die percelen op een veilige wijze kan worden gejaagd zodat geen gevaar bestaat voor bewoners of bezoekers van de bebouwde kom. Dit diende verweerder te onderbouwen aan de hand van de relevante feitelijke omstandigheden ter plaatse. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zijn conclusie dat jagen op veilige wijze kan ten onrechte gestoeld op de premisse dat de jager op een veilige manier gebruik maakt van het jachtveld, door bijvoorbeeld niet op de betreffende percelen direct in de richting van de bebouwde kom te schieten. Dit is geen feitelijke omstandigheid en een aanname over het gedrag en de kunde van de jager, die los van de feitelijke omstandigheden op deze locatie, ten alle tijden moet gelden, maar niet feitelijk waterdicht is. Dit argument is dus onvoldoende toereikend om de veiligheid te borgen. De overige feitelijke omstandigheden kunnen de afwijzing ook niet dragen. Zo valt de bebouwde kom binnen de onveilige zone van kogels en valhagel van het jachtveld op de betreffende percelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/5251</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.H.A.C. Everaerts</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7556</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7556</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7556"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (opa) voor de bouw van een loods. In een schakelbepaling in het nieuwe bestemmingsplan moet ondubbelzinnig worden bepaald welke planregels uit het bestaande bestemmingsplan, al dan niet gedeeltelijk, van toepassing blijven. Ook moet in de planregels zijn vastgelegd voor welke gronden het eerdere bestemmingsplan al dan niet gedeeltelijk van toepassing blijft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1173</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.M. Königel</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32333</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32333</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32333"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening bij beroep afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.52415</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32334</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32334</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32334"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, MOB, beroep niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58660</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARN:2003:AF9672</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2003:AF9672</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARN:2003:AF9672"><country>NL</country><court>GHARN</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2003-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 01-00047</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2004:AO9474</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2004:AO9474</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2004:AO9474"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2004-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 39542</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARN:2003:AF9672</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:8093</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:8093</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:8093"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Handhavingsverzoek. Procesbelang. Gebruik van de tuin niet in strijd met het bestemmingsplan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 23/1585</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.A. van Hoof</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32335"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Plakvovo bij NL26.58660</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58661</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31668"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak ter zake van witwassen. Bewezenverklaring van poging tot diefstal in vereniging gepleegd (bankhelpdeskfraude). De rechtbank zoekt voor de strafmaat aansluiting bij de LOVS voor een woninginbraak waarbij nog als strafverzwarend is betrokken de leeftijd van de aangever, de mate van raffinement en de indringendheid waarmee tegen de aangever is opgetreden. Daarom hanteert de rechtbank vijf maanden voor deze helpdeskfraude.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/111199-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. H.M. Braam, mr. C.A.W. Zijlstra, mr. P.L. Loeb</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32336</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32336</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32336"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25452</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2012:BW0112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2012:BW0112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2012:BW0112"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2012-03-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11/00918</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2012-03-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARN:2011:BP2291</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30871</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30871</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30871"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Overbrenging vanuit Afghanistan. Tolkenregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/6083</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. de Kock-Molendijk</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30874"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Overbrenging vanuit Afghanistan. Tolkenregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/2996</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. de Kock-Molendijk</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30920"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">nareis op nareis - definitie alleenstaande minderjarige vreemdeling als bedoeld in artikel 2, onder f Gri - beleid in WI 2024/4 is richtlijnconform - belangen van het kind - geen ambtshalve toetsing aan artikel 8 EVRM - IB 2024/7 - hoorplicht - beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.41659</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J. Smeets</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30880"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om overbrenging vanuit Afghanistan. Tolkenregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/6486</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. de Kock-Molendijk</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30891</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30891</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30891"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">intrekking verblijfsvergunning kennismigrant - onzorgvuldige bekendmaking van het besluit - artikel 3:40 jo. 3:41 jo. 6:8 Awb - beroep tegen intrekkingsbesluit gegrond en opnieuw beslissen - eiser heeft inmiddels rechtmatig verblijf als slachtoffer-aangever mensenhandel - procesbelang bij doorprocederen voor reguliere verblijfsvergunning artikel 8 EVRM - beroep tegen afwijzing van de eerdere aanvraag ongegrond - voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.50988, NL25.58086, NL25.24805.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J. Smeets</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31102</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31102</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31102"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Atrikel 59 + TKB / rechtmatig TKB opgelegd door verweerder / de verlenging van de ophouding ogv artikel 50, vierde lid, van de Vw is naar oordeel van de rechtbank rechtmatig / anders een belangenafweging / deels gronden bestreden / geen lichter middel / voldoende voortvarend gehandeld door verweerder / ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.60068 (terugkeerbesluit) en NL26.59936 (bewaring)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.I.H. Kerstens-Fockens</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31462</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31462</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31462"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">ontslag op staande voet onterecht, geen dringende reden, ook geen andere grond voor ontbinding arbeidsovereenkomst. wedertewerkstelling toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12229886 \ RP VERZ 26-50638</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O. van der Burg</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14848</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14848</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14848"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning voor een nieuw havenkantoor in het Spaarne in Haarlem. Eiser is het niet eens met de omgevingsvergunning. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan, die in hoofdzaak zien op de mogelijke effecten van het havenkantoor op zijn oever en monumentale woonboerderij de overkant van het Spaarne. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de omgevingsvergunning mocht verlenen. Niet is gebleken dat realisering van het havenkantoor in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Ook is niet gebleken dat een milieueffectenrapportage vereist is of het college de zorgplicht vanuit de wateractiviteit had dienen te specificeren. Verder stuit het beroep van eiser af op de gemeentelijke parkeernormen af op het relativiteitsbeginsel. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/769</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.H.A.C. Everaerts</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:5906</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:5906</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:5906"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vernietiging van het vonnis van de politierechter. Vrijspraak voor openlijke geweldpleging tegen personen (primair) en mishandeling in vereniging (subsidiair). Niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat verdachte aanwezig is geweest en een rol heeft gehad bij de tenlastelegging. Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen in de vorderingen tot schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-004474-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3168"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vreedzame manifestatie beschermd door art. 11 EVRM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002114-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:845</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:845"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening. Niet voldoen aan vorderingen van politie (art. 2.2.3 APV Amsterdam 2008) en verstoren van openbare orde door deelneming aan samenscholing (art. 2.2.1 APV Amsterdam 2008) n.a.v. protestactie in 2011 in het kader van ontruiming van kraakpand. Aanvraag is gebaseerd op de n.a.v. klacht van aanvrager gedane uitspraak van EHRM (nr. 56910/17), waarin is vastgesteld dat strafrechtelijke vervolging en veroordeling als gevolg van zijn betrokkenheid bij protestactie gericht tegen ontruiming van kraakpand, een schending opleveren van recht op vrijheid van vreedzame vergadering a.b.i. art. 11 EVRM. Art. 457.1.b Sv. Om redenen vermeld in HR:2024:843 is aanvraag gegrond. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof. Vervolg op HR:2017:670 (strafzaak). Samenhang met 23/04612 H, 23/04609 H, 23/04590 H en 23/04588 H.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04591</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening</description><issued>2024-06-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:241</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2015:3651</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:3168</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31647</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31647</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31647"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring van meerdere feiten waaronder drie bankhelpdeskfraudes en een poging daartoe. De rechtbank zoekt voor de strafmaat aansluiting bij de LOVS voor een woninginbraak waarbij nog als strafverzwarend is betrokken de leeftijd van de aangevers, de mate van raffinement en de indringendheid waarmee tegen de aangevers is opgetreden. Daarom hanteert de rechtbank vijf maanden voor elk van de helpdeskfraudes. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek waarvan 6 maanden voorwaardelijk met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/111197-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. H.M. Braam, mr. C.A.W. Zijlstra, mr. P.L. Loeb</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8266</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8266</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8266"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen afwijzing WW-aanvraag ongegrond. Eiser was niet verzekerd voor de WW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/4555</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyás</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1000</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1000</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1000"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Beklag ex art. 552a Sv na beslag onder derde op vrachtwagen. In strafzaak tegen derde is inmiddels bij (niet onherroepelijk) vonnis beslist tot verbeurdverklaring. Op klaagschrift kan geen andersluidende beslissing meer volgen. Dit is o.g.v. art. 552b Sv eerst anders nadat de beslissing tot verbeurdverklaring in strafzaak uitvoerbaar is geworden. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring klager in cassatieberoep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04111</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15284"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met oplegging van bijzondere voorwaarden voor het medeplegen van 11 strafbare feiten tegenover slachtoffers op (hoge) leeftijd. In alle gevallen is door hem en zijn mededaders gebruik gemaakt van zogenoemde babbeltrucs om bij de slachtoffers in de woning te komen en hun vertrouwen te winnen. Hij heeft hierbij twee slachtoffers opgelicht en een ander geprobeerd op te lichten. Ook pleegde hij diefstallen uit zes verschillende woningen. Tenslotte heeft hij tweemaal met gestolen pinpassen geld gepind, waarbij de pincodes eveneens door middel van een babbeltruc zijn achterhaald. De vorderingen van de benadeelde partijen worden deels toegewezen, deels niet-ontvankelijk verklaard. De bij de strafbare feiten gebruikte telefoons zijn verbeurdverklaard. De vordering tot tenuitvoerlegging van 100 dagen jeugddetentie wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-030147-26, 10-120451-26, TUL: 10-110805-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7880"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Concurrentiebeding, artikel 7:653 lid 1 BW, aantasting van het bedrijfsdebiet</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12325882</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1001</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1001</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1001"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Beklag ex art. 552a Sv na beslag onder derde op vrachtwagen en oplegger. In strafzaak tegen derde is inmiddels bij onherroepelijk vonnis beslist tot verbeurdverklaring. Klaagschrift moet daarom worden opgevat als beklag ex. 552b Sv, waarop door Rb dient te worden beslist. Conclusie strekt tot vernietiging en bepaling dat stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar Rb.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04115</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4708</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4708</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4708"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de hoogte van de aan eiser toegekende tegemoetkoming in planschade als gevolg van vaststelling van het inpassingsplan “Windpark De Drentse Monden en Oostermoer”. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de tegemoetkoming die de minister heeft toegekend juist is. De rechtbank beoordeelt onder meer de planologische vergelijking en diverse schadefactoren. Beroep ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/2291</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast, mr. M.S. van den Berg, mr. M. Lok</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1366</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1366</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1366"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verbod van onderscheid op grond van geslacht. Appellante verrichtte gelijkwaardige arbeid en kreeg minder salaris. De rechtvaardiging van het beloningsverschil is niet bewezen. De Raad oordeelt dat de toepassing van de beloningsmaatstaf 'laatstverdiend salaris' niet objectief en genderneutraal is en dat dit kan leiden tot ongelijke behandeling op grond van geslacht. De Raad verklaart het beroep gegrond en voorziet zelf in de zaak door te bepalen dat appellante met ingang van 21 mei 2018 gelijk dient te worden beloond als de maatman, dat wil zeggen conform salarisschaal 3, trede 8. Gelet op de geldende beloningssystematiek zal dit ook dienen door te werken in het salaris voor de functies die zij sindsdien heeft verricht. Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/425 WAD</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1301</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1301</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1301"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Strafontslag. Tijdens een personeelsfeest gooit appellant een bierflesje op de grond. Aan hem wordt de disciplinaire straf van ontslag opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim. De Raad is, evenals de rechtbank, van oordeel dat deze straf niet evenredig is aan de ernst van het plichtsverzuim. Ook het ontslag op andere gronden houdt geen stand, omdat niet is gebleken van een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding binnen het team. De Raad voorziet zelf in de zaak, herroept het besluit van 27 juli 2022 en wijzigt de disciplinaire straf van ontslag in schorsing voor de duur van een jaar, met ingang van 27 juli 2022, met inhouding van de jaarvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1194 AW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8267"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening gericht tegen besluit tot beëindiging pgb. Verzoek toegewezen. Spoedeisend belang, vanwege het risico op stopzetting van noodzakelijke hulpverlening . De nadelige gevolgen van het besluit, stopzetting van de zorg door de huidige zorgaanbieder en onzekerheid over plaatsing bij een andere zorgaanbieder, zijn onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/5123</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyás</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32337"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Regulier niet ontvankelijk igs prematuur</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25759</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4709"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de hoogte van de aan eiseres toegekende tegemoetkoming in planschade als gevolg van vaststelling van het inpassingsplan “Windpark De Drentse Monden en Oostermoer”. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de tegemoetkoming die de minister heeft toegekend juist is. De rechtbank beoordeelt onder meer de planologische vergelijking en diverse schadefactoren. Beroep ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/2292</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast, mr. M.S. van den Berg, mr. M. Lok</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2912"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aansprakelijkheidsrecht. Onrechtmatige daad. Letselschade. Verlies van een hand door vuurwerk. Onrechtmatig handelen door het afgeven van vuurwerk aan een ander om het af te steken. Eigen schuld van 50%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.610/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7909</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7909</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7909"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurrecht. Vordering tot beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte op grond van dringend eigen gebruik afgewezen omdat de gestelde substantiële rendementsverbetering onvoldoende aannemelijk is geworden. Belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Wel geoordeeld dat gebruik door dochteronderneming in dit geval geldt als persoonlijk of eigen gebruik.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5004/11972838</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32341"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">pkv intrekking bnt</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.15170</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2337"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 10, leden 2 en 4 van richtlijn 2008/118/EG. Vervoer van goederen onder schorsing van accijns van België naar Nederland. De onder de accijnsschorsingsregeling overgebrachte goederen zijn niet of niet geheel op de plaats van bestemming (Nederland) zijn aangekomen, waarbij dat tekort niet eerder is geconstateerd dan bij het uitladen van het transportmiddel. Na beantwoording van prejudiciële vragen door het Gerecht EU oordeelt het hof dat de onregelmatigheid heeft plaatsgevonden in Nederland, zodat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1356 en 22/1357</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wessels, mr. drs. P. Fortuin, mr. W.J. Blokland</contributor><issued>2026-10-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3290</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27927"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bieraccijns en verbruiksbelasting glutenvrije dranken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 2168</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, D.M. Drok, J.J. Arts</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:6468</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6468</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:6468"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verweerder heeft zijn stelling dat de door eiseres voor het vrije verkeer aangegeven biodiesel niet in Bosnië en Herzegovina is vervaardigd, tegenover de gemotiveerde betwisting door eiseres, niet aannemelijk gemaakt. Dit geldt ook wanneer de verschillende door OLAF vastgestelde feiten in onderlinge samenhang worden bezien. Hieruit volgt dat verweerder ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat de biodiesel van oorsprong is uit de VS. De utb kan niet in stand blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 22/2384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, W.M.C. Schipper, S.J. Richters</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8617</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8617</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8617"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanekamer - Douanerecht, Accijns en Omzetbelasting over rooktabak meegenomen via het groene kanaal op Schiphol.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA-24_121</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.A. Schreuder</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3071</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3071</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3071"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">bekrachtiging vervangende toestemming erkenning Wetsartikel: 1:204 lid 3 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.395/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10254</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10254</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10254"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht. Het verzoek van belanghebbende om op grond van artikel 173, derde lid, van het DWU de aangifte ten invoer van het in het vrije verkeer brengen te wijzigen, is terecht afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 1821</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.K.A. Efstratiades, mr. S.J. Richters, mr. E.M.R. Vennekens</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2809"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douane. Verzoeken om terugbetaling (art. 239 CDW); betreft invoer van melkpermeaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/731 tot en met 25/734</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:13416</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2505"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 9, lid 2, Wet OB juncto Post a.2 van tabel II bij de Wet OB Belanghebbende is onder meer handelaar in paarden. Zij heeft een wedstrijdpaard verkocht aan een Maleisische afnemer met het oog op deelname aan de South-East Asian Games. Het paard heeft na levering nog 2 maanden en 20 dagen in België op stal gestaan en daar aan een selectiewedstrijd deelgenomen alvorens naar Maleisië vervoerd te zijn. Het hof is van oordeel dat het nultarief bij uitvoer uit de EU van toepassing is, ongeacht die wedstrijddeelname tussen levering en uitvoer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/93 en 25/94</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, prof. mr. dr. H.W.M. van Kesteren</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de omzetbelasting 1968 9</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:304</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11017"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanekamer. Invoer vaartuig. utb is vernietigd. Geen procesbelang bij beoordeling van gewijzigd besluit. Beroep gegrond. Geen recht op vergoeding van integrale proceskosten. Verzoek immateriële schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 4034</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.A. Schreuder</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2512"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Nultarief bij uitvoer. Verzuimboete. Belanghebbende exploiteert een sportpaardenbedrijf en heeft een sportpaard verkocht aan een koper gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten en ter zake het nultarief in de omzetbelasting voor uitvoer toegepast. Nu het paard voor het verlaten van de Europese Unie in Portugal heeft deelgenomen aan wedstrijden, wat verder gaat dan het in goede conditie of goede staat houden van het paard, heeft het eerste gebruik van het paard in Portugal (de EU) plaatsgevonden. Belanghebbende heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat de uitvoer van het paard heeft plaatsgevonden in verband met de door belanghebbende verrichte levering. Het nultarief is niet van toepassing. Het Hof vernietigt wel de verzuimboete, omdat het standpunt van belanghebbende pleitbaar is. (Hoger beroep gegrond)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1185 en 25/1186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. van Dongen, prof. mr. W. de Wit, mr. L.D.M.A. Reijs</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:4081</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11011"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht, accijns en omzetbelasting over rooktabak en sigaretten meegenomen via Schiphol, groene kanaal. Vrijstelling. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 2966</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.M.C. Schipper</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13880"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht. Beroepen gaan over de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur van een zitzak en van het omhulsel van zo een zitzak. De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 3338</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.J. Ebbeling, W.M.C. Schipper, mr. dr. C.A. Schreuder</contributor><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3104</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3104</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3104"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Invoeren van goederen van krokodillenleer uit Thailand naar Nederland zonder vereiste invoervergunning, art. 3.37 Wet natuurbescherming. Vrijspraak opzet. Verwerping avas-verweer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001695-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:811</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3036</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3036</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3036"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht; antidumpingrechten; door de inspecteur gebruikt bewijsmateriaal; leveringsvoorwaarde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/171 en 26/172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11016</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11016</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11016"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douane. Schiphol. Groene kanaal. Gouden armbanden in bagage. Beroep is niet-ontvankelijk. geen machtiging ontvangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 2921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.A. Schreuder</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1632"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns; art. 66, lid 1, aanhef en letter a, Wet op de accijns; art. 14, lid 1, letter c, Energiebelastingrichtlijn; in bunkertank van binnenvaartschip aangetroffen gasolie met te weinig Solvent Yellow; weigering van de accijnsvrijstelling; niet voldaan aan het formele vereiste voor vrijstelling maar wel aan de materiele voorwaarden; eindarrest na prejudiciële vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/05853 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Uitspraak na prejudiciële beslissing</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:9865</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10255"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht. Oorsprong ingevoerde elektrische fietsen. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Redelijke schating.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 2695</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.K.A. Efstratiades, mr. S.J. Richters, mr. E.M.R. Vennekens</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2507</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2507</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2507"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Levering van een paard, toepassing nultarief. Het hof oordeelt dat belanghebbende met haar afnemer een levering van het paard naar de Verenigde Staten is overeengekomen, dat niet in geschil is dat het paard daadwerkelijk aan deze afnemer is geleverd en dat het paard zoals overeengekomen het douanegebied van de Unie heeft verlaten. Enig tussentijds gebruik door de afnemer staat de toepassing van het tarief niet in de weg. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat sprake is van fraude, belastingontwijking of misbruik. Belanghebbende mocht daarom het nultarief op deze levering toepassen. Hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/936</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, prof. mr. dr. H.W.M. van Kesteren</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3137</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4711"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de hoogte van de aan eiser toegekende tegemoetkoming in planschade als gevolg van vaststelling van het inpassingsplan “Windpark De Drentse Monden en Oostermoer”. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de tegemoetkoming die de minister heeft toegekend juist is. De rechtbank beoordeelt onder meer de planologische vergelijking en diverse schadefactoren. Beroep ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/2294</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast, mr. M.S. van den Berg, mr. M. Lok</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32338"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden en een taakstraf van 240 uren voor onder andere bankhelpdeskfraude, toewijzing vorderingen van meerdere benadeelde partijen, rechtstreeks geleden schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/232550-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. K.C.J. Vriend, mr. F.C. Berg, mr. H.G. Egter van Wissekerke</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3076"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Klacht tegen een notaris. Executoriale verkoop woning. Beslagleggers op veilingopbrengst. Minnelijke rangregeling. De notaris heeft onzorgvuldig en onvoldoende voortvarend met klager gecommuniceerd, en heeft daardoor onduidelijkheid gecreëerd. Daarnaast heeft de notaris onaanvaardbaar lang het bedrag waarop klager recht had onder zich gehouden, zonder dat daarvoor gegronde redenen aanwezig waren. Klacht deels gegrond. Berisping</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.352/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8285</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8285</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8285"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking over meerdere jaren van het recht van eiser op algemene en bijzondere bijstand en het recht van eiser op het volwassenenpakket. Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag. De onderzoeksbevindingen zijn toereikend voor de conclusie dat eiser over de gehele ter beoordeling voorliggende periode werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van het bedrijf dat op naam van zijn moeder staat. Deze werkzaamheden zijn op geld waardeerbaar en heeft eiser niet gemeld, waardoor hij de op hem rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden. Bij gebreke van een administratie kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld, ook niet schattenderwijs. Het college heeft de algemene en bijzondere bijstand terecht ingetrokken en de verstrekte bijstand terecht teruggevorderd. Ook heeft het college het recht op het volwassenenpakket kunnen intrekken en het op die grond verstrekte bedrag kunnen terugvorderen. Nu het inkomen niet over elk van de maanden in de referteperiode kan worden vastgesteld en daarmee niet kan</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7115 en 25/2274</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyás</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31709"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzen verzoek tot proceskostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/695934 / FA RK 25-9346</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boot</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4712</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4712</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4712"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de hoogte van de aan eiser toegekende tegemoetkoming in planschade als gevolg van vaststelling van het inpassingsplan “Windpark De Drentse Monden en Oostermoer”. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de tegemoetkoming die de minister heeft toegekend juist is. De rechtbank beoordeelt onder meer de planologische vergelijking en diverse schadefactoren. Beroep ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/2296</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast, mr. M.S. van den Berg, mr. M. Lok</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7921"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Is tussen verhuurder en huurders een overeenkomst tot stand gekomen die erop neerkomt dat aan huurders een beëindigingsvergoeding wordt betaald in verband met een vroegtijdig vertrek uit het gehuurde? De kantonrechter oordeelt van wel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11872763</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32342"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">pkv intrekking bnt</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.6966</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4710</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4710</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4710"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de hoogte van de aan eiser toegekende tegemoetkoming in planschade als gevolg van vaststelling van het inpassingsplan “Windpark De Drentse Monden en Oostermoer”. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de tegemoetkoming die de minister heeft toegekend juist is. De rechtbank beoordeelt onder meer diverse schadefactoren en of is voldaan aan de vergewisplicht. Beroep ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/2293</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast, mr. M.S. van den Berg, mr. M. Lok</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1036</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1036</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1036"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling wegens diefstal in vereniging van gereedschap aannemersbedrijf, art. 311.4 Sr. Middelen over bewijsvoering van i.h.b. de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking en opzet op de diefstal en de daarop gerichte samenwerking. AG: De nauwe en bewuste samenwerking en het vereiste opzet kunnen worden afgeleid uit (hier kort samengevat) het tijdsverloop tussen de tijdstippen waarop de door de verdachte bestuurde auto met daarin de medeverdachte als bijrijder op de snelweg is gesignaleerd uit de richting van waar de medepleger woont naar het aannemersbedrijf en omgekeerd, het door de verdachte en medeverdachte verplaatsen van het gereedschap met daarop stickers met de naam van het aannemersbedrijf uit de door de verdachte bestuurde auto naar de kofferbak van de auto van de medeverdachte van waaruit twee andere medeverdachten diezelfde ochtend nog dag het gereedschap hebben opgehaald, daarin geld hebben achtergelaten waarna de verdachte met de medeverdachte begin van de middag naar die auto is gereden die daar het geld uit de kofferbak heeft gehaald en (en deel daarvan) mee teruggenomen naar de auto van de verdachte. Voor de (naar later bleek) aanwezigheid van het gereedschap in zijn auto heeft de verdachte een niet-geloofwaardige verklaring gegeven. Strekt tot verwerping (art. 81 lid 1 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04214</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30787</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30787</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30787"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">beeïnidiging verblijfsrecht bij partner uit andere lidstaat van de Europese Unie - artikel 8.13 Vb - geen rechten opgebouwd onder Besluit 1/80 - hoorplicht in bezwaar - beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.56123, NL26.56125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J. Smeets</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30877"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om overbrenging vanuit Afghanistan. Tolkenregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/8326</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. de Kock-Molendijk</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30879"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om overbrenging vanuit Afghanistan. Tolkenregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/4342</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. de Kock-Molendijk</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30892</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30892</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30892"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">intrekking verblijfsvergunning artikel 8 EVRM - eerste besluit op bezwaar vervangen vanwege onvolledige voorbereiding - alleen pro forma beroep is onvoldoende voor een proceskostenveroordeling - vervangende besluit op bezwaar is onzorgvuldig bekendgemaakt - artikel 3:40 jo. 3:41 jo. 6:8 Awb - na uitschrijven op het BRP-adres van de ex-partner en kennelijke vermelding ‘adres onbekend’ kon verweerder niet aan eiser bekendmaken door toezending aan de ex-partner - beroep gegrond en opnieuw beslissen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.55095, NL25.60496 en NL25.60497.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J. Smeets</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30900</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30900</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30900"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen de afwijzing van een verzoek om naturalisatie. Ten tijde van het naturalisatieverzoek was de rehabilitatietermijn van vijf jaar sinds de tenuitvoerlegging van een strafsanctie nog niet verstreken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/5891</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.L.D. Timmermans</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30901</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30901</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30901"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen de definitieve vaststelling van de huurtoeslag op € 0,- en de terugvordering van de teveel verstrekte huurtoeslag. Mocht het vermogen van de dochter van eiseres worden betrokken bij de berekening en mocht zij als medebewoner worden aangemerkt?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/4262</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.L.D. Timmermans</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30912"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Toedracht van het ongeval niet vast komen te staan. Geen vergoeding proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12321332</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.C.E. Spierings</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10467</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10467</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10467"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen hebben een affectieve relatie gehad die is beëindigd. De huurovereenkomst staat op naam van de man en de vrouw vordert in kort geding medewerking van de man om een verzoek in te dienen bij de verhuurder tot medehuurderschap. Daarnaast vordert de vrouw het alleen gebruik van de woning en uitschrijving van de man uit de BRP op het adres. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen tot medewerking aan een verzoek tot medehuurderschap en het voorlopig alleen gebruik van de woning door de vrouw toe. De gevorderde uitschrijving van de man uit de BRP wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/451559 KG ZA 26-454 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10468</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10468</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10468"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek van werkgever om de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden wegens primair een verstoorde arbeidsverhouding, subsidiair disfunctioneren en meer subsidiair de cumulatiegrond. Werknemer betwist dat tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dient te worden overgegaan. Bij ontbinding verzoekt werknemer dat werkgever wordt veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding en een billijke vergoeding. De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding toe. Daarnaast wordt de door werknemer verzochte transitievergoeding toegewezen. De door werknemer verzochte billijke vergoeding wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12354891 AZ VERZ 26-94 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10469</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10469</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10469"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer was bij werkgever in dienst als treinmachinist. Wegens langdurige arbeidsongeschiktheid van werknemer heeft werkgever toestemming gevraagd bij het UWV om de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen. Het UWV heeft toestemming verleend aan werkgever tot opzegging, waarna werkgever de arbeidsovereenkomst met werknemer heeft opgezegd. Werknemer is het niet eens met de opzegging en verzoekt na de switch een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen dan wel nalaten van werkgever. De kantonrechter wijst het verzoek van werknemer af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12142594 AZ VERZ 26-27 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10471"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Geregelde ontbinding na schikking ter zitting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12224165 \ AZ VERZ 26-58 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10491"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurovereenkomst; ontbinding en ontruiming; vermindering van eis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12288608 \ CV EXPL 26-2324</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10492"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WonenBreburg wil dat huurster de gehuurde woning verlaat, omdat zij tekortschiet in de nakoming van haar verplichtingen als huurster. De woning is vervuild en staat vol met spullen. Ook ervaren omwonenden overlast, met name vanuit de dochter van huurster en haar gasten. Huurster is een kwetsbare vrouw die begeleiding nodig heeft. Deze begeleiding is de laatste tijd niet op juiste wijze aangeboden, waardoor huurster meer moeite heeft gehad met het ordenen van haar leven en het schoonmaken van haar woning. Zij heeft een groot belang bij behoud van de woning. De kantonrechter oordeelt dat huurster tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst. De kantonrechter moet vervolgens beoordelen of die tekortkoming de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt en moet kijken naar de belangen van partijen. Het belang van huurster bij behoud van de woning weegt zwaarder dan het belang van WonenBreburg bij ontbinding van de huurovereenkomst. De kantonrechter wijst de vorderingen van WonenBreburg daarom af</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12035562 \ CV EXPL 25-4272 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10497</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10497</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10497"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurder is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Er is harddrugs aangetroffen in de woning. Deze tekortkoming levert in beginsel voldoende grond op om de huurovereenkomst te ontbinden. In dit geval zijn er bijzondere persoonlijke omstandigheden van de huurder die leiden tot een voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Huurder krijgt daarmee nog een laatste kans.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12064031 CV EXPL 26-432 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8280</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8280</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8280"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding op grond van Wmo 2015 terecht beëindigd. Zorgvuldig onderzoek. Sprake van gebruikelijke hulp die van vrouw verwacht mag worden. Ongegrond. Schadevergoeding overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/851</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): dr. mr. J.A. van Schagen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7928</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7928</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7928"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gevorderde ontbinding en ontruiming toegewezen vanwege het niet hebben van hoofdverblijf in het gehuurde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11949955</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2761</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2761</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2761"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Uitkoopprocedure; veroordeling tot overdracht aandelen; art. 2:2021a BW.”</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.909/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2827</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2827</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2827"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêteprocedure; benoeming; onderzoeker; beheerder van aandelen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.950/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.W.H. Vink, mr. E. Loesberg, mr. J.M. de Jongh, mr. D.E.M. Aleman, mr. G. Dubbeld</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2872"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.912/01 0K</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2659</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2659</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2659"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêteprocedure; benoeming bestuurder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.402/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Wolfs, J.M. de Jongh, E. Eeftink RA, V.G. Moolenaar, I.A. van der Burg</contributor><issued>2026-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2826</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2826</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2826"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêteverzoek; onmiddellijke voorziening; tijdelijk bestuurder; voorlopig oordeel; gegronde redenen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.374.339/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.W.H. Vink, mr. C.C. Meijer, mr. J.M. de Jongh, dr. M.J.R. Broekema, drs. M.J.J. van Prooijen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2599</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2599</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2599"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Enquêteprocedure; verlenging van eindvoorzieningen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.336.928/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. de Jongh, V.G. Moolenaar, C.H. Rombouts, M.J.R. Broekema, A.P. Wessels</contributor><issued>2026-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2707</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2707</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2707"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; geschillenregeling; aanwijzing deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.500/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, S.M. Zijderveld, G. Eikelenboom, I.A. van der Burg, G.P. Oosterhoff</contributor><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2172</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2172</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2172"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêterecht; beëindiging enquête; belangenafweging in het licht van de doeleinden van het enquêterecht; opheffing onmiddellijke voorzieningen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.341.149/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, E. Eeftink RA, C.H. Rombouts, A. Thomassen, A.P. Wessels</contributor><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2502</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2502</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2502"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; enquête; verhoging onderzoeksbudget en gedeeltelijke aanhouding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.343.535/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, E. Loesberg, A.J. Brouwer RA, S.M. Zijderveld</contributor><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2822"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; geschillenregeling; terugkomen bindende eindbeslissing; afwijzing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.943/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Loesberg, mr. W.A.H. Melissen, prof. dr. mr. S. ten Have, mr. drs. A.P. Wessels, drs. P.G. Boumeester</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2222"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; enquête; Wmcz 2018; wel gegronde redenen; afwijzing na belangenafweging; onderzoek niet in belang van vennootschap; bekrachtiging beslissing LCvV; beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.089/01 OK en 200.368.448/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Eeftink RA, W.A.H. Melissen, C.H. Rombouts, A. Thomassen, A.P. Wessels</contributor><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2249</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2249</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2249"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Enquêteprocedure; onderzoek gelast; benoeming bestuurder met beslissende stem.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.668/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, D.E.M. Aleman, W.A.H. Melissen, V.G. Moolenaar, G.P. Oosterhoff</contributor><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2339</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2339</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2339"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; geschillenregeling; vaststelling loon deskundige</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.357.784/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, G. Boon, C.C. Meijer, F. Marring RA</contributor><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2422</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2422</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2422"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; verzoek voorlopige bewijsverrichting; artikel 196 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.980/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. de Jongh, A.J.C.C.M. Loonen, M.J.R. Broekema, A.P. Wessels , R.D. Vriesendorp</contributor><issued>2026-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2514</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2514</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2514"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; geschillenregeling; toewijzing uitstotingsverzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.500/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, S.M. Zijderveld, G. Eikelenboom, I.A. van der Burg, G.P. Oosterhoff</contributor><issued>2026-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2180"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; uitstoting; benoeming deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.471/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, D.E.M. Aleman, C.C. Meijer, F. Marring RA</contributor><issued>2026-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2498"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; enquête; toewijzing; onmiddellijke voorzieningen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.402/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Wolfs, J.M. de Jongh, E. Eeftink RA, V.G. Moolenaar, I.A. van der Burg</contributor><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2248</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2248</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2248"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; WOR; afwijzing verzoeken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.365.219/01OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. de Jongh, G. van Vollenhoven-Eikelenboom, S.M. Zijderveld, I.A. van der Burg, G.P. Oosterhoff</contributor><issued>2026-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2285</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2285</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2285"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; geschillenregeling; vaststelling loon en schadeloosstelling van de deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.602/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, G. Boon, C.C. Meijer, M.J.R. Broekema</contributor><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2497</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2497</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2497"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer;</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.401/01 0K en 200.367.750/01 0K</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2669</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2669</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2669"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; geschillenregeling; beschikking raadsheer-commissaris; afwijzing verzoeken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.354.340/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking, Beslissing RC</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. de Jongh</contributor><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:4879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:4879"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Voldoende aannemelijk dat sprake is van onrechtmatige uitlatingen, die gedaagde op straffe van een dwangsom moet verwijderen en verwijderd houden. Verbod om nieuwe uitlatingen te doen. Omdat gedaagde niet op de mondelinge behandeling is verschenen, wordt geen acht geslagen op de door hem voor de zitting ingediende stukken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/446439 / KG ZA 26-156 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-06-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5459</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5459</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5459"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aannemingsovereenkomst, geen herroepingsrecht ex art. 6:230o BW, sanctie vanwege schending informatieplichten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.139/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:676</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2674"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">onrechtmatige inbeslagname auto, afwijzing vergoeding voor waardevermindering auto tijdens periode inbeslagname en afwijzing immateriële schadevergoeding voor gemis auto</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.649/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:5714</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5714</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:5714"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eisers zijn door schenking of vererving eigenaar geworden van een grote portefeuille vastgoed. Zij willen deze vastgoedportefeuille verkopen en schakelen daarvoor een makelaar in. Gedaagde, een aannemer die ook werkzaam is als vastgoedbelegger, brengt verschillende biedingen uit. Zijn laatste bieding wordt door eisers geaccepteerd. De makelaar van eisers verzoekt gedaagde daarop om een op schrift gestelde koopovereenkomst te ondertekenen en de koopprijs te betalen. Gedaagde weigert dat. Volgens hem is er nog geen overeenkomst tot stand gekomen omdat hij het met eisers nog niet eens is geworden over de mogelijkheid om een deel van de vastgoedportefeuille door te verkopen, met ABC-levering(en). De rechtbank oordeelt dat er een koopovereenkomst tot stand is gekomen én dat die overeenkomst geen mogelijkheid inhield voor ABC-leveringen. Uitleg contractuele verzuimregeling. Ontbinding. Geen grond voor matiging van de gevorderde contractuele boete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/677207 / HA ZA 24-303</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.A. Baggerman, M.J. Drop, B.J.M.P. Cremers</contributor><issued>2026-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:10204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:10204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:10204"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">KG. Nietige dagvaarding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723624 / KG ZA 26-776</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. de Bruin</contributor><issued>2026-08-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2151"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Mondkapjesdeal’. Herroepingsverzoek met betrekking tot ECLI:NL:GHAMS:2025:3001 vanwege na het arrest verkregen informatie. Het verzoek wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.466/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9329"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Waar het College voor de Rechten van de Mens oordeelt dat de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB) verboden onderscheid maakte op grond van ras bij klachtbehandeling en in strijd handelde met het verbod van victimisatie, door een achtjarig meisje niet (langer) toe te laten tot het zogenoemde ‘instroomprogramma’ voor jong tennistalent, oordeelt de voorzieningenrechter anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/792177 / KG ZA 26-713 MK/GR</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6346</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6346</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6346"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De zaak gaat over een mogelijke schending van de privacy bij een opgenomen uitvaartdienst. De kerk had de dienst gefilmd, zodat familieleden en andere betrokkenen die niet aanwezig konden zijn, de uitvaart alsnog live konden volgen. Na afloop bleef de opname via een website beschikbaar om terug te kijken. Een familielid van de overledene eiste ongeveer € 12.000 schadevergoeding, omdat de opname volgens hem/haar zonder toestemming was gemaakt en zijn/haar privacy en de nagedachtenis van de overledene zou hebben aangetast. De kantonrechter wees de vordering af. De eiseres had volgens de rechter onvoldoende onderbouwd dat er daadwerkelijk sprake was van schade als gevolg van de privacy inbreuk. Zo was niet duidelijk gemaakt, ook niet na vragen van de rechter, hoe vaak hij/zij in beeld was geweest, op welke manier, en wat er tijdens de dienst precies was gezegd. Daarom kon de rechter niet vaststellen dat er schade was geleden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12002764 \ CV EXPL 25-7120</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.M. Salemans</contributor><issued>2026-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11306</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11306</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11306"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De voorzieningenrechter is van oordeel dat het spoedeisend belang voor de tijdvakken 2019 tot en met 2025 voldoende aanwezig is en dat het geschil zich leent voor afdoening in kort geding. Van een fishing expedition is geen sprake; de Belastingdienst blijft binnen de grenzen van haar bevoegdheid en handelt volgens beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Er is (dan ook) geen sprake van schending van de AVG en van artikel 8 EVRM. De voorzieningenrechter is wel van oordeel dat de gevorderde opgave van de aanwezigen bij de door de business club georganiseerde evenementen te ver gaat. Het privacy karakter van deze gegevens is nogal hoog en de Belastingdienst kan vragen over die evenementen na ontvangst van de personalia ook aan de betrokken belastingplichtigen stellen. Met uitzondering van de naam op de winkelpas moeten voor het overige de gevraagde gegevens worden verstrekt. De dwangsom wordt opgelegd in een beperktere omvang en in een iets gematigder modaliteit dan gevorderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/379562 / KG ZA 26-376</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5438"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beroep op oneerlijke handelspraktijken. Reflexwerking. De kantonrechter weegt de oneerlijke handelspraktijk mee in de beoordeling van het beroep op dwaling. Dit beroep slaagt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12019689 \ CV EXPL 25-3656</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.B. de Groot</contributor><issued>2026-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:4596</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4596</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:4596"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verkoop strook grond door gemeente niet onrechtmatig. Geen verjaring.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11656314 \ CV EXPL 25-1325 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-06-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2509"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Borgtocht. Verjaring – artikel 3:323 lid 3 BW. Vordering van bank uit hoofde van borgtocht gedekt door hypotheek? Toepassing van objectieve uitlegmaatstaf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24136</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24136</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24136"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incidenteel vonnis. Bevoegdheidsincident afgewezen in verband met stilzwijgende aanvaarding bevoegdheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 702638</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.C. Bordes</contributor><issued>2026-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9222"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kort geding; vordering tot het laten filteren van documenten door een rechter-commissaris of onafhankelijke advocaat wordt afgewezen. Advocaten van de wederpartij hebben een beroep op hun verschoningsrecht gedaan en het is aan hen om de documenten te beoordelen op geheimhoudersinformatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/791665/KG ZA 26-678</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11057</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11057</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11057"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Maken van pornografische deepfake afbeeldingen met gebruikmaking van beelden van ex-collega's en een huidige collega. Ontbinding arbeidsovereenkomst. Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12325878 \ AZ VERZ 26-104</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2862</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2862</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2862"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:29 Awb. Geheimhoudingsbeslissing. AVG levert geen algemene rechtvaardigingsgrond op voor geheimhouding en heeft geen betrekking op verwerking van gegevens over rechtspersonen. Inspecteur beroept zich wel terecht op privacy van genoemde (rechts)personen. Vermelding van namen, adressen en bedrijfsactiviteiten en koppeling daarvan aan fiscale positie raakt aan persoonlijke levenssfeer of bedrijfsvertrouwelijke sfeer. Verzoek om geheimhouding is gerechtvaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-26/205 tot en met BK-26/208</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Geheimhoudingsbeslissing</description><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6861"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Werkgeversbijdrage regeling vormt loon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1646</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:2652</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2739</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2739</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2739"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is het niet eens met de aanslagen IB/PVV voor de jaren 2021 en 2022. De inspecteur is volgens hem ten onrechte afgeweken van de aangiften. Het hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat de inspecteur terecht is afgeweken van de aangiften, omdat belanghebbende voor beide jaren een te hoog bedrag aan ingehouden loonheffing had aangegeven. Het hof is verder van oordeel dat belanghebbende terecht door de rechtbank is veroordeeld in de proceskosten van de inspecteur wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht, aangezien doorprocederen in dit geval geen enkel redelijk doel diende, gelet op de procedures over voorgaande jaren. Het hof wijst het verzoek van de inspecteur om belanghebbende in hoger beroep ook te veroordelen in de proceskosten wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht echter af. Het aanwenden van een rechtsmiddel tegen een uitspraak waarin geoordeeld is dat men kennelijk onredelijk gebruikmaakt van procesrecht, is in beginsel namelijk niet kennelijk onredelijk. Bij gelijkblijvende omstandigheden kan het hof een volgende keer mogelijk anders oordelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1109 en 25/1110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, mr. drs. E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:3002</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30772</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30772</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30772"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is of de ANBI-status van eiseres terecht is ingetrokken; artikel 5b van de AWR; eiseres maakt niet aannemelijk dat zij voldoet aan de kwalitatieve toets; geen schending van het vertrouwensbeginsel, evenredigheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel of motiveringsbeginsel; het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 8168</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. Sahebali, mr. drs. J.J. Arts, mr. A.J.M. Arends</contributor><issued>2026-11-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6331</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6331</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6331"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Winstcorrectie. Strafrechtelijk onderzoek. Aftrekbaarheid facturen niet aannemelijk gemaakt.. Verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1706</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:5433</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:6935</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6935</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:6935"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hoogte van de kosten van de naheffingsaanslag parkeerbelasting. Kostenraming. ECLI:HR:2026:24. Meer dan zijdelingse samenhang met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/6395</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. van Walderveen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1948"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat de inspecteur terecht en niet te hoge aanslagen vennootschapsbelasting aan belanghebbende heeft opgelegd. Het hof acht het aannemelijk dat belanghebbende in onderhavige jaren voor haar rekening en risico het restaurant exploiteerde. Voor 2017 heeft de inspecteur op basis van een gemotiveerde schatting aannemelijk gemaakt dat de aanslag niet te hoog is. Voor 2018 geldt dat sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast, belanghebbende niet heeft doen blijken dat de aanslag te hoog is en dat voorts sprake is van een redelijk schatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/65 en 25/66</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8809</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1746"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03502</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2523</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1744"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04104</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2587</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1730"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting; premieheffing volksverzekeringen; art. 16 Verordening 883/2004; art. 2 en 4 Rijnvarendenovereenkomst; art. 267 VWEU. Is de Rijnvarendenovereenkomst van toepassing op een rijnvarende die naast zijn werkzaamheden in de Rijnvaart ook andere werkzaamheden verricht voor een andere werkgever? Prejudiciële vragen aan HvJ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00270</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Prejudicieel verzoek</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:4078</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:548</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:914</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:914</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:914"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:983 Bedrijfsopvolgingsregeling erfbelasting; uitbreiding van subjectieve gerechtigdheid tot een objectieve onderneming. Indirecte bezitseis ex art. 35d(1)(c) SW. Art. 35c(5)(a) SW. Zijn liquide middelen en effecten in holding ondernemingsvermogen? Bewijslastverdeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03967</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6392"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Geen geruisloze inbreng. Belaste winst bij inbreng te hoog vastgesteld. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/6317</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-08-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4498"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Afwaardering vordering. Buitengewone last?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2037</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:7864</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3077"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 30a Wet WOZ, Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm. Beoordelingsmoment bijzonder geval: geen no cure no pay op het moment van instellen beroep en hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/647</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1644"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03445</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2321</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8513"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen loonheffingen. Pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding over transfervergoeding aan professionele sporter. Beoordeling toets- en vergelijkingsloon: is sprake van een voortgezette dienstbetrekking of van drie afzonderlijke dienstbetrekkingen? Is sprake van strijd met art. 1 EP EVRM, art. 14 EVRM, art. 26 IVBPR of art. 63 VWEU? Is Nederland heffingsbevoegd op grond van het belastingverdrag? Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 5523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker, A.A. Fase, M. van Doesburg</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1534</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1534</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1534"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Uit de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan voor de afloop van de bezwaartermijn volgt niet dat belanghebbende tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de naheffingsaanslag. Artikel 24a Awr. Geen plaats voor toepassing van genoemd artikel in de periode vóór de inwerkingtreding daarvan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1351</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. van Dongen</contributor><issued>2026-10-21</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 24a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5315</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1942</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1942</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1942"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende geeft spinninglessen voor een sportschool en laat de opbrengst toekomen aan een BV waarvan haar kinderen de (middellijke) aandeelhouders zijn. De inspecteur heeft bij belanghebbende een resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking genomen en navorderingsaanslagen opgelegd. Het hof laat de navorderingsaanslagen in stand. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1449 tot en met 24/1452</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5463</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1699</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1699</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1699"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01954</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:3428</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1736</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1736</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1736"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04057</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2938</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7726"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Partiële vrijspraak medeplegen, bewezenverklaring opzettelijk een aangifte omzetbelasting onjuist doen, feitelijk leidinggeven aan het door een rechtspersoon begaan van het opzettelijk een aangifte omzetbelasting en vennootschapsbelasting onjuist doen, feitelijk leidinggeven aan het door een rechtspersoon begaan van het opzettelijk een aangifte vennootschapsbelasting niet doen en feitelijk leidinggeven aan het door een rechtspersoon begaan van het opzettelijk niet voldoen aan de administratieplicht, terwijl deze feiten ertoe strekken dat te weinig belasting wordt geheven. Procesafspraken. Veroordeling tot een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden, met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden. Ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon voor drie jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 81-181346-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Berkhout, M. Vaandrager, mr. C. Bruil</contributor><issued>2026-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10995"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen Vpb n.a.v. boekenonderzoek. Niet de vereiste aangiften Vpb gedaan. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Schattingen van verweerder zijn redelijk. Voor een (klein) deel van de inkoopkosten heeft belanghebbende voldaan aan de verzwaarde bewijslast. Voor het overige zijn de gestelde (contante) inkoopkosten terecht buiten aanmerking gelaten, nu daarvan administratie ontbreekt en belanghebbende daarover geen verklaring kan (of wil) verstrekken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/3733, HAA 25/3742 en HAA 25/3787</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, C. Huisman, D.C. van Beelen</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5955</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5955</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5955"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij afzonderlijke besluiten van 17 november 2021 heeft de Dienst Toeslagen, voor zover van belang, geweigerd aan [appellant] een compensatie toe te kennen voor de jaren 2007 tot en met 2010.[appellant] heeft op 4 december 2019 verzocht om een herbeoordeling van zijn recht op kinderopvangtoeslag. Bij besluit van 26 mei 2021 is aan hem een compensatie van € 30.000,00 toegekend op grond van de zogenoemde Catshuisregeling. Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een compensatie van € 9.002,00 toegekend vanwege vooringenomen handelen in de maanden november en december 2006. Omdat al een voorlopig compensatiebedrag van € 30.000,00 aan [appellant] is toegekend, heeft hij hiervoor geen aanvullend bedrag uitbetaald gekregen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403489/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:505"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Last onder dwangsom waarvan de termijn is verstreken en waarbij geen dwangsommen zijn verbeurd. Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang. De aangevoerde posten zijn proceskosten en vallen niet onder de werking van artikel 8:88 Awb.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/735</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.H.A. Knol, mr. W.C.E. Winfield, mr. M.L. Noort</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1737</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1737</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1737"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04786</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:7092</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:912"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2026:983 AB-heffing; fictieve vervreemding bij overgang krachtens erfrecht; doorschuiffaciliteit; art. 4.17a(5) Wet IB; zijn liquide middelen en effecten in holding ondernemingsvermogen? Bewijslastverdeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03966</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29441</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29441</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29441"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond. In geschil is of verweerder terecht de factor uit artikel 30a Wet WOZ heeft toegepast. Niet voldaan aan de bewijslast van buiten redelijke twijfel komen vast te staan. Geen bijzonder geval.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 26 _ 1957</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.G. Scholten</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11069</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11069</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11069"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering Infomedics toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12332500 \ CV EXPL 26-4080</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2025:388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2025:388"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen hebben na beëindiging van de exploitatie van een restaurant een vaststellingsovereenkomst gesloten, die inhield dat Gastrolab c.s. nog een bedrag aan Sorrel c.s. moesten voldoen. Sorrel c.s. willen nakoming van de vaststellingsovereenkomst. Gastrolab c.s. willen vernietiging ervan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202404062</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Tubben</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32344</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32344</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32344"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Samenhang bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25090, NL26.25097 en NL26.25100</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8281</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8281</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8281"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wabo. Handhaving activiteiten aanhangwagenbedrijf. Afwijzing handhavingsverzoek groothandel aanhangwagens en detailhandel; toewijzing handhavingsverzoek verhuren aanhangwagens. Beroep gegrond. 1. Beslissing op bezwaar is onvolledig en in strijd met artikel 7:11, lid 2, van de Awb, omdat niet tegelijkertijd een handhavingsbesluit is genomen. 2. Groothandel valt niet onder het overgangsrecht, omdat gebruik is geïntensiveerd; 3. Onvoldoende onderzocht hoeveel aanhangwagens voor detailhandel zijn aangeboden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4779</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7606</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7606</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7606"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak over de toekenning van tegemoetkomingen in de planschade als gevolg van het inpassingsplan “Windenergie A16”, dat de bouw van drie windturbines bij verkeersknooppunt Galder mogelijk heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat de StAB met inachtneming van de tussenuitspraak voldoende inzichtelijk heeft gemaakt wat de waardevermindering is en hoe deze waardevermindering is bepaald. De rechtbank stelt wat betreft eisers 1 zelf de tegemoetkoming vast. Voor wat betreft de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming in planschade voor het object van eisers 2 heeft het college kunnen aansluiten bij het advies van haar eigen deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2030 E en 24/3975 E</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.H.M. Verhoeven, mr. O.Y. Ifzaren, mr. dr. C.N. van der Sluis</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7830</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7830</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7830"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek opheffing bewind wordt omzetting van algeheel bewind naar beperkt bewind over de verkoopopbrengst van de woning totdat er meer structurele duidelijkheid c.q. zekerheid bestaat over de nieuwe woon- en werksituatie van betrokkene.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12315264 TD VERZ 26-382</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8282</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8282</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8282"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/4940</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Gaastra LL.M.</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8283"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/4807</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): dr. mr. J.A. van Schagen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:7058</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:7058</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:7058"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdrecht. Verkrachting. Artikel 242 (oud) Sr. Bevestiging van het vonnis met aanvulling. Veroordeling wegens meermalen verkrachten tot een jeugddetentie van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Verdachte moet een bedrag van € 12.500,00 aan de benadeelde partij betalen als vergoeding voor de schade die de benadeelde partij door toedoen van verdachte heeft opgelopen. Vordering tot oplegging van een contactverbod afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-001713-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10721</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10721</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10721"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In verband met de ontwikkeling van het stadsstrand in Hoorn heeft de gemeente Hoorn een “Kavelpaspoort strandpaviljoen stadsstrand Hoorn” uitgegeven. Het Kavelpaspoort bevat bouwregels en een situatieschets inzake grootte, architectonische uitstraling en te gebruiken materialen voor een aldaar te vestigen strandpaviljoen. Belanghebbende heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor de ontwikkeling van het strandpaviljoen. Naar aanleiding van berichten vanuit het Hoogheemraadschap heeft belanghebbende de aanvraag aangepast door het indienen van een nieuwe bouwtekening. De gevraagde omgevingsvergunning is onder voorwaarden verleend en verweerder heeft belanghebbende een aanslag leges opgelegd ter grootte van € 33.576,40, waaronder leges ter zake van “planologisch strijdig met bouw” van € 14.868,00. Volgens belanghebbende is dit bedrag ten onrechte geheven omdat daarvoor geen aanvraag was ingediend. De rechtbank overweegt dat met het indienen van de nieuwe bouwtekening de aanvraag is aangevuld tot een aanvraag voor de vergunning van een bouwactiviteit die strijdig is met het bestemmingsplan en is het bedrag van € 14.868.00 in zoverre terecht geheven. De rechtbank honoreert echter het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel omdat aan de inhoud van het Kavelpaspoort redelijkerwijs het vertrouwen mocht worden ontleend dat de aanvraag in overeenstemming was met het bestemmingsplan. Het beroep is daarom gegrond en de aanslag wordt verminderd tot € 18.708,40.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/1968</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31750"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling zorgregeling (gedeeltelijke overeenstemming) en kinderalimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/692481 / FA RK 25-7446</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31702</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31702</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31702"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststellen voorlopige zorgregeling. Aanhouden i.v.m. doorverwijzing naar ouderschapsbemiddeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707409 / FA RK 26-6150</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.S. Honée</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10304"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak. Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. Geen switch maar werknemer legt zich neer bij (voorwaardelijk) verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Transitievergoeding wordt toegewezen, een billijke vergoeding niet. Verzoek van werkgever om een gefixeerde schadevergoeding toe te wijzen behoeft geen behandeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12191523 \ AZ VERZ 26-43 &amp; 12220884 \ AZ VERZ 26-56</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14950"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. De kantonrechter wijst alle vorderingen van eiseres af; haar tijdelijke arbeidsovereenkomst bij gedaagde is op 30 september 2026 rechtsgeldig van rechtswege geëindigd. Eiseres beroept zich op de ketenregeling omdat een tussentijdse urenuitbreiding volgens haar als een afzonderlijke, opvolgende arbeidsovereenkomst geldt. De kantonrechter oordeelt dat de urenwijziging slechts een aanpassing van de lopende tweede arbeidsovereenkomst is, mede doordat de einddatum en functie gelijk zijn gebleven. De arbeidsovereenkomst daarna is pas de derde in de keten. Ziekte verhindert een beëindiging van rechtswege niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12404394 VV EXPL 26-597</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1016</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1016</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1016"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Beëindiging exploitatie van een hotel. Raadplegingsplicht bij collectief ontslag geschonden (art. 3 WMCO)? Omvang van billijke vergoeding in dit verband (art. 7 lid 2 WMCO)? Vervaltermijn voor deze billijke vergoeding verstreken (art. 7 lid 3 WMCO)? Adviesrecht personeelsvergadering in acht genomen (art. 35b WOR)? Toepassing van het Allerzorg-arrest (ECLI:NL:HR:2022:1058).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00209</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7814"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Loonvordering wordt toegewezen. Overige geldvorderingen worden wegens het ontbreken van een spoedeisend belang afgewezen. Verder wordt de werkgever veroordeeld tot nakoming van de re-integratieverplichtingen middels pendelmediation. Een voorwaardelijke non-actiefstelling wegens een lopend strafrechtelijk onderzoek staat immers aan een begeleid gesprek op afstand niet in de weg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12349929</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. van der Boon</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8284"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning bedrijfsverzamelgebouw. Een bedrijfsverzamelgebouw is toegestaan. Kantoor en bedrijfswoning. Ondergeschikte wijziging. Bebouwingspercentage. Peil. Parkeren op eigen terrein. Verkeer. Voorbereidingsprocedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/63</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Emaus</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6306</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6306</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6306"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 24 januari 2024 in zaak nr. NL23.29412. De minister heeft het hoger beroep ingetrokken, nadat verzoeker kosten heeft gemaakt voor het indienen van een schriftelijke uiteenzetting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401146/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6498"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 8e herziening (Schoorstraat Vincentius)" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 94 woningen op het Vincentiusterrein aan de Schoorstraat 2a in Udenhout mogelijk, waarbij minstens 31 woningen zijn bedoeld voor de sociale huur. Van deze woningen zijn er 53 voorzien in twee nieuw te bouwen appartementengebouwen, namelijk 31 appartementen in het meest westelijke appartementengebouw en 22 in het meest oostelijke appartementengebouw. Het centrale gebouw op het Vincentiusterrein heeft een rijksmonumentale status. Daarin worden 28 woningen mogelijk gemaakt. In de twee gebouwen direct grenzend aan het centrale gebouw worden samen 13 woningen mogelijk gemaakt. De opstallen op het terrein werden blijkens de plantoelichting ten tijde van de vaststelling van het plan gebruikt voor zorgdoeleinden, voornamelijk voor dagbesteding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202305552/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6507</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6507</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6507"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In de tussenuitspraak van 13 augustus 2025 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zuidplas opgedragen om binnen 26 weken na verzending van deze tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van de raad van 5 september 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Verzamelplan Zuidplas 2023" te herstellen, dan wel een gewijzigd of een nieuw besluit te nemen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de vergunningvrije bouw- en gebruiksmogelijkheden op de percelen [locatie 1] en [locatie 2]. Daarmee is niet uitgesloten dat de bedrijfsvoering van [appellanten] wordt beperkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202306747/2/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6307</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6307</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6307"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER voor duurzaam verblijf als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Vw 2000, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405478/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6404</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6404</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6404"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Cetorhinus Maximus heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 september 2024 in zaak nr. 23/3191. Daarin heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister van Financiën het verzoek van Cetorhinus Maximus om informatie openbaar te maken over onder meer het niet-innen of kwijtschelden van boetes door de Autoriteit Consument &amp;amp; Markt mocht afwijzen. Cetorhinus Maximus is het daar niet mee eens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406374/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6422</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6422</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6422"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij uitspraak van 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4608, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het onderzoek in de zaak heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over de gevorderde schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. [appellant] heeft bij brief van 6 juni 2025 verzocht om vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn is overschreden, als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit één rechterlijke instantie bestaat zonder voorafgaande bezwaarprocedure, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste twee jaar redelijk. De termijn begint op het moment van ontvangst van het beroepschrift door de Afdeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202200069/2/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6496</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6496</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6496"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 december 2024 heeft de raad van de gemeente Ede het bestemmingsplan "Lunteren, Molenparkweg Oost ongenummerd" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een bouwvlak voor een vrijstaande woning op het perceel van [partij] aan de Molenparkweg Oost in Lunteren. [appellant] is eigenaar van het naburige perceel. Hij komt op tegen het plan, omdat hij ook een bouwvlak op zijn perceel wenst. [appellant] betoogt dat hij als eigenaar van het naastgelegen perceel ten onrechte niet persoonlijk op de hoogte is gesteld van het ontwerpplan. [appellant] betoogt dat aan zijn perceel ten onrechte geen bouwvlak is toegekend zodat op dat perceel een woning kan worden gebouwd. [appellant] voert aan dat met een wethouder van de gemeente een mondelinge afspraak is gemaakt dat hij op zijn perceel een woning mag bouwen en dat die afspraak schriftelijk is bevestigd. [appellant] verzoekt de Afdeling om uit te spreken dat er gebouwd mag worden op zijn perceel, zonder dat vooraf diverse onderzoeken hoeven te worden uitgevoerd en kosten in rekening worden gebracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500517/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6485</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6485</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6485"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven het verzoek van [appellante] om herziening van het besluit van 8 augustus 2023 afgewezen. [appellante] verbleef in juni t/m augustus 1964 om medische redenen in kindertehuis De Krabbebossen in Rijsbergen. [appellante] heeft op 27 december 2022 de CSG verzocht om een tegemoetkoming op basis van de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg. De CSG heeft op 22 februari 2023 de aanvraag afgewezen, en dit besluit gehandhaafd bij besluit van 8 augustus 2023. Daaraan heeft de CSG ten grondslag gelegd dat De Krabbebossenn 1964 geen instelling was in de zin van de Tijdelijke Regeling, zoals bedoeld in artikel 1 sub e, waaronder een aanbieder van residentiële hulpverlening aan jeugdigen ten behoeve van jeugdbeschermingsmaatregelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504496/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6486"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 juli 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellante] een uitkering toegekend uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven van € 5.000, behorend bij letselcategorie 3. Op 17 februari 2023 heeft [appellante] een aanvraag ingediend voor haar dochter [naam dochter] om een uitkering uit het schadefonds. [dochter] is op 29 januari 2022 slachtoffer geworden van een zedenmisdrijf in Heerlen. Zij was toen 12 jaar en verbleef in een psychiatrische jeugdinstelling. [dochter] is verkracht door een medewerker van de instelling. Op 29 januari 2022 heeft [appellante] namens haar dochter aangifte gedaan. Bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg van 11 juli 2023 is de dader veroordeeld voor ontuchtige handelingen die bestonden of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. De vordering benadeelde partij is toegewezen tot een bedrag van € 5.000,- aan vergoeding van immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504425/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6490</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6490</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6490"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gennep aan [persoon A] en [persoon B] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en uitbreiden van een pand aan de [locatie 1] te Gennep. Daarbij heeft het college gebruik gemaakt van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo in samenhang gelezen met artikel 4, vierde lid, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, om de vergunning in afwijking van het bestemmingsplan te verlenen. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie 2] te Gennep. Zij zijn ook eigenaar van het perceel aan de [locatie 3]. Dat perceel ligt direct naast de [locatie 1]. [appellant A] en [appellant B] zijn het niet eens met de door het college verleende omgevingsvergunning. Zij vrezen dat door dit besluit het woon- en leefklimaat ter plaatse van het pand aan de [locatie 3] onevenredig wordt aangetast, omdat de beoogde bouw en uitbreiding van het naburige pand een ernstige vermindering van zonlichttoetreding op hun perceel tot gevolg zal hebben.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404560/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6492"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 november 2022 heeft de minister van Binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties besloten om de door [appellant] verzochte informatie niet openbaar te maken. De minister heeft besloten om de notitie op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo maar voor een deel openbaar te maken en openbaarmaking van bepaalde passages dus achterwege te laten. Volgens de minister wegen de economische en financiële belangen van de Staat zwaarder dan het belang van openbaarmaking van die passages. Daarvoor is van belang dat de taxatiewaarde en de onderbouwing daarvan inzicht geven in de gehanteerde taxatiesystematiek en daarmee in de taxaties van ander vastgoed in eigendom van de Staat. De economische en financiële belangen van de Staat kunnen worden geschaad als de taxatiewaarde en de onderbouwing daarvan openbaar zou worden, omdat andere marktpartijen dan weten welke afwegingskaders aan de taxatiewaarde ten grondslag liggen. Die marktpartijen kunnen die informatie bij onderhandelingen in hun voordeel gebruiken. Inzicht in het verschil tussen een taxatie- en markt-/verkoopwaarde geeft immers inzicht in de onderhandelingsruimte en -tactieken van de Staat. Dat de informatie inmiddels ouder dan vijf jaar is, leidt niet tot een andere afweging. De taxatiesystematiek wordt namelijk nog steeds toegepast bij andere vastgoedobjecten in eigendom van de Staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402425/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6497</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6497</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6497"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 mei 2023 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appelante] om compensatie voor een afgeloste geldschuld afgewezen. Bij besluit van 13 februari 2024 heeft de minister het door [appelante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit betreft een schuld van € 1.451,89 aan Tinka inzake Wehkamp en een ING studentenlening ter hoogte van € 2.623,69. Het beroep met het zaaknummer 24/1806 ziet op deze schuld. Deze uitspraak gaat over besluiten op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Het overnemen van private schulden werd namens de Belastingdienst/Toeslagen uitgevoerd. Dat gebeurt nu door de minister, waarbij in de primaire fase dit wordt uitgevoerd door de uitvoeringsorganisatie Sociale Banken Nederland (SBN). [appelante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft, op basis van de zogenoemde Catshuisregeling een bedrag van € 30.000,00 ontvangen. [appelante] heeft verzocht om compensatie voor een aantal al afgeloste private schulden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502791/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6510</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6510</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6510"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 april 2022 heeft de korpschef van politie het verzoek van [appellant A] om inzage in over hem en zijn zoon [appellant C] verwerkte politiegegevens gedeeltelijk toegewezen. Bij besluit van 21 april 2022 heeft de korpschef het verzoek van [appellante B] om inzage in over haar verwerkte politiegegevens gedeeltelijk toegewezen. [appellant A] en [appellante B] hebben op 22 maart 2022 verzocht om inzage in hun persoonsgegevens en de persoonsgegevens van hun zoon als bedoeld in artikel 25 van de Wet politiegegevens (Wpg). Met dit verzoek willen [appellant A] en [appellante B] duidelijkheid krijgen over welke registraties op hun namen en woonadres bestaan. Hun ex-partners zouden namelijk (valse) meldingen over en aangiftes van strafbare gedragingen, zoals mishandeling, verkrachting en seksueel kindermisbruik, hebben gedaan. Met de besluiten van 14 en 21 april 2022 heeft de korpschef de verzoeken gedeeltelijk toegewezen. In deze besluiten zijn overzichten gegeven van registraties en is informatie over de voorwaarden van de verwerkingen verstrekt. Van een aantal registraties is de inzage geheel dan wel gedeeltelijk geweigerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404184/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6308"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER voor duurzaam verblijf als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Vw 2000, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405480/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6309</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6309</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6309"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407609/1/V1 en 202407609/2/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6400"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404011/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6481</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6481</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6481"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch het verzoek van [appellante] om wijziging van haar persoonsgegevens en opneming van persoonsgegevens van haar ouders in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellante] staat sinds december 1994 in de brp ingeschreven als [appellante], geboren op [geboortedatum 1] 1977 in Wen Zhou, China. Sinds 13 december 2011 is zij gehuwd. In het kader daarvan heeft zij op 29 november 2011 een beëdigde verklaring afgelegd zoals bedoeld in artikel 1:45 van het Burgerlijk Wetboek (BW), waarbij zij onder belofte heeft verklaard dat zij [appellante] is, geboren op [geboortedatum 1] 1977 in Wen Zhou, China. Op 13 juni 2019 heeft [appellante] het college verzocht om haar persoonsgegevens in de brp te wijzigen op grond van artikel 2.58 van de Wet basisregistratie personen. Zij wil haar persoonsgegevens wijzigen naar [naam], geboren op [geboortedatum 2] 1973 in Ruian, China, en wil de persoonsgegevens van haar vader, [vader], geboren op [geboortedatum 3] 1929, en van haar moeder, [moeder], toevoegen in de brp.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202205640/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6494</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6494</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6494"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het gebruik van een houtkachel en het stoken van open vuur op het perceel [locatie 1] te Lage Mierde afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Lage Mierde. Hij ervaart overlast door het stoken van open vuur en het gebruik van een houtkachel in de tuinkamer op het perceel aan de [locatie 1]. Volgens [appellant] leiden de rook en stank van de houtkachel van zijn buren tot gezondheidsproblemen en een aantasting van zijn leef- en woongenot. [appellant] heeft het college verzocht om tegen deze situatie handhavend op te treden. Door een gemeentelijke toezichthouder zijn bij controles geen overtredingen van de Algemene Plaatselijke Verordening Reusel-De Mierden of het Bouwbesluit 2012 geconstateerd. Daarom heeft het college geweigerd om handhavend op te treden. De rechtbank heeft geoordeeld dat het besluit van 20 april 2022 onzorgvuldig is voorbereid, omdat het college op basis van de uitgevoerde controles onvoldoende inzicht heeft gekregen in de hinder of overlast die ontstaat door het gebruik van de houtkachel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404329/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6504</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6504</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6504"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 maart 2023 heeft de de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit de aanvraag van Sabofra om een exploitatievergunning voor speelautomaten afgewezen. Sabofra houdt zich sinds 1982 bezig met de exploitatie van speelautomaten en had daarvoor een vergunning tot 22 januari 2023. Onder de holding waar Sabofra onderdeel van uitmaakt, valt ook het bedrijf [bedrijf]., waarvan de holding directeur-enig aandeelhouder is. Aan het hoofd van de holding staan de bestuurders [persoon A] en [persoon B]. Sabofra heeft op 18 november 2022 een aanvraag gedaan voor een nieuwe exploitatievergunning. De Ksa heeft de aanvraag afgewezen op grond van artikel 30k, eerste lid, van de Wet op de kansspelen. Volgens de Ksa is sprake van slecht levensgedrag als bedoeld in artikel 30i, tweede lid, onder b, van de Wok.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503783/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6505"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 augustus 2020 heeft de minister voor Medische Zorg aan [bedrijf] een bestuurlijke boete van in totaal € 28.500,00 opgelegd voor twee overtredingen van de Geneesmiddelenwet (Gmw). [bedrijf] is een groothandel in onder andere voedingssupplementen en geneesmiddelen. Een inspecteur van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit heeft in het kader van het project ‘Coronaclaims op internet’ op 31 maart 2020, 6 april 2020 en 7 april 2020 een onderzoek uitgevoerd op de website van [bedrijf]. Volgens het rapport van bevindingen van de inspecteur werd op de website het middel ZN-ZYME FORTE Zink (citraat, gluconaat) te koop aangeboden als geneesmiddel, terwijl daarvoor geen handelsvergunning was verleend (het middel Z). Ook maakte [bedrijf] volgens de inspecteur op haar website reclame voor het middel Z.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202204676/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6480</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6480</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6480"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij e-mail van 10 december 2023 heeft [appellant] bezwaar gemaakt tegen het door de korpschef van politie delen van informatie met de AIVD. Bij besluit van 23 februari 2024 heeft de korpschef het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard. Het bezwaar is volgens haar kennelijk niet-ontvankelijk. [appellant] heeft op 10 december 2023 bezwaar gemaakt tegen het door de korpschef delen van informatie met de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Hij heeft de korpschef op 25 januari 2024 in gebreke gesteld omdat niet tijdig op zijn bezwaar is beslist. Namens de korpschef is op 7 februari 2024 aan [appellant] meegedeeld dat het delen van informatie met de AIVD een feitelijke handeling is. Tegen deze feitelijke handeling kan geen bezwaar worden gemaakt. De korpschef heeft vervolgens in het besluit van 23 februari 2024 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Omdat zij meent dat het kennelijk niet-ontvankelijk is, is volgens de korpschef ook op grond van artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zoals dit artikel destijds luidde, geen dwangsom verschuldigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405605/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6488</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6488</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6488"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat besloten dat de woning van [appellant] niet voldoet aan de veiligheidsnorm en versterkt moet worden. Een bij de woning behorende schuur (een ligboxenstal voor melkrundvee) hoeft niet versterkt te worden. [appellant] is eigenaar van de woning met bijbehorende schuren aan de [locatie] in Wagenborgen, een gebied waar aardbevingen voorkomen. Tussen partijen is in geschil of de ligboxenstal voor melkrundvee uit 1995, aangeduid als bijgebouw B met industriefunctie (hierna: de schuur), moet worden versterkt. De schuur heeft een hoofddraagconstructie van stalen spanten waarop golfplaten zijn bevestigd. Volgens [appellant] is de schuur aan een kant ernstig verzakt (20 tot 30 cm) en daardoor onveilig omdat de dakconstructie haar functie heeft verloren. Volgens [appellant] is de schade ontstaan door verweking van de ondergrond onder de kelder als gevolg van bodembeweging door mijnbouw. De minister stelt dat de schuur voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501996/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6489</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6489</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6489"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar aan Wildenborch Real Estate een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een strandpaviljoen met sanitaire voorziening bij de Mookerplas op het perceel aan de [locatie] in Plasmolen. Bij besluit van 16 juni 2020 heeft het college aan Wildenborch Real Estate een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een strandpaviljoen met sanitaire voorziening bij de Mookerplas op het perceel aan de [locatie]in Plasmolen. [appellante] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank uitsluitend voor zover die gaat over het niet vergoeden van het griffierecht. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij griffierecht was verschuldigd voor haar beroep. Ter onderbouwing hiervan wijst [appellante] erop dat de rechter op de zitting heeft gezegd dat het fout is dat meer dan eenmaal griffierecht van [appellante] en anderen is geheven en dat de gemaakte fout zal worden hersteld, maar dat dat niet is gebeurd. [appellante] voert aan dat de rechtbank ten onrechte niet in de uitspraak heeft bepaald dat het college op grond van artikel 8:74 van de Algemene wet bestuursrecht het griffierecht moet vergoeden. Zij wijst in dit verband erop dat haar beroep gegrond was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403637/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6503</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6503</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6503"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[appellant] heeft op grond van artikel 8:55f, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beroep ingesteld tegen het uitblijven van de bekendmaking van een volgens hem van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning op het perceel [locatie] in Baak. Bij besluit van 14 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouder van Bronckhorst geweigerd de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. [appellant] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een bedrijfswoning op het perceel [locatie] in Baak en het realiseren van een ontsluiting aan de Zutphen-Emmerikseweg. Op het perceel staat al een gebouw dat in gebruik is als bedrijfswoning en dat door partijen wordt aangeduid als het Rijksmonument. [appellant] wil de bestaande woonfunctie van het Rijksmonument verplaatsen naar de nieuw te bouwen bedrijfswoning, waardoor het Rijksmonument niet langer zal dienen als bedrijfswoning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501299/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6506"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In het besluit van 18 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ameland een omgevingsvergunning verleend aan [persoon] voor het uitbreiden van een terras, het plaatsen van een erfafscheiding en een speeltoestel, en het maken van een nieuwe duinrand bij het restaurant Bravo aan de Strandweg 53 in Nes. Op 18 januari 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan [persoon] voor het uitbreiden van een terras, het plaatsen van een erfafscheiding voor de afscherming van afvalcontainers en een speeltoestel en het maken van een nieuwe duinrand bij restaurant Bravo. Op 21 maart 2022 heeft het college de motivering van het besluit van 18 januari 2022 aangevuld. Stichting Kampvreugd exploiteert de naastgelegen camping Duinoord Ameland. Zij is het niet eens met de uitbreiding van het terras van restaurant Bravo omdat zij vreest dat dit terras voor overlast zal zorgen op haar kampeerterrein.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403310/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6451</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6451</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6451"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college van burgemeester en wethouders van Breda zijn aanvraag heeft mogen afwijzen, omdat hij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat het college de omgevingsvergunning aan hem zou verlenen. Zijn initiatiefplan is namelijk positief beoordeeld en op de tekeningen bij het initiatiefplan was al te zien dat de goothoogte zou toenemen. Wie zich beroept op het vertrouwensbeginsel moet aannemelijk maken dat van de kant van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit hij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja hoe. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college de aanvraag heeft mogen afwijzen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500978/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6453</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6453</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6453"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 mei 2022 heeft de korpschef van politie (korpschef) het wapenverlof van [appellant] ingetrokken en twee aanvragen om een wapenverlof afgewezen. Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het door [appellant] daartegen gemaakte administratief beroep ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 25 februari 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de formulieren niet voldoen aan de daaraan te stellen eisen. De handtekening die de voorzitter op een van de formulieren heeft gezet was bedoeld voor het aanvragen van een wapenverlof voor een pistool. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen maakt het niet uit of de handtekening een kopie is of dat de handtekening digitaal is gezet. De handtekening was namelijk in ieder geval niet bedoeld om een wapenverlof aan te vragen voor de geweren waarvoor [appellant] een wapenverlof heeft aangevraagd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501773/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6502</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6502</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6502"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissingen van 3 januari 2023, 10 januari 2023 en 7 februari 2023 heeft de burgemeester van Laarbeek de aanvragen van [appellante] voor het opgraven en herbegraven van het stoffelijk overschot van haar vader [naam vader] afgewezen. Uit het huwelijk van [vader] en [moeder] zijn vijf kinderen geboren: [appellante] en [vier broers]. Vader is overleden op 8 oktober 2019. Bij testament van 19 december 2018 heeft hij over zijn nalatenschap beschikt. Zijn echtgenote is daarbij tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder benoemd. Zij heeft deze benoeming aanvaard. Vader is toen begraven op de begraafplaats in Aarle-Rixtel. Op 28 december 2022 is moeder overleden. Zij is in hetzelfde graf begraven. Na het overlijden van moeder heeft [appellante] de taak van executeur-afwikkelingsbewindvoerder over de nalatenschap van vader overgenomen. [appellante] heeft bij de burgemeester een aanvraag ingediend voor het opgraven en herbegraven van het stoffelijk overschot van vader. Volgens haar was de uitdrukkelijke wens van vader om begraven te worden op natuurbegraafplaats Schoorsveld in Heeze. Als opvolgend executeur-afwikkelingsbewindvoerder wil zij aan deze wens alsnog uitvoering geven. De burgemeester heeft de aanvragen van [appellante] om haar vader te herbegraven afgewezen. Herbegraven is wegens de grafrust pas mogelijk na tien jaar. De vader is nog maar drie jaar geleden begraven. Er is geen uitzonderlijk geval en er zijn geen zwaarwegende gronden om van de hoofdregel af te wijken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502324/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6508"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 juni 2021 heeft het Instituut aan Mijnbouwschade Groningen [appellant A] een schadevergoeding toegekend van € 13.078,54. [appellant A] is sinds 1986 eigenaar van een Oldambtster boerderij met stal uit 1920 aan de [locatie] in [woonplaats]. Op 19 november 2018 heeft [appellant A] schade aan de boerderij als gevolg van mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld gemeld bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (verder: het Instituut).appellant A] heeft in totaal een schadevergoeding van € 58.323,63 met wettelijke rente ontvangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500604/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:6460</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:6460</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:6460"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 september 2023 heeft de minister voor Natuur en Stikstof een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming verleend aan Royal Schiphol Group N.V. (hierna: RSG) voor de exploitatie van luchthaven Schiphol. De Stichting Natuurbeschermingswacht heeft tegen de natuurvergunning beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat het beroep van de stichting niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat zij geen zienswijze tegen het ontwerpbesluit heeft ingediend en geen belanghebbende is. Volgens de rechtbank is de stichting geen belanghebbende, omdat de stichting een zeer ruim geformuleerde doelstelling heeft, maar onvoldoende feitelijke werkzaamheden verricht die verband houden met het besluit tot verlening van de natuurvergunning aan RSG. Hierdoor wordt de stichting niet geraakt in een algemeen belang dat zij, volgens haar statuten en feitelijke werkzaamheden, in het bijzonder behartigt, aldus de rechtbank. De stichting kan zich niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank. Volgens de stichting voert zij veel feitelijke werkzaamheden uit en zijn deze raadpleegbaar op haar website.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503922/3/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6242"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502882/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6363"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. J. Eliya, advocaat in Hengelo, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 9 juli 2026 in zaak nr. NL26.11614. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij verzoeker opgekomen proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003483</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6379"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001291</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6452</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6452</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6452"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [appellant] voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) afgewezen. Bij besluit van 30 januari 2024 heeft de staatssecretaris het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 5 maart 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de staatssecretaris de VOG heeft mogen weigeren. De rechtbank is ook terecht de staatssecretaris in zijn standpunt gevolgd dat er aan het zogenoemde objectieve criterium wordt voldaan. Als het strafbare feit dat [appellant] heeft gepleegd namelijk wordt herhaald, vormt dit, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, mede gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering voor een behoorlijke uitoefening van de functie van maatschappelijk begeleider. Verder heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de staatssecretaris heeft mogen concluderen dat is voldaan aan het zogenoemde subjectieve criterium.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502254/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6297</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6297</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6297"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004226</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6398</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6398</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6398"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002609</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6499</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6499</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6499"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 23 mei 2024 heeft de minister van Buitenlandse Zaken gereageerd op het verzoek van [appellant] om actie te ondernemen tegen de Tsjechische Republiek. [appellant] is het niet eens met civielrechtelijke uitspraken van Tsjechische rechters over zijn alimentatieverplichtingen en de daarop volgende strafrechtelijke uitspraken. Volgens hem hebben de Tsjechische rechters zich niet gehouden aan diverse Europese regelgeving waardoor zijn fundamentele rechten zijn geschonden. Hij heeft de minister daarom meermaals verzocht om onder andere een inbreukprocedure in te leiden tegen de Tsjechische Republiek bij de Europese Commissie, te bevorderen dat prejudiciële vragen worden gesteld aan het [appellant] van Justitie en om in algemene zin de minister van Justitie en of de minister van Buitenlandse Zaken van de Tsjechische Republiek te vorderen de civielrechtelijke en strafrechtelijke uitspraken tegen hem te vernietigen inclusief alle vorderingen die daaruit voortvloeien. In deze zaak is uitsluitend aan de orde of de brief van de minister van 23 mei 2024 een besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en daarmee samenhangend de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister zijn bezwaar niet-ontvankelijk mocht verklaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504901/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6509"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo ten behoeve van het bestemmingsplan "Rhijnbeek" hogere geluidgrenswaarden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai van de Henriëtte Roland Holstlaan. Bij besluit van 12 januari 2021 heeft het college op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouw- en tuinmarkt met afhaalcentrum, parkeerplaatsen en toebehoren op het perceel aan de Henriëtte Roland Holstlaan 70 (het perceel) in Almelo. Aan het grootste deel van de gronden is de bestemming "Detailhandel" toegekend. Hornbach is initiatiefnemer van het plan. Ten behoeve van dat plan zijn hogere waarden vastgesteld voor enkele omliggende woningen. Hornbach heeft op basis van het vastgestelde plan een omgevingsvergunning aangevraagd en verleend gekregen voor de bouw van onder meer een bouw- en tuinmarkt met afhaalcentrum. Beter Bed B.V. en andere kunnen zich niet verenigen met de verschillende besluiten die de ontwikkeling mogelijk maken. Zij brengen verschillende beroepsgronden naar voren, onder meer over geluidhinder, verkeersproblematiek en gevolgen voor leegstand ter plaatse van de Woonboulevard in Almelo.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202303345/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6270</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6270</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6270"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003027</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6280</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6280</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6280"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd appellant ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005003</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6289"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 december 2024 heeft het COA (het Centraal Orgaan opvang asielzoekers) aan appellant een ROV-3-maatregel opgelegd. Die maatregel houdt in dat voor de duur van vier weken € 14,47 per week wordt ingehouden van het aan appellant op de voet van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 toegekende leefgeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004516</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6390"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 februari 2025, aangevuld bij besluit van 7 augustus 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem meegedeeld dat hij in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004946</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6396"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005102</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6479"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de korpschef van politi eeen verzoek van [appellant] op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) toegewezen. Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de korpschef het besluit van 19 juli 2024 herzien en het Wpg-verzoek gedeeltelijk toegewezen. [appellant] heeft op 30 maart 2024 een demonstratie bijgewoond van Extinction Rebellion naast de A10 in Amsterdam. Bij deze demonstratie werd [appellant] gefotografeerd en gefilmd door de politie. Op diezelfde dag heeft [appellant] bij de korpschef een aantal verzoeken ingediend, waaronder een verzoek om inzage in de beelden op grond van artikel 25 van de Wpg. Op 13 april 2024 heeft [appellant] zijn verzoek aangevuld met veertien vragen over het gebruik van de foto’s en videobeelden. De rechtbank heeft geoordeeld dat de korpschef de zoekslag goed heeft uitgevoerd en voldoende heeft toegelicht. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat er meer beeldmateriaal zou moeten zijn waar inzage in zou moeten worden gegeven. Volgens [appellant] blijkt uit door hem gemaakte foto’s van die dag dat hij door meer politieagenten is gefilmd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505581/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6484"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Diemen een bestuurlijke boete van € 17.500,00 aan [appellant] opgelegd wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte op het adres [locatie 1] aan de bestemming tot bewoning. Het college heeft aan [appellant] twee bestuurlijke boetes van € 17.500,00 opgelegd wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte op de adressen [locatie 1] en [locatie 2]. Het college heeft aan de bestuurlijke boete voor het gebruik van de woning aan de [locatie 1] ten grondslag gelegd dat op 1 augustus 2023 inspecteurs van de gemeente Diemen samen met de politie en medewerkers van netbeheer Liander een controle in de woning hebben uitgevoerd. Volgens het daarvan opgemaakte opnamerapport is tijdens de controle geconstateerd dat de woning werd gebruikt om bedrijfsmatig hennep te kweken en de woning niet werd gebruikt om in te wonen. In de woning is een hennepplantage aangetroffen, bestaande uit vier kweektenten verdeeld over drie kweekruimtes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504821/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6501</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6501</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6501"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Op 13 en 17 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom in afzonderlijke e-mails aan [appellant A] en anderen mededelingen gedaan over hun standplaatsvergunningen. Aan (de bedrijven van) [appellant A] en anderen zijn in 2008 en 2011 voor onbepaalde duur vergunningen verleend voor het innemen van standplaatsen op de locaties Zonneplein, De Bergse Plaat/Het Kompas en Vogelenzang in Bergen op Zoom, voor de verkoop van vis en visproducten. Het college heeft in navolging van het advies van de Adviescommissie voor de bezwaarschriften van 6 januari 2025, de bezwaren van [appellant A] en anderen tegen de e-mails niet-ontvankelijk verklaard. In de e-mails heeft het college zijn interpretatie opgenomen van de geldende regelgeving. De e-mails zijn niet op rechtsgevolg gericht. Of de vergunningen nog gelden of inmiddels vervallen zijn, vloeit niet voort uit de e-mails, maar uit de Beleidsregel Nadere regels Standplaatsen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505202/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6511"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 15 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere [appellant] bericht dat geen toestemming wordt verleend voor het maken van een inrit naar zijn perceel aan de [locatie] in Almere. [appellant] woont aan de [locatie] in Almere. Tussen zijn perceel en de openbare weg ligt een groenstrook met voetpaden, die eigendom is van de gemeente. [appellant] wil zijn elektrische auto in zijn voortuin mogen parkeren en opladen. Hij heeft daarom op 2 juli 2024 met het formulier "Aanvraag rioolaansluiting en/of inrit" een verzoek ingediend. In de brief van 15 juli 2024 heeft het college aan [appellant] medegedeeld dat de gemeente Almere als grondeigenaar geen toestemming geeft voor het gebruik van de groenstrook als inrit. Het college heeft het bezwaar van [appellant] tegen de weigering bij besluit van 17 september 2024 niet-ontvankelijk verklaard. Het college stelt zich op het standpunt dat de weigering om toestemming te verlenen privaatrechtelijk van aard is en dat de brief van 15 juli 2024 daarom geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Volgens het college berust de weigering om toestemming te verlenen niet ook op een publiekrechtelijke grondslag, omdat voor het maken van een inrit in de gemeente Almere geen vergunningplicht geldt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202506181/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6512"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 22 december 2025 heeft de examencommissie van de opleiding Human Resource Management voltijd van de Hogeschool van Amsterdam (de examencommissie) het verzoek van [verzoekster] om een vervangende opdracht voor het studieonderdeel ‘Strategisch HRM jaar 2’ (het studieonderdeel) toegewezen. Bij beslissing van 29 mei 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Hogeschool van Amsterdam het door [verzoekster] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [verzoekster] volgt de opleiding Human Resource Management voltijd aan de Hogeschool van Amsterdam. Bij beslissing van 14 oktober 2025 is zij voor de duur van zes maanden uitgesloten van deelname aan tentamens. [verzoekster] heeft de examencommissie verzocht om een vervangende opdracht voor het studieonderdeel. Bij beslissing van 22 december 2025 heeft de examencommissie dat verzoek onder drie voorwaarden toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602055/2/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6300"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001998</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6449</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6449</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6449"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [verzoeker] ingetrokken. Het hoger beroep gaat over de intrekking van het Nederlanderschap van [verzoeker] op grond van artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). [verzoeker] heeft meerdere gronden gericht tegen de uitspraak van de rechtbank. De voorzieningenrechter overweegt dat, wegens het principiële karakter van de gronden, de voorlopige-voorzieningprocedure zich niet leent voor een beoordeling hiervan. De voorzieningenrechter zal het verzoek daarom aan de hand van een belangenafweging beoordelen. [verzoeker] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij belang heeft bij het schorsen van de rechtsgevolgen van de besluiten, omdat hij in de loop van de intrekkingsprocedure succesvol afstand heeft gedaan van zijn Iraakse nationaliteit. Aangezien de rechtmatigheid van de besluiten nog in geschil is, ligt het volgens [verzoeker] niet voor de hand om hem als staatloos te behandelen. Sinds zijn invrijheidstelling op 22 december 2025 woont hij zonder inkomen, sociale voorzieningen of begeleiding bij zijn ouders, wat de financiële situatie van zijn ouders negatief beïnvloedt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602049/2/V6</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6483"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 juni 2024 heeft de korpschef van politie een aanvraag voor het verlengen van de jachtakte van [appellant] afgewezen. [appellant] had een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit (jachtakte) en heeft verlenging daarvan aangevraagd. Uit het politiesysteem en het justitieel documentatiesysteem is naar voren gekomen dat aan [appellant] strafbeschikkingen zijn opgelegd wegens het overtreden van artikel 2:1, eerste lid, en artikel 4:8 van de Algemene plaatselijke verordening Nijmegen. Op grond van artikel 2:1, eerste lid, van de APV is het verboden om op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden, dan wel te vechten. Op grond van artikel 4:8 van de APV is het verboden om de natuurlijke behoefte te doen binnen de bebouwde kom op een openbare plaats buiten de daarvoor bestemde plaatsen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600205/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6487"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 november 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellante] om herziening van de besluitvorming over haar zorgtoeslag en kindgebonden budget over de jaren 2011 tot en met 2014 afgewezen. Deze zaak gaat over het verzoek van [appellante] om alsnog zorgtoeslag en kindgebonden budget over de jaren 2011 tot en met 2014 te ontvangen. Volgens haar heeft zij die toeslagen ten onrechte niet gekregen of zijn die toeslagen op een te laag bedrag vastgesteld, omdat het inkomen van haar ex-partner, [persoon], in die jaren ten onrechte werd meegenomen bij berekening van haar toeslagen. De Dienst Toeslagen had haar vanaf 1 januari 2011 als ongehuwd moeten aanmerken. Omdat de Dienst Toeslagen dat niet heeft gedaan, heeft [appellante] bij brief van 6 juni 2023 de Dienst Toeslagen in gebreke gesteld. Bij die brief heeft zij een uitspraak van de belastingkamer van de rechtbank Gelderland van 7 december 2020, zaak nr. 20/3514 gevoegd ter onderbouwing van haar stelling dat zij vanaf 1 januari 2011 als ongehuwd gezien had moeten worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 4202504329/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6493</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6493</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6493"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] in Amsterdam in vijf onzelfstandige woonruimten (de omzettingsvergunning). Het appartement [locatie] bevindt zich op de derde verdieping van het appartementencomplex ‘Parkblok’ in Amsterdam. [appellante] woont elders in dat appartementencomplex. Zij is het niet eens met het besluit van het college. Het college heeft de omzettingsvergunning verleend omdat wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3.3.11 en artikel 3.3.13 van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (Hvv). Deze voorwaarden zijn dat met het verstrekken van de vergunning het maximum aantal zelfstandige woningen dat per wijk mag worden omgezet in onzelfstandige woonruimten (het wijkquotum) niet wordt overschreden, en dat het aantal woningen in het pand dat kan bestaan uit omgezette woonruimtes (het pandquotum) niet wordt overschreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202506135/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6495</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6495</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6495"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 30 mei 2023 heeft de burgemeester van Haarlem één aan The Lightning en twee aan CHMP verleende Alcoholwetvergunningen ingetrokken. Op 6 oktober 2009 heeft de burgemeester aan The Lightning een Drank- en Horecawetvergunning (per 1 juli 2021, Alcoholwetvergunning) verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf in de inrichting genaamd Club June gevestigd aan de Smedestraat 31 in Haarlem. Op 5 juli 2021 heeft de burgemeester aan CHMP twee Alcoholwetvergunningen verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf in de inrichting genaamd CHMP, gevestigd aan de Smedestraat 29 in Haarlem, en voor het uitoefenen van het horecabedrijf in de inrichting genaamd Shibuya, gevestigd aan de Smedestraat 27 in Haarlem. In het vervolg duidt de Afdeling deze drie vergunningen aan als ‘de vergunningen’. Ten tijde van de intrekking van de vergunningen was [persoon] eigenaar, exploitant en leidinggevende van de horecabedrijven Club June, CHMP, en Shibuya (de horecabedrijven).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505482/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6500</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6500</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6500"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer de aanvraag van [appellante] om brede ondersteuning gedeeltelijk ingewilligd. Deze uitspraak gaat over de zogenoemde brede ondersteuning in het kader van de hersteloperatie toeslagen. Op grond van artikel 2.21, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) kan het college gedupeerden van de toeslagenaffaire brede ondersteuning bieden op de leefgebieden financiën, gezin, wonen en zorg. De ondersteuning is bedoeld voor het maken van een nieuwe start na de problemen die zij als gevolg van de toeslagenaffaire hebben ervaren. Uitgangspunt daarbij is dat de betrokkene en zijn eventuele gezinsleden zo snel en zo goed als mogelijk hun leven weer op de rit krijgen. Brede ondersteuning wordt verleend op basis van een plan van aanpak, dat is gericht op het maken van een nieuwe start. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft op 29 januari 2024 bij het college een verzoek om brede ondersteuning gedaan. [appellante] heeft sinds 2021 vijf keer eerder een aanvraag ingediend bij het college om brede ondersteuning en naar aanleiding van deze eerdere aanvragen een bedrag van € 41.609,27 aan brede ondersteuning ontvangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505510/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6267"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004582</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6304"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 juli 2026 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het "TAM-omgevingsplan Bramerslandstraat Den Dungen" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel vastgesteld (het wijzigingsbesluit). Het gebied waar het wijzigingsbesluit op ziet (de locatie) is gelegen aan de [locatie] in Den Dungen en is in gebruik als tuin bij een bestaande woning. Het wijzigingsbesluit maakt het mogelijk dat in de tuin 9 woningen worden gerealiseerd. Verzoekers maken zich zorgen om de cultuurhistorische waarden van het gebied. Zij hebben daarom beroep ingesteld tegen de vaststelling van het wijzigingsbesluit en gevraagd de voorlopige voorziening te treffen dat het wijzigingsbesluit wordt geschorst, zolang de Afdeling nog niet op het beroep heeft beslist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602307/2/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6305</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6305</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6305"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 27 juli 2026 heeft het bestuur van de faculteit Rechtsgeleerdheid, namens het instellingsbestuur van de Rijksuniversiteit Groningen, aan [verzoekster] een bindend negatief studieadvies gegeven voor de bacheloropleiding International and European Law. [verzoekster] wil met het verzoek bereiken dat zij op dinsdag 27 oktober 2026 om 18:15 uur mag deelnemen aan het tentamen van het vak ‘Law and Legal Skills: the Dutch example’ (het tentamen).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202603283/2/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6405"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij verkeersbesluit van 27 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een parkeerverbodzone ingesteld op de Lies Bakhuyzenlaan in Amsterdam. TCA en [appellant] hebben bezwaar gemaakt tegen het verkeersbesluit, omdat het college stelselmatig parkeergelegenheden in het stadsdeel Nieuw-West verwijdert zonder vervangende parkeermogelijkheden te creëren. Daardoor neemt de parkeerdruk elders in het stadsdeel toe. TCA en [appellant] stellen daarvan hinder te ondervinden bij hun bedrijfsvoering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601127/2/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6418</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6418</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6418"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005668</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6450"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 juli 2026 heeft de raad van de gemeente Zeist het "Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Zeist - Verlengde Slotlaan 71, Zeist" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Zeist vastgesteld (het wijzigingsbesluit). De locatie waar het wijzigingsbesluit op ziet (locatie) ligt in het Lyceumkwartier, aan de oostkant van Zeist en wordt omsloten door woningen en bomen. Op het terrein was een jeugdzorginstelling gevestigd die inmiddels gesloopt is. Met het wijzigingsbesluit wordt de ontwikkeling van zestien grondgebonden woningen en maximaal 25 zorgwoningen mogelijk gemaakt. De zestien grondgebonden woningen zijn verdeeld in tien twee-aaneengebouwde woningen en zes vrijstaande woningen. VanWonen is de initiatiefnemer. [verzoeker sub 1], de Vereniging en de Stichting betogen dat het wijzigingsbesluit in strijd is met het servituut. Zij voeren daartoe met name aan dat niet aan de in het servituut voor de betreffende percelen vereiste minimale oppervlakte per woning wordt voldaan en dat door te veel bebouwing en verharding niet wordt voldaan aan de door het servituut vereiste verhouding tussen groen en steen. Zij stellen daarom dat het servituut een evidente privaatrechtelijke belemmering vormt waardoor het wijzigingsbesluit onuitvoerbaar is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602795/2/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6482</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6482</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6482"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 27 januari 2026 heeft het college van bestuur van ArtEZ University of the Arts (ArtEZ) [appellante] met terugwerkende kracht per 1 september 2025 ingeschreven als student voor het studiejaar 2025/2026, tegen een tarief dat gelijk is aan het wettelijk collegegeld. [appellante] was per 1 september 2017 ingeschreven als student bij ArtEZ. Zij volgde de bachelor Muziek, met de afstudeerrichting Klassieke muziek. [appellante] heeft vanaf het einde van het jaar 2021 ook onderwijs gevolgd binnen de afstudeerrichting Jazz &amp;amp; Pop. Aan het einde van het studiejaar 2024/2025 heeft [appellante] de bachelor Muziek, met de afstudeerrichting Klassieke muziek, afgerond en daarvoor het diploma ontvangen. [appellante] wilde in het studiejaar 2025/2026 het onderwijs binnen de afstudeerrichting Jazz &amp;amp; Pop blijven volgen. Daarvoor zijn aan haar twee opties in overweging gegeven: inschrijving als student, tegen het tarief van het instellingscollegegeld; of inschrijving voor contractonderwijs, tegen een tarief dat gelijk is aan het wettelijk collegegeld. [appellante] heeft voor die laatste optie gekozen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602227/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6275</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6275</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6275"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 17 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005337</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6278</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6278</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6278"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005261</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6287</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6287</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6287"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, appellant opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005163</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6288</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6288</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6288"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, appellant opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005162</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6394"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005214</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6407"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005626</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6491"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 15 april 2026 is aan [appellante] het rangnummer 682 toegekend in de selectie voor de bacheloropleiding Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. [appellante] heeft deelgenomen aan de selectieprocedure voor de bacheloropleiding Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, voor het studiejaar 2026/2027. [appellante] heeft het rangnummer 682 gekregen, waarmee zij niet is toegelaten tot de opleiding. De selectie is voor een deel gebaseerd op de resultaten van de zogenoemde ‘Situational Judgement Test’ (SJT) van de kandidaten. [appellante] heeft in bezwaar aangevoerd dat zij verkeerd is voorgelicht over de SJT. Op de website van de Universiteit Utrecht (de website) stond hierover destijds: "[…] Je kunt en hoeft je niet voor te bereiden op deze toets. […]" Na afloop van de selectie heeft [appellante] van andere kandidaten vernomen dat zij, ter voorbereiding op de SJT, trainingen hebben gevolgd en oefenmateriaal hebben gebruikt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602532/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6260</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6260</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6260"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005093</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6271"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004975</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6272</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6272</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6272"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005374</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6364</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6364</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6364"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 19 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6389"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005234</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6391</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6391</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6391"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6393</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6393</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6393"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005213</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6397"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratieappellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005107</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6282</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6282</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6282"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005158</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6299</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6299</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6299"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005423</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6310</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6310</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6310"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005283</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6367</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6367</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6367"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005105</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6376</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6376</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6376"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005317</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6383"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005137</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6385"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005482</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6276</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6276</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6276"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 4 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005194</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6290"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 25 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoekers een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005616</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6292"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en ambtshalve geweigerd hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005351</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6293</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6293</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6293"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005346</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6298</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6298</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6298"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005131</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6301</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6301</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6301"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd, de ingangsdatum gesteld op 26 april 2023 en een verzoek van betrokkene om bestuurlijke heroverweging van een besluit van 28 juni 2020 op een eerdere aanvraag van betrokkene om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005281</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6360"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6373</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6373</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6373"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005207</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6302"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6365</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6365</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6365"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6368</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6368</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6368"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 mei 2026, gewijzigd bij besluit van 26 mei 2026, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005520</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6371</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6371</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6371"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005478</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6372</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6372</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6372"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005571</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6384"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005360</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:388"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zijn twee minderjarige kinderen onttrokken aan het gezag door met de kinderen, zonder toestemming en medeweten van moeder, naar Syrië te reizen. Eenmaal in Syrië aangekomen, heeft verdachte geprobeerd om moeder op een indringende en dreigende manier te dwingen om de relatie voort te zetten. Daarbij heeft hij haar een brief gestuurd met daarin meerdere eisen. Wanneer aangeefster hier niet aan zou voldoen, zou zij haar kinderen nooit meer te zien krijgen. Alles afwegende is naar het oordeel van de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, passend en geboden, met aftrek van het reeds ondergane voorarrest. De rechtbank legt daarbij de door de reclassering geformuleerde bijzondere voorwaarden op, alsmede een contactverbod ex 38v Sr en zal deze en het op te leggen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar verklaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-251690-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.S. van der Kuijl, mr. A.L.J.M.A. Janssens, mr. S.R. Huisman</contributor><issued>2026-02-16</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 279</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6268</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6268</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6268"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005510</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7663</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7663</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7663"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet inburgering 2021, PIP, onderscheid tussen familieleden van asielstatushouders en familieleden van genaturaliseerde asielstatushouders, bevoegdheid minister van SZW, Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1924, 25/1925, 25/1927, 25/1929 en 25/1930</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M.H. de Koning, mr. L.M.H. Nelissen, mr. R.P.A. Kraaijeveld</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:212</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:212</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:212"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In de hoofdzaak gaat het over de nakoming van een huurovereenkomst en de buitengerechtelijke ontbinding daarvan. In het incident stelt [X] dat de Stichting niet ontvankelijk is in haar vorderingen, omdat in de huurovereenkomst een arbitragebeding is opgenomen. Dit betekent volgens [X] dat de Stichting haar vordering niet aan de burgerlijke rechter kan voorleggen. Het gerecht oordeelt dat het bevoegd is op de vorderingen te beslissen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202502773</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Tubben</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32349</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32349</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32349"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, beroep niet tijdig ingediend, beroep op Bahaddar, Griekse statushouder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.51459</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32350</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32350</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32350"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Spoedvovo Dublin Kroatie. Vovo toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57459</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31466</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31466</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31466"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">ontslag op staande voet terecht gegeven, geen transitievergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12252066 \ RP VERZ 26-50685</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.E. Groeneveld-Stubbe</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5853</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5853</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5853"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegersboete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/908</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2024-09-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2879</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14835"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking en terugvordering algemene en bijzondere bijstand. Op geld waardeerbare werkzaamheden danwel arbeid en beschikken over in aanmerking te nemen middelen, bestaande uit (contante) stortingen op de eigen bankrekening en op bankrekeningen van kleinzoon, dochter en (ex-)vriendin. Er is ook bewijs van contante betalingen voor verrichte werkzaamheden. Schending inlichtingenplicht. Geen duidelijkheid verschaft noch een administratie bijgehouden. Niet vast te stellen in hoeverre eiser in bijstand behoevende omstandigheden heeft verkeerd. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/4210</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. de Vries, mr. I.S. Burggraaff, mr. A.R. ten Berge</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31681"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel; BNT; PKV; niet-ontvankelijk; PKV toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.34509; NL25.34758; NL25.34475; NL25.34706</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2806"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende woont in een andere gemeente dan Hilvarenbeek. Hij is eigenaar en gebruiker van een stacaravan met toilet, douche, slaapvertrek en keuken op een park in Hilvarenbeek. Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar terecht aanslagen forensenbelasting 2022 en 2023 heeft opgelegd. De stacaravan kan worden beschouwd als een gemeubileerde woning. Verder mocht de heffingsambtenaar inlichtingen opvragen bij de campingexploitant en is geen sprake van schending van privacy van belanghebbende geschonden en is geen sprake van onzorgvuldige besluitvorming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/874 en 26/881</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2866</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:7024</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:7024</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:7024"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor onttrekking van twee minderjarige kinderen aan het gezag. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden. Oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van 5 jaren. Toewijzing vorderingen benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-000674-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2026:388</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5852</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5852</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5852"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Feitelijke leiding, zakelijke rente</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/246 t/m 21/252 en 21/834 en 21/835</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2024-09-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31703</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31703</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31703"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Draagmoederschap VS. Betreft twee kinderen. Wensouders (vaders) direct op de geboorteakte. Verklaring voor recht dat geboorteakten worden erkend en last tot inschrijving. Amerikaanse uitspraken erkend. Last latere vermelding op geboorteakten. Wensouders op grond Amerikaanse uitspraak met gezamenlijk gezag belast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/692227 / FA RK 25-7303</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Boone</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32339</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32339</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32339"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Verweerder heeft in het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd dat de terugkeer van eiser naar Griekenland niet in strijd is met artikel 3 van het EVRM1 of artikel 4 van het Handvest. Dit motiveringsgebrek kan naar het oordeel van de rechtbank worden gepasseerd middels artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder geeft in beroep een nadere motivering en verwijst daarbij naar Informatiebericht (IB) 2026/31, relevante jurisprudentie en recente rapporten. Met deze aanvullende motivering is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft mogen stellen dat eiser zelfredzaam is en hij bij terugkeer naar Griekenland niet in een situatie terechtkomt van zeer verregaande materiele deprivatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56684 en NL26.56685</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. van De Leur</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32343</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32343</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32343"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel ongegrond, herhaalde aanvraag niet-ontvankelijk. Verweerder heeft de documenten die eiser heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn tweede asielaanvraag niet hoeven aanmerken als belangrijk. Verweerder heeft daarom de tweede asielaanvraag ook niet inhoudelijk hoeven te beoordelen. Daarnaast heeft verweerder het terugkeerbesluit kunnen handhaven en het inreisverbod kunnen opleggen. In het arrest Bahaddar heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om aan eiser toch internationale bescherming te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.52780</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.L. Roubos</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32346</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32346</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32346"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet. De maatregel is na twee dagen opgeheven omdat eiser is uitgezet naar Servië. Verweerder erkent dat de rechtbank niet in kennis heeft gesteld van de maatregel vanwege een administratieve registratiefout bij het aanmaken van de maatregel door de Koninklijke Marechaussee. Aan de hand van de Afdelingsuitspraak van 17 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5462 is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een gebrek maar dat er ruimte is voor een belangenafweging. Het belang van eiser is vanaf het moment van de opheffing van de maatregel alleen gelegen in mogelijke schadevergoeding. De advocaat van eiser heeft op 30 september 2026 aangegeven dat er geen kennisgeving is verstuurd waarop het CIV het beroep heeft aangemaakt dat nu voorligt. Omdat eiser met ingang van 19 september 2026 in vrijheid is gesteld en dit beroep in het voor eiser gunstigste geval alleen kan leiden tot een toekenning van een schadevergoeding, kan niet worden geoordeeld dat hij in zijn verdediging is geschaad. Omdat de bewaring is opgeheven, geldt de uitspraaktermijn van 15 dagen op grond van artikel 94, vijfde lid, van de Vw niet. Zelfs al zou de kennisgeving wel op tijd zijn uitgegaan, dan had de rechtbank binnen een termijn van twee dagen geen zitting gepland. In praktijk zitten er altijd een paar dagen tussen de kennisgeving en de zitting. Gelet op deze omstandigheden van het geval, valt de belangenafweging in dit geval in het voordeel van verweerder uit. Het beroep is ongegrond en voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58009</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.B. Klaus</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7976</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7976</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7976"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Appartementseigenaar, artikel 5:121 lid 1 BW. Aan de voorwaarde ex artikel 5:121 ld 1 BW wordt niet meer voldaan. Van weigeren of niet-verklaren is geen sprake meer. Wel ziet de kantonrechter aanleiding om verweerster in de proceskosten te veroordelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11692287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32347"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">herstel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.34509</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:31681</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32351</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32351</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32351"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7994</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7994</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7994"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek verlof ondershandse executoriale verkoop woning (art. 3:269 lid 2 BW), hypotheekgevers genoodzaakt tot ontruiming als bedoeld in art. 525 lid 3 Rv</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/468880</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7669</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7669</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7669"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Betreft bopa voor een dakopbouw. Beroep ongegrond. Aanvraag is niet enkel vergund vanwege precedenten, hij is ook op zijn eigen merites beoordeeld. Het college heeft de etfal-belangenafweging ten aanzien van het stedenbouwkundige aspect goed gemotiveerd. Het college heeft kunnen concluderen dat de vergunde omgevingsvergunning niet tot gevolg heeft dat niet wordt voldaan aan een etfal en dat de gevolgen van de dakopbouw voor eisers voor hun woon- en leefklimaat niet onevenredig zijn in verhouding tot het met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doel. Het is niet onevenredig voor eisers om desgewenst iets voor hun (badkamer)raam te hangen om de door hen gewenste privacy te behouden of te creëren. Het college mocht bij zijn belangenafweging uitgaan van de conclusies van de eerder uitgevoerde bezonningsstudie dat de schaduwwerking op de woning van eisers minimaal en acceptabel is, nu de weerspreking door eisers niet is onderbouwd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1090</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R. Grimbergen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3170"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vreedzame manifestatie beschermd door art. 11 EVRM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002113-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32352</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32352</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32352"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">opvolgende bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25603</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8007"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Annuleringsverzekering. Geen dekking. Van geboekte reis bij een bestaande onderneming is niet gebleken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5002/12009093</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3171</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3171</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3171"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vreedzame manifestatie beschermd door art. 11 EVRM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002112-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32353"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32354"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25378</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:7064</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:7064</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:7064"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.372.135</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3130</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3130</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3130"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor twee diefstallen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken en toewijzen TUL. Overweging waarom het hof niet overgaat tot het opleggen van een zorgmachtiging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002877-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8019</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8019</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8019"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Letselschade. Aansprakelijkheid voor schade door hondenbeet erkend door verzekeraar van eigenaar (artikel 6:179 BW). Daarom geen ruimte voor aansprakelijkheid van dierenpension op grond van artikel 6:181 BW. Bovendien geen sprake van gebruik van de hond in de uitoefening van een bedrijf in de zin van artikel 6:181 BW. Dierenpension dus niet aansprakelijk. Vorderingen afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/460328 / HZ ZA 25-355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8301</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8301</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8301"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Brutering van de vordering en oplegging boete. Eiser heeft de inlichtingenverplichting geschonden. Beroep op dringende redenen en beroep op het everedigheidsbeginsel in het kader van de netto terugvordering slagen niet. Het college hoefde geen aanleiding te zien om af te zien van brutering van de vordering. De brutering is ook niet onevenredig. De opgelegde boete is evenredig, passend en geboden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3648</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): dr. mr. J.A. van Schagen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7832</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7832</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7832"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo hangende beroep, Richtlijn Tijdelijke Bescherming, spoedeisend belang, belangenafweging, toewijzen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/17243</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M.H. Nelissen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3172</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3172</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3172"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vreedzame manifestatie beschermd door art. 11 EVRM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002115-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8018"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst afgewezen. Onvoldoende onderbouwd gesteld dat huurster in het gehuurde niet haar hoofdverblijf heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12118076 \ CV EXPL 26-520</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32355</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32355</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32355"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25376</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3173"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vreedzame manifestatie beschermd door art. 11 EVRM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002116-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4699</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4699</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4699"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopige voorziening fabriek Farmsum afgewezen. Ingebruikname van de fabriek wordt pas vanaf 2028 verwacht. Nu het niet aannemelijk is dat verzoekers op korte termijn worden geconfronteerd met de door hen gevreesde gevolgen van ingebruikname van de fabriek en naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter uit hun beroepsgronden niet op voorhand al duidelijk volgt dat de bestreden omgevingsvergunning onrechtmatig is, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/2536</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Hardenberg</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8308"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening. Omgevingsvergunning voor de bouw van 64 woningen. De aanvraag ziet op vijf activiteiten, namelijk een technische bouwvergunning, een ruimtelijke bouwvergunning, een aanlegvergunning, een uitwegvergunning en een kapvergunning voor 18 bomen. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is bij de verzochte schorsing van de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteiten, het maken van uitwegen en het ophogen van het maaiveld, en dat de bezwaren tegen de omgevingsvergunning voor het kappen van bomen geen redelijke kans van slagen hebben. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening daarom af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/4621 en 26/4297</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. G.A. van der Straaten</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10733</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10733</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10733"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 38 van de Geneesmiddelenwet. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het illegaal in voorraad hebben van 25 kilogram ketamine. Strafoplegging: een gevangenisstraf van 24 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-026931-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.H.M. Pastoors, mr. D van Kralingen, A.K. Bloemendal</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31737</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31737</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31737"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorzieningen. uitsluitend gebruik. kan gebruiksvergoeding op grond van 822 Rv? voorlopige partneralimentatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709088 / FA RK 26-7216</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.D.A. Geleijns</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27845"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kort geding; uitstel mondelinge behandeling; geen voortzetting huurovereenkomst</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12312229</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.M.G. van den Boorn</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:288</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:288</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:288"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Plantage Vetter. Langdurig onverdeeld gebleven gemeenschap bestaande uit een onroerende zaak. Toekenning van eigendom aan de woningbouwcorporatie Fundashon Kas Popular (FKP). Locatie van kavel is irrelevant uit solidariteits- en praktische overwegingen. Aanwijzing als gebruiker is</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR201601312 en CUR2020H00234 - CUR2020H00235 - CUR2020H00238</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.M. van der Bunt, J. de Boer, G.C.C. Lewin</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5869"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag afwikkelingsbewindvoerder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12126767 \ EJ VERZ 26-42</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. U. van Houten</contributor><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29654</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29654</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29654"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partiële verdeling nalatenschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/680227</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. R.C. Hartendorp</contributor><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30027"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Geschil over uitleg testament en samenlevingsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/700940</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. R.C. Hartendorp</contributor><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10732"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 38 van de Geneesmiddelenwet. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het illegaal in voorraad hebben van 25 kilogram ketamine. Strafoplegging: een gevangenisstraf van 24 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-027021-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.H.M. Pastoors, mr. D van Kralingen, A.K. Bloemendal</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6417"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep tergen tussentijdse beëindiging wsnp afgewezen. Schuldenaar is toerekenbaar tekort geschoten in nakoming van zijn informtieplicht (artikel 350 lid 3 sub c Fw). Geen verlening looptijd. Schuldenaar ten onrechte in staat van faillissement verklaard door rechtbank. Dat deel van het vonnis wordt vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.373.685</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31730"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Diverse verzoeken niet-ontvankelijk wegens ontbreken wettelijke grondslag. Informatie- en consultatieregeling vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708616 / FA RK 26-6911</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.S. Honée</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:306</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:306</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:306"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Sint Maarten. Burenhinder oceanfront resort. Uitleg notariële aktes. Vakantieverhuur niet toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM2023H00033</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.W.A. Vonk, E.M. van der Bunt, mr. G.C.C. Lewin</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31744"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de resterende duur van 10 maanden. Voortzetting procedure na wraking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709178 / JE RK 26-1247</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meijers</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15200"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 11981635 BM VERZ 25-3387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2980</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2980</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2980"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease. Vordering vanwege advisering door tussenpersoon en wetenschap advisering bij Dexia</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.334.817/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8027"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Een voormalig werknemer van een coffeeshop maakt aanspraak op betaling van loon. De vordering die berust op de horeca cao wordt afgewezen. De overige loonvorderingen worden grotendeels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5003/12129438</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32345</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32345</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32345"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek wraking secretaris arbitrageprocedure afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712893 / KG RK 26-1345</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bordes</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32357"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vw 2000. AMBV, Dublinverordening. Frankrijk. Discretionaire bevoegdheid. De rechtbank is van oordeel dat de minister ten aanzien van Frankrijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Verder is de rechtbank van oordeel dat eiser ook een beroep toekomt op artikel 17 Dublinverordening. De minister heeft hierover ten onrechte geen standpunt ingenomen, zodat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.37547</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M.E. Schulmer</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31711"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Overeenstemming voorafgaand aan de mondelinge behandeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708849 / FA RK 26-7063</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6416"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep tegen tussentijdse beëindiging wsnp afgewezen. Schuldenaar is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van zijn informatieplicht en sprake van benadeling van schuldeisers (artikel 350 lid 3 sub c en sub e Fw). Geen verlenging looptijd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.373.686</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3080</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3080</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3080"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease. Vordering vanwege advisering door tussenpersoon en wetenschap advisering bij Dexia</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.334.819/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31733</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31733</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31733"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezagsuitoefening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710879 / FA RK 26-8336</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Hees</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32363"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel; eiser met onbekende bestemming vertrokken; mondelinge uitspraak; geen procesbelang; niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.52933</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32356</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32356</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32356"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring; vervolgberoep; 12 weken; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.61570</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4553</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4553</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4553"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koper exploiteert een nertsenfokkerij. Deze nertsenfokkerij gaat door brand teniet. Na deskundigenonderzoek stelt de rechtbank vast dat de oorzaak van de brand gelegen is in een transporter die koper vlak voor de brand had gekocht van verkoper om te verhuren aan toeristen. Deze transporter blijkt behept te zijn met een intern gebrek, namelijk een interne fout in één van de batterijen. Verkoper is hiervoor aansprakelijk. De procedure draait vervolgens om de vraag naar de omvang van de door de koper geleden schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/17/176505 HA ZA 20-276</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.P. Hoekstra, mr. P. van Eijk, mr. J.E. Biesma</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8029"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever heeft werknemer op staande voet ontslagen. Werkgever meent dat werknemer middels een eigen onderneming heeft geconcurreerd met werkgever. Dit zou werknemer op heimelijke wijze en onder werktijd hebben gedaan. Ook zou werknemer deze werkzaamheden hebben voortgezet, nadat hij was gesommeerd om daarmee te stoppen. In deze procedure wordt - onder meer - het ontslag op staande voet vernietigd. Wel wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden, omdat de arbeidsverhouding tussen partijen ernstig is verstoord. Werkgever moet werknemer een transitievergoeding betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5002/12281419</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10731</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10731</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10731"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikelen 287 en 302 van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag en aan drie pogingen tot zware mishandeling. Verdachte is op de vlucht geslagen voor de politie en is tijdens de achtervolging op drie verschillende momenten met zijn personenauto ingereden op verbalisanten. Verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar. Strafoplegging: een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. De bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht zijn dadelijk uitvoerbaar. Tevens wordt opgelegd de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (GVM).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-108374-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.H.M. Pastoors, mr. D van Kralingen, A.K. Bloemendal</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32358</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32358</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32358"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, Syrië, gradatie willekeurig geweld, humanitaire omstandigheden, gedwongen rekrutering, traumatabeleid, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.19837</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4483"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 17, lid 2, Wet WOZ. Twee belastingjaren. Gebruiksoppervlakte en perceelsoppervlakte correct vastgesteld, mede door bijgekocht perceel. Referentieobjecten uit andere plaatsen bruikbaar door ontbreken vergelijkingsobjecten in eigen woonplaats. Taxatiewaarde ruim boven vastgestelde waarde. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/181 en LEE 25/4526</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Brekelmans</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6509"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak. De rechtbank stelt Argonaut in de gelegenheid alsnog onderzoek te doen naar het gewicht en de maatvoering van de rolstoel en de vraag of deze de grenzen van de mogelijkheid tot hulpverlening van vervoerders overschrijden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1718</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.P. Heisterkamp</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31788</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31788</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31788"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie artikel 6 derde lid van de Vw. Schriftelijke behandeling. De werkwijze van de minister rond de asielgrensprocedure levert naar het oordeel van de rechtbank geen strijd met het Unierecht op. De beroepsgronden over de grondslag van de maatregel, rechtsbijstand en een lichter middel slagen niet. Ambtshalve toets leidt niet tot een ander oordeel. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63642</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. Weeda</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31787</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31787</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31787"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6, derde lid, van de Vw; vrijheidsontnemende maatregel; geen strijd met het Unierecht; effectieve rechtsbijstand; het gehoor, op voorhand stond niet al vast dat aan eiser de maatregel wordt opgelegd; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63082</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. Weeda</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31789</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31789</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31789"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring; artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw; geldig terugkeerbesluit, voldoende gronden; geen lichter middel, zorg voor de kinderen ligt niet bij eiser; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63315</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. Weeda</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31791"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de niet-ontvankelijkheidsverklaring van de opvolgende asielaanvragen van verzoekers. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.56481 en NL25.56484</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. Weeda</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31790"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring; artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw; geen piketmelding; voorkeursadvocaat; geen sprake van een gebrek ten aanzien van het gehoor; schending van de verplichting een raadsman toe te voegen zodra eiser de vrijheid was ontnomen, gebrek; belangenafweging valt in het nadeel van eiser uit; proceskostenvergoeding; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.61985</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.W.H. Oude Aarninkhof</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31792"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijkheidsverklaring van de asielaanvragen in stand kan blijven. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht heeft overwogen dat eisers geen nieuwe relevante elementen of bevindingen naar voren hebben gebracht op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat de afwijzing van hun asielverzoek in de vorige asielprocedure niet langer in stand kan blijven. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.56480 en NL25.56482</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. Weeda</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31795</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31795</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31795"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen. België is verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvragen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.30181 en NL26.30183</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. Weeda</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31798</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31798</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31798"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen zodat de beroepen mogen worden afgewacht in Nederland. De verzoeken worden afgewezen omdat al op de beroepen is beslist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.30182 en NL26.30184</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. Weeda</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6533</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6533</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6533"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw). Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor een bed, matras en beddengoed. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat de noodzakelijkheid ervan niet is komen vast te staan. Eiser heeft deze immers al afgevoerd voordat het college de staat van de goederen kon beoordelen. Een huisbezoek achteraf en foto’s die zijn gemaakt van de kamer, nadat de goederen al zijn afgevoerd kunnen niet bijdragen aan de beoordeling van het college.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Koster</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6534</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6534</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6534"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Beroep ongegrond, heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 24/1475</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6929"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Familierecht. Gezag. Kinder- en partneralimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.671/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6939</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6939</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6939"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurrecht. Gebrek. Famous Club huurde vanaf 1997 bedrijfsruimte die zij gebruikte als discotheek. De discotheek was in de kelder; daarboven was een restaurant. De verhuurder heeft de medewerking van Famous Club gevraagd voor de herbouw van het gebouw, welke medewerking Famous Club heeft verleend. Het nieuwe gebouw had naast de kelder en de begane grond twee verdiepingen met woonappartementen. Na ingebruikname van de disco in het nieuwe gebouw, bleek dat de disco alleen op het geluidsniveau van een bruin café of een sportkantine geluid te mogen produceren om te bewoners van de appartementen niet te hinderen. Het hof oordeelt dat sprake is van een gebruik en dat Famous Club aanspraak heeft op huurprijsvermindering en op schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.533</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:4238</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31800"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht heeft overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Ivoorkust een reëel risico loopt op ernstige schade. Daarnaast heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid voor AMV. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.40902 en NL26.35338</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. Weeda</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10470</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10470</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10470"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek rechter-commissaris tot ontslag curator; artikel 73 Fw; de rechtbank ontslaat de curator en benoemt een nieuwe curator.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/20/257 F en C/02/20/258 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:4238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:4238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:4238"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur bedrijfsruimte. Incidentele vordering tot schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad van vonnis afgewezen (artikel 351 Rv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.533</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2025-07-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6939</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14834"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Invordering dwangsom op grond van de Omgevingswet. Last onder dwangsom is reeds onherroepelijk. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/3553</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32282</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32282</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32282"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, inspanningsverplichting, gronden van de maatregel, lichter middel, ambtshalve toetsing, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64114</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14867"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verleende omgevingsvergunning voor het verduurzamen van glas in lood binnen beschermd stadsgezicht. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/4032</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10012"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Er is geen reden om het eerdere besluit, waarbij een Wajong-uitkering is geweigerd, te herzien (voor het verleden of de toekomst) of om op basis van de Amberregeling aan eiseres een Wajong-uitkering toe te kennen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/7018</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32361</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32361</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32361"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, verdedigingsbeginsel, gronden van de maatregel, zicht op overdacht, voortvarend handelen, lichter middel, ambtshalve toetsing, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64123</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14975"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen hebben een relatie gehad en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun twee kinderen. De vrouw is “momfluencer” en de man heeft online berichten geplaatst met zijn bezwaren tegen het inzetten van de kinderen voor commerciële doeleinden. Ook heeft hij rechtstreeks opdrachtgevers van de vrouw benaderd. De vrouw heeft – samengevat – gevorderd dat de man daarmee ophoudt. De voorzieningenrechter wijst de gevraagde voorzieningen (grotendeels) toe. Partijen dienen een gezagsregeling te treffen en als zij daarin niet slagen, dan moeten zij de in artikel 1: 253a BW aangewezen weg bewandelen. Het meningsverschil dient niet publiekelijk op social media te worden uitgevochten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/382553 / KG ZA 26-553</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32360"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende asielaanvraag, lastminute aanvraag, uitzetting, besluit zorgvuldig tot stand gekomen, geen relevante nieuwe elementen, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.10344</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32364</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32364</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32364"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, staandehouding, gronden van de maatregel, lichter middel, ambtshalve toetsing, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64507</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32362</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32362</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32362"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening, toewijzen, minister verzet zich niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/13298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8058</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8058</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8058"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">artikel 7:629 lid 3 sub c BW, 7:625 BW, ten onrechte loonstop toegepast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12353198</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:12081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:12081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:12081"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte zal worden vrijgesproken van het plegen van ontuchtige handelingen, welke mede bestonden uit het seksueel binnendringen van zijn stiefdochter. De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van het slachtoffer authentiek, gedetailleerd en consistent zijn. De rechtbank is echter van oordeel dat de door het slachtoffer geuite en voor de verdachte belastende feiten en omstandigheden onvoldoende steun vinden in bewijsmateriaal afkomstig van een andere bron dan het slachtoffer zelf. De rechtbank oordeelt bij die stand van zaken dat er onvoldoende wettig bewijs is, met als gevolg dat de verdachte zal worden vrijgesproken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.320986.22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.A.G. van Baal, mr. K. Mestrom, mr. M. el Jerrari</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:12075</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:12075</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:12075"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich gedurende ruim 3 jaar schuldig gemaakt aan ernstig seksueel misbruik van het slachtoffer, dat mede bestond uit het oraal en anaal seksueel binnendringen bij haar. Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van kinderporno. Wegens overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank aan de verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en 6 maanden. Toewijzing van de gevorderde immateriële schade ter hoogte van € 30.000, -.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.147259.22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.A.G. van Baal, mr. K. Mestrom, mr. M. el Jerrari</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32365</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32365</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32365"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak zonder zitting, Duitsland verantwoordelijk voor de aanvraag, geen gronden, beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38286</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.A.G. van Dijk</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8091</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8091</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8091"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Kort geding huur bedrijfsruimte. Huurster moet de gehuurde en in gebruik genomen bedrijfsruimtes ontruimen. De geldvorderingen worden afgewezen, omdat verhuurster de spoedeisendheid van die vorderingen onvoldoende heeft geconcretiseerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12343520 \ VV EXPL 26-122</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32366</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32366</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32366"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">plak vovo</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.A.G. van Dijk</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:307</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:307</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:307"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aruba. Boedelscheiding.tussenvonnis voor uitlating hyotheekkosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA2025H00096</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.C.C. Lewin, E.A. Saleh, mr. C.G. ter Veer</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8108</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8108</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8108"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfecht. Verzoek ontslag executeur afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5002/12194245</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4715"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik. Psychiatrisch onderzoek voldoende zorgvuldig. Beroep ongegrond. Verzoek om vergoeding ICT-kosten afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/2647</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. A.S. Broere</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8138</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8138</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8138"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vorderingen inzake uittreding vennoot van een VOF en voortzetting door overblijvende vennoot.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/468645</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.J. Peerdeman</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4254</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4254</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4254"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Interpretatie van de toevoeging “mijn vriendin en levenspartner” in een testament (artikel 4:46 lid 1 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/253876 / HA ZA 26-126</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.R. Tjallema</contributor><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9819"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Vordering tot betaling van specifiek bedrag aan ieder van de erfgenamen wordt afgewezen omdat deze op onjuiste wijze is ingesteld. Vordering op grond van onrechtmatige daad moet worden ingesteld ten behoeve van de nalatenschap. Gevorderde "verklaring" voor recht wordt eveneens afgewezen bij gebrek aan (afzonderlijk) belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/436143/HA ZA 25-331 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAM:2026:138</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2026:138</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAM:2026:138"><country>NL</country><court>OGEAM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verdeling woning die in de nalatenschap valt. Artikel 3:178 BW, artikel 3:185 lid 5 BW. Geen gebruiksvergoeding verschuldigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM202600177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.J. Saarloos</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11068</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11068</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11068"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Erfrecht. Geschil tussen erfgenamen over de afwikkeling van de nalatenschap van hun moeder, in het bijzonder over de verkoop van woningen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen tot (kort gezegd) verkoop van de woningen af wegens gebrek aan een spoedeisend belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/352204 / KG ZA 26-173</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7555</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7555</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7555"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vernietigbare wilsbeschikking in testament ex art. 4:43 BW? Afwijzing vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/455383 / HZ ZA 25-219</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.E. van Engelenhoven</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2912"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Machtiging kantonrechter voor voortzetting hoger beroep namens minderjarigen. Art. 1:253k BW en art. 1:349 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.321.103/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6084</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6084</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6084"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Machtiging voor opname geld van de rekening met BEM-clausule.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12316779 \ EJ VERZ 26-131</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. U. van Houten</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:609</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:609</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:609"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur. Omvang van het gehuurde, werkzaamheden aan het gehuurde, schadevergoeding. Huurder verkeert in schuldeisersverzuim omdat zij niet meewerkt aan uitvoering van werkzaamheden door de verhuurder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.329.302</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-02-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:282</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:282</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:282"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Sint Maarten. Verdeling van een terrein in een nalatenschap. Descente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM202200875</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.M. van der Bunt, G.C.C. Lewin, C.G. ter Veer</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29175"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bevoegdsheidsincident, Erfrechtverordening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/695974</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bordes</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29029"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">erfrecht. tussenvonnis. regie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/695404</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.J. Alt-van Endt</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5899</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5899</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5899"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag executeur testamentair wegens gewichtige redenen. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12287492 EJ VERZ 185/26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.S. Kuipers</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6863</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6863</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6863"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Uitleg testament. Afgifte stukken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/603411 / BE ZA 25-64</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. R.W.J. van Veen</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6034"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing vordering op grond van artikel 4:78 BW tot het verstrekken van stukken voor de berekening van de legitieme portie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350156 / KG ZA 26-181</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.E. Zweers</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12576</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12576</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12576"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afgifte stukken met betrekking tot nalatenschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/380628</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13120</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13120</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13120"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Legitieme portie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/703281 / HA ZA 25-597</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. E.A. Vroom</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10019</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10019</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10019"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek verlenging termijn als bedoeld in artikel 4:72 BW (verwerpen inferieure making) op grond van bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:77 BW. Verzoek afgewezen wegens gebrek aan bijzondere omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12316975 \ EZ VERZ 26-207</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:5318</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5318</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:5318"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiseressen vorderen dat de nalatenschap van de vader van partijen wordt verdeeld. Op grond van een verblijvingsbeding in het samenlevingscontract van erflater, is het saldo op de gemeenschappelijke betaalrekening echter verbleven aan zijn partner (de moeder van gedaagde), zodat eiseressen daarop geen aanspraak kunnen maken. Het saldo op de spaarrekening valt wel in de nalatenschap van erflater en moet daarom worden verdeeld. Daarbij moeten giften van vóór 1 januari 2003 ingebracht worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/362288</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6085</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6085</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6085"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Rekening en verantwoording als gevolmachtigde. Rekening en verantwoording als executeur. De gevolmachtigde heeft in deze hoedanigheid een bedrag van € 180.000 namens erflaatster belegd en is als gevolmachtigde gehouden dit bedrag met inbegrip van de beleggingswinst aan de nalatenschap terug te geven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.345.078</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:2867</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12985"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verdeling as na crematie; vermoedelijke wens overledene, lijkbezorging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/711300 / HA ZA 25-1058</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Bouwman</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8918</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8918</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8918"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Processueel ondeelbare verhouding. Herberekening legitieme portie. Waardering van woning in nalatenschap. Aanspraak van erfgenamen op som ineens (art. 4:36 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11793551 \ CV EXPL 25-2356 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27649</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27649</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27649"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gedaagde is tekortgeschoten in de uitvoering van haar taak als executeur en moet de daardoor geleden schade van de erfgenamen voldoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/697221 / HA ZA 26-40</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Hartendorp</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7166</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7166</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7166"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Vernietiging vaststellingsovereenkomst over verdeling op grond van dwaling (artikel 3:196 BW). Verzwijging van bestanddeel van de nalatenschap, verbeuring aan overige deelgenoot (artikel 3:194 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/463689</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12017"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht; uitleg van uiterste wil; artikel 4:46 BW; verhoudingen die de erflater heeft willen regelen. Met eisers, zusters van erflater, is rechtbank van oordeel dat het vervalbeding ter zake de tweetrapsmaking bij de uitleg van het testament buiten beschouwing moet worden gelaten. Dit is kennelijk abusievelijk opgenomen. Netto-opbrengst verkoop woning erflater komt toe aan zusters als verwachters en niet aan de erfgenaam van de na de erflater overleden bezwaarde, de (bij zijn dood) geregistreerd partner van erflater.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/365463</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12920"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Erfrechtelijk geschil tussen twee broers. Ontruiming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/722536 / KG ZA 26-681</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Th. Veling</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2903</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2903</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2903"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontvankelijkheid hoger beroep ingesteld tegen erfgenamen als executeurs-testamentair zijn benoemd. Nederlands bedrijf zou in de jaren '80 grondstof voor de productie van mosterdgas aan Irak hebben geleverd. Is dat bedrijf aansprakelijk jegens Iraanse slachtoffers van aanvallen met mosterdgas door Irak? Iraans recht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.341.271/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:7462</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:17263</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1966</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1966</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1966"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">art. 4:46 BW / uitleg vervalbeding in testament / de vraag die het hof moet beantwoorden is of ten tijde van het overlijden van erflater zijn samenleving met appellante is beëindigd / het hof beantwoordt deze vraag bevestigend / dat heeft tot gevolg dat appellante geen erfgenaam meer is van erflater / bekrachtiging beschikking waarvan beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.365.081/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.E.L.J.C. Verbunt, J.I.M.W. Bartelds, T. van der Valk</contributor><issued>2026-09-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 4 46</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:8355</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8109</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8109</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8109"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na tussenvonnis. 6:174 BW. Schade geschat 6:97 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/461803</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32367</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32367</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32367"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25374</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32368</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32368</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32368"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25556</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CG:2006:2</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CG:2006:2</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CG:2006:2"><country>NL</country><court>CG</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Grondkamer</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2006-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: V 1685</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CG:1998:2</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CG:1998:2</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CG:1998:2"><country>NL</country><court>CG</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Grondkamer</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1998-06-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: V 1622</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4716"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft geen recht op een tweede bewonersparkeervergunning, omdat zij geen volledige aanvraag heeft ingediend en er geen besluit was waartegen bezwaar kon worden gemaakt. Ook de aanvraag om een tweede bezoekersparkeervergunning is terecht afgewezen, omdat voor het adres al een vergunning was verleend. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het college ten onrechte van één woonadres is uitgegaan. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/2189</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. A.S. Broere</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10846</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10846</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10846"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak opzet- dan wel schuldheling van een fatbike, nu niet kan worden vastgesteld dat hij wist of had moeten weten dat de fatbike van diefstal afkomstig was. Veroordeling voor het tweemaal in vereniging plegen van een straatroof met geweld (op dezelfde avond), diefstal in vereniging uit een hotel doorinklimming en nog twee diefstallen. GEV 14 maanden wv 6 maanden vw met pt 2 jrn en bijzondere voorwaarden. Vordering BP no gelet op vrijspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/201082-26 (zaak A) en 13/253449-26 (zaak B) (ter terechtzitting gevoegd)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Wildeman, mr. J.O. Rutten, mr. M.F. Schendel</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:3816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:3816"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde woning 2022. Het Hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de rechtbank, omdat belanghebbende, de gebruiker (huurder) van de woning, geen procesbelang heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:24046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:24046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:24046"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verdeling na deskundigenbericht. Art. 21 Rv en art. 190 lid 3 Rv. Gevolgtrekking niet tijdig verstrekken informatie aan deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/614909</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.J. Seinen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:3559</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3559</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:3559"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde woning 2021. Het Hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de rechtbank, omdat belanghebbende, de gebruiker (huurder) van de woning, geen procesbelang heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3468</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4717</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4717</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4717"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Gedeeltelijke weigering van het college om informatie openbaar te maken naar aanleiding van het openbaarmakingsverzoek van eiser op grond van de Woo. Bestreden besluit op sommige punten niet voldoende gemotiveerd. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/2138</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. A.S. Broere</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10352</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10352</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10352"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Handelsovereenkomst. Levering van automaterialen. Gedaagde is contractspartij. Geen sprake van contractovername en/of schuldoverneming</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12211994 \ CV EXPL 26-2268</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6624</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6624</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6624"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2694hersteluitspraak</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. K. Ides</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8144"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanneming van werk. Regieovereenkomst. Vordering aannemer tot betaling facturen wordt afgewezen, omdat aannemer onvoldoende heeft onderbouwd dat hij recht heeft op meer dan het reeds door opdrachtgever betaalde bedrag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/464378</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.C. Russcher</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31825</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31825</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31825"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Afwijzing verzoek tot aanvullend voorschot op de schadevergoeding. Toewijzing verzoek tot voorschot op de buitengerechtelijke kosten. Matiging kosten deelgeschil.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. de Bruijn</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8418</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8418</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8418"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 37-jarige man voor het voorbereiden van een misdrijf met een terroristisch oogmerk en het voorhanden hebben van een explosief (een wapen van categorie II van de Wet Wapens en Munitie). De rechtbank legt aan hem een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden. Ook legt de rechtbank hem een vrijheidsbeperkende maatregel op, te weten een gebiedsverbod en een contactverbod met de aangever.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05.337486.25 en 05.197133.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3068</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3068</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3068"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Waterschapsbelasting; verrekening na vermindering aanslag; geschil betreft uitsluitend (nog) de vergoeding van het griffierecht in hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2028</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6649</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6649</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6649"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Echtscheiding shariarechtbank niet erkend. Beoordeling op grond van artikel 10:58 BW. Eenhoofdig gezag, hoofdverblijfplaats en huurrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/343232 / ES RK 25-8432</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Koene</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6645</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6645</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6645"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenbeschikking. De minderjarige verblijft sinds kort nagenoeg volledig bij de vader na een contactbreuk van twee jaar. Raadsonderzoek naar hoofdverblijf en zorgregeling. Voorlopige contactregeling; week op week af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/336292 / FA RK 25-1898</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Koene</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8155</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8155</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8155"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eisers hebben ieder een perceel grond en chalet gekocht van gedaagden en een verhuurbemiddelingsovereenkomst afgesloten. Eisers vorderen vernietiging van de koopovereenkomsten en ontbinding van de verhuurbemiddelingsovereenkomst, onder meer op grond van dwaling dan wel oneerlijke handelspraktijken. De vorderingen worden afgewezen. In de verkoopbrochure en op de website worden geen garanties gegeven met betrekking tot het te behalen rendement. Gedaagden hebben in dat kader geen onjuiste inlichtingen verstrek of hun mededelingsplicht geschonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/456732 / HA ZA 25-375</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.J. Peerdeman</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10644"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussentijdse toetsing ISD-maatregel. Voortzetting ISD-maatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/173338-25 (tussentijdse toetsing ISD-maatregel)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.H. Broesterhuizen, mr. D.M.S. Gribling, mr. M.E. Kleinherenbrink</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6647</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6647</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6647"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kinderrechter wijst het verzoek verlenging ondertoezichtstelling en het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing toe. Minderjarige is gebaat bij een veilige, gestructureerde plek met intensieve begeleiding. Thuis is de situatie te zwaar en onhoudbaar geworden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350706 / JE RK 26-1342</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B. de Wit</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:9899</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:9899</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:9899"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Opschorting betalingsverplichting, partiële ontbinding aannemingsovereenkomst, schadevergoeding, kosten deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/11124285</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.M. Schoo</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3070</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3070</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3070"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag waterschapsbelasting; tenaamstelling; beleidsregels (voorkeursvolgorde) van het Aanwijzingsbesluit; vergoeding van immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/349</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6650"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kinderrechter wijst het gewijzigde verzoek van de raad om een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot de meerderjarigheid af, omdat de minderjarige niet over dit verzoek is gehoord. Wel worden de voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor de resterende duur verleend, vanwege de ernstige zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige en de noodzaak van een veilige en passende verblijfplaats.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/352160 / JE RK 26-1633</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B. de Wit</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10643"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor poging tot zware mishandeling en mishandeling. Aansluiting gezocht bij het model oriëntatiepunten toerekening. Gevangenisstraf voor de duur van zes weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/346812-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.H. Broesterhuizen, mr. D.M.S. Gribling, mr. M.E. Kleinherenbrink</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31775</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31775</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31775"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor opzettelijke brandstichting van twee tegenover elkaar gelegen woningen, gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 528 dagen, tbs-maatregel met voorwaarden met dadelijke uitvoerbaarheid en de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/154633-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Zandbergen, mr. D. Gruijters, mr. S. Kara-Huijgen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6646</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6646</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6646"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kinderrechter wijst het verzoek tot het verlengen van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot aan de meerderjarigheid van de minderjarige toe. Terugkeer naar huis is niet meer haalbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351441 / JE RK 26-1502</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B. de Wit</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8433"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot 6 maanden gevangenisstraf voor oplichting, meermalen gepleegd en diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd (bankhelpdeskfraude). De benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte met betrekking tot die slachtoffers wordt vrijgesproken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-129781-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6644"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg toegewezen voor de resterende duur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/345333 / JE RK 26-295</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B. de Wit</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10834"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Dwaling verontschuldigbaar. Gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/2448</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:2356</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2356</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:2356"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingrente. Aan belanghebbende is een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd en daarbij is belastingrente in rekening gebracht. In geschil is de periode waarover de belastingrente moet worden berekend en het daarbij te hanteren rentepercentage. Bij uitspraak op bezwaar heeft de inspecteur erkend dat hij met het opleggen van de aanslag te weinig voortvarend heeft gehandeld en daarom heeft hij een deel van de periode waarover de belastingrente wordt berekend buiten beschouwing gelaten. De rechtbank oordeelt dat, als het gaat over het (on)voldoende voortvarend handelen, de inspecteur de belastingrente reeds voldoende heeft verminderd. Aangaande het te hanteren rentepercentage is de rechtbank van oordeel dat het gehanteerde percentage van 8% te hoog is en, ingevolge het arrest ECLI:NL:HR:2026:59, moet worden verminderd tot 4%. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 8206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.A. Fase, mr. C.M.J.C. Bakker, mr. C. Huisman</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3072"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag bpm. Vertrouwensbeginsel. Belanghebbende heeft aannemelijk gemaakt dat de Inspecteur toezeggingen heeft gedaan of gedragingen heeft verricht waaruit belanghebbende mocht afleiden dat de Inspecteur er onvoorwaardelijk mee akkoord ging dat de naheffingsaanslag tot een bepaald bedrag werd verminderd. Hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/757</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:21575</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7057</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7057</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7057"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Grafrecht. Kan eiser opkomen tegen de aanslag omdat hij zich afvraagt of het onderhoud aan de grafsteen (volledig) is voldaan? De rechtbank stelt voorop dat het vaste rechtspraak is dat er geen rechtstreeks verband is vereist tussen het heffen van de belasting en de kosten van de gemeente. Het staat niet ter discussie dat eiser gebruikmaakt van de begraafplaats en dat hij daarmee voldoet aan de rol van belastingplichtige zoals is neergelegd in artikel 2 van de Verordening. Dat betekent dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan en dat de gemeente de aanslag heeft mogen opleggen. Eisers kritiek op de wijze van het onderhoud betreft de uitvoering van de Beheersverordening, niet de heffing op grond van de Verordening. Over de kwaliteit van het onderhoud kan in deze procedure niet worden geoordeeld. Het beroep is daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/3944</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. A. Rademaker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7065"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Is het ESA-nabestaandenpensioen aan te merken als een zuivere pensioenregeling? De rechtbank komt tot het oordeel dat er sprake is van een zuivere pensioen regeling in de zin van artikel 11, derde lid, van de Wet LB. Een leaving allowance, de ruime kring van pensioengerechtigden, de mogelijkheid tot vervroeging van de pensioeningangsdatum en het gegeven dat in het pensioenreglement geen rekening wordt gehouden met een AOW-inbouw, maken niet dat de pensioenregeling onzuiver is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/5549, 24/5811 en 24/5814</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, M.C. van As, J. Snitker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2929"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting, onjuiste toepassing kleineondernemersregeling. Gesteld noch gebleken dat de inspecteur een inhoudelijke beoordeling van de aangiften heeft uitgevoerd voordat hij een controle aangekondigde. Beroep op vertrouwensbeginsel faalt. Verzuimboete gepast en geboden. De inspecteur heeft in hoger beroep geconcludeerd dat de naheffingsaanslag tot een te hoog bedrag is opgelegd. Het hof vermindert daarom de naheffingsaanslag en de belastingrente overeenkomstig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/845</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, mr. W.J. Blokland</contributor><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1889</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8215</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8215</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8215"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Gebruikelijk loon in de bezwaarfase verlaagd. Geen verdere verlaging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/854</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Loof</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2592"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De overeenkomst van schenking is wegens dwaling vernietigd door een buitengerechtelijke verklaring. Belanghebbende verzoekt om vermindering van belastingaanslagen schenkbelasting. Het hof is van oordeel dat de dwaling is voorgewend en dat de vernietiging van de overeenkomst van schenking niet aan de inspecteur kan worden tegengeworpen. Geen vermindering van de belastingaanslagen schenkbelasting o.g.v. artikel 53 SW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/622 en 24/623</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Kromhout, mr. P. van der Wal, mr. R.C.H.M. Lips</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference relation="citing" lang="nl">Successiewet 1956 53</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2144</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4636"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Verkeerd kenteken aangevinkt bij aanmelding op de bewonersvergunning. Schending evenredigheidsbeginsel omdat er is betaald voor de bewonersvergunning, er daadwerkelijk uren van het tegoed zijn afgeschreven en handhaving van de naheffingsaanslag leidt tot een dubbele opbrengst voor de gemeente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/5323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2931</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2931</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2931"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffing omzetbelasting. Prestaties onder bezwarende titel? Belanghebbendes directeur en enige aandeelhouder is de president van [bond], die deel wil nemen aan de Olympische spelen. Belanghebbende heeft over 2013 voorbelasting teruggekregen over de aankoop van paarden, training, verzorging en stalling van haar paarden, en andere gerelateerde inkoop. Zij heeft ter zake van in 2013 aan [bond] of anderen verleende diensten geen facturen uitgereikt tot 2017. In dat jaar heeft zij een in 2013 gedagtekende verkoopfactuur van € 1.320.500 aan [bond] uitgereikt die “annual sponsoring fee according to agreement” vermeldt. Belanghebbende heeft voor het eerst in 2023 een paard verkocht. In 2015 heeft zij alsnog met [bond] een sponsorovereenkomst gesloten. De inspecteur heeft de teruggaaf nageheven. In geschil is of belanghebbende [bond] in 2013 onder bezwarende titel diensten heeft verleend en de door haar ingekochte goederen en diensten voor die diensten heeft gebruikt. Het hof oordeelt dat de inspecteur terecht heeft nageheven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/629</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, mr. W.J. Blokland</contributor><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:985</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31512"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag overdrachtsbelasting ter zake van de verkrijging van twee percelen grond. Eiseres doet een beroep op de samenloopvrijstelling van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de WBR. Volgens eiseres is namelijk sprake van de levering van een bouwterrein ook al zijn de percelen ten tijde van de levering nog bebouwd. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Er is geen sprake van de levering van een bouwterrein, omdat de verkoper ten tijde van de levering slechts een voorwaardelijke sloopverplichting heeft. Eiseres kon namelijk gebruik maken van de optie om de percelen met bebouwing te laten opleveren. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat na de levering van de percelen nog zeer geruime tijd sprake is geweest van voortgezet gebruik door de verkoper. De samenloopvrijstelling is daarom niet van toepassing. Het beroep wordt ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 3897</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.J. Arts, mr. E. Kouwenhoven, mr. D.M. Drok</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10927"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft geen recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting op grond van artikel 15 lid 3 van het verdrag tussen Nederland en Zwitserland, omdat de schepen waarop hij werkte niet primair waren bestemd voor commercieel internationaal personen- of goederenvervoer. Nederland heeft daarom het heffingsrecht over de inkomsten. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 3358</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6648</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6648</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6648"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht voor de duur van een jaar. De mogelijkheden van de ouders worden belemmerd door hun eigen problematiek en de langdurige strijd tussen hen. Toezicht en hulp zijn nodig om de opvoedsituatie te verbeteren en te volgen of thuis wonen verantwoord blijft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351459 / JE RK 26-1503</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B. de Wit</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31827</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31827</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31827"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis is schadestaatprocedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/651611 / HA ZA 23-686</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Warmerdam</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32372</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32372</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32372"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vreemdelingenbewaring – artikel 59b Vw – ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64816</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8434</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8434</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8434"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot 18 maanden gevangenisstraf voor oplichting, meermalen gepleegd, poging tot oplichting en diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd (bankhelpdeskfraude). De rechtbank heeft gebruik gemaakt van schakelbewijs. Verdachte dient een schadevergoeding te betalen aan een benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-129771-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Hoedeman</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15302"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ouders vragen toestemming om vermogen minderjarigen te beleggen. Kantonrechter geeft toestemming voor gebalanceerd profiel met BEM-rekening als tegenrekening. Verlengen BEM-clausule tot 25 jaar kan niet, BEM-rekening alleen mogelijk tijdens minderjarigheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12384439 \ VZ VERZ 26-3646 en 12384438 \ VZ VERZ 26-3645 en 12384439 \ VZ VERZ 26-3646 en 12384438 \ VZ VERZ 26-3645</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6740</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6740</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6740"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat het de uithuisplaatsing van de kinderen tot 10 november 2026 noodzakelijk is. Het hof kan zich niet uitlaten over de inhoud van het perspectiefbesluit. Het hof overweegt dat de rechtbank de inhoud van het perspectiefbesluit niet had mogen toetsen en niet had mogen onderschrijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.372.710</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10850</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10850</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10850"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Procesafspraken. Medeplegen van gewoontewitwassen. GEV 10 MND.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/255766-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Wildeman, mr. J.O. Rutten, mr. M.F. van Schendel</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9605</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9605</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9605"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek wijziging van provisionele voorziening. Geen sprake van wijziging van omstandigheden die een wijziging van de eerdere provo rechtvaardigt. Zorgregeling als bepaald in eerdere provo blijft gelden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/790447</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6738</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6738</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6738"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het hof laat het gezamenlijk gezag van de ouders in stand. Daarnaast laat het hof de zorgregeling en vakantie- en feestdagenregeling in stand, zoals de rechtbank heeft vastgesteld. Het hof bepaalt aanvullend dat de minderjarige bij de verjaardagen van zijn zussen aanwezig kan zijn, als die verjaardagen vallen in een week waarin hij bij de moeder verblijft. Het hof wijst de verzoeken van de vader over de kinderalimentatie af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.596</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:5589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:5589"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Telsen. Een 34-jarige man wordt integraal vrijgesproken van het medeplegen van de (verlengde) invoer van heroïne (feit 1) en het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van heroïne (feit 2).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/208069-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. B. Vogel, mr. B. Kuppens, mr. J.M. van Hall</contributor><issued>2025-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7841</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7841</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7841"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek opheffing bewind en mentorschap. Psychiatrisch ziektebeeld. Bewindvoerder en mentor blijven nodig zolang de toestand van betrokkene niet wezenlijk verandert.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000369612:B001 en NL:TZ:0000493353:M001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8172</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8172</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8172"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Een BV had twee bestuurders, die ieder (via hun vennootschappen) 50% van de aandelen hielden. Ivm de moeilijke samenwerking werd over ontvlechting gesproken. Eén van de twee bestuurders is teruggetreden. De overgebleven bestuurder heeft daarna onder meer een stakingsbesluit genomen. De besluiten zijn niet in de AVA genomen, reden waarom de vennootschap van de teruggetreden bestuurder (nog steeds 50% aandeelhouder) nietigverklaring vordert. De vraag is of zij daar voldoende belang bij heeft omdat de impasse blijft bestaan als besluitvorming alsnog in de AVA plaatsvindt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/461884</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.J. de Kerpel-van de Poel</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7829</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7829</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7829"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vonnis van de rechtbank inzake onderzoek Meike</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01/043305-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.J.W. Hermans, mr. E.M.J. Raeijmaekers, mr. M.J.C. van der Vegte</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6651</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6651</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6651"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling, machtiging tot uithuisplaatsing en het perspectiefbesluit. De rechtbank ziet geen noodzaak om zich op dit moment uit te laten over het (langduriger) perspectief.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/344589</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Hoeven, mr. M. Vodegel, mr. G.M.J. Vijftigschild</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7828</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7828</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7828"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vonnis van de rechtbank inzake onderzoek Meike</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-123304-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.J.W. Hermans, mr. E.M.J. Raeijmaekers, mr. M.J.C. van der Vegte</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15304"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Moratorium toegewezen voor zes maanden. Voldoende inkomsten om de lopende huurtermijnen te voldoen. Sinds 13 oktober 2026 is sprake van beschermingsbewind. Beschermingsbewind waarborgt de betaling van de lopende huurtermijnen. De beschermingsbewindvoerder zal de schuldenlast inventariseren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: - NL:TZ:2617503:R-RK en NL:TZ:2617505:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31840"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgregeling. Overeenstemming op zitting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708175 / FA RK 26-6642</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.S. Hogendoorn-Matthijssen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7842</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7842</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7842"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek opheffing bewind. Betrokkene niet in staat zelfstandig geldzaken te regelen en niet gebleken dat kinderen op dit moment betrokkene voldoende kunnen bijstaan. Na stabilisering op termijn werken aan zelfredzaamheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000477580:B001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6737</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6737</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6737"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat het in het belang van de minderjarige noodzakelijk is dat de moeder alleen het gezag over haar heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.394</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6661"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zorghotel Zenderen verzorgt sinds 2022 in opdracht van de gemeente de opvang en begeleiding van Oekraïense vluchtelingen. Tussen Zorghotel Zenderen en de gemeente is een geschil ontstaan over welk dagtarief per persoon per dag (hierna: het basistarief) tussen hen contractueel is afgesproken. Zorghotel Zenderen vordert in kort geding een voorschot op een nabetaling. De gemeente betwist de verschuldigdheid van een nabetaling, al is zij wel bereid om bij te betalen indien onafhankelijk en onpartijdig wordt vastgesteld dat Zorghotel Zenderen haar diensten aan de gemeente onder de kostprijs verleent. De voorzieningenrechter acht de kans aannemelijk dat een nabetaling van de zijde van de gemeente gaat volgen. Het gevorderde voorschot van € 250.000,00 wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351969 / KG ZA 26-206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4683</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4683</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4683"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, afwijzing VOG voor docent onderwijs, voorlopige voorziening wordt kennelijk ongegrond verklaard, geen spoedeisend belang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/3247</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31845"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding geregistreerd partnerschap met nevenvoorzieningen: partnerschapsvoorwaarden. De waarde van de woonark wordt conform de partnerschapsvoorwaarden bepaald op basis van de inleg en de aflossingen van partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/683723 / FA RK 25-2871</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Hees</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4713</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4713</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4713"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank acht bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest bij de productie van MDMA en metamfetamine door zijn loods ter beschikking te stellen en aan voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet. De rechtbank veroordeelt verdachte hiervoor tot een gevangenisstraf voor de duur van 284 dagen waarvan 270 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op voor de duur van 200 uren en de maatregel kostenverhaal voor een bedrag van € 2.734,15.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.130505.23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R. Baluah, mr. S. Zwarts, E. Dussel</contributor><issued>2026-11-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10a</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 13d</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10550</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10550</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10550"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 12086638 CV EXPL 26-772 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:6349</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:6349</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:6349"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot 24 maanden gevangenisstraf voor het uitlokken van het in een woonwijk in de avond tot ontploffing brengen van zwaar vuurwerk (Cobra’s) aan de ruiten van twee woningen. Het duchten van levensgevaar als gevolg daarvan is niet bewezen. De benadeelde partij wordt in de vordering tot schadevergoeding niet ontvankelijk verklaard. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling met verlenging van de proeftijd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01/310729-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Hettinga, mr. E.M.J. Raeijmaekers</contributor><issued>2024-12-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7847"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mega Ollerton. Woudenbergse zedenzaak. De rechtbank veroordeelt de verdachte, een 34-jarige vrouw uit Woudenberg, tot 12 jaar cel en tbs met dwangverpleging. De verdachte heeft zich samen met haar medeverdachte, haar toenmalige man, zich schuldig gemaakt aan ernstig seksueel misbruik van (zeer) jonge kinderen van twee families waarvan de verdachte de oppas was. De leeftijd van de kinderen varieerde van enkele maanden oud tot negen jaar oud. Het misbruik vond plaats in de periode tussen 2018 en 2024.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/051568-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.M.H. van Ek, mr. O. Böhmer, J.H.C. van Ginhoven</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31855</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31855</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31855"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorzieningen: uitsluitend gebruik en afgifte sleutels</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710405 / FA RK 26-8027</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boot</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7843"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing herhaald verzoek opheffing bewind. Om de financiën terug in eigen hand te kunnen nemen moet eerst blijken dat de situatie stabiel is en dat betrokkene inzicht en overzicht heeft op het gebied van zijn geldzaken. Hij moet bovendien de praktische vaardigheden hebben om die zaken duurzaam zelf te kunnen regelen. Belang aanmelding schuldhulpverlening en samenwerking met bewindvoerder. Nieuw verzoek alleen bij nieuwe feiten en omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000506648:B001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10729"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verweer onmiddellijkheidsbeginsel verworpen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging om een 14-jarige uit te lokken om een aanslag te plegen bij een shishalounge in Duitsland en het medeplegen van de daadwerkelijke ontploffing door bij diezelfde lounge. Daarnaast heeft verdachte voorbereidingshandelingen verricht voor de bewerking, verwerking en vervaardiging van cocaïne, door een versnijdingsmiddel van cocaïne, namelijk procaïne en verschillende drugsgerelateerde voorwerpen, voorhanden te hebben. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-018395-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.H.W.M. Sterk, mr. H. Skalonjic, mr. H. Faouzi</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10730"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verweer onmiddellijkheidsbeginsel verworpen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een ontploffing bij een shishalounge in Duitsland. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-142845-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.H.W.M. Sterk, mr. H. Skalonjic, mr. H. Faouzi</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31878"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ontkenning vaderschap (1:200 BW). Voorwaardelijk verzoek gerechtelijke vaststelling vaderschap aangehouden zodat ouders zelf de erkenning kunnen regelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696791 / FA RK 25-9854</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.F. Baaij</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7852</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7852</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7852"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt tot het oordeel dat is bewezen dat de verdachte schuldig is aan feit 1, 2 en 4 subsidiair. Aan de verdachte zal een gevangenisstraf van 20 maanden (met aftrek van het voorarrest) en een maatregel worden opgelegd, die een contactverbod met de slachtoffers inhoudt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.300372.22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.P. den Otter, mr. M.J. Terstegge, mr. S.E. Garvelink</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15271"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Intellectuele eigendom</subject><abstract lang="nl">Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2023:13081. Toewijzing hervattingsverzoek in procedure die was aangehouden in afwachting van een vonnis in de Verenigde Staten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712394 / HA ZA 25-1141</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32385"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring asiel Somalië De rechtbank stelt vast dat de maatregel rechtmatig is opgelegd en rechtmatig ten uitvoer is gelegd. De rechtbank heeft overigens kennis genomen van de mededelingen van de gemachtigde van eiser over ‘de toevoegingsregeling’ en de rechtbank deelt de zorgen van de gemachtigde. De rechtbank is verplicht om de rechtmatigheid van een vrijheidsontnemende maatregel zo nodig ambtshalve te controleren en de rechtbank is verplicht om zo nodig ambtshalve het refoulementrisico te beoordelen. Deze verplichting voor de rechter doet niet af aan het recht op rechtsbijstand en kan hiervoor ook niet in de plaats treden. Indien er onvoldoende gemachtigden zijn om rechtsbijstand te verlenen, zal dit gevolgen hebben voor de voortgang van de procedures bij de rechtbank en zal dit mogelijk ook gevolgen hebben voor de uitkomst van procedures, gelet op het gewicht dat toekomt aan het kunnen uitoefenen van de verdedigingsrechten. In de onderhavige procedure heeft eiser zijn verdedigingsrechten genoegzaam kunnen uitoefenen omdat de gemachtigde bereid is gebleken om eiser, zonder hiervoor een financiële vergoeding te ontvangen, bij te staan. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64109</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S. van Lokven</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7851</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7851</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7851"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt tot het oordeel dat is bewezen dat de verdachte alle feiten uit de beschuldiging heeft gepleegd. Aan de verdachte zal een gevangenisstraf van 21 maanden (met aftrek van het voorarrest) en een maatregel worden opgelegd, die een contactverbod met de slachtoffers inhoudt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.169337.23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.P. den Otter, mr. M.J. Terstegge, mr. S.E. Garvelink</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7849</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7849</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7849"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt tot het oordeel dat is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie (maar niet als oprichter of leider) en aan belaging van [aangever 1] . De verdachte wordt vrijgesproken van belaging van [benadeelde 2] . Aan de verdachte zal een taakstraf worden opgelegd van 216 uur (met aftrek van het voorarrest).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.159157.23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.P. den Otter, mr. M.J. Terstegge, mr. S.E. Garvelink</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4682</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4682</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4682"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, weigering afgifte Nederlands rijbewijs aan asielzoeker die in afwachting is van beslissing op zijn asielaanvraag (artikel 8, aanhef en onder g van de Vreemdelingenwet). Weigering gebaseerd op artikel 111, derde lid, van de Wegenverkeerswet. Complexe rechtsvragen, niet geschikt voor behandeling in vovo-procedure. Wel belangenafweging. Belangen burgemeester wegen zwaarder. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/3221</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7850</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7850</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7850"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt tot het oordeel dat is bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, maar niet in de rol van oprichter of leider. Aan de verdachte zal een taakstraf van 162 uur (met aftrek van het voorarrest).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.239387.23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.P. den Otter, mr. M.J. Terstegge, mr. S.E. Garvelink</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7848</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7848</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7848"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt tot het oordeel dat is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie (maar niet als oprichter of leider) en aan belaging van [aangever 1] . De verdachte wordt vrijgesproken van belaging van [benadeelde 2] . Aan de verdachte zal een taakstraf worden opgelegd van 216 uur (met aftrek van het voorarrest).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.239270.23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.P. den Otter, mr. M.J. Terstegge, mr. S.E. Garvelink</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11997"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld voor verkrachting van een minderjarige en onttrekking aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd uitoefende tot een gevangenisstraf van 412 dagen waarvan 365 dagen voorwaardelijk met aftrek van voorarrest, bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 3 jaren. Dergelijke feiten zouden normaal gesproken aanleiding zijn een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar de rechtbank ziet aanleiding om daarvan af te wijken, gelet op de persoon van de verdachte. Voorts dient de verdachte het slachtoffer een schadevergoeding te betalen van € 4.000,00.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.043139.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. van Berchum, Mr. J.M.E. Kessels, mr. S.L.M. van Venrooij</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:12083</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:12083</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:12083"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor bedreiging en voorbereiding van brandstichting. Gevangenisstraf voor de duur van 200 dagen waarvan 58 dagen voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.082247.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.B.A. Ferwerda, mr. C.G.A. Wouters, mr. B.G.P. Hoevenagel</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31839</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31839</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31839"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De minderjarige heeft een achtwekelijkse regeling voorgesteld. De bijzondere curator adviseert deze regeling vast te leggen. De rechtbank zal dat volgen. De voorwaarden bij de zorgregeling blijven in stand, waaronder het gebruik van blaastesten door de vader.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696619 / FA RK 25-9744</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Visser</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13449</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13449</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13449"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging uithuisplaatsing. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met een jaar. Er zijn nog steeds grote zorgen over zijn ontwikkeling. [Minderjarige] gaat niet naar school, komt niet opdagen bij hulpverlening en mogelijk is er sprake van middelengebruik. Er is geen contact met de moeder. Ook is het contact met zijn vader en jongere broer sinds eind 2025 weggevallen. [Minderjarige] heeft iemand nodig die naast hem staat en met wie hij een vertrouwensband kan opbouwen. Daarom verlengt de kinderrechter ook de machtiging tot uithuisplaatsing, omdat een thuisplaatsing nu niet aan de orde is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/381265</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31854"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige zorgregeling overeenstemming tussen partijen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711389 / FA RK 26-8645</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2017:6443</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:6443</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2017:6443"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-12-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 6473866 / AZ VERZ 17-67</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.H. van Empel</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31848</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31848</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31848"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgregeling en voorlopige voorzieningen ex art. 223 Rv</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709084 / FA RK 26-7213 en C/09/691588 / FA RK 25-6962</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.L. Strop</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3079</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3079</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3079"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bekrachtiging afwijzing uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.375.618/01 (kop staart)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14884</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14884</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14884"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/383812</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31871</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31871</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31871"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening: uitsluitend gebruik van de echtelijke woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709674 / FA RK 26-7585</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3039</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3039</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3039"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bekrachtiging afwijzing uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.375.618/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14883</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14883</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14883"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/383811</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15309</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15309</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15309"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld voor het plegen van ontucht met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren. Hij wordt vrijgesproken voor de feiten 1 en 2, te weten handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam of van ontuchtige handelingen met een kind onder de twaalf of onder de zestien jaar. Bewijsoverweging over o.a. de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefsters en over emotie als steunbewijs. Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met aftrek van voorarrest. Vordering van 1 van de benadeelde partijen deels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10.012439.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.H. Janssen, H.C. van Vuren, mr. Y. Peters</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15303</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15303</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15303"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Moratorium afgewezen. Niet aannemelijk dat de lopende huur betaald zal worden en niet voldoende overtuigd dat verzoeker zich zal inspannen om een oplossing te vinden voor zijn schuldenproblematiek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617711:R-RK - NL:TZ:2617733:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32390"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring ex artikel 59a, eerste lid, Vw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64220</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7853</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7853</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7853"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft een ander meerdere malen met een mes in nek en borststreek gestoken. Poging doodslag wettig en overtuigend bewezen. Geslaagd beroep op noodweerexces: steken was een reactie op direct voorafgaande aanval met een mes door het slachtoffer. OVAR.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.015050.26 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H. den Haan, mr. drs. S.M. van Meer, mr. B.A. Nijs</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31869"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">rechtbank onbevoegd in verband met woonplaats moeder en afgeleide woonplaats minderjarige. Beschikking doorverwijzing naar bevoegde rechtbank</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/697894 / FA RK 26-466</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7854"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De 18-jarige verdachte heeft een ander meerdere malen met een mes in hals, gezicht, bil en arm gestoken. Poging doodslag wettig en overtuigend bewezen. Geen geslaagd beroep op noodweer(exces): geen sprake (meer) van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Toepassing ASR. Jeugddetentie 180 dagen, waarvan 136 voorwaardelijk, en werkstraf 60 uur,</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.015056.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H. den Haan, mr. drs. S.M. van Meer, mr. B.A. Nijs</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11071</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11071</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11071"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gedaagde moet de schade aan de auto van eiseres betalen. Onherroepelijk strafvonnis levert dwingend bewijs op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12211935 \ CV EXPL 26-2265</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32392"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, eerste beroep, 59a, gronden maatregel betwist, geen lichter middel, sinds de inbewaringstelling hebben er geen overdrachtshandelingen plaatsgevonden, de minister heeft onvoldoende gewerkt aan de overdracht van eiser, beroep gegrond, opheffing maatregel van bewaring, geen schadevergoeding, wel PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.65336</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:15048</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:15048</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:15048"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gevangenisstraf van 2 jaar wegens medeplegen van de opzettelijke uitvoer op Schiphol van MDMA en een grote hoeveelheid hasj. De verdachte had een organiserende en begeleidende rol in deze drugssmokkel. Hij is betrokken geweest bij het betalen en ophalen van de drugs en de koffer en bij het voorbereiden en opstarten van het vertrek van zijn medeverdachte. De verdachte heeft er door zijn handelen bovendien aan bijgedragen dat Nederland internationaal wordt gezien als een exportland van drugs. Tevens toewijzing van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor de duur van 1919 dagen. Verbeurdverklaring van een mobiele telefoon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15.061990.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11327"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Gemeentelijke belastingen. Belanghebbende geen gebruiker, maar zijn vennootschap. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/4823</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11181</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11181</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11181"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burengeschil. Beroep op verjaring slaagt niet. Vordering verwijderen overhang in conventie afgewezen omdat erfgrens niet duidelijk is. Geen onrechtmatige hinder. Vorderingen in reconventie (verbod (laten) uitvoeren bouwwerkzaamheden, schadevergoeding, verbod parkeren) afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12147440 CV EXPL 26-1360</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15311</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15311</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15311"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot doodslag door met een mes in de rug en been van het slachtoffer te steken terwijl het slachtoffer op de grond lag. Het beroep op putatief noodweer(exces) wordt verworpen. De geschetste putatieve noodweersituatie is niet aannemelijk geworden en was op het moment van steken geen sprake meer van die situatie. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandeling, een contactverbod met het slachtoffer en het meewerken aan een ambulante begeleiding. De verdachte moet de benadeelde partij schade betalen. De eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf wordt ten uitvoer gelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10.285093.25, TUL: 10/195109-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32374</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32374</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32374"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen wijziging leeftijdsregistratie; geen procesbelang; niet-ontvankelijk; schadevergoeding vanwege overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.1443</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.A. van Hoof</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15312</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15312</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15312"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte is een zogenoemde uithaler en is veroordeeld voor (verlengde) invoer van 70 kilogram cocaïne en het samen met anderen wederrechtelijk verblijven op een haventerrein. Rekening houdend met de beperkte rol van de verdachte, zijn bekennende verklaring en zijn persoonlijke omstandigheden legt de rechtbank een gevangenisstraf op voor de duur van 24 maanden waarvan 16 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, meewerken aan het aflossen van zijn schulden en een locatieverbod voor de havengebieden Vlissingen, Maasvlakte en Waalhaven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10.132041.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32377"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel (Irak); opvolgende aanvraag; geloofwaardigheid biseksuele gerichtheid, afvalligheid van de islam en bekering tot atheïsme; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32837</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15308"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tabaks- en rookwarenwet (Trw). Bestuurlijke boete van € 45.000,- wegens uitingen tijdens een televisie-interview. De uitingen kwalificeren als reclame als bedoeld in de Trw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/7215</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31902</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31902</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31902"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712346 / JE RK 26-1598</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. de Kleine-Jansen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32381</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32381</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32381"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel (Irak); opvolgende aanvraag; geloofwaardigheid afvalligheid van de islam, bekering tot atheïsme en homoseksuele gerichtheid; geen toets aan toedichting afvalligheid en bekering tot het atheïsme; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32842</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11183"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst van aanneming. Opdrachtgever weigert te betalen omdat werk niet zou zijn opgeleverd en gebreken vertoond. Opdrachtgever wordt veroordeeld tot betaling. Aannemer heeft werk opgeleverd en werk is door opdrachtgever aanvaard. Opdrachtgever heeft niet aangetoond dat werk gebrekkig is en heeft daarom geen recht om betalingsverplichting op te schorten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12212698 \ CV EXPL 26-2464</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10847"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak opzet- dan wel schuldheling van twee bankpassen, nu niet kan worden vastgesteld dat hij wist of had moeten weten dat de passen van diefstal afkomstig waren. Vrijspraak voor diefstal van een fiets, nu niet duidelijk is dat het de fiets van aangever betreft en niet kan worden vastgesteld dat hij een aandeel had in het wegnemen van een fiets. Veroordeling voor het tweemaal in vereniging plegen van een straatroof met geweld (op dezelfde avond), diefstal in vereniging uit een hotel doorinklimming en diefstal door te pinnen met andermans pinpas. GEV 14 maanden wv 6 maanden vw met pt 2 jrn en bijzondere voorwaarden. Opheffing van de schorsing, nu hij zich niet aan zijn locatiegebod heeft gehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/201078-26 (zaak A) en 13/248177-26 (zaak B) (ter terechtzitting gevoegd)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Wildeman, mr. J.O. Rutten, mr. M.F. Schendel</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11302"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">discussie over wie huurder is. Gedaagde is aangemerkt als huurder en is aansprakelijk voor de schade die is ontstaan ten gevolge van een hennepkwekerij in het gehuurde. Schade is onvoldoende onderbouwd en wordt afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12198738 \ CV EXPL 26-2011</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31874"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming erkenning. Gezamenlijk gezag afgewezen. Omgangsregeling en afspraak over vakanties/feestdagen. Afspraak over kinderalimentatie opgenomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/684628 / FA RK 25-3325</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.F. Baaij</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10819"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak. Executie-EAB uit Hongarije. Artikel 12 OLW: vragen gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-239353-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P.M. Fruytier, mr. C. Klomp, mr. H.P. Kijlstra</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15295</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15295</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15295"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen twisten over de verdeling van de netto-verkoopopbrengst van hun voormalige echtelijke woning. Partijen hebben hier een afspraak over gemaakt, maar zij zijn het oneens over de uitleg van die afspraak. De rechtbank oordeelt dat de afspraak moet worden uitgelegd op de wijze die de vrouw voorstaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/711068 / HA ZA 25-1041</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10674"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Nederlandse investeringsmaatschappij (eiser) investeerde via andere Nederlandse investeringsmaatschappij (gedaagden) € 5 miljoen in Duitse groep die glasvezelcommunicatienetwerken aanlegde en die vervolgens failliet is gegaan. Eiser heeft niet kunnen aantonen dat zij hierbij is misleid, waardoor gedaagden niet aansprakelijk zijn voor de schade van eiser.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/755435</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10681"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap, waarin de (erfgenamen van) de ex-echtgenoten een gelijk aandeel hebben (art. 1:100 BW). Peildatum voor waardering van de woning op grond van de redelijkheid en billijkheid verlegd. Regresvordering verjaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/777061 / HA ZA 25-1590</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10759</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10759</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10759"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het medeplegen van het verhandelen van vuurwapens. Art. 9 WWM. Vrijspraak voor het voorhanden hebben van vuurwapens en het opzettelijk aanwezig hebben van hennep en hasjiesj. Gevangenisstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-180773-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, mr. L.W. Boogert, mr L.P. Hertsig</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10820</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10820</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10820"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak. Vervolgings-EAB uit Kroatië. Kroatische detentieomstandigheden: aan de orde is een mogelijk reëel gevaar van schending van grondrechten van de opgeëiste persoon met betrekking tot de detentieomstandigheden in the Rijeka Prison, dat ziet op artikel 4 Handvest, dat een verbod op foltering of onmenselijke of vernederende behandeling bevat. De rechtbank heropent en schorst het onderzoek om het rapport van de Kroatische Ombudsman van maart 2026 te laten vertalen en met partijen op zitting te bespreken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-239340-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P.M. Fruytier, mr. C. Klomp, mr. H.P. Kijlstra</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31879"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ontkenning vaderschap. IPR art. 10:92, 10:93, 10:17 BW. Nederlands recht, art. 1:200 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/699597 / FA RK 26-1491</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.F. Baaij</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32384"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgberoep art. 59b, eerste lid, aanhef en onder a en d, van de Vw 2000; op zitting behandeld; de aanhouding van het asielberoep om een aanvullend besluit te nemen over de veiligheidssituatie in Zuid-Soedan maakt niet dat de voortduring van de bewaring onrechtmatig of onevenredig is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59517</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1192</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1192</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1192"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof heeft de verdachte ter zake van: - poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak (03-050319-24 feit 1) - diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak (03-050319-24 feit 2, feit 3 en feit 4) en - opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen (13-056088-24), veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft het hof beslissingen genomen op de vorderingen tot schadevergoedingen van de benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-003362-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verstek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.C. van Duijn, mr. M.C.C. van de Schepop, mr. M.L.P. van Cruchten</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32393</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32393</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32393"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgberoep art. 59b, eerste lid, aanhef en onder a en d, van de Vw 2000; buiten zitting; twee vervolgberoepen ingediend tegen dezelfde maatregel door twee gemachtigden; het eerdere vervolgberoep NL26.59517 was nog aanhangig; dit vervolgberoep is ten onrechte ingediend en heeft geen werking; niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.60999</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8296</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8296</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8296"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2021. Belanghebbende en haar echtgenoot exploiteren in maatschapsverband een melkveebedrijf. Belanghebbende werkt 1.250 uur binnen de maatschap, haar echtgenoot 3.150. Bij de resultaatsverdeling wordt aan de echtgenoot een arbeidsvergoeding toegekend van € 57.000 voor de extra gewerkte uren. In geschil is of de resultaatsverdeling zakelijk is. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een onzakelijke resultaatsverdeling. De stelling van de inspecteur dat een onafhankelijke derde niet bereid zou zijn om mee te betalen aan die arbeidsvergoeding is voor de rechtbank onbegrijpelijk. Dat het toekennen van de arbeidsbeloning tot een verlies lijdt bij belanghebbende maakt geen verschil.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7170</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.L. van Benthem</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3072"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag overdrachtsbelasting; verkrijging aandelenbelang in onroerendezaakrechtspersoon (OZR); waarde verkrijging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3415</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31513"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag omzetbelasting. In geschil is of eiseres ter zake van de levering van twee percelen grond heeft gehandeld als ondernemer voor de omzetbelasting. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Eiseres heeft aannemelijk gemaakt dat zij op de percelen aanvankelijk een nieuwe eigen woning en een grote en kleine schuur wilde laten bouwen. Dat plan is op enig moment komen te vervallen. Het exacte moment is niet vast te stellen, maar wel staat vast dat die intentie er niet meer was ten tijde van de verkoop van het eerste perceel. De rechtbank rekent de handelingen die eiseres heeft verricht tot het moment van deze verkoop aan als handelingen die zijn verricht met het oog op de bouw van de eigen woning en de grote en kleine schuur. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres met het oog op de verkoop van de percelen actief stappen heeft ondernomen door middelen in te zetten die te vergelijken zijn met die welke worden aangewend door een fabrikant, handelaa</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 5020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.J. Arts, mr. E. Kouwenhoven, mr. D.M. Drok</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6862</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6862</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6862"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Verkrijging certificaten van aandelen. Onroerendezaakrechtspersoon. Doeleis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2033</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:7088</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2879"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak geheimhoudingskamer. De door de inspecteur aangevoerde redenen kunnen geheimhouding in beginsel rechtvaardigen, echter gaat in dit geval het verzoek om de stukken integraal geheim te houden naar het oordeel van de geheimhoudingskamer te ver. Om redenen van proceseconomie legt de geheimhoudingskamer een door hem geschoonde versie van de betreffende stukken voor aan de inspecteur, die kenbaar dient te maken of hij daarmee in kan stemmen. Zo ja, dan zal de geheimhoudingskamer – tevens om redenen van proceseconomie – reeds bij voorbaat het minder verregaande verzoek om geheimhouding toewijzen. Zo niet, dan wordt de inspecteur verzocht kenbaar te maken wat volgens hem meer of anders zou moeten worden geschoond, waarna de geheimhoudingskamer dat verzoek opnieuw zal beoordelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1490</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak, Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. M.J.C. Pieterse</contributor><issued>2026-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5853</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2878"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak geheimhoudingskamer. De door de inspecteur aangevoerde redenen kunnen geheimhouding in beginsel rechtvaardigen, echter gaat in dit geval het verzoek om de stukken integraal geheim te houden naar het oordeel van de geheimhoudingskamer te ver. Om redenen van proceseconomie legt de geheimhoudingskamer een door hem geschoonde versie van de betreffende stukken voor aan de inspecteur, die kenbaar dient te maken of hij daarmee in kan stemmen. Zo ja, dan zal de geheimhoudingskamer – tevens om redenen van proceseconomie – reeds bij voorbaat het minder verregaande verzoek om geheimhouding toewijzen. Zo niet, dan wordt de inspecteur verzocht kenbaar te maken wat volgens hem meer of anders zou moeten worden geschoond, waarna de geheimhoudingskamer dat verzoek opnieuw zal beoordelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1481 tot en met 24/1489 en 24/1493 tot en met 24/1501</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak, Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. M.J.C. Pieterse</contributor><issued>2026-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5852</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:7109</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:7109</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:7109"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt verdachte voor het door een rechtspersoon (feit 1) opzettelijk indienen van onjuiste of onvolledige aangiften loonbelasting en (feit 2) het niet voeren van een deugdelijke administratie. Niet alle werkzame personen werden in de aangiften loonbelasting en/of administratie opgenomen en/of het uitbetaalde loon werd niet juist vermeld. Het hof legt een voorwaardelijke geldboete op van € 10.000,-, met een proeftijd van drie jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-003975-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32396"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring – artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw – beroep ongegrond – geen pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64225</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:7094</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:7094</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:7094"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt verdachte voor het feitelijke leidinggeven aan (feit 1) het door een rechtspersoon opzettelijk indienen van onjuiste of onvolledige aangiften loonbelasting en (feit 2) het niet voeren van een deugdelijke administratie. Niet alle werkzame personen werden in de aangiften loonbelasting en/of administratie opgenomen en/of het uitbetaalde loon werd niet juist vermeld. Het hof legt een gevangenisstraf van vier maanden en een voorwaardelijk beroepsverbod voor statutair bestuurder of feitelijk bestuurder van enige rechtspersoon of vennoot van enig rechtspersoon op. Verder wijst het hof de vordering tenuitvoerlegging toe, de eerder door de rechtbank Overijssel voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van zes maanden voor soortgelijke feiten. .</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-003974-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10761</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10761</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10761"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor een beroep maken van het medeplegen van het verhandelen van vuurwapens (art. 9 WWM), het voorhanden hebben van vuurwapens en het opzettelijk aanwezig hebben van hennep en hasjiesj. Vrijspraak voor het voorhanden hebben van een ander vuurwapen. Gevangenisstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-180770-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, mr. L.W. Boogert, mr L.P. Hertsig</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32403</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32403</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32403"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring van Griekse statushouder ter fine van verwijdering naar Griekenland. Refoulementboordeling. Bij huidige stand van zaken kan niet worden geoordeeld dat verwijdering naar Griekenland niet in strijd is met beginsel van non-refoulement. Daarom kan ook niet worden geoordeeld dat er zicht op uitzetting bestaat. Bewaring is van meet af aan onrechtmatig. Beroep gegrond. Rechtbank beveelt opheffing bewaring. Schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.65362</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.A. Groeneveld</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7856"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor drie woninginbraken. Schakelbewijs. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met bijzondere voorwaarden. Beslissing op beslag. Beslissing op vorderingen BP (één gedeeltelijk toegewezen, de ander NO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/351208-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.C. Quak, mr. J.T. Pouw, mr. F.D.M. Osinga</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1120</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1120</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1120"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met vervanging van de bewijsmiddelen, met aanvulling van de strafmotivering en met uitzondering van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging. - Mishandeling - Mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezellin - Eenvoudige belediging terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd - Diefstal door twee of meer verenigde personen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001638-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. van Campen, mr. S.C. van Duijn, mr. M.L.P. van Cruchten</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3122</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3122</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3122"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindarrest na bewijslevering. Echtheid handtekening? Zijn kosten gemaakt voor het opstarten van een joint venture?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.327.943/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15247</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15247</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15247"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">- moratoriumverzoek toegewezen voor zes maanden. Voldoende inkomsten om de lopende huurtermijnen te voldoen. Budgetbeheer is opgestart en waarborgt de huurbetalingen. De schuldeisers zullen op korte termijn worden aangeschreven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617498:R-RK - NL:TZ:2617502:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15253</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15253</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15253"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">moratoriumverzoek toegewezen. Voldoende inkomsten om de lopende huurtermijnen te voldoen. Huur wordt rechtstreeks ingehouden op de uitkering van verzoeker. Hierdoor is betaling van de lopende huurtermijnen gewaarborgd. Schuldhulpverleningstraject is inmiddels opgestart.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617438:R-RK – NL:TZ:2617445:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14874"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich gedurende een periode van zes maanden schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Het meest ernstige feit betreft een poging tot zware mishandeling op 17 november 2025, waarbij hij het slachtoffer meerdere malen met een mes in de rug heeft gestoken. Het slachtoffer heeft daardoor letsel opgelopen en moest medisch worden behandeld in het ziekenhuis. Daarnaast heeft de verdachte tweemaal winkeldiefstal gepleegd, waarvan één keer met geweld tegen een winkelmedewerker. Verder heeft hij op 17 juli 2025 door gevaarlijk rijgedrag in Ede een voetganger aangereden en is hij daarna doorgereden zonder zich om het slachtoffer te bekommeren. Het slachtoffer liep daarbij ernstig letsel op, waaronder hoofdletsel en een open beenbreuk. De rechtbank legt aan de verdachte een jeugddetentie op van 150 dagen, waarvan 102 dagen voorwaardelijk, met aftrek van 48 dagen voorarrest. Aan het voorwaardelijk deel verbindt de rechtbank een proeftijd van twee jaar met de algemene voorwaarde dat de verdachte in die periode geen strafbare feiten pleegt, naast de door de Raad geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarnaast krijgt de verdachte een werkstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen jeugddetentie. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 7.700,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en wettelijke rente. Ook gelast de rechtbank de tenuitvoerlegging van twee eerder voorwaardelijk opgelegde werkstraffen van 60 uur respectievelijk 20 uur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 1531159925</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10762</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10762</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10762"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van artikel 6 en artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. Niet bewezen dat het gebruik van diazepam door verdachte heeft geleid tot nadelige invloed op zijn rijvaardigheid. Slachtoffer reed met een dermate hoge snelheid waarmee verdachte geen rekening kon en hoefde te houden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-228005-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3138</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3138</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3138"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vraag of verbod op kamergewijze verhuur in splitsingsakte (tijdelijk) opzij gezet kan worden door een besluit van de VvE.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.619/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:6538</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:6538</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6538</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:6538"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Appartementsrechten. Is de onderhavige verhuur van de privégedeelten toegestaan? Verbod te exploiteren als pension- of kamerverhuurbedrijf. Objectieve uitleg. Woongroep? Kamerverhuur op bedrijfsmatige basis valt onder het verbod. Mogelijkheid tot afwijking door de VVE? Een substantiële en meer dan incidentele inbreuk op de (goederenrechtelijk) nader bepaalde bestemming ‘woning’ niet mogelijk door een VVE-besluit met gewone meerderheid. Bij de meest aannemelijke objectieve uitleg past dat een wijziging van de akte van splitsing is vereist. Dit impliceert de medewerking van alle appartementseigenaren dan wel toepassing van artikel 5:139 lid 2 BW, met de daarbij behorende rechtsbescherming (ook voor andere appartementseigenaars; vergelijk HR 21 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:916).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/666398 / HA ZA 23-851</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A.M. Cooijmans</contributor><issued>2024-07-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:3138</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15283"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 12382495 VV EXPL 26-561</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10431"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4554</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10433"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2010</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10432</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10432</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10432"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/647</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10394"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB; verlengde navorderingstermijn; buitenlandse rekening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/6212 tot en met 24/6216</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10395"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB; verlengde navorderingstermijn; buitenlandse rekening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/6206 tot en met 26/6211</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10393</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10393</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10393"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vpb; verlengde navorderingtermijn; buitenlandse bankrekening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/6202 tot en met 26/6205</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32395"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft eiser namelijk terecht tegengeworpen dat hij zijn identiteit onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. De minister heeft bij het opleggen van het terugkeerbesluit ook voldoende rekening gehouden met de vereiste refoulementstoets.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32766</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32413"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De minister heeft namelijk onvoldoende gemotiveerd waarom hij niet gelooft dat eiseres ten tijde van de asielaanvraag minderjarig was. De minister gaat er namelijk op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van uit dat de Franse autoriteiten deugdelijk onderzoek hebben gedaan voorafgaand aan het afgeven van het visum. De rechtbank is met de minister eens dat hij dat in beginsel ook mag, maar acht het wel van belang dat eiseres daarmee in een onmogelijke bewijspositie wordt geplaatst. Zij zal namelijk met geen enkel (Somalisch) document de EUVIS-treffer kunnen weerspreken. De minister daarentegen heeft wél de mogelijkheid om nader onderzoek te doen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27228</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8251"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslag op geluidsband 112-centrale (verpleegkundige ambulancedienst) t.b.v. strafrechtelijk onderzoek naar niet-natuurlijk overlijden (artt. 98 en 105 Sv). Ambulancedienst beroept zich op medisch beroepsgeheim en daarmee op (afgeleid) verschoningsrecht (art. 218 Sv). Rb maakt belangenafweging en acht in deze zaak het belang van de waarheidsvinding zwaarwegender dan het belang van het beroepsgeheim.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/381077-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2944"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring aanranding van vier slachtoffers door een fysiotherapeut/manueel therapeut en het overtreden van artikel 98 wet BIG. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk. Oplegging van een beroepsverbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-002953-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1681"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. Machtiging tot verlening van verplichte zorg. Onafhankelijke psychiater heeft betrokkene niet onderzocht in diens fysieke aanwezigheid, zonder dat uit de medische verklaring blijkt dat dit redelijkerwijs niet mogelijk was. Kon de rechtbank de zorgmachtiging desondanks verlenen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00856</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:743</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4439</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4439</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4439"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Een medisch specialist is via zijn praktijkvennootschap lid van een cooperatie. Nadat de cooperatie zijn lidmaatschap opzegt, stelt hij zich op het standpunt dat sprake was van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4303/12266628 AR VERZ 26-50</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.K. Hoogslag</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3027"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verwurgen van zijn toenmalige partner. Vervolgens heeft hij haar lichaam achtergelaten in een bos en aangifte gedaan van vermissing. Het slachtoffer is na bijna drie maanden door een voorbijganger gevonden. De verklaring van de minderjarige dochter dat zij de verwurging heeft gezien, vindt het hof onvoldoende betrouwbaar voor het bewijs. Toch is er voldoende wettig en overtuigend bewijs. Daarbij speelt een belangrijke rol dat de verdachte zich herhaaldelijk heeft beroepen op zijn zwijgrecht beroepen, terwijl er veel belastende omstandigheden zijn. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van elf jaren. Afwijzing van de vordering shockschade van de minderjarige dochter, omdat niet is voldaan aan het confrontatievereiste. De verdachte heeft zich verder ook schuldig gemaakt aan een poging tot het verwerven van een vuurwapen, maar hij wordt ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het feit niet te kwalificeren is, nu ‘verwerven’ niet strafbaar is in de Wet wapens en munitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001029-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:2567</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12044"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak vorderen een man en een vrouw na verbreking van hun relatie over en weer dat zij de huur van hun gezamenlijke huurwoning, met uitsluiting van de ander, mogen voortzetten. De kantonrechter moet de belangen van de huurders tegen elkaar afwegen. Geen van beide huurders heeft een vervangende woonruimte gevonden. De kantonrechter beslist dat de vrouw de huur niet langer mag voortzetten, omdat het belang van de man bij het behouden van de woning zwaarder weegt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/11888067</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6535</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6535</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6535"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Beroep ongegrond, heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 24/1512</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3042</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3042</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3042"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV 2016. Aanslag IB/PVV 2020. Bezwaar tegen aanslag IB/PVV 2016 ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Uitdeling verrekenbaar met verliezen uit aanmerkelijk belang in 2016 e.v.? Genietingsmoment van uitdeling in 2020. Formele rechtskracht van aanslagen IB/PVV 2016 tot en met 2019 staat daaraan niet in de weg. Geen schending vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/699 en BK-25/700</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3111</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3111</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3111"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 10 van de Zetelovereenkomst voor EOB. Gelijkheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel, schending recht op een eerlijk proces. Ongelijke behandeling personeelsleden EOB met Nederlandse nationaliteit ten aanzien van box 3. Invulling begrip duurzaam verblijf houden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/1097 en BK-25/1098</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Meervoudige Belastingkamer</contributor><issued>2026-11-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14497</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14497</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14497"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vrijwaringsincident. Vordering toegewezen want voldoende gesteld. De gevoerde verweren zien op de inhoudelijke beoordeling, die komen aan de orde in de vrijwaringsprocedure in de hoofdzaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/717452 / HA ZA 26-298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.L. Spierings</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url></urlset>
