﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2392"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het handhavend optreden door het college tegen de sportschool in de parkeerkelder op het perceel (adres) in (plaats). De voorzieningenrechter doet een tussenuitspraak, omdat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom sprake is van een overtreding van de parkeernorm uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het college wordt in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat het college de begunstigingstermijn heeft verlengd tot twee weken na de einduitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2666, UTR 26/2667-T, UTR 26/2724 en UTR 26/2822-T</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Wolbrink</contributor><issued>2026-05-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:7728</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7728</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7728</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7728"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze einduitspraak gaat over het handhavend optreden door het college tegen de sportschool in een parkeerkelder. De beroepen zijn gegrond. Er is geen sprake van een overtreding en het college was niet bevoegd handhavend op te treden. Het bestreden besluit wordt vernietigd en de last onder dwangsom wordt herroepen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2667 en UTR 26/2822</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-11-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:2392</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6485</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6485</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6485"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 21 oktober 2025 aan partij B een uitingsverbod op sociale media opgelegd. Partij B heeft daarna op diverse sociale media uitlatingen gedeeld over partij A en hun beider minderjarige kinderen en daarmee de maximale dwangsommen verbeurd en betaald. Omdat partij B hier nog steeds mee doorgaat, is partij A een kort geding gestart. Omdat partij B in eerste instantie niet in het geding is verschenen, zijn de vorderingen van partij A (grotendeels) toegewezen. Partij B is vervolgens tegen het verstekvonnis in verzet gegaan. Partij A heeft haar vorderingen nadien bij akte aangevuld en verduidelijkt. De voorzieningenrechter verklaart het verzet deels gegrond, vernietigt het verstekvonnis op één onderdeel en bekrachtigt het voor het overige. Daarnaast wijst zij de aangevulde en gewijzigde vorderingen van partij A (grotendeels) toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350930 / KG ZA 26-193</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Smedes</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6571</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6571</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6571"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Uitleg testament. Is de gemeenschappelijke huishouding beëindigd als de samenwonig is beëindigd, maar de relatie is voortgezet als latrelatie? Naar het oordeel van de kantonrechter moet het testament zo worden begrepen dat erflater gedaagde heeft willen benoemen zolang zij op een bepaalde manier een gemeenschappelijke huishouding voerden, ook al woonden zij niet meer op één adres. Vorderingen afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/347019 / HA ZA 26-134</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Smedes</contributor><issued>2026-11-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1771</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1771</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1771"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Machtiging tot uithuisplaatsing. Perspectiefbesluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04840</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:729</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2793</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:2180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:2180"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: C/19/147399 / HA ZA 24-51 en C/19/148762 / HA ZA 24/122</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.B. van Baalen</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32188</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32188</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32188"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring artikel 59 lid 1 onder a, Aroja, lichter middel, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63053</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B. de Boer</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32191</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32191</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32191"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring artikel 59 lid 1 onder a, gronden betwist, inspanningsverplichting, lichter middel, voortvarendheid, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63058</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B. de Boer</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14072"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verstek KG. De vordering tot betaling van het achterstallige salaris en de opgebouwde maar niet uitbetaalde vakantietoeslag komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12357025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7154"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging ZW-uitkering. Deze blijft in beroep in stand. Zorgvuldig onderzoek door UWV. Het medisch inhoudelijk oordeel van het UWV is ook juist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/643</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32200"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Kroatië, de minister heeft uit mogen gaan van het BMA-advies, van een onvolledig medisch beeld is niet gebleken. Uit dossier blijkt niet dat overdracht naar Kroatië tot een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheidstoestand van eiser zal leiden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.39373 en NL26.39374</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.E.J.M. Gielen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27288</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27288</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27288"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 8 van het EVRM. Referent is afkomstig uit Afghanistan en heeft om gezinshereniging met zijn ouders, broers en zus verzocht. De rechtbank komt voltoetsend tot de conclusie dat er geen sprake is van familieleven tussen referent en zijn ouders, tussen referent en zijn meerderjarige broer en tussen referent en zijn minderjarige broers en zus. De minister was daarom niet gehouden om een belangenafweging te maken. Ook kent de rechtbank een schadevergoeding toe voor de overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.16102</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.B. van Gijn, A.E.J.M. Gielen, M.B. de Boer</contributor><issued>2026-09-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14122</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14122</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14122"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het gaat in deze zaak om de vraag of een zieke werknemer recht heeft op loondoorbetaling. De werkgever meent van niet en stelt dat de werknemer belangrijke informatie over zijn gezondheid (opzettelijk) heeft verzwegen en dat werknemer van deze informatie mededeling had behoren te doen. Om deze reden heeft de werkgever de arbeidsovereenkomsten met werknemer buitengerechtelijk vernietigd. De kantonrechter oordeelt dat niet waarschijnlijk is dat de buitengerechtelijke vernietiging in een bodemprocedure stand zal houden. In dat geval heeft de werkgever de arbeidsovereenkomsten niet rechtsgeldig vernietigd. Dat betekent dat er vooralsnog vanuit moet worden gegaan dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voortduurt en de werknemer recht heeft op doorbetaling van loon. De vorderingen van de werknemer worden grotendeels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12357719 VV EXPL 26-129</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10771</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10771</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10771"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor poging tot zware mishandeling van zijn partner, die dit ontkent. Ze verklaart van de trap te zijn gevallen. Voorts veroordeling voor het bezit van een wapen en munitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/113599-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Bos, mr. A.R. Vlierhuis, mr. Q.M.J.A. Crul</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14123</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14123</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14123"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Kwalificatie arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht? Het aangenomen rechtsvermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst is in deze procedure voldoende weerlegd. Vorderingen worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12280616 VV EXPL 26-92</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:2652</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2652</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:2652"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB, storting werkgever in pensioenplan kwalificeert als loon, werkelijk rendement box 3</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/642</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2024-10-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7153</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7153</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7153"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging Wajong-uitkering. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Vanwege de chronische zenuwpijn van eiseres is een forse urenbeperking gerechtvaardigd. Eiseres heeft duurzaam geen arbeidsvermogen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/993</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31325</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31325</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31325"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Geen toestemming verleend voor verhuizing, beoordeling vervangende toestemming, wijziging hoofdverblijfplaats, wijziging zorgregeling, inschrijving basisschool</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704572 / FA RK 26-4456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14179</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14179</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14179"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na akte. Verstek. Nieuwe set algemene voorwaarden per 1 januari 2024 van kracht. Het daarin opgenomen incassokostenbeding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11952951 \ CV EXPL 25-4227</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verstek</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31330</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31330</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31330"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling van staatloosheid</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704203 / HA RK 26-277</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Emmens</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:303</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:303</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:303"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Curaçao. Geïntimeerde is in twee instanties niet verschenen en heeft een bekend adres in Nederland. Het Hof houdt de zaak aan voor verdere pogingen om geïntimeerde te bereiken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR2025H00218</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.C.C. Lewin, W.P.M. ter Berg, E.P. van Unen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2968</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2968</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2968"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden beëindigd vanwege bedrijfseconomische omstandigheden (artikel 7:669 lid 3, aanhef en onder a, BW). Het hof beantwoordt die vraag ontkennend. Omdat een redelijke grond voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst ontbreekt, komt het hof niet toe aan de vraag of ISA aan het herplaatsingsvereiste heeft voldaan. Het hof wijst het verzoek van werknemer tot wedertewerkstelling in haar eigen functie toe.’</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.524/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:304"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Curaçao. Nalatenschappen. Verdeling. Ontruiming woning door een van de erfgenamen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR2025H00358</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R. Prakke-Nieuwenhuizen, C.G. ter Veer, G.C.C. Lewin</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7283"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2586</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7284"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6551</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7286</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7286</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7286"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1576</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15221</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15221</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15221"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van diefstal in vereniging met geweld. Samen met één van de medeverdachten heeft hij een ouder en daarmee kwetsbaar echtpaar (71 en 78 jaar) overvallen in hun woning en daarbij grof geweld gebruikt. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren en 6 maanden onvoorwaardelijk met aftrek van voorarrest. De vorderingen benadeelde partij worden volledig toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09-236567-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7288</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7288</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7288"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1977</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7289"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7588</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7588</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7588"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaarschrift herroeping vi, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26-018244</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8341"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">05-309475-25, 05-309513-25, 05-309503-25, 05-309450-25 (gev. ttz) Militair veroordeeld voor verboden bezit van wapens en munitie, verboden bezit van verdovende middelen, meerdere mishandelingen, openlijke geweldpleging en het rijden onder invloed van alcohol. De militaire kamer legt op een voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden met een proeftijd van drie jaren en bijzondere voorwaarden. Daarnaast moet verdachte een taakstraf van 240 uren verrichten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05.309475.25 militair</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Hoedeman</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7281</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7281</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7281"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde van bedrijfswoning, kantoorpand en winkelruimte. Beroep is deels gegrond. Betekenis van algemene waardeontwikkeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2376, 25/2377 en 25/2378</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6899</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6899</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6899"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie. Partijen beschikken samen over ruim voldoende draagkracht om in behoefte kind te voldoen. Geen reden om af te wijken van forfaitaire woonlasten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.471</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7566</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7566</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7566"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kredietovereenkomst. Kredietnemer is failliet. Borgen worden aangesproken. Particuliere borgtocht. Afwijzing boete, contractuele rente en buitengerechtelijke kosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/413465 / HA ZA 25-170</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.A. Bik</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11731</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11731</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11731"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek handlichting ex artikel 1:235 BW toegewezen door de kantonrechter.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12401409 \ HA VERZ 26-8</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.H.M.J.F. Piëtte</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7600</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7600</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7600"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Korte samenvatting: Vervolg op tussenvonnis ECLI:NL:RBOBR:2026:5249. Aanleg waterleiding. Grondroeren. KLIC-melding. Hoofdzaak over schade aan rioolleiding. Afronding hoofdzaak en vrijwaring.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/410150 / HA ZA 24-696 C/01/414147 / HA ZA 25-228</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.S. Frakes</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10409"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Griffierecht niet betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/5432 WAJONG VV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10416"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voornemen. Kennelijk onbevoegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/5465 BRP VV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7290"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1839</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15205</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15205</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15205"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vordering voorschot op schadevergoeding. Toewijzing. Het is niet in geschil tussen partijen dat de door gedaagden uitgevoerde werkzaamheden ondeugdelijk zijn, dat daardoor schade is veroorstaan of dat gedaagden daarvoor aansprakelijk zijn. Gelet op de door beide partijen overgelegde inschattingen van de herstelkosten is het voldoende aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure de schade zal begroten op een hoger bedrag dan het nu gevorderde voorschot.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725356 / KG ZA 26-900</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:3058</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:3058</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:3058"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Op grond van artikel 512 Sv kan elk van de rechters of raadsheren die een zaak behandelen worden gewraakt. In de artikel 12 Sv-procedure waarop het wrakingsverzoek betrekking heeft, zijn nog geen raadsheren aangewezen die die zaak zullen behandelen. Verzoekster is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Voor zover het wrakingsverzoek betrekking heeft op het gehele gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch, overweegt de wrakingskamer dat een rechterlijk college als geheel niet kan worden gewraakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.375.780_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:512"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omdat de rederij zich kan vinden in de toegekende subsidie, heeft zij geen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van haar beroep. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/436</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J. Jacobs, mr. R.W.L. Koopmans, mr. B. Bastein</contributor><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11222"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Wettelijke verdeling. Vaststelling vordering zoon uit eerste huwelijk op langstlevende tweede vrouw van erflater. De rechtbank oordeelt dat in dit specifieke geval de aangifte erfbelasting een juiste weergave is van de omvang van de nalatenschap van erflater, omdat de nalatenschap vrijwel uitsluitend bestaat uit banktegoeden waarbij waardering geen rol speelt. De vordering van de zoon is opeisbaar, omdat stiefmoeder in een verzorgingshuis is opgenomen. Als gevolg van schenkingen van de langstlevende aan haar kinderen uit haar eerste huwelijk is er onvoldoende vermogen om de vordering van de zoon te voldoen. De gevorderde vernietiging van de schenkingen op grond van de Pauliana (3:45 BW) slaagt deels. Geen wetenschap van benadeling wat betreft de schenkingen die zijn in de periode waarin de langstlevende nog over (ruim) voldoende vermogen beschikte om de vordering van de zoon van erflater te kunnen voldoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/361845</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31332"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">vovo uitsl gebruik echtelijke woning</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709554 / FA RK 26-7503</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. P. Burgers</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7291</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7291</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7291"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT CWS bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Catsburg</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:513"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omdat het vissersvaartuig was gezonken, was het zeevisserijbedrijf op het moment van de subsidieaanvraag niet de eigenaar van een vissersvaartuig, waaraan een subsidie kan worden verstrekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/778</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J. Jacobs, mr. R.W.L. Koopmans, mr. B. Bastein</contributor><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:516</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:516</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:516"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing 8:29 Awb. Beperkte kennisneming gerechtvaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/758</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.O. Kerkmeester</contributor><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6775</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6775</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6775"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige executie. Schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7292"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2690</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Catsburg</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3065"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">“Bekrachtiging bestreden beschikking. Gezamenlijk gezag beëindigd en de moeder belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen”.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.365.490/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7293</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7293</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7293"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2038</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1690"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01605</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:536</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1695</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1695</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1695"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01948</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:629</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1691</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1691</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1691"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01607</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:539</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1692</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1692</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1692"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01890</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:564</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1693</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1693</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1693"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01892</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:565</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1694</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1694</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1694"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01947</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:630</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1696</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1696</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1696"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01949</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:633</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13947"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek wijziging statuten toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/381836</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7294</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7294</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7294"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2884</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7709"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank legt een jeugddetentie van 223 dagen en een (onvoorwaardelijke) PIJ-maatregel op voor een poging tot een overval op een slijterij met een vuurwapen en oplichting van drie ouderen (bankhelpdeskfraude). Toepassing jeugdstrafrecht. Overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16-323799-24, 16-163441-24 (ttz gev.), 16-275937-25 (ttz gev.)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.P.J. Janssens, G.M.C. Klink, mr. T.C.P. Christoph</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31426</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31426</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31426"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712706 / FA RK 26-9470</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.L. Sandberg-Crommelin</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:28206</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:28206</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:28206"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/3673</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.K.S. Mollen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8342"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Militair heeft zich schuldig gemaakt aan het strafbaar voorhanden hebben van diverse explosieven en munitie. De militaire kamer legt op een taakstraf van 150 uren waarvan 50 uren voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met aftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05.087475.25 militair</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7295</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7295</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7295"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2646</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13993"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderen hebben al geruime tijd hun vaste woon- en verblijfplaats in de woning en gaan vanuit daar naar school en sportclubs. Met name in hun belang dat deze situatie zoveel mogelijk wordt voortgezet. Anders dan de vrouw, kan de man de lasten van de woning betalen en deze mogelijk overnemen, zodat het in de rede ligt dat de man vooralsnog met uitsluiting van de vrouw het gebruik van de woning houdt en daar met de kinderen zal blijven wonen totdat in bodemprocedure meer duidelijkheid komt over verdeling van de beperkte gemeenschap tussen partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/380815</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15218"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft het slachtoffer mishandeld en bedreigd, spullen in haar woning vernield en gedurende ruim twee jaar dwingende controle over haar uitgeoefend (‘intieme terreur’). Veroordeling tot een gevangenisstraf van 240 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-197894-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7297</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7297</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7297"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2727</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7298</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7298</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7298"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3225</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7299</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7299</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7299"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3198</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15226</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15226</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15226"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzen vordering. Verlenging PIJ-maatregel met 9 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/741053-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:448</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:448</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:448"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Geschil over reiskostenvergoeding. Ontslag op staande voet houdt geen stand. Arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11929958 \ AE VERZ 25-66</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C.P.M. Straver</contributor><issued>2026-02-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7300"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6002</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3070</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3070</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3070"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. De werkgever heeft verzocht om de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van (onder meer) een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen. Het hof is van oordeel dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam is verstoord en heeft bepaald dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.603/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2026:1377</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30775</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30775</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30775"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de beslissing van het Uwv dat eiser voor 74,2% arbeidsongeschikt is en per 19 april 2023 recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/3200</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meessen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3067</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3067</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3067"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenarrest. Geschil over opzegging huurovereenkomst betreffende ligplaats woonboot. Overgangsrecht. Het hof gelast een meervoudige mondelinge behandeling, tegelijk met drie vergelijkbare zaken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.544/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:1377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:1377"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege het ontbreken van redelijke gronden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11910438 VZ VERZ 25-6389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. F. Aukema-Hartog</contributor><issued>2026-02-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:3070</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3062</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3062</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3062"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenarrest. Geschil over opzegging huurovereenkomst betreffende ligplaats woonboot. Overgangsrecht. Het hof gelast een meervoudige mondelinge behandeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.740/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3063</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3063</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3063"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenarrest. Geschil over opzegging huurovereenkomst betreffende ligplaats woonboot. Overgangsrecht. Het hof gelast een meervoudige mondelinge behandeling, samen met drie vergelijkbare zaken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.070/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3068</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3068</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3068"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenarrest. Geschil over opzegging huurovereenkomst ligplaats woonboot. Overgangsrecht. Het hof gelast een meervoudige mondelinge behandeling, tegelijk met drie vergelijkbare zaken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.387/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3083</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3083</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3083"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">bestuurdersaansprakelijkheid, onrechtmatige daad, concurrentie, onderbouwing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.296/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep kort geding</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:12663</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:12663</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:12663</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:12663"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Twee samenhangende zaken. Inzagevordering en onrechtmatige concurrentie. Partijen hebben langdurig met elkaar samengewerkt. De samenwerking is verstoord geraakt. In zaak I wil eiser inzage in verschillende financiële stukken van gedaagde om daarmee te kunnen vaststellen of (de bestuurder van) gedaagde ten onrechte kosten ten laste van gedaagde brengt, om daarmee te voorkomen dat een dividenduitkering aan eiser moet worden gedaan. Deze vordering wordt afgewezen. Omgekeerd meent eiser in zaak II dat gedaagden zich schuldig maken aan onrechtmatige concurrentie. De hiermee verband houdende vordering wordt (in afgezwakte vorm) toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/706544 / KG ZA 25-918 en C/10/707820 / KG ZA 25-997</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Th. Veling</contributor><issued>2025-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:3083</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3096</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3096</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3096"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Werkneemster is bij haar aanstelling als medewerker bij de Gemeente in 2017/2018 geplaatst in salarisschaal 5. Zij is van mening dat zij thuishoort in salarisschaal 8. De Gemeente heeft een beroep gedaan op de formele rechtskracht van het besluit om haar in salarisschaal 5 te plaatsen. Het hof is van oordeel dat dat verweer opgaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.732/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30954</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30954</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30954"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/7339</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Smits</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30957"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/7632</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Smits</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30955</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30955</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30955"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/7184</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Smits</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30958</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30958</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30958"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/7424</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Smits</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30959</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30959</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30959"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/7680</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Smits</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7301</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7301</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7301"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6003</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7715"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Twee brandstichtingen en poging brandstichting in ondergrondse containers; tijdelijk onbruikbaar maken politiecel. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 10 dagen voorwaardelijk op met bijzondere voorwaarden (o.a. begeleid wonen en behandelverplichting).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16-220303-25 en 16-034757-26 (t.t.z. gevoegd)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.F. Haeck, mr. L.L. Veendrick, M. Pieplenbosch</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7302"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6269</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6904</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6904</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6904"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie. Omvang van de rechtsstrijd van partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.554</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7303</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7303</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7303"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6286</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31377"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen - uitsluitend gebruik echtelijke woning toegewezen, voorlopige partneralimentatie afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712267 / FA RK 26-9203</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Boone</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7304"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar herhaald beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7003</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7306</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7306</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7306"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT CWS aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1963</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Blok</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7308"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT CWS bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Catsburg</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31335"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Geen alimentatieovereenkomst, opname ouderschapsplan afgewezen, afwijzen gezamenlijk gezag, omgangsregeling en kinderalimentatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/688064 / FA RK 25-5104</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.G. Nuboer</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7309</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7309</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7309"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT CWS bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2544</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2023:9114</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:9114</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2023:9114"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur, waarborgsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10421988 CV EXPL 23-4618</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7776</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7776</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7776"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Executiegeschil met betrekking tot vonnis waartegen geen rechtsmiddel meer openstaat. Vorderingen tot schorsing c.q. staking van de executie van een vonnis en tot opheffing, opschorting of vermindering van een dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/617274 / KL ZA 26-237</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M.J. Schoenaker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7569</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7569</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7569"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil letselschade. Ongeval tussen een wielrenner en een meisje van 8 jaar oud met een step. Het meisje heeft ernstig letsel, haar ouders spreken de wielrenner en zijn verzekeraar aan. De rechtbank wijst het verzoek van de ouders om de aansprakelijkheid van de wielrenner vast te stellen af omdat - ook met twee voorlopige deskundigenrapporten (letselbiomechanisch onderzoek en ongevalsanalyse) – niet vaststaat wat de toedracht is geweest van het ongeval.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/423211 / EX RK 26-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.J.C. Adang</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3042</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3042</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3042"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV 2016. Aanslag IB/PVV 2020. Bezwaar tegen aanslag IB/PVV 2016 ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Uitdeling verrekenbaar met verliezen uit aanmerkelijk belang in 2016 e.v.? Genietingsmoment van uitdeling in 2020. Formele rechtskracht van aanslagen IB/PVV 2016 tot en met 2019 staat daaraan niet in de weg. Geen schending vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/699 en BK-25/700</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:911</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:911</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:911"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm; Awb; art. 7:15 Awb; kan in hoger beroep voor het eerst over de kostenvergoeding in bezwaarfase worden geklaagd?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04289</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8216</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8216</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8216"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invordering. Een stuitingsbrief is niet voor bezwaar vatbare beschikking in de zin van artikel 26a van de AWR. Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Geen ambtshalve marginale toetsing van een ingediend bezwaar. Erflater is overleden nadat een boete aan haar is opgelegd. Gevolgen hiervan voor de boete en invorderingskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Loof</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7310</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7310</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7310"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT CWS aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2089</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Blok</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10257</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10257</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10257"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 12165392 VV EXPL 26-16</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4680</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4680</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4680"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek medewerking aan de beëindiging van religieus huwelijk (artikel 1:68 lid 2 BW). Man voert verweer: hij betwist gebrek aan medewerking en wil wel een ‘kuhl’. Vorderingen vrouw worden toegewezen. Het standpunt van de man komt neer op een weigering om zijn medewerking te verlenen aan de beëindiging van het religieuze huwelijk. De man wil alleen meewerken op zijn voorwaarden. Deze houding is naar het oordeel van de rechtbank onrechtmatig jegens de vrouw. De man is strafrechtelijk veroordeeld voor een poging tot doodslag op de vrouw, waarvoor hij een gevangenisstraf heeft gekregen van vijf jaar. Het kan in de gegeven omstandigheden niet van de vrouw worden verlangd dat zij instemt met een beëindiging van het huwelijk op een wijze die tot gevolg heeft dat op haar een moreel stigma komt te rusten, zij financieel wordt benadeeld, of de man via het stellen van voorwaarden waar zij het niet mee eens is, de regie krijgt over de beëindiging van het huwelijk en, daarmee, over haar leven en dat van kinderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/254404</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7312</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7312</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7312"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT CWS aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1942</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Blok</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7313</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7313</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7313"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT CWS aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1480</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Blok</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7775</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7775</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7775"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">onterechte loonstop, aanvullen van gronden loonstop niet mogelijk, vordering tot loonbetaling wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12315562 \ MV EXPL 26-101 BW 31650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. K.G.F. van der Kraats</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10337"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bevoegdheidsincident; forumkeuzebeding in de vaststellingsovereenkomst heeft geen gevolg op grond van artikel 108 lid 2 Rv, nu het in dezen gaat om de afwikkeling van een individuele arbeidsovereenkomst; verwijzing naar de rechtbank Gelderland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12246270 \ CV EXPL 26-7442</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30961"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/7706</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Smits</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30962</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30962</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30962"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/7707</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Smits</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30963"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/7708</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Smits</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1578"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk niet betalen van omzetbelasting, art. 69a.1 AWR. 1. Ontvankelijkheid OM en hetzelfde feit, art. 243.2 en 255.1 Sv jo. art. 50 Handvest van grondrechten EU. Kon hof oordelen dat vervolging voor overtreding van art. 69a.1 AWR niet betrekking heeft op “hetzelfde feit” a.b.i. art. 255.1 Sv als waarvoor eerder aan verdachte een verzuimboete o.g.v. art. 67c AWR is opgelegd? 2. Verzoek om prejudiciële vraag te stellen aan HvJ EU over uitleg van art. 50 Handvest. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2011:BM9102 m.b.t. “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr. Daarbij genoemde vergelijkingsfactoren zijn ook bepalend bij beoordeling of sprake is van “hetzelfde feit” a.b.i. art. 243.2 jo. 255.1 Sv. In geval dat bestuurlijke boete is opgelegd, gaat het bij toepassing van vergelijkingsfactor juridische aard van feiten om vergelijking van (i) in tll. omschreven en aan boete ten grondslag liggende verwijten, mede aan de hand van rechtsgoederen die worden beschermd door enerzijds toepasselijke bestuursrechtelijke norm en anderzijds delictsomschrijving, en (ii) bepalingen die betrekking hebben op maximale bestraffing van onderscheiden feiten (vgl. HR:2016:222). Zowel in rechtspraak van HR over art. 68 Sr en 255.1 Sv als in rechtspraak van HvJ EU over art. 50 jo. 52 Handvest staat ne bis in idem-beginsel centraal. Dit beginsel beschermt tegen onevenredige bestraffing en ongerechtvaardigde cumulatie van procedures. Dat dit beginsel zowel nationaalrechtelijke als EU-rechtelijke uitwerking kent, betekent niet dat inhoud van begrip “hetzelfde feit” in art. 68 Sr en 255.1 Sv samenvalt met (en moet worden afgestemd op) betekenis van begrip “hetzelfde delict” in art. 50 Handvest. Daarmee houdt verband dat art. 50 Handvest een eigen beperkingssystematiek kent via art. 52 Handvest. Dat sprake is van “hetzelfde delict” a.b.i. art. 50 Handvest, betekent namelijk niet z.m. dat herhaalde berechting of bestraffing van bepaalde gedraging in strijd is met Handvest. Nationaalrechtelijke bepalingen waarin ne bis in idem-beginsel tot uitdrukking komt, kennen niet zo’n beperkingssystematiek. Oordeel dat sprake is van “hetzelfde feit” leidt er bij toepassing van art. 68 Sr en 255.1 Sv (in beginsel) toe dat herhaalde berechting of bestraffing niet is toegestaan. Strafrechter moet in zaken die binnen werkingssfeer Handvest vallen, niet alleen nagaan of strafrechtelijke vervolging verenigbaar is met art. 68 Sr en art. 255.1 Sv, maar ook (als art. 68 Sr en/of art. 255.1 Sv niet al aan die vervolging in de weg staan) onder ogen zien of strafrechtelijke vervolging en bestraffing te verenigen zijn met art. 50 jo. 52 Handvest en, zo ja, welke straf in het licht van eventuele cumulatie van procedures nog passend is. M.b.t vervolgingsbeslissing geldt dat in fiscale zaken waarin zowel oplegging van bestuurlijke boete als strafrechtelijke afdoening openstaat, beleidsregels in Protocol AAFD 2023 (Stcrt. 2023, 16878) ertoe strekken dat afstemming plaatsvindt tussen Belastingdienst en OM over te kiezen afdoeningsmodaliteit(en). Hoewel protocol dat niet expliciet bepaalt, moet dit protocol zo worden toegepast dat afstemming ook plaatsvindt in gevallen waarin het gaat om gedragingen die (deels) dezelfde materiële feiten betreffen a.b.i. rechtspraak van HvJ EU. Hiermee wordt tegengegaan dat strafrechtelijke vervolging plaatsvindt als met (uitsluitend) bestuursrechtelijke handhaving kan worden volstaan. Ook afgezien van in beleidsregels neergelegde (afstemmings)voorschriften kan het aangewezen zijn dat afstemming plaatsvindt om te voorkomen dat cumulatie van procedures plaatsvindt die in het licht van de uit Handvest voortvloeiende vereisten niet kan worden gerechtvaardigd. Als in feitelijke instantie het verweer wordt gevoerd dat beslissing tot strafrechtelijke vervolging niet in overeenstemming met de o.g.v. art. 50 Handvest geldende vereisten voor onderlinge afstemming is genomen en dat daarom OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard in vervolging, zal rechter hierop gemotiveerd moeten beslissen. Die motivering kan in cassatie worden getoetst. Daarnaast geldt in zaken waarin sprake is van (tweede) vervolging, terwijl (i) verdachte al eerder in straf- of bestuursrechtelijke procedure is bestraft voor gedragingen die (deels) dezelfde materiële feiten a.b.i. rechtspraak HvJ betreffen, maar (ii) geen sprake is van vervolging voor “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr en/of art. 255.1 Sv, dat strafrechter zich bij strafoplegging ervan zal moeten vergewissen dat nadelen die verdachte a.g.v. beide procedures lijdt niet onevenredig zijn (vgl. HR:2021:387, HR:2018:2350 en HR:2022:364). Hiervan zal uit motivering van (eventuele) strafoplegging moeten blijken. Opvatting dat in geval dat bestuurlijke boete is opgelegd voor inhoud van begrip “hetzelfde feit” in art. 255.1 Sv aansluiting moet worden gezocht bij betekenis van begrip “hetzelfde delict” in art. 50 Handvest, is onjuist gelet op wat hiervoor is overwogen. Ad 2. Gelet op wat hiervoor is overwogen, kan opgeworpen vraag worden beantwoord aan de hand van (in het bijzonder) hiervoor genoemde rechtspraak van HvJ EU. Er bestaat dan ook geen aanleiding voor stellen van prejudiciële vraag aan HvJ EU. Volgt verwerping. Vervolg op HR:2022:1364.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1378</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:845</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2198"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanmaningskosten in verband met niet-betalen naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht in rekening gebracht? Notificatiebericht verzonden naar het e-mailadres van belanghebbende? Bericht in de berichtenbox MijnOverheid (de naheffingsaanslag) is pas geruime tijd na verzending van de aanmaning gelezen. Bewijslastverdeling. Logius verstrekt geen e-mailadres.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1410</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3643"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor vernieling (art. 350 Sr) en dragen van een wapen (art. 27 WWM). Vrijspraak poging doodslag en poging zware mishandeling. Gevangenisstraf van 3 maanden. Schadevergoeding toegekend aan benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-311736-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Spooren, mr. H.C.L. Vreugdenhil, mr. A. van den Oever</contributor><issued>2026-08-31</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet wapens en munitie 27</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet wapens en munitie 54</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 350</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5194"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling gezinsvervangend tehuis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2099 en 24/2100</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:8676</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5439</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5439</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5439"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling woning</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/383</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:6936</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8795</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8795</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8795"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag forensenbelasting. Geen sprake van een schending van het evenredigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel of het verbod op misbruik van bevoegdheid. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/111</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5732"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Toestandsdatum. Objectafbakening. Cultuurgrondvrijstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-ARN 25/2220</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:5142</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1725</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1725</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1725"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht Strijd met zorgvuldigheidsbeginsel. Aan belanghebbende is een WOZ-beschikking opgelegd. In de bezwaarfase geeft belanghebbende aan dat de heffingsambtenaar bij het vaststellen van de beschikking is uitgegaan van een te groot woonoppervlakte. Bij het doen van uitspraak op bezwaar is de heffingsambtenaar nog steeds uitgegaan van die woonoppervlakte en pas in de beroepsfase erkent hij, zonder uitleg, dat de door hem gehanteerde woonoppervlakte te groot is. Het hof oordeelt dat de specifieke omstandigheden van het geval met zich brengen dat de heffingsambtenaar het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Awb heeft geschonden en dat belanghebbende beroep heeft moeten instellen om de fout die de heffingsambtenaar ten aanzien van het essentiële en maatgevende objectkenmerk heeft gemaakt aan de orde te stellen. Wel proceskostenvergoeding voor beroepsfase en hoger beroepsfase, geen proceskostenvergoeding voor bezwaarfase. Hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, W.W. Monteiro, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-08-12</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 3:2</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26243"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 30a Wet WOZ</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 26 _ 1418</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J. Pelinck</contributor><issued>2026-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5193"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling perceel grond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1708 t/m 24/1710</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5304"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Objectafbakening woonzorgcomplex</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2046</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1801</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1801</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1801"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Legesheffing waterschap. De legesverordening bevat onduidelijke en onbepaalde heffingsgrondslagen en vergt onaanvaardbaar veel doenvermogen van het publiek. De daardoor opgeroepen lastenverzwaring is door het waterschap onzorgvuldig voorbereid en gebrekkig gemotiveerd (exceptieve toetsing, evenredigheidsbeginsel). De daarop gebaseerde legesaanslag voor een evenement (de Bietentocht) is terecht door de rechtbank vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1447</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.J.P.M. Haas, M. Ferrier, J.P.R. van den Berg</contributor><issued>2026-07-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:4344</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8034"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ niet-woning, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/58</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4431"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 28 april 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht het verzoek van de vereniging om in het Natura 2000-gebied "Kolland en Overlangbroek" (het gebied) het waterpeil te laten verhogen, essenhakhoutbeheer te laten plaatsvinden en braamopslag te laten verwijderen, afgewezen. Het college van gedeputeerde staten heeft dit verzoek opgevat als een verzoek om een aanschrijving in de zin van artikel 2.4, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. Vereniging Natuur en Milieu komt op voor het landschap, de natuur en het leefmilieu in de omgeving van Wijk bij Duurstede. Volgens de vereniging zijn maatregelen in het gebied nodig om (verdere) verslechtering van de staat van de natuur te voorkomen. Daarom heeft zij het college van gedeputeerde staten verzocht om drie maatregelen te treffen, namelijk het laten plaatsvinden van essenhakhoutbeheer door de terreinbeheerders van het gebied, het onmiddellijk effectief verwijderen van braamopslag door de terreinbeheerders van het gebied en het onmiddellijk verhogen en actief monitoren van het waterpeil in en rondom het gebied door het college van dijkgraaf en hoogheemraden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401481/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:145</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5183"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân de aanvraag van de maatschap om een omgevingsvergunning voor onder meer het verplaatsen van 15 stuks jongvee buiten behandeling gesteld. De maatschap heeft een veehouderij op het adres [locatie A] in Augsbuurt. Zij heeft een aanvraag ingediend om de inrichting milieuneutraal te wijzigen. De wijzigingen zijn het verplaatsen van 15 stuks jongvee, het bouwen van een wagenberging, het ombouwen van het jongveegedeelte naar melkvee in de melkveestal en het verplaatsen van de dieseltank, de vaste mestopslag en de kunstmestsilo. In de toelichting bij de aanvraag heeft ze geschreven dat een m.e.r.-beoordelingsbesluit niet nodig is. Dit is een besluit waarin wordt beoordeeld of vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteiten voor het milieu kunnen hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Er is namelijk, zo wordt aangegeven in de toelichting, geen sprake van het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een installatie. De veehouderij moet volgens de maatschap als één installatie worden gezien en binnen de veehouderij wijzigt het aantal stuks jongvee niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404703/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:5990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:5990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:5990"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank beoordeelt aan twee eisers opgelegde lasten onder dwangsom vanwege overtreding van de specifieke zorgplicht in artikel 2.11 van het Bal. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen. 1. Is de opslag van spuiwater in een winbag wel een milieubelastende activiteit? 2. Kan de milieubelastende activiteit nadelige gevolgen hebben? 3. Verrichten eisers de milieubelastende activiteit? 4. Wat is de omvang van de specifieke zorgplicht? 5. Is sprake van een evidente strijd met de specifieke zorgplicht? De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres 1 niet worden gezien als degene die de milieubelastende activiteit (het opslaan van bedrijfsafvalstoffen) heeft verricht omdat zij slechts de winbag heeft gevuld. De specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Bal rust dus niet op eiseres 1. De rechtbank vernietigt de aan eiseres 1 opgelegde last onder dwangsom. Eiseres 2 overtreedt naar het oordeel van de rechtbank wel de specifieke zorgplicht. Als een gedraging onder het oude recht was verboden, is dat een aanwijzing dat deze gedraging onder het nieuwe recht een evidente schending van de specifieke zorgplicht kan opleveren en de betrokkene dit redelijkerwijs kan weten. Het college heeft echter onvoldoende onderbouwd waarom moet worden teruggesaneerd tot waardes die zijn gebaseerd op één referentiemeting en daarom sneuvelt ook de aan eiseres 2 opgelegde last onder dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/934 en 26/554</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.H.M. Verhoeven, J. Heijerman, R.H.W. Frins</contributor><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5341"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Staphorst het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning kappen van 76 bomen op een bosperceel aan de Veldhuisweg in IJhorst, afgewezen. Op 1 februari 2022 heeft [persoon] bij het college een melding ingediend over het kappen van 76 bomen op het bosperceel dat tegenover het perceel [locatie 1] ligt en kadastraal bekend staat als gemeente Staphorst, sectie C, nummer 2575 (het perceel). In de melding staat dat de kap verspreid over twee jaar zal plaatsvinden en dat de kap verspreid over het hele perceel zal plaatsvinden, zodat er overal voldoende lichtinval is. Ook staat in de melding dat verspreid over het perceel bomen zullen worden herplant. [appellant] woont tegenover het perceel op het perceel [locatie 2]. Volgens [appellant] is het in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo om de bomen zonder omgevingsvergunning te kappen. Hij heeft het college daarom verzocht handhavend op te treden tegen de kap van de bomen. Naar aanleiding van het verzoek van [appellant] heeft een toezichthouder van de gemeente het perceel met een bomenspecialist bezocht voor een controle. Na dat bezoek heeft het college geconcludeerd dat voor het kappen van de bomen geen omgevingsvergunning vereist was, omdat sprake is van normaal onderhoud. Het college heeft het verzoek van [appellant]s om handhavend op te treden daarom afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403406/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4569</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4569</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4569"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Landerd het verzoek om een in twee fasen verleende omgevingsvergunning voor de activiteiten milieu en bouwen ten behoeve van het oprichten van een varkenshouderij aan de [locatie] in Zeeland (de varkenshouderij) in te trekken of te wijzigen, afgewezen. Deze zaak draait om een verzoek om de eerder verleende omgevingsvergunning van de varkenshouderij in te trekken of te wijzigen. [appellant A] is de exploitant van de varkenshouderij en maakt daarbij gebruik van een combiluchtwasser. Uit een onderzoek van de Wageningen University &amp;amp; Research (WUR) uit 2018 is gebleken dat combiluchtwassers een veel lager geurreductiepercentage hebben dan eerst werd aangenomen. Naar aanleiding van dit onderzoek is de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) gewijzigd. Het geurreductiepercentage van de combiluchtwasser BWL 2009.12.V4 is verlaagd van 85% naar 45% en de bijbehorende geuremissiefactoren zijn verhoogd. Het college is ervan uitgegaan dat op twee adressen in de directe omgeving van de varkenshouderij een geurbelasting zal optreden van meer dan 30 odour units per m3 (Ou/m3) (berekend met het toen geldige model V-stacks 2010). Volgens de verzoekers moet de omgevingsvergunning van de varkenshouderij worden ingetrokken of gewijzigd, omdat deze hoge geurbelasting een ontoelaatbaar milieugevolg is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202104300/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2020:5970</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6037</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6037</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6037"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">veroordeling voor feit 1: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 7 van de Wet op de economische delicten), begaan door een rechtspersoon en voor feit 2: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 29 van de Wet op de economische delicten), begaan door een rechtspersoon. De verdachte heeft met anderen opzettelijk in strijd gehandeld met twee rechterlijke bevelen. Opgelegd wordt een geldboete van EUR 5.000,-, verbeurdverklaring van de in beslag genomen productiedieren en de maatregel als bedoeld in het tweede lid van artikel 8.11a Wet dieren. Beveelt dat de veroordeelde – middellijk en onmiddellijk- geen productiedieren zal houden voor de duur van 10 jaren. Beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Een eerder opgelegde voorwaardelijke geldboete van EUR 20.000,- wordt ten uitvoer gelegd. Verweer niet-ontvankelijkheid OM wordt verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82/122718-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M.L.A.T. Doll, mr. A.H.J.J. van de Wetering, mr. M. Kleijn Hesselink</contributor><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4601</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4601</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4601"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 maart 2020 heeft de minister voor Milieu en Wonen aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd voor het in strijd met artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 2, onder 35, van de Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PB 2006 L 190/1; EVOA) zonder schriftelijke kennisgeving en toestemming overbrengen van partijen grond van Nederland naar Duitsland. [appellante] is sinds mei 2019 exploitant en eigenaar van een groeve in Havert, net over de grens in Duitsland. Uit de groeve wordt zand en grind gewonnen en de daardoor ontstane ruimte wordt vervolgens weer opgevuld met partijen grond die [appellante] ophaalt bij derden in Nederland. [appellante] betoogt dat zij artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 2, onder 35, van de EVOA, niet heeft overtreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202102888/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5718</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5718</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5718"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de beroepen tegen de verleende omgevingsvergunning voor de aanleg van vier padelbanen aan de Burgemeester van der Borchlaan 11 in Bilthoven. De rechtbank komt tot het oordeel dat het college terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van een gebonden beschikking. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend zonder voorschriften ter beperking van de geluidseffecten van het gebruik van de padelbanen op de directe omgeving op te nemen. Om die reden is naar het oordeel van de rechtbank in dit specifieke geval sprake van een uitkomst die in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank verklaart daarom het beroep gegrond en zal het besluit vernietigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/4943, UTR 25/6673, UTR 25/6715, UTR 25/6774, UTR 25/6781, UTR 25/6783, UTR 25/6807 en UTR 25/6856</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.M. van der Linde, A.R. Klijn, M.W.A. Schimmel</contributor><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1297</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1297</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1297"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; Unierecht; art. 28c Invorderingswet 1990; heffing van griffierechten; recht op integrale proceskostenvergoeding bij constatering overschrijding redelijke termijn van berechting; kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor de bezwaarfase; differentiatie in vergoeding tussen belasting- en premiezaken enerzijds en overige zaken anderzijds; HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02707</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1641</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4112"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 25 augustus 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de aanvragen voor vergunningen op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de bedrijfsactiviteiten van Falk aan de Neonstraat 23 en Neonstraat 33 in Ede afgewezen. Falk exploiteert op het bedrijventerrein Kievitsmeent in Ede een bedrijf dat geïsoleerde sandwichpanelen produceert voor toepassing op daken, wanden en gevels. De productie vindt plaats op de percelen Neonstraat 23 (lijn1) en Neonstraat 33 (lijn 2). De bedrijfslocaties liggen op ongeveer 3,7 en 3,3 kilometer van het Natura 2000-gebied Veluwe. Falk heeft op 26 september 2019 afzonderlijke aanvragen gedaan voor een natuurvergunning voor haar bedrijfslocaties. Bij de aanvragen heeft Falk stikstofberekeningen overgelegd waaruit volgens haar blijkt dat de stikstofdepositie van de bedrijfsactiviteiten niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie ontleent Falk aan het agrarisch grondgebruik van de gronden - het bemesten - dat was toegestaan voordat de gronden een bedrijfsbestemming kregen. Het college stelt zich op het standpunt dat Falk geen referentiesituatie kan ontlenen aan het voormalige agrarische grondgebruik.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202303370/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:2105</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:660</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:660</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:660"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Loonheffing; goedkeurend corona-beleid voor reiskostenvergoedingen; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2026:25; onvoorwaardelijk recht op vaste reiskostenvergoeding reeds door “verklaring uitruil reiskosten”? Schending vertrouwensbeginsel vanwege antwoorden op Forum Salaris?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02857</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-05-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:4768</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:830</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:830</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:830"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 40, lid 2, Wet WOZ; indexeringspercentages die zijn toegepast op verkoopprijzen vergelijkingsobjecten; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2026:297</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03987</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-06-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:5943</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1299</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1299</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1299"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm; eindarrest na tussenarrest HR 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:301</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03743 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:5495</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:202"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting; geen consolidatie ex art. 4(4)(a) van de Wet BRV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-02-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:4100</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1146</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1016</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1016</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1016"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Informatiebeschikking; art. 47 en 52a AWR; Tax Information Exchange Agreement (TIEA), bevoegdheid inspecteur om informatie op te vragen niet territoriaal begrensd, geen verplichting eerst informatie op te vragen op basis van TIEA</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00129</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1358</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:4081</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:914</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:914</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:914"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; art. 22j en 26b AWR; art. 6:10 Awb; art. 52 , van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; voortijdig gemaakt bezwaar tegen voldoening op aangifte; ontvankelijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03202</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-06-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:4602</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:915"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; artt. 8:41 en art. 8:109 Awb; art. 267 VWEU; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; toetsing regeling heffing van griffierecht aan Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel; vaststellen van de redelijke termijn van berechting; geen noodzaak tot stellen van prejudiciële vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02830</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-06-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1243"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verhuurderheffing 2014 e.v., Wet maatregelen woningmarkt 2014 II, strijd met het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel van art. 26 IVBPR en van art. 14 EVRM, ECLI:NL:HR:2018:846; terugwerkende kracht reparatiewetgeving WMW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03381</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:289</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1585</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10702</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10702</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10702"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Terugbetaling waarborgsom bij huurovereenkomst. Gedaagde mocht een deel van de borgsom gerechtvaardigd inhouden, maar minder dan zij thans heeft gedaan. Gedaagde moet het restant terugbetalen aan eiser.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12275256 \ CV EXPL 26-8205</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2086</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2086</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2086"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">uitleg werkingssfeerbepaling verplicht gesteld pensioenfonds</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.306.175/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1283"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Belastingverdrag Nederland-Frankrijk. Splitsen van pensioen dat deels in publiekrechtelijke en deels in privaatrechtelijke dienstbetrekking is opgebouwd. Van eindloonregeling naar middenloonregeling. Tijdsevenredig of niet?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/866</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.W. Monteiro, C.W.M.M. Verkoijen, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-06-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3632</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2014:1875</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2014:1875</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2014:1875"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2014-02-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zeerecht; beperking van aansprakelijkheid. Schuldeiser doet hetzij bij indiening van de vordering bij de vereffenaar hetzij ter verificatievergadering beroep op ontbreken van rechtsmacht en op onbevoegdheid van de rechtbank. Toepasselijk recht. Procesrechtelijke onderwerpen in het kader van procedures tot beperking van aansprakelijkheid in Nederland, in het kader waarvan een beperkingsfonds is gevormd, dienen ingevolge artikel 14 van het Verdrag inzake de beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, Londen 19 november 1976, aangepast bij Protocol van 2 mei 1996 (LLMC) te worden behandeld volgens het recht van de staat waar het fonds is gevormd, derhalve in dit geval Nederlands recht van toepassing. 1. Het kader van de verificatie van vorderingen voor de r-c leent zich niet voor de beoordeling van een beroep op gebrek aan rechtsmacht of op onbevoegdheid van de rechtbank te behandelen, mede omdat de r-c is benoemd door de rechtbank. 2. Heeft schuldeiser Baltic Cable (BC) bij het indienen van haar vorderingen tegen verzoekers tot beperking [verzoeker 2] cs en Wagenborg beroep gedaan op het ontbreken van rechtsmacht van de Nederlandse rechter, dan wel op onbevoegdheid van deze rechtbank? BC heeft haar vorderingen bij de vereffenaar ingediend bij twee brieven, onder toezending van een Nederlandse vertaling van de “claims form” (dagvaarding) waarin [verzoeker 2] cs en Wagenborg werden opgeroepen om voor het gerecht te Malmö, Zweden, te verschijnen. Ingevolge artikel 3:59 BW gelden de regels van de artikelen 3:33 en 3:35 BW ook ten aanzien van stukken als de brieven en die dagvaarding waarbij BC haar vorderingen indiende bij de vereffenaar. De r-c oordeelt dat en waarom noch in die brieven, noch in die dagvaarding (voldoende duidelijk) het standpunt is ingenomen dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft of dat deze rechtbank onbevoegd is, zodat de vereffenaar daaraan redelijkerwijs de zin mogen toekennen dat geen beroep op gebrek aan rechtsmacht of op onbevoegdheid werd gedaan. 3. Kan een schuldeiser ter verificatievergadering voor het eerst beroep doen op het ontbreken van rechtsmacht van de Nederlandse rechter, dan wel op onbevoegdheid van deze rechtbank? Volgens de algemene regel is voldoende, maar tevens noodzakelijk dat de partij die gebrek aan rechtsmacht of onbevoegdheid van de rechter inroept dat doet in het eerste door haar ingediende schriftelijke stuk, of, zo zij mondeling ter terechtzitting antwoordt, bij dat mondelinge antwoord. Die regel beoogt een goede procesorde te bevorderen en strekt ertoe te voorkomen dat na debat van partijen over de rechtsbetrekking die het onderwerp is van het geding, de verweerder in een laat stadium van het geding nog zou kunnen opwerpen dat de rechter op grond van regels die wegens hun zuiver processuele aard die rechtsbetrekking zelf niet raken, niet tot een beoordeling van het geschil omtrent de rechtsbetrekking kan komen (vgl.: HR 29 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1361; artikelen 110 lid 1, 128 lid 3 en 1022 lid 1 Rv). Hoe zit dat in een procedure tot beperking van aansprakelijkheid? Een specifieke regeling daarvoor is niet opgenomen in de wet. Een beroep op onbevoegdheid kan reeds worden gedaan in de eerste fase van de beperkingsprocedure, waarin wordt beslist over het bedrag waartoe de aansprakelijkheid voorshands is beperkt en omtrent de vraag of hij in plaats van storting van dat bedrag kan volstaan met zekerheidstelling en, in het laatste geval, op welke wijze deze zekerheidstelling dient te geschieden (vgl. HR 4 november 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1522 – ‘Vertrouwen’ TX68; HR 1 mei 1981, NJ 1981/605 – ‘Blue Hawk’). In de memorie van toelichting op artikel 320r lid 3 (oud) Rv, dat overeenstemt met het huidige artikel 642r lid 2 Rv, wordt gesteld “[..] het derde lid doet duidelijker uitkomen, dat de betwisting niet alleen hoeft te slaan op de verificatie van een vordering, doch eveneens betrekking kan hebben op het verzoek tot beperking van aansprakelijkheid in het algemeen, de bevoegdheid van de rechtbank enz.” (Kamerstukken II, vergaderjaar 1986-1987, 18 770, nr. 3, blz. 15). Het gaat in dat artikel over de renvooiprocedure. Daaruit valt af te leiden dat in de renvooiprocedure een beroep op onbevoegdheid kan worden gedaan, nadat een schuldeiser de bevoegdheid eerder heeft betwist. In het arrest betreffende de ‘Vertrouwen’TX68 overwoog de Hoge Raad onder meer: “Dit neemt evenwel niet weg dat een belanghebbende tegen het verzoek tot beperking van de aansprakelijkheid ook bezwaren kan aanvoeren die naar zijn opvatting reeds dadelijk tot de slotsom leiden dat het verzoek moet worden afgewezen of de verzoeker daarin wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk moet worden verklaard, zulks onverminderd zijn bevoegdheid die bezwaren voor het eerst in de renvooiprocedure naar voren te brengen of deze, zo zij niet zijn gehonoreerd, daarin te herhalen.” (r.o. 3.3). Daaruit leidt de r-c af dat een schuldeiser een beroep op onbevoegdheid in de renvooifase voor het eerst kan voeren en dat geen verplichting bestaat zodanig beroep in de eerste fase, of bij het indienen van de vordering ter verificatie te doen. Omdat het in het kader van de verificatie van vorderingen voor de r-c niet past om een beroep op gebrek aan rechtsmacht of op onbevoegdheid te behandelen en het mogelijk is om in de renvooiprocedure voor het eerst zodanig beroep te doen, ontvalt het processueel belang van schuldeiser en verzoekers bij een beslissing van de r-c over die onderwerp. Volgt verwijzing van partijen naar de renvooiprocedure t.a.v. de vordering van de schuldeiser.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/424631 / HA RK 13-425 en C/10/431722 / HA RK 13-787</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr W.P. Sprenger</contributor><issued>2014-03-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2018:405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2018:405"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2018-01-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overgang van onderneming, aanbieden pensioenregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CV 17-6919</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Schadevergoedingsuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr.\'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'a0J.A.J.\'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'5c'a0Peeters</contributor><issued>2026-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6726"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof wijst verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis voor het uitzitten van een onherroepelijke straf af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 000844-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5535</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5535</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5535"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een taakstraf van 300 uren. De verdachte is schuldig bevonden aan het opzettelijk opslaan en/of voorhanden hebben van grote hoeveelheden professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, en opzettelijk handelingen als bedoeld in artikel 1.2.2 eerste tot en met het vierde lid van het Vuurwerkbesluit voor te bereiden door professioneel vuurwerk te koop aan te bieden aan particulieren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 84.080336.25 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. ten Boer, R. ter Haar, R.P. van Campen</contributor><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5670</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5670</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5670"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 326 Sr. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting van 16 personen door zich voor te doen als een bonafide aannemer. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van 2 jaren. Vorderingen van de benadeelde partijen ten aanzien van de materiële schade (gedeeltelijk) toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-001721-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5882</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5882</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5882"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gerechtvaardigde grond voor verschoningsverzoek. Verschoningsverzoek wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-001388-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Wraking, Verschoning</description><issued>2026-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3033</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3033</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3033"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenarrest. Schorsing van de voorlopige hechtenis ten behoeve van de tenuitvoerlegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf(fen). Belangenafweging. Aan het strafvorderlijk belang van het voorkomen van recidive kan in voldoende mate tegemoet worden gekomen. Geen wettelijke regeling die zich verzet tegen schorsing. Praktische bezwaren tegen wisseling van vrijheidsbenemende titel niet aannemelijk geworden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-000909-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2026:2697</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3533</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3533</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3533"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gedeeltelijke toewijzing schadevergoeding voor ITB Harde Kern tijdens schorsing van de voorlopige hechtenis ivm vrijheidsbeperking</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-164935-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Raadkamer</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. Eelsing</contributor><issued>2026-08-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2624</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2624</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2624"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Openlijke geweldpleging in vereniging tegen personen. Geen beschermde deelvrijspraak. Oplegging gevangenisstraf en taakstraf. Toewijzing schadevergoeding, onder meer voor verlies van verdienvermogen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002593-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2297</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2297</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2297"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Demonstratie Extinction Rebellion. Verdachtes bijdrage was voldoende significant en wezenlijk, zodat sprake is van het handelen “in vereniging” als bedoeld in artikel 141 Sr. Daarnaast is het hof van oordeel dat van dit handelen gelet op de aard en het karakter daarvan alsmede de zichtbare en financiële gevolgen een zodanige kracht uitging dat de openbare orde daardoor werd verstoord, waardoor sprake is van geweld als bedoeld in artikel 141 Sr. Beantwoording van de vraag of handelingen vallen binnen de reikwijdte van de artikelen 10 en 11 EVRM. Toepassing artikel 9a Sr.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001886-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J.M. van Gink, N.I.B.M. Buljevic, M. van der Horst</contributor><issued>2026-08-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 141</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7087</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7087</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7087"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6:6:23 Sv. Raadkamerprocedure. Bezwaarschrift tegen omzetting taakstraf in vervangende hechtenis. De politierechter heeft de termijn voor uitvoering van de taakstraf bepaald op 10 maanden. In artikel 6:3:1 Sv staat dat de termijn waarbinnen de taakstraf moet worden voltooid 18 maanden bedraagt. De rechtbank gaat uit van de beslissing van de politierechter, te meer omdat daartegen geen rechtsmiddel is ingesteld. Een rechtzoekende moet ervan kunnen uitgaan dat een beslissing van een rechter bepalend is voor zijn rechtspositie. Uitgaande van de termijn van 10 maanden waarbinnen de taakstraf van veroordeelde moest worden voltooid, is de beslissing tot omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis te laat genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-154675-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5796"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De politierechter veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor het medeplegen van valsheid in geschrift bij het aanvragen van TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten) tijdens de Corona-periode. RVO die zich als benadeelde heeft gevoegd, wordt niet-ontvankelijk verklaard. RVO is geen rechtspersoon en heeft geen zelfstandige procesbevoegdheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 84.356056.24 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P. van Campen</contributor><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9319</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9319</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9319"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beoordeling van inbeslaggenomen digitale gegevens op grond van art. 98 Sv. De beslagene gebruikt een prompt in ChatGPT om een reactie op te laten stellen die kennelijk is bedoeld voor een verschoningsgerechtigde. Aan het verschoningsrecht ligt ten grondslag dat het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat eenieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het toevertrouwde om bijstand en advies tot de betreffende beroepsbeoefenaren moet kunnen wenden. Een extern AI-systeem, zoals OpenAI, waarvan ChatGPT een product is, slaat zowel de ingevoerde als gegenereerde informatie op en kan deze vervolgens gebruiken voor bijvoorbeeld het trainen van het AI-model. Het invoeren van (mogelijk) verschoningsgerechtigde informatie in ChatGPT, alsmede het laten genereren van een tekst die bestemd is voor een verschoningsgerechtigde, kan worden aangemerkt als het openbaar maken van dergelijke informatie. Hierdoor wordt de vertrouwelijkheid van deze informatie doorbroken. Het gevolg hiervan is dat de informatie haar vertrouwelijke karakter verliest en derhalve, in voorkomend geval, niet langer kan worden aangemerkt als verschoningsgerechtigde informatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10.117164.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. I.M.A. Hinfelaar</contributor><issued>2026-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9997"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor poging doodslag door met mes in gezicht te snijden, toepassing volwassenenstrafrecht, gevangenisstraf 6 jaar en toewijzing verzoeken schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.071429.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.E.M.W. Nuijts, mr. D. Osmić, mr. K. Bruns</contributor><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1372</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1372</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1372"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">AVG. Verzoek om inzage persoonsgegevens. Art. 15 AVG. Heeft voormalige werknemer recht op inzage in adviesaanvraag van werkgever aan derde en advies van derde aan werkgever over het arbeidsgeschil met werknemer? Art. 23 AVG en art. 41 UAVG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03281</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-10-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:416</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:875</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:488</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:488</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:488"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeken om handhaving wat betreft couperen van biggenstaarten. Aan de orde is de vraag of de staatssecretaris de verzoeken van Varkens in Nood om handhavend op te treden, terecht heeft afgewezen. Volgens de staatssecretaris kan hij, op grond van de geldende regelgeving, niet vaststellen of sprake is van een overtreding van het verbod op het couperen van biggenstaarten. Er is sprake van een overtreding van dit verbod als niet is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3, aanhef en onder b, van het Besluit diergeneeskundigen. Het College komt tot het oordeel dat de regelgeving wat betreft het verbod op het couperen van biggenstaarten de staatssecretaris voldoende handvatten biedt om toezicht te kunnen uitoefenen op de naleving van het verbod. En daarom ook om vast te kunnen vaststellen of sprake is van een overtreding van de daarin opgenomen verbodsbepaling. De weigering van de staatssecretaris om handhavend op te treden is onvoldoende gemotiveerd. De staatssecretaris moet binnen zes maanden nieuwe besluiten nemen over de handhavingsverzoeken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/991</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.C. Stuldreher, mr. M. Schoneveld, mr. R.W.L. Koopmans</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1679</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1679</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1679"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht. Huwelijksvermogensrecht (art. 1:87 BW). Volstorting aandelen man vanaf gezamenlijke bankrekening na schenking vader van de vrouw op die bankrekening. Subsidiair standpunt van de vrouw dat haar een vergoedingsrecht toekomt ten belope van de helft van het geschonken bedrag; motiveringsgebrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03466</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:469</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1194</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1685</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1685</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1685"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfpacht. Pachtrecht. Geschil over (waarde)overdracht fosfaatrechten bij einde erfpacht. Gelden regels daarover bij pacht ook bij erfpacht? Wanneer is de verplichting tot overdracht opeisbaar?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00358</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:674</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:6783</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5921"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In het besluit van 23 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning aanbrengen van twee muurschilderingen op de gevels van de appartementencomplexen op de locaties [locatie 1] en [locatie 2] afgewezen. [appellant] woont aan het [locatie 3] in Den Haag. Op 9 juni 2022 en 7 oktober 2022 zijn aan de zuidkant van appartementencomplexen met de huisnummers 107-202 en 210-305 aan het [locatie 1] twee muurschilderingen aangebracht. [appellant] heeft het college op 11 november 2022 tweemaal verzocht om tegen deze muurschilderingen handhavend op te treden omdat daar geen omgevingsvergunning voor is verleend. Het college heeft besloten niet handhavend op te treden, omdat er volgens het college geen omgevingsvergunning voor de muurschilderingen vereist is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501422/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1681"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. Machtiging tot verlening van verplichte zorg. Onafhankelijke psychiater heeft betrokkene niet onderzocht in diens fysieke aanwezigheid, zonder dat uit de medische verklaring blijkt dat dit redelijkerwijs niet mogelijk was. Kon de rechtbank de zorgmachtiging desondanks verlenen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00856</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:743</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32240</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32240</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32240"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, beroep, grondslag van de bewaringsmaatregel, bewaringsgronden, lichter middel, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63782</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5954</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5954</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5954"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 augustus 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar de aanvraag van [appellante] voor een briefadres op het adres van de gemeente Alkmaar afgewezen. [appellante] woont vanaf het voorjaar van 2026 op [locatie] in Alkmaar. Zij mag daar tijdelijk verblijven tot mei 2027, maar mag zich van de hoofdbewoner niet op dit adres inschrijven in de basisregistratie personen. [appellante] heeft het college daarom verzocht om een briefadres op het adres van de gemeente Alkmaar in de basisregistratie personen op te nemen. Dat is volgens haar nodig voor haar zorgverzekering en om een bijstandsuitkering te kunnen krijgen. Het college heeft haar verzoek afgewezen. Het college neemt op grond van artikel 2.23 van de Wet basisregistratie personen (Wet brp) alleen een briefadres op als een woonadres ontbreekt. Die situatie doet zich niet voor, omdat [appellante] een woonadres heeft. Het college ziet ook geen reden om de hardheidsclausule uit de Regeling briefadres van de gemeente Alkmaar 2017 toe te passen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602968/1/A3 en 202602968/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5732"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant sub 2] ingetrokken. [appellant sub 2] is op [geboortedatum] 1987 geboren in Nederland. Hij heeft via zijn ouders de Marokkaanse nationaliteit verkregen. Op 27 augustus 1996 heeft hij samen met zijn ouders het Nederlanderschap verkregen. Hij heeft de Marokkaanse nationaliteit behouden. In juli 2013 is [appellant sub 2] via Turkije uitgereisd naar Syrië. Daar heeft hij zich in de periode tot en met 31 december 2015 als strijder aangesloten bij de jihadistische terroristische organisaties Ahrar al-Sham en later Jund al-Aqsa. De minister heeft het Nederlanderschap van [appellant sub 2] ingetrokken krachtens artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de RWN, omdat hij onherroepelijk is veroordeeld wegens terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht (WvSr). De minister verwijst daarvoor naar het strafvonnis van de rechtbank Rotterdam van 29 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2420. Die rechtbank heeft [appellant sub 2] veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaar en zes maanden voor het medeplegen van het deelnemen aan een terroristische organisatie, meermalen gepleegd, en het medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op het plegen van terroristische aanslagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502611/1/V6</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1686</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1686</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1686"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Incident. Verzoek om als belanghebbende te worden toegelaten in cassatiegeding over herroeping van een beschikking (art. 390 Rv). Wie is belanghebbende?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00562</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:734</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5927"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In de brief van 23 september 2022 heeft [appellant] het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verzocht om handhavend op te treden tegen de afsluiting van de Assumburgweg. Op 1 en 8 november 2022 heeft het college aan [appellant] laten weten hem niet als belanghebbende aan te merken. [appellant] woont aan het [locatie] in Den Haag. Tussen 1 augustus 2022 en 1 december 2022 zijn aan de Assumburgweg werkzaamheden uitgevoerd waardoor delen van de straat niet toegankelijk waren. Omdat volgens [appellant] geen vergunning voor deze werkzaamheden is verleend, heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen deze werkzaamheden. [appellant] betoogt dat hij, anders dan de rechtbank heeft overwogen, belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Daarover heeft hij op de zitting gezegd dat hij door de werkzaamheden moet omfietsen, mede omdat de werkzaamheden op de weg naar zijn huisarts plaatsvinden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405286/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1682</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1682</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1682"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schadestaatprocedure. Huurrecht. Schade huurder door tekortschieten verhuurder. Vervolg van HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:854. Bewijslastverdeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02835</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:655</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:1760</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6072"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 april 2020 heeft de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) afgewezen. Op 23 juli 2019 heeft [appellant] de minister op grond van (onder meer) de Wob verzocht om informatie te verstrekken. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van alle documenten die betrekking hebben op een aantal specifiek genoemde exportvergunningen voor zogenaamde dual-use goederen, zoals formulieren, check-lijsten, puntenlijsten, aanwijzingen, briefings, digitale communicaties, interne communicatie (waaronder e-mail), meldingen, mutaties, databestanden, registraties en andere documenten. Met het besluit van 16 april 2020 heeft de minister besloten om de 89 documenten die zijn aangetroffen niet openbaar te maken op grond van artikel 12 van Verordening (EU) 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (het DWU).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402898/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5800"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dama dama heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden. Dama dama heeft op 13 december 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een veldschuur en schuilstal voor schapen op een perceel nabij de Zouwendijk 5 in Ameide, gemeente Vijfheerenlanden. Op 27 maart 2025 heeft Dama dama bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op deze aanvraag door het college. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard om van het beroep kennis te nemen, omdat volgens de rechtbank geen sprake is van een met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank heeft in dit verband overwogen dat Dama dama de aanvraag van 13 december 2022 met een e-mail van 2 februari 2023 heeft ingetrokken en dat Dama dama zich wat die intrekking betreft niet kan beroepen op dwaling. Dama dama is het hiermee niet eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202506150/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:478</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:478</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:478"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De maximumemissieniveaus van filtersigaretten moeten worden gemeten volgens de ISO-methoden uit de Europese Tabaksrichtlijn (richtlijn 2014/40/EU). Dit volgt uit de beantwoording van prejudiciële vragen door het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:EU:C:2026:327). De Stichting Rookpreventie Jeugd had de NVWA verzocht om de maximumemissieniveaus te meten met andere methoden dan de voorgeschreven ISO-meetmethoden. De ISO-meetmethoden zouden het beoogd gebruik van een sigaret volgens de Stichting onvoldoende benaderen, omdat die methoden er geen rekening mee houden dat de minuscule gaatjes in het filter van een sigaret in de praktijk worden afgesloten door de vingers en lippen van de roker. Hierdoor inhaleert die roker gehalten aan teer, nicotine en koolmonoxide die aanzienlijk hoger liggen dan de in Tabaksrichtlijn vastgestelde maximumemissieniveaus. De NVWA wees het handhavingsverzoek af, omdat zij van mening was dat een andere meetmethode niet was toegestaan, maar kreeg in beroep de opdracht van de rechtbank toch tot handhaving over te gaan. Uit de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof van Justitie volgt dat de Stichting zich niet kan beroepen op andere meetmethoden dan de in de richtlijn voorgeschreven ISO-meetmethoden. De opdracht van de rechtbank aan de NVWA om over te gaan tot handhaven was dan ook onterecht. Het College vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2540, 22/2559, 22/2580, 22/2585, 22/2597, 22/2599 en 23/655</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.L. van der Beek, mr. M.M. Smorenburg, mr. J.L.W. Aerts</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Tabaks- en rookwarenwet</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2512"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Nultarief bij uitvoer. Verzuimboete. Belanghebbende exploiteert een sportpaardenbedrijf en heeft een sportpaard verkocht aan een koper gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten en ter zake het nultarief in de omzetbelasting voor uitvoer toegepast. Nu het paard voor het verlaten van de Europese Unie in Portugal heeft deelgenomen aan wedstrijden, wat verder gaat dan het in goede conditie of goede staat houden van het paard, heeft het eerste gebruik van het paard in Portugal (de EU) plaatsgevonden. Belanghebbende heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat de uitvoer van het paard heeft plaatsgevonden in verband met de door belanghebbende verrichte levering. Het nultarief is niet van toepassing. Het Hof vernietigt wel de verzuimboete, omdat het standpunt van belanghebbende pleitbaar is. (Hoger beroep gegrond)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1185 en 25/1186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. van Dongen, prof. mr. W. de Wit, mr. L.D.M.A. Reijs</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:4081</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8063</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8063</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8063"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wettelijke handelsrente: geen voor bezwaar en beroep vatbare beslissing, terecht niet-ontvankelijk, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3487</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.J. Zippelius</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5955</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5955</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5955"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij afzonderlijke besluiten van 17 november 2021 heeft de Dienst Toeslagen, voor zover van belang, geweigerd aan [appellant] een compensatie toe te kennen voor de jaren 2007 tot en met 2010.[appellant] heeft op 4 december 2019 verzocht om een herbeoordeling van zijn recht op kinderopvangtoeslag. Bij besluit van 26 mei 2021 is aan hem een compensatie van € 30.000,00 toegekend op grond van de zogenoemde Catshuisregeling. Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een compensatie van € 9.002,00 toegekend vanwege vooringenomen handelen in de maanden november en december 2006. Omdat al een voorlopig compensatiebedrag van € 30.000,00 aan [appellant] is toegekend, heeft hij hiervoor geen aanvullend bedrag uitbetaald gekregen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403489/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7933"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2020. De vennootschap van belanghebbende is op 17 februari 2020 geliquideerd. In de vennootschap zaten op het moment van liquidatie een pensioenaanspraak in eigen beheer en een bedongen stamrecht. Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV 2020 geen melding gemaakt van enig inkomen uit stamrecht. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een nieuw feit. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat hij pas naar aanleiding van de aangifte Vpb 2020 van de vennootschap beschikte over de gegevens die hebben geleid tot het opleggen van de navorderingsaanslag. De rechtbank is van oordeel dat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard, omdat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Belanghebbende heeft de waarde van het stamrecht niet aangegeven in zijn aangifte IB/PVV 2020. Hij moest zich daarvan bewust zijn, want hij was gewaarschuwd dat hij niet van de vennootschap afkon, vanwege het stamrecht. De navorderingsaanslag is niet te hoog. Van het pensioen- en stamrecht is € 117.190 voor verwezenlijking vatbaar, gelet op de vordering van de vennootschap op belanghebbende. Ook de revisierentebeschikking is niet te hoog. Er is terecht geen rekening gehouden met arbeidsongeschiktheid, omdat geen sprake is van afkoop, maar van prijsgeven. Beroep ongegrond. Wel IMSV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6343</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6343</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6343"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne aan New-ton B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 10 appartementen in een monumentaal pand aan de Visser 25 in Deurne (het perceel). Het college heeft een omgevingsvergunning verleend aan New-ton B.V. voor het bouwen van 10 appartementen in een monumentaal pand op het perceel. Deze omgevingsvergunning is verleend voor het bouwen van een bouwwerk, het wijzigen van een monument en het handelen in strijd met de regels op het gebied van de ruimtelijke ordening. Het bouwplan voldoet namelijk niet aan de regels van het bestemmingsplan "Centrum Deurne". Het perceel is daarin bestemd voor dienstverlening. Het bouwplan behelst de bouw van woningen en wijkt daar dus van af. [appellante] woont in de buurt van het bouwplan en is het niet eens met de verleende vergunning. Zij vreest met name voor een aantasting van het rijksmonument. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de gronden die zij in hoger beroep heeft aangevoerd tegen de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505135/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1781</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1781</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1781"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV; afwijzing verzoek ambtshalve vermindering; termijnoverschrijding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3562</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2929"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting, onjuiste toepassing kleineondernemersregeling. Gesteld noch gebleken dat de inspecteur een inhoudelijke beoordeling van de aangiften heeft uitgevoerd voordat hij een controle aangekondigde. Beroep op vertrouwensbeginsel faalt. Verzuimboete gepast en geboden. De inspecteur heeft in hoger beroep geconcludeerd dat de naheffingsaanslag tot een te hoog bedrag is opgelegd. Het hof vermindert daarom de naheffingsaanslag en de belastingrente overeenkomstig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/845</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, mr. W.J. Blokland</contributor><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1889</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10288</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10288</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10288"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">inhouding loonheffing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1616</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1941</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1941</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1941"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende verricht zonder vergoeding werkzaamheden voor een BV, waarvan zijn kinderen de (middellijke) aandeelhouders zijn. De inspecteur heeft bij het vaststellen van de herziene verliesverrekeningsbeschikkingen en de navorderingsaanslag IB/PVV een ROW voor de jaren 2019 en 2020 in aanmerking genomen en een vergrijpboete opgelegd. Het hof laat de verliesverrekeningsbeschikking en de navorderingsaanslag in stand, maar vernietigt de vergrijpboete omdat sprake is van een pleitbaar standpunt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1443 en 24/1444</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, mr. drs. C.W.M.M. Verkoijen, mr. B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5462</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2928</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2928</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2928"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde van een pand bepaald met gebruikmaking van de ITZA-methode, waarbij het winkeloppervlak is verdeeld in zones. Hoger beroep van belanghebbende tegen waardebepaling ongegrond. Geen aanleiding om een deskundige te benoemen. Geen sprake van een individuele en buitensporige last, geen schending van artikel 1 EP en geen sprake van discriminatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/799</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Smorenburg, H.J. Cosijn, mr. drs. M.H. van Schaik</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10927"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft geen recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting op grond van artikel 15 lid 3 van het verdrag tussen Nederland en Zwitserland, omdat de schepen waarop hij werkte niet primair waren bestemd voor commercieel internationaal personen- of goederenvervoer. Nederland heeft daarom het heffingsrecht over de inkomsten. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 3358</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2134"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV 2017; stakingswinst garagebedrijf; premie-aftrek lijfrenteverzekering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/727</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30776</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30776</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30776"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de weigering van het Uwv om eiser per 15 november 2023 een uitkering toe te kennen op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/3888</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meessen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31387"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709975 / JE RK 26-1347</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.B. Haverhoek</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:511"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, beroep ongegrond (toepassing art. 8:86 Awb). Schorsing chauffeurskaart i.v.m. vermoeden dat verzoeker niet meer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een nieuwe VOG. Verzoeker wordt verdacht van overtreding van de Opiumwet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/710 en 26/738</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.S.J. Albers</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference relation="citing" lang="nl">Besluit personenvervoer 2000</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7314</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7314</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7314"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT CWS aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1855</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Blok</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10706</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10706</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10706"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vrijwaringsincident. Huurovereenkomst; verplichting tot terugbetaling waarborgsom rust op hoofdverhuurder (derde) of onderverhuurders (gedaagden) jegens onderhuurder (eiser)? Gedaagden worden toegelaten derde in vrijwaring op te roepen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12365117 \ CV EXPL 26-10975</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7786</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7786</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7786"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Informele rechtsingang, geen ambtshalve wijziging van de omgangsregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/616491 / FO RK 26-1150</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.M. Maliepaard</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31419</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31419</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31419"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713047 / FA RK 26-9696</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.L. Sandberg-Crommelin</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:2962</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2962</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:2962"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres stelt dat de feitelijke situatie is dat dochter bij eiseres verblijft en dat eiseres daarom recht heeft op kinderbijslag. De rechtbank is van oordeel dat de stukken die eiseres heeft overgelegd het standpunt van eiseres onvoldoende onderbouwen. De inhoud van de logboeken is niet objectief verifieerbaar en op basis van de overige stukken alleen kan niet vastgesteld worden dat de dochter het merendeel van de voor nachtrust bestemde tijd bij eiseres heeft doorgebracht. De afwijzing van de aanvraag kan daarom in stand blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/143</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.M. Ludwig</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7315</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7315</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7315"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT CWS aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3059</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15228</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15228</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15228"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor bedreiging, voorhanden hebben van een vuurwapen, munitie, hennep en een Cobra tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Vrijspraak poging doodslag en poging zwaar lichamelijk letsel toebrengen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-191330-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Derijks, mr. E. Laanen, mr. J.A. Terstegge</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:417"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Betrokkene heeft als gevolg van de bewezenverklaarde feiten in de hoofdzaak voordeel genoten. Wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld conform de vordering van de officier van justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-267853-22 (ontneming)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.M. Schotanus, S.W.M. Speekenbrink, R.T. Poort</contributor><issued>2025-01-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10467</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10467</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10467"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/451559 KG ZA 26-454 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7317</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7317</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7317"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT CWS aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3005</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7789</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7789</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7789"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wel een fout, maar geen kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/614170 / JL RK 26-419</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Atema</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:4217</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4217</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:4217"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het geweldsmisdrijf waar de aanvraag voor gedaan is, heeft niet plaatsgevonden op Nederlands grondgebied. De commissie heeft de aanvraag op grond hiervan mogen afwijzen. De hardheidsclausule had niet toegepast moeten worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/1634</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.J. van Keken</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7316</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7316</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7316"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT CWS aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:3027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:3027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:3027"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte tezamen en in vereniging met de rechtspersoon en met medeverdachte de aangiften omzetbelasting van de rechtspersoon over het eerste, tweede en derde kwartaal van 2014 en over het eerste kwartaal van 2015 opzettelijk onjuist heeft gedaan, terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven. In deze aangiften is ten onrechte aanspraak gemaakt op de verleggingsregeling en het nultarief voor intracommunautaire leveringen. Daardoor heeft de rechtspersoon over het leeuwendeel van de door haar in 2014 en 2015 behaalde omzet 0% belasting afgedragen, terwijl over die omzet op grond van de wet 21% omzetbelasting had moeten worden afgedragen. Voorts is bewezen verklaard dat de verdachte tezamen en in vereniging met de rechtspersoon en met medeverdachte vier verkoopfacturen valselijk heeft opgemaakt, zulks telkens met het oogmerk om die facturen als echt en onvervalst te (doen) gebruiken. Teneinde de omzetbelastingplicht te ontduiken, had de medeverdachte van de verdachte een schijnconstructie opgezet waarbij in strijd met de waarheid de indruk werd gewekt dat sprake was van intracommunautaire leveringen waarop het nultarief van toepassing is, alsook van leveringen van consumentenelektronica van meer dan € 10.000,00 per levering per soort goed waarop de verleggingsregeling van toepassing is. Onderdeel van die schijnconstructie was het door medewerkers van de rechtspersoon opmaken van valse verkoopfacturen. Het hof acht in beginsel oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek passend en geboden. Vanwege de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn, heeft het hof aan de verdachte opgelegd een taakstraf van 240 uren met aftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-003880-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.F. Geerling, mr. A.M.G. Smit, mr. J.T.F.M. van Krieken LL.M.</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32247</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32247</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32247"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Griekse statushouder. MOB. beroep N-O.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43724</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A. Dijkstra, mr. A. Sibma, mr. L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7301</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7301</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7301"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om herbeoordeling WIA-uitkering van werknemer door werkgever. Onvoldoende motivering door UWV dat de volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. De rechtbank bepaalt dat werknemer recht op een IVA-uitkering heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/29</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3149</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3149</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3149"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Afpersing met geweld en bedreiging met geweld. Via een datingsite is er contact gelegd met het slachtoffer en een afspraak met hem gemaakt. De verdachten deden zich daarbij voor als een vrouw die belangstelling had om tegen betaling tijd door te brengen met het slachtoffer. Voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, onvoorwaardelijke taakstraf van 240 uur, 2 jaar proeftijd en bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-003520-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:21677</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31399</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31399</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31399"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712454 / FA RK 26-9326</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.L. Sandberg-Crommelin</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7318</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7318</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7318"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT CWS aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2828</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32225"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Uitsluiting bieder commandopost Clingendael niet onrechtmatig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708128 / KG ZA 26-737</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.R. Glass</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7769</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7769</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7769"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, bezwaar, herhaalde beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7923</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. den Dulk</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1579</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1579</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1579"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artt. 6:6 en 8:24, lid 2, Awb; opvragen nieuwe machtiging; ECLI:NL:HR:2026:556</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01950</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:628</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1774</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1774</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1774"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; diverse klachten over schending van Unierecht; geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00726</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:81</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7639</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7639</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7639"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Een bv heeft diverse leningen verstrekt aan een zustervennootschap. De bv verkrijgt vervolgens de aandelen in de zustervennootschap en de zustervennootschap wordt daarna ontbonden. In geschil is of de bv een verlies op (een deel van) de leningen in aanmerking kan nemen, in het bijzonder of sprake is van onzakelijke leningen. Voor zover sprake is van onzakelijke leningen is in geschil of deze tot het opgeofferde bedrag voor de toepassing van de liquidatieverliesregeling kunnen worden gerekend. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/6046</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Loof</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2836"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV 2022 en 2023. Werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsongeschikten van UWV. Geen arbeidskorting toegepast. Schending verbod van discriminatie en evenredigheidsbeginsel? Schending hoorplicht? Geen recht op een dwangsom en schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1944 en 25/1945</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8026</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8026</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8026"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet MRB. Lage bestelautotarief niet van toepassing op een auto met dichte laadbak die niet aan de inrichtingseisen voldoet. Keuring van de auto als opleggertrekker door de RDW leidt niet tot een gegrond beroep op het vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/957</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2666"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm). Belanghebbende exploiteert een drinkwaterbedrijf en heeft meerdere eigendommen, waaronder leidingen en waterpompen. Naar het oordeel van het hof is er sprake van één onroerende zaak in de zin van artikel 16 Wet WOZ. Mitsdien is sprake van één aansluiting voor toepassing van artikel 59, eerste lid, Wbm. Het door de inspecteur ingestelde hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1720</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, mr. W.W. Monteiro, mr. J. Rietveld</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet belastingen op milieugrondslag</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet waardering onroerende zaken 16</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet belastingen op milieugrondslag 59</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6870</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2931</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2931</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2931"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffing omzetbelasting. Prestaties onder bezwarende titel? Belanghebbendes directeur en enige aandeelhouder is de president van [bond], die deel wil nemen aan de Olympische spelen. Belanghebbende heeft over 2013 voorbelasting teruggekregen over de aankoop van paarden, training, verzorging en stalling van haar paarden, en andere gerelateerde inkoop. Zij heeft ter zake van in 2013 aan [bond] of anderen verleende diensten geen facturen uitgereikt tot 2017. In dat jaar heeft zij een in 2013 gedagtekende verkoopfactuur van € 1.320.500 aan [bond] uitgereikt die “annual sponsoring fee according to agreement” vermeldt. Belanghebbende heeft voor het eerst in 2023 een paard verkocht. In 2015 heeft zij alsnog met [bond] een sponsorovereenkomst gesloten. De inspecteur heeft de teruggaaf nageheven. In geschil is of belanghebbende [bond] in 2013 onder bezwarende titel diensten heeft verleend en de door haar ingekochte goederen en diensten voor die diensten heeft gebruikt. Het hof oordeelt dat de inspecteur terecht heeft nageheven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/629</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, mr. W.J. Blokland</contributor><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:985</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6721</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6721</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6721"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Gegrond. De heffingsambtenaar zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/2249</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.R. van Es-De Vries</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7754</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7754</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7754"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, vanwege een betalingsachterstand. Verhuurder stelt dat huurder de huurprijsindexeringen en de verhoging van het voorschot voor energie ten onrechte niet betaalt. De kantonrechter oordeelt dat huurder de huurprijsindexeringen moet betalen. De overige vorderingen worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11967533 \ MC EXPL 25-6167</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7770</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7770</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7770"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, bezwaar, herhaalde beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/8284</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. den Dulk</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32246</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32246</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32246"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, beroep, grondslag van de bewaringsmaatregel, bewaringsgronden, lichter middel, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63801</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2977</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2977</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2977"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Auteursrecht, databankenrecht, persuitgeversrecht (artikel 7b Wnr). Beroep op citaatrecht (artikel 15a Aw) en tekst- en dataminingexceptie (artikel 15oAw). Maakt aanbieder van digitale signaleringsdienst van nieuwsberichten inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van de uitgevers van de perspublicaties waarop de signaleringen zijn gebaseerd?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.773/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10707</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10707</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10707"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurovereenkomst; sociale huurwoning. Huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming wordt toegewezen. Gedaagde onder 1 heeft een sociale huurwoning in strijd met de door partijen gemaakte afspraken onderververhuurd en in de woning geen hoofdverblijf gehouden. Winstafdracht. Uitvoerbaarheid bij voorraad gemotiveerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12015926 \ CV EXPL 25-17387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7771</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7771</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7771"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, bezwaar, herhaalde beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7478</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. den Dulk</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7790"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie over verschillende periodes ivm gewijzigd inkomen van de ouders + co-ouderschapsregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/607905 / FL RK 26-282</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Janssen - Witteveen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7772</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7772</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7772"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6275</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. den Dulk</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3152</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3152</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3152"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artt. 46a-1 en 60-1 Wet RO. Bevoegdheid gerechtshof in strafzaken. Het bestreden vonnis is gewezen na dagvaarding van de verdachte voor de politierechter, Stationslaan 10 te Breda, en kan daarom niet met toepassing van de Tijdelijke aanwijzing rechtbank Zeeland-West-Brabant voor enkelvoudige strafzaken van de rechtbank Rotterdam worden aangemerkt als vonnis van een in het ressort van het gerechtshof Den Haag gelegen rechtbank. De in de Regeling getroffen voorziening geldt slechts voor strafzaken die aanhangig zijn gemaakt bij de rechtbank Rotterdam en de onderhavige zaak is met de dagvaarding aanhangig gemaakt bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het gerechtshof Den Haag is dan ook onbevoegd om over het bestreden vonnis te oordelen en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001831-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:5959</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5959</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:5959"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Er is sprake van een motiveringsgebrek door een onjuiste berekening van de draagkracht. De rechtsgevolgen worden in stand gelaten omdat het ontbreken van het motiveringsgebrek niet tot een andere uitkomst zou hebben geleid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/3154</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M. Jurgens</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:13550</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13550</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:13550"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Loonstop toegestaan in verband niet meewerken aan re-integratie. Voldoende duidelijk gecommuniceerd, ondanks dat in waarschuwing de term ‘loonopschorting’ is gebruikt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11318809 VV EXPL 24-462</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.K. Rapmund</contributor><issued>2025-02-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:3135</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15233"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak wegens gebrek aan wetenschap aanwezigheid en beschikkingsmacht van vuurwapen, munitie en cocaïne.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-048364-26 - (TUL): 05-346080-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.P. van Essen, mr. C.M. Derijks, mr. E. Laanen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3113</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3113</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3113"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">vernietigde naheffingsaanslag wegens strijd met het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel, besluitaansprakelijkheid Staat (Inspecteur), stelplicht en bewijslast van het causaal verband tussen de mogelijkheid van schade en het onrechtmatig handelen, vergelijking tussen de werkelijke en hypothetische situatie als een rechtmatig besluit zou zijn genomen, niet aannemelijk gemaakt dat bij een juiste gang van zaken geen naheffingsaanslag zou zijn opgelegd of een andere beslissing zou zijn gevolgd met een gunstiger rechtsgevolg</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.305/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3135"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Re-integratie werknemer. Deskundigenbericht UWV niet gemotiveerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.348.419/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep kort geding</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:13550</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1628</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1628</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1628"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; art. 7:2 Awb; art. 47 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; Unierechtelijke verdedigingsbeginsel; de bezwaarprocedure is niet een gerechtelijke geding als bedoeld in art. 47 Handvest; diverse andere klachten over schending van Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/02570</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:4945</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1775</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1775</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1775"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Fomeel recht. Unierecht. Diverse klachten over schending van Unierecht. Geen reden voor stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01337</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:305</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:305</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:305"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Curaçao. Boedelscheiding.tussenvonnis voor uitlating alimentatie en pensioenaanspraak</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR2025H00153</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Bunt, van der Edward, Saleh, Eunice, Unen van, Erik</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1728</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1728</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1728"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; artt. 9 en 10 Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992; art. 110 VWEU; voor toepassing van de Wet bpm is het volgens rechtspraak van de Hoge Raad gemaakte onderscheid tussen een nieuwe of gebruikte personenauto niet in strijd met het Unierecht; diverse andere klachten over verenigbaarheid nationale rechtspraak met het Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00618</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10712</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10712</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10712"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding, huurrecht echtelijke woning, afwikkeling huwelijksvermogensregime. Artikel 1:99 lid 1 sub b BW. Peildatum voor de omvang en samenstelling niet ter vrije bepaling van partijen. Verzoekschrift gericht aan onjuiste partij. Alleen verzoekschrift gericht aan de man kan leiden tot echtscheiding. Datum indiening van juiste verzoekschrift als peildatum. Dat partijen het eens zijn over een andere peildatum maakt geen verschil.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/768699 en C/13/792079</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:8111</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8111</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:8111"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Een reeks van 37 naheffingsaanslagen is opgelegd aan eiseres voor twee verschillende voertuigen, in een periode van minder dan twee maanden. 17 van deze aanslagen zijn uit coulance vernietigd. Eiseres beroept zich op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur voor de in stand gelaten aanslagen en stelt dat ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend ter zake van de vernietigde naheffingsaanslagen. Het beroep bevat geen enkele (feitelijke) onderbouwing. Dit beroep slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/8337 - ROT 24/8373</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7296</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7296</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7296"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde van woning. Zijn de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar met de woning? Is voldoende rekening gehouden met de gestelde overlast door bouwwerken van de buren?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/784</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7757</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7757</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7757"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koop bij webshop. Consument stelt product te hebben teruggestuurd, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12308026 \ MC EXPL 26-3855</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6873</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6873</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6873"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Indienen onjuiste reiskostendeclaraties Ontslag op staande voet wel terecht. Terugbetaling loon (Wilco-beschikking), transitievergoeding en onverschuldigd betaalde reiskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.223</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:448</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31345</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31345</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31345"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging partneralimentatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/692450 / FA RK 25-7425</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boot</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9894</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9894</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9894"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease; eega-procedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12116407 \ CV EXPL 26-2659</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10745</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10745</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10745"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">WZM afgewezen. Gelijktijdige behandeling met ZM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/795230 / FA RK 26/7970</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31347"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming verhuizing afwijzen. Vaststellen zorgregeling en alimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704938/ FA RK 26-4691 en C/09/709273 / FA RK 26-7337</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boot</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32237</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32237</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32237"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag op eiser van toepassing is. Eiser heeft in de periode 1999-2005 gewerkt als gevangenisbewaker/cipier in een Colombiaanse gevangenis. Het staat voldoende vast dat eiser en zijn collega’s op verschillende manieren informatie van gevangenen hebben verkregen, op basis waarvan leden van de FARC en anderen zijn geëxecuteerd. De beslissing om aan eiser geen ander verblijfsrecht toe te kennen is daarnaast niet in strijd met artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Ten slotte heeft verweerder eiser ook in het SIS-systeem mogen signaleren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.9126 en NL26.9127</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.V.A. Corstens, mr. J.L. Roubos, mr. H. Battjes</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10744"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM toegewezen met aangepaste zorgvormen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/794809 / FA RK 26/7736</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32244"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep en vovo Griekse statushouder. Aanvraag n-o. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is, omdat verweerder het bestreden besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid door eiser tijdens het gehoor niet expliciet te bevragen over de reden van zijn vertrek uit Griekenland. Omdat uit het gehoor voldoende blijkt waarom eiser Griekenland heeft verlaten en niet is gebleken wat eiser nog meer naar voren had willen brengen als hij hier wel expliciet naar gevraagd was, ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven. Verder is de rechtbank van oordeel dat, gelet op eisers omstandigheden, niet kan worden gezegd dat hij bij terugkeer naar Griekenland buiten zijn eigen wil en keuzes om in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie terechtkomt. Dat betekent dat eiser moet terugkeren naar Griekenland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.52871 en NL26.52872</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Mons</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32249</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32249</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32249"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt regulier</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.7301</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10742"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM toegewezen. Verzocht om afwijzing vanwege vrijwilligheid.12 maanden verzocht, toegewezen voor 6 maanden. Geen aansluitende ZM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/794484 / FA RK 26/7527</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7773</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7773</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7773"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Almere 2025. Proces-verbaal van mondelinge uitspraak. Deze uitspraak gaat over leerlingenvervoer voor de zoon van eiseres. Het college van burgemeester en wethouders heeft het leerlingenvervoer gewijzigd van vervoer per touringcar naar een reiskostenvergoeding. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat dit besluit niet in stand kan blijven. Het beroep is gegrond. Verder wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding van eiseres deels toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Knijff</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32252</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32252</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32252"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.25026</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31409"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de meervoudige kamer. Korte verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in afwachting van de verdere beslissing op het verzoek, ten aanzien waarvan is gevraagd het door de GI genomen perspectiefbesluit te betrekken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709453 / JE RK 26-1279</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. de Kleine-Jansen, mr. R. van Zeijst-Repelaer van Driel, mr. K.A.M. Van Der Zon</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32254</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32254</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32254"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.28050</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10761</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10761</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10761"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur, verstek, ambtshalve toetsing Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn oneerlijke bedingen). Oneerlijk bgk-beding. Afwijzing buitengerechtelijke kosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12366311 CV EXPL 26-11027</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Verstek</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7774</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7774</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7774"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat eiseres geen procesbelang heeft. De rechtbank beoordeelt het beroep dus niet inhoudelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3208</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Knijff</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32257</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32257</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32257"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.10587</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3153</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3153</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3153"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Toepassing adolescentenstrafrecht. Veroordeling diefstal met geweld en eendaadse samenloop van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing bij een woning, het beschadigen van de woning en bedreiging van de bewoners en overige aanwezigen in de woning. Nadere bewijsoverweging over een alternatief scenario. Overschrijding redelijke termijn. Het hof veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 170 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 70 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van een meldplicht, alsmede tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 uren jeugddetentie. Gedeeltelijke toewijzing vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij. Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-000255-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10759</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10759</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10759"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur, verstek, ambtshalve toetsing Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn oneerlijke bedingen). Oneerlijk rente- en kostenbeding. Afwijzing rente en buitengerechtelijke kosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12389781 CV EXPL 26-11807</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Verstek</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1732"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesecht; artt. 6:7 en 6:11 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; de wettelijk voorgeschreven termijn van zes weken voor het instellen van beroep bij de belastingrechter is niet in strijd met het Unierecht; diverse andere klachten over verenigbaarheid nationale rechtspraak met het Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00731</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:373</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32255"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wraking. Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek omdat het verzoek te laat is ingediend en door verzoekster voor het tijdsverloop geen redelijke verklaring is gegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/714987 / KG RK 26-1514</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A.W. Schippers, Mr. E.E. Schotte, mr. A.M.A. Keulen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6378"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding en huurrecht echtelijke woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.434/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7402</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7402</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7402"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking en terugvordering van uitkeringen door het UWV. Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen eiseres en werkgever. De dienstbetrekking werd namelijk overheerst door de familierelatie tussen eiseres en haar schoonfamilie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/744 en 26/745</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Lie, mr. J. Woestenburg, mr. M.M. Brink</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6632"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Uitgaven voor kunstcollectie hebben een zakelijk karakter</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2410</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7610</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:993"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 17 Wet Vpb. Technisch ab-regeling. Uitspraak Hof in overeenstemming met HR BNB 2025/95? (Ambtshalve) prejudiciële vragen over doelvereiste?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02776</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31410</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31410</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31410"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712868 / FA RK 26-9569</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.L. Sandberg-Crommelin</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31420</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31420</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31420"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712462 / JE RK 26-1608</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.E. Bierling</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3157</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3157</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3157"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Veroordeling diefstal van een fatbike (artikel 310 Sr). Partiele vrijspraak “medeplegen” en “verbreking”. Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie. Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding. Toewijzing vordering tot tenuitvoerlegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001133-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:6935</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6935</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:6935"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hoogte van de kosten van de naheffingsaanslag parkeerbelasting. Kostenraming. ECLI:HR:2026:24. Meer dan zijdelingse samenhang met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/6395</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. van Walderveen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32262"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek afgewezen. Geen zwaarwegende aanwijzingen voor (de objectief gerechtvaardigde vrees voor) partijdigheid. Wrakingsprocedure is niet bedoeld voor klachten over de wijze van bejegening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/713604/ KG RK 26-1398</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A.W. Schippers, Mr. J.E. Bierling, mr. A.M.A. Keulen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31415</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31415</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31415"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712924 / FA RK 26-9603</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.L. Sandberg-Crommelin</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10758</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10758</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10758"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vernietiging ontslag op staande voet. Mondelinge uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12231567 EA VERZ 26-564</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:14558</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:14558</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:14558"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Cybercrime. Zeden. Verdachte heeft zich in een periode van circa twee jaar schuldig gemaakt aan een vijftal ernstige zedendelicten. De verdachte heeft fysiek ontucht gepleegd met een meisje onder de 16 jaar en een minderjarig meisje verleid tot het plegen van fysieke ontucht tegen betaling. Daarnaast heeft de verdachte zich in een periode van ruim anderhalf jaar schuldig gemaakt aan verleiding en aanranding, door minderjarige meisjes via sociale media te benaderen en ze door dwang en/of betaling te bewegen om seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten en foto’s en video’s van zichzelf te maken en aan hem te sturen. Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het verwerven, vervaardigen en het bezitten van een grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen en heeft hij hiervan een gewoonte gemaakt. Vrijspraak drietal aanrandingen. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met proeftijd 5 jaren en bijzondere voorwaarden en (gedeeltelijke) toewijzing vorderingen benadeelde partij. Voortduren schorsing voorlopige hechtenis. Zie ook: ECLI:NL:RBROT:2025:14557</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/278985-23; 10/228795-24 herstelvonnis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van der Leeden, mr. J.L. Luiten, mr. J.A. Terstegge</contributor><issued>2025-12-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:14557</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:14557</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:14557"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Cybercrime. Zeden. Verdachte heeft zich in een periode van circa twee jaar schuldig gemaakt aan een vijftal ernstige zedendelicten. De verdachte heeft fysiek ontucht gepleegd met een meisje onder de 16 jaar en een minderjarig meisje verleid tot het plegen van fysieke ontucht tegen betaling. Daarnaast heeft de verdachte zich in een periode van ruim anderhalf jaar schuldig gemaakt aan verleiding en aanranding, door minderjarige meisjes via sociale media te benaderen en ze door dwang en/of betaling te bewegen om seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten en foto’s en video’s van zichzelf te maken en aan hem te sturen. Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het verwerven, vervaardigen en het bezitten van een grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen en heeft hij hiervan een gewoonte gemaakt. Vrijspraak drietal aanrandingen. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met proeftijd 5 jaren en bijzondere voorwaarden en (gedeeltelijke) toewijzing vorderingen benadeelde partij. Voortduren schorsing voorlopige hechtenis. Zie ook: ECLI:NL:RBROT:2025:14558</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/278985-23; 10/228795-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van der Leeden, mr. J.L. Luiten, mr. J.A. Terstegge</contributor><issued>2025-12-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15166</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15166</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15166"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek verlenging ondertoezichtstelling. De benodigde hulpverlening wordt ingezet in het kader van de jeugdreclasseringsmaatregel. Door verbetering in de thuissituatie is er geen noodzaak meer voor een dubbele maatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724957 / JE RK 26-1629</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32259</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32259</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32259"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.10633</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32264</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32264</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32264"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.30805</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7642</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7642</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7642"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Er is sprake van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Loonvordering daarom grotendeels toegewezen. Verzoek afgifte loonstroken afgewezen. Wettelijke verhoging gematigd tot 25%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12333231</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. van der Boon</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10084</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10084</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10084"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Er is niet gebleken van een verstoorde arbeidsverhouding. Werkgever moet het inhoudelijk gesprek met werknemer voeren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12366916 AZ VERZ 26-38 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7787</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7787</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7787"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Overgang van onderneming</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12273393 VV EXPL 26-42</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10590"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Booking krijgt vervangende toestemming op grond van artikel 27 Wet op de Ondernemingsraden. Zij mag aan haar werknemers de verplichting opleggen om ten minste 40% van hun werktijd op kantoor door te brengen. De kantonrechter oordeelt dat Booking een redelijk belang heeft bij die verplichting, nu aannemelijk is dat het elkaar ontmoeten op kantoor bij kan dragen aan het bevorderen van onderlinge verbinding, opleiding en ontwikkeling en effectieve samenwerking tussen teams en teamleden onderling. De door de OR naar voren gebrachte argumenten om haar instemming aan die verplichtstelling te onthouden zien o.a. op de negatieve invloed van de verandering op de werknemers, bijvoorbeeld doordat zij tijd en geld kwijt zijn aan het reizen en die 40% verplichting een negatieve impact op hun verzorgende verantwoordelijkheden of gezondheid zou hebben, en er te weinig werkplekken zijn op piekdagen in het Booking gebouw. Ook rekening houdend met de argumenten van de OR kan Booking in redelijkheid de voorgestelde beleidswijziging van aanmoediging naar verplichtstelling van 40% aanwezigheid doorvoeren. De beslissing van de OR haar instemming aan dat voorgenomen beleid te onthouden is daarom onredelijk, oordeelt de kantonrechter.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12299378 EA VERZ 26-809</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31416"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking aansluitende zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712862 / FA RK 26-9566</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.L. Sandberg-Crommelin</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15151"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinsgerichte voorziening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725350 / JE RK 26-1674</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2084</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2084</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2084"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht WWZ. Is opzegging na toestemming UWV wegens bedrijfseconomische omstandigheden terecht gedaan? is voldaan aan herplaatsingsverplichting? Hoe hoog is de transitievergoeding en heeft werknemer recht op verzilvering van de opties of een vergoeding daarvoor?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.712_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van Ham, Mr. C.J. Frikkee, mr. J.M.H. Schoenmakers</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7027"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag kwijtschelding studieschuld op medische gronden - geen medisch uitzichtloze situatie - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2226</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Keurentjes</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:259</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:259</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:259"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Algemene voorwaarden geldig. Redelijke mogelijkheid ervan kennis te nemen door opslaan. Artikel 6:234 lid 2 BW. Artikel 6 lid 1 Landsverordening overeenkomsten langs elektronische weg. Risico van witwassen en terrorismefinanciering. Risico van valsspelen door verslaafde spelers. Cessieverbod en verbod “duplicate accounts” zijn niet kennelijk onredelijk. Cessieverbod heeft goederenrechtelijke werking. Ook lastgeving ter incasso is niet geldig. Afwijzing vordering wegens cessieverbod. Niet-toepasselijkheid van artikel 7A:1807 e.v. BW inzake spel en weddenschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR2025H00121</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. de Boer, E.W.A. Vonk, C.G. ter Veer</contributor><issued>2026-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7057</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7057</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7057"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Grafrecht. Kan eiser opkomen tegen de aanslag omdat hij zich afvraagt of het onderhoud aan de grafsteen (volledig) is voldaan? De rechtbank stelt voorop dat het vaste rechtspraak is dat er geen rechtstreeks verband is vereist tussen het heffen van de belasting en de kosten van de gemeente. Het staat niet ter discussie dat eiser gebruikmaakt van de begraafplaats en dat hij daarmee voldoet aan de rol van belastingplichtige zoals is neergelegd in artikel 2 van de Verordening. Dat betekent dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan en dat de gemeente de aanslag heeft mogen opleggen. Eisers kritiek op de wijze van het onderhoud betreft de uitvoering van de Beheersverordening, niet de heffing op grond van de Verordening. Over de kwaliteit van het onderhoud kan in deze procedure niet worden geoordeeld. Het beroep is daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/3944</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. A. Rademaker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10265</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10265</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10265"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">ING heeft de bankrelatie met Gazprom International Projects B.V. (Gazprom) opgezegd op grond van artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden. In kort geding vordert Gazprom voortzetting van de bankrelatie totdat zij bij een andere bank een bankrelatie aan kan gaan. De voorzieningenrechter wijst deze vordering toe omdat ondernemingen binnenkort recht hebben op een basisbetaalrekening. Om die reden wordt het niet opportuun geacht om de bankrekening van Gazprom thans te beëindigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/794179 / KG ZA 26-837 LV/MV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><issued>2026-10-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2026:10533</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2025:389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2025:389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2025:389"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Stichting spreekt casino en vergunninghouder aan voor de niet uitbetaalde winsten aan speler.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202302033</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Tubben</contributor><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2026:259</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31436</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31436</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31436"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing aansluitende zorgmachtiging tot het verlenen van verplichte zorg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712195 / FA RK 26-9166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H. Rochat</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7028</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7028</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7028"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NO. Geen griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3446</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31423</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31423</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31423"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711099 / JE RK 26-1475</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.E. Bierling</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32267"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.55241</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7029"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NO. Geen griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3531</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7031</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7031</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7031"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NO. Geen griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1119</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1119</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1119"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof heeft de verdachte ter zake van 'diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking' veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000255-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. van Campen, mr. S.C. van Duijn, mr. M.L.P. van Cruchten</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31414</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31414</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31414"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">I Beschikking zorgmachtiging II Afwijzing wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712925 / FA RK 26-9604</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.L. Sandberg-Crommelin</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7084</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7084</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7084"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing verzoek om voorlopige voorziening. Noodopvang. Het college heeft vooralsnog onvoldoende onderzoek heeft verricht alvorens zij het afwijzende besluit van 4 september 2026 heeft genomen. In samenhang met het spoedeisende belang ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek toe te wijzen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7605</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.G.M. van Veen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3158</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3158</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3158"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling verdachte wegens vijf ernstige zedendelicten gepleegd in een periode van 2 jaar. Fysieke ontucht met een meisje onder de 16 jaar en een minderjarig meisje verleid tot het plegen van fysieke ontucht tegen betaling. Daarnaast verleiding en aanranding, door minderjarige meisjes via sociale media te benaderen en ze door dwang en/of betaling te bewegen om seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten en foto’s en video’s van zichzelf te maken en aan verdachte te sturen. Bezit grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen. Gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-003876-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:14557</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:14558</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31433"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712184 / FA RK 26-9159</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H. Rochat</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7032</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7032</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7032"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NO. Geen griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7030</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7030</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7030"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">NO. Geen griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3515</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15155</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15155</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15155"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/714759 / JE RK 26-276</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7139"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald verzoek om een voorlopige voorziening hangende beroep. De voorzieningenrechter wijst de voorlopige voorziening af omdat onvoldoende is onderbouwd dat sprake is van onverwijlde spoed. Het besluit is niet evident onrechtmatig en de belangenafweging valt niet uit in het voordeel van verzoekster.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7959</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7120</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7120</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7120"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het verzoek om een voorlopige voorziening, gedurende de schadevergoedingsprocedure die bij de rechtbank loopt, wordt afgewezen. Verzoekers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij op dit moment in een acute financiële noodsituatie verkeren. Zij hebben ook niet aannemelijk gemaakt dat zij binnenkort in zo’n noodsituatie terecht komen en om die reden de schadevergoedingsprocedure niet kunnen afwachten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/8001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.E.A. Braeken</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:209"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In de kern gaat het in deze zaak over de vraag of de Stichting, verzoekster terecht op staande voet heeft ontslagen en, als dit niet het geval is, welke (financiële) gevolgen dit heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202601753</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Tubben</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:6735</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6735</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:6735"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag particuliere mentor en benoeming professionele mentor in verband met blijvende verstoorde familieverhouding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11772171 MT VERZ 25-2716</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. Crouwel</contributor><issued>2025-12-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6930</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6930</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6930</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6930"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind en mentorschap. Hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. Inzet professionele bewindvoerder en mentor noodzakelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.365.705/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:6735</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:6734</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:6734</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6734</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:6734"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag particuliere bewindvoerders en benoeming professionele bewindvoerder in verband met blijvende verstoorde familieverhouding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11826841 MT VERZ 25-3138</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. Crouwel</contributor><issued>2025-12-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6930</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6478</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6478</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6478"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de verzoeken van ACT om een nieuwe begunstigingstermijn te verbinden aan de last onder dwangsom die aan haar is opgelegd evenals het aanpassen van de modaliteit van de dwangsom die daaraan is verbonden. De verzoeken worden toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2718 en ZWO 26/2716</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. K. Ides</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6483"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Kadasterwet. Beroep tegen de wijziging van gegevens van een perceel door verweerder. Eiser wil dat zijn perceel in de Basisregistratie Kadaster wordt opgenomen zoals is afgesproken tijdens de aanwijs in 2023 en aan hem is bevestigd met een brief in 2023. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder bij het wijzigen van de gegevens van het perceel in de basisregistratie een fout heeft gemaakt, die moet worden hersteld. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_25_2652</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.C. Rozeboom</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6486"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen het besluit tot het gedeeltelijk openbaar maken van informatie op grond van de Wet open overheid. Eiser verzoekt verweerder om openbaarmaking van informatie aangaande alle inbeslagnames, transporten en het opslaan van dieren door de NVWA en de LID in de periode 30 juni 2019 tot en met 1 augustus 2023. Het beroep is gegrond. De rechtbank overweegt dat verweerder de verrichte zoekslag onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt en onvoldoende is gebleken dat de zoekslag zorgvuldig is verricht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO_25_3411</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.C. Rozeboom</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6487"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaarschrift te laat ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Niet is gebleken dat eiser niet in staat was om op tijd bezwaar te maken, onder meer omdat eiser rondom de bezwaarperiode in een andere procedure wel beroep bij de rechtbank instelde. Het college heeft het bezwaarschrift van eiser terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het college mocht ook afzien van het horen van eiser in de bezwaarfase. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO_26_429</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Piksen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6488</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6488</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6488"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over een verzoek van verzoeker 1 en verzoeker 2 om herziening van een onherroepelijke uitspraak van deze rechtbank van 28 november 2024. In deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep van verzoeker 1 tegen het herroepen van een omgevingsvergunning en het alsnog afwijzen van de aanvraag om die vergunning ongegrond verklaard. De rechtbank verklaart het verzoek niet-ontvankelijk voor zover het is ingediend door verzoeker 2, omdat hij geen partij was in de zaak waarin de uitspraak is gedaan. De rechtbank wijst het verzoek af voor zover het is gedaan door verzoeker 1, omdat hij geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. De rechtbank herziet de uitspraak van 28 november 2024 niet en deze uitspraak blijft dus in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO_26_472</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van Berlo, mr. K. Ides, mr. L.H.J. Baars</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6489</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6489</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6489"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat spoedeisend belang niet aannemelijk is gemaakt. Brief college waarin wordt meegedeeld dat verzoeker niet wordt beschouwd als belanghebbende in de bezwaarprocedure van een omwonende tegen de aan de buurman van verzoeker verleende kapvergunning. Onderliggende belang is kap van de boom waarvan verzoeker stelt schade te ondervinden. Acuut gevaar of acuut verergerende schade aan woning niet aannemelijk gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2557</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. K. Ides</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6503</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6503</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6503"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Geen besluit overgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2780</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. K. Ides</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6543</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6543</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6543"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding over afgifte van kat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351989 / KG ZA 26-208</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van Diggele</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6038"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In 2026 heeft Rova een aanbestedingsprocedure georganiseerd. Eiseres heeft de opdracht ter zake het perceel waarop zij had ingeschreven niet gegund gekregen en is daarom dit kort geding gestart. Eiseres heeft diverse bezwaren geuit tegen (de uitkomst van) de beoordeling van de (twee) kwalitatieve subgunningscriteria die zien op (kort gezegd) de praktijkbeoordeling. Het verweer van Rova dat eiseres niet-ontvankelijk is in haar vorderingen slaagt niet. Na inhoudelijke beoordeling komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de beoordelingscommissie van Rova niet in redelijkheid tot haar beoordeling heeft kunnen komen en de beoordeling zodanig aperte onjuistheden of onduidelijkheden bevat dat de daarop gebaseerde gunningsbeslissing niet zou deugen. Dit betekent dat de vorderingen van eiseres worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/349882 KG ZA 26-174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. U. van Houten</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31428</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31428</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31428"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Verzet tegen tegen telefonisch horen behandelaren. Geen reden voor nieuwe medische verklaring. Geen consequenties behandelaren voor niet duidelijk maken wie er aanwezig waren tijdens de zitting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712318 / FA RK 26-9234</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. W.G. de Boer</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7142"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Rioolheffing, objectafbakening. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/1260</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7146"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Inzageverzoek, artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming. De rechtbank oordeelt dat het inzageverzoek alleen zag op de AVG en de BRP en niet op de WPG. Eiser kan apart bezwaar instellen tegen het BRP-besluit. Omdat verweerder met name NAW-gegevens van eiser heeft verwerkt, was het voldoende om een overzicht van de persoonsgegevens te verstrekken die worden verwerkt. Onder de gegeven omstandigheden in de zaak is de hoorplicht niet geschonden. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/5205</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31418</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31418</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31418"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">toewijzing ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708736 / JE RK 26-1194</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Brakel</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6740</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6740</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6740"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Zaak niet geschikt voor deelgeschil omdat niet vastgesteld kan worden dat de zorgplicht is geschonden. Onduidelijkheid over gegeven instructies tijdens cursus en over omstandigheden van het terrein waar het ongeval heeft plaatsgevonden. Begroting proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12025204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W. van der Boon</contributor><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8540</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8540</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8540"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak. Ontslag op staande voet. Werknemer heeft zich ziekgemeld wegens spanningen in de arbeidsrelatie. Partijen spraken met elkaar over het herstellen van vertrouwen. Op enig moment deelt werknemer mee dat zij de ziekte van Pfeiffer heeft en van kleine inspanningen al moe wordt. Werkgever ontdekt dat werknemer desondanks heeft deelgenomen aan een Hyrox. Het ontslag op staande voet dat daarop volgt en waarin werknemer berust, wordt rechtsgeldig geoordeeld. Geen billijke vergoeding, noch een gefixeerde schadevergoeding, wel een transitievergoeding en achterstallig loon. Werknemer hoeft ook het loon over eerder niet gewerkte uren niet terug te betalen. Op een later door werkgever ingediend verzoek wordt een beperkte gefixeerde schadevergoeding toegewezen. Verrekening van de toegewezen bedragen moeten partijen buiten de procedure doen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12218463 \ AZ VERZ 26-56 &amp; 12255902 \ AZ VERZ 26-70</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5409"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 juli 2025, voor zover hier van belang, heeft de ministerr van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de vennootschap een boete opgelegd van € 13.500,00 wegens overtreding van artikel 4.54d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit en te kennen gegeven dat hij tien werkdagen na de datum van het besluit de onderliggende inspectiegegevens openbaar maakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602725/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26112"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroepsziekte. Arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet van toepassing. Causaal verband niet onderbouwd. Vordering afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11972274 \ CV EXPL 25-3961</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Nijenhuis</contributor><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6747</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6747</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6747"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Ongeval met elektrische stapelaar. Formele en materiële werkgever niet verschenen in de procedure. Zorgplicht geschonden en beide werkgevers aansprakelijk voor het ongeval. Voorschot smartengeld Rotterdamse Schaal.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12141577</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.W. de Groot</contributor><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5662</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5662</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5662"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 maart 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van in totaal € 2.700,00 wegens overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet (de Arbowet) respectievelijk het Arbeidsomstandighedenbesluit (het Arbobesluit). Verder heeft de minister besloten om een aantal inspectiegegevens openbaar te maken. [appellant] heeft een eenmansbedrijf waarmee hij ook handelt onder de naam [appellante sub a]. Dit bedrijf is gespecialiseerd in de professionele verwijdering van asbest. Op 16 november 2022 werden door twee door [appellant] ingehuurde saneerders, te weten een deskundige toezichthouder asbestverwijdering (DTA) en een deskundig asbestverwijderaar (DAV), asbesthoudende golfplaten verwijderd van meerdere bouwwerken aan de [locatie] (het perceel). Op die dag hebben twee arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie op die locatie een inspectie gehouden. Uit het boeterapport van 24 januari 2023 volgt dat de inspecteurs tijdens deze inspectie hebben geconstateerd dat [appellant] artikel 4.45, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder a, en artikel 4.50, vijfde lid, van het Arbobesluit heeft overtreden, omdat tijdens de werkzaamheden niet in lijn met het werkplan is gehandeld en onvoldoende preventieve bronmaatregelen zijn genomen. Tijdens de werkzaamheden zijn de verwijderde bouten niet in een emmer geplaatst, werden de asbesthoudende platen niet nat gehouden en werd er geen stofzuiger met HEPA-filter gebruikt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502739/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2025:1622</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:11492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:11492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:11492"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidstijdenwet. Oplegging bestuurlijke boete voor 29 overtredingen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de boete mocht opleggen en de boete niet hoefde te matigen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/8771</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. Goossens</contributor><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12563</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12563</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12563"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beschikking in deelgeschil (1019w RV). X is gevallen over een lege palletwagen in een winkel van Kwamtum toen zij, met vier grote sierkussens voor zich in haar handen dragend, van de servicebalie naar de uitgang liep. Toetsing aan de Kelderluikcriteria. Als zij is gewaarschuwd voor de palletwagen door een medewerker, dan kan het laten staan van de lege palletwagen in de winkel niet als onrechtmatige gedraging worden aangemerkt. Kwantum is niet aansprakelijk omdat de onrechtmatigheid niet is bewezen. Voor een getuigenverhoor is in een deelgeschil geen plaats.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/715152/ HA RK 26-139</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12569</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12569</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12569"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzekeringsrecht; kennisgevingsplicht; aanspraak tot schadevergoeding; onzeker voorval. Verzekerde doet aanspraak op dekking onder de met verzekeraars gesloten aansprakelijkheidsverzekering, omdat verzekerde aansprakelijk is gesteld door een voormalig werknemer vanwege een beroepsziekte. De vorderingen van verzekerde worden afgewezen, omdat geen sprake is van een onzeker voorval als bedoeld in de polisvoorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/708194 / HA ZA 25-905</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5672</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5672</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5672"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante sub 1] een boete van in totaal € 45.000,00 opgelegd voor vier overtredingen van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet), gelezen in samenhang met het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit), en besloten een aantal inspectiegegevens openbaar te maken. [appellante sub 1] is een bouw- en renovatiebedrijf. Zij verricht in opdracht van achttien woningcorporaties werkzaamheden aan huurwoningen in de sociale sector. Niet in geschil is dat [appellante sub 1] geen gecertificeerd asbestsaneringsbedrijf is en dat het uitvoeren van asbestsaneringswerkzaamheden niet tot haar bedrijfsvoering behoort. Wel heeft zij contact met asbestsaneringsbedrijven als in een woning asbest aanwezig is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501384/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12496</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12496</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12496"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Op 8 februari 2024 vond een arbeidsongeval plaats waarbij een werknemer van de verdachte rechtspersoon is overleden. Tijdens het afkoppelen en aansluitend het naar beneden hijsen van de betonslang is de funderingsmachine gekanteld, waardoor het slachtoffer, die boven op deze funderingsmachine stond, vanaf grote hoogte op de grond is gevallen. De verdachte rechtspersoon wordt veroordeeld voor het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet en dood door schuld tot een geldboete van € 100.000,- waarvan € 30.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 83-085695-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12655</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12655</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12655"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Werkgever heeft bij niet voortzetten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een verboden onderscheid gemaakt. Aan werknemer wordt een billijke vergoeding toegekend. Verder heeft werknemer recht op transitievergoeding, aanzegvergoeding en achterstallig loon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11988261 VZ VERZ 25-7044</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5491"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 maart 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een boete van in totaal € 18.900,- opgelegd aan [appellante] wegens overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: Arbowet) en het Arbeidsomstandighedenbesluit. Het ongeval is op 12 april 2022 door een derde bij de Arbeidsinspectie gemeld, waarna een onderzoek is ingesteld. De inspecteur heeft in een boeterapport van 14 oktober 2022 en een aanvullend boeterapport van 6 maart 2023 overtredingen van de Arbowet geconstateerd. Het gaat om overtreding van artikel 16, tiende lid, van de Arbowet, in samenhang met artikel 7:26, eerste lid, van het Arbobesluit, omdat de stuwwerkzaamheden verband houdende met het laden van staalplaten op een schip niet op veilige en ordelijke wijze zijn uitgevoerd. Hiervoor is een boete van € 16.200,- opgelegd. Daarnaast gaat het om overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Arbowet, omdat [appellante] het ongeval niet heeft gemeld bij de Arbeidsinspectie. Hiervoor is een boete van € 2.700,- opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505174/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5515</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5515</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5515"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij eerste besluit van 7 december 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [bedrijf] bestuurlijke boetes van € 4.050,00, € 10.800,00 en € 2.700,00 opgelegd. Bij tweede besluit van 7 december 2023 heeft de minister [bedrijf] een schriftelijke waarschuwing preventieve stillegging van werk gegeven. [bedrijf] is exploitant van een bedrijf voor asbestsanering. Zij heeft op 25 januari 2023 op een perceel in [locatie], asbestsaneringswerkzaamheden uitgevoerd. De werkzaamheden bestonden uit het saneren van asbesthoudende golfplaten van twee geschakelde schuren. Tijdens de werkzaamheden heeft een inspecteur van de Nederlandse Arbeidsinspectie overtredingen van artikel 3.17, eerste lid, artikel 7.4, derde lid, en artikel 7.18, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) vastgesteld. Naar aanleiding daarvan heeft de minister de in het procesverloop van deze uitspraak vermelde besluiten van 7 december 2023 genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502636/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5661"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 november 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante sub a]. een boete van € 8.100,00 opgelegd wegens een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) en het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit). [appellante sub a]. heeft aan de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) gemeld dat zij op 16 februari 2023 asbestsaneringswerkzaamheden zou uitvoeren in een hal van een woning in [locatie] (in een containment), bestaande uit het verwijderen van vloertegels met asbesthoudende tegellijm. Deze asbestsaneringswerkzaamheden vallen in risicoklasse 2. Volgens een inspecteur van de NLA, die op die dag een inspectiebezoek bracht, waren werknemers van [appellante sub a]. bezig met werkzaamheden in het containment, terwijl de onderdruk lager was dan 20 Pascal. Volgens de minister is dit een overtreding van artikel 16, tiende lid, van de Arbowet, gelezen in samenhang met artikel 4.48a, eerste lid, van het Arbobesluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502176/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31430"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over de voorlopige voogdij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712718 / FA RK 26-9478</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J.M. Bellekom</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3159</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3159</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3159"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling mishandeling en bedreiging van de stiefzoon van verdachte. Noodweerverweer. Voorwaardelijk verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-000221-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9257</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9257</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9257"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weknemer recht op Systeem voor abeidsomstandigheden (SAO) toeslag? CAO Metalelektro.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12137203 \ CV EXPL 26-1071</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5685</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5685</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5685"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Politie in Enschede ontzegt een ex-agent die nu boa is in dienst vand e gemeente Enschede de toegang tot de werkruimtes van het politiebureau. De rechtbank acht dat niet onrechtmatig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/347111 / HA ZA 26-139</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): U. van Houten</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8286</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8286</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8286"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever verleent werknemer ontslag op staande voet vanwege een bedreigende opmerking van werknemer bij het verlaten van het pand, nadat zij op non-actief was gesteld. Voor het ontslag moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Er is niet gebleken dat werkgever de klachten over werknemer met haar heeft gedeeld vóór de non-actiefstelling. De kantonrechter gaat ervan uit dat de non-actiefstelling voor werknemer uit het niets kwam. Invoelbaar is dat dit werknemer raakte en dat zij uit emotie handelde toen zij haar bedreigende opmerking maakte. Ook weegt mee als verzachtende omstandigheid dat de persoon aan wie de bedreiging was gericht, er niet bij was en dat anderen het niet hebben gehoord. Alles afwegende is de opmerking onacceptabel, maar het is invoelbaar dat werknemer uit emotie een keer over de schreef is gegaan. Dat maakt dat de opmerking in het totale beeld bezien niet dermate zwaarwegend is om een dringende reden voor een ontslag op staande voet op te leveren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12196738 AZ VERZ 26-29 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5490</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5490</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5490"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd. Op 2 september 2022 is een werknemer van [appellant] tijdens werkzaamheden geraakt door de bijtende stof natronloog. Als gevolg hiervan heeft deze werknemer derdegraadsbrandwonden opgelopen in zijn gezicht en mond, heeft hij blijvende schade aan zijn smaakpapillen en is zijn gebit beschadigd. Hij is gedurende drie nachten opgenomen geweest in het ziekenhuis. De minister heeft een boete opgelegd wegens overtreding van artikel 4.1c, eerste lid, aanhef en onderdeel f, onder 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit). Deze boete is opgelegd omdat de werknemer tijdens de werkzaamheden niet alle doelmatige beschermingsmiddelen ter voorkoming van mogelijke blootstelling droeg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503264/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6612</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6612</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6612"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever ontkent ziekte werknemer, maar heeft geen bedrijfsarts ingeschakeld. Vergoedingen na einde arbeidsovereenkomst toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12302489 \ AE VERZ 26-40</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.L. Rijnbout</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6985"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan dood door schuld. Hij heeft hijswerkzaamheden verricht zonder voorafgaand aan deze werkzaamheden een berekening te maken van de maximaal toelaatbare windsnelheid en zonder voorafgaand aan en tussen de hijswerkzaamheden door te kijken naar de verwachte weersverwachting. Verder heeft de verdachte vooraf en tijdens de hijswerkzaamheden onvoldoende rekening gehouden met op het oog zichtbare windvlagen en heeft hij de windwaarschuwingen van de torenkraan genegeerd en hierover ook geen overleg gevoerd met het slachtoffer en […]. Daarmee heeft de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend, onachtzaam, onzorgvuldig en nalatig gehandeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-318105-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Vermeulen, mr. S.J.H. van de Kant, mr. M.W.M. Bankers</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:10944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:10944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:10944"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Signalen grensoverschrijdend gedrag; vordering stopzetting persoonsgericht onderzoek afgewezen; belang werkgever bij voortzetting onderzoek groter dan belang wn bij stopzetting ervan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12177812 VV EXPL 26-199</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.J. Willemsen</contributor><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8688</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8688</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8688"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Verzoek tot ontbinding op e-grond en subsidiair op g-grond. Werknemer heeft niet voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen maar in dit geval is er naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van het ‘zonder deugdelijke grond’ niet meewerken aan de re-integratieverplichtingen. Door ingrijpende gebeurtenis in de privé situatie speelden zijn beperkingen door een taalontwikkelingsstoornis en een stoornis in het autismespectrum hem parten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12187394 AZ VERZ 26-26 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2903</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2903</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2903"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontvankelijkheid hoger beroep ingesteld tegen erfgenamen als executeurs-testamentair zijn benoemd. Nederlands bedrijf zou in de jaren '80 grondstof voor de productie van mosterdgas aan Irak hebben geleverd. Is dat bedrijf aansprakelijk jegens Iraanse slachtoffers van aanvallen met mosterdgas door Irak? Iraans recht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.341.271/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:7462</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:17263</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6296</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6296</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6296"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bedrijfsongeval. Beenletsel. Schadestaat. Inlenende werkgever moet de schade deels vergoeden. Verstek verleend tegen formele werkgever.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11981025 \ UC EXPL 25-9274</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.H. Gaertman</contributor><issued>2026-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2847"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">ontbinding arbeidsovereenkomst, ernstig verwijtbaar handelen, billijk vergoeding, afschrikwekkend effect</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.714/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:11850</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7143"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde woningen. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/1147 t/m UTR 25/1149</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7586"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7887</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32169</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32169</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32169"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na tussenvonnis (gepubliceerd onder ECLI:NL:RBDHA:2026:8891). Invoerfout van ACM bij vaststelling maximale vaste tarieven warmtelevering. Vordering tot schadevergoeding wordt grotendeels afgewezen. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat zij bij publicatie van de juiste tarieven haar variabele leveringstarief zou hebben verhoogd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/686638 / HA ZA 25-526</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.C. Kool</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:7088</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:7088</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:7088"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verkrijging van certificaten van aandelen A belast met overdrachtsbelasting. Aandelen A betreffen aandelen van een vennootschap die kwalificeert als onroerende zaak rechtspersoon. De onroerende zaak wordt niet gebruikt binnen de eigen onderneming, maar verhuurd aan een derde, en vervolgens door een dochtermaatschappij van de vennootschap gehuurd. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_4264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Westerbaan, W.E. baron van Asbeck, L.L. van Benthem</contributor><issued>2024-12-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10038"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ex-werknemer vordert betaling bonus over 2024 en 2025. Vorderingen worden afgewezen. Uitleg bonusafspraken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12105157/CV EXPL 26-607 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7796"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst. Bonussen en exit-bonus tellen mee bij de berekening van de transitievergoeding. Door ernstig verwijtbaar handelen kan werkgever geen beroep doen op het non-concurrentiebeding. Geen veroordeling in de werkelijke proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12258181</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14636"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter verklaart voor recht dat de werknemer door overgang van onderneming bij de (nieuwe) werkgever in dienst is getreden. De vorderingen tot betaling van achterstallig loon en tewerkstelling worden afgewezen, omdat werknemer zich niet (onvoorwaardelijk) bereid heeft verklaard de arbeid bij de nieuwe werkgever tegen de ten tijde van de overgang geldende voorwaarden te verrichten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12029386 \ CV EXPL 25-8667</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14701</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14701</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14701"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Transitievergoeding en loonvordering. Omdat werknemer AOW-gerechtigd is, heeft hij geen recht meer op een transitievergoeding. Zijn loonvordering wordt afgewezen omdat werknemer niet meewerkte aan een bezoek aan de bedrijfsarts, zodat niet kon worden vastgesteld wat voor hem passend werk zou zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12217484 VZ VERZ 26-2288</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C.J. Frikkee</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6404</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6404</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6404"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag bedrijfseconomisch</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12370411 EJ VERZ 26-255</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Marsman</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14704</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14704</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14704"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Opzegging na twee jaar arbeidsongeschiktheid. Psychische klachten werkneemster al aanwezig voor indiensttreding. Werkgever heeft niet ernstig verwijtbaar gehandeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11770155 VZ VERZ 25-4707</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C.J. Frikkee</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7421</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7421</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7421"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">WWZ. Ontbinding arbeidsovereenkomst op de g-grond, geen billijke vergoeding, wel transitievergoeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12290480 \ AE VERZ 26-35</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.J.M. Hendriks</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3160</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3160</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3160"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Dagvaarding partieel nietig, nu uit het dossier niets blijkt van betrokkenheid van andere kinderen dan de met name genoemden. Vrijspraak voor het primair tenlastegelegde (het seksueel corrumperen van minderjarigen). Veroordeling voor schennis van de eerbaarheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002789-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31408</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31408</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31408"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Niets meer te beslissen ten aanzien van een verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. De gecertificeerde instelling trekt het verzoek ter zitting in.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696303 / JE RK 25-2144</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meijers</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6735</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6735</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6735"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat de moeder alleen het gezag over hen heeft. Daarnaast bepaalt het hof dat de hulpverlenende instantie de volledige regie moet hebben over het opstarten en opbouwen van het contact tussen de vader en de kinderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.074</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31407"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710633 / JE RK 26-1421</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.B. Haverhoek</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10235</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10235</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10235"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease. Dexia. Niet kan tot de vaststelling worden gekomen dat sprake is geweest van vergunningsplichtige advisering. Vordering afnemer afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11903417 CV 25-3915</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7587</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7587</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7587"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA aanvraag gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7934</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1919</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1919</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1919"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede de vergunning van [appellante] voor een deel van een warmteleiding ingetrokken en daaraan de verplichting verbonden de betreffende leiding te verleggen. Ennatuurlijk is een commercieel warmtebedrijf dat warmtenetten realiseert en exploiteert. Het college heeft Ennatuurlijk verzocht om aanpassing van een van haar warmtetransportleidingen. Het gaat om een leiding in de zuidoostelijke hoek van de Usseler Es - ook wel: de Oostkrans - die in 1986 is aangelegd. Deze leiding ligt er gedeeltelijk op grond van een publiekrechtelijke vergunning van het gemeentebestuur, en gedeeltelijk op grond van de Belemmeringenwet privaatrecht. Met de leiding worden ongeveer 9.000 huishoudens en zakelijke verbruikers in de regio Enschede voorzien van warmte. Een leidingdeel van 390 m moet worden verwijderd en na verlegging beslaat het nieuwe tracé 490 m. De aanleiding voor het verzoek tot aanpassen is dat de gemeente bedrijfskavels op de Oostkrans bouwrijp wil maken. Het college heeft de besluiten gebaseerd op de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur Enschede 2018 (AVOI 2018). Ennatuurlijk heeft de verlegging uitgevoerd en in de zomer van 2023 afgerond. Zij stelt voor de werkzaamheden ongeveer € 2,4 miljoen aan kosten te hebben gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202305689/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-04-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2023:2800</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:2035</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2035</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:2035"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 5 februari 2010, 2 september 2010, 10 september 2010, 17 september 2010, 13 oktober 2010, 3 mei 2016 en 1 juli 2016 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan Jaczon Visserijmaatschappij Delta B.V., Jaczon Kotter Visserij Maatschappij B.V., Jaczon Visserij Maatschappij VI B.V., [vennootschap], [firma], [visserijbedrijf A], [visserijbedrijf B], [visserijbedrijf C], [visserijbedrijf D], [visserijbedrijf E], VOF Zeevisserijbedrijf Go 37, en [visserijbedrijf F] (appellanten groep 1), toestemming verleend voor het uitoefenen van de pulskorvisserij. De toestemming geldt voor onbepaalde tijd. Deze zaak gaat over vissers die een vergunning hadden voor pulsvisserij. Pulsvisserij is het vissen met een boomkor, een sleepnet, waarbij door elektroden die de vis opschrikken met stroomstootjes - pulsen - wordt gevist. Nederland is altijd een voorstander van pulsvisserij geweest. Andere landen binnen de Europese Unie hebben zich daartegen verzet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202101773/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-04-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:968</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4578"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit, verzonden op 25 april 2023, heeft de burgemeester van Deventer aan [appellant] twee lasten onder dwangsom opgelegd. Op 20 februari 2023 heeft de politie een hennepkwekerij aangetroffen in het bedrijfspand aan de [locatie] in Deventer (het pand). Op 6 april 2023 heeft de burgemeester [appellant] het voornemen kenbaar gemaakt om [appellant] in verband daarmee op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang, strekkende tot tijdelijke sluiting van het pand, op te leggen. Inmiddels had de eigenaar van het pand de sloten van het pand vervangen, waardoor [appellant] geen toegang meer had. [appellant] is gelast om geen handelshoeveelheid van een middel als bedoeld in lijst I of lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf binnen het grondgebied van de gemeente Deventer te verkopen, te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, af te leveren, te verstrekken of aanwezig te hebben. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte ervan is uitgegaan dat de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd was de lasten op te leggen. Volgens hem biedt dat artikel alleen een grondslag voor de oplegging van maatregelen die op het pand zijn gericht en is daarvan in dit geval geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407228/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4847"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 november 2023 heeft de burgemeester van Almere het pand aan de Antennestraat 94 in Almere (het pand) voor de duur van twee weken gesloten. Het Witte Huis is eigenaar van het pand. Zij exploiteert het pand voor bruiloften en andere evenementen. In de nacht van 7 op 8 november 2023 is een vuurwerkbom bij het pand afgegaan. De politie heeft hierover op 9 november 2023 een bestuurlijke rapportage opgesteld. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester besloten om cameratoezicht in te stellen. Op 15 november 2023 heeft opnieuw een incident plaatsgevonden bij het pand, waarbij een brandend voorwerp door een raam van het pand naar binnen is gegooid. De politie heeft hierover op 15 november 2023 een bestuurlijke rapportage opgesteld. De burgemeester heeft het pand op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet voor de duur van twee weken gesloten. Volgens de burgemeester hebben de incidenten bij het pand de openbare orde ernstig geschokt en het leefklimaat in de omgeving van het pand ernstig verstoord. De rechtbank heeft het besluit van 10 april 2024 vernietigd wegens een motiveringsgebrek, omdat de burgemeester daarin ten onrechte artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet aan de tijdelijke sluiting van het pand ten grondslag heeft gelegd. Het Witte Huis is het niet eens met de beslissing van de rechtbank om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 10 april 2024 in stand te laten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503864/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:2617</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5305</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5305</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5305"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij e-mail van 10 november 2025 heeft een medewerkster Tentamineren en certificeren van de Open Universiteit aan [appellant] meegedeeld dat voor het vak Bestuursrecht I geen tentamenmogelijkheid meer beschikbaar is. Bij beslissing van 2 april 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Open Universiteit het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] heeft zich aangemeld voor een tentamen voor het vak Bestuursrecht I (de cursus). Met de e-mail van 10 november 2025 is aan hem meegedeeld dat voor hem geen tentamensessie meer beschikbaar is. Als hij het tentamen alsnog wil afleggen, dan zal hij de cursus opnieuw moeten aanschaffen. [appellant] betoogt dat het CBE ten onrechte heeft overwogen dat de e-mail van 10 november 2025 geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Volgens hem zijn de regels niet zonder meer duidelijk. Zo heeft het CBE, hoewel het zich op het standpunt stelt dat de e-mail geen besluit is, verwezen naar een aanbod uit coulance om hem alsnog de gelegenheid te bieden om het tentamen af te leggen. Het CBE had dit aanbod niet kunnen doen als geen tentamenmogelijkheid meer beschikbaar was binnen de inschrijfduur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601506/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3948"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij uitspraak van 1 oktober 2025 heeft de rechtbank het verzoek van de raad van de gemeente Moerdijk om een onteigeningsbeschikking te bekrachtigen voor zover deze ziet op het perceel kadastraal bekend gemeente Klundert, sectie A, nummer 1918 (verder: perceel A1918), toegewezen. De gemeente Moerdijk is voornemens om de Randweg Klundert te realiseren. Op een deel van het perceel A1918 (totaal groot 2.79.90 ha) is een (deel van de) weg met aan weerszijden water voorzien. Perceel A1918 is in eigendom van [appellant sub 1]. [appellant sub 1] gebruikt het perceel voor akkerbouw. De raad heeft op 30 januari 2025 een onteigeningsbeschikking gegeven. Hierin heeft de raad - voor zover in deze procedure van belang - besloten om een deel ter grootte van 5.879 m2 van het perceel A1918 ter onteigening aan te wijzen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk heeft namens de raad de rechtbank op 11 februari 2025, op grond van artikel 16.93, eerste lid, van de Omgevingswet, verzocht de onteigeningsbeschikking te bekrachtigen. [appellant sub 1] heeft bedenkingen ingediend tegen de onteigeningsbeschikking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505757/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4577</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4577</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4577"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 juli 2018 heeft de staatssecretaris aan Hoogweg Aardwarmte een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Bij besluit van 21 april 2021 heeft de staatssecretaris aan Hoogweg Aardwarmte een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan en het veranderen of veranderen van de werking en het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, c en e, van de Wabo. Bij besluit van 31 mei 2021 heeft de staatssecretaris aan Hoogweg Aardwarmte een omgevingsvergunning verleend waarbij de omgevingsvergunning van 24 juli 2018 is gewijzigd. Bij besluit van 31 mei 2021 heeft de staatssecretaris aan Hoogweg Aardwarmte een omgevingsvergunning verleend waarbij de omgevingsvergunning van 24 juli 2018 is gewijzigd. Tegen de besluiten van de staatssecretaris van 24 juli 2018 en 21 april 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel (college) beroepen ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202203982/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2022:1543</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4600</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4600</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4600"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 2 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen meegedeeld niet te voldoen aan het verzoek van [appellant] om de volgens hem opgelegde last onder bestuursdwang op schrift te stellen. [appellant] had een vergunning om van 8 november tot en met 3 december 2021 een steiger op het trottoir bij zijn pand aanwezig te hebben. Hij was op 3 december 2021 nog niet klaar met zijn werkzaamheden en heeft de steiger daarom laten staan. Daarop hebben toezichthouders, naar aanleiding van een melding, op 22 december 2021 geconstateerd dat de steiger nog aanwezig was. De toezichthouders hebben [appellant] op die dag telefonisch meegedeeld dat de steiger uiterlijk op vrijdag 24 december 2021 verwijderd zou moeten zijn. Op 24 december 2021 hebben toezichthouders opnieuw een controle uitgevoerd en hebben zij [appellant] ditmaal verzocht de steiger binnen een uur, te weten voor 15.00 uur, te verwijderen. Hierbij is gezegd dat de steiger anders op kosten van [appellant] zal worden verwijderd door een steigerbouwer die namens de gemeente ter plaatse aanwezig was. [appellant] heeft hieraan gehoor gegeven en de steiger door zijn eigen steigerbouwer laten verwijderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407120/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:4228</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4746"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 9 december 2022 heeft de burgemeester van Utrecht aanvragen van [appellante] om een exploitatievergunning en een vergunning tot het uitoefenen van een horecabedrijf met terras aan de [locatie 1] en de [locatie 2] in Utrecht, ingewilligd. [appellante] exploiteert een horecabedrijf met een terras aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht. Bij twee besluiten van 9 december 2022 heeft de burgemeester twee exploitatievergunningen en vergunningen op grond van de Alcoholwet verleend tot en met 30 juni 2031. [appellante] is het oneens met de duur van de vergunningen. Zij wil dat de vergunningen voor onbepaalde tijd worden verleend en heeft bezwaar gemaakt. Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de burgemeester de bezwaren van [appellante] ongegrond verklaard en zijn besluiten van 9 december 2022 gehandhaafd. De burgemeester heeft het besluit op 27 juli 2023 met gebruik van het programma Zivver beveiligd en digitaal verzonden aan de toenmalige advocaat van [appellante]. [appellante] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zij niet kenbaar heeft gemaakt dat zij voldoende bereikbaar is voor de ontvangst van een elektronisch verzonden bericht met gebruik van het programma Zivver.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503197/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4721</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4721</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4721"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Op 27 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Almelo een beslissing genomen over verschillende verzoeken van Stadstheater om verlening van subsidie. Bij besluit van 18 december 2024 heeft de gemeenteraad het door Stadstheater daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de beslissing niet op rechtsgevolg is gericht. De gemeenteraad heeft zich op het standpunt gesteld dat niet hij, maar het college van B&amp;amp;W bevoegd is om op de aanvragen om subsidie te beslissen. In hoger beroep is in geschil of de beslissing van de raad van 27 februari 2024 een besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Stadstheater en haar rechtsvoorgangers hebben sinds 1987 een theater in Almelo geëxploiteerd en daarvoor van het college van burgemeester en wethouders (college) verschillende subsidies ontvangen. In 2022 heeft Stadstheater het college laten weten dat zij zonder nadere ondersteuning niet meer in staat is het theater in stand te houden. Stadstheater heeft het college daarom verzocht om extra gelden beschikbaar te stellen voor de continuering van de programmering, de verbetering van de exploitatie en de daarvoor benodigde verbouwing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600186/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5125</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5125</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5125"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 4 augustus 2023 heeft de burgemeester van Amsterdam de aanvraag van [persoon] om verlening van een exploitatievergunning voor een coffeeshop aan de [locatie] afgewezen. Ook heeft de burgemeester geweigerd aan [persoon] een gedoogverklaring af te geven. Op 9 februari 2023 heeft [persoon] een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning en een gedoogverklaring voor een nieuwe coffeeshop op de [locatie] (het adres). [appellant] is eigenaar en verhuurder van het pand op het adres. In 2016 is coffeeshop [naam], die voorheen gevestigd was op het adres, meerdere keren beschoten. Als gevolg van deze schietincidenten is de coffeeshop gesloten en het adres van de gedooglijst geschrapt. In 2017 is het adres terug op de gedooglijst geplaatst. Op 3 juni 2025 heeft [appellant] het pand verkocht aan [persoon] onder de ontbindende voorwaarde dat de vergunningen uiterlijk augustus 2027 zijn verleend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505450/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1100"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking van bijstand. Verblijf in buitenland. Geen zeer dringende redenen. Beroep op het evenredigheidsbeginsel. Geen bijzondere omstandigheden. Appellanten hebben hun stelling dat zij verkeerden in behoeftige omstandigheden die alleen door de verlening van bijstand konden worden verholpen niet onderbouwd met controleerbare gegevens. Integendeel, zij hebben weliswaar achteraf gezien door de intrekking tweeënhalve maand geen recht op bijstand gehad, maar gedurende die periode wel vele en diverse hoge geldbedragen, ook aan bijstand, ontvangen. Appellanten hebben verder niet aannemelijk gemaakt dat zij over onvoldoende middelen beschikten om mee in hun behoeftige omstandigheden te voorzien of terug te keren naar Nederland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1345 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:752</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:752</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:752"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking en terugvordering van bijstand. Vermogen in buitenland. Geen discriminatoir onderzoek. Vaststaat dat het dagelijks bestuur alle 55 dossiers die op basis van de selectieregels zijn geselecteerd individueel heeft beoordeeld. Ook staat vast dat die 55 dossiers betrekking hebben op bijstandsgerechtigden uit allerlei herkomstlanden. Verder heeft het dagelijks bestuur ter zitting onweersproken gesteld dat ook de 20 dossiers die uiteindelijk zijn geselecteerd voor nader onderzoek, betrekking hebben op bijstandsgerechtigden uit allerlei herkomstlanden en dat zich onder die 20 dossiers slechts 3 dossiers bevonden die zagen op personen met een Turkse herkomst. Alleen al daarom kunnen appellanten niet worden gevolgd in hun stelling dat het dagelijks bestuur zich bij de individuele beoordeling van de 55 dossiers in het bijzonder zou hebben gericht op personen met een Turkse herkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1759 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:370</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:370</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:370"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Toelating gewasbeschermingsmiddel Pitcher. Hormoonverstorende eigenschappen voor mens en niet-doelwit organismen. Omvang van het geding. De werkzame stof fludioxonil heeft hormoonontregelende eigenschappen. Deze werkzame stof mag volgens punt 3.6.5 van bijlage II bij Verordening 1107/2009 alleen worden gebruikt in gesloten systemen of in andere omstandigheden die contact met mensen uitsluiten. Omdat Pitcher zo niet wordt gebruikt, had het Ctgb het niet mogen toelaten. Het Ctgb moet er daarom voor zorgen dat Pitcher zo snel mogelijk uit de handel wordt genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/721</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. de Wildt, B. Bastein, M.L. Noort</contributor><issued>2026-08-11</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5317</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5317</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5317"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan [appellante] een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellante] is eigenaar van het varend woonschip ‘[naam]’ (woonschip) dat ligt aan de Noorderhaven in Groningen. Een omwonende heeft bij de gemeente zorgen geuit over de kwaliteit van de mast van het woonschip. Naar aanleiding daarvan heeft een toezichthouder van het college op 30 juni 2022 vanaf de kade de mast bekeken. De toezichthouder heeft een kromming van de mast en zichtbare scheuren in het hout van de mast waargenomen. Een dag later heeft een deskundige vanaf de kade geoordeeld dat er diepe scheurvorming in de mast aanwezig is, alsmede een kromming en tordering van de mast. Volgens de deskundige is voor een deugdelijke beoordeling van de staat van de mast een complete mastinspectie noodzakelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503332/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:413"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Last onder bestuursdwang. Kostenbeschikking. Het is voldoende aannemelijk dat de last onder bestuursdwang voor de dierhouder niet uitvoerbaar was. Het belang van het voorkomen van (de verspreiding van) dierziekten woog niet op tegen het voor de minister bij een zorgvuldige voorbereiding van de last onder bestuursdwang kenbare belang van de dierhouder om niet te worden geconfronteerd met een voor hem niet uitvoerbare last. Strijd met het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. De last onder bestuursdwang houdt geen stand en daarom de kostenbeschikking ook niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1995</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.L. van der Beek, M.M. Smorenburg, M.L. Noort</contributor><issued>2026-09-01</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1134"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak gaat het om de vraag of de Svb terecht heeft aangenomen dat betrokkene en zijn in Turkije wonende echtgenote vanaf de huwelijkssluiting niet duurzaam gescheiden leven en dus het AOW-pensioen van betrokkene moet worden verlaagd naar de norm voor een gehuwde. De Raad volgt niet het oordeel van de rechtbank dat de Svb onvoldoende onderzoek heeft gedaan en het bewijsrisico moet dragen. Uit de door betrokkene aangedragen feiten en omstandigheden blijkt niet ondubbelzinnig dat vanaf de huwelijkssluiting sprake was van duurzaam gescheiden leven. De Svb heeft het AOW-pensioen van betrokkene terecht herzien naar de norm voor een gehuwde en het teveel betaalde bedrag van betrokkene teruggevorderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/58 AOW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:355</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:355</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:355"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vierde verzoek om herziening is niet-ontvankelijk omdat het onredelijk laat is ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/348</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.C. Stuldreher</contributor><issued>2026-07-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Gezondheids- en welzijnswet voor dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:771</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:771</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:771"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing eenmalige energietoeslag 2022. Beleid. Definitie woning. Geen discriminatie. Geen strijd met evenredigheidsbeginsel. Niet in geschil is dat er sprake is van ongelijke behandeling door minima in een woongelegenheid zonder eigen energiemeter uit te sluiten van energietoeslag. Voor deze groep geldt, anders dan voor personen met een laag inkomen met een zelfstandige woongelegenheid voorzien van een eigen energiemeter, niet de grofmazige verwachting dat zij met gestegen energiekosten worden geconfronteerd. Met deze afbakening blijft het college binnen de hem door de wetgever verleende beleidsvrijheid en is het gemaakte onderscheid in de beleidsregels objectief gerechtvaardigd. Het college maakt dan ook geen inbreuk op het verbod van discriminatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3266 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:928</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:928</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:928"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Omvang van geding. Bezwaar tegen uitkeringsspecificatie. Besluitkarakter. Art. 1:3 Awb bevat een aantal omschrijvingen van kernbegrippen die deze wet beoogt te regelen, waaronder het besluitbegrip. Het besluitbegrip is uitgangspunt voor de bevoegdheid van de bestuursrechter en daarmee de toepasselijkheid van de Awb. Hier gaat het dus om een fundamentele bepaling. Daarmee is evident dat de bepaling over het besluitbegrip van openbare orde is. Voor een analoge toepassing van ECLI:NL:CRVB:2021:1500 bestaat daarom geen grond. Dit betekent dat de rechtbank terecht art. 1:3 lid 1 Awb van openbare orde heeft geacht en ambtshalve bij de beoordeling van het beroep heeft betrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/606 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5142"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 november 2022 heeft de burgemeester van Hellevoetsluis (nu: Voorne aan Zee) een evenementenvergunning verleend voor de landelijke Sinterklaasintocht. Op 12 juli 2022 heeft de burgemeester een aanvraag ontvangen voor een evenementenvergunning voor de landelijke Sinterklaasintocht in Hellevoetsluis in 2022. De stichting en [appellant] hebben op 12 oktober 2022 bezwaar gemaakt tegen de evenementenvergunning, die op dat moment nog niet was verleend. De stichting en [appellant] willen dat Zwarte Piet deelneemt aan de intocht en hierover wordt niets in de evenementenvergunning bepaald. Hiermee wordt er volgens de stichting en [appellant] genocide gepleegd. Bij het bezwaar hebben de stichting en [appellant] vier verzoeken ingediend die samenhangen met de landelijke Sinterklaasintocht. Het college heeft, nadat de evenementenvergunning op 3 november 2022 was verleend, geoordeeld dat de stichting en [appellant] geen belanghebbenden zijn bij het besluit om de evenementenvergunning te verlenen. Daarnaast heeft het college de vier verzoeken van de stichting en [appellant] niet aangemerkt als aanvragen waarop een besluit moet worden genomen, omdat die verzoeken geen aanvragen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403433/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7588</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7588</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7588"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/8228</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7589"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA aanvraag gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/8230</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7590"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA. Intrekking met pkv, toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/6081</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1057</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1057</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1057"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Dood door schuld nadat twee opvarenden van een boot zijn overleden door gas dat werd uitgestoten door een defecte accu (art. 307 Sr). De eerste drie middelen keren zich tegen de bewezenverklaring van 'schuld' en houden in dat de verdachte het ontstaan van dit specifieke gas (waterstofsulfide) niet kon voorzien. Middel faalt omdat de verdachte wel op de hoogte was van de kans op een ander levensgevaarlijk gas (knalgas) en dan net zo had moeten handelen als bij de kans op waterstofsulfide. Het vierde middel gaat over de weerlegging van een standpunt over de bron van het gas en het vijfde middel over de afwijzing van een verzoek tot nader onderzoek. Alle middelen falen en de conclusie strekt tot verwerping van het beroep (deels 81.1 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03879</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:879"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering naar Turkije t.z.v. verdenking van (i) deelneming aan criminele organisatie en (ii) handel in drugs. Genoegzaamheid van de stukken (art. 12 lid 2 EUV en art. 18 lid 3 UW). Middel klaagt over verwerping verweer dat uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard, omdat feit (ii) onvoldoende duidelijk is omschreven, nu de stukken enerzijds inhouden dat het gaat om invoer van cannabis en MDMA, maar anderzijds in de Engelse vertaling van het uitleveringsverzoek wordt gesproken van de “act of smuggling cocaine”. Oordeel rechtbank dat dit een vertaalfout betreft en uit de Nederlandse vertaling van het uitleveringsverzoek en een proces-verbaal van de Openbaar Aanklager in Turkije voldoende blijkt dat feit (ii) enkel ziet op invoer van cannabis en MDMA, is volgens de AG niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01564</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1787</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:899</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:899</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:899"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Medeplegen diefstal met geweld (art. 47 en 312 Sr). Bewijsklacht medeplegen. Uit vaststellingen heeft hof kunnen afleiden dat sprake is van medeplegen, hoewel bijdrage verdachte niet uit gezamenlijke uitvoering bestond. Aanwezigheid op belangrijke momenten, klaarstaan om te helpen en leveren van bij overval gebruikte tape, tie-wraps en handschoenen. Conclusie strekt tot verwerping (art. 81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04074</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1766</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1063</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1063</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1063"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling wegens de eendaadse samenloop van het medeplegen van vernieling (art. 350.1 Sr) door het beschadigen van een gedenkplaats in Winschoten (die was ingericht om twee overleden kinderen te herdenken die op die plek kort daarvoor op een tragische wijze om het leven zijn gekomen) door knuffels van deze gedenkplaats mee te nemen en het wegmaken van deze knuffels. In M1 wordt geklaagd over het oordeel van het hof dat de ‘herdenk- en/of gedenkplaats’ als goed in de zin van art. 350.1 Sr moet worden aangemerkt. M2 richt zich tegen het oordeel van het hof dat de herdenk- en/of gedenkplaats (bestaande uit onder meer knuffels, tekeningen en bloemen) en meerdere knuffels geheel of ten dele aan de nabestaanden van de overleden kinderen en/of personen die deze kinderen willen herdenken, in elk geval aan een ander dan verdachte en zijn mededaders, toebehoorden. M3 bevat de klacht dat uit de bewijsvoering niet volgt dat de herdenk- en/of gedenkplaats is beschadigd. Naar het oordeel van de AG falen alle middelen. Samenhang met 25/04191.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04160</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1064</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1064</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1064"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling wegens de eendaadse samenloop van het medeplegen van vernieling (art. 350.1 Sr) door het beschadigen van een gedenkplaats in Winschoten (die was ingericht om twee overleden kinderen te herdenken die op die plek kort daarvoor op een tragische wijze om het leven zijn gekomen) door knuffels van deze gedenkplaats mee te nemen en het wegmaken van deze knuffels. Middel valt uiteen in twee deelklachten. In deelklacht 1 wordt geklaagd over het oordeel van het hof dat de ‘herdenk- en/of gedenkplaats’ als goed in de zin van art. 350.1 Sr moet worden aangemerkt. Deelklacht 2 richt zich tegen het oordeel van het hof dat de herdenk- en/of gedenkplaats (bestaande uit onder meer knuffels, tekeningen en bloemen) en meerdere knuffels geheel of ten dele aan de nabestaanden van de overleden kinderen en/of personen die deze kinderen willen herdenken, in elk geval aan een ander dan verdachte en zijn mededaders, toebehoorden. Naar het oordeel van de AG faalt het middel in al zijn onderdelen. Samenhang met 25/04160.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04191</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1377"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen of beschadigen of onbruikbaar maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000252-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1764</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1764</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1764</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1764"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Telen van 193 hennepplanten en aanwezig hebben van 307 gram hennep in een door verdachte gehuurde recreatiewoning (art. 3.B en 3.C Opiumwet), diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr) en vernieling (art. 350.1 Sr). 1. Bewijsklacht hennepteelt. Kon hof de verklaring van verdachte voor bewijs gebruiken en als kennelijk leugenachtig aanmerken? 2. Bewijsklacht diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking. Heeft hof zelfstandige aandacht besteed aan bemoeienis van verdachte met diefstal? 3. Bewijsklacht vernieling. Heeft hof zelfstandige aandacht besteed aan bemoeienis van verdachte met vernieling? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00861</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:961</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1377</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:961"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Hennepteelt in huurwoning, diefstal van elektriciteit en vernieling. 1. Heeft het hof een verklaring van de verdachte als kennelijk leugenachtig voor het bewijs gebruikt? 2. en 3. Heeft het hof in de bewijsmotivering voldoende aandacht besteed aan de diefstal van de elektriciteit en de vernieling van de woning? 4. Middel over inzendtermijn. Conclusie strekt vermindering van de taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn en tot verwerping voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00861</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1764</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1765</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1765</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1765"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">WhatsApp-fraude. Witwassen, meermalen gepleegd, door in zeer kort tijdsbestek meerdere grote geldbedragen te pinnen met bankpasje op naam van ander, art. 420bis1.b. Sr. 1. Verweer dat dagvaarding nietig is omdat niet wordt voldaan aan eisen van art. 261 Sv (ontoereikende specificatie). 2. Bewijsklacht. Kan uit bewijsmiddelen worden afgeleid dat verdachte niet alleen bij bank maar ook bij casino gebruik heeft gemaakt van pinpas? 3. Afwijzing van ttz. in hoger beroep herhaald (eerder toegewezen) verzoek tot horen van getuige, op de grond dat het niet te verwachten is dat getuige binnen aanvaardbare termijn zal kunnen worden gehoord, art. 288.1.a Sv. HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02348</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:971</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:971</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:971</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:971"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Witwassen (WhatsAppfraude). Verdachte heeft geld gepind waarop het slo geld had gestort. Middelen over te weinig gespecificeerde tenlastelegging, bewijs van het pinnen en over het niet kunnen ondervragen van Keskin-getuige. Hof had de oproeping van de getuige afgewezen op de grond dat de getuigenverklaring niet doorslaggevend was voor het bewijs. Beschouwingen over Keskin en de driestappentoets, met name over steunbewijs als compenserende factor en dubbeltelling van steunbewijs. De conclusie strekt tot verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02348</description><issued>2026-10-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1765</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:4290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:4290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:4290"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-003360-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-04-08</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1766</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1766</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1766</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1766"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Woningoverval. Medeplegen diefstal met geweld, art. 312.2.2 Sr. Bewijsklacht medeplegen. Kon hof (gelet op handelingen die verdachte heeft verricht) aannemen dat sprake is van medeplegen en is dit oordeel (gelet op verweer van raadsman) voldoende gemotiveerd? HR: at. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04074</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:899</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:4290</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1767</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1767</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1767"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mishandeling (art. 300.1 Sr) en niet voldoen aan ambtelijk bevel (art. 184.1 Sr). 1. Bewijsklacht mishandeling. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat bij aangeefster geconstateerd letsel door toedoen van verdachte is ontstaan, art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklacht niet voldoen aan ambtelijk bevel. Is voor rechtsgeldig bevel tot medewerking aan (nader) onderzoek a.b.i. van art. 55e.1 Sv vereist dat er aanwijzingen bestaan dat verdachte het geweldsmisdrijf onder invloed van alcohol heeft gepleegd? 3. Bewijsklacht niet voldoen aan ambtelijk bevel. Uos dat gelet op tijdsverloop aan verdachte geen bevel a.b.i. art. 55e.1 Sv had mogen worden gegeven, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04349</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:800</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:800"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Mishandeling en niet voldoen aan bevel tot medewerking nader onderzoek van uitgeademde lucht. M1: uos-klacht over causaal verband tussen gedragingen en letsel. M2: klacht over oordeel dat bevel om mee te werken aan nader onderzoek van uitgeademde lucht ex art. 55e.1 Sv kan worden gegeven bij vermoeden van middelengebruik en uos-klacht over tijdsverloop tussen geweldsmisdrijf en bevel. M3: overschrijding redelijke termijn in cassatie (inzendtermijn). AG meent dat de eerste twee middelen falen en derde middel slaagt. Conclusie strekt tot vernietiging, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04349</description><issued>2026-08-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1767</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:744"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Zware mishandeling. Eerste middel klaagt dat hof beroep op noodweer ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen. Middel faalt, omdat uit vaststellingen hof voldoende blijkt dat verdachte grenzen van proportionele verdediging heeft overschreden. Tweede middel bevat slagende klacht dat hof ten aanzien van de opgelegde schadevergoedingsmaatregel duur van de gijzeling ten onrechte heeft bepaald op 365 dagen. Namens BP ingediende middel klaagt tevergeefs over n-o verklaring door hof van vordering tot vergoeding (toekomstige) materiële schade. Conclusie strekt tot vernietiging voor wat betreft de duur van de opgelegde gijzeling die is verbonden aan de SVM en afdoening door de HR op dit punt en tot verwerping voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00403</description><issued>2026-08-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1482</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:141</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:141</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:141"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zware mishandeling. Verkeersruzie loopt uit op handgemeen. De verdachte heeft het slachtoffer met de punt van een paraplu tegen het hoofd geslagen, waardoor deze hersenletsel heeft opgelopen. Het slachtoffer had de verdachte eerst een klap gegeven, waartegen de verdachte zich mocht verdedigen. Daarbij is de verdachte te ver gegaan. Beroep op noodweer(exces) verworpen. Oplegging van 12 maanden gevangenisstraf. Toekenning smartengeld ad € 120.000,00, begroot mede aan de hand van de ‘Rotterdamse schaal’.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-000960-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1482</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1482</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1482</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1482"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zware mishandeling, art. 302.1 Sr. Maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Duur van gijzeling beloopt ten hoogste 1 jaar, waarbij in deze zaak geldt dat onder 1 jaar 360 dagen moet worden verstaan (vgl. HR:2021:812). HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van 360 dagen kan worden toegepast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00403</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:141</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:744</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1768"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Diefstal van auto d.m.v. valse sleutel, art. 311.1.5 Sr. 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door gemachtigde raadsvrouw gedaan op de grond dat zij verdachte ttz. had verwacht en hij heeft gezegd dat hij bij behandeling aanwezig wilde zijn, door hof afgewezen omdat geen concrete omstandigheid aan verzoek ten grondslag is gelegd en o.g.v. belangenafweging. 2. Bewijsklacht wederrechtelijke toe-eigening. Heeft hof de verwerping van alternatief scenario (verdachte is door kennis gevraagd auto op te halen) voldoende gemotiveerd verworpen? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00529</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:742</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1779</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1779</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1779"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beklag ex art. 552a Sv strekkende tot vernietiging van EncroChat- en SkyECC-gegevens en losstaande data die deel uitmaken van strafdossier na veroordeling in eerste aanleg t.z.v. productie van en handel in cocaïne, amfetamine, hennep en ketamine en voorhanden hebben van vuurwapens en munitie, waarna hof klager n-o heeft verklaard in zijn klaagschrift. Ontvankelijkheid cassatieberoep. HR: Om redenen vermeld in CAG staat tegen beschikking van hof geen cassatieberoep open. CAG: Wet kent geen bepaling die zittingsrechter bevoegd verklaart bewijsmateriaal dat naar zijn oordeel onrechtmatig is verkregen, alsnog uit dossier te verwijderen. Evenmin kent wet een bepaling die in art. 552a Sv bedoeld gerecht bevoegd verklaart om na aanvang van onderzoek ttz. stukken die bij procesdossier zijn gevoegd, uit dossier te doen verwijderen of te bepalen dat van die stukken geen kennis mag worden genomen dan wel dat daarvan bij beantwoording van vragen van art. 348 en 350 Sv geen gebruik mag worden gemaakt. Beklag strekt ertoe dat reeds van procesdossier deel uitmakende stukken/gegevens (waarvan Rb bij berechting in e.a. kennis heeft genomen) in fase van hoger beroep uit procesdossier worden verwijderd of dat wordt bepaald dat daarvan geen kennis mag worden genomen dan wel daarvan geen gebruik mag worden gemaakt. In aanmerking genomen dat beklagrechter in beklagprocedure a.b.i. art. 552a Sv na aanvang van onderzoek ttz. in e.a. niet kan bevelen dat gegevens uit procesdossier worden verwijderd of dat (zittingsrechter) wordt verboden van die gegevens kennis te nemen en gebruik te maken, heeft hof de klager terecht n-o verklaard in zijn beklag. Dit brengt mee dat voor klager evenmin beroep in cassatie openstaat, zodat klager daarin niet kan worden ontvangen. Klager n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00757</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:742"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Diefstal met valse sleutel (art. 311 Sr). Falende middelen over 1. afwijzing van aanhoudingsverzoek ttz nu aan het verzoek geen concrete omstandigheid ten grondslag is gelegd en 2. bewezenverklaring van het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Conclusie strekt tot verwerping (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00529</description><issued>2026-08-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1768</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:593</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:593</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:593"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Lemon. Vrijspraak moord. Veroordeling voor doodslag, het wegmaken van het lijk, het aanwezig hebben van cocaïne, MDMA en GHB en het voorhanden hebben van een Kalasjnikov. Beroep op noodweer(exces) verworpen. Overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-003371-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-03-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:11425</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1769</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:969</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:969</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:969"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling wegens doodslag op 8 maart 2020 in Haarlem en het medeplegen van het wegmaken van het lijk door het in zeil te wikkelen en met stenen verzwaard in de Mooie Nel te laten waar het enkele dagen later is gevonden, art. 151 en 287 Sr (ECLI:NL:GHAMS:2025:593). Middelen over de verwerping beroep op noodweer(exces). AG: de verdachte heeft met een doorgeladen vuurwapen gericht geschoten op het ongewapende slachtoffer dat op de verdachte afliep terwijl hij “schiet dan, schiet dan” riep en hem daarbij met één schot in de hartstreek dodelijk getroffen. Het oordeel dat het met een vuurwapen schieten op een ongewapende tegenstander disproportioneel is, is onder de gegeven omstandigheden niet onbegrijpelijk. Daarbij heeft het hof ook het ‘fysiek handgemeen’ betrokken tussen de verdachte en het slachtoffer dat hieraan vooraf is gegaan waaronder wat in de schriftuur wordt gepresenteerd als ‘wurgen althans daar een poging toe’. In verband met het beroep op noodweerexces is het oordeel van het hof, dat het niet aannemelijk is geworden dat de dreigende aanranding bij de verdachte een hevige gemoedsbeweging heeft veroorzaakt, niet onbegrijpelijk en geldt hetzelfde voor het oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat het slachtoffer in de weken voorafgaand aan de confrontatie in toenemende mate fysiek agressief was jegens de verdachte of derden. Het slachtoffer was sowieso geregeld wat agressief en dat was in de periode kort voor zijn overlijden niet anders dan in de jaren ervoor. Middelen over de motivering van de opgelegde twaalf jaar gevangenisstraf, de redelijke termijn in hoger beroep en in cassatie. Strekt tot partiële vernietiging m.b.t. de opgelegde straf en strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, en verwerping voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00931</description><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1769</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1769</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1769</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1769"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Doodslag door in 2020 in Haarlem na conflict in loods een ander in zijn hartstreek te schieten (art. 287 Sr), medeplegen wegmaken van lijk (art. 151 Sr), aanwezig hebben van cocaïne, MDMA en GHB (art. 2 C Opiumwet) en voorhanden hebben van machinegeweer (art. 26.1 WWM). 1. Noodweer, art. 41.1. Kon hof oordelen dat met vuurwapen schieten op ongewapende tegenstander disproportioneel is? 2. Noodweerexces, art. 41.2 Sr. Kon hof oordelen dat het “niet aannemelijk is geworden” dat dreigende aanranding bij verdachte een hevige gemoedsbeweging heeft veroorzaakt? 3. Strafmotivering (gevangenisstraf van 12 jaren). Verweer dat bij strafoplegging in strafmatigende zin rekening moet worden gehouden met reeks door verdediging naar voren gebrachte feiten en omstandigheden. 4. Overschrijding redelijke termijn in hoger beroep. Is 16-maandentermijn of 2-jaarstermijn van toepassing, nu verdachte zich i.v.m. met zaak in voorlopige hechtenis bevond? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/04266 (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, verdachte n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00931</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:969</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:593</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1780</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1780</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1780"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot doodslag door in 2021 in Harderwijk zijn 7 maanden oude zoontje krachtig door elkaar te schudden en/of geweld op diens hoofd uit te oefenen waardoor deze ernstig hersenletsel oploopt en zwaar gehandicapt raakt, art. 287 Sr. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01016</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:5423</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:5423</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:5423"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Schietincident in Lent op 13 september 2022. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van dertien jaar voor (feit 1) een poging tot moord op zijn ex-partner, (feit 2) een poging tot doodslag op een omstander die deze ex-partner te hulp schoot, (feit 3) bedreiging van een andere omstander, die de verdachte is gevolgd toen die wegvluchtte van de plaats van het misdrijf en (feit 5) het bezit van een vuurwapen en munitie. Daarnaast legt het hof de maatregel op die strekt tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (als bedoeld in art. 38z Sr) en verplicht het hof de verdachte tot vergoeding van schade van slachtoffers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-004818-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-09-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:5650</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1782</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1782</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1782</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1782"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot moord door in 2022 in Lent met vuurwapen te schieten op zijn ex-partner (art. 289 Sr), poging tot doodslag op omstander (art. 287 Sr), bedreiging van andere omstander en voorhanden hebben van revolver en munitie (art. 26.1 WWM). HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03236</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:5423</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1784</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1784</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1784"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-uitlevering opgeëiste persoon (Turkse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. invoer van drugs. 1. Verweer dat in strafzaak die heeft geleid tot veroordeling sprake was van voltooide schending van art. 3 EVRM, nu opgeëiste persoon tijdens zijn detentie meermalen is mishandeld, gefolterd en gemarteld. 2. Afwijzing aanhoudingsverzoek teneinde nader onderzoek te doen naar gestelde schending van art. 3 EVRM. HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00398</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:880</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1787</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1787</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1787"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Nederlandse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. verdenking van deelname aan criminele organisatie en drugshandel. Genoegzaamheid van stukken, art. 12.2.b Europees Verdrag betreffende uitlevering en 18.3.b Uitleveringswet. Kon Rb oordelen dat feiten waarvoor uitlevering wordt verzocht genoegzaam zijn omschreven a.b.i. art. 12.2 EUV en 18.3 Uitleveringswet en dat er geen reden is om OvJ opdracht te geven om hierover nadere vragen te stellen aan Turkse autoriteiten? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01564</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:879</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1808"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking op vordering OvJ ex art. 552f Sv tot onttrekking aan het verkeer van partij van 1.097 kilo 3-CMC. Zijn inbeslaggenomen voorwerpen o.g.v. art. 36d Sr vatbaar voor onttrekking aan verkeer? Met “feit” in art. 36c en 36d Sr wordt begaan strafbaar feit bedoeld. Rechter die bij afzonderlijke beschikking a.b.i. art. 36b.1.4 Sr onttrekking aan verkeer beveelt, zal moeten vaststellen dat inbeslaggenomen voorwerp in een in art. 36c of 36d Sr beschreven verband staat tot begaan strafbaar feit (vgl. HR:2022:37). Voor vaststelling dat strafbaar feit is begaan, volstaat niet redelijke vermoeden dat zo’n feit is begaan (vgl. HR:1982:AC7509). Rb heeft bij haar oordeel dat voorwerpen o.g.v. art. 36d Sr vatbaar zijn voor onttrekking aan verkeer, niet tot uitdrukking gebracht met welk begaan strafbaar feit (o.g.v. Opiumwet dan wel andere wet strafbaar gesteld feit) deze voorwerpen in verband staan. Dat klaagster is aangemerkt als verdachte van overtreding van art. 174 en 175 Sr en dat 3-CMC sinds 12-9-2023 (en dus na inbeslagneming van voorwerpen op 10-7-2023 en 25-7-2023) op lijst I van Opiumwet stond, volstaat niet voor dat oordeel (vgl. HR:2025:990). Oordeel van Rb is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01791</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:799</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:799"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Vordering tot onttrekking aan het verkeer a.b.i. art. 552f Sv van partij 3-CMC, welk middel ten tijde van inbeslagname nog niet verboden was. Middel klaagt terecht dat uit beschikking niet blijkt met welk strafbaar feit deze partij in verband staat. Enkele omstandigheid dat sprake is van verdenking van overtreding van art. 174 en 175 Sr is volgens vast jurisprudentie van de Hoge Raad daartoe niet voldoende. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01791</description><issued>2026-08-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1808</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:880"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Executie-uitlevering aan Turkije. Middel bevat falende klachten over verwerping verweer inzake voltooide schending art. 3 EVRM en afwijzing aanhoudingsverzoek dat ter staving van dit verweer is gedaan. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00398</description><issued>2026-09-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1784</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10649</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10649</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10649"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolging-EAB Hongarije: Hongaars vonnis in eerste aanleg vernietigd en terugverwezen, EAB ziet op nieuw te voeren procedure. Detentiegarantie voldoende. Verzoek om strafovername door Nederland geweigerd: gesteld nog gebleken is dat de opgeëiste persoon voldoet aan de eisen van artikel 6a. eerste en negende lid, OLW. Overlevering is toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-232841-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. L. Sanders, mr. M.W. Speksnijder</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31431"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710224 / JE RK 26-1375</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.B. Haverhoek</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7591</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7591</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7591"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen kopie besluit overgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7053</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10654</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10654</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10654"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB Polen: Artikel 12 OLW: de rechtbank ziet aanleiding om af te zien van weigeren. Het beroep op gelijkstelling slaagt niet, nu de opgeëiste persoon niet heeft aangetoond dat hij ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland verblijft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-329110-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. L. Sanders, mr. M.W. Speksnijder</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15223</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15223</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15223"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzetprocedure; gedaagden mogen tegenbewijs leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat er onder verantwoordelijkheid van gedaagde sub 2 een betalingstoezegging aan eiseres is gedaan en dat gedaagde sub 1 er als aandeelhouder in de gegeven omstandigheden mede verantwoordelijk voor is dat eiseres niet is betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712773 / HA ZA 26-13</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verzet</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7593</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7593</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7593"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tweede BNT WIA bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7892</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:4633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:4633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:4633"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opiumwet. Vernietiging van het vonnis van de rechtbank. Veroordeling wegens het meermalen medeplegen van opzettelijk handeling in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod tot een gevangenisstraf van 9 maanden, met aftrek van het voorarrest. Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-004833-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10660</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10660</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10660"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB België: het verweer t.a.v. het strafrestaant wordt verworpen, aangezien dat ziet op de tenuitvoerlegging van de straf. Voor zover hierover al onduidelijkheid bestaat, staat dit niet aan de overlevering in de weg. De opgeëiste persoon beroept zich op de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a, eerste lid, OLW. De overlevering wordt geweigerd onder gelijktijdige overname van de straf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-222162-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. L. Sanders, mr. M.W. Speksnijder</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2306</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2306</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2306"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is inwoner van Nederland en Duitsland. Het hof oordeelt dat het centrum van zijn levensbelangen (artikel 3 lid 3 van het Verdrag met Duitsland) in Nederland ligt. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat belanghebbende niet al zijn banktegoeden heeft aangegeven. Het hoger beroep van de inspecteur is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1182 en 24/1183</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, mr. J. Rietveld, mr. drs. M.H. van Schaik</contributor><issued>2026-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4627</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2337"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 10, leden 2 en 4 van richtlijn 2008/118/EG. Vervoer van goederen onder schorsing van accijns van België naar Nederland. De onder de accijnsschorsingsregeling overgebrachte goederen zijn niet of niet geheel op de plaats van bestemming (Nederland) zijn aangekomen, waarbij dat tekort niet eerder is geconstateerd dan bij het uitladen van het transportmiddel. Na beantwoording van prejudiciële vragen door het Gerecht EU oordeelt het hof dat de onregelmatigheid heeft plaatsgevonden in Nederland, zodat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1356 en 22/1357</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wessels, mr. drs. P. Fortuin, mr. W.J. Blokland</contributor><issued>2026-10-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3290</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13880"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht. Beroepen gaan over de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur van een zitzak en van het omhulsel van zo een zitzak. De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 3338</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.J. Ebbeling, W.M.C. Schipper, mr. dr. C.A. Schreuder</contributor><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26081"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting, overdracht economische eigendom, algemene tarief van toepassing, wetgeving per 1 januari 2025 geen terugwerkende kracht. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 26 _ 2868</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. Sahebali</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21003</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21003</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21003"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is een ondernemersfonds. Zij maakt niet aannemelijk dat zij voldoet aan de voorwaarden van de goedkeuringen van het Besluit Omzetbelasting Aftrek van Omzetbelasting. Beroepen op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel slagen niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres geen recht op (gedeeltelijke) aftrek van voorbelasting. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26_1551 26_1553 en 26_1554</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Arts</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15225"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">verkoop en levering aandelen; uitleg bepaling SPA</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/708630 / HA ZA 25-914</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7595"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6140</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7596</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7596</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7596"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/8274</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6394"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kwalificatie huurovereenkomst voor onbemand tankstation. Vervolg op het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden van 26 november 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4522. Toepassing maatstaf uit HR 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:552.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.897/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:4522</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10302"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hebben partijen alleen een huurovereenkomst gesloten of ook nog een aannemingsovereenkomst? Kwalificatie van de overeenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/442980 / HA ZA 25-681 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7597</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7597</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7597"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/8347</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15224</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15224</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15224"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">incident voeging (art. 217 Rv) aan de zijde van een niet verschenen gedaagde</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726005 / HA ZA 26-756</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6611</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6611</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6611"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Koop caravan. Ontbinding. Herroepingsrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12086364 \ CV EXPL 26-348</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.O. Frentrop</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7600</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7600</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7600"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA aanvraag gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/8278</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7620</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7620</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7620"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Derde BNT UHT aanvraag gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7113</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4681"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, aanvraag bijstand afgewezen, verzoeker heeft niet voldaan aan de informatieplicht. Recht op bijstand kan daardoor niet worden vastgesteld. Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/3111</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31422</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31422</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31422"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de meervoudige kamer tot verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De rechtbank betrekt bij het oordeel het perspectiefbesluit dat de kinderen in het pleeggezin zullen opgroeien.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710685 / JE RK 26-1425</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. de Kleine-Jansen, mr. R. van Zeijst-Repelaer van Driel, mr. K.A.M. Van Der Zon</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15238"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Toelating WSNP, verzoek toegewezen met hardheidsclausule</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615436:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1541</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1541</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1541"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Aanhouden voor raadsonderzoek naar omgangsregeling, ouders vertellen tegenstrijdige verhalen en het is onbekend hoe het met de kinderen gaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.318.211/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.D.M. Lamers, M.L.F.J. Schyns, E.P. de Beij</contributor><issued>2023-05-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31437</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31437</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31437"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712716 / JE RK 26-1636</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J.M. Bellekom</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:14845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:14845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:14845"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beperkingszaken ‘Delfborg I’ en ‘Delfborg II’ – verzet tegen de door de rechter-commissaris goedgekeurde staat van verdeling, waarop in Zweden gemaakte proceskosten als erkende vordering is opgenomen – het beperkte beoordelingskader op grond van artikel 642u Rv biedt geen ruimte voor de beoordeling in verzet door de rechtbank of het Baltic Cable al dan niet vrijstond om buiten de beperkingsprocedures verhaal te zoeken voor haar vordering wegens de Zweedse proceskosten – de vordering wegens Zweedse proceskosten is onvoorwaardelijk en zonder voorbehoud bij de vereffenaar ingediend, zonder de twijfel te uiten als bedoeld in artikel 642k Rv – voor het alsnog uiten van die twijfel is het te laat – de vordering wegens Zweedse proceskosten is niet ten onrechte in de staat van verdeling opgenomen – omdat er wellicht een procesgang open staat waarin het inhoudelijke debat gevoerd kan worden en gelet op het appel- en cassatieverbod van artikel 642y Rv, geeft de rechtbank Baltic Cable één maand de gelegenheid om aan te tonen dat zij haar vordering wegens de Zweedse proceskosten definitief heeft teruggenomen uit de beperkingsprocedures.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/424631 / HA RK 13-425</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Witkamp, mr. W.P. Sprenger, mr. S.H.L. Niessen</contributor><issued>2026-01-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6617</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6617</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6617"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze tussenuitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van een werkgever tegen de afwijzing van de aanvraag voor compensatie van betaalde transitievergoeding (CRTV). Het UWV heeft de aanvraag afgewezen omdat er geen sprake was van een ziekteperiode van tenminste twee jaren. De werkgever stelt zich te hebben vergist in de datum waarop de ziekteperiode tenminste twee jaren zou hebben geduurd. Volgens het buitenwettelijke begunstigende beleid van het UWV bij de compensatie van transitievergoedingen komt de werkgever in dit geval niet voor compensatie in aanmerking. Volgens de rechtbank is sprake van dwaling, die in de civielrechtelijke rechtsverhouding tussen werknemer en (de erfgenamen van de) werknemer nog hersteld kan worden. De rechtbank ziet daarom reden om het onderzoek te heropenen teneinde de werkgever in de gelegenheid te stellen om de dwaling te herstellen als hiervoor onder 5.11 overwogen en om daarop betrekking hebbende bewijsstukken (met name van verzending en/of ontvangst van [wils-]verklaringen) vervolgens in het geding te brengen. De rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat het UWV door deze gang van zaken onevenredig wordt benadeeld. Zij zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om op de overgelegde stukken te reageren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/312</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Koster</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:1194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:1194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:1194"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek opmaken geboorteakten voor drie kinderen. Gelasten DNA-onderzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.669/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C.E. Ackermans-Wijn, C.N.M. Antens, E.M.D.M. van der Linden</contributor><issued>2025-06-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6609</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6609</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6609"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlenging OTS. Het is nog onvoldoende gelukt om tot verandering van de situatie tussen ouders en de kinderen te komen. Het is van belang dat de ondersteuning betrokken blijft en voortgezet wordt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350816 / JE RK 26-1362</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Couperus-van Kooten</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10834"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Dwaling verontschuldigbaar. Gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/2448</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7145</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7145</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7145"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde woning. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/588</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31450"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">afwijzen verzoek ontbinding op grond van disfunctioneren, wel sprake van verstoorde verhouding, voldoende inspanningen gedaan om tot herplaatsing te komen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12284604 \ RP VERZ 26-50780</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.F.H. van Eijk</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:208"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bouwproject. Afwijzing vordering van aannemer tot opheffing executoriaal beslag wegens verbeurde dwangsommen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202603136</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.E. de Kort</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11076"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Parkeren in andere parkeerzone. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/4075</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6612</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6612</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6612"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek ex 4:214 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12412334 \ EJ VERZ 26-296</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. U. van Houten</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7144"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijstelling gebrouwen die meer dan 70% voor de openbare eredienst worden gebruikt. Beroep gegrond, proceskostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/577 en UTR 25/578</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10721</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10721</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10721"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In verband met de ontwikkeling van het stadsstrand in Hoorn heeft de gemeente Hoorn een “Kavelpaspoort strandpaviljoen stadsstrand Hoorn” uitgegeven. Het Kavelpaspoort bevat bouwregels en een situatieschets inzake grootte, architectonische uitstraling en te gebruiken materialen voor een aldaar te vestigen strandpaviljoen. Belanghebbende heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor de ontwikkeling van het strandpaviljoen. Naar aanleiding van berichten vanuit het Hoogheemraadschap heeft belanghebbende de aanvraag aangepast door het indienen van een nieuwe bouwtekening. De gevraagde omgevingsvergunning is onder voorwaarden verleend en verweerder heeft belanghebbende een aanslag leges opgelegd ter grootte van € 33.576,40, waaronder leges ter zake van “planologisch strijdig met bouw” van € 14.868,00. Volgens belanghebbende is dit bedrag ten onrechte geheven omdat daarvoor geen aanvraag was ingediend. De rechtbank overweegt dat met het indienen van de nieuwe bouwtekening de aanvraag is aangevuld tot een aanvraag voor de vergunning van een bouwactiviteit die strijdig is met het bestemmingsplan en is het bedrag van € 14.868.00 in zoverre terecht geheven. De rechtbank honoreert echter het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel omdat aan de inhoud van het Kavelpaspoort redelijkerwijs het vertrouwen mocht worden ontleend dat de aanvraag in overeenstemming was met het bestemmingsplan. Het beroep is daarom gegrond en de aanslag wordt verminderd tot € 18.708,40.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/1968</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:6473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:6473"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht. Gaat om de tijdigheid verzoek om terugbetaling en of verweerder het verzoek om terugbetaling terecht heeft afgewezen onder de overweging dat eiseres aanvullende rechten verschuldigd is voor Bourbon Whiskey uit de VS.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 3348</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.H. Lauryssen, S.K.A. Efstratiades, E.M.R. Vennekens</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6613</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6613</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6613"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek ex 4:202 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12412300 \ EJ VERZ 26-295</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. U. van Houten</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31453</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31453</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31453"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning voor de realisatie van een ontsluitingsweg voor de wijk "Fortuyn van Voorschoten" ter hoogte van de Leidseweg/Vinkweg. Het plangebied ligt deels binnen de gemeentegrenzen van Voorschoten en deel binnen de gemeentegrenzen van Leiden. De rechtbank overweegt dat het bestreden besluit de aansluiting van de Griffioenlaan op de Vinkweg faciliteert. Met het bestreden besluit wordt de Griffioenlaan daarmee feitelijk een doorgaande weg en kan deze in gebruik worden genomen als gebiedsontsluitingsweg na afsluiting van de Leidseweg Noord. De ruimtelijke gevolgen van het gebruik van de Griffioenlaan als gebiedsontsluitingsweg zijn echter al betrokken en beoordeeld bij het vaststellen van het bestemmingsplan. Bij de beoordeling van de vraag of de hier in geding zijnde ontsluitingsweg geen strijd oplevert met een goede ruimtelijke onderbouwing heeft het college daarom geen rekening hoeven te houden met de door eisers gestelde nadelige gevolgen van het gebruik van de Griffioenlaan als gebiedsontsluitingsweg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/9520</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Smits</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6618</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6618</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6618"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen een crisismaatregel en verzoek schadevergoeding op grond van artikel 10:12 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: .: C/08/348466 / FA RK 26-1338 en 348474 FA RK 26-1340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.A.J. Lemain</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4674"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening, weigering afgifte Nederlands rijbewijs aan asielzoeker die in afwachting is van beslissing op zijn asielaanvraag (artikel 8, aanhef en onder g van de Vreemdelingenwet). Weigering gebaseerd op artikel 111, derde lid, van de Wegenverkeerswet. Complexe rechtsvragen, niet geschikt voor behandeling in vovo-procedure. Wel belangenafweging. Belangen burgemeester wegen zwaarder. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/2839</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15258</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15258</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15258"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">dwangakkoord toegewezen. Aanbod is het maximaal haalbare. Voldoende aannemelijk dat de afloscapaciteit niet zal toenemen. Er is sprake van ontheffing van de sollicitatieverplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2610590:R-RK – NL:TZ:2610591:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7552"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3474</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Y.N.M. Rijlaarsdam</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6614</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6614</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6614"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis. De rechtbank veroordeelt een 46-jarige man tot betaling van schadevergoedingen van een aantal benadeelde partijen en schorst het onderzoek tot de terechtzitting van 25 mei 2027 om 09.00 uur en beveelt dat het onderzoek dan zal worden hervat. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van achttien feiten, waaronder het meermalen besturen van een voertuig terwijl hij wist dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, diefstallen, poging tot diefstal met inbraak, diefstal van koper en vernieling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08-328494-25, ttz gev.: 96-141636-25, 96-187617-25, 08-051954-26, 08-234154-25, 08-245774-25, 03-249042-25, 08-254736-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Holten, mr. I.E. Voorberg, mr. M. ter Riet</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10735</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10735</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10735"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot doodslag met trappen tegen het hoofd van het slachtoffer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13.190553.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.E Somsen, mr. R. van de Water, V.M. Hounjet</contributor><issued>2026-11-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7553</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7553</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7553"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3483</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Y.N.M. Rijlaarsdam</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAM:2026:142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2026:142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAM:2026:142"><country>NL</country><court>OGEAM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Verzoek schorsing executieveiling toegewezen. Opmerking over schending artikel 544 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM202601219</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.J. Saarloos</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7221</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7221</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7221"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingswet. Beroep tegen omgevingsvergunning voor het legaliseren van een terreinafscheiding en het realiseren van een schapenschuilplek. Het college heeft de omgevingsvergunning kunnen verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/7808</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7555</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7555</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7555"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3490</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Y.N.M. Rijlaarsdam</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7249</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7249</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7249"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen bestuurlijke boete wegens verschillende overtredingen in 2023 van de Meststoffenwet. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/5111</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7554</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7554</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7554"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3488</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Y.N.M. Rijlaarsdam</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7556</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7556</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7556"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3496</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Y.N.M. Rijlaarsdam</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15261</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15261</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15261"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">moratorium toegewezen voor zes maanden. Voldoende inkomen om de lopende huurtermijnen te voldoen. Beschermingsbewind is inmiddels uitgesproken en waarborgt de huurbetalingen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616703:R-RK - NL:TZ:2616716:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:210</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:210</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:210"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil over samenwerkingsovereenkomst en gebruik van handelsnaam. Vastlegging ter zitting getroffen regeling in vonnis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202602565</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.E. de Kort</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4509"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Tijdens de zitting zijn de door partijen ingebrachte bouwtekeningen en de toegepaste oppervlaktes uitvoerig besproken. Hierbij is vastgesteld dat de door belanghebbende overgelegde bouwtekening de juiste is. Gelet hierop heeft de heffingsambtenaar aangegeven dat de waarde moet worden verlaagd naar € 200.000. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/5011</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Praamstra</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4669</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4669</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4669"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van de maatregel van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-180451-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.R. Eising, mr. J. Faber, L.E. Ettema</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4668"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van de maatregel van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaren en een wijziging in de voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-304349-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.R. Eising, mr. J. Faber, L.E. Ettema</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31460</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31460</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31460"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 3 EVRM, art. 4 Handvest, art. 17 Dvo, indirect refoulement</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32741 en NL26.32742</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.C. Laagland</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4670</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4670</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4670"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaren en voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-930266-13</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.R. Eising, mr. J. Faber, mr. L.E. Ettema</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAM:2026:143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2026:143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAM:2026:143"><country>NL</country><court>OGEAM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procedure tussen familieleden. Gebruikster dient pand eiser binnen vier maanden te ontruimen wegens renovatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM202600067</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.J. Saarloos</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15257</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15257</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15257"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak medeplegen van en medeplichtigheid aan een straatroof van twee toeristen. Teruggave in beslaggenomen geld aan verdachte. Benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10.011720.26, TUL: 10-069919-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.H. Janssen, mr. J.C. Tijink, mr. W.J. de Veld</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:519</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:519</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:519"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De accountantskamer heeft in haar uitspraak de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard. Het College komt in hoger beroep tot het oordeel dat de hogerberoepsgrond gericht tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdeel c, inhoudende dat de accountant heeft verzuimd om correspondentie van de Belastingdienst en van de Kamer van Koophandel zodanig tijdig aan klagers te overhandigen dat zij hierop actie hadden kunnen nemen door onder andere adviseurs in te huren, slaagt. De accountant heeft met haar handelen en nalaten het fundamentele beginsel van professionaliteit als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, en artikel 4 van de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants geschonden. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard. Aan de accountant wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1150</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.C. Stuldreher, mr. dr. H.L. van der Beek, mr. M.L. Noort</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32258</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32258</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32258"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eisers komen uit Afghanistan. Zij hebben in Griekenland internationale bescherming gekregen. Hierna zijn eisers naar Nederland gekomen en hebben zij hier om asiel gevraagd. Zij stellen dat de omstandigheden in Griekenland zo slecht zijn, dat zij daar geen leven kunnen opbouwen. Ook willen zij hun zoon een goede toekomst bieden. Verweerder heeft de asielaanvragen van eisers niet-ontvankelijk verklaard, omdat eisers al internationale bescherming hebben in Griekenland. Volgens verweerder kan eiser zichzelf en zijn gezin enige tijd staande houden in Griekenland. Ook stelt verweerder zich op het standpunt dat de toekomst van de zoon van eisers geen reden is om de asielaanvragen in behandeling te nemen. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij hebben beroep ingesteld bij de rechtbank en argumenten gegeven. Dit zijn de beroepsgronden. Op basis van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of verweerder de asielaanvragen van eisers terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank volgt verweerder en verklaart de beroepen van eisers ongegrond. Dit betekent dat eisers geen gelijk krijgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54911, NL26.54912, NL26.54913 en NL26.54914</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.P.W. van de Ven</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:518</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:518</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:518"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Teeltverbod, knolcyperus. Het College is van oordeel dat de minister het in bezwaar gehandhaafde teeltverbod op het punt van de afbakening van het perceelsgedeelte waarvoor het geldt, onzorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Het College vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op om een nieuw besluit te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/251</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. D. Brugman, mr. W.C.E. Winfield, mr. M.L. Noort</contributor><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Regeling plantgezondheid</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32266</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32266</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32266"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is niet-ontvankelijk verklaard door verweerder omdat eiser internationale bescherming heeft in Griekenland. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijk verklaring van de aanvraag. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Het beroep is gegrond en eiser krijgt daarmee gelijk. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat de terugkeer van eiser naar Griekenland niet in strijd is met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest. Uit het IB 2026/31 noch uit andere informatie blijkt dat er sprake is van een verbetering voor Griekse statushouders bij terugkeer naar Griekenland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.54574 en NL26.54575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.V.A. Corstens</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:515</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:515</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:515"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om herziening van de uitspraak van het College van 4 maart 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:119). Het College is van oordeel dat Zonvarken geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Voor zover Zonvarken meent dat het oordeel van het College in de uitspraak van 4 maart 2025 op een onjuiste rechtsopvatting berust, kan dat niet als grond voor herziening dienen. Wat betreft de verwijzing van Zonvarken naar een bij haar bekende onderneming die subsidie zou hebben gekregen terwijl het project op een andere locatie wordt uitgevoerd en met andere ondernemers dan bij de projectaanvraag is aangegeven, oordeelt het College dat niet duidelijk is of de subsidie daadwerkelijk is verleend. Ook indien de subsidie zou zijn verleend dan geldt dat dit is gebeurd nadat uitspraak is gedaan in de zaak van Zonvarken zodat geen sprake is van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, onder a, van de Awb. Het verzoek om herziening wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/133</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Herziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. T. Pavicevic, mr. dr. M.J. Jacobs, mr. drs. C.T. Aalbers</contributor><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:517</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:517</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:517"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De raad heeft de toelatingen van de als sjalotten aangemerkte rassen Davidor en Innovator ingetrokken omdat de rasbeschrijvingen onjuist zouden zijn. Het College oordeelt dat de raad niet aannemelijk heeft gemaakt dat Davidor en Innovator niet meer aan de toelatingseisen voldoen. De raad heeft namelijk zelf een heronderzoek aangekondigd waarin definitief vastgesteld wordt of Davidor en Innovator sjalotten dan wel uien zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1015</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. D. Brugman, mr. W.C.E. Winfield, mr. M.L. Noort</contributor><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Besluit werkzaamheden Raad voor plantenrassen</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:514</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:514</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:514"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking van een Eurovergunning (communautaire vergunning) voor beroepsgoederenvervoer over de weg. Appellante heeft niet aangetoond dat zij voldoet aan de eis van financiële draagkracht voor het aantal vergunningbewijzen waarover zij de beschikking heeft. Intrekking van de vergunning is niet onevenredig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/468</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.H. de Wildt, mr. M. van Duuren, mr. B. Bastein</contributor><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet wegvervoer goederen</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32197</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32197</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32197"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verblijfsvergunning asiel voor Ahmadi. Vernietiging. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom geen sprake is van groepsvervolging van Ahmadi’s in Pakistan. Ook heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom eiser zijn persoonlijke vrees voor vervolging onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. De minister moet opnieuw op de aanvraag beslissen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.50491 en NL26.50492</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B.L. van der Weele</contributor><issued>2026-11-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31451</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31451</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31451"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordring tot verdeling van een (zakelijke) gemeenschap. Schending van de verplichtingen van artikel 21 Rv. Op basis van de summiere dagvaarding kan niet tot verdeling worden overgegaan zonder boedelnotaris. De rechtbank ziet geen aanleiding om de procedure aan zich te houden en eiser op die wijze de gelegenheid te geven de summiere dagvaarding nader aan te vullen. De facto zou eiser daarmee de mogelijkheid krijgen een conclusie van repliek in te dienen, waarna opnieuw een mondelinge behandeling moet worden gehouden. Daarin voorziet Rv niet. Partijen worden veroordeeld tot verkoop van de gemeenschappelijke onroerende zaak. Eiser wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard, aangezien partijen zich uitdrukkelijk verzetten tegen de benoeming van een notaris.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/700341</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Bordes</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4671</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4671</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4671"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van grootschalige refundfraude, te kwalificeren als flessentrekkerij, het medeplegen van witwassen en het voorhanden hebben van gegevens die zijn bestemd voor het plegen van een misdrijf ter verkrijging van een niet-contant betaalinstrument tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast wordt aan verdachte opgelegd een taakstraf voor de duur van (in totaal) 480 uren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.171264.23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Sieders, mr. H.M. Lenting, mr. G. Eelsing</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4675</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4675</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4675"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling wegens poging tot doodslag, wapenbezit en vernieling tot een gevangenisstraf van 6 jaar. Noodweerexcesverweer verworpen. Vorderingen van de benadeelde partijen gedeeltelijk toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.128601.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.W. Janssen, mr. H.H. Kielman, mr. S. Zwarts</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4667"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van grootschalige refundfraude, te kwalificeren als flessentrekkerij, het medeplegen van witwassen, het voorhanden hebben van gegevens die zijn bestemd voor het plegen van een misdrijf ter verkrijging van een niet-contant betaalinstrument en het voorhanden hebben van verdovende middelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 35 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.149143.23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Sieders, mr. H.M. Lenting, mr. G. Eelsing</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:16407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:16407"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ambtshalve toetsing Algemene voorwaarden van Stichting Noordwest Ziekenhuisgroep van 2 mei 2023. Mogelijk oneerlijk bik-beding. Eiser mag zich uitlaten bij akte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11556805</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32278</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32278</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32278"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.50101</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4666"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van grootschalige refundfraude, te kwalificeren als flessentrekkerij en het medeplegen van witwassen tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.080664.23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Sieders, mr. H.M. Lenting, mr. G. Eelsing</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4665</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4665</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4665"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich op 3 maart 2025 samen met medeverdachte schuldig gemaakt aan mishandeling van en dwang jegens hun kind, die destijds 16 jaar oud was. De rechtbank acht oplegging van een taakstraf van 100 uren passend en geboden. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-346224-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.M. Wolters, mr. L.M.B. Soppe, mr. R.A. Valk</contributor><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 284</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 300</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 304</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4684</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4684</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4684"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag van alle rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op noodweer voor poging tot doodslag. Veroordeling wegens wapenbezit en mishandeling tot een gevangenisstraf van 12 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.156787.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.W. Janssen, mr. H.H. Kielman, mr. S. Zwarts</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4685</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4685</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4685"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Integrale vrijspraak voor zowel medeplegen als medeplichtigheid van poging tot doodslag en bedreiging, omdat het dubbele opzet niet kan worden bewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.185424.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Zwarts, mr. L.W. Janssen, mr. dr. H.H. Kielman</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4664"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich op verschillende momenten schuldig gemaakt aan dwang, bedreiging en mishandeling begaan jegens zijn minderjarige dochter, die ten tijde van de bewezenverklaarde feiten 15 en 16 jaar oud was. Verdachte is ook in bezit geweest van een wapen. De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk ten aanzien van het ontuchtfeit. De rechtbank acht een gevangenisstaf voor de duur van 270 dagen, met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest, waarvan 148 dagen voorwaardelijk, passend en geboden. Aan het voorwaardelijk strafdeel worden bijzondere voorwaarden gekoppeld. Daarnaast wordt aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-077795-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.M. Wolters, mr. L.M.B. Soppe, mr. R.A. Valk</contributor><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4639</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4639</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4639"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">bpm, taxatiemethode, tegenbewijsregeling van onderdeel 3.5 van Bijlage I bij de Uitvoeringsregeling Bpm onverbindend wegens strijdigheid met het evenredigheidsbeginsel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/846</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7460</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7460</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7460"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever vordert boete vanwege overtreding anti-ronselbeding. Kantonrechter gaat over tot matiging van de boete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12191176 \ UC EXPL 26-3556</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.J.M. Hendriks</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7799"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst afgewezen. Werkgever heeft niet voldaan aan de herplaatsingsverplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HA VERZ 26-134 /12351202</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.C. Zandman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14742"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoekschrift vernietiging ontslag. Relatieve onbevoegdheid. Verwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12398484 VZ VERZ 26-3742</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Vriezen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11208"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is aangeslagen in de reclamebelasting ter zake van een in grote letters vermeldde naam bij de ingang van het bedrijfspand. Het beroepschrift is niet ingediend binnen de wettelijke termijn, maar de rechtbank acht het beroep, met toepassing van artikel 6:11 Awb, ontvankelijk omdat uit de stukken naar voren komt dat de uitspraak op bezwaar is aangemaakt, maar verweerder niet aannemelijk maakt dat die ooit naar belanghebbende is gestuurd. Aangaande de vraag of de reclamebelasting terecht is geheven overweegt de rechtbank dat de naamsvermelding een openbare aankondiging is in de zin van de reclamebelasting en de daarover beschikbare jurisprudentie van de Hoge Raad en niet is te rangschikken onder één van de aankondigingen waarvoor een vrijstelling geldt. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 5370</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Snitker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3066</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3066</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3066"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Opheffing bewind: geen noodzaak tot voortzetting bewind.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.365.440/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:211</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:211</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:211"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij belanghebbende is een boekenonderzoek ingesteld. Naar aanleiding daarvan zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd. Het Gerecht is van oordeel dat de Inspecteur tegenover de betwisting door belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de naheffingsaanslagen en vergrijpboetes WB en OB 2019 tijdig zijn bekendgemaakt. De naheffingsaanslagen en vergrijpboetes WB en OB 2019 dienen daarom vernietigd te worden. De naheffingsaanslagen en vergrijpboetes LB en premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ 2019 blijven gehandhaafd. Er is geen aanleiding om uit te gaan van een lager gebruikelijk loon dan zoals door de Inspecteur is gecorrigeerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202505117 tot en met CUR202505119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Pijnenburg, Peter</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4658</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4658</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4658"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het voorhanden hebben van (vuur)wapens, munitie en cocaïne en de voorbereiding van drugshandel tot een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-145279-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. H. de Ruijter, mr. J.V. Nolta, mr. T.R. Bosker</contributor><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10a</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet wapens en munitie 13</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet wapens en munitie 26</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet wapens en munitie 55</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14968</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14968</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14968"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Opus. Ontnemingsvordering. Betalingsverplichting ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, van een bedrag van € 500.000,-.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15.872037.15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Hoendervoogt, mr. A. Buiskool, mr. A.M.C. de Haan</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14969</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14969</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14969"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Opus. Ontnemingsvordering. Betalingsverplichting ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn en de in de strafzaak opgelegde afroomboete, van een bedrag van € 15.000,-.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15.870214.16</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Hoendervoogt, mr. A. Buiskool, mr. A.M.C. de Haan</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14970</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14970</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14970"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Opus. Ontnemingsvordering. Afwijzing van diverse ontnemingsposten en een positief resultaat van de eenvoudige kasopstelling. Rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel daarom vast op nihil en wijst de ontnemingsvordering af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15.871456.15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Hoendervoogt, mr. A. Buiskool, mr. A.M.C. de Haan</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4652</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4652</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4652"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor een poging tot zware mishandeling door aangever in het achterhoofd te steken. Ontkennende verdachte. DNA-sporen op het mes van zowel aangever als verdachte.6 maanden gevangenisstraf met aftrek</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-146606-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. H. de Ruijter, mr. J.V. Nolta, mr. T.R. Bosker</contributor><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 302</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4676</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4676</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4676"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Woo, voorlopige voorziening hangende beroep. geen bijzonderen omstandigheden aangevoerd die uitzondering op de regel dat openbaar wordt gemaakt rechtvaardigen. Dat er nog een juridsche procedure loopt over sommige stukken, is in dit geval geen bijzondere omstandigheid</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/2946 en 26/2948</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3027"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van poging tot doodslag op zijn dochtertje tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren. Vrijspraak in eerste aanleg. Appel officier van justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000445-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T. van de Woestijne, S.V. Pelsser, M.C.C. van de Schepop</contributor><issued>2025-11-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1803</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15265</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15265</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15265"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">moratoriumverzoek toegewezen voor zes maanden. Voldoende inkomsten om de lopende huurtermijnen te kunnen voldoen. Doorverwijzing naar schuldhulpverlenende instantie heeft inmiddels plaatsgevonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617511:R-RK - NL:TZ:2617512:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4677</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4677</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4677"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening hangende bezwaar, Woo-verzoek, uitspraak zonder zitting, treffen van voorlopige voorziening maakt heroverweging in bezwaar zinledig, verzoek toegewezen, geen openbaarmaking tot twee weken na het besluit op bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/2907</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1065"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03400</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1803</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1803"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot doodslag, art. 287 Sr. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 452.2 Sv en 4.3.3.4 Procesreglement HR. Voldoet cassatieschriftuur aan vereisten, nu machtiging van raadsman ontbreekt? Schriftuur bevat niet verklaring van raadsman dat hij tot indiening bepaaldelijk is gevolmachtigd door verdachte. Raadsman is in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, maar daarvan is geen gebruik gemaakt. Verdachte heeft dus niet op voorgeschreven manier bij HR door raadsman een schriftuur met middelen doen indienen (zie art. 452.2 Sv). Gevolg daarvan is dat HR het beroep van verdachte niet in behandeling kan nemen. Verdachte n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03400</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:3027</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:1065</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31464</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31464</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31464"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">art. 3 EVRM, art. 4 Handvest, indirect refoulement</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45083 en NL26.45084</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.J.P. Bosman</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31466</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31466</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31466"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">ontslag op staande voet terecht gegeven, geen transitievergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12252066 \ RP VERZ 26-50685</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.E. Groeneveld-Stubbe</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15212</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15212</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15212"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding. Afwijzing. De inschrijving van eiser is terecht terzijde gelegd door gedaagde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/727815 / KG ZA 26-1095</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6619</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6619</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6619"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 365 dagen, waarvan 354 dagen voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uren, het betalen van een schadevergoeding en stelt dat hij zich meldt bij de Reclassering. De verdachte is schuldig bevonden aan diefstal met geweld tegen personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd op een besloten erf waarop een woning staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08-220004-26 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.H. Heijink, mr. V. Wolting, mr. P.J.P. Beker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:4187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:4187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:4187"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Wmo. Huishoudelijke hulp. Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang. Ter zitting is gebleken dat inmiddels feitelijk in hetzelfde aantal uren huishoudelijke hulp als voorheen is voorzien.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/872</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.W. De Jonge</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10561</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10561</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10561"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het opzettelijk in voorraad hebben van zo'n 50 kilogram ketamine, zonder over een daarvoor benodigde registratie te beschikken. Oplegging van 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-194680-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10682</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10682</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10682"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor medeplegen van verlengde uitvoer cocaïne en heroïne. Gevangenisstraf 42 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-126493-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10685</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10685</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10685"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het medeplegen van de verlengde uitvoer van cocaïne en heroïne tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-126515-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6620</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6620</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6620"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot het betalen van een geldboete van €1.500,- en legt hem een voorwaardelijke rijontzegging op voor de duur van 6 maanden. De verdachte is schuldig bevonden aan een verkeersovertreding en het veroorzaken van een ongeval waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08-050228-26 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.H. Heijink, mr. V. Wolting, mr. P.J.P. Beker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31480</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31480</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31480"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">openbaar ministerie niet-ontvankelijk; tijdsverloop en bijkomende omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 0980936017</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. H.M. Braam, mr. J.A.W. van 't Westeinde LL.M., mr. P.L. Loeb</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8755</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8755</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8755"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen categorie II en munitie categorie III en voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder C en 3 onder C van de Opiumwet. Gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-337051-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. van Kralingen, M.E.I. Beudeker, J.M.J.C. Paijmans</contributor><issued>2024-12-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31481</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31481</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31481"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">openbaar ministerie niet-ontvankelijk; tijdsverloop en bijkomende omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 0980734017</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. H.M. Braam, mr. J.A.W. van 't Westeinde LL.M., mr. P.L. Loeb</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11136</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11136</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11136"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">CBM-zaak. Verzoek opheffing bewind rechthebbende toegewezen, ondanks dat nog geen geslaagd zelfredzaamheidstraject is gevolgd. Dit omdat de grondslag voor voortzetting bewind ontbreekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11794432 BM VERZ 25-3483</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15266</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15266</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15266"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Moratorium verzoek toegewezen voor zes maanden. Voldoende inkomsten om de lopende huurtermijnen te kunnen voldoen. Verzoekers hebben zich gewend tot schuldhulpverlening voor hun schuldenproblematiek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617552:R-RK – NL:TZ:2617554:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1262"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 51,44%. Praktische schatting. Feitelijk verrichte arbeid. Geen gecombineerde schatting (praktisch en theoretisch). Ex-werkneemster werkte ten tijde van de beoordeling veertien uur per week als senior therapeut bij een andere werkgever. Het Uwv heeft op basis van een theoretische schatting berekend dat ex-werkneemster 53,34% arbeidsongeschikt is. Een praktische schatting leidt tot een mate van arbeidsongeschiktheid van 51,44% en op dit percentage is het bestreden besluit gebaseerd. Appellante, de werkgever, stelt in hoger beroep dat ex-werkneemster in staat is om veertig uur per week te werken, maar er zelf voor heeft gekozen om slechts veertien uur te werken. De Raad acht de wijze waarop de arbeidskundige beoordeling is verricht, in overeenstemming met het Schattingsbesluit. In het kader van een praktische schatting kan slechts rekening worden gehouden met verdiensten uit feitelijk verrichte (passende) arbeid. De Raad heeft geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de werkzaamheden van senior therapeut die ex-werkneemster op de datum in geding verrichtte haar belastbaarheid overschrijden. Niet in geschil is dat ex-werkneemster deze werkzaamheden ook al gedurende langere tijd, namelijk meer dan twee jaar, heeft verricht. De Raad kan zich daarom vinden in het standpunt van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep dat de werkzaamheden passend geacht kunnen worden voor ex-werkneemster. Voor de door appellante geopperde gecombineerde schatting (praktisch en theoretisch) is in het Schattingsbesluit geen basis te vinden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/122 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1144"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking en terugvordering van bijstand. Hoofdverblijf. Onvoldoende feitelijke grondslag. Rechtmatigheid onderzoek. Opdracht nieuw besluit. Voor de periode van 6 oktober 2020 tot en met 17 januari 2021 is er, ook als de navolgende onderzoeksbevindingen in onderlinge samenhang worden bezien, onvoldoende feitelijke grondslag voor het standpunt van het college dat appellante haar hoofdverblijf niet op het uitkeringsadres had. Zo ziet het gemeten nutsverbruik gedeeltelijk op een periode voorafgaand aan de te beoordelen periode. Dat appellante vanaf 6 oktober 2020 de meeste pinbetalingen in plaats 1 deed, is op zichzelf ook onvoldoende. Dat geldt voorts voor het laten bezorgen van bestellingen op een andere locatie dan het uitkeringsadres en het vanaf een bepaald IP-adres bestellingen plaatsen. Voor de periode vanaf 18 januari 2021 is er wel voldoende feitelijke grondslag en is sprake van extreem laag waterverbruik waarvoor appellante geen aannemelijke verklaring heeft gegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2114 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1013</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1013</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1013"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag. Bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten. Terugwerkende kracht. Onjuiste toepassing tegenwettelijk beleid. Zelf voorzien. Partijen zijn verdeeld over de vraag van welke datum of data moet worden uitgegaan voor het bepalen van de tijdigheid van de aanvraag. In dit geval gaat het om de situatie van vervanging van een bewindvoerder waarbij de kantonrechter de ingangsdatum van de benoeming heeft bepaald op 1 december 2019. Dat betekent dat die datum volgens de beleidsregel de ingangsdatum is voor de aanvraag van bijzondere bijstand voor de intakekosten. De aanvraag voor die kosten moet dus binnen drie maanden en één dag na die datum van 1 december 2019 door het college zijn ontvangen. Vaststaat dat de aanvraag op 18 februari 2020 en dus tijdig is ontvangen. De Raad is dan ook van oordeel dat het college de beleidsregel niet juist heeft toegepast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/3947 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:819"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering Wajong-uitkering toe te kennen. Voldoende medische onderbouwing. De rechtbank heeft terecht het Uwv gevolgd in zijn standpunt dat het ontbreken van arbeidsvermogen van appellant op 26 juli 2023 niet duurzaam was en appellant daarom niet als jonggehandicapte is aan te merken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1088 Wajong</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15211</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15211</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15211"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Executiegeschil. Afwijzing. Er is geen sprake van misbruik van bevoegdheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726619 / KG ZA 26-984</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1195"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening en terugvordering van bijstand. Lening. Geen inkomen. Tussen partijen is niet in geschil dat betrokkene het bedrag van € 500,- contant had geleend van X. Alleen in geschil is of de lening als inkomen in mindering moet worden gebracht op de bijstand van betrokkene. Dat mocht het dagelijks bestuur niet, want in dit geval is het als lening ontvangen bedrag geen inkomen. Daarbij staat voorop dat het een eenmalig verkregen geleend bedrag betreft, dat niet voortkwam uit een bron die periodiek of bij herhaling middelen voor de voorziening in het levensonderhoud opleverde. Daarnaast is de eenmalige lening hier ook naar zijn aard niet gelijk te stellen met periodieke inkomsten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2763 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1263</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1263</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1263"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering toeslag toe te kennen op verstrekte voorschotten aan WIA-uitkering. Het hoger beroep beperkt zich tot de vraag of het Uwv terecht een toeslag op de verstrekte voorschotten aan WIA-uitkering over de periode van 7 augustus 2023 tot en met 30 september 2023 heeft geweigerd, omdat met de afwijzing van de WIA-aanvraag bij besluit van 28 september 2023 de grondslag aan het recht op toeslag, te weten het bestaan van het recht op een loondervingsuitkering, is komen te vervallen. Evenals de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag bevestigend. Het Uwv heeft zijn standpunt ter zitting bij de rechtbank gewijzigd in die zin dat een toeslag op een verstrekt voorschot aan WIA-uitkering mogelijk is, maar dat dit niet kan als het recht op voorschot aan WIA-uitkering is ingetrokken. Dat laatste is hier gebeurd, omdat het Uwv met een besluit van 28 september 2023 de aanvraag van appellante voor een WIA-uitkering heeft afgewezen. Achteraf is vastgesteld dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering, zodat de voorschotten ten onrechte zijn toegekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1219 WW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1268</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1268</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1268"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering IVA-uitkering omdat de volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. Het Uwv heeft onvoldoende gemotiveerd dat er nog een meer dan geringe kans op verbetering van de belastbaarheid valt te verwachten. Opdracht tot herstel motiveringsgebrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2335 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1082"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het gaat in deze zaak om de vraag of het Uwv terecht op de WW-uitkering van appellant de helft in mindering heeft gebracht gedurende 26 weken, omdat appellant zijn verplichting te voorkomen dat hij verwijtbaar werkloos wordt niet is nagekomen en dit hem niet in overwegende mate kan worden verweten. Het Uwv is niet gebonden aan de vaststellingsovereenkomst tussen appellant en ex-werkgever. Evenals de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag bevestigend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2748 WW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1299</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1299</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1299"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging verdragsrecht per 30 juni 2020 omdat appellant geen WAO-uitkering meer uit Nederland ontvangt. Het geschil betreft de vraag of het CAK terecht niet eerder dan per 30 juni 2020 het verdragsrecht van appellant heeft beëindigd, waardoor hij pas vanaf die datum geen verdragsbijdrage meer verschuldigd is. Naar het oordeel van de Raad bestaat geen aanleiding voor een eerdere beëindiging van het verdragsrecht dan per 30 juni 2020, omdat appellant vóór die datum nog verdragsgerechtigde was. Dat hij in Spanje in 2020 geen medische zorg heeft afgenomen die door het Spaanse wettelijke stelsel wordt gedekt, doet niet af aan het feit dat hij als verdragsgerechtigde een verdragsbijdrage moet betalen. Dit vloeit voort uit artikel 30 van Verordening (EG) nr. 883/2004 in verbinding met artikel 69 van de Zorgverzekeringswet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1149 ZVW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1149</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1149</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1149"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Herziening besluiten ZW- en WIA-uitkering. Het herzieningsverzoek van appellant ziet op een periode vóór 1 mei 2020 en valt daarmee onder de reikwijdte van de vaststellingsovereenkomst. Dat staat in de weg aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek. Het Uwv had op grond van artikel 1:3, derde lid, Awb een besluit moeten nemen op het herzieningsverzoek, maar heeft dat ten onrechte nagelaten. De rechtbank heeft hierover geoordeeld zonder dat er een besluit van het Uwv voorlag. De Raad vernietigt daarom de aangevallen uitspraak en draagt het Uwv op alsnog een besluit te nemen op het verzoek om herziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1652 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1218"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante als (bedrijfstak)pensioenfonds niet op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb als belanghebbende bij een aanvraag om uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW kan worden aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2782 WW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1229</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1229</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1229"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk beroep. Griffierecht niet tijdig voldaan. Aanbieding poststuk kan redelijkerwijs worden betwijfeld. Intrekking van bijstand. Schending inlichtingenverplichting. Op geld waardeerbare werkzaamheden in restaurant. Houden aan eigen verklaring. Uit de gegevens van PostNL blijkt dat de bezorger heeft geprobeerd om de aangetekende brief door uitreiking te bezorgen op het kantoor van de gemachtigde van appellant, maar dat dit niet gelukt is. Gelet op o.m. het gegeven dat uit de informatie van PostNL niet blijkt dat een afhaalbericht is achtergelaten en het traceeroverzicht een foutmelding meldt bij de bezorging van de zending kan redelijkerwijs worden betwijfeld dat de brief op regelmatige wijze op het adres van de gemachtigde is aangeboden. Aangenomen moet daarom worden dat appellant niet in de gelegenheid is gesteld om het griffierecht te betalen. Het beroep is dan ook ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/405 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1233"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging ZW-uitkering van appellant omdat hij meer dan 65% kan verdienden van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat appellant voor de toepassing van artikel 19aa van de ZW is te beschouwen als een verzekerde zonder werkgever en dat dus terecht toepassing is gegeven aan de artikelen 19aa en 19ab van de ZW. Appellant heeft geen recht op 104 weken ziekengeld. De Raad overweegt verder dat het Uwv gelet op de datum van de ziekmelding van appellant op 5 januari 2024 terecht heeft vastgesteld dat 4 januari 2024 de datum in geding betreft wat betreft de EZWb. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. Voldoende zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Het Uwv heeft voldoende gemotiveerd dat de geduide functies passend zijn voor appellant.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2265 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2862</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2862</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2862"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:29 Awb. Geheimhoudingsbeslissing. AVG levert geen algemene rechtvaardigingsgrond op voor geheimhouding en heeft geen betrekking op verwerking van gegevens over rechtspersonen. Inspecteur beroept zich wel terecht op privacy van genoemde (rechts)personen. Vermelding van namen, adressen en bedrijfsactiviteiten en koppeling daarvan aan fiscale positie raakt aan persoonlijke levenssfeer of bedrijfsvertrouwelijke sfeer. Verzoek om geheimhouding is gerechtvaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-26/205 tot en met BK-26/208</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Geheimhoudingsbeslissing</description><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31461</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31461</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31461"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Mulder</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11705091</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.X. Cozijn</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15264</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15264</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15264"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis over loonvordering en overuren. Werknemer geslaagd in bewijs dat hij contante betalingen heeft ontvangen voor overuren. Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2025:5484 (tussenvonnis)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11452256 CV EXPL 24-31803</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15052</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15052</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15052"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgregeling na advies Raad voor de Kinderbescherming</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/693906 / FA RK 25-916</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:5589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:5589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:5589"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 13/208069-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. B. Vogel, mr. B. Kuppens, mr. J.M. van Hall</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6273"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening echtscheiding. Geen verhoging behoefte met kinderopvangkosten maar meegenomen als extra last in draagkrachtformule.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351645</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.M.B. Elferink</contributor><issued>2026-11-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7504</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7504</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7504"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding arbeid. Werknemer is ziek. Kantonrechter beslist dat werkgever o.a. moet meewerken aan mediation, adviezen van de bedrijfsarts moet opvolgen en verlofaanvragen niet mag weigeren zolang hier geen zwaarwichtig belang/medisch bezwaar toe bestaat. Wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever moet zij ook de werkelijke buitengerechtelijke kosten betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12325320 \ UV EXPL 26-191</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Ramsaroep</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7798</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7798</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7798"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Loonvordering in conventie afgewezen. Opzegging arbeidsovereenkomst door werknemer. Werkgever heeft haar onderzoeksplicht niet geschonden, omdat zij erop mocht vertrouwen dat de verklaringen van werknemer overeenkwamen met haar wil. Reconventionele vordering tot verwijdering van bedrijfsgegevens van privéapparatuur van werknemer toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: VV EXPL 26-114 12333059</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.C. Zandman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7800"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. De arbeidsovereenkomst behoort (ook) in het belang van (het herstel van) werkneemster te eindigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12323961 \ HA VERZ 26-121</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.W. de Groot</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5891</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5891</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5891"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 februari 2024 heeft de directeur-generaal van de statistiek een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] heeft een eenmansbedrijf met accommodaties voor recreatie op het adres [locatie]. Deze procedure is gaan lopen omdat [appellant] de vragenlijst Inventarisatie Logiesaccommodaties 2024 niet aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft teruggestuurd. Hij is daartoe verplicht op grond van artikel 33, derde en vierde lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek. Het geschil gaat over de vraag of het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 9 februari 2024 (de last onder dwangsom) ontvankelijk is. De termijn voor het indienen van het bezwaarschrift liep tot en met 25 maart 2024. [appellant] heeft op 9 april 2024 bezwaar gemaakt tegen de last onder dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505758/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31513"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag omzetbelasting. In geschil is of eiseres ter zake van de levering van twee percelen grond heeft gehandeld als ondernemer voor de omzetbelasting. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Eiseres heeft aannemelijk gemaakt dat zij op de percelen aanvankelijk een nieuwe eigen woning en een grote en kleine schuur wilde laten bouwen. Dat plan is op enig moment komen te vervallen. Het exacte moment is niet vast te stellen, maar wel staat vast dat die intentie er niet meer was ten tijde van de verkoop van het eerste perceel. De rechtbank rekent de handelingen die eiseres heeft verricht tot het moment van deze verkoop aan als handelingen die zijn verricht met het oog op de bouw van de eigen woning en de grote en kleine schuur. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres met het oog op de verkoop van de percelen actief stappen heeft ondernomen door middelen in te zetten die te vergelijken zijn met die welke worden aangewend door een fabrikant, handelaa</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 5020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.J. Arts, mr. E. Kouwenhoven, mr. D.M. Drok</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5867"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De minister heeft het verzoek om internationale bescherming van 30 januari 2026 van appellant niet in behandeling genomen, omdat Zweden daarvoor op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Appellant heeft eerder, op 29 augustus 2025, ook een verzoek om internationale bescherming ingediend in België. Het besluit waarin de Belgische autoriteiten hebben bepaald dat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling van dit verzoek is in rechte vast komen te staan. Appellant is op 30 oktober 2025 door de Belgische autoriteiten overgedragen aan Zweden. Vervolgens is hij naar Nederland gereisd en heeft hij voorliggend verzoek om internationale bescherming ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004097</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:21612</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21612</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21612</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21612"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMBV, discussie verantwoordelijke lidstaat valt buiten reikwijdte rechtsmiddel o.g.v. art. 43 lid 1 AMBV, niet in strijd met art. 47 Handvest, toegang asielprocedure Zweden, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.36760</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M.M. Heppe</contributor><issued>2026-08-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5867</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5716"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 maart 2022 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur een verzoek van [appellante] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) deels afgewezen. Op 28 juli 2021 heeft [appellante] op grond van de Wob de minister verzocht om openbaarmaking van informatie over een handhavingsverzoek dat haar zoon [persoon] op 8 december 2017 heeft ingediend bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). In het besluit van 11 maart 2022 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de informatie die [appellante] heeft gevraagd al openbaar is gemaakt met het besluit van 15 februari 2022, kenmerk 20-0393, dat is genomen op grond van een Wob-verzoek van 27 mei 2020 van de Stichting Diervriendelijk Nederland/Een Dier Een Vriend (de Stichting) dat gaat over handhavingsverzoeken van 19 oktober 2017.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407975/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:6876</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:6876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:6876"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wob/Woo-verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/3938</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.L. van Emmerik, P.J.M. Mol, P.J. Blok</contributor><issued>2025-01-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5716</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15210</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15210</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15210"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Ontruiming (huur). Toewijzing. Er bestaat geen huurovereenkomst tussen partijen ten aanzien van het appartement in kwestie. Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726586 / KG ZA 26-981</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:6874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:6874"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wob/Woo-verzoek over door Stichting zelf ingediend handhavingsverzoek. Zoekslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 23/4236</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.L. van Emmerik, P.J.M. Mol, P.J. Blok</contributor><issued>2025-01-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5715</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5715"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 februari 2022 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur een verzoek van de Stichting om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) deels ingewilligd. De Stichting heeft verzocht om openbaarmaking van alle documenten over het dossier dat is gevormd naar aanleiding van de verzoeken tot handhaving van 19 oktober 2017 met betrekking tot een kaaswinkel en een aantal margarinemerken met dierlijke ingrediënten die zich presenteren als plantaardig. Met het besluit van 15 februari 2022 heeft de minister het verzoek deels ingewilligd. De minister heeft geweigerd bepaalde persoonsgegevens openbaar te maken, omdat het om medische gegevens van een persoon gaat en dit bijzondere persoonsgegevens zijn. Ook heeft de minister geweigerd om informatie openbaar te maken die herleidbaar is naar de burger en de organisatie namens wie hij de handhavingsverzoeken heeft gedaan, omdat volgens hem het belang van inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. Verder heeft de minister openbaarmaking van namen van ambtenaren die werken bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit geweigerd, omdat het belang van openbaarheid volgens hem niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Ook heeft de minister openbaarmaking geweigerd van informatie over ondernemers, zoals bedrijfsnamen, productnamen en websites waar sprake zou zijn van misleidende voedselinformatie, omdat het belang van openbaarmaking volgens hem niet opweegt tegen het belang van voorkoming van onevenredige benadeling van de ondernemingen waarover de informatie gaat. Tot slot heeft de minister openbaarmaking geweigerd van persoonlijke beleidsopvattingen in documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500013/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:6874</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAA:2026:251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAA:2026:251"><country>NL</country><court>OGEAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellante heeft diverse artikelen voor haar winkel ten invoer aangegeven. Een aantal goederen is door de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen aangehouden. Nu het invoerverbod van artikel 2 van de Lvmp betrekking heeft op bepaalde plastic producten die bestemd zijn voor eenmalig gebruik, is de vraag of de onderhavige goederen daadwerkelijk als zodanig moeten worden aangemerkt van wezenlijk belang voor de rechtmatigheid van de aanhouding. Het beroep is gegrond. Het gerecht zal verweerder opdragen een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen. Verweerder dient het bezwaar alsnog inhoudelijk te beoordelen en gemotiveerd te beslissen of de aanhouding van de goederen, gelet op het toepasselijke wettelijke kader en hetgeen appellante heeft aangevoerd, in stand kan blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA202600776</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.J.A.M. van Brussel</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5856"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft gehad. Appellant heeft de Bulgaarse nationaliteit. De minister heeft haar bezwaar tegen het besluit van 22 maart 2023 niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant het bezwaarschrift niet binnen de in artikel 69 van de Vw 2000 voorgeschreven termijn van vier weken heeft ingediend en deze overschrijding van de bezwaartermijn volgens de minister niet verschoonbaar is in de zin van artikel 6:11 van de Awb.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406893/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:19043</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19043</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:19043"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt n-o, asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.29461</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2025-10-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5837</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5837</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5837</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5837"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001781</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:19043</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5933"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 9 januari 2026 van de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant waarbij de beroepen van [appellant] tegen de herziene besluiten van 3 november 2022 en 12 oktober 2022 ongegrond zijn verklaard. De Dienst Toeslagen heeft aan [appellant] voor het jaar 2019 voorschotten huur- en zorgtoeslag toegekend. Vanwege een latere wijziging in de Basisregistratie inkomen (Bri) heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag voor het jaar 2019 definitief berekend op € 1.169 en hij heeft € 1.210 teruggevorderd. De huurtoeslag voor het jaar 2019 heeft de Dienst Toeslagen vastgesteld op nihil en hij heeft € 2.920 teruggevorderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600219/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:60</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:60</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:60</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:60"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Definitieve berekening huur- en zorgtoeslag. Vaststellen inkomen. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/2894 HUUR en BRE 22/3072 ZORG</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-01-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5933</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10715"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Minderjarige verdachte veroordeeld voor (medeplegen) brandstichting aan de woning door middel van het plaatsen van vuurwerkbommen. Vordering benadeelde partij deels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-000930-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Hamburger, mr. S. Tempel, mr. J van Riet</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5821</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5821</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5821"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002817</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:14895</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:14895</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:14895</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:14895"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">beroep – LHBTI – Nigeria – ongegrond – geen pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.57038</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-06-04</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5821</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15074</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15074</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15074"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Straat-, locatie- en contacverbod toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726512 / KG ZA 26-973</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10716"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gedeeltelijke terugverwijzing gerechtshof na eerste aanleg. Vrijspraak verdenking aanranding. Aangeefster heeft wisselend verklaard. Onvoldoende steunbewijs voor tenlastgelegde handelingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-091888-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Hamburger, mr. S. Tempel, mr. J van Riet</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5820</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5820</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5820"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003533</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:16192</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:16192</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:16192</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:16192"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Gemeenschapsonderdaan / samenwoning / marginale zorg en/of opvoedingstaken / niet aannemelijk gemaakt / verklaringen minderjarige kinderen / ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.36987</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-06-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5820</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5819"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001380</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:22142</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:22142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:22142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:22142"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, Ethiopië, gedwongen rekrutering, politieke overtuiging voor de OLA, terughoudendheid uiten politieke activiteiten, belangen van het kind, beroep gegrond maar de rechtsgevolgen blijven in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.24290</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E.A. Braeken</contributor><issued>2025-11-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5819</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6621</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6621</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6621"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 30-jarige man tot een gevangenisstraf van vier jaren. De verdachte heeft zich gedurende een aantal jaren schuldig gemaakt aan omkoping van een ambtenaar van de gemeente Amsterdam en het verkrijgen en doorgeven van vertrouwelijke overheidsinformatie. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van ruim 3,5 kilo amfetamine en 24 gram MDMA en de handel in meerdere kilo’s cocaïne.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 71.082487.25 en 71.272506.25 (ttz. gev.) (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M. Melaard, mr. A.S. Metgod, M.J.E. Vink</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32302"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring; artikel 59a, eerste lid, van de Vw; lichter middel; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63638</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:5659</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:5659</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:5659"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag personenauto op grond van de WMO. Wlz-indicatie voor vervoer dagbesteding. Overige vervoersbehoefte: algemeen gebruikelijke voorziening. Niet voldaan aan voorwaarden begunstigend beleid. Geen discriminatie als gehandicapte. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/2304</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2017:1303</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:1303</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2017:1303"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-04-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening. Bodemzaak is 17/2924. Gebruikelijke hulp echtgenoot. Geen reden om aan medisch advies te twijfelen. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 17/1004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.H. de Groot</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15272</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15272</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15272"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Herstelvonnis. Herstel van ECLI:NL:RBROT:2026:15264. Verzuimd proceskostenveroordeling in het dictum op te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11452256 CV EXPL 24-31803</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2018:5658</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:5658</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2018:5658"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2018-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">n.n.b.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 5090851 \ CV EXPL 16-4439</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2020-01-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3069</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3069</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3069"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Geen wijziging van omstandigheden in de zin van artikel 1:401 lid 1 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.365.796/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7822"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Handlichting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12376611 TD VERZ 26-427</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2018:5686</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2018:5686</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2018:5686"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2018-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Thuishulp, complexe thuissituatie, inzet echtgenoot en zoon. Gemeente mocht afgaan op adviezen van Scio Peng en andere medische informatie. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 17/2924</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J. Bastin</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15071</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15071</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15071"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming voor klinische behandeling minderjarige met ASS (art. 1:253a BW). Vader geeft geen toestemming en stelt uitbreiding van de zorgregeling als alternatief voor (art. 1:253a jo. 1:377e BW). Behandeladvies voldoende onderbouwd; alternatief vader niet medisch onderbouwd. Verzoek moeder toegewezen en zelfstandig verzoek vader afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723399 / FA RK 26-5819</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32306</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32306</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32306"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring – art 6 Vw – art 94 lid 2 Vw – ongegrond – onverwijlde kennisgeving – belangenafweging - lichter middel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64414 en NL26.65335</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6631"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invordering. Proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2065</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32305</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32305</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32305"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Nigeria / risico op besnijdenis / ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.24139</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7825</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7825</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7825"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Handlichting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12376607 TD VERZ 26-426</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32275</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32275</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32275"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. Verweerder heeft eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat hij vindt dat Italië hiervoor verantwoordelijk is. Eiser wil graag dat Nederland zijn asielaanvraag behandelt. Hij stelt dat ten aanzien van Italië (nog steeds) niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Uit overgelegde landeninformatie blijkt volgens hem namelijk dat de opvangproblematiek in Italië nog steeds niet is opgelost. De rechtbank volgt eiser niet. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen objectieve informatie heeft overgelegd die maakt dat verweerder niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Dat de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken heeft gezegd dat hij geen opvangplekken reserveert voor personen die in het kader van de Asiel- en Migratiebeheerverordening (hierna: AMBV) - en voorheen in het kader van de Dublinverordening - terugkeren, maakt dit niet anders. Nederland reserveert namelijk van tevoren ook geen opvangplekken voor die groep. Op grond van het arrest A.B. en anderen tegen Finland[1] is dit ook niet verplicht. Verder blijkt uit door verweerder overgelegde stukken dat er in principe genoeg opvangplekken in Italië beschikbaar zijn. Uit eisers verklaringen blijkt tot slot ook niet dat er voor hem geen opvang beschikbaar is (geweest) in Italië. De rechtbank is van oordeel dat verweerder daarom terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië. Het beroep is ongegrond. Eiser kan worden overgedragen aan Italië.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.55474</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Mons</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32277</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32277</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32277"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft geen objectieve informatie overgelegd die aanknopingspunten biedt voor het oordeel dat de opvangvoorzieningen in Italië systeemfouten bevatten en dat verweerder niet meer mag uitgaan van het vermoeden dat Italië zal voldoen aan zijn internationale verplichtingen. Dat de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken heeft gezegd dat hij geen opvangplekken reserveert voor vreemdelingen die in het kader van de Asiel- en Migratiebeheerverordening (AMBV) worden overgebracht naar Italië, maakt dat oordeel niet anders omdat de verplichting daartoe ontbreekt. De rechtbank is van oordeel dat uit de door verweerder overgelegde cijfers blijkt dat er in principe genoeg opvangplekken in Italië beschikbaar zijn voor personen die in het kader van AMBV worden overgebracht naar Italië. Ook kan het aantal opvangplekken worden opgeschaald indien nodig. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.52326</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Broekhof</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8100"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffing MRB. Verzuimboete. Auto verkocht in het buitenland zonder vrijwaringsbewijs. Er moet motorijtuigenbelasting worden betaald zolang het kenteken op naam belanghebbende staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4637</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3072"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag bpm. Vertrouwensbeginsel. Belanghebbende heeft aannemelijk gemaakt dat de Inspecteur toezeggingen heeft gedaan of gedragingen heeft verricht waaruit belanghebbende mocht afleiden dat de Inspecteur er onvoorwaardelijk mee akkoord ging dat de naheffingsaanslag tot een bepaald bedrag werd verminderd. Hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/757</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:21575</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6861"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Werkgeversbijdrage regeling vormt loon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1646</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:2652</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:3015</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:3015</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:3015"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan het door de rechtspersoon tezamen en in vereniging met medeverdachte opzettelijk onjuist doen van de aangiften omzetbelasting over het eerste, tweede en derde kwartaal van 2014 en over het eerste kwartaal van 2015, terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven. In deze aangiften is ten onrechte aanspraak gemaakt op de verleggingsregeling en het nultarief voor intracommunautaire leveringen. Daardoor heeft de rechtspersoon over het leeuwendeel van de door haar in 2014 en 2015 behaalde omzet 0% belasting afgedragen, terwijl over die omzet op grond van de wet 21% omzetbelasting had moeten worden afgedragen. Voorts is bewezen verklaard dat de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan het door de rechtspersoon tezamen en in vereniging met medeverdachte valselijk opmaken van verkoopfacturen, zulks telkens met het oogmerk om die facturen als echt en onvervalst te (doen) gebruiken. Teneinde de omzetbelastingplicht te ontduiken, had de verdachte een schijnconstructie opgezet waarbij in strijd met de waarheid de indruk werd gewekt dat sprake was van intracommunautaire leveringen waarop het nultarief van toepassing is, alsook van leveringen van consumentenelektronica van meer dan € 10.000,00 per levering per soort goed waarop de verleggingsregeling van toepassing is. Onderdeel van die schijnconstructie was het door medewerkers van de rechtspersoon opmaken van valse verkoopfacturen. Het hof acht in beginsel oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek passend en geboden. Vanwege de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn, heeft het hof aan de verdachte opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-003879-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.F. Geerling, mr. A.M.G. Smit, mr. J.T.F.M. van Krieken LL.M.</contributor><issued>2026-11-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7065"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Is het ESA-nabestaandenpensioen aan te merken als een zuivere pensioenregeling? De rechtbank komt tot het oordeel dat er sprake is van een zuivere pensioen regeling in de zin van artikel 11, derde lid, van de Wet LB. Een leaving allowance, de ruime kring van pensioengerechtigden, de mogelijkheid tot vervroeging van de pensioeningangsdatum en het gegeven dat in het pensioenreglement geen rekening wordt gehouden met een AOW-inbouw, maken niet dat de pensioenregeling onzuiver is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/5549, 24/5811 en 24/5814</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, M.C. van As, J. Snitker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:2356</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2356</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:2356"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingrente. Aan belanghebbende is een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd en daarbij is belastingrente in rekening gebracht. In geschil is de periode waarover de belastingrente moet worden berekend en het daarbij te hanteren rentepercentage. Bij uitspraak op bezwaar heeft de inspecteur erkend dat hij met het opleggen van de aanslag te weinig voortvarend heeft gehandeld en daarom heeft hij een deel van de periode waarover de belastingrente wordt berekend buiten beschouwing gelaten. De rechtbank oordeelt dat, als het gaat over het (on)voldoende voortvarend handelen, de inspecteur de belastingrente reeds voldoende heeft verminderd. Aangaande het te hanteren rentepercentage is de rechtbank van oordeel dat het gehanteerde percentage van 8% te hoog is en, ingevolge het arrest ECLI:NL:HR:2026:59, moet worden verminderd tot 4%. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 8206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.A. Fase, mr. C.M.J.C. Bakker, mr. C. Huisman</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:6440</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6440</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:6440"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een terrasvergunning. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/6437</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.M. van der Linde</contributor><issued>2025-12-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5904</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5904</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5904</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5904"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 mei 2023 heeft de burgemeester van Arnhem geweigerd om Maansteen een terrasvergunning te verlenen. Maansteen heeft sinds 14 december 2021 een exploitatievergunning voor het exploiteren van een inrichting in het pand aan de Korenmarkt 42 in Arnhem. In dit pand, dat is gelegen aan het middenplein, was voorheen een filmhuis gevestigd dat geen terras had. Maansteen was voornemens om terrasruimte in gebruik te nemen, maar de volledige terrasruimte aan het middenplein was op dat moment al vergund aan exploitanten van andere openbare inrichtingen gevestigd aan het middenplein van de Korenmarkt. Om in het kader van de verdeling van schaarse vergunningen ruimte te maken voor Maansteen, startte de burgemeester in november 2021 een traject om samen met de exploitanten op de Korenmarkt te komen tot een nieuwe verdeling van de beschikbare terrasruimte. Dit traject moest leiden tot het nieuwe terrassenbeleid. Omdat het traject niet leidde tot een algeheel gedragen uitkomst, heeft de burgemeester zelf het nieuwe terrassenbeleid vastgesteld. Dit beleid is op 17 oktober 2023 in werking getreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505747/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:6440</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1020</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1020</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1020"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03901</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5900</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5900</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5900"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning aan [bedrijf A] verleend voor onder meer het maken en hebben van een uitweg, het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht en het bouwen van een toegangspoort op het perceel aan de [locatie 1] in Weesp. [appellante] woont aan de [locatie 2] in Weesp. Zij houdt op dat adres ook haar kantoor. [bedrijf A] is eigenaar van het perceel [locatie 1]. Op dat perceel staat een kerkgebouw dat onder meer in gebruik is als horecagelegenheid, brouwerij en yogastudio. Daarvoor heeft het college op 22 februari 2017 een omgevingsvergunning verleend. Ten noorden van het kerkgebouw staan ten tijde hier van belang twee woningen in het zogenoemde Laurentiushof. Aan de westzijde daarvan ligt de Kerklaan met parallel daaraan een historische kerktuinmuur. [bedrijf A] heeft op 24 oktober 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd voor onder meer het maken van een opening in de kerktuinmuur en de bouw van een afsluitbare toegangspoort, zodat voertuigen vanaf de Kerklaan toegang hebben tot het perceel en de daarop aanwezige parkeerplaatsen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504532/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5898</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5898</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5898"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 december 2021 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [appellant] heeft het college op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van informatie over de gevolgen van de realisatie van een Multifunctionele Accommodatie (MFA) aan de Spoorlaan in Zwammerdam voor de waterafvoer en watercompensatie uit de jaren 2017 - 2021. Daarbij heeft [appellant] erop gewezen dat hij in ieder geval interne correspondentie van medewerkers van het Hoogheemraadschap Rijnland, correspondentie van die medewerkers met de gemeente Alphen aan den Rijn en interne documentatie over de bouw van de MFA wenst. Het college heeft het verzoek afgewezen, omdat het niet over de gevraagde documenten beschikt. Naar aanleiding van het gemaakte bezwaar, heeft het college een nieuw besluit genomen en het verzoek opnieuw afgewezen. Daarbij heeft het college aangegeven dat het ondanks een uitgebreidere zoekslag geen documenten heeft aangetroffen. Verder heeft het college het standpunt ingenomen dat het weliswaar verplicht is om redelijkerwijs al het mogelijke te doen om documenten te achterhalen die bij haar zouden moeten berusten, maar dat dat niet meer nodig is omdat [appellant] al over die documenten zou beschikken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202307992/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:17711</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:17711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:17711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:17711"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wob/Woo. Beroep gegrond, omdat verweerder aanvankelijk niet een volledige zoekslag heeft verricht. Ook heeft verweerder niet voldaan aan de door de rechtbank gegeven opdracht. Bestreden besluit vernietigd, met instandlating van de rechtsgevolgen. Verweerder heeft inmiddels een zeer uitgebreide zoekslag verricht, waardoor het niet aannemelijk is dat alsnog documenten die onder het Wob-verzoek vallen zullen worden aangetroffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3718</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.P. Kleijn</contributor><issued>2023-11-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5898</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32308"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Syrië / bedreigingen niet geloofwaardig geacht / vrees algemene situatie / ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.3404</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5897</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5897</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5897"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij uitspraak van 10 april 2024, in zaak nr. 202204323/1/A3 (ECLI:NL:RVS:2024:1438) heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 3 juni 2022 in zaak nr. 21/2456 ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. [verzoeker] heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in [woonplaats], Bulgarije. Zijn Bulgaarse verblijfsvergunning is geldig tot 27 februari 2030. [verzoeker] heeft een aanvraag gedaan om zijn Nederlandse paspoort te vernieuwen. De minister van Buitenlandse Zaken heeft de aanvraag afgewezen omdat [verzoeker] staat vermeld in het Register Paspoortsignaleringen van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is in het Register opgenomen op verzoek van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) omdat hij een betalingsachterstand van zijn studieschuld zou hebben. [verzoeker] heeft aangevoerd dat dat niet klopt, omdat zijn studieschuld inmiddels verjaard is en de DUO dus geen vordering meer heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505152/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening, Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2024:1438</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2024:1438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:1438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2024:1438"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 oktober 2020 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] voor een Nederlands paspoort afgewezen. Bij besluit van 8 maart 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in [woonplaats], Bulgarije. Zijn Bulgaarse verblijfsvergunning is geldig tot 27 februari 2030. [appellant] heeft een aanvraag gedaan om zijn Nederlandse paspoort te vernieuwen. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat [appellant] staat vermeld in het Register Paspoortsignaleringen van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is in het Register opgenomen op verzoek van de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) omdat hij een betalingsachterstand van zijn studieschuld zou hebben. Volgens [appellant] klopt dat niet, omdat zijn studieschuld inmiddels verjaard is en de DUO dus geen vordering meer heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202204323/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-04-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:5206</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5897</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5896</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5896</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5896"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 december 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] heeft op 15 oktober 2024 een VOG aangevraagd. De staatssecretaris heeft dit afgewezen, omdat [appellant] binnen de terugkijktermijn meerdere keren in aanraking is gekomen met justitie voor delicten die zich niet verhouden met de gewenste functie van bezorger. Volgens de rechtbank heeft de staatssecretaris hierbij alle feiten en omstandigheden betrokken en deugdelijk gemotiveerd waarom de belangenafweging in het nadeel van [appellant] uitvalt. De drie door de rechtbank betrokken antecedenten, die zijn gepleegd toen [appellant] meerderjarig was, zijn te recent om te kunnen vaststellen dat het risico voor de samenleving voldoende is afgenomen en [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij geen ander werk kan verrichten, aldus de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600755/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5895</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5895</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5895"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de bedrijfspanden en het bijbehorende terrein aan de [locatie] in Rotterdam (het terrein), met onmiddellijke ingang gesloten voor de duur van twee weken (het noodbevel). [bedrijf A] is eigenaar van het terrein en heeft daar met [bedrijf B] een recyclingbedrijf. SHEI huurt een aantal van de panden op het terrein, waarin het speciale zware staalconstructies fabriceert voor verschillende industriële toepassingen. [wederpartij sub 1] huurt een gedeelte van een van de panden en heeft ter plaatse een scheepswerf. In de bestuurlijke rapportage van de politie van 12 oktober 2023 en de aanvullende rapportage deel 1 van 13 oktober 2023, staat dat de politie op die dagen bij het terrein een persoon heeft aangehouden die een explosief bij zich droeg met respectievelijk 1300 en 1000 gram flitspoeder. Daarbij is ter vergelijking opgemerkt dat een Cobra tussen de 25 en 30 gram flitspoeder bevat. Verder heeft de politie beide keren alle benodigdheden om het explosief tot ontploffing te brengen op het terrein aangetroffen. In de aanvullende rapportage deel 2 van 23 oktober 2023 staat dat de politie op 14 oktober 2023 opnieuw een persoon heeft aangehouden, nadat op het terrein een explosief was afgegaan. De politie meent dat de dreiging ongewijzigd is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503759/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:6203</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:6203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:6203"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afgifte van een noodbevel door de burgemeester, waardoor de bedrijven van eisers en het bijbehorende terrein voor de duur van twee weken werden gesloten. De burgemeester heeft met een nader besluit het noodbevel verlengd met twee weken. Eisers zijn het niet eens met beide besluiten. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afgifte van het noodbevel en de verlenging daarvan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester een noodbevel mocht afgeven voor de sluiting van de bedrijven en het terrein. De rechtbank komt echter ook tot het oordeel dat de burgemeester onterecht is overgegaan tot verlenging van het noodbevel. Eisers krijgen dus deels gelijk en het beroep is dus gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/6027 en ROT 24/6028</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Bouter-Rijksen</contributor><issued>2025-05-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5895</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15276</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15276</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15276"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt vrijgesproken van de hem ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging. Niet is vast komen te staan dat de verdachte en de medeverdachten het geweld hebben gebruikt met de bedoeling om het horloge van de aangever weg te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-025115-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10800"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 37-jarige man heeft zich schuldig gemaakt aan twee pogingen tot zware mishandeling, door de slachtoffers op of richting hun hoofd te slaan (feit 1, primair). Vrijspraak openlijke geweldpleging (feit 2). Het beroep op overmacht of (putatief) noodweer(exces) wordt verworpen. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met aftrek van het voorarrest. Artikel 63 van het Wetboek van Strafvordering is van toepassing. Gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen tot schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-183955-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C. Danel, mr. G. Oldekamp, mr. L.A.L. Wiersinga</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5894</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5894</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5894"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 17 juli 2024 heeft het Uwv het verzoek om inzage van [appellant] gedeeltelijk afgewezen. Op 15 augustus 2023 heeft [appellant] het formulier ‘Verzoek persoonsgegevens’ bij het Uvw ingediend. Niet in geschil is dat dit een verzoek is op grond van de artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming. Bij brief van 17 juli 2024 heeft het Uwv naar aanleiding van zijn inzageverzoek en ingebrekestelling aan [appellant] meegedeeld: "[…]. Uit onderzoek is inmiddels echter gebleken dat wij niet meer beschikken over fysieke dossiers van u. Dit is in overeenstemming met de geldende bewaartermijn voor medische stukken. De niet medische stukken met betrekking tot uw Bezwaarzaak die in ons Elektronisch Archief beschikbaar waren hebben wij u tijdens uw bezoek aan ons kantoor overhandigd. Zodra een cliënt voor inzage op kantoor komt is het niet meer nodig om een brief te sturen omdat het inzage verzoek met het bezoek als afgedaan wordt beschouwd. Gezien de afwezigheid van fysieke dossiers, kunnen wij deze gegevens ook niet meer aan u doen toekomen. Op grond hiervan beschouwen wij uw inzage verzoek van 15 augustus 2023 vanaf 15 november 2023 als afgehandeld […]." In het besluit op bezwaar van 14 januari 2025 heeft het Uwv zich primair op het standpunt gesteld dat de brief van 17 juli 2024 geen besluit is, maar een mededeling van feitelijke aard. Subsidiair heeft het Uwv zich op het standpunt gesteld dat als de brief wel is aan te merken als een besluit, [appellant] te laat bezwaar heeft gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503321/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:4861</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:4861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:4861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:4861"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een brief van het UWV van 17 juli 2024. Het UWV heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de brief van 17 juli 2024 geen besluit is. De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de brief van 17 juli 2024 inderdaad geen besluit is, zodat daartegen geen bezwaar mogelijk was. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk, zodat het verzoek daartoe wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/2114 en ROT 25/1914</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Lunenberg</contributor><issued>2025-04-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5894</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5893</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5893</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5893"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de bedrijfspanden en het bijbehorende terrein aan de [locatie] in Rotterdam (het terrein), met onmiddellijke ingang gesloten voor de duur van twee weken (het noodbevel). In de bestuurlijke rapportage van de politie van 12 oktober 2023 en de aanvullende rapportage deel 1 van 13 oktober 2023, staat dat de politie op die dagen bij het terrein een persoon heeft aangehouden die een explosief bij zich droeg met respectievelijk 1300 en 1000 gram flitspoeder. Daarbij is ter vergelijking opgemerkt dat een Cobra tussen de 25 en 30 gram flitspoeder bevat. Verder heeft de politie beide keren alle benodigdheden om het explosief tot ontploffing te brengen op het terrein aangetroffen. In de aanvullende rapportage deel 2 van 23 oktober 2023 staat dat de politie op 14 oktober 2023 opnieuw een persoon heeft aangehouden, nadat op het terrein een explosief was afgegaan. De politie meent dat de dreiging ongewijzigd is. In de bestuurlijke rapportage van 26 oktober 2023 staat dat de politie op 8 maart 2021 een schriftelijke mededeling van de Amerikaanse opsporingsautoriteiten heeft ontvangen die de dagelijks bestuurder van [wederpartij] mogelijk in verband brengt met handel in cocaïne.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503765/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:6202</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:6202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:6202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:6202"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afgifte van een noodbevel door de burgemeester, waardoor de bedrijven van eisers en het bijbehorende terrein voor de duur van twee weken werden gesloten. De burgemeester heeft met een nader besluit het noodbevel verlengd met twee weken. Eisers zijn het niet eens met beide besluiten. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afgifte van het noodbevel en de verlenging daarvan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester een noodbevel mocht afgeven voor de sluiting van de bedrijven en het terrein. De rechtbank komt echter ook tot het oordeel dat de burgemeester onterecht is overgegaan tot verlenging van het noodbevel. Eisers krijgen dus deels gelijk en het beroep is dus gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/5970</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Bouter-Rijksen</contributor><issued>2025-05-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5893</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5892</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5892</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5892"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 april 2025 heeft de burgemeester van Oudewater op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten om de woning van [appellant A] en [appellant B] aan de [locatie] in Oudewater voor de duur van drie maanden te sluiten. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaren van het perceel [locatie] in Oudewater. Op het perceel staan verschillende gebouwen, waaronder een hoofdwoning, een seniorenwoning en een kattenpension. [appellant A] en [appellant B] wonen in de seniorenwoning en exploiteren het kattenpension. Hun zoon maakte sinds 2022 met zijn gezin gebruik van de hoofdwoning. In een bestuurlijke rapportage van 7 maart 2025 staat dat de politie op 22 februari 2025 de hoofdwoning heeft doorzocht. Daarbij zijn 112,20 gram amfetamine, 804,10 gram hennep en twee luchtbuksen en wapentoebehoren aangetroffen. De burgemeester heeft daarom bij besluit van 16 april 2025 besloten om op grond van artikel 13b van de Opiumwet de hoofdwoning vanaf 29 april 2025 om 10:00 uur voor de duur van drie maanden te sluiten. De sluiting van de woning heeft tot op heden niet plaatsgevonden, omdat de voorzieningenrechter van de rechtbank en later de voorzieningenrechter van de Afdeling de burgemeester heeft opgedragen niet over te gaan tot sluiting van de woning totdat uitspraak is gedaan op het (hoger) beroep van [appellant A] en [appellant B].</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504863/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:4826</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:4826</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:4826</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:4826"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo en beroep. Woningsluiting 13b Opiumwet. De burgemeester mocht de sluiting geschikt en noodzakelijk vinden om bekendheid van het pand in het criminele circuit te doorbreken, recidive te voorkomen en vanwege de signaalfuctie. Besluit evenwichtig, rekening gehouden met beperkte verwijtbaarheid en met belangen van onderneming van eisers. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25_4514</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Catsburg</contributor><issued>2025-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5892</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15260</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15260</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15260"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling legaten en omvang legitieme portie na tussenvonnis. Executeur heeft nagelaten om zijn stelling dat anderen dan erflater (deel)gerechtigd waren tot bankrekeningen en beleggingen met onderliggend bewijs te onderbouwen. Executeur moet de kosten van de executele zelf dragen, want er is sprake geweest van onvolledige informatievoorziening door de executeur. Selbsteintritt/zelfcontractering. Executeur en mede- erfgenaam hebben gehandeld in strijd met het verbod van artikel 3:68 BW. Notariele akte maakt schenking niet automatisch legaal. Schenkingen kwalificeren daarom als nietige rechtshandelingen. Schenkingen op papier: vervallen bij het overlijden van de erflater (artikel 7:177 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/697315 HA ZA 25-301</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32234</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32234</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32234"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen over screening aan de buitengrens, het op grond van één maatregel in grensdetentie plaatsen op twee Unierechtelijke grondslagen, verplichte behandeling in de asielgrensprocedure, de pre-toets en de praktijk “bewaring, tenzij….”. Verzoekers zijn een 18-jarige vrouw en een 19-jarige man uit Rusland die met elkaar zijn gehuwd en zichzelf beiden als transgender identificeren. Verzoekers hebben op 20 oktober 2026 op Luchthaven Schiphol te Amsterdam en daarmee aan de buitengrens van de Unie, een verzoek om internationale bescherming ingediend en hun genderidentiteit mede aan hun verzoek ten grondslag gelegd. Verzoekers voldoen niet aan de in artikel 6 van Verordening 2016/399 bepaalde toegangsvoorwaarden. Verweerder heeft een aantal screeningshandelingen verricht maar voordat verweerder de screening heeft voltooid, heeft verweerder aan verzoekers vrijheidsontnemende maatregelen opgelegd en hen doorverwezen naar de asielgrensprocedure. Verweerder heeft na oplegging van de vrijheidsontnemende maatregelen de screening voortgezet en heeft gelijktijdig een aanvang met de toepassing van de asielgrensprocedure gemaakt. In de Nederlandse rechtspraktijk wordt thans aangenomen dat de screening en de toepassing van de asielgrensprocedure gelijktijdig als grondslag van één vrijheidsontnemende maatregel kunnen dienen. In de Nederlandse rechtspraktijk worden bij wijze van hoofdregel alle verzoeken die aan de buitengrens worden ingediend door verzoekers die niet aan de in artikel 6 van Verordening 2016/399 bepaalde toegangsvoorwaarden voldoen in de asielgrensprocedure behandeld en gaat de verwijzing naar de asielgrensprocedure bij wijze van hoofdregel gepaard met het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel. De rechtbank twijfelt of deze drie onderdelen van de Nederlandse rechtspraktijk verenigbaar zijn met het Unierecht en vraagt het Hof om dit te verduidelijken. De rechtbank verzoekt het Hof ook om te verduidelijken of uit het Unierecht voor de bewaringsrechter de bevoegdheid, danwel de verplichting, voortvloeit om, zo nodig ambtshalve, na te gaan of de asielgrensprocedure de passende procedure is omdat een maatregel die is gebaseerd op een onjuiste grondslag als onrechtmatig moet worden beschouwd. De rechtbank verzoekt het Hof tot slot om nader te verduidelijken of het Unierecht toestaat dat een vrijheidsontnemende maatregel wordt opgelegd bij wijze van hoofdregel in plaats van bij wijze van laatste redmiddel. De vrijheidsontnemende maatregelen zijn door verweerder op 30 oktober 2026 opgeheven omdat in de asielgrensprocedure geen inwilligende besluiten kunnen worden genomen en verweerder verzoekers als vluchtelingen heeft erkend. De rechtbank ziet hierin een bevestiging voor haar vragen. De rechtbank schorst de behandeling van het beroep en verzoekt het Hof om de vijf prejudiciële vragen in de versnelde procedure (PPA) te behandelen. De rechtbank is zich er terdege van bewust dat het grote aantal procedures waarvoor de nadere precisering van het Unierecht van belang is doorgaans geen reden voor het Hof is om toepassing te geven aan de versnelde procedure. Indien het Hof van Justitie de vragen echter beantwoordt op de door de rechtbank voorgestane wijze, zal dit tot gevolg hebben dat een einde komt aan het stelselmatig in bewaring stellen van verzoekers die aan de buitengrens hun verzoek om internationale bescherming indienen maar niet aan de in artikel 6 van Verordening 2016/399 bepaalde toegangsvoorwaarden voldoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63593 en NL26.63595</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Prejudicieel verzoek, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S. van Lokven</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:7645</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7645</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:7645"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 11505022 CV EXPL 25-2008</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak, Tussenuitspraak</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15280</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15280</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15280"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging. De verdachte wordt veroordeeld voor het onbevoegd verblijven op een besloten haventerrein, bedreiging met de dood en een mes en daarnaast mishandeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand en een taakstraf voor de duur van 240 uren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-025124-25, 10-004693-25 en 13-396045-24, TUL: 23-000460-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31556</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31556</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31556"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht – vrijspraak poging tot doodslag: niet kan worden vastgesteld dat de verdachte met zijn handelen een aanmerkelijke kans op de dood in het leven heeft geroepen. Bewezenverklaring medeplegen van twee gewapende overvallen (artt. 312, 317 Sr), mishandeling (art. 300 Sr), bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (art. 285 Sr) en het bezit van een vuurwapen en munitie (art. 26, 55 Wwm). Beroep op noodweer verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09-086190-25, 09-240799-25, 09-059985-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meijers, mr. A.M.A. Keulen, mr. M.M.C. Limbeek</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:706</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:706</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:706"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Diefstal door twee of meer verenigde personen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001229-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C. Gillesse, G.M. Goes, R. Lonterman</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:712</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:712</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:712"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002663-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. Riemens, J. Platschorre, K.J. van Dijk</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:14199</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14199</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:14199"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aan belanghebbende zijn aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd. In beroep wordt ter zitting een compromis gesloten en wordt aan belanghebbende een proceskostenvergoeding van € 20.000 toegekend. Daarop trekt belanghebbende de beroepen in. Van de zitting wordt een proces-verbaal opgemaakt dat aan partijen wordt gestuurd en naar aanleiding daarvan stuurt belanghebbende een brief aan de rechtbank waarin zij stelt dat zij heeft gedwaald en de beroepen niet rechtsgeldig zijn ingetrokken. De rechtbank overweegt dat dwaling niet aannemelijk is en met de proceskostenvergoeding van € 20.000 verregaand aan belanghebbende is tegemoetgekomen. Op grond van hetgeen in de zittingsaantekening van de griffier is vermeld oordeelt de rechtbank dat van dwang of bedrag geen sprake is geweest en belanghebbende de beroepen uitdrukkelijk en ondubbelzinnig heeft ingetrokken. De beroepen worden daarom niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 1415</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.A. Fase, C. Huisman, mr. C. Snoek-Bakker</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1021</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1021</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1021"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter Sr). Falende klachten dat hof onvoldoende concreet bewijsmiddelen heeft aangeduid in Promis-bewijsredenering en dat ontoereikend gemotiveerd voorbij is gegaan aan onderdelen verklaringen verdachte voor legale herkomst contante uitgaven. Slagende klacht overschrijding inzendtermijn. Conclusie strekt tot vermindering taakstraf en verwerping voor overige (art. 81.1 RO)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03900</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:3044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:3044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:3044"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, terwijl het feit is veroorzaakt doordat de schuldige een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden en terwijl de schuldige na het feit niet heeft voldaan aan bevelen, gegeven krachtens artikel 163, tweede en zesde lid, van de wet. Overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000463-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Riemens, mr. A.J.M. van Gink, mr. J. Platschorre</contributor><issued>2026-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:699</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10398</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10398</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10398"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:55; Verzet gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/4266</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32162</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32162</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32162"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep – geloofwaardigheidsbeoordeling – verwestering – humanitaire omstandigheden – ongegrond – geen pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.14836</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32163</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32163</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32163"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vezet; beroep niet tijdig beslissen; hoogte dwangsom; LOVB; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.52697 V</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10391</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10391</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10391"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verordening forensenbelasting. Evenredigheidsbeginsel. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1307</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32164</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32164</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32164"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vezet; beroep niet tijdig beslissen; hoogte dwangsom; LOVB; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.2149 V</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32165</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32165</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32165"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vezet; beroep niet tijdig beslissen; hoogte dwangsom; LOVB; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.2160 V</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32166</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32166</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32166"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, niet connex aan een bodemprocedure, verzet, voorzieningenrechter onbevoegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.65929</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:3037</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:3037</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:3037"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Witwassen en medeplegen van witwassen en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, eerste lid aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000364-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.F. Koolen, mr. A.C. Bosch, mr. C.C.H.T. Coert</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:996</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:996</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:996"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Dierenmishandeling art. 2.1 lid 1 Wet dieren en zware mishandeling art. 302 Sr. M1: slagend middel verdachte dat uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat de verdachte bij andermans hond “zonder redelijk doel” pijn en letsel heeft veroorzaakt door die hond met een afgebroken (bier)glas in zijn hoofd te steken. AG gaat in op de vraag of het verdedigingsrecht van art. 41 lid 1 Sr (noodweer) ook van toepassing kan zijn op aanrandingen door dieren. M2: falende bewijsklacht verdachte over het onder 2 bewezenverklaarde voorwaardelijk opzet. M3: falend middel bp 1 over niet-ontvankelijkheidsverklaring door het hof. M4 en M5: falende middelen bp 2 over oordeel dat kosten in een te ver verwijderd verband staan en over vaststelling bedrag immateriële schade. Conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 tenlastegelegde feit en de strafoplegging, met dien verstande dat de beslissing tot toekenning van schadevergoeding ten behoeve van bp 2 voor zover die immateriële schadevergoeding betreft en de niet-ontvankelijkheidsverklaring ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding ten behoeve van bp 1 in stand kunnen blijven, tot terugwijzing en tot verwerping van de beroepen voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04563</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6383"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting, KOR, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1081</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1304"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De uitsluiting van een niet-PGB gefinancierde huishoudelijk werkster voor de Ziektewet is niet gerechtvaardigd. Betrokkene werkte voordat zij ziek werd vijf dagen per week bij zeven particuliere huishoudens voor in totaal gemiddeld 27,5 uur. Zij werd, anders dan de betrokkene in de uitspraak van 30 maart 2023 (ECLI:NL:CRVB:2023:481), niet betaald uit een PGB. Omdat zij voor geen enkele werkgever op vier of meer dagen per week werkte, was zij uitgesloten van de verplichte verzekering voor de Ziektewet. De Raad komt tot het oordeel dat deze uitsluiting ook voor deze niet-PGB dienstverleenster in strijd is met het verbod van discriminatie op grond van geslacht. De uitsluitingsbepaling treft overwegend vrouwen en het UWV heeft niet aangetoond dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat. Het UWV heeft namelijk niet kunnen onderbouwen dat de huidige uitsluitingsbepaling – die deel uitmaakt van de ‘Regeling dienstverlening aan huis’ - geschikt en noodzakelijk is om de gestelde doelen van bevordering van de arbeidsmarkt voor persoonlijke dienstverlening en het voorkomen van illegale arbeid te behalen. De doelstelling van de uitsluiting, het tegengaan van zwart werk, wordt niet bereikt en voor het bereiken van de andere doelstelling, een positief werkgelegenheidseffect, is weinig bewijs te vinden. Bovendien zijn er (buitenlandse) alternatieven die niet tot indirecte discriminatie op grond van geslacht leiden. Er is nog geen begin gemaakt de bruikbaarheid van deze of andere alternatieven in Nederland te onderzoeken. De uitsluitingsbepaling moet buiten toepassing worden gelaten en het UWV moet een nieuw besluit nemen op de aanvraag om een ziektewetuitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1104 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9134"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/8353</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5188</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5188</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5188"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak na verwijzing. IB/PVV. Afgezonderd particulier vermogen (APV).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/618 t/m 25/621</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:5908</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:2794</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2794</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:2794"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat terecht belastingrente in rekening is gebracht. Er is wel tijdig aangifte erfbelastig gedaan, maar die aangifte was niet juist. De belasitngrente wordt wel verminderd op grond van het nadere standpunt van de inspecteur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/4362</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Praamstra</contributor><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9709"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Artikel 3.102 Wet IB 2001.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1720</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1720</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1720"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geschil over 2013 t/m 2016. Kinderen hebben via een STAK certificaten met strikte voorwaarden van een vordering op een BV van vader. Het hof oordeelt dat in 2013 t/m 2015 sprake is van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling als bedoeld in artikel 3.92, lid 3, Wet IB 2001. Het hof ziet geen reden tot afwaardering van de bijgeschreven rente. De inspecteur heeft niet in strijd met het vertrouwens- of gelijkheidsbeginsel gehandeld. Eind 2015 lost de BV de vordering af en leent de STAK het geld door aan de ouders. Verder wijzigt de structuur. De kinderen schenken de vordering op de ouders aan een SPF op Curaçao. Het hof oordeelt dat voor 2016 de kinderen over het vermogen in de SPF hebben kunnen beschikken als ware het hun eigen vermogen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/553 tot en met 24/556</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, J.M. van der Vegt, J Rietveld</contributor><issued>2026-08-12</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 3.92</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2012</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1949"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat belanghebbende inhoudingsplichtige is ten aanzien van het personeel dat werkzaam is in het restaurant; het restaurant wordt immers voor rekening en risico van belanghebbende gedreven en belanghebbende heeft loon uitbetaald aan het personeel. Verder is het hof van oordeel dat belanghebbende niet met succes een beroep kan doen op gewekt vertrouwen; nog daargelaten of belanghebbende vertrouwen kan ontlenen aan een bij een andere rechtspersoon ingesteld onderzoek, heeft die rechtspersoon de inspecteur juiste dan wel volledige inlichtingen onthouden. De inspecteur heeft terecht het anoniementarief toegepast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/67 tot en met 25/87</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8810</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2169</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2169</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2169"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende stelt beroep in tegen verschillende belastingaanslagen IB/PVV en beschikkingen over de jaren 2015, 2016 en 2017. Hij heeft geen bezwaar gemaakt. De rechtbank heeft de beroepschriften als bezwaar tegengestuurd naar de inspecteur. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/301 tot en met 22/304</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, B.J. Rubbens, J Rietveld</contributor><issued>2026-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:335</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1772</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1772</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1772"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00242</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3563</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27926</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27926</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27926"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Deze fiscale eenheid bestaat uit zes vennootschappen waaronder R. Eiseres heeft optometristen en orthoptisten in dienst. Zij biedt onder meer optometristische diensten aan zorgverleners aan. Eiseres detacheert de optometristen bij de afnemers, waar de optometristen medische diensten aan de patiënten van de afnemers verrichten. R sluit hiertoe een overeenkomst met de afnemers. Eiseres heeft in haar aangifte omzetbelasting 21% omzetbelasting aangegeven over de door R verleende diensten aan de afnemers. Zij heeft een bezwaarschrift ingediend tegen deze voldoening op aangifte. Primair is in geschil of het beroep ontvankelijk is. Subsidiair is in geschil of de dienstverlening van R onder de medische vrijstelling valt van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, ten eerste, onder a van de Wet op de Omzetbelasting 1968. De rechtbank acht het beroep van eiseres ontvankelijk. Met betrekking tot het subsidiaire geschilpunt oordeelt de rechtbank dat eiseres zélf geen dienst verricht die meer omvat dan het ter beschikking stellen van de optometristen aan de afnemers. De dienstverlening van eiseres valt niet onder de medische vrijstelling. Eiseres heeft terecht 21% omzetbelasting afgedragen over de diensten. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 3715</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, D.M. Drok, J.J. Arts</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1727</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1727</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1727"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invorderingswet 1990; artt. 6:2, 8:1, en 8:73 (oud) Awb; vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn; financieel belang bij beroep wegens niet-tijdig beslissen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04461</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:3022</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7357"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV en vergrijpboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/3397</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8023</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8023</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8023"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 26a, eerste lid, Invorderingswet 1990. Kwijtschelding zakelijke belastingschulden. De rechtbank beoordeelt de juistheid van de kwijtscheldingsbeschikking. Belanghebbende is het eens met de kwijtschelding van de belastingschulden, maar stelt dat de bedragen van de naheffingsaanslagen en daardoor de belastingschulden die zijn kwijtgescholden niet tot de juiste hoogte zijn vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank had belanghebbende door het instellen van bezwaar de mogelijkheid op te komen tegen de hoogte van de aanslagen. Dat belanghebbende het niet eens is met de hoogte van de naheffingsaanslagen kan belanghebbende in dit beroep niet baten. De hoogte van de naheffingsaanslagen staat vast. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/704</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7825</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7825</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7825"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mega Ollerton. Woudenbergse zedenzaak. De rechtbank veroordeelt de verdachte, een 57-jarige man uit Woudenberg, tot 20 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte, zijn toenmalige vrouw, zich schuldig gemaakt aan ernstig seksueel misbruik van (zeer) jonge kinderen van twee families waarvan de medeverdachte de oppas was. De leeftijd van de kinderen varieerde van enkele maanden oud tot negen jaar oud. Het misbruik vond plaats in de periode tussen 2018 en 2024.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/015377-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.M.H. van Ek, mr. O. Böhmer, J.H.C. van Ginhoven</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32317</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32317</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32317"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Plakvovo.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43725</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3743</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3743</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3743"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001388-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32318</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32318</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32318"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">MK. Griekse statushouder. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag in stand kan blijven. Eiser kan, gezien zijn individuele omstandigheden, als zelfredzaam worden beschouwd en zal daarom bij terugkeer naar Griekenland niet in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie terechtkomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.17690</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A. Dijkstra, mr. A. Sibma, mr. L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32320</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32320</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32320"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">MK. Plakvovo.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.17691</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3532</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3532</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3532"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1.2.2 lid 3 van het Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan. Poging tot door bedreiging met geweld een ambtenaar dwingen tot het volvoeren van een ambtsverrichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001400-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.F. Jansen (griffier)</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3107</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3107</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3107"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">hoger beroep in kort geding, spoedeisend belang inmiddels vervallen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.481/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep kort geding</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10540</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10540</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10540"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beslissing over eindnota deskundigen, tevens regiebeslssing over voortzetting van de procedure. Er wordt een enkelvoudige regiezitting bepaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/743141 / HA ZA 23-1091</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:4681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:4681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:4681"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft beroepen ingesteld tegen enerzijds de afwijzing van zijn verzoek om de [straat] af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer en anderzijds het besluit van het college om een eerder besluit, waarmee een verkeersbord is geplaatst waarmee een breedtebeperking wordt aangeduid in de [straat], in te trekken. De rechtbank is van oordeel dat de afwijzing van het verzoek om de weg af te sluiten de rechterlijke toets kan doorstaan. In de zaak over het verkeersbord is de rechtbank van oordeel dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en een deugdelijke belangenafweging ontbreekt. Zij doet in die zaak daarom een tussenuitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 23/1316 en ROE 24/3103</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10049</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10049</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10049"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verleende omgevingsvergunning voor een proeflokaal voor wijn in de vorm van een nieuw te realiseren vrijstaand gebouw op grond van de kruimelgevallenregeling (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo in combinatie met artikel 4, eerste en negende lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht). Verweerder heeft de kruimelgevallenregeling ten onrechte toegepast. Het nieuw te realiseren gebouw voor het proeflokaal kan niet als bijbehorend bouwwerk worden aangemerkt. Daarnaast wordt het gebruik van de woning als reeds bestaand hoofgebouw niet gewijzigd. Gecombineerde toepassing van artikel 4, eerste lid en negende lid, van bijlage II bij het Bor is daarom niet mogelijk. De vergunning kon slechts worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, aanhef en onder 3°, van de Wabo (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Het beroep is gegrond. De rechtbank voorziet zelf in de zaak door het primaire besluit te herroepen. Verweerder moet opnieuw op de vergunningaanvraag beslissen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 25/502</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3027"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001029-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:2567</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32300"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is niet-ontvankelijk verklaard door verweerder omdat eiser internationale bescherming heeft in Griekenland. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijk verklaring van de aanvraag. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Het beroep is gegrond en eiser krijgt daarmee gelijk. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat de terugkeer van eiser naar Griekenland niet in strijd is met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest. Uit het IB 2026/31 noch uit andere informatie blijkt dat er sprake is van een verbetering voor Griekse statushouders bij terugkeer naar Griekenland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.39010, NL26.50306 en NL26.50307</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.V.A. Corstens</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32309</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32309</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32309"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de buitenbehandelingstelling van eisers asielaanvraag, omdat eiser niet is verschenen voor het aanvullend gehoor en hiervoor volgens verweerder geen verschoonbare reden heeft gegeven. Eiser is het hier niet mee eens en heeft daarom beroep ingesteld. In beroep voert hij in dat kader een aantal argumenten aan, de beroepsgronden. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit om de asielaanvraag buiten behandeling te stellen door verweerder niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58082 en NL26.58083</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.E.L. Grooten</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:32312</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:32312</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:32312"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de belangenafweging in het nadeel van eisers valt. Verweerder heeft daarin onvoldoende de belangen van eisers (ten tijde van de aanvraag, de minderjarige broertjes en zusjes van referente) betrokken, onvoldoende gewicht toegekend aan de objectieve belemmering is om in Eritrea het gezins- of familieleven uit te oefenen. Eisers krijgen dus gelijk en het beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.36498</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.J. van Beek</contributor><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15200"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 11981635 BM VERZ 25-3387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:7564</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:7564</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:7564"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-01-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Consumentenkoop. Non conforme auto.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 9717938 CV EXPL 22-649</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.T.G. Roovers</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15247</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15247</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15247"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">- moratoriumverzoek toegewezen voor zes maanden. Voldoende inkomsten om de lopende huurtermijnen te voldoen. Budgetbeheer is opgestart en waarborgt de huurbetalingen. De schuldeisers zullen op korte termijn worden aangeschreven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617498:R-RK - NL:TZ:2617502:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-11-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10277</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10277</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10277"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Heineken en dochterbedrijf AB moeten samen een schadevergoeding van 111,2 miljoen euro betalen aan de Griekse bierproducent MTB.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/701248 / HA ZA 21-421</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5316</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5316</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5316"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest aan Holland Property Development B.V. een omgevingsvergunning verleend voor wijzigen van het pand Lijtweg 3-7 in Oegstgeest (de locatie) in 10 woningen. Holland Property Development is sinds 2016 eigenaar van het pand aan de Lijtweg 3-7 in Oegstgeest. Dit pand maakte samen met het naastgelegen dorpscentrum, een kerk en een scholengemeenschap deel uit van een cluster van panden die in onder meer het bestemmingsplan "Voscuyl en Bloemenbuurt" zijn bestemd en worden of werden gebruikt voor maatschappelijke voorzieningen. Holland Property Development en [appellant] hebben op 22 december 2017 een aanvraag ingediend voor een wijziging van het gebruik van het perceel van de functie "Maatschappelijk" naar de functie "Wonen" en voor een inpandige verbouwing van het pand naar 10 sociale huurappartementen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202306768/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url></urlset>
