﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:2567</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:2567</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:2567"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak moord/doodslag partner. De betrouwbaarheid van de verklaring van de dochter van het slachtoffer en verdachte kan niet worden vastgesteld en steunbewijs voor de verklaring ontbreekt. De verklaring kan daarom niet bijdragen aan het bewijs. Het uitgebreide onderzoek heeft onvoldoende concreet bewijs opgeleverd, zodat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat verdachte zijn partner van het leven heeft beroofd. Veroordeling tot 20 dagen gevangenisstraf voor poging tot het voorhanden krijgen van een vuurwapen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/052787-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.M. Beunk, mr. J. Thomas, mr. C.C.J. Maas-van Es</contributor><issued>2025-04-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:3027</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3027"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verwurgen van zijn toenmalige partner. Vervolgens heeft hij haar lichaam achtergelaten in een bos en aangifte gedaan van vermissing. Het slachtoffer is na bijna drie maanden door een voorbijganger gevonden. De verklaring van de minderjarige dochter dat zij de verwurging heeft gezien, vindt het hof onvoldoende betrouwbaar voor het bewijs. Toch is er voldoende wettig en overtuigend bewijs. Daarbij speelt een belangrijke rol dat de verdachte zich herhaaldelijk heeft beroepen op zijn zwijgrecht beroepen, terwijl er veel belastende omstandigheden zijn. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van elf jaren. Afwijzing van de vordering shockschade van de minderjarige dochter, omdat niet is voldaan aan het confrontatievereiste. De verdachte heeft zich verder ook schuldig gemaakt aan een poging tot het verwerven van een vuurwapen, maar hij wordt ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het feit niet te kwalificeren is, nu ‘verwerven’ niet strafbaar is in de Wet wapens en munitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001029-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:2567</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6292"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen zijn gehuwd geweest en hebben samen drie kinderen. De man moet op grond van beslissingen van de rechtbank aan de vrouw kinderalimentatie betalen. Volgens de vrouw heeft de man een betalingsachterstand. Zij heeft daarom beslag laten leggen op zijn auto. De executoriale verkoop is aangezegd. De man stelt dat hij aan zijn verplichtingen heeft voldaan en dat hij zelfs meer heeft betaald dan waartoe hij verplicht is (geweest). Volgens de man maakt de vrouw misbruik van bevoegdheid door de executie voort te zetten. De man wil met het door hem ingestelde kort geding executie voorkomen en vordert opheffing van beslag. De voorzieningenrechter oordeelt dat de betalingen van de man aan de vrouw vanaf december 2023 tot maart 2025 niet als betaling van de verschuldigde kinderalimentatie kunnen worden aangemerkt. Daardoor resteert een achterstand in de betaling van de alimentatie. Voortzetting van de executie levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter in de gegeven omstandigheden geen misbruik van bevoegdheid op. De vordering tot opheffing van beslag wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350108 / KG ZA 26-180</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.A. de Beaufort</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6295</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6295</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6295"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Discussie over misbruik van bevoegdheid bij de tenuitvoerlegging van een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351233 / KG ZA 26-197</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.E. Zweers</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31512"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag overdrachtsbelasting ter zake van de verkrijging van twee percelen grond. Eiseres doet een beroep op de samenloopvrijstelling van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de WBR. Volgens eiseres is namelijk sprake van de levering van een bouwterrein ook al zijn de percelen ten tijde van de levering nog bebouwd. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Er is geen sprake van de levering van een bouwterrein, omdat de verkoper ten tijde van de levering slechts een voorwaardelijke sloopverplichting heeft. Eiseres kon namelijk gebruik maken van de optie om de percelen met bebouwing te laten opleveren. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat na de levering van de percelen nog zeer geruime tijd sprake is geweest van voortgezet gebruik door de verkoper. De samenloopvrijstelling is daarom niet van toepassing. Het beroep wordt ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 3897</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.J. Arts, mr. E. Kouwenhoven, mr. D.M. Drok</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7471"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Verzoekschrift. Het verzoek om het loon vast te stellen is niet conform de Recofa-richtlijnen ingediend. Aangezien het in rekening gebrachte uurtarief redelijk is en de kantonrechter de bestede tijd redelijk acht, wordt het loon vastgesteld zoals door verzoeker verzocht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12340777 UB VERZ 26-311</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.A.T. Engbers</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:669</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:669</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:669"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting; artikel 1a, lid 4, SW 1956 (tekst tot 1 januari 2021); artikel 32, lid 1, onderdeel 4°, letter a, SW 1956; artikel 128 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek. Partnervrijstelling voor kind dat mantelzorg verleent na het vervallen van de Wet maatschappelijke ondersteuning? Strijd met artikel 1 EP of artikel 14 EVRM? Beroep op legitieme portie in nalatenschap die is opengevallen onder het oude erfrecht. Invloed op omvang van de nalatenschap van de langstlevende ouder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00767</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-04-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:785</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:956</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8663</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8663</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8663"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopige voorziening noodopvang toegewezen. Ondergehuurde woning is onveilig. In belang van verzoekster, maar met name in het belang van de kinderen, dat zij deze woning verlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/4866</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.D. Arnold</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8667"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag voor een urgentieverklaring is afgewezen. Sociale urgentie wegens bedreiging of geweld. Hardheidsclausule. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/3767</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Haeften</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8672</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8672</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8672"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening. Ambtshalve uitschrijving uit de BRP. De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat verweerder meer onderzoek had moeten doen en dat het adresonderzoek van verweerder onzorgvuldig is geweest. Daarbij is ook van belang dat verweerder geen huisbezoek heeft afgelegd op het BRP-adres. Verzoek toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/4550</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Haeften</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8673</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8673</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8673"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag parkeervergunning voor bewoners. Nulplafond. Hardheidsclausule. Evenredigheidsbeginsel. Vertrouwensbeginsel. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/4061</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A. Bavinck</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8745</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8745</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8745"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verweerder mocht het bezwaar tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten niet-ontvankelijk verklaren vanwege het ontbreken van een machtiging en een ondertekening. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/7224</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.C. Loman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8746"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verhuiskostenvergoeding, medisch advies niet voldoende inzichtelijk en concludent, verweerder mocht hierop zijn besluitvorming niet baseren, beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/95</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.J.M. Baldinger</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8762</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8762</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8762"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dit verzoek om voorlopige voorziening gaat over de integrale beoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verzoekster wil door een onafhankelijke bezwaarcommissie worden gehoord. Stappen door het bestuur worden echter achteraf door de rechter getoetst. Er staat bovendien niet vast welke gevolgen het horen door een ambtelijke commissie heeft op het uiteindelijke oordeel in de zaak van verzoekster. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/4620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Tijselink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8866"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo hangende beroep. BRP. Niet voldaan aan materiële connexiteit. Verzoek n.o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/4672</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Jansen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8942</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8942</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8942"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag brede ondersteuning. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag in redelijkheid heeft mogen afwijzen. Eiser woont in de gemeente [gemeente] en heeft ook al brede ondersteuning ontvangen van de gemeente [gemeente]. De gemeente Aalsmeer hoefde niet eveneens brede ondersteuning te bieden. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/6041</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.D. Belcheva</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8940</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8940</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8940"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoeken om herziening AOW-pensioen. Verhuizing naar Amerika. De rechtbank is van oordeel dat de Svb heeft mogen concluderen dat het vertrek van eisers uit Nederland een definitief karakter had en dat eisers per 13 augustus 2003 niet meer aangemerkt kunnen worden als ingezetenen. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/6558, 26/496</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.D. Belcheva</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9131</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9131</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9131"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening. Uitschrijving BRP. Adresonderzoek. Geen spoedeisend belang want weer ingeschreven. Voorzieningenrechter gaat niet bepalen dat verweerder geen nieuw onderzoek mag starten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/4676</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.D. Arnold</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9133</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9133</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9133"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo. Buiten zitting. Opgelegde cursus door CBR. Geen spoedeisend belang. Beschikt over rijbewijs.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/5139</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.J.M. Baldinger</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9134"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo. Evenement Camp Liberty in regio Son en Breugel en Sint Oedenrode. Voorwaarden gesteld t.a.v. (historische) wapens voor Korpschef. Verlof. Geen voorlopig rechtmatigheidsoordeel. (Spoedeisend) belang door verzoeker onvoldoende onderbouwd. Afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/4356</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.D. Arnold</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9196"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek veroordeling verweerder in proceskosten, na intrekking beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Besluit is genomen. Toekenning proceskosten, wegingsfactor 0,5 vanwege licht gewicht. Geen reden om wegingsfactor 0,25 toe te passen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/6657</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.G. Vegter-Fieten</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9247</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9247</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9247"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzet na uitspraak handhavingsverzoek. Eiseres heeft geen procesbelang meer, omdat inmiddels op eenzelfde handhavingsverzoek is beslist. Verzet niet-ontvankelijlk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 24/1585</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. de Vos</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9304"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek wijziging huisnummer. Beroep gegrond, strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel. Belangen eiser niet kenbaar meegewogen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/3238</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Jansen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9310</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9310</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9310"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wmo 2015. Beroep ongrond. Het vervoersprobleem van eiseres is voldoende en passend gecompenseerd met het AOV, de vervoerskostenvergoeding voor het gebruik van de taxi en de scootmobiel. Om die reden mocht verweerder de aanvraag voor een bruikleenauto afwijzen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/3908</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.D. Arnold</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9325</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9325</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9325"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Pw. Afwijzing bijzondere bijstand. Geen volledige heroverweging van het bezwaar. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/6079</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.W. Speksnijder</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:11549</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11549</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:11549"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Meervoudige kamer, omzettingsvergunning verleend aan vergunninghouder. Omwonenden hebben beroep ingesteld. Verweerder heeft het bezwaar van twee omwonenden ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep AMS 23/6247 is gegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding om verweerder de opdracht te geven alsnog de bezwaargronden te beoordelen, omdat de andere omwonenden gelijkluidende bezwaargronden hadden die wel inhoudelijk zijn overwogen. De beroepsgronden zijn afkomstig van dezelfde gemachtigde. De vergunningsplicht is een vergunningstelsel in de zin van de Dienstenrichtlijn. Omdat er een quotum geldt, is sprake van een schaarse vergunning. Echter, het relativiteitsvereiste ontbreekt, waardoor de rechtbank van vernietiging afziet. Het beroep 23/6248 is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/6247 en 23/6248</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R. Hirzalla, mr. dr. H.J.M. Baldinger, mr. S.D. Arnold</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4583</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4583</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4583"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening. Overtreding APV Emmen 2025. Twee vaartuigen nemen ligplaats in, wat verboden is. Handhavingsverzoek. Last onder bestuursdwang. Begunstigingstermijn verlengd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/3298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1346</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1346</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1346"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep: het Uwv heeft voorschotten WIA-uitkering terecht van appellante teruggevorderd. Geen dringende reden om van terugvordering af te zien. Haar treft geen verwijt, maar het Uwv heeft geen fouten gemaakt. Appellante wist ook dat er een kans was dat ze de voorschotten moest terugbetalen. Achterwege laten van terugvordering zou bovendien betekenen dat appellante een aantal maanden zowel een ZW-uitkering als een WIA-uitkering zou ontvangen. Incidenteel hoger beroep: rechtbank heeft ten onrechte opdracht tot nemen nieuwe beslissing gegeven. In stand laten van de rechtsgevolgen zou hebben volstaan. Gedeeltelijke vernietiging aangevallen uitspraak. Rechtsgevolgen bestreden besluit in stand gelaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/849 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9330</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9330</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9330"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Urgentieverklaring afgewezen. Beroepsgronden zien op toepassing hardheidsclausule. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht geen toepassing heeft gegeven aan de hardheidsclausule. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/1735</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.J.M. Baldinger</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7622</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7622</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7622"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen sprake is van een spoedeisend belang nu het terrein al bouwrijp is gemaakt en er voorlopig geen werkzaamheden plaatsvinden. Het alsnog moeten uitvoeren van onderzoek is niet iets wat verzoekers met dit verzoek kunnen bereiken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/8235</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11748"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Eindbeschikking: afwijzing verzoek gezamenlijk gezag; bepaling omgangsregeling na advies raad; intrekking verzoek kinderalimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/326852 / FA RK 24-334</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6357"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 juli 2026 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan TH Containers B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het in werking hebben van een inrichting aan de Kloosterstraat 1 en 3, Aaltenseweg 56 en 58 en Oostelijke Oude Aaltenseweg 5 en 7 in Varsseveld (de bedrijfspercelen), het daar bouwen van twee nieuwe opslaghallen en een erfscheiding en het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van een bedrijfsgebonden kantoor aan de Aaltenseweg 56 in Varsseveld. Bij besluit van 2 juli 2026 heeft de raad het TAM-omgevingsplan "Kom Varsseveld, herziening Kloosterstraat 3 e.o." als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Oude IJsselstreek (wijzigingsbesluit) vastgesteld. [appellante A] was exploitante van de inrichting op de bedrijfspercelen. Het betrof een inrichting voor het inzamelen, opslaan en verwerken van afvalstoffen. Omdat de omgevingsvergunning voor de inrichting verouderd en onduidelijk was en er strijd was met het voor de bedrijfspercelen geldend bestemmingsplan, heeft er tussen de gemeente Oude IJsselstreek, de provincie Gelderland en de [appellante A] overleg plaatsgevonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602709/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:11676</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11676</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:11676"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Onrechtmatigheid schenkingen bij leven erflaatster niet komen vast te staan. Afwijzing vorderingen eiser. Geldbedragen hoeven niet te worden teruggestort op ervenrekening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/453772</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): O. Nijhuis</contributor><issued>2026-02-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7430"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Hoort een akker bij een akkerbouwondersteuningsbedrijf? De rechtbank beschouwt akkers en het erf met machines van een akkerbouwondersteuningsbedrijf als losse projecten die apart kunnen worden vergund.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/907</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.H.M. Verhoeven, mr. K.A. Maarschalkerweerd, mr. O.Y. Ifzaren</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7648</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7648</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7648"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen, op de zaak betrekking hebbende stukken. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat Dienst Toeslagen de genoemde stukken in het geding had moeten brengen. Beroep ongegrond. Verzoek om isv toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/3051</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. V.E.H.G. Visser</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6343</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6343</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6343"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze uitspraak verklaart de voorzieningenrechter het beroep van de vereniging niet-ontvankelijk, omdat de vereniging niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Gelet op de uitkomst van het beroep is er geen reden meer om een voorlopige voorziening te treffen. Dat verzoek wordt daarom afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1050</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. K. Ides</contributor><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6317</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6317</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6317"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 april 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân aan Faunabeheereenheid Fryslân (FBE) een omgevingsvergunning verleend. FBE heeft op 15 september 2023 een aanvraag ingediend voor de afgifte van een opdracht voor het afschot van overzomerende grauwe ganzen. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is hiervoor niet een afgifte van een opdracht, maar een omgevingsvergunning nodig. Het college heeft de aanvraag daarom behandeld als de aanvraag om een omgevingsvergunning. Bij besluit van 5 april 2024 heeft het college aan de FBE een omgevingsvergunning verleend voor het uitvoeren van populatiebeheer door afschot van de overzomerende grauwe ganzen in de provincie Fryslân voor de periode van 1 april 2024 tot en met 1 oktober 2024. Op 16 juli 2024 heeft het college een wijzigingsbesluit genomen, waarbij één van de aan de vergunning verbonden voorschriften is gewijzigd. De bufferzone rondom Natura 2000-gebieden is aangepast van een afstand van 300 naar 150 meter. Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft het college het bezwaar van [appellant] kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij volgens het college geen belanghebbende bij het besluit is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202506017/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7859</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7859</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7859"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Besluit afwijzing handhavingsverzoek. Beroep ongegrond. Goede procesorde. Natuurbeschermingsrecht. Geen overtreding met betrekking tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Artikel 5.1 Omgevingswet. Overgangsrecht 18 december-uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/5160</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven, mr. J.M. Emaus, mr. M.A.A. Soppe</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10816"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in faunaschade, veroorzaakt aan haar perceel wintergerst door grauwe ganzen. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen, omdat uit de afschotrapportage blijkt dat geen adequaat gebruik is gemaakt van de verleende omgevings-vergunning om die faunaschade te voorkomen of beperken, aldus het bestreden besluit. De rechtbank laat dit besluit in stand. Daartoe overweegt zij dat niet is komen vast te staan dat eiseres heeft voldaan aan het vereiste van een ‘adequaat gebruik’, zodat zij ook niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming in de geleden faunaschade. Het beleid dat dit bepaalt is ook redelijk, gelet op de vaste rechtspraak. Daarnaast heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat hier afgeweken moet worden van het beleid, vanwege bijzondere omstandigheden. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding en eiseres krijgt ook haar griffierecht niet vergoed.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 25/2637</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6321"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 december 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Flevoland aan Bio-energie Almere B.V. op grond van de Wet natuurbescherming een vergunning verleend voor de bouw en exploitatie van een bio-energiecentrale op de locatie Hefbrugweg 8 in Almere (Wnb-vergunning 1). Bio-energie wil aan de Hefbrugweg 8 in Almere een bio-energiecentrale realiseren. De beoogde en inmiddels gedeeltelijk gerealiseerde centrale bestaat uit twee houtgestookte ketels, waarbij biogrondstof wordt ingezet als brandstof voor de productie van warmte. De warmte zal worden geleverd aan het warmtenet van Vattenfall, dat warmte levert aan (onder meer) woningen in Almere. Relevant in deze zaak is dat de twee houtgestookte ketels zorgen voor de uitstoot van stikstofoxiden (NOx), ammoniak (NH3) en zwaveldioxide (SO2). Daarnaast zorgt ook het verkeer van en naar het project voor de uitstoot van NOx. Vanwege de gevolgen van deze emissies voor een aantal Natura 2000-gebieden is voor de realisatie van de bio-energiecentrale een vergunning op grond van de Wnb nodig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400796/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6326</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6326</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6326"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe een verzoek van ‘t Vrije Bos om handhavend op te treden afgewezen. Op 9 april 2021 heeft ‘t Vrije Bos het college verzocht om handhavend op te treden tegen hekken die zijn geplaatst langs de noord- en westzijde van een perceel bij het Nonnenbos in Vaassen. Volgens ‘t Vrije Bos worden hierdoor de paden door het bos afgesloten en daardoor aan de openbaarheid onttrokken. Dit hekwerk is geplaatst door [partij] die het perceel sinds 2020 in eigendom heeft. Dit perceel is gelegen aan de Elspeterweg, kadastraal bekend in de gemeente Vaassen als sectie E, nr. 1681, 1455. Toezichthouders hebben naar aanleiding van een controle op 9 april 2021 en op 14 april 2021 een controlerapport opgesteld. Daarbij zijn ook de paden op het perceel in kaart gebracht. De vraag die speelt is of het afsluiten in strijd is met artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening Epe 2008 (hierna: de Apv). In dat geval moet in beginsel handhavend worden opgetreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502731/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6328</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6328</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6328"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven het verzoek van [appellant] om verstrekking van documenten op grond van artikel 5.5 van de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk ingewilligd. Tijdens de raadsvergadering van 8 februari 2022 heeft wethouder V. van Wieren - Kraayvanger een verklaring namens het zogenoemde wethouderscollectief naar buiten gebracht over uitspraken die [appellant] gedaan zou hebben. Deze uitspraken zijn volgens het wethouderscollectief door [appellant] in de periode tussen maart 2018 en 8 februari 2022 gedaan. Op 18 september 2023 heeft [appellant] op grond van artikel 42 van het Reglement van Orde hierover schriftelijke vragen aan het college gesteld. Het college heeft haar bij brief van 17 oktober 2023 laten weten niet inhoudelijk op haar brief te reageren. [appellant] heeft daarna, op 27 oktober 2023, een Woo-verzoek ingediend bij het college waarbij zij heeft verzocht om kopieën van de volgende documenten:</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505652/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAA:2026:250</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:250</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAA:2026:250"><country>NL</country><court>OGEAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA202600963</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.J.A.M van Brussel</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7649</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7649</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7649"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen. De rechtbank is van oordeel dat Dienst Toeslagen het verzoek van eiseres terecht heeft afgewezen omdat niet is gebleken dat eiseres schade heeft geleden als gevolg van vooringenomen handelen door Dienst Toeslagen. Eiseres krijgt wel vergoeding van haar proceskosten en het griffierecht, omdat Dienst Toeslagen in bezwaar de hoorplicht heeft geschonden en in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. A. Rademaker</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6881</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6881</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6881"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk omdat er geen connexe beroepsprocedure is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/6597</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Blok</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7650"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen. De rechtbank is van oordeel dat Dienst Toeslagen het verzoek van eiseres terecht heeft afgewezen omdat niet is gebleken dat eiseres schade heeft geleden als gevolg van vooringenomen handelen door Dienst Toeslagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/2636</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. A. Rademaker</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10304"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak. Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. Geen switch maar werknemer legt zich neer bij (voorwaardelijk) verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Transitievergoeding wordt toegewezen, een billijke vergoeding niet. Verzoek van werkgever om een gefixeerde schadevergoeding toe te wijzen behoeft geen behandeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12191523 \ AZ VERZ 26-43 &amp; 12220884 \ AZ VERZ 26-56</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4626</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4626</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4626"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de hoogte van de aan eiseres toegekende vergoeding vanwege schade door mijnbouwactiviteiten. Het Instituut heeft de rechtbank verzocht om nadere bedragen toe te kennen van € 14,- (voor schades aan de badkamer) en € 2.343,65 (voor niet doorgerekende BTW). Deze bedragen kent de rechtbank alsnog toe. De rechtbank ziet in de beroepsgronden geen aanleiding om naast deze bedragen nog andere bedragen toe te kennen. Zo worden facturen van een deskundige niet vergoed.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/1334</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Schadevergoedingsuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.W. Wassink</contributor><issued>2026-10-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6 103</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8212</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8212</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8212"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing handhavingsverzoek, tijdelijke omgevingsvergunning en last onder dwangsom. Bezwaar tegen last ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken procesbelang. Eisers zijn belanghebbend omdat de last is opgelegd op het naastgelegen perceel en hun procesbelang is gelegen in het voorkomen van herhaling van de overtreding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3036, ARN 25/3037 en ARN 26/2166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6882</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6882</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6882"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering om hem toestemming te verlenen om beveiligingswerkzaamheden uit te voeren. Omdat het om een weigering gaat en niet om een intrekking heeft de voorzieningenrechter verzoeker gevraagd het spoedeisend belang te onderbouwen. Dat heeft hij niet gedaan, daarom wordt het verzoek afgewezen. Er is ook geen sprake van een evident onrechtmatig besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7048</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7651</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7651</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7651"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat Dienst Toeslagen het verzoek van eiser terecht heeft afgewezen omdat niet is gebleken dat eiser schade heeft geleden in de toeslagjaren 2015 tot en met 2019 als gevolg van vooringenomen handelen door Dienst Toeslagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/2050</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. A. Rademaker</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14950"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. De kantonrechter wijst alle vorderingen van eiseres af; haar tijdelijke arbeidsovereenkomst bij gedaagde is op 30 september 2026 rechtsgeldig van rechtswege geëindigd. Eiseres beroept zich op de ketenregeling omdat een tussentijdse urenuitbreiding volgens haar als een afzonderlijke, opvolgende arbeidsovereenkomst geldt. De kantonrechter oordeelt dat de urenwijziging slechts een aanpassing van de lopende tweede arbeidsovereenkomst is, mede doordat de einddatum en functie gelijk zijn gebleven. De arbeidsovereenkomst daarna is pas de derde in de keten. Ziekte verhindert een beëindiging van rechtswege niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12404394 VV EXPL 26-597</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15009</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15009</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15009"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor toebrengen zwaar lichamelijk letsel. Bewezenverklaring voor wapenbezit met munitie, openlijk geweld en poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel. Redelijke termijn overschreden, DUT, Vordering BP toegewezen, TUL toegewezen. Straf: deels voorwaardelijke jeugddetentie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-057841-25, 10-234537-25 en 10-380685-24 en 10-003620-24 en 10-154738-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31846</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31846</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31846"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Nakoming zorgregeling en vervangende toestemming vakantie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711007 / KG ZA 26-900</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.J. Hoekstra-van Vliet</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11136</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11136</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11136"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 11794432 BM VERZ 25-3483</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7657</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7657</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7657"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen. De man kan zijn verzoeken niet intrekken zonder advocaat. De verzoeken worden daarom afgewezen wegens een gebrek aan belang daarbij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/613724 / FL RK 26-762</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D. van Bloemendaal</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6978</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6978</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6978"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep. Wabo. Einduitspraak. Motiveringsgebrek hersteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/1842</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Y.N.M. Rijlaarsdam</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14447</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14447</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14447"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">vonnis nieuwe stijl vrijspraak poging afpersing veroordeling voor het bezit van een zogenaamde flashbanggranaat tot een deels voorwaardelijke taakstraf. Aan het voorwaardelijk deel worden voorwaarden verbonden waaronder een contactverbod met de aangever en de medeverdachte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/217682-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Boonstra, mr. H. Bakker, mr. M. van Doesburg</contributor><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7354"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Bbz. Bedrijfskapitaal. IMK-advies. Zorgvuldig. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/708</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M.E. Schulmer</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2021:4491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:4491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2021:4491"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Terugwijzing HR i.v.m. strafoplegging. Invoer 2.700 gram cocaine. Slechts een voorwaardelijke gevangenisstraf, al dan niet i.c.m. met een taakstraf, niet passend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000184-20 (na terugwijzing)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7656</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7656</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7656"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding. Europese aanbestedingsprocedure voor kleinschalige opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Inschrijving eiser is als ongeldig terzijde gelegd, omdat de inschrijving niet rechtsgeldig zou zijn ondertekend. Eiser vordert kort gezegd dat inschrijving alsnog inhoudelijk moet worden beoordeeld. Vorderingen worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/615648 / KG ZA 26-488</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J. Praamstra</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10590"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Booking krijgt vervangende toestemming op grond van artikel 27 Wet op de Ondernemingsraden. Zij mag aan haar werknemers de verplichting opleggen om ten minste 40% van hun werktijd op kantoor door te brengen. De kantonrechter oordeelt dat Booking een redelijk belang heeft bij die verplichting, nu aannemelijk is dat het elkaar ontmoeten op kantoor bij kan dragen aan het bevorderen van onderlinge verbinding, opleiding en ontwikkeling en effectieve samenwerking tussen teams en teamleden onderling. De door de OR naar voren gebrachte argumenten om haar instemming aan die verplichtstelling te onthouden zien o.a. op de negatieve invloed van de verandering op de werknemers, bijvoorbeeld doordat zij tijd en geld kwijt zijn aan het reizen en die 40% verplichting een negatieve impact op hun verzorgende verantwoordelijkheden of gezondheid zou hebben, en er te weinig werkplekken zijn op piekdagen in het Booking gebouw. Ook rekening houdend met de argumenten van de OR kan Booking in redelijkheid de voorgestelde beleidswijziging van aanmoediging naar verplichtstelling van 40% aanwezigheid doorvoeren. De beslissing van de OR haar instemming aan dat voorgenomen beleid te onthouden is daarom onredelijk, oordeelt de kantonrechter.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12299378 EA VERZ 26-809</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7670</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7670</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7670"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Afwijzing machtiging gesloten jeugdhulp. Minder ingrijpende mogelijkheden aanwezig. Gesloten jeugdhulp ook niet noodzakelijk en geschikt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/615023 / JL RK 26-462 + C/16/618139 / JL RK 26-613</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Atema</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7464</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7464</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7464"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Franchisegever vordert in kort geding dat gedaagden (voormalige franchisegevers en gelieerde partijen) concurrerende activiteiten staken en gestaakt houden; non-concurrentiebeding niet onmisbaar om knowhow te beschermen; artikel 7:920 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/617242 / KG ZA 26-544</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.A. Steenbergen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7352</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7352</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7352"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Pw. Bijzondere bijstand. Energiekosten. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1017</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M.E. Schulmer</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10576</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10576</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10576"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Opzegging bankrelatie. Voor de medewerking van eiseres was het niet voldoende om de vragen beperkt te interpreteren en kort te beantwoorden, zelfs als een vraag daarmee letterlijk gesproken beantwoord zou zijn geweest. Eiseres heeft onvoldoende medewerking verleend om het klantonderzoek te kunnen afronden. In 2016 is een strafrechtelijk onderzoek bevolen tegen haar bestuurder wegens beroepsmatige mensensmokkel, valsheid in geschrift, vervaardiging en gebruik van valse reisdocumenten en witwassen. Eiseres heeft nooit inhoudelijke informatie over het strafrechtelijk onderzoek gegeven. De ernst van de verdenking en de mogelijkheid dat de bankrekeningen bij de bank in verband daarmee voor witwassen zijn gebruikt maken het evident dat de bank meer informatie en documenten over het strafrechtelijk onderzoek nodig heeft, waaronder bijvoorbeeld het vonnis. De gegeven uitleg is volstrekt onvoldoende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/780037 / HA ZA 25-1805</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31127</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31127</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31127"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen 822 Rv, birdnestregeling afgewezen, toevertrouwing kinderen, voorlopige kinderalimentatie, voorlopige partneralimentatie afgewezen onvoldoende draagkracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707636 / FA RK 26-6310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Hees</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30465</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30465</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30465"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Consumentenkoop tweedehandsauto. Non-conformiteit, art. 7:17 BW. Beroep op voetstootse koop verworpen. Bewijsvermoeden art. 7:18a lid 2 BW niet weerlegd. Buitengerechtelijke ontbinding vóór verstrijken hersteltermijn prematuur. Kantonrechter ontbindt alsnog. Terugbetaling koopprijs en ophalen auto onder gematigde dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12154264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. van den Bosch</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:4238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:4238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:4238"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur bedrijfsruimte. Incidentele vordering tot schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad van vonnis afgewezen (artikel 351 Rv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.533</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2025-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7653</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7653</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7653"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bemiddelingsovereenkomst. Uitleg. De vraag in deze zaak is of partijen met verkoopprijs hebben bedoeld: 1. de verkoopprijs die met de koper is afgesproken voor de auto of 2. de daadwerkelijk gerealiseerde opbrengst van de auto.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12260847 \ UC EXPL 26-4707</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A. van Dijk-Overmars</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9262"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing over klacht ex artikel 10:7 lid 1 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek. Er is geen sprake van een besluit van de geneesheer-directeur in de zin van artikel 8:16 Wvggz. De klacht valt onder de reikwijdte van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/379129</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31913</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31913</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31913"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, eerste beroep, 59a Vw, gronden maatregel niet betwist, onderduikrisico, geen lichter middel, voldoende voortvarend en zicht op overdracht, geen overdrachtsbesluit en daarom geen refoulementbeoordeling, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63305</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31130</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31130</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31130"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Herstelbeschikking</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/674621 / FA RK 24-7650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15013</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15013</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15013"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">bewezenverklaring voor (poging tot) afpersing in vereniging, diefstal met geweld en in vereniging. Verdachte verminderd toerekeningsvatbaar, redelijke termijn overschreden, vrijheidsbeperkende maatregel. Vorderingen BP toegewezen en n-o. Straf: deels voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke werkstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-403074-24, 10-133278-25 en 10-154967-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7683</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7683</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7683"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Sv. Wia. Deze uitspraak gaat over het vaststellen van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser. Het Uwv heeft aan eiser een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA-uitkering) toegekend en daarbij de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 38,84 %. Eiser is het niet eens met de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. Hij voert aan dat hij volledig en duurzaam, dan wel meer arbeidsongeschikt is en daardoor niet in staat is om de geduide functies uit te oefenen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid terecht op 38,84 % heeft vastgesteld. De rechtbank kan de medische en arbeidskundige beoordeling volgen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/1956</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3044"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bevestiging vonnis met aanvullende overwegingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001325-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2026:7650</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7650"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">vrijspraak primair ten laste gelegde poging tot doodslag. Bewezenverklaring zware mishandeling. Verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Veroordeling tot gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden en tot terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Toewijzing vordering benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15.277932.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Boonstra, A.M.C. de Haan, N. Culafic</contributor><issued>2026-06-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:3044</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31914</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31914</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31914"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, eerste beroep, 59a, gronden maatregel betwist, onderduikrisico, geen lichter middel, voldoende voortvarend en zicht op overdracht, geen overdrachtsbesluit en daarom geen refoulementbeoordeling, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63618</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3045"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak heling. Onvoldoende aanknopingspunten dat de verdachte wist of had moeten vermoeden dat het om een door misdrijf verkregen fiets ging. Verweer ten aanzien van onrechtmatige staandehouding wordt, gelet op het voorgaande, niet besproken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001363-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31896</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31896</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31896"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Mondeling vonnis kort geding. Nakoming zorgregeling met dwangsom. Vorderingen m.b.t. informatieverstrekking, raadsonderzoek, benoeming bijzondere curator en sterke arm afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712370 / KG ZA 26-979</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.J. Hoekstra-van Vliet</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14803"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak – belemmering buitengewoon opsporingsambtenaar van de Nederlandse Spoorwegen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 96.025335.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.P. van der Lelie</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6979</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6979</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6979"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Handhaving. Beroep tegen invorderingsbeschikking. De last onder dwangsom is onherroepelijk. Sprake van illegaal gebruik van de woning als seksinrichting. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/7018</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. A. Rademaker</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7510</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7510</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7510"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Wmo. Autoaanpassing. Onderzoek. Het college heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de noodzakelijkheid van de door eiseres gewenste autoaanpassing. Ook heeft het college de concrete ondersteuningsbehoefte onvoldoende vastgesteld. Het beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/403</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.L.M. Dohmen, mr. F.M.E. Schulmer, mr. M.P. Schutte</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31151"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking zorgmachtiging - Wvggz</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712546 / FA RK 26-9381</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. de Bruijn</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6980</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6980</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6980"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingswet. BOPA. Weigering omgevingsvergunning voor het bouwen van fietsenberging in de voortuin van de woning. Eiser is het niet eens met het weigeringsbesluit. Rijksbeschermd stadsgezicht. Geen sprake van ETFAL. Geen strijd met het gelijkheidsbeginsel. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3233</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. A. Rademaker</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31144"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking aansluitende zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712557 / FA RK 26-9389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. de Bruijn</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3036</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3036</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3036"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht; antidumpingrechten; door de inspecteur gebruikt bewijsmateriaal; leveringsvoorwaarde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/171 en 26/172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4636"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Verkeerd kenteken aangevinkt bij aanmelding op de bewonersvergunning. Schending evenredigheidsbeginsel omdat er is betaald voor de bewonersvergunning, er daadwerkelijk uren van het tegoed zijn afgeschreven en handhaving van de naheffingsaanslag leidt tot een dubbele opbrengst voor de gemeente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/5323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2018:6066</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:6066</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2018:6066"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2018-06-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor medeplegen van poging tot doodslag, gepleegd in 2009, tot een gevangenisstraf van drie jaar. Bewijs voor medeplegen: De rechtbank kan niet met voldoende overtuiging uit het dossier afleiden of de verdachte of een van de mededaders met een mes heeft gestoken. Dit betekent echter niet dat de rechtbank niet kan komen tot het oordeel dat - ten aanzien van het steken met een mes - sprake is van medeplegen tussen verdachte en zijn mededader(s). De verdachte heeft zelf geweld gepleegd door te slaan en te schoppen en hij heeft tijdens het plegen van het geweld een mes gepakt. Als hij al niet zelf met het mes heeft gestoken, heeft hij op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer met een mes zou worden gestoken. Op grond hiervan oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering van het slaan, schoppen en steken met een mes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03/659262-16</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2018-06-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2025:1832</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1832</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2025:1832"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2376 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7490</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7490</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7490"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Parkeerbelasting. Beroep ongegrond. Parkeerbelasting is een objectieve belasting. Geen nood- of spoedsituatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/6651</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. V.E.H.G. Visser</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARN:2003:AF9672</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2003:AF9672</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARN:2003:AF9672"><country>NL</country><court>GHARN</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2003-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 01-00047</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7424</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7424</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7424"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Hersteloperatie toeslagenaffaire. Weigering overname geldschuld. De minister moet zich dienstbaar opstellen. De minister had navraag bij de schuldeisers moeten doen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/548</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15014</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15014</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15014"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">bewezenverklaring voor opzettelijk een ontploffing teweegbrengen. Straf: voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke werkstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-183538-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10493</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10493</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10493"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind, machtiging schenking toegestaan. Het is de wens van betrokkene en haar partner geweest om met warme hand te schenken. Dit is nu mogelijk na de verkoop van de woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000425714:B001 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31156</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31156</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31156"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking zorgmachtiging - Wvggz</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712210 / FA RK 26-9172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. de Bruijn</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6997"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat is beslist op het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2678</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Knijff</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31916</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31916</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31916"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22734</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14637</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14637</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14637"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis in kort geding over opschorten zorgregeling en vervangende toestemming voor inschakelen professionele hulp minderjarige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/382025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4744"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 25 september 2025 heeft de Examencommissie van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen wegens fraude al het in het kader van het vak Master’s Thesis Marketing Management gemaakte en/of ingeleverde werk van [appellant] ongeldig verklaard, hem uitgesloten van deelname aan dit vak voor de duur van één jaar en hem te kennen gegeven dat hij hierdoor niet langer in aanmerking komt voor het judicium (summa) cum laude. Bij beslissing van 31 maart 2026 heeft het College van beroep voor de examens van de Rijksuniversiteit Groningen het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft het vak Master’s Thesis Marketing Management gevolgd. Naar aanleiding van de door hem ingeleverde thesis is het vermoeden van fraude ontstaan, aangezien die volgens de examinator een groot aantal niet-bestaande verwijzingen bevat. De examencommissie heeft uiteindelijk geconcludeerd dat [appellant] fraude heeft gepleegd, nadat nadere bestudering van het werk uitwees dat de bronnenlijst, behorend bij de thesis, inderdaad niet-bestaande verwijzingen bevat. De bronnenlijst is onderdeel van de thesis en de verwijzingen worden geacht gebruikt te zijn ter onderbouwing van argumenten in de thesis. Door het presenteren van niet-bestaande bronnen in de bronnenlijst is sprake van handelen waardoor een juist oordeel over zijn kennis, inzicht en vaardigheden geheel of gedeeltelijk onmogelijk wordt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601424/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4745</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4745</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4745"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 16 december 2025 heeft de Examencommissie van de Erasmus School of History, Culture and Communication wegens fraude de door [appellante] voor het vak Media and Business Transformations (CM4101) ingeleverde Individual Papers 1 en 2 van [appellante] ongeldig verklaard, haar uitgesloten van de deelname aan de herkansing van Individual Paper 1 en haar een berisping gegeven. Bij beslissing van 7 april 2026 heeft het het College van beroep voor de examens van de Erasmus Universiteit Rotterdam het door [appellante] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] volgt sinds het studiejaar 2025-2026 de masteropleiding Media &amp;amp; Business aan de Erasmus School of History Culture and Communication. Hiervoor heeft zij het vak Media and Business Transformations (het vak) gevolgd en twee papers ingeleverd, die als deeltoetsen gelden. De examinator van het vak heeft vervolgens aan de examencommissie gemeld dat er naar aanleiding van die deeltoetsen een vermoeden van fraude is gerezen, aangezien de meeste referenties onjuist zijn. [appellante] heeft hierop verklaard dat de onjuistheden in de bronvermelding pas in het laatste stadium van het schrijfproces zijn ontstaan toen zij ChatGPT een bronnenlijst volgens de APA-richtlijnen heeft laten opstellen. Zij is van de juistheid van de bronnenlijst uitgegaan zonder die te controleren. [appellante] betoogt dat het CBE eraan is voorbijgegaan dat het gebruik van AI in de Course guide uitdrukkelijk was toegestaan binnen het vak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601619/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:3815</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3815</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:3815"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Recht op nakoming of wanprestatie? Integratie betalingssoftware en regelgeving creditcardmaatschappijen. Uitleg overeenkomst. Niet is komen vast te staan dat eiseres haar overeengekomen werkzaamheden bij integratie van de software voor gedaagde niet goed heeft uitgevoerd. Ook niet gebleken dat eiseres regelgeving van Visa en Mastercard heeft geschonden. Dus geen wanprestatie en gedaagde moet achterstallige facturen betalen. Beroep van gedaagde op opzegging, ontbinding en opschorting slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/768896 / HA ZA 25-1027</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2026-04-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4720</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4720</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4720"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 11 december 2025 heeft de examencommissie zich op het standpunt gesteld dat [appellante] plagiaat heeft gepleegd bij een wekelijkse opdracht voor het vak SLC2002 Skills Development. Bij beslissing van 5 maart 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld. Het CBE heeft een verweerschrift ingediend. [appellante] volgt de bacheloropleiding European Law School aan de Universiteit Maastricht. In het kader van het vak "SLC2002 Skills Development" (hierna ook: het vak) moet zij wekelijks opdrachten inleveren. Bij de beoordeling van één van de wekelijkse opdrachten heeft de examinator aanleiding gezien om een vermoeden van fraude te melden bij de examencommissie. Deze wekelijkse opdracht strekte ertoe dat een student zelf bronnen zoekt die passen bij een later te verrichten opdracht, dat de student deze bronnen correct vermeldt conform de aangeleverde juridische leidraad en dat de student een korte samenvatting geeft van de bronnen en duidt hoe deze passen bij de later te maken opdracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601147/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:793"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht; rentederivaat. Beroep op dwaling (art. 6:228 BW) en (bijzondere) bancaire zorgplicht. Omvang en inhoud mededelingsplicht. Informatieverstrekking over rentevisie van bank. Motivering. Passeren bewijsaanbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01528</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-05-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:155</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:103</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:10778</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10778</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:10778"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">[gefailleerde] is op 11 december 2018 in staat van faillissement verklaard. Hij hield op dat moment bij bunq acht bankrekeningen aan in zijn ‘personal bunq account’. De curator heeft bunq begin maart 2019 benaderd met het verzoek om een van de rekeningen op naam van [gefailleerde] te deblokkeren. Uiteindelijk heeft bunq het account gedeblokkeerd, waardoor [gefailleerde] al zijn rekeningen bij bunq (tijdelijk) weer heeft kunnen gebruiken en nieuwe rekeningen heeft kunnen openen. [gefailleerde] heeft vervolgens buiten het zicht van de curator voor een bedrag van opgeteld € 314.902,37 aan betalingen op deze rekeningen ontvangen en weer afgeschreven/opgenomen. De curator vordert dit bedrag in deze procedure van bunq. De curator grondt haar vordering op artikel 20, 23 en 24 van de Faillissementswet (Fw) en de jurisprudentie van de Hoge Raad, waaruit volgens haar volgt dat bunq de rekeningen op naam van [gefailleerde] geblokkeerd had moeten houden en het totaal aan debiteringen aan de boedel moet afdragen. bunq betwist de vordering van de curator en zegt dat de bank het account, en dus alle rekeningen van [gefailleerde], op verzoek van de curator en conform de voorwaarden van bunq heeft gedeblokkeerd. Ook betwist bunq dat de wettelijke bepalingen en jurisprudentie waarop de curator zich beroept meebrengen dat bunq gehouden is het gevorderde bedrag aan de boedel af te dragen. De vordering van de curator zal worden toegewezen, omdat bunq niet het hele account van [gefailleerde] had mogen activeren, de op de rekeningen op naam van [gefailleerde] bijgeschreven bedragen tot het vermogen van de failliet ([gefailleerde] behoren en de daaropvolgende debiteringen onbevoegd zijn gedaan. bunq is daarom verplicht het totaalbedrag aan debiteringen aan de boedel af te dragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/765268 / HA ZA 25-686</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Schadevergoedingsuitspraak</description><issued>2026-02-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:2646</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2646</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:2646"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikelen 3:231 en 260 BW. Strekt een ‘bankhypotheek’ ook tot zekerheid voor een later aan de hypotheekhouder overgedragen vordering en welke maatstaf moet worden aangelegd bij de uitleg van de betrokken bepaling in de hypotheekakte (Haviltex of een objectieve maatstaf)? Het gaat in deze procedure om een vordering tot doorhaling van een hypotheek, omdat volgens de hypotheekgever de hypotheekhouder geen vordering meer op hem heeft en er ook geen vordering meer kan ontstaan waarvoor de hypotheek tot zekerheid strekt. De hypotheekhouder voert aan dat de vorderingen waarvoor de hypotheek is verstrekt in de akte ruim zijn geformuleerd (“uit welken anderen hoofde dan ook”) en dat een daarna aan de hypotheekhouder overgedragen vordering daar ook onder valt. Ondanks de ruime bewoordingen van de betreffende clausule in de hypotheekakte brengt een redelijke uitleg, ook als een objectieve uitlegmaatstaf wordt gehanteerd, met zich dat het hypotheekrecht in beginsel strekt tot zekerheid van vorderingen die voortvloeien uit een relatie die de hypotheekhouder met de hypotheekgever onderhoudt. Vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met rechtsverhoudingen tussen de hypotheekgever en een derde partij (niet zijnde de hypotheekhouder) vallen in dit geval in beginsel dus niet onder de dekking van de hypotheek. Een dergelijke partijbedoeling ligt, zeker gezien de verstrekkende gevolgen, niet voor de hand en valt ook niet af te leiden uit de in de hypotheekakte gebezigde bewoordingen. De tekst in de hypotheekakte biedt geen enkele aanwijzing dat de hypotheekgever ook dergelijke vorderingen onder het bereik van de hypotheek heeft willen brengen. Evenmin zijn er aanwijzingen dat de hypotheekhouder op het moment van de hypotheekverstrekking van een dergelijke verstrekkende reikwijdte is uitgegaan of mocht uitgaan. Niet is gesteld of anderszins gebleken dat dit op het moment van het vestigen van de hypotheek tussen partijen aan de orde is geweest. Sterker nog, tussen partijen staat vast dat de hypotheek is gevestigd met het oogmerk dat de hypotheekhouder zekerheid zou genieten voor zijn vorderingen op de hypotheekgever uit hoofde van verricht loonwerk. Naar het oordeel van het hof kan de in dit geval gevestigde hypotheek dan ook niet strekken tot zekerheid van een (vermeende) vordering die de hypotheekhouder na vestiging van die hypotheek van een derde partij heeft overgenomen en die niet voortvloeit uit een op het moment van vestigen van de hypotheek reeds bestaande of nadien ontstane rechtsverhouding tussen de hypotheekhouder en de hypotheekgever.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.861</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-05-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:921"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Contractenrecht. Financieel recht. Unierecht. Verplichting kaarthouder om zich te identificeren met pasfoto waarbij kopie van (identiteitsbewijs met) deze foto wordt opgeslagen. Zijn instellingen op grond van Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), in samenhang met art. 40 (gewijzigde) Europese vierde anti-witwasrichtlijn, verplicht tot opslaan van (pas)foto die gebruikt is bij identificatie (art. 3 Wwft, art. 11 Wwft, art. 33 Wwft, art. 38 Wwft en art. 4 Uitvoeringsregeling Wwft)? Is vastleggen of opslaan van (kopie van) pasfoto verwerking van biometrisch gegeven (art. 9 lid 1 Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en art. 4 onder 14 AVG)? Verwerking van persoonsgegevens, eisen art. 5 en 6 AVG. Bijzondere categorie persoonsgegevens (art. 9 AVG). Bescherming privacy (art. 7, 8 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 8 EVRM). Hoge Raad stelt vragen aan HvJEU.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02161</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-06-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:260</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1271"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Opzegging bankrelatie van beheerder Libische staatsfondsen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.605</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5732"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant sub 2] ingetrokken. [appellant sub 2] is op [geboortedatum] 1987 geboren in Nederland. Hij heeft via zijn ouders de Marokkaanse nationaliteit verkregen. Op 27 augustus 1996 heeft hij samen met zijn ouders het Nederlanderschap verkregen. Hij heeft de Marokkaanse nationaliteit behouden. In juli 2013 is [appellant sub 2] via Turkije uitgereisd naar Syrië. Daar heeft hij zich in de periode tot en met 31 december 2015 als strijder aangesloten bij de jihadistische terroristische organisaties Ahrar al-Sham en later Jund al-Aqsa. De minister heeft het Nederlanderschap van [appellant sub 2] ingetrokken krachtens artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de RWN, omdat hij onherroepelijk is veroordeeld wegens terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht (WvSr). De minister verwijst daarvoor naar het strafvonnis van de rechtbank Rotterdam van 29 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2420. Die rechtbank heeft [appellant sub 2] veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaar en zes maanden voor het medeplegen van het deelnemen aan een terroristische organisatie, meermalen gepleegd, en het medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op het plegen van terroristische aanslagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502611/1/V6</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:485</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:485</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:485"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is beoordelingsverslag van het Ctgb geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb en zijn het de beslissingen op de aanvragen om (verlengde) toelating door Ierland en Duitsland die de definitieve rechtspositie van verzoeker bepalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/643</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Gijzen</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5921"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In het besluit van 23 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning aanbrengen van twee muurschilderingen op de gevels van de appartementencomplexen op de locaties [locatie 1] en [locatie 2] afgewezen. [appellant] woont aan het [locatie 3] in Den Haag. Op 9 juni 2022 en 7 oktober 2022 zijn aan de zuidkant van appartementencomplexen met de huisnummers 107-202 en 210-305 aan het [locatie 1] twee muurschilderingen aangebracht. [appellant] heeft het college op 11 november 2022 tweemaal verzocht om tegen deze muurschilderingen handhavend op te treden omdat daar geen omgevingsvergunning voor is verleend. Het college heeft besloten niet handhavend op te treden, omdat er volgens het college geen omgevingsvergunning voor de muurschilderingen vereist is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501422/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:477</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:477</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:477"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Volgens de staatssecretaris stond de educatieve boodschap niet centraal tijdens een concert in het Dolfinarium en heeft het Dolfinarium daarmee de dierentuinvergunning overtreden. De staatssecretaris heef een last onder dwangsom opgelegd. Het College is van oordeel dat aan het dwangsombesluit geen deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag ligt op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat het Dolfinarium het voorschrift uit artikel 2.2, onder c, van de dierentuinvergunning heeft overtreden. Schending zorgvuldigheidsbeginsel, vernietiging bestreden besluit, herroeping dwangsombesluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/865</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Gijzen, mr. J.L.W. Aerts, mr. dr. H.O. Kerkmeester</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:482</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:482</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:482"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep mestboete. Overtreder. Overtreding begaan door natuurlijk persoon die het bedrijf exploiteerde in de vorm van een eenmanszaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.L. van der Beek, mr. drs. M.P. Glerum, mr. dr. J.J. van der Helm</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Meststoffenwet</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:476"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De staatssecretaris heeft een last onder dwangsom opgelegd omdat het Dolfinarium de dierentuinvergunning zou overtreden, door dieren bij dierpresentaties op commando onnatuurlijke of antropomorfe gedragingen te laten uitvoeren. Het College is van oordeel dat aan het dwangsombesluit geen deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag ligt op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat het Dolfinarium het voorschrift uit artikel 2.2, onder e, van de dierentuinvergunning heeft overtreden. Schending zorgvuldigheidsbeginsel, vernietiging bestreden besluit, herroeping dwangsombesluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/727</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. van Gijzen, mr. J.L.W. Aerts, mr. dr. H.O. Kerkmeester</contributor><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1872"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; afwijzing uittredingsverzoek; toepassing van het gedragscriterium en het schadecriterium kunnen niet tot toewijzing van het verzoek leiden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.017/01OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Loesberg, C.C. Meijer, A. Thomassen, F. Marring RA, R.D. Vriesendorp</contributor><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1962</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1962</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1962"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; geschillenregeling; voorwaardelijke enquête; toewijzing uittreding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.943/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.G. Boumeester, E. Loesberg, S. ten Have, W.A.H. Melissen, A.P. Wessels</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5856"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft gehad. Appellant heeft de Bulgaarse nationaliteit. De minister heeft haar bezwaar tegen het besluit van 22 maart 2023 niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant het bezwaarschrift niet binnen de in artikel 69 van de Vw 2000 voorgeschreven termijn van vier weken heeft ingediend en deze overschrijding van de bezwaartermijn volgens de minister niet verschoonbaar is in de zin van artikel 6:11 van de Awb.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406893/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1963"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; primair uittredingsverzoek; subsidiair enquêteverzoek; toewijzing uittredingsverzoek; benoeming nader aan te wijzen deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.401/01 OK en 200.367.750/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, S. ten Have, W.A.H. Melissen, M.J.R. Broekema</contributor><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2018"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêterecht; verhoging onderzoeksbudget.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.240/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. de Jongh, E. Loesberg, A.J.C.C.M. Loonen, A.P. Wessels , A.J. Brouwer RA</contributor><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2024</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2024</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2024"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; enquête: beëindigingsbeschikking; ontheffing functionarissen; minnelijke regeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.208/01 OK, 200.350.779/01 OK en 200.350.827/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.N. Hoogendoorn RA, A.J. Wolfs, J.M. de Jongh, A.P. Wessels , A.J. Brouwer RA</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2170"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêteprocedure; verhoging onderzoeksbudget</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.334.340/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Loesberg, G. Boon, C.C. Meijer, W.A.H. Melissen, A. Thomassen</contributor><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1934</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1934</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1934"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; enquête; eerst fase; toewijzing; benoeming bestuurder; benoeming beheerder van aandelen; schoring raad van commissarissen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.950/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, E. Loesberg, D.E.M. Aleman, G. Dubbeld</contributor><issued>2026-07-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2017"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; uitstotingsverzoek; afwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.772/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, E. Loesberg, W.A.H. Melissen, F. Marring RA, G. Eikelenboom</contributor><issued>2026-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2045"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; geschillenregeling; benoeming waarderingsdeskundige</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.943/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.G. Boumeester, E. Loesberg, S. ten Have, W.A.H. Melissen, A.P. Wessels</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2171</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2171</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2171"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK ; enquête ; beslissing voorzitter van de Ondernemingskamer ; verzoek tot het mogen doen van mededelingen uit het onderzoeksverslag afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.335.860/06 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink</contributor><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1988</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1988</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1988"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêterecht; niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.961/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, S. ten Have, A. van Hees, M.J.R. Brons, D. Korf</contributor><issued>2026-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2047</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2047</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2047"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; uitstoting; verzoek toegewezen; schorsing bestuurder; schorsing stemrecht op aandelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.471/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, D.E.M. Aleman, C.C. Meijer, F. Marring RA</contributor><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2048</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2048</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2048"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; geschillenregeling; beëindiging; minnelijke regeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.357.898/01 OK en 200.357.898/02 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, D.E.M. Aleman, W.A.H. Melissen, V.G. Moolenaar, G.P. Oosterhoff</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2089"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêterecht; geen contact meer mogelijk met verzoekster; bij die stand van zaken is de Ondernemingskamer van oordeel dat met voortzetting van de onderhavige enquêteprocedure geen rechtens te respecteren belang meer wordt gediend. Verzoekster heeft bij een beoordeling van en beslissing op haar verzoek dan geen belang meer. Datzelfde geldt voor het zelfstandige tegenverzoek van verweersters. Verzoekster en verweersters zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun respectievelijke verzoeken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.348.213/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, E. Loesberg, W.A.H. Melissen, M.J.R. Broekema, F. Marring RA</contributor><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1922</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1922</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1922"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; enquête; eerste fase; toewijzing onderzoek; benoeming bestuurder; benoeming beheerder van aandelen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.464/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Wolfs, J.M. de Jongh, C.C. Meijer, G. Dubbeld, F. Marring RA</contributor><issued>2026-08-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2046"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Enquêterecht; mondelinge uitspraak; afwijzing verzoeken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.477</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, J.M. de Jongh, D.E.M. Aleman, C.C. Meijer, F. Marring RA</contributor><issued>2026-08-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2169</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2169</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2169"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; geschillenregeling; aanwijzing deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.996/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, M.N. Hoogendoorn RA, E. Eeftink RA, W.A.H. Melissen, K. Spruitenburg</contributor><issued>2026-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2085</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2085</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2085"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingskamer; enquêterecht; deponeringsbeschikking onderzoeksverslag; ter inzage voor belanghebbenden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.351/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. de Jongh, S. ten Have, D.E.M. Aleman, C.C. Meijer, W.A.H. Melissen</contributor><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2049</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2049</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2049"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; geschillenregeling; bepaling voorschot deskundige</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.982/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, M.N. Hoogendoorn RA, E. Eeftink RA, W.A.H. Melissen, K. Spruitenburg</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2022:1089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:1089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2022:1089"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-03-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering van Tweede Kamerlid tot terugkeer in de Tweede Kamerfractie toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/714064 / KG ZA 22-153 MDvH/MV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.A. Dudok van Heel</contributor><issued>2022-03-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:276</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1007"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv tegen beslag op samenwerkingsovereenkomst i.v.m. strafrechtelijk onderzoek tegen o.m. klager en medeklaagster t.z.v. verdenking van niet-ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift en witwassen. Kon Rb beklag n-o verklaren omdat klager en medeklaagster geen verschoningsgerechtigden zijn en niet is gebleken dat A (advocatenkantoor) zich t.a.v. samenwerkingsovereenkomst op het aan A toebehorende verschoningsrecht heeft beroepen? Art. 98 Sv bevat regeling die ertoe strekt dat bij inbeslagneming van voorwerpen (professioneel) verschoningsrecht wordt gerespecteerd. Het is RC die beslist of inbeslagneming is toegestaan (art. 98.1 en 98.3 Sv). Als RC beslist dat inbeslagneming is toegestaan van brief of ander geschrift waarvan redelijk vermoeden bestaat dat verschoningsrecht zich daarover uitstrekt, moet hij o.g.v art. 98.3 Sv betreffende verschoningsgerechtigde mededelen dat tegen zijn beslissing beklag openstaat. Zo’n beschikking moet daartoe aan verschoningsgerechtigde worden betekend (vgl. art. 98.4 Sv en HR:2024:562). Verschoningsgerechtigde kan binnen 14 dagen na betekening o.g.v. art. 552a Sv klaagschrift tegen beschikking indienen. Art. 98.4 Sv stelt mogelijkheid tot indienen van klaagschrift tegen beschikking van RC uitsluitend open voor de in art. 98.1 Sv bedoelde personen met bevoegdheid tot verschoning. Wettelijk stelsel voorziet verder in mogelijkheid van belanghebbenden om o.g.v. art. 552a Sv beklag te doen tegen inbeslagneming van stukken en/of gegevens. In het geval dat beslagene of andere belanghebbende die niet verschoningsgerechtigde is, in die beklagprocedure aanvoert dat geheimhouder bevoegdheid tot verschoning kan uitoefenen t.a.v. die stukken en/of gegevens, brengt redelijke wetstoepassing mee dat ook in dat geval procedure a.b.i. art. 98 Sv zal moeten worden gevolgd. RC zal dan moeten beslissen over beroep op verschoningsrecht. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2015:3076 en HR:2016:1343, inhoudende dat in beklagzaak van beslagene of andere belanghebbende die niet verschoningsgerechtigde is, onherroepelijk oordeel in beklagprocedure van verschoningsgerechtigde tot uitgangspunt moet worden genomen. Rb heeft vastgesteld dat klager geen verschoningsgerechtigde is a.b.i. art. 98.1 Sv. Die vaststelling brengt met zich dat voor klager niet mogelijkheid openstaat tot indienen van klaagschrift a.b.i. art. 98.4 Sv tegen beschikking van RC. Rb heeft klager op die grond terecht n-o verklaard in klaagschrift v.zv. dat zich richt tegen beschikking van RC. In geval als dit, waarin beklag in klaagschrift is aangeduid als beklag dat is gericht tegen beschikking die RC o.g.v. art. 98.3 Sv heeft genomen, maar uit inhoud van klaagschrift ook kan worden afgeleid dat beklag zich richt tegen gebruik van samenwerkingsovereenkomst, op de grond dat niet juiste procedure is gevolgd die geldt bij inbeslagneming van geschrift waarover verschoningsrecht zich uitstrekt, moet rechter beklag mede opvatten als beklag o.g.v. art. 552a Sv tegen inbeslagneming van samenwerkingsovereenkomst. Er moet immers van worden uitgegaan dat klager rechtsmiddel heeft willen instellen dat openstond tegen gebruik van samenwerkingsovereenkomst (vgl. HR:2025:578). Rb heeft meer vastgesteld dat samenwerkingsovereenkomst “onder verschoningsrecht van A valt”. RC heeft aan klager bericht dat zijn beschikking naar (gemachtigde van) A is gestuurd en dat er contact is geweest met A. Rb heeft verder vastgesteld dat A geen klaagschrift tegen beschikking van RC heeft ingediend en dat niet is gebleken dat A zich t.a.v. samenwerkingsovereenkomst op verschoningsrecht heeft beroepen. Hieruit volgt dat A, als verschoningsgerechtigde, geen klaagschrift a.b.i. art. 98.4 Sv heeft ingediend. Rb heeft daarom terecht door klager ingediend klaagschrift n-o verklaard v.zv. dat tegen inbeslagneming van samenwerkingsovereenkomst is gericht. Aan voorgaande doet niet af dat beschikking van RC niet (rechtsgeldig) is betekend aan A. Uit die vaststellingen volgt immers ook dat A op de hoogte is gesteld van beschikking van RC, terwijl ook klager zelf heeft gesteld dat verschoningsgerechtigde geen beroep doet op verschoningsrecht en daarom geen klaagschrift heeft ingediend. Ook namens klager aangevoerde omstandigheden dat A ten onrechte geen beroep zou hebben gedaan op verschoningsrecht, dat klager (mede) in verband daarmee tuchtrechtelijke procedure heeft aangespannen tegen A en dat Rb niet uitkomst van tuchtprocedure heeft afgewacht, leiden niet tot andere uitkomst. Het is immers aan geheimhouder zelf om te beslissen of beroep wordt gedaan op verschoningsrecht (vgl. HR:1985:AC9066). Rb was niet gehouden uitkomst van tuchtprocedure af te wachten. Dit brengt dat mee dat HR cassatieberoep van klager niet in behandeling kan nemen (vgl. HR:2024:312). Klager n-o. Samenhang met 25/03512 B.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03511</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-06-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:392</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:113</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:113</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:113"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM-cassatie en incidenteel cassatieberoep verdachte. Maken van gewoonte van vervaardigen, bezit en verspreiden van kinderporno (art. 240b (oud) Sr) en ontucht met 12-jarig nichtje (art. 245 (oud), 248.2 (oud) en 249.1 (oud) Sr). TBS met dwangverpleging opgelegd. Onttrekking aan het verkeer van gegevensdragers, art. 36b, 36c en 36d Sr. Toewijzing van verzoek om verstrekking van kopie van bestanden op 3 harde schijven, 2 laptops, SD-kaart en telefoon. 1. OM-cassatie. Kon hof effectuering van onttrekking aan het verkeer van gegevensdragers afhankelijk stellen van voorwaarde dat aan verdachte bestanden worden verstrekt die zich op die gegevensdragers bevinden? 2. OM-cassatie. Beoordeling door hof van verzoek van verdachte tot verstrekking van kopie van bestanden. 3. Cassatie verdachte. Motivering TBS met dwangverpleging. 4. Bijlage van verdachte bij Borgersbrief en andere geschriften van verdachte in cassatie. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2025:1716 over beoordeling van verzoek tot verstrekking van kopie van bestanden op inbeslaggenomen gegevensdragers. Hof heeft bepaald dat onttrekking aan het verkeer van gegevensdragers niet eerder geëffectueerd wordt dan nadat op deze gegevensdragers aanwezig niet-strafbaar materiaal aan verdachte is teruggegeven door dit materiaal te kopiëren naar een door verdachte aan te leveren nieuwe gegevensdrager. Daarmee heeft hof effectuering van onttrekking aan het verkeer afhankelijk gesteld van voorwaarde. Gelet op HR:2025:1716, klaagt middel hierover terecht. Ad 2. Bespreking van klacht is niet nodig, nu slagen van middel over verbinden van voorwaarde aan onttrekking aan het verkeer meebrengt dat hof verzoek opnieuw moet beoordelen met inachtneming van HR:2025:1716. Ad 3. HR: art. 81.1 RO. Ad 4. HR kan geen acht slaan op de door verdachte opgestelde bijlage bij Borgersbrief omdat in zoverre niet sprake is van een van advocaat afkomstig schriftelijk commentaar a.b.i. art. 439.5 Sv, en ook niet op andere geschriften van verdachte omdat die niet van advocaat afkomstige schriftuur a.b.i. art. 437.2 Sv of schriftelijke toelichting of tegenspraak a.b.i. art. 438.2.a Sv betreffen. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. beslissing over inbeslaggenomen voorwerpen. CAG: anders t.a.v. verbinden van voorwaarde aan onttrekking aan het verkeer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02735</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-02-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1283</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2921</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1716"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Maken van beroep of gewoonte van bezit en verspreiden van kinderporno en dierenporno, art. 240b (oud) en 254a (oud) Sr. Onttrekking aan het verkeer van gegevensdragers, art. 36b, 36c en 36d Sr. 1. Beoordelingskader voor verzoek tot verstrekking van kopie van (niet-strafbare) bestanden op inbeslaggenomen gegevensdragers die (mogelijk) in aanmerking komen voor onttrekking aan het verkeer. 2. Afwijzing van verzoek om verstrekking van kopie van bestanden (5.000-10.000 mediabestanden en 21.000 studie- en ondernemingsbestanden) op computer en telefoon waarop kinderporno en dierenporno is aangetroffen. Kon hof oordelen dat persoonlijk belang van verdachte bij verstrekking van kopie niet opweegt tegen daarmee gemoeid tijdsbeslag? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2005:AR7626 over het voor onttrekking aan het verkeer geldende vereiste dat ongecontroleerd bezit van voorwerp in strijd is met wet of algemeen belang en uit HR:2018:2244 dat afzonderlijke bestanden/gegevens op gegevensdrager niet evenzoveel voorwerpen zijn waarop beslag rust en niet zijn te beschouwen als afzonderlijke voorwerpen a.b.i. art. 36b Sr. Als rechter onttrekking aan het verkeer oplegt, kan hij effectuering van maatregel niet afhankelijk stellen van voorwaarde (vgl. HR:2005:AU3309). Dat neemt niet weg dat rechter o.g.v. art. 33c.2 jo. 36b.2 Sr geldelijke tegemoetkoming kan toekennen als dat nodig is om te voorkomen dat degene aan wie voorwerpen toebehoren, door onttrekking onevenredig zou worden getroffen (vgl. HR:2018:1156). Wettelijk stelsel verzet zich er niet tegen dat rechter die onttrekking aan het verkeer oplegt, na daartoe strekkend verzoek van verdediging gelast dat aan verdachte (kopie van) één of meer bestanden die zich op gegevensdrager bevinden, wordt (of worden) verstrekt. Vraag wanneer rechter die verstrekking moet gelasten, laat zich niet in algemene zin beantwoorden. Mede in het licht van rechtspraak van EHRM, zoals weergegeven in CAG en waarin tot uitdrukking komt dat ‘fair balance’ moet bestaan tussen algemeen belang enerzijds en bescherming van individuele rechten anderzijds, is die beantwoording afhankelijk van concrete omstandigheden van het geval. Het gaat er in de kern om of belang van verdachte bij verkrijgen van beschikking over (kopie van) één of meer bestanden zo zwaarwegend is dat nadere inspanningen van politie en justitie mogen worden verlangd om verstrekken daarvan te realiseren. HR wijst op omstandigheden die rechter in zijn afweging kan betrekken. Verzoek tot verstrekking van bestanden moet zo tijdig, concreet en onderbouwd zijn, dat dit OM in staat stelt voorafgaand aan of op tz. standpunt in te nemen en rechter in gelegenheid stelt daarover beslissing te nemen o.b.v. alle relevante omstandigheden. Rechter kan zich zo nodig tevoren laten voorlichten over mogelijkheden aan verzoek te voldoen en over daartoe benodigde inspanningen, zodat afdoening van strafzaak geen onnodige vertraging oploopt. Ad 2. Hof heeft onttrekking aan het verkeer opgelegd van computer en telefoon. Hof heeft vastgesteld dat op beide gegevensdragers zeer grote hoeveelheden bestanden staan en dat strafbare en ‘niet-strafbare’ bestanden door elkaar staan, terwijl verdachte zich daarvan bewust was. Hof heeft overwogen dat verstrekking van kopie van verzochte bestanden zou leiden tot onevenredig tijdsbeslag bij scheiden van strafbare en ‘niet-strafbare’ bestanden. Daarbij heeft hof betrokken dat van iedere door verdachte aangewezen afbeelding bepaald zou moeten worden wie hierop te zien is voordat tot verstrekking kan worden overgegaan, om te voorkomen dat kopie van (strafbaar) beeldmateriaal, bijvoorbeeld van één van de slachtoffers, aan verdachte wordt verstrekt. Op grond daarvan heeft hof geoordeeld dat persoonlijk belang van verdachte bij verstrekking van kopie niet opweegt tegen daarmee gemoeid tijdsbeslag. ’s Hofs hierop gebaseerde afwijzing van verzoek om aan verdachte bestanden te verstrekken die zich bevinden op beide inbeslaggenomen gegevensdragers, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang enerzijds dat verzoek betrekking had op ongeveer 5.000-10.000 mediabestanden en ongeveer 21.000 studie- en ondernemingsbestanden en anderzijds wat OM over uitvoering van verzochte verstrekking heeft aangevoerd. Volgt verwerping. Samenhang met 24/00678 P. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (gebrek in ondertekening van schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van cassatieberoep van advocaat aan griffier hof).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00675</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-12-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:700</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:217</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1980</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1980</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1980"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 7 en art. 9 Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad. Klacht over verwerking van persoonsgegevens in nieuwsbericht van rechtbank over vonnis in een strafzaak. Grondslag van verwerking van persoonsgegevens. Art. 6 AVG. Beginselen van minimale gegevensverwerking en beginsel van juistheid. Art. 5 AVG. Rechterlijke taken in de zin van art. 55 lid 3 AVG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02870</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2025-12-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1116"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening ten nadele door OM. Vrijspraak t.z.v. moord op vrouw in 2006 in Alphen aan den Rijn, die op 13-3-2012 onherroepelijk is geworden. Aangevoerd wordt dat verdachte zou zijn veroordeeld voor opzettelijk begaan misdrijf dat dood van vrouw ten gevolge heeft gehad als rechter bekend zou zijn geweest met resultaten van DNA-onderzoek, die zijn verkregen d.m.v. nieuwe onderzoekstechnieken, art. 482a.1.a Sv. Ontvankelijkheid herzieningsaanvraag, herziening ten nadele met “terugwerkende kracht” en art. 68 Sr (ne bis in idem). Is toepassing van Wet herziening ten nadele, die op 1-10-2013 in werking is getreden, op vrijspraak die al vóór die datum onherroepelijk is geworden, verenigbaar is met art. 6 en 7 EVRM? HR wijdt overwegingen aan vraag of naar Nederlands recht (in het bijzonder gelet op art. 68 Sr) regeling van herziening ten nadele kan worden toegepast op rechterlijke uitspraken a.b.i. art. 482a Sv die onherroepelijk zijn geworden voordat die regeling in werking trad. Daarnaast gaat HR in op vraag of toepassing van de op 1-10-2013 in werking getreden regels over herziening ten nadele op voor die datum onherroepelijk geworden einduitspraken houdende vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging verenigbaar is met EVRM. HR betrekt daarbij art. 68 Sr, art. 6 EVRM, art. 7 EVRM, art. 4 Zevende Protocol bij EVRM en overige punten van aandacht. EHRM heeft nog niet geoordeeld over vraag of art. 6 en/of 7 EVRM toelaten (en zo ja, onder welke voorwaarden) dat regeling die herziening ten nadele mogelijk maakt (zoals Wet herziening ten nadele) wordt toegepast in geval waarin uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd al onherroepelijk was geworden voordat regeling in werking trad. Antwoord op die principiële vraag is van groot belang voor uitkomst van deze zaak. O.g.v. art. 1 Zestiende Protocol bij EVRM verzoekt HR daarom EHRM advies uit te brengen over deze (principiële) vraag inzake uitlegging of toepassing van art. 6 en 7 EVRM. HR houdt iedere verdere beslissing aan totdat EHRM “advisory opinion” zal hebben gegeven. Vervolg op HR:2012:BU6250 (strafzaak).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02045</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening</description><issued>2026-06-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:221</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2010:BO1756</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1717</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1717</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1717"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM-cassatie. Beschikking op vordering OvJ ex art. 552f Sv tot onttrekking aan het verkeer van mobiele telefoon met kinderporno en dierenporno. Kon Rb vordering afwijzen en teruggave van telefoon gelasten? Rb heeft (op de grond dat op telefoon ‘kinderporno’ en ‘dierenporno’ zijn aangetroffen) overwogen dat ongecontroleerd bezit van telefoon in strijd is met wet en algemeen belang en dat vordering tot onttrekking aan het verkeer daarom in beginsel voor toewijzing vatbaar is. Rb heeft vervolgens geoordeeld dat onttrekking aan het verkeer van telefoon ‘disproportioneel’ zou zijn omdat het gaat om ‘zeer gering aantal bestanden, die bovendien al zijn geïdentificeerd door politie’, dat uit niets is gebleken dat het technisch onmogelijk is telefoon te ontdoen van aangetroffen bestanden, dat telefoon aanzienlijke waarde heeft en dat door onttrekking aan het verkeer persoonlijke bestanden verloren zouden gaan die van waarde zijn voor belanghebbende. Op grond daarvan heeft Rb vordering van OvJ afgewezen en teruggave van telefoon aan belanghebbende gelast. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2023:471, inhoudende dat procedure van art. 36b.1.4 Sr jo. 552f.2 Sv er niet in voorziet dat rechter, als hij oordeelt dat vordering moet worden afgewezen, teruggave van inbeslaggenomen voorwerp gelast. Daarom is in bestreden beschikking besloten liggend oordeel van Rb dat wet voorziet in beslissing als door Rb genomen, onjuist. Afwijzing van vordering tot onttrekking aan het verkeer is ook niet begrijpelijk. Gronden die Rb daarvoor heeft aangedragen, kunnen (gelet op vaststelling van Rb dat op telefoon ‘kinderporno’ en ‘dierenporno’ zijn aangetroffen) afwijzing niet dragen. HR merkt op dat rechter die onttrekking aan het verkeer oplegt, o.g.v. art. 33c.2 jo. 36b.2 Sr geldelijke tegemoetkoming kan toekennen als dat nodig is om te voorkomen dat degene aan wie voorwerpen toebehoren, door onttrekking onevenredig zou worden getroffen (vgl. HR:2018:1156) en dat wettelijk stelsel zich er niet tegen verzet dat (zoals uiteengezet in HR:2025:1716) rechter die onttrekking aan het verkeer oplegt, na verzoek van verdediging dat voldoet aan de in dat arrest gestelde eisen, kan gelasten dat aan verdachte (kopie van) één of meer bestanden die zich op gegevensdrager bevinden, wordt (of worden) verstrekt. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03509</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2025-12-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:865</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:171</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:171</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:171"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM-cassatie. Beklag ex art. 98.4 jo. 552a Sv door producent van medische apparatuur tegen beslag op gegevens i.v.m. strafrechtelijk onderzoek tegen klaagster en medeklaagster t.z.v. verdenking van valsheid in geschrift, waarbij RC heeft beslist dat deze als “geheimhoudersinformatie” aangemerkte gegevens worden “uitgegrijsd” zodat deze ontoegankelijk blijven voor onderzoeksteam van FIOD. Kon Rb aan OvJ de opdracht geven toekomstige logbestanden (tijdig) toe te voegen aan procesdossier “ten behoeve van inhoudelijke behandeling van strafzaak”, nu wet niet voorziet in geven van zo’n opdracht door beklagrechter? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2025:578 m.b.t. vernietiging van geheimhoudersgegevens, verzoek tot vernietiging van gegevens ex art. 552a.2 Sv en toetsing door zittingsrechter als gegevens, waarvan rechter heeft bevolen dat deze vernietigd moeten worden, zich in dossier bevinden. Rb heeft klaagschrift dat strekt tot vernietiging van gegevens ongegrond verklaard en daarbij “ten behoeve van inhoudelijke behandeling van strafzaak” aan OvJ opdracht gegeven toekomstige logbestanden (tijdig) toe te voegen aan procesdossier. Daarmee heeft Rb miskend dat wet er niet in voorziet dat beklagrechter het OM zo’n opdracht geeft. Dat beklagrechter o.g.v. art. 23. Sv OM het bevel kan geven om verslag te doen van manier waarop betreffende vernietiging heeft plaatsgevonden doet daaraan niet af, omdat die bevoegdheid ziet op bevelen met het oog op onderzoek dat aan beslissing van beklagrechter vooraf gaat. Dit alles neemt niet weg dat ten behoeve van voortgang van zaak van belang is dat informatie die verband houdt met manier van vernietiging van geheimhoudersgegevens (of andersoortige gegevens), tijdig door OM aan dossier wordt toegevoegd. Art. 23.1 Sv voorziet echter niet in mogelijkheid dat beklagrechter op voorhand daartoe opdracht aan OM geeft. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. beslissing het OM opdracht te geven toekomstige logbestanden (tijdig) toe te voegen aan procesdossier. Samenhang met 25/01442 Bv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01484</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-02-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1343</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7586"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikel 2 Wet flexibel werken (Wfw). Werknemer vordert vermindering van de arbeidsduur. De kantonrechter wijst de vordering af. Werkgever heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat zij zwaarwegende belangen heeft bij afwijzing van het verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12168659</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-07-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9766</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9766</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9766"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Werkgever stelt de Provincie als wegbeheerder aansprakelijk voor doorbetaald loon en re-integratiekosten van arbeidsongeschikt geworden ex-werknemer als gevolg van eenzijdig fietsongeval op een gebrekkig fietspad. Geen regresvordering mogelijk op grond van artikel 6:107a en 6:174 BW. Geen onrechtmatig handelen door gevaarzetting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/371049 / HA ZA 25-698</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6839</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6839</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6839"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Portugees recht van toepassing op de arbeidsovereenkomst. Bepalingen van bijzonder dwingend recht van toepassing in het kader van de loonvordering van werknemer. Geen recht op billijke vergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12018216 \ AZ VERZ 25-62</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-08-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:1553</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:1553</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:1553"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Werkgever heeft ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht. De kantonrechter heeft een van de ontbindingsgronden (de d-grond) voldragen geoordeeld. Hij heeft het ontbindingsverzoek echter afgewezen op de grond dat de werkgever niet had voldaan aan de herplaatsingsverplichting. Het hof acht eveneens de d-grond voldragen, maar is van oordeel dat de werkgever wel heeft voldaan aan de herplaatsingsverplichting. Na vervolgens een beoordeling 'ex nunc' bepaalt het hof een datum voor het einde van de arbeidsovereenkomst, met toekenning van de wettelijke transitievergoeding aan de werknemer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.971/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-07-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:20697</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3217</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3217</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3217"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbindingsverzoek op h-grond. Aan werknemer is sinds 2018 politiek verlof verleend. Werknemer is van mening dat werkgever hem na zijn benoeming in 2025 als burgemeester in een andere gemeente, opnieuw politiek verlof had moeten verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12169890 AR VERZ 26-33</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. van Rossum</contributor><issued>2026-08-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8293</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8293</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8293"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Werkneemster is ziek uitgevallen. Werkgeefster heeft het loon stop gezet, omdat werkneemster alleen binnen het kader van mediation in gesprek wil. De kantonrechter oordeelt dat werkgeefster dit niet had mogen doen. De loonvordering wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12224763 \ KK EXPL 26-291</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-08-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5810</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5810</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5810"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet niet terecht. Het meermaals meenemen van enkele hamburgers levert geen dringende reden op. Geen zerotolerancebeleid. Werknemer is 64 jaar oud en 25 jaar in dienst. Niet onderbouwd dat niet volstaan kon worden met een waarschuwing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12218045 \ UE VERZ 26-190</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.L. Rijnbout</contributor><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1976</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1976</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1976"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil tussen gemeente en voormalige ambtenaar van de gemeente. Ambtenaar blijft (medewerkers van de) gemeente ruim 15 jaar na ontslag beschuldigen van misstanden en benaderen met talloze verzoeken, meldingen, klachten etc. Executiegeschil: zijn de in kort geding opgelegde contactverboden overtreden en dwangsommen verbeurd? Is er aan leiding om een verderstrekkend algeheel contactverbod op te leggen? Het hof beantwoordt beide vragen bevestigend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.342.252_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J.M. van Lanen, C.M.E. Lagarde, J.G.A. Struycken</contributor><issued>2026-07-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:384</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:18633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:18633"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">ontslag op staande voet onterecht, heimelijk onderzoek naar in- en uitlogtijden in strijd met AVG, transitie- en billijke vergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12156440 \ RP VERZ 26-50366</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.A.M. Veraart</contributor><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3098</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3098</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3098"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding arbeidsovereenkomst bankzitter. Kantonrechter oordeelt dat de werkgever ten onrechte ontbinding op de h-grond heeft verzocht omdat in dit geval het niet kunnen herplaatsen van de werknemer onder de a-grond valt. Verwijzing naar de Shell-beschikking HR 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:64.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12074238 AR VERZ 26-6</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R. Giltay</contributor><issued>2026-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3209"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsovereenkomst ontbonden op grond van ernstige wanprestatie (artikel 7:686 BW). Werknemer niet geslaagd in het leveren van tegenbewijs. Werknemer moet schadevergoeding betalen aan werkgever.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11861255 \ AR VERZ 25-55</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J.R. De Locht</contributor><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ6756</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ6756</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ6756"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 359.2 Sv. U.o.s. Hetgeen door de raadsvrouw ttz. is aangevoerd m.b.t. de verklaring van de getuige kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het Hof naar voren is gebracht. Daarbij wordt i.h.b. in aanmerking genomen dat de verklaring van deze getuige zich niet laat rijmen met de resultaten van het technisch onderzoek. Het Hof is in zijn arrest van dit uitdrukkelijk onderbouwde standpunt afgeweken door de in het middel bedoelde verklaring tot het bewijs te bezigen, maar heeft – in strijd met art. 359.2 Sv – niet i.h.b. de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Dat verzuim heeft ingevolge art. 359.8 Sv nietigheid tot gevolg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/11539</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. W.F. Groos Mr. C.W.H.M. Sterk</contributor><issued>2009-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ6756</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ6756</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ6756</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ6756"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 359.2 Sv. U.o.s. Hetgeen door de raadsvrouw ttz. is aangevoerd m.b.t. de verklaring van de getuige kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het Hof naar voren is gebracht. Daarbij wordt i.h.b. in aanmerking genomen dat de verklaring van deze getuige zich niet laat rijmen met de resultaten van het technisch onderzoek. Het Hof is in zijn arrest van dit uitdrukkelijk onderbouwde standpunt afgeweken door de in het middel bedoelde verklaring tot het bewijs te bezigen, maar heeft – in strijd met art. 359.2 Sv – niet i.h.b. de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Dat verzuim heeft ingevolge art. 359.8 Sv nietigheid tot gevolg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/11539</description><issued>2009-11-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ6756</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ7008</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ7008</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ7008"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Reparatieovereenkomst. Tekortschieten in zorgplicht opdrachtnemer. Onrechtmatige daad. Aanrijding met ter reparatie afgegeven auto. (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/04196</description><issued>2009-11-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ7008</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ7008</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ7008</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ7008"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Reparatieovereenkomst. Tekortschieten in zorgplicht opdrachtnemer. Onrechtmatige daad. Aanrijding met ter reparatie afgegeven auto. (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/04196</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.J. van Buchem-Spapens mr. J.C. van Oven mr. C.A. Streefkerk</contributor><issued>2009-11-06</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ7008</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BK2707</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BK2707</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BK2707"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Middel over bijzondere voorwaarde verbonden aan de voorwaardelijk opgelegde straf. HR: art. 81 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/01382</description><issued>2009-11-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BK2707</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ8329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ8329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ8329"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Europees recht. Geschil over vraag of het op een communautaire richtlijn berustende voorschrift van een zogenaamde open declaratie in de etikettering van mengvoeders in strijd is met het evenredigheidsbeginsel (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00698</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Beukenhorst mr. O. de Savornin Lohman mr. A.M.J. van Buchem-Spapens mr. E.J. Numann mr. W.A.M. van Schendel</contributor><issued>2009-11-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ8329</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2007:BB9593</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BK2707</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BK2707</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BK2707"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Middel over bijzondere voorwaarde verbonden aan de voorwaardelijk opgelegde straf. HR: art. 81 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/01382</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.P. Balkema Mr. J. de Hullu Mr. C.W.H.M. Sterk</contributor><issued>2009-11-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BK2707</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ8329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ8329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ8329"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Europees recht. Geschil over vraag of het op een communautaire richtlijn berustende voorschrift van een zogenaamde open declaratie in de etikettering van mengvoeders in strijd is met het evenredigheidsbeginsel (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00698</description><issued>2009-11-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2007:BB9593</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ8329</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BF5054</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BF5054</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BF5054"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening. Persoonsverwisseling. Aanvraag gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01525/07 H</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. J. de Hullu Mr. H.A.G. Splinter-van Kan</contributor><issued>2009-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BF5054</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BF5054</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BF5054</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BF5054"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening. Persoonsverwisseling. Aanvraag gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01525/07 H</description><issued>2009-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BF5054</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ8566</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ8566</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ8566"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbreken pleitnotities. Het pv ttz. vermeldt dat de raadsvrouw het woord tot verdediging voert a.d.h.v. haar (overgelegde) pleitnotities en dat zij verweren voert als in het arrest weergegeven. De in het pv vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de HR toegezonden stukken, zodat niet valt na te gaan of er ttz. meer verweren zijn gevoerd dan het in het bestreden arrest genoemd dan wel of daar uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit, gelet op o.g.v. door de AG ingewonnen inlichtingen, onherstelbare verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01173/07 P</description><issued>2009-11-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ8566</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ8566</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ8566</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ8566"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbreken pleitnotities. Het pv ttz. vermeldt dat de raadsvrouw het woord tot verdediging voert a.d.h.v. haar (overgelegde) pleitnotities en dat zij verweren voert als in het arrest weergegeven. De in het pv vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de HR toegezonden stukken, zodat niet valt na te gaan of er ttz. meer verweren zijn gevoerd dan het in het bestreden arrest genoemd dan wel of daar uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit, gelet op o.g.v. door de AG ingewonnen inlichtingen, onherstelbare verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01173/07 P</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. J. de Hullu Mr. H.A.G. Splinter-van Kan</contributor><issued>2009-11-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ8566</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ8651</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ8651</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ8651"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening. Persoonsverwisseling. Aanvraag op in de conclusie PG genoemde gronden gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00830 H</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. H.A.G. Splinter-van Kan Mr. W.F. Groos</contributor><issued>2009-11-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ8651</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ8651</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ8651</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ8651"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening. Persoonsverwisseling. Aanvraag op in de conclusie PG genoemde gronden gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00830 H</description><issued>2009-11-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ8651</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BI4051</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BI4051</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BI4051"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Economische zaak. Richtlijn 92/102/EEG m.b.t. de identificatie en registratie van dieren. Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD). 1. Vrijstelling of ontheffing ingevolge art. 107 GWWD. 2. Overmacht. Ad 1. De opvatting dat de in art. 34.1 (oud) Regeling voorziene oormerkverplichting voor schapen en geiten in strijd is met de Richtlijn, nu die Richtlijn op een zodanige wijze in de NL wet- en regelgeving had moeten zijn geïmplementeerd dat was voorzien in een mogelijkheid tot vrijstelling of ontheffing van de oormerkverplichting voor die veehouders die op hun bedrijf voor hun schapen en geiten een ander sluitend registratie- en identificatiesysteem bezigen, is onjuist. Het is gelet op art. 5.3 jo. art. 3.2 Richtlijn niet voor redelijke twijfel vatbaar dat het de Lidstaten niet is toegestaan in hun nationale regelingen vrijstelling of ontheffing mogelijk te maken van die oormerkverplichting en dat de mogelijkheid tot vrijstelling is beperkt tot die gevallen waarin een Lidstaat na de procedure a.b.i. art. 18 Richtlijn 90/425/EEG een machtiging van de Europese Commissie tot het verlenen van een vrijstelling heeft verkregen. Van die mogelijkheid is t.a.v. de verplichting i.c. tot oormerken door NL geen gebruik gemaakt. Dit betekent dat verdachte t.a.v. de in de bewezenverklaring genoemde schapen en geiten geen vrijstelling a.b.i. art. 107 GWWD kon worden verleend. Ad 2. Het Hof heeft bij de verwerping van het beroep op overmacht miskend dat aan verdachte geen vrijstelling a.b.i. art. 107 GWWD kon worden verleend. Dat behoeft niet tot cassatie te leiden, omdat het Hof het verweer terecht heeft verworpen. Het betreft i.c. een - ter uitvoering van een verplichting van de Europese regelgever - ingevolge en krachtens art. 40.2 GWWD gestelde verplichting, in welk artikellid is voorzien in een uitzondering op het in het verweer aangeroepen voorschrift van het eerste lid van art. 40 GWWD (vgl. HR LJN BC8651).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/13150 E</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. F.H. Koster Mr. B.C. de Savornin Lohman Mr. J.W. Ilsink</contributor><issued>2009-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BI4051</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BK1795</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BK1795</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BK1795"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG strekkende tot ambtshalve cassatie m.b.t. de vordering van de b.p. HR: 81 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/13119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. F.H. Koster Mr. J.P. Balkema Mr. W.M.E. Thomassen</contributor><issued>2009-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BK1795</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BI4051</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BI4051</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BI4051"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Economische zaak. Richtlijn 92/102/EEG m.b.t. de identificatie en registratie van dieren. Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD). 1. Vrijstelling of ontheffing ingevolge art. 107 GWWD. 2. Overmacht. Ad 1. De opvatting dat de in art. 34.1 (oud) Regeling voorziene oormerkverplichting voor schapen en geiten in strijd is met de Richtlijn, nu die Richtlijn op een zodanige wijze in de NL wet- en regelgeving had moeten zijn geïmplementeerd dat was voorzien in een mogelijkheid tot vrijstelling of ontheffing van de oormerkverplichting voor die veehouders die op hun bedrijf voor hun schapen en geiten een ander sluitend registratie- en identificatiesysteem bezigen, is onjuist. Het is gelet op art. 5.3 jo. art. 3.2 Richtlijn niet voor redelijke twijfel vatbaar dat het de Lidstaten niet is toegestaan in hun nationale regelingen vrijstelling of ontheffing mogelijk te maken van die oormerkverplichting en dat de mogelijkheid tot vrijstelling is beperkt tot die gevallen waarin een Lidstaat na de procedure a.b.i. art. 18 Richtlijn 90/425/EEG een machtiging van de Europese Commissie tot het verlenen van een vrijstelling heeft verkregen. Van die mogelijkheid is t.a.v. de verplichting i.c. tot oormerken door NL geen gebruik gemaakt. Dit betekent dat verdachte t.a.v. de in de bewezenverklaring genoemde schapen en geiten geen vrijstelling a.b.i. art. 107 GWWD kon worden verleend. Ad 2. Het Hof heeft bij de verwerping van het beroep op overmacht miskend dat aan verdachte geen vrijstelling a.b.i. art. 107 GWWD kon worden verleend. Dat behoeft niet tot cassatie te leiden, omdat het Hof het verweer terecht heeft verworpen. Het betreft i.c. een - ter uitvoering van een verplichting van de Europese regelgever - ingevolge en krachtens art. 40.2 GWWD gestelde verplichting, in welk artikellid is voorzien in een uitzondering op het in het verweer aangeroepen voorschrift van het eerste lid van art. 40 GWWD (vgl. HR LJN BC8651).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/13150 E</description><issued>2009-10-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BI4051</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ6949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ6949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ6949"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzen getuigenverzoek. In het licht van de door de verdediging betrokken stelling dat verdachte de portemonnee heeft gevonden, is de afwijzing van het verzoek om getuige X te horen, ontoereikend gemotiveerd. ‘s Hofs oordeel dat de – tot het bewijs gebezigde – verklaring van getuige X, “feitelijk en niet onbegrijpelijk is” en dat de betwisting van verdachte niet nader is gemotiveerd, kan die afwijzing niet dragen. Dat geldt ook voor ‘s Hofs oordeel dat verdachte niet heeft betwist dat hij de portemonnee heeft gepakt. Anders dan het Hof kennelijk tot uitdrukking heeft willen brengen kan uit die niet-betwisting immers niet zonder meer volgen dat verdachte erkent dat hij de portemonnee heeft gestolen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/01539</description><issued>2009-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ6949</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ6949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ6949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ6949"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzen getuigenverzoek. In het licht van de door de verdediging betrokken stelling dat verdachte de portemonnee heeft gevonden, is de afwijzing van het verzoek om getuige X te horen, ontoereikend gemotiveerd. ‘s Hofs oordeel dat de – tot het bewijs gebezigde – verklaring van getuige X, “feitelijk en niet onbegrijpelijk is” en dat de betwisting van verdachte niet nader is gemotiveerd, kan die afwijzing niet dragen. Dat geldt ook voor ‘s Hofs oordeel dat verdachte niet heeft betwist dat hij de portemonnee heeft gepakt. Anders dan het Hof kennelijk tot uitdrukking heeft willen brengen kan uit die niet-betwisting immers niet zonder meer volgen dat verdachte erkent dat hij de portemonnee heeft gestolen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/01539</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. F.H. Koster Mr. J.P. Balkema Mr. M.A. Loth</contributor><issued>2009-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ6949</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ9923</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ9923</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ9923"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Profijtontneming. Afwijzing getuigenverzoeken. Vzv. het Hof al niet op ontoelaatbare wijze is vooruitgelopen op wat de getuigen zouden verklaren, is, in het licht van hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd en in aanmerking genomen dat het Hof bij de berekening van het voordeel de met de cocaïneverkopen aan genoemde getuigen behaalde opbrengst heeft betrokken, niet zonder meer begrijpelijk waarom redelijkerwijs valt aan te nemen dat door het niet horen van de bedoelde getuigen de betrokkene niet in zijn verdediging wordt geschaad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/02155 P</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. H.A.G. Splinter-van Kan Mr. W.F. Groos</contributor><issued>2009-11-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ9923</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ8565</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ8565</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ8565"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbreken pleitnotities. Het pv ttz. vermeldt dat de raadsvrouw het woord tot verdediging voert a.d.h.v. haar (overgelegde) pleitnotities en dat zij verweren voert als in het arrest weergegeven. De in het pv vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de HR toegezonden stukken, zodat niet valt na te gaan of er ttz. meer verweren zijn gevoerd dan het in het bestreden arrest genoemd dan wel of daar uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit, gelet op o.g.v. door de AG ingewonnen inlichtingen, onherstelbare verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01157/07</description><issued>2009-11-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ8565</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ7262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ7262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ7262"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Antilliaanse zaak. Redelijke toerekening dood s.o.. HR: 81 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/01420 A</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. F.H. Koster Mr. J.W. Ilsink Mr. M.A. Loth</contributor><issued>2009-11-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ7262</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ8565</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ8565</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ8565"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontbreken pleitnotities. Het pv ttz. vermeldt dat de raadsvrouw het woord tot verdediging voert a.d.h.v. haar (overgelegde) pleitnotities en dat zij verweren voert als in het arrest weergegeven. De in het pv vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de HR toegezonden stukken, zodat niet valt na te gaan of er ttz. meer verweren zijn gevoerd dan het in het bestreden arrest genoemd dan wel of daar uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit, gelet op o.g.v. door de AG ingewonnen inlichtingen, onherstelbare verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01157/07</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. J. de Hullu Mr. H.A.G. Splinter-van Kan</contributor><issued>2009-11-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ8565</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ7007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ7007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ7007"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Familierecht. Echtscheiding. Verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling en ontzegging van omgangsrecht (1:377a BW). (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/01963</description><issued>2009-10-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ7007</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ7262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ7262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ7262"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Antilliaanse zaak. Redelijke toerekening dood s.o.. HR: 81 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/01420 A</description><issued>2009-11-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ7262</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ7007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ7007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ7007"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Familierecht. Echtscheiding. Verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling en ontzegging van omgangsrecht (1:377a BW). (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/01963</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Hammerstein mr. F.B. Bakels mr. W.D.H. Asser</contributor><issued>2009-10-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ7007</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1507</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1507</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1507"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Feitelijke aanranding van eerbaarheid van jonge buurvrouw op straat, art. 246 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefster voldoende steun in andere bewijsmiddelen? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft niet onbegrijpelijk geoordeeld dat verklaringen van aangeefster mede steun vinden in verklaringen van vriendin van aangeefster. Hof heeft bij dat oordeel niet enkel betrokken dat vriendin naar aangeefster is toegerend, aangeefster verward aantrof, dat aangeefster overstuur was en hard moest huilen en dat aangeefster daarna bij vriendin en moeder van vriendin huilend op bank vertelde wat er was voorgevallen. Bij dat oordeel heeft hof eveneens betrokken dat aangeefster bij vriendin thuis is geweest, dat zij zonder iets te zeggen is vertrokken, dat aangeefster haar vriendin om 00:20 uur appte, dat vriendin de aangeefster daarop om 00:25 uur heeft gebeld om uitleg te vragen, dat tijdstip van dit telefoongesprek overeenstemt met tijdstip waarop verdachte al bezig was aangeefster aan te randen, en dat vriendin heeft verklaard “dat zij het vreemd vond hoe aangeefster tijdens hun telefoongesprek herhaaldelijk en indringend aan haar vroeg om haar achtergelaten jas te komen brengen en dat zij daardoor opeens soort angst voelde en voelde dat er iets aan de hand was”. Opvatting dat getuige, om voldoende steun te kunnen bieden aan verklaringen van aangeefster, bewezenverklaarde gedraging zelf moet hebben waargenomen, vindt geen steun in recht. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03402</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:759</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:2344</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1557</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1557</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1557"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aansprakelijkheidsrecht. Geneeskundige behandelingsovereenkomst. Uitleg deskundigenbericht. Motiveringsklachten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02769</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:575</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:3193</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1558</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1558</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1558"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Incident. Vordering tot verdeling nalatenschap; processueel ondeelbare rechtsverhouding (HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:411; HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:649). Hoge Raad geeft eiser tot cassatie gelegenheid om niet opgeroepen persoon alsnog op te roepen als partij (art. 118 jo. art. 418a Rv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04501</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2457</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:510</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1436</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1436</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1436"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Kilometerblokker. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op Duitse auto, die is voorzien van apparaat waarmee werking van kilometerteller van auto wordt beïnvloed, onder ander dan klager t.z.v. verdenking van overtreding van art. 70m WVW 1994 jo. 3.2 Besluit Voertuigen. Kon Rb oordelen dat inbeslaggenomen auto, waarin kilometerblokker heeft gezeten, een voorwerp van zodanige aard is dat ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met wet of algemeen belang? In samenhangende zaak HR:2026:1435 heeft HR geoordeeld dat oordeel Rb dat vordering tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen auto moet worden toegewezen op de grond dat ongecontroleerd bezit van auto in strijd is met wet of algemeen belang, ontoereikend is gemotiveerd. Daarom kan ook deze beslissing van Rb niet in stand blijven. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/01653 B.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01654</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:631</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1509"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot zware mishandeling, art. 302.1 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. Ontvankelijkheid h.b. en ontbrekende akte van uitreiking in eerste aanleg. Kon hof vaststellen dat oproeping voor nadere tz. van Pr in persoon aan verdachte is uitgereikt, nu akte van uitreiking ontbreekt? Hof heeft geoordeeld dat h.b. binnen 14 dagen na einduitspraak in e.a. had moeten worden ingesteld, nu oproeping van verdachte voor tz. van Pr van 23-5-2002 volgens akte van uitreiking in persoon is uitgereikt. Akte van uitreiking bevindt zich niet bij stukken. Volgens brief van medewerker hof van 14-7-2025 maken betekeningsstukken m.b.t. oproeping geen deel (meer) uit van dossier. HR kan daardoor niet nagaan of oproeping in persoon is uitgereikt. Ook anderszins kan uit stukken niet worden afgeleid dat h.b. te laat is ingesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04205</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:901</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1551</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1551</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1551"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Collectieve actie. Internationaal privaatrecht, bevoegdheid (art. 8, punt 1, Verordening Brussel I-bis). Overgangsrecht Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (art. 3:305a (oud en nieuw) BW en titel 14A van Boek 3 Rv). Reikwijdte van verlenging van dagvaardingstermijn (art. 1018d lid 2 Rv). Uitsluiting van hogere voorziening tegen beslissing over relatieve bevoegdheid (art. 110 lid 3 Rv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00198</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:224</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:2941</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1478</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1478</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1478"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Strafrechtelijk onderzoek Tandem IV. Medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen, art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420.1.b Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten “afkomstig uit enig misdrijf”. Kon hof oordelen dat geldbedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft geoordeeld dat er weliswaar geen rechtstreeks verband valt te leggen met bepaald misdrijf maar dat het o.g.v. de door OM aangedragen f&amp;o niet anders kan zijn dan dat tlgd. geldbedragen, die naar aanleiding van diverse valse facturen door vennootschappen van verdachte zijn betaald, uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat facturen slechts zijn opgesteld om dat te verhullen. Dit oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Samenhang met 24/00337 en 24/00454.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00272</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:189</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:620</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1560</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1560</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1560"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Aanneming van werk. Waterschap stelt aannemer aansprakelijk voor schade als gevolg van gebreken in bollenplaatvloer van hoofdkantoor. Klachten over uitleg van paragraaf 28 UAV-GC.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:272</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:186</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1480</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1480</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1480"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Strafrechtelijk onderzoek Tandem IV. Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr), feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.2 Sr) en medeplegen gewoontewitwassen van verschillende geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr). Vrijspraak in eerste aanleg t.z.v. medeplegen gewoontewitwassen van aantal geldbedragen. 1. Bewijsklacht gewoontewitwassen van geldbedrag van € 78.774,57 aan gefingeerde salarisbetalingen t.a.v. “afkomstig uit enig misdrijf”. 2. Bewijsklacht valsheid in geschrift t.a.v. valsheid van facturen. 3. Bewijsklachten gewoontewitwassen t.a.v. “afkomstig uit enig misdrijf”. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00272 en 24/00337.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00454</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:186</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:618</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1489</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1489</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1489"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren, art. 9.2 (tweede volzin) WVW 1994. Bewijsklacht vereiste dat geen ander rijbewijs is afgegeven. Kan uit de door hof gebruikte bewijsmiddelen volgen dat aan verdachte geen ander rijbewijs is afgegeven, nadat op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren? Voor bewezenverklaring van delict omschreven in art. 9.2 (eerste volzin) WVW 1994 moet uit bewijsvoering o.m. blijken dat na ongeldigverklaring van rijbewijs aan verdachte geen ander rijbewijs is afgegeven. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren aan de hand van gegevens uit rijbewijsregister, waaruit blijkt dat geen geldig rijbewijs van kracht was tijdens besturen door verdachte (vgl. HR:2019:1146). Dit geldt ook voor bewezenverklaring van delict omschreven in art. 9.2 (tweede volzin) WVW 1994. Hof heeft bewezenverklaard dat aan verdachte “geen ander rijbewijs voor besturen van motorrijtuig van betrokken categorie of categorieën was afgegeven”. Dit onderdeel van bewezenverklaring kan echter niet worden afgeleid uit b.m. Bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04112</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:900</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1504</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1504</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1504"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen bedrijfsmatige hennepteelt (op 6-7-2017) en “andere strafbare feiten” (oogst van eerdere hennepteelt in daaraan voorafgaande periode), art. 36e.2 Sr. Zijn er “voldoende aanwijzingen” dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit hennepteelt voorafgaand aan de in strafzaak bewezenverklaarde datum? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2020:1523 en HR:2021:1498 m.b.t. eisen aan vaststelling dat voldoende aanwijzingen bestaan dat andere strafbare feiten door betrokkene zijn begaan a.b.i. art. 36e.2 Sr. Hof heeft geoordeeld dat voldoende aanwijzingen bestaan dat betrokkene, naast het in strafzaak bewezenverklaarde feit (medeplegen bedrijfsmatige hennepteelt op 6-7-2017) andere strafbare feiten heeft begaan (medeplegen hennepteelt in periode die daaraan voorafging). Voldoende aanwijzingen voor oordeel van hof dat betrokkene al minimaal 1 eerdere hennepoogst heeft gehad, kunnen echter niet z.m. worden afgeleid uit de door hof in aanmerking genomen f&amp;o (in motivering schatting w.v.v.). Gelet hierop is oordeel van hof ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00350.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00349</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:785</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1550</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1550</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1550"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht, 403-verklaring. Schadestaatprocedure, schadeposten, verhouding tot hoofdprocedure, uitleg dictum. Stukken van geding, art. 419 lid 2 Rv. Betekenis arbitraal vonnis tussen deels andere partijen, uitleg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02458</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:639</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:970</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1434</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1434</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1434"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Kilometerblokker. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto, die is voorzien van apparaat waarmee werking van kilometerteller van auto wordt beïnvloed, onder klager t.z.v. verdenking van overtreding van art. 70m WVW 1994 jo. 3.2 Besluit Voertuigen. 1. Kon Rb oordelen dat o.b.v. huidig dossier niet kan worden gezegd dat onttrekking aan het verkeer van auto “hoogst onwaarschijnlijk” is? 2. Kon Rb oordelen dat er voor nader onderzoek naar juistheid van standpunt van OvJ geen plaats is vanwege summier karakter van klaagschriftprocedure? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01078</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:630</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1479"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Strafrechtelijk onderzoek Tandem IV. (Medeplegen) valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr), feitelijk leiding geven aan medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.2 Sr), medeplegen gewoontewitwassen van verschillende geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr) en medeplegen witwassen van appartement (art. 420bis.1.b Sr). Vrijspraak in eerste aanleg t.z.v. medeplegen gewoontewitwassen van aantal geldbedragen. 1. Bewijsklacht feitelijk leiding geven aan medeplegen valsheid in geschrift t.a.v. valsheid van facturen. 2. Bewijsklachten medeplegen gewoontewitwassen t.a.v. “afkomstig uit enig misdrijf”. 3. Strafmotivering (gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk). Is strafoplegging toereikend gemotiveerd in het licht van straftoemetingsverweer van verdediging? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00272 en 24/00454.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00337</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:188</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:621</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1508"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hypotheekfraude door lid van raad van commissarissen van betaald voetbalclub. Medeplegen valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) door t.b.v. hypotheekaanvraag van ander tijdelijk € 100.000 over te boeken naar bankrekening van die ander, art. 225.1 Sr. Bewijsklacht valselijk opmaken van banksaldo-overzicht. Kon hof oordelen dat banksaldo-overzicht valselijk is opgemaakt, nu dit overzicht in overeenstemming was met bedrag dat op dat moment in werkelijkheid op betreffende bankrekening stond? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04127</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:825</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3395</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1556</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1556</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1556"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Aanneming van werk. Vervaltermijnen van art. 16.3 AVA 2013 oneerlijk/onredelijk bezwarend? Relevantie van betrokkenheid van consumentenorganisaties bij vergelijkbare algemene voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02205</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:308</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:666</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1481</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1481</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1481"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen diefstal d.m.v. braak van fatbike, art. 311.1.4 en 311.1.5 Sr. Toepassing taakstrafverbod bij vordering tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, art. 6:6:21 Sv jo. 22b Sr. Kon hof oordelen dat taakstrafverbod in de weg staat aan omzetten van eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 4 weken in taakstraf? Bij stukken bevindt zich Uittreksel Justitiële Documentatie dat o.m. inhoudt dat verdachte: A) bij onherroepelijk vonnis van Pr van 8-10-2020 is veroordeeld tot o.m. taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, en dat die vervangende hechtenis is tenuitvoergelegd van 6/4/2022 tot en met 3/5/2022; en B) bij onherroepelijk vonnis van Pr van 21-7-2023 is veroordeeld tot gevangenisstraf van 6 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaren. Rechter die beslist over vordering van OM tot tul van eerder voorwaardelijk opgelegde straf kan o.g.v. art. 6:6:21.2 Sv tul van taakstraf gelasten, i.p.v. het bevelen van tul van vrijheidsstraf. In art. 6:6:21.2 (tweede volzin) Sv is art. 22b Sr van overeenkomstige toepassing verklaard, zodat in gevallen waarin art. 22b Sr oplegging van taakstraf niet toeliet, ook geen taakstraf wordt gelast i.p.v. bevel tot tul van vrijheidsstraf. Rechter die beslist over vordering van OM a.b.i. art. 6:6:21.1 Sv moet daarom zo nodig nagaan of, als o.g.v. art. 6:6:21.2 (eerste volzin) Sv taakstraf wordt gelast, dat feitelijk leidt tot bestraffing van feit waarvoor voorwaardelijke vrijheidsstraf is opgelegd die niet in overeenstemming is met art. 22b Sr. Bij die beoordeling neemt rechter o.g.v. art. 22b Sr eventuele andere straffen in aanmerking die voor dat feit aan veroordeelde zijn opgelegd. V.zv. bij beslissing op de in art. 6:6:21.1 Sv bedoelde vordering de vraag aan de orde komt of aan de in art. 22b.2 Sr genoemde voorwaarden wordt voldaan, onder “door hem begaan feit” moet worden verstaan feit waarvoor verdachte is veroordeeld tot voorwaardelijk opgelegde straf waarvan tul wordt gevorderd (vgl. HR:2019:255). Art. 22b.3 Sr staat in de in art. 22b.1 en 22b.2 Sr vermelde gevallen de oplegging van taakstraf toe, als naast taakstraf ook onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt opgelegd (vgl. HR:2018:202). Hof heeft kennelijk geoordeeld dat onder A genoemde (veroordeling tot) taakstraf, o.g.v. art. 22b.2 Sr eraan in de weg staat dat voorwaardelijk deel van de onder B genoemde gevangenisstraf o.g.v. art. 6:6:21.2 (eerste volzin) Sv wordt omgezet in taakstraf. In licht van wat hiervoor is vooropgesteld, getuigt dat oordeel van onjuiste rechtsopvatting. Voor beantwoording van vraag of hof i.p.v. bevel tot tul van gevangenisstraf de tul van taakstraf kon gelasten, is immers bepalend dat voor het door verdachte in strafzaak onder B begane feit een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd. In zo’n geval maakt art. 6:6:21.2 Sv jo. 22b.3 Sr het mogelijk dat rechter de tul van taakstraf gelast i.p.v. bevel tot tul van voorwaardelijk deel van opgelegde gevangenisstraf. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. beslissing op vordering tul en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03312</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:603</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1526</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1526</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1526"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal uit woning, art. 311.1.3 Sr. Aanwezigheidsrecht, art. 36g.1.c Sv. Moet bij eerste politieverhoor door verdachte (Poolse nationaliteit) opgegeven adres worden aangemerkt als adresopgave a.b.i. art. 36g.1.a Sv, zodat afschrift van dagvaarding in hoger beroep naar dat adres had moeten worden verzonden? Vermelding van adres A in p-v van eerste verhoor van verdachte door politie kan niet anders worden begrepen dan als opgave van adres a.b.i. art. 36g.1.a Sv waaraan mededelingen over strafzaak kunnen worden toegezonden. Enkele omstandigheid dat verhorende verbalisanten (zoals blijkt uit p-v van verhoor) twijfelden over juistheid van deze adresopgave, brengt niet mee dat er geen sprake is van zo’n adresopgave door verdachte a.b.i. art. 36g.1.a Sv. Ook kan uit omstandigheid dat i.h.k.v. betekening van dagvaarding in h.b. bekend is geworden dat na adresopgave in eerste politieverhoor van verdachte, in informatiestaat SKDB-persoon een ander adres is geregistreerd als laatst opgegeven woon- of verblijfplaats (adres B), niet worden afgeleid dat verdachte uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven adres A niet te willen handhaven. Uit stukken kan niet blijken dat afschrift van dagvaarding in h.b. aan adres A is gezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is gebeurd. Evenmin houden stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending o.g.v. art. 36g.3 Sv achterwege kon blijven. Daarom had hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was onderzoek ttz. te schorsen om verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij onderzoek ttz. aanwezig te zijn. Van zo’n onderzoek blijkt niet (vgl. HR:2012:BX4736). Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01002</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:660</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:517</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1472</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1472</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1472"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Doodslag door onder invloed van alcohol en cocaïne in 2022 in Epe een vriend in diens woning meerdere keren met mes in zijn hoofd, nek, borstkas en armen te steken, art. 287 Sr. TBS met dwangverpleging opgelegd. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03892</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:6296</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1505"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen bedrijfsmatige hennepteelt in woning (art. 3.B jo 11.3 Opiumwet). Bewijsklacht. Bewezenverklaring toereikend gemotiveerd gelet op aangevoerd alternatief scenario? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00349 P.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00350</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:786</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1530</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1530</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1530"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening. Zware mishandeling met dood tot gevolg door zijn vriendin meermalen tegen haar hoofd te slaan en te schoppen, art. 302.2 Sr. Motiveringseis van art. 460.2 Sv. Aangevoerd wordt dat hof verkeerde uitleg heeft gegeven aan rapport van patholoog, art. 457.1.c Sv. Ex art. 460.2 Sv moet aanvraag gronden vermelden waarop deze berust. Aanvraag moet dus naar behoren gemotiveerd zijn. Alleen herzieningsaanvraag die aan deze motiveringseis voldoet, kan in behandeling worden genomen. Aanvraag die onvoldoende is gemotiveerd, is niet aanvraag a.b.i. wet. Dit betekent dat, als aanvraag een beroep doet op een met stukken onderbouwd gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv, (a) aanvraag een nauwkeurige omschrijving moet bevatten van dit gegeven (novum) en dat dus bijvoorbeeld niet kan worden volstaan met verwijzing naar bijgevoegde stukken waaruit zo’n novum zou moeten blijken; (b) aanvraag de redenen moet vermelden waarom novum tot 1 van genoemde beslissingen zou hebben kunnen leiden; en (c) aanvraag, als deze ertoe strekt bewijsvoering aan te tasten, met voldoende precisie moet uiteenzetten (i) waarom bepaald onderdeel van de bij aanvraag gevoegde stukken leidt tot ernstige twijfel aan juistheid van nauwkeurig aangeduid gedeelte van bewijsvoering, en (ii) waarom dat leidt tot ernstig vermoeden dat onderzoek van zaak, als dat gegeven toen bekend was geweest, zou hebben geleid tot vrijspraak. Alleen als aanvraag aan deze eisen voldoet, kan HR of aanvraag gegrond is. Omdat aanvraag aan geen van die eisen voldoet, kan HR de aanvraag niet in behandeling nemen. Aanvraag n-o. Vervolg op HR:2025:982.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01798</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:621</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1490</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1490</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1490"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beklag ex art. 98.4 jo. 552a Sv door Nederlandse en Belgische advocaten tegen beslag op gegevensdragers en tegen vordering van historische administratieve gegevens, waarbij dataset van miljoenen bestanden onder leiding van RC is gefilterd aan de hand van lijst met zoektermen met als doel verwijderen van mogelijk verschoningsgerechtigde gegevens en RC heeft beslist dat OvJ mag kennisnemen van de na filtering overgebleven fysieke en digitale bestanden en documenten. Rb heeft klaagschriften n-o verklaard v.zv. die zijn gebaseerd op art. 98.4 Sv en klaagschriften gegrond verklaard (met bevel tot nadere filtering onder leiding van RC) v.zv. die zijn gebaseerd op art. 552a Sv. 1. Beklagmogelijkheid bij vorderen van gegevens. Staat voor verschoningsgerechtigde (overeenkomstig art. 98.4 Sv) beklag open tegen beslissing van RC dat kennisneming van gevorderde gegevens is toegestaan? 2. Ontvankelijkheid klaagschrift. Kon Rb klaagschriften n-o verklaren v.zv. die zijn gebaseerd op art. 98.4 jo. 552a Sv? 3. Beperking cassatieberoep. Moet worden voorbijgegaan aan beperking dat beroepen niet zijn gericht tegen gegrondverklaring van klaagschriften v.zv. die zijn gebaseerd op art. 552a Sv? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2024:1560 en HR:2024:314 over (beklag)regeling van art. 98 Sv. Regeling van art. 98 Sv is in wet niet van toepassing verklaard in relatie tot vorderen van gegevens (vgl. HR:2024:375). Belangen die met verschoningsrecht zijn gemoeid, kunnen echter noodzakelijk maken dat RC ook in zo’n geval beslissing neemt overeenkomstig art. 98 Sv. Dat is het geval als vordering (mede) betrekking heeft op gegevens ten aanzien waarvan redelijk vermoeden bestaat dat zij onder verschoningsrecht vallen en selectie van gegevens niet mogelijk is zonder inhoudelijk daarvan kennis te nemen. OvJ moet daartoe vordering a.b.i. art. 181 Sv richten aan RC. Gegevens moeten in handen worden gesteld van RC, zodat deze kan beslissen of kennisneming is toegestaan. Deze beslissing wordt door RC neergelegd in beschikking. Redelijke wetstoepassing brengt met zich dat tegen beslissing van RC dat kennisneming is toegestaan, voor verschoningsgerechtigde (overeenkomstig art. 98.4 Sv) beklag openstaat bij (raadkamer van) gerecht in feitelijke aanleg waarvoor zaak wordt vervolgd. Tegen beschikking van dit gerecht staat cassatieberoep open (vgl. HR:2017:1205, HR:2024:375 en HR:2025:1788). Ad 2. Oordeel Rb komt erop neer dat beslissing van RC dat OM mag kennisnemen van de na filtering overgebleven fysieke en digitale bestanden en documenten omdat naar oordeel van RC voldoende is gewaarborgd dat ten aanzien daarvan verschoningsrecht niet wordt geschonden, niet kan worden opgevat als beslissing a.b.i. art. 98.3 Sv. Oordeel Rb geeft blijk van onjuiste rechtsopvatting. Beslissing die RC o.g.v. art 98.3 Sv neemt, strekt ertoe te bepalen welke voorwerpen aan OM ter beschikking mogen worden gesteld of van welke gegevens OM mag kennisnemen, en voor welke voorwerpen of gegevens dit niet wordt toegelaten. Beklag dat o.g.v. art. 98.4 Sv voor verschoningsgerechtigde openstaat, richt zich dan ook tegen beslissing van RC v.zv. deze inhoudt dat voorwerpen aan OM ter beschikking worden gesteld of dat van gegevens mag worden kennisgenomen. Dit betekent dat tegen beslissing van RC dat OvJ mag kennisnemen van de na filtering overgebleven fysieke en digitale bestanden en documenten, voor klagers als verschoningsgerechtigden (zowel t.a.v. inbeslaggenomen voorwerpen als t.a.v. gevorderde gegevens) beklag a.b.i. art. 98.4 jo. 552a Sv openstaat. Manier waarop selectie van (digitale) stukken en gegevens heeft plaatsgevonden, kan in beoordeling van beklag worden betrokken. Ad 3. Er is geen redelijk doel gediend met beoordeling van beklag a.b.i. art. 98.4 jo. 552a Sv na terugwijzing, als tegelijkertijd beslissing in bestreden beschikking over uitvoeren van nadere filtering als onherroepelijke beslissing zou gelden. Om Rb na terugwijzing in staat te stellen naar behoren opnieuw recht te doen, moet aan beperking van beroepen worden voorbijgegaan. HR zal bestreden beschikking ook vernietigen v.zv. daarin (o.g.v. art. 552a Sv) oordeel is gegeven over uitvoeren van een nadere filtering. Volgt (integrale) vernietiging en terugwijzing. CAG: anders t.a.v. beklagmogelijkheid bij gevorderde gegevens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03659</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:706</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1552"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Collectieve actie. Internationaal privaatrecht, bevoegdheid (art. 8, punt 1, Verordening Brussel I-bis en art. 7 lid 1 Rv). Zelfstandig vereiste van voorzienbaarheid? Overgangsrecht Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (art. 3:305a (oud en nieuw) BW en titel 14A van Boek 3 Rv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04589</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:225</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:2949</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1555</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1555</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1555"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz. Zorgmachtiging. Aansluitende zorgmachtiging? Digitale indiening verzoekschrift buiten kantoortijd, aanvangsmoment beslistermijn art. 6:2 lid 1, aanhef en onder e, Wvggz. Verstrijken van deze beslistermijn terwijl geldigheidsduur eerdere zorgmachtiging nog niet is verstreken. Maximale duur nieuwe zorgmachtiging. Hoge Raad doet zelf af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01369</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:750</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1542</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1542</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1542"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht, erfdienstbaarheid van weg, verkrijging door bevrijdende verjaring, art. 5:72 BW, art. 3:105 BW, bezit, art. 3:108 BW. Erfdienstbaarheid van goot, uitleg, aansluiting op pompput, art. 5:75 BW. Grievenstelsel, devolutieve werking, negatieve zijde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02818</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:612</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:3246</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1549</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1549</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1549"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Bewijs. Inzagevordering ex art. 843a Rv (oud) na bewijsbeslag. Gestelde rechtsbetrekking voldoende aannemelijk?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01086</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:223</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:205</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1506"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Diefstal d.m.v. braak van kassalade, art. 311.1.5 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Kon hof oordelen dat het verdachte was die inbraak heeft gepleegd? 2. Kon hof voor bewijs meewegen dat verdachte geen redelijke, redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven voor f&amp;o die redengevend moeten worden geacht voor bewijs van tlgd. feit? 3. Kon hof bij bewijsvoering betrekken dat door politie onder aan trap aangetroffen fiets van verdachte was dan wel dat hij heeft bekend dat fiets van hem was? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof heeft in zijn nadere bewijsoverwegingen acht geslagen op verweer van verdediging dat verdachte lichte schoenen aanhad, terwijl op camerabeelden uit winkelcentrum een persoon te zien is met zwarte schoenen. Hof heeft dit verweer terzijde geschoven, omdat kleuren kunnen verspringen op nachtbeelden. Dit feitelijke oordeel, dat tevens steun vindt in het voor bewijs gebruikte relaas van verbalisant omtrent beelden afkomstig van deurbelcamera, is niet onbegrijpelijk. Ad 2. Hof heeft niet onbegrijpelijk bij bewijsvoering betrokken dat verdachte geen voor redengevende f&amp;o aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven, terwijl dit wel van hem mocht worden verwacht, in aanmerking genomen dat verdachte midden in de nacht kort na inbraak is aangetroffen op galerij (achter muurtje) in de buurt van gestolen kassalade en fiets (die qua signalement overeenkomt met fiets waarop dader met kassalade is gevlucht), terwijl ook uiterlijk signalement van verdachte overeenkomt met de op camerabeelden van winkelcentrum waargenomen dader van inbraak. Ad 3. Uit bewijsmiddelen volgt dat op camerabeelden uit winkelcentrum van dader van inbraak een persoon is te zien die wegfietst, terwijl er eerder man was komen aanfietsen op damesfiets. Over fiets die onder aan trap in nabijheid van verdachte is aangetroffen, kan o.b.v. b.m. worden gezegd dat dit grijze damesfiets betrof, terwijl uit ander b.m. blijkt dat verdachte grijze damesfiets heeft. Verder heeft hof uit (het voor bewijs gebruikte) p-v van verbalisant afgeleid dat onder aan trap aangetroffen fiets van verdachte is, omdat hij naar die fiets heeft gerefereerd als zijnde zijn fiets. Dat hof o.b.v. voorgaande heeft geconcludeerd dat fiets die in de buurt van verdachte is aangetroffen van verdachte is, is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02409</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:746</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2043</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1548</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1548</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1548"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Toestemming onderhandse verkoop (art. 3:268 lid 2 BW). Mededeling aan en oproeping van belanghebbenden (art. 548 lid 3 Rv). Doorbreking rechtsmiddelenverbod van art. 3:268 lid 3 BW wegens schending hoor en wederhoor? Oproeping in hoger beroep (art. 361 lid 1 Rv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02519</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:611</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:3747</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1435</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1435</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1435"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Kilometerblokker. Beschikking Rb op vordering OvJ ex art. 552f.2 Sv tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen Duitse auto die is voorzien van apparaat waarmee werking van kilometerteller van auto wordt beïnvloed (art. 70m WVW 1994 jo. 3.2 Besluit Voertuigen), art. 36b, 36c en 36d Sr. Kon Rb oordelen dat inbeslaggenomen auto, waarin kilometerblokker heeft gezeten, een voorwerp van zodanige aard is dat ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met wet of algemeen belang? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2026:349 over vraag of personenauto waarin kilometerblokker is aangetroffen, vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer. Rb heeft geoordeeld dat vordering tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen auto moet worden toegewezen op de grond dat ongecontroleerd bezit van auto in strijd is met wet of algemeen belang, en daartoe overwogen dat “uit procesdossier blijkt dat aanwezigheid van kilometer-blokker in auto risico’s oplevert voor verkeersveiligheid en aantasting van integriteit van handelsverkeer” tot gevolg heeft. Oordeel Rb is in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld en van wat namens belanghebbende naar voren is gebracht, niet toereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat door OM naar voren is gebracht dat aangetroffen kilometerblokker door verbalisant uit voertuig is verwijderd, en enkele omstandigheid dat kilometerstand van auto (zoals deze wordt weergegeven op kilometerteller) mogelijk niet juist is, niet meebrengt dat auto daadwerkelijk concreet gevaar voor verkeersveiligheid vormt. Daarnaast heeft Rb geen vaststellingen gedaan over vraag of gebrek dat ten grondslag ligt aan geconstateerd gevaar voor verkeersveiligheid, met redelijke inspanningen kan worden hersteld. Verder is van belang dat (i.v.m. oordeel Rb dat normaal handelsverkeer t.a.v. auto onevenredig wordt belemmerd door gemanipuleerde kilometerstand) Rb geen vaststellingen heeft gedaan over vraag of die belemmering in voldoende mate kan worden voorkomen. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/01654 B.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01653</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:632</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1471"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot doodslag door onder invloed van alcohol en cocaïne in 2023 in Amsterdam op straat een kennis met vuurwapen in zijn heup te schieten, art. 287 Sr. TBS met dwangverpleging opgelegd. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00283</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1528</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1528</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1528"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM-cassatie en cassatie klager. Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv tegen beschikking Rb over toelaatbaarheid van uitlevering van bestanden op digitale gegevensdragers i.v.m. verschoningsrecht van klager (notaris), na tegen andere notaris en diens notarieel juridisch medewerker gerezen verdenking van overtreding van Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en witwassen. 1. OM-cassatie. Kon Rb oordelen dat zich geen zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan verschoningsrecht van klager moet worden doorbroken? 2. Cassatie klager. Geen schriftuur. Ad 1. Om redenen vermeld in HR:2026:1527 faalt middel. Die beschikking heeft betrekking op een in de kern gelijkluidend beklag van notaris die optreedt als waarnemer van protocol van oud-notarissen van wie eveneens namen in inbeslaggenomen stukken voorkomen. Ad 2. Geen middelen ingediend, klager n-o. Volgt verwerping. Samenhang met 25/02404 Bv. Vervolg op HR:2024:1291.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04731</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:708</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1529</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1529</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1529"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Voorhanden hebben van patroonmagazijn met 16 kogelpatronen, art. 26.1 WWM. Bewijsklacht “bewustheid” t.a.v. aanwezigheid van kogelpatronen. Heeft verdachte de munitie in dashboardkastje van auto waarin hij zich bevond voorhanden gehad? HR herhaalt overwegingen uit HR:2020:504 m.b.t. vereisten voor veroordeling voor voorhanden hebben van wapen of munitie. Hof heeft vastgesteld dat in auto, waarin verdachte zich eerder op bijrijdersstoel bevond, in dashboardkastje een patroonhouder met kogelpatronen lag. Op telefoon van verdachte is foto aangetroffen die kennelijk is genomen tijdens videobelgesprek tussen verdachte en derde, waarop verdachte als gesprekspartner te zien is van degene die dezelfde patroonhouder vasthoudt. ’s Hofs op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat verdachte de patroonhouder bewust aanwezig heeft gehad, is niet toereikend gemotiveerd. Uit die vaststellingen kan niet zonder meer volgen dat verdachte zich op dat moment bewust was van (waarschijnlijke) aanwezigheid van patroonhouder in dashboardkastje. Dat verdachte geen aannemelijke hem ontlastende verklaring heeft gegeven voor (combinatie van) aantreffen van patroonhouder en van foto met daarop dezelfde patroonhouder op zijn telefoon, maakt dit niet anders. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03887</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2001</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1547</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1547</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1547"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Huurrecht; procesrecht. Art. 2.25 Landelijk procesreglement civiele dagvaardingszaken gerechtshoven ('beraad partijen'). Splitsing huurovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02743</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:574</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:3285</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1527</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1527</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1527"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM-cassatie en cassatie klager. Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv tegen beschikking Rb over toelaatbaarheid van uitlevering van bestanden op digitale gegevensdragers i.v.m. verschoningsrecht van klager (waarnemer van protocol van oud-notarissen), na tegen andere notaris en diens notarieel juridisch medewerker gerezen verdenking van overtreding van Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en witwassen. 1. OM-cassatie. Kon Rb oordelen dat zich geen zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan verschoningsrecht van de klager moet worden doorbroken? 2. OM-cassatie. Kon Rb oordelen dat stukken die via openbare registers kunnen worden opgevraagd ook onder verschoningsrecht vallen? 3. Cassatie klager. Geen schriftuur. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2024:1290 m.b.t. zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin belang dat waarheid aan het licht komt moet prevaleren boven verschoningsrecht. Wat betreft belang van waarheidsvinding geldt als beoordelingsmaatstaf of betreffende gegevens redelijkerwijs in zodanig direct verband staan met strafbaar feit waarvan vermoeden bestaat dat dit is begaan, dat deze gegevens kunnen dienen om waarheid aan het licht te brengen (vgl. HR:1999:ZD7280). Rb heeft geoordeeld dat geen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden op grond waarvan verschoningsrecht van klager moet wijken voor belang van waarheidsvinding. Rb heeft aan oordeel o.m. ten grondslag gelegd dat datering van veel stukken waarop verschoningsrecht rust, buiten periode valt waarop verdenking ziet, en dat (nu door geheimhouders OvJ niet specifiek is aangeduid wat “directe link” is tussen die stukken en verdenking in strafrechtelijk onderzoek tegen verdachte notaris en juridisch medewerker) niet zodanig verband bestaat tussen stukken die onder verschoningsrecht vallen en verdenking, dat inbreuk op verschoningsrecht noodzakelijk is. Daarmee heeft Rb (niet onbegrijpelijk) tot uitdrukking gebracht dat, wat betreft belang van waarheidsvinding, deze stukken niet in zodanig direct verband staan met strafbaar feit waarvan vermoeden bestaat dat dit is begaan, dat deze gegevens kunnen dienen om waarheid aan het licht te brengen. Ook daarop voortbouwend oordeel van Rb dat geen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden op grond waarvan verschoningsrecht van klager moet wijken voor belang van waarheidsvinding (waarin Rb verder nog heeft betrokken dat klager in deze zaak zelf geen verdachte is en dat niet is komen vast te staan dat relevante gegevens niet op andere manier kunnen worden verkregen), getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 2. Rb heeft t.a.v. enkele stukken overwogen dat “stukken die via openbaar register kunnen worden opgevraagd, ook onder verschoningsrecht van klager vallen, omdat ook t.a.v. deze stukken niet gezegd kan worden dat er redelijkerwijs geen twijfel over bestaat dat standpunt van klager onjuist is”. Rb is daarmee uitgegaan van onjuiste rechtsopvatting. Stukken die raadpleegbaar zijn via openbare registers, kunnen als zodanig niet worden aangemerkt als stukken waarover verschoningsrecht zich uitstrekt. Dat kan onder omstandigheden anders zijn, o.m. als dergelijke stukken deel uitmaken van andere stukken die onder verschoningsrecht vallen. Rb heeft echter niet vastgesteld dat van zo’n samenhang met andere stukken sprake is. Dat hoeft echter bij gebrek aan belang niet tot vernietiging van uitspraak Rb en terugwijzing van zaak te leiden, nu het gaat om stukken die via openbare registers kunnen worden opgevraagd en waarover OM dus zelf beschikking kan krijgen. Ad 3. Geen middelen ingediend, klager n-o. Volgt verwerping. Samenhang met 25/04731 Bv. Vervolg op HR:2024:1290.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02404</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:707</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1497</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1497</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1497"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal, art. 310 Sr. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.1.b.2 en 36e.3 Sv. Status laatst opgegeven woon- of verblijfplaats. Had dagvaarding in h.b. moeten worden betekend op de (in ID-staat SKDB opgenomen) laatst opgegeven woon- of verblijfplaats van verdachte in Nederland, nu verdachte als niet-ingezetene in BRP is ingeschreven op adres in Polen dat ook nadien namens verdachte is opgegeven in akte instellen h.b.? Als niet-gedetineerde verdachte niet in Nederland staat ingeschreven in BRP (niet op adres in Nederland als ingezetene ingeschreven staat in BRP) maar van hem wel (feitelijke) woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is, moet uitreiking van dagvaarding o.g.v. art. 36e.1.b.2 Sv op dat adres plaatsvinden. Onbekendheid met feitelijke woon- of verblijfplaats kan o.m. niet worden aangenomen als niet is geprobeerd uitreiking van dagvaarding te doen plaatsvinden op adres dat uit stukken blijkt, voor de hand ligt en redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van verdachte zou kunnen gelden. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om adres dat in informatiestaat SKDB-persoon is geregistreerd als laatst opgegeven woon- of verblijfplaats van verdachte. Dit adres moet niet door latere opgave zijn achterhaald. Als o.g.v. daartoe ingesteld onderzoek als vaststaand kan worden aangenomen dat verdachte niet in Nederland staat ingeschreven in BRP en niet in Nederland is gedetineerd en van hem ook niet feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland maar wel adres in buitenland bekend is, vindt betekening van dagvaarding plaats door toezending van dagvaarding, hetzij rechtstreeks aan laatst bekend adres van verdachte in buitenland, hetzij door tussenkomst van bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie (art. 36e.3 Sv) (vgl. HR:2002:AD5163). Hof heeft vastgesteld dat in Informatiestaat SKDB-persoon van 20-9-2024 als laatst opgegeven woon- of verblijfplaats het adres A is vermeld met als datum van registratie 22-9-2023 en dat blijkens daarvan opgemaakte akte instellen h.b. bij instellen van h.b. (op 4-10-2023) het (BRP-)adres B (in Polen) is opgegeven. Mede o.b.v. deze vaststellingen heeft hof geoordeeld dat adres A was achterhaald en dat dagvaarding in h.b. rechtsgeldig is betekend door verzending van dagvaarding naar dit adres in Polen. Dit getuigt gelet op wat hiervoor is vooropgesteld niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04280</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:902</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2961</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1433"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Kilometerblokker. Beschikking Rb op vordering OvJ ex art. 552f.2 Sv tot onttrekking aan het verkeer van 3 inbeslaggenomen auto’s die zijn voorzien van apparaat waarmee werking van kilometerteller van auto wordt beïnvloed (art. 70m WVW 1994 jo. 3.2 Besluit Voertuigen), art. 36b, 36c en 36d Sr. Kon Rb oordelen dat inbeslaggenomen auto’s, waarin kilometerblokker heeft gezeten, voorwerpen van zodanige aard zijn dat ongecontroleerd bezit ervan in strijd is met wet of algemeen belang? HR herhaalt overwegingen uit HR:2026:349 m.b.t. vraag of personenauto waarin kilometerblokker is aangetroffen, vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer. Rb heeft geoordeeld dat vordering tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen auto’s moet worden toegewezen, en daartoe o.m. overwogen dat, gelet op “aantasting van integriteit van handelsverkeer” en “gevaren die aan gebruik van kilometer-blockers verbonden zijn”, ongecontroleerd bezit van auto’s in strijd is met wet of algemeen belang. Oordeel Rb is in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld en van wat namens belanghebbende is aangevoerd, niet toereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat enkele omstandigheid dat kilometerstand van auto (zoals deze wordt weergegeven op kilometerteller) mogelijk niet juist is, niet meebrengt dat auto daadwerkelijk concreet gevaar voor verkeersveiligheid vormt. Overweging Rb dat “tijdens aanwezigheid van kilometer-blockers wel degelijk veiligheidsrisico’s bestaan” volstaat daarvoor niet, terwijl Rb ook geen vaststellingen heeft gedaan over vraag of gebrek dat ten grondslag ligt aan geconstateerd gevaar voor verkeersveiligheid, met redelijke inspanningen kan worden hersteld. Verder is van belang dat (i.v.m. oordeel Rb dat normaal handelsverkeer t.a.v. auto’s onevenredig wordt belemmerd door gemanipuleerde kilometerstand) Rb geen vaststellingen heeft gedaan over vraag of die belemmering in voldoende mate kan worden voorkomen. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00076 B (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00077</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:633</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:3930</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3930</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:3930"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst voor het bouwen van een app. Eiser stelt dat gedaagde tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen door de app niet op tijd op te leveren, kosten te overschrijden en/of de app niet gratis af te maken. Ook zou gedaagde aansprakelijk zijn voor het niet goed onderhouden van de bestaande app van eiser. De rechtbank wijst de vorderingen af; geen verzuim door ontbreken fatale termijnen. Moest gedaagde de app gratis afbouwen? Er was weliswaar schijn van volmachtvertegenwoordiging, maar de toezegging van de developer gaat niet zo ver als eiser wil (wilsvertrouwensleer). Ook geen tekortkoming ten aanzien van onderhouden oude (al niet goed werkende) app, eiser heeft dat deel van de opdracht uit eigen beweging opgezegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 771110 HA ZA 25-1193</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Schadevergoedingsuitspraak</description><issued>2026-04-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:93</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:93</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:93"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst van opdracht. Zorgplicht van opdrachtnemer, onderzoeks- en waarschuwingsplicht. Uitleg. Schadestaatprocedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00971</description><issued>2026-01-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:402</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:2973</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2973</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:2973"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst van opdracht, ontwikkelen website, dwaling over kosten en planning</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/451729 / HA ZA 25-126</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Schippers</contributor><issued>2026-04-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2017:2226</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2017:2226</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2017:2226"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Centrale Raad van Beroep heeft, samen met de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, uitgangspunten voor de rechter ontwikkeld in zaken waarin de overheid zich beroept op een advies van een eigen medisch deskundige. In de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep gaat het over medische rapporten opgesteld door verzekeringsartsen van het Uwv. Aanleiding voor de uitspraak is een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 8 oktober 2015 (Korošec).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/501 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Zeijen, Bakker, Elshoff</contributor><issued>2017-06-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten</reference><reference relation="citing" lang="nl">Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten 3</reference><reference relation="citing" lang="nl">Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten 4</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2734</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2734</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2734"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Premieplicht rijnvarende. Onrechtmatige risicoselectie? Schending van het evenredigheidsbeginsel? Toepassing meerderheidsregel. Het hof is van oordeel dat (i) geen sprake is van een onrechtmatige risicoselectie, (ii) belanghebbende geheel 2019 premieplichtig is in Nederland, (iii) geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel, (iv) het beroep van belanghebbende op de meerderheidsregel faalt en (v) zij niet bevoegd is een oordeel te geven over de rechtmatigheid van door de SVB afgegeven A1-verklaring.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1534</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. C.W.M.M. Verkoijen, mr. B.J. Rubbens, mr. drs. T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6274</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8064</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8064</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8064"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV; zorgvuldigheidsbeginsel, IACK, niet voldaan aan de inschrijvingseis en 78-dagen eis, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3164</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.J. Zippelius</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4378"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Woonzorgcentrum. Artikel 220a, lid 2 van de Gemeentewet. De rechtbank maakt uit de foto’s in het dossier op dat de beleefhoeken bestemd en geschikt zijn gemaakt om te kunnen schilderen, muziek te maken of te bewegen. Daarmee zijn deze ruimtes dus bestemd en geschikt om voor bepaalde aspecten van menselijke bewoning te dienen. De rechtbank is van oordeel dat meer dan 70% van de onroerende zaak dient tot woning dan wel volledig dienstbaar is aan woondoeleinden. Beroepen gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/253</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A. Heidekamp</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2511"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld voor het vervoeren van cocaïne en witwassen van een geldbedrag. De inspecteur heeft belanghebbende hierover vragen gesteld, die belanghebbende niet heeft beantwoord. Hierna heeft de inspecteur een informatiebeschikking genomen, wie onherroepelijk is geworden. De inspecteur merkt de contanten en de waarde van de aangetroffen cocaïne aan als resultaat uit overige werkzaamheden. Het hof oordeelt dat de waarde van de cocaïne als resultaat uit overige werkzaamheden kan worden aangemerkt. Omdat belanghebbende samen met een medeverdachte is veroordeeld voor het witwassen van de contanten, rekent het hof de helft van de contanten toe aan belanghebbende. Het hof vernietigt de vergrijpboete, omdat (voorwaardelijk) opzet niet door de inspecteur is aangetoond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/853 en 25/854</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, mr. B.J. Rubbens, mr. J. Rietveld</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1808</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2609</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2609</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2609"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag forensenbelasting. Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar terecht een aanslag forensenbelasting aan belanghebbende heeft opgelegd, omdat de tweede woning belanghebbende meer dan negentig dagen ter beschikking stond. Dat belanghebbende feitelijk minder dan negentig dagen in de tweede woning verbleef doet niet aan dat oordeel af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/39</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Smorenburg, mr. J.K. Lanser, mr. B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8645</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4566</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4566</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4566"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. De inspecteur mag voor de waarde van het onroerend goed in box 3 kijken naar de WOZ-beschikkingen. Wel schending hoorrecht, maar belanghebbende is daardoor niet benadeeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/411</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Sanna</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2306</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2306</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2306"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is inwoner van Nederland en Duitsland. Het hof oordeelt dat het centrum van zijn levensbelangen (artikel 3 lid 3 van het Verdrag met Duitsland) in Nederland ligt. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat belanghebbende niet al zijn banktegoeden heeft aangegeven. Het hoger beroep van de inspecteur is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1182 en 24/1183</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, mr. J. Rietveld, mr. drs. M.H. van Schaik</contributor><issued>2026-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4627</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2668"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is het antwoord op de vraag of het bezwaar tegen de naheffingsaanslag OB–2011 tijdig is ingediend en zo nee, of het bezwaar terecht niet–ontvankelijk is verklaard. Het hof is van oordeel dat niet aannemelijk is dat de inspecteur het bezwaar vóór afloop van de bezwaartermijn heeft ontvangen. Het hof is voorts van oordeel dat van een verschoonbare termijnoverschrijding niet is gebleken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/827</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. van der Vegt , mr. B.J. Rubbens, mr. J. Rietveld</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1621</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21932</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21932</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21932"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Berekenen van arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting over door het UWV betaalde socialezekerheidsuitkeringen. ECLI:NL:HR:2024:1657 Weigering van het UWV om aan het verzoek om een werkgeversbetaling mee te werken kan aan eiseres niet worden tegengeworpen. Beroep gegrond voor de periode na het verzoek om de werkgeversbetaling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/7940, SGR 25/7941, SGR 25/7942, SGR 25/7943, SGR 25/7944, SGR 25/7945 en SGR 25/8695</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. van Welie</contributor><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10925</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10925</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10925"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Niet aannemelijk geworden dat bekendmaking van de informatiebeschikking op de voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden. Vanwege ernstige gebreken in de loonadministratie is sprake van het niet doen van de vereiste aangifte. Dit leidt tot omkering en verzwaring van de bewijslast. De naheffingsaanslag en vergrijpboete blijven in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 2072</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2441</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2441</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2441"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aan belanghebbende zijn navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd voor de jaren 2017 en 2018. De inspecteur heeft de navorderingsaanslagen verminderd naar nihil. Wegens het ontbreken van procesbelang, verklaart het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/776 en 25/777</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Wessels, mr. B.J. Rubbens, prof. mr. P.J. Wattel</contributor><issued>2026-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1338</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2665</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2665</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2665"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">(Navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Schending van artikel 8:42 Awb is aanleiding om de inspecteur te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. Partijen zijn het eens dat belanghebbende niet de vereiste aangiften heeft gedaan. Het hof volgt partijen in dit eensluidende standpunt. Dat betekent dat voor de jaren 2013 tot en met 2017 de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard. Belanghebbende doet niet blijken dat de (navorderings)aanslagen te hoog zijn vastgesteld. Het hof oordeelt dat de inspecteur van een redelijke schatting is uitgegaan. Het hof acht de boetes passend en geboden. Belanghebbende heeft niet bewezen dat zijn huidige financiële omstandigheden nopen tot vernietiging dan wel vermindering van de boeten. Na vermindering van de boetes door de rechtbank, ziet het hof geen reden om de boetes verder te verminderen wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1157 tot en met 24/1167</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.E. Smorenburg, mr. A.J. Kromhout, mr. drs. C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 8:42</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4722</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10286</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10286</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10286"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">verzuimboete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/970</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2823</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2823</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2823"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA's dividendbelasting 2014 tot en met 2017 met vergrijpboetes. Dubbel hoger beroep. Nieuwe transferpricingrapporten tardief. Wraking. FBI. Vereiste aangifte. Onzakelijke aandeelhoudersleningen (o.b.v. eerdere Vpb-procedures). Afrondingsreserve. Verkapt dividend. Pleitbaar standpunt. Rol bestuurders/adviseur t.a.v. onzakelijke leningen. Feiten en omstandigheden voor grove schuld overtuigend aangetoond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/682 t/m 25/689</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:14220</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2506"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2021. Box 3. Art. 3:16 BW, art. 3:19, lid 1, BW, art. 3:89, lid 1, BW, art. 8 Kadasterwet. Het hof oordeelt dat ook de positieve en negatieve waardeveranderingen van box-3-vermogensbestanddelen tot de grondslag van box 3 behoren. Daarnaast is de woning op 31 december 2020 geleverd aan de koper, omdat op dat moment alle leveringshandelingen, waaronder de inschrijving in het kadasterregister, zijn afgerond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/639</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, mr. W.W. Monteiro, mr. drs. E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 16</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 19</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 89</reference><reference relation="citing" lang="nl">Kadasterwet 8</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2584</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2667"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">PVV. Verzoek om ambtshalve vermindering premie volksverzekeringen buiten de vijfjaarstermijn gedaan. Langere navorderingstermijn van inspecteur voor buitenlands inkomen geen reden voor verlenging van de vijfjaarstermijn voor het verzoeken om ambtshalve vermindering. De beperkingen aan een verzoek om ambtshalve vermindering, zoals de vijfjaarstermijn en het nieuwe jurisprudentie criterium, zijn niet onevenredig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1884 en 24/1885</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, mr. drs. C.W.M.M. Verkoijen, mr. B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:7629</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2022:4875</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:4875</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2022:4875"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-01-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van poging tot doodslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002209-18</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.M.J.J. van De Loo, mr. K. van Dijk</contributor><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2018:6066</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6983</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6983</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6983"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak. Beroep niet op tijd ingesteld. Het besluit is op de juiste wijze bekendgemaakt door toezending aan de (toenmalige) gemachtigde. Het was aan die gemachtigde om een adreswijziging door te geven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 23/6476</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. de Snoo</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6981</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6981</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6981"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Wajong. Laattijdige aanvraag. Eiseres heeft het arbeidsvermogen niet verloren. Het Uwv heeft terecht bepaald dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1570</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14782</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14782</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14782"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Klaagschrift 552a Sv gericht tegen vordering van OM ex artikel 126nd Wetboek van Strafrecht. OM is bevoegd, nu EOM geen onderzoek heeft ingesteld naar de strafbare feiten en ook niet het evocatierecht heeft uitgeoefend. Geen aanleiding voor nader onderzoek door de rechter-commissaris naar stukken waarop mogelijk verschoningsrecht van toepassing is. Reden voor vervolging voldoende onderbouwd. Geen sprake van strijd met enig beginsel van behoorlijk bestuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/025780</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Stevens, mr. J.J. Bade, mr. E. Stam</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6984"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking van toestemming beveiligingswerkzaamheden Schiphol omdat aan eiser een strafbeschikking is opgelegd voor openlijke geweldpleging - voetbalvandalisme.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/6701</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.A. Spee</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7011"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7012"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3443</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6988</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6988</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6988"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">het college ten onrechte heeft geconcludeerd dat de huidige woning van eiser geen zelfstandige woonruimte betreft. Dit betekent dan ook dat de urgentieaanvraag ten onrechte op die grond is afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2279</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Blok</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:2629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:2629"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In deze betwistingsprocedure staat centraal de vraag of de Staat inzake het onder hem gelegde executoriale derdenbeslag een juiste verklaring (ex artikel 476a Rv) heeft afgelegd.. De curator en de Staat strijden er daarbij over of de oorspronkelijk onder de failliet in Oostenrijk in beslag genomen gelden inmiddels tot het vermogen van de Staat behoren of dat deze nog van de failliet zijn.,</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 684404</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.J. Alt-van Endt</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7013</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7013</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7013"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3445</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14813</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14813</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14813"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gebieds- en contactverbod van grootouders voor schoondochter en kleinzoon. Het contactverbod ten aanzien van het kind geldt, tenzij en voor zover de betrokken hulpverlening in het belang van het kind contact wel toestaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/381873 / KG ZA 26-515</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7014</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7014</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7014"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3447</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31666"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Jordanië, Palestijn, eiser valt niet onder artikel 1 (D) van het Vluchtelingenverdrag, eiser heeft discriminatie ervaren, maar niet is gebleken dat de ondervonden discriminatie een dusdanige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het voor eiser onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32191</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7016</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7016</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7016"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3455</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14521</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14521</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14521"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging gesloten jeugdhulp</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/383548</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10494</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10494</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10494"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind, aanpassen jaarbeloning na oplossen schulden door eenmalige uitdeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000491824:B001 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31503</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31503</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31503"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, Mexico, transgender, geen gegronde vrees voor vervolging, kennelijk ongegrond, nationaliteit met inwilligingspercentage van minder dan 20%, artikel 42, eerste lid onder j, van de Procedureverordening, beroep gegrond, zelf in de zaak voorzien.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43684</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7017"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7018"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3460</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14565</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14565</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14565"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/383621 / JU RK 26-1616</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31919</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31919</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31919"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM - hersteluitspraak</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. van Walderveen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7019</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7019</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7019"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3461</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10496</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10496</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10496"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Instelling bewind afgewezen, hoewel de situatie van betrokkene zorgwekkend is geen bewind ingesteld omdat betrokkene niet gemotiveerd is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2604087:IVB (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14669</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14669</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14669"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/383667</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31161</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31161</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31161"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervangende toestemming medische behandeling voor diagnostiek en behandeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711954 / JE RK 26-1555</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.L. Strop</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7020</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7020</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7020"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3464</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31907"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Eiseres vordert primair een verbod tot uitlevering aan de Verenigde Staten totdat onherroepelijk in haar asielprocedure is beslist. Subsidiair vordert zij dat de uitlevering wordt verboden totdat aanvullende garanties zijn ontvangen. Reëel risico op schending art. 3 EVRM? Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Afwijzing vorderingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712301/ KG ZA 26-977</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.R. Glass</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31667"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de minister het door eiser gestelde politiek activisme niet afzonderlijk als asielmotief hoefde te beoordelen, omdat eiser dit niet had gekoppeld aan een concrete vrees voor vervolging bij terugkeer naar Mexico. Ook oordeelt de rechtbank dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn transgenderidentiteit gegronde vrees voor vervolging heeft. Wel is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat het lage inwilligingspercentage voor Mexico representatief is voor transgenders als categorie. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43684</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6992</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6992</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6992"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening over de beslissingen van de gemeenteraden om verzoekster te schorsen als lid raad van toezicht van een stichting voor scholen voor het voortgezet onderwijs. De voorzieningenrechter is niet bevoegd. De gemeenteraden hebben de beslissingen tot schorsing van verzoekster gebaseerd op de daartoe in de statuten van de stichting opgenomen grondslag. Dat is een privaatrechtelijke grondslag. In de Wvo of de Grondwet is geen publiekrechtelijke grondslag te vinden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2485</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Blok</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10498"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind, machtiging eenmalige beloning voor oplossen schulden. Betrokkene heeft hulp gekregen nav kindregeling uit de toeslagenaffaire.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000447203:B001 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14967</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14967</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14967"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek van de vrouw tot herstel van het gezag en tot beëindiging van het gezag van de man. De rechtbank wijst de verzoeken af. Voor de rechtbank is niet komen vast te staan dat de vrouw duurzaam in staat is de verantwoordelijkheid voor de minderjarigen te dragen en kan ook niet vaststellen dat het gezamenlijk gezag daadwerkelijk het belang van de minderjarigen dient.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712917 / FA RK 26-119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:8034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:8034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:8034"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak. Het Uwv heeft ten onrechte geen oordeel gegeven over de duurzaamheid van de volledige arbeidsongeschiktheid van werkneemster per 28 augustus 2023. Daarnaast heeft er ten onrechte geen medische beoordeling plaatsgevonden over de arbeidsongeschiktheid van werkneemster per 29 januari 2025. De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld om deze gebreken in het bestreden besluit te herstellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/2548T</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Wambeke</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:690"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr), en verduistering, meermalen gepleegd (art. 321 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 57 maanden). Heeft hof in strijd met art. 57 en 63 Sr bij strafoplegging niet betrokken dat verdachte door hof ’s-Hertogenbosch op 9-2-2021 is veroordeeld tot gevangenisstraf van 6 maanden? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2005:AS5556 m.b.t. toepasselijk strafmaximum in geval van toepassing van art. 63 jo. art. 57 Sr. Hof heeft geoordeeld dat bij strafoplegging tot uitgangspunt moet worden genomen dat toepasselijk strafmaximum i.c. 64 maanden gevangenisstraf bedraagt. Dit oordeel is niet juist, nu uit inhoud van Uittreksel Justitiële Documentatie kan worden afgeleid dat verdachte na de in deze zaak bewezenverklaarde misdrijven is veroordeeld tot gevangenisstraf van 6 maanden voor oplichting, meermalen gepleegd. Toepasselijk strafmaximum i.c. bedroeg daarom 58 maanden gevangenisstraf. Daaraan doet niet af dat hof, na aftrek van 7 maanden gevangenisstraf wegens overschrijding van redelijke termijn, uiteindelijk gevangenisstraf onder dat strafmaximum heeft opgelegd, nu die aftrek moet plaatsvinden op de straf die zonder deze overschrijding zou zijn opgelegd (vgl. HR:2008:BD2578). HR doet zaak zelf af door gevangenisstraf op 51 maanden te bepalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04335</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-04-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:195</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15017"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">bewezenverklaring voor afpersing in vereniging, poging diefstal met geweld in vereniging, diefstal in vereniging, besloten lokaal wederrechtelijk binnendringen en diefstal. Redelijke termijn overschreden. Vordering BP deels toegewezen. Straf: voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke werkstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-183039-24, 10-050421-25 en 10-042466-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:195"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Reeks oplichtingen (art. 326 Sr). Eerste middel klaagt dat verdachte slechts ongedekte Europese overschrijvingskaarten heeft ingediend, hetgeen geen voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen oplevert. Dit middel faalt. Tweede middel bevat slagende klacht dat hof bij opleggen GS geen acht heeft geslagen op een eerder onherroepelijk geworden opgelegde gevangenisstraf voor de duur van zes maanden en dus art. 63 Sr heeft miskend. Conclusie strekt tot vernietiging t.a.v. duur opgelegde GS, tot een zodanige beslissing HR o.g.v. art. 440 Sv gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04335</description><issued>2026-03-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:690</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6993"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak. VOG - Taxibranche; chauffeurskaart. Twee forse snelheidsovertredingen. Ook hoefde de staatssecretaris op grond van het subjectieve criterium geen VOG te verstrekken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/5020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31921"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">HTL/COa, artikel 56 Vw, verkeerde datum HTL-oplegging, kennelijke verschrijving, alsnog GZA-akkoord overgelegd, eiser heeft incident niet betwist, seponering strafzaak, zorgvuldige belangenafweging, wettelijke grondslag, beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/14795 en NL26.51243</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7147</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7147</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7147"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WAJONG bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14766</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14766</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14766"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/383747</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARN:2003:AV4307</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2003:AV4307</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARN:2003:AV4307"><country>NL</country><court>GHARN</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2003-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Winstbepaling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01/0047</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAM:2026:139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2026:139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAM:2026:139"><country>NL</country><court>OGEAM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gevolgen voor de inhoud van een overeenkomst die is aangemerkt op grond van de Deliveroo-criteria als een arbeidsovereenkomst. Vergoeding in de aanvankelijk bedachte overeenkomst van opdracht wordt een bruto door de opdrachtgever/werkgever te betalen vergoeding. Werkgever kan daarop in mindering brengen de inhoudingen voor belastingen en premies, alsmede de andere werkgeverslasten. Verwijzing naar de rol voor onder meer een akte uitlaten daarover.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM202600379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.R. Veerman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31136</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31136</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31136"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wzd - afwijzing eerste rechtelijke machtiging. Er is geen sprake van verzet tegen een opname in het buitenland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711572 / FA RK 26-8772</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31672</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31672</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31672"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Amb-verordening; Spanje verantwoordelijk; geen procesbelang; met onbekende bestemming; niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.41001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7582"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2176</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14775</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14775</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14775"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/383760</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14957"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak gaat het om de vraag of gedaagde de factuur van een bedrag van € 1.914,41 moet betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4601/12121044 \ CV EXPL 26-809</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13229</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13229</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13229"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot het benoemen van een vereffenaar op grond van artikel 4:204 lid 1 onder a BW. De rechtbank benoemt een vereffenaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/378458</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAA:2024:316</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2024:316</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAA:2024:316"><country>NL</country><court>OGEAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">man veroordeeld voor ontuchtige handelingen met minderjarige stiefkleindochter, De handelingen bestonden uit het betasten van de borsten. straf: gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 156 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met de oplegging van Reclasseringstoezicht. Vordering van de benadeelde partij wordt deels toegewezen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 644 van 2023</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.C.E. Winfield</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3050</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3050</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3050"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor overtreding artikel 5 WVW 1994 tot hechtenis van 1 week. Veroordeling voor overtreding artikel 163 WVW 1994 tot gevangenisstraf van 1 maand en rijontzegging van 9 maanden. Twee vorderingen tenuitvoerlegging worden toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-002447-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4427</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4427</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4427"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor medeplichtigheid aan oplichting en het (schuld)witwassen van een iPhone. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in zijn vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-000339-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:201</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:201</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:201"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte veroordeeld voor het voorhanden hebben van een geladen vuurwapen met een lange patroonhouder. Het wapen lag onder de stoel van de auto van verdachte. Verdachte had geen wetenschap dat het vuurwapen was voorzien van een vuurregelaar. Geen sprake van medeplegen. straf: gevangenisstraf van 30 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Het verzoek tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 500.00008/26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I. Gerrits</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14790"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/383773</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31673</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31673</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31673"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">verzoek om voorlopige voorziening; Amb-verordening; Italië verantwoordelijk; in afwachting van MK-uitspraak; toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.46391</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1035</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1035</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1035"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling wegens bedreiging met zware mishandeling van de eigenaar van een garagebedrijf, meermalen gepleegd, en verduistering van een Mercedes CLA en twee kentekenplaten, art. 285, 321 Sr. Middel over de toekenning van immateriële schade à € 500 aan de eigenaar van het garagebedrijf en de schadevergoedingsmaatregel. AG: De in de aangifte van 17 september 2020 genoemde angst, kortere nachten en gespannen werksfeer t.g.v. de bedreigingen van 9 t/m 11 september 2020 volstaan niet als onderbouwing van een ‘aantasting in de persoon op andere wijze’ ex art. 6:106 BW. Een nieuwe behandeling van de zaak voor een bedrag van € 500 zou i.c. een onevenredige belasting van het strafgeding betekenen. Strekt tot partiële vernietiging en tot n.o.-verklaring benadeelde partij om proceseconomische redenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03833</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31157</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31157</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31157"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking aansluitende zorgmachtiging - Wvggz</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712456 / FA RK 26-9327</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. de Bruijn</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10577</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10577</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10577"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. De situatie van [de minderjarige] lijkt exemplarisch voor het tekortschieten van het huidige jeugdzorgstelsel in Amsterdam. Tot de huidige plaatsing zijn naast de GI in elk geval de volgende 13 (jeugd)zorginstanties bij [de minderjarige] betrokken geweest: Veilig Thuis, Families First, Altra Kinderen uit de Knel, i-Hub, Jellinek, Levvel [locatie 2], Levvel [locatie 3], Levvel [locatie 4], Levvel [locatie 5], [zorginstelling 2], Meisa, Obama van Levvel en [zorginstelling 1]. Desondanks staat [de minderjarige] feitelijk nog steeds aan het begin van haar noodzakelijke behandeling. Deze gang van zaken kan niet worden geweten aan de inzet van individuele organisaties of personen. In het geval binnen de gemeente Amsterdam daadwerkelijk de ambitie bestaat om kinderen met ernstige problematiek de bescherming en hulpverlening te bieden die nodig is, dan hoort daarbij dat het huidige systeemprobleem onder ogen wordt gezien en concrete stappen worden gezet ter verbetering daarvan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/790805 / JE RK 26-586 en C/13/792145 / JE RK 26-681</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAM:2026:140</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2026:140</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAM:2026:140"><country>NL</country><court>OGEAM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot ontbinding huurovereenkomst wordt afgewezen. Huurder heeft afval op een aangrenzend, niet door haar gehuurd, perceel gestort. Voor zover er al sprake is geweest van verzuim, is deze dusdanig beperkt geweest dat dit ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM202600036</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.R. Veerman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3040</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3040</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3040"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Klaagschrift o.g.v. art. 12 Sv tegen de beslissing van de officier van justitie om geen strafvervolging in te stellen tegen (een) onbekend gebleven supporter(s) van de voetbalclub Maccabi Tel Aviv FC ter zake van het aanzetten tot haat/discriminatie/geweld, belediging en mishandeling. Het hof stelt voorop dat in zaken als deze van de Staat extra inzet mag worden verwacht. De politie heeft uitgebreid onderzoek verricht naar de feiten waarvan klaagster aangifte heeft gedaan. Het onderzoek heeft echter niet kunnen bijdragen aan de identificatie van de beklaagde(n). Voorts is niet aannemelijk geworden dat nader onderzoek redelijkerwijs kan bijdragen aan de identificatie van de beklaagde. Het beklag is ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K25-230332</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4599</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4599</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4599"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Dwangakkoord toegewezen, verweer schuldeisers ziet op goede trouw. Bedrag beschikbaar gesteld, maximaal haalbare.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2612533:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C. Groenewegen</contributor><issued>2026-10-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:881</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:881</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:881"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Worldline is een Belgische betaalinstelling. Zij faciliteert de coffeeshops bij het accepteren van elektronische kaartbetalingen, zoals pinbetalingen, op basis van een met hen gesloten overeenkomst. Worldline maakt daarbij gebruik van een betaalrekening bij een buitenlandse bank. Worldline heeft de overeenkomsten met de coffeeshops opgezegd omdat die bank de verwerking van transacties van Nederlandse coffeeshops niet langer wil accepteren. In geschil is of Worldline contractueel bevoegd was de overeenkomsten op te zeggen en zo ja, of zij van die bevoegdheid gebruik mocht maken. De voorzieningenrechter beantwoordt de eerste vraag met ‘ja’ en de tweede vraag met ‘nee’ en wijst de vorderingen van de coffeeshops voor een deel toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/605693 / KG ZA 26-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.J. Verschoof</contributor><issued>2026-03-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31675</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31675</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31675"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Amb-verordening; Frankrijk verantwoordelijk; geen procesbelang; zelfstandig uit Nederland vertrokken; niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.47081</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:203"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding schorsing executoriaal beslag ter incasso van verbeurde dwangsommen. Misbruik van bevoegdheid? Vordering tot schorsing wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202602308</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.R. Veerman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3563</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3563</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3563"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Belanghebbende bepleit een vermindering van zijn aanslag met het percentage dat overeenkomt met het deel van de belastingopbrengst dat de rijksoverheid volgens belanghebbende aanwendt voor de subsidiëring van fossiele brandstoffen en hij beroept zich hiervoor op mensenrechtenverdragen. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:783</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1772</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:81</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:81</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:81"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet bpm. VWEU. Geen schending hoorplicht. Bevoegdheid van de nationale rechters om het Unierecht uit te leggen. Geen verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen. Unierechtelijk verdedigingsbeginsel. Bevoegdheid tot naheffen. Het vooraf heffen van griffierecht is niet in strijd met het Unierecht. Heffingsmodaliteiten niet in strijd met Unierecht. Vergoeding immateriële schade. Hoogte proceskosten. Vergoeding wettelijke rente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/899</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1774</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1773</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1773</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1773"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01271</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1776</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1776</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1776"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00043</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1777"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01815</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1778</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1778</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1778"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01818</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1781</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1781</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1781"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01819</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1783</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1783</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1783"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01820</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1785</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1785</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1785"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01821</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1786</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1786</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1786"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01822</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1788</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1788</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1788"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01823</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1789</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1789</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1789"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1790"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01826</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1791"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01827</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1792"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01828</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14958</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14958</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14958"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige daad. Verkeersongeval.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4601/11915252 \ CV EXPL 25-4010</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAM:2026:141</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2026:141</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAM:2026:141"><country>NL</country><court>OGEAM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering van de man tot materiële en immateriële schadevergoeding als gevolg van de onrechtmatige verhuizing van de vrouw met de kinderen van Sint Maarten naar Zuid-Afrika (kinderontvoering). De vordering wordt deels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM202400262</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.R. Veerman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6407"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige selectieve betaling in zicht faillissement, persoonlijk ernstig verwijt. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 54 Fw, verrekeningsverbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.357.621</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:3216</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:3216</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:3216</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:3216"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Positieve saldi rekeningen dochtervennootschappen werden door de bank op grond van zero balancing (een vorm van cash pooling) automatisch overgeboekt naar rekening moedervennootschap en in r-c verwerkt. Curator vordert de in de laatste 3 weken voor het faillissement gedane zero balancing-overboekingen terug van de moedervennootschap, op de grond dat moedervennootschap ingevolge artikel 54 Fw niet bevoegd was tot verrekening. Rechtbank oordeelt dat dit geen schuldoverneming in de zin van artikel 54 Fw is. De overboekingen zijn ook geen onrechtmatige selectieve betalingen. Curator spreekt bestuurder aan op grond van artikel 2:248 lid 1 BW. Naar oordeel rechtbank geen sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 438811</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.J. de Kerpel-van de Poel</contributor><issued>2025-05-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6407</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15018"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">vrijspraak zonder motivering. Vrijspraak met motivering voor diefstal met geweld in vereniging. Bewezenverklaring voor diefstallen met geweld en afpersingen.. Redelijke termijn overschreden, beslag. Vorderingen BP deels toegewezen en n-o wegens vrijspraak. Straf: deels voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke werkstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-337283-23, 10-265534-24 en 10-338184-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31164</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31164</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31164"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711867 / JE RK 26-1548</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.L. Strop</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:204"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot kosteloos mogen procederen ex artikel 876 juncto 877 Rv Curaçao. Verzoek wordt afgewezen. Verzoeker heeft geen belang bij de vordering waarvoor zij kosteloze rechtsbijstand verzoekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR2026H00250</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.R. Veerman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14791"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/383772</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1793"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01829</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7704</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7704</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7704"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Persoonlijke betalingsregeling. Deze uitspraak gaat over het besluit op het verzoek van eiser om een persoonlijke betalingsregeling voor meerdere terugvorderingen van toeslagen. De rechtbank komt tot het oordeel dat het maandelijkse terug te betalen bedrag te hoog is. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien, omdat duidelijk is wat de hoogte van het bedrag moet zijn. Het beroep is dus gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/873</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.C.A. van Kuijeren</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31917</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31917</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31917"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22749</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10585</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10585</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10585"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanneming van werk, opdrachtnemer vordert nog openstaande factuur. Volgens opdrachtgevers is niet betaald omdat het werk niet of niet goed is uitgevoerd en teveel in rekening is gebracht. Ambtshalve toetsen van de overeenkomst; oneerlijk prijsbeding voor een deel van de werkzaamheden en niet voldaan aan bepaalde informatieplichten die gelden bij een overeenkomst gesloten buiten de verkoopruimte. Vordering van opdrachtnemer wordt afgewezen, tegenvordering deels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12233514 \ CV EXPL 26-7043</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1794</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1794</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1794"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01830</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31924</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31924</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31924"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/3656 en SGR 23/3657</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. van Walderveen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4575</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4575</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4575"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 augustus 2022 heeft de minister van Financiën het verzoek van [appellante] om inzage in haar persoonsgegevens op grond van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ingewilligd. De persoonsgegevens van [appellante] stonden in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) van de Belastingdienst. De FSV was een applicatie die van 2012 tot en met 27 februari 2020 door de Belastingdienst werd gebruikt met als doel om mogelijke signalen van belastingfraude te registreren. [appellante] heeft verzocht om inzage in haar persoonsgegevens. Verder wil zij weten wat het doel van het gebruik van haar gegevens was, aan wie de gegevens verder zijn verstrekt, wat de herkomst van de gegevens was, hoe lang deze door de Belastingdienst opgeslagen zijn, en wat het belang, de onderliggende logica en de gevolgen van eventuele geautomatiseerde besluitvorming door de Belastingdienst is geweest. [appellante] voert aan dat zij ten onrechte niet alle informatie heeft gekregen over haar registratie in de FSV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202307578/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4930</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4930</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4930"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 februari 2023 heeft de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen een verzoek om rectificatie van persoonsgegevens afgewezen. [appellante] heeft een rectificatieverzoek ingediend om een rapport van een verzekeringsarts van 15 augustus 2012 aan te passen. Het UWV heeft het rectificatieverzoek afgewezen, omdat niet is gebleken van onjuistheden of onvolledigheden in het rapport. Het rectificatieverzoek heeft het UWV als patiëntverklaring toegevoegd aan het medisch dossier. Bij besluit van 8 juni 2023 heeft het UWV het besluit gehandhaafd. De rechtbank heeft dat besluit in stand gelaten. [appellante] betoogt in de kern dat haar rectificatieverzoek beoordeeld had moeten worden door een verzekeringsarts. Dit volgt volgens haar uit artikel 10 van het Reglement Behandeling bezwaarschriften UWV 2022 (het Reglement). Verder blijkt volgens [appellante] uit een medisch rapport uit 2011 dat het rapport van 15 augustus 2012 onjuistheden bevat, wat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406435/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5018</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5018</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5018"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 maart 2023 heeft de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen een verzoek om rectificatie van persoonsgegevens afgewezen. [appellante] heeft een rectificatieverzoek ingediend om een rapport van een verzekeringsarts van 17 januari 2023 aan te passen. Het UWV heeft het rectificatieverzoek afgewezen, omdat niet is gebleken van onjuistheden of onvolledigheden in het rapport. Het rectificatieverzoek heeft het UWV als patiëntverklaring toegevoegd aan het medisch dossier. Bij besluit van 12 juni 2023 heeft het UWV zijn besluit gehandhaafd. [appellante] betoogt dat haar rectificatieverzoek beoordeeld had moeten worden door een verzekeringsarts. Dit volgt volgens haar uit artikel 10 van het Reglement Behandeling bezwaarschriften UWV 2022 (het Reglement). Bovendien heeft de rechtbank volgens [appellante] ten onrechte geoordeeld dat het UWV het rectificatieverzoek mocht afwijzen, omdat uit een medisch rapport uit 2011 blijkt dat het rapport van 15 augustus 2012 onjuistheden bevat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406400/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7300"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Consumentenbond en SBIA vorderen inzage in gegevens van ING met betrekking tot het contactloos betalen met een Android device via Google Pay (art. 194 en 195 Rv). De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen: ING zal inzage en afschrift moeten geven van overeenkomsten tussen ING en Google die betrekking hebben op het aanbod van contactloos betalen door ING voor consumenten met een Android device via Google Pay. ING hoeft geen inzage te geven in de andere gevorderde gegevens (onderzoekgegevens, correspondentie binnen ING en DORA-analyse), omdat die gegevens gediend hebben ter voorbereiding van de met Google gemaakte afspraken en de rechtspositie van consumenten daardoor niet worden bepaald, en voor wat betreft de DORA-analyse niet is gebleken dat ING beschikt over DORA-documentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 781904</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-07-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3804"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beuningen een verzoek van [verzoeker B] om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [verzoeker A] is de (gestelde) zoon van [verzoeker B]. [verzoeker A] en [verzoeker B] staan ingeschreven in de brp op basis van verklaringen die onder ede zijn afgelegd. Zij hebben het college op 28 december 2020 verzocht om hun persoonsgegevens in de brp te wijzigen en aan te vullen. De rechtbank heeft ten aanzien van het verzoek van [verzoeker A] geoordeeld dat, gelet op het overgelegde binnenlands paspoort en de twee geboorteakten, in samenhang bezien met de aanvullende documenten zoals het militair boekje, de uitkomsten van een DNA-onderzoek en een fotovergelijkingsrapportage, buiten redelijke twijfel is dat de daarin vermelde persoonsgegevens juist zijn en op [verzoeker A] betrekking hebben.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202301525/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4576</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4576</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4576"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 juni 2023 heeft Stichting Controle Orgaan Kwaliteits Zaken (COKZ) het verzoek van [appellant] tot openbaarmaking afgewezen. [appellant] heeft op 12 december 2022 op grond van de Wet open overheid (Woo) een verzoek ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Hij heeft verzocht om openbaarmaking van een lijst van bedrijven die over de mogelijkheid tot inkoop van boerderijmelk beschikken. Daarnaast heeft hij een aantal (feitelijke) vragen gesteld. Op 19 april 2023 heeft de RVO dit verzoek aan de COKZ doorgezonden, omdat de COKZ mogelijk zou kunnen beschikken over de voor het verzoek van [appellant] relevante informatie. Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de COKZ het verzoek van [appellant] tot openbaarmaking van de lijst afgewezen. Op 28 september 2023 heeft de COKZ op het bezwaar van [appellant] beslist. In dat besluit heeft de COKZ kenbaar gemaakt niet te beschikken over de door [appellant] gevraagde lijst van namen en adressen van eenieder die op grond van artikelen 20 en 21 van de Regeling superheffing 2008 gerechtigd zou zijn tot aankoop van boerderijmelk over de periode van 2013 tot heden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402335/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19749</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19749</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19749"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Openbaarmakingsverzoek op grond van de Wet open overheid. Eerder deden eisers hetzelfde openbaarmakingsverzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Nu nieuwe beoordeling onder de Woo met daarbij ook de vijfjaarstermijn van artikel 5.3 van de Woo.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/6357</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C. Laagland</contributor><issued>2026-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4606</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4606</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4606"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 mei 2023 heeft de burgemeester van Amsterdam naar aanleiding van een verzoek van de stichting en [appellant] op grond van de Wet open overheid documenten openbaar gemaakt. De stichting heeft als doel het verkrijgen, in stand houden en onderhouden van monumenten in de zin van de Monumentenwet. [appellant] is bestuurslid van de stichting. De stichting en [appellant] hebben op 25 januari 2023 verzocht om openbaarmaking van informatie over een spreekuur dat vanaf 2019 in verschillende stadsdelen van de gemeente Amsterdam wordt gehouden om meer in contact te komen met Amsterdammers. De stichting en [appellant] willen - kortgezegd - informatie over de reden voor het instellen van het spreekuur, de wijze waarop het spreekuur wordt georganiseerd, de onderwerpen die sinds het instellen van het spreekuur zijn besproken en met hoeveel personen is gesproken. Ook willen de stichting en [appellant] weten welke medewerkers van de gemeente Amsterdam bij het spreekuur aanwezig zijn geweest en welke acties naar aanleiding van het spreekuur zijn genomen. De burgemeester heeft bij het besluit van 24 mei 2023 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501614/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:5770</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:5770</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:5770"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van een verzoek van eiser op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens (Wpg). De gegevens uit de betreffende passage zien op een rechtspersoon, maar deze gegevens zijn herleidbaar tot eiser. Het verzoek valt daarom binnen de reikwijdte van artikel 28 van de Wpg. Eiser heeft echter niet onderbouwd waarom de gegevens uit de betreffende passage niet kloppen. Het verzoek is daarom terecht afgewezen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2959</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.M.A. van der Heijden</contributor><issued>2026-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6399</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6399</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6399"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Woo-verzoek over het nieuwe erotisch centrum in [locatie]. Beroep niet-ontvankelijk vanwege misbruik van recht. Er zijn voldoende aanknopingspunten dat eiser zijn Woo-verzoek kennelijk met een ander doel heeft ingediend dan het kennisnemen van overheidsinformatie. Er is namelijk niet gebleken van binding met Amsterdam. Verder baseert de rechtbank zich op eerder procesgedrag van eiser zoals die mede uit andere uitspraken blijkt en contact van de gemachtigde van verweerder met de casemanager van de penitentiaire inrichting waar eiser ten tijde van het bezwaar gedetineerd was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/2053</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R. Hirzalla</contributor><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4403</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4403</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4403"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 maart 2021 heeft de Autoriteit persoonsgegevens aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede een bestuurlijke boete opgelegd. Om inzicht te krijgen in de bezoekersaantallen in de binnenstad van Enschede heeft het college besloten om een voortdurende passantentelling te houden. Uit het naar aanleiding van een handhavingsverzoek ingestelde onderzoek van de AP blijkt dat het college vanaf 25 mei 2018 hiervoor gebruik heeft gemaakt van in ieder geval tien sensoren in de binnenstad die het MAC-adres opvingen van apparaten waarop de wifi stond ingeschakeld. Een MAC-adres is een in beginsel uniek identificatienummer van twaalf hexadecimale karakters (0-9, A-F) dat is toegewezen aan de netwerkkaart van een apparaat. De AP heeft het college een boete opgelegd van € 600.000, omdat het college van 25 mei 2018 tot en met 30 april 2020 zonder grondslag persoonsgegevens heeft verwerkt van eigenaren/gebruikers van mobiele apparaten waarop de wifi stond ingeschakeld in de binnenstad van Enschede. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de AP niet heeft bewezen dat het college met de door haar gebruikte methode persoonsgegevens heeft verwerkt van eigenaren/gebruikers van mobiele apparaten waarop de wifi stond ingeschakeld in de binnenstad van Enschede.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401622/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2024:594</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3882</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3882</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3882"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 december 2023 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens het verzoek van de tandartspraktijk om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) afgewezen. De tandartspraktijk heeft de AP op 30 oktober 2023 verzocht om informatie en/of documenten openbaar te maken op grond van de Woo. Het verzoek gaat over informatie en/of documenten die zien op [tandartspraktijk]. Bij het besluit van 7 december 2023 heeft de AP dit verzoek afgewezen. Hieraan heeft de AP het tweede lid van artikel 5.1 van de Woo ten grondslag gelegd. Volgens de AP weegt het belang van het openbaar maken van informatie niet op tegen de belangen van de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601786/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-07-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8285</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8285</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8285"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">AVG-verzoek. Misbruik van recht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/376218</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-07-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1794</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1794</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1794"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak geheimhoudingskamer (artikel 8:29 Awb). Het verzoek wordt toegewezen omdat de door de inspecteur aangevoerde reden voor geheimhouding, de privacy van derden, in dit geval aanzienlijk zwaarder weegt dan het belang dat belanghebbende stelt te hebben bij kennisneming van deze gegevens. Het hof grijpt deze tussenuitspraak aan om te wijzen op artikel 4 van de Procesregeling met richtlijnen en aanwijzingen voor het behandelen van bestuursrechtelijke zaken bij de belastingkamers van de gerechtshoven (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-37719.html) waarin is beschreven hoe de stukken dienen te worden aangeleverd in het geval van een verzoek om geheimhouding en/of beperkte kennisneming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/625 en 25/626 GHK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse</contributor><issued>2026-08-20</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 8:29</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:849</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6299</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6299</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6299"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WAMCA. Mondeling eindvonnis. Afwijzing van resterende vorderingen wegens onvoldoende belang in de zin van art. 3:303 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/731682</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Mondelinge uitspraak, Proceskostenveroordeling, Proces-verbaal</description><issued>2026-07-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1846</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1846</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1846"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De geheimhoudingskamer wijst het verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming van de namen, e-mailadressen en telefoonnummers van de medewerkers van het CLO en de bevoegde autoriteit van Malta toe in verband met de privacy van deze medewerkers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: : 25/15 9 tot en met 25/164 GHK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse</contributor><issued>2026-08-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:348</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5205</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5205</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5205"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek afgifte camerabeelden na letsel op ijsbaan. AVG. Verzoek deels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5004/12062339</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. van Leeuwen</contributor><issued>2026-07-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:18239</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18239</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:18239"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft een klacht ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Vanwege een motiveringsgebrek is het beroep gegrond. Verweerder hoefde evenwel geen nader onderzoek in te stellen naar de ingediende klacht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/235</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W. Griffioen</contributor><issued>2026-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9578"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vordering tot buitenwerking besluit en afschrift persoonsgegevens. Afwijzing. Eiseres vordert dat het besluit tot beëindiging van het lidmaatschap van haar dochter buiten werking wordt gesteld. Eiseres heeft onvoldoende spoedeisend belang bij de vorderingen. Het lidmaatschap is meer dan twee jaar geleden beëindigd en dochter heeft geen concrete wens om lidmaatschap direct te hervatten. Voor afschrift van persoonsgegevens op grond van artikel 15 AVG in kort geding is spoedeisend belang vereist. Het is niet aannemelijk geworden dat bodemprocedure niet kan worden afgewacht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/719925 / KG ZA 26-476</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Bouwman</contributor><issued>2026-08-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:3106</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3106</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:3106"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De Amsterdamse voorzieningenrechter verbiedt Grok en X uitkleedbeelden en kinderpornografisch materiaal te genereren en te verspreiden. Het verbod geldt voor beelden van personen die in Nederland wonen en voor de vervaardiging en verspreiding van beelden in Nederland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/783613 / KG ZA 26-120</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-03-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:18723</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18723</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:18723"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening; schorsing lasten onder dwangsom. Niet uitgesloten dat bezwaargronden m.b.t. rechtsmacht en evenredigheid van de bevoegdheidstoepassing kunnen slagen. Zwaarwegende belangen verzoekers; belangenafweging valt vooralsnog in hun voordeel uit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/1226 en 26/1270</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.I.H. Kerstens-Fockens</contributor><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21907"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil tussen een niet-gecontracteerde zorgaanbieder en een zorgverzekeraar. Opname (persoons)gegevens in het Incidentenregister en Extern Verwijzingsregister. Vordering van zorgaanbieder tot verwijdering van registraties afgewezen. Ook overige vorderingen waaronder een vordering tot rectificatie en een vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/705085 / KG ZA 26/505</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Hartendorp</contributor><issued>2026-08-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3447</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3447</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3447"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser vroeg inzage in zijn persoonsgegevens. Na bezwaar nam het CJIB een nieuw besluit en wees het verzoek toe. Eiser ging in beroep. De rechtbank oordeelde dat het besluit niet onvolledig is, het lakken van informatie rechtmatig is en dat het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen. Het beroep is ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-05514</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:3768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:3768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:3768"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om inzage in persoonsgegevens als bedoeld in artikel 15 van de AVG. Beroep gegrond vanwege een motiveringsgebrek. De rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het bestreden besluit blijven in stand. Het college heeft aannemelijk gemaakt dat het geen nieuwe of andere informatie over de verwerking kan verstrekken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_25_916</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.W.M. Bunt</contributor><issued>2026-07-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3452</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3452</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3452"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser verzocht in september 2023 inzage op grond van de AVG. De Raad verstrekte informatie, maar na bezwaar gaf de Raad op 11 maart 2024 aanvullende gegevens. Eiser ging in beroep. De rechtbank oordeelde in juli 2026 dat de Raad volledig heeft voldaan aan het verzoek en verklaarde het beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24.4729</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9386"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Eiser vordert afschrift van diverse gegevens/documenten op grond van de artikelen 194 en 195 Rv en artikel 15 AVG. Afwijzing van de vorderingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/721650 / KG ZA 26-606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M. de Geus</contributor><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:7263</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7263</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:7263"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AVG-klacht van twee particulieren over de verwerking van persoonsgegevens door ING bij contactloos betalen. De AP heeft geconcludeerd dat geen overtreding door ING van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) kan worden vastgesteld. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de AP de klacht van eisers in passende mate heeft onderzocht en geen nader onderzoek heeft hoeven doen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/7371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Fransen, mr. A.A. Kleinhout, mr. mr. S.M. Goossens</contributor><issued>2026-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:6345</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6345</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:6345"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eisers verzoek is door het college ten onrechte niet als Woo-verzoek behandeld. Ook is niet dan wel onvoldoende gebleken of alle bij die zoekslag gevonden documenten zijn beoordeeld en/of aan eiser zijn verstrekt. Het bestreden besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen en is onvoldoende gemotiveerd. Beroep gegrond. Geen bestuurlijke lus en geen dwangsom. Wel vergoeding griffierecht en proceskosten in beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/4410 WOO</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-07-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4006</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4006</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4006"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Wsnp, tussentijdse beëindiging, verzoek door derde, beroep op art. 350 lid 3 sub e en f Fw, verzoek toegewezen, Wsnp wordt beëindigd zonder schone lei.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/26/1033 R</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.W.J. van Veen</contributor><issued>2026-07-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1795</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1795</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1795"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01831</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15019</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15019</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15019"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">vrijspraak afpersing in vereniging. Bewezenverklaring van openlijk geweld, medeplegen van schuldwitwassen en medeplegen van witwassen. Redelijke termijn overschreden. Vorderingen BP n-o wegens vrijspraak en toegewezen. TUL afgewezen wegens te ver verwijderd verband. Straf: onvoorwaardelijke werkstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-364719-24, 10-400909-24, 10-089612-25 en 10-282001-25 en 10-148437-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1796"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01832</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31147</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31147</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31147"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing beschikking zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712444 / FA RK 26-9318</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. de Bruijn</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7705</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7705</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7705"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Urgentieverklaring. Huisvestingsverordening Almere 2024. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een urgentieverklaring voor het verkrijgen van een woning. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de urgentieaanvraag in stand kan blijven. Eiseres valt niet onder de wettelijke urgentiecategorie voor slachtoffers van huiselijk geweld. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/7454</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.W. Wagenaar</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1797</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1797</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1797"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01834</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1798</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1798</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1798"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01835</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31925</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31925</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31925"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/4063, SGR 23/4065, SGR 23/4066 en SGR 23/4067</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. van Walderveen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13405"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De GI wordt belast met de voogdij over de minderjarige. De moeder is minderjarig en de biologische vader heeft de minderjarige nog niet erkend. De minderjarige woont bij de moeder en de oma. De biologische vader en zijn familie zijn wat op afstand gehouden van de minderjarige. De GI kan neutraal naar de thuissituatie bij de moeder kijken (waarover Veilig Thuis-meldingen zijn gedaan) en kan de ouders het beste helpen een gelijkwaardige ouderrol te vervullen. De positie van de biologische vader wordt zo niet ongelijkwaardig aan de positie van de moeder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/381514</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10593</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10593</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10593"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanneming van werk: verbouwing van een appartement. Het geschil gaat over de vraag of het werk, waaronder de vloer, gebrekkig is opgeleverd en over openstaande facturen. De rechtbank oordeelt dat niet is aangetoond dat de vloer gebrekkig is. Voor de overige werkzaamheden is het werk niet (goed) opgeleverd, waaruit een schadevergoedingsverplichting volgt. Deze schadevergoeding wordt verrekend met het onbetwiste openstaande deel van de aanneemsom en met een deel van de meerwerkfacturen. De meerwerkfacturen worden slechts gedeeltelijk toegewezen. Per saldo moet eiser nog een bedrag aan de aannemer betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/780664 / HA ZA 25-1847</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2025:6019</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:6019</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2025:6019"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Diefstal uit woningen van slachtoffers op leeftijd. Schakelbewijs</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03/011660-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B. Bax, mr. D.J.E. Hamers-Aerts, mr. L.H.M. Geuns</contributor><issued>2025-06-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13230</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13230</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13230"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek op basis van artikel 16 en artikel 17 van de AVG. De rechtbank wijst het verzoek af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/373813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4600</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4600</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4600"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Toelating Wsnp met eerdere ingangsdatum, 28 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/26/1233 R</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. van Gessel</contributor><issued>2026-10-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 349a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31677</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31677</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31677"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel, Turkije, Gülen, beleidswijziging, vrees voor vervolging, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.1254</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7329"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3189</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6244"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Tussentijdse beëindiging Wsnp op verzoek schuldeiser (350 lid 3 sub e/f Fw)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.467</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:4006</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3041</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3041</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3041"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Klaagschrift o.g.v. art. 12 Sv tegen de beslissing van de officier van justitie om geen strafvervolging in te stellen tegen onbekend gebleven supporters van de voetbalclub Maccabi Tel Aviv FC ter zake van het aanzetten tot haat/discriminatie/geweld, opruiing, vernieling, openlijke geweldpleging en belediging. Het hof gaat allereerst in op de ontvankelijkheid van klagers in het beklag. Het hof stelt voorop dat in zaken als deze van de Staat extra inzet mag worden verwacht. Naar aanleiding van de aangiften van klagers heeft de politie onderzoek verricht naar de feiten waarvan klagers aangifte hebben gedaan. De politie heeft getracht om de strafbare feiten, zoals opgenomen in de aangiften en getuigenverklaringen, aan een of meerdere incidenten vastgelegd op de camerabeelden te koppelen. Het hof stelt echter vast dat het door de politie verrichte onderzoek niet heeft geleid tot het verkrijgen van identificerende gegevens van de beklaagden. Het hof is verder van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de door klagers voorgestelde nadere onderzoeken redelijkerwijs zullen kunnen bijdragen aan de identificatie van de beklaagden of tot aanvullend bewijs. Het beklag is ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K25-230333</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7331</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7331</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7331"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar gegrond, pkv afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7130</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14830</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14830</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14830"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling stapsgewijs opbouwende begeleide contactregeling tussen de minderjarige en de vader. De vader is al meerdere jaren gedetineerd. Hij heeft bijna geen contact gehad met de inmiddels vijfjarige minderjarige en de moeder staat daar ook niet voor open. De minderjarige moet statusvoorlichting krijgen. Daarna wordt bekeken wat mogelijk is in het contact tussen de minderjarige en de vader. De rechtbank volgt het raadsadvies op en stelt drie opbouwende stappen vast, waarbij een professionele hulpverleningsinstantie moet beoordelen of kan worden overgegaan naar de volgende stap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/354908</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:897</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:897</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:897"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in appel a.b.i. 416 lid 2 Sv. Middel klaagt dat hof heeft nagelaten zaak terug te wijzen naar de rechtbank vanwege onterechte verstekverlening in eerste aanleg. AG: ingevolge art. 422 Sv komt vraag naar geldigheid dagvaarding in eerste aanleg pas aan de orde na vraag of het hoger beroep ontvankelijk is. Middel klaagt niet over laatstgenoemde oordeel en kan daarom niet tot cassatie leiden. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02267</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7336</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7336</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7336"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA aanvraag gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7342</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10586"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">verzoek op grond van artikel 3:251 lid 1 BW (onderhandse verkoop verpande aandelen) is toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/790230 / KG RK 26-1056</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2025:5938</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5938</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2025:5938"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bestuurlijke boete voor de overschrijding van gebruiksnormen uit de meststoffenwet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-5159</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7339</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7339</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7339"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4601</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4601</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4601"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Dwangakkoord toegewezen, nul aanbod. Verweer schuldeiser. Maximaal haalbare, ter zitting onderbouwd. Belang van verzoeker weegt zwaarder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2612503:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. van Gessel</contributor><issued>2026-10-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14385"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter verwijst de AVG zaak naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/11934409</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31683</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31683</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31683"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vovo hangende bezwaar; verblijfssticker; arbeidsmarktaantekening; arbeid als zelfstandige; TWV; verzet-me-niet; toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.52680</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:4170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:4170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:4170"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OPENBAARMAKING ARREST NA HET ONHERROEPELIJK WORDEN DAARVAN, INCLUSIEF DE VERMELDING VAN DE PERSONALIA VAN DE VERDACHTE, DOOR PUBLICATIE DAARVAN OP DE WEBSITE WWW.RECHTSPRAAK.NL. Het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch is inmiddels onherroepelijk door de uitspraak van de Hoge Raad van 21 april 2026, waarbij de veroordeling terzake oplichting en verduistering, meermalen gepleegd, in stand is gebleven (gedeeltelijke vernietiging). Ook de beslissing tot het gelasten van openbaarmaking van het onherroepelijk geworden arrest is in stand gebleven, evenals de beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001261-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:690</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:195</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14833"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoeken in voorlopige voorziening om de minderjarige aan de vrouw toe te wijzen en om een partneralimentatie vast te stellen. Gedeeltelijke toewijzing van het verzoek om een kinderalimentatie vast te stellen. Toewijzing van het verzoek om het uitsluitend gebruik van de woning aan de man toe te wijzen. Nu de vrouw zonder toestemming van de man met de minderjarige naar Rusland is verhuisd, acht de voorzieningenrechter het niet passend om deze situatie juridisch te rechtvaardigen. Verder heeft de vrouw onvoldoende gesteld en met stukken onderbouwd dat zij op dit moment op grond van Russische wetgeving recht heeft op een partnerbijdrage en evenmin heeft zij aangetoond dat zij dringend behoefte heeft aan een partnerbijdrage.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/377440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proces-verbaal</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15020</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15020</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15020"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">bewezenverklaring voor afpersing in vereniging en bedreiging. Redelijke termijn overschreden en DUT. Vordering BP toegewezen. TUL toegewezen. Straf: deels voorwaardelijke jeugddetentie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-232529-24 en 09-239422-25 en 09-305184-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7337"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tweede BNT WIA aanvraag gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6807</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1019</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1019</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1019"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Betekening mededeling uitspraak “in persoon” door elektronische overdracht (art. 36b lid 2 Sv). Hoger beroep te laat ingesteld na verstekveroordeling eerste aanleg. Verdachte stelt dat hij na inloggen in MijnOverheid mededeling uitspraak over het hoofd heeft gezien. Middel dat klaagt dat met enkele inloggen in MijnOverheid niet gesproken kan worden van uitreiking “in persoon” faalt volgens AG onder verwijzing naar PHR:2026:1005. Ook heeft hof terecht geoordeeld dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die overschrijding van beroepstermijn verontschuldigbaar doen zijn. Conclusie strekt tot verwerping (art. 81.1 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01511</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7335"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7303</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31684</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31684</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31684"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMBv; Frankrijk; interstatelijk vertrouwensbeginsel; beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.50622</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7338"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen griffierecht betaald</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6889</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31685</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31685</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31685"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vovo hangende bezwaar; artikel 64; verzet-me-niet; toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.44598</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14397"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering - gezamenlijke huishouding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/7502</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7333</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7333</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7333"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA aanvraag gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7337</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5730"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gerechtelijke vaststelling vaderschap, discussie over de vraag of de man op de juiste wijze is geidentificeerd, verwantschapsonderzoek voldoet aan de vereisten, moeder trekt verzoek in na uitkomst onderzoek. Proceskostenveroordeling, matigiging in verband met weigerachtige houding van de man.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/305102</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K. van Leeuwen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6380</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6380</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6380"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wijziging kinderalimentatie met een vaststellingsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/341784 / FA RK 25-3054</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Vodegel</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6385"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond. Het college heeft de aanvraag voor bijzondere bijstand voor kosten van (achterstallig) tuinonderhoud terecht afgewezen. De kosten die eiser moet maken voor het (laten) onderhouden van zijn tuin zijn noodzakelijk. De rechtbank is echter van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door bijzondere omstandigheden deze kosten niet uit zijn reguliere inkomen kan betalen. Eiser had voor de hier aan de orde zijnde kosten van tuinonderhoud kunnen reserveren of kan deze voldoen via gespreide betaling achteraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1962</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.T. de Kwaasteniet</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6386"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond. Het college heeft terecht geweigerd om aan eiser een financiële tegemoetkoming voor aanpassing van zijn auto te verstrekken. Het college is niet verplicht de bovenregionale vervoersbehoefte van eiser mogelijk te maken. Het college is op grond van de Wmo 2015 niet verplicht om eiser een vervoersvoorziening te verstrekken die hem in staat stelt zich bovenregionaal te verplaatsen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in een sociaal isolement zal raken indien hij zijn bovenregionale contacten niet door middel van het afleggen van persoonlijke bezoeken kan onderhouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1961</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.T. de Kwaasteniet</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6485</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6485</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6485"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 21 oktober 2025 aan partij B een uitingsverbod op sociale media opgelegd. Partij B heeft daarna op diverse sociale media uitlatingen gedeeld over partij A en hun beider minderjarige kinderen en daarmee de maximale dwangsommen verbeurd en betaald. Omdat partij B hier nog steeds mee doorgaat, is partij A een kort geding gestart. Omdat partij B in eerste instantie niet in het geding is verschenen, zijn de vorderingen van partij A (grotendeels) toegewezen. Partij B is vervolgens tegen het verstekvonnis in verzet gegaan. Partij A heeft haar vorderingen nadien bij akte aangevuld en verduidelijkt. De voorzieningenrechter verklaart het verzet deels gegrond, vernietigt het verstekvonnis op één onderdeel en bekrachtigt het voor het overige. Daarnaast wijst zij de aangevulde en gewijzigde vorderingen van partij A (grotendeels) toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350930 / KG ZA 26-193</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Smedes</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31608</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31608</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31608"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser is met onbekende bestemming vertrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.49559 en NL26.23795</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.M. Brandwacht-Kampman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6382"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Wmo. Deze uitspraak gaat over een afgewezen aanvraag van eisers om in aanmerking te komen voor individuele begeleiding door haar echtgenoot voor 40 uur per week. De rechtbank is van oordeel dat het college zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de aanvraag terecht is afgewezen. Wel wijst de rechtbank erop dat dat sprake is van een wankel evenwicht en dat er in de toekomst ontwikkelingen kunnen zijn, die aanleiding kunnen geven om de situatie opnieuw te beoordelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/1645</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.T. de Kwaasteniet</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14942</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14942</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14942"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Handhavingsverzoek afgewezen. Tijdens de bezwaarprocedure tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek is een omgevingsvergunning verleend voor wijziging van het gebruik van een bijgebouw. In de beslissing op het bezwaar is het college bij die besluiten gebleven. Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk. Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk voor zover dit ziet op handhaving en voor het overige ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/8063</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14730"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Verstek. Ontruiming twee opslagruimtes en betaling huurachterstand met doorlopende bezettingsvergoedingen, rente en kosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12405019 VV EXPL 26-601</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. V.F. Milders</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14830</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14830</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14830"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Er is geen sprake van willekeur wanneer de Dienst Toeslagen, conform eigen beleid, niet overgaat tot het doen van een schikkingsvoorstel. De Dienst Toeslagen is hier niet toe verplicht. Eiseres heeft verder geen beroepsgronden aangevoerd. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/9104</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3036</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3036</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3036"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm. Waarheidsplicht (art. 21 Rv) in belastingzaken. Nieuwe koerslijst in beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/754</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:21574</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31686</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31686</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31686"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel; MOB-melding; niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.49473</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7332"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tweede BNT WAJONG bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6495</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7342"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tweede BNT WIA bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7430</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:416"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten. Vrijspraak van het telen van de hennepplanten, de diefstal van de elektriciteit, het opzettelijk aanwezig hebben van henneptoppen en het voorhanden hebben van kogelpatronen en pepperspray. Gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 180 uur. In de strafmaat is rekening gehouden met het feit dat de hennepkwekerij gedurende langere periode in werking was en de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-268043-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.M. Schotanus, S.W.M. Speekenbrink, R.T. Poort</contributor><issued>2025-01-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31688</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31688</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31688"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, opgeheven, concreet aanknopingspunt overdracht, gronden van de maatregel, voortvarend handelen, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.30726 en NL26.30744</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2836"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV 2022 en 2023. Werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsongeschikten van UWV. Geen arbeidskorting toegepast. Schending verbod van discriminatie en evenredigheidsbeginsel? Schending hoorplicht? Geen recht op een dwangsom en schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1944 en 25/1945</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31928</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31928</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31928"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/5040, SGR 23/5041 en SGR 23/5042</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. van Walderveen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9456</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9456</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9456"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">afwijzing vordering van aandeelhouder jegens vennootschap en bestuurder want onvoldoende gesteld / niet adequaat gereageerd op gemoitiveerd verweer. Door gedaagden verzochte veroordeling in de werkelijke proceskosten afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/785948 / HA ZA 26-328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14398</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14398</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14398"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek voorlopige voorziening - aanvraag bijzondere bijstand voor wasmachine afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/7439</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31146"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling - Wzd</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712780 / FA RK 26-9514</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. de Bruijn</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31938</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31938</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31938"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring; artikel 50, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw; strafrechtelijke detentie; voorbereidingshandelingen; inspanningsplicht; belangenafweging; gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63778</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:3013</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:3013</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:3013"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">veroordeling terzake witwassen tot geheel voorwaardelijke gevangenisstraf</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002703-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.G.A. Beaujean, mr. H.A.T.G. Koning, mr. drs. J.J. Peters</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2025:5939</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5939</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2025:5939"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bestuurlijke boete voor het overtreden van de mestverwerkingsplicht uit de Meststoffenwet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-5146</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:297</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:297</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:297"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vernietiging vonnis van het Gerecht in eerste aanleg. Veroordeling wegens feitelijk leidinggeven aan het te laat doen van aangifte door een rechtspersoon, alsmede het feitelijk leidinggeven aan het niet verstrekken van inlichtingen/gegevens/aanwijzingen door een rechtspersoon, in eendaadse samenloop gepleegd. Oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: H-108/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Y.C. Bours, F.V.L.M. Wannyn, I.L. Gerrits</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7358</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7358</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7358"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA aanvraag gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7479</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7363"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tweede BNT WIA bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7312</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31939</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31939</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31939"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring; artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw; suwinetgegevens; lichter middel; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31172</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31172</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31172"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711979 / JE RK 26-1561</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.L. Strop</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:417"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Betrokkene heeft als gevolg van de bewezenverklaarde feiten in de hoofdzaak voordeel genoten. Wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld conform de vordering van de officier van justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-267853-22 (ontneming)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.M. Schotanus, S.W.M. Speekenbrink, R.T. Poort</contributor><issued>2025-01-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7372</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7372</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7372"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO. Niet-ontvankelijk, doorverwijzen naar verweerder ogv 6:20 om te behandelen als bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3222</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10573</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10573</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10573"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 40-jarige man is veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf. Op 20 april 2025 had hij namelijk een verhitte discussie met een man die uitmondde in een worsteling op de openbare weg in Amsterdam-West waarbij hij het slachtoffer in zijn buik schoot met een (omgebouwd) vuurwapen. Ook moet hij ruim 16.500 euro schadevergoeding betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/119072-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Timmermans, mr. L.F. Bögemann, mr. M.E. Kleinherenbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1054</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1054</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1054"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Unierecht. Arbitrage. Moet Nederlandse investeerder een tegen de Republiek Polen ingestelde investeringsarbitrage beëindigen, omdat het aanspannen en voortzetten van die arbitrage in strijd is met de maatschappelijke betamelijkheid (art. 3:296 jo. 6:162 BW)? Verklaring voor recht dat arbitrage- en horizonclausule zijn vervallen. Achmea/Slowakije-jurisprudentie (o.a. HvJEU C-248/16, ECLI:EU:C:2018:158); artt. 267 en 344 VWEU. Nederlands arbitragerecht. Verdrag van New York. Geldigheid arbitrageclausule naar internationaal publiekrecht. Rechtsbescherming in Polen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02606</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10688</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10688</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10688"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Een Amsterdammer heeft een aanvraag ingediend voor een aanvulling op zijn AOW. Deze zogenoemde AIO-aanvulling is bedoeld om een onvolledig ouderdomspensioen aan te vullen tot het bijstandsminimum.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/5256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10575</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10575</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10575"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In een zogenoemde WAMCA-zaak hebben drie stichtingen collectieve vorderingen ingesteld tegen de grootste tien energieleveranciers. Het draait om de vraag of energieleveranciers de laatste jaren een oneerlijk beding hebben gebruikt om op grond daarvan hun prijzen aan te passen. De rechtbank oordeelt dat alle energieleveranciers hetzelfde beding hebben gebruikt, zodat de zaak als één zaak behandeld kan worden. In december wordt een arrest van de Hoge Raad verwacht, dat gaat over de vraag of het prijsverhogingsbeding oneerlijk is. Dat is van zo’n belang voor deze zaak, dat de rechtbank alle verdere beslissingen aanhoudt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 771715 / HA ZA 25-1240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.C.H. Blankevoort</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10558</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10558</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10558"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Resterend verzoek voorlopige ondertoezichtstelling toegewezen; restant (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing afgewezen in verband met minder ingrijpende mogelijkheden om de veiligheid van de kinderen te waarborgen. Door de kinderrechter geuite bedenkingen over het traject dat aan de spoedbeslissing vooraf is gegaan</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/452746 / JE RK 26-1703</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14386"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter verwijst de AVG zaak naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/11942964</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7373</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7373</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7373"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WAJONG bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6923</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7798</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7798</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7798"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Loonvordering in conventie afgewezen. Opzegging arbeidsovereenkomst door werknemer. Werkgever heeft haar onderzoeksplicht niet geschonden, omdat zij erop mocht vertrouwen dat de verklaringen van werknemer overeenkwamen met haar wil. Reconventionele vordering tot verwijdering van bedrijfsgegevens van privéapparatuur van werknemer toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: VV EXPL 26-114 12333059</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.C. Zandman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10560</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10560</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10560"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Resterend verzoek voorlopige ondertoezichtstelling toegewezen; restant (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing afgewezen in verband met minder ingrijpende mogelijkheden om de veiligheid van de kinderen te waarborgen. Door de kinderrechter geuite bedenkingen over het traject dat aan de spoedbeslissing vooraf is gegaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/452737 / JE RK 26-1701</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7371</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7371</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7371"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO. Niet-ontvankelijk, doorverwijzen naar verweerder ogv 6:20 om te behandelen als bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1460</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15023</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15023</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15023"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">bewezenverklaring van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, opzettelijk een ontploffing teweegbrengen en vernieling/beschadiging Beroep op vrijwillige terugtred verworpen. Beslag. Vordering BP deels toegewezen. TUL afgewezen wegens te ver verwijderd verband. Straf: deels voorwaardelijke jeugddetentie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16-338234-24 en 10-016555-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14383"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter verwijst de AVG-zaak naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/11948867</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7708</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7708</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7708"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5635</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6984"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep, kort geding. Geen vernietiging selectiebesluit karatebond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.374.547</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14384"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter verwijst de AVG zaak naar een kamer voor andere kamer dan kantonzaken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/12207266</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7799"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst afgewezen. Werkgever heeft niet voldaan aan de herplaatsingsverplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HA VERZ 26-134 /12351202</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.C. Zandman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31129</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31129</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31129"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen - toevertrouwing kinderen, uitsluitend gebruik echtelijke woning, voorlopige zorgregeling, voorlopige kinderalimentatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709959 / FA RK 26-7748</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. A.M. van der Vliet</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7800"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. De arbeidsovereenkomst behoort (ook) in het belang van (het herstel van) werkneemster te eindigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12323961 \ HA VERZ 26-121</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.W. de Groot</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7003</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7003</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7003"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening over het verkeersbesluit om een verbod in te stellen voor tweewielers bij (een gedeelte van) de Rietmeent en de Schapenmeent in Almere. Geen sprake van spoedeisend belang. Verzoeker zijn woning nog kan bereiken of verlaten met de motor.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5551</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:975"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Ontucht met cliënt door masseur. Vervolg op HR 14 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:686. Eerste middel klaagt over oordeel hof dat aan bewijsminimumvereiste is voldaan. Dit middel faalt. Hof heeft schakelbewijsconstructie gebezigd, bestaande uit verklaringen van twee andere aangeefsters. Eerdere vrijspraak in zaak van een van deze aangevers betekent niet dat haar aangifte niet kan dienen als steunbewijs in onderhavige zaak. Middel twee klaagt over verdachtes opzet en faalt. Derde middel klaagt over toewijzing vordering tot vergoeding immateriële schade en faalt eveneens. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01227</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:6832</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6832</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:6832"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben en het vervoeren van een grote hoeveelheid harddrugs.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02.038387.23 en 02-025560-21 (tul)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2025-10-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7034"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak. Long covid. Gezien de door de rechtbank ingeschakelde deskundige kan de rechtbank het Uwv niet volgen dat er bij eiseres geen sprake is van toegenomen klachten en beperkingen als gevolg van dezelfde ziekteoorzaak. Daarmee ontbreekt de grondslag voor de conclusie van het Uwv dat verbetering van de belastbaarheid van eiseres te verwachten is. Het Uwv heeft dus onvoldoende gemotiveerd waarom de volledige arbeidsongeschiktheid van eiseres niet duurzaam is. De rechtbank voorziet zelf en kent aan eiseres een IVA-uitkering toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/5480</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.C.A. van Kuijeren</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7801</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7801</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7801"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindbeschikking (benoeming desk, vragen, voorschot)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/459390 / HA RK 25-161</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boerwinkel</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10557</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10557</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10557"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak onvoldoende steunbewijs.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-267446-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6630</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6630</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6630"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Zelfstandig pedagogisch medewerker kan vrijstelling voor kinderopvang toepassen voor diensten aan kindercentra.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1342 t/m 25/1345</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7975"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Zelfstandigenaftrek. Niet voldaan aan het urencriterium. Indirecte uren onvoldoende gespecificeerd. Geen gewekt vertrouwen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/974</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Loof</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:925</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:925</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:925"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Vervoeren cocaïne. Middel klaagt over wetenschap verdachte t.a.v. in zijn auto aangetroffen cocaïne en over schending cautieplicht i.v.m. uitleveringsvordering a.b.i. art. 9 lid 3 OW. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01114</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10574</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10574</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10574"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank Amsterdam oordeelt dat zij ook bevoegd is om de zaak tegen de buitenlandse gedaagden in een massaschadeclaimzaak (WAMCA) van een claimstichting tegen de boekingsplatforms Booking.com en Agoda.com te behandelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/781273 / HA ZA 26-1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1889</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1889</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1889"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Naheffingsaanslag. Verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2854</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-04-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7711"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2449</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7712</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7712</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7712"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen besluit</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/255</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:999</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:999</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:999"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Mishandeling van echtgenote (art. 300 jo. 304 Sr.). Beslissing op aanhoudingsverzoek. Middel 1 houdt in dat het hof ter terechtzitting niet heeft gereageerd op het voorafgaande aan de zitting gedane aanhoudingsverzoek. Middel 2 ziet op de motivering van de afwijzing van dat verzoek. Beide middelen slagen. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01095</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7713</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7713</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7713"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10502</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10502</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10502"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt veroordeeld voor smaad, belediging en twee bedreigingen. Aan hem wordt opgelegd de ISD-maatregel voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-195417-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.E.I. Beudeker, mr. M. van de Wetering, mr. J.P.E. Mullers</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10507</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10507</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10507"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft als bestuurder van een auto schuld aan het veroorzaken van een verkeersongeval, waardoor een ander letsel heeft opgelopen. Daarnaast heeft hij een auto bestuurd onder invloed van alcohol. Aan hem wordt opgelegd een taakstraf van 160 uur een ontzegging van de rijbevoegdheid van 9 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-227961-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.E.I. Beudeker, mr. M. van de Wetering, mr. J.P.E. Mullers</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10559</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10559</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10559"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor 6 WVW zeer onvoorzichtig en onoplettend. Taakstraf 240 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-073133-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7714</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7714</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7714"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO aanvraag, gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2589</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7804"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Tussenbeschikking. Verzoek vernietiging ontslag op staande voet automonteur. Heeft werknemer (herhaaldelijk) een ernstige en verwijtbare montagefout gemaakt? De kantonrechter stelt werkgeefster in de gelegenheid camerabeelden in het geding te brengen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12249116 \ HA VERZ 26-97</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J.M. van Breevoort</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31170"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter tot verlenging ondertoezichtstelling. Korte toewijzing van het verzoek en aanhouding van overige duur. Incompleet gezinsplan, wat maakt dat op basis van de thans voorhanden informatie onvoldoende kan worden beoordeeld of de verzochte verlenging van de duur van een jaar noodzakelijk en doelmatig is om de ontwikkelingsbedreiging bij de minderjarige weg te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709151 / JE RK 26-1239</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H. Rochat</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7803"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Voortgezet gebruik gezamenlijke koopwoning ex-partners na ontbinding samenlevingsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12275906 \ AZ VERZ 26-16</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.C. van Leeuwen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31173"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Niets meer te beslissen ten aanzien van een machtiging tot uithuisplaatsing; ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709632 en C/09712361</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.L. Strop</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7242"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burenrecht. Geschil over eigendom grondstrook. Is er sprake van bevrijdende verjaring? De rechtbank oordeelt dat de particulier de grondstrook van de gemeente niet in bezit heeft genomen. Verklaring voor recht. Herhaling ontruiming incidenteel vonnis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/404126 / HA ZA 24-296</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. M.E.N. van Haren</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15024</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15024</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15024"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo hangende bezwaar tegen een verleende omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit en de daarbij opgelegde maatwerkvoorschrift. Aan het pand wordt funderingsherstel uitgevoerd en daarnaast wordt er grond afgegraven in het souterrain. Het college is gelet op het toetsingskader van artikel 8.3b, tweede lid, van het Bkl, niet gehouden om te toetsen of het bouwplan aannemelijk maakt of tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden voldoende maatregelen zullen worden getroffen om schade door de bouwwerkzaamheden aan de omliggende panden te voorkomen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoekster niet aannemelijk gemaakt dat het bouwplan niet voldoet aan hoofdstuk 5 van het Bbl. De voorzieningenrechter ziet in wat verzoekster heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het college dit maatwerkvoorschrift niet heeft kunnen stellen. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/7946</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7814"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Loonvordering wordt toegewezen. Overige geldvorderingen worden wegens het ontbreken van een spoedeisend belang afgewezen. Verder wordt de werkgever veroordeeld tot nakoming van de re-integratieverplichtingen middels pendelmediation. Een voorwaardelijke non-actiefstelling wegens een lopend strafrechtelijk onderzoek staat immers aan een begeleid gesprek op afstand niet in de weg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12349929</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. van der Boon</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:699</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:699</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:699"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Taakstraf, voorwaardelijke gevangenisstraf en rijontzegging voor aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag en het weigeren mee te werken aan een ademonderzoek en bloedonderzoek. Verdachte reed te hard, raakte van de weg en botste tegen een boom met letsel voor de twee andere inzittenden tot gevolg. Een van de slachtoffers hield hier een dwarslaesie aan over en is blijvend verlamd vanaf zijn middel. Alternatief scenario verdachte niet aannemelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-252961-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van de Wetering, J.P.E. Mullers, R. Combee</contributor><issued>2025-02-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6550</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6550</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6550"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoekschrift omzetting rechtspersoon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350647 / HA RK 26-103</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. U. van Houten</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7842</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7842</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7842"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurovereenkomst. Huurachterstand niet voldoende betwist en wordt toegewezen. Contractuele boeterente wordt ook toegewezen. Wettelijke rente wordt afgwezen omdat hetgeen op grond van het boetebeding verschuldigd is in de plaats treedt van de schadevergoeding op grond van de wet (6:92 lid 2 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12197993</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. M.D.R. Joppe</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3057</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3057</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3057"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Coronademonstratie Museumplein Amsterdam 2021. Vrijspraak van overtreding artikel 184 Sr. Het hof heeft reeds eerder geconstateerd dat vanwege de discrepantie tussen enerzijds de inhoud van het noodbevel en anderzijds de inhoud van door verbalisanten opgemaakte processen-verbaal de rechtmatigheid van het noodbevel, in het kader van de subsidiariteitstoets, niet kan worden vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-002878-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:15816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:15816"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WHOA-zaak. Tijdelijke voorziening afkoelingsperiode. Aanhouden beslissing op verzoek om maatwerkvoorziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/707650 HO RK 25/1797 ea</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Neijt, mr. S. Boot, mr. M. Aukema</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14229</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14229</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14229"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur bedrijfsruimte. Gebreken. De kantonrechter verklaart voor recht dat het gehuurde is behept met een gebrek (lekkage) en vermindert de huurprijs met 15 %. De vordering over de andere gestelde gebreken wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/12019414</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15026</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15026</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15026"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek WSNP toegewezen. Verzoekster is ontvankelijk in haar verzoek. Er is een eerdere ingangsdatum bepaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616926:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:3028</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:3028</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:3028"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het gerechtshof veroordeelt de verdachte ter zake van ‘belaging’ tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Het hof verbindt aan de voorwaardelijke gevangenisstraf bijzondere voorwaarden. Daarnaast legt het hof aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende een contact- en locatieverbod voor de duur van vijf jaren, welke maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Daarnaast heeft het hof beslist op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002900-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:15817</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15817</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:15817"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WHOA-zaak. Afkondigen afkoelingsperiode. Afwijzen verzoek aanstellen observator. Afwijzen verzoek om maatwerkvoorziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/707650 HO RK 25/1797 ea</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Neijt, mr. S. Boot, mr. M. Aukema</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7843"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tweede verzoek tot verlenging ontruimingstermijn 7:230a BW wordt toegewezen. Voorwaardelijk tegenverzoek dat de maandelijkse gebruiksvergoeding wordt vastgesteld op € 2.197,39 (exclusief btw) wordt ook toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/11995044</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. M.D.R. Joppe</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15021</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15021</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15021"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WHOA-zaak. Tijdelijke voorziening verlenging afkoelingsperiode.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/713914 HO RK 26/33 ea</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Neijt, mr. S. Boot, mr. M. Aukema</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7293</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7293</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7293"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling redelijk loon (artikel 7:405 BW). Sanctie schending informatieplichten bij aangaan overeenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/416658 / HA ZA 25-409</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van den Berg</contributor><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7698</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7698</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7698"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De minderjarige verdachte is medeplichtig geweest aan een poging tot doodslag, waarbij op een zondagmiddag in een woonwijk in Utrecht met automatische vuurwapens 36 kogels op drie bovenwoningen zijn afgevuurd. De verdachte, die niet in het bezit van een rijbewijs was, is de chauffeur van de vluchtauto geweest. Ook heeft hij de schietpartij gefilmd als bewijs voor de opdrachtgever. De rechtbank veroordeelt de minderjarige verdachte tot een jeugddetentie van 360 dagen, met aftrek van het voorarrest (60 dagen), waarvan 300 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met de algemene en bijzondere voorwaarden. Deze bijzondere voorwaarden betreffen een meldplicht bij de jeugdreclassering, zinvolle dagbesteding in de vorm van school en werk en meewerken aan begeleiding en/of hulpverlening. Daarnaast wordt aan de verdachte opgelegd een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 200 uren, te vervangen door 100 dagen vervangende jeugddetentie als de verdachte deze werkstraf niet of niet goed uitvoert. Dat is de maximale werkstraf in het jeugdstrafrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/268984-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.R.H. Koekoek, mr. S.E. Garvelink, G.M.C. Klink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7701</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7701</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7701"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag door op zondagmiddag in een woonwijk in Utrecht met automatische vuurwapens 36 kogels op drie bovenwoningen af te vuren. Verdachte was één van de twee schutters. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast legt de rechtbank de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/269039-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.R.H. Koekoek, mr. S.E. Garvelink, G.M.C. Klink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15022</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15022</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15022"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WHOA-zaak. Afkondigen verlenging afkoelingsperiode.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/713914 HO RK 26/33 ea</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Neijt, mr. S. Boot, mr. M. Aukema</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7710</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7710</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7710"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag door op zondagmiddag in een woonwijk in Utrecht met automatische vuurwapens 36 kogels op drie bovenwoningen af te vuren. Verdachte was één van de twee schutters. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast legt de rechtbank de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/269010-25, 13/174909-23 (vord. tul), 16/208898-23 (vord. tul) &amp; 21/001713-21 (vord. tul)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.R.H. Koekoek, mr. S.E. Garvelink, G.M.C. Klink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1009</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1009</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1009"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Ontvankelijkheid hoger beroep. Middel tegen oordeel hof dat mededeling verstekveroordeling in 2014 is uitgereikt aan gemachtigde dochter van verdachte en verdachte omstreeks dat moment op hoogte is gekomen van vonnis PR slaagt volgens AG, nu uitreikingsakte niet vermeldt welk stuk aan dochter is uitgereikt en dit stuk evenmin aan akte is gehecht. Middel dat tenlastegelegde opzettelijke overtreding van art. 3B en 3C Opw, gepleegd in 2004-2005, inmiddels absoluut en relatief is verjaard faalt volgens AG, mede in aanmerking genomen dat tll betrekking heeft op 673 hennepplanten en dit sinds iwtr. art. 11 lid 5 Opw in 2006 geldt als strafverzwarende omstandigheid van ‘grote hoeveelheid’ waarop gevangenisstraf van 6 jaren is gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00823</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1772</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1772</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1772"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00242</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3563</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15029"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek WSNP toegewezen. Geen eerdere ingangsdatum. De regeling is uitgesproken voor 24 maanden vanwege recente belastingschulden en CJIB-schulden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616307:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:2180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:2180"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bestuurdersaansprakelijkheid: ernstig verwijtbaar en onrechtmatig gehandeld door misleidende spookfacturen te sturen en uit te laten betalen aan familieleden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/19/147399 / HA ZA 24-51 en C/19/148762 / HA ZA 24/122</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.B. van Baalen</contributor><issued>2026-06-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7864</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7864</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7864"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur. Verhuurder is niet verschenen op de mondelinge behandeling. In conventie wordt ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand gevorderd. De kantonrechter oordeelt in conventie dat verhuurder artikel 21 en 111 lid 3 Rv heeft geschonden. Verhuurder heeft immers in de dagvaarding de uitgebreide, langdurige en voor deze procedure relevante voorgeschiedenis tussen partijen miskend. Daarnaast heeft zij verzuimd om het reeds bij haar bekende verweer van huurder in de dagvaarding op te nemen. De kantonrechter maakt de gevolgtrekking dat de vorderingen in conventie worden afgewezen. In reconventie wordt verhuurder veroordeeld tot nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst van 29 april 2024 inhoudende dat zij (door tussenkomst van een professionele derde) volledig uitvoering geeft aan de noodzakelijke onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan het gehuurde conform de aanvullende offerte van 17 april 2024 alsook de nadien door de professionele derde vast</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12111302</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. M.D.R. Joppe</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7487"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na tussenvonnis. Geschil tussen kaveleigenaars en eigenaar recreatiepark. In conventie verrekening van diverse te veel betaalde bedragen met openstaande bedragen. In reconventie permanente bewoning van twee bewoners moet worden gestaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/383589 / HA ZA 22-372</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.A.M. Janssen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7486"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Inzagevordering 195 en 194 Rv. In kort geding is inzagevordering afgewezen. Eiser dagvaart vervolgens gedaagden in de bodemzaak zonder een incidentele vordering tot inzage in te dienen. Nadat de zaak is afgeconcludeerd en voor beraad mondelinge behandeling is komen staan, dient eiseres een incidentele vordering tot inzage in. Deze vordering wordt afgewezen wegens gebrek aan voldoende belang: eiseres heeft haar vordering kennelijk zonder de gegevens waarvan inzage wordt gevorderd bij dagvaarding kunnen onderbouwen en de zaak staat voor mondelinge behandeling. Voor zover eiseres de gegevens nodig heeft voor bewijs geldt dat bewijslevering (nog) niet aan de orde is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/418179 / HA ZA 25-506</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.J.C. Adang</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7412"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In 2007 is de gemeente in ruil voor het intrekken van een bezwaarprocedure met eiser en zijn buurman overeengekomen dat zij een recht van eerste koop zouden krijgen met betrekking tot een voor hun percelen gelegen groenstrook. In de kern vordert eiser nakoming van die overeenkomst. De gemeente stelt zich vooral op het standpunt dat zij de groenstrook al in 2010 heeft aangeboden en dat eiser en zijn buurman van dat aanbod toen geen gebruik hebben gemaakt, waardoor het is komen te vervallen. De rechtbank volgt het standpunt van de gemeente en wijst de vorderingen van eiser af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/421552 / HA ZA 25-715</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Cune</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7865"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding huurzaak. Naar het voorshands oordeel van de kantonrechter heeft huurder met de door hem overgelegde koopovereenkomst, de verklaring van de ex-partner van verhuurder, de betaalbewijzen en de berekening voldoende aannemelijk gemaakt dat hij met de ex-partner van de verhuurder heeft afgesproken om het bedrag van € 10.000,00 ter zake van de geldleningsovereenkomst en het bedrag van € 17.500,00 voor de kunststofkozijnen te verrekenen met de achterstallige dan wel toekomstige huur, de gemeentelijke belastingen en BSR. Daartegenover heeft verhuurder volstaan met een kale betwisting. Aldus kan de kantonrechter in deze procedure niet vaststellen dat er sprake is van een huurachterstand en niet-betaalde gemeentelijke belastingen en BSR. De vordering tot betaling hiervan wordt afgewezen. Nu de vordering tot ontruiming van het gehuurde gebaseerd is op de gestelde huurachterstand, wordt deze eveneens afgewezen. Aan het dringend eigen gebruik dat verhuurder ter zitting heeft gedaan, wordt voorbijgegaan nu zij dit niet aan haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12340253</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.L. Braaksma</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31169</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31169</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31169"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wvggz - aansluitende zorgmachtiging van zes maanden. Het verzoek is voor kortere periode toegewezen om betrokkene perspectief te bieden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711960 / FA RK 26-9021</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M. Koole</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3049</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3049</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3049"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor diefstal van gouden ringen van juwelierszaak en opzetheling van een elektrische fiets tot een gevangenisstraf van 3 maanden (dezelfde straf als in eerste aanleg). Benadeelde partij is niet-ontvankelijk in de vordering van € 25.260,00 verklaard, omdat de waarde van de weggenomen ringen onvoldoende is onderbouwd. Vordering tenuitvoerlegging wordt toegewezen; elektrische fiets wordt teruggegeven aan de rechthebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001117-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2532</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2532</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2532"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof spreekt de verdachte vrij van de tenlastegelegde zware mishandeling en overweegt daartoe als volgt. Naar het oordeel van het hof is in ieder geval komen vast te staan dat beide partijen zich die dag niet onbetuigd hebben gelaten, dat er meerdere messen aanwezig waren en dat mensen met een mes zijn verwond. Zo is slachtoffer een vingertopje kwijtgeraakt en heeft betrokkene een snijwond in haar onderarm opgelopen. Nu evenwel de lezingen over het ontstaan van de verwondingen sterk uiteenlopen kan het hof op grond van de voorhanden bewijsmiddelen niet vaststellen wat de feitelijke toedracht is geweest en of de verdachte zich aan het tenlastegelegde schuldig heeft gemaakt. Het hof acht wel bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder C van de Opiumwet en handelen in strijd met een gegeven gedragsaanwijzing. Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002611-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.G.A. Beaujean, M.C.C. van de Schepop, P. Jeeninga</contributor><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4654</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1029"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. (Medeplegen van) mensenhandel (art. 273f Sr). Acht middelen over o.a. de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster, het oogmerk van uitbuiting, misleiding, de rol van de verdachte in de uitbuitingssituatie en de strafoplegging. De middelen falen. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00506</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1030</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1030</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1030"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Profijtontneming. Middelen over de berekening van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Middel 1: heeft hof i.s.m. art. 359 lid 3 Sv volstaan met kale verwijzing naar ontnemingsrapportage? Middel 2: kunnen geldbedragen afkomstig van bankrekening aangeefster als w.v.v. uit prostitutiewerkzaamheden worden aangemerkt? Middelen falen. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00454</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15037</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15037</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15037"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek dwangakkoord toegewezen. Er is een prognose aangeboden. Verzoekster werkt parttime maar voldoende aannemelijk is gemaakt dat zij gezondheidsklachten heeft die haar beperken bij het uitvoeren van fulltime betaalde arbeid. Maximaal haalbare is aangeboden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616466:R-RK - NL:TZ:2616467:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30913</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30913</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30913"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van mishandeling wegens geslaagd beroep op noodweer. Veroordeling voor mishandeling, poging tot doodslag en bedreiging met de dood. Gevangenisstraf van 42 maanden. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij. Verbeurdverklaring messen. Vordering TUL niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09045641-26 en 09098449-26 en 22/000613-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.M.A. de Koning, mr. A. Tsjapanova, mr. F.X. Cozijn</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10665</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10665</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10665"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgings-EAB Letland: De detentiegarantie is voldoende. Het voorwaardelijke verzoek tot aanhouding van de raadsman wordt verworpen, aangezien eerdere uitspraken waarin sprake is geweest van Letse detentiegaranties die door de rechtbank voldoende zijn bevonden gepubliceerd zijn en dus voor en ieder te raadplegen. De overleveing is toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-240039-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. L. Sanders, mr. M.W. Speksnijder</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1022</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1022</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1022"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling voor verschillende vormen van faillissementsfraude. 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek. Volgens AG heeft hof niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd geoordeeld dat medische klachten van de verdachte niet aannemelijk zijn geworden. 2. Klacht over opgelegde geldboete i.v.m. draagkracht. 3. Inzendtermijn in cassatie. Conclusie strekt tot strafvermindering en verwerping voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03871</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2925</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2925</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2925"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet bpm. Geen waardevermindering wegens schade, niet meer dan normale gebruiksschade. Kosten koerslijstuitdraai X-Ray zijn geen deskundigenkosten in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Hoger beroep ongegrond, wel recht op VIS en PKV. Geen bijzondere omstandigheden aanwezig om af te wijken van VIS van € 50 per halfjaar cf. artikel 19a Wet bpm.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1178</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Wessels, mr. drs. E.P.A. Brakeboer, mr. drs. M.H. van Schaik</contributor><issued>2026-10-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 19a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5320</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10556</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10556</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10556"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Resterend verzoek voorlopige ondertoezichtstelling toegewezen. Vermoedens van mishandeling door vader van de oudere kinderen in het gezin.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 452748 JE RK 26-1704</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2928</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2928</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2928"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde van een pand bepaald met gebruikmaking van de ITZA-methode, waarbij het winkeloppervlak is verdeeld in zones. Hoger beroep van belanghebbende tegen waardebepaling ongegrond. Geen aanleiding om een deskundige te benoemen. Geen sprake van een individuele en buitensporige last, geen schending van artikel 1 EP en geen sprake van discriminatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/799</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Smorenburg, H.J. Cosijn, mr. drs. M.H. van Schaik</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14822"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Betrokkene was persoonlijk failliet. Betrokkene had twee levensverzekeringen die verpand waren aan de bank in verband met een woningfinanciering. De deurwaarder heeft beide polissen namens de bank afgekocht, nadat de woningschuld al was afgelost en het pandrecht was tenietgegaan. De afkoopwaarde is in de boedel gevloeid. Betrokkene houdt de deurwaarder en de bank aansprakelijk en vordert schadevergoeding. De rechtbank wijst de vordering af. Als de verzekeringen niet door de bank waren afgekocht, had de curator dat gedaan met hetzelfde resultaat. Geen schade. Geen kansschade. Art. 22a Fw. Onredelijke benadeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/716557 / HA ZA 26-246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10669</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10669</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10669"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek bruidsgave afgewezen. Naar het oordeel van de rechtbank is het toewijzen van het verzoek van de vrouw tot uitbetaling van de bruidsgave strijdig met de bedoeling van de wetgever omdat dat zou leiden tot het toekennen van rechtsgevolg aan een in Nederland niet als rechtsgeldig aan te merken huwelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/761378 / FA RK 24-8779</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10668"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">AVT III Roemenië: aanvullende toestemming verleend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-145486-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. L. Sanders, mr. M.W. Speksnijder</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10506"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. Verdachte had alcohol en drugs gebruikt en in die toestand heeft hij het slachtoffer geduwd, gestompt en met kracht tegen het hoofd geschopt, onder meer terwijl deze laatste weerloos op de grond lag. Oplegging van een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 177 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, met aftrek van het voorarrest en oplegging van bijzondere voorwaarden. Met daarbij oplegging van een taakstraf van 160 uren. Toewijzing van de vordering tul.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-017087-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. K. Verschueren, mr. E.B. Prenger, A.K. Bloemendal</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10675</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10675</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10675"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Frankrijk. Tussenuitspraak Artikel 12 OLW; afzien van toepassing van deze weigeringsgrond. Artikel 11 OLW; het vastgestelde algemene gevaar wordt door de verstrekte detentiegarantie voor de opgeëiste persoon weggenomen. Heropenen en schorsen om in het kader van artikel 6a OLW het certificaat en een kopie van het vonnis op te vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-221170-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B.M. Wijnveldt, mr. M.C.M. Hamer, mr. drs. E. van den Brink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15000</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15000</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15000"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na bewijsopdracht. Gedaagde is er niet in geslaagd om aan te tonen dat haar auto ten tijde van het ongeval was verzekerd. Aansprakelijk voor schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11557523 CV EXPL 25-3926</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10618</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10618</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10618"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurzaak. Geen gebreken aan gehuurd bedrijfspand. Toewijzing betaling huurachterstand en boete. Ontbinding en ontruiming toegewezen met terme de grace.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12226417 \ CV EXPL 26-6790</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1032</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1032</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1032"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Profijtontneming. Middelen over de berekening van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Middel 1: heeft hof i.s.m. art. 359 lid 3 Sv volstaan met kale verwijzing naar ontnemingsrapportage? Middel 2: kunnen geldbedragen afkomstig van bankrekening aangeefster als w.v.v. uit prostitutiewerkzaamheden worden aangemerkt? Middelen falen. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00356</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15038"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek dwangakkoord toegewezen. Er is een prognose aangebonden. Verzoeker ontvangt gelden uit een pensioenuitkering en kampt met gezondheidsklachten. Maximaal haalbare is aangeboden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615594:R-RK - NL:TZ:2616135:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31948"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/2523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. van Walderveen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4650"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vovo, weigering stellen van maatwerkvoorschriften en opleggen last onder dwangsom grasdrogerij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26-3382 en 26-3477</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10397"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening lasten onder dwangsom. Verzoek toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3394</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10694</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10694</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10694"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Maltees vervolgings-EAB. Tussenuitspraak. Art. 11 OLW: Aan de orde is een mogelijk reëel gevaar van schending van grondrechten van de opgeëiste persoon met betrekking tot de detentieomstandigheden in de gevangenis op Malta, dat ziet op artikel 4 Handvest, dat een verbod op foltering of onmenselijke of vernederende behandeling bevat, als ook op artikel 7 Handvest, waarin het recht op eerbiediging van privéleven is vastgelegd. De rechtbank heropent het onderzoek om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen bij de Maltese autoriteiten na te gaan of een effective remedy bestaat tegen een mogelijke schending van artikel 7 Handvest vanwege het ontbreken van afscherming van het toilet in een meerpersoonscel en om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het voornemen prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-161866-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P.M. Fruytier, mr. B.M. Vroom-Cramer, mr. H.P. Kijlstra</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31949"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22735</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31950"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22759</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31952</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31952</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31952"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22762</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14999</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14999</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14999"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">vordering ontbinding en ontruiming. hoofdbewoner verblijft niet meer in de woning en zoon verblijft zonder recht of titel in de woning. vordering toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12355135 VV EXPL 26-508</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31953</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31953</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31953"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22814</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7673</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7673</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7673"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank bekrachtigt op verzoek van de gemeenteraad van de gemeente Eindhoven de onteigeningsbeschikking ten behoeve van de ontwikkeling van bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel). De bedenkingen van de belanghebbende gaan onder meer over het ontbreken van de noodzaak tot onteigening. De belanghebbende verwijst daarbij onder meer naar arrest Koopmans/Leeuwarden (NJ 1996, 35). De rechtbank oordeelt dat van een situatie als bedoeld in het genoemde arrest geen sprake is en dat de noodzaak niet ontbreekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SHE 26/1274 en 26/1277</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.H.M. Verhoeven, mr. K.A. Maarschalkerweerd, mr. H.T.J.F. Verhappen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7561</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7561</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7561"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank bekrachtigt op verzoek van de gemeenteraad de onteigeningsbeschikking ten behoeve van de Gebiedsontwikkeling Eindhoven Noordwest Brainport Industries Campus. De rechtbank ziet een wijziging van deze beschikking ten opzichte van de ontwerpbeschikking (waardoor een groter deel van het perceel van belanghebbende wordt onteigend) als een ondergeschikte wijziging en acht een tweede terinzagelegging van een ontwerpbeschikking niet nodig. Het onteigeningsbelang is gegeven met het op dezelfde datum vastgestelde TAM-Omgevingsplan waarmee aan de te onteigenen percelen functies worden toegekend die de uitbreiding van het bedrijventerrein en het wegennet mogelijk maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1409, 26/1463 en 26/1462</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J.H.M. Verhoeven, mr. K.A. Maarschalkerweerd, mr. H.T.J.F. Verhappen</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31951</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31951</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31951"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. 21 maanden termijn overschreden. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.48940</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7668"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6 WVW 1994. Aanrijding op voetgangersoversteekplaats. Overwegingen m.b.t. schuld en letsel. Aansluiting bij LOVS-oriëntatiepunten. Opgelegd wordt een geldboete van 1.300 euro en een rij-ontzegging voor de duur van 3 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-231580-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Flikkenschild, mr. M.W.M. Bankers, M.T.T. Slenter</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14998</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14998</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14998"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zorgverzekering; betalingsachterstand eigen risico. Betalingsregeling niet nagekomen. Vordering toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12214363 CV EXPL 26-11564</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31955</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31955</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31955"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Plakvovo</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.52516</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7690"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor artikel 245 Sr (oud) tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met een minderjarige, dat bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Het slachtoffer was destijds pas 15 jaar oud.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/122051-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.P.J. Janssens, mr. J.E.S. Dolmans, mr. F.H.H. Sijbers</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7697</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7697</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7697"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor artikel 245 Sr (oud) tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met een minderjarige, dat bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Het slachtoffer was destijds pas 15 jaar oud.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/054185-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N.P.J. Janssens, mr. J.E.S. Dolmans, mr. F.H.H. Sijbers</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7666"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6 WVW 1994 (feit 1). Aanrijding met fietser. Schuld aan verkeersongeval. De rechtbank komt tot de conclusie dat de verdachte niet de nodige voorzichtigheid heeft betracht en haar aandacht onvoldoende bij het verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse heeft gehouden of (als gevolg van medicatie) heeft kunnen houden. Zwaar lichamelijk letsel. Verwerping beroep op verontschuldigbare onmacht. Artikel 7, eerste lid, onder c, WVW 1994 (feit 2). Uit omstandigheden (o.a. met hoge snelheid wegrijden en kort na het ongeval op telefoon zoekopdrachten m.b.t. het verkeersongeluk uitvoeren en contact zoeken met een garage om de schade aan de auto te laten repareren) is de rechtbank van oordeel dat de verdachte wist dat een aanrijding had plaatsgevonden, dat aan een ander als gevolg van die aanrijding letsel was toegebracht en dat die ander in een hulpeloze toestand werd achtergelaten, toen zij de plaats van het ongeval verliet. Verwerping beroep op afwezigheid van alle schuld (AVAS). Het handelen van de verdachte getuigt van een groot gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef als verkeersdeelnemer. Dat de verdachte destijds tegen de automonteur heeft gezegd dat de spiegel van haar auto was getrapt, is wat de rechtbank betreft veelzeggend over haar geloofwaardigheid. Door het tijdsverloop heeft de politie bovendien geen adequaat onderzoek meer kunnen verrichten naar mogelijk strafverzwarende omstandigheden, zoals de mate waarin de verdachte onder invloed van medicatie verkeerde. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte zeer aan. Opgelegd wordt een taakstraf van 180 uren en een rij-ontzegging van 12 maanden met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank gezien het lage recidiverisico geen termen aanwezig om daarnaast aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01.211841.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Flikkenschild, mr. M.W.M. Bankers, M.T.T. Slenter</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31956</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31956</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31956"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ambv – overgangsrecht – Slowakije – beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37600</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15012"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte, verzet. Gebreken en huurprijsvermindering. Inmiddels zijn de gebreken hersteld. Materiële en immateriële schadevergoedingen afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11908682 CV EXPL 25-21011</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7866"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Het spoedeisend belang wordt alleen aangenomen ten aanzien van de huurachterstand en de gevorderde ontruiming. Ten aanzien van de beweerdelijk geleden schade en contractuele boetes heeft verhuurder gesteld noch onderbouwd wat het spoedeisend belang daarbij is, zodat de vordering tot betaling daarvan wordt afgewezen. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat er sprake is van contractuele medehuur. De kantonrechter leidt uit de onbetwiste feitelijke gang van zaken af dat de huurders als groep naar het gehuurde zijn gekomen en als groep hebben besloten het gehuurde te huren. Immers, gesteld noch gebleken is dat zij, toen bleek dat ze niet meer in hun vorige kamers konden blijven, los van elkaar op zoek zijn gegaan naar nieuwe huisvesting. Kennelijk hadden zij de intentie om bij elkaar te blijven. De kantonrechter kan niet vaststellen of er een huurachterstand is, zodat de conventionele vordering tot betaling van de huurachterstand wordt afgewezen. Huurders hebben zich niet als goede huurders gedragen als bedoeld in artikel 7:213 BW, nu voldoende aannemelijk is dat zij ernstige overlast hebben veroorzaakt. Daarnaast hebben drie huurders sinds januari/februari 2026 hun hoofdverblijf niet meer in het gehuurde. Eén van hen weliswaar wel, maar de contractuele medehuur brengt mee dat hij hoofdelijk aansprakelijk is voor de tekortkoming(en) van de andere huurders. Ontruiming van het gehuurde is gerechtvaardigd en wordt toegewezen. Gelet op de veroordeling tot ontruiming hebben twee huurders geen belang als bedoeld in artikel 3:303 BW meer bij hun reconventionele vorderingen. Deze worden dan ook afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12313005</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.L. Braaksma</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31958</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31958</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31958"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ambv – overgangsrecht – Slowakije – beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37598</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1038"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling moeder wegens mishandeling van haar kind, art. 300 en 304 lid 1 onder 1 Sr. Ondervragingsrecht art. 6 lid 3 onder d EVRM. Middelen klagen over schending van het ondervragingsrecht van de moeder als getuige en het door het hof niet compenseren van de inbreuk daarop. Binnen het beschermingsbereik van art. 6 lid 3 onder d EVRM moet elke getuige wiens verklaring aan een veroordeling ten grondslag wordt gelegd of kan worden gelegd worden aangemerkt als een getuige à charge. Dat is het geval als het getuigenverzoek wordt gedaan om bij een beroep op noodweer aan te vechten wat die getuige over de aan het delict voorafgaande toedracht heeft verklaard; de verwerping van dat beroep op noodweer berust dan (mede) op deze verklaring. Het oordeel van het hof dat de verdediging “volop in de gelegenheid geweest” is “vragen te stellen die ook door de getuige zijn beantwoord” is feitelijk en niet onbegrijpelijk. Nu geen inbreuk was gemaakt op het ondervragingsrecht was het ook niet nodig het stappenplan te volgen. Strekt tot verwerping (art. 81 lid 1 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00065</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7672</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7672</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7672"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze zaak gaat over twee wijzigingsvergunningen voor een mestvergistingsinstallatie op De Spinder in Tilburg. Gemeente Tilburg, diverse wijkverenigingen en milieuverenigingen hebben hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft een tussenuitspraak gedaan ECLI:NL:RBOBR:2025:7040. Het college heeft herstelbesluiten genomen. Hierbij heeft het college onder andere 2 bepaald dat de mestvergister in vier opeenvolgende stappen in gebruik mag worden genomen als het bevoegd gezag goedkeuring heeft verleend en daarvoor een kader gegeven in de daaropvolgende voorschriften. De rechtbank is van oordeel dat het college de gevolgen voor het milieu vanwege de onzekerheid over de haalbaarheid van de emissiegrenswaarde hiermee voldoende heeft kunnen beperken. De rechtbank is van oordeel dat het college heeft kunnen aannemen dat de eerste stap kan worden gehaald. De rechtbank corrigeert nog wel een voorschrift in een van de besluiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SHE 23/745, 23/751, 23/1948 en 23/2152</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Heijerman, mr. M.J.H.M. Verhoeven, mr. dr. R.H.W. Frins</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2986</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2986</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2986"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zorgplicht bank. Bank opent bankrekening voor handelingsonbekwame man die onder curatele staat. De bank heeft deze bankrekening geopend zonder het Centrale curatele- en bewindregister te raadplegen. Het hof is van oordeel dat de bank, door na te laten het register te raadplegen, haar zorgplicht heeft geschonden en aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het openen van de rekening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.340.766/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31957"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.48947</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10641</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10641</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10641"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurzaak. Ambtshalve toetsing Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn oneerlijke bedingen). Voorshands geoordeeld dat een huurprijsopslagbeding dat het mogelijk maakt 5% bovenop de CPI-index toe te passen oneerlijk is. Het standpunt van verhuurder dat zij geen gebruik heeft gemaakt van het opslagbeding is feitelijk niet juist. Controle CPI door middel van indexcijfers van het CBS.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12308745 \ CV EXPL 26-9019</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15039</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15039</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15039"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt veroordeeld voor het meermaals ontucht plegen met zijn minderjarige kleindochter. Aan hem wordt een gevangenisstraf opgelegd van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-059554-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31202"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Mulder</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12099381</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M.F. Holtrop</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10648</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10648</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10648"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurzaak. Ambtshalve toetsing Richtlijn 93/13EG (Richtlijn Oneerlijke Bedingen). Addendum bij de huurovereenkomst overeengekomen. Vanaf ondertekening van het addendum gelden de nieuwe afspraken tussen partijen. Omdat de gevorderde huurachterstand is ontstaan ná ondertekening van het addendum, dienen de nieuwe afspraken amtshalve op oneerlijkheid te worden getoetst. Geen oneerlijke bedingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12114107 \ CV EXPL 26-2473</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Verstek</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7872"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur bedrijfsruimte. Ingrijpende verbouwing. Ontruiming in kort geding toegewezen. Huurder betaalt de huur niet en belemmert de aannemer zijn werk te doen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12308046</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. M.D.R. Joppe</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6978</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6978</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6978"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt verdachte voor het feitelijk leidinggeven aan oplichting tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. De onderneming van verdachte heeft door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen een buitenlands bedrijf bewogen tot afgifte van een geldbedrag. Gehele toewijzing vordering benadeelde partij á € 602.775,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-000217-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5143"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Arnhem de aanvraag van Zorgwonen Bronbeek om een bestemmingsplan vast te stellen voor de wijziging van de bestemming "Maatschappelijk" van het perceel Bronbeeklaan 66 naar de bestemming "Wonen" afgewezen. De gemeente Arnhem is eigenaar van het perceel Bronbeeklaan 66. Dit perceel is, met ingangsdatum 17 augustus 1964, in erfpacht uitgegeven. De einddatum is 17 augustus 2039. Het erfpachtrecht is tot een gebruik als ‘bejaardentehuis’ beperkt. Zorgwonen Bronbeek is sinds 31 augustus 2018 erfpachter. Op de locatie was tot in 2017 een zorgcomplex voor senioren (de Paasbergflat) operationeel. Het gebouw staat nu zo goed als leeg. Zorgwonen Bronbeek heeft om vaststelling van een bestemmingsplan voor de locatie verzocht om hier maximaal 59 zelfstandige wooneenheden en vijf onzelfstandige wooneenheden mogelijk te maken. De bouw daarvan paste niet binnen het toentertijd geldende bestemmingsplan "Velperweg e.o.". De raad heeft in bezwaar vastgehouden aan de afwijzing van deze aanvraag omdat deze volgens hem strijdig is met een goede ruimtelijke ordening en de erfpachtakte een evidente privaatrechtelijke belemmering voor de uitvoerbaarheid van een dergelijke bestemming oplevert. Na het besluit op bezwaar heeft de raad voor de locatie een bestemmingsplan vastgesteld. Dit voorziet in 54 zelfstandige woningen. De raad heeft ook een exploitatieplan vastgesteld omdat het erfpachtcontract niet voorziet in publiekrechtelijk kostenverhaal en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202302956/1/R4, 202306976/1/R4 en 202307114/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31946"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindbeschikking. Verzoek voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen. Verzoeker heeft ook na inzage in het strafdossier voldoende belang bij het horen van getuigen over hun kennis en waarnemingen die in relatie staan tot het overlijden van de vader van verzoeker gelet op de aansprakelijkheidsvraag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696617 / HA RK 25-751</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. H.J. Vetter</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31954</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31954</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31954"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ambv – Italië – interstatelijk vertrouwensbeginsel – beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.52515</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7873</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7873</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7873"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vonnis vaststellen voorschot deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/11814894</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. M.D.R. Joppe</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10661"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">appartementszaak; 5:130 en 5:121 BW; geen vervangende machtiging voor het plaatsen van een warmtepomp op een balkon verleend omdat onvoldoende is komen vast te staan dat, rekening houdend met de specifieke omstandigheden, de warmtepomp aan de wettelijke geluidnorm zal voldoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12188896 \ EA VERZ 26-457</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1031</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1031</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1031"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling voor o.a. medeplegen van mensenhandel (art. 273f Sr). Middel 1 klaagt over de afwijzing van het (opnieuw) horen van getuigen. Middelen 2 en 3 klagen over het bewijs van “misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht” en het oogmerk van uitbuiting. Middelen falen. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00452</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7874"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Nadere aktes genomen. Verjaring. Ontbinding en ontruiming afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/11700154</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. van der Boon</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31203"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak staat de vraag centraal of eiser in aanmerking kwam voor de zogenoemde ‘TR-status’ die aanspraak geeft op bepaalde belastingvrijstellingen die op grond van artikel X van het NAVO-Statusverdrag in beginsel uitsluitend toekomen aan leden van een NAVO-krijgsmacht en de daarbij behorende civiele dienst. De rechtbank oordeelt dat dat niet het geval is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/702249</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.E. Alink</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7836"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Uitleg koopovereenkomst betreffende peren, tot stand gekomen via handelsplatform. Geen non-conformiteit. Daarom geen recht op ontbinding en/of schadevergoeding. Uitleg aanvullende afspraken. Geen opschortende of ontbindende voorwaarde overeengekomen, wel een minimumprijs. Gedeeltelijke toewijzing wettelijke handelsrente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 452116</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boerwinkel</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:2392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:2392"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het handhavend optreden door het college tegen de sportschool in de parkeerkelder op het perceel (adres) in (plaats). De voorzieningenrechter doet een tussenuitspraak, omdat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom sprake is van een overtreding van de parkeernorm uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het college wordt in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat het college de begunstigingstermijn heeft verlengd tot twee weken na de einduitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2666, UTR 26/2667-T, UTR 26/2724 en UTR 26/2822-T</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Wolbrink</contributor><issued>2026-05-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8335"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling 9 maanden: toewerken naar einde van een gedwongen kader - GI dient te monitoren of ouders rust en stabiliteit in de komende periode kunnen bewaren en de ontwikkelingsbedreiging kunnen afwenden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/449775 / JE 26-1138</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15044"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezen is dat de verdachte op 25 december 2024 in Dordrecht samen met anderen heeft ingebroken in een woning en daarbij goederen uit de woning heeft weggenomen. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uur te vervangen door 4 maanden hechtenis. Daarnaast legt de rechtbank de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 3 maanden met daaraan gekoppeld een proeftijd van 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-133833-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Kroon, mr. N.M. Ketelaar, mr. M. van der Veer</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8327"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek wijziging zorgregeling. Minderjarige uit huis geplaatst bij vader met gezag. Verzoek GI inperken en begeleiden contact tussen moeder en minderjarige. Raad juist in recent onderzoek geadviseerd om zorgregeling vast te stellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450759 / JE RK 26-1345</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15040</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15040</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15040"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt vrijgesproken van het in hulpeloze toestand achterlaten van zijn echtgenote (feit 4). De verdachte wordt veroordeeld voor vier strafbare feiten: het mishandelen (feit 1) en bedreigen (feit 3) van zijn echtgenote, het dwingen van zijn echtgenote om te ondergaan dat hij (verdachte) vernederende foto’s van haar maakte (feit 5) en het mishandelen van zijn stiefdochter (feit 2). Aan hem wordt een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 122 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 70 dagen voorwaardelijk en met oplegging van een contact- en locatieverbod als bijzondere voorwaarden, en een taakstraf voor de duur van 90 uur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-109000-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2021:2734</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:2734</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2021:2734"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De op te leggen straf zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000184-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:7564</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:7564</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:7564"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-01-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Consumentenkoop. Non conforme auto.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 9717938 CV EXPL 22-649</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.T.G. Roovers</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10474</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10474</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10474"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kantonrechter bevoegd op grond van artikel 96 Rv – geen opzegging – geen ontbinding – meerwerk – nakoming – geen verwijdering reviews</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12105905 \ CV EXPL 26-2106</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1028</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1028</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1028"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling voor o.a. medeplegen van mensenhandel (art. 273f Sr). Middelen 1 en 3 klagen over het bewijs van “misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht” en het oogmerk van uitbuiting. Middel 2 klaagt over de verwerping van het verweer strekkende tot o.v.a.r. vanwege toekomstig art. 273fa Sr. Middelen falen. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00355</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31961"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.49432</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:3592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:3592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:3592"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag voor een paspoort van [appellant] niet in behandeling genomen. [appellant] heeft zijn hele leven gewerkt in Nederland en was in het bezit van zowel de Turkse als de Nederlandse nationaliteit. Na zijn werkzame leven is [appellant] teruggegaan naar Turkije waar hij sinds 24 juni 1996 woont. [appellant] heeft op 5 september 2022 een aanvraag gedaan voor een Nederlands paspoort. De minister heeft bij besluit van 5 oktober 2022 kenbaar gemaakt aan [appellant] dat hij deze aanvraag niet in behandeling heeft genomen nu [appellant] niet meer in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Tegen dit besluit heeft [appellant] op 29 oktober 2023 bezwaar gemaakt. De minister heeft dit bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat dit bezwaarschrift bijna één jaar na afloop van de bezwaartermijn, en dus niet tijdig, is ingediend. Niet gebleken is van bijzondere omstandigheden die leiden tot een verschoonbare termijnoverschrijding, aldus de minister.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406736/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1034"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Hof heeft op vordering (gedeeltelijke) tenuitvoerlegging a.b.i. art. 6:6:21 Sv beslist door proeftijd te verlengen met één jaar en de bijzondere voorwaarden te wijzigen. Middel 1 klaagt terecht dat locatieverbod (art. 14c lid 2 sub 6 Sr) onvoldoende precies is omschreven. HR kan zelf afdoen. Middel 2: klaagt terecht dat inzendtermijn is geschonden, maar behoeft niet tot cassatie te leiden. Conclusie strekt tot vernietiging, maar uitsluitend wat betreft de bijzondere voorwaarde en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04512</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15045"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Herstelvonnis: verbetering van onjuist opgeschreven contractuele rente in het vonnis van 30 september 2026 (kennelijke fout, art. 31 lid 1 Rv) Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:14049</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/709179 / HA ZA 25-945</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10564</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10564</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10564"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek ontslag particuliere bewindvoerder en benoeming van professionele bewindvoerder en verzoek publicatie van het bewind in het Centraal curatele en bewindregister. Verzoeken zijn toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000343137:B001 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31962</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31962</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31962"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45695</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14933"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek ontslag bestuurder stichting. Art. 2:298 BW. Verzoek door in de tussentijd door de stichting ontslagen bestuurder. Verzoekster is nog steeds belanghebbende. Geen sprake van verwaarlozing van de bestuurstaak door aangebleven bestuurder. Afwijzing verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/714661 HA RK 26-111</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6632"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Uitgaven voor kunstcollectie hebben een zakelijk karakter</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2410</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7610</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1775</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1775</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1775"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Fomeel recht. Unierecht. Diverse klachten over schending van Unierecht. Geen reden voor stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01337</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2666"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm). Belanghebbende exploiteert een drinkwaterbedrijf en heeft meerdere eigendommen, waaronder leidingen en waterpompen. Naar het oordeel van het hof is er sprake van één onroerende zaak in de zin van artikel 16 Wet WOZ. Mitsdien is sprake van één aansluiting voor toepassing van artikel 59, eerste lid, Wbm. Het door de inspecteur ingestelde hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1720</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, mr. W.W. Monteiro, mr. J. Rietveld</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet belastingen op milieugrondslag</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet waardering onroerende zaken 16</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet belastingen op milieugrondslag 59</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6870</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1774</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1774</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1774"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; diverse klachten over schending van Unierecht; geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00726</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:81</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:993"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 17 Wet Vpb. Technisch ab-regeling. Uitspraak Hof in overeenstemming met HR BNB 2025/95? (Ambtshalve) prejudiciële vragen over doelvereiste?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02776</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6331</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6331</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6331"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Winstcorrectie. Strafrechtelijk onderzoek. Aftrekbaarheid facturen niet aannemelijk gemaakt.. Verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1706</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:5433</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2929"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting, onjuiste toepassing kleineondernemersregeling. Gesteld noch gebleken dat de inspecteur een inhoudelijke beoordeling van de aangiften heeft uitgevoerd voordat hij een controle aangekondigde. Beroep op vertrouwensbeginsel faalt. Verzuimboete gepast en geboden. De inspecteur heeft in hoger beroep geconcludeerd dat de naheffingsaanslag tot een te hoog bedrag is opgelegd. Het hof vermindert daarom de naheffingsaanslag en de belastingrente overeenkomstig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/845</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, mr. W.J. Blokland</contributor><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1889</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2931</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2931</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2931"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffing omzetbelasting. Prestaties onder bezwarende titel? Belanghebbendes directeur en enige aandeelhouder is de president van [bond], die deel wil nemen aan de Olympische spelen. Belanghebbende heeft over 2013 voorbelasting teruggekregen over de aankoop van paarden, training, verzorging en stalling van haar paarden, en andere gerelateerde inkoop. Zij heeft ter zake van in 2013 aan [bond] of anderen verleende diensten geen facturen uitgereikt tot 2017. In dat jaar heeft zij een in 2013 gedagtekende verkoopfactuur van € 1.320.500 aan [bond] uitgereikt die “annual sponsoring fee according to agreement” vermeldt. Belanghebbende heeft voor het eerst in 2023 een paard verkocht. In 2015 heeft zij alsnog met [bond] een sponsorovereenkomst gesloten. De inspecteur heeft de teruggaaf nageheven. In geschil is of belanghebbende [bond] in 2013 onder bezwarende titel diensten heeft verleend en de door haar ingekochte goederen en diensten voor die diensten heeft gebruikt. Het hof oordeelt dat de inspecteur terecht heeft nageheven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/629</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, mr. W.J. Blokland</contributor><issued>2026-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:985</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6316</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6316</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6316"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 februari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden zijn beslissing om op 2 februari 2026 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening gemeente Vijfheerenlanden 2023 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een vuilniszak die op 2 februari 2026 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer met nummer 2925, ter hoogte van Amaliastein 209 in Vianen. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de vuilniszak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een poststuk is aangetroffen met zijn naam en adres op het adreslabel. [appellant] betwist dat hij de vuilniszak onjuist heeft aangeboden. Volgens hem is het enkel aantreffen van een poststuk met zijn adresgegevens onvoldoende om hem als dader aan te merken. Hij stelt dat hij regelmatig producten voor zijn buren bestelt en dat zij de pakketverpakking met de vuilniszak hebben weggegooid. Daarnaast wijst hij erop dat uit de stortgegevens van de container blijkt dat de container op 1 en 8 februari 2026 de status "wel toegang, container niet geopend" had. Dit betekent volgens [appellant] dat de container defect was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601377/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31963"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft op 24 december 2025 beslist op de aanvraag van eiser om een visum voor kort verblijf. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. De minister heeft volgens eiser niet tijdig beslist op dit bezwaar. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Visum Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45760</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31205</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31205</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31205"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schending bancaire zorgplicht? Afwijzing hypotheekaanvraag van consumenten en aanspreken zakelijke borg. Vorderingen worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/696620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Amperse</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10436</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10436</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10436"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kort geding, huur, laatste kans, wederom overlast, sluitingsbevel na dagvaarding in kort geding, toewijzing datum ontruiming</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12305586 KK EXPL 26-441</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10730"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing op verzoek opheffing subsidiair schorsing van de voorlopige hechtenis</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-019824-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10731</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10731</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10731"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing op verzoek opheffing subsidiair schorsing van de voorlopige hechtenis</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-166133-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10732"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing op verzoek opheffing subsidiair schorsing van de voorlopige hechtenis</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-132822-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10733</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10733</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10733"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing op verzoek opheffing subsidiair schorsing van de voorlopige hechtenis</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-015830-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31784</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31784</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31784"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep – AMBv – Frankrijk – interstatelijk vertrouwensbeginsel – ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.62815</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31786</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31786</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31786"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – kruisjesformulier - gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.23538</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31794</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31794</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31794"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – kruisjesformulier - gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.23714</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31796"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – kruisjesformulier - gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.23715</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31797</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31797</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31797"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – kruisjesformulier - gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.23721</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31799"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">regulier – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.23717</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31802"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">regulier – bnt – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.23710</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:15049</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:15049</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:15049"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot terugbetaling van diverse leningen. Eén lening is nog niet opeisbaar; sprake van een inspanningsverplichting. Geen toepassing van art. 7:129f BW. De privélening is wel opeisbaar. Haviltex-maatstaf. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:15045</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/709179 / HA ZA 25-945</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3051</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3051</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3051"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM-appel na vrijspraak. Veroordeling voor beschadigen van 4 auto’s, door daarvan de buitenspiegels kapot te maken. Vanwege klachten die verband hielden met een psychose, wordt het feit in verminderde mate aan de verdachte toegerekend. Hof houdt rekening met positieve stappen die de verdachte heeft gemaakt. Oplegging van geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken, met een proeftijd van 2 jaren, en bijzondere voorwaarden (meldplicht, ambulante behandelverplichting, begeleid wonen, middelencontrole). Twee vorderingen BP worden toegewezen, één benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk in de vordering verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-002182-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1002</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1002</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1002"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Tweede cassatieronde. Gewoontewitwassen door bitcoins van derden om te wisselen voor contant geld (art. 420ter jo 420bis Sr). 1. Bewijsklacht over oordeel dat deel van door verdachte verhandelde bitcoins en geldbedragen “uit enig misdrijf afkomstig” zijn en oordeel dat verdachte dat “wist”. 2. Afwijzing voorwaardelijk verzoek tot horen van verbalisant over herkomst van door verdachte verhandelde bitcoins. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Vervolg op HR:2022:438.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03764</description><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14365</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14365</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14365"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tweede moratorium. Voorlopige voorziening afgewezen. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om een moratorium voor meer dan zes maanden uit te spreken. Niet slagen eerste moratorium is toe te rekenen aan schuldhulpverlening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617089:R-RK – NL:TZ:2617090:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31965</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31965</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31965"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring ex artikel 59a van de Vw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63817</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S. Ketelaars-Mast</contributor><issued>2026-10-30</issued></metadata></document></url></urlset>
