﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:2649</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:2649</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:2649"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring van het medeplegen van helpdeskfraude en diefstal, meermalen gepleegd. Oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-354257-24, 02-245770-24 en 15-266699-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2025-05-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2996</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2996</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2996</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2996"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bankhelpdeskfraude: medeplegen van (pogingen tot) oplichting, meermalen gepleegd en gekwalificeerde diefstal in vereniging, meermalen gepleegd. Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, met uitzondering van de opgelegde hoofdstraf, de beslissing op de vordering tot schadevergoeding van een benadeelde partij en de daarmee samenhangende beslissing tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de andere drie benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001264-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. van Campen, mr. S.C. van Duijn, mr. M.L.P. van Cruchten</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:2649</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:3711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:3711"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 jaar en de tbs-maatregel met dwangverpleging voor het plegen van moord op een, door hem verwekt, ongeboren maar levensvatbare vrucht. Dat heeft hij gedaan door zijn vriendin, de moeder van de foetus, misoprostol tabletten, een grote hoeveelheid MDMA en daarnaast alcohol, cocaïne en ketamine te verstrekken en haar te bewegen tot inname daarvan. Als gevolg van de inname van de combinatie van deze tabletten en drugs is de bevalling op gang gekomen, is (mede door de stuitligging) een scheur in de baarmoeder ontstaan, hetgeen tot hevig bloedverlies bij zijn vriendin heeft geleid. Verdachte heeft, nadat hij dit hevig bloedverlies geconstateerd had, nagelaten om medische/professionele hulp in te schakelen. Als gevolg van het handelen en het nalaten van verdachte zijn de baby en zijn vriendin overleden. Dit feitencomplex levert daarnaast ook zware mishandeling met voorbedachten rade, met de dood van zijn vriendin als gevolg en het bewerkstelligen van een abortus op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/251477-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.A. Overbosch, mr. P.L.C.M. Ficq, mr. Q.M.J.A. Crul</contributor><issued>2024-06-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:3043</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3043</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3043</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3043"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 14 jaar voor moord op een door hem verwekte, ongeboren maar levensvatbare vrucht en voor zware mishandeling met voorbedachten rade, met de dood van zijn vriendin tot gevolg. Hij heeft zijn vriendin die circa 7-8 maanden zwanger was, met de bedoeling de baby te doden, abortuspillen (misoprostol), drugs en alcohol verstrekt. Daarna heeft hij nagelaten medische hulp in te schakelen. Als gevolg van dit handelen en nalaten zijn de baby en de moeder overleden. De ruime overschrijding van de redelijke termijn leidt tot strafvermindering. Anders dan de rechtbank legt het hof geen tbs-maatregel op: verdachte heeft aan geen enkel onderzoek meegewerkt en geen van de deskundigen heeft een stoornis kunnen vaststellen, zodat niet aan de wettelijke vereisten voor tbs is voldaan. Affectieschade toegewezen aan ouders en minderjarige kinderen van het slachtoffer, ondanks beroep op eigen schuld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001541-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:3711</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13405"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726183 / JE RK 26-1799</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.M. Stolk</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13407"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726649 / JE RK 26-1860</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.M. Stolk</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3012"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht, kinderalimentatie, financiële vergoeding op basis van het Engelse recht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.283_01 en 200.346.285_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J. van Laarhoven, mr. dr. P.P.M. van Reijsen, mr. R.W.J. van Veen</contributor><issued>2026-10-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4758</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31689</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31689</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31689"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgberoep bewaring art. 59 Vw. Zicht op uitzetting ontbreekt niet, de minister werkt voldoende voortvarend aan eisers uitzetting. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59036</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H.G. Odink</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31690"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring art. 59 Vw. De minister heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar een mogelijk lichter middel, gelet op persoonlijke omstandigheden eiser. Beroep gegrond, opheffing bewaring.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59621</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H.G. Odink</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4624</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4624</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4624"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt verdachte voor het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde: 1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, ahf en onder B en D, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; 2. medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) de productie van amfetamine(-base). Daarnaast heeft hij zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan de voorbereiding van de productie van amfetamine(-base). Opgelegd wordt: een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden. De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling met zaaknummer: 99/000785-24 Op grond van het bepaalde in artikel 6:2:13 van het Wetboek van Strafvordering (oud) kan de voorwaardelijke invrijheidstelling geheel of gedeeltelijk worden herroepen indien de veroordeelde een daaraan verbonden voorwaarde niet heeft nageleefd. Nu gebleken is dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, is de rechtbank van oordeel dat in beginsel de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke straf op haar plaats is. Aan verdachte wordt heden echter ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden opgelegd. De rechtbank ziet, gelet op de rol van verdachte bij het drugslaboratorium in Klazienaveen en de (relatief beperkte) duur van zijn betrokkenheid, en gelet op de bijna vier maanden die hij na zijn Nederlandse v.i. hoogstwaarschijnlijk onterecht in Duitsland heeft vastgezeten wegens dezelfde straf, aanleiding om de vordering van de officier van justitie gedeeltelijk toe te wijzen. De rechtbank zal gelasten dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd alsnog gedeeltelijk, te weten voor een periode van 180 dagen, moet worden ondergaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.322624.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Eelsing, mr. drs. R. Depping, mr. L.E. Ettema</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4625</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4625</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4625"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt verdachte voor het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde: 1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder B en D, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; 2. medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) de productie van amfetamine(-base). Daarnaast heeft hij zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan de voorbereiding van de productie van amfetamine(-base). Opgelegd wordt: een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.322627.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Eelsing, mr. drs. R. Depping, mr. L.E. Ettema</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2024:6937</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:6937</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2024:6937"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Woz-waarde. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de staat en de ligging van de onroerende zaak. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 24/318</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2024-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7072"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO aanvraag gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6460</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7073</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7073</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7073"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA aanvraag gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2024:6938</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:6938</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2024:6938"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Woz-waarde. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de staat en de ligging van de onroerende zaak. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 24/319</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2024-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7076"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO aanvraag gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6933</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7079</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7079</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7079"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA aanvraag gegrond. Pkv afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7125</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7125</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7125"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tweede BNT UHT bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7221</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Blok</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14880"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Wsnp toegewezen met toepassing hardheidsclausule. Geen eerdere ingangsdatum.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615825:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:5136</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:5136</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:5136"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Leges zijn geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning (voor het realiseren van een bedrijfsgebouw). De opbrengstlimiet van de Legesverordening 2021 van de gemeente Helmond is niet overschreden. Beroep ongegrond. Wel toekenning van het verzoek om immateriële schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3062</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van den Brink, R. Grimbergen, M. Venderbosch</contributor><issued>2025-01-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2603</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2603</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2603"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ In geschil is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Het hoger beroep is ongegrond; de heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1715</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.W. Monteiro, mr. J. Rietveld, mr. drs. L.B.M. Klein Tank</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:6937</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2604</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2604</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2604"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ In geschil is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Het hoger beroep is ongegrond; de heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1716</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.W. Monteiro, mr. J. Rietveld, mr. drs. L.B.M. Klein Tank</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:6938</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2605</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2605</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2605"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep tegen aanslag leges ongegrond. Geen sprake van overschrijding van de opbrengstlimiet. Voldaan aan kenbaarheidsvereiste. Aanslag tot het juiste bedrag opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1778</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.E. Smorenburg, mr. J.K. Lanser, mr. drs. T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:5136</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2609</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2609</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2609"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag forensenbelasting. Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar terecht een aanslag forensenbelasting aan belanghebbende heeft opgelegd, omdat de tweede woning belanghebbende meer dan negentig dagen ter beschikking stond. Dat belanghebbende feitelijk minder dan negentig dagen in de tweede woning verbleef doet niet aan dat oordeel af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/39</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Smorenburg, mr. J.K. Lanser, mr. B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8645</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2611</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2611</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2611"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kansspelbelasting. Belanghebbende stelt dat een wetswijziging in de kansspelbelasting, namelijk de invoering van de kansspelbelasting voor kansspelautomaten per 1 juli 2008, bij haar heeft geleid tot een individuele en buitensporige last. Naar het oordeel van het hof is daarvan geen sprake omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de met de wetswijziging gepaarde last zich bij haar sterker heeft laten voelen dan in het algemeen. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/196 tot en met 25/301</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.W. Monteiro, C.W.M.M. Verkoijen, mr. drs. M.H. van Schaik</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:664</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14927"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Samengestelde gezin; verhoudingsmethode; door nieuw kind moeder moet vader een groter deel van de kosten van hun kinderen dragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/703684 / FA RK 25-5569</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Berghuis-Knijff</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6473"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden. De verdachte is schuldig bevonden aan het medeplegen van opzettelijk handelen in harddrugs en medeplegen van uitlokking van medeplegen van witwassen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.116565.24 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. Peper, mr. A. van Holten, mr. M. ter Riet</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6476"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 25-jarige man tot een gevangenisstraf van vijf jaren en zes maanden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een aanslag met een vuurwerk(brand)bom op een portiekwoning. Daarnaast heeft verdachte heeft zich gedurende een periode van tweeënhalf jaar samen met anderen schuldig gemaakt aan de handel in verschillende soorten harddrugs en zich schuldig gemaakt aan witwassen van geldbedragen van € 158.717,00 en € 19.450,00.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.132196.25 en 08.225389.25 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. Peper, mr. A. van Holten, mr. M. ter Riet</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7422</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7422</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7422"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding toe, omdat er een verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen is. Aan werknemer wordt een transitievergoeding toegekend. De door werknemer gevorderde billijke vergoeding wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11986696 \ UE VERZ 25-364</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.R. Creutzberg</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:299</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:299</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:299"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aruba. Niet ontvankelijk, geen verschoonbare termijnoverschrijding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AUA2026H00006</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A. Saleh, C.G. ter Veer, C.J.H.G. Bronzwaer</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31566</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31566</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31566"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">opvolgende bnt, termijn, wegingsfactor, zeer licht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.34445</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4603</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4603</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4603"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek wijziging hoofdverblijf voor verblijf van veertienjarige jongen bij de vader in het buitenland. Verzoek wordt afgewezen gelet op de ex-partner strijd tussen de ouders die heeft geleid tot een complexe gezinssituatie. Wijziging hoofdverblijf leidt onder meer tot het risico dat het contact met moeder en zus definitief wordt verbroken. De wens van de jongen om in het buitenland bij zijn vader te wonen moet worden beschouwd in het licht van het vermoedelijke loyaliteitsconflict waaruit ontsnapping wordt gezocht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/256747</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. S. Dijkstra, mr. L. Mulder, mr. N. Meesters-van Luijk</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4602</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4602</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4602"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlening machtiging uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin voor de resterende duur van het verzoek. Het verzoek wordt afgewezen voor zover het ziet op een machtiging tot plaatsing in een accommodatie van jeugdhulp. Dit verzoek stuit bij de minderjarige op grote weerstand. Het gaat te ver om de GI dit ruime mandaat te geven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/260466</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. S. Dijkstra, mr. L. Mulder, mr. N. Meesters-van Luijk</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:262"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. De 15-jarige broer van de medeverdachte is hierbij om het leven gekomen. Tweede schietpartij een half uur later. Het Gerecht gaat ervan uit dat de tweede schietpartij een wraakactie was voor het neerschieten van de broer. Veroordeling voor poging moord. Overwegingen over medeplegen en inwisselbaarheid van rollen. Verder veroordeling in een andere zaak (Corsica) voor openlijke geweldpleging door te schieten tijdens een buurtfeest, en twee keer vuurwapenbezit. Gevangenisstraf van 14 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00008/25, 400.00165/25 en 400.00222/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7466</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7466</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7466"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Executiegeschil; Eiseres vraagt om te verbieden dat de door haar gekochte, nog te leveren woning door de bank/hytheekhouder openbaar wordt verkocht. Eiseres heeft aangeboden de betalingsachterstand van de verkoper te voldoen, maar de bank weigert die betaling te executeren. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/616943 / KG ZA 26-536</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. K.G.F. van der Kraats</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13802"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ambtshalve toetsing van de informatieplichten. Niet voldaan aan artikel 6:230m lid 1 sub h (herroepingsrecht) en artikel 6:230v lid 7 BW. De algemene voorwaarden van Klarna zijn ook getoetst en bevatten geen oneerlijke bedingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12295152</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Verstek</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14926</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14926</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14926"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Brussel I bis. Koop. Geldlening. Art 7 sub 1. Forumkeuze toegelaten door bevoegdheidsregels betreffende consumenten?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724080 HA ZA 26-656</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.L. Spierings</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10180"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Roemenië. Tussenuitspraak. Artikel 12 OLW: situatie als bedoeld in artikel 12, onder b, OLW. Artikel 6a OLW: de rechtbank heropent en schorst het onderzoek om de verdediging in de gelegenheid te stellen nadere stukken over te leggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-315915-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. drs. E. van den Brink, mr. B.M. Vroom-Cramer</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31764</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31764</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31764"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38476</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:263</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:263</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:263"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. Een 15-jarige jongen is hierbij om het leven gekomen. De verdachte heeft niet bij Club Rush maar even verderop in de lucht geschoten. Het Gerecht oordeelt dat sprake is geweest van één geweldsexplosie die nacht, die zich naar de omliggende straten heeft uitgebreid. Veroordeling voor openlijke geweldpleging en vuurwapenbezit. Gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00017/26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10402</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10402</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10402"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Een oud-werknemer van een Amsterdams bedrijf dat handelt in energie en milieu-gerelateerde producten, die bijna een jaar geleden ontslag nam en in mei 2026 overstapte naar een werkgever met overlappende activiteiten, hoeft geen ontslag te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/793968 / KG ZA 26-825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30347"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de weigering van het Uwv om eiseres per 30 mei 2024 een uitkering toe te kennen op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/3287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30372</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30372</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30372"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond. De door eisers genoemde alternatieve parkeeroplossingen maken geen onderdeel uit van de ingediende aanvraag. Evenmin is gebleken dat deze tijdens de behandeling concreet zijn uitgewerkt of aan het college zijn voorgelegd. Dat achteraf bezien mogelijk een ander plan had kunnen worden ingediend waarin gebruik werd gemaakt van deelmobiliteit of andere parkeeroplossingen, brengt niet mee dat het college gehouden was eisers gedurende de besluitvorming de gelegenheid te bieden hun aanvraag inhoudelijk te wijzigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/7468</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meessen</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8329"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Alcoholwet. Bestuurlijke boetes na schriftelijke waarschuwing i.v.m. verstrekken van alcoholhoudende drank vanuit een horecagelegenheid voor gebruik elders dan ter plaatse. Eiseres is overtreder. Het lag in haar beschikkingsmacht of de overtreding zou plaatsvinden en heeft onvoldoende ondernomen om dat te voorkomen. Matiging boetes i.v.m. overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/4111 en 24/4113</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.F. Vink</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8317</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8317</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8317"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zeden. Verdachte en de medeverdachte zijn veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van opzetverkrachting en mishandeling van twee slachtoffers in een woning, meermaals gepleegd. Sprake van dwang en geweld bij kwetsbare vrouwen. Verklaringen van aangeefsters betrouwbaar, want komen op essentiële punten overeen + steunbewijs. Eendaadse samenloop verkrachting en mishandeling. Smartengeld toegekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/056339-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Vogel</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2866"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting, twee belastingjaren. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1885 en BRE 23/9750</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.P. Hertsig</contributor><issued>2024-05-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2806</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10559</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10559</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10559"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Procesafspraken: valsheid in geschrifte, oplichting, witwassen. Gevangenisstraf 42 maanden en geldboete € 50.000,-.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-112566-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Vaandrager, mr. M. Wiewel, mr. G.J.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7051</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7051</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7051"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Uitbetaling vakantie uren</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12018908 \ MC EXPL 25-6900 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13834"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Huurachterstand. Ambtshalve toetsing van de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden. Partijen hebben voor de zitting een regeling met elkaar getroffen. Ontbinding van de huurovereenkomst onder opschortende voorwaarde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12303406</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1011"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanbestedingsrecht. Toepassingsgebied Richtlijn 2012/24/EU; inbesteding; begrip overheidsopdracht; overeenkomst onder bezwarende titel; horizontale samenwerking tussen aanbestedende diensten (art. 12 lid 4 Richtlijn 2014/24/EU).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03748</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31765</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31765</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31765"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">VK regulier, afwijzing aanvraag verblijfsvergunning ‘arbeid in loondienst op grond van Besluit 1/80’ en afwijzing aanvraag verblijfsvergunning van gezinsleden ‘verblijf als familie- of gezinslid bij eiser’. In deze procedure kan eiser niet procederen tegen de intrekking van een eerdere verblijfsvergunning. Hoorplicht niet geschonden. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.26782</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8119</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8119</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8119"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de definitieve vaststelling van de compensatie kinderopvangtoeslag op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres stelt voor wat betreft de toeslagjaren 2017 en 2018 niet over alle op de zaak betrekking hebbende stukken te beschikken. Ook is eiseres het niet eens met de afwijzing van de aanvraag voor de jaren 2005 tot en met 2015 en 2019. Daarnaast is eiseres het niet eens met de neerwaartse correctie voor toeslagjaar 2016 en is er volgens eiseres sprake van procedurele gebreken. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt wel een schadevergoeding omdat de redelijke termijn is overschreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2786</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.W.B. Heijmans</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4636"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Verkeerd kenteken aangevinkt bij aanmelding op de bewonersvergunning. Schending evenredigheidsbeginsel omdat er is betaald voor de bewonersvergunning, er daadwerkelijk uren van het tegoed zijn afgeschreven en handhaving van de naheffingsaanslag leidt tot een dubbele opbrengst voor de gemeente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/5323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1012"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht. Relatievermogensrecht. Uitleg van notariële samenlevingsovereenkomst. Aanvangsmoment van verjaringstermijn voor vordering uit hoofde van vergoedingsrechten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03842</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8290"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zeden. Verdachte en de medeverdachte zijn veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van opzetverkrachting en mishandeling van twee slachtoffers in een woning, meermaals gepleegd. Sprake van dwang en geweld bij kwetsbare vrouwen. Verklaringen van aangeefsters betrouwbaar, want komen op essentiële punten overeen + steunbewijs. Eendaadse samenloop verkrachting en mishandeling. Smartengeld toegekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/056340-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Vogel</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:13550</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:13550</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:13550"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Loonstop toegestaan in verband niet meewerken aan re-integratie. Voldoende duidelijk gecommuniceerd, ondanks dat in waarschuwing de term ‘loonopschorting’ is gebruikt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11318809 VV EXPL 24-462</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.K. Rapmund</contributor><issued>2025-02-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:4089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:4089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:4089"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deze zaak gaat over bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. De curator in het faillissement van &lt;gefailleerde&gt; B.V. spreekt de twee bestuurders aan op grond van onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur als vermeld in artikel 2:248 BW. De aangesproken bestuurders betwisten niet dat de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur in de zin van deze wetsbepaling vaststaat, maar stellen dat het faillissement is veroorzaakt door een andere van buiten komende omstandigheid, namelijk de langdurige ziekte van een van hen. Subsidiair bepleiten zij matiging van hun vergoedingsplicht. Naar het oordeel van de rechtbank falen beide onderdelen van het verweer en zijn beide bestuurders daarom volledig aansprakelijk voor het boedeltekort in het faillissement. Een gevorderd bestuursverbod wordt opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/408183 / HA ZA 24-577</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van den Berg</contributor><issued>2026-06-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:264</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:264</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:264"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. Een 15-jarige jongen is hierbij om het leven gekomen. De verdachte heeft het eerste schot gelost, in de lucht, en daarmee letterlijk het startschot gegeven voor de schietpartij. Vrijspraak voor doodslag en poging doodslag. Bewezenverklaring openlijk geweld en vuurwapenbezit (2x). Het Gerecht weegt onder andere strafverzwarend mee de rol die de verdachte heeft gespeeld die nacht ten opzichte van zijn minderjarige stiefzoon, die ook aanwezig was. Gevangenisstraf van 5 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00058/26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6535</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6535</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6535"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Renvooiprocedure met tegenvordering van de curator. Verrekeningsverweer in reconventie slaagt (ex artikel 53 Fw). Vordering van de wederpartij van failliet is door verrekening tenietgegaan en hoeft niet meer erkend te worden in het faillissement.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/415155 / HA ZA 25-299</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.D.M. Xanthopoulos</contributor><issued>2026-09-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9185"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kort geding; registratie van (persoons)gegevens in registers ivm hypotheekfraude is naar het oordeel van de voorzieningenrechter gerechtvaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/791580/KG ZA 26-670</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6791"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen afwijzing verzoek om handhavend op te treden. 57, eerste lid, aanhef en onder f, van de AVG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/601</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H.W. Bodt</contributor><issued>2026-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2154"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Executiegeschil. Uitleg van vonnis waarin een gebod met dwangsom is opgelegd. Plaatsen van cookies. Toestemming van gebruiker: nodig en/of gegeven</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.129/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1198"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Collectieve actie. WAMCA. Ontvankelijkheidseisen belangenorganisatie (art. 3:305a lid 1-3 BW). Toetsing ontvankelijkheidseisen in hoger beroep ex tunc of ex nunc? Representativiteitsvereiste. Mocht hof oordeel over vereisten art. 80 AVG in verbinding met art. 82 AVG uitstellen tot inhoudelijke fase? Uitzondering op verbod van terugwijzing in WAMCA-procedures?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04650</description><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04656</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:2661</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:129</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4846</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4846</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4846"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om rectificatie van meerdere onderdelen van een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) afgewezen. [appellante] heeft op 24 januari 2023 een verzoek ingediend om meerdere onderdelen van het rapport van de RvdK van 31 oktober 2022 (het rapport) aan te passen. Met het besluit van 16 november 2023 heeft de staatssecretaris dat verzoek om rectificatie, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming afgewezen omdat de beoogde rectificatie niet ziet op correctie van persoonsgegevens, maar op indrukken en meningen die vooraf of tijdens het onderzoek bij de RvdK zijn binnengekomen. Met het besluit van 27 mei 2024 is de staatssecretaris daarbij gebleven. Daarbij heeft de staatssecretaris betrokken dat naar aanleiding van het bezwaar van [appellante] de raadsmedewerkers een oplegnota hebben opgesteld en aanpassingen zijn gemaakt in het rapport en de daarin opgenomen tijdlijn. De rechtbank heeft geoordeeld dat de AVG geen grond biedt om de door [appellante] aangevoerde punten te corrigeren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503663/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:3024</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5161</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5161</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5161"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 juli 2022 heeft de minister van Financiën, voor zover hier van belang, het verzoek van [wederpartij] op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) om wissing van zijn persoonsgegevens uit de Fraude Signalering Voorziening (FSV), niet ingewilligd. Bij brief van 3 maart 2022 heeft [wederpartij] verzocht om, voor zover hier van belang, wissing van zijn persoonsgegevens in de FSV. Bij besluit van 28 juli 2022 heeft de minister dat verzoek niet ingewilligd. Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de minister bij besluit van 28 maart 2023 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het verzoek om wissing had moeten inwilligen. Volgens de rechtbank valt wat de minister aan zijn besluit ten grondslag heeft gelegd niet onder een van de uitzonderingsgronden van artikel 17, derde lid, van de AVG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502672/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:16395</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6692</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6692</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6692"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Woo-verzoek bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Artikel 54 van de AVG maakt niet dat toezichtsinformatie die onder de AP berust, niet in aanmerking komt voor openbaring onder de Woo. Het enkel overleggen van een geschoonde inventarislijst is niet voldoende om eiseres inzicht te geven in de gevonden stukken. De AP mocht openbaarmaking niet integraal weigeren op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c en tweede lid, aanhef en onder d en i van de Woo. Er moet een beoordeling op alinea niveau gemaakt worden en hieruit moet duidelijk blijken welke weigeringsgrond op welk (deel van een) alinea van toepassing is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 24/2234</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C.S. gravin van Limburg Stirum, J.A.W. Jansen, E.M. Hansen-Löve</contributor><issued>2026-08-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5205</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5205</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5205"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek afgifte camerabeelden na letsel op ijsbaan. AVG. Verzoek deels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5004/12062339</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. van Leeuwen</contributor><issued>2026-07-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4254</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4254</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4254"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 15 april 2025 van de rechtbank Den Haag. In deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] gericht tegen het besluit op zijn verzoek om inzage in persoonsgegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503193/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:7263</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7263</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:7263"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AVG-klacht van twee particulieren over de verwerking van persoonsgegevens door ING bij contactloos betalen. De AP heeft geconcludeerd dat geen overtreding door ING van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) kan worden vastgesteld. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de AP de klacht van eisers in passende mate heeft onderzocht en geen nader onderzoek heeft hoeven doen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/7371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Fransen, mr. A.A. Kleinhout, mr. mr. S.M. Goossens</contributor><issued>2026-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5896</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5896</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5896"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De afwijzing van eisers verzoek om de namen van de door (senior) gedragsdeskundige(n) en/of jurist(en) gegeven feedback op Pro Justitia rapporten is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er is geen duidelijk aanwijsbare wettelijke bepaling op grond waarvan de staatssecretaris deze informatie wel of niet mag verstrekken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB-25_1680</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink</contributor><issued>2026-07-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25346</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25346</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25346"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">AVG. Beroep op inzagerecht tegenover online kansspelaanbieder te Malta. Artikel 15 AVG, artikel 23 AVG, artikel 80 lid 1 AVG. Geen misbruik van recht. Maltese Subsidiary Legislation 586.09 staat niet aan beoordeling in de weg. De rechtbank oordeelt dat eisers niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen, omdat een organisatie die niet voldoet aan de eisen van artikel 80 lid 1 AVG, in deze procedure namens en in opdracht van eisers optreedt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/697386</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J. Seinen</contributor><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6344</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6344</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6344"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst van aanneming van werk (artikel 7:750 BW). Renovatie woning. Vordering tot betaling van openstaande facturen. Gebreken in het werk? Gebonden aan bindend advies.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/418621 / HA ZA 25-537</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.T.J.F. Verhappen</contributor><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:8437</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8437</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:8437"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WHOA-zaak. Afwijzing verzoek afkondigen afkoelingsperiode. Internationale rechtsmacht. Belanghebbenden. Onderhandse pandexecutie. Proceskostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/721050 HO RK 26/309</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.C. Bosch, M. Aukema, A.E. De Vos</contributor><issued>2026-07-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 376</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5191</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5191</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5191"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bestuurdersaansprakelijkheid</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/334689 / HA ZA 25-193</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.E. Zweers</contributor><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6633"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis. Bewijsopdracht. Handtekening. Is tussen partijen een bemiddelingsovereenkomst tot stand gekomen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/420530 / HA ZA 25-649</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Wijsman-van Veen</contributor><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6534</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6534</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6534"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Buitenvloer aangebracht door drie verschillende partijen (ieder eigen laag). Wie is aansprakelijk voor de scheuren?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/419283 / HA ZA 25-580</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.D.M. Xanthopoulos</contributor><issued>2026-09-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2327"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zorgplicht accountant</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.325.602/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:11883</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21074</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21074</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21074"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing homologatieverzoek (Whoa). Schuldeisers onvoldoende concreet en transparant geïnformeerd en nakoming van het akkoord onvoldoende gewaarborgd. Afwijzingsgronden art. 384 lid 2 onder c en e Fw van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708437 FT RK 26-393, C/09/708440 FT RK 26-395, C/09/708436 FT RK 26-392 en C/09/708438 FT RK 26-394</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.W. Koenis, M.D.E. Leppens, L. Mundt</contributor><issued>2026-08-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8607</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8607</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8607"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing WHOA-afkoeling. Onvoldoende gesteld om summierlijk te kunnen oordelen dat afkoeling in het belang van de schuldeisers is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/791049 FT RK 26-302</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8541</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8541</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8541"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verlening voorlopige surseance; internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van een surseance verzoek van een in Zwitserland gevestigde onderneming met een vestiging in Nederland op grond van 214 lid 2 Fw jo. artikel 2 lid 4 Fw (en niet op basis van het COMI).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: S.02/26/1000</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8477</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8477</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8477"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Bestuurdersaansprakelijkheid vanwege betalingsonwil en frustreren verhaal door turbo-liquidatie. Overige gedaagden zijn aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad in groepsverband.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/777859</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Schadevergoedingsuitspraak, Op tegenspraak</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1189</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1189</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1189"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling definitief budget 2022. Exceptieve toetsing verdeelmodel. Opdracht nieuw besluit. Anders dan de Raad heeft geoordeeld in ECLI:NL:CRVB:2021:1608, kan de rechtmatigheid van het in het Besluit PW neergelegde verdeelmodel exceptief worden getoetst in de procedure over een besluit op grond van art. 71 lid 2 PW. Omdat de minister dit, ondanks de bezwaargronden die daarop zagen, heeft nagelaten, komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1149 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2168"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep tegen afwijzing faillietverklaring van ontbonden vennootschap. Anders dan rechtbank heeft geoordeeld is sprake van een (potentiële) bate. Immers, niet valt uit te sluiten dat een curator een mogelijke (kansrijke) vordering op grond van artikel 2:248 BW jegens de bestuurder zal kunnen instellen aangezien de vennootschap sinds haar oprichting in 2018 in het geheel geen jaarrekeningen heeft gedeponeerd. Niet kan worden geoordeeld dat op voorhand vaststaat dat een aan te stellen curator al zijn werkzaamheden voor eigen rekening moet gaan doen. Het is zinvol dat een curator onderzoek doet naar (eventuele) vermogensbestanddelen. Dit onderzoek kan grondiger geschieden dan bij de summiere behandeling van de aanvraag als bedoeld in artikel 6 lid 3 Fw (HR 10 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8255). Voorts doet de gang van zaken rond de liquidatie van de vennootschap vragen rijzen over het handelen van de bestuurder. Zo is gebleken dat de aanvrager – en mogelijk ook andere schuldeisers - in het geheel niet is geïnformeerd over de liquidatie en dat geen enkel inzicht is geboden in de aard en hoogte van de schulden en (eventuele) vermogensbestanddelen. Door dit gebrek aan transparantie hebben de schuldeisers er belang bij dat een curator een onderzoek instelt naar de vraag of de vennootschap over meerdere baten beschikt(e) en zo ja, wat daarmee is gebeurd. Volgt vernietiging beschikking en alsnog faillietverklaring van de (ontbonden) vennootschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.461</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9974</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9974</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9974"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Faillissement. Ondanks het ontbreken van een concrete steunvordering jegens een met name genoemde partij, is toch voldoende aannemelijk geworden dat sprake is van pluraliteit van schuldeisers. De rechtbank baseert haar oordeel op de meest recent gepubliceerde jaarrekening in combinatie met alle door verzoekster geschetste omstandigheden, waaronder een bestuurswissel en adreswijziging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: FT RK 26/335</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G.E. Prenger</contributor><issued>2026-08-17</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 6</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1195"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening en terugvordering van bijstand. Lening. Geen inkomen. Tussen partijen is niet in geschil dat betrokkene het bedrag van € 500,- contant had geleend van X. Alleen in geschil is of de lening als inkomen in mindering moet worden gebracht op de bijstand van betrokkene. Dat mocht het dagelijks bestuur niet, want in dit geval is het als lening ontvangen bedrag geen inkomen. Daarbij staat voorop dat het een eenmalig verkregen geleend bedrag betreft, dat niet voortkwam uit een bron die periodiek of bij herhaling middelen voor de voorziening in het levensonderhoud opleverde. Daarnaast is de eenmalige lening hier ook naar zijn aard niet gelijk te stellen met periodieke inkomsten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2763 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1196"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Opgelegde maatregel. Niet meewerken aan voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Geen dringende redenen. Toetsing aan evenredigheidsbeginsel. Geen bijzondere omstandigheden. Geen exceptieve toetsing aan verordening. Schadevergoeding redelijke termijn. Bij het opleggen van een maatregel a.b.i. art. 18 lid 4 onder h i.s.m. art. 18 lid 5 PW gaat het om een gebonden bevoegdheid. De uitoefening van die bevoegdheid kan niet worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel. Daarom moet eerst onderzocht worden of de opgelegde maatregel m.t.v. art. 18 lid 10 PW moet worden afgestemd. Het college heeft tot het oordeel kunnen komen dat niet is gebleken van dringende redenen die ertoe noodzaken om de opgelegde maatregel af te stemmen. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt ook niet. Appellant heeft gesteld noch onderbouwd dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die de wetgever niet of niet ten volle in zijn afweging heeft verdisconteerd en ook niet geconcretiseerd dat sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden waardoor toepassing van deze wettelijke bepaling zozeer in strijd is met algemene rechtsbeginselen of (ander) ongeschreven recht dat die toepassing achterwege moet blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2597 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:756</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:756</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:756"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering (eerder) vastgestelde WIA-dagloon te verhogen. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat het Uwv het verzoek om het dagloon aan te passen niet had mogen afwijzen. Het beroep op artikel 14 van het EVRM en artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM slaagt niet. Het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit voor betrokkene onredelijk bezwarend is, is gebaseerd op de omstandigheid dat alle gegevens voorhanden zijn die een herberekening van het SV-loon in de referteperiode mogelijk maken, waarbij de financiële gevolgen voor betrokkene groot zijn, terwijl de uitvoeringskosten gelet op de voorhanden zijnde gegevens relatief beperkt blijven. Met het Uwv is de Raad van oordeel dat dit geen bijzondere omstandigheden zijn die leiden tot de conclusie dat het bestreden besluit voor betrokkene onredelijk bezwarend is. De devolutieve werking van het hoger beroep brengt vervolgens met zich dat de Raad de door de rechtbank onbesproken gelaten gronden van het beroep moet beoordelen. Betrokkene heeft echter ter zitting bevestigd dat er geen gronden zijn die de rechtbank onbesproken heeft gelaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/740 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1000</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1000</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1000"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking en terugvordering van bijstand. Schending inlichtingenverplichting. Verzwegen gezamenlijke huishouding. Dringende redenen. Stilzitten door college. Opdracht nieuw besluit. Het getuigt niet van een evenwichtige belangenafweging om geen betekenis toe te kennen aan het aandeel van het college bij het ontstaan van de terugvordering. Hierbij is van belang dat sprake was van twee concrete meldingen die aanleiding gaven om onderzoek te verrichten. Het college moet weliswaar de tijd worden gegund om naar aanleiding van die meldingen een onderzoek te starten en grondig onderzoek te verrichten, maar de Raad is van oordeel dat in dit geval zodanig veel tijd is verstreken tussen de meldingen en de start van het onderzoek, dat dit gevolgen moet hebben voor de terugvordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3389 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7602</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7602</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7602"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag en benoeming voogd. Vervolg op ECLI:NL:RBMNE:2026:3538.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/606714 / FO RK 26-149</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A.A. van Kalveen</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8293</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8293</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8293"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling artikel 6 Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank concludeert dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een verkeersovertreding en twee ernstige bedieningsfouten. Deze combinatie maakt dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/174835-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30376</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30376</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30376"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep gegrond. De door eisers bestreden passage is rechtstreeks verbonden met de gevolgen die het gehanteerde parkeerbeleid aan de verleende omgevingsvergunning koppelt. Met het verlenen van de omgevingsvergunning zijn de aanspraken op een parkeervergunning van zowel eisers als de toekomstige bewoners en gebruikers van de woning veranderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/832</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meessen</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBBRE:2010:BL8594</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBBRE:2010:BL8594</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBBRE:2010:BL8594"><country>NL</country><court>RBBRE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Breda</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-03-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dividendbelasting Dit is 1 van 2 uitspraken, procedurenummers 08/4709 en 08/4710 Belanghebbende is een Schots pensioenfonds voor werknemers van lokale overheden. Zij heeft in 2007 verzocht om teruggave van de ten laste van haar in 2002 ingehouden dividendbelasting op grond van artikel 10 van de Wet op de dividendbelasting 1965. De inspecteur heeft het verzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het verzoek. De rechtbank is van oordeel dat het belanghebbende vrij stond om met een eventueel beroep op het gemeenschapsrecht, een verzoek om teruggaaf te doen. Dat belanghebbende daarbij gebonden is aan de ook voor in Nederland gevestigde pensioenfondsen geldende vervaltermijn van drie jaar voor het indienen van een verzoek om teruggave van dividendbelasting, acht de rechtbank niet onredelijk. De rechtbank stelt voorts vast dat ten tijde van het indienen van het beroepschrift de uitspraak op bezwaar nog niet was gedaan terwijl dat wel had gemoeten. Het beroep is daarom, gelet op het bepaalde in artikel 6:20, zesde lid van de Awb, gegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/4709</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.A.F.M. Stassen</contributor><issued>2010-03-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2011:BP1527</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2011:BP1527</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:8033</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:8033</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:8033"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de beslissing van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om af te zien van het uitvoeren van een nader onderzoek naar een klacht van eiser over AVROTROS.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/4025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Knijff</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2289"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De heffingsambtenaar heeft verzocht om beperkte kennisneming van gegevens inzake een draagvlakmeting voor een bedrijveninvesteringszone (BIZ). Het gaat om ingevulde stembiljetten, namen en adressen van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken en de WOZ-waarden van onroerende zaken. Ten aanzien van de gegevens waaruit direct of indirect kan worden afgeleid of en wat een stemgerechtigde gestemd heeft, is de geheimhoudingskamer van oordeel dat beperkte kennisneming gerechtvaardigd is. Ten aanzien van de gegevens waar dit niet uit volgt, is beperkte kennisneming niet gerechtvaardigd. De heffingsambtenaar wordt verzocht om de betreffende stukken opnieuw te overleggen, met daarbij slechts die delen geschoond die volgens deze tussenuitspraak geheim mogen blijven. Als hij daartoe niet bereid is, zal hij de mogelijkerwijs daaruit voortvloeiende consequenties moeten aanvaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/749 en 23/750 GHK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. M.J.C. Pieterse</contributor><issued>2026-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2316</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7975"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Zelfstandigenaftrek. Niet voldaan aan het urencriterium. Indirecte uren onvoldoende gespecificeerd. Geen gewekt vertrouwen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/974</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Loof</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2508"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ en OZB niet-woning. Gecorrigeerde vervangingswaarde grond en gebouwen van nutsbedrijf. Bepaald op basis van optelsom van de waarde van de samenstellende onderdelen. Waarde van de grond met bedrijfsbestemming aannemelijk gemaakt met het Kader Grondprijzen van de gemeente en een overzicht met markttransacties onbebouwde bedrijfsgrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1429</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Smorenburg, mr. J.K. Lanser, mr. B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5362</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8513"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen loonheffingen. Pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding over transfervergoeding aan professionele sporter. Beoordeling toets- en vergelijkingsloon: is sprake van een voortgezette dienstbetrekking of van drie afzonderlijke dienstbetrekkingen? Is sprake van strijd met art. 1 EP EVRM, art. 14 EVRM, art. 26 IVBPR of art. 63 VWEU? Is Nederland heffingsbevoegd op grond van het belastingverdrag? Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 5523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker, A.A. Fase, M. van Doesburg</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2505"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 9, lid 2, Wet OB juncto Post a.2 van tabel II bij de Wet OB Belanghebbende is onder meer handelaar in paarden. Zij heeft een wedstrijdpaard verkocht aan een Maleisische afnemer met het oog op deelname aan de South-East Asian Games. Het paard heeft na levering nog 2 maanden en 20 dagen in België op stal gestaan en daar aan een selectiewedstrijd deelgenomen alvorens naar Maleisië vervoerd te zijn. Het hof is van oordeel dat het nultarief bij uitvoer uit de EU van toepassing is, ongeacht die wedstrijddeelname tussen levering en uitvoer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/93 en 25/94</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, prof. mr. dr. H.W.M. van Kesteren</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de omzetbelasting 1968 9</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:304</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2509"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 9 Wet OB 1968. Toepassing verlaagd tarief. Belanghebbende levert bij iedere verkoop van een fiets een onderhoudspakket in de vorm van een servicekaart. Op de factuur past belanghebbende voor de levering van het onderhoudspakket het verlaagde tarief voor de omzetbelasting toe. Het hof oordeelt dat de fiets en de servicekaart twee afzonderlijke prestaties zijn, waarbij voor beide een aparte vergoeding is overeengekomen. De servicekaart moet niet als bijkomstig worden beschouwd ten opzichte van de fiets. Het hoger beroep van de inspecteur is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/798</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, prof. mr. dr. H.W.M. van Kesteren</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de omzetbelasting 1968 9</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1525</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8049</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8049</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8049"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Relatieve bevoegdheid rechtbank. Ontvankelijkheid bezwaarschrift. Schending hoorplicht?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2951</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Tikken</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3036</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3036</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3036"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht; antidumpingrechten; door de inspecteur gebruikt bewijsmateriaal; leveringsvoorwaarde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/171 en 26/172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2348</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2348</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2348"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omvang verlies uit aanmerkelijk belang bij liquidatie BV. Kinderen van DGA lenen in 2011/2012 geld uit aan DGA’s BV om BV in staat te stellen een civiele procedure voort te zetten. In 2015 vestigt DGA tweede pandrechten op zijn privé-huurinkomsten ten gunste van de kinderen tot zekerheid. BV verliest haar procedure en eindigt met een aanzienlijk negatief vermogen. DGA neemt vóór de turbo-liquidatie van de BV in 2019 de schulden van de BV aan de kinderen over en scheldt die vervolgens kwijt. Hof: noch de pandrechtvestiging in 2015, noch de schuldoverneming in 2019 is een informele kapitaalinbreng in de BV die DGA’s verlies uit a.b. vergroot. Evenmin negatief resultaat uit werkzaamheid of terbeschikkingstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1692</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Wessels, mr. B.J. Rubbens, prof. mr. P.J. Wattel</contributor><issued>2026-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:6470</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21003</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21003</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21003"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is een ondernemersfonds. Zij maakt niet aannemelijk dat zij voldoet aan de voorwaarden van de goedkeuringen van het Besluit Omzetbelasting Aftrek van Omzetbelasting. Beroepen op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel slagen niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres geen recht op (gedeeltelijke) aftrek van voorbelasting. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26_1551 26_1553 en 26_1554</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Arts</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7768"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM teruggaaf voor personenauto's, motorrijwielen en bestelauto’s die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband (artikel 15 lid 1 letter g, Wet BPM). Geldt daarvoor de eis van ‘uitsluitend’ (dus 100%) gebruik voor vervoer van rolstoelgebruikers van en naar instellingen, of volstaat ‘nagenoeg uitsluitend’ (dus meer dan 90%)? Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 2144</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker</contributor><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3071</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3071</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3071"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag bpm. De taxatierapporten voor beide auto’s kunnen dienen, ondanks dat deze enkele dagen te laat zijn opgemaakt. Belanghebbende slaagt er niet in de door hem in aanmerking genomen schade voor de beide auto’s aannemelijk te maken. Het Hof zet een duidelijke lijn uit betreffende de bruikbaarheid van koerslijsten. De in hoger beroep aangedragen koerslijst voor een van de auto’s is bruikbaar en leidt tot een vermindering van de naheffingsaanslag voor die auto. De in hoger beroep aangedragen koerslijst voor de andere auto is niet bruikbaar, omdat de auto van de referentieauto in de koerslijst afwijkt in CO2-uitstoot (verschil in uitvoering). Hoger beroep (gedeeltelijk) gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/768 en BK-25/769</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4569</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4569</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4569"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Verleend uitstel is met de aanmaningsbrief ingetrokken. Daarmee eindigt ook het rechtsgevolg van verleend uitstel voor de aanslagtermijn: die wordt dan niet (verder) meer verlengd. Boete is buiten de termijn opgelegd. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/4118</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A. Heidekamp</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6654</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6654</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6654"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burenrecht. Eigendomsverkrijging door verjaring van strook gemeentegrond? Particulier perceel, gemeentelijk perceel, waterschapszone en riviertje 'De Gender'. Situatie van toestemming/gedogen gebruik door gemeente?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/406299 / HA ZA 24-433</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E.N. van Haren</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8330</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8330</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8330"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen besluit tot het niet-ontvankelijk verklaren van bezwaar vanwege de overschrijding van de bezwaartermijn en beroep tegen besluit waarin het handhavingsverzoek van MOB is afgewezen. Beroepen ongegrond. Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Handhavingsverzoek terecht afgewezen. Indirecte lozing. Artikel 6.2 Waterwet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/5730 en 24/5743</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. G.A. van der Straaten, mr. M. Duifhuizen, mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6662</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6662</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6662"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">in verband met onderneming man maken partijen staande huwelijk huwelijkse voorwaarden. Diverse vorderingen over en weer na echtscheiding. Spaarvarken (inkomsten man komen terecht op rekening vrouw)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/415944 / HA ZA 25-350</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.S. Frakes</contributor><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8318</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8318</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8318"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Verdachte heeft zich ruim anderhalf jaar samen met anderen beziggehouden met de voorbereiding om cocaïne via de haven van Antwerpen te laten invoeren naar het grondgebied van Nederland en de poging tot invoer van 675 kilo cocaïne</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/087749-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M.J.M. Doon</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6655</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6655</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6655"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burenrecht. Geschil over eigendom strook grond. Beroep op verkrijging door verjaring van strook tot aan gevel bedrijfspand. Perceel ooit in een hand geweest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/417444 / HA ZA 25-465</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E.N. van Haren</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6628</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6628</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6628"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verkoop huis. Aansprakelijkheid makelaar. Buisleiding Staat/Defensie in de tuin. Verstrekte documenten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/419739 / HA ZA 25-602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.S. Frakes</contributor><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31766</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31766</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31766"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38742</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8142"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM; teruggaaf bij export; de auto’s zijn niet binnen dertien weken ingeschreven in een ander EU/EER-land. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/6876 en 24/6877</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:7565</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:7565</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:7565"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Art 533 Sv. Verzoeker wordt als militair verdacht van strafbare feiten op Curaçao. Na verhoor is hij door de politie heengezonden. Vervolgens heeft de commandant, op verzoek van de KMar, bepaald dat hij zijn paspoort moest inleveren, niet de kazerne mocht verlaten en alleen naar de kantine mocht om te eten en zich beschikbaar moest houden voor de KMar. Deze handelwijze kan volgens de militaire raadkamer aan het OM worden toegerekend maar komt neer op vrijheidsbeperking en niet op vrijheidsbeneming en valt daarmee niet onder de reikwijdte van artikel 533 Sv. Verzoek wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-020983-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:265</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:265</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:265"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. Een 15-jarige jongen is hierbij om het leven gekomen. De verdachte heeft niet bij Club Rush maar even verderop in de lucht geschoten. Het Gerecht oordeelt dat sprake is geweest van één geweldsexplosie die nacht, die zich naar de omliggende straten heeft uitgebreid. Veroordeling voor openlijke geweldpleging en vuurwapenbezit. Gevangenisstraf van 36 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00128/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1016</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1016</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1016"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Beëindiging exploitatie van een hotel. Raadplegingsplicht bij collectief ontslag geschonden (art. 3 WMCO)? Omvang van billijke vergoeding in dit verband (art. 7 lid 2 WMCO)? Vervaltermijn voor deze billijke vergoeding verstreken (art. 7 lid 3 WMCO)? Adviesrecht personeelsvergadering in acht genomen (art. 35b WOR)? Toepassing van het Allerzorg-arrest (ECLI:NL:HR:2022:1058).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00209</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31767</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31767</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31767"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.49422</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31768"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.49598</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8153</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8153</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8153"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De SVB is op juiste gronden overgegaan tot de terugvordering van eisers nabestaandenuitkering op grond van de Anw en tot de boeteoplegging. Het beroep van eiser is daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): dr. mr. J.A. van Schagen</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6660</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6660</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6660"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige daad. Partijen zijn afkomstig uit Somalië. De vrouw wil dat de man zijn medewerking verleent aan de ontbinding van hun religieus huwelijk, dat in Ethiopië zou zijn voltrokken. De man ontkent dat er een huwelijk is gesloten. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een huwelijk en dat de weigerachtige houding van de man om mee te werken aan de ontbinding een onrechtmatige daad vormt. De man wordt veroordeeld mee te werken aan de ontbinding van het huwelijk door de talaq.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/415311 / HA ZA 25-312</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. de Boer</contributor><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6318</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6318</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6318"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat gedaagde bestuurder is geweest van het gefailleerde bedrijf. Het gefailleerde bedrijf heeft niet voldaan aan de wettelijke publicatie- en administratieplicht. Gedaagde is er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat er andere oorzaken zijn van het faillissement, waardoor de rechtbank van oordeel is dat gedaagde aansprakelijk is voor het gehele faillissementstekort van het gefailleerde bedrijf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/339903 / HA ZA 25-374</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.A.M. Egberink</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13074</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13074</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13074"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Bestuurdersaansprakelijkheid 2:248 BW. Schending 2:10 BW en 3:294 BW en grote douaneschuld. Gelijkstelling van feitelijk beleidsbepaler met bestuurder afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/374374</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13531</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13531</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13531"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Turboliquidatie in het licht van een faillissement, tijdens de periode van de aanhouding van de behandeling van het faillissementsverzoek, is gelet op de timing opmerkelijk maar niet gesteld of gebleken is dat hiervan misbruik is gemaakt. Niet summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog (potentiële) baten zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: FT RK 26-465</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-08</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 2 19</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6165</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6165</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6165"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deze zaak gaat over de vraag of de betaling van € 50.000,-- door betrokkene aan gedaagde terugbetaald moet worden aan Hoff q.q. Hoff q.q. stelt dat de betaling onverschuldigd is verricht, dan wel dat er sprake is van paulianeus handelen. Volgens gedaagde gaat het om de terugbetaling van een geldlening en is er geen sprake van onverschuldigde betaling of paulianeus handelen. De rechtbank oordeelt dat is voldaan aan de voorwaarden van paulianeus handelen en dat Hoff q.q. de betaling rechtsgeldig heeft vernietigd. Gedaagde moet het bedrag van € 50.000,00, vermeerderd met kosten, daarom terugbetalen aan Hoff q.q.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/341467 / HA ZA 25-412</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van Diggele</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13424</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13424</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13424"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Inzagevordering. Afwijzing. Het inzagerecht strekt niet zo ver dat dat een partij gegevens over de wijze waarop zij intern informatie heeft ingewonnen om verweer te kunnen (laten) voeren in een procedure dient te delen met de processuele wederpartij. Het recht op een eerlijk proces brengt met zich dat een partij in het kader van de voorbereiding van in een juridische procedure te voeren verweer vertrouwelijk intern overleg moet kunnen voeren en informatie moet kunnen vergaren en vastleggen, zonder er steeds beducht voor te moeten zijn dat die gegevens mogelijk moeten worden verstrekt aan de processuele wederpartij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/727154 / KG ZA 26-1031</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13956</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13956</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13956"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Bestuurdersaansprakelijkheid. De bestuurders hebben aannemelijk gemaakt dat het faillissement is veroorzaakt door externe omstandigheden. Zij hebben het bewijsvermoeden dat onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is, daarmee ontzenuwd. Dat de bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld en dat aan hen persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, heeft de curator onvoldoende onderbouwd. De vorderingen gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:248 BW, 2:9 BW en 6:162 BW) worden daarom afgewezen. Gedaagden moeten wel hun rekening-courantschuld aan de curator betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/709931 / HA ZA 25-996</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1007"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Rangregeling; bevelschrift tegen notaris; art. 485 Rv; opbrengst waarop de staat van verdeling berust is hoger dan de werkelijke opbrengst; reparatiemogelijkheden; gesloten stelsel van rechtsmiddelen; art. 6 en 13 EVRM; art. 1 EP EVRM; ontvankelijkheid notaris in cassatie; derdenverzet; executiegeschil</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00661</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31769</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31769</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31769"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.49727</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11011"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht, accijns en omzetbelasting over rooktabak en sigaretten meegenomen via Schiphol, groene kanaal. Vrijstelling. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 2966</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.M.C. Schipper</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6879"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter verweerder te verbieden haar bezwaar door middel van ambtelijk horen af te doen en verweerder te gelasten het verzoek voor te leggen aan de BAC. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk, omdat tegen deze beslissing van verweerder op grond van artikel 6:3 Awb geen bezwaar of beroep openstaat. Verzoekster wordt ook niet rechtstreeks in haar belang getroffen door de beslissing van verweerder. Van een onomkeerbaar procedureel nadeel is geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6959</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6630</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6630</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6630"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verstek, oneerlijk beding rente, geen grond voor administratiekosten en andere vergoedingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/428815 / HA ZA 26-451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Schollen-den Besten</contributor><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6629"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onroerende zaak beantwoordt niet aan koopovereenkomst. Bodemverontreiniging. Normaal gebruik wordt belemmerd. Vordering tot herstel toewijsbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/423051 / HA ZA 26-83</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.S. Frakes</contributor><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31770</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31770</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31770"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.49740</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7639</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7639</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7639"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">tussenbeschikking met betrekking tot een verzoek instellen bewind</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12169279_TT_VERZ_26-186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31771</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31771</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31771"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.49752</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1017"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Beroep op familiaal verschoningsrecht door levensgezel. Anticiperende lezing van art. 165 lid 2, onder a, Rv (oud)? Art. 179 lid 2 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00868</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7322"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6173</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7716"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ambtshalve verwijzing zaak naar kantonrechter, omdat naar voorlopig oordeel rechtbank sprake is van consumentenkoop</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/459246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31772</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31772</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31772"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.49760</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:266</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:266</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:266"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. De 15-jarige broer van de verdachte is hierbij om het leven gekomen. Tweede schietpartij een half uur later. Het Gerecht gaat ervan uit dat de tweede schietpartij een wraakactie was voor het neerschieten van de broer. Veroordeling voor poging moord. Overwegingen over medeplegen en inwisselbaarheid van rollen. Verder veroordeling voor openlijke geweldpleging door te schieten bij Club Rush, en twee keer vuurwapenbezit. Ondanks het advies van de psycholoog wordt de verdachte niet volgens het jeugdrecht berecht. Gevangenisstraf van 12 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00129/25, 400.00122/26, 400.00096/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8154"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Bruikbaarheid vergelijkingsobjecten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2438 en 26/3074</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.F. Kossen</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7324</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7324</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7324"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6433</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:997"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Prejudiciële vraag over artikel 314 lid 2 Sv: moet de rechter het onderzoek ter terechtzitting altijd schorsen als de verdachte of zijn raadsman geen toestemming geeft het onderzoek aanstonds of na een korte onderbreking voort te zetten? De conclusie strekt tot een ontkennende beantwoording van die vraag, onder meer gelet op de aankomende regeling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/02339</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31773</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31773</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31773"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.44788</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7328</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7328</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7328"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tweede BNT UHT bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7493</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7766</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7766</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7766"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Eindvonnis na bewijsopdracht. Gedaagde is niet geslaagd het aan haar opgedragen bewijs te leveren. Zij heeft niet bewezen dat partijen een garantie van twaalf maanden zijn overeengekomen, laat staan welke voorwaarden en dekking op die garantie van toepassing waren. Gedaagde moet de factuur en de daarover gevorderde handelsrente betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11450868 \ CV EXPL 24-10143</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2377"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor medeplichtigheid aan witwassen. Overschrijding redelijke termijn, voorwaardelijke taakstraf, toewijzing schadevergoeding benadeelde partij. Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002648-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1719</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7327"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tweede BNT UHT bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/8055</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1674"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Schuldwitwassen van geldbedrag (€ 93.270), art. 420quater.1.a Sr. Bewijsklachten herkomst van geld en door verdachte geschetst scenario. HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04325</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:803</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7326</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7326</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7326"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar cws gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6493</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7325</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7325</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7325"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar cws gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6960</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:267"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. De 15-jarige neef van de verdachte is hierbij om het leven gekomen. De verdachte heeft 26 keer geschoten, waarvan de meeste keren gericht. Veroordeling voor poging doodslag, openlijke geweldpleging en vuurwapenbezit. Het beroep op noodweer wordt verworpen omdat de feitelijke toedracht die daaraan ten grondslag is gelegd, niet aannemelijk is geworden. Vrijspraak in een andere zaak, de zaak Corsica, waarin geschoten was tijdens een buurtfeest. Gevangenisstraf van 9 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00131/25, 400.00127/26 en 400.00045/24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6877"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter verweerder te verbieden haar bezwaar door middel van ambtelijk horen af te doen en verweerder te gelasten het verzoek voor te leggen aan de BAC. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk, omdat tegen deze beslissing van verweerder op grond van artikel 6:3 Awb geen bezwaar of beroep openstaat. Verzoekster wordt ook niet rechtstreeks in haar belang getroffen door de beslissing van verweerder. Van een onomkeerbaar procedureel nadeel is geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7068</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2806"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 24/874 en 26/881</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt</contributor><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2866</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7323</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7323</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7323"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6423</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7787</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7787</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7787"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Overgang van onderneming</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12273393 VV EXPL 26-42</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13709"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak verzoekt een consultancybedrijf ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een langdurig zieke werknemer wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat de arbeidsverhouding duurzaam en ernstig is verstoord. Aan de werknemer wordt een billijke vergoeding toegekend van € 100.000,00. Werkgever heeft het herstel van de werknemer in de eigen functie tegengewerkt en daarvoor was geen rechtvaardiging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12331678</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31774</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31774</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31774"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Beroep ingesteld terwijl de rechterlijke dwangsom nog niet volledig is volgelopen. Procesbelang blijft bestaan. Rechtbank ziet aanleiding om de aanbeveling niet te volgen. De rechtbank bepaald dat de beslistermijn wordt vastgesteld op dezelfde periode als de nog resterende rechterlijke dwangsom van het eerdere beroep Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37079</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7416"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt, uht, bezwaar tegen beslissing over aanvullende compensatie, beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6977</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:511"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, beroep ongegrond (toepassing art. 8:86 Awb). Schorsing chauffeurskaart i.v.m. vermoeden dat verzoeker niet meer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een nieuwe VOG. Verzoeker wordt verdacht van overtreding van de Opiumwet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/710 en 26/738</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.S.J. Albers</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference relation="citing" lang="nl">Besluit personenvervoer 2000</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7417"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt, uht, bezwaar tegen definitieve beschikking compensatie, beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2587</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6938</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6938</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6938"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo, geen spoedeisend belang, besluit niet evident onrechtmatig</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Janssen</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2964</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2964</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2964"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Witwassen, voorwaardelijke gevangenisstraf en onvoorwaardelijk 150 uur taakstraf. Het in beslag genomen bedrag is verbeurd verklaard. Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-003053-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1674</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7418</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7418</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7418"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt, uht, bezwaar CWS, beroep gegrond, gewijzigd standpunt verweerder</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3002</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7567</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7567</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7567"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Rechtsmacht en kredietwaardigheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12091256 \ CV EXPL 26-1199</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J.A. Donkersloot</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:268</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:268</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:268"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. Een 15-jarige jongen is hierbij om het leven gekomen. Tweede schietpartij een half uur later. De anonieme bedreigde getuige X heeft verklaard dat de verdachte en een medeverdachte samen op het slachtoffer hebben geschoten. Die verklaring vindt onvoldoende steun in de rest van het dossier. Vrijspraak voor doodslag op het slachtoffer. Veroordeling voor poging doodslag op anderen. Ook veroordeling voor een tweede poging doodslag, bij het tweede incident. Hoewel vanuit een auto op de verdachte is geschoten, komt hem geen beroep toe op noodweer. De noodweersituatie was voorbij. Veroordeling voor openlijk geweld en vuurwapenbezit. Geen toepassing van adolescentenrecht, wel verminderde toerekenbaarheid. Gevangenisstraf van 12 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00134/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5320</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5320</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5320"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/89</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-08-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7796"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst. Bonussen en exit-bonus tellen mee bij de berekening van de transitievergoeding. Door ernstig verwijtbaar handelen kan werkgever geen beroep doen op het non-concurrentiebeding. Geen veroordeling in de werkelijke proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12258181</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31776</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31776</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31776"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.40568</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13835"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Huurachterstand. Betalingsregeling. Ontbinding van de huurovereenkomst onder opschortende voorwaarde. Ambtshalve toetsing van het servicekostenbeding, het huurprijswijzigingsbeding, het rentebeding en het incassokostenbeding getoetst en deze zijn niet oneerlijk bevonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12269584 \ CV EXPL 26-3726</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10462</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10462</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10462"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van amfetamine, GHB en hasjiesj. Daarnaast heeft zij zich schuldig gemaakt aan witwassen. Gevangenisstraf van 14 maanden met aftrek van het voorarrest</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-201145-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6175"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Woningtarief. Naar zijn aard voor bewoning bestemd? Maatstaf van heffing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2316</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7341</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2799"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA's dividendbelasting 2014 tot en met 2017 met vergrijpboetes. Dubbel hoger beroep. Nieuwe transferpricingrapporten tardief. Wraking. Vereiste aangifte. Onzakelijke aandeelhoudersleningen (o.b.v. eerdere Vpb-procedures). Verkapt dividend. Fiscale verliezen in 2014, 2016 en 2017. Winstanticipatie. Pleitbaar standpunt. Rol bestuurders/adviseur t.a.v. onzakelijke leningen. Feiten en omstandigheden voor grove schuld overtuigend aangetoond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/690 t/m 25/697</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:14221</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:6182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:6182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:6182"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Staat handelt niet onrechtmatig door invoering coronatoegangsbewijs De rechtbank heeft uitspraak gedaan in de procedure die drie burgers tegen de Staat waren begonnen. Eisers vinden dat de Staat jegens hen onrechtmatig heeft gehandeld door van 25 september 2021 tot 25 februari 2022 het coronatoegangsbewijs (CTB) in te voeren. De maatregelen die de overheid in de coronaperiode heeft genomen, waaronder het CTB, hebben diep ingegrepen in het dagelijkse leven van alle burgers, ook in dat van eisers. De rechtbank heeft daarom geoordeeld dat het CTB een inmenging was in de grondrechten van eisers. Wanneer sprake is van inmenging in grondrechten moet de Staat stellen en bewijzen dat die inmenging gerechtvaardigd was. De rechtbank komt tot de conclusie dat de inmenging in de grondrechten van eisers gegeven de situatie eind 2021/begin 2022 geen schending van die grondrechten vormde. Dit betekent dat de invoering van het CTB jegens eisers niet onrechtmatig was, zodat de rechtbank hun vorderingen afwijst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C-09-639527-HA ZA 22-1023</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Dam, M.A. van De Laarschot, C.J. Seinen</contributor><issued>2024-05-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:8972</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:8972</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:8972"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming toe. Eiser heeft langdurig en ernstig overlast veroorzaakt, met name door schreeuwen, schelden, bedreigingen en een poging om via een regenpijp de woning van de bovenburen te betreden. Ondanks waarschuwingen, hulpverlening en een “laatste kans” die is gegeven door de zitting aan te houden, ging het gedrag door. De kantonrechter oordeelt dat ontbinding in een bodemprocedure zeer waarschijnlijk is en dat ontruiming van de woning daarom gerechtvaardigd is. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11771948 \ CV EXPL 25-3577</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J.A. Donkersloot</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31778</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31778</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31778"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, volgberoep, Libische, zicht op uitzetting, voldoende voortvarend, geen lichter middel, refoulementbeoordeling, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63615</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31777"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Gemachtigde van eiser heeft schriftelijk beroepsgronden ingediend waarbij gebruik is gemaakt van AI. Om die reden en omdat het een omvangrijk stuk betreft (16 pagina’s) waar verweerder pas tijdens de zitting kennis van heeft kunnen nemen, zal de rechtbank de bespreking van het beroep beperken tot de vijf hoofdgronden zoals die ook tijdens de zitting zijn benoemd en toegelicht. De rechtbank merkt hierbij op dat AI vooral het juridisch kader heeft benoemd en dat het beroepschrift weliswaar omvangrijk maakt maar dat het toetsingskader verder niet in geschil is. Het rechtsmiddel tegen het asielbesluit is buiten de termijn om opschortende werking te verkrijgen ingediend. Eiser valt onder de werkingssfeer van richtlijn 2008/115 en heeft op dit moment ook geen procedureel rechtmatig verblijf. Verweerder is verplicht om eiser te verwijderen en is, op dit moment, ook bevoegd om dat te doen. Dit betekent dat verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw mocht opleggen. Beroep ongegrond. Verzoek om schadevergoeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63284</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S. van Lokven</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:832</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:832</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:832"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Caribische zaak. OM-cassatie en cassatie verdachte. Vrijspraak t.z.v. primair tlgd. verkrachting (art. 2:197 SrC) en veroordeling t.z.v. subsidiair tlgd. seksueel binnendringen bij 19-jarige vrouw die t.g.v. alcoholgebruik in staat van lichamelijke onmacht verkeert in Curaçao (art. 2:198 SrC). 1. Cassatie verdachte. Geen schriftuur. 2. OM-cassatie. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van OM over bewijs van verkrachting a.b.i. art. 402.2 SvC? Ad 1. Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Ad 2. Hof heeft vonnis van gerecht in eerste aanleg o.m. wat betreft bewezenverklaring van subsidiair tlgd. bevestigd. In toelichting op middel is gedeelte van schriftelijk requisitoir OM opgenomen. Mede n.a.v. CAG merkt HR op dat (met oog op overzichtelijke en werkbare procesvoering in cassatie) klacht in cassatie over niet (toereikend) responderen op uos in beginsel wordt beoordeeld aan de hand van omschrijving van dat standpunt zoals deze omschrijving (eventueel door specifieke verwijzing naar betreffende bladzijdenummers of paragraafnummers van pleitnota of schriftelijk requisitoir, of door aanhaling daarvan) is weergegeven in cassatieschriftuur (vgl. HR:2023:921). Hof heeft aangevoerde zoals weergegeven in toelichting op middel (waarin tot uitdrukking is gebracht dat volgens OM primair tlgd. feit kan worden bewezenverklaard o.g.v. de in vonnis in e.a. opgenomen bewijsmiddelen, echter zonder dat daarbij door hof overgenomen motivering van gerecht in e.a. en daaruit blijkende waardering door gerecht van dat bewijs is betrokken) kennelijk niet opgevat als uos. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is in het licht van voorgaande niet onbegrijpelijk. Dat uit CAG volgt dat er in requisitoir meer naar voren is gebracht dan uit cassatieschriftuur blijkt, maakt dit niet anders. Ten overvloede herhaalt HR relevante overwegingen uit HR:2004:AO5061 m.b.t. selectie en waarderingsvrijheid van feitenrechter i.v.m. toetsing van OM-cassatie tegen vrijspraak. Volgt verwerping CAG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01429</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-06-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:352</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9173"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de herroeping van een last onder dwangsom (LOD). Het college heeft bij zijn primaire besluit een LOD opgelegd en in het bestreden besluit deze last herroepen. Daarnaast heeft het college een tijdelijke gedoogverklaring aan eiseres verstrekt. Eisers en eiseres zijn het niet eens met de herroeping van de LOD. Eiseres is het ook niet eens met de gedoogverklaring. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college vanwege de onevenredige gevolgen voor bewoonster heeft mogen afzien van handhavend optreden tegen bewoning van de woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/4065 en 24/4066</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29431"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroepen ongegrond. Handhavingsverzoeken college en gedeputeerde staten wegens beperkte beweegbaarheid bruggen op de Rijpwetering. Zowel het college als gedeputeerde staten zijn niet bevoegd. Artikelen 7.78 en 7.79 zijn instructieregels op grond waarvan gedeputeerde staten niet handhavend kan optreden. Het huidige omgevingsplan kent ook geen regels over de doorvaarbaarheid en beweegbaarheid van bruggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/6169 SGR 25/7633</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Smits</contributor><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1013</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1013</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1013"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Faillissementsrecht. Incident in cassatie. Ontvankelijkheid cassatieberoep in geval dat eiser tot cassatie in staat van faillissement is verklaard na bestreden uitspraak, maar voor instellen van beroep. Stelsel art. 25-30 Fw. Procesbevoegdheid gefailleerde. Schorsing van het geding ex art. 27 en 29 Fw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/02472</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8215</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8215</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8215"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Gebruikelijk loon in de bezwaarfase verlaagd. Geen verdere verlaging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/854</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Loof</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7074</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7074</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7074"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingswet. Verzoek om bekrachtiging onteigeningsbeschikking algemeen bestuur van het waterschap. Meerdere bedenkingen ingediend door de eigenaren. De rechtbank heeft het verzoek om bekrachtiging beoordeeld aan de hand van de wettelijk voorgeschreven ambtshalve basistoets en de ingebrachte bedenkingen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de onteigeningsbeschikking niet geheel volgens de wettelijke vormvoorschriften is voorbereid, omdat het projectbesluit niet met de ontwerpbeschikking en de definitieve onteigeningsbeschikking ter inzage heeft gelegen. De rechtbank passeert dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. In de beoordeling van de noodzaak tot onteigening beoordeelt de rechtbank het beroep op het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank komt tot de conclusie dat het eigendommenbeleid van het algemeen bestuur niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en ook de onteigeningsbeschikking niet. Voor een aantal andere percelen ontbreekt de noodzaak tot onteigening, omdat hiervoor overeenstemming is bereikt met de eigenaren over de verwerving van de eigendom en het vervallen van het recht van erfpacht. De levering van de gronden staat op korte termijn gepland. Voor deze percelen wijst de rechtbank het verzoek daarom af. Voor de overige percelen is voldaan aan de voorwaarden voor bekrachtiging van de onteigeningsbeschikking: er is sprake van een onteigeningsbelang en de onteigening is noodzakelijk en urgent. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om bekrachtiging gedeeltelijk toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3294, UTR 26/3313, UTR 26/3314 en UTR 26/3331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.C.A. van Kuijeren, mr. J.A. Spee, mr. A. de Snoo</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13837</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13837</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13837"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen zijn overeengekomen dat Linq zogeheten leadgeneratiediensten zal verrichten via LinkedIn. Linq vordert in conventie nakoming van de overeenkomst, omdat Bright verschillende facturen onbetaald heeft gelaten. Volgens Bright is sprake van wanprestatie aan de zijde van Linq en daarom heeft zij haar betalingen opgeschort. Daarnaast stelt zij dat zij de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd. Bright vordert (in reconventie) gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst en terugbetaling van een deel van de betaalde facturen. De overeenkomst is naar het oordeel van de kantonrechter niet tijdig opgezegd, maar gezien de tekortkomingen aan de zijde van Linq heeft Bright wel rechtsgeldig haar betalingen opgeschort en de overeenkomst op goede gronden gedeeltelijk ontbonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12077160 \ CV EXPL 26-653</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:1233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:1233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:1233"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen, kindregeling. Verwijzing naar eerdere uitspraken van deze rechtbank omdat (de gemachtigde) van eisers dezelfde gronden heeft aangevoerd en geen toelichting of argumenten geeft waarom er anders geoordeeld zou moeten worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/3839 en UTR 24/3841</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J.M Mol</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6985"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van Dienst Toeslagen om compensatie toe te kennen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen voor het jaar 2019. Eiseres heeft geen schade heeft geleden over het jaar 2019 omdat zij over het hele jaar meer voorschotten ontvangen dan waar zij recht op had. Eiseres voldoet daarom niet aan de eis dat schade is geleden als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3114</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Catsburg</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:1990:AB9154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1990:AB9154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:1990:AB9154"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1990-09-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jaarrekening rechtspersonen. Vordering procureur-generaal ex art. 999 lid 2 Rv (oud). Geldigheid dagvaarding. ‘Openbaar belang’. Stelplicht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 28</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Van Vucht, Jansen, Baardman, Bellaart, Korthals Altes, Verburg</contributor><issued>2025-04-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:1990:AB9154</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6986</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6986</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6986"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het besluit van Dienst Toeslagen om het vastgestelde compensatiebedrag van € 3.489,- niet uit te betalen aan eiseres maar te verrekenen met het voorschot van € 30.000,- dat aan haar partner is uitgekeerd. Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 2.7, tweede lid, van de Wht volgt dat bewust is gekozen voor deze verrekeningsregeling om te voorkomen dat (ex-)toeslagpartners € 60.000 ontvangen door de vaak toevallige omstandigheid dat een toeslag niet ieder jaar door dezelfde partner is aangevraagd. Daarnaast is er gekozen om het forfaitaire bedrag van € 30.000 toe te kennen aan degene op wiens aanvraag het eerste is beslist omdat men tot en met 31 december 2024 de tijd had om een aanvraag om herbeoordeling in te dienen en het kabinet de wens had om het forfaitaire bedrag zo snel mogelijk toe te kennen. De rechtbank is daarom van oordeel dat Dienst Toeslagen zich terecht op het standpunt stelt dat deze situatie is verdisconteerd in de wetgeving en er daarom geen sprake is van strijd met</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/6621</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Catsburg</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1289"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aansprakelijkheidsrecht. Beroepsaansprakelijkheid van advocatenkantoor voor advisering door fiscalist. Beroepsfout ten aanzien van de advisering over de gevolgen van inwonerschap naar Amerikaans belastingrecht. Schadevergoeding ten aanzien van de extra betaalde belasting en een boete. Causaal verband, schadebegroting, vergelijkingsmaatstaf, toerekening (art. 6:98 BW), voordeelverrekening (art. 6:100 BW), eigen schuld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.349.631/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-05-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3095</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3095</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3095"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beroepsaansprakelijkheid accountant. Schending zorgplicht. Niet volgen welke corona-gerelateerde subsidiemogelijkheden voor klant mogelijk van belang zouden kunnen zijn en niet tijdig informeren van de klant daarover. Voldoende reden om aan te nemen dat de klant voor een specifieke subsidie in aanmerking zou zijn gekomen, indien die tijdig zou zijn aangevraagd. Geen eigen schuld bij klant.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.625/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-05-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:27993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:27993"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Arbeidsongeval inleenkracht overkomen tijdens het oogsten van jonge komkommers. Zicht aan oog verloren door na ongeval ontwikkelde schimmelinfectie. Causaal verband tussen ongeval en letsel. Inlener niet voldaan aan op haar rustende zorgplicht; geen veiligheidsbril en spoelflessen ter beschikking terwijl het oplopen van oogklachten niet zeldzaam is bij het oogsten van komkommerplanten. Inlener dus aansprakelijk en verzekeraar tot vergoeding van de schade gehouden. Geen eigen schuld, want geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid van inleenkracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11671878 RP VERZ 25-50340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Groeneveld-Stubbe</contributor><issued>2026-06-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1547</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1547</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1547"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aansprakelijkheid beleggingsonderneming voor schade ten gevolge van de vertraagde uitvoering van een opdracht tot overboeking van een effectenportefeuille na opzegging overeenkomst. Vraag of exoneratiebeding aan aansprakelijkheid in de weg staat. Tussenarrest ten behoeve van onderzoek naar de hoedanigheid van de belegger. Een vermeerderde eis is toewijsbaar bij gebrek aan inhoudelijk verweer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.656/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6987"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om immateriële schadevergoeding op grond van artikel 8:73, eerste lid, van de Awb (oud). Niet gebleken van een beroepsprocedure of een aan verzoekster gericht zelfstandig schadebesluit. Het verzoek is dan ook niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/6923</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Catsburg</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31781</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31781</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31781"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, buiten zitting, Duitsland, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32548</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1418</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1418</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1418"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep. Vergoeding wettelijke rente. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1415 ZW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14877"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">KG. Opheffing conservatoir beslag op zeeschip. Derdenverzet. Artikel 3 Beslagverdrag 1952 en HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2708. Toewijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/728275 / KG ZA 26-1122</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31782</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31782</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31782"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">plak vovo</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.32549</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6990"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dienst toeslagen heeft terecht de zorgtoeslag voor het jaar 2021 vastgesteld op € 1.364,- en mocht het teveel uitgekeerde voorschot terug kunnen vorderen en eiser dat moet terugbetalen. Dienst toeslagen moet uitgaan van het toestingsinkomen en het vermogen dat is vastgesteld door de inspecteur van de Belastingdienst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/6814</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.C.A. van Kuijeren</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8002</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8002</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8002"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot vaststellen zorgregeling toegewezen, verzoek bekrachtiging schriftelijke aanwijzing afgewezen. Door GI opgelegde sanctie van beperking van contact is geen bij wet toegelaten dwangmiddel als bedoeld in art. 1:263 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/471332</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31087</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31087</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31087"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van 59.1.a Gronden niet betwist. Zicht op uitzetting Algerije</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.60729</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.P. van Eerde</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6817</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6817</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6817"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het gerechtshof staat aanvullend grieven van de moeder, gericht tegen de splitsing van de kinderbijslag, toe omdat die samenhangen met de kinderalimentatie, die in hoger beroep voorlag. Verzoek vader tot inschrijving kinderen in brp op zijn adres niet-ontvankelijk, omdat een dergelijk nieuw verzoek niet voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan. Voor het overige bekrachtiging met verbetering van een kennelijke verschrijving. Art 1:253a BW, art. 362 Rv</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.365.712/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31594</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31594</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31594"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Naar het oordeel van de rechtbank zijn de motivering en de daaraan ten grondslag gelegde feiten van de minister voldoende om duidelijk te maken waarom de omstandigheden hem aanleiding hebben gegeven voor het opleggen van het inreisverbod voor de duur van tien jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.29066</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.L.M. Steinebach-de Wit</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31595"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing asielaanvraag van eiseres als kennelijk ongegrond. Somalische nationaliteit. Herkomst ongeloofwaardig geacht op basis van taalanalyse TOELT. De rechtbank is van oordeel dat eiseres concrete aanknopingspunten voor twijfel aan het rapport van TOELT naar heeft voren gebracht en dat de minister deze twijfel niet heeft kunnen wegnemen. De herkomst van eiseres raakt de kern van haar asielmotief omdat de door haar gestelde problemen met Al-Shabaab zich in Zuid-Somalië hebben voorgedaan en de minister niet volgt dat zij daarvandaan komt. De conclusie over de herkomst van eiseres werkt door in de gehele besluitvorming. De rechtbank komt daardoor niet toe aan de overige beroepsgronden en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.58234</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.M. Brandwacht-Kampman</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31596</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31596</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31596"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo bij beroep tegen afwijzing asielaanvraag. Vovo afgewezenen toekenning proceskostenveroordeling vanwege uitkomst bodenprocedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.58235</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.M. Brandwacht-Kampman</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6371</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6371</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6371"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het beroep tegen het opleggen van lasten onder dwangsom aan meerdere overtreders wegens het in strijd met het omgevingsplan en vergunningvoorschriften verhuren van recreatievaartuigen (houseboats). De rechtbank oordeelt dat sprake is van een overtreding en dat aan het machtscriterium wordt voldaan. De inhoud van de last is duidelijk genoeg en de hoogte van de dwangsom staat in verhouding tot het doel daarvan. Handhaving is tot slot evenredig. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/2710</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Piksen</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14854"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is het niet eens met de duur van de WW-uitkering. De rechtbank oordeelt dat het UWV de duur van de uitkering juist heeft berekend. De rechtbank volgt eiseres ook niet in het betoog dat het UWV vanwege overmacht had moeten afwijken van de wet. Geen strijd met het evenredigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/4870</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:382"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dexia, huurkoop.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.084/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A.M. van Oorschot, F.C. Alink-Steinberg, P.W.A. van Geloven</contributor><issued>2026-07-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:6242</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3330</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3330</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3330"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dexia-zaak tussenpersoon NBG Finance (NBG) na voorlopig getuigenverhoor afnemer, echtgenote, medewerker NBG en voormalig directeur NBG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.340.104_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A.M. van Oorschot, F.C. Alink-Steinberg, P.W.A. van Geloven</contributor><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2471"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease (Dexia). Eindarrest na antwoord op prejudiciële vragen van HvJEU 27 januari 2021 (ECLI:EU:C:2021:68). Beding tot betaling resterende termijnen bij vroegtijdige beëindiging is oneerlijk (Richtlijn 93/13/EG). Gevolgen: beding is vernietigd en overeenkomst blijft overigens in stand, waaronder de regeling tot contantmaking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.138.949/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:1982</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:1982</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:1982"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incident ex artikel 217 Rv. Beleggers willen zich voegen aan de zijde van de Stichting. Beleggers behoren niet tot de groep beleggers waarvoor de Stichting opkomt, omdat in de arbitrageprocedures die zij zijn gestart arbiters zich niet onbevoegd hebben verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.354.523/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-06-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:1981</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5220</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5220</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5220"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease. Dexia. Afnemer toegelaten tot leveren van tegenbewijs tegen vermoeden dat echtgenote vóór 13 maart 2000 met bestaan van overeenkomst bekend raakte. Bewijsvermoeden met afgelegde getuigenverklaringen niet ontzenuwd. Verjaringsberoep Dexia slaagt. Overeenkomst niet rechtsgeldig vernietigd op grond van art. 1:88 jo 1:89 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.340.042</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:6552</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:1863</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:1863</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:1863"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dexia / advisering / wetenschap / tussenpersoon / Spaar Select</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.230.827/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5112"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease. Dexia.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.348.398</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1858</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1858</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1858"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease. Art. 1:88/1:89 BW. Stuiting van de verjaring van de vordering van de echtgenote door gevolmachtigde. Volmacht door Dexia pas na jaren in twijfel getrokken; beroep Dexia op ongeldigheid volmacht verworpen. Vernietiging leaseovereenkomst door echtgenote effectief</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.307.579/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1936</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1936</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1936"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Oprichter van een beleggingsfonds neemt tekort in het fonds voor zijn rekening. Kan hij dit verhalen op de vermogenseheerder die dit tekort volgens hem heeft veroorzaakt?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.348.901/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1704</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1704</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1704"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease. Vordering uit onverschuldigde betaling na vernietiging ex art. 1:88/89 BW niet verjaard. . Door het feit dat de overeenkomsten zijn vernietigd behoorde het voor Dexia redelijkerwijs duidelijk te zijn dat afnemer (dan wel de echtgenote) op enig moment een vordering pretendeerde tot terugbetaling van al hetgeen uit hoofde van de overeenkomsten is betaald</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.308.779/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1742"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">OK; uitkoop; 2:359c BW; toewijzing; depositary shares; depositary interests</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.192/01 OK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.H. Vink, M.N. Hoogendoorn RA, J.M. de Jongh, A.P. Wessels , F. Marring RA</contributor><issued>2026-06-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1542</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1542</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1542"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease. Onaanvaardbaar zware financiële last. Verrekening van verliezen en voordelen uit andere effectenleaseovereenkomsten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.134.964/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6951</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6951</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6951"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoekers zijn slachtoffer geworden van helpdeskfraude waarbij cryptovaluta is buitgemaakt. Zij vermoeden dat de informatie die hiervoor is gebruikt van het cryptoplatform afkomstig is en verzoeken de rechtbank een voorlopig getuigenverhoor en een voorlopig deskundigenbericht te bevelen. Het cryptoplatform verweert zich tegen de verzoeken. De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor af en het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/779919</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Tussenbeschikking</description><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1040</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1040</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1040"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Uitvoer 65,65 kg MDMA na pseudokoop. 1. Rechtmatigheidsverweren, o.a. beroep op uitlokking. 2. Getuigenverzoeken. 3. Verbeurdverklaring van niet in beslag genomen opbrengst van strafbaar feit die toebehoort aan een derde en hoofdelijke verbondenheid tussen de verdachte en mededaders. 4. Overschrijding inzendtermijn. Conclusie strekt tot vermindering van de gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02975</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6991"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Zorgtoeslag. Eiser kan geen geslaagd beroep kan doen op het vertrouwensbeginsel. Een voorschotbeschikking is geen toezegging dat eiser daadwerkelijk recht heeft op dit bedrag aan zorgtoeslag, ook niet met de door eiser geschetste voorgeschiedenis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/5541</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.C.A. van Kuijeren</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8136</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8136</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8136"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Grondspeculatie. Geen sprake van dwaling of oneerlijke handelspraktijk. Consument-koper voorafgaand aan de koop voldoende geïnformeerd en op de hoogte van het speculatieve karakter van de investering. Ook onderbouwen recentelijke ontwikkelingen de potentie van de landbouwgronden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/367627 / HA ZA 25-421</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-07-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4205</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4205</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4205"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verstek. Speculatieve grondhandel. Oneerlijke handelspraktijken. Teruglevering percelen en terugbetaling koopsommen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/612080 / HL ZA 26-151</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Baken</contributor><issued>2026-07-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:3546</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3546</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:3546"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Cryptofraude. Afgifte identificerende gegevens behorend bij depositadressen en transactiecodes. Atikel 197 Rv procedure</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/606926 / HA RK 26-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.G. van Ommeren</contributor><issued>2026-06-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7298</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7298</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7298"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vorderingen eiser worden afgewezen. Vorderingen gegrond op schending van de zorgplicht bij beleggingsdienstverlening, omdat primair het beroep op verjaring en subsidiair het beroep op de schending van de klachtplicht van ABN AMRO slaagt. Vorderingen die verband houden met (volgens eiser ten onrechte) niet-uitgevoerde betaalopdrachten in lijn met eerdere vonnissen van voorzieningenrechter. Vordering met betrekking tot opzegging bankrelatie ook in lijn met deze eerdere vonnissen en op grond van vertrouwensbreuk. Toewijzing van vergoeding van de werkelijke proceskosten, onder meer omdat vorderingen van eiser erop gericht zijn om ABN AMRO tot uiterste te schaden en hij daarmee misbruik maakt van bevoegdheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/762712</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21059</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21059</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21059"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Externe bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending van de vergunningsplicht Wft. Onrechtmatig handelen bij turboliquidatie door niet-naleving van artikel 2:19b BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 694703</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L. Kelkensberg</contributor><issued>2026-08-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19080</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19080</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19080"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schadeclaim na geleden verlies in de cryptohandel. De rechtspersoon die de diensten aan eiser verleende is niet in de procedure betrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/693096 / HA ZA 25-904</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.B.J. Hoefnagel</contributor><issued>2026-07-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:609</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:609</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:609"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgings-EAB Belgie, tussenuitspraak, nadere zitting plannen om partijen een standpunt te laten innemen over de informatie over de detentie-instelling in Mechelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-286817-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. de Rooij, L. Medema-Baroud, B.M. Vroom-Cramer</contributor><issued>2026-01-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7864</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7864</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7864"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">wamca - collectieve actie van Stichting Forward Gold Sale tegen ING en bunq - ontvankelijkheid - vereisten van representativiteit en gelijksoortigheid</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/772051</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenbeschikking</description><issued>2026-08-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7968</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7968</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7968"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voornaamswijziging. Geen wijziging geboorteakte wat betreft achternaam.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/453111 / FA RK 25-2083</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:4124</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:4124</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:4124"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Contractenrecht. Ontbinding koopovereenkomst gietstukken vanwege gestelde tekortkomingen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C-01-397413 - HA ZA 23-646</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.S. Frakes, H.T.J.F. Verhappen, M.E.N. van Haren</contributor><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6068</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6068</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6068"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis. Weens Koop Verdrag. Non-conformiteit. Wezenlijke tekortkoming. Bewijsopdracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/419296 / HA ZA 25-584</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A. Bik</contributor><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:7334</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7334</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:7334"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6:89 BW. Vordering uit hoofde van wanprestatie. Gedaagde beroept zich op schending klachtplicht. Dat beroep slaagt. Door het tijdsverloop tussen de prestatie en de eerste melding van het gebrek aan gedaagde is gedaagde in zijn belangen geschaad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/708103 / HA ZA 25-892</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. K. Baetsen</contributor><issued>2026-07-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1662</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1662</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1662"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schending zorgplicht van de bank jegens een derde, slachtoffer van fraude wiens geld via een bankrekening bij de bank is weggesluisd. In het licht van bij de bank bekende signalen over de rekeninghouder, mocht de bank het betalingsverkeer op de bankrekening niet ongehinderd blijven faciliteren. Eigen schuld derde, interne processen voldeden niet aan de daaraan te stellen eisen van zorgvuldige bedrijfsvoering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.314.395/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:6889</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6889</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:6889"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De vordering tot betaling van een geldbedrag en tot deblokkering van een creditcard wordt afgewezen. Eisende partij wordt veroordeeld in de werkelijke proceskosten wegens misbruik van procesrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/11812049</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-06-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8219</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8219</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8219"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening - afwezing vanwege ontbreken spoedeisend belang - nog geen feitelijke gevolgen van bestreden besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/4077</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1664"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schending zorgplicht bank tegenover derde, deels eigen schuld, geen ontoelaatbare wisseling van partijhoedanigheid</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.336.469/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6624</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6624</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6624"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopige bewijsverrichtingen te bevelen. Artikel 196 Rv. Verstrekken van afschriften van bescheiden. Gedeeltelijk toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/776887 / HA RK 25-354</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak, Beschikking</description><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5206</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5206</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5206"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging bankrelatie, opeising hypothecaire geldlening en registratie in EVR-, IVR- en SFH-registers; artikel 5 Wwft, artikel 35 ABV; vermoeden betrokkenheid bij hypotheekfraude;</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/612608 / KG ZA 26-326</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A.T. van Rens</contributor><issued>2026-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:6429</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:6429</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:6429"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Trefwoorden: contaminatieschade; contaminatie door losslang afzender?; artikel 16 lid 1 CMNI; artikel 18 CMNI; losstandaard nagelensde ladingtank; artikel 7.02 leden 1 en 3 van de Uitvoeringsregeling CDNI-Verdrag; rol 'onweerlegbaar bewijsvermoeden' CDNI. Samenvatting: Een lading benzeen blijkt na overslag in een koppelverband gecontamineerd te zijn met fame. De afzender stelt dat de vervoerder de lading benzeen in een slechtere conditie heeft afgeleverd dan zij deze ten vervoer in ontvangst heeft genomen, zodat de vervoerder aansprakelijk is op grond van artikel 16 CMNI. De afzender stelt ook dat de vervoerder i.s.m. artikel 3 lid 3 CMNI schepen heeft gesteld die niet geschikt waren voor het voorgenomen vervoer, zodat vervoerder ook op die grond aansprakelijk is voor de contaminatieschade. De rechtbank gaat in op de rol van het door de vervoerder en eigenaar van het koppelverband ingeroepen 'onweerlegbaar bewijsvermoeden' van de CDNI. De rechtbank ziet in de verdragstekst en uitvoeringswetgeving geen aanwijzingen om te vermoeden dat de verdragsopstellers van enerzijds de CDNI en anderzijds de CMNI hebben beoogd dat de CDNI de aansprakelijkheidsregeling van de CMNI rechtstreeks zou beïnvloeden. De rechtbank concludeert dat de CDNI geen afbreuk doet aan de dwingende aansprakelijkheidsregeling van de CMNI. De rechtbank concludeert verder dat het onweerlegbaar bewijsvermoeden van artikel 7.02 lid 3 Uitvoeringsregeling CDNI-Verdrag in dit geval voor de toetsing van de aansprakelijkheid volgens de CMNI slechts leidt tot de feitelijke vaststelling dat de schepen voldeden aan de losstandaard 'nagelensde ladingtank' en vrij waren van overslagresten, maar niet direct de conclusie rechtvaardigt, laat staan tot de conclusie dwingt, dat aan boord van het koppelverband geen contaminatie kan zijn ontstaan of is ontstaan. Het betekent dat eventueel in de tanks of leidingen achtergebleven ladingrestanten onder die omstandigheden voor risico komen van de afzender. In die zin komt de rechtbank dus terug op haar eerdere uitspraken (ECLI:NL:RBROT:2019:6440, [naam schip 1] &amp; ECLI:NL:RBROT:2020:4219, [naam schip 2]). De rechtbank oordeelt dat het beroep op het bewijsvermoeden van artikel 18 lid 2 CMNI op gaat en dat er onvoldoende reden bestaat om de afzender tot tegenbewijs toe te laten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/640540 / HA ZA 22-513</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Sikkel, P.C. Santema, P.A.M. Laan</contributor><issued>2026-06-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:8830</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8830</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:8830"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Internationaal binnenvaart vervoer. De vervoerder is in beginsel aansprakelijk. Beroep op artikel 18 lid 1 sub d CMNI gaat niet op. Dit geldt ook voor het beroep op artikel 17 lid 3 IVTB 2010, artikel 15 lid 2 onder c IVTB 2010 en het beroep op de ontheffingsgrond van artikel 18 lid 1 sub a of b CMNI. Voor een deel van de vordering volgt een bewijsopdracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/706412 / HA ZA 25-788 en C/10/709886 / HA ZA 25-991</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.L. Spierings</contributor><issued>2026-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8001</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8001</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8001"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgmachtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/471552</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:8823</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8823</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:8823"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil over de vraag of een expediteur de overeenkomst voor vervoer over zee op eigen naam heeft gesloten. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Een deel van de demurrage vordering wordt afgewezen omdat (conform Engels recht) het commerciële doel van de overeenkomst op 4 februari 2021 is weggevallen. De vernietigingskosten zijn onvoldoende onderbouwd en worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/681738 / HA ZA 24-574</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.A.M. Laan</contributor><issued>2026-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6998</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6998</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6998"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening over ambtelijk horen in plaats van een hoorzitting door de bezwaarschriftencommissie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7607</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10439</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10439</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10439"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Bevoegdheidsincident. Rechtbank verklaart zich bevoegd t.a.v. Chinese gedaagden. Geen multimodale vervoerovereenkomst maar een unimodale wegvervoerovereenkomst. CMR van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/377740</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:5444</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5444</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:5444"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Luchtvaart. De passagier vordert compensatie en schadevergoeding van de vervoerder vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat hij niet hoeft te compenseren omdat de annulering het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. De vlucht na de vlucht in kwestie dreigde de nachtsluiting van Schiphol te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Daarom slaagt het verweer niet. De compensatie wordt toegewezen. De schadevergoeding voor kosten van een alternatieve busreis valt niet onder de reikwijdte van de Verordening en is ook niet toewijsbaar op grond van het Burgerlijk Wetboek. Bovendien is de kantonrechter niet bevoegd om van dit gedeelte van de vordering kennis te nemen, voor zover dit is gebaseerd op het Verdrag van Montreal. Daarom wordt dit gedeelte van de vordering afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11519989 \ CV EXPL 25-579</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9156</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9156</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9156"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Luchtvaart; Annulering. Buitengewone omstandigheden, namelijk restricties door de luchtverkeersleiding en het nachtregime van luchthaven Amsterdam-Schiphol Airport. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagiers wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11842250</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4946"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding; Verzekeraar weigert om verder nog letselschadezaken af te handelen met drie letselschadebureau ’s en hun bestuurders met wie zij geen zaken meer wil doen. Volgens het hof mag een verzekeraar dat weigeren wanneer zij daarvoor goede redenen heeft. In dit geval is voldoende aannemelijk geworden dat de verzekeraar goede redenen heeft voor haar weigering; De registraties in het EVR zijn al door de verzekeraar verwijderd; De registraties in het IVR mogen ten aanzien van de letschadebureau ’s worden gehandhaafd. Ten aanzien van de bestuurders moeten zij worden verwijderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.220</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep kort geding</description><issued>2026-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4947"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzekeringsfraude, artikel 7:941 BW lid 5. Inbraak. Onjuiste inlichtingen over gestolen sieraden. Opzet tot misleiding aangenomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.618</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1660</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1660</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1660"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6:162 BW, verzekeringsfraude door wederpartij verzekerde, onjuiste informatieverstrekking over letsel en materiele schade, poging om verzekeraar opzettelijk te misleiden is onrechtmatig, onderzoekskosten verhaalbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.679/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14755</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14755</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14755"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gebreken, huurprijsvermindering, huur onjuist verhoogd</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11918340 CV EXPL 25-21613</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8178</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8178</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8178"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor kortere duur dan oorspronkelijk verzocht, uitleg waarom vader zonder gezag wel als belanghebbende aangemerkt wordt en uitleg waarom het de dag voor de zitting gewijzigde verzoek niet wordt meegenomen omdat dat in strijd is met de goede procesorde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/470610 / ZJ RK 26-653 en C/05/470617 / ZJ RK 26-654</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6490</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6490</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6490"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening. Geen besluit. Onbekende verweerder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2469</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.P.K. van Rosmalen</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:9701</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:9701</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:9701"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schade aan woning, voorschot op herstelkosten in kort geding toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/419243 KG ZA 24-83 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7001</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7001</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7001"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening over ambtelijk horen in plaats van een hoorzitting door de bezwaarschriftencommissie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7609</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6819"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek handlichting toegewezen door de kantonrechter.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12241846 UT VERZ 26-3505</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.A.T. Engbers</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14749</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14749</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14749"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kosten medische behandeling in België</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12271258 CV EXPL 26-15131</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13838</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13838</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13838"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Huurachterstand. Verzet. Verzet deels gegrond en deels ongegrond. De huurovereenkomst wordt onder opschortende voorwaarde ontbonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12271970 \ CV EXPL 26-3766</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7000</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7000</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7000"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening over ambtelijk horen in plaats van een hoorzitting door de bezwaarschriftencommissie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8022</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8022</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8022"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging zorgregeling. Er geldt geen zorgregeling meer tussen de vader en de minderjarige. Ondanks alle ingezette hulpverlening is gebleken dat er bij de minderjarige al langere tijd geen ruimte meer is of mogelijkheden zijn voor een contact en een contactherstel met de vader. Een zorgregeling met de vader of opnieuw een onderzoek door de Raad is nu niet in het belang van de minderjarige. Dat levert de minderjarige teveel druk en spanning op en dat is niet in haar belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/440537 / FA RK 24-2875</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4266</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4266</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4266"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 mei 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan Dekmantel B.V. een vergunning verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het houden van het twee dagen durend, jaarlijks terugkerend muziekfestival Lentekabinet en de daarbij behorende op- en afbouwwerkzaamheden in het Twiske. De natuurvergunning is verleend voor de periode van 28 mei 2022 tot en met 28 mei 2026. Dekmantel B.V. heeft een natuurvergunning aangevraagd om in de jaren 2022-2026 elk jaar een twee dagen durend muziekfestival te organiseren, genaamd Lentekabinet, in het Twiske, gelegen in Oostzaan. Het Twiske maakt onderdeel uit van het Natura 2000-gebied "Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld &amp;amp; Twiske" en is samen met Ilperveld en Varkensland aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn. Daarnaast zijn Ilperveld, Varkensland en Oostzanerveld aangewezen op grond van de Habitatrichtlijn. Er worden maximaal 16.000 bezoekers toegelaten en het festival vindt jaarlijks plaats in één van drie weekenden aan het einde van de maand mei of één van de eerste twee weekenden van juni. De op- en afbouw duurt maximaal zeven dagen voorafgaand en maximaal vier dagen na afloop van het festival. Partijen hebben laten weten dat inmiddels een aanvraag voor een nieuwe natuurvergunning is ingediend voor het houden van het festival vanaf 2027.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202305427/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1534</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1534</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1534"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Uit de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan voor de afloop van de bezwaartermijn volgt niet dat belanghebbende tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de naheffingsaanslag. Artikel 24a Awr. Geen plaats voor toepassing van genoemd artikel in de periode vóór de inwerkingtreding daarvan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1351</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. van Dongen</contributor><issued>2026-10-21</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 24a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5315</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1951</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1951</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1951"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. De onroerende zaak is een gaswinnings- en gasbehandelingslocatie en bestaat uit grond en opstallen. De opstallen kunnen worden onderscheiden in drie onderdelen: putten, ‘utilities’ (ook wel: installaties) en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de waardering van de onroerende zaak heeft de Hoge Raad in een verwijzingsarrest beslist dat verwijzing moet volgen voor een nadere beoordeling met betrekking tot: (a) de abandonneringskosten; (b) de buiten beschouwing te laten werktuigen, en (c) de correctie wegens excessieve gebruikskosten. Het hof is van oordeel dat de abandonneringskosten alleen voor het onderdeel putten gelden en zijn aldus ten onrechte in aanmerking genomen ter zake van de onderdelen installaties en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de buiten beschouwing te laten werktuigen is het hof van oordeel dat belanghebbende na verwijzing niet heeft voldaan aan haar bewijslast en dat dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de uit te zonderen bestanddelen. Het hof oordeelt in goede justitie dat de excessieve gebruikskosten voor de utilities vastgesteld moeten worden op 12,5%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/856</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.E. Smorenburg, mr. drs. E.P.A. Brakeboer, mr. J.K. Lanser</contributor><issued>2026-10-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2020:2803</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11125</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11125</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11125"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Er is wel sprake van spoedeisend belang ondanks dat de huur is opgezegd. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12371800 \ CV EXPL 26-4835</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6999</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6999</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6999"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening over ambtelijk horen in plaats van een hoorzitting door de bezwaarschriftencommissie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7600</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6491"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. De situatie is nog kwetsbaar en pril waardoor het van belang is dat er een vangnet is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350737 / JE RK 26-1347</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Koene</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8066</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8066</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8066"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ondertoezichtstelling. Spoedmachtiging is nodig om te voorkomen dat de ouders de minderjarige bij haar pleegouders ophalen. De ouders hebben zorgen over seksueel misbruik, na uitspraken van het zesjarige meisje. Er is niets dat de zorgen bevestigt. Overplaatsen op basis van wat nu bekend is zou voor het meisje, dat haar hele leven al bij de pleegouders woont, onevenredig ingrijpend zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/472221</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6492"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlening ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Beide ouders verblijven in detentie en het is nog onduidelijk wanneer zij naar huis mogen. Het lukt de ouders en verzorgers niet om afspraken te maken over de kinderen waardoor de kinderen onduidelijkheid ervaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351182 / JE RK 26-1443</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Koene</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6494</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6494</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6494"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor korte duur omdat moeder last minute verhinderd was om op de zitting te verschijnen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350983 / JE RK 26-1401</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.M.F. Schreurs, mr. A. Flos, mr. R. De Vries</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14731</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14731</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14731"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Nakoming regeling getroffen over gemeenschappelijke woning na beëindiging samenwoning. Toewijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725041 / KG ZA 26-883</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14729"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding. Vordering van fabrikant, die geen inschrijver is. Beroep op niet-ontvankelijkheid slaagt niet. Voldoende belang bij vordering. Voorwaarden voor nadere opdrachten onder raamovereenkomst staan onvoldoende vast. Fundamenteel gebrek. Toewijzing vorderingen. Staken aanbesteding. Zie vonnissen in parallelle zaken 725374 en 725354 van zelfde datum.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724661 / KG ZA 26-850</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14943</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14943</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14943"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet dieren. Vier boetes opgelegd. Pijn en/of lijden bij kuikens. Oorzaak van de letsels niet in alle gevallen duidelijk. Is bewezen dat de dieren niet elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden is bespaard? Matiging van één van de boetes omdat te veel tijd is verstreken tussen de overtreding en de toezending van het boetevoornemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/3909, ROT 25/4652 en ROT 25/4576</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6502</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6502</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6502"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft juridische werkzaamheden voor gedaagde verricht. Volgens gedaagde had eiser een herzieningsprocedure moeten starten, is hij tekortgeschoten in de juridische begeleiding en heeft hij zinloze handelingen verricht. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn gronden voor herziening (artikel 382 Rv) niet aannemelijk geworden en is niet gebleken van een tekortkoming. De vordering in conventie tot betaling van de facturen wordt toegewezen. Gedaagde was vooraf voldoende in staat om de financiële consequenties in te schatten. De vordering in reconventie wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12046880 \ CV EXPL 26-27</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.S. Kuipers</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14912"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725330 / JE RK 26-1667</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7082"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">huurtoeslag - medebewonerschap - verweerder mocht afgaan op BRP gegevens - tegenbewijs onvoldoende - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/169</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Keurentjes</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8095</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8095</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8095"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderen hebben vier jaar geen contact met hun vader gehad. Zij zijn in kort geding voorlopig aan de vader toevertrouwd en hebben nagenoeg geen contact met hun moeder. Dit is een uitkomst die niemand in het belang van de kinderen acht, ook deze rechtbank niet. De rechtbank heeft er nog vertrouwen in dat het gewenste einddoel, namelijk twee ouders in het leven van deze kinderen, bereikt kan worden. Dit vraagt van de moeder, de vader en de GI dat er de komende tijd stappen worden gezet. Daarnaast is een nieuw toetsmoment nodig om te beoordelen hoe het verder moet als die stappen niet gezet worden. Aanhouding van de beslissing met opdracht aan de GI</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/469334</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7083</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7083</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7083"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Huurtoeslag - te hoog vermogen - evenredigheid - verslag hoorzitting - beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2055</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S. Keurentjes</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2025:1512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:1512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2025:1512"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Op 28 november 2022 is eiser tijdens werkzaamheden op de bouw van een steiger gevallen, met letsel tot gevolg. In deze zaak gaat het om de vraag of gedaagden aansprakelijk zijn voor de schade die eisers stellen te hebben geleden als gevolg van de val van de steiger. Gedaagden betwisten de door eisers gestelde toedracht en betogen, onder meer, dat eiser zelf de plankiers van de steiger heeft los geklikt. De rechtbank oordeelt dat eisers worden toegelaten te bewijzen dat eiser ten val is gekomen als gevolg van gebrekkig materiaal en/of te weinig valbeveiliging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/300927 / HA ZA 23-303</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.E. Zweers</contributor><issued>2025-03-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6498"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis. Eisers zijn niet geslaagd in hun bewijsopdracht. Er staat niet vast dat gedaagde ten val is gekomen als gevolg van gebrekkig (steiger)materiaal en/of te weinig valbeveiliging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/300927 / HA ZA 23-303</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.E. Zweers</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2025:1512</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14944"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het medeplegen van het aanwezig hebben van ruim 95 kilogram heroïne, het medeplegen van het witwassen van een geldbedrag van in totaal € 176.770,-, het medeplegen van de handel in heroïne en deelname aan een criminele organisatie. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van viereneenhalf jaar. Bij de strafoplegging is rekening gehouden met de forse overschrijding van de redelijke termijn. De in beslag genomen geldbedragen en het horloge (omschrijving 653322) worden verbeurd verklaard. Het horloge (omschrijving 653337) moet worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/066786-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8110</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8110</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8110"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek omgangsregeling tussen kinderen en hun tante en grootouders. Beoordeling of er sprake is van een ‘nauwe persoonlijke betrekking’ in de zin van artikel 1:377a lid 1 BW. Alleen grootouders zijn ontvankelijk in hun verzoek, omdat hun band verder gaat dan de normale band tussen grootouders en kleinkinderen. Tante niet-ontvankelijk verklaard vanwege normale band met de kinderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/467503</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6495</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6495</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6495"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing; toetsing perspectiefbesluit in die zin dat de rechtbank erachter staat dat niet meer wordt toegewerkt naar thuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350987 / JE RK 26-1404</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Hoeven, mr. M. Vodegel, mr. E.F. Smeele</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7140</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7140</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7140"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing door de Dienst Toeslagen om eiser aan te merken als ex-toeslagpartner waardoor eiser niet onder de ex-toeslagpartnerregeling valt. Dit betekent dat eiser niet in aanmerking komt voor een financiële compensatie voor materiële en immateriële schade die eiser heeft geleden. Dienst Toeslagen heeft terecht besloten eiser niet aan te merken als ex-toeslagpartner. Van een onjuiste inschrijving in de BRP is geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2255</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14904</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14904</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14904"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726099 / JE RK 26-1787</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6493</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6493</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6493"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing; toetsing perspectiefbesluit in die zin dat de rechtbank erachter staat dat niet meer wordt toegewerkt naar thuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350989 / JE RK 26-1405</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Hoeven, mr. M. Vodegel, mr. E.F. Smeele</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:1991:ZC0182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1991:ZC0182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:1991:ZC0182"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1991-03-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 14142</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Martens, Bloembergen, Haak, Roelvink, Boekman</contributor><issued>2020-12-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:1991:6</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6497</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6497</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6497"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Is rechtbank onbeveogd vanwege arbitragebeding in UAV 2012? De rechtbank komt tot het oordeel dat zij bevoegd is om van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen. Dit betekent dat de incidentele vordering wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/348149 / HA ZA 26-177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6501</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6501</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6501"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">SMC vordert betaling van de jaarlijkse abonnementskosten van het alarmsysteem. gedaagde betwist de vordering en voert aan dat hij geen overeenkomst heeft gesloten met SMC. De kantonrechter wijst de vordering af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12265947 \ CV EXPL 26-1826</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Marsman</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2005:AT7542</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AT7542</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2005:AT7542"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2005-11-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Nationaliteitsrecht, verlies van eerder verleend Nederlanderschap in geval van naturalisatiebesluit waarin valse of fictieve persoonsgegevens zijn opgenomen?, strekking van art. 14 RWN.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: R04/127HR</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.C. Kop mr. E.J. Numann mr. F.B. Bakels</contributor><issued>2005-11-11</issued><reference relation="citing" lang="nl">Rijkswet op het Nederlanderschap 14</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2005:AT7542</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2006:AV0054</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2006:AV0054</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2006:AV0054"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2006-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Nederlanderschap. Naturalisatiebesluit uit 1999 van een vluchteling uit voormalig Joegoslavië op basis van naderhand niet juist gebleken achternaam, geboorteplaats en namen van zijn ouders; vaststellingsverzoek ex art. 17 RWN. Een vóór – de wetswijziging bij de Rijkswet Stb. 2000, 618 per – 1 april 2003 verleend naturalisatiebesluit dat berust op valse of fictieve persoonsgegevens heeft géén rechtsgevolg behoudens bijzondere omstandigheden die de aanvrager desondanks voldoende identificeerden ten behoeve van een behoorlijk antecedentenonderzoek. Een na die datum verleend naturalisatiebesluit heeft wèl rechtsgevolg zolang het niet met toepassing van art. 14 lid 1 RWN is ingetrokken (ook) in gevallen waarin de aanvrager weliswaar zijn personalia niet juist heeft opgegeven en het besluit hem derhalve niet met de juiste personalia aanduidt maar niet in twijfel is dat het op deze persoon betrekking heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: R05/095HR</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.B. Fleers O. de Savornin Lohman P.C. Kop J.C. van Oven W.A.M. van Schendel</contributor><issued>2006-06-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Rijkswet op het Nederlanderschap 14</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2006:AV0054</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31650"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel Sri Lanka, in het midden laten geloofwaardigheid, vrees bij terugkeer, traumatabeleid, 8 EVRM, Chavez, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.18176</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:985"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 17 van de Wet OB 1968. Belanghebbende is van mening dat zij voor haar activiteiten, die bestonden uit het managen en coördineren van het paardenspringteam van een buitenlandse paardensportbond, recht heeft op teruggaaf van omzetbelasting. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Belanghebbende, op wie de bewijslast rust, heeft niet aannemelijk gemaakt dat de teruggaaf verband houdt met (niet van btw vrijgestelde) verleende diensten. De latere vastlegging van de activiteiten in een sponsorovereenkomst is onvoldoende overtuigend om aannemelijk te achten dat sprake is van het verlenen van (niet vrijgestelde) diensten onder bezwarende titel. Wel heeft belanghebbende recht op een vergoeding van immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/5000</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2025-02-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6500</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6500</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6500"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verstek. Kort geding vordering betaling van diverse geldsommen alsmede een veroordeling tot medewerking aan de terugname van de auto en overschrijving van het kenteken van de auto.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12300200 \ CV EXPL 26-2236</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Verstek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Marsman</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:8811</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:8811</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:8811"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo; Wet open overheid (Woo); Veiligheidsrisico; Motivering besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 26/1617</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E.J. Sprakel</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:1952:1</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1952:1</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:1952:1"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1952-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM-cassatie. Economische zaak. (Opzettelijke) invoer vanuit Duitsland van partij tandtechnische artikelen zonder vereiste documenten, art. 31.1 Deviezenbesluit 1945. Kleurloos opzet. Vereist art. 31.1 Deviezenbesluit 1945 alleen opzet t.a.v. verboden gedraging dan wel tevens opzet t.a.v. omstandigheid dat verdachte door die gedraging een bij of krachtens Deviezenbesluit 1945 gegeven voorschrift overtrad? In oude kwestie of opzet boos opzet moet zijn, is inzicht opgekomen dat in het algemeen feiten strafbaar behoren te zijn, zowel wanneer verdachte beseft heeft als wanneer hij had behoren te beseffen dat zijn gedraging was van onrechtmatigheid die uitdrukking vond in haar strafbaarstelling. In beide gevallen kunnen feiten ook strafbaar zijn tot eenzelfde maximum, zodat alleen bij afwezigheid van alle schuld t.a.v. die onrechtmatigheid strafbaarheid ontbreekt. Dit inzicht heeft geen betwisting meer gevonden, daargelaten enkele gevallen waarin Strafwetboek het woord 'opzettelijk' zonder disjunctief 'en' heeft doen volgen door 'wederrechtelijk' en in zoverre (gelet op hetgeen makers van dat wetboek zich voornamen door plaats van eerstgenoemd woord uit te drukken) gemeend kan worden dat op bedoelde onrechtmatigheid bepaaldelijk opzet gericht zou moeten zijn. Later is bij sommige gevallen van sanctiebepaling in bijzondere wet, die op overtreden van reeks van haar normen straf stelt, twijfel ontstaan door omstandigheid dat wetgever het opzettelijk begaan van die feiten zwaarder dan het zonder meer begaan strafbaar wilde doen zijn en wel als misdrijf en daartoe straf stelde (zoals in art. 31 Deviezenbesluit 1945) op 'opzettelijke overtreding van bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften'. Deze delictsaanduiding kan doen menen dat opzet behalve op verrichte gedraging ook daarop gericht moet zijn dat deze is 'overtreding van een bij of krachtens dit besluit gegeven voorschrift', zodat sanctiebepaling niet bevat de uit verbod geputte weergave van strafbaar feit, waaruit dit gekend kan worden, doch slechts zekere aanwijzing van en verwijzing naar plaats in wetgeving, waar dit verbod is te vinden, en dat daaruit door toevoeging van het enkele woord 'opzettelijk' de bedoelde delictsaanduiding is gevormd. Het aldus samenstellen van sanctiebepaling wijst echter geenszins op bedoeling om haar meer te doen omvatten dan 'zeker opzettelijk handelen of nalaten, terwijl daardoor een bij of krachtens dit besluit gegeven voorschrift wordt overtreden', en dusdoende af te wijken van wat in het algemeen tot strafbaar zijn van feiten vereist is. Ook blijkt onvoldoende van bijzondere grond voor zo’n afwijkende regeling, waarbij (terwijl wel verschil in strafmaximum wordt aangebracht) niet degene die willens en wetens deviezen uitvoert naar hoger maximum gestraft zou kunnen worden dan degene die dat uit onoplettendheid doet en voorts ergerlijke gevallen van zelfzuchtige onwetendheid omtrent in acht te nemen voorschriften niet mede door zwaardere strafbepaling zouden worden getroffen. Gelet hierop moet aangenomen worden dat voor misdrijf van art. 31 Deviezenbesluit 1945 alleen opzet bij verdachte t.a.v. zijn gedraging in haar verschillende bestanddelen vereist is en niet ook zijn opzet t.a.v. onrechtmatigheid van die gedraging in haar geheel. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. de aan bewezenverklaarde gegeven benaming, opgelegde straf en aangehaalde artikelen. CAG: anders. Conclusie niet meer voorhanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 53905</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-01-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:445</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:445</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:445"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-03-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Onder meer klacht over betekenis van zinsnede uit wetsgeschiedenis dat feitelijke terzijdestelling van formele bestuur vereist is om iemand als feitelijk beleidsbepaler ("beleidsbepaler als ware hij bestuurder”) in zin van art. 2:248 lid 7 BW te kunnen aanmerken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/04876</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-03-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:1023</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9874"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Intellectueel eigendom. Burgerlijk procesrecht, obscuur libel: de dagvaarding voldoet niet aan de minimale eisen van leesbaarheid en begrijpelijkheid. Gedaagde heeft in de geluidsstudio van eiser de vocalen ingezongen voor een remake van een muzieknummer. Volgens eiser zijn partijen overeengekomen dat de exploitatie-inkomsten gelijk worden verdeeld en heeft hij auteurs- en naburige rechten op het nummer. Eiser heeft niet voldaan aan de stelplicht en bewijslast ten aanzien van vermeende verdelingsafspraken; de onderbouwing van auteursrechtelijke aanspraken is zodanig gebrekkig geformuleerd dat onduidelijk is waaraan de vorderingen moeten worden getoetst en gedaagden zijn geschaad in hun belang om adequaat verweer te kunnen voeren. De vorderingen worden afgewezen, met veroordeling van eiser in de volledige proceskosten van gedaagden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/767652 / HA ZA 25-933</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1283"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Certificaathouders van Funda en Funda hebben ondernemingskamer verzocht onderzoek te gelasten naar beleid en gang van zaken van Funda. Verzoek is toegewezen. Klachten dat NVM als middellijk aandeelhouder van Funda geen onderwerp kan zijn van enquêteprocedure en dat is miskend dat op middellijk aandeelhouder geen zorgvuldigheidsplicht rust op de voet van art. 2:8 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01738</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2023-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:360</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:302</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:1979:AH8595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1979:AH8595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:1979:AH8595"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1979-04-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige overheidsdaad. Aansprakelijkheid van Gemeente voor gedragingen van wethouder?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11.364</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Dubbink, Minkenhof, Snijders, Haardt, De Groot</contributor><issued>2021-11-01</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6 162</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6 170</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6 172</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:1979:AH8595</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14204"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de weigering van een vergunning aan eiseres voor het opgraven van het lichaam van haar overleden dochter. Eiseres is het niet eens met de weigering van de vergunning. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester in redelijkheid, bij afweging van alle betrokken belangen, heeft kunnen beslissen dat de grafrust gerespecteerd dient te worden en hij de vergunning heeft kunnen weigeren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/1794</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. de Vries, mr. I.S. Burggraaff, mr. A.R. ten Berge</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6878"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter verweerder te verbieden haar bezwaar door middel van ambtelijk horen af te doen en verweerder te gelasten het verzoek voor te leggen aan de BAC. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk, omdat tegen deze beslissing van verweerder op grond van artikel 6:3 Awb geen bezwaar of beroep openstaat. Verzoekster wordt ook niet rechtstreeks in haar belang getroffen door de beslissing van verweerder. Van een onomkeerbaar procedureel nadeel is geen sprake. Verder wordt niet voldaan aan het vereiste van materiële connexiteit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6943</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1355</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1355</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1355"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Unierecht. Consumentenrecht. Bestelknopbepaling (art. 6:230v lid 3 BW; art. 8 lid 2 Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten). Voldoet knop met alleen ‘bestellen’, ‘bestelling plaatsen’ of ‘bestelling afronden’ aan art. 6:230v lid 3 BW? Ambtshalve toetsing in zaken waar consument verstek laat gaan. Volledige dan wel gedeeltelijke vernietiging als overeenkomst is gesloten m.b.v. onjuiste bestelknop?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01972</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudiciële beslissing</description><issued>2024-10-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1083</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1366</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1366</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1366"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Unierecht. Consumentenrecht. Bestelknopbepaling (art. 6:230v lid 3 BW; art. 8 lid 2 Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten). Kan handelaar recht hebben op vergoeding o.g.v. onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking als op afstand gesloten overeenkomst is vernietigd wegens onjuiste bestelknop? Art. 6:203, 6:210 en 6:212 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01968</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudiciële beslissing</description><issued>2024-10-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1082</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:1981:AG4267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1981:AG4267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:1981:AG4267"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1981-11-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Toepasselijkheid van algemene voorwaarden. Verrassende bedingen in die voorwaarden. Toestemming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11.737</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Drion, Haardt, Martens, Van Den Blink, Verburgh, Biegman- Hartogh</contributor><issued>2021-11-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:1981:AG4267</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10651</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10651</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10651"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgings-EAB België: Tussenuitspraak om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de opgestelde vragen t.a.v. artikel 9 OLW voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. De opgeëiste persoon beroept zich op de terugkeergarantie. De detentiegarantie is voldoende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-175689-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:1981:AC7336</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1981:AC7336</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:1981:AC7336"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1981-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">1. Gesprek op straat is i.c. geen verhoor als bedoeld in art. 29 lid 2 Sv. 2. Verdachte was, ondanks zijn slechte geestelijke en lichamelijke toestand, in staat in vrijheid te bepalen wat hij wenste te verklaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 72931</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Moons, Van Der Ven, De Waard, Hermans, Jeukens</contributor><issued>2024-12-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:1981:AC7336</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10505"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling 6 x diefstal, 2 x schennispleging en 4 x overtreden gebiedsverbod. ISD-maatregel 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-193015-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, mr. H. Skalonjic, drs. mr. M. Koek</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7468</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7468</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7468"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep. Wht. Verzoek herbeoordeling kinderopvangtoeslag voor een deel van de toeslagjaren afgewezen. Op de zaak betrekking hebbende stukken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1578</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. van der Linde</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10508"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot aanranding met minderjarige beneden de 12 jaar en bedreiging. Voorwaardelijke PIJ-maatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-137202-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.E. Verschoor-Bergsma, mr. H. Skalonjic, mr. N.C.W. Haesen</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10513"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Stalking NPO-medewerkers/familie en doxing. Dagvaarding deels nietig: rechtspersoon geen persoonlijke levenssfeer. OM deels n.o. wegens ontbreken klacht bij stalkingfeit. Veroordeling voor stalking; vrijspraak voor doxing. Ontoerekeningsvatbaar, ovar. Tbs met verpleging + art. 38z Sr.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02.046538.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Bergen, mr. H. Skalonjic, drs. mr. M. Koek</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10495</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10495</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10495"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling mishandeling eigen kinderen door met de hand tegen hoofd en lichaam te slaan, meermalen gepleegd. Taakstraf 120 uur. Gevorderde immateriële schade naar billijkheid toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02.100973.24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10499</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10499</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10499"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor poging doodslag door met een auto op het slachtoffer in te rijden. In de bewijsmiddelen zijn voldoende aanknopingspunten te vinden op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat de snelheid van de auto van verdachte op het moment van de aanrijding aanzienlijk moet zijn geweest. Wanneer een bestuurder van een auto met een aanzienlijke snelheid op een voetganger inrijdt terwijl er voor de voetganger maar beperkte mogelijkheden zijn om uit te wijken, dit een aanmerkelijke kans oplevert dat de voetganger dit met de dood moet bekopen. Oplegging van een gevangenisstaf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 3 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-189717-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. K. Verschueren, mr. E.B. Prenger, A.K. Bloemendal</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7575</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7575</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7575"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2979</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10500</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10500</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10500"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor belaging en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Beroep op noodweer dan wel noodweerexces wordt verworpen. Verdachte komt geen beroep op volledige of verminderde toerekeningsvatbaarheid toe. Verdachte heeft ervoor gekozen om weer drugs te gaan gebruiken, zo ook in de ten laste gelegde periode. Hij heeft daarmee zelf het risico in het leven geroepen dat hij in een psychose zou geraken en strafbare feiten zou gaan plegen. Oplegging van een gevangenisstraf van 145 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met bijzondere voorwaarden en aftrek van het voorarrest. Oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel (38v Sr), inhoudende een contactverbod voor de duur van 3 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-235604-25; 02-235767-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. K. Verschueren, mr. E.B. Prenger, A.K. Bloemendal</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:1981:AG4271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1981:AG4271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:1981:AG4271"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1981-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11708</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Ras, Snijders, Royer, Martens, De Groot, Haak</contributor><issued>2021-04-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:1981:AG4271</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10511"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor artikel 6 WVW waarbij de schuld bestaat uit zeer onvoorzichtig en onoplettend verkeersgedrag. Zwaar lichamelijk letsel. Er wordt sterk rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het tijdsverloop. Aan verdachte wordt opgelegd een taakstraf van 240 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een voorwaardelijke rijontzegging van 18 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02.271412.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Hamburger, mr. I. de Graaf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10512"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte is veroordeeld voor meerdere verkeersfeiten, waaronder artikel 6 WVW waarbij sprake is van roekeloos rijgedrag. Gevangenisstraf van 30 maanden en een rijontzegging van 5 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02.015378.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Hamburger, mr. I. de Graaf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7576</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7576</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7576"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2902</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:269</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:269</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:269"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. Een 15-jarige jongen is hierbij om het leven gekomen. De verdachte is een stukje verderop in zijn been geraakt, en heeft toen zelf ook geschoten. Vrijspraak voor poging doodslag. Veroordeling voor openlijke geweldpleging en vuurwapenbezit. Gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00138/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:1831</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:1831</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:1831"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 17 juli 2024 heeft de examencommissie van Fontys Paramedisch de door [appellant] gemaakte examens SVL 1 en SVL 2 wegens fraude ongeldig verklaard, bepaald dat [appellant] beide examens volledig opnieuw moet maken, hem van 17 juli 2024 tot en met 31 augustus 2025 uitgesloten voor het maken van de examens en bepaald dat de fraude wordt opgenomen in het studentenadministratiesysteem. Hij heeft positieve feedback op zijn portfolio vervalst met gebruik van valse internetsites. Bij beslissing van 19 juli 2024 heeft de examencommissie de duur van de uitsluiting herzien naar één jaar, te weten tot en met 17 juli 2025. Bij [appellant] is niet eerder fraude vastgesteld. Deze zaak gaat over de vraag of de sancties die kunnen volgen op fraude zijn gebaseerd op een criminal charge als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en bestraffende sancties zijn als bedoeld in artikel 5:2 eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406189/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2025-04-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6504</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6504</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6504"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 38-jarige man tot een gevangenisstraf van veertien jaren en betaling van schadevergoedingen aan de benadeelde partijen. De verdachte heeft een kwetsbare met verslaving(en) kampende vrouw met fors geweld en op brute wijze om het leven gebracht. Daarnaast heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan de mishandeling van zijn partner en zijn zus.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08-096590-25 en 03-102559-25 (gev.) (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.T.C. Jordaans, mr. M.A.H. Heijink, mr. P.A.M. Miltenburg</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7577</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7577</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7577"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2588</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6505"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 25-jarige man tot een gevangenisstraf van 102 dagen en een taakstraf van 120 uren. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van een kwetsbare en met verslaving(en) kampende vrouw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08-099342-25 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.T.C. Jordaans, mr. M.A.H. Heijink, mr. P.A.M. Miltenburg</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2013:38</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:38</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2013:38"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2013-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Executeursbenoeming. Testamentair bewind. Taken en bevoegdheden executeur; beheer goederen nalatenschap, art. 4:144 lid 1 BW. Beëindigen beheer na eindigen taak als executeur; art. 4:150 lid 1 BW. Procesrecht. Herstel door Hoge Raad van kennelijke vergissing in uitspraak hof; ontvankelijkheid van het cassatieberoep; art. 31, 32, 399 Rv. Hoge Raad komt terug van HR 18 juni 2010, LJN BL9596, NJ 2010/389 en doet zelf de zaak af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12/00626</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. F.B. Bakels, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth en G. de Groot</contributor><issued>2013-07-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2013:BZ7183</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2013:39</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:39</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2013:39"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2013-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Executeursbenoeming. Testamentair bewind. Taken en bevoegdheden executeur; beheer goederen nalatenschap, art. 4:144 lid 1 BW. Beëindigen beheer na eindigen taak als executeur; art. 4:150 lid 1 BW. Procesrecht. Herstel door Hoge Raad van kennelijke vergissing in uitspraak hof; ontvankelijkheid van het cassatieberoep; art. 31, 32, 399 Rv. Hoge Raad komt terug van HR 18 juni 2010, LJN BL9596, NJ 2010/389 en doet zelf de zaak af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12/00634</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. F.B. Bakels, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth, G. de Groot</contributor><issued>2013-07-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5705</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2013:BZ7796</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7578"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2831</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2002:AE1839</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2002:AE1839</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2002:AE1839"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2002-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200002886/1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2002-04-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2002:AF1163</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2002:AF1163</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2002:AF1163"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2002-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200100106/2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2002-11-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7579</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7579</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7579"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3084</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2007:AZ1634</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:AZ1634</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2007:AZ1634"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2007-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling Nederlanderschap; gelijke beslissing als in de zaak met nr. R05/125.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: R05/153HR</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Beukenhorst mr. P.C. Kop mr. E.J. Numann mr. J.C. van Oven mr. W.D.H. Asser</contributor><issued>2007-01-26</issued><reference relation="citing" lang="nl">Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten 26</reference><reference relation="citing" lang="nl">Rijkswet op het Nederlanderschap 4</reference><reference relation="citing" lang="nl">Rijkswet op het Nederlanderschap 17</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2007:AZ1634</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2007:AZ1624</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2007:AZ1624</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2007:AZ1624"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2007-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arubaanse zaak. Vaststelling Nederlanderschap; kind van niet-Nederlandse moeder dat na zijn geboorte door Nederlander wordt erkend; postnatale erkenning in combinatie met gerechtelijk bewijs van het verwekkerschap met het oog op de toepassing van art. 4 Rijkswet (2003) is gelijk te stellen met een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap (art. 1:207 BW); art. 26 IVBPR.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: R05/125HR</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Beukenhorst mr. P.C. Kop mr. E.J. Numann mr. J.C. van Oven mr. W.D.H. Asser</contributor><issued>2007-01-26</issued><reference relation="citing" lang="nl">Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten 26</reference><reference relation="citing" lang="nl">Rijkswet op het Nederlanderschap 4</reference><reference relation="citing" lang="nl">Rijkswet op het Nederlanderschap 17</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2007:AZ1624</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2007:BA6642</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2007:BA6642</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2007:BA6642"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2007-05-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Public disorder en ernstig geschokte rechtsorde: alsnog gevangenhouding na OM-appel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: beschikking</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. Houben, Nijboer, Bronkhorst</contributor><issued>2007-06-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBHAA:2007:BA2938</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2007:BA2938</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBHAA:2007:BA2938"><country>NL</country><court>RBHAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Haarlem</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2007-04-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Geschokte rechtsorde; Afwijzing vordering gevangenhouding gelet op jurisprudentie van het EHRM; Betreft verdachte van drugssmokkel (1512,5 gram cocaine), first offender, woonachtig in Nederland. De rechtbank dient te beoordelen of in het geval van deze verdachte is voldaan aan de grond van gevaar voor maatschappelijke onrust. In dit kader is van belang dat de voorlopige hechtenis van vergelijkbare verdachten in het recente verleden regelmatig is geschorst. Op geen enkele wijze is gebleken dat het feit dat deze verdachten in afwachting van hun berechting op vrije voeten werden gesteld, tot maatschappelijke onrust heeft geleid. De rechtbank ziet in de specifieke feiten en omstandigheden van het onderhavige geval geen enkele concrete aanwijzing dat vrijlating van deze verdachte in afwachting van haar proces mogelijk wél tot maatschappelijke onrust zou leiden. Om die reden concludeert de rechtbank dat er in dit geval geen gronden zijn voor de voorlopige hechtenis. De vordering tot gevangenhouding zal derhalve worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/800389-07</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. De Greeve, Mr. Burg, Mr. Scholte</contributor><issued>2007-04-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 65</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 67</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 67a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4644"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van 28 september 2026 waarmee het college verzoekster heeft uitgeschreven uit de basisregistratie persoonsgegevens (brp). Verzoekster is uitgeschreven naar een onbekende bestemming met ingang van 6 augustus 2026. Vanaf die datum is zij niet langer als ingezetene in de brp geregistreerd. Bij besluit van 9 oktober 2026 is de datum van uitschrijving gewijzigd in 10 augustus 2026. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om de werking van de bestreden besluiten te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoekster.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/3292</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F. Posthumus</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2001:AB2069</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2001:AB2069</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2001:AB2069"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2001-06-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200002411/1.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Leyten-de Wijkerslooth, Boll, Alkema</contributor><issued>2001-07-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2001:AB2070</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2001:AB2070</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2001:AB2070"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2001-06-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200002413/1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Alkema, Mr. Boll, Mr. Leyten-de Wijkerslooth</contributor><issued>2001-07-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 3:19</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 3:44</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 6:7</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 6:8</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet milieubeheer</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet milieubeheer 13.4</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet milieubeheer 20.6</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7580"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2788</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2017:144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2017:144"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-02-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vertegenwoordiging, ontbreken bevoegdheid, onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid voor sluiten overeenkomst namens een pas later opgerichte vennootschap. Bekrachtiging in oprichtingsakte, aan bekrachtigingshandeling te stellen eisen (art. 3:69, 3:33 en 3:37 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/05400</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, M.V. Polak, C.E. du Perron</contributor><issued>2017-02-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 2 203</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 33</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 37</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 69</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2016:1225</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:3002</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2018:724</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2017:143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2017:143"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-02-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onbevoegde vertegenwoordiging, art. 3:61 lid 2 BW. Vervolg van HR 21 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5369. Toerekening aan de achterman op grond van het risicobeginsel; HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671, NJ 2010/115 (ING/Bera). Daaraan te stellen eisen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/03855</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. F.B. Bakels, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, C.E. du Perron</contributor><issued>2017-02-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 61</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2016:1023</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2017:277</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2017:142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2017:142"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-02-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onbevoegde vertegenwoordiging, art. 3:61 lid 2 BW. Toerekening aan de achterman op grond van het risicobeginsel; HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671, NJ 2010/115 (ING/Bera). Daaraan te stellen eisen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/05174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. F.B. Bakels, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze</contributor><issued>2017-02-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 61</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2016:1120</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2015:3240</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2017:150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2017:150"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-02-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verjaring van vordering tot vernietiging koopovereenkomst (art. 3:34 BW)? Betekenis van ‘onbekwaamheid’ in art. 3:52 lid 1, onder a, BW. Bekrachtiging overeenkomst die is aangegaan in strijd met verbod van ‘Selbsteintritt’ (art. 3:68).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/05423</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. E.J. Numann, A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron</contributor><issued>2017-02-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 1</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 1 234</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 1 381</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 32</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 34</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 52</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 68</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 69</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2016:1077</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2015:3278</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7581"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2974</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2017:1112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:1112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2017:1112"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-06-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Diefstal met braak en diefstal (art. 310 en 311.1.5 Sr). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beperkte toetsing in cassatie zal niet veranderen. De HR benadrukt dat een enigszins uiteenlopen van de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet in de weg staat aan het aannemen van eendaadse samenloop of een voortgezette handeling. Voor eendaadse samenloop komt het vooral aan op de vraag of de bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Voor de voortgezette handeling komt het erop aan of de verschillende bewezenverklaarde, elkaar in tijd opvolgende gedragingen (ook met betrekking tot het “wilsbesluit”) zo nauw met elkaar samenhangen dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Het voorgaande brengt mee dat het toepassingsbereik van de regelingen ruimer is dan wellicht uit eerdere rechtspraak kon worden afgeleid. Het toetsingskader voor “één feit” a.b.i. art. 55.1 Sr kan echter niet gelijkgeschakeld worden met het toetsingskader voor “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr. Denkbaar is dat de feitenrechter in geval van eendaadse samenloop, teneinde onevenredige aansprakelijkheid te voorkomen, enkelvoudige kwalificatie aangewezen acht. ’s Hofs oordeel dat m.b.t. het onder 1 en 2 bewezenverklaarde sprake is van meerdaadse samenloop getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarbij neemt de HR in aanmerking dat het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk in zijn overwegingen heeft betrokken dat de onder 1 en 2 bewezenverklaarde gedragingen verschillen wat betreft tijd en plaats, dat bij de onder 1 bewezenverklaarde inbraak meer goederen dan alleen de autosleutel zijn weggenomen en dat ter zake geen verweer is gevoerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/04324</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Van den Brink, Mr. De Hullu, Mr. Van Dorst, mr. Van de Griend, Mr. Van Strien</contributor><issued>2017-06-20</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 55</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 56</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2017:24</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2017:1115</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:1115</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2017:1115"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-06-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Oplichting en diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 326 en 311.1.5 Sr). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beperkte toetsing in cassatie zal niet veranderen. De HR benadrukt dat een enigszins uiteenlopen van de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet in de weg staat aan het aannemen van eendaadse samenloop of een voortgezette handeling. Voor eendaadse samenloop komt het vooral aan op de vraag of de bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Voor de voortgezette handeling komt het erop aan of de verschillende bewezenverklaarde, elkaar in tijd opvolgende gedragingen (ook met betrekking tot het “wilsbesluit”) zo nauw met elkaar samenhangen dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Het voorgaande brengt mee dat het toepassingsbereik van de regelingen ruimer is dan wellicht uit eerdere rechtspraak kon worden afgeleid. Het toetsingskader voor “één feit” a.b.i. art. 55.1 Sr kan echter niet gelijkgeschakeld worden met het toetsingskader voor “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr. Denkbaar is dat de feitenrechter in geval van eendaadse samenloop, teneinde onevenredige aansprakelijkheid te voorkomen, enkelvoudige kwalificatie aangewezen acht. ’s Hofs oordeel dat m.b.t. het onder 5 bewezenverklaarde sprake is van meerdaadse samenloop getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarbij neemt de HR i.h.b. in aanmerking dat de bewezenverklaarde gedragingen en de slachtoffers niet overeenkomen, en dat die gedragingen chronologisch gezien ook geen nauw verband hebben.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/01173</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2017-06-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2017:491</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2017:1111</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:1111</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2017:1111"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-06-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging doodslag en zware mishandeling van X (art. 287 jo. 45 Sr en 302 Sr), poging zware mishandeling van Y (art. 302 jo. 45 Sr) en mishandeling van Z (art. 300 Sr). 1. Voortgezette handeling t.a.v. poging doodslag en zware mishandeling X (art. 56.1 Sr)? 2. Vordering b.p. Ad 1. De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beperkte toetsing in cassatie zal niet veranderen. De HR benadrukt dat een enigszins uiteenlopen van de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet in de weg staat aan het aannemen van eendaadse samenloop of een voortgezette handeling. Voor eendaadse samenloop komt het vooral aan op de vraag of de bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Voor de voortgezette handeling komt het erop aan of de verschillende bewezenverklaarde, elkaar in tijd opvolgende gedragingen (ook met betrekking tot het “wilsbesluit”) zo nauw met elkaar samenhangen dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Het voorgaande brengt mee dat het toepassingsbereik van de regelingen ruimer is dan wellicht uit eerdere rechtspraak kon worden afgeleid. Het toetsingskader voor “één feit” a.b.i. art. 55.1 Sr kan echter niet gelijkgeschakeld worden met het toetsingskader voor “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr. Denkbaar is dat de feitenrechter in geval van eendaadse samenloop, teneinde onevenredige aansprakelijkheid te voorkomen, enkelvoudige kwalificatie aangewezen acht. ’s Hofs oordeel dat het verweer dat, wat betreft de poging doodslag en zware mishandeling van X sprake is van een voortgezette handeling, dient te worden verworpen en dat sprake is van meerdaadse samenloop, is niet z.m. begrijpelijk, in aanmerking genomen dat in ’s Hofs bewijsvoering als zijn vaststelling besloten ligt dat sprake is geweest van één geweldsuitbarsting waarbinnen de bewezenverklaarde feiten hebben plaatsgevonden en dat de strekking van de toepasselijke bepalingen niet dusdanig uiteenloopt dat reeds hierom geen sprake kan zijn van eendaadse samenloop of een voortgezette handeling. Geen cassatie, omdat verdachte geen belang heeft bij de klacht. Ad 2. Gegronde klachten over toegewezen vordering b.p. Z, i.h.b. wat betreft immateriële schade in de vorm van shockschade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/03725</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. Van Dorst, De Hullu, Van den Brink, Van de Griend, Van Strien</contributor><issued>2017-06-20</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 45</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 55</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 56</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 68</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 287</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 300</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 302</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 313</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2016:1528</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2017:1113</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:1113</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2017:1113"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-06-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opiumwetdelicten (art. 3.B en 11b Opiumwet). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beperkte toetsing in cassatie zal niet veranderen. De HR benadrukt dat een enigszins uiteenlopen van de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet in de weg staat aan het aannemen van eendaadse samenloop of een voortgezette handeling. Voor eendaadse samenloop komt het vooral aan op de vraag of de bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Voor de voortgezette handeling komt het erop aan of de verschillende bewezenverklaarde, elkaar in tijd opvolgende gedragingen (ook met betrekking tot het “wilsbesluit”) zo nauw met elkaar samenhangen dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Het voorgaande brengt mee dat het toepassingsbereik van de regelingen ruimer is dan wellicht uit eerdere rechtspraak kon worden afgeleid. Het toetsingskader voor “één feit” a.b.i. art. 55.1 Sr kan echter niet gelijkgeschakeld worden met het toetsingskader voor “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr. Denkbaar is dat de feitenrechter in geval van eendaadse samenloop, teneinde onevenredige aansprakelijkheid te voorkomen, enkelvoudige kwalificatie aangewezen acht. ’s Hofs oordeel dat m.b.t. het onder 1 en 2 bewezenverklaarde sprake is van meerdaadse samenloop getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, gelet op het hiervoor overwogene en in aanmerking genomen de mate waarin de strekkingen van de art. 3.B en art. 11B Opiumwet uiteenlopen. Aan dit oordeel doet niet af dat een niet-gelijktijdige vervolging voor beide feiten onder omstandigheden vragen oproept i.v.m. art. 68 Sr. Samenhang met 15/04918 en 16/00667.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/05968</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2017-06-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2017:489</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2015:4185</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2017:1114</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:1114</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2017:1114"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-06-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opiumwetdelicten (art. 10a en 10.5 Opiumwet). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beperkte toetsing in cassatie zal niet veranderen. De HR benadrukt dat een enigszins uiteenlopen van de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet in de weg staat aan het aannemen van eendaadse samenloop of een voortgezette handeling. Voor eendaadse samenloop komt het vooral aan op de vraag of de bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Voor de voortgezette handeling komt het erop aan of de verschillende bewezenverklaarde, elkaar in tijd opvolgende gedragingen (ook met betrekking tot het “wilsbesluit”) zo nauw met elkaar samenhangen dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Het voorgaande brengt mee dat het toepassingsbereik van de regelingen ruimer is dan wellicht uit eerdere rechtspraak kon worden afgeleid. Het toetsingskader voor “één feit” a.b.i. art. 55.1 Sr kan echter niet gelijkgeschakeld worden met het toetsingskader voor “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr. Denkbaar is dat de feitenrechter in geval van eendaadse samenloop, teneinde onevenredige aansprakelijkheid te voorkomen, enkelvoudige kwalificatie aangewezen acht. ’s Hofs oordeel dat m.b.t. het onder 1 en 2 bewezenverklaarde sprake is van meerdaadse samenloop is niet z.m. begrijpelijk gelet op het hiervoor overwogene en in aanmerking genomen dat sprake is van een vergelijkbare strekking van de toepasselijke strafbepalingen en een zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex, terwijl in ’s Hofs overwegingen besloten ligt dat de onder 2 bewezenverklaarde voorbereidingshandelingen slechts zien op het onder 1 bewezenverklaarde feit. Geen cassatie, omdat verdachte geen belang heeft bij de klacht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/02956</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Van den Brink, Mr. De Hullu, Mr. Van Dorst, mr. Van de Griend, Mr. Van Strien</contributor><issued>2017-06-20</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 55</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 56</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2017:490</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:270</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:270</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:270"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. De 15-jarige neef van de verdachte is hierbij om het leven gekomen. Tweede schietpartij een half uur later. Het Gerecht gaat ervan uit dat de tweede schietpartij een wraakactie was voor het neerschieten van de neef. De verdachte is bij Club Rush niet aanwezig geweest, maar is wel meegegaan bij het tweede incident. Veroordeling voor poging moord. Overwegingen over medeplegen en inwisselbaarheid van rollen. Conform het advies van de psycholoog wordt de verdachte volgens het jeugdrecht berecht. Hij krijgt de maximale straf van 4 jaar jeugddetentie. Daarnaast wordt de PIJ-maatregel opgelegd. Overwegingen over de plaats van tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00223/25 en 400.00174/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13839</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13839</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13839"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De gevorderde ontbinding en ontruiming zijn toewijsbaar. De huurachterstand is erkend. De belangen van {gedaagde} bij het behoud van de woning leiden er in dit geval niet toe dat de ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat al een keer eerder in een procedure bij de kantonrechter de huurovereenkomst is ontbonden en de huurder is veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling van een huurachterstand. Er is dus sprake van een herhaalde wanprestatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11963750 \ CV EXPL 25-7604</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BH2815</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BH2815</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BH2815"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease; proefproces. Aansprakelijkheid Bank wegens schending zorgplicht bij aanbieden aflossingsproduct (KoersExtra) door niet te waarschuwen voor daaraan verbonden restschuldrisico, niet de inkomens- en vermogenspositie van belegger te onderzoeken en niet het aangaan van de overeenkomst te ontraden. Strekking bijzondere zorgplicht; causaal verband, toerekening in zin van art. 6:98 BW, stelplicht- en bewijslastverdeling; terugbetalingsplicht Bank van rente- en aflossingscomponent?, eigen schuld particuliere afnemer, gezichtspunten; schadeverdeling (40/60); dwaling, geen schending van mededelingsplicht bij tijdige en voldoende duidelijke inlichtingen over wezenlijke kenmerken van overeenkomst (art. 6:228 lid 1 onder b BW); misleidende reclame bij aanbieden van effectenlease-product in brochure (art. 6:194 BW)?, maatstaf; vernietigbaarheid wegens misbruik van omstandigheden (art. 3:44 lid 1 en 4 BW)? Wet op het consumentenkrediet niet van toepassing op een effectenlease-overeenkomst. Collectieve afwikkeling massaschade, op voet van art. 7:907 BW verbindend verklaarde vaststellingsovereenkomst niet zonder meer gelijk te stellen met de in Nederland levende rechtsovertuiging als bedoeld in art. 3:12 BW, strekking van opt-out-mogelijkheid (art. 7:908 lid 2). Samenhang met nrs. 07/11290 en 08/00909.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/03771</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Beukenhorst mr. A. Hammerstein mr. W.A.M. van Schendel mr. C.A. Streefkerk mr. W.D.H. Asser</contributor><issued>2009-06-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op het consumentenkrediet</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BH2815</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARN:2008:BC9484</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BH2811</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BH2811</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BH2811"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease; proefproces. Aansprakelijkheid Bank wegens schending zorgplicht bij aanbieden restschuldproduct (Hefboomeffect) door niet te waarschuwen voor daaraan verbonden restschuldrisico, niet de inkomens- en vermogenspositie van belegger te onderzoeken en niet het aangaan van de overeenkomst te ontraden. Strekking bijzondere zorgplicht; causaal verband, toerekening in zin van art. 6:98 BW, stelplicht- en bewijslastverdeling; terugbetalingsplicht Bank van rente- en aflossingscomponent?, eigen schuld particuliere afnemer, gezichtspunten; schadeverdeling (40/60); dwaling, geen schending van mededelingsplicht bij tijdige en voldoende duidelijke inlichtingen over wezenlijke kenmerken van overeenkomst (art. 6:228 lid 1 onder b BW); misleidende reclame bij aanbieden van effectenlease-product in brochure (art. 6:194 BW)?, maatstaf; vernietigbaarheid wegens misbruik van omstandigheden (art. 3:44 lid 1 en 4 BW)? Wet op het consumentenkrediet niet van toepassing op een effectenlease-overeenkomst. Collectieve afwikkeling massaschade, op voet van art. 7:907 BW verbindend verklaarde vaststellingsovereenkomst niet zonder meer gelijk te stellen met de in Nederland levende rechtsovertuiging als bedoeld in art. 3:12 BW, strekking van opt-out-mogelijkheid (art. 7:908 lid 2). Samenhang met nrs. 08/03771 en 08/00909.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/11290</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Beukenhorst mr. A. Hammerstein mr. W.A.M. van Schendel mr. C.A. Streefkerk mr. W.D.H. Asser</contributor><issued>2009-06-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op het consumentenkrediet</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BH2811</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2007:BA5684</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BH2822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BH2822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BH2822"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease; proefproces. Aansprakelijkheid effecteninstelling wegens schending zorgplicht bij aanbieden effectenleaseproduct (‘Sprintplan’) door niet te waarschuwen voor daaraan verbonden restschuldrisico en niet de inkomens- en vermogenspositie van belegger te onderzoeken. Strekking bijzondere zorgplicht; misleidende reclame bij aanbieden van effectenlease-product in brochure (art. 6:194 BW)?, maatstaf, onderzoeksplicht consument, gezichtspunten; vernietigbaarheid wegens strijd met Bte 1995 en strijd met openbare orde als bedoeld in art. 3:40 lid 1 BW?, strekking van art. 25 en 36 Bte 1995; Wet op het consumentenkrediet niet van toepassing op effectenlease-overeenkomst. Collectieve actie (art. 3:305a lid 1 BW), bestaan van zich voor bundeling lenend gelijksoortig belang, ontbreken schade bij enkele deelnemers doet niet af aan schending bijzondere zorgplicht. Samenhang met nrs. 07/11290 en 08/03771.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00909</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Beukenhorst mr. A. Hammerstein mr. W.A.M. van Schendel mr. C.A. Streefkerk mr. W.D.H. Asser</contributor><issued>2009-06-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op het consumentenkrediet</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BH2822</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2007:BB7971</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:8037</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:8037</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:8037"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar gegrond. Een verbeurde bestuurlijke dwangsom, vanwege samenhangende beschikkingen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/2760 en UTR 25/2978</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6537</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6537</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6537"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De vader verzoekt o.a. benoeming van een bijzonder curator voor zijn dochter voor het maken van afspraken over de zorgregeling. De dochter wil graag tijd om eerst te proberen zelf afspraken te maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/298384 / FA RK 23-1606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Hoeven</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2017:1674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2017:1674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2017:1674"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 juni 2015 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 201608140/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Steendijk, Mr. Parkins-de Vin, Mr. Verheij</contributor><issued>2017-06-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 3:2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 8:69</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 8:47</reference><reference relation="citing" lang="nl">Vreemdelingenwet 2000</reference><reference relation="citing" lang="nl">Vreemdelingenwet 2000 64</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2016:14921</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2017:2226</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2017:2226</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2017:2226"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De Centrale Raad van Beroep heeft, samen met de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, uitgangspunten voor de rechter ontwikkeld in zaken waarin de overheid zich beroept op een advies van een eigen medisch deskundige. In de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep gaat het over medische rapporten opgesteld door verzekeringsartsen van het Uwv. Aanleiding voor de uitspraak is een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 8 oktober 2015 (Korošec).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/501 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Zeijen, Bakker, Elshoff</contributor><issued>2017-06-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten</reference><reference relation="citing" lang="nl">Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten 3</reference><reference relation="citing" lang="nl">Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten 4</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4622</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4622</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4622"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling wegens brandstichting schuren met gevaar voor goederen, waaronder de aldaar ondergebrachte dieren, poging tot brandstichting schuur en vernieling politiecellen tot een gevangenisstraf van 768 dagen waarvan 600 voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank stelt de proeftijd op 5 jaren en koppelt aan de straf bijzondere voorwaarden die dadelijk uitvoerbaar zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-068881-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.M. Wolters, Mr. H. de Ruijter, T Bosker</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 157</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 300</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:1986:AC9607</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1986:AC9607</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:1986:AC9607"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1986-12-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 1894 Besch</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Moons, Van Der Ven, Bronkhorst, Jeukens, Beekhuis,</contributor><issued>2022-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:1986:AC9607</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10353"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Betalingsverplichting hangt niet af van de ontvangst van een correcte factuur. Het beroep op opschorting wordt verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12321018 \ CV EXPL 26-3927</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7598</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7598</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7598"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT bezwaar gegrond. Twee verbeurde bestuurlijke dwangsommen, want de beschikkingen zien op andere bepalingen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/7345</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0991"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2012-04-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid van Fortis N.V. in de periode vanaf september 2007 tot en met september 2008 met betrekking tot de uitvoering van haar solvabiliteitsplanning in 2008, de informatieverschaffing over haar subprime-portefeuille in het emissieprospectus van 20 september 2007 en de trading update van 21 september 2007, alsmede met betrekking tot haar communicatiebeleid in deze periode. De Ondernemingskamer heeft voorts het besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van Fortis N.V. van 29 april 2008 tot het verlenen van decharge aan het bestuur voor het in 2007 gevoerde beleid gedeeltelijk vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.071.997</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Van Maanen, Mr. Faber, Mr. Ingelse, mr. Faase, prof. dr. Klaassen RA</contributor><issued>2012-04-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 2 355</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 2 356</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2013:1586</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBUTR:2012:BV3753</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2012:BV3753</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBUTR:2012:BV3753"><country>NL</country><court>RBUTR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Utrecht</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2012-02-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatig handelen in de zin van artikel 6:162 BW; in strijd handelen met het bepaalde in de artikelen 5:59, 5:58 lid 1 aanhef en sub d van de Wet op het financieel toezicht (“Wft”), zoals die wet tot 1 januari 2009 gold door Fortis en drie oud-topmannen? De rechtbank oordeelt dat Fortis, haar voormalige CEO en haar voormalige financiële topman in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008 meerdere malen onjuiste en misleidende informatie openbaar hebben gemaakt over de solvabiliteit van de onderneming. Daarmee is onrechtmatig gehandeld ten opzichte van eisers. De beleggers zeggen dat zij schade hebben geleden door deze onjuiste voorstelling van zaken maar de rechtbank gaf daar geen oordeel over. Daarover moet een nadere, zogenaamde schadestaatprocedure, worden gevoerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 274126 - HA ZA 09-2174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.P.H. van Driel van Wageningen, mr. R.A. Steenbergen, mr. A.A.T. van Rens</contributor><issued>2012-02-15</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6 162</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op het financieel toezicht</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10112"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis, ex-samenlevers. Woning met gunstige hypotheekrente toebedeeld en geleverd aan de man ter uitvoering van een kortgedingvonnis, maar in deze bodemprocedure geoordeeld dat de woning alsnog aan een derde moet worden verkocht. Vraag of de vrouw recht heeft op rentecompensatie nu het hypotheekcontract niet meer kan worden gesplitst. De vrouw heeft recht op vergoeding van rentenadeel vanwege de onrechtmatige tenuitvoerlegging van het kortgedingvonnis door de man. Voornemen tot benoeming deskundige en uitgangspunten voor berekening rentenadeel. Geen grond om terug te komen op bindende eindbeslissingen. Tussentijds hoger beroep opengesteld. Vervolg op ECLI:NL:RBAMS:2026:3875</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/769525 / HA ZA 25-1070</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7599</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7599</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7599"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep te laat, niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/101</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13840"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">{gedaagde} heeft een huurachterstand inclusief kosten van € 4.442,64. Partijen hebben hiervoor een betalingsregeling afgesproken: {gedaagde} moet vanaf juni elke maand voor de 8ste van de maand een bedrag van € 130,- betalen aan Kennemer Wonen. Ook moet hij zijn lopende huur op tijd blijven betalen. Als hij zich niet houdt aan deze afspraken moet hij de woning ontruimen. Kennemer Wonen hoeft daarvoor dan niet opnieuw naar de rechter. Zij moet in dat geval wel eerst het vonnis betekenen aan {gedaagde}.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12096249 \ CV EXPL 26-883</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4621</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4621</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4621"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling van rijinstructeur wegens aanranding van een leerling. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18/260931-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.M. Wolters, Mr. H. de Ruijter, mr. T.R. Bosker</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 246</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 248</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2016:2607</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2607</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2016:2607"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2016-11-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure Meavita-concern. Beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (art. 5 RO). Verhaal van onderzoekskosten op bestuurders (art. 2:354 BW): ook door vakbond? Verwijtbaarheid bestuurder vereist? Samenhang met zaak 16/00551.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/00545</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. E.J. Numann, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, C.E. du Perron</contributor><issued>2016-11-18</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 2 354</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 5</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 66</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2015:4454</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2016:857</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2017:1928</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:1928</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2017:1928"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De onbevoegdheid van een lid van de kamer voor het notariaat leidt niet automatisch tot ongeldigheid van de beslissing. Volgens het hof staat vast dat een van de leden van de kamer ten tijde van de procedure in eerste aanleg niet de hoedanigheid van belastinginspecteur bezat die hij op grond van de wet moest hebben om deel van die kamer te kunnen uitmaken. Het bepaalde in artikel 95 lid 1 van de Wet op het notarisambt brengt mee dat het verlies van de vereiste hoedanigheid automatisch tot verlies van het lidmaatschap van de kamer leidt. Daaruit volgt dat de beslissing van de kamer mede is genomen door een persoon die hiertoe niet bevoegd was en dat deze beslissing dus nietig is. Met verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 18 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2607, Meavita) is het hof van oordeel dat ‘nietigheid’ in dit geval niet hetzelfde betekent als ‘non existent’. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt voor gevallen als deze mee dat de nietigheid van de beslissing van de kamer alleen kan worden ingeroepen in het kader van een daartegen openstaand rechtsmiddel en dat is (in dit geval) hoger beroep bij dit hof. Omdat een hoger beroep (ook) ertoe strekt om onregelmatigheden in de eerste aanleg te herstellen en het hof de zaak opnieuw in volle omvang behandelt, doet het hof de zaak zelf af. Voor terugverwijzing van de zaak naar de kamer zijn onvoldoende gronden gesteld of gebleken. Het hof verklaart de klacht van het BFT tegen de notaris grotendeels gegrond en legt aan de notaris de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van drie maanden op. Op basis van dezelfde feiten had de kamer aan de notaris eerder de zwaarste maatregel van ontzetting uit het ambt opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.197.332/01 NOT</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2017-05-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op het notarisambt 94</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op het notarisambt 95</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2017:1759</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:1759</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2017:1759"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-05-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Appel van ECLI:NL:RBAMS:2013:6162, 6877, 7983 en 2015:6932. Vonnis a quo is meegewezen door een rechter die inmiddels lid van een hof maar niet langer rechter(-plaatsvervanger) van de rechtbank was. Nietig? Zo ja en zo neen, wat zijn de consequenties? Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.186.069/01, 200.186.100/01 en 200.186.113/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudicieel verzoek</description><issued>2017-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2017:2561</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:2561</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2017:2561"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Beschikking mede gegeven door raadsheer-plaatsvervanger die nog niet als zodanig beëdigd was. Nietigheid van de beschikking? Art. 5 en 6 Wet RO; art. 5g Wrra. HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2607, NJ 2017/202.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 17/00336</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2017-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2017:931</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14752</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14752</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14752"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk voor medeplegen poging doodslag en openlijke geweldpleging in Beverwijk. Voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer door meermalen met kracht tegen het hoofd te schoppen. Vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd, te weten locatie-en contactverbod. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij wegens materiële en immateriële schade. Vrijspraak van medeplegen van diefstal met geweld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15-271634-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.S. Schoorl</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14740</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14740</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14740"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk voor medeplegen poging doodslag en openlijke geweldpleging in Beverwijk. Voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer door meermalen met kracht tegen het hoofd te schoppen. Vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd, te weten locatie-en contactverbod. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij wegens materiële en immateriële schade. Vrijspraak van medeplegen van diefstal met geweld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15-242054-25, 15-290147-23 (vord tul) en 81-295762-23 (vord tul)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14755</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14755</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14755"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opportuniteitsbeginsel, art. 167 Sv. Niet-ontvankelijkverklaring OM in de vervolging wegens schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde, in het bijzonder met het gelijkheidsbeginsel. Bij de vervolgingsbeslissing zijn gelijke gevallen ongelijk behandeld zonder dat daar een objectieve rechtvaardigingsgrond door het openbaar ministerie voor is gegeven</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15-241404-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.S. Schoorl</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10517</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10517</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10517"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor verdachte van (groeps)verkrachting in Bergen op Zoom nu niet kan worden vastgesteld of er sprake was van dwang bij de seksuele handelingen. Niet-ontvankelijkheid van benadeelde partij vanwege vrijspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-128030-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10548</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10548</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10548"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">nakoming inofrmatieplicht jegens certificaathouders zonder vergaderrecht op grond van een vaststellingsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/791620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:9066</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:9066</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:9066"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Faillissementsfraude. Vrijspraak verduistering in dienstbetrekking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 81/021682-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Smit, mr. J.M.R. Vastenburg, mr. F. Dekkers</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7621</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7621</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7621"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT. Niet-ontvankelijk, igs prematuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5771</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4638"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling wegens poging tot zware mishandeling, opzetaanranding en diefstallen; vrijspraak voor opzetheling; voorwaardelijk opzet; noodweerverweer verworpen; gevangenisstraf opgelegd van 350 dagen, waarvan 200 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en dadelijke uitvoerbaarheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-202450-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.M. Wolters, Mr. H. de Ruijter, mr. E. Dussel</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 240</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 241</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 302</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 310</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:271"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak in de mega-zaak Galapagos. Schietpartij in de nacht van 8 juni 2025 rondom Club Rush op Bonaire. Een 15-jarige jongen is hierbij om het leven gekomen. Minderjarige verdachte - 15 jaar oud ten tijde van de feiten. De anonieme bedreigde getuige X heeft verklaard dat de verdachte en een medeverdachte samen op het slachtoffer hebben geschoten. Die verklaring vindt onvoldoende steun in de rest van het dossier. Vrijspraak voor doodslag op het slachtoffer. Veroordeling voor poging doodslag op anderen, openlijk geweld en vuurwapenbezit. Geen sprake van noodweer, want de verdachte handelde in de kern aanvallend. Aan de verdachte wordt een jaar jeugddetentie en een PIJ-maatregel opgelegd. Overwegingen over de plaats van tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 410.00024/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2000:AA8734</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA8734</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2000:AA8734"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2000-11-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C00/220HR</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.H.J. Mijnssen, W.H. Heemskerk, H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein</contributor><issued>2002-02-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 7</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 8</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 76</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 91</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 92</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 93</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2000:AA8734</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2000:AA9112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA9112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2000:AA9112"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2000-12-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C99/105HR</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.H.J. Mijnssen, P. neleman, C.H.M. Jansen, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop</contributor><issued>2002-02-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 92</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 134</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 135</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 353</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2000:AA9112</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9845"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2013-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis van de rechtbank Den Haag over de gestelde maar betwiste aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van Shell-vennootschappen voor schade door een olielekkage in 2004 bij het dorp Goi in Nigeria. Vervolg op LJ-nummers BM1470 en BU3538. Zie ook NJB 2012, blzz. 400-406. Zie ook LJN BY9850 en BY9854.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/337058 / HA ZA 09-1581</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. H. Wien, M. Nijenhuis, F.M. Bus</contributor><issued>2013-01-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2015:3586</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:133</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9850</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9850</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9850"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2013-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis van de rechtbank Den Haag over de gestelde maar betwiste aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van Shell-vennootschappen voor schade door een olielekkage in 2005 bij het dorp Oruma in Nigeria. Vervolg op LJ-nummers BK8616 en en BU3535. Zie ook NJB 2012, blzz. 400-406. Zie ook LJN BY9845 en LJN BY9854</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/330891 / HA ZA 09-0579</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Wien, Mr. Nijenhuis, Mr. Bus</contributor><issued>2013-01-30</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 7</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2015:3588</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:132</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9854"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2013-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">zie ook: BY9850 en BY9845. Eindvonnis van de rechtbank Den Haag over de gestelde maar betwiste aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van Shell-vennootschappen voor schade door twee olielekkages in 2006 en 2007 bij het dorp Ikot Ada Udo in Nigeria. Vervolg op LJ-nummers BM1469, BU3521 en BU3529. Zie ook NJB 2012, blzz. 400-406.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/337050 / HA ZA 09-1580</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. H. Wien, M. Nijenhuis, F.M. Bus</contributor><issued>2013-01-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2015:3587</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:134</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:8038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:8038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:8038"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tweede BNT UHT bezwaar tegen twee beschikkingen gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 24/5979 en UTR 24/6007</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Eversteijn</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2126</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2126</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2126"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbestedingsrecht. Raamovereenkomst voor jeugdhulpverlening in de ambtelijk gefuseerde gemeenten Amstelveen en Aalsmeer. Geen processueel ondeelbare rechtsverhouding. Voorlopige gunning met een niet in de aanbestedingsstukken genoemde voorwaarde van Bibob-onderzoek met positief resultaat. Gebod tot herbeoordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.353.082</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10551</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10551</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10551"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank wijst het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging af. Hoewel de kliniek wees op risico’s rond de duurzaamheid van de behandelwens van betrokkene en op de noodzaak om de ouders zo nodig te kunnen begrenzen in het contact, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat verplichte zorg nodig is. Betrokkene is vrijwillig opgenomen, heeft intrinsieke motivatie om aan herstel te werken en heeft zelf al contact gezocht met vervolgklinieken. Ook verklaarden de ouders bereid te zijn tot samenwerking met de behandelaren. De rechtbank oordeelt daarom dat de noodzakelijke zorg op vrijwillige basis kan worden voortgezet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/787390 / FA RK 26/3587</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1150"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Openbare aanbesteding door gemeente van zogenaamde verledding van de verlichting op sportvelden. De daarbij door haar gestelde functionele en technische eisen zijn gelet op haar keuzevrijheid en de beperkte toetsingsvrijheid van de rechter niet als disproportioneel te beschouwen. De gestelde eisen vormen ook geen kunstmatige beperking van de mededinging. Vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.357.976/01 KG</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21394"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Europese aanbesteding. In de uitvraag voor de minicompetitie is een andere berekeningsmethode voor het opslagpercentage igehanteerd dan in de raamovereenkomst is vastgelegd. Dat rechtvaardigt naar het oordeel van de voorzieningenrechter al de intrekking door de Staat van de minicompetitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704193 KG ZA 26-445 en C/09/705620 KG ZA 26-553</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J. Vetter</contributor><issued>2026-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:11545</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11545</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:11545"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kort geding, aanbestedingsgeschil, gestelde eis (technische specificatie) is niet disporoportioneel, geen sprake van belemmering van de mededinging, gevorderde intrekking van de aanbestedingsprocedure en heraanbesteding is afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/766692 / KG ZA 25-215</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A. Messer</contributor><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:168"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding. Het vliegveld van Bonaire heeft een aanbestedingsprocedure georganiseerd voor schoonmaakwerkzaamheden. Volgens een schoonmaakbedrijf zijn fundamentele beginselen van het aanbestedingsrecht geschonden (gelijkheidsbeginsel, transparantiebeginsel, gebrek aan motivering). Dat is onvoldoende aannemelijk geworden. Vorderingen tot het organiseren van een nieuwe aanbestedingsprocedure of het opnieuw beoordelen van de inschrijvingen afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BON202600112</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P.P. Hoekstra</contributor><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7508"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vorderingen strekken ertoe de gemeente te veroordelen de beslissing om eiseres uit te sluiten van deelnemen aan volgende fase in aanbestedingsprocedure omdat zij niet aan geschiktheidseisen voldoet, opnieuw te beoordelen. Vorderingen worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/377934</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21377"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding. De vorderingen worden afgewezen. Rechtsverwerking. Het beoordelingsteam heeft in redelijkheid tot de toegekende scores kunnen komen. De gunningsbeslissig is voldoende gemotiveerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/702718 / KG ZA 26-356</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.R. Glass</contributor><issued>2026-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4241</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4241</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4241"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Intrekking nationale niet openbare aanbestedingsprocedure onrechtmatig, want feitelijke grondslag voor de daarvoor opgegeven reden ontbreekt</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/609752 / KG ZA 26-194</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.M.M. Steenberghe</contributor><issued>2026-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21742"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding, aanbesteding, uitwerking verkort vonns, geen grond om in te grijpen in selectieprocedure</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 698834</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J. Vetter</contributor><issued>2026-08-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:18684</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18684</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:18684"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding. De aanbesteding voldoet niet aan de eisen van artikel 2.131 ADV. Vordering tot heraanbesteding toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/703521 / KG ZA 26-406</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.R. Glass</contributor><issued>2026-07-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7758</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7758</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7758"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Openhouse/inkoopprocedure, eisers wel ontvankelijk, maar door ontbreken stukken besloten tot uitsluiting en ook inhoudelijke bezwaren</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/785911 / KG ZA 26-265</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:3732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:3732"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bodemzaak. Samenwerkingsconstructie exploitatie en beheer gemeentelijke sportaccommodaties. Sprake van quasi inbesteding 2.24b Aw 2012?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/596020 / HA ZA 25-333</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): O.P. van Tricht</contributor><issued>2026-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21825</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21825</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21825"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanbestedingsrecht. Geschil over de vraag of Rijkswaterstaat de aanbestedingsprocedure voor ontwerp en uitvoeren van het project ‘Vervanging Gerrit Krolbrug’ moet opschorten of intrekken vanwege een groot aantal bezwaren van de Combinatie (eiseres) als deelnemer aan de aanbesteding. Volgt afwijzing van het gevorderde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/706022 / KG ZA 26/561</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.R. Glass</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25478</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25478</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25478"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de beoordeling van haar inschrijving ondeugdelijk is of dat er andere gronden bestaan voor de door haar gevorderde herbeoordeling. De vorderingen van eiseres worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708351 / KG ZA 26-753</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Dondorp</contributor><issued>2026-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2174</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2174</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2174"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanbestedingsrecht. Hoger beroep. Uitzondering op Xafax-arrest? Beoordeling in verband met proceskostenbeslissing rechtbank. Uitsluiting op grond van een ernstige beroepsfout wegens te laat deponeren jaarrekeningen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.266/01, 200.361.440/01 en 200.361.896/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep kort geding</description><issued>2026-07-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:12058</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:8937</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8937</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:8937"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbestedingsprocedure tot levering van betonnen tegels. Leverancier van AEC-granulaat stelt dat het niet-toestaan van AEC-granulaat in de in te kopen tegels in strijd is met de voor technische specificaties geldende wet- en regelgeving. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de uitsluiting van AEC-granulaat in de eis onvermijdelijk voortvloeit uit het voorwerp van de opdracht. De gemeente heeft niet in strijd met de wettelijke regeling voor technische specificaties gehandeld. Binnen de opdracht blijft de gelijke toegang voor de inschrijvers met de eis gewaarborgd. Het hanteren van de eis leidt ook niet tot ongerechtvaardigde belemmeringen in de openstelling van de opdracht voor mededinging. De gemeente creëert met het uitsluiten van AEC-granulaat geen kunstmatige beperking van de concurrentie en evenmin een ongelijke behandeling. Ook is het vrij verkeer van goederen niet in het geding. Vorderingen worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/718622 / KG ZA 26-391</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten</contributor><issued>2026-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6946"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding. Voorshands geoordeeld geen gebrek in motivering van voorlopige gunningsbeslissing. Niet aannemelijk dat beoordeling van kwaliteitscriteria aperte onjuistheden bevat of onredelijk is. Marginale toets. Vorderingen afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/468122</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.T. Boks</contributor><issued>2026-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6031</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6031</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6031"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding voor treinvervangend vervoer. Geen sprake van (fundamentele) gebreken, beoordeling in lijn met vooraf gecommuniceerde systematiek en sprake van een deugdelijke gunningsbeslissing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/612849 / KG ZA 26-342</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.M.M. Steenberghe</contributor><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6238"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbestedingsrecht. Schending transparantiebeginsel. Voor de uitleg van de geschiktheidseis kan niet worden aangesloten bij het Programma van Eisen. Begrip 'stadspas' in het kader van de geschiktheidseisen is echter door gemeente niet uitgelegd. Het transparantiebeginsel is daarom geschonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/466962</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K. van Vlimmeren-van Ommen</contributor><issued>2026-08-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9314</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9314</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9314"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding WMO- en leerlingenvervoer. Vorderingen strekkende tot heraanbesteding toegewezen. De beoordeling van de inschrijving van eiseres kent twee gebreken: de Gemeente heeft haar eigen spelregels over het buiten behandeling stellen van inschrijvingen niet gevolgd en de Gemeente legt eis 39 onjuist en onbegrijpelijk uit en interpreteert, mede in dat licht, de inschrijving van eiseres niet goed. De gebreken die samenhangen met eis 39 kunnen niet, althans onvoldoende worden hersteld door de inschrijving van eiseres (en eventueel alle andere inschrijvingen) opnieuw te beoordelen. Daarvoor zijn de gebreken te principieel en omvangrijk. Gevorderde dwangsommen afgewezen. Vordering om in te grijpen in een door de Gemeente gesloten overbruggingsovereenkomst ook afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/721051 / KG ZA 26-558</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten</contributor><issued>2026-08-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25412"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding juridische dienstverlening. Tussenkomst. Geen strijd met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel. Vorderingen afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/707981 / KG ZA 26-723</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J. Vetter</contributor><issued>2026-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6032</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6032</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6032"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding voor treinvervangend vervoer. Geen sprake van (fundamentele) gebreken, beoordeling in lijn met vooraf gecommuniceerde beoordelingssystematiek en sprake van een deugdelijke gunningsbeslissing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/612891 / KG ZA 26-345</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.M.M. Steenberghe</contributor><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9313</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9313</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9313"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding WMO- en leerlingenvervoer. Vorderingen strekkende tot heraanbesteding toegewezen. De beoordeling van de inschrijving van eiseres kent in ieder geval drie gebreken: de Gemeente heeft haar eigen spelregels over het buiten behandeling stellen van inschrijvingen niet gevolgd, de Gemeente legt eis 39 onjuist en onbegrijpelijk uit en interpreteert, mede in dat licht, de inschrijving van eiseres niet goed, en de Gemeente heeft de inschrijving van eiseres op subgunningscriterium G4 verkeerd begrepen en daardoor niet juist gewaardeerd. De gebreken die samenhangen met eis 39 kunnen niet, althans onvoldoende worden hersteld door de inschrijving van eiseres (en eventueel alle andere inschrijvingen) opnieuw te beoordelen. Daarvoor zijn de gebreken te principieel en omvangrijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/721268 / KG ZA 26-577</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten</contributor><issued>2026-08-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21936</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21936</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21936"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kernvraag in dit kort geding is of het gedaagde – een zorgkantoor – is toegestaan om de Wet Bibob toe te passen in de inkoopprocedure voor Wlz-zorg en of zij op grond daarvan van inschrijvers mag verlangen dat zij de in de inkoopprocedure verzochte gegevens verstrekken. Op basis van de op dit moment geldende wettelijke regeling wordt die vraag ontkennend beantwoord. Dat leidt ertoe dat het gedaagde wordt verboden om van inschrijvers nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de Wet Bibob te verlangen tijdens de loop van de inkoopprocedure en in de te sluiten overeenkomsten, zolang deze wet in de huidige vorm van kracht is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709528 / KG ZA 26-831</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J. Vetter</contributor><issued>2026-08-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5705</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5705</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5705"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Het level playing field beginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/466406</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.T. Boks</contributor><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23833"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanbesteding Defensie voor HTC; geen grond voor ingrijpen in aanbesteding; betoog dat sprake is van belangenconflict, de winnaar niet voldoet aan geschiktheidseisen en de motivering niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen slaagt niet</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/705083 KG ZA 26-504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-08-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14819</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14819</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14819"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze zaak gaat over een opgelegde maatregel op grond van de Pw. Verweerder heeft deze maatregel opgelegd, omdat eiser niet heeft meegewerkt aan gesprekken over arbeidsmogelijkheden. Verweerder heeft de maatregel aanvankelijk vastgesteld op een verlaging van de bijstandsuitkering met 100% gedurende drie maanden. Op de zitting heeft verweerder de rechtbank gevraagd om de maatregel vast te stellen op een verlaging van de bijstandsuitkering met 50% gedurende drie maanden. De rechtbank verklaart het beroep in zoverre gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/760</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.A. Hage</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10302"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hebben partijen alleen een huurovereenkomst gesloten of ook nog een aannemingsovereenkomst? Kwalificatie van de overeenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/442980 / HA ZA 25-681 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10028</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10028</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10028"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Consumentenkoop; vordering tot betaling van facturen door verkoper; toetsing informatieplichten en oneerlijke bedingen; gedaagde moet facturen betalen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12084928 \ CV EXPL 26-737</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10553</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10553</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10553"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank wijst het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel toe. Hoewel betrokkene via zijn advocaat heeft aangevoerd wilsbekwaam te zijn, de zorg vrijwillig te accepteren en dat van ernstig nadeel geen sprake is, volgt de rechtbank dit standpunt niet. De rechtbank hecht waarde aan het oordeel van de onafhankelijk psychiater en aan de toelichting van de arts ter zitting, waaruit blijkt dat de wilsbekwaamheid wisselend is. Daarnaast acht de rechtbank aannemelijk dat sprake is van ernstig nadeel, mede gelet op het dysfore en geprikkelde gedrag van betrokkene. Ook ziet de rechtbank geen reële mogelijkheden voor zorg op vrijwillige basis, nu betrokkene recent tweemaal uit de kliniek is weggelopen en noodzakelijke zorg heeft geweigerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/788334 / FA RK 26/4135</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2006:AZ5206</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2006:AZ5206</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2006:AZ5206"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2006-12-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 april 2006 heeft verweerder het verzoek van appellanten om intrekking van de bij besluit van 7 mei 2004 aan [vergunninghouder] verleende vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer voor een manege op het perceel [locatie] te [plaats], afgewezen. Dit besluit is op 13 april 2006 ter inzage gelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200603728/1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Oosting</contributor><issued>2006-12-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 1:2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet milieubeheer</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet milieubeheer 8.25</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2006:AY6762</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2006:AY6762</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2006:AY6762"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2006-08-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 februari 2004 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland (hierna: het college) goedkeuring verleend aan het op 28 augustus 2003 door het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht vastgestelde peilbesluit polder Zevenhoven deel I.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200507730/1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. van Dijk mr. F.P. Zwart mr. P.A. Offers</contributor><issued>2006-08-23</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 1:2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de waterhuishouding</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de waterhuishouding 9</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de waterhuishouding 16</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2013:1964</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:1964</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2013:1964"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2013-12-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM-cassatie. Nijmeegse scooterzaak. Medeplegen. Het Hof heeft vastgesteld dat niet is gebleken “van enige samenwerking of overleg tussen de beide verdachten over de wijze waarop zij zich aan de controle door de politie wilden onttrekken vanaf het moment dat zij zich ter hoogte van het hotel door de politie betrapt voelden”. De vrijspraak van het medeplegen heeft het Hof vervolgens – nader gemotiveerd doch in de kern genomen – op die vaststelling gebaseerd. In een geval als i.c., waarin het verweten medeplegen van een met de vlucht verband houdend misdrijf is voorafgegaan door het mogelijk daarmee samenhangende medeplegen van een ander strafbaar feit, is geenszins uitgesloten dat de voor het medeplegen van dat misdrijf relevante samenwerking reeds vóórdien – i.c.: i.h.k.v. het medeplegen van de voorbereiding van de overval – is ontstaan. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de wijze waarop beide verdachten met de scooter zijn gevlucht, niet als een zó waarschijnlijke mogelijkheid besloten lag in de eerdere nauwe en bewuste samenwerking met het oog op de voorgenomen overval, dat ook wat betreft die vlucht zo bewust en nauw is samengewerkt dat van medeplegen kan worden gesproken. Gelet op de vaststellingen en overwegingen van het Hof, in het bijzonder wat betreft de voorbereiding van de overval en de directe reactie op het waarnemen van een politieauto, is dat oordeel niet zonder meer begrijpelijk. Wat betreft de mogelijke samenwerking bij het tlgd. medeplegen is bovendien in haar algemeenheid onjuist de opvatting van het Hof dat “om tot een bewezenverklaring van medeplegen te kunnen komen in een situatie waarin niet vaststaat wie de bestuurder is geweest, is (…) vereist dat de rollen van de bestuurder en de bijrijder volstrekt inwisselbaar zijn”. V.zv. het middel over deze tekortkomingen klaagt, is het terecht voorgesteld. Verwijzing naar het Hof ’s-Hertogenbosch.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12/02825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman, J. de Hullu, Y. Buruma, V. van den Brink</contributor><issued>2013-12-17</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 47</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 287</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wegenverkeerswet 1994</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wegenverkeerswet 1994 5</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wegenverkeerswet 1994 6</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2013:1080</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARN:2012:BW6756</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2016:2428</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2013:1966</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:1966</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2013:1966"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2013-12-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 12/02841</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman, J. de Hullu, Y. Buruma, V. van den Brink</contributor><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARN:2012:BW6755</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2013:1081</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2016:2429</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7486"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht, Familierecht. Verwijzingsvonnis. Dit geschil gaat over de verdeling van een huwelijksgemeenschap die door overlijden is ontbonden. Het moet daarom niet door het Bureau Erfrecht van de afdeling Toezicht worden behandeld, maar door de afdeling Familierecht van deze rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/612808</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.F. Hermans</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10590"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Booking krijgt vervangende toestemming op grond van artikel 27 Wet op de Ondernemingsraden. Zij mag aan haar werknemers de verplichting opleggen om ten minste 40% van hun werktijd op kantoor door te brengen. De kantonrechter oordeelt dat Booking een redelijk belang heeft bij die verplichting, nu aannemelijk is dat het elkaar ontmoeten op kantoor bij kan dragen aan het bevorderen van onderlinge verbinding, opleiding en ontwikkeling en effectieve samenwerking tussen teams en teamleden onderling. De door de OR naar voren gebrachte argumenten om haar instemming aan die verplichtstelling te onthouden zien o.a. op de negatieve invloed van de verandering op de werknemers, bijvoorbeeld doordat zij tijd en geld kwijt zijn aan het reizen en die 40% verplichting een negatieve impact op hun verzorgende verantwoordelijkheden of gezondheid zou hebben, en er te weinig werkplekken zijn op piekdagen in het Booking gebouw. Ook rekening houdend met de argumenten van de OR kan Booking in redelijkheid de voorgestelde beleidswijziging van aanmoediging naar verplichtstelling van 40% aanwezigheid doorvoeren. De beslissing van de OR haar instemming aan dat voorgenomen beleid te onthouden is daarom onredelijk, oordeelt de kantonrechter.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12299378 EA VERZ 26-809</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8329"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 25/1257</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.W. Jansen</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2017:592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2017:592"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-04-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">OM-cassatie en cassatie verdachte. Onderzoek aan smartphone. 1. Wettelijke grondslag, art. 94.1, 95.1, 96.1 en 104 Sv. 2. Vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv. Ad 1. Middel OM: Voor het doen van onderzoek door een opsporingsambtenaar vereist de wet geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de OvJ. Indien de met het onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als beperkt kan worden beschouwd, biedt de algemene bevoegdheid van opsporingsambtenaren, neergelegd in art. 94 jo. art. 95 en 96 Sv, daarvoor voldoende legitimatie. Dit zal het geval kunnen zijn indien het onderzoek slechts bestaat uit het raadplegen van een gering aantal bepaalde op de elektronische gegevensdrager of in het geautomatiseerde werk opgeslagen of beschikbare gegevens. Indien dat onderzoek zo verstrekkend is dat een min of meer compleet beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de gebruiker van de gegevensdrager of het geautomatiseerde werk, kan dat onderzoek jegens hem onrechtmatig zijn. Daarvan zal i.h.b. sprake kunnen zijn wanneer het gaat om onderzoek van alle in de elektronische gegevensdrager of het geautomatiseerde werk opgeslagen of beschikbare gegevens met gebruikmaking van technische hulpmiddelen. Gelet op het voorgaande, is de opvatting dat voor een door een opsporingsambtenaar verricht onderzoek aan een inbeslaggenomen smartphone art. 94 Sv steeds z.m. een voldoende wettelijke grondslag vormt, op welke opvatting het middel is gebaseerd, onjuist. Overweging ten overvloede HR gelet op het vooralsnog ontbreken van een daarop toegesneden wettelijke regeling: Bevoegdheid tot inbeslagneming van voorwerpen en daarin besloten liggende bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek aan die voorwerpen kunnen o.g.v. art. 95 en 96 Sv ook worden uitgeoefend door de o.g.v. art. 148 Sv met het gezag over de opsporing belaste OvJ, nu deze blijkens art. 141.a Sv met opsporing is belast. Voorts kunnen die bevoegdheden o.g.v. art. 104.1 Sv worden uitgeoefend door de RC. Deze bepalingen bieden tevens de grondslag voor het verrichten van onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen door de OvJ respectievelijk de RC, indien de inbeslagneming is geschied door een opsporingsambtenaar. In zo’n geval vormen genoemde wettelijke bepalingen een toereikende grondslag voor onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer meebrengt. Ad 2. Middel verdachte: Hof heeft overwogen dat verdachte van het vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv “geen nadeel (zal) ondervinden nu het onderzoeksresultaat dat door middel van het vormverzuim is verkregen geen onderdeel vormt van de bewijsconstructie van het hof. Het hof zal daarom verder geen rechtsgevolgen verbinden aan het vormverzuim”. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BY5321 m.b.t. aan vormverzuim te verbinden rechtsgevolgen. In dat licht bezien is ’s Hofs oordeel dat aan het geconstateerde vormverzuim geen rechtsgevolgen behoeven te worden verbonden, niet onbegrijpelijk. Het is voorts toereikend gemotiveerd, mede gelet op hetgeen namens verdachte m.b.t. de in aanmerking te nemen factoren a.b.i. art. 359a.2 Sv, is aangevoerd. Samenhang met 15/03882 en 15/05365.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/01973</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. Van Schendel, Splinter-Van Kan, Buruma, Faase, Borgers</contributor><issued>2017-04-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 94</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 95</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 96</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 104</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 148</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 359a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2016:1047</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2015:2954</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2017:584</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:584</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2017:584"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-04-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek aan smartphone. Wettelijke grondslag, art. 94.1, 95.1, 96.1 en 104 Sv. Voor het doen van onderzoek door een opsporingsambtenaar vereist de wet geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de OvJ. Indien de met het onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als beperkt kan worden beschouwd, biedt de algemene bevoegdheid van opsporingsambtenaren, neergelegd in art. 94 jo. art. 95 en 96 Sv, daarvoor voldoende legitimatie. Dit zal het geval kunnen zijn indien het onderzoek slechts bestaat uit het raadplegen van een gering aantal bepaalde op de elektronische gegevensdrager of in het geautomatiseerde werk opgeslagen of beschikbare gegevens. Indien dat onderzoek zo verstrekkend is dat een min of meer compleet beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de gebruiker van de gegevensdrager of het geautomatiseerde werk, kan dat onderzoek jegens hem onrechtmatig zijn. Daarvan zal i.h.b. sprake kunnen zijn wanneer het gaat om onderzoek van alle in de elektronische gegevensdrager of het geautomatiseerde werk opgeslagen of beschikbare gegevens met gebruikmaking van technische hulpmiddelen. Hof heeft het gevoerde verweer verworpen op de enkele grond dat art. 94 Sv een voldoende wettelijke grondslag vormt voor het door een opsporingsambtenaar verrichte onderzoek aan de smartphone van verdachte. Daarmee heeft het Hof het hiervoor overwogene miskend. Na terugwijzing zal het Hof moeten beoordelen of t.a.v. de ex art. 94 jo. art. 95 en 96 Sv inbeslaggenomen smartphone en het t.b.v. de opsporing vastleggen van de daarin opgeslagen of beschikbare gegevens sprake is van meer dan een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte. Indien het Hof bevindt dat sprake is van de in de CAG beschreven gang van zaken - inhoudende dat met daartoe bestemde apparatuur en/of software alle op een smartphone en/of de bijbehorende SIM-kaart opgeslagen of beschikbare gegevens zijn uitgelezen waardoor (volledig) inzicht is verkregen in contacten, oproepgeschiedenis, berichten en foto's - ontstaat daardoor het vermoeden dat een zodanige inbreuk is gemaakt. Indien het Hof tot dat oordeel zou komen, zal het ex art. 359a Sv moeten beoordelen of aan het ontbreken van een wettelijke legitimatie enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt (vgl. ECLI:NL:HR:2013:BY5321). Overweging ten overvloede HR gelet op het vooralsnog ontbreken van een daarop toegesneden wettelijke regeling: Bevoegdheid tot inbeslagneming van voorwerpen en de daarin besloten liggende bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek aan die voorwerpen kunnen o.g.v. art. 95 en 96 Sv ook worden uitgeoefend door de o.g.v. art. 148 Sv met het gezag over de opsporing belaste OvJ, nu deze blijkens art. 141.a Sv met opsporing is belast. Voorts kunnen die bevoegdheden o.g.v. art. 104.1 Sv worden uitgeoefend door de RC. Deze bepalingen bieden tevens de grondslag voor het verrichten van onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen door de OvJ respectievelijk de RC, indien de inbeslagneming is geschied door een opsporingsambtenaar. In zo’n geval vormen genoemde wettelijke bepalingen een toereikende grondslag voor onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer meebrengt. Samenhang met 15/01973 en 15/05365.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/03882</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. Van Schendel, Splinter-Van Kan, Buruma, Faase, Borgers</contributor><issued>2017-04-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 94</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 95</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 96</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 104</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2016:1049</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:1435</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2017:588</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:588</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2017:588"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2017-04-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek aan smartphone. Wettelijke grondslag, art. 94.1, 95.1, 96.1 en 104 Sv. Voor het doen van onderzoek door een opsporingsambtenaar vereist de wet geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de OvJ. Indien de met het onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als beperkt kan worden beschouwd, biedt de algemene bevoegdheid van opsporingsambtenaren, neergelegd in art. 94 jo. art. 95 en 96 Sv, daarvoor voldoende legitimatie. Dit zal het geval kunnen zijn indien het onderzoek slechts bestaat uit het raadplegen van een gering aantal bepaalde op de elektronische gegevensdrager of in het geautomatiseerde werk opgeslagen of beschikbare gegevens. Indien dat onderzoek zo verstrekkend is dat een min of meer compleet beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de gebruiker van de gegevensdrager of het geautomatiseerde werk, kan dat onderzoek jegens hem onrechtmatig zijn. Daarvan zal i.h.b. sprake kunnen zijn wanneer het gaat om onderzoek van alle in de elektronische gegevensdrager of het geautomatiseerde werk opgeslagen of beschikbare gegevens met gebruikmaking van technische hulpmiddelen. Hof heeft het gevoerde verweer verworpen op de enkele grond dat art. 94 Sv een voldoende wettelijke grondslag vormt voor het door een opsporingsambtenaar verrichte onderzoek aan de smartphone van verdachte. Daarmee heeft het Hof het hiervoor overwogene miskend. Na terugwijzing zal het Hof moeten beoordelen of t.a.v. de ex art. 94 jo. art. 95 en 96 Sv inbeslaggenomen smartphone en het t.b.v. de opsporing vastleggen van de daarin opgeslagen of beschikbare gegevens sprake is van meer dan een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte. Indien het Hof bevindt dat sprake is van de in de CAG beschreven gang van zaken - inhoudende dat met daartoe bestemde apparatuur en/of software alle op een smartphone en/of de bijbehorende SIM-kaart opgeslagen of beschikbare gegevens zijn uitgelezen waardoor (volledig) inzicht is verkregen in contacten, oproepgeschiedenis, berichten en foto's - ontstaat daardoor het vermoeden dat een zodanige inbreuk is gemaakt. Indien het Hof tot dat oordeel zou komen, zal het ex art. 359a Sv moeten beoordelen of aan het ontbreken van een wettelijke legitimatie enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt (vgl. ECLI:NL:HR:2013:BY5321). Overweging ten overvloede HR gelet op het vooralsnog ontbreken van een daarop toegesneden wettelijke regeling: Bevoegdheid tot inbeslagneming van voorwerpen en de daarin besloten liggende bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek aan die voorwerpen kunnen o.g.v. art. 95 en 96 Sv ook worden uitgeoefend door de o.g.v. art. 148 Sv met het gezag over de opsporing belaste OvJ, nu deze blijkens art. 141.a Sv met opsporing is belast. Voorts kunnen die bevoegdheden o.g.v. art. 104.1 Sv worden uitgeoefend door de RC. Deze bepalingen bieden tevens de grondslag voor het verrichten van onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen door de OvJ respectievelijk de RC, indien de inbeslagneming is geschied door een opsporingsambtenaar. In zo’n geval vormen genoemde wettelijke bepalingen een toereikende grondslag voor onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer meebrengt. Samenhang met 15/01973 en 15/03882.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/05365</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. Van Schendel, Splinter-Van Kan, Buruma, Faase, Borgers</contributor><issued>2017-04-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 94</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 95</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 96</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 104</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2016:1048</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2015:5007</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2018:1434</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:367</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:367</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:367"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Toelating gewasbeschermingsmiddel Dagonis. Hormoonverstorende eigenschappen. Omvang van het geding. Het College oordeelt dat het Ctgb terecht tot de conclusie is gekomen dat de werkzame stof in Dagonis (difenoconazool) niet hormoonverstorend is voor de mens en dus kon worden toegelaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/630</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. de Wildt, B. Bastein, M.L. Noort</contributor><issued>2026-08-11</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:370</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:370</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:370"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Toelating gewasbeschermingsmiddel Pitcher. Hormoonverstorende eigenschappen voor mens en niet-doelwit organismen. Omvang van het geding. De werkzame stof fludioxonil heeft hormoonontregelende eigenschappen. Deze werkzame stof mag volgens punt 3.6.5 van bijlage II bij Verordening 1107/2009 alleen worden gebruikt in gesloten systemen of in andere omstandigheden die contact met mensen uitsluiten. Omdat Pitcher zo niet wordt gebruikt, had het Ctgb het niet mogen toelaten. Het Ctgb moet er daarom voor zorgen dat Pitcher zo snel mogelijk uit de handel wordt genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/721</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. de Wildt, B. Bastein, M.L. Noort</contributor><issued>2026-08-11</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5107</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5107</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5107"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Eenzijdig verkeersongeval werknemer. Verzekering werkgever dekt geen affectieschade. Behoorlijke verzekering?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12183177 \ EJ VERZ 26-62</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): U. van Houten</contributor><issued>2026-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5111</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5111</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5111"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Letselschadezaak, deelgeschilprocedure, bedrijfsongeval, zorgplicht werkgever geschonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12301621 \ EJ VERZ 26-218</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.N. Bartels</contributor><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24020</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24020</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24020"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, begaan jegens een anderszins aan de zorg en waakzaamheid toevertrouwd kind (meermalen gepleegd). Gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek. Beroepsverbod. Vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr. Toewijzing vordering BP met wettelijke rente, schadevergoedingsmaatregel en BEM-clausule.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/322361-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.C. Kole, S. Pereth, A. Vink</contributor><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4733</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4733</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4733"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 maart 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [bedrijf] een bestuurlijke boete opgelegd. [bedrijf] exploiteert een onderneming gericht op personenvervoer met touringcars. Een werknemer heeft op 8 maart 2022, terwijl hij stond te wachten op een groep schoolkinderen, contact gezocht met de werkplaats van [bedrijf]. Daarbij werd, op basis van telefonisch overleg, appberichten en foto’s van de binnenzijde van de wielkast van de touringcar, duidelijk dat een stabilisatorstang defect was. De werknemer heeft, nadat de kinderen waren ingestapt geprobeerd om met de bus te rijden. Omdat duidelijk werd dat er niet goed gestuurd kon worden, hebben de begeleiders van de schoolkinderen besloten om zelf vervangend vervoer te regelen. De werknemer is vervolgens uitgestapt en heeft zijn hoofd en bovenlichaam in de wielkast gestoken. Omdat de motor van de touringcar niet was uitgeschakeld en de luchtvering is gaan zakken, is hij bekneld geraakt en overleden als gevolg van het hierdoor opgelopen letsel. Volgens de rechtbank heeft de minister ten onrechte op basis van artikel 7.5, tweede lid, van het Arbobesluit een bestuurlijke boete opgelegd. De touringcar werd namelijk gebruikt op de openbare weg voor het vervoer van personen en is daarom volgens de wetsgeschiedenis een arbeidsplaats en geen arbeidsmiddel. De minister betoogt in hoger beroep dat uit de wetsgeschiedenis wel blijkt dat de wetgever de door de rechtbank aangehaalde opvatting heeft verlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501348/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8475"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">werknemer botst op fiets met garagedeur. Geen strijd met zorgplicht werkgever</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11899097</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5792"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 7:658 lid 1 en lid 2 BW. Heeft werknemer schade opgelopen bij de uitvoering van haar werkzaamheden? Niet voldaan aan stelplicht. Afwijzing vorderingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11982603 \ LC EXPL 25-2535</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6227</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6227</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6227"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kern van het geschil betreft de vraag of verweerster sub 1 op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor de schade die verzoekster stelt in de uitoefening van haar werkzaamheden te hebben geleden. De kantonrechter is van oordeel dat verweerster sub 1 niet aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 BW. Hoewel naar haar oordeel voldoende vast staat dat verzoekster (enige) schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden, is namelijk onvoldoende gebleken dat verweerster sub 1 de op haar rustende zorgplicht heeft geschonden. De vorderingen van verzoekster jegens verweerders worden dan ook afgewezen, met veroordeling van verzoekster in de proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11830173 \ CV EXPL 25-2181</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.C. Zandman</contributor><issued>2026-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3433"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Personenschade. Ongeval met door opdrachtgever aan opdrachtnemer ter beschikking gestelde heftruck. Vaststellen uitgangspunten en benoemen deskundige om verlies aan arbeidsvermogen te berekenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.321.968_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.A.W. Vermeulen, B.E.L.J.C. Verbunt, A.L. Bervoets</contributor><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23948"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van verkrachting. Veroordeling voor aanranding in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, begaan jegens een anderszins aan de zorg en waakzaamheid toevertrouwd kind. Gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek. Beroepsverbod. Vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr. Toewijzing vordering BP met wettelijke rente, schadevergoedingsmaatregel en BEM-clausule.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/322367-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.C. Kole, S. Pereth, A. Vink</contributor><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7209"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 7:690 BW. Poolse uitzendkracht (fase A) versus uitzendonderneming en inlener. Inlening eindigt na twee en een halve maand. In een omvangrijk verzoekschrift dat met behulp van AI is opgemaakt vraagt werknemer om vaststelling van een arbeidshorizon van 6 maanden en arbeidsomvang van 140 uur per maand. Daarnaast vraagt hij om betaling van een gefixeerde schadevergoeding, een billijke vergoeding en achterstallig loon en dient hij meerdere verzoeken in die verband houden met schade ten gevolge van een arbeidsongeval en met de arbeidsomstandigheden. Met uitzondering van een gering bedrag aan achterstallig loon wijst de kantonrechter de verzoeken af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11968457 \ AZ VERZ 25-95</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20442</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20442</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20442"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet omdat werknemer in strijd met het advies van de bedrijfsarts zijn re-integratieverplichtingen niet is nagekomen en werk heeft geweigerd blijft in stand. Werknemer heeft geen recht op vergoedingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12174672 \ RP VERZ 26-50442</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Japenga</contributor><issued>2026-08-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6011"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. De vordering van werknemer tot loondoorbetaling en verplichting van werkgever om werknemer aan te melden bij een arbo-dienst en aan re-integratieverplichtingen te voldoen wordt toegewezen. Het verweer van werkgever dat werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en er daarom geen arbeidsrelatie meer bestaat tussen partijen slaagt niet. Gelet op de gebruikelijke wijze van samenwerken tussen partijen kon de mededeling van werknemer niet als opzegging worden opgevat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12301222 \ CV EXPL 26-4160</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.M. van den Berk</contributor><issued>2026-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5266</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5266</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5266"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Dodelijk arbeidsongeval. Schoonmaken zonnepanelen telescoopbewassing. Werknemer door golfplaten dak gevallen van ligboxenstal en 6,8 meter lager op de betonnen ondergrond terechtgekomen. De rechtbank veroordeeld verdachte voor overtreding van voorschriften gesteld bij artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon. Oplegging geldboete € 40.000,-- waarvan € 20.000,-- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 84.142911.25 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Germs-de Goede, R. ter Haar, R.P. van Campen</contributor><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5009</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5009</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5009"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 december 2023 heeft de minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid aan [appellant] twee boetes opgelegd van in totaal € 20.250,00 en besloten om inspectiegegevens openbaar te maken. appellant] is eigenaar van verschillende panden in Den Haag. Op enig moment heeft hij besloten om zijn winkelpand aan de [locatie] in Den Haag te verbouwen tot drie woningen. Op 5 september 2022 ontving de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) een handhavingsbrief van de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) over werkzaamheden aan het pand. De toezichthouder heeft geconstateerd dat asbest was verwijderd en dat dit niet volgens de geldende regels was uitgevoerd. Uit het boeterapport blijkt dat arbeidsinspecteurs twee overtredingen hebben geconstateerd. Bij werkzaamheden zijn asbesthoudende golfplaten op het dak van een schuur en wandbeplating van een koelcel verwijderd. De rechtbank heeft overwogen dat niet in geschil is dat er geen veiligheids-en gezondheidsplan was opgesteld. Ook niet in geschil is dat het bedrijf dat de werkzaamheden heeft uitgevoerd niet gecertificeerd was. Volgens de rechtbank staat dus vast dat het Arbobesluit is overtreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500105/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10061</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10061</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10061"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verklaring voor recht in deelgeschil dat werkgever aansprakelijk is voor de schade die werknemer heeft geleden doordat hij tijdens zijn werk van een ladder is gevallen. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade, want de werkgever heeft niet aan haar zorgplicht voldaan en er is geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. De kantonrechter verlaagt het verzochte voorschot op de schadevergoeding. Het verzoek om de werkgever te veroordelen de gegevens van haar verzekeraar te verstrekken, wijst de kantonrechter af. De werkgever mag er namelijk voor kiezen om de schade zelf af te wikkelen, zonder betrokkenheid van haar verzekeraar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12038104\ EJ VERZ 25-67</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8141</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8141</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8141"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak vordert een werknemer een verklaring voor recht dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade die de werknemer vanwege een bedrijfsongeval heeft geleden en vordert betaling van een voorschot op de schadevergoeding. Ook vordert de werknemer betaling van achterstallige vakantietoeslag en een deel van de fooienpot. De kantonrechter wijst de vorderingen van de werknemer toe, behalve de betaling van een deel van de fooienpot.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/11972451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:4947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:4947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:4947"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak verzoekt werkneemster onder meer om vernietiging van een ontslag op staande voet dat door werkgever is gegeven. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven, met als gevolg dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Het (voorwaardelijke) tegenverzoek van werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wijst de kantonrechter af. Er is geen redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst voortduurt en werkneemster recht heeft op wedertewerkstelling en doorbetaling van het loon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12134093 \ EJ VERZ 26-161</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.M. van den Berk</contributor><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5267"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Dodelijk arbeidsongeval. Schoonmaken zonnepanelen telescoopbewassing. Werknemer door golfplaten dak gevallen van ligboxenstal en 6,8 meter lager op de betonnen ondergrond terechtgekomen. De rechtbank veroordeeld verdachte voor overtreding van voorschriften gesteld bij artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte daaraan feitelijke leiding heeft gegeven. Oplegging taakstraf 200 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 84.229975.25 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Germs-de Goede, R. ter Haar, R.P. van Campen</contributor><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:10185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:10185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:10185"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak. Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12065990 VZ VERZ 26-217</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S.H. Poiesz</contributor><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2014:3627</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:3627</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2014:3627"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2014-12-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Uitlevering. Legaliteitsbeginsel. Dubbele strafbaarheid, art. 7 EVRM. Uitlevering aan Rwanda verzocht ter zake van genocide in 1994. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD5885. Blijkens haar overwegingen heeft de Rb hetgeen is vooropgesteld niet miskend. In die overwegingen ligt voorts als haar oordeel besloten dat genocide t.t.v. het begaan daarvan naar internationaal recht ook in Rwanda een strafbaar feit opleverde i.d.z.v. art. 7.1 EVRM en thans in Rwanda bij nationale wet strafbaar is gesteld en wordt bedreigd met een vrijheidsstraf van een jaar of langer. Het oordeel van de Rb getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Mede in aanmerking genomen hetgeen door de raadslieden van de opgeëiste persoon ttz. van de Rb is aangevoerd was de Rb niet tot een nadere motivering gehouden. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, mede gelet op het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide, dat door Rwanda in 1975 is geratificeerd, genocide ook in 1994 naar internationaal recht onmiskenbaar verboden was en dat het voor een ieder duidelijk moet zijn geweest dat genocide een misdaad is waarvoor degene die zich daaraan schuldig maakt strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden. Aldus was de strafbaarheid van genocide in 1994 voldoende "accessible" en "foreseeable" als vereist door art. 7 EVRM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 14/04306</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. A.J.A. van Dorst, V. van den Brink, E.S.G.N.A.I. van de Griend</contributor><issued>2014-12-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2014:2293</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5595"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Maaltijdbezorger is aangereden en heeft letsel opgelopen. Werkgever is aansprakelijk. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn verzoeken gebaseerd op bestuurdersaansprakelijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12049497 \ UE VERZ 26-11</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.P. Drijkoningen</contributor><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2014:1441</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:1441</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2014:1441"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2014-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Uitlevering door Nederland aan Rwanda. 1. Genocideverdrag; verdragsrelatie. 2. Gelding vertrouwensbeginsel bij ontbreken uitleveringsverdrag. 3. Dreigende (flagrante) schending van art. 6 EVRM. Ad 1. Falende klacht over het ontbreken van een voor de uitlevering van de opgeëiste persoon toereikende verdragsrelatie. Ad 2. De Rb heeft in de in het gegeven garanties een voldoende waarborg gezien dat de opgeëiste persoon in Rwanda een eerlijk proces zal krijgen, met inbegrip van, het recht op h.b. Gelet hierop geeft haar oordeel dat de enkele omstandigheid dat het recht op een eerlijk proces niet is vastgelegd in een uitleveringsverdrag het vertrouwensbeginsel niet z.m. buiten werking stelt, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk. Ad 3. De bevoegdheidsverdeling tussen de rechter die over de toelaatbaarheid van een verzochte uitlevering moet oordelen en de Minister die, indien de rechter de uitlevering toelaatbaar heeft geoordeeld, uiteindelijk beslist of en zo ja onder welke condities daadwerkelijk tot uitlevering zal worden overgegaan, brengt mee dat de rechter o.g.v. zijn toetsing aan art. 6 EVRM de uitlevering slechts ontoelaatbaar kan verklaren indien blijkt dat de opgeëiste persoon door zijn uitlevering zou worden blootgesteld aan een zodanig risico van een flagrante inbreuk op enig hem ingevolge art. 6 EVRM toekomend recht, dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren, in de weg staat aan de uit het toepasselijke verdrag voortvloeiende verplichting tot uitlevering. De enkele omstandigheid dat het zogenoemde Genocideverdrag niet een “uitleveringsverdrag” is, dwingt niet tot een andere bevoegdheidsverdeling. Een en ander laat onverlet dat de uitleveringsrechter de Minister kan adviseren omtrent de vraag of de uitlevering ook daadwerkelijk zou moeten worden toegestaan. Het oordeel van de Rb dat niet is gebleken van een risico als hiervoor bedoeld is niet onbegrijpelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 14/00090</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman, J. de Hullu</contributor><issued>2014-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2014:539</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2013:18560</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6545</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6545</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6545"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 23-jarige vrouw tot een jeugddetentie van 228 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, een meldplicht bij de reclassering en een taakstraf van 120 uren. Daarnaast moet de verdachte het slachtoffer een schadevergoeding van € 7.855,00 betalen. De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld en bedreiging met geweld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.077486.24 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.T.C. Jordaans, mr. P.M.F. Schreurs, A.B. de Wit</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31652</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31652</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31652"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel Jemen, Aden, bekendmaking voornemen, 15c, gegrond, in stand laten rechtsgevolgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.1146</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10560</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10560</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10560"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Procesafspraken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/112566-23 (ontneming)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Vaandrager, mr. M. Wiewel, mr. G.J.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11727</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11727</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11727"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrouw steekt echtgenoot tijdens psychotische ontregeling. Bewezenverklaring poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling. Geen volledige ontoerekeningsvatbaarheid. Veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 260 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest. Opheffing voorlopige hechtenis. Ambtshalve oplegging gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex 38z Sr.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03.109832.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.K. Kleine, mr. K. Mestrom, mr. B. de Groot</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10232"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verhuurder is het niet eens met de uitspraak van de Huurcommissie waarin de kosten voor vastrecht bij alle huurders op nihil is gesteld, omdat volgens verhuurder niet alle in rekening gebrachte kosten zien op kapitaals- en onderhoudslasten. Verhuurder heeft echter onvoldoende inzichtelijk gemaakt waar deze overige kosten precies op zien en daarmee onvoldoende onderbouwd dat het in rekening gebrachte vastrecht ziet op de verbruikskosten die huurders moeten betalen als servicekosten. De vorderingen van verhuurder worden daarom afgewezen. In reconventie hebben verschillende huurders terugbetaling gevorderd van de servicekostenposten die verhuurder ten onrechte in rekening heeft gebracht. Deze vorderingen worden toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11681719 CV EXPL 25-2216 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14892</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14892</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14892"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beëindiging gezag en geen omgangsregeling. Inzet bijzondere curator bij contactherstel. Ouder ziet op dit moment geen ruimte voor contact en geeft geen invulling aan het gezag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/710422 / FA RK 25-8881</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Moerman</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8292"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Taakstraf van 60 uren voor mishandeling tijdens festival in Elst. Vrijspraak bepleit ivm noodweer. Noodweersituatie niet aannemelijk geworden o.g.v. de beelden. Smartengeld BP deels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/159406-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6546</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6546</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6546"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 44 maanden, het betalen van een schadevergoeding en beveelt de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van 176 dagen. De verdachte is schuldig bevonden aan diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd door twee of meer verenigde personen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.120731.24 en 08.313039.21 (tul alg) (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.T.C. Jordaans, mr. P.M.F. Schreurs, A.B. de Wit</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6544</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6544</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6544"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie van 268 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, het betalen van een schadevergoeding en stelt dat zij zich meldt bij de Reclassering. De verdachte is schuldig bevonden aan diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd door twee of meer verenigde personen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.077521.24 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.T.C. Jordaans, mr. P.M.F. Schreurs, A.B. de Wit</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10219</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10219</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10219"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Speculatieve handel in landbouwgrond. Overeenkomsten uit 2007 en 2008. Beroep op dwaling slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/784652 / HA ZA 26-230</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2013:BY4600</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:BY4600</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2013:BY4600"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2013-02-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beleggingsadviesrelatie. Bijzondere zorgplicht bank; onderzoeks- en waarschuwingsplicht. Beroep bank op art. 6:89 BW: protest binnen bekwame tijd? Maatstaf; overeenkomstige toepassing van regels die gelden bij art. 7:23 BW. Lengte onderzoeks- en klachttermijn; afweging alle betrokken belangen; alle relevante omstandigheden. Mededelingen bank, nadeel bank. Redelijke termijn voor beraad. Specifieke aard beleggingssituatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11/05318</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Streefkerk, Mr. Van Buchem-Spapens, mr. Heisterkamp, Mr. Loth, mr. Bakels</contributor><issued>2013-02-08</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6 89</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 7</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 7 23</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2013:BY4600</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2011:BU5147</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2013:BX7195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2013:BX7195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2013:BX7195"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2013-02-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beleggingsadviesrelatie. Onzorgvuldig handelen bank? Beroep bank op klachttermijn art. 6:89 BW; stelplicht en bewijslast; onderzoeksplicht cliënt?; maatstaf; alle relevante omstandigheden; bijzondere zorgplicht bank; verklaringen bank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11/01920</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. Streefkerk, Mr. Snijders, mr. Heisterkamp, Mr. Loth, mr. Bakels</contributor><issued>2013-02-08</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6 74</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6 89</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6 162</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2013:BX7195</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2010:BP4773</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11617</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11617</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11617"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verl. aanmgehouden deel MUHP: geen geschikte plek voor MJ maar andere plek ook nog niet gevonden de GI moet aan de slag daarom korte verlenging en rest afwjizen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/353749 / JE RK 26-1161</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2000:AA4123</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA4123</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2000:AA4123"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2000-01-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C98/165HR</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Roelvink, Neleman, Heemskerk, De Savornin Lohman, Hammerstein</contributor><issued>2001-08-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, Rome, 19-06-1980 10</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2000:AA4123</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31655</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31655</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31655"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel; Oeganda; geloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid; motiveringsgebrek; arrest Ebilum; asielmotief ongeloofwaardig; beroep gegrond en in stand laten rechtsgevolgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.12696</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2001:AB1059</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2001:AB1059</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2001:AB1059"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2001-04-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C99/208HR</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.H.J. Mijnssen, W.H. Heemskerk, A.E.M. van der Putt- Lauwers, A. Hammerstein, P.C. Kop</contributor><issued>2002-02-19</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 53</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 88</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6 269</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6 271</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 6 272</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 7</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 7 26</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2001:AB1059</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2001:AB1059</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2001:AB1059</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2001:AB1059"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2001-04-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C99/208HR</description><contributor lang="nl">Advocaat-/procureur-generaal: A-G Bakels</contributor><issued>2002-02-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2001:AB1059</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0686</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0686</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0686"><country>NL</country><court>GHSGR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Gravenhage</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2011-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het Gerechtshof in Den Haag veroordeelt in hoger beroep de 43-jarige Rwandees J.M. tot een levenslange gevangenisstraf wegens internationale oorlogsmisdrijven gepleegd tijdens de genocide in Rwanda in april 1994. Het hof overweegt dat het gaat om feiten die tot de ernstigste misdrijven gerekend moeten worden die sinds de Tweede Wereldoorlog door de Nederlandse strafrechter zijn berecht. Ook merkt het hof op dat aan de strafoplegging een niet mis te verstaan en ook internationaal gehoord signaal van afschrikking dient uit te gaan. Het hof acht bewezen dat de verdachte, met anderen, voorop heeft gelopen bij een grootscheepse Hutu-aanval op een Adventistencomplex, waar grote aantallen Tutsi-burgers, waaronder vrouwen en kinderen, hun toevlucht hadden genomen. Daarbij zijn talloze vluchtelingen, tenminste honderden, vrijwel letterlijk afgeslacht en gewond geraakt. Ook heeft het hof vastgesteld dat de verdachte toen een belangrijke rol heeft gespeeld bij de aanhouding van een ambulance en het vermoorden van Tutsi-inzittenden. Deze Tutsi-inzittenden, waaronder zeer jonge kinderen, waren op de vlucht voor het oorlogsgeweld tegen de Tutsi’s. Ook speelde de verdachte een beslissende rol bij de aanhouding van een vluchtend gezin, met een enkele maanden oude baby, dat daarna met de dood is bedreigd en - in doodsangst - ernstig is vernederd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002613-09</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.A.Th.M. Dekkers mr. S. van Dissel mr. G. Oosterhof</contributor><issued>2011-07-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Grondwet</reference><reference relation="citing" lang="nl">Grondwet 94</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 4</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 5</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 381</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 359a</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafvordering 423</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2444</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0520</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2013:1420</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2444</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2444</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2444"><country>NL</country><court>RBSGR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank 's-Gravenhage</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-03-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling 40 jarige Rwandees Joseph M. tot 20 jaar gevangenisstraf wegens foltering (meermalen met de dood als gevolg) ten tijde van de genocide in Rwanda in 1994. Hoofdstuk 1: Korte omschrijving van de aan verdachte verweten zeven strafbare feiten, primair ten laste gelegd als oorlogsmisdrijf subsidiair als foltering. Hoofdstuk 2: De Nederlandse rechter heeft op grond van artikel 3 (oud) van de Wet Oorlogsstrafrecht (WOS), respectievelijk artikel 5 van de Uitvoeringswet Folteringsverdrag (UFV) rechtsmacht. Hierbij is van belang dat verdachte in Nederland was ten tijde van de start van het onderzoek tegen hem. Hoofdstuk 3: Exposé van (de historische achtergrond van) de genocide in Rwanda in 1994. Hoofdstuk 4: De persoon van de verdachte. Verdachte wordt in de publicatie van het vonnis aangeduid als Joseph M. Hij heeft, zoals in Rwanda niet ongebruikelijk, een andere achternaam dan zijn (inmiddels overleden) vader; de achternaam van de vader is Murakaza. Hoofdstuk 5: Verslag van en verantwoording over het strafrechtelijk onderzoek. De rechtbank wijst de kritiek van de verdediging op de kwaliteit van het onderzoek van de hand. Hoofdstuk 6: Uiteenzetting over de waardering van het bewijs door getuigen. De rechtbank formuleert, daarbij onder meer aansluitend bij het arrest van het gerechtshof ’s-Gravenhage in de zaak K. (LJN BC 6068) een kader voor de toetsing van de geloofwaardigheid van de getuigen en betrouwbaarheid van hun verklaringen. Hoofdstukken 7 t/m 9: Bewezenverklaring van de aan verdachte verweten misdrijven tegen (i) een Duitse arts en diens Tutsi-vrouw welke met hun enkele maanden oude baby op de vlucht waren voor de genocide en (ii) de inzittenden van een ambulance (een Hutu-chauffeur, twee Tutsi-vrouwen met hun (ten minste vier) jonge kinderen en een 12-jarig Tutsi-meisje), welke op de vlucht waren voor de genocide. De twee Tutsi-vrouwen en hun kinderen zijn daarbij met machetes en knuppels om het leven gebracht. Hoofdstukken 10 t/m 14: Vrijspraak van betrokkenheid van verdachte bij de overige aan hem verweten misdrijven wegens gebrek aan (betrouwbaar) bewijs. Hoofdstuk 15: De rechtbank komt tot het oordeel dat de misdrijven die verdachte heeft gepleegd niet als oorlogsmisdrijven zijn aan te merken. De daarvoor vereiste nauwe samenhang (nexus) tussen deze misdrijven en de gewapende strijd in Rwanda tussen het regeringsleger van Rwanda (de RAF) en het (voornamelijk uit Tutsi’s bestaande) rebellenleger van het Rwandan Patriotic Front, ontbreekt. De rechtbank stelt voorop dat de strafbaarstelling van oorlogsmisdrijven burgers beoogt te beschermen tegen de gevolgen van een oorlog tussen strijdende legermachten. Zij stelt vast dat in de prefectuur waar verdachte zijn misdrijven pleegde geen gevechtshandelingen plaatsvonden tussen de RAF en het RPF, dat verdachte geen militaire functie had, dat verdachte geen invloed had op het verloop van de gevechtshandelingen dan wel in speciale relatie tot stond het regeringsleger en dat zijn misdrijven geen enkel militair doel dienden en niet bijdroegen aan de verwezenlijking van het uiteindelijke doel van de RAF in haar strijd met het RPF. De rechtbank onderkent dat de gewapende strijd tegen het RPF het Rwandese regime een voorwendsel gaf voor etnisch geweld tegen de Tutsi-bevolking en dat de propaganda van dit regime, waarin alle Tutsi’s werden vereenzelvigd met het RPF, verdachte een motief en een vrijbrief verschafte voor zijn misdrijven. Deze enkele omstandigheid acht zij echter onvoldoende om een nexus aan te nemen. Hoofdstuk 16: De rechtbank komt tot het oordeel dat verdachte, een burger, zich heeft schuldig gemaakt aan folteringshandelingen, welke door overheidsfunctionarissen waren uitgelokt en opzettelijk toegelaten (strafbaar gesteld in artikel 2 onder b UFV). In dit hoofdstuk wordt per bestanddeel (mishandeling in de zin van de UFV, de kwaliteit van de dader als overheidfunctionaris, vrijheidsberoving van het slachtoffer, de eis dat de mishandeling plaatsvindt met een bijzonder oogmerk) aangegeven wat daaronder dient te worden volstaan en vervolgens het voorhanden bewijs daaraan getoetst. Dat gebeurt ook met de vereisten voor de deelnemingsvormen “uitlokken”en “opzettelijk toelaten”. Hoofdstuk 18: De vorderingen van drie benadeelde partijen. Ten aanzien van de ontvankelijkheid is het recht van toepassing zoals dat gold voor de invoering van de wet-Terwee. Naar dat recht behoeft een vordering van een beledigde partij niet eenvoudig van aard te zijn om in een strafgeding te kunnen worden behandeld. De vorderingen van de Duitse arts en zijn vrouw worden toegewezen, elk tot het destijds geldende maximale bedrag van thans euro 680,67. De vordering van een nabestaande wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte van het betreffende feit wordt vrijgesproken. Hoofdstuk 19: Strafmotivering. De rechtbank overweegt onder meer dat de kwalificatie van het handelen van verdachte als foltering, meermalen met de dood als gevolg, zijn handelen niet minder ernstig maakt dan wanneer hij daarvoor had kunnen worden berecht ter zake van genocide dan wel de feiten gekwalificeerd hadden kunnen worden als oorlogsmisdrijven. Zij heeft bij de op te leggen straf mede in aanmerking genomen de straftoemeting bij het Rwanda-tribunaal en de huidige wijze van tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf, waarbij ‘levenslang’ in de praktijk in beginsel ook echt ‘levenslang’ is (zie onder meer het advies van de RSJ d.d. 1 december 2006 en de aanvulling daarop d.d. 20 april 2008 alsmede de conclusie van A-G mr. Knigge van 30 september 2008 (LJN BF741). De rechtbank overweegt dat van een concreet recidivegevaar niet is gebleken en legt verdachte een gevangenisstraf op van 20 jaar, hoewel hiermee in onvoldoende mate recht wordt gedaan aan de ernst van de door hem gepleegde feiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/750009-06 en 09/750007-07</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mrs. Elkerbout, Veldt-Foglia, Sluiter</contributor><issued>2009-05-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0686</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:276</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:276</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:276"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-02-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het is onvoldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de schorsing van geïntimeerde en daarmee het door Volt hierover opgestelde persbericht op die grond onrechtmatig is. De grenzen van toelaatbare kritiek op een politicus zijn ruimer dan op een burger als private persoon. Het recht op bescherming van eer en goede naam van geïntimeerde afwegend tegenover het recht op vrije meningsuiting van Volt was sprake van een ‘iets te prematuur karakter’ van het persbericht. Verder zijn de bewoordingen niet in alle opzichten gelukkig gekozen. Daar staat tegenover dat de inhoud van het bericht grotendeels steun vond in de op dat moment bekende feiten en de door Volt genomen maatregelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.309.172/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-02-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:1089</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2022:1089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:1089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2022:1089"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-03-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering van Tweede Kamerlid tot terugkeer in de Tweede Kamerfractie toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/714064 / KG ZA 22-153 MDvH/MV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.A. Dudok van Heel</contributor><issued>2022-03-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:276</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14949</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14949</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14949"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot wraking niet-ontvankelijk. Verzoek is ingediend nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/727402 / HA RK 26-982</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14947"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om verschoning toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726985 / HA RK 26-943</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verschoning</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14948"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om verschoning toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/727485 / HA RK 26-992</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verschoning</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1733</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1733</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1733"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 11, lid 1, letter b, onder 5°, Wet OB 1968; verhuur van een onzelfstandig gedeelte van een woning als werkkamer; voorwaarde toepassen optie belaste verhuur is dat het verhuurde niet door bewoners (mede) wordt gebruikt als woonruimte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02699</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1768</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6507</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6507</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6507"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Navordering. Nieuw feit? Vereiste aangifte. Redelijke schatting?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1182 t/m 24/1185</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2024:1283</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9784</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9784</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9784"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ, beroep gegrond, proceskostenvergoeding, de gemachtigde van belanghebbende kwalificeert als een bijzonder geval in de zin van het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/2765</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10230</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10230</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10230"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiseres vordert een verklaring voor recht dat gedaagde nog gebonden is aan (een exclusiviteitsbeding in) een tussen partijen overeengekomen Term Sheet Diezelfde vraag ligt op dit moment in hoger beroep in een andere procedure tussen partijen voor (de hoofdprocedure). De rechtbank oordeelt dat eiser niet-ontvankelijk is in haar vorderingen, omdat er een risico bestaat op tegenstrijdige beslissingen. Het instellen van deze vordering in een bodemprocedure terwijl het hoger beroep in de hoofdprocedure nog loopt, is daarom in strijd met de goede procesorde. Hetzelfde geldt voor het gevorderde verbod om met derden te onderhandelen, omdat ook deze vordering neerkomt op de vraag of gedaagde nog gebonden is aan de Term Sheet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/779984 / HA ZA 25-1794</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2920"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 67a AWR. Par. 21, lid 2, BBBB. Par. 21, lid 6, BBBB. Maximum verzuimboete wegens stelselmatig niet doen van aangiften IB/PVV. Geen AVAS. Individuele straftoemeting. De Rechtbank heeft de maximumverzuimboetes voor de jaren 2020 en 2021 terecht gematigd tot 50% van het maximum vanwege financiële omstandigheden. Hoger beroep Inspecteur ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/809 en BK-25/811</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3463</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3463</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3463"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank verlaagt de WOZ-waarde conform het nadere standpunt van de heffingsambtenaar. Rompslompschade is een stelpost. De extra kosten die eiser mogelijk moet maken bij herstel van de aardbevingsschade verlagen de WOZ-waarde niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/3705</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Sanna</contributor><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31662</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31662</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31662"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel (Syrië); geloofwaardigheid identiteit; vrees voor ernstige schade vanwege bloedwraak familie; 15c-situatie gouvernement Al-Hasakah; humanitaire situatie; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.28494</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11693</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11693</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11693"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorzieningen en bodemzaak. Wijziging eerder vastgestelde zorgregeling. Halen/brengen verdelen. Wijziging kinderbijdrage. Samengestelde gezinnen. Berekening ideale aandelen (zuivere draagkracht).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/353864 / FA RK 26-1572</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31809"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Griekse statushouder. Asielaanvraag niet-ontvankelijk. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.40432</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4378"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Woonzorgcentrum. Artikel 220a, lid 2 van de Gemeentewet. De rechtbank maakt uit de foto’s in het dossier op dat de beleefhoeken bestemd en geschikt zijn gemaakt om te kunnen schilderen, muziek te maken of te bewegen. Daarmee zijn deze ruimtes dus bestemd en geschikt om voor bepaalde aspecten van menselijke bewoning te dienen. De rechtbank is van oordeel dat meer dan 70% van de onroerende zaak dient tot woning dan wel volledig dienstbaar is aan woondoeleinden. Beroepen gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/253</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A. Heidekamp</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10504</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10504</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10504"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Schorsing van de voorlopige hechtenis om een straf uit te zitten. Overleg binnen het strafteam heeft erin geresulteerd dat de rechtbank het uitgangspunt 'schorsen, tenzij' blijft hanteren, in afwachting van de antwoorden van de Hoge Raad op prejudiciële vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01-120998-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14890</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14890</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14890"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">1:253a BW. Verzoek om wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen toegewezen. De minderjarigen wonen al geruime tijd bij de man, nadat de vrouw als gevolg van een andere relatiebreuk op een veilige locatie verblijft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/713150 / FA RK 26-257</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.A. van Egmond</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14416"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil over opzegvergoeding energiecontract. Vraag of de energieleverancier een opzegvergoeding in rekening mocht brengen en of zij de hoogte van deze vergoeding voldoende heeft onderbouwd. Reconventionele vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/712798 HA ZA 26-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31663</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31663</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31663"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod – procesbelang – besluit zorgvuldig voorbereid – ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31664"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.61441</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7585</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7585</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7585"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingswet. Beroep tegen verleende omgevingsvergunning voor het realiseren van een opvanglocatie voor 152 personen aan de Amsterdamsestraatweg in Baarn. De rechtbank oordeelt dat het college de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen. Er is geen sprake van een overtreding van het verstedelijkingsverbod, omdat in de voorgaande situatie al sprake was van een stedelijke functie, Het college voldoende gemotiveerd dat wordt voldaan aan de voorwaarden die gelden om een bestaande stedelijke functie om te zetten naar een andere stedelijke invulling. De rechtbank is het verder met het college eens dat sprake is van reeds bestaande legale bebouwing. Zij komt dus niet toe aan de vraag of het college ten onrechte geen alternatieve locaties heeft onderzocht. Ten overvloede overweegt de rechtbank daarover dat het college moet beslissen op de aanvraag zoals die is ingediend. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/263</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.W.A. Schimmel</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31810</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31810</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31810"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel + 8 EVRM. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14951</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14951</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14951"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zedenzaak. Vrijspraak. BP n-o. TUL afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-312875-25 en 10-283294-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7805</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7805</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7805"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst (na ingetrokken ontslag op staande voet) wegens ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Het verzoek om ontbinding houdt geen verband met de ziekte van werknemer. Bovendien is het in het belang van werknemer dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12334963</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.H. Steverink</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10564</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10564</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10564"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">MK. Echtscheiding. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden. Vorderingen op grond van de huwelijkse voorwaarden. Geschillen over goederen. IPR</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/757095 / FA RK 24-6433</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9213</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9213</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9213"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vermiste koffers. De passagier kan zich niet met succes op revindicatie beroepen, omdat de locatie van de koffer met de AirTag zich niet op de luchthaven bevindt. De gevorderde schadevergoeding wordt toegewezen tot het maximum van 1000 bijzondere trekkingsrechten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11575521</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10456</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10456</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10456"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/453443 HA RK 26-227</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14896</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14896</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14896"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging kinderbijdrage, samenloop onderhoudsverplichtingen, stiefouder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/700106 / FA RK 25-3983</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Berghuis-Knijff</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBHAA:2012:BX9794</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2012:BX9794</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBHAA:2012:BX9794"><country>NL</country><court>RBHAA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Haarlem</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2012-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering tegemoetkoming kob aan een inwoner van Turkije is in strijd met het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid van 14 december 1972.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11/4779, 11/4780</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen</contributor><issued>2012-10-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31665</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31665</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31665"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, Oostenrijk, minderjarig kind, in geschil is de vraag of de minister de behandeling van het asielverzoek op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich dient te trekken, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.16208</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9214</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9214</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9214"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dat de passagier zelf om een kortere overstaptijd heeft gevraagd, betekent niet dat de vervoerder zijn verplichting om een minimale buffer in acht te nemen niet meer hoeft na te komen. Het is bovendien niet gebleken dat de vervoerder de passagier actief heeft geïnformeerd over de risico’s van een korte overstaptijd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11610510</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31811</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31811</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31811"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38468</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10705</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10705</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10705"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Retourzending Zalando. Gedaagde voldoende onderbouwd dat hij de artikelen heeft geretourneerd. Geen onderbouwde betwisting door Van Alektum. In retourbevestiging bedrag verminderd. Vordering afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12225168 \ CV EXPL 26-2509</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10708</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10708</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10708"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht - reparatie van een oldtimer - overeenkomst tot aanneming van werk - nakoming - retentierecht - stallingskosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12114545 \ CV EXPL 26-806</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14952</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14952</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14952"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">bewezenverklaring voor diefstal meerdere scooters in vereniging, openlijk geweld, medeplegen van oplichting, vernieling, eenvoudige belediging, diefstal en vuurwapenbezit. Beroep op noodweer(exces) verworpen. Vorderingen BP n-o en deels toegewezen, TUL JD omgezet in een TS. Straf: deels voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke werkstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-330408-25, 10-072239-26 en 10-242978-25 en 09-256672-23 en 10-205944-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6776</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6776</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6776"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Wraking na einduitspraak - niet ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/352675 / HA RK 26-96</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.T.A.C. Russel, mr. R.M.M. Kleijkers, mr. R.H.J.  Otto</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9901</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9901</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9901"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wraking - verzoek niet gedaan zodra feiten of omstandigheden bekend zijn geworden - te laat - niet ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/353682 / HA RK 26-115</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M.E. Derks, mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. M.J.A.G.  van Baal</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:926</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:926</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:926"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Post-Jaddoe. Medeplegen van diefstal met valse sleutels. Falend middel over bewezenverklaring medeplegen. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03180</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11059</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11059</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11059"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Affectieve en seksuele relatie met een ondergeschikte levert geen dringende reden op voor een ontslag op staande voet. Billijke vergoeding, gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding afgewezen. Tegenverzoek boete wegens overtreding ronselbeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12269405 \ AZ VERZ 26-109</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11355</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11355</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11355"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak draait het om de vraag of de Provincie in strijd handelt met de regels uit de Didam-arresten door een voorgenomen verkoop van ruim dertig percelen aan GEC. De Provincie en GEC stellen dat GEC als enige serieuze gegadigde kan worden aangemerkt en dat de Provincie daarom geen openbare selectieprocedure hoeft te organiseren. Eiseres is het daar niet mee eens en zij vordert een verbod om de percelen aan GEC te verkopen en dat de Provincie alsnog een openbare selectieprocedure organiseert. De voorzieningenrechter is van oordeel dat GEC de enige serieuze gegadigde is en wijst de vorderingen van eiseres af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/354185/KG ZA 26-280</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14726"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding. Vordering van meerdere inschrijvers. Voorwaarden voor sluiten nadere overeenkomsten onder raamovereenkomst onvoldoende bepaald. Schending transparantiebeginsel door onduidelijkheid over toelaatbaarheid van tarief waarmee wordt inschreven. Fundamentele gebreken. Toewijzing vordering tot staken aanbestedingsprocedure. Zie ook parallelle procedures met vonnissen van gelijke datum in zaaknummers 725354 en 724661.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725374 / KG ZA 26-902</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10400"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaarschrift tegen beslissing tot uitstel v.i. (ex art. 6:6:8 lid 1 Sv). Ongegrond voor zover dit ziet op de beslissing om de beslissing over het al dan niet verlenen van v.i. uit stellen. Gegrond voor zover dit ziet op de termijn die aan de beslissing tot uitstel is verbonden (en beperkt de termijn).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/002345-23 (bezwaar uitstel v.i.)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.A. Sipkens, mr. B.C. Langendoen, mr. H.H.J. Zevenhuijzen</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31813</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31813</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31813"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel + 8 EVRM. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38565</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11320</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11320</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11320"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Opzegging arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen werkgever. Toekenning billijke vergoeding, transitievergoeding en achterstallig loon. Toewijziging vordering tot uitbetaling van opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen. Over het 'slapend dienstverband' moeten slechts de opgebouwde wettelijke vakantiedagen worden uitbetaald (conclusie PG van 9 oktober 2026, ECLI:NL:PHR:2026:984).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12304341 \ AZ VERZ 26-127</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11058</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11058</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11058"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot betaling van billijke vergoeding en aanvullende verzoeken afgewezen. Geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12263618 \ AZ VERZ 26-106</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10407"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Kroatië. Tussenuitspraak. Individueel gevaar vastgesteld. De rechtbank houdt de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW aan en zal ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW bij de volgende zitting nagaan of een wijziging van de omstandigheden is opgetreden binnen een redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-155100-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. A. Pahladsingh, mr. E.M. de Bie</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31814"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgberoep vreemdelingenbewaring – geen beroepsgronden – beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.64067</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13226</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13226</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13226"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om tussentijds hoger beroep te mogen instellen tegen een beschikking in deelgeschil. De rechtbank staat het hoger beroep toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/380423</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10361</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10361</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10361"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Overlevering. Pools EAB t.b.v. vervolging. Einduitspraak na tussenuitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2026:8109. Wijziging van de omstandigheden binnen een redelijke termijn. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen, wordt door de verstrekte informatie uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-296186-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. de Rooij, mr. D.L.S. Ceulen, mr. L. Sanders</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31815</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31815</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31815"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De minister heeft beslist op de aanvraag van eiseres om een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel “familie en gezin” in het kader van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38754</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9245</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9245</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9245"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 12 Rv (litispendentie) en vordering in reconventie. Geen verplichting zekerheidsstelling proceskosten door partij in USA.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/784287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31589"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Samenvatting: voorlopige voorziening hangende beroep. Niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van connexiteit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.25965</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ir. H.B. van Gijn</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:12079</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12079</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:12079"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/453772 / HZ ZA 25-176</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O. Nijhuis</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31590"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Samenvatting: voorlopige voorziening hangende beroep. Niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van connexiteit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.27771</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ir. H.B. van Gijn</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31591</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31591</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31591"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">: Beëindiging verblijfsrecht op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Geen sprake van procesbelang, omdat eiser is vertrokken naar land van herkomst en er geen contact meer is met de gemachtigde. Het beroep is niet ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.9184</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ir. H.B. van Gijn</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2350</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2350</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2350"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Rekening en verantwoording. Procedure tussen twee erfgenamen, de dochter en de zoon van erflaatster. Beneficiaire aanvaarding door de dochter? Is de dochter verplicht tot het doen van rekening en verantwoording voor betalingen en pinopnames met de gemachtigdenpas en overboekingen naar haar eigen rekening ten laste van de rekening van erflaatster in de periode vóór en kor na haar overlijden. Omstandigheden van het geval. Tussen erflaatster en de dochter was sprake van een vertrouwens- en familierelatie waarbij de dochter de mantelzorgster van erflaatster was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.334.880/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-07-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:7103</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:5664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:5664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:5664"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">erfrecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 461402</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M.K.J. Steketee</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:1796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:1796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:1796"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Vordering erfgenaam tot nader onderzoek door vereffenaar. Afwijzing. Veroordeling erfgenaam in werkelijke proceskosten en kosten vereffenaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.529/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2185"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Is in testament gelegateerde vruchtgebruik van nalatenschap geëindigd doordat de goederen van legataris onder bewind zijn gesteld?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.353.651/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:8959</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8959</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:8959"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kan op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid worden afgeweken van het wettelijke versterferfrecht? In geschil is naar wie de nalatenschap van erflater gaat: de zus van erflater op grond van het wettelijk versterferfrecht, of naar de personen die zijn opgenomen in een handgeschreven document (waaronder ook de zus) dat erflater zelf, zonder tussenkomst van een notaris, een maand voor zijn overlijden heeft opgesteld. De rechtbank stelt vast dat de omstandigheid dat erflater een handgeschreven document heeft nagelaten niet rechtvaardigt dat van het wettelijk stelsel wordt afgeweken. De zus is daarom enig erfgenaam, dat leidt niet tot onaanvaardbare gevolgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/687795 / HA ZA 25-587</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L. Amperse</contributor><issued>2026-04-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:813</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:813</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:813"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vermogensrecht. Erfrecht. Art. 4:71 BW. Art. 4:137 e.v. BW. Tweetrapsmaking. Bezwaarde en verwachter. Wie is erfgenaam als voorwaarde is vervuld op moment van overlijden? Legitieme portie. Waardedrukkend effect van voorwaardelijkheid van erfrechtelijke verkrijging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00771</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-05-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:120</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2349</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9015</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9015</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9015"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beschikking rechter-commissaris vaststelling salaris vereffenaar nalatenschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/355379 / HA RK 24-105</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:7094</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7094</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:7094"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de erfenis van erflaatster moet worden afgehandeld volgens het versterferfrecht. Dat zou ingrijpende negatieve gevolgen hebben voor het dagelijks leven van de partner van erflaatster en hun kinderen. De erfenis moet daarom worden afgehandeld volgens het concept-testament. (artikel 3:12 en 6:2 BW) Omdat kinderen betrokken zijn bij de zaak, heeft de kantonrechter een bijzonder curator benoemd om hen te vertegenwoordigen. De rechter heeft hun belang meegewogen (artikel 3 en 12 internationaal verdrag voor de rechten van het kind).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 779893 / HA ZA 25-1790</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2026-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20340</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20340</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20340"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding over de uitvaart van een vrouw met wortels in India. Haar echtgenoot krijgt gelegenheid om in Nederland een ceremonie te laten plaatsvinden. Daarna moet hij het lichaam vrijgeven zodat het kan worden overgebracht naar haar familie in India om daar te worden gecremeerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 709390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Dondorp</contributor><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20747</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20747</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20747"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht - uitleg van testament</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/692248 / HA ZA 25-848</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L. Amperse</contributor><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:5165</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:5165</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:5165"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Er wordt een machtiging voor de verdeling van een nalatenschap gevraagd, omdat één van de erfgenamen onder bewind staat. Uit de ingediende stukken is de kantonrechter gebleken dat een (groot) deel van de nalatenschap al verdeeld is. Hiervoor kan niet achteraf (alsnog) een machtiging worden verleend aan de bewindvoerder. De kantonrechter wijst daarom slechts een machtiging toe voor de partiële verdeling van het restant van de nalatenschap dat nog niet verdeeld was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12129104 \ EJ VERZ 26-155</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J.A. Donkersloot</contributor><issued>2026-07-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2494</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2494</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2494"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Testament met een tweetrapsmaking. Wie zijn belanghebbende bij de afwikkeling van het testament van erflater. De benoeming van de vereffenaar. Wie zijn belanghebbende in de procedure inzake de benoeming van de vereffenaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.597/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-08-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:2053</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2495</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:475"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Heeft informeel samenwoner van overledene jegens de erven aanspraak op betaling van het bedrag dat de levenverzekeraar aan de hypotheekhouder heeft betaald, waardoor de woning onbezwaard in de nalatenschap valt? Onduidelijkheid over de geldende polis. Subrogatie ex artikel 6:150 sub a danwel b BW? Onverschuldigde betaling. Ongerechtvaardigde verrijking. De vordering wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/452051 / HA ZA 25-219</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.C. van der Mei</contributor><issued>2026-03-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:6684</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6684</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:6684"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag executeur op verzoek van erfgenamen ivm niet (correct) uitvoeren van zijn taak. Proceskosten niet ten laste van nalatenschap maar van executeur prive</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12078871 / EZ VERZ 26-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5655</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5655</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5655"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht, eisers in conventie doen een aanvullend beroep op hun legitieme portie in de nalatenschap van hun vader. Zij menen dat vader een gift heeft gedaan aan hun broer (gedaagde) doordat hij afstand heeft gedaan van een voorkeursrecht tot (terug)koop van grond. Dit voorkeursrecht was vader met gedaagde overeengekomen toen hij zijn aandeel in een melkveehouderijbedrijf dat hij samen met gedaagde dreef aan gedaagde overdroeg. Doordat vader afstand heeft gedaan van dit voorkeursrecht, heeft gedaagde de grond volgens eisers voor veel geld aan projectontwikkelaars kunnen verkopen. De genoemde gift moet volgens hen meetellen bij de berekening van hun legitieme portie. De rechtbank oordeelt echter dat geen sprake is geweest van de door eisers gestelde gift. Dat (een vennootschap van) gedaagde de grond heeft verkocht, is niet mogelijk geworden doordat vader afstand heeft gedaan van het voorkeursrecht. Het was op grond van de overeenkomst tot bedrijfsovername zélf al mogelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/583844</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Hermans</contributor><issued>2026-08-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5111</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5111</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5111"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht, aanvullende legitieme portie. Ontbinding schenkingsovereenkomst vanwege onvoorziene omstandigheden? In aanmerking te nemen giften. Huren woning tegen niet-marktconforme prijs. Art. 4:67, 4:69, 4:70 BW, art. 6:258 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.339.628</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10501</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10501</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10501"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mishandeling pleegzoon door slaan met boek. De ernst van het bewezenverklaarde feit rechtvaardigt in het geheel niet de oplegging van een onvoorwaardelijke of zware straf. Toepassing 9a.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02.067721.24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31820</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31820</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31820"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.49383</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31779</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31779</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31779"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV Frankrijk. De minister mag nog steeds van het IVB uitgaan. Beroep op arrest CK slaagt niet, geen reëel en bewezen risico zou inhouden op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van haar gezondheidstoestand. Beroep op arrest Tarakhel slaagt wel. Eiseres moet worden aangemerkt als bijzonder kwetsbaar vanwege psychische toestand. In Frankrijk pas na drie maanden toegang tot niet-acute medische zorg. Gelet hieropis de rechtbank van oordeel dat eiseres voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Frankrijk zonder garanties geen toereikende zorgvoorzieningen zal kunnen krijgen. Beroep gegrond, vovo afgewezen, pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.40861 en NL26.40862</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Boonstra</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13227</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13227</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13227"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot het benoemen van een vereffenaar op grond van artikel 4:203 lid 1 sub a BW. De rechtbank benoemt een vereffenaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/377160</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31780</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31780</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31780"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag voor een mvv omdat eiseres niet voldoet aan het inburgeringsvereiste. Beroep gegrond. De minister heeft de mvv niet mogen weigeren op grond van het inburgeringsvereiste, aangezien de wijze waarop dit vereiste op dit moment is ingekleed niet in overeenstemming is met onder andere de Gezinsherenigingsrichtlijn en het EVRM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.33419</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.H. Waller</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10401</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10401</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10401"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil over bouwtijdoverschrijding en gebreken appartement. Contractuele schadevergoeding wegens bouwtijdoverschrijding toegewezen: de aannemer heeft onvoldoende onderbouwd dat de aangevoerde omstandigheden tot onwerkbare dagen hebben geleid. Geen bouwtijdverlenging of matiging. De aannemer moet verder een deel van de gebreken herstellen, onder meer omdat sprake is van een gerechtelijke erkentenis (art. 154 Rv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/783036 / HA ZA 26-103</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13911</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13911</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13911"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopige voorziening afgewezen. Participatiewet (Pw). Artikel 31 van de Pw. Gelden van derde ontvangen voor betalen kosten leaseauto zijn giften. In artikel 31, tweede lid, van de |Pw wordt naast de maximale vrijstelling voor giften geen uitzondering gemaakt voor middelen die bedoeld zijn voor een auto en evenmin voor een auto die om medische redenen noodzakelijk is. Nog daargelaten dat op grond van de overgelegde medische verklaringen van verzoeker niet zonder meer kan worden afgeleid dat voor het bezoek aan artsen en andere medische afspraken het bezit van een eigen (lease)auto noodzakelijk is, heeft het college dan ook in het bestreden besluit terecht bij de berekening van de Pw-uitkering rekening gehouden met de giften die verzoeker van derden heeft ontvangen. Artikel 18, eerste lid, van de Pw. Ter onderbouwing van de vereiste zeer bijzondere omstandigheden heeft verzoeker gewezen op zijn medische situatie. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de kosten voor een auto vervoerskosten betreffen, die behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van bestaan en die in beginsel uit de uitkering voor levensonderhoud op grond van de Pw moeten worden voldaan. Uit de overgelegde medische verklaringen kan niet zonder meer worden afgeleid dat verzoeker voor bezoek aan artsen en andere medische afspraken uitsluitend is aangewezen op een (lease)auto en deze auto noodzakelijk is. Er is dan ook niet gebleken dat sprake is van zeer bijzondere omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/7376</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31783</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31783</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31783"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo hangende beroep, Chavez aanvraag, terugmelding bij de gemeente vanwege gestelde schijnerkenning, voorlopige voorziening toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.51931</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31793"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep gegrond. Asiel Syrië. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij uitgaat van het laagste niveau van willekeurig geweld in Syrië. De rechtbank verwijst naar de uitspraken van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 11 september 2026</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.12012</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B. de Boer</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31822"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.49412</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10179</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10179</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10179"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit België. Artikel 12 OLW: verzetgarantie verstrekt en voldoende bevonden. Artikel 6 OLW: terugkeergarantie verstrekt en voldoende bevonden. Artikel 11 OLW: detentiegarantie verstrekt en voldoende bevonden. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-105898-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. drs. E. van den Brink, mr. B.M. Vroom-Cramer</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31512"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag overdrachtsbelasting ter zake van de verkrijging van twee percelen grond. Eiseres doet een beroep op de samenloopvrijstelling van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de WBR. Volgens eiseres is namelijk sprake van de levering van een bouwterrein ook al zijn de percelen ten tijde van de levering nog bebouwd. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Er is geen sprake van de levering van een bouwterrein, omdat de verkoper ten tijde van de levering slechts een voorwaardelijke sloopverplichting heeft. Eiseres kon namelijk gebruik maken van de optie om de percelen met bebouwing te laten opleveren. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat na de levering van de percelen nog zeer geruime tijd sprake is geweest van voortgezet gebruik door de verkoper. De samenloopvrijstelling is daarom niet van toepassing. Het beroep wordt ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 3897</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.J. Arts, mr. E. Kouwenhoven, mr. D.M. Drok</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2739</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2739</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2739"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is het niet eens met de aanslagen IB/PVV voor de jaren 2021 en 2022. De inspecteur is volgens hem ten onrechte afgeweken van de aangiften. Het hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat de inspecteur terecht is afgeweken van de aangiften, omdat belanghebbende voor beide jaren een te hoog bedrag aan ingehouden loonheffing had aangegeven. Het hof is verder van oordeel dat belanghebbende terecht door de rechtbank is veroordeeld in de proceskosten van de inspecteur wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht, aangezien doorprocederen in dit geval geen enkel redelijk doel diende, gelet op de procedures over voorgaande jaren. Het hof wijst het verzoek van de inspecteur om belanghebbende in hoger beroep ook te veroordelen in de proceskosten wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht echter af. Het aanwenden van een rechtsmiddel tegen een uitspraak waarin geoordeeld is dat men kennelijk onredelijk gebruikmaakt van procesrecht, is in beginsel namelijk niet kennelijk onredelijk. Bij gelijkblijvende omstandigheden kan het hof een volgende keer mogelijk anders oordelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1109 en 25/1110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, mr. drs. E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:3002</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1822"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen omzetbelasting. In geschil is of belanghebbende de vereiste aangiften heeft gedaan en of de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard. Redelijke schatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2090</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8216</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8216</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8216"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invordering. Een stuitingsbrief is niet voor bezwaar vatbare beschikking in de zin van artikel 26a van de AWR. Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Geen ambtshalve marginale toetsing van een ingediend bezwaar. Erflater is overleden nadat een boete aan haar is opgelegd. Gevolgen hiervan voor de boete en invorderingskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Loof</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31801</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31801</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31801"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep gegrond. Verweerder heeft erkend dat het besluit van de beëindiging van de opvang niet in stand kan blijven en dat eiser weer moet worden toegelaten tot de opvang. Eiser is tot op heden echter nog niet toegelaten tot de opvang en daarover niets vernomen van verweerder. De rechtbank oordeelt dat sprake is van procesbelang en stelt zelf vast dat de beëindiging van de opvang onrechtmatig is geweest. De voorzieningenrechter treft daarbij ambtshalve een voorlopige voorziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/14140</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B. de Boer</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7353"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Pw. Intrekking bijstand. Verkeerde bewijslast. Onvoldoende onderbouwing. Gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/2059</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M.E. Schulmer</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31817</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31817</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31817"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep gegrond. AMBV Italië. Ten onrechte geen persoonlijk onderhoud gevoerd. Onvoldoende rekening gehouden met belangen van minderjarige kinderen. Minister heeft niet aannemelijk gemaakt dat ten aanzien van Italië weer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45555 en NL26.45556</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.B. de Boer</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31806"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het daar niet mee eens en heeft daarvoor argumenten gegeven. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De minister, die de rechtbank verweerder noemt, heeft niet goed gemotiveerd waaruit blijkt dat eiser meerderjarig zou zijn geweest op het moment van zijn asielaanvraag. Zo is de leeftijdsschouw niet inzichtelijk en concludent. Ook heeft verweerder niet inzichtelijk gemaakt waarom hij uitgaat van de leeftijd die de Italiaanse autoriteiten hebben geregistreerd. Daarnaast heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom niet van de leeftijd die de Zwitserse autoriteiten hebben geregistreerd kan worden uitgegaan, en daarmee van de minderjarigheid van eiser ten tijde van de asielaanvraag. Ook heeft verweerder ten onrechte de homo- of biseksuele geaardheid van eiser ongeloofwaardig geacht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.51835 en NL26.51836</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.J. van Beek</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31812</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31812</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31812"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">: De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzende beslissingen op de asielaanvragen niet in stand kunnen blijven. De minister, die de rechtbank verweerder noemt, heeft de vereenzelviging van eiseressen met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen vrouwen en mannen niet goed beoordeeld. Ook heeft verweerder ten onrechte niet beoordeeld of eiseres 1 afvalligheid toegedicht zal worden bij terugkeer naar Irak. Dat betekent dat de beroepen gegrond zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.27094, NL26.28345, NL26.49147 en NL26.49163</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.J. van Beek</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7350</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7350</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7350"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Wlz. Afwijzing. Onvoldoende inzichtelijk advies. Gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1086</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M.E. Schulmer</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13907"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzen voorlopige voorziening. Het CBR heeft terecht een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en was daardoor ook gehouden de geldigheid van het rijbewijs te schorsen. Verzoekster stelt dat zij door de schorsing van de geldigheid van het rijbewijs onevenredig wordt benadeeld. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is hier geen sprake van een zeer uitzonderlijk geval.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/7540</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:202"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Schorsing executieveiling waarna de voorwaarde dat binnen een maand een opstalverzekering voor het verhypothekeerde bedrijspand wordt gesloten en maandelijks USD 3.889,00 zal worden betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SXM202601047</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.R. Veerman</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10578"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [minderjarige] nog steeds in haar ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. Er is weliswaar sprake van een positieve ontwikkeling, zoals het opgestelde ouderschapsplan, maar het is van belang dat de nog bestaande losse eindjes in het ouderschapsplan verder worden uitgewerkt en dat de afspraken tussen de ouders nader worden verduidelijkt. Daarbij gaat het in het bijzonder om de regeling rondom ziekte en de praktische uitvoering daarvan. De kinderrechter begrijpt dat de vader zich op dit punt gehoord wil voelen, maar benadrukt ook dat van beide ouders wordt verwacht dat zij in het belang van [minderjarige] blijven investeren in een werkbare vorm van communicatie en onderlinge afstemming. De kinderrechter ziet dat de communicatie tussen de ouders moeizaam verloopt en dat dit veel van hen vraagt. Tegelijkertijd is van belang dat zij, ook als zaken niet altijd eerlijk of logisch aanvoelen, in het belang van [minderjarige] blijven handelen en proberen afspraken te maken en na te komen. Het is van groot belang dat [minderjarige] zich onbezorgd en evenwichtig kan blijven ontwikkelen en het vrolijke meisje kan blijven dat zij nu is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/790455 / JE RK 26-566</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3056</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3056</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3056"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Unus-arrest. Vernietiging van het vonnis waarvan beroep wegens een enigszins andere bewezenverklaring. Veroorderling ter zake van medeplegen van diefstal, meermalen gepleegd tot een gevangenisstraf van 4 weken m.a. Art 57sr is van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-000035-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8537</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8537</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8537"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een all in-huurprijs. Na toepassing puntentelling wordt vastgesteld dat de huurprijs geliberaliseerd is. Daarom wordt niet de prijs die bij aanvang is overeengekomen vastgesteld als redelijke huurprijs – die is immers geen huurprijs voor enkel de woonruimte – maar de na splitsing vastgestelde huurprijs. De huurprijs wordt daarom vastgesteld op de gesplitste huurprijs, € 1.155 per maand (55% van de all-inprijs) en de afrekening servicekosten op € 150 per maand (25% van de all-inprijs). In reconventie worden verhuurders veroordeeld tot terugbetaling van de betalingen die huurders onverschuldigd hebben gedaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12102827 \ CV EXPL 26-1923</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7422</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7422</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7422"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ, objectafbakening, appartementen, parkeerterrein en perceel grond, gegrond beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2992</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.F.C. Veelenturf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3048</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3048</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3048"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verkoop twee percelen landbouwgrond aan consument. Geen dwaling en geen oneerlijke handelspraktijk’</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.376.189</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7423</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7423</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7423"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WIA, zorgvuldig onderzoek, voldoende rekening gehouden met de beperkingen, toelichting arbeidsdeskundige goed te volgen, ongegrond beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1427</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.F.C. Veelenturf</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2800"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA's dividendbelasting 2015 tot en met 2017 met vergrijpboetes. Dubbel hoger beroep. Nieuwe transferpricingrapporten tardief. Wraking. Vereiste aangifte. Onzakelijke aandeelhoudersleningen (o.b.v. eerdere Vpb-procedures). Verkapt dividend. Pleitbaar standpunt. Rol bestuurders/adviseur t.a.v. onzakelijke leningen. Feiten en omstandigheden voor grove schuld overtuigend aangetoond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/703 t/m 25/705 en 25/715 t/m 25/717</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:14222</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2823</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2823</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2823"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA's dividendbelasting 2014 tot en met 2017 met vergrijpboetes. Dubbel hoger beroep. Nieuwe transferpricingrapporten tardief. Wraking. FBI. Vereiste aangifte. Onzakelijke aandeelhoudersleningen (o.b.v. eerdere Vpb-procedures). Afrondingsreserve. Verkapt dividend. Pleitbaar standpunt. Rol bestuurders/adviseur t.a.v. onzakelijke leningen. Feiten en omstandigheden voor grove schuld overtuigend aangetoond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/682 t/m 25/689</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:14220</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2592"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De overeenkomst van schenking is wegens dwaling vernietigd door een buitengerechtelijke verklaring. Belanghebbende verzoekt om vermindering van belastingaanslagen schenkbelasting. Het hof is van oordeel dat de dwaling is voorgewend en dat de vernietiging van de overeenkomst van schenking niet aan de inspecteur kan worden tegengeworpen. Geen vermindering van de belastingaanslagen schenkbelasting o.g.v. artikel 53 SW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/622 en 24/623</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.J. Kromhout, mr. P. van der Wal, mr. R.C.H.M. Lips</contributor><issued>2026-10-29</issued><reference relation="citing" lang="nl">Successiewet 1956 53</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2144</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30462</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30462</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30462"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding en ontruiming huurwoning wegens niet nakomen huurverplichting. Huurvermindering wegens gebreken en omdat de afgesproken huurprijs hoger is dan de maximale huurprijs?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12203042</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Van Der Lee</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4590"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek op grond van de Wet open overheid van Wakker Dier over het toezicht op verzamelplaatsen door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De voorzieningenrechter beslist op het verzoek en het beroep van een bedrijf dat een verzamelplaats voert.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/2352 en LEE 26/2353</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.R. van der Velde</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7610</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7610</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7610"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Brandstichting van diverse voertuigen, aanhangwagen en krant in brievenbus. In één geval sprake van brandstichting met gevaar voor goederen en levensgevaar voor personen: brandstichting bakwagen in de nachturen nabij woning waarin een gezin sliep. In overige gevallen sprake van gevaar voor goederen en vernieling. Bewijsoverwegingen ten aanzien van daderschap verdachte en kwalificatie van levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel. Zes vorderingen benadeelde partij. Gevangenisstraf 48 maanden met aftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01.100894.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2836"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV 2022 en 2023. Werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsongeschikten van UWV. Geen arbeidskorting toegepast. Schending verbod van discriminatie en evenredigheidsbeginsel? Schending hoorplicht? Geen recht op een dwangsom en schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1944 en 25/1945</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5173"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 30 maart 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht het door de Stichting de Faunabescherming, Stichting Fauna4Life en Stichting Animal Rights daartegen gemaakte bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard. Bij besluit van 13 augustus 2020 heeft het college aan de Stichting Faunabeheereenheid Utrecht op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) een ontheffing verleend voor het doden van vossen in de provincie Utrecht. Deze zaak gaat over een ontheffing die het college op 13 augustus 2020 heeft verleend aan de Faunabeheereenheid Utrecht voor het doden van vossen in weidevogelgebieden en bij biologische kippenbedrijven binnen de provincie Utrecht. De Stichtingen zijn het om verschillende redenen niet eens met de ontheffing. De rechtbank heeft overwogen dat de landelijke vrijstelling van artikel 3.1 van de Regeling natuurbescherming (Rnb) onverbindend is, omdat de Wnb aan de minister geen bevoegdheid geeft om een vrijstelling in een ministeriële regeling op te nemen, zoals wel is gebeurd. Volgens de rechtbank is het gevolg daarvan dat de algemene vrijstelling van het verbod om de vos te doden, niet geldt en dat de ontheffing in volle omvang moet worden getoetst aan alle wettelijke vereisten. De rechtbank heeft op basis van de aanvullende motivering die het college heeft gegeven in het verweerschrift beoordeeld of aan de wettelijke vereisten is voldaan. De rechtbank heeft geconcludeerd dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat het doden van vossen noodzakelijk is ter bescherming van weidevogelgebieden en pluimvee en dat geen andere bevredigende oplossingen bestaan. De rechtbank heeft het college daarom opgedragen om nieuwe besluiten te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202202020/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:552</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:9876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:9876"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van vervolging voor hetzelfde feit (moord/doodslag) in Nederland. De opgeëiste persoon is eerst in Nederland is aangehouden op grond van artikel 287/289 Wetboek van Strafrecht. Hij is daarna in vrijheid gesteld en vervolgens aangehouden op grond van de OLW. Uit hetgeen de officier van justitie op de zitting naar voren heeft gebracht, blijkt dat het Nederlandse Openbaar Ministerie niet voornemens is om de zaak waarvoor de opgeëiste persoon eerst in Nederland was aangehouden, te vervolgen. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een algemeen gevaar ten aanzien van de detentieomstandigheden in Duitsland voor gedetineerden met psychische problematiek, zoals de opgeëiste persoon. De rechtbank ziet geen reden om aan de Duitse autoriteiten garanties te vragen over de detentieomstandigheden waarin de opgeëiste persoon na overlevering terecht zal komen. De rechtbank komt tot de conclusie dat er geen weigeringsgronden en beletselen zijn en staat de overlevering aan Duitsland toe. De opgeëiste persoon heeft een beroep gedaan op de terugkeergarantie die inhoudt dat hij na een eventuele veroordeling in Duitsland zijn straf in Nederland kan uitzitten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/214625-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31828</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31828</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31828"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring ex artikel 59a van de Vw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.62728</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31829</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31829</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31829"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie ex artikel 6, derde lid, van de Vw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63085</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-10-29</issued></metadata></document></url></urlset>
