﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:12663</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:12663</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:12663"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Twee samenhangende zaken. Inzagevordering en onrechtmatige concurrentie. Partijen hebben langdurig met elkaar samengewerkt. De samenwerking is verstoord geraakt. In zaak I wil eiser inzage in verschillende financiële stukken van gedaagde om daarmee te kunnen vaststellen of (de bestuurder van) gedaagde ten onrechte kosten ten laste van gedaagde brengt, om daarmee te voorkomen dat een dividenduitkering aan eiser moet worden gedaan. Deze vordering wordt afgewezen. Omgekeerd meent eiser in zaak II dat gedaagden zich schuldig maken aan onrechtmatige concurrentie. De hiermee verband houdende vordering wordt (in afgezwakte vorm) toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/706544 / KG ZA 25-918 en C/10/707820 / KG ZA 25-997</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. Th. Veling</contributor><issued>2025-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:864</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:864</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:864"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om openbaarmaking. Het standpunt van eiseres dat de ACM ook bij gegevens en inlichtingen verkregen in verband met uitvoering van een haar opgedragen taak zou moeten beoordelen of deze documenten informatie bevatten die niet binnen het bereik van artikel 7, eerste lid, van de Iw valt, berust op een te beperkte lezing van de door haar aangehaalde uitspraak van het CBb. Deze uitspraak had namelijk betrekking op een weigering om door de ACM vervaardigde documenten openbaar te maken op grond van artikel 7, eerste lid, van de Iw, omdat daarin informatie was opgenomen die gegevens of inlichtingen in de zin van artikel 7, eerste lid, van de Iw bevatte of daarop voortbouwde. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het CBb met deze uitspraak geen nader onderzoek willen opleggen om te beoordelen of alle informatie in verkregen documenten binnen de geheimhoudingsplicht van artikel 7, eerste lid, van de Iw valt. Voor gegevens en inlichtingen verkregen in verband met uitvoering van een aan de ACM opgedragen taak geldt dus onverkort de hoofdregel dat deze uitsluitend openbaar mogen worden gemaakt, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van een taak als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Iw. De stukken die de ACM heeft ontvangen van zowel de ANVR als de Consumentenbond vallen binnen het bereik van artikel 7 van de Iw. Deze documenten zijn terecht geweigerd op grond van artikel 7 van de Iw. De overige documenten borduren voort op de hiervoor bedoelde van de ANVR en de Consumentenbond verkregen documenten dan wel zijn op basis van deze verkregen gegevens en inlichtingen door de ACM vervaardigd. Zodra het om een door of in opdracht van ACM vervaardigd document gaat, dient de toetsing van de openbaarmaking geheel onder artikel 12w van de Iw plaats te vinden, ook al bevat dit document informatie die onder artikel 7, eerste lid, van de Iw valt. De ACM heeft toereikend gemotiveerd waarom zij op grond van artikel 12w in samenhang met artikel 12u van de Iw niet over zal gaan tot openbaarmaking van deze documenten. Nu het gaat om correspondentie over hetzelfde onderwerp met dezelfde partijen kan een meer algemene toelichting, in plaats van een toelichting per document, volstaan. In de tekst van de Iw of rechtspraak ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het standpunt van eiseres dat de ACM per document, waarvan de ACM van oordeel is dat openbaarmaking in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het opgedragen toezicht op de naleving, zou moeten beoordelen welke onderdelen van dat document wel (deels) openbaar gemaakt zouden kunnen worden. In de mogelijkheid van gedeeltelijke openbaarmaking is in artikel 12w, tweede lid, van de Iw slechts voorzien voor documenten waarvan de openbaarmaking niet in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het opgedragen toezicht op de naleving. Zoals ter zitting door de gemachtigde van de ACM is toegelicht, kan aan die stap niet worden toegekomen, nu het oordeel is dat openbaarmaking wel in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het opgedragen toezicht op de naleving, namelijk omdat openbaarmaking ertoe kan leiden dat de ACM en marktpartijen zich terughoudend opstellen bij het uitwisselen van informatie in het kader van dat toezicht, omdat die mogelijk voor een ieder openbaar wordt. Dat schaadt het doel en de effectiviteit van het toezicht. De rechtbank kan de ACM hierin volgen. Bij een beslissing tot openbaarmaking is geen plaats voor het meewegen van de individuele belangen van de verzoeker. Openbaarmaking in de zin van de Iw betekent, net als openbaarmaking op grond van de Wob/Woo, het voor een ieder openbaar maken. Hieruit volgt dat de ACM terecht de specifieke belangen van eiseres niet heeft betrokken bij de beoordeling van het verzoek tot openbaarmaking. Tenslotte heeft de ACM toegelicht dat zij informatie die zij wel openbaar kan maken, om de markt voor te lichten over de na te leven wettelijke verplichtingen, actief openbaar maakt. De ACM heeft er daarbij terecht op gewezen dat zij op haar website veelvuldig informatie over de uitvoering van haar toezichtstaak openbaar maakt, zo ook over de uitgangspunten voor online prijstransparantie in de reisbranche.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/1525</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.M. Goossens</contributor><issued>2025-01-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:CBB:2026:507</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2025:11319</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:11319</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2025:11319"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Heimelijke opnames kleedkamer meisjesvoetbalteam onder 13. Vervaardigen, verspreiden en bezit van kinderporno. Gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 03/150646-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2025-11-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2957</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:5777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:5777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:5777"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot een gevangenisstraf van 30 maanden voor wederrechtelijke vrijheidsberoving en poging tot verkrachting van een veertienjarig slachtoffer. Betrouwbaarheid verklaringen. Handelingen verdachte in samenhang bezien naar uiterlijke verschijningsvorm te beschouwen als het begin van uitvoering. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 01.080009.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boersma, mr. F. van Buchem, mr. I.M. Rinzema</contributor><issued>2025-09-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2958</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4994</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4994</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4994"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling bedreiging met een terroristisch misdrijf en diefstal. Veroordeelde is een school binnengelopen en heeft geroepen: I have a bomb, I have a gun, kill kill, terrorism en Allahu akbar. De bewezenverklaarde bedreiging met een terroristisch misdrijf kan in verminderde mate aan verdachte worden toegerekend. Gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en aftrek van voorarrest. Bijzondere voorwaarden, waaronder een opname van 2 jaar in een forensische kliniek, aansluitende ambulante begeleiding en begeleid/beschermd wonen, alcohol- en drugsverbod en een locatieverbod rondom de school. Voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar. De maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking is aan verdachte opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-300723-23; 02-283114-23 (gev. ttz)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos, D.L.J. Martens, F.L. Donders</contributor><issued>2024-07-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2959</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1671</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1671</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1671"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen poging tot doodslag door in 2021 in Amersfoort meermalen tegen hoofd en lichaam van ander te schoppen en te slaan, terwijl deze op de grond ligt, art. 287 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg van primair tlgd. medeplegen poging tot doodslag en veroordeling voor subsidiair tlgd. medeplegen toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Bewijsklacht voorwaardelijk opzet. Kon hof oordelen dat bewezenverklaarde gedragingen een aanmerkelijke kans op dood van slachtoffer in het leven hebben geroepen? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/04133.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04135</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:767</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1731</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1731</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1731"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Diefstal van geldbedragen d.m.v. valse sleutels, art. 311.1.5 Sr. Vordering benadeelde partij t.z.v. materiële schade en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Zijn toewijzing vordering b.p. en opgelegde schadevergoedingsmaatregel toereikend gemotiveerd gelet op wat verdediging ttz. in h.b. heeft aangevoerd? Kon hof hogere schadevergoeding opleggen dan bedrag dat door bewezenverklaard misdrijf is verworven? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03942</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:829</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:767</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:767</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:767"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04135</description><issued>2026-08-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1671</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:829</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:829</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:829"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling voor o.a. diefstal met valse sleutel (art. 311 Sr). Toegewezen bedrag vordering b.p. hoger dan bedrag in bewezenverklaring. Middel berust kennelijk op opvatting dat verdachte niet tot hogere schadevergoeding gehouden kan zijn dan het bewezen verklaarde bedrag dat hij door diefstal heeft verworven. Die opvatting is onjuist. Conclusie strekt tot verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03942</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1731</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3103</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3103</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3103"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Fraude in de vleeshandel. Verweren t.a.v. de niet-ontvankelijkheid van het OM o.g.v. de schending van het AAFD-protocol, de overschrijding van de redelijke termijn en de bejegening van een getuige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-002933-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1715</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1715"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting en loonbelasting, meermalen gepleegd (art. 69.2 AWR) en eendaadse samenloop van opzettelijk niet voeren van een bij belastingwet verplichte administratie (art. 69.1 jo. 68.1.d AWR) en valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr), begaan door rechtspersoon. 1. Laatste woord, art. 528.1 jo. 311.4 Sv. 2. Niet ondertekende en niet gedateerde bijlage met bewijsmiddelen. Is sprake van aanvulling bewijsmiddelen a.b.i. art. 365a.2 Sv? 3. Post-Keskin, getuige weet antwoord op vragen van verdediging niet meer. Gebruik van getuigenverklaringen voor bewijs, gewicht van verklaringen en compenserende factoren. Kon hof oordelen dat verklaringen van getuige niet als “sole or decisive” kunnen worden aangemerkt en bestaan er voldoende compenserende factoren om verklaringen van getuige voor bewijs te gebruiken zonder schending van recht op eerlijk proces? 4. Bewijsklacht. Innerlijke tegenstrijdigheid bewijsvoering. 5. Verweer strekkende tot (partiële) nietigverklaring van dagvaarding wegens te onduidelijke tll. t.z.v. (inkoop)facturen, creditnota’s of andere documenten, art. 358.3 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00108 en met 24/04270 (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, verdachte n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3103</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:813</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:813</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:813</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:813"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling rechtspersoon voor opzettelijk doen onjuiste belastingaangiften (art. 69 AWR), niet voeren deugdelijke administratie (art. 68 jo. 69 AWR) en valsheid in geschrift (art. 225 Sr). 1. Laatste woord, art. 528.1 jo. 311.4 Sv. Heeft verdachte rechtspersoon laatste woord gehad? 2. Niet-ondertekende bijlage met bewijsmiddelen. Is sprake van aanvulling bewijsmiddelen a.b.i. art. 365a Sv? 3. Schending ondervragingsrecht, art. 6 EVRM. Volgens hof heeft verdediging beperkte ondervragingsmogelijkheid gehad t.a.v. getuige, die verklaarde dat zij ‘het niet meer weet’. Kon hof eerder afgelegde verklaringen voor het bewijs gebruiken? 4. Innerlijke tegenstrijdigheid in bewijsmiddelen. 5. Klacht over niet reageren op verweer dat dagvaarding partieel nietig is. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 25/00105</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04456</description><issued>2026-09-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1715</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3102</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3102</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3102"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Fraude in de vleeshandel. Verweren t.a.v. de niet-ontvankelijkheid van het OM o.g.v. de schending van het AAFD-protocol, de overschrijding van de redelijke termijn en de bejegening van een getuige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-002934-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1716</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1716"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Feitelijk leiding geven aan opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting en loonbelasting, meermalen gepleegd (art. 69.2 AWR), eendaadse samenloop van opzettelijk niet voeren van een bij belastingwet verplichte administratie (art. 69.1 jo. 68.1.d AWR) en valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr), begaan door rechtspersoon, en gewoontewitwassen van geldbedragen (art. art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). 1. Niet ondertekende en niet gedateerde bijlage met bewijsmiddelen. Is sprake van aanvulling bewijsmiddelen a.b.i. art. 365a.2 Sv? 2. Post-Keskin, getuige weet antwoord op vragen van verdediging niet meer. Gebruik van getuigenverklaringen voor bewijs, gewicht van verklaringen en compenserende factoren. Kon hof oordelen dat verklaringen van getuige niet als “sole or decisive” kunnen worden aangemerkt en bestaan er voldoende compenserende factoren om verklaringen van getuige voor bewijs te gebruiken zonder schending van recht op eerlijk proces? 3. Bewijsklacht. Innerlijke tegenstrijdigheid bewijsvoering. 4. Verweer strekkende tot (partiële) nietigverklaring van dagvaarding wegens te onduidelijke tll. t.z.v. (inkoop)facturen, creditnota’s of andere documenten, art. 358.3 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/04456 en met 24/04270 (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, verdachte n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00108</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:814</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3102</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:814"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling van directeur rechtspersoon voor feitelijke leiding geven aan opzettelijk doen onjuiste belastingaangiften (art. 69 AWR), niet voeren deugdelijke administratie (art. 68 jo. 69 AWR), feitelijke leiding geven aan valsheid in geschrift (art. 225 Sr) en gewoontewitwassen (art. 420ter jo. 420bis Sr). 1. Niet-ondertekende bijlage met bewijsmiddelen. Is sprake van aanvulling bewijsmiddelen a.b.i. art. 365a Sv? 2. Schending ondervragingsrecht, art. 6 EVRM. Volgens hof heeft verdediging beperkte ondervragingsmogelijkheid gehad t.a.v. getuige, die verklaarde dat zij 'het niet meer weet’. Kon hof eerder afgelegde verklaringen voor het bewijs gebruiken? 3. Innerlijke tegenstrijdigheid in bewijsmiddelen. 4. Klacht over niet reageren op verweer dat dagvaarding partieel nietig is. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 25/04456.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00108</description><issued>2026-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1716</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:476"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Medeplegen van: een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door - zich of een ander gelegenheid middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen en - voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dit delict. Medeplegen van: een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door - een ander trachten te bewegen dat feit te plegen, te doen plegen of uit te lokken, daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid middelen of inlichtingen te verschaffen en - zich of een ander gelegenheid middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen en - voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dit delict. Medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken. Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de Opiumwet en deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000487-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-12-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1734</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1734</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1734</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1734"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen (voorbereidingshandelingen) invoer van cocaïne, art. 2.A en 10a Opiumwet. 1. Bewijsklacht medeplegen invoer van cocaïne. Kon hof oordelen dat verdachte wetenschap had van hoeveelheden cocaïne die in zendingen bananen waren verstopt? 2. Bewijsklacht medeplegen voorbereidingshandelingen invoer van cocaïne. Kon hof oordelen dat verdachte wetenschap had t.a.v. hetgeen zich bevond in balken in bodem van container, die volgeladen met meubelen in haven van Barranquila (Colombia) stond? 3. Bewijsklacht medeplegen voorbereidingshandelingen invoer van cocaïne. Kon hof oordelen dat verdachte enige wezenlijke intellectuele of materiële bijdrage heeft geleverd aan voorbereidingshandelingen voor invoer van cocaïne? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00643.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00711</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:753</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:476</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:753</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:753</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:753"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Medeplegen diverse Opiumwetdelicten en gewoontewitwassen. Middelen 2 t/m 4 bevatten verscheidene falende bewijsklachten omtrent de Opiumwetdelicten. Conclusie strekt tot strafvermindering i.v.m. slagend eerste middel over overschrijding redelijke inzendtermijn in cassatie en ambtshalve constatering van overschrijding redelijke behandeltermijn en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00711</description><issued>2026-08-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1734</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1722</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1722</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1722"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Doodslag door in 2022 in Groningen slachtoffer met vuurwapen in buik te schieten (art. 287 Sr). Vordering benadeelde partij t.a.v. vergoeding van affectieschade. Kan b.p. (uitwonende stiefzoon van slachtoffer) worden aangemerkt als ‘naaste’ a.b.i. art. 6:108.4.g BW? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2026:33 m.b.t. kring van personen die recht hebben op vergoeding van affectieschade, waaronder ‘andere persoon’ die in zodanig nauwe persoonlijke relatie tot slachtoffer staat, dat uit eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat ook hij wordt aangemerkt als naaste die recht heeft op vergoeding van affectieschade. Schriftelijke onderbouwing van verzoek tot schadevergoeding en daarbij gevoegde brief van b.p. houden o.m. in dat b.p. in 2015 heeft kennisgemaakt met slachtoffer en dat slachtoffer vervolgens in weekend kwam logeren bij b.p. en zijn moeder. Later is slachtoffer bij hen komen wonen. B.p., van wie biologische vader al lange tijd niet meer in beeld was, zag slachtoffer als zijn vader. Slachtoffer was er altijd voor hem en was zijn steun en toeverlaat. Zo heeft slachtoffer hem geholpen tijdens moeilijke periode in zijn leven, waarin b.p. te kampen had met problemen op school, mentale problemen en problemen met drugsgebruik. Door slachtoffer is hij weer op rechte pad gekomen. Nadat b.p. lange tijd had samengewoond met zijn moeder en slachtoffer, is hij 2 maanden voor bewezenverklaard feit op zichzelf gaan wonen. Slachtoffer heeft grote rol gespeeld bij zoeken naar woning door b.p. Nadat hij op zichzelf was gaan wonen, had b.p. veel appcontact met slachtoffer en ging hij in weekend op bezoek bij zijn moeder en slachtoffer. Op grond hiervan heeft hof geoordeeld dat specifieke omstandigheden van b.p. zo uitzonderlijk zijn dat deze beroep op ‘hardheidsclausule’ a.b.i. art. 6:108.4.g BW rechtvaardigen. In het licht van wetsgeschiedenis van art. 6:107 en 6:108 BW en tegen achtergrond van wat hiervoor is vooropgesteld, getuigt dat oordeel niet van onjuiste rechtsopvatting en is het toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02231</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:830</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:3357</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1723</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1723</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1723"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Cassatie in het belang van de wet. Oplegging van gevangenisstraf na eerdere veroordeling tot TBS met voorwaarden en gevangenisstraf van 5 jaren overeenkomstig art. 38.3 Sr. Heeft art. 38.3 Sr gevolgen voor mogelijkheid om bij volgende berechting gevangenisstraf op te leggen en voor maximale hoogte van die gevangenisstraf? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2005:AS5556 m.b.t. toepasselijk strafmaximum in geval van toepassing van art. 63 (oud) jo. 57 (oud) Sr. Art. 63 (oud) Sr bepaalt over achtereenvolgende veroordelingen in verschillende strafzaken slechts dat in daar nader omschreven geval de bepalingen van Titel VI van Boek 1 WvSr (art. 55-62 Sr) van toepassing zijn. Uit art. 63 (oud) Sr kan daarom niet worden afgeleid dat, als persoon (na eerdere veroordeling tot TBS met voorwaarden en gevangenisstraf van 5 jaren overeenkomstig art. 38.3 Sr) opnieuw wordt veroordeeld voor strafbaar feit dat is gepleegd vóór die eerdere veroordeling, art. 38.3 Sr (mede) van toepassing is (vgl. HR:2008:BC5952). Wel zal rechter in zo’n geval bij beoordeling van toepasselijk strafmaximum acht moeten slaan op de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf van 5 jaren. Oordeel Rb dat art. 38.3 Sr, gelet op art. 63 (oud) Sr, zich verzet tegen oplegging van vrijheidsstraf, is gelet op wat hiervoor is overwogen onjuist. Volgt vernietiging in het belang van de wet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/02439</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie in het belang der wet</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:881</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:830</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:830</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:830"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling voor o.m. doodslag en poging tot doodslag (art. 45, 287 Sr). Falende middelen over het bewijs van het opzet t.a.v. poging tot doodslag, de verwerping van het beroep op noodweer(exces) en de toewijzing van de vordering voor affectieschade van de stiefzoon van het overleden slachtoffer (art. 6:108 lid 4 onder g BW). De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02231</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1722</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:881</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:881</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:881"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot cassatie in het belang der wet m.b.t. de vraag of het voorschrift van art. 38.3 Sr, inhoudend dat naast TBS met voorwaarden maximaal vijf jaar gevangenisstraf mag worden opgelegd, ook gevolgen heeft voor de mogelijkheid om bij een volgende berechting een gevangenisstraf op te leggen en voor de maximale hoogte van die gevangenisstraf. De AG concludeert dat uit de tekst van art. 63 (oud) Sr en de wetsgeschiedenis van art. 38.3 Sr volgt dat art. 38.3 Sr de mogelijkheid om bij een latere berechting gevangenisstraf op te leggen en de hoogte daarvan niet inperkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/02439</description><issued>2026-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1723</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:256</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:256</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:256"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Messina. EncroChat-verweren verworpen. Vertrouwensbeginsel en geen strijd met de artikelen 6 en 8 EVRM. Identificatie van de verdachte als EncroChat-gebruiker. Veroordelingen voor het opzettelijk drijven van een groothandel in 69 kilogram ketamine, zonder over de daartoe vereiste registratie te beschikken, en het treffen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de handel in verdovende middelen. Overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van voorarrest. Beslagbeslissing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001362-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1753</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:795</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:795</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:795"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00521</description><issued>2026-08-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1753</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:4400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:4400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:4400"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte wordt ten aanzien van openlijk geweld en vernieling veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. De schadevergoedingsmaatregel wordt niet opgelegd. Een rechtspersoon mag in beginsel geacht worden zelf de wegen te kennen om een vordering te incasseren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005963-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-11-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1726</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1752</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1752</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1752"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Moord op zakenpartner, art. 289 Sr. 1. Vordering benadeelde partij t.z.v. materiële schade wegens gederfd levensonderhoud en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Kon hof oordelen dat vordering tot vergoeding van gederfd levensonderhoud toewijsbaar is tot € 278.3452? 2. Vordering b.p. t.z.v. materiële schade wegens “kosten advies en rapport fiscalist/financieel adviseur” (art. 6:96.2.b BW) en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2009:BG8781 over verplichting tot vergoeding van schade door gederfd levensonderhoud. In geval als dit, waarin het gaat om vordering van echtgenote van slachtoffer tot vergoeding van schade door gederfd levensonderhoud, komt het bij beoordeling van vraag welk inkomen het slachtoffer in hypothetische situatie zonder zijn overlijden in toekomst zou hebben verdiend, aan op wat redelijkerwijs te verwachten is over toekomstige ontwikkelingen m.b.t. inkomen zoals slachtoffer dat op moment van zijn overlijden genoot. Aan vordering b.p. tot vergoeding van gederfd levensonderhoud ligt door belastingconsulent van b.p. opgestelde berekening ten grondslag die tot uitgangspunt neemt dat slachtoffer in hypothetische situatie zonder zijn overlijden, nog gedurende 12 jaren tot aan zijn pensioen jaarlijks eenzelfde inkomen uit onderneming zou hebben gehaald als in jaar voor zijn overlijden. Namens verdachte is betwist dat inkomen dat slachtoffer laatstelijk met onderneming heeft verdiend, ook in toekomst had kunnen worden uitbetaald, waarbij o.m. erop is gewezen dat (i) onderneming in jaren voor overlijden van slachtoffer verlies maakte, (ii) omzetprognose over 2018 daling liet zien t.o.v. jaren ervoor, en (iii) ontwikkelingen op AI-gebied de omzetprognose van onderneming verder zouden hebben verslechterd. Daarbij is betoogd dat, met het oog op beoordeling van vraag welk inkomen in het licht van deze omstandigheden het slachtoffer in hypothetische situatie zonder zijn overlijden in toekomst zou hebben verdiend, nader onderzoek nodig is naar levensvatbaarheid van onderneming. Hof heeft geoordeeld dat, wat betreft gederfd inkomen uit onderneming, ervan moet worden uitgegaan dat slachtoffer in hypothetische situatie zonder zijn overlijden, tot aan zijn pensionering jaarlijks eenzelfde inkomen zou hebben gehaald als in jaar voor zijn overlijden. Daarbij heeft hof in aanmerking genomen dat het gaat om “relatief beperkte periode van 12 jaar” en dat verdachte, b.p. en belastingconsulent van onderneming zich optimistisch hebben getoond wat betreft levensvatbaarheid van onderneming. Hof heeft daarmee oordeel over gederfde inkomsten uit onderneming ontoereikend gemotiveerd, gelet op wat door verdediging is aangevoerd over meerdere onzekere factoren t.a.v. stabiliteit van inkomsten van onderneming over volledige periode van 12 jaren. ’s Hofs daarop voortbouwende oordeel dat, uitgaande van jaarlijks gelijkblijvend inkomen uit onderneming, vordering tot vergoeding van gederfd levensonderhoud toewijsbaar is tot € 278.345, is daarmee niet z.m. begrijpelijk. Dat brengt mee dat ook oplegging van de in art. 36f Sr voorziene maatregel niet in stand kan blijven (vgl. HR:2019:901). Ad 2. Door b.p. gevorderde kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid komen o.g.v. art. 6:96.2.b BW voor vergoeding in aanmerking v.zv.: (i) “condicio sine qua non-verband” bestaat tussen onrechtmatige gedraging van verdachte en kosten; (ii) kosten in zodanig verband staan met die gebeurtenis dat zij, mede gezien aard van aansprakelijkheid en van schade, aan verdachte kunnen worden toegerekend; (iii) het in gegeven geval redelijk was om, i.v.m. onderzoek naar mogelijke gevolgen van die gebeurtenis, deskundige bijstand in te roepen; en (iv) daartoe gemaakte kosten redelijk zijn (vgl. HR:2025:1681). ’s Hofs oordeel dat het gaat om kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid a.b.i. art. 6:96.2.b BW is in het licht van betwisting namens verdachte niet z.m. begrijpelijk, nu niet uit omschrijving op facturen en ook niet uit toelichting van b.p. kan worden afgeleid dat t.a.v. totaalbedrag van die facturen van dergelijke kosten sprake is. Daarom kan ook oplegging van de in art. 36f Sr voorziene maatregel niet in stand blijven. Volgt (partiële) vernietiging en verwijzing t.a.v. vordering b.p. t.z.v. gederfd levensonderhoud en “kosten advies en rapport fiscalist/financieel adviseur” en oplegging van schadevergoedingsmaatregel. CAG: anders t.a.v. gederfd levensonderhoud. Vervolg op HR:2024:644.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02378</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:557</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:557</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:557</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:557"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Moord op zakenpartner (art. 289 Sr). Tweede cassatieronde. Drie middelen m.b.t. toegewezen vordering bnp. Het eerste middel dat klaagt dat toewijzing vordering bnp wegens gederfd levensonderhoud ten onrechte niet n-o is verklaard, faalt. Het tweede middel dat is gericht tegen de beoordeling van de te verdisconteren inkomsten uit B&amp;B, faalt eveneens. Het derde middel, betreffende de toewijzing van vergoeding wegens kosten van advies en rapport van fiscalist, slaagt. Ambtshalve opmerking over duur van gijzeling dat hof heeft bepaald op 365 i.p.v. 360 dagen. Conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging en gedeeltelijke terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02378</description><issued>2026-06-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1752</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:507</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:507</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:507"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing openbaarmakingsverzoeken. Artikelen 7 en 12w van de Iw. De ACM heeft erkend dat zij wat betreft 25 e-mails te lichtvaardig heeft geconcludeerd dat openbaarmaking daarvan in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het aan haar opgedragen toezicht en de oorspronkelijke zoekslag te beperkt is geweest. De ACM heeft tot 1 februari 2027 voor een (her)beoordeling en het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar. Het College kan in dit stadium geen inhoudelijk oordeel geven over de hogerberoepsgronden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/212</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Venekamp, mr. drs. M.P. Glerum, mr. R.C. Stam</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:864</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:6100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:6100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:6100"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdzaak. Het hof spreekt de verdachte vrij van poging tot doodslag door met een omgebouwd alarmpistool in de richting van het hoofd van het slachtoffer te schieten, maar veroordeelt de verdachte voor zware mishandeling. Het slachtoffer is hierdoor blind aan één oog geraakt. Het hof verwerpt het beroep op noodweerexces. Verder veroordeelt het hof de verdachte voor het voorhanden hebben van wapens en munitie, handel in hard- en softdrugs en het voorhanden hebben van softdrugs. Het hof past op grond van artikel 495 lid 4 en 5 Sv het volwassenstrafrecht toe nu deze zaak gelijktijdig met een andere strafzaak tegen verdachte is behandeld en verdachte in die zaak meerderjarig was. Het hof ziet geen reden jeugdstrafrecht toe te passen. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van acht maanden met aftrek van voorarrest. Het hof wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe. Hierbij is rekening gehouden met de ‘eigen schuld’ aan de zijde van de benadeelde partij. Vanwege de ernst van het letsel past het hof een billijkheidscorrectie toe. Uitspraak rechtbank: ECLI:NL:RBMNE:2024:5035</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-003678-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:5035</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1610</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1675</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1675</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1675"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Voorhanden hebben van patroonmagazijn en kogelpatronen, art. 26.1 WWM. Aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door gemachtigde raadsman gedaan op de grond dat verdachte dacht dat zaak 2 uren later zou beginnen, door hof afgewezen o.g.v. belangenafweging. HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2024:596.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03117</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:725</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1726"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vernieling door in 2023 in Hoogeveen olijfbomen van COA uit de grond te trekken en in Groningen een koplamp van politieauto kapot te trappen (art. 350.1 Sr) en openlijke geweldpleging door in 2023 in Ter Apel op terrein van COA samen met ander tegen fiets en hek te schoppen (art. 141.1 Sr). HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03061</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:4400</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:725</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:725</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:725"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Tweede cassatieronde. Voorhanden hebben patroonmagazijn en kogelpatronen (art. 26.1 WWM). Aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door gemachtigd raadsman op grond dat verdachte zich had vergist in de tijd van de zitting, door hof afgewezen o.g.v. belangenafweging. AG acht oordeel hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende met redenen omkleed, zodat middel faalt. Conclusie strekt tot verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03117</description><issued>2026-07-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1675</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:268</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:268</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:268"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Messina. Verweren met betrekking tot de geldigheid van de dagvaarding en de bruikbaarheid van de resultaten van het telecomonderzoek verworpen. Voorwaardelijke verzoeken afgewezen. Veroordelingen voor de invoer van 400 kilogram cocaïne en het voorhanden hebben van twee boksbeugels. Overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden. Beslagbeslissingen boksbeugels.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001260-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1759</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1610</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1610</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1610"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zware mishandeling door in 2022 in Lelystad n.a.v. worsteling bij woning van verdachte met omgebouwd alarmpistool in oog van ander te schieten waardoor deze aan dat oog blijvend blind is (art. 302.1 Sr), voorhanden hebben van vuurwapen, alarmpistool en munitie (art. 26.1 WWM), verkopen van cocaïne (art. 2.B Opiumwet) en hennep (art. 3.B Opiumwet) en aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet). HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03796</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:6100</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1759</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1759</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1759"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Messina. Medeplegen invoer van 400 kilogram cocaïne, art. 2.A Opiumwet. Niet beslist op ttz. in hoger beroep gedaan voorwaardelijk verzoek tot horen van getuige, op de grond dat verzoek enkel is gedaan t.a.v. het onder 1 subsidiair tlgd. (medeplegen voorbereidingshandelingen invoer van cocaïne), terwijl hof onder 1 primair tlgd. (medeplegen invoer van cocaïne) bewezen acht. Verzoek dat verdediging heeft gedaan, is verzoek tot horen van getuige a.b.i. art. 315 jo. 328 Sr. Op zo’n verzoek is uitdrukkelijke beslissing vereist. Dat geldt ook als verzoek voorwaardelijk is gedaan en daaraan gestelde voorwaarde is vervuld. Uit pleitnota volgt dat verdediging het verzoek heeft gedaan i.h.k.v. zowel onder 1 subsidiair tlgd. als onder 1 primair tlgd. Hof heeft verdachte veroordeeld voor het onder 1 primair tlgd. en heeft verklaring van getuige voor bewijs gebruikt. Daarom is, anders dan hof heeft geoordeeld, aan verzoek verbonden voorwaarde vervuld. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00329, 25/00383 P, 25/00384, 25/00386, 25/00460 E, 25/00461 P en 25/00521 en met 25/00436 P en 25/00520 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00337</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:792</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:268</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:792"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Het zesde middel over uitblijven beslissing op voorwaardelijk verzoek horen van een getuige, slaagt. Rest van de middelen worden niet besproken. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00329, 25/00386, 25/00383, 25/00384, 25/00460, 25/00461 en 25/00521.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00337</description><issued>2026-08-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1759</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:273"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontnemingsmaatregel. Pondspondsgewijze verdeling over twee betrokkenen. Overwegingen met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001368-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1757</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1757</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1757</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1757"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Messina. Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen zonder registratie drijven van groothandel in ketamine. Motivering schatting w.v.v. Verweer dat betrokkene niet meer dan € 30.000 aan w.v.v. heeft genoten. Hof heeft bedrag waarop het door betrokkene w.v.v. wordt geschat, vastgesteld op € 96.000. Hof is daarmee voorbijgegaan aan verweer van betrokkene dat hij ongeveer € 30.000 heeft ontvangen voor zijn rol in 3 ketaminetransporten. ‘s Hofs oordeel dat dit verweer niet is onderbouwd en geen steun vindt in dossier, met name niet in chatberichten, is (gelet op wat door en namens betrokkene is aangevoerd) niet zonder meer begrijpelijk. Enkele omstandigheid dat betrokkene is veroordeeld voor medeplegen drijven van groothandel in ketamine, maakt dat niet anders nu hof geen nadere vaststellingen heeft gedaan over rol van betrokkene bij die handel en daarmee door betrokkene verkregen wederrechtelijk voordeel. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00329, 25/00337, 25/00384, 25/00386, 25/00460 E, 25/00461 P en 25/00521 en met 25/00436 P en 25/00520 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00383</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:790</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:273</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:790"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Profijtontneming. Slagend middel over gelijke verdeling tussen medeplegers van winst uit ketaminehandel. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00329, 25/00386, 25/00337, 25/00384, 25/00460, 25/00461 en 25/00521.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00383</description><issued>2026-08-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1757</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:803"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04325</description><issued>2026-08-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1674</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1674"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Schuldwitwassen van geldbedrag (€ 93.270), art. 420quater.1.a Sr. Bewijsklachten herkomst van geld en door verdachte geschetst scenario. HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04325</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:803</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:6734</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6734</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:6734"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag particuliere bewindvoerders en benoeming professionele bewindvoerder in verband met blijvende verstoorde familieverhouding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11826841 MT VERZ 25-3138</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. Crouwel</contributor><issued>2025-12-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:6735</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6735</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:6735"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag particuliere mentor en benoeming professionele mentor in verband met blijvende verstoorde familieverhouding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11772171 MT VERZ 25-2716</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. Crouwel</contributor><issued>2025-12-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2957"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002875-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2025:11319</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2958</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2958</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2958"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002436-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2025:5777</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:7192</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:7192</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:7192"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor poging doodslag. Een noodweersituatie is niet aannemelijk geworden. Gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-126769-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.P.T. Blokhuis</contributor><issued>2024-10-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2959</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2959</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2959"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bedreiging met een terroristisch misdrijf en/of enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling en/of brandstichting, meermalen gepleegd. Diefstal. Het hof zal aan de verdachte opleggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van het voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002058-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S.V. Pelsser, mr. drs. J.J. Peters, mr. M.C.C. van de Schepop</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4994</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31622</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31622</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31622"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, 8:54 Awb, dat het claimverzoek en/of claimakkoord in het dossier nog niet beschikbaar was betekent niet dat de minister geen voornemen mocht uitbrengen, tussen partijen niet langer in geschil dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, ook niet in geschil dat voor Duitsland zowel in het algemeen als voor eiser persoonlijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, artikel 17 Dublinverordening, beroep kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29187</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31623</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31623</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31623"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin, plakvovo, 8:83, derde lid Awb, vovo afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29188</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30672</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30672</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30672"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Toewijzing eenhoofdig gezag aan de vrouw. Kinderalimentatie en partneralimentatie. De man heeft onvoldoende inzage gegeven in zijn inkomenssituatie. De rechtbank zal daarom uitgaan van de stellingen van de vrouw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/687482 / FA RK 25-4780</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.M. Boone</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30582"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">wijziging van de zorgregeling en wijziging kinderalimentatie afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/708220 / FA RK 26-6679</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. de Klerk</contributor><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1195"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening en terugvordering van bijstand. Lening. Geen inkomen. Tussen partijen is niet in geschil dat betrokkene het bedrag van € 500,- contant had geleend van X. Alleen in geschil is of de lening als inkomen in mindering moet worden gebracht op de bijstand van betrokkene. Dat mocht het dagelijks bestuur niet, want in dit geval is het als lening ontvangen bedrag geen inkomen. Daarbij staat voorop dat het een eenmalig verkregen geleend bedrag betreft, dat niet voortkwam uit een bron die periodiek of bij herhaling middelen voor de voorziening in het levensonderhoud opleverde. Daarnaast is de eenmalige lening hier ook naar zijn aard niet gelijk te stellen met periodieke inkomsten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2763 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8698</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8698</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8698"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">PW. Beroep gegrond. Gelet op verklaring medisch adviseur van eiseres kan de camper als noodzakelijk hulpmiddel worden aangemerkt. Mocht dus niet meegenomen worden bij het bepalen van het vermogen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/3690</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2018:35</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:35</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2018:35"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2018-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Witwassen en (poging tot) opzetheling. Voorhanden hebben van en verhullen en verbergen van de vindplaats van schilderijen die zijn weggenomen bij een in scène gezette diefstal bij X en poging tot aanbieding van deze schilderijen bij een verzekeringsmaatschappij ter verkrijging van ‘vindersloon’. "Door misdrijf verkregen" a.b.i. art. 416 Sr resp. "uit enig misdrijf afkomstig" a.b.i. art. 420bis Sr? Goederen of voorwerpen kunnen in beginsel slechts worden aangemerkt als "door misdrijf verkregen" a.b.i. art. 416 Sr resp. "uit enig misdrijf afkomstig" a.b.i. art. 420bis Sr, indien deze zijn verkregen door resp. afkomstig zijn uit een misdrijf gepleegd voorafgaand aan de in art. 416 Sr resp. art. 420bis Sr genoemde delictsgedragingen (vgl. m.b.t. art. 420bis en 420quater Sr ECLI:NL:HR:2014:3046). Het oordeel van het Hof dat de schilderijen "van misdrijf afkomstig waren" omdat de aanwezigheid van de schilderijen bij verdachte van meet af aan in "direct causaal verband" stond met oplichting van de verzekeringsmaatschappij door X, en dat daaraan niet af doet dat die verzekeringsfraude eerst is gepleegd (kort) na de overdracht van de schilderijen aan verdachte en dat slechts de schade-uitkering het product van die verzekeringsfraude is, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 16/01600 en 16/02320.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15/05479</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2018-01-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2017:1448</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2015:3113</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1292"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht. Procesrecht. Bewijsrecht. Verdeling huwelijksgemeenschap. Verzoek om afgifte van goud in kluis. Stelplicht en bewijslast. Art. 150 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03666</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:449</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2003</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:449</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:449</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:449"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht, bewijsrecht. Onderscheid stelplicht en bewijslast, ten onrechte bewijslast op betwister gelegd, terwijl de bewijsfase nog niet aan de orde was. Art. 149-150 Rv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03666</description><issued>2026-05-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1292</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:1769</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:1769</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:1769"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Internationale echtscheiding met nevenvoorzieningen. Toepasselijk recht op de partneralimentatie. Alimentatiegerechtigde heeft inmiddels woonplaats in Italië. Beroep op artikel 5 van het Haags Protocol van 2007. Nauwe verbondenheid van het Nederlands recht met het huwelijk van partijen. Afwikkeling huwelijksvermogensregime. Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978. Wagonstelsel. Vallen de vruchten van een privé-goed, die onder het Italiaanse recht in de gemeenschap vielen, na het van toepassing worden van het Nederlandse recht buiten de gemeenschap?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.077/01 en 200.358.078/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-07-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:13123</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4546</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4546</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4546"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artikel 194 Rv, artikel 7:129e BW, artikel 6:212 BW; artikel 6:2 BW. Ex samenlevers; draagplicht met betrekking tot schulden. Vorderingen in incident ex artikel 194 Rv afgewezen. Vordering van € 30.000 wordt afgewezen, want geen lening of ongerechtvaardigde verrijking. Beroep op redelijkheid en billijkheid slaagt niet. Ook afwijzing vergoedingsvordering met betrekking tot investeringen in de woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.352.172/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2589"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">echtscheiding; verdeling echtelijke woning; ontvankelijkheid; rechtsmiddelenregister; partnerschapsvoorwaarden of wettelijke gemeenschap van goederen?; hoofdverblijfplaats minderjarigen en zorgregeling; kinderalimentatie; goede procesorde; incidenteel appel?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.482/01 en 200.362.483/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1531</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1531</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1531"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie. Ontvankelijkheid. Draagkracht, schulden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.365/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-06-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2592"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Partijen hebben na het huwelijk afzonderlijk van elkaar aanspraak gemaakt op compensatie van de Dienst Toeslagen voor gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire en deze ook gekregen. Vallen deze compensaties in de ontbonden wettelijke algehele gemeenschap van goederen (oud)? En zo ja, is er aanleiding om af te wijken van de verdeling bij helfte?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.797/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1219</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1219</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1219"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht. Huwelijksvermogensrecht. Heeft vrouw haar betwisting m.b.t. opbrengst van eerder door haar verkochte woning in Tsjechië voldoende onderbouwd? Was t.a.v. opbrengst van die woning door man gedaan verzoek o.g.v. art. 843a (oud) Rv te ongespecificeerd? Is hof buiten grenzen van rechtsstrijd getreden met oordeel dat wanneer voor draagkracht van man volledig rekening wordt gehouden met aflossingen door man op huwelijkse schulden, hij in zoverre dus geen regresvordering op vrouw krijgt?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03398</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1913</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:341</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:341"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Huwelijksvermogensrecht. Verdeling verkoopopbrengst woning. Verzwaarde motiveringsplicht. Verzoek ex. art. 843a Rv. Verdeling pensioenbeleggingsrekening. Vaststellen draagkracht voor alimentatie. Grenzen van de rechtsstrijd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03398</description><issued>2026-04-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1219</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2212</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2212</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2212"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank en bepaalt de kinderalimentatie op een lager bedrag en beperkt deze in duur vanwege het gebrek aan draagkracht aan de zijde van de vader als gevolg van zijn detentie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.306/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5396"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Partneralimentatie, correctie zakelijke kosten eigen onderneming, verdeling woning, vergoedingsrechten, bepaling omvang vergoedingsrecht op basis van datum aflossing op hypothecaire schuld o.g.v. 1:87 lid 2 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.357.192</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10306</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10306</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10306"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Vordering dochters op vader. Discussie over opeisbaarheid en omvang van deze vordering. Uitvoering gegeven aan periodiek verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden? Volgens vader wel en anders geen verrekening vanwege vervalbeding en verjaring. Rechtbank: vordering is opeisbaar en verrekening is niet aan de orde. De rechtbank stelt de omvang van de vordering van de dochters vast en veroordeelt vader tot betaling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/360758 / HA ZA 25-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-08-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1994</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1994</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1994"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Nakoming afspraak partijen voorlopige partnerbijdrage; rechtsverwerking. Verdeling, peildatum waarde motorvoertuig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.357.936/01 en 200.357.937/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-07-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2000</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2000</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2000"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">vervangende toestemming voor verhuizing, inschrijving basisschool en gegevensoverdracht school, hoofdverblijfplaats en zorgregeling. Artikel: 1:253a lid 1 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.576/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-07-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4544</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4544</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4544"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Familierecht. Rechtmatigheidstoets. Bekrachtiging eerste uithuisplaatsing en verlenging daarvan. Structurele verwaarlozing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.187/01 en 200.369.675/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4304"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De uithuisplaatsing van de kinderen bij de andere ouder met gezag (de vader) is noodzakelijk en in het belang van de kinderen (artikel 1:265b BW). Er bestonden te lang grote zorgen over het welzijn van de kinderen in de opvoedsituatie bij de moeder, waar zij onvoldoende ruimte ervaren om loyaal te zijn naar beide ouders en lichamelijke en psychische klachten ontwikkelden. Deskundigenonderzoek afgewezen (artikel 810a lid 2 rv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.497/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:1810</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:1810</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:1810"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Misbruik van procesrecht door de vrouw. De vrouw wordt in de werkelijke proceskosten veroordeeld. De BV waarvan de aandelen door de man worden gehouden heeft onvoldoende financiële middelen om het ouderdomspensioen van de vrouw af te storten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.640/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:4424</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1840"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het hof acht het onwaarschijnlijk dat de ouders binnen afzienbare tijd voldoende in staat zullen zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening. Het hof is van oordeel dat aan de wettelijke gronden voor beëindiging van het gezag van de moeder is voldaan. Artikelen: 1:253n &amp; 9 IVRK</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.365.252/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-07-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4324</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4324</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4324"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie. Als de alimentatieplichtige vindt dat de gevraagde bijdrage niet voldoet aan de wettelijke maatstaven, dan ligt het op zijn weg om verweer te voeren én de benodigde informatie te verstrekken om een berekening van de bijdrage mogelijk te maken. Dat heeft hij niet gedaan. Nu de verzochte bijdrage het hof niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, gaat het hof er vanuit dat de alimentatieplichtige (ten minste) gehouden is de verzochte bijdrage te voldoen en zal het hof het verzoek dan ook toewijzen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.365.669</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:6578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:6578"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ex-samenwoners. Terugvordering overboekingen van man aan vrouw. Ongerechtvaardigde verrijking, onverschuldigde betaling, dan wel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Vorderingen deels toegewezen. Verrekenverweer slaagt niet, omdat deels de vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd en omdat deels niet eenvoudig valt vast te stellen dat dit verweer gegrond is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/370443 / HA ZA 25-658</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-06-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:6975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:6975"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Zij hebben samengewoond in de woning, waarvan zij ieder voor de helft eigenaar zijn. In 2024 is de relatie van partijen beëindigd. Partijen zijn er niet in geslaagd onderling afspraken te maken over de verdeling van de woning. De rechtbank stelt de verdeling vast. Daarnaast beslist de rechtbank over een aantal geldvorderingen die partijen over en weer hebben ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/363642</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-07-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4469</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4469</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4469"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Familierecht. Wijziging zorgregeling terwijl er een ondertoezichtstelling geldt. Toetsingskader artikel 1:265g lid 1 BW. Geen wijziging van omstandigheden nodig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.365.450/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1278</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1278</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1278"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Internationaal privaatrecht. Conflictenrecht. Personen- en familierecht. Relatievermogensrecht. Leidt toepassing van bepalingen van Iraans echtscheidingsrecht in samenhang met hetgeen partijen in hun huwelijksakte zijn overeengekomen over bruidsgave, tot resultaat dat kennelijk onverenigbaar is met openbare orde (art. 10:6 BW)?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01295</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:382</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:266</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:382"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">IPR. Familierecht. Bruidsgave (mahr). Levert de verplichting van de vrouw om afstand te doen van haar bruidsgave bij een khul echtscheiding (art. 1146 Iraans BW) strijd op met de Nederlandse openbare orde (art. 10:6 BW)?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01295</description><issued>2026-04-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1278</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1528</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1528</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1528"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ambtshalve ontslag bewindvoerder en mentor op juiste gronden? Gewichtige redenen die het ontslag van een van beide bewindvoerders en mentoren rechtvaardigen. Beslissing van het hof wie na ontslag bewindvoerder en mentor moet zijn. artikel 1:488 lid 2 jo. 1:461 lid 2 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.360.867/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-06-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4315</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4315</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4315"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie, schulden en verdiencapaciteit Aan de zijde van de man houdt het hof rekening met een schuld die niet verwijtbaar en niet vermijdbaar is. Met de schulden die zijn aangegaan na het beëindigen van de relatie wordt geen rekening gehouden. Het hof is van oordeel dat de vrouw in staat moet worden geacht een hoger inkomen te verwerven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.359.825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1248</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1248</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1248"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht. Echtscheiding. Partneralimentatie, behoeftigheid. Onbegrijpelijk oordeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02424</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:171</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1277</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1277</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1277"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht. Beschermingsbewind. Art. 3 lid 5, aanhef en onder b, Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Heeft bewindvoerder recht op vergoeding voor werkzaamheden in verband met verhuizing van rechthebbende?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04267</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:419</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:2330</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:171</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:171</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:171"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Partneralimentatie. Verdiencapaciteit. Kan van de alimentatiegerechtigde, wiens verblijfsvergunning is ingetrokken, worden verwacht dat zij inkomsten uit arbeid verwerft, zo niet in Nederland dan in Marokko?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02424</description><issued>2026-02-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1248</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:419</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:419</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:419"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschermingsbewind (art. 1:431 BW). Beloning professionele bewindvoerder. Uitleg art. 3, lid 5, onder b, Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Wanneer heeft professionele bewindvoerder aanspraak op forfaitaire verhuisvergoeding?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04267</description><issued>2026-04-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1277</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2274"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">‘Beschermingsbewind (art. 1:431 BW). Wie zijn belanghebbenden als bedoeld in art. 798 lid 2 Rv.? Kan oproeping van belanghebbenden voor de mondelinge behandeling in hoger beroep achterwege worden gelaten?’</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.821/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:1127</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:1127</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:1127"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Partijen hebben ter zitting bij de rechtbank overeenstemming bereikt over de te hanteren financiële gegevens voor de berekening van de kinderalimentatie. Inmiddels blijkt de man ten tijde van de procedure bij het hof, meer te zijn gaan verdienen. De vrouw stelt dat de overeenkomst daarom is gesloten met grove miskenning van de wettelijke maatstaven. De rechtbank heeft een berekening gemaakt op basis van de financiële gegevens waar partijen het ter zitting over eens zijn geworden. Die overeenkomst is niet aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven enkel omdat de man inmiddels meer is gaan verdienen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.350.544/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2025-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2652</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2652</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2652"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Internationale verhuiszaak. Belangenafweging. Duurzame financiële zelfstandigheid van de moeder zwaarwegend. Verhuizing doordacht en niet ten koste van het contact tussen de vader en de kinderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.503/01 en 200.369.503/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-08-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:12077</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:3477</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:3477</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:3477"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Huwelijkse voorwaarden. Afwijzing beroep op dwaling en strijd met redelijkheid en billijkheid bij afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. Tussenbeschikking om tussentijds appel open te stellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/674939 / FA RK 24-7786</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.L. Benink</contributor><issued>2026-03-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7519</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7519</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7519"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het ontslagverbod tijdens ziekte verhindert de ontbinding van de arbeidsovereenkomst (op de e-, g- en i-grond). Rol mediation. Verder wordt ook het tegenverzoek (tot betaling van loon over de maand januari 2026) afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12281032_E20102026</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.T.G. Roovers</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7376</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7376</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7376"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, griffierecht te laat betaald. Geen geldige verschoonbare reden voor de late betaling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5447</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7374</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7374</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7374"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO verzoek gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6938</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1371</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1371</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1371"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/1177 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1373</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1373</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1373"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling van mate arbeidsongeschiktheid op 79,22%. Geen nieuwe gronden. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. Juiste FML. De geselecteerde functies zijn passend bij de belastbaarheid van appellant. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1046 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7126</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7126</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7126"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzet gegrond. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat verweerder, ondanks meerdere verzoeken, geen verweer heeft gevoerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/4337-V</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7127</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7127</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7127"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzet gegrond. Dubbel beroep, eerdere uitspraak vervalt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/6305-V</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1364</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1364</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1364"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep niet-ontvankelijk. Geen griffierecht betaald. Geen gronden ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/926 WMO15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11319</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11319</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11319"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing omzetting faillissement naar wsnp. Niet te goeder trouw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: F.03/25/4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1357"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Appellante is minder dan 35% arbeidsongeschikt. Medische onderzoek is zorgvuldig. De verzekeringsartsen beschikten over voldoende informatie om tot een afgewogen oordeel te komen. De geselecteerde functies zijn passend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2107 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6839</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6839</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6839"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De voorzieningenrechter heeft op 2 oktober 2026 uitspraak gedaan op identieke verzoeken om een voorlopige voorziening van vier belangenorganisaties voor agrariërs. Zie ECLI:NL:RBMNE:2026:6712. In die uitspraak is geoordeeld dat de minister terecht heeft beslist dat de huisvestingsgegevens openbaar gemaakt worden, omdat het milieugegevens zijn die over emissie gaan. De minister heeft ook terecht beslist om de landbouwtellingsgegevens openbaar te maken, omdat het milieugegevens zijn en de belangenafweging die de minister vervolgens heeft gemaakt in het voordeel van openbaarheid uitvalt. Wat de voorzieningenrechter heeft overwogen in de uitspraak van 2 oktober 2026 geldt ook voor de verzoeken die nu voorliggen. Daarmee hebben de beroepen van verzoekers geen redelijke kans van slagen. Ook de belangenafweging die de voorzieningenrechter zelf maakt, pakt niet in het voordeel van verzoekers uit. De verzoeken van 64 boerenbedrijven (die anoniem deelnemen aan de proceure) worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/3103</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J. Catsburg</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1354"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Appellante is minder dan 35% arbeidsongeschikt. Beperkingen zijn juist vastgesteld. Geselecteerde functies zijn passend. In hoger beroep herhaling van eerder naar voren gebrachte gronden. Geen nieuwe medische informatie. Oordeel van de rechtbank wordt gevolgd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2091 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1361</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1361</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1361"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak. In hoger beroep herhaling van gronden in bezwaar en beroep. In wat appellanten in hoger beroep en tijdens de zitting naar voren hebben gebracht, heeft de Raad geen steun gevonden voor het oordeel dat appellanten wegens medische of andere redenen in de te beoordelen periode zijn aangewezen op een maatwerkvoorziening voor individuele ondersteuning in de vorm van een pgb door vaste hulpverlener met een Somalische achtergrond. Appellanten hebben ontoereikendheid van de ondersteuning door [naam stichting] niet onderbouwd. Zij hebben in het verleden gebruik gemaakt van deze basisondersteuning en doen dat ook nu weer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2064 WMO15-PV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Proces-verbaal</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6213</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6213</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6213"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Op 30 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk verkeersbesluiten genomen over de herinrichting van de Rembrandt van Rijnstraat en de spoorzone/het Schilderspad en over de afsluiting voor fietsers van het Schilderspad in Boxmeer. De stichtingen zijn het niet eens met de uitspraak van 23 september 2025. Zij betogen dat de rechtbank de door [appellant] ingestelde beroepen ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij voeren aan dat uit het proces-verbaal van de uitspraak en de zittingsaantekeningen blijkt dat [appellant] ook namens hen bij de rechtbank het woord heeft gevoerd. Voor zover zij niet als eisers in beroep kunnen worden aangemerkt, betogen zij dat de rechtbank hen, gelet op de inhoud van het dossier en de uitlatingen op de zitting, op grond van artikel 8:26 van de Awb als partij tot het geding had moeten toelaten als belanghebbenden. De rechtbank heeft volgens hen ten onrechte uitsluitend de belanghebbendheid van [appellant] beoordeeld. Daardoor zijn zij in hun procesbelangen geschaad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505823/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14580"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Participatiewet. Uitkeringsspecificatie mbt inhouding vakantiegeld ivm een vordering is geen Awb-besluit. Reeds eerder in een besluit te kennen gegeven dat de bijzondere bijstand wordt verleend in de vorm van een lening en het gereserveerde vakantiegeld één keer per jaar in mei zal worden ingehouden voor het aflossen van de schuld. In het saldo-overzicht voorafgaand aan de uitkeringsspecificatie wordt de schuld gespecificeerd en herhaald dat het vakantiegeld wordt gereserveerd voor de aflossing van de schuld. Uit de uitkeringsspecificatie volgt ook dat geen nieuwe, voor eiser onbekende, aspecten spelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/5444</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M. Jurgens</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11429</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11429</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11429"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser komt op tegen de boete die aan hem is opgelegd omdat hij niet de door de minister verzochte bescheiden heeft overlegd. Daarmee heeft hij de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag overtreden. De rechtbank is van oordeel dat die boete terecht is opgelegd, maar moet worden gematigd wegens het overschrijden van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 24/2552</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31611</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31611</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31611"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Gezinshereniging. 8 EVRM. De rechtbank is van oordeel dat er in het geval van eiseres wel sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen en dus beschermenswaardig familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM. Verweerder heeft de bijkomende elementen van afhankelijkheid niet in onderling samenhang beoordeeld en daarbij de emotionele band en vluchtsituatie onvoldoende kenbaar meegewogen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.11520</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.L. Korlaar</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14586"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Participatiewet. Uitkeringsspecificatie mbt inhouding vakantiegeld ivm twee vorderingen is geen Awb-besluit. Het college heeft in het besluit van 21 december 2022 teveel verstrekte uitkering teruggevorderd. Op 9 november 2023 is aan eiser bijzondere bijstand verleend in de vorm van een lening. Hierbij is te kennen gegeven dat het gereserveerde vakantiegeld één keer per jaar in mei zal worden ingehouden voor het aflossen van de schuld. In het saldo-overzicht van februari 2025 zijn beide schulden gespecificeerd en is herhaald dat het vakantiegeld wordt gereserveerd voor de aflossing van de schuld. Uit de uitkeringsspecificatie volgt ook dat geen nieuwe, voor eiser onbekende, aspecten spelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/5454</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M. Jurgens</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6801</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6801</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6801"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Woningsluiting artikel 13b Opiumwet voor 3 maanden. Tijdsverloop. De burgemeester heeft als peilmoment voor de beoordeling of sluiting van de woning noodzakelijk is, terecht gekeken naar de datum van de feitelijke sluiting op 30 juni 2025 en niet naar de datum van het bestreden besluit. Geen bijzondere persoonlijke omstandigheden die maken dat sluiting van de woning niet evenwichtig is. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/878</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.W. Wagenaar</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14735</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14735</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14735"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbestedingsprocedure tot gunning van opdracht tot levering van tweewielers. De inschrijving van eiseres is ongeldig verklaard omdat de door eiseres aangeboden tweewielers volgens de gemeente niet gelijkwaardig zijn aan de in het Prijzenformulier genoemde voorbeeldtweewielers. Eiseres vordert dat haar inschrijving alsnog geldig wordt verklaard dan wel dat de opdracht opnieuw wordt aanbesteed. De voorzieningenrechter oordeelt dat de opdracht opnieuw moet worden aanbesteed. In het kader van de beoordeling van de gelijkwaardigheid van door inschrijvers aangeboden tweewielers heeft de gemeente in strijd gehandeld met de aanbestedingsrechtelijke beginselen van gelijke behandeling en transparantie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723265 / KG ZA 26-742</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1355</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1355</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1355"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Appellante is minder dan 35% arbeidsongeschikt. Onderzoek door onafhankelijk deskundige. De Raad volgt de deskundige. Het onderzoek was zorgvuldig, inzichtelijk en consistent. Ook de arbeidskundige beoordeling wordt gevolgd. Maatmaninkomen juist vastgesteld. De pgb-inkomsten zijn terecht buiten beschouwing gelaten. Pas in hoger beroep toereikende motivering. Toepassing artikel 6:22 Awb. Vergoeding griffierecht. Vergoeding proceskosten, waaronder die voor door appellante ingeschakelde deskundige. Geen vergoeding voor werkzaamheden die de deskundige niet zelf heeft verricht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2344 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30947"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo tegen een vijftal lasten onder dwangsom die het college verzoekers heeft opgelegd vanwege illegale bouwwerken bij woning gedeeltelijk toegewezen en voorlopige voorziening getroffen die inhoudt dat verzoekers gedurende de lopende beroepsprocedure slechts gedeeltelijk aan de opgelegde lasten hoeven te voldoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6646</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H. Smits</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6840"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek op grond van de Wet open overheid ingediend bij het verweerster, waarin is verzocht om openbaarmaking van documenten die gaan over vier verlengingsaanvragen van toelatingen van producten met de werkzame stof Captan. Verzoek wordt toegewezen op grond van een belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6439</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Blok</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30950"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/6728</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meessen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6800"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 2.58 Wet brp. Afwijzing verzoek om aanvulling geboortedatum. College heeft van eiser mogen vragen om een Marokkaanse Copie intégrale van zijn geboorteakte over te leggen en was niet gehouden om de IND te verzoeken om een mededeling als bedoeld in artikel 2.17 van de Wet Brp. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/6878</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.W. Wagenaar</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7006</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7006</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7006"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">huurachterstand, vordering tot ontruiming afgewezen door gestarte hulpverlening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12375511 \ LV EXPL 26-39</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.W. Nederveen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:7963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:7963"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 23/1910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.W.A. Schimmel</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6954</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6954</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6954"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsbeslissing niet-ontvankelijk. Misbruik van wrakingsmiddel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: W200.375.244</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6854"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoekster heeft niet inhoudelijk gereageerd op de verzoeken van de rechtbank. Het verozek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14720</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14720</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14720"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Aanbesteding. Aanbestedingsprocedure met twee percelen. Vordering gericht op één perceel. Eiseres is ontvankelijk in vorderingen. Dat andere perceel gegund is aan eiseres waartegen niet opgekomen wordt, verandert dat niet. Gronden kunnen vorderingen niet dragen. Geen fundamenteel gebrek. In parallelle procedures wordt beslist dat aanbesteding moet worden gestaakt. Zie vonnissen in zaaknummer 725374 en 724661 van zelfde datum.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725354</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10539</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10539</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10539"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beklag 552a Sv niet-ontvankelijk. Beslag SKY-ECC gegevens in Nederland, zonder rechtshulpverzoek vestuurd aan Estland. Beklag niet binnen de termijn van twee jaar ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26-012172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.R. Vlierhuis, mr. drs. E. van den Brink, mr. drs. A.M. Loots</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6864</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6864</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6864"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">AOW. De Svb kon van een gezamenlijke huishouding uitgaan. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7463</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7463</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7463"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil over uitleg erfdienstbaarheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/605144 / HA ZA 26-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.A. Schuman</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10276</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10276</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10276"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:55; Verzet ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/3352 en 25/3368</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10274"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:55; Verzet niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4894</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10275</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10275</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10275"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:55; Verzet ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/5901</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10277</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10277</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10277"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:55; Verzet ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/3657</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10082"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Aan taxatierapport belanghebbende komt geen bewijskracht toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11797</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10287</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10287</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10287"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">kostenvergoeding bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/540</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3036</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3036</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3036"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht; antidumpingrechten; door de inspecteur gebruikt bewijsmateriaal; leveringsvoorwaarde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/171 en 26/172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6865"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Geen zorg op grond van de Wlz. Niet aannemelijk geworden dat eiser in de periode in geding is aangewezen op 24 uur zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1599</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10500</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10500</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10500"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak in executie-EAB uit Polen. Art 12 OLW: vragen gesteld over de adresinstructie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-185118-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B.M. Wijnveldt, mr. O.P.M. Fruytier, mr. L. Baroud</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8249</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8249</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8249"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging tbs-maatregel (terbeschikkingstelling met voorwaarden) met twee jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/138382-21 tbs okt 2026</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7456</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7456</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7456"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geldleningsovereenkomst? Nee, onvoldoende aangetoond dat uitgaven geen kosten voor gemeenschappelijke huishouding betreffen. Recht op verrekening (regres) vervallen op grond van samenlevingsovereenkomst. Geen onrechtmatig handelen van eiser in conventie en geen schending AVG verplichtingen. In reconventie gevorderde schadevergoeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12119845 \ MC EXPL 26-1075</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6866"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over twee zaken waarin eiser beroep heeft ingesteld. In de eerste zaak heeft eiser een beroep niet tijdig beslissen ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft bij dit beroep. In de tweede zaak beoordeelt de rechtbank het beroep tegen de hoogte van de aan hem toegekende aanvullende werkelijke schadevergoeding in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank oordeelt dat dit beroep ongegrond is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2676, UTR 26/3288</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. Willems</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6623</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6623</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6623"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Naleving cao particuliere beveiliging. Sociaal fonds is in aparte, algemeen verbindend verklaarde, cao onder meer belast met controle op naleving cao particuliere beveiliging. Alvaro heeft deze cao niet toegepast en wordt verplicht dit alsnog te doen en dit aan te tonen. Zij voldoet hier niet aan moet de in de sociaal fonds-cao opgenomen forfaitaire schadevergoeding (‘boete’) per week betalen. Hof matigt deze ‘boete’ maar laat voor het overige de veroordeling van Alvaro en haar bestuurders in stand. Sociaal Fonds kan haar vorderingen op een failliete zustervennootschap van Alvaro niet op Alvaro verhalen op grond van overgang van onderneming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.775/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31621</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31621</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31621"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, Jemen, problemen Houthi's, Sana'a, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.30807</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14814"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek WSNP toegewezen. Eerdere ingangsdatum van 18 maanden. Er is afgedragen onder beslag sinds maart 2025.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2612850:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8233"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gevangenisstraf van 36 maanden met aftrek van voorarrest voor negen diefstallen (in onder andere woningen in een verzorgingstehuis en in studentenwoningen). Sprake van meermalen recidive. Daarnaast veroordeling tot het betalen van schadevergoeding aan twee slachtoffers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-079607-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6867"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening om het plaatsen van en bouwkeet en containers te voorkomen, afgewezen. De plaatsing is niet onomkeerbaar en de voorzieningenrechter is niet gebleken van zodanige hinder dat niet van verzoeker zou kunenn worden gevergd dat hij de uitkomst van de bezwaarprocedure afwacht. Geen spoedeisend belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7891</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.R. van Es-De Vries</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7459</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7459</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7459"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">vereffening vof</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/578697 / HA ZA 24-375</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.L. Poort-Gleusteen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4486"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak. Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd. Belanghebbende stond niet geparkeerd binnen de zonegrenzen waarvoor de bezoekersvergunning geldig was. Niet voldaan aan de onderzoeksplicht inzake de voorwaarden van de vergunning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/1385</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.W. De Jonge</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6868</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6868</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6868"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om voorlopige voorziening om het plaatsen van en bouwkeet en containers te voorkomen, afgewezen. De plaatsing is niet onomkeerbaar en de voorzieningenrechter is niet gebleken van zodanige hinder dat niet van verzoeker zou kunenn worden gevergd dat hij de uitkomst van de bezwaarprocedure afwacht. Geen spoedeisend belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7912</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.R. van Es-De Vries</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14610</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14610</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14610"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Criteria artikel 2.3.3. lid 11 Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland IJmond Haarlem 2026. Het zoekprofiel bij een urgentieverklaring sluit in beginsel eengezinswoningen uit. In dit geval kan een eengezinswoning niet als noodzakelijk worden aangemerkt en is gelet op de gewijzigde woonsituatie niet als vergelijkbaar aan te merken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/2282</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.H. Lauryssen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1369</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1369</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1369"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om wraking kennelijk niet-ontvankelijk en daarom op grond van artikel 8:18, derde lid, Awb zonder behandeling ter zitting afgedaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/705 PW-W</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verzet, Wraking</description><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6870</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6870</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6870"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO verzoek gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5546</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10407"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gewoonte maken van het vervaardigen van -, verwerven van -, bezit van -en toegang verschaffen via een geautomatiseerd werk tot kinderporno (oude en nieuwe wetgeving), aanranding minderjarige, grooming minderjarige, vrijspraak verkrachting minderjarige, 3 jaar gevangenisstraf met aftrek voorarrest, tbs met dwangverpleging, maatregel ex artikel 38v Sr (contactverbod benadeelde partijen), maatregel ex artikel 38z Sr, deels toegewezen vorderingen benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-228036-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10442</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10442</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10442"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen besluit om dertien lasten onder dwangsom op te leggen die allemaal verband houden met het houden van dieren in strijd met de woonbestemming. Inclusief invorderingsbeschikking. Beroep is gegrond en er dient een nieuwe beslissing op bezwaar te worden genomen. Last 9 is ten onrechte opgelegd en voor lasten 1,4 en 13 is de herstelmaatregel van het college te verstrekkend. De invorderingsbeschikking wordt vernietigd voor zover het gaat over lasten 1,4,9 en 13.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 24/4896</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7460</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7460</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7460"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever vordert boete vanwege overtreding anti-ronselbeding. Kantonrechter gaat over tot matiging van de boete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12191176 \ UC EXPL 26-3556</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.J.M. Hendriks</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7503</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7503</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7503"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Er sprake is van een overgang van onderneming en een dynamisch incorporatiebeding. Voordat de kantonrechter verder beslist worden partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de uitspraak van 19 mei 2026 van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12168648 \ UE VERZ 26-140</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.F.A. van Buitenen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6873</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6873</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6873"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Eigen taxatierapport en aankoopcijfer. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/5412</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.W.A. Schimmel</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:8973</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:8973</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:8973"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker vraagt om opheffing van het bewind ten behoeve van de betrokkene. Aan het verzoek wordt – kort samengevat - het volgende ten grondslag gelegd. Betrokkene geeft door haar doen en laten bij herhaling aan geen vertrouwen te hebben in de bewindvoering door ons kantoor. Dit uit zich in verwijten, onrealistische verwachtingen/eisen, dreigementen met rechtszaken en regelmatig verbaal agressief gedrag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000424850:B001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14826</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14826</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14826"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek wsnp toegewezen. Geen eerdere ingangsdatum want er is niet voldaan aan de inspanningsplicht. Toegelaten voor 18 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2614338:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30938</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30938</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30938"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo’s tegen opgelegde lasten onder dwangsom om binnen 4 maanden de kamergewijze bewoning in de bedrijfswoningen op 11 verschillende locaties te staken en gestaakt te houden afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang. Aannemelijk is dat zich na het verstrijken van de begunstigingstermijn geen overtredingen (meer) zullen voordoen, zodat geen dwangsommen kunnen verbeuren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/8010</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. van den Ende</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:8058</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:8058</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:8058"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om handhavend op te treden. Procesbelang. Burgemeester mocht verzoek afwijzen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 23/7637</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.A. van Hoof</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6874"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WOO. Niet-ontvankelijk, doorverwijzen naar verweerder ogv 6:20</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/7468</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30467</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30467</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30467"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek handlichting ex artikel 1:235 BW toegewezen door kantonrechter. Zelfstandig zakelijke verplichtingen aangaan, waaronder het sluiten van overeenkomsten, het verrichten van financiële transacties en het openen van een zakelijke bankrekening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: VB 12150 Zaaknr.: 12331638 EJ VERZ 26-74688</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. de Bruijn</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30468</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30468</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30468"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek handlichting ex artikel 1:235 BW toegewezen door kantonrechter. Zelfstandig zakelijke verplichtingen aangaan, waaronder het sluiten van overeenkomsten, het verrichten van financiële transacties en het openen van een zakelijke bankrekening. E-commerce en dropshipping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: VB 12148 Zaaknr.: 12331151 EJ VERZ 26-74683</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. de Bruijn</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2823</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2823</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2823"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA's dividendbelasting 2014 tot en met 2017 met vergrijpboetes. Dubbel hoger beroep. Nieuwe transferpricingrapporten tardief. Wraking. FBI. Vereiste aangifte. Onzakelijke aandeelhoudersleningen (o.b.v. eerdere Vpb-procedures). Afrondingsreserve. Verkapt dividend. Pleitbaar standpunt. Rol bestuurders/adviseur t.a.v. onzakelijke leningen. Feiten en omstandigheden voor grove schuld overtuigend aangetoond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/682 t/m 25/689</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:14220</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2019:4639</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:4639</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2019:4639"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2019-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen de afwijzing op grond van een vaststellingsovereenkomst, van een aanvraag voor een bedrijfskrediet</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 18/6006</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.J. Waterbolk</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8256</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8256</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8256"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank legt een ISD-maatregel voor twee jaar op aan verdachte voor drie diefstallen. De vorderingen van de benadeelde partijen worden deels toegewezen, afgewezen en niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/196461-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:8053</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:8053</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:8053"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging voorschrift exploitatievergunning. Bevoegdheid burgemeester. Geen geslaagd beroep op vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 23/1596</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.A. van Hoof</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31633"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank volgt eiser erin dat de ingangsdatumverblijfsvergunning de datum van de asielaanvraag moest zijn en dat de geldigheidsduur daarvan vijf jaar moest zijn. Hierbij is van belang dat het Unierecht niet dwingend voorschrijft wat de ingangsdatum van een verblijfsvergunning moet zijn. Daarnaast is de onmiddellijke werking van de wetswijziging voor een bepaalde groep statushouders in strijd met het Unierechtelijke rechtszekerheidsbeginsel. Verweerder had daarom aan eiser een verblijfsvergunning moeten verstrekken met als ingangsdatum de datum van zijn asielaanvraag en een geldigheidsduur van vijf jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.47271</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.J. van Beek, mr. L.M. Kos, mr. H. Battjes</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7570</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7570</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7570"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Het verzoek strekt tot het verkrijgen van toestemming van de kantonrechter voor het beleggen in een hoog risicoprofiel, met het oog om zeggenschap over de beleggingsrekening van betrokkene te krijgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000468746:B001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11430"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Woningsluiting voor de duur van 12 maanden op grond van artikel 13b Opiumwet. Einduitspraak na tussenuitspraak. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester nog steeds onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een sluiting van 12 maanden in dit geval noodzakelijk is. Het beroep is gegrond. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en bepaalt dat de woning voor 4 maanden mocht worden gesloten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 25/2254</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14824</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14824</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14824"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor een poging tot zware mishandeling van een begeleider van de instelling waar de verdachte verbleef door die begeleider met een mes in het gezicht te steken. Gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek en de oplegging de maatregel van TBS met dwangverpleging van overheidswege. De verdachte heeft chronische psychische problematiek in de vorm van schizofrenie en een matig verstandelijke beperking. Het feit wordt hem in (sterk) verminderde mate toegerekend en alternatieve behandelkaders worden niet haalbaar en/of onvoldoende doelmatig geacht. De gevorderde vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht wordt niet opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/164555-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. van de Grampel, mr. J.M.L. van Mulbregt, mr. P.C. Tuinenburg</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7504</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7504</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7504"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding arbeid. Werknemer is ziek. Kantonrechter beslist dat werkgever o.a. moet meewerken aan mediation, adviezen van de bedrijfsarts moet opvolgen en verlofaanvragen niet mag weigeren zolang hier geen zwaarwichtig belang/medisch bezwaar toe bestaat. Wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever moet zij ook de werkelijke buitengerechtelijke kosten betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12325320 \ UV EXPL 26-191</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Ramsaroep</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7467</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7467</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7467"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst van opdracht inzake het aanbrengen van gevelreclame. Tekortkoming in de nakoming. Vordering tot vervangende schadevergoeding en vergoeding van gevolgschade. De vordering tot vervangende schadevergoeding wordt toegewezen. De vordering tot vergoeding van gevolgschade wordt afgewezen omdat niet vast is komen te staan dat de schade toerekenbaar is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12085971 \ MC EXPL 26-625</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Deerenberg-Schurer</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:11431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:11431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:11431"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen de afwijzing om urgentie toe te kennen voor een sociale huurwoning. De rechtbank stelt vast dat er in Maastricht (waar eiser urgentie wenst) geen bestuursrechtelijke urgentieregeling geldt. De brieven (van de privaatrechtelijke organisatie die daar urgentie regelt) zijn ook niet aan te merken als besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 25/1154</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:28096</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:28096</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:28096"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenrecht regulier; verzoek tot opheffing terugkeerbesluit en verwijdering SIS-signalering; niet gebleken dat eiser een verblijfsvergunning of andere toestemming van verblijf heeft in Portugal in de zin van het Terugkeerhandboek (zie ook ECLI:NL:RVS:2025:1075); beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet; van een individuele evenredigheidstoets op grond van art. 21 Verordening (EU) 2018/1861 geen sprake, nu verweerder dwingendrechtelijk moet signaleren in het SIS; geen sprake van schending hoorplicht; beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.17528</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. de Wit</contributor><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5033</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5033</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5033</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5033"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.000325</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:28096</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7505"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deelgeschil. Het verzoek wordt afgewezen omdat de advocaat van de werknemer in strijd met de op hem rustende waarheidsplicht heeft nagelaten de feiten volledig aan te voeren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12324898 \ UE VERZ 26-315</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M.P. Drijkoningen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31636"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel. AMB-verordening. Frankrijk. Toegang tot opvanggerelateerde hulp. Discretionaire bevoegdheid. Belang van het kind. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL 26 56364</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31634</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31634</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31634"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening bij beroep afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL 26 56365</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:19631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:19631"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende asielaanvraag; Turkije; Beroep ongegrond; Verweerder heeft het juiste toetsingskader gebruikt; Verweerder heeft de problemen vanwege de dienstplicht ongeloofwaardig mogen vinden; Verweerder heeft mogen vinden dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege zijn politieke overtuiging, afvalligheid en Koerdische afkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.38483 en NL25.39709</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. van Dokkum</contributor><issued>2025-11-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4981</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7573</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7573</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7573"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De bewindvoerder verzoekt opheffing van het bewind en/of rectificatie van de instellingsbeschikking en/of vrijstelling van de boedelbeschrijving en rekening/verantwoording.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000568095:B001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4981</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4981</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4981"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001745</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:19631</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24100"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, kennisgeving, schadevergoeding en proceskostenvergoeding, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.42058</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Bouter - Rijksen</contributor><issued>2026-08-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4970</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4970</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4970</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4970"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004173</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:24100</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13974</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13974</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13974"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op een beroep niet-tijdig beslissen vanwege het uitblijven van een besluit van het UWV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/4582</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.J.R. Lautenbach</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4942</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4942</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4942"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.000191</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:28086</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:28086</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:28086</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:28086"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenrecht regulier; verzoek tot opheffing terugkeerbesluit en verwijdering SIS-signalering; niet gebleken dat eiser een verblijfsvergunning of andere toestemming van verblijf heeft in Portugal in de zin van het Terugkeerhandboek (zie ook ECLI:NL:RVS:2025:1075); beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet; van een individuele evenredigheidstoets op grond van art. 21 Verordening (EU) 2018/1861 geen sprake, nu verweerder dwingendrechtelijk moet signaleren in het SIS; geen sprake van schending hoorplicht; beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.32957</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. de Wit</contributor><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4942</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:23455</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:23455</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:23455"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Terugkeerbesluit en SIS-signalering. De IND mocht het terugkeerbesluit opleggen, nu er geen feiten of omstandigheden bekend waren om te onderzoeken of eiser in bezit was van rechtmatig verblijf in een andere lidstaat. Daarmee moest de IND eiser ook in het SIS signaleren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.28601</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.C. Laagland</contributor><issued>2025-05-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5058</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5058</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5058</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5058"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404490/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:23455</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5046"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500675/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:1407</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:1407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:1407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:1407"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AA Senegal, veilig land van herkomst. Volgt uit arrest Hof van Justitie van 4 oktober 2024 dat artikel 37 van de Procedurerichtlijn er ook aan in de weg staat dat een derde land, hier Senegal, als veilig land van herkomst wordt aangemerkt, in het geval er één of meer groepen zijn uitgezonderd van de aanwijzing dat dat land een veilig land van herkomst is? De rechtbank ziet in het arrest van het Hof van Justitie geen reden om af te wijken van de vaste rechtspraak van de Afdeling dat het mogelijk is om een land als veilig land van herkomst aan te wijzen met een uitzondering voor één of meer groepen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.47810 en NL24.47811</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R. Hirzalla</contributor><issued>2025-02-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5046</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31638"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22365</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8251"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Beslag op geluidsband 112-centrale (verpleegkundige ambulancedienst) t.b.v. strafrechtelijk onderzoek naar niet-natuurlijk overlijden (artt. 98 en 105 Sv). Ambulancedienst beroept zich op medisch beroepsgeheim en daarmee op (afgeleid) verschoningsrecht (art. 218 Sv). Rb maakt belangenafweging en acht in deze zaak het belang van de waarheidsvinding zwaarwegender dan het belang van het beroepsgeheim.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/381077-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4968</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4968</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4968"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.000837</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:2710</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:2710</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2710</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:2710"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel; AA; Ghana: ongeloofwaardigheid gestelde biseksualiteit. De rechtbank heeft in deze uitspraak geoordeeld dat Werkinstructie 2019/17 een geschikt instrument is voor het onderzoeken en beoordelen van de seksuele geaardheid van een asielzoeker. Verweerder heeft de verklaringen van het COC niet ten onrechte in stap 2b van de geloofwaardigheidsbeoordeling beoordeeld. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over zijn gestelde biseksualiteit ongeloofwaardig zijn, onder meer omdat eiser vaag en oppervlakkig heeft verklaard over hoe hij erachter is gekomen dat hij biseksueel is en hoe hij dit persoonlijk heeft beleefd. Ook heeft eiser, bijvoorbeeld, weinig kunnen verklaren over zijn relaties. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.25521</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.A. Groeneveld</contributor><issued>2026-02-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4968</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7458</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7458</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7458"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurzaak. Huurprijsvermindering voor niet kunnen gebruiken berging afgewezen. Verhuurder moet borgsom terugbetalen en mag geen kosten voor derden daarop in mindering brengen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12068843 \ MC EXPL 26-366</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:25350</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25350</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:25350"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, Azerbeidzjan, problemen vanwege lidmaatschap van de ALDP ongeloofwaardig, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.14251</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.G.M. van Veen</contributor><issued>2026-09-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4967</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4967</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4967</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4967"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004228</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:25350</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31629"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag visum kort verblijf afgewezen, twijfel over tijdige terugkeer. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.29524</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.E. Bos</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6168"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">ondanks ontbreken geregisteerd energielabel en WOZ-beschikking bij aanvang huur worden hiervoor wel punten toegekend bij toetsen aanvangshuur</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12048989 \ CV EXPL 26-428</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Verzet</description><issued>2026-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10898</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10898</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10898"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontruiming huurwoning na sluiting van de woning door de gemeente. De gemeente is overgegaan tot sluiting van de woning omdat meerdere explosies bij de woning hebben plaatsgevonden. Vervolgens is de verhuurder overgegaan tot ontbinding van de huurovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter weegt het belang van Woonwaard bij de gevorderde ontruiming zwaarder dan het belang van gedaagden bij het behoud van de woning. Dit betekent dat de gebruikmaking door Woonwaard van haar bevoegdheid om de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is of misbruik van recht oplevert en in stand zal blijven. De vordering tot ontruiming is daarom toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12295834 KG EXPL 26-110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8453</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8453</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8453"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na tussenvonnis (ECLI:NL:RBAMS:2026:3263). Eisende partij heeft met de toelichting in haar akte en de daarbij overgelegde stukken voldoende heeft onderbouwd dat zij aan gedaagde partij voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst informatie heeft verstrekt over de totale opleidingskosten. Daarmee komt de kantonrechter terug op het eerdere oordeel dat het prijsbeding wat betreft de opleidingskosten niet transparant is. Eisende partij heeft voldoende onderbouwd dat deze transparant is, zodat dit beding niet verder op oneerlijkheid hoeft te worden getoetst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11557243 \ CV EXPL 25-3422</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Verstek</description><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8968</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8968</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8968"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht, loonvordering. Uitleg artikel 44 van de CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf over contractswisseling en verplichte overname van personeel. Toepassing arrest Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2015:3634). Partij die het object heeft verworven moet in dit geval het loon van werkneemster doorbetalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12290557 \ KK EXPL 26-413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2101</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2101</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2101"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burengeschil. Vorderingen over en weer tot verwijdering van een camera aan de woning. Door voorzieningenrechter afgewezen tegenvordering wordt alsnog toegewezen. Beide buren moeten hun camera verwijderen wegens ongerechtvaardigde inbreuk op de privacy van de ander.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.349.390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8588</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8588</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8588"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer is een van de negen werknemers die bij een concurrent van de ex-werkgever in dienst is getreden. Geen schending van het geheimhoudingsbeding en het wervingsverbod. Wel schending van het relatiebeding: € 25.000,00 boete. Tussen ex-werkgever en werknemer gesloten vaststellingsovereenkomst onder invloed van dwaling tot stand gekomen. Werknemer moet ex-werkgever beëindigingsvergoeding van € 500.000,00 terugbetalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12121509 CV EXPL 26-2979</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Schadevergoedingsuitspraak, Op tegenspraak</description><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11082"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het gaat in deze zaak om een vrachtwagenchauffeur die stelt een loonvordering op zijn werkgever te hebben. Om zijn vordering kracht bij te zetten, heeft de werknemer zich op een retentierecht beroepen. De werknemer is vervolgens op staande voet ontslagen. De kantonrechter wijst de verzoeken van de werknemer tot toekenning van de gevraagde ontslagvergoedingen toe, omdat het ontslag niet rechtsgeldig is gegeven. Ook de loonvordering wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12247140</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:9871</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:9871</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:9871"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Onrechtmatige ontruiming. Nieuwe huurder handelt niet onrechtmatig en lijkt te goeder trouw. Daarom kan oorspronkelijk huurder niet terug naar de woning. Wel voorschot op schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12302006 VV EXPL 26-408</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C. van Steenderen-Koornneef</contributor><issued>2026-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2331</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2331</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2331"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurrecht woonruimte. Art 6:265 BW: beroep van huurder op “tenzij” bepaling gegrond. Tekortkomingen rechtvaardigen wel een voorwaardelijke ontbinding van huurovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.347.706</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4773</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4773</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4773"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Afgifte legaat. Vereffenaar tevens erfgenaam weigert afgifte van het legaat omdat het bij het overlijden van erflater niet zou behoren tot de nalatenschap. Op het moment van overlijden zou op het legaat, een stuk grond, al een koopoptie rusten. Daarmee rustte volgens de verffenaar/erfgenaam op de erflater al voorafgaand aan zijn overlijden een verplichting als bedoeld in artikel 4:94 lid 3 BW om de zaak over te dragen. Die stelling wordt verworpen en de vereffenaar/erfgenaam wordt veroordeeld tot afgifte van het legaat..</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.359.545/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:10368</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:10368</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:10368"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Gang van zaken na positieve sollicitatie, met name rondom de vraag welke bewoordingen moesten worden opgenomen in de schriftelijke arbeidsovereenkomst, levert geen tekortkoming op van de (toekomstig) werkgever en evenmin een onrechtmatige daad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11693695 CV EXPL 25-11184</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. V.F. Milders</contributor><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4944"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Infomedics vraagt betaling van facturen voor twee behandelingen door de tandarts. Gedaagde was in die tijd onder bewind gesteld en dat bewind was gepubliceerd. Omdat er voor de behandeling door de tandarts geen toestemming van de bewindvoerder was, mag Infomedics haar vordering niet op de goederen van gedaagde verhalen. De vordering wordt daarom afgewezen. Kort voor de zitting heeft Infomedics een vaststellingsovereenkomst gesloten met gedaagde, terwijl Infomedics moet hebben geweten dat haar vordering zou worden afgewezen. De kantonrechter vindt dat zo onfatsoenlijk dat die overeenkomst nietig is omdat die in strijd is met de goede zeden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12160129 \ UC EXPL 26-2611</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.L. Rijnbout</contributor><issued>2026-08-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9168"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker heeft een inzageverzoek gedaan bij Suitable op grond van de AVG. Vervolgens is hij een procedure gestart. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van misbruik van recht door verzoeker. Verzoeker wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/376921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:8065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:8065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:8065"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Geschil tussen erfgenamen over juridische status gedenksteen/dekplaat graf erflaatster. Ondanks de natrekkingsregeling blijft het grafmonument een zelfstandige zaak en blijft de rechthebbende op het grafrecht, een van partijen, daarvan de eigenaar. Art. 5:20 BW en art. 32a Wlb (Wet op de lijkbezorging). Als rechthebbende op het grafrecht was een van gedaagden daarom bevoegd om te bepalen welke tekst op de gedenksteen/gedenkplaat kwam. Ook wanneer wel sprake zou zijn van een gemeenschappelijk goed, dan leidt dit niet tot een ander oordeel. Voldoende is komen vast te staan dat - gelet op de familieverhoudingen - overleg over de tekst niet mogelijk was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11706063 CV EXPL 25-2104</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C. van Steenderen-Koornneef</contributor><issued>2026-07-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BK3063</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BK3063</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BK3063"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beroepsaansprakelijkheid. Schade als gevolg van te late opzegging pachtovereenkomst door advocaat. Beoordeling van deskundigenbericht. (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/01455</description><issued>2009-12-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BK3063</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BK3063</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BK3063</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BK3063"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beroepsaansprakelijkheid. Schade als gevolg van te late opzegging pachtovereenkomst door advocaat. Beoordeling van deskundigenbericht. (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/01455</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.J. van Buchem-Spapens mr. J.C. van Oven mr. C.A. Streefkerk</contributor><issued>2009-12-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BK3063</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BK0872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BK0872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BK0872"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomstenrecht. Opdracht; afwijzing vordering wegens beroepsfout advocaat; onvoldoende aannemelijk maken door wederpartij van gestelde schade wegens verlopen verjaringstermijn. (81 RO)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/04647</description><issued>2009-12-18</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BK0872</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BK0872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BK0872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BK0872"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomstenrecht. Opdracht; afwijzing vordering wegens beroepsfout advocaat; onvoldoende aannemelijk maken door wederpartij van gestelde schade wegens verlopen verjaringstermijn. (81 RO)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/04647</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Hammerstein mr. O. de Savornin-Lohman mr. F.B. Bakels</contributor><issued>2009-12-18</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BK0872</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BI6315</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BI6315</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BI6315"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervoerrecht. Internationaal goederenvervoer over de weg; CMR-Verdrag; werkingssfeer verjaringsregeling van art. 32 CMR; toepassing verjaringsregeling op verklaring voor recht dat sprake is van beperkte aansprakelijkheid; verjaringstermijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/11057</description><issued>2009-12-18</issued><reference relation="citing" lang="nl">Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR) 32</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2007:BA6991</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BI6315</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BI6315</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BI6315</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BI6315"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervoerrecht. Internationaal goederenvervoer over de weg; CMR-Verdrag; werkingssfeer verjaringsregeling van art. 32 CMR; toepassing verjaringsregeling op verklaring voor recht dat sprake is van beperkte aansprakelijkheid; verjaringstermijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/11057</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.H. Beukenhorst mr. A. Hammerstein mr. J.C. van Oven mr. F.B. Bakels mr. C.A. Streefkerk</contributor><issued>2009-12-18</issued><reference relation="citing" lang="nl">Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR) 32</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BI6315</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2007:BA6991</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BK4471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BK4471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BK4471"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomstenrecht. Geneeskundige behandelingsovereenkomst; ontstaan van brandblaar bij wratten-behandeling. (81 RO)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/00207</description><issued>2009-12-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BK4471</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BK4471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BK4471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BK4471"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomstenrecht. Geneeskundige behandelingsovereenkomst; ontstaan van brandblaar bij wratten-behandeling. (81 RO)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/00207</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.B. Fleers mr. J.C. van Oven mr. C.A. Streefkerk</contributor><issued>2009-12-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BK4471</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ8258</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ8258</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ8258"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-12-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Verkeersongeval. Verdeling van schade op de voet van art. 6:101 lid 1 BW. (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00730</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.J. van Buchem-Spapens mr. J.C. van Oven mr. W.A.M. van Schendel</contributor><issued>2009-12-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ8258</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ8258</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ8258</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ8258"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-12-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Verkeersongeval. Verdeling van schade op de voet van art. 6:101 lid 1 BW. (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00730</description><issued>2009-12-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ8258</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ8305</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ8305</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ8305"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; bewijslastverdeling i.v.m. "eigen schuld"-verweer ex art. 6:101 BW (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00746</description><issued>2009-11-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ8305</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ8305</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ8305</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ8305"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; bewijslastverdeling i.v.m. "eigen schuld"-verweer ex art. 6:101 BW (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00746</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.J. van Buchem-Spapens mr. W.A.M. van Schendel mr. C.A. Streefkerk</contributor><issued>2009-11-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ8305</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ9077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ9077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ9077"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/12807</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. J. de Hullu Mr. H.A.G. Splinter-van Kan</contributor><issued>2009-11-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ9077</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ7833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ7833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ7833"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Verjaring ex art. 7:23 lid 2 BW (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00172</description><issued>2009-11-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ7833</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ9077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ9077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ9077"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/12807</description><issued>2009-11-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ9077</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ7833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ7833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ7833"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Verjaring ex art. 7:23 lid 2 BW (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Hammerstein mr. O. de Savornin-Lohman mr. F.B. Bakels</contributor><issued>2009-11-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ7833</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ8849</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ8849</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ8849"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arubaanse zaak. Verbintenissenrecht, afgebroken onderhandelingen. Geschil over nakoming ‘pre-closing agreement’ (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/01718</description><issued>2009-11-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ8849</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ8849</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ8849</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ8849"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arubaanse zaak. Verbintenissenrecht, afgebroken onderhandelingen. Geschil over nakoming ‘pre-closing agreement’ (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/01718</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Hammerstein mr. O. de Savornin-Lohman mr. F.B. Bakels</contributor><issued>2009-11-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ8849</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BK4866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BK4866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BK4866"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-12-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewijsklacht “bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen” en verzuim toepassing art. 27.1 Sr.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/13181</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. F.H. Koster Mr. J.P. Balkema Mr. W.F. Groos</contributor><issued>2009-12-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BK4866</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ8842</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ8842</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ8842"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WSNP. Ontslag bewindvoerder; schending art. 319 F. door op het ontslagverzoek te beslissen zonder de bewindvoerder te hebben gehoord.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/03508</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.J. van Buchem-Spapens mr. J.C. van Oven mr. C.A. Streefkerk</contributor><issued>2009-11-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 319</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ8842</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ8842</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ8842</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ8842"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WSNP. Ontslag bewindvoerder; schending art. 319 F. door op het ontslagverzoek te beslissen zonder de bewindvoerder te hebben gehoord.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/03508</description><issued>2009-11-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 319</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ8842</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2009:BJ8631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2009:BJ8631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2009:BJ8631"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Schuldheling. Relationele sfeer. ’s Hofs oordeel dat i.c. sprake is van schuldheling is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering, ook niet in het licht van de tussen verdachte en X bestaande relatie. Conclusie AG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/13251</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. H.A.G. Splinter-van Kan Mr. C.W.H.M. Sterk</contributor><issued>2009-11-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2009:BJ8631</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2009:BJ8631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2009:BJ8631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2009:BJ8631"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2009-11-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Schuldheling. Relationele sfeer. ’s Hofs oordeel dat i.c. sprake is van schuldheling is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering, ook niet in het licht van de tussen verdachte en X bestaande relatie. Conclusie AG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/13251</description><issued>2009-11-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2009:BJ8631</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2020:6929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:6929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2020:6929"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2020-05-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">verzoekers en verweerders leggen de kantonrechter diverse verzoeken voor met betrekking tot het vruchtgebruik van de woning. De kantonrechter bepaalt een afkoopsom en stelt voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 7866884 OV VERZ 19-4407</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2021-02-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5905</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5905</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5905"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Bernheze het "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d, De Bunders, Heesch" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Bernheze vastgesteld. [appellant] heeft een melkveebedrijf in Vinkel. Ook is [appellant] eigenaar van een perceel in het gebied waar het wijzigingsbesluit op ziet. Hij teelt op dit perceel gras en mais, om zijn vee mee te voeren. Hij kan zich niet verenigen met het wijzigingsbesluit, omdat de gebruiksmogelijkheden van zijn perceel worden beperkt. Artikel 6.3, onder h, van de regels van het wijzigingsbesluit zorgt er namelijk voor dat op het grootste gedeelte van zijn perceel het verboden is gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202407764/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:2754</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2754</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:2754"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing op bekrachtigingsverzoek van een onteigeningsbeschikking ten aanzien van een woning voor de herontwikkeling van een gebied met grotendeels leegstaande en vervallen bebouwing naar een hotel, stadsvilla’s en ondergrondse parkeergarage. Ambtshalve basistoets en beoordeling van bedenkingen. Behoudens een gebrek dat wordt gepasseerd, is voldaan aan de wettelijke vormvoorschriften. Er is sprake van een onteigeningsbelang, noodzaak en urgentie. Geen van de bedenkingen, waaronder een beroep op het evenredigheidsbeginsel, slaagt. De rechtbank bekrachtigt de onteigeningsbeschikking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 25/1468, ROE 25/1681, ROE 25/1683 en ROE 25/1684</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-03-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5601</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5601</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5601"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf MSV de Prikkedam onder oplegging van een dwangsom gelast om het in artikel 5.4.2 van het bestemmingsplan "motorcrossterrein De Prikkedam" toegestane maximale geluidsniveau tijdens trainingen niet te overschrijden. MSV de Prikkedam is de gebruiker van het motorcrossterrein "De Prikkedam" aan de Prikkedam 1A in Makkinga. Op het terrein ligt een motorcrosscircuit dat wordt gebruikt voor wedstrijden en voor trainingen. [partij A] en [partij B] wonen aan de [locatie] ten zuidoosten van het motorcrossterrein. Zij hebben het college op 8 januari 2015 verzocht om handhavend op te treden tegen onder meer geluidhinder. Het college heeft dit verzoek toegewezen en heeft MSV de Prikkedam op 8 november 2016 en op 7 mei 2019 lasten onder dwangsom opgelegd wegens de overtreding van geluidsvoorschrift F3 in de aan MSV de Prikkedam in 2001 verleende milieuvergunning voor het motorcrossterrein. Bij besluiten van 27 oktober 2020 heeft het college besloten tot invordering van twee volgens hem verbeurde dwangsommen van elk € 4.000,00. MSV de Prikkedam is het daarmee niet eens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202304401/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:721</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:721</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:721"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Woonplaats art. 4 AWR; duurzame band van persoonlijke aard; belanghebbende woont op grond van nationaal recht in Nederland; toepassing Verdrag Nederland - Duitsland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2549 en 22/2550</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:10717</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:417"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invorderingswet 1990. Bestuurdersaansprakelijkheid naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonheffingen. De bestuurders zijn terecht aansprakelijk gesteld gelet op de al langer bestaande problemen in de administratieve organisatie die hen als bestuurders bekend moet zijn geweest. De naheffingsaanslagen omzetbelasting zijn gebaseerd op een schatting. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld de juiste bedragen aan verschuldigde omzetbelasting aannemelijk te maken, maar is daar bij gebrek aan een controleerbare administratie niet in geslaagd. Belanghebbende heeft wel gemotiveerd en onderbouwd met stukken dat de schatting op enkele onderdelen op onjuiste feiten en/of aannames is gebaseerd. De ontvanger heeft die stellingen niet concreet weersproken en daarom heeft de rechtbank die als vaststaand aangemerkt. Het bedrag van de aansprakelijkstelling is verlaagd tot aan het bedrag dat volgens belanghebbende uit de schatting had moeten komen. Ook is de aansprakelijkstelling verminderd met het bedrag van de naheffingsaanslagen loonheffingen. De betalingsonmacht was bekend bij de ontvanger en de gebreken in de administratie voor de omzetbelasting kunnen niet ten grondslag worden gelegd aan het verwijt van kennelijk onbehoorlijk bestuur met betrekking tot de loonheffingen. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 18 _ 6114</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Germs-de Goede, J.M.W. van de Sande, W.W. Monteiro</contributor><issued>2024-02-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:5554</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5554</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:5554"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Trailers, onderdeel Trailers 3. Intracommunautaire BTW-fraude in autobranche. OM gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege schending vertrouwensbeginsel. Toetsingskader weigering toepassing BTW-nultarief weergegeven. Integrale vrijspraak voor het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en valsheid in geschrift.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 81/307060-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2024-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:502</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:502</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:502"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is eigenaar van een hotel. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde voor het hotel niet te hoog. De stelling van eiseres dat verweerder als waarderingsmethode gebruik had moeten maken van de dcf-methode in plaats van de hwk-methode is niet juist en wordt verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 3082</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, G.J. Ebbeling, B. van Walderveen, D.H.W. Melgers</contributor><issued>2024-01-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:7511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:7511"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dividendfraude; incidentele vorderingen tot inzage in stukken (843a Rv), vrijwaring en aanhouding. Hoofdzaak en incidenten worden aangehouden in afwachting uitkomst samenhangende procedures in Canada en Denemarken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/345485 / HA ZA 23-606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.S.J. Thijs, A.J. Wolfs, H.A. Pott Hofstede</contributor><issued>2024-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:7711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:7711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:7711"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verontreinigingsheffing. Individueel behandelingssysteem afvalwater. Bedrijfsruimte?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01675, 22/01676 en 22/01677</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:804"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 16, lid 2, onderdeel a, AWR; art. 9.6 Wet IB 2001; Belanghebbende heeft voor een in Nederland gevestigde werkgever gewerkt in Oman. Op grond van het met terugwerkende kracht van toepassing zijnde Golfstatenbesluit is de eerder ingehouden en afgedragen loonheffing aan de werkgever grotendeels terugbetaald. De werkgever heeft de teruggaaf niet doorbetaald aan belanghebbende. Nadien is dat bedrag bij ambtshalve vermindering van inkomstenbelasting ook - op zijn verzoek - aan belanghebbende verstrekt, kort daarna gevolgd door een navorderingsaanslag ter zake van dat terugbetaalde bedrag. Het Hof oordeelt dat artikel 16, lid 2, onderdeel a, AWR niet, maar het vertrouwensbeginsel wel in de weg staat aan de navorderingsaanslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/913</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:12568</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:2861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:2861"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft voor het jaar 2016 geen aangifte voor de inkomstenbelasting ingediend. De inspecteur heeft niet binnen de reguliere aanslagtermijn van drie jaar na afloop van het belastingjaar, in dit geval uiterlijk op 31 december 2019, een definitieve aanslag opgelegd. De inspecteur heeft in deze zaak dus rechtstreeks een navorderingsaanslag opgelegd, en wel binnen de reguliere navorderingstermijn van vijf jaar na afloop van het belastingjaar. De rechtbank oordeelt dat, ook als er geen aangifte is gedaan, de inspecteur binnen de aanslagtermijn een definitieve aanslag moet opleggen als hij bij het einde van die aanslagtermijn informatie heeft die – kort gezegd – erop wijst dat belasting is verschuldigd. De rechtbank oordeelt ook dat tot de informatie die de inspecteur op dat moment heeft het dossier van de belastingplichtige met daarin de aangiften en andere gegevens over de betreffende belastingsoort behoort. De inspecteur had tegen het einde van de aanslagtermijn er redelijkerwijs bekend mee kunnen zijn dat eiser ook in 2016 box 3-belasting verschuldigd was. De aangiften en aanslagen over in ieder geval de jaren 2013 tot en met 2015 en 2018 waren op 31 december 2019 allemaal ingediend respectievelijk opgelegd en zaten dus in het IB/PVV-dossier van eiser (althans behoorden daar in te zitten). Uit de aard van de objecten (onroerende zaken) volgt dat eiser met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook op de peildatum 1 januari 2016 eigenaar was van de panden die hij volgens de door de inspecteur gevolgde aangiften over eerdere en latere jaren bezat. De inspecteur beschikte eind 2019 dus over genoeg gegevens om een definitieve aanslag op te leggen met de waarde van die panden in de grondslag voor box 3. Door toch geen definitieve aanslag op te leggen binnen de aanslagtermijn, heeft de inspecteur een ambtelijk verzuim begaan. De inspecteur was daarom niet bevoegd om de navorderingsaanslag op te leggen. De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag om deze reden. Eiser heeft verzocht om een integrale proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelt dat er voor de bezwaarprocedure sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan afgeweken kan worden van de forfaitaire bedragen van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank kent voor de bezwaarprocedure de verzochte integrale kostenvergoeding toe. Voor de beroepsprocedure is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan van de forfaitaire bedragen afgeweken kan worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/4287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp</contributor><issued>2024-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:4496</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3468</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3468</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3468"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vormen activiteiten ten aanzien van het ontwikkelen en vermarkten van alcoholvrije cocktails een bron van inkomen? De omstandigheden geven naar het oordeel van het Hof blijk van het bestaan van een objectieve voordeelsverwachting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/89</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.J.P.M. Haas, R.C.H.M. Lips, M. Ferrier</contributor><issued>2024-01-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:11056</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:11056</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:11056"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen afwaardering rekening-courant vordering op BV. Verweerder maakt aannemelijk dat sprake is van een onzakelijke lening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 58</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema</contributor><issued>2024-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:350</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:890</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:890</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:890"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. In geschil is of eiser een HIR kan vormen voor de afsluitvergoeding die is ontvangen voor het meewerken aan het vestigen van een opstalrecht in verband met het plaatsen met een aantal hoogspanningsmasten op de grond die in gebruik is door de maatschap van eiser en zijn broer. De rechtbank is van oordeel dat de ontvangen afsluitvergoeding niet kwalificeert als tegenprestatie voor de vestiging van het opstalrecht, zodat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.54 van de Wet IB 2001. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/3642</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, P.P.D. Mathey-Bal, L.M. Praamstra</contributor><issued>2024-03-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:2009</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1358</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1358</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1358"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02176</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-10-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1418</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:877"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overheidsprivaatrecht; onrechtmatige overheidsdaad; Ontvanger heeft onbevoegd een aanmaning en dwangbevel verzonden. Geen schade geleden als gevolg van de onrechtmatige daad van de Ontvanger.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.316.875/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:1625</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:1625</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:1625"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. In geschil is wat de plaats van dienst is met betrekking tot de diensten die belanghebbende als online fitnesscoach verricht aan particuliere afnemers die buiten de EU wonen. Gelet op de aard van de dienstverlening kwalificeren de diensten naar het oordeel van de rechtbank als diensten verricht door raadgevende personen, adviesbureaus en andere soortgelijke diensten. De plaats van dienst ligt buiten de EU. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 23_2845</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius, J.J.J. Engel, J.A.L. Heldens</contributor><issued>2024-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:1750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:1750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:1750"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB; Beroep ongegrond; Toepassing nultarief; Geen schending van het verdedigingsbeginsel. De weigering van een teruggaafverzoek is een belastend besluit. Belanghebbende heeft voldoende de gelegenheid gekregen om aannemelijk te maken dat het nultarief op de leveringen van de auto’s van toepassing is voordat de inspecteur heeft beslist op het teruggaafverzoek. De auto’s zijn in het kader van de levering afgehaald bij belanghebbende. Niet alle afnemers kunnen als vaste afnemers worden gekwalificeerd, zodat er bij die afnemers geen gebruik kan worden gemaakt van afhaalverklaringen. Verder ontbreekt op de afhaalverklaringen het daadwerkelijke afleveradres, ontbreken er machtigingen en zijn er mogelijk ABC-transacties De overgelegde “Duitse brief” en groene kaart zijn administratieve handelingen, waaruit niet blijkt dat de auto’s daadwerkelijk naar een andere lidstaat zijn vervoerd, en ook niet dat een eventueel vervoer heeft plaatsgevonden in het kader van de levering van belanghebbende aan diens afnemers. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het nultarief van toepassing is op de in geschil zijnde leveringen, omdat onduidelijk is gebleven waarnaar de auto’s daadwerkelijk zijn vervoerd en of bij de ABC-transacties de intracommunautaire levering toegerekend kan worden aan de levering tussen belanghebbende en diens afnemers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 21_5338</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, J.J.J. Engel, J.A.L. Heldens</contributor><issued>2024-04-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:2163</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:2163</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:2163"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting, medische vrijstelling Op de dienstverlening van eiseres, bestaande uit digitale consulten, is de medische vrijstelling van toepassing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 5085</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, B. van Walderveen, M.M.W.D. Merkx</contributor><issued>2024-04-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:4150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:4150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:4150"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invorderingsrente artikel 28c Invorderingswet 1990. Einduitspraak naar aanleiding van een prejudiciële procedure bij het Hof van Justitie (ECLI:NL:RBGEL:2022:6042 en ECLI:EU:C:2024:147). Belanghebbende heeft geen recht op vergoeding van invorderingsrente. De teruggaven omzetbelasting als gevolg van administratieve vergissingen verplichten niet tot het vergoeden van rente wegens strijd met het Unierecht. Dit geldt ook voor zover de teruggaven zien op de wijziging van het mengpercentage, dat onder uitsluitende verantwoordelijkheid van belanghebbende is vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 21 _ 4536</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes, W.W. Monteiro, J.A.L. Heldens</contributor><issued>2024-08-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:6042</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:4816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:4816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:4816"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB. Ongegrond. Ongevallenuitkering en Tozo 1 uitkering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/ 2218</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2024-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2861"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2016. Belanghebbende heeft een lump sum uitkering ontvangen op basis van een ‘Pension and Death Benefit Plan’ van een Ierse onderneming waaraan haar overleden echtgenoot, in verband met zijn dienstbetrekking bij die onderneming, heeft deelgenomen. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat het Pension and Death Benefit Plan als een pensioenregeling moet worden beschouwd. Een advies van het bedrijf waar de uitvoering van de arbeidsvoorwaarden van de Ierse onderneming is ondergebracht, doet daar niet aan af. Het hof ziet bovendien niet in waarom een onderscheid zou moeten worden gemaakt tussen het ontvangen van een eenmalige uitkering vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en het ontvangen van periodieke uitkeringen bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. De Ierse uitkering moet, nu daar geen (Ierse) belasting op is ingehouden, op grond van artikel 3.82, letter b, Wet IB 2001, tot het loon worden gerekend en de Ierse uitkering behoort tot het belastbaar inkomen uit werk en woning. Vervolgens is in geschil of het heffingsrecht op grond van (artikel 14 of 17 van) het Verdrag aan Nederland is toegewezen. Het hof is van oordeel dat de Ierse uitkering onder artikel 17 van het Verdrag valt, gelet op de tekst van het Verdrag en gelet op het verdragsposterieure en het verdragsanterieure OESO-commentaar. De Ierse uitkering mag dus worden belast in Nederland. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01051</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, W.A. Sijberden, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-01-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2116</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:2331</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2331</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:2331"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de prestatie die eiseres verricht niet als verhuur van onroerende goed aan te merken is. De rechtbank is van oordeel dat de prestatie die eiseres levert, is te kwalificeren als het verlenen van het recht om (in naam en voor rekening van de verkoper) goederen uit te stallen en te verkopen, en die verkopen (financieel) af te wikkelen. Dat is een prestatie die niet is vrijgesteld voor de omzetbelasting en de rechtbank is daarom van oordeel dat de inspecteur de naheffingsaanslagen terecht aan eiseres heeft opgelegd. De rechtbank oordeelt verder dat de inspecteur niet geslaagd is om te bewijzen dat het aan de (voorwaardelijke) opzet van eiseres te wijten is dat de aanslagen op een te laag bedrag zijn vastgesteld. Ook het subsidiaire standpunt van de inspecteur dat sprake is van grove schuld, slaagt niet. De inspecteur heeft dat verwijt niet nader geconcretiseerd of onderbouwd. De rechtbank vernietigt daarom de door de inspecteur bij de naheffingsaanslagen opgelegde vergrijpboetes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/3638 t/m 3641</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, F. Brekelmans, L.M. Praamstra</contributor><issued>2024-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:2867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:2867"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, aftrek wegens voorkoming van dubbele belasting van elders belast inkomen, berekeningswijze teller/noemer dagenbreuk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3589</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2024-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3182"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Het Hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat belanghebbende geen ondernemer is wegens het verstrekken van leningen aan haar dochter. In zoverre is het gelijk aan de inspecteur. Partijen verschillen bij die stand van mening over het antwoord op de vraag of belanghebbende omzetbelasting verschuldigd is ter zake van de PCO-fees op grond van artikel 6j, aanhef en onderdeel b, Wet OB, in verbinding met artikel 12, derde lid, Wet OB. Het Hof oordeelt dat belanghebbende geen afnemer is, zodat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd. Ten overvloede overweegt het Hof dat, ook als wordt aangenomen dat de diensten aan belanghebbende zijn verricht, de verleggingsregeling geen toepassing kan vinden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19786</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19786</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19786"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Herziene aangifte aangemerkt als verzoek om ambtshalve vermindering en afgewezen. Beroep tegen de afwijzing is niet-ontvankelijk. Dat eiser tot de laatste dag van de beroepstermijn heeft gewacht en daarbij werd gehinderd door computerproblemen komen voor zijn rekening en risico.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 26 _ 2438</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. Sahebali</contributor><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:2867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:2867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:2867"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen sprake van een pleitbaar standpunt. Verweerder kan zich beroepen op de kenbare fout van artikel 16, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de Awr. Navordering is dus mogelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 589</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2024-03-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1678</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1678</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1678"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00067</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2386</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1729"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Onroerendezaakbelastingen; watersysteemheffing; art. 131 Waterschapswet; art. 4:17 Awb; art. 7 :10 Awb; aanvang beslistermijn op een bezwaar tegen een aanslag in de watersysteemheffing als eveneens bezwaar is gemaakt tegen de samenhangende WOZ-beschikking; één dwangsom bij samenhangende aanvragen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03777</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2744</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3463</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3463</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3463"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank verlaagt de WOZ-waarde conform het nadere standpunt van de heffingsambtenaar. Rompslompschade is een stelpost. De extra kosten die eiser mogelijk moet maken bij herstel van de aardbevingsschade verlagen de WOZ-waarde niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/3705</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Sanna</contributor><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6464</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6464</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6464"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019. Belanghebbende is vennoot in een vof die een pandjeshuis exploiteert. Vanaf de oprichting in 2014 draait het pandjeshuis verlies. Pas vanaf 2022 zijn er (beperkte) positieve resultaten. Belanghebbende heeft bij zijn aangifte IB/PVV 2019 verlies in aftrek gebracht. De inspecteur heeft dat niet geaccepteerd. De rechtbank oordeelt dat de activiteiten van het pandjeshuis in 2019 geen bron van inkomen vormen. De verliezen van 2019 en de jaren ervoor zijn groot en ook in 2019 zijn de vaste kostenposten nog zodanig hoog dat ze de opbrengsten ruim overtreffen. Daarom kan niet worden gezegd dat objectief gezien voordeel kon worden verwacht. Feiten en omstandigheden uit de jaren 2022 tot en met heden zijn zodanig onduidelijk dat ze geen ander licht kunnen werpen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4061</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit</contributor><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5729"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak. Leges. Aanvraag TAM-omgevingsplan. Publiek belang. Er kunnen geen leges worden geheven, hoewel er wel indirect sprake is van een particulier belang, maar juist niet rechtstreeks en in overheersende mate. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/7390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.R. van Es-De Vries</contributor><issued>2026-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3492"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Verbouw woning. Taxateur van de heffingsambtenaar is niet in de woning geweest. Bij gebrek aan nadere stukken of een nadere toelichting van de heffingsambtenaar, waarvoor hij voldoende gelegenheid heeft gehad, concludeert de rechtbank dat de heffingsambtenaar in de uitspraak op bezwaar het motiveringsbeginsel heeft geschonden. Beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/2358</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.T.M. Hennevelt</contributor><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3464</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3464</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3464"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 220, onder a, van de Gemeentewet. Onroerendezaakbelasting gebruiker niet-woning, belastingjaren 2022 en 2023. Volgens belanghebbende was er geen sprake van gebruik in die jaren, omdat de gemeente de toegang belemmerde, wat de heffingsambtenaar betwist. De rechtbank oordeelt dat voor belastingjaar 2022 sprake was van gebruik, maar voor belastingjaar 2023 niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/1473 en LEE 25/1474</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.T.M. Hennevelt</contributor><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3774</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3774</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3774"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. De heffingsambtenaar heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast dat eiser de verschuldigde parkeerbelasting niet heeft betaald. Van een overmachtssituatie is ook niet sprake. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/4233</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A.M. Geersheuvels</contributor><issued>2026-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:12876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:12876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:12876"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beroepsfout accountantskantoor: geen beroep op deelnemingsvrijstelling. Geschil over schadeomvang. Dat eiseressen door de beroepsfout de kans is ontnomen om te profiteren van een mogelijke omissie van de belastingdienst levert naar het oordeel van de rechtbank geen door het accountantskantoor ter zake van de gemaakte beroepsfout te vergoeden schade op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/711863 / HA ZA 25-1105</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. Bouwman</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1733</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1733</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1733"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 11, lid 1, letter b, onder 5°, Wet OB 1968; verhuur van een onzelfstandig gedeelte van een woning als werkkamer; voorwaarde toepassen optie belaste verhuur is dat het verhuurde niet door bewoners (mede) wordt gebruikt als woonruimte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02699</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1768</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31630</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31630</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31630"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag buiten behandeling gesteld vanwege niet betalen leges. Geen vrijstellingsgrond voor gedetineerden. Geen strijd met artikel 8 van het EVRM. Verweerder hoefde gelet op het dwingende karakter van artikel 24, tweede lid, van de Vw geen evenredigheidsbeoordeling te verrichten. Beroep ongegrond. Schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.30378</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.E. Bos</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2267"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag Vpb 2017. Belanghebbende maakte tot haar liquidatie in oktober 2017 onderdeel uit van een vennootschapsstructuur. Belanghebbende heeft aangifte Vpb 2017 gedaan onder horizontaal toezicht en daarbij geen winst ter zake van goodwill aangegeven. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag Vpb opgelegd tot het belastbaar bedrag plus de goodwill. Naar het oordeel van het hof beschikt de inspecteur niet over een nieuw feit. Dat de aangifte is ingediend onder horizontaal toezicht maakt dat oordeel niet anders. Naar het oordeel van het hof is wel sprake van kwade trouw van de zijde van de gemachtigde. De inspecteur was zodoende bevoegd om een navorderingsaanslag op te leggen. De inspecteur heeft de door hem verdedigde waarde van de goodwill aannemelijk gemaakt door aan te sluiten bij de berekeningen binnen het concern ter zake van aandelentransacties tussen onafhankelijke partijen. Het hof is van oordeel dat de belastingrente niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in rekening is gebracht. Het hof vermindert de belastingrente wegens het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1187</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4729</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1689</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1689</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1689"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01334</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:544</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2322"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">art. 10a Vpb; In 2017 heeft een investeringsonderneming een internationale retailketen overgenomen. Vanwege deze overname is belanghebbende opgericht en heeft in de groep een herstructurering plaatsgevonden. Onderdeel van de herstructurering is de interne acquisitie door belanghebbende van de Nederlandse werkmaatschappij van de retailketen. Voor deze acquisitie wordt een lening aangetrokken bij een verbonden lichaam (de aandeelhouderslening). Het Hof beoordeelt de vraag of aftrek van de rente van de aandeelhouderslening beperkt wordt door artikel 10a van de Wet Vpb. Met name de tegenbewijsregeling van het derde lid is daarvoor van belang. Het Hof overweegt dat voor de beoordeling daarvan de concrete overwegingen van belanghebbende (en haar concern) van belang zijn, waarbij de bewijslast op belanghebbende rust. Belanghebbende slaagt niet in het bewijs dat de overwegingen voor de interne acquisitie zakelijk waren. Voor beoordeling van de zakelijkheid van de schuld is van belang of de aandeelhouderslening materieel verschuldigd is aan derden (een bankensyndicaat dat een banklening heeft verstrekt). Het Hof acht relevant of die banklening bedoeld en/of aangewend is voor de aandeelhouderslening. Dat is volgens het Hof niet het geval. Ook voldoende paralellen tussen de banklening en de aandeelhouderslening ontbreken. Mogelijk is wel sprake van een compenserende heffing bij de crediteur van de aandeelhouderslening, maar dit baat belanghebbende niet want de inspecteur slaagt in het bewijs dat de interne acquisitie en de aandeelhouderslening fiscaal gedreven zijn. De tegenbewijsregeling slaagt niet en de rente op de aandeelhouderslening is niet aftrekbaar. De kosten van de banklening kunnen niet ten laste van de winst van belanghebbende worden gebracht. Belanghebbende heeft de vereiste aangifte niet gedaan door de daarin gestelde ‘10a-vraag’ ten onrechte niet met “ja” te beantwoorden. Het Hof past hierom de sanctie van (omkering en) verzwaring van de bewijslast toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2006</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1687</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1687</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1687"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3234</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1728</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1728</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1728"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; artt. 9 en 10 Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992; art. 110 VWEU; voor toepassing van de Wet bpm is het volgens rechtspraak van de Hoge Raad gemaakte onderscheid tussen een nieuwe of gebruikte personenauto niet in strijd met het Unierecht; diverse andere klachten over verenigbaarheid nationale rechtspraak met het Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00618</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1688</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1688</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1688"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01027</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:407</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10996</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10996</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10996"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">(Navorderings)aanslagen IB/PVV (m.b.t. inkomen in box 1, 2 en 3) en vergrijpboetes opgelegd n.a.v. buitenlandse bankrenseignementen. Verlengde navorderingstermijn van toepassing (Unierechtelijke voortvarendheidseis n.v.t.). Vereiste aangiften niet gedaan. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Schattingen van verweerder zijn redelijk. Belanghebbende heeft niet voldaan aan de verzwaarde bewijslast. Verzuimboetes wel gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/3070, HAA 24/3071, HAA 24/3072, HAA 24/3073, HAA 24/3074 en HAA 24/3075</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten, C. Huisman, J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2794</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2794</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2794"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA's dividendbelasting 2016 en 2017 met vergrijpboetes. Dubbel hoger beroep. Nieuwe transferpricingrapporten tardief. Wraking. Vereiste aangifte. Onzakelijke aandeelhoudersleningen (o.b.v. eerdere Vpb-procedures). Verkapt dividend. Pleitbaar standpunt. Rol bestuurders/adviseur t.a.v. onzakelijke leningen. Feiten en omstandigheden voor grove schuld overtuigend aangetoond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/706 25/707 25/718 25/719</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:14223</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5955</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5955</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5955"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij afzonderlijke besluiten van 17 november 2021 heeft de Dienst Toeslagen, voor zover van belang, geweigerd aan [appellant] een compensatie toe te kennen voor de jaren 2007 tot en met 2010.[appellant] heeft op 4 december 2019 verzocht om een herbeoordeling van zijn recht op kinderopvangtoeslag. Bij besluit van 26 mei 2021 is aan hem een compensatie van € 30.000,00 toegekend op grond van de zogenoemde Catshuisregeling. Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een compensatie van € 9.002,00 toegekend vanwege vooringenomen handelen in de maanden november en december 2006. Omdat al een voorlopig compensatiebedrag van € 30.000,00 aan [appellant] is toegekend, heeft hij hiervoor geen aanvullend bedrag uitbetaald gekregen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403489/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1580"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verwijzingszaak. Parkeerbelasting. Stilstaan van het voertuig om zaken te lossen van een zodanige omvang of gewicht, zodat zij niet of bezwaarlijk op een andere wijze dan per voertuig ter plaatse konden worden gebracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/284 en 25/285</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, M.J. Leijdekker, J.P.R. van den Berg</contributor><issued>2026-06-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:90</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1727</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1727</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1727"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invorderingswet 1990; artt. 6:2, 8:1, en 8:73 (oud) Awb; vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn; financieel belang bij beroep wegens niet-tijdig beslissen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04461</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:3022</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2843"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art 7, lid 3, Awir. Toepassing Wet rechtsherstel box 3 op vermogenstoets huurtoeslag. Belastingrechter onbevoegd om te oordelen in geschil over huurtoeslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/760</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Meervoudige Belastingkamer</contributor><issued>2026-10-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:28003</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1450"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04399</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-09-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2595</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1619</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1619</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1619"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk voorhanden hebben van grote hoeveelheid tabaksproducten (sigaretten en rooktabak) die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing zijn betrokken (meermalen gepleegd) door aanwezigheid van illegale sigarettenfabriek met onveraccijnsde tabaksproducten in loods achter zijn woning, art. 5 Wet op accijns. Bewijsklacht opzet en voorhanden hebben. Kon hof oordelen dat verdachte als pleger kan worden aangemerkt van “opzettelijk voorhanden hebben” van accijnsgoederen a.b.i. art. 5.1.b jo. 97 Wet op accijns? O.g.v. art. 97 jo. 5.1.b Wet op accijns kan degene worden bestraft die “opzettelijk” accijnsgoed dat niet overeenkomstig bepalingen van Wet op accijns in heffing is betrokken, “voorhanden heeft”. Op deze strafbaarstelling zijn gelet op art. 91 Sr ook bepalingen van dat wetboek over deelneming aan strafbare feiten van toepassing, zodat ook personen strafrechtelijk aansprakelijk kunnen zijn die op andere manier dan als pleger betrokken zijn bij overtreden van het in art. 5.1.b Wet op accijns opgenomen verbod. In art. 97 Wet op accijns bedoeld opzet moet allereerst zijn gericht op voorhanden hebben van accijnsgoed. Daarnaast moet dat opzet erop zijn gericht dat dit goed niet overeenkomstig bepalingen van Wet op accijns in heffing is betrokken. Onder dit opzet is ook voorwaardelijk opzet begrepen. Dat voorwaardelijk opzet is aanwezig als verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg (zoals hier: voorhanden hebben van een niet overeenkomstig wet in heffing betrokken accijnsgoed) zal intreden (vgl. HR:2003:AE9049 en HR:2018:718). Voor uitleg van “voorhanden hebben” in art. 5.1.b Wet op accijns is van belang dat tekst en totstandkomingsgeschiedenis van die wet geen aanwijzing bevatten dat daaraan andere betekenis moet worden toegekend dan aan “voorhanden hebben” in art. 2.1.b (omschrijving van belastbaar feit) en in 51.1.b (aanwijzing schuldenaren t.z.v. belastbaar feit) Wet op accijns. In HR:2022:659 en HR:2026:282 heeft HR uiteengezet dat in geval dat voor goederen accijns o.g.v. art. 2.1.b Wet op accijns is verschuldigd, art. 51.1.b Wet op accijns als belastingplichtige aanwijst zowel “persoon die accijnsgoederen voorhanden heeft” als “enig ander persoon die bij voorhanden hebben betrokken is” en dat met die bepaling uitvoering is gegeven aan wat art. 8.1.b Richtlijn 2008/118/EG (oud) voorschrijft. Art. 51.1.b Wet op accijns moet daarom overeenkomstig die richtlijnbepaling worden uitgelegd. HR heeft in HR:2022:659 verder overwogen dat “persoon die accijnsgoederen voorhanden heeft” a.b.i. art. 8.1.b Richtlijn 2008/118/EG (oud) in gewoon spraakgebruik ziet op persoon die deze goederen fysiek tot zijn beschikking heeft. Daarbij is niet relevant is of betreffende persoon een recht of enig belang kan doen gelden m.b.t. die goederen en ook niet of deze persoon weet of redelijkerwijs had behoren te weten dat voor die goederen accijns wordt verschuldigd. Hof heeft voor toepassing van art. 97 Wet op accijns tot uitgangspunt genomen dat als degene die “voorhanden heeft” a.b.i. art. 5.1.b Wet op accijns ook moet worden aangemerkt degene die “betrokken is bij voorhanden hebben” van accijnsgoederen die niet overeenkomstig bepalingen van Wet op accijns in heffing zijn betrokken. Daarbij heeft hof kennelijk aansluiting gezocht bij de in art. 51.1.b Wet op accijns aangewezen personen van wie accijns kan worden geheven t.z.v. belastbaar feit “voorhanden hebben”. Gelet op wat hiervoor is overwogen, getuigt dat oordeel van onjuiste rechtsopvatting omdat met “voorhanden hebben” in art. 5.1.b Wet op accijns hetzelfde is bedoeld als met “voorhanden hebben” in art. 2.1.b Wet op accijns en laatstbedoelde bepaling (ter uitvoering van art. 7.2.b Richtlijn 2008/118/EG) niet omvat “betrokken zijn bij voorhanden hebben”. Met art. 97 Wet op accijns wordt dus niet strafbaar gesteld “betrokken zijn bij voorhanden hebben” van accijnsgoederen die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing zijn betrokken. Dat leidt echter niet tot cassatie, nu hof heeft vastgesteld dat (i) in loods een illegale productielijn voor sigaretten is aangetroffen met onveraccijnsde tabaksproducten die niet waren voorzien van accijnszegels, waaronder 1.692.500 sigaretten en 1.680 kilogram rooktabak, (ii) verdachte economisch eigenaar is van deze loods, die zich bevindt direct achter zijn woonhuis, (iii) verdachte deze loods niet heeft verhuurd, en (iv) verdachte toegang had tot alle ruimten van loods en ook in loods is geweest. Deze vaststellingen (in samenhang met de in cassatie niet bestreden veroordeling van verdachte voor medeplichtigheid aan vervaardigen van accijnsgoederen (tabaksproducten) buiten accijnsgoederenplaats door ruimte in loods ter beschikking te stellen waar dat vervaardigen plaatsvond) dragen bewezenverklaring v.zv. die inhoudt dat verdachte op dag waarop niet in heffing betrokken tabaksproducten in betreffende ruimte van loods zijn ontdekt, die tabaksproducten fysiek tot zijn beschikking en zodoende voorhanden heeft gehad a.b.i. art. 5.1.b Wet op accijns. Ook heeft hof daaruit kunnen afleiden dat verdachte “minstgenomen bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard om onveraccijnsde tabaksproducten voorhanden te hebben”, en dat verdachte dus in art. 5.1.b Wet op accijns opgenomen verbod opzettelijk a.b.i. art. 97 Wet op accijns heeft overtreden. Volgt verwerping. CAG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02636</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:962</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2140</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1732"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesecht; artt. 6:7 en 6:11 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; de wettelijk voorgeschreven termijn van zes weken voor het instellen van beroep bij de belastingrechter is niet in strijd met het Unierecht; diverse andere klachten over verenigbaarheid nationale rechtspraak met het Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00731</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:373</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3473"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Watertoeristenbelasting. Eiseres exploiteert een jachthaven. Tussen partijen is in geschil of eiseres watertoeristenbelasting verschuldigd is ten aanzien van het gebruik van een passantenkade en verhuren van vaste ligplaatsen. De rechtbank is van oordeel dat eiseres aan de huurders van vaste ligplaatsen in haar jachthaven gelegenheid biedt tot “het houden van verblijf tegen vergoeding” zoals bedoeld in artikel 2 van de Verordening. Geen schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/3714</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A.M. Geersheuvels</contributor><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2022:10327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:10327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2022:10327"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verontreinigingsheffing. Individueel behandelingssysteem.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01725</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-12-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:4249</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:803"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:119 Awb. PVV 2010 en 2011. Rijnvarende. Eerder oordeelden Hof, CRvB en Hoge Raad dat belanghebbende verzekerd en premieplichtig is in Nederland. SVB sluit daarna overeenkomst met Luxemburg waarbij belanghebbende alsnog sociaal verzekerd is in Luxemburg van 1 januari 2010 t/m 30 november 2011. Hof wijst verzoek om herziening van zijn eerdere uitspraak over de premieheffing toe. Gebrek aan andere mogelijkheden voor inspecteur en belastingrechter om deze overeenkomst na te komen. Beroep op ambtshalve herziening ex art. 9.6 Wet IB 2001 jo. art. 45aa UR IB 2001 niet mogelijk vanwege verlopen 5-jaarstermijn. SVB kan pas na doorlopen Nederlandse rechtsgang in overleg treden met andere EU-Lidstaat en een overeenkomst sluiten. Hof vernietigt aanslagen PVV 1 januari 2010 t/m 30 november 2011.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00518 BK-22/00519</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening, Hoger beroep</description><issued>2023-05-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2020:1330</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:674"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde verslavingskliniek. In geschil is a) of de WOZ-waarde van de onroerende zaak te hoog is vastgesteld en b) of de woondelenvrijstelling van artikel 220e Gemeentewet van toepassing is. Het hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het hof is verder van oordeel dat de woondelenvrijstelling niet van toepassing is, gelet op het feitelijke gebruik van de onroerende zaak. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/422</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J.K. Lanser</contributor><issued>2026-04-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Gemeentewet 220e</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:824</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2024:748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2024:748"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering toekennen kinderbijslag. Appellant voldoet (net) niet aan de onderhoudseis voor zijn in Marokko wonende kinderen. Appellant meent dat de onderhoudseis in zijn geval op grond van een exceptieve toets buiten toepassing moet worden gelaten wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel. Onderhoudseis terecht niet buiten toepassing gelaten en niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De Raad stelt vast dat de wetgever bewust heeft gekozen voor de systematiek van een vaste onderhoudseis, waarbij geen rekening wordt gehouden met het inkomen van de verzekerde en de feitelijke kosten van levensonderhoud van de kinderen. Een klacht over de voorbereiding en motivering van een regeling zoals deze, op de grond dat de belangen van een bepaalde groep ten onrechte niet specifiek zijn onderzocht en expliciet zijn meegewogen, vraagt in wezen een politiek-bestuurlijk getint oordeel van de rechter, te weten een oordeel over de vraag of de wetgever specifiek aandacht had moeten besteden aan (de specifieke eigenschappen van) die groep. Ten aanzien van dit soort argumentatie past een (zeer) terughoudende benadering van de rechter. De weigering van kinderbijslag aan appellant kan die toetsing doorstaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/967 AKW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-04-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:12279</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12279</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:12279"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep gegrond. Schending gelijkheidsbeginsel wegens voeren van begunstigend beleid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 3532</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. de Jong</contributor><issued>2025-01-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:12638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:12638"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft voordat zij naar Nederland kwam collegegeld betaald voor een studie in Nederland. Zij wil dit bedrag als studiekosten in aftrek brengen, maar de inspecteur staat dit niet toe. De rechtbank oordeel dat het collegelegd niet in aftrek kan worden gebracht omdat eiseres op het moment dat zij het betaald (nog) niet in Nederland belastingplichtig was. Het beroep van eiseres op algemene rechtsbeginselen wijst de rechtbank op feitelijke gronden af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 2521</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2025-01-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:2028</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:10993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:10993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:10993"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is opgericht naar het recht van Curaçao en haar activiteiten bestaan uit handel in en verhuur van onroerend goed. In haar aangifte Vpb over 2016 heeft zij een verlies aangegeven van € 226.641, bestaande uit onder meer een buitengewone last van € 278.483. Volgens eiseres zijn dit (verbouwings)kosten die zijn gemaakt ten behoeve van een verbouwing van bovenwoningen en die foutief in aanmerking zijn genomen in de aangifte Vpb 2012. Verweerder staat aftrek van het bedrag in 2016 toe. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk maakt dat de (verbouwings)kosten zijn gemaakt omdat zij slechts een reconstructie van activeringen en een aantal grootboekrekeningen heeft verstrekt. Uit de grootboekrekeningen kan slechts worden opgemaakt dat bepaalde bedragen via memoriaalboekingen zijn geactiveerd. Het beroep is daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 3193</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Huisman</contributor><issued>2025-01-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:8777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:8777"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft alle aandelen verkregen in een B.V. die hoteldochtermaatschappijen houdt en financiert. Het concern waartoe de B.V. en de hoteldochtermaatschappijen behoorden had langlopende hotelmanagementovereenkomsten gesloten met een andere hotelgroep. Eiseres heeft de beëindigingsvergoeding van deze overeenkomsten direct voorafgaand aan de aandelenoverdracht overgemaakt aan de notaris en heeft daarna nieuwe hotelmanagementovereenkomsten gesloten met de hotelgroep waartoe eiseres behoort. Bij de rechtbank is in geschil of de door eiseres betaalde beëindigingsvergoeding aftrekbaar is van haar belastbare winst. Volgens de rechtbank is de beëindigingsvergoeding een kostenpost van de betreffende hoteldochtermaatschappijen, die binnen de fiscale eenheid waarvan eiseres de moedermaatschappij is voor aftrek van de winst in aanmerking komt. Naar het oordeel van de rechtbank moeten de kosten op grond van goed koopmansgebruik (het matchingbeginsel) worden geactiveerd en afgeschreven over de resterende looptijd van de oorspronkelijke overeenkomsten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/2239</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. de Jong, G.H. de Soeten, J.C. Brouwer</contributor><issued>2025-01-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:3763</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1615</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1615</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1615"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 17 Wet WOZ. Coronakorting. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde van de onroerende zaak niet te hoog is vastgesteld. Vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/1167</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:242"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingrecht, lokale heffingen: Luchtvaartterrein Budel, de rechtbank vernietigt de WOZ-beschikkingen voor de kalenderjaren 2019, 2020 en 2021 en de op die waarden gebaseerde aanslagen OZB eigenaren- en gebruikersheffingen, omdat de heffingsambtenaar in strijd met artikel 16, aanhef, en onderdeel deel d van de Wet WOZ en het Schipholarrest twee afzonderlijke objecten heeft afgebakend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/379, 23/3330, 23/397, 23/3329, 23/398, 23/3331, 23/378, 23/3332, 23/396, 23/3333, 23/399 en 23/3335</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.J.H.L. Makkinga, J. Lie, M. Cune</contributor><issued>2025-02-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:3522</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:3522</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:3522"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank beoordeelt of het inkomen van eiser terecht is aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden, en niet als winst uit onderneming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/5551 en 23/5553</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Praamstra</contributor><issued>2025-02-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6332</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:8487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:8487"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Een profvoetballer heeft een plaatsingspremie ontvangen in verband met het behalen van de volgende speelronde in de [Europees toernooi]. Tussen partijen is in geschil of verweerder voor het juiste bedrag voorkoming van dubbele belasting heeft verleend. Meer specifiek is in geschil welk deel van de premie aan de werkzaamheden in het buitenland moeten worden toegerekend. De rechtbank komt tot het oordeel dat, gelet op de aard van de vergoeding, rechtstreekse toerekening toegepast moet worden en niet tijdsevenredige toerekening. Gelet hierop dient verweerder voor de helft van de plaatsingspremie voorkoming van dubbele belasting te bieden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 22/6299</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades, C. Maas, S.A. van Hoorn</contributor><issued>2025-01-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2800"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA's dividendbelasting 2015 tot en met 2017 met vergrijpboetes. Dubbel hoger beroep. Nieuwe transferpricingrapporten tardief. Wraking. Vereiste aangifte. Onzakelijke aandeelhoudersleningen (o.b.v. eerdere Vpb-procedures). Verkapt dividend. Pleitbaar standpunt. Rol bestuurders/adviseur t.a.v. onzakelijke leningen. Feiten en omstandigheden voor grove schuld overtuigend aangetoond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/703 t/m 25/705 en 25/715 t/m 25/717</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:14222</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8026</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8026</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8026"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet MRB. Lage bestelautotarief niet van toepassing op een auto met dichte laadbak die niet aan de inrichtingseisen voldoet. Keuring van de auto als opleggertrekker door de RDW leidt niet tot een gegrond beroep op het vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/957</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2303</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2303</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2303"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-zaak. Hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de gevraagde recente machtiging niet is overgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/633</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.E. Smorenburg</contributor><issued>2026-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2515</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2920"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 67a AWR. Par. 21, lid 2, BBBB. Par. 21, lid 6, BBBB. Maximum verzuimboete wegens stelselmatig niet doen van aangiften IB/PVV. Geen AVAS. Individuele straftoemeting. De Rechtbank heeft de maximumverzuimboetes voor de jaren 2020 en 2021 terecht gematigd tot 50% van het maximum vanwege financiële omstandigheden. Hoger beroep Inspecteur ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/809 en BK-25/811</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13880"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht. Beroepen gaan over de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur van een zitzak en van het omhulsel van zo een zitzak. De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 3338</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.J. Ebbeling, W.M.C. Schipper, mr. dr. C.A. Schreuder</contributor><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1491"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; Art. 30h AWR; art. 110 VWEU. In rekening brengen van belastingrente bij naheffing van belasting van personenauto's en motorrijwielen niet in strijd met art. 110 VWEU.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02600</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:1559</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1486"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet waardering onroerende zaken; procesrecht; art. 8:75, lid 1, Awb; wegingsfactor: herberekening proceskostenvergoeding beroepsfase; eindarrest na tussenarrest HR 5 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:827</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03011 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1946</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1417"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting; art. 15 AWR, art. 2.7, lid 1, Wet IB 2001, art. 25 en 25a Besluit voorkoming dubbele belasting 2001, art. 63 VWEU, art. 14 EVRM, art. 1 EP, art. 1 Twaalfde Protocol bij het EVRM; volgorde toepassing heffingskortingen en regeling(en) ter voorkoming van dubbele belasting leidt tot onbenutte heffingskortingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-09-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:1758</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1097</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1581"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm; eindarrest na HR 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1297</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02707 bis</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1641</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1483"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; artt. 6:6 en 8:24 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; vertegenwoordiging in een beroepszaak; schriftelijk bewijs van machtiging; beroep niet bevoegdelijk ingesteld; het staat de rechter vrij geen acht te slaan op een machtiging die pas na afloop van een daartoe door de rechter gestelde redelijke termijn is overgelegd; niet-ontvankelijk verklaren wegens het ontbreken van bewijs van machtiging is niet in strijd met Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1093</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1580"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overschrijding van de redelijke termijn; vergoeding immateriële schade door Hof gematigd van € 500 naar € 50; verwijzing in hofuitspraak naar ECLI:NL:HR:2024:853.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3363</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1338"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 40, lid 2, Wet WOZ; gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde bij waardevaststelling van een niet-woning op grond van de huurwaardekapitalisatiemethode.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04646</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-08-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:8794</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1283"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, (navorderings)aanslagen en vergrijp- en verzuimboete(n) n.a.v. boekenonderzoek bij kaakchirurg</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/38 t/m 23/41</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2024-05-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6507</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4736</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4736</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4736"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 15ai van de Wet Vpb 1969.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3476</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.P.A. Boersma</contributor><issued>2024-07-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:948</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6806"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 12a Wet LB 1964, gebruikelijkloonregeling; vertrouwensbeginsel; vergrijpboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9312</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-10-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1945</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:357"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Recht op jonggehandicaptenkorting in de zin van artikel 8.16a Wet IB 2001 bij recht op toekenning van een Wajong-uitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2466</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N. Djebali, W.J. Blokland, E.A.M. Huiskers-Stoop</contributor><issued>2024-03-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:611</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:611</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:611"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Levering onbebouwde percelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1518</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:3700</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:8823</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8823</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:8823"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Eiseres beroept zich op de vrijstelling voor verkrijging krachtens erfrecht. De rechtbank oordeelt dat eiseres de onroerende zaken niet heeft verkregen krachtens erfrecht. De vrijstelling is daarom niet van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 5046</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Kiers</contributor><issued>2024-06-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:1786</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:1786</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:1786"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Loonbelasting. Schenking aan vier werknemers is geen loon. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 22_3310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Westerbaan, A.P. Vaatstra, J.J.J. Engel</contributor><issued>2024-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3986</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3986</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3986"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting - fiscale eenheid</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/2229</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, G. van Norden, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1843</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3988</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3988</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3988"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inlenersaansprakelijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1285</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-06-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1076</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2347"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">DA IB/PVV 2019. Uitgaven specifieke zorgkosten. Geen (nieuwe) WMO-aanvraag voor elektrische fiets. Wel aftrek kosten fiets en fietsverzekering. Hoger beroep inspecteur ongegrond, incidenteel hoger beroep belanghebbende gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2385</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:8259</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:8791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:8791"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Loonheffingen. Door de voormalige werkgever betaalde vergoeding van € 50.000 is deels een vergoeding voor inkomensverlies en deels een vergoeding ter compensatie van eisers leed als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van die voormalige werkgever. De rechtbank oordeelt dat laatstgenoemd deel van de vergoeding niet zozeer haar grond vindt in de dienstbetrekking dat zij als daaruit genoten loon dient te worden aangemerkt. Daaraan doet niet af dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen die schadevergoeding en de dienstbetrekking. Over dat deel van de vergoeding heeft de voormalige werkgever ten onrechte loonheffing ingehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 4166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Kiers</contributor><issued>2024-06-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1434</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1434</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1434"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Vrijstelling art. 15, lid 1, aanhef en onderdeel p, Wbr. Maatstaf van heffing. Koopsom is waarde in het economische verkeer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/1207</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:22025</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:908</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:908</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:908"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 13bis, lid 3, Wet LB 1964; woon-werkverkeer, verblijfplaats. Reizen tussen woning van partner van belanghebbende en arbeidsplaats is woon-werkverkeer, omdat woning van partner een verblijfplaats is voor belanghebbende. Geen schending van de 24-uurseis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/703</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5463</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5463</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5463"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV en Zvw 2019 en 2020, ROW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 3367, 23 _ 3368, 24 _ 5907 en 24 _ 5908</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-08-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1942</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6417"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Eigenwoningregeling. Paardenaccommodatie is geen aanhorigheid van woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1 t/m 23/5</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): tweede meervoudige kamer</contributor><issued>2024-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:5768</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1915"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. kosten taxatierapport. Het Hof vermindert de kostenvergoeding voor het taxatierapport omdat sprake is van een automatisch gegenereerd taxatierapport waaraan weinig tijd is besteed. Het Hof laat de wegingsfactor van de proceskostenvergoeding zoals vastgesteld door de Rechtbank in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/1177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:20597</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5459</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5459</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5459"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019, (verkapte) winstuitdelingen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 3186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-08-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1944</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2359</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2359</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2359"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Hoger beroep heffingsambtenaar ongegrond. Naar het oordeel van het Hof heeft de heffingsambtenaar onvoldoende rekening gehouden met het verschil in ligging tussen de woning en één van de vergelijkingsobjecten. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank waarin de WOZ waarde is verminderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:721</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:2860</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2860</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:2860"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling multifunctioneel stadion.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1732</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:2922</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:6914</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:6914</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:6914"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Restwaarden Taxatiewijzer Verzorging niet aannemelijk gelet op gemotiveerde betwisting. Restwaarden ook met verkoopreferenties niet aannemelijk. Waarde in goede justitie. Bewijslast. Met verwijzing naar de Taxatiewijzer heeft de heffingsambtenaar als uitgangspunt het van hem te verlangen bewijs geleverd. Belanghebbende heeft echter de restwaarden in de Taxatiewijzer betwist. Zij moet aannemelijk maken dat er gerede twijfels bestaan bij de restwaardepercentages. Met haar verkoopreferenties heeft zij dit gedaan. De heffingsambtenaar heeft de door hem gehanteerde restwaarden vervolgens ook niet aannemelijk gemaakt met de door hem ingebrachte verkoopreferenties. Ook belanghebbende maakt de door haar genoemde restwaarden niet aannemelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22/6040</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes, L.Y. Gramsbergen, L.L. van Benthem</contributor><issued>2023-12-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:2082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:2082"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres exploiteert een terrein voor verblijfsrecreatie. Aangrenzend aan het terrein bevindt zich een zwembad, waarvan eiseres de eigenaar is en dat zij ook exploiteert. De heffingsambtenaar heeft het zwembad als een afzonderlijk object beschouwd en afzonderlijk gewaardeerd voor de Wet WOZ. De rechtbank is van oordeel dat de objectafbakening onjuist is, omdat het zwembad onderdeel uitmaakt van het recreatiesamenstel. De rechtbank vernietigt daarom de WOZ-beschikkingen. Eiseres heeft recht op ISV, maar omdat eiseres samen met andere eisers procedeert wordt samenhang aangenomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/834 en 22/835</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.P.D. Mathey-Bal, R.R. van der Heide, L.M. Praamstra</contributor><issued>2024-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:3100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:3100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:3100"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Waarde IB claim aanmerkelijk belang aandelen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/422779 / ES RK 23-298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak, Beschikking</description><issued>2024-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8079</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8079</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8079"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijstelling artikel 15, eerste lid onder aanhef en onderdeel h, van de Wet BRV</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11303</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, D.C. van Beelen, A. Laghmouchi</contributor><issued>2024-12-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2347</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7096</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7096</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7096"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5600</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5600</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5600"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker had rechtsbijstand op basis van een toevoeging. Nu hij in hoger beroep is vrijgesproken, is hij geen eigen bijdrage verschuldigd, ook niet voor de eerste aanleg. Hij heeft dus -uiteindelijk- geen kosten gemaakt in de zin van artikel 530 Sv. De raadsman van verzoeker kan dit bij de einddeclaratie verrekenen bij de raad voor rechtsbijstand. Relevante artikelen: artikelen 37, 38 en 44 van de Wet op de rechtsbijstand en artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-004411-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6221</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6221</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6221"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV: ongegrond; Correctie gebruikelijk loon aannemelijk; Vereiste aangifte niet gedaan. Redelijke schatting correctie ROW. Belanghebbende heeft niet aangetoond dat de correcties onjuist zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_4672</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, P.J. Tikken, A.P. Vaatstra</contributor><issued>2024-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:5876</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3465</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3465</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3465"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser die opheffing vordert van door de staat gelegde strafvorderlijke beslagen is ontvankelijk (artikelen 94 en 94a Sv en met voldoende waarborgen omklede rechtsgang). Vordering wordt afgewezen omdat de staat geen misbruik van bevoegdheid maakt door beslagen te handhaven/niet op te heffen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.070</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1004</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1004</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1004"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Cassatie in het belang van de wet. Afgewezen vordering tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis bij vrijheidsbeperkende maatregel en verzoekschrift ex art. 530.2 jo. 537 Sv tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand. Rb (enkelvoudige raadkamer) heeft in beschikking naar aanleiding van afgewezen tul vordering t.a.v. de aan vrijheidsbeperkende maatregel gekoppelde vervangende hechtenis (art. 6:6:20.1.b Sv) vergoeding van kosten voor rechtsbijstand van € 280 toegekend. Bestaat (wettelijke) grondslag voor vergoeding van kosten voor rechtsbijstand, nu expliciete wettelijke regeling ontbreekt? HR heeft in HR:2013:BX5566 geoordeeld dat en waarom redelijke wetsuitleg meebrengt dat als (i) zaak is geëindigd in sepot, of als (ii) beklag a.b.i. art. 12 Sv niet gegrond is verklaard of (iii) zo’n beklag wel gegrond is verklaard maar zaak vervolgens is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of zonder dat toepassing is gegeven aan art. 9a Sr, het toekennen van vergoeding voor kosten van raadsman o.g.v. art. 591a.2 (oud) Sv (nu art. 530.2 Sv) in geen van deze 3 situaties is uitgesloten, zij het dat rechter daartoe slechts kan besluiten als en v.zv. naar zijn oordeel, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn voor toekenning van vergoeding voor kosten van raadsman. Hiervoor onder (i) tot en met (iii) bedoelde situaties kenmerken zich hierdoor dat betreffende strafzaak niet is geëindigd met niet-veroordelende einduitspraak a.b.i. art. 348 en 350 Sv maar toch aannemelijk is dat geen aansprakelijkstelling door strafrechter zal volgen. Voor die situaties achtte HR het redelijk toepasselijkheid van art. 591a.2 (oud) Sv (nu art. 530.2 Sv) niet uit te sluiten. In dit geval gaat het om verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand i.v.m. het opstellen en indienen van verzoekschrift in procedure over vordering OvJ a.b.i. art. 6:6:20.1.b jo. 6:6:20.2 Sv tot tul van vervangende hechtenis o.g.v. verdenking van overtreding van een in strafzaak onherroepelijk opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel. RC heeft deze vordering afgewezen en invrijheidstelling van betrokkene bevolen maar betrokkene is onherroepelijk veroordeeld voor feit waarvoor vrijheidsbeperkende maatregel is opgelegd. Het gaat hier daarom niet om situatie als hiervoor bedoeld. Art. 529.5 jo. 530.4 Sv voorziet in specifieke regeling met het oog op enkele bijzondere procedures waarin kosten voor rechtsbijstand wel voor vergoeding in aanmerking komen, zoals behandeling van vorderingen i.h.k.v. tul van TBS. Deze bijzondere procedures zijn, net als procedure in deze zaak en anders dan hiervoor bedoelde situaties, niet steeds gekoppeld aan strafzaak tegen betrokkene waarin zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid is of wordt vastgesteld. Procedure in deze zaak is echter niet in die specifieke regeling opgenomen. Het gaat rechtsvormende taak van HR te buiten deze regeling desondanks van overeenkomstige toepassing te achten op procedure die in deze zaak aan de orde is. Het eventueel voorzien in toepasselijkheid van deze regeling ligt op de weg van wetgever. Rb heeft geoordeeld dat er geen reden is om aan te nemen dat kosten voor rechtsbijstand niet o.g.v. art. 530 Sv kunnen worden gecompenseerd en dat er gronden van billijkheid zijn om aan betrokkene ook vergoeding toe te kennen voor kosten voor het opstellen en indienen van het o.g.v. art. 537 Sv ingediende verzoekschrift. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is dat oordeel onjuist. Volgt partiële vernietiging in het belang van de wet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie in het belang der wet</description><issued>2026-06-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:198</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6678</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6678</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6678"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoekschrift 530/533 Sv. Kosten voor ondergane overleveringsdetentie toegewezen. Het verzoek tot verdubbeling van het forfaitaire bedrag afgewezen, omdat niet is gebleken dat sprake is geweest van bijzondere bezwarende omstandigheden waaronder de detentie is ondergaan. De gemaakte kosten van rechtsbijstand voor de buitenlandse advocaat komen niet voor vergoeding in aanmerking. Vergoeding voor gederfde inkomsten toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-006705-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Rekestprocedure</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. de Rooij, E.M. de Bie, C.M.S. Loven</contributor><issued>2026-07-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6790"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 530 Sv. Meervoudige militaire raadkamer. Gedeeltelijke toewijzing verzoek schadevergoeding. Geen toewijzing vergoeding twee advocaten. De aard/complexiteit van de zaak is niet zodanig dat die de bijstand van meer dan een advocaat rechtvaardigt. De gedeclareerde kosten voor de aanwezigheid van twee advocaten bij het eerste gesprek met verzoeker zijn bovenmatig. De meervoudige militaire raadkamer matigt de toe te kennen schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 250444-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><issued>2026-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2342"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Vrijval van pensioenverplichting van pensioen in eigen beheer bij B.V. en rekening-courant directeur-groot aandeelhouder. Bewuste standpuntbepaling en vertrouwensbeginsel. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/200</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, A.M.J.G. van Amsterdam, M.J. Leijdekker</contributor><issued>2024-09-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:17185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:17185"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overheidsaansprakelijkheid. Eisers zijn directe familieleden van een kroongetuige. Eisers stellen de Staat en de Politie aansprakelijk en stellen zich primair op het standpunt dat zij nooit de kroongetuigendeal hadden mogen sluiten gelet op hun belangen. Subsidiair stellen zij zich op het standpunt dat onrechtmatig jegens hen is gehandeld omdat onvoldoende veiligheidsmaatregelen zijn genomen om eisers te beschermen en zij onvoldoende zijn gecompenseerd voor het onevenredige nadeel dat zij lijden door de kroongetuigendeal. De rechtbank komt tot een schending van artikel 2 EVRM omdat de Staat zich rond het bekendmaken van de kroongetuigendeal onvoldoende heeft ingespannen om eisers adequaat te beschermen. De daarover gevorderde verklaring voor recht wordt toegewezen. De overige vorderingen worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: bekend bij rechtbank</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.R. Glass, P. Dondorp, V.C. Kool</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7633"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting woning. Belanghebbende heeft geen recht op toepassing van het verlaagde tarief.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9740</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-11-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1164</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31631"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag voor mvv in het kader van nareis afgewezen. Beroep niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang. De asielvergunning van referent is ingetrokken i.v.m. vrijwillige terugkeer. Eiseres kan daarom niet bereiken dat zij bij referent in Nederland mag verblijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.27265</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.E. Bos</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31639</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31639</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31639"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22370</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31632"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvraag om toepassing van artikel 64 afgewezen. Geen medische noodsituatie. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.30092</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.E. Bos</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3409"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001357</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:12967</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12967</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:12967"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eerste beroep vreemdelingenbewaring – informatie in informatiefolder – lichter middel – zicht op uitzetting Algerije – voortvarend handelen – beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.26927</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-05-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:3400</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3400"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migrtie appellant in bewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002624</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:12967</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10386"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft feitelijk leiding gegeven aan het doen van onjuiste aangifte vennootschapsbelasting en het niet doen van aangifte vennootschapsbelasting. Aan verdachte wordt een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 81/178119-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.K. Glerum, mr. C. Wildeman, mr. G.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7462</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7462</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7462"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurzaak. Teruggave borgsom gevorderd. Afgewezen, want verhuurder kan schade door schimmelvorming door derde laten herstellen. Gebrek niet gemeld tijdens de huur. Borgsom wordt verrekend en huurder moet het meerdere bijbetalen aan verhuurder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12056870 \ MC EXPL 26-241</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.A. van Steenbeek</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31640</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31640</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31640"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22462</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4722</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4722</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4722"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd, maar verbindt hier in dit geval geen consequenties aan. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de inspecteur de (navorderings)aanslagen over de jaren 2013 tot en met 2017 terecht en niet tot te hoge bedragen aan belanghebbende heeft opgelegd. Omdat belanghebbende de vereiste aangiften niet heeft gedaan, is sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast. De (navorderings)aanslagen berusten op een redelijke schatting en belanghebbende heeft het op hem rustende verzwaarde tegenbewijs niet geleverd. De rechtbank ziet wel aanleiding de aan belanghebbende opgelegde boetes te matigen, gelet op de omstandigheid dat geen sprake is van recidive en dat de boetegrondslag is komen vast te staan met toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast, en gelet op de duur van de procedure. Bovendien heeft belanghebbende recht op een immateriëleschadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/3898 tot en met 22/3904, BRE 22/3906, BRE 22/3914, BRE 22/4048 en BRE 22/4049</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd, S.J. Willems-Ruesink, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-07-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8313</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8313</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8313"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening; opvang Oekraïense ontheemden; toereikend huisvestingsniveau.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/3067</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.P.C.G. Derksen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:963"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Profijtontneming. Falende klacht dat betrokkene uit in strafzaak bewezen verklaarde voorbereidingshandelingen (art. 10 lid 4 Opiumwet) geen wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Slagende klacht over overschrijding inzendtermijn. Conclusie strekt tot vernietiging, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04041</description><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3283"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gepubliceerd ivm cassatieberoep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-003508-19 (OWV)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2663</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2663</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2663"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de gevraagde recente machtiging niet is overgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1324</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Smorenburg</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5100</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14366</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14366</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14366"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening tegen een besluit tot intrekking van de toestemming op grond waarvan verzoekster beveiligingswerkzaamheden kan verrichten. Niet is gebleken van een spoedeisend belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/7302</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.J. Rutten</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10388"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte, zijnde een rechtspersoon, heeft zich schuldig gemaakt aan het niet doen van aangifte vennootschapsbelasting. De rechtbank legt een geldboete van € 8.000,- op. Daarbij weegt zij mee dat aan de bestuurder van verdachte, die gelijktijdig wordt berecht met de rechtspersoon, een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar wordt opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 81/178160-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.K. Glerum, mr. C. Wildeman, mr. G.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3392"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij mondelinge uitspraak van 3 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.24.000477</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:20146</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:20146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:20146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:20146"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring – eiseres is een Duitse onderdaan – eiseres heeft geen rechtmatig verblijf in Nederland en is in juli 2024 vanuit bewaring uitgezet naar Duitsland – eiseres komt in weerwil van haar onrechtmatige verblijf frequent naar Venlo en is ook nu aangehouden in een parkeergarage in Venlo – eiseres is in bewaring gesteld om haar terugkeer naar Duitsland te verzekeren – de rechtbank overweegt dat verweerder had moeten volstaan met de oplegging van een lichter middel – eiseres heeft hierom verzocht en verweerder had, nu het politiebureau waar eiseres is gehoord over de mogelijke IBS slechts enkele kilometers van de Duitse grens ligt, eiseres eenvoudig naar de bushalte of met de auto naar de grens kunnen brengen om eiseres te laten terugkeren naar Duitsland – het in bewaring stellen van eiseres om de terugkeer naar Duitsland te verzekeren is niet noodzakelijk en bovendien niet proportioneel en niet evenredig – De rechtbank overweegt ook dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gewerkt aan het vertrek van eiseres – de identiteit en nationaliteit van eiseres staan vast en de Duitse autoriteiten hebben eiseres een paar maanden geleden ook vanuit bewaring teruggenomen – verweerder had onverwijld na de inbewaringstelling om herhaalde afgifte van een lp moeten verzoeken en niet eerst standaardmatig een vertrekgesprek moeten houden om eiseres te informeren over het traject dat wordt ingezet. De bewaring duurt onnodig lang, op de 12e dag van de IBS neemt verweerder pas contact op met de Duitse autoriteiten en ten tijde van het onderzoek ter zitting is niet duidelijk wanneer eiseres daadwerkelijk zal terugkeren naar Duitsland – beroep gegrond, onmiddellijke invrijheidstelling, opheffing, SV &amp; PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.46143</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2024-12-04</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:3392</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3425</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3425</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3425"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501498/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31641</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31641</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31641"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22463</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3388"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002097</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:9600</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:9600</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9600</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:9600"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eerste beroep bewaring – intrekking asielaanvraag ter discussie – voortvarend handelen – beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.18840</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-04-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:10066</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:3388</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3387"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratiebetrokkene in bewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001164</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:5833</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:5833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:5833"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring art. 59a Vw. Arrest Adrar, ook in het geval van een Dublinbewaring moet de minister het risico op refoulement beoordelen. Daarvan is niet gebleken, beroep gegrond vanwege motiveringsgebrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.9498</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.L.C.M. Ficq</contributor><issued>2026-03-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:3387</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31642</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31642</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31642"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22474</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1724</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1724</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1724"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Profijtontneming, w.v.v. uit grootschalige handel in chemische stoffen voor productie van synthetische drugs. Motivering schatting w.v.v. Kon hof oordelen dat het enkele voorhanden hebben van chemicaliën voordeel genereert en kan uit bewezenverklaring volgen dat verdachte de chemicaliën heeft (door)verkocht? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04041</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:963</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3283</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3321"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat hij binnen vier weken de Europese Unie moet verlaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002518</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:1995:54</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:1995:54</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:1995:54"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1995-05-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Betaling; te goeder trouw aan onbevoegde; tussenpersoon; Opgewekt vertrouwen; Verklaring (vorm); Vertegenwoordiging; Verzekering (CAR-); Volmacht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15.741</description><contributor lang="nl">Advocaat-/procureur-generaal: Mr. Asser</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10185"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgings-EAB Duitsland. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-204619-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. drs. E. van den Brink, mr. B.M. Vroom-Cramer</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:1995:ZC1805</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1995:ZC1805</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:1995:ZC1805"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1995-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Betaling; te goeder trouw aan onbevoegde; tussenpersoon; Opgewekt vertrouwen; Verklaring (vorm); Vertegenwoordiging; Verzekering (CAR-); Volmacht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15741</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Snijders, Roelvink, Mijnssen, Korthals Altes, Swens-Donner</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:1995:54</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3314</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3314</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3314"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 19 mei 2023 en 9 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000 (artikel 9-document), afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002342</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31643"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22480</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14430"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Spoedsluiting (vanwege een explosie) van een bedrijfspand op grond van artikel 174a, eerste lid en onder b van de Gemeentewet. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester in de gegeven omstandigheden het algemeen belang zwaarder heeft mogen laten wegen dan de door de gemachtigde van verzoekster naar voren gebrachte belangen van het bedrijf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/8304</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.G.L. de Vette</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10184"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB België. Overlevering toegestaan. Artikel 12 OLW. Sprake van een situatie als bedoeld in artikel 12, sub b, OLW. Artikel 6a OLW. Gelijkstellingsverweer verworpen. De opgeëiste persoon staat sinds 2019 ononderbroken ingeschreven op een adres in Nederland, maar wegens het ontbreken van voldoende middelen van bestaan over de jaren 2021 en 2022 kan niet worden geoordeeld dat sprake is van vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf. Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden. Verweer raadsvrouw verworpen. Er zijn niet voldoende objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd dat een algemeen reëel gevaar dient te worden aangenomen voor personen die op een vrouwenafdeling in een detentie-instelling in België worden gedetineerd en als gevolg van de detentieomstandigheden aldaar onvoldoende tijd buiten hun cel kunnen doorbrengen. De aangehaalde passages uit het recente CPT-rapport bieden daarvoor onvoldoende aanknopingspunten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-226926-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. drs. E. van den Brink, mr. B.M. Vroom-Cramer</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3308"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001432</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:3629</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:3629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:3629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:3629"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende bnt asiel, dwangsom, weigerachtigheid, wegingsfactor 0,25.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.60290</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-02-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:3308</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6467</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6467</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6467"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezag en omgang. Net als rechtbank oordeelt hof het in het belang van kinderen noodzakelijk dat moeder alleen is belast met gezag over hen. Geen ruimte voor een omgangsregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.115</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14760</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14760</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14760"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geldlening, niet betwist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12270843 CV EXPL 26-15069</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.M. van Kalmthout</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3293</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3293</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3293"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000156</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:1693</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:1693</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:1693</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:1693"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Polen/mensenhandel -einduitspraak – interstatelijk vertrouwen t.a.v. Polen – geen C.K.-situatie – verweerder miskent in de motivering van artikel 17, eerste lid, Dv de strekking van de argumenten van eiseres en beoordeelt de aangedragen feiten en omstandigheden niet in onderlinge samenhang - Gelet op alle, ook door eiseres overgelegde, informatie over de ernst van het strafbare karakter van mensenhandel, de kennis over de gevolgen voor slachtoffers en hun behoefte aan (medische andere) zorg en begeleiding, de kennis over wat autoriteiten zouden moeten doen om mensenhandel tegen te gaan, slachtoffers van mensenhandel te herkennen en te erkennen en de omvang van de juridische en andere verplichtingen jegens slachtoffers, acht de rechtbank het onredelijk dat verweerder, die zijn zorgplicht jegens eiseres heeft geschonden, eiseres thans wil overdragen aan Polen met de mededeling dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. - De rechtbank is uiterst terughoudend met het geven van een dergelijk oordeel omdat het aan verweerder is om te beoordelen of hij toepassing geeft aan zijn beleid en het dus ook aan verweerder is om te beoordelen welke feiten en omstandigheden hij daarvoor relevant acht – De rechtbank merkt hierbij op dat dit oordeel niet alleen hoogst zelden wordt gegeven, maar dat de feiten en omstandigheden in deze procedure zich ook slechts hoogst zelden zullen voordoen. De rechtbank gaat er namelijk van uit dat verweerder zich doorgaans ten volle bewust is van zijn verplichtingen en verantwoordelijkheid ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel en ook in de Dublinprocedure hiernaar handelt. Verweerder hoeft in dit opzicht ook niet bevreesd te zijn dat indien hij berust in deze uitspraak en eiseres toelaat tot de nationale procedure, hij een precedent schept en tientallen aanvragen inhoudelijk zal moeten behandelen terwijl een andere lidstaat de verantwoordelijke lidstaat is. – beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.37867</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. van Lokven</contributor><issued>2025-02-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:3293</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:4743</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4743</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:4743"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">HTL + Artikel 56 VW. Ontkenning incident en kwalificatie. Eén dag eerder in HTL geplaatst zonder wettelijke grondslag. Strijd met goede procesorde. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/1534 en NL26.4526</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. Hanssen-Telman</contributor><issued>2026-03-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:3285</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3285</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3285</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3285"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 december 2025 heeft het COA de vreemdeling overgeplaatst naar een Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001683</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:4743</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6303</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6303</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6303"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202200005/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6336</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6336</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6336"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Heiloo het bestemmingsplan "Runxputteweg tussen 24 en 26" vastgesteld. Het plan voorziet in een vrijstaande woning op een nu onbebouwd perceel tussen Runxputteweg 24 en 26 in Heiloo. De gronden krijgen op basis van het plan de bestemming "Wonen", met daarbinnen een bouwvlak, en de bestemming "Tuin". Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, ten oosten van de Runxputteweg en tussen de dorpskernen Heiloo en Limmen. Het plangebied wordt omringd door vrijstaande bebouwing met verschillende functies, waaronder woon- en bedrijfsfuncties. [appellant A] is eigenaar van de eenmanszaak "[bedrijf]" aan de [locatie], een recreatieve paardenhouderij en ponyclub voor jongeren, waar paardrijlessen worden gegeven en paarden worden getraind voor de harddraverij. [appellant B] is eigenaar van de dierenkliniek aan de [locatie 2].</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405021/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6321"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 december 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Flevoland aan Bio-energie Almere B.V. op grond van de Wet natuurbescherming een vergunning verleend voor de bouw en exploitatie van een bio-energiecentrale op de locatie Hefbrugweg 8 in Almere (Wnb-vergunning 1). Bio-energie wil aan de Hefbrugweg 8 in Almere een bio-energiecentrale realiseren. De beoogde en inmiddels gedeeltelijk gerealiseerde centrale bestaat uit twee houtgestookte ketels, waarbij biogrondstof wordt ingezet als brandstof voor de productie van warmte. De warmte zal worden geleverd aan het warmtenet van Vattenfall, dat warmte levert aan (onder meer) woningen in Almere. Relevant in deze zaak is dat de twee houtgestookte ketels zorgen voor de uitstoot van stikstofoxiden (NOx), ammoniak (NH3) en zwaveldioxide (SO2). Daarnaast zorgt ook het verkeer van en naar het project voor de uitstoot van NOx. Vanwege de gevolgen van deze emissies voor een aantal Natura 2000-gebieden is voor de realisatie van de bio-energiecentrale een vergunning op grond van de Wnb nodig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400796/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6337"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In het besluit van 11 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk geweigerd handhavend op te treden tegen Veco Industriële Lakspuiterij B.V.. Veco exploiteert een lakspuiterij op het bedrijventerrein Leemskuilen in Westerhoven. In de lakspuiterij worden coatings op metalen, aluminium, hout, kunststoffen en interieuronderdelen aangebracht. Dit gebeurt in speciale spuitcabines waarbij de lucht wordt afgezogen en door een waterscherm/demister pakket wordt geleid. Vervolgens wordt de lucht naar buiten geëmitteerd. [appellant] en anderen wonen in de omgeving van het bedrijventerrein. Volgens hen overschrijdt Veco de emissiegrenswaarde voor totaal organisch koolstof van 100 mg-C/Nm3 die in tabel 2.28a van het Activiteitenbesluit is opgenomen en die Veco op grond van artikel 2.29, eerste lid, aanhef en onder a, van het Activiteitenbesluit in acht moet nemen. Zij hebben het college daarom verzocht om handhavend op te treden tegen Veco. Het college heeft dat verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405002/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6339</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6339</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6339"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen aan [partij] een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het slopen van bestaande bebouwing en het realiseren van nieuwbouw met 20 woningen, detailhandel met horeca en een ondergrondse parkeergarage met 46 parkeerplekken op het Plein in Bergen (het zogenoemde L-gebouw). Bij besluit van 5 mei 2022 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het realiseren van nieuwbouw met 9 woningen en horeca op het Plein in Bergen (het zogenoemde Pleingebouw). [appellante sub 1] verzet zich tegen deze ontwikkeling, omdat hij meent ten onrechte gepasseerd te zijn voor de herontwikkeling van het dorpsplein. [appellante sub 2A] en [appellant sub 2B] zijn samen eigenaar van de panden op de naast het projectgebied gelegen percelen [locatie 1] en [locatie 2]. [appellant sub 2C] is exploitant van het [restaurant] dat is gevestigd aan de [locatie 1]. Zij verzetten zich tegen de voorziene ontwikkeling vanwege de negatieve gevolgen daarvan voor het gebruik van hun panden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202203014/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6356</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6356</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6356"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 8 augustus 2018 heeft het college aan Drentse Duurzame Energie B.V., [bedrijf A], [bedrijf B] en [persoon A] lasten onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van vergunningvoorschriften voor de biovergistingsinstallatie binnen de inrichting op het perceel [locatie] in Coevorden. Het college heeft hen gelast om de overtreding van artikel 2.3 van de Wabo en voorschrift E2 van de omgevingsvergunning op te heffen. Dit kan door een geuronderzoek in te dienen, met een analyse van de procesvoering en een plan van aanpak, waarin wordt aangegeven hoe de geurbron wordt geïdentificeerd en hoe de geuroverlast voorkomen of weggenomen kan worden. Het college heeft DDE en anderen verder gelast om aan artikel 2.3 van de Wabo en voorschrift E9 van de omgevingsvergunning te voldoen. Het college heeft daarbij geadviseerd om via berekeningen aan te tonen dat met de gekozen maatregelen en/of voorzieningen aan de geurnorm in dat voorschrift wordt voldaan. DDE en anderen zijn het niet eens met de besluiten van 8 augustus 2018 en zijn daarom in bezwaar en beroep gegaan. [persoon B] heeft een woning in de buurt van de biovergistingsinstallatie en heeft zich als belanghebbende gemeld bij de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202300352/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6333</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6333</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6333"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 november 2023 heeft de bewaarder van het kadaster en de openbare Registers het verzoek van [appellant] om gegevens in de basisregistratie kadaster (BRK) te herstellen, afgewezen. [appellant] woont op het adres [locatie 1 ]in Zwolle. Hij heeft op 10 december 1998 van zijn toenmalige buren van [locatie 2] grond gekocht, die tot dan bij het perceel van [locatie 2] hoorde. De grenzen van het gekochte perceel zijn door een landmeter vastgesteld en beschreven in een relaas van bevindingen van 1 maart 1999 (relaas van bevindingen). De BRK is in 1999 in overeenstemming met de gegevens uit veldwerk 428 bijgewerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501426/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6349</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6349</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6349"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland door [appellant sub 1] ingediende verzoek om handhavend op te treden tegen onder meer rookoverlast door het gebruik van houtkachels op het adres [locatie 1] in Maasdijk afgewezen. Naar aanleiding van het handhavingsverzoek van [appellant sub 1] met betrekking tot het gebruik van houtkachels, en zijn tegen de afwijzing van dat verzoek gemaakte bezwaar, hebben toezichthouders in de periode van 25 juli 2018 tot en met 1 februari 2019 vijf controles uitgevoerd op het perceel [locatie 1]. Deze controles vonden hoofdzakelijk plaats doordeweeks overdag. Daarbij is geen rekening gehouden met het feit dat door [appellant sub 1] is aangegeven dat de geuroverlast met name wordt waargenomen aan het eind van de werkdag en in het weekeinde. De Afdeling ziet geen grond om aan de juistheid van die mededeling van [appellant sub 1] te twijfelen, mede omdat dit niet door andere partijen is betwist. Bij geen van de controles is geconstateerd dat de kachels waar [appellant sub 1] van stelt hinder te ondervinden, in gebruik waren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404590/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6358</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6358</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6358"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 januari 2024 heeft de raad van de gemeente Borsele het bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte Clara's pad 6-8, 2023" vastgesteld. In het plangebied aan Clara’s pad 6 en 8 liggen de Barbesteinkerk en de bijbehorende pastorie. In de voormalige pastorie maakt het plan één reguliere wooneenheid mogelijk. Voor de woning in de pastorie is een omgevingsvergunning verleend op18 januari 2019. Verder is voor het voorste gedeelte van de kerk een omgevingsvergunning verleend op 21 januari 2019 voor een detailhandelsfunctie ten behoeve van een kledingwinkel van het Leger des Heils. Deze twee omgevingsvergunning zijn onherroepelijk. De woning in de pastorie en de kledingwinkel zijn al gerealiseerd. Het bestemmingsplan maakt verder ondergeschikte horeca-activiteiten mogelijk. Het plan maakt het mogelijk om bij het gedeelte van het Leger des Heils een buitenterras met 9 zitplaatsen te realiseren. [appellanten] wonen aan de Laan van [locatie D] in Heinkenszand. Hun tuin grenst aan de tuin van de drie woningen in het achterste deel van het plangebied. Zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat. Hun beroepsgronden richten zich niet tegen de woonbestemming, die aan de voormalige pastoriewoning is toegekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401247/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6194"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[appellant] heeft voor zijn werk bij de Dienst Landelijke Recherche van de Nationale Politie een verklaring van geen bezwaar nodig. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft die geweigerd en de rechtbank heeft geoordeeld dat de minister dat mocht doen. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen. Het gaat om een stuk dat als staatsgeheim is gerubriceerd en waarvan anderen om die reden geen kennis mogen nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502118/2/A3</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6235</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6235</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6235"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 12 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401514/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6322"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij brief van 5 april 2023 heeft [wederpartij] beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van de volgens hem van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor het legaliseren van de walbeschoeiing op het perceel aan de [locatie] in Warten. [wederpartij] exploiteert de jachtwerf [bedrijf] op het adres [locatie] in Warten. In de brief van 10 juni 2022 heeft het college aan [wederpartij] medegedeeld dat het voornemens is om aan hem een last onder dwangsom op te leggen, omdat hij op de jachtwerf activiteiten heeft uitgevoerd zonder een daarvoor vereiste omgevingsvergunning. Op 15 juli 2022 heeft [wederpartij] een omgevingsvergunning aangevraagd ter legalisatie van een deel van de activiteiten. Uit het aanvraagformulier blijkt dat de vergunning is aangevraagd voor de activiteit "bouwen", namelijk het bouwen van een walbeschoeiing. [wederpartij] heeft geen omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit "aanleggen". Dat betekent dat in de (hoger)beroepsprocedure over de vergunningaanvraag de aanlegactiviteit niet aan de orde kan zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403869/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6197</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6197</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6197"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. H.J. Janse, advocaat in Groningen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 15 december 2023 in zaak nr. NL23.23517.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400300/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6326</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6326</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6326"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe een verzoek van ‘t Vrije Bos om handhavend op te treden afgewezen. Op 9 april 2021 heeft ‘t Vrije Bos het college verzocht om handhavend op te treden tegen hekken die zijn geplaatst langs de noord- en westzijde van een perceel bij het Nonnenbos in Vaassen. Volgens ‘t Vrije Bos worden hierdoor de paden door het bos afgesloten en daardoor aan de openbaarheid onttrokken. Dit hekwerk is geplaatst door [partij] die het perceel sinds 2020 in eigendom heeft. Dit perceel is gelegen aan de Elspeterweg, kadastraal bekend in de gemeente Vaassen als sectie E, nr. 1681, 1455. Toezichthouders hebben naar aanleiding van een controle op 9 april 2021 en op 14 april 2021 een controlerapport opgesteld. Daarbij zijn ook de paden op het perceel in kaart gebracht. De vraag die speelt is of het afsluiten in strijd is met artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening Epe 2008 (hierna: de Apv). In dat geval moet in beginsel handhavend worden opgetreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502731/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6332"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk geweigerd handhavend op te treden tegen de detailhandelsactiviteiten op het perceel [locatie] te Nijkerk. [appellant] exploiteert een winkel in houten bouw- en tuinmaterialen. [partij] exploiteert in Nijkerk een houthandel en houtzagerij. Daarnaast verkoopt [partij] onder andere (haard)hout, houten tuinmeubelen en overige producten zoals hout, plaatmateriaal, beits, ramen en deuren, dakbedekking, funderingspoeren en bevestigingsmaterialen. Volgens [appellant] is de verkoop van voormelde producten door [partij] in strijd met het bestemmingsplan "[locatie] te Nijkerk", omdat dit zelfstandige detailhandel betreft en volgens het bestemmingsplan alleen detailhandel als onzelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming is toegestaan en niet meer mag bedragen dan 50 m2. [appellant] heeft het college daarom verzocht handhavend op te treden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500425/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6334</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6334</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6334"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 december 2024 heeft de raad van de gemeente Breda het bestemmingsplan "Buitengebied Noord, [locatie 1]" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet erin een voormalige bedrijfslocatie aan de [locatie 1] in Breda om te zetten in een woonlocatie. Hierbij wordt het mogelijk de op locatie aanwezige Vlaamse schuur te veranderen in een woning, waarmee er naast de bestaande boerderijwoning een tweede woning op de locatie komt. Daarnaast voorziet het plan in de mogelijkheid om maximaal 200 m² aan bijgebouwen in gebruik te nemen voor een praktijk voor emotioneel lichaamswerk, therapie en coaching (therapiepraktijk). [appellant] woont aan de [locatie 2] en heeft daar een agrarisch bedrijf. Hij heeft een melkveehouderij, teelt groenten en produceert windenergie. Hij is het niet eens met het bestemmingsplan omdat hij vreest dat er door mogelijke nieuwe omwonenden overlast zal worden ervaren van de activiteiten van zijn bedrijf, waardoor hij zijn werkzaamheden niet meer ongehinderd kan uitvoeren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500952/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6346</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6346</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6346"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 april 2023 heeft de raad van de gemeente Buren het bestemmingsplan "Kapel‑Avezaath, Burensewal 1 en 3" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan wijzigt de bestemming van de gronden aan de Burensewal 1 en 3 in Buren, waardoor een intensieve veehouderij op deze locatie niet meer is toegestaan. De raad acht dit type veehouderij om verschillende redenen, waaronder woningbouwplannen in de omgeving, niet meer wenselijk op deze locatie. De percelen krijgen voor het grootste deel de bestemming "Agrarisch met waarden - Komgebied". De bedrijfswoning wordt daarnaast omgezet naar een reguliere woning. Sebava exploiteerde een intensieve varkenshouderij op de gronden van het plangebied totdat deze door een grote stalbrand op 27 juli 2017 teniet is gegaan. Sebava stelt dat zij nog steeds voornemens is de varkenshouderij weer op te bouwen en in bedrijf te nemen. Zij wil daarom voorkomen dat haar bedrijf door het bestemmingsplan wordt wegbestemd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202303946/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6355</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6355</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6355"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de Dienst Toeslagen geen compensatie toegekend aan [appellante] voor het toeslagjaar 2011 in het kader van de hersteloperatie toeslagen. In deze uitspraak gaat het om de vraag of [appellante] voor het toeslagjaar 2011 recht heeft op compensatie, zoals is bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). Daarin is bepaald dat de Dienst Toeslagen op aanvraag compensatie toekent aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem: a) voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst toeslagen; of b) de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang of de op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijk systeem. De Dienst Toeslagen heeft destijds voor het jaar 2011 (voorschotten) kinderopvangtoeslag aan [appellante] toegekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502628/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6340</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6340</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6340"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 april 2023 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei aan [appellant] een tegemoetkoming in planschade van € 7.250,00 toegekend. [appellant] was ten tijde van belang eigenaar van de vrijstaande woning op het perceel aan de [locatie] in Park Ketelhaven in Dronten (de woning). Bij brief van 28 juli 2022 heeft [appellant] de minister verzocht om tegemoetkoming in planschade die hij naar eigen zeggen heeft geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het Inpassingsplan Windplan Groen (het inpassingsplan). Dit plan, dat op 16 december 2019 (peildatum) in werking is getreden, is de planologische grondslag voor het realiseren van een windpark in het deelgebied Oost in Flevoland. Het inpassingsplan voorziet in de realisatie van 90 windturbines met een opgesteld vermogen van 300 tot 400 MW. De maximale rotordiameter bedraagt 166 m. De afstand gemeten van de gevel van de woning tot de dichtstbijzijnde windmolen bedraagt 895 m. Het inpassingsplan voorziet ook in de sanering van 98 bestaande windturbines.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503543/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6344</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6344</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6344"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 november 2022 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei aan [appellant A] en [appellant B] een tegemoetkoming in planschade van € 7.500,00 toegekend, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag tot aan de dag van betaling van de tegemoetkoming. [appellant A] en [appellant B] waren ten tijde van belang eigenaar van de vrijstaande woning op het perceel aan de [locatie 1] in Park Ketelhaven in Dronten (de woning). Op 10 april 2021 hebben zij de minister verzocht om tegemoetkoming in planschade die zij naar eigen zeggen hebben geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het Inpassingsplan Windplan Groen (het inpassingsplan). Dit plan, dat op 16 december 2019 (peildatum) in werking is getreden, is de planologische grondslag voor het realiseren van een windpark in het deelgebied Oost in Flevoland. Het inpassingsplan voorziet in de realisatie van 90 windturbines met een opgesteld vermogen van 300 tot 400 MW. De maximale rotordiameter bedraagt 166 m en de afstand gemeten van de gevel van de woning tot de dichtstbijzijnde windmolen bedraagt 865 m. Het inpassingsplan voorziet ook in de sanering van 98 bestaande windturbines.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503596/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6352</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6352</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6352"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Best [appellant] een last onder dwangsom opgelegd vanwege het zonder omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan bouwen van een keet en een klein bijgebouw. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] bekend gemeente Best, sectie L, nummer 12. Een toezichthouder van de gemeente Best heeft op 30 mei 2022 en 6 december 2022 controles uitgevoerd. Tijdens deze controles is een aantal overtredingen geconstateerd, namelijk dat diverse materialen waren gestookt, een keet met aangebouwde overkapping was gebouwd en een klein bijgebouw was gebouwd in strijd met het bestemmingsplan en dat die bouwactiviteiten zijn uitgevoerd zonder omgevingsvergunning. Het college is vervolgens overgegaan tot handhavend optreden en heeft een last onder dwangsom opgelegd om de overtredingen te (laten) beëindigen en beëindigd te (laten) houden. Dit kan gedaan worden door het (laten) verwijderen en verwijderd te (laten) houden van de keet en het kleine bijgebouw van het perceel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406030/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6311</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6311</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6311"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming aan Stichting Voorbereiding Pallas-reactor (Pallas) op grond van onder meer artikel 15 van de Kernenergiewet (Kew) vergunning verleend voor een nucleaire reactor aan de Westerduinweg 3 in Petten (de projectlocatie). Pallas wil de Pallas-reactor, een multifunctionele nucleaire reactor, op de projectlocatie in Petten realiseren voor de productie van medische isotopen, industriële isotopen en het uitvoeren van nucleair technologisch onderzoek. De projectlocatie maakt onderdeel uit van de Energy &amp;amp; Health Campus in Petten. De Pallas-reactor dient ter vervanging van de bestaande Hoge Flux Reactor (HFR), die op die campus is gevestigd. De HFR is in 2026 66 jaar operationeel en loopt tegen het einde van zijn economische levensduur. Naast de Kew-vergunning heeft de minister een watervergunning verleend voor het onttrekken van water uit het Noordhollandsch Kanaal, dat dient als koelwater voor de Pallas-reactor, en voor het lozen van het koelwater in de Noordzee. [appellant sub 1], Greenpeace, WISE en [appellant sub 2] en Laka zijn het niet eens met deze vergunningen en hebben beroep ingesteld tegen de besluiten van 15 februari 2023.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202301756/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6320</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6320</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6320"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Stichting Huifbedrijden Walcheren heeft op 21 juli 2022 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een opstapstation op het perceel ten behoeve van huifbedrijden. Bij brief van 28 juni 2023 heeft Stichting Huifbedrijden Walcheren het college van burgemeester en wethouders van Veere in gebreke gesteld vanwege het uitblijven van een besluit op de aanvraag. Op 4 augustus 2023 heeft Stichting Huifbedrijden Walcheren wegens niet tijdig beslissen op de aanvraag beroep ingesteld en hierbij de rechtbank verzocht om de hoogte van de dwangsom vast te stellen. Tijdens de beroepsprocedure bij de rechtbank heeft het college alsnog beslist op de aanvraag en bij besluit van 21 december 2023 de omgevingsvergunning verleend. De rechtbank heeft in de uitspraak van 8 juli 2024 overwogen dat de Stichting Huifbedrijden Walcheren nog procesbelang heeft, onder meer omdat zij heeft verzocht om een dwangsom wegens niet tijdig beslissen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405621/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6323</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6323</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6323"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In de tussenuitspraak van 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4546, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Den Haag opgedragen om binnen 18 weken na verzending van deze tussenuitspraak de daar omschreven gebreken in het besluit van 3 mei 2021 te herstellen, dan wel een gewijzigd of een nieuw besluit te nemen. De Afdeling heeft onder 7.2 van de tussenuitspraak overwogen dat het college het bouwplan niet heeft getoetst aan artikel 34.1 van de regels van het bestemmingsplan "Regentesse- /Valkenboskwartier (Integrale herziening)", althans niet op een kenbare manier. Het college heeft naar het oordeel van de Afdeling niet voldoende inzichtelijk gemaakt dat het bouwen zal plaatsvinden met inachtneming van de cultuurhistorische waarden van het gemeentelijk beschermde stadsgezicht Valkenboskwartier (artikel 34.1, onder b, sub 1, van de planregels).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202303062/2/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6330</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6330</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6330"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg het verzoek van [appellante] om brondocumenten in de basisregistratie personen (brp) te registreren, afgewezen. [appellante] is geboren in Burundi en is daarvandaan gevlucht. In de brp zijn haar persoonsgegevens geregistreerd op basis van een verklaring onder ede, opgemaakt op 26 mei 2010 in Deventer. De verklaring is opgemaakt ten behoeve van haar eerste inschrijving in de brp. Op 16 augustus 2019 heeft [appellante] het college verzocht om haar Burundese geboorteakte van 28 september 2017, met nr. 115/8, en paspoort van 5 juli 2019 als brondocumenten in de brp te registreren. Dit is nodig om het Nederlanderschap te kunnen aanvragen. [appellante] heeft ook aanvullende documenten aan het college overgelegd. Bureau Documenten heeft in de Verklaring van onderzoek van 17 december 2019 geconcludeerd dat de geboorteakte met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid echt is, maar dat niet kan worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is. Verder heeft Bureau Documenten op 16 april 2020 de Burundese identiteitskaart van [appellante] van 2 juli 2019, waarmee het paspoort is verkregen, met absolute zekerheid als vals beoordeeld. Het paspoort is daarom frauduleus verkregen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406401/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6196"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500339/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6345</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6345</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6345"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk besloten tot invordering van door [appellanten] verbeurde dwangsommen tot een bedrag van € 12.000,00. Bij besluit van 1 juli 2019 heeft het college aan [appellanten] een last onder dwangsom opgelegd vanwege het in strijd met het "Bestemmingsplan [locatie]" gebruiken van het perceel aan de [locatie] in Sambeek (het perceel). Het college heeft [appellanten] onder meer gelast de illegale aanwezigheid van een grondverzetbedrijf op het perceel permanent te staken, op straffe van een dwangsom van € 1.500,00 per week tot een maximum van € 15.000,00. Bij besluit van 16 maart 2020 is het door [appellanten] tegen dit besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en hiertegen is geen beroep ingesteld, zodat de last onder dwangsom onherroepelijk is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501044/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6359</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6359</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6359"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het gestelde gebruik van het perceel [locatie A] in Est als veehouderij, afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie B] in Est. [partij] woont schuin tegenover hem, aan de [locatie C]. Hij heeft rond zijn woning ongeveer 7 ha weidegrond. Ten tijde van de besluiten van het college hield [partij] op zijn gronden ongeveer 35 schapen en een aantal paarden. [appellant] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen het exploiteren van een veehouderij aan de [locatie C]. Naar aanleiding hiervan heeft een toezichthouder van de gemeente op 14 september 2022 een controle uitgevoerd en geen overtredingen geconstateerd. Bij het besluit van 10 maart 2023 heeft het college het handhavingsverzoek afgewezen.Naar aanleiding van het bezwaar van [appellant] heeft het college bij het besluit van 10 mei 2024 alsnog aan [partij] een last onder dwangsom opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406600/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6341"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 november 2022 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei aan [appellant A] en [appellant B] een tegemoetkoming in planschade van € 7.000,00 toegekend. [appellant A] en [appellant B] waren ten tijde van belang eigenaar van de vrijstaande woning op het perceel [locatie] (de woning). Op 19 januari 2021 hebben zij de minister verzocht om tegemoetkoming in planschade die zij naar eigen zeggen hebben geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het Inpassingsplan Windplan Groen (het inpassingsplan). Dit plan, dat op 16 december 2019 (peildatum) in werking is getreden, is de planologische grondslag voor het realiseren van een windpark in het deelgebied Oost in Flevoland. Het inpassingsplan voorziet in de realisatie van 90 windturbines met een opgesteld vermogen van 300 tot 400 MW. De maximale rotordiameter bedraagt 166 m en de afstand gemeten van de gevel van de woning tot de dichtstbijzijnde windmolen bedraagt 910 m. Het inpassingsplan voorziet ook in de sanering van 98 bestaande windturbines.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503598/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6350</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6350</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6350"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 december 2022 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei aan [appellant] een tegemoetkoming in planschade van € 6.250,00 toegekend. [appellant] was ten tijde van belang eigenaar van de vrijstaande woning op het perceel aan de [locatie 1] in Park Ketelhaven in Dronten (de woning). Op 8 maart 2021 heeft hij de minister verzocht om tegemoetkoming in planschade die hij naar eigen zeggen heeft geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het Inpassingsplan Windplan Groen (het inpassingsplan). Dit plan, dat op 16 december 2019 (peildatum) in werking is getreden, is de planologische grondslag voor het realiseren van een windpark in het deelgebied Oost in Flevoland. Het inpassingsplan voorziet in de realisatie van 90 windturbines met een opgesteld vermogen van 300 tot 400 MW. De maximale rotordiameter bedraagt 166 m en de afstand gemeten van de gevel van de woning tot de dichtstbijzijnde windmolen bedraagt 900 m. Het inpassingsplan voorziet ook in de sanering van 98 bestaande windturbines.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503618/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6183"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501026/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6327"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe het verzoek van ‘t Vrije Bos om handhavend op te treden afgewezen. In Vaassen ligt naast het Kroondomein een bosperceel, het Nonnenbos. Vanaf de Elspeterweg loopt er tussen het Kroondomein en het Nonnenbos een toegangsweg met een parkeerterrein vanaf waar mensen langs een slagboom kunnen lopen richting het nabij gelegen scoutinggebouw of, de andere kant op, naar het Kroondomein. [appellante] heeft sinds 2023 een draaihek en een aarden wal geplaatst bij de ingang van deze toegangsweg waardoor deze weg en het parkeerterrein niet meer voor eenieder toegankelijk zijn. ’t Vrije Bos stelt zich op het standpunt dat [appellante] door het hek te plaatsen deze toegangsweg met het parkeerterrein onrechtmatig aan de openbaarheid onttrekt. Het college heeft het handhavingsverzoek van ‘t Vrije Bos in eerste instantie afgewezen, omdat het niet zou gaan om een openbare weg in de zin van de Wegenwet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502784/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6331</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6331</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6331"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 10.000,00. [appellante] is eigenaar/verhuurder van de woning aan de [locatie] in Den Haag, waar de Haagse Pandbrigade op 6 september 2022 een controle heeft uitgevoerd bij één van haar huurders, na de ontvangst van een anonieme melding. Zij heeft in het inspectierapport geconcludeerd dat de woning onzelfstandig werd bewoond, zonder dat daarvoor een vergunning was verleend. De inspecteurs hebben daar namelijk zes slaapplaatsen aangetroffen, verdeeld over drie ruimtes met daarin persoonlijke bezittingen en kleding van meerdere personen, en in één van die ruimtes een tafeltje met etenswaren. Naast de huurder, die op verzoek van zijn moeder naar de woning is gekomen vanwege de controle, hebben de inspecteurs daar zijn moeder en één van zijn personeelsleden aangetroffen. De huurder heeft verklaard dat hij ergens anders woont, maar over twee weken terugverhuist, en dat zijn personeel tijdelijk in de woning verblijft, maar dat hij niet weet hoeveel mensen dit zijn of hoe zij heten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504342/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6348</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6348</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6348"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 november 2022 heeft de minister aan [appellant A] en [appellant B] een tegemoetkoming in planschade van € 9.500,00 toegekend, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag tot aan de dag van betaling van de tegemoetkoming.appellant A] en [appellant B] waren ten tijde van belang eigenaar van de vrijstaande woning op het perceel aan de [locatie 1] Bij brief van 11 maart 2021 hebben zij de minister verzocht om tegemoetkoming in planschade die zij naar eigen zeggen hebben geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het Inpassingsplan Windplan Groen (het inpassingsplan). Dit plan, dat op 16 december 2019 (peildatum) in werking is getreden, is de planologische grondslag voor het realiseren van een windpark in het deelgebied Oost in Flevoland. Het inpassingsplan voorziet in de realisatie van 90 windturbines met een opgesteld vermogen van 300 tot 400 MW. De maximale rotordiameter bedraagt 166 m. De afstand gemeten van de gevel van de woning tot de dichtstbijzijnde windmolen bedraagt 880 m. Het inpassingsplan voorziet ook in de sanering van 98 bestaande windturbines.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503664/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6319</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6319</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6319"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort ambtshalve [appellant] uit de basisregistratie personen (brp) geschreven. Een deurwaarder heeft de gemeente Amersfoort per brief van 30 november 2023 verzocht een adresonderzoek te doen naar [appellant] omdat hij diverse (ambtelijke) stukken op het adres van [appellant] heeft achtergelaten en hierover niets van [appellant] heeft vernomen. Naar aanleiding van dit verzoek is het college overgegaan tot het verrichten van een adresonderzoek. Het college heeft [appellant] middels meerdere brieven geïnformeerd over het lopende adresonderzoek. Ook heeft het college de hoofdbewoonster van het adres waar [appellant] stond ingeschreven, zijn moeder, aangeschreven. Zowel [appellant] als zijn moeder hebben niet gereageerd. Het college heeft [appellant] vervolgens per brief van 1 februari 2024 geïnformeerd over het voornemen om hem ambtshalve uit te schrijven uit de brp en is hiertoe - na het uitblijven van een reactie binnen vier weken - bij besluit van 14 maart 2024 overgegaan. Het college heeft dit besluit per gewone post aan [appellant] verzonden en dit ook bekend gemaakt door publicatie in het Gemeenteblad op 27 maart 2024.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504297/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6335"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda [appellante] opgedragen om de zeecontainers, de stretch tent en de bar te verwijderen van haar buitenterrein. Ook mag [appellante] het buitenterrein alleen nog gebruiken voor de manege. Als zij dit niet doet, dan moet zij een dwangsom betalen. [appellante] is gevestigd aan de [locatie] te Breda. Zij baat daar onder meer een manege uit. Op het buitenterrein van [appellante] rust op basis van het bestemmingsplan "Buitengebied Zuid 2013" de bestemming "Sport" met de functieaanduiding "manege". Toezichthouders hebben geconstateerd dat er op 17 juni 2023 een feest was gehouden op het buitenterrein van [appellante]. Volgens het college is dat in strijd met het bestemmingsplan. Daarom heeft het college een zogenoemde last onder dwangsom opgelegd. Daarin staat dat [appellante]de zeecontainers, de stretch tent en de bar moet weghalen van het buitenterrein. Verder mag [appellante]het buitenterrein alleen nog gebruiken voor de manege. [appellante] is het hier niet mee eens, omdat een terras met bijbehorende activiteiten volgens haar wel is toegestaan op grond van het bestemmingsplan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504162/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6342"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 november 2022 heeft de minister aan [appellant A] en [appellant B] een tegemoetkoming in planschade van € 7.000,00 toegekend. [appellant A] en [appellant B] waren ten tijde van belang eigenaar van de vrijstaande woning op het perceel aan de [locatie] (de woning). Bij brief van 11 maart 2021 hebben zij de minister verzocht om tegemoetkoming in planschade die zij naar eigen zeggen hebben geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het Inpassingsplan Windplan Groen (het inpassingsplan). Dit plan, dat op 16 december 2019 (peildatum) in werking is getreden, is de planologische grondslag voor het realiseren van een windpark in het deelgebied Oost in Flevoland. Het inpassingsplan voorziet in de realisatie van 90 windturbines met een opgesteld vermogen van 300 tot 400 MW. De maximale rotordiameter bedraagt 166 m. De afstand gemeten van de gevel van de woning tot de dichtstbijzijnde windmolen bedraagt 885 m. Het inpassingsplan voorziet ook in de sanering van 98 bestaande windturbines.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503666/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6351</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6351</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6351"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 april 2023 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei aan Kantrade B.V. een tegemoetkoming in planschade van € 6.000,00 toegekend. Windkoepel Groen heeft het initiatief genomen om een windpark te realiseren in deelgebied Oost in Flevoland. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 90 windturbines met een opgesteld vermogen van 300 tot 400 MW en de sanering van 98 bestaande windturbines. Om de uitvoering te bewerkstelligen heeft de minister het Inpassingsplan Windplan Groen (inpassingsplan) vastgesteld. Het inpassingsplan is op 16 december 2019 in werking getreden (peildatum). Een aantal eigenaren van percelen aan de Boslaan in Park Ketelhaven meent door het inpassingsplan planschade te hebben geleden. Zij hebben daarom aanvragen om tegemoetkoming in planschade ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503682/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6353"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor onder meer het tijdelijk huisvesten van twee werknemers. [appellante] exploiteert een pluimveehouderij aan de [locatie 1] in Elsendorp en wenst twee tijdelijke werknemers te huisvesten binnen een vergunde loods. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Proeftuin Elsendorp" staat dit niet toe op grond van artikel 4.4.1, aanhef en onder n, van de planregels. Artikel 4.5.4 van de planregels biedt de mogelijkheid om hiervan bij omgevingsvergunning af te wijken. Daarom heeft [appellante] een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan aangevraagd. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend. [appellante] is het niet eens met de herroeping. Hij vindt dat het college het bezwaar van de Stichting niet-ontvankelijk had moeten verklaren omdat zij geen belanghebbende is bij de tijdelijke huisvesting van werknemers. Bovendien geven volgens [appellante] zijn specifieke omstandigheden aanleiding om in dit geval van de advieswaarde in het toetsingskader af te wijken, zodat het college kan toestaan om tijdelijke werknemers te huisvesten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504217/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6139"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker heeft het hoger beroep op 1 oktober 2026 ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister van Asiel en Migratie krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003425</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6140</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6140</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6140"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003467</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6150"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004630</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6163</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6163</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6163"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004056</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6347"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 november 2022 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei aan [appellant A] en [appellant B] een tegemoetkoming in planschade van € 7.750,00 toegekend. [appellant A] en [appellant B] waren ten tijde van belang eigenaar van de vrijstaande woning op het perceel aan de [locatie 1] (de woning). Bij brief van 17 maart 2021 hebben zij de minister verzocht om tegemoetkoming in planschade die zij naar eigen zeggen hebben geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het Inpassingsplan Windplan Groen (het inpassingsplan). Dit plan, dat op 16 december 2019 (peildatum) in werking is getreden, is de planologische grondslag voor het realiseren van een windpark in het deelgebied Oost in Flevoland. Het inpassingsplan voorziet in de realisatie van 90 windturbines met een opgesteld vermogen van 300 tot 400 MW. De maximale rotordiameter bedraagt 166 m. De afstand gemeten van de gevel van de woning tot de dichtstbijzijnde windmolen bedraagt 885 m. Het inpassingsplan voorziet ook in de sanering van 98 bestaande windturbines.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503665/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6233"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004561</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6246</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6246</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6246"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004912</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6248</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6248</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6248"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004465</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6254</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6254</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6254"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005175</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6169</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6169</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6169"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005031</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6191</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6191</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6191"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005275</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6245</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6245</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6245"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migrigratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005171</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3298</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3298</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3298"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002194</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:12831</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:12831</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12831</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:12831"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring, beroep, bewaringsgronden, non-refoulement, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.20167</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Bouter - Rijksen</contributor><issued>2026-05-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:3298</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6146"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005195</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6185"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003944</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6186</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6186</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6186"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 7 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004624</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6231</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6231</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6231"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 22 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005286</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6232"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005506</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6314</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6314</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6314"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 1 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een deel van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos behorend bij een Nespresso koffiezetapparaat, die op 1 september 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse container bij Vredeoord 35 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden omdat op de doos een adreslabel is geplakt met daarop zijn naam en adres. [appellant] erkent dat de doos van hem is maar betwist dat hij deze bij de container aan Vredeoord 35 heeft neergezet. Hij stelt dat hij op 9 augustus 2025 een nieuw koffiezetapparaat had gekocht en het oude apparaat in de betreffende doos bij het grofvuil van zijn buurman had gezet bij het pleintje aan de Strausslaan. [appellant] had hier toestemming voor van zijn buurman.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600805/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6315</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6315</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6315"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 september 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven afgewezen. De CSG kent uit het schadefonds onder meer uitkeringen toe aan een ieder die door een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen. Op 16 november 2023 heeft [appellante] bij de CSG een aanvraag om een uitkering uit het schadefonds ingediend. Zij is op 20 september 2021 slachtoffer geworden van een inbraak door haar buurman, waarbij zij ook is mishandeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505808/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6317</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6317</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6317"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 april 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân aan Faunabeheereenheid Fryslân (FBE) een omgevingsvergunning verleend. FBE heeft op 15 september 2023 een aanvraag ingediend voor de afgifte van een opdracht voor het afschot van overzomerende grauwe ganzen. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is hiervoor niet een afgifte van een opdracht, maar een omgevingsvergunning nodig. Het college heeft de aanvraag daarom behandeld als de aanvraag om een omgevingsvergunning. Bij besluit van 5 april 2024 heeft het college aan de FBE een omgevingsvergunning verleend voor het uitvoeren van populatiebeheer door afschot van de overzomerende grauwe ganzen in de provincie Fryslân voor de periode van 1 april 2024 tot en met 1 oktober 2024. Op 16 juli 2024 heeft het college een wijzigingsbesluit genomen, waarbij één van de aan de vergunning verbonden voorschriften is gewijzigd. De bufferzone rondom Natura 2000-gebieden is aangepast van een afstand van 300 naar 150 meter. Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft het college het bezwaar van [appellant] kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij volgens het college geen belanghebbende bij het besluit is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202506017/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6324</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6324</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6324"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] voor een milieuparkeervergunning voor bewoners afgewezen. [appellant] woont in het centrum van Amsterdam, in deelvergunninggebied Centrum-1a. Hij heeft op 25 juli 2023 een milieuparkeervergunning aangevraagd om zijn elektrische auto te kunnen parkeren op de straat aan een laadfaciliteit. In dit gebied wordt ingevolge de Parkeerverordening 2013 maximaal één milieuparkeervergunning aan bewoners verleend, als de bewoner niet beschikt over een stallingsplaats. [appellant] beschikt over een stallingsplaats in een garage bij zijn woning. Het college heeft de aanvraag voor de milieuparkeervergunning daarom afgewezen. [appellant] is het hier niet mee eens omdat zijn stallingsplaats niet geschikt is voor een elektrische auto. Zijn auto kan op die plaats namelijk niet worden opgeladen, omdat er geen laadfaciliteit is. Hierdoor kan [appellant] alleen ergens anders opladen, met extra kosten en tijd tot gevolg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504661/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6354"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen geen compensatie toegekend aan [appellante] in het kader van de hersteloperatie toeslagen. In deze uitspraak gaat het om de vraag of [appellante] voor de toeslagjaren 2011 en 2012 recht heeft op compensatie, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). Daarin is bepaald dat de Dienst Toeslagen op aanvraag compensatie toekent aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem: a) voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst toeslagen; of b) de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang of de op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijk systeem. Volgens de Dienst Toeslagen heeft [appellante] geen recht op compensatie. Hij heeft toegelicht dat het bedrag van de (voorschotten) kinderopvangtoeslag voor het jaar 2011 een aantal keren is aangepast vanwege wijzigingen die [appellante] zelf heeft doorgegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505022/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6239</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6239</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6239"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[appellant] heeft het college op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) verzocht om inzage van zijn persoonsgegevens uit de stukken van de afspraken zoals die in de e-mail van 4 augustus 2023 van een ambtenaar van de gemeente worden genoemd. Het college van burgemeester en wethouders van Groningen heeft bij besluit van 1 december 2023 de aanvraag deels toegewezen en een kopie van de verwerkte persoonsgegevens die betrekking hebben op [appellant] aan hem verstrekt. [appellant] heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Volgens [appellant] heeft hij niet volledig inzage gekregen in zijn persoonsgegevens, omdat hij geen inzage heeft gekregen in zijn persoonsgegevens uit de stukken over de door het college gemaakte afspraken met Stichting Limor. Het college heeft op 28 maart 2024 twee aanvullende telefoonnotities aan [appellant] verstrekt. Het college heeft vervolgens zijn bezwaar ongegrond verklaard. De Afdeling volgt de rechtbank in haar oordeel dat het college heeft voldaan aan het inzageverzoek van [appellant]. Het is niet ongeloofwaardig dat het college niet beschikt over het document met persoonsgegevens van [appellant] dat er volgens [appellant] zou moeten zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505061/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6240</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6240</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6240"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 25 juli 2025 van de rechtbank Amsterdam, waarin de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van de korpschef van politie van 25 november 2024 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit had de korpschef het bezwaar van [appellant] tegen de intrekking van de toestemming als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) aan [bedrijf] om hem beveiligingswerkzaamheden te laten uitvoeren, ongegrond verklaard en de grondslag van de intrekking gewijzigd. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de intrekking van de toestemming om beveiligingswerkzaamheden te verrichten een geschikt, noodzakelijk en evenwichtig middel is. [appellant] is ook in hoger beroep veroordeeld tot een taakstraf wegens diefstal. Die diefstal heeft [appellant] tijdens de uitoefening van zijn functie als beveiliger gepleegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504895/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6252</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6252</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6252"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[appellant] heeft op 16 april 2024 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor de functie van vrijwilliger bij Stichting Malderburch, welzijn, wonen en zorg in Malden. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de aanvraag bij besluit van 11 juni 2024 afgewezen en is in zijn besluit op het bezwaar van [appellant] bij dat besluit gebleven, omdat hij van oordeel is dat het risico voor de samenleving te groot is om [appellant] een VOG te verlenen. Daarbij heeft de staatssecretaris betrokken dat binnen de terugkijktermijn van vier jaar er op naam van [appellant] een aantal feiten in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) zijn geregistreerd. De rechtbank heeft het besluit op bezwaar rechtmatig geacht. [appellant] is het daar niet mee eens. Hij betoogt dat hij geen risico meer is voor de samenleving. Hij heeft namelijk de afgelopen twee jaar hard aan zichzelf gewerkt en is stabiel gebleven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600477/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6256</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6256</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6256"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dongen beslist op een verzoek van [partijen] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (de Woo). Het college heeft een aantal documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. De documenten waar de besluiten van het college op zien, gaan over het vergunningsproces en de handhavingsprocedure ten aanzien van een dakopbouw op het woonadres van [verzoekers]. Hun belang bij opschorting van de openbaarmaking van de documenten ligt in de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602020/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6313</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6313</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6313"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 14 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een deel van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een papieren tas met daarin papierafval, die op 14 oktober 2025 is aangetroffen naast de textielcontainer ter plaatse van de Dr. Lelykade 68 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] het papierafval verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een reclameboek van Bol.com is aangetroffen met haar adres op het adreslabel. [appellante] betwist in de eerste plaats dat zij het reclameboek in de tas naast de textielcontainer heeft gedaan. Zij wijst erop dat niet haar naam maar dat van de voormalige eigenaar van de woning op het adreslabel van het reclameboek staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601203/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6316</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6316</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6316"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 februari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden zijn beslissing om op 2 februari 2026 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening gemeente Vijfheerenlanden 2023 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een vuilniszak die op 2 februari 2026 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer met nummer 2925, ter hoogte van Amaliastein 209 in Vianen. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de vuilniszak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een poststuk is aangetroffen met zijn naam en adres op het adreslabel. [appellant] betwist dat hij de vuilniszak onjuist heeft aangeboden. Volgens hem is het enkel aantreffen van een poststuk met zijn adresgegevens onvoldoende om hem als dader aan te merken. Hij stelt dat hij regelmatig producten voor zijn buren bestelt en dat zij de pakketverpakking met de vuilniszak hebben weggegooid. Daarnaast wijst hij erop dat uit de stortgegevens van de container blijkt dat de container op 1 en 8 februari 2026 de status "wel toegang, container niet geopend" had. Dit betekent volgens [appellant] dat de container defect was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601377/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6325</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6325</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6325"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de burgemeester van Enschede de vergunning van [appellant] voor [coffeeshop], gevestigd aan de [locatie 1] te Enschede, ingetrokken. [appellant] exploiteert [coffeeshop] in Enschede. De burgemeester heeft de vergunning van [appellant] ingetrokken en de gedoogbeschikking voor de coffeeshop geweigerd. Deze besluiten heeft de burgemeester gebaseerd op een onderzoek dat is gedaan op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Dit onderzoek is verricht naar aanleiding van een drugsvondst op 11 december 2023 in de panden aan de [locatie 2] en [locatie 3], aangrenzend aan [coffeeshop] op [locatie 1]. Er zijn 10,49 kilo hasj, 63,16 kilo hennep en 235 joints aangetroffen. Ook is er € 127.877,80 aan contant geld gevonden. Uit het Bibob-onderzoek kwam volgens de burgemeester naar voren dat sprake is van ernstig gevaar dat de vergunning mede wordt gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten (artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wet Bibob; de a-grond) en om strafbare feiten te plegen (artikel 3, eerste lid, onder b, van de Wet Bibob; de b-grond).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601936/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6329"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen bij [appellant] een dwangsom van € 5.000,00 ingevorderd. Aangezien het college een melding had ontvangen over de splitsing van de woning die [appellant] huurt aan de [locatie] in Heerlen, heeft daar op 9 maart 2023 een controle plaatsgevonden. Tijdens de inspectie is geconstateerd dat de woning illegaal is gesplitst. De begane grond was op dat moment omgezet van een berging naar een woonruimte met eigen voorzieningen, die afzonderlijk werd gebruikt en verhuurd. Op de eerste verdieping waren een keuken, doucheopstelling en woonkamer aanwezig en op de tweede verdieping bevonden zich drie slaapkamers en een badkamer. Het college heeft vervolgens op 10 juli 2023 aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om binnen acht weken de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden. Als hij niet aan de last voldoet, verbeurt hij een dwangsom van € 5.000,00.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504635/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6343</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6343</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6343"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne aan New-ton B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 10 appartementen in een monumentaal pand aan de Visser 25 in Deurne (het perceel). Het college heeft een omgevingsvergunning verleend aan New-ton B.V. voor het bouwen van 10 appartementen in een monumentaal pand op het perceel. Deze omgevingsvergunning is verleend voor het bouwen van een bouwwerk, het wijzigen van een monument en het handelen in strijd met de regels op het gebied van de ruimtelijke ordening. Het bouwplan voldoet namelijk niet aan de regels van het bestemmingsplan "Centrum Deurne". Het perceel is daarin bestemd voor dienstverlening. Het bouwplan behelst de bouw van woningen en wijkt daar dus van af. [appellante] woont in de buurt van het bouwplan en is het niet eens met de verleende vergunning. Zij vreest met name voor een aantasting van het rijksmonument. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de gronden die zij in hoger beroep heeft aangevoerd tegen de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505135/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6357"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 juli 2026 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan TH Containers B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het in werking hebben van een inrichting aan de Kloosterstraat 1 en 3, Aaltenseweg 56 en 58 en Oostelijke Oude Aaltenseweg 5 en 7 in Varsseveld (de bedrijfspercelen), het daar bouwen van twee nieuwe opslaghallen en een erfscheiding en het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van een bedrijfsgebonden kantoor aan de Aaltenseweg 56 in Varsseveld. Bij besluit van 2 juli 2026 heeft de raad het TAM-omgevingsplan "Kom Varsseveld, herziening Kloosterstraat 3 e.o." als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Oude IJsselstreek (wijzigingsbesluit) vastgesteld. [appellante A] was exploitante van de inrichting op de bedrijfspercelen. Het betrof een inrichting voor het inzamelen, opslaan en verwerken van afvalstoffen. Omdat de omgevingsvergunning voor de inrichting verouderd en onduidelijk was en er strijd was met het voor de bedrijfspercelen geldend bestemmingsplan, heeft er tussen de gemeente Oude IJsselstreek, de provincie Gelderland en de [appellante A] overleg plaatsgevonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602709/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6241</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6241</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6241"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De burgemeester van Krimpenerwaard heeft op grond van 13b, eerste lid, onder a, van de Opiumwet een last onder dwangsom aan [appellant] opgelegd, omdat in de woning van [appellant] een middel als bedoeld in lijst II, te weten hennep, werd verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig was. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de burgemeester op goede gronden een last onder dwangsom aan [appellant] heeft opgelegd. Anders dan [appellant] betoogt, betekent het feit dat hij door het gerechtshof Den Haag is vrijgesproken van overtreding van de Opiumwet, niet dat de burgemeester de last onder dwangsom niet mocht opleggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600532/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6258</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6258</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6258"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In het besluit van 13 maart 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo aan [verzoeker A] en [verzoeker B] een last onder dwangsom opgelegd om de grondwal op het perceel behorend bij de [locatie] in Zeijen, te verwijderen en verwijderd te houden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602853/2/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6312</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6312</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6312"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer zijn beslissing om op 11 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening gemeente Deventer aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 91,00, voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een vuilniszak, die op 11 oktober 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse container met zuilnummer 0181-4, bij de Nijhoffgaarde in Deventer. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de vuilniszak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een plastic verpakking van webwinkel Temu is aangetroffen met haar naam en adres op het adreslabel. [appellante] betwist niet dat de vuilniszak van haar afkomstig is, maar voert aan dat zij de klep van de ondergrondse container niet voldoende open kon krijgen om de vuilniszak erin te doen. Zij heeft voor het openen van de container wel € 3,00 betaald. [appellante] stelt dat haar buurvrouw dit zag terwijl zij op haar balkon stond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600108/1/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6318</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6318</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6318"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 10 februari 2026 heeft de examencommissie van de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam (de examencommissie) het verzoek van [appellante] voor een extra toetskans voor het vak Computational Finance afgewezen. [appellante] is student aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Voor de afronding van de masteropleiding hoeft zij alleen nog het vak af te ronden. [appellante] heeft voor de eerste kans van het vak in studiejaar 2025-2026 een 3,0 gehaald. Voor de herkansing, die plaatsvond op 4 februari 2026, is een ‘niet aan poging deelgenomen’ (NAP) geregistreerd. Vanwege het slechte weer reed in de ochtend van de herkansing geen treinverkeer tussen Groningen en Amsterdam. [appellante] stelt dat zij daardoor die ochtend niet aan het tentamen van 09:00 kon deelnemen. [appellante] heeft de examencommissie verzocht de gemiste herkansing te compenseren door haar op korte termijn een nieuwe toetskans aan te bieden. Zij stelt dat zij vanwege overmacht niet aan het tentamen kon deelnemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602242/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6328</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6328</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6328"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven het verzoek van [appellant] om verstrekking van documenten op grond van artikel 5.5 van de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk ingewilligd. Tijdens de raadsvergadering van 8 februari 2022 heeft wethouder V. van Wieren - Kraayvanger een verklaring namens het zogenoemde wethouderscollectief naar buiten gebracht over uitspraken die [appellant] gedaan zou hebben. Deze uitspraken zijn volgens het wethouderscollectief door [appellant] in de periode tussen maart 2018 en 8 februari 2022 gedaan. Op 18 september 2023 heeft [appellant] op grond van artikel 42 van het Reglement van Orde hierover schriftelijke vragen aan het college gesteld. Het college heeft haar bij brief van 17 oktober 2023 laten weten niet inhoudelijk op haar brief te reageren. [appellant] heeft daarna, op 27 oktober 2023, een Woo-verzoek ingediend bij het college waarbij zij heeft verzocht om kopieën van de volgende documenten:</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505652/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6180"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, en het verzoek om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.000949</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6195"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 december 2024 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag om betrokkene een faciliterend visum te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001510</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6237</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6237</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6237"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verblijfsrecht van appellant als gemeenschapsonderdaan beëindigd en hem ongewenst verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.002501</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6238"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 juni 2026 heeft de raad van de gemeente Drechterland het "TAM-IMRO-omgevingsplan [locatie 1] – [locatie 2]" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Drechterland (besluit tot wijziging) vastgesteld. Het besluit tot wijziging voorziet in de bouw van één woning en enkele bijgebouwen op de samen te voegen percelen [locatie 1] en [locatie 2]. [partij] zal deze woning bouwen en gaan bewonen. [verzoeker] woont op het naastgelegen perceel. Op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] staan nu twee woningen. De garage naast de woning op het perceel [locatie 1] is toegankelijk via een pad, dat over het perceel van [verzoeker] loopt. Daarvoor is een recht van overpad gevestigd op het perceel van [verzoeker]. [verzoeker] betoogt dat het besluit tot wijziging niet uitvoerbaar is, omdat zich een evident privaatrechtelijke belemmering voordoet. Hij voert aan dat hij het recht van overpad wil laten opheffen. [verzoeker] voert aan dat [partij] te kennen heeft gegeven niet te gaan bouwen als het recht van overpad wordt opgeheven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602314/2/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6244"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002210</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6274"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep richt zich tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris is daartoe opgedragen door de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant in de uitspraak van 5 augustus 2026, in zaken nrs. 25/3573 en 25/3681. In de uitspraak van 5 augustus 2026 heeft de rechtbank het beroep van de Wildbeheereenheid gegrond verklaard, het besluit op bezwaar van de staatssecretaris van 17 juni 2025 vernietigd en de staatssecretaris opgedragen om met in achtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen zes weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. De Wildbeheereenheid voert aan dat de staatssecretaris nog geen besluit heeft genomen en daarmee dus ook nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank. De Wildbeheereenheid verzoekt het beroep gegrond te verklaren en de staatssecretaris op te dragen om binnen veertien dagen na verzending van de uitspraak een besluit te nemen, met een dwangsom voor elke dag dat de staatssecretaris die termijn overschrijd</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602928/3/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6338"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 31 december 2025 heeft de decaan van de Tilburg School of Economics and Management (de decaan) [appellant] voorwaardelijk toegelaten tot de masteropleiding Econometrics and Mathematical Economics (E&amp;amp;ME). [appellant] heeft verzocht om toelating tot de masteropleiding E&amp;amp;ME en de masteropleiding QFAS (gezamenlijk ook: de masteropleidingen), beide aan de Tilburg School of Economics and Management. De decaan heeft [appellant] voor beide masteropleidingen toegelaten onder de voorwaarde dat hij uiterlijk 31 januari 2026 de bacheloropleiding Econometrie &amp;amp; Operationele Research heeft afgerond. Aan voornoemde voorwaarde heeft [appellant] niet voldaan. Hij is daarom niet toegelaten tot de masteropleidingen. Het CBE heeft zich in de beslissingen op het standpunt gesteld dat de bevoegdheid om studenten toe te laten tot een opleidingsprogramma een discretionaire bevoegdheid is van de decaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602289/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6143"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001126</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6148</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6148</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6148"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000761</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6167</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6167</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6167"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002512</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6177</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6177</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6177"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 juli 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bepaald dat het appellant overplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001274</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6192</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6192</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6192"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002927</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6273"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 5 augustus 2026 van de rechtbank Zeeland­West­Brabant. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De staatssecretaris heeft de aanvraag van de Wildbeheereenheid om toekenning van geweldsmiddelen aan de voor de Wildbeheereenheid werkende buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) voor zover deze ziet op het toekennen van een uitschuifbare wapenstok en een vuurwapen afgewezen. Partijen zijn het niet eens over de bevoegdheid en taakstelling van de boa en over de vraag of de redelijke verwachting is dat de boa tijdens de uitoefening van zijn taak snel wordt geconfronteerd met vuurwapengeweld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202602928/2/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6168"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003255</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6170"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003258</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6172</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6172</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6172"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003263</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6188</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6188</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6188"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 21 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005301</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6171</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6171</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6171"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003261</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6187"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 6 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004744</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6257</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6257</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6257"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 16 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005589</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6137</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6137</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6137"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005114</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6149</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6149</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6149"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005403</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6151"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004877</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6152</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6152</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6152"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005292</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6162</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6162</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6162"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005296</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6247</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6247</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6247"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005336</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6249</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6249</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6249"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 17 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005564</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6158</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6158</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6158"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 28 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005388</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6179</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6179</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6179"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6251"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 31 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.005567</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10171</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10171</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10171"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Roemeens overleveringsverzoek t.b.v. de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf. Tussenuitspraak. Detentieomstandigheden. Meegedeeld is dat de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid in een gesloten regime zal worden geplaatst en de rechtbank begrijpt uit de aanvullende informatie dat dit ‘mogelijk’ in Iaşi Penitentiary zal zijn. De rechtbank wil weten in welke penitentiaire inrichting de opgeëiste persoon ‘naar alle waarschijnlijkheid’ zal worden geplaatst aansluitend op zijn verblijf in Bucharest-Rahova Penitentiary. Voor het geval het antwoord luidt dat de opgeëiste persoon in Iaşi Penitentiary wordt geplaatst, ooordeelt de rechtbank dat - gelet op het meest recente CPT-rapport - het reeds aangenomen algemene gevaar niet wordt itgebreid t.a.v. Iaşi Penitentiary. Het rapport schetst weliswaar een zorgwekkend beeld, met name als het gaat om (de toename van) het geweld tussen gedetineerden en intimidatie, maar dit vindt voornamelijk plaats tussen jongvolwassenen die preventief gehecht zijn en gedetineerden die in de maximum security section zijn gedetineerd. Naar het oordeel van de rechtbank is de informatie in het CPT-rapport niet toereikend om aan te nemen dat gedetineerden die in Iaşi Penitentiary een straf uitzitten in het algemeen aan inter-prisoner violence en intimidatie zullen worden blootgesteld en daarom aan een onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 Handvest, zullen worden onderworpen. Evenmin kan worden vastgesteld dat een reëel gevaar bestaat van onmenselijke of vernederende behandeling van gedetineerden in Iaşi Penitentiary vanwege hun seksuele geaardheid. Wat betreft de overige factoren is de rechtbank van oordeel dat deze, hoe zorgelijk ook, apart noch tezamen tot het oordeel leiden dat thans sprake is dat het reeds vastgestelde reële gevaar ten aanzien van Iaşi Penitentiary moet worden uitgebreid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13.192467-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Baroud, mr. M. Westerman, mr. C.M.S. Loven</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14751</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14751</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14751"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De voorzieningenrechter is van oordeel dat de korpschef twijfel kon hebben aan de betrouwbaarheid en integriteit van verzoeker. Vervolgens moet de korpschef motiveren dat de intrekking van de toestemming in dit geval passend en noodzakelijk is. Zoals de gemachtigde van de korpschef op zitting heeft erkend, blijkt uit het bestreden besluit niet dat alle relevante belangen zijn meegewogen. Dit neemt echter niet weg dat zonder meer kan worden gezegd dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/7449</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.N. Foppen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7574</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7574</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7574"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Instelling bewind. Passeren levenstestament omdat kantonrechter aanwijzingen heeft dat gevolmachtigde niet zorgvuldig en niet in het belang van betrokkene uitvoering geeft aan zijn taak als algemeen gevolmachtigde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617417:IVB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1750"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Messina. Economische zaak. Medeplegen drijven van groothandel in ketamine door als chauffeur op te treden bij 3 ketaminetransporten, art. 38.1 Geneesmiddelenwet. Bewijsklacht daderschap. Kan uit bewijsvoering met voldoende mate van zekerheid worden afgeleid dat verdachte de chauffeur is geweest bij 3 bewezenverklaarde transporten van ketamine? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00329, 25/00337, 25/00383 P, 25/00384, 25/00386, 25/00461 P en 25/00521 en met 25/00436 P en 25/00520 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00460</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:794</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:255</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:794</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:794</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:794"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Groothandel in ketamine. Falend middel over daderschap verdachte. Conclusie strekt tot verwerping. Samenhang met 25/00329, 25/00337, 25/00383, 25/00384, 25/00386, 25/00461 en 25/00521.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00460</description><issued>2026-08-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1750</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:255"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Messina. Veroordeling voor het medeplegen van het drijven van een groothandel in ketamine, zonder over de daarvoor vereiste registratie te beschikken. Partiële vrijspraak. Overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001360-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1750</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3273"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002682</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:11410</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:11410</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11410</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:11410"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Los terugkeerbesluit en inreisverbod – tkb – irv – beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.11233</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-05-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:3273</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1753</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1753</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1753"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Messina. Medeplegen drijven van groothandel in ketamine (art. 38.1 Geneesmiddelenwet) en voorbereidingshandelingen handel in harddrugs (art. 10a Opiumwet). 1. Bewijsklacht drijven van groothandel in ketamine. Kon hof oordelen dat ketamine kan worden aangemerkt als “werkzame stof” a.b.i. art. 38 Geneesmiddelenwet? 2. Bewijsklachten drijven van groothandel in ketamine. Kon hof oordelen dat bewezenverklaarde gedragingen “opzettelijk zonder registratie in ketamine een groothandel drijven” opleveren? 3. Bewijsklachten drijven van groothandel in ketamine t.a.v. “drijven van groothandel in werkzame stoffen” a.b.i. art. 38 Geneesmiddelenwet en pleegperiode. Zijn gedragingen van verdachte (“enkel aantal keren afgeleverd krijgen/in ontvangst nemen van (grotere) hoeveelheden ketamine”) voldoende voor bewezenverklaring van “drijven van groothandel”? 4. Kwalificatieklacht drijven van groothandel in ketamine. Kan bewezenverklaarde worden gekwalificeerd als “overtreding van voorschrift, gesteld bij art. 38.1 Geneesmiddelenwet”, nu bestanddeel “werkzame stof(fen)” niet bewezen is verklaard? 5. Strafmotivering (gevangenisstraf van 21 maanden). Is strafoplegging begrijpelijk gelet op de door Rb opgelegde straf en door AG gevorderde straf (gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk)? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00337, 25/00383 P, 25/00384, 25/00386, 25/00460 E, 25/00461 P en 25/00521 en met 25/00436 P en 25/00520 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00521</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:795</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:256</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:1995:55</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:1995:55</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:1995:55"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1995-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Borgtocht; eigen beroep of bedrijf); Huwelijksvermogensrecht; Redelijkheid en billijkheid (beperkende werking); Toestemming echtgenoot; Uitleg wet (BW art. 1: 88 (oud))</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15.751</description><contributor lang="nl">Advocaat-/procureur-generaal: Mr. Hartkamp</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31547</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31547</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31547"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring. Verlengingsbesluit, gronden maatregel, lichter middel, zicht op uitzetting, ambtshalve toetsing. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57831</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:1995:ZC1813</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1995:ZC1813</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:1995:ZC1813"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>1995-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Borgtocht; eigen beroep of bedrijf); Huwelijksvermogensrecht; Redelijkheid en billijkheid (beperkende werking); Toestemming echtgenoot; Uitleg wet (BW art. 1: 88 (oud))</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 15751</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Snijders, Mijnssen, Korthals Altes, Neleman, Heemskerk</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:1995:55</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6411</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6411</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6411"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">aanneemovereenkomst; schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/329694 / HA ZA 25-73</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.N. Bartels</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5552"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek opheffen bewind</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.627</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14823</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14823</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14823"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Geheimhoudingsbeslissing van de voorzieningenrechter van 2 juli 2026 in de Solvinity-zaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 26/5003</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Rop</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8067</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8067</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8067"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening; geen spoedeisend belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/3214</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): dr. mr. J.A. van Schagen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14842</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14842</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14842"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt vrijgesproken van twee brandstichtingen/ontploffingen bij een portiek in Rotterdam.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10.019190.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.F. Smulders, mr. J.L. Luiten, mr. M.S. Polet</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2664"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM - invoer van een auto. Het hof is van oordeel dat de auto als gevolg van aanpassingen van de auto door tuning en een nieuw uitlaatsysteem ten tijde van het belastbare feit niet meer vergelijkbaar is met de auto op de door belanghebbende aangedragen koerslijst en dat deze koerslijst daarom niet kan dienen om de handelsinkoopwaarde of de historische nieuwprijs van de auto vast te stellen. In dat geval is tussen partijen niet in geschil dat de naheffingsaanslag eerder te laag dan te hoog is vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Wessels, mr. drs. E.P.A. Brakeboer, mr. drs. M.H. van Schaik</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6873</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2666"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm). Belanghebbende exploiteert een drinkwaterbedrijf en heeft meerdere eigendommen, waaronder leidingen en waterpompen. Naar het oordeel van het hof is er sprake van één onroerende zaak in de zin van artikel 16 Wet WOZ. Mitsdien is sprake van één aansluiting voor toepassing van artikel 59, eerste lid, Wbm. Het door de inspecteur ingestelde hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1720</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, mr. W.W. Monteiro, mr. J. Rietveld</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet belastingen op milieugrondslag</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet waardering onroerende zaken 16</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet belastingen op milieugrondslag 59</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6870</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6128</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6128</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6128"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.315/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31548</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31548</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31548"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring. Rechtmatigheid, gronden maatregel, lichter middel, medische omstandigheden, voortvarend handelen, ambtshalve toetsing. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57848</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7581"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Instelling curatele vanaf 18 jaar. Verzoek OM. Professionele curator vanwege verstoorde relatie ouders en meningsverschillen, noodzaak neutrale belangenbehartiging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2619157:IVC</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5064</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5064</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5064"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004143</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:20718</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20718</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20718</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20718"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asielaanvraag afgewezen. Ongeloofwaardig asielrelaas.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.36072</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N.M. Spelt</contributor><issued>2026-07-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5064</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31644"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vrijheidsbeperkende maatregel, beroep, beoordelingen van de beroepen, handtekening, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.61156 en NL26.61177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4959</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4959</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4959"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 20 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.002443</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:23316</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:23316</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:23316</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:23316"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, ophouding rechtmatig, wel redelijk vermoeden van illegaal verblijf, omzetting maatregel tijdig, uiten asielwens voldoende om als asielverzoek te worden aangemerkt, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.57100</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-12-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4959</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14841</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14841</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14841"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor het medeplegen van een overval op een juwelier tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk. De verdachte was niet fysiek aanwezig tijdens de overval, de nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten is bewezen door zijn coördinerende rol voor en na de overval.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-117222-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boersma, mr. A.P. Hameete, mr. R.P.W. van de Meerakker</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4946"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.001561</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:4396</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:4396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:4396"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen; beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.22984</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-03-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4946</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24550</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24550</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24550"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, eerste beroep, lichter middel, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.40423</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Hello</contributor><issued>2026-08-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4939</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4939</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4939</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4939"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 19 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003974</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:24550</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3303</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3303</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3303"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 8 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 26 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405326/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3302"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij uitspraak van 28 mei 2025 heeft de rechtbank een verzoek van appellant om de minister te veroordelen in de proceskosten, afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. Pals, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503117/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:9488</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:9488</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:9488</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:9488"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">8:57; Dublin onderzoek; igs te vroeg; PKV afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.13722</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-05-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:3302</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4935</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4935</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4935"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002977</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:15544</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:15544</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:15544</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:15544"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eerste beroep bewaring, buiten zitting, artikel 59a Vw, bewaring opgeheven, onjuiste grondslag ophouding, bevoegdheid ondertekenaar maatregel, gronden niet betwist, pkv voor gebrek in het voortraject, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.29814</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-06-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4935</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7587</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7587</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7587"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Belegging door bewindvoerder. Afwijzing machtiging omzetten neutraal beleggingsprofiel naar offensief beleggingsprofiel met zelf beleggen. Doelstelling bewind. Aanbeveling B.D4.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000321232:B001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3300"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 15 mei 2025 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. Pals, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202503116/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4933"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003899</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:20558</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:20558</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20558</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:20558"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Geen recht op vergoeding van proceskosten nu het beroep tegen de maatregel van bewaring tot stand is gekomen door een kennisgeving. Er zijn geen proceshandelingen verricht op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht die voor vergoeding in aanmerking komen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38881</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.H. Broier</contributor><issued>2026-07-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4933</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4922</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4922</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4922"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003721</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:17114</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:17114</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17114</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:17114"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep – geloofwaardigheidsbeoordeling – Jordanië – ongegrond – eerwraak - geen pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.25220</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-06-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4922</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1037</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1037</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1037"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Middel 1 klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van witwassen ten aanzien van twee geldbedragen en faalt. Middel 2 klaagt over de motivering van de verbeurdverklaring van een geldtelmachine en een notitie en de onttrekking aan het verkeer van een jammer, een cryptotelefoon en ketamine. Dit middel slaagt. Middel 3 klaagt terecht over overschrijding van de redelijke inzendtermijn in cassatie. Ook is de redelijke termijn in cassatie ambtshalve overschreden. De conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging, terugwijzing voor een nieuwe behandeling van de beslissingen over de inbeslaggenomen voorwerpen en vermindering van de opgelegde straf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02525</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31635</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31635</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31635"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling medeplegen, drugslab, MDMA, onvoorwaardelijke gevangenisstraf 4 jaar. Geen voorwaardelijk deel vanwege V.I.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09-175922-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.H.M. Smelt, Mr. Y.J. Wijnnobel-Van Erp, mr. I. Jadib</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31552"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie. Eerlijk proces, onverwijlde kennisgeving, screeningsprocedure, lichter middel, huidige capaciteit van de asielgrensprocedure, ambtshalve toetsing. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.58365</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4912"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie (EU) binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.000182</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:28116</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:28116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:28116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:28116"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenrecht regulier; intrekking verblijfsvergunning 'studie'; intrekking vergunning niet ter discussie; verweerder wordt erin gevolgd dat hij eiser een terugkeerbesluit op kon leggen; niet gebleken dat eiser een verblijfsvergunning of andere toestemming van verblijf heeft in Portugal in de zin van het Terugkeerhandboek (zie ook ECLI:NL:RVS:2025:1075); beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet; van een individuele evenredigheidstoets op grond van art. 21 Verordening (EU) 2018/1861 geen sprake, nu verweerder dwingendrechtelijk moet signaleren in SIS; geen sprake van schending hoorplicht; beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.49767</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. de Wit</contributor><issued>2026-09-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4912</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3264</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3264</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3264"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001307</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:24571</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24571</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:24571"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/1114</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. de Wit</contributor><issued>2026-09-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4929</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4929"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Op 25 juni 2025 heeft het COA appellant aangezegd dat het zijn weigering de aangeboden woning te aanvaarden onterecht acht en dat zijn verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 van rechtswege eindigen indien hij de woning niet binnen 24 uur accepteert.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002307</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:24571</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14850</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14850</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14850"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van diefstal met geweld. Hij heeft in een woonwijk een bejaard slachtoffer van haar sieraden bestolen. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/079588-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.F. Smulders, mr. J.L. Luiten, mr. M.S. Polet</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1039</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1039</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1039"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Uitvoer 65,65 kg MDMA na pseudokoop. 1. Hoofdelijke verbondenheid nav verbeurdverklaring. 2. Overschrijding inzendtermijn. Conclusie strekt tot vermindering van de gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02956</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:18519</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18519</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:18519"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel- en Migratiepact, vreemdelingenbewaring, 59b, kennisgeving bij opleggen maatregel kan niet worden ingetrokken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL 26.35195</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.H. van Marle</contributor><issued>2026-07-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4920</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4920"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003468</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:18519</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4919</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4919</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4919"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 24 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.000189</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:28118</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:28118</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:28118</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:28118"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenrecht regulier; intrekking verblijfsvergunning 'studie'; intrekking vergunning niet ter discussie; verweerder wordt erin gevolgd dat hij eiser een terugkeerbesluit op kon leggen; niet gebleken dat eiser een verblijfsvergunning of andere toestemming van verblijf heeft in Portugal in de zin van het Terugkeerhandboek (zie ook ECLI:NL:RVS:2025:1075); beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet; van een individuele evenredigheidstoets op grond van art. 21 Verordening (EU) 2018/1861 geen sprake, nu verweerder dwingendrechtelijk moet signaleren in SIS; geen sprake van schending hoorplicht; beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.7972</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M. de Wit</contributor><issued>2026-09-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4919</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21822"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Maatregel van vreemdelingenbewaring 59a Vw. De niet bestreden gronden zijn voldoende om de maatregel te dragen. De minister heeft aanleiding hoeven zien voor de toepassing van een lichter middel en ook is niet gebleken van detentieongeschiktheid. Ambtshalve toetsing leidt niet tot een ander oordeel. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.41662</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P. van Eerde</contributor><issued>2026-08-12</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:4907</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4907"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004151</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:21822</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31649</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31649</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31649"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel - Jemen - Aden - ongegrond - relatief hoger niveau van willekeurig geweld - verwijzing naar uitspraak van 10 augustus 2026 - eiser is er niet in geslaagd om op basis van individuele omstandigheden aannemelijk te maken waarom juist hij specifiek een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van de hoge mate van willekeurig geweld ten opzichte van anderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.25272</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3262"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.002561</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5138</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5138</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5138"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen jongeren die buiten schooltijden gebruik maken van het schoolplein van het Schreuder College aan De Villeneuvestraat 24 in Rotterdam afgewezen. In het besluit van 17 mei 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en het handhavingsverzoek opnieuw in behandeling genomen. Het college heeft het verzoek in het besluit van 30 oktober 2023 alsnog afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501096/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5072</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5072</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5072"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 november 2023 heeft de burgemeester de door [wederpartij] aangevraagde exploitatievergunning geweigerd. Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de burgemeester het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 8 oktober 2025 heeft de rechtbank voor zover van belang het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 4 juli 2024 vernietigd, het besluit van 15 november 2023 herroepen, de door [wederpartij] op 10 juli 2023 aangevraagde exploitatievergunning geweigerd en bepaald dat die uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505736/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5324</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5324</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5324"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5165</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-08-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:4222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:4222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:4222"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">MK. Intrekking van asielvergunning vanwege openbare orde. De staatssecretaris heeft ten onrechte nagelaten of er (achteraf bezien) op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel nog een andere grond voor verlening als bedoeld in artikel 29 Vw 2000 van toepassing was, terwijl eiser dat wel aan de orde had gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL23.3822</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Sijens, A. Nieuwenhuis, J. Boerlage-van den Bosch</contributor><issued>2024-03-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5057</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5057</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5057</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5057"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 11 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan betrokkene verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402538/1/V3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:4222</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3443</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3443</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3443"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 13 mei 2024 van de rechtbank Oost­-Brabant. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de gebruikswijziging geen negatieve gevolgen heeft voor de bestaande bedrijfsvoering van [appellante]. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, maakt de omgevingsvergunning alleen een wijziging van het gebruik van een bedrijfswoning naar een burgerwoning mogelijk. De woning wordt niet gewijzigd of uitgebreid en daarom moet op de plek van de woning nog steeds aan de geluidsnormen in het Activiteitenbesluit worden voldaan. In de aan het besluit van 5 juli 2023 ten grondslag liggende ruimtelijke onderbouwing is beschreven dat de omschakeling naar een burgerwoning geen extra geluidsgevoelige functie oplevert.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202404427/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31651</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31651</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31651"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel - Somalië - ongegrond - geloofwaardigheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.6145</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10456</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10456</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10456"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing vorderingen tot terugbetaling van betaalde bedragen. Geen sprake van tekortkoming of druk vanuit gedaagde. Toewijzing van rente en buitengerechtelijke kosten vanwege een betaling die pas na dagvaarding is verricht. Afwijzing beroep op verrekening van gedaagde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/772141 / HA ZA 25-1264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6952</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6952</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6952"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsbeslissing niet-ontvankelijk. Misbruik van wrakingsmiddel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: W200.375.234</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10214</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10214</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10214"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Een leerling van het Fons Vitae Lyceum hoeft niet te worden toegelaten tot havo 2.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/794028 / KG ZA 26-826 LV/GR</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3390"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 5 december 2024 van de rechtbank Oost-­Brabant waarbij de rechtbank de beroepen van [appellant] tegen de besluiten van 26 september 2023 ongegrond heeft verklaard. [appellant] is getrouwd met [partner]. Zij is daarmee toeslagpartner van [appellant]. Op 18 januari 2023 en 21 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen van de inspecteur van de Belastingdienst de inkomens- vermogensgegevens van [appellant] vanuit de Basisregistratie Inkomen (BRI) gekregen over 2020 en 2021. Het gezamenlijk toetsingsinkomen is € 35.171,00 over 2020 en is € 35.513,00 over 2021. [appellant] is getrouwd met [partner]. Zij is daarmee toeslagpartner van [appellant]. Op 18 januari 2023 en 21 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen van de inspecteur van de Belastingdienst de inkomens- vermogensgegevens van [appellant] vanuit de Basisregistratie Inkomen (BRI) gekregen over 2020 en 2021. Het gezamenlijk toetsingsinkomen is € 35.171,00 over 2020 en is € 35.513,00 over 2021.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202500242/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6415</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6415</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6415"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil over koop woning, gebreken, normaal gebruik als woonhuis, Haviltex, aanstellen deskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/343846 / HA ZA 26-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.B De Hek</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30984"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Scheiding met nevenvoorzieningen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/687229 / FA RK 25-4657</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Brakel</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7457</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7457</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7457"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenveroordeling. Geen bijzondere omstandigheden voor daadwerkelijke proceskostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/604154 / HA ZA 25-619</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.A. Schuman</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14853</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14853</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14853"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak van poging tot doodslag (feit 1 primair), openlijke geweldpleging (feit 1 subsidiair) en diefstal met geweld (feit 2).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-272376-19, TUL: 05-003058-19 en 10-104135-15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.F. Smulders, mr. R.P.W. van de Meerakker, mr. E.M. Moison</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6413"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis. Uitlaten curator.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/344554 / HA ZA 26-42</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.N. Bartels</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11011"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht, accijns en omzetbelasting over rooktabak en sigaretten meegenomen via Schiphol, groene kanaal. Vrijstelling. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 2966</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.M.C. Schipper</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6412"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verstek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351221 / HA ZA 26-329</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van Diggele</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5603</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5603</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5603"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000697</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:17644</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:17644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:17644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:17644"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel beroep niet tijdig beslissen, digitaal ingediende ingebrekestelling geldig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.28982</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.H. van Marle</contributor><issued>2025-09-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5603</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10556</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10556</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10556"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Procesafspraken; handel in cocaïne en witwassen. Gevangenisstraf 40 maanden met aftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-336446-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Vaandrager, mr. M. Wiewel, mr. G.J.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3044"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat eiseres - die een natuurijsbaan exploiteert - belastingplichtige is voor de OZB. Voor het perceel waar het om gaat is echter de vrijstelling voor cultuurgrond van toepassing. De aanslagen OZB worden verminderd tot nihil.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/2886, LEE 26/2175, LEE 26/2177, LEE 26/2178 en LEE 26/2179</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Praamstra</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30973</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30973</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30973"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezag en omgang. Gezamenlijk gezag toegewezen, beslissing definitieve zorgregeling aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/697738 / FA RK 26-389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.S. Perniciaro</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5612</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5612</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5612"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001936</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:21241</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:21241</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:21241</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:21241"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT; asiel; ingebrekestelling via verkeerd mailadres ingediend; geen geldige ingebrekestelling; niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.37256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-11-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5612</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31653</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31653</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31653"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38295</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6408</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6408</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6408"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Goedkeuring van een afwijkend huurbeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12383140 \ EJ VERZ 26-300</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.F. van Aalst</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6409"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verwijzingsvonnis naar de rechtbank Noord-Nederland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/343881 / HA ZA 26-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.N. Bartels</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5730"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 7 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004519</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:23567</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:23567</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23567</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:23567"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie. Gezien artikel 54 lid 4 Procedureverordening wordt grensbewakingsbelang juridisch gezien niet prijsgegeven met lichter middel. Unierecht biedt lidstaten ruimte voor eigen afwegingen. Grensdetentie moet niet, maar mag wel mits in overeenstemming met (herziene) Opvangrichtlijn en arrest F.M.S.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26.45031</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.T.C. Wijsman</contributor><issued>2026-08-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5730</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5723</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5723</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5723"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 18 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004693</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8101</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8101</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8101"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo, kennelijk ongegrond, college heeft begunstigingstermijn in redelijkheid niet verder verlengd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/5309</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4611</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4611</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4611"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 17 Wet WOZ. Waardering agrarisch object. De onroerende zaak is terecht als niet-woning gewaardeerd (art. 220a lid 2 Gemeentewet). De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde aannemelijk gemaakt a.d.h.v. de taxatiewijzer. Belanghebbende heeft de aardbevingsschade niet aannmelijk gemaakt. De waarde moet bovendien elk jaar opnieuw worden vastgesteld. De gemiddelde prijsstijging in de gemeente en de WOZ-waarde van het voorgaande belastingjaar zijn niet relevant.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.Y.B. Jansen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30992</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30992</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30992"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Scheiding met nevenvoorzieningen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711138 / FA RK 26-8504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Brakel</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5818</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5818</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5818"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 2 januari 2025 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag om appellant een faciliterend visum te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003091</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:13615</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:13615</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:13615</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:13615"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">afwijzing aanvraag faciliterend visum</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.39735</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.J. Tijselink</contributor><issued>2026-05-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5818</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6406</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6406</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6406"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deze zaak gaat over een schenking vóór faillissement door een gefailleerde van een 50%-deel van de eigendom van een woning aan zijn kinderen. De stelling van de curator is dat deze schenking paulianeus was en dus door hem buitengerechtelijk kon worden vernietigd. De gefailleerde betwist dat sprake was van een onverplichte rechtshandeling en evenzeer dat hij wist of behoorde te weten dat sprake was van benadeling van schuldeisers. De rechtbank oordeelt dat aan de vereisten van artikel 42 Fw is voldaan. Voor recht wordt verklaard dat de curator rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/339575 / HA ZA 25-355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. van Diggele</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5768"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 29 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.004581</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6419</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6419</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6419"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 23-jarige man tot een gevangenisstraf van 28 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De verdachte is schuldig bevonden aan het voorhanden hebben van een automatisch vuurwapen en bijbehorende munitie. Verdachte heeft zich bij zijn aanhouding ook schuldig gemaakt aan wederspannigheid en belediging van verschillende politieambtenaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08-177703-26(P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.H. Heijink, mr. P.A.M. Miltenburg, mr. drs. R.G.J. Gehring</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5736</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5736</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5736"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.26.003813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:17650</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:17650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:17650"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij familieleven uitoefent met haar zoon in de zin van artikel 8 van het EVRM en daarom moet worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. Daarnaast stelt eiseres zich op het standpunt dat zij dient te worden vrijgesteld van het mvv-vereiste, omdat zij valt onder de reikwijdte van het Turks Associatierecht . Verder doet eiseres een beroep op het gelijkheidsbeginsel en schrijnende omstandigheden. De rechtbank komt tot de conclusie dat de minister de aanvraag van eiseres heeft mogen afwijzen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.29278 en NL24.26847</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.A.R. Bleijendaal</contributor><issued>2026-06-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5736</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2025:2175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:2175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2025:2175"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Woonzorgcentrum: dient de onroerende zaak in hoofdzaak tot woning (OZB woning- of niet-woningtarief)?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/2025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.R. van der Heide</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10461</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10461</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10461"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak. Vernietiging ontslag op staande voet. Wel ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding). Toekenning transitievergoeding en billijke vergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12337803 \ EA VERZ 26-948</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31654</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31654</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31654"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel + 8 EVRM. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.36906</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:15755</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:15755</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:15755"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt, Syrië, besluitmoratorium, igs prematuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.32324</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-08-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5831</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14341"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kredietverstrekker vordert van consument terugbetaling van de volledige lening en rente op grond van een consumentenkredietovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de kredietverstrekker niet heeft voldaan aan de informatieplicht zoals bedoeld in artikel 7:60 BW en vernietigt de kredietovereenkomst. Een deel van de vordering wordt toegewezen op grond van onverschuldigde betaling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/11991422</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5831</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5831</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5831"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504731/1/V2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:15755</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14343</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14343</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14343"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De huurder van een perceel grond met daarop een zomerhuis in een natuurgebied in Noord-Holland vordert medewerking van de verhuurder om het zomerhuis te verkopen voor een prijs gelijk aan de WOZ-waarde, en dat hij het zomerhuis mag blijven verhuren tot de verkoop. De kantonrechter wijst vorderingen af. De verhuurder handelt niet onrechtmatig door zich te beroepen op de verkoopregeling in de huurovereenkomst. De verhuurder handelt evenmin in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/12049642</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31081"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMBV Spanje. Asielaanvragen van voor 12 juni 2026. De verantwoordelijke lidstaat wordt bepaald aan de hand van de in de Dublinverordening neergelegde criteria. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.38309_55109</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. Weeda</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31083</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31083</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31083"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMBV Spanje. Asielaanvragen van voor 12 juni 2026. De verantwoordelijke lidstaat wordt bepaald aan de hand van de in de Dublinverordening neergelegde criteria. Belang van de kinderen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.51922_51925</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. Weeda</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6352</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6352</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6352"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingswet; verlening van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een carport met zonnepanelen; buitenplanse omgevingsplanactiviteit; ETFAL. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de omgevingsvergunning mocht verlenen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/3361</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.H.M. Hesseling</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31508"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van 59.1.a. Voldoende voortvarend en zicht op uitzetting naar Mozambique. Eiser zelf niets ondernomen om identiteit en nationaliteit aan te tonen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.61306</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.P. van Eerde</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31511"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen afwijzing asielaanvraag. De minister heeft de problemen van eiser vanwege zijn politieke activiteiten terecht ongeloofwaardig bevonden. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.13240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. Weeda</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:11147</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11147</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:11147"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Incident. Inzagevorderingex artikel 195 Rv. In dit geval geen noodzaak om hier eerst en vooraf op te beslissen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/777363 / HA ZA 25-1609</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31593</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31593</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31593"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen afwijzing asielaanvraag. De ontstane problemen na de inval van de autoriteiten in de woning van eiser en de gedwongen rekrutering zijn ongeloofwaardig. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.44251</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M. Weeda</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30777"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Echtscheiding met nevenvoorzieningen; overeenstemming</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/688259 FA RK 25-5215</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.G. Meeder</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4378"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Woonzorgcentrum. Artikel 220a, lid 2 van de Gemeentewet. De rechtbank maakt uit de foto’s in het dossier op dat de beleefhoeken bestemd en geschikt zijn gemaakt om te kunnen schilderen, muziek te maken of te bewegen. Daarmee zijn deze ruimtes dus bestemd en geschikt om voor bepaalde aspecten van menselijke bewoning te dienen. De rechtbank is van oordeel dat meer dan 70% van de onroerende zaak dient tot woning dan wel volledig dienstbaar is aan woondoeleinden. Beroepen gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/253</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A. Heidekamp</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31656</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31656</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31656"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel - statushouders Griekenland - kwetsbaarheid – zelfredzaamheid – beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.53697, NL26.53699, NL26.53701 en NL26.53703</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14866"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte wordt vrijgesproken van schuldheling. Hij wordt veroordeeld voor (het medeplegen van) meerdere (gekwalificeerde) diefstallen. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 8 maanden. De vorderingen van de benadeelde partijen worden gedeeltelijk toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/041999-25 en 10/276062-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Bouter, mr. E. Boersma, mr. A.P. Hameete</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8050</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8050</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8050"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Relatieve bevoegdheid rechtbank. Ontvankelijkheid beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2922</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Tikken</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31010</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31010</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31010"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">vervangende toestemming vakantie Spanje</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/711693 / FA RK 26-8847</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C. van Hees</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10590"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Booking krijgt vervangende toestemming op grond van artikel 27 Wet op de Ondernemingsraden. Zij mag aan haar werknemers de verplichting opleggen om ten minste 40% van hun werktijd op kantoor door te brengen. De kantonrechter oordeelt dat Booking een redelijk belang heeft bij die verplichting, nu aannemelijk is dat het elkaar ontmoeten op kantoor bij kan dragen aan het bevorderen van onderlinge verbinding, opleiding en ontwikkeling en effectieve samenwerking tussen teams en teamleden onderling. De door de OR naar voren gebrachte argumenten om haar instemming aan die verplichtstelling te onthouden zien o.a. op de negatieve invloed van de verandering op de werknemers, bijvoorbeeld doordat zij tijd en geld kwijt zijn aan het reizen en die 40% verplichting een negatieve impact op hun verzorgende verantwoordelijkheden of gezondheid zou hebben, en er te weinig werkplekken zijn op piekdagen in het Booking gebouw. Ook rekening houdend met de argumenten van de OR kan Booking in redelijkheid de voorgestelde beleidswijziging van aanmoediging naar verplichtstelling van 40% aanwezigheid doorvoeren. De beslissing van de OR haar instemming aan dat voorgenomen beleid te onthouden is daarom onredelijk, oordeelt de kantonrechter.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12299378 EA VERZ 26-809</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3116"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Witwassen vermogensbestanddelen. Strafmaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-003177-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3117</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3117</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3117"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Witwassen vermogensbestanddelen. Strafmaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-003178-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31657</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31657</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31657"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vovo – afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.53698, NL26.53700, NL26.53702 en NL26.53704</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31026</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31026</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31026"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712730 / FA RK 26-9485</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. de Kleine-Jansen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7596</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7596</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7596"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing machtiging openen bankrekening met credit card met beperkt kapitaal buiten bewind. Deel vermogen uitsluiten van bewind met risico onvoorspelbare extra inkomsten en onvoorspelbare extra schulden (van invloed op financiële huishouding betrokkene) niet werkbaar voor bewindvoerder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:0000210300:B001</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6268</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6268</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6268"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag verontreinigingsheffing bedrijfsruimte voor zogenoemd Collectief behandelingssysteem afvalwater (CBA). Ongegrond beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/1900</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7607</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7607</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7607"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Betrokkene vraagt om het instellen van een bewind. Uit de stukken blijkt dat betrokkene als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2621029:IVB</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31660</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31660</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31660"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afschaffing asielvergunning voor onbepaalde tijd. Uitvoeringswet Asiel- en Migratiepact. Ontbreken overgangsregeling. Door het toetsingsverbod kan de rechtbank niet toetsen aan het rechtszekerheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL 26 40528</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8063</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8063</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8063"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wettelijke handelsrente: geen voor bezwaar en beroep vatbare beslissing, terecht niet-ontvankelijk, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3487</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.J. Zippelius</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31661"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt ingetrokken – verzoek om pkv – toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.45950</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31658</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31658</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31658"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening. Tijdelijke bescherming. Verweerder verzet zich niet. Verzoek toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL 26 55333</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6270</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6270</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6270"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afgewezen aanvraag van eiser om in aanmerking te komen voor een eenmalig bedrag van € 5.000,- op grond van het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst. Hij is het daar niet mee eens omdat in zijn situatie sprake is van omstandigheden waar geen rekening mee is gehouden. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de SVB de aanvraag terecht heeft afgewezen, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 24/4011</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.T. de Kwaasteniet</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10591</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10591</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10591"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor medeplegen poging zware mishandeling, diefstal met geweld en openlijke geweldpleging tegen personen. Aan verdachte wordt een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf opgelegd. Aan de voorwaardelijke straf worden bijzondere voorwaarden verbonden. Gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/189254-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.A. Sipkens, mr. H.J. Bos, mr. P.B. Spaargaren</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10352</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10352</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10352"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">VOTS en spoed UHP toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/452737 / JE RK 26-1701</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1410</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1410</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1410"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het beroepschrift is niet tijdig ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1320 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6269</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6269</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6269"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting; ongegrond beroep op overmacht. Eiseres stelt dat daar wel sprak van was. Onder andere omdat haar pasgeboren dochter na haar slaapje herhaaldelijk moest braken en haar kleding was vies geworden van ontlasting. Ook voelde zij warm aan. De rechtbank is van oordeel dat wat eiseres heeft aanvoert, (ook) door het ontbreken van een nadere (medische) onderbouwing, is niet aan te merken als een (plotseling levensbedreigende) overmacht situatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/1902</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:15793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:15793"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zeden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht, seksueel binnendringen van het lichaam. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd 3 jaren met daaraan gekoppeld enkele (bijzondere) voorwaarden. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/254957-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. Hameete, mr. N.M. Ketelaar, mr. J. Langeveld</contributor><issued>2026-06-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10613</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10613</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10613"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank Amsterdam oordeelt dat de voormalige manager en advocaat van een rapper hun zorgplicht niet hebben geschonden. De rapper kan niet aantonen dat zij onrechtmatig hebben gehandeld en hij heeft daarom ook geen recht op de geclaimde schadevergoeding. Omdat hij in het ongelijk is gesteld, moet hij de proceskosten betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/777363 / HA ZA 25-1609</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14871</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14871</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14871"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening afwijzen. Moratorium. Onvoldoende aannemelijk dat de lopende huurtermijnen kunnen en zullen worden voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616023:R-RK - NL:TZ:2616024:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6470</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6470</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6470"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlening ondertoezichtstelling voor een jaar en machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden. Er is spanning tussen de ouders en zij hebben persoonlijke problematiek. Er moeten nog stappen worden gezet in de (betrokken) hulpverlening. De minderjarige lijdt hieronder. Vanwege de persoonlijke problematiek bij de ouders is de uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350886 / JE RK 26-1378</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Couperus-van Kooten</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1377"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep. Vergoeding wettelijke rente. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1139 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6471"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gedeeltelijke gezagsuitoefening door GI voor aanmelding onderwijsinstelling speciaal voortgezet onderwijs. De aanmelding is rond met handtekening ouder op aanmeldformulier. Ook zonder toestemming ouder aan school voor opvragen informatie. Art. 1:265e BW. Verzoek GI afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351433 / JE RK 26-1499</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Vodegel</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1781</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1781</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1781"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV; afwijzing verzoek ambtshalve vermindering; termijnoverschrijding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3562</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31034"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking aansluitende zorgmachtiging, art. 6:4 wvggz</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712372 / FA RK 26-9270</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M.C. Limbeek</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6496</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6496</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6496"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gedaagden huren een bedrijfsruimte van verhuurder Er is een huurachterstand van bijna acht maanden. verhuurder vordert o.a. ontruiming en betaling van de huurachterstanden. De kantonrechter wijst de vorderingen toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12372462 \ CV EXPL 26-2984</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Marsman</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:3144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:3144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:3144"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Volgt</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-090963-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.J. Bosker, mr. S. Zwarts, mr. H.J. Schuth</contributor><issued>2023-07-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 312</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:3353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:3353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:3353"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurovereenkomst tot stand gekomen. Niet rechtsgeldig opgezegd. Artikel 160 lid 1 Gemeentewet. Artikel 6:23 BW: beletten vervulling voorwaarde. Redelijkheid en billijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11125847 \ VV EXPL 24-27</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.P. van Gastel</contributor><issued>2024-08-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2021:4265</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:4265</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2021:4265"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot een gevangenisstraf wegens een tweetal bedreigingen en belaging. De rechtbank komt tot oplegging van de maatregel terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-009436-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.W. Janssen, M.S. van der Kuijl, H.J. Schuth</contributor><issued>2021-10-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 285</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 285b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:4046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:4046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:4046"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Het wrakingsverzoek richt zich op de procesbeslissing van de behandeld rechter om de procedure niet aan te houden of te schorsen. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van een procesbeslissing (ECLI:NL:HR:2018:1413).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/18/226372/ KG RK 23-292</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Brinksma, H.J. Idzenga, S.T. Kooistra</contributor><issued>2023-10-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1372</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1372</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1372"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak. Beëindiging WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De Raad ziet aanleiding om aan te sluiten bij de inzichtelijk gemotiveerde conclusies van de door appellante overgelegde informatie en FML van een verzekeringsarts en draagt het Uwv op om uitgaande van deze FML een arbeidskundige beoordeling te verrichten en te beoordelen of deze beoordeling gevolgen heeft voor het bestreden besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1559 WIA-T</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6267"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afvalstoffenheffing. Stortingen in ondergronds container (Diftar). Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat te laat bezwaar is gemaakt en er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de afvalpas in totaal 349 keer is gebruikt in 2024. Het standpunt van eiser dat hij de afvalpas hooguit 4 á 5 keer heeft gebruikt slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/3486</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7517</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7517</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7517"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Samenwerking. Autodealer. Meerwaarderegeling in samenhang met geldlening en hoge rente. Mondelinge afspraak naast schriftelijk vastgelegde afspraak. Vervreemding aan familie of gelieerde entiteit telt niet mee.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 410665 / HA ZA 24-723</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.S. Frakes</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7515</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7515</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7515"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deze zaak betreft een schadestaatprocedure, dat wil zeggen: een procedure die enkel gaat over de vaststelling van de omvang van de schade die het gevolg is van het handelen of nalaten van een ander. Hoewel met het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch vaststaat dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de scheepswerf en de gemeente voor de hierdoor ontstane schade aansprakelijk is, is het causaal verband tussen het onrechtmatig handelen van de gemeente en de gevorderde schade niet komen vast te staan. Niet is namelijk komen vast te staan dat de scheepswerf orders van VRC is misgelopen door het handelen van de gemeente. De rechtbank zal daarom alle vorderingen van de curator afwijzen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 411532 / HA ZA 25-31</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.G. van Ommeren, mr. L. van 't Hof, mr. drs. G. Boonzaaijer</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7520</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7520</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7520"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vervolg op vonnis van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:6439. Onduidelijkheid of tegenstrijdigheid in documenten aanbesteding. Aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid. Akte voor uitlating.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 406946 / HA ZA 24-474</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.S. Frakes</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7526</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7526</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7526"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">koop-/aanneming, recreatiewoning, parkvoorzieningen, permanente bewoning</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/414138 / HA ZA 25-225</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.S. Frakes</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1389"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1295 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6511"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Rechtbank verklaart verzet ongegrond nadat advocaat van opposant zich als zodanig heeft onttrokken en opposant zelf kenbaar heeft gemaakt het verzetschrift te willen intrekken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 352274 FT RK 290/26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2022:4745</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:4745</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2022:4745"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-12-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt verdachte voor het tezamen en in vereniging op gewelddadige wijze overvallen van een woning in de voor de nachtrust bestemde uren, het plegen van een diefstal in vereniging door middel van een valse sleutel en diefstal, tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-311296-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. T.M.L. Veen, mr. A.L.J.M.A. Janssens, mr. drs. J.V. Nolta</contributor><issued>2022-12-15</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 63</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 310</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 311</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 312</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8068</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8068</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8068"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">omgevingsvergunning appartementengebouw met 30 huurwoningen;beroep ongegrond; wabo; goede ruimtelijke ordening; omvang en volume, parkeren en verkeer, belangen (privacy) en alternatieven</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/2520</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1397"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3242 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14872"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verlening schone lei. Schuldenares heeft nieuwe schulden gemaakt. Deze tekortkoming blijft buiten beschouwing, gelet op de bijzondere aard dan wel geringe betekenis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: FT RK 24-1471</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 354</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2025:2688</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:2688</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2025:2688"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het mishandelen van twee vrouwen door hen heimelijk te drogeren. Terwijl de slachtoffers als gevolg daarvan in verminderde toestand van bewustzijn waren, heeft verdachte met het ene slachtoffer ontucht gepleegd en het andere slachtoffer met zijn penis vaginaal gepenetreerd. Gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaren en bijzondere voorwaarden, waaronder een behandelverlplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18/150500-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R. Baluah, C. Brouwer, A.S. Venema-Dietvorst</contributor><issued>2025-07-08</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 63</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 243</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 247</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 301</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6212</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6212</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6212"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08-079158-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. de Ruiter, mr. I.E. Voorberg, mr. J.G.M. Fluttert</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2022:4997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:4997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2022:4997"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoekschrift ex artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering. De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel omdat naar het oordeel van de rechtbank niet tegelijkertijd met de einduitspraak een straf of maatregel opgelegd. Gelet op - onder andere - het onderzoek naar de persoon van verzoeker en het mogelijke traject van een zorgmachtiging zijn er geen gronden van billijkheid voor het toekennen van schadevergoeding. Ondanks het afwijzen van het verzoek kent de rechtbank de kosten toe voor het indienen en de mondelinge behandeling van het verzoekschrift.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18/160860-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Sieders, G. Eelsing, E.P. van Sloten</contributor><issued>2023-01-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2022:5360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:5360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2022:5360"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-12-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Cybercrime. Onderzoek Bloempot. Medeplegen van computervredebreuk, diefstal met valse sleutels, oplichting en het voorhanden hebben en verkopen van gegevens die bestemd waren om dergelijke delicten te plegen. Verschillende werkwijzen. De eerste werkwijze bestond uit het bemachtigen van inloggegevens van telefoonaanbieders, waarna via het klantensysteem zogenaamde simswaps werden uitgevoerd met als doel om in diverse accounts van particulieren te komen. Een andere werkwijze bestond uit het zich tegenover particulieren voordoen als bankmedewerker om toegangscodes te verkrijgen, waarna toegang tot de bankomgeving van diverse personen werd verkregen. Ook heeft verdachte zich beziggehouden met het versturen van phishing e-mails en sms-jes uit naam van de Belastingdienst, incassobureaus of deurwaarders, waarna soms ook telefonisch contact plaatsvond. De hierbij weggenomen geldbedragen werden in meerdere gevallen gebruikt om verschillende cryptovaluta aan te schaffen. De cryptovaluta die verdachte ten tijde van zijn aanhouding nog in zijn wallet had, heeft hij, terwijl hij zich in beperkingen in een justitiële jeugdinrichting (hierna: JJI) bevond, met anderen naar een andere wallet overgeboekt om deze buiten het bereik van politie en justitie te houden. Hiermee heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan witwassen. Verder veroordeling voor oplichting waarbij een telefoonabonnement werd afgesloten, met zeer hoge ongewilde kosten tot gevolg en overtreding van de Wet wapens en munitie door een wapen voorhanden te hebben. Geen toepassing jeugdstrafrecht. Oplegging van een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 24 maanden voorwaardelijk met oplegging van bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.194702.21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Eelsing, mr. O.J. Bosker, mr. M.A.A. van Capelle</contributor><issued>2023-02-08</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 63</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 138ab</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 234</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 311</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 326</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 420bis</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:4840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:4840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:4840"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft een verzoek op grond van artikel 12 en 15 eerste lid van de Algemene Verordening Gegevensbescherming expliciet aan de commissie bezwaarschriften van Het Hogeland gericht en niet aan het college van burgemeester en wethouders van die gemeente. Het college heeft toch een besluit op het verzoek genomen. Zowel het college als - op latere datum - de commissie hebben een besluit op het bezwaar van eiseres genomen. Over het besluit op bezwaar genomen door het college heeft de rechtbank geoordeeld dat het beroep gegrond is. Dit besluit op bezwaar is vernietigd wegens strijd met artikel 15 van de AVG, gelezen in samenhang met artikel 7:11, eerste lid, van de Awb. Het college hoeft geen nieuw besluit op het bezwaar tegen het primaire besluit van 16 juli 2021 meer te nemen, omdat het bevoegde bestuursorgaan, de commissie, daartoe bij uitsluiting van het college bevoegd was. Daartoe is overwogen dat de rechtbank de commissie als een adviescommissie zoals bedoeld in artikel 7:13 van de Awb kwalificeert. Gelet op de zelfstandige positie van de commissie bij de verwerking van persoonsgegevens is de rechtbank van oordeel dat de commissie zelf het orgaan is dat het doel en de middelen van die verwerkingen vaststelt, als bedoeld in de AVG. Het college had daarom geen besluit op het bezwaar behoren te nemen. Over het besluit op bezwaar genomen door de commissie heeft de rechtbank geoordeeld dat het beroep ongegrond is. Overwogen is dat de rechtbank niet is gebleken van verwerkingen ten behoeve van geautomatiseerde besluitvorming en profilering. Daarom hoefde de commissie niet te communiceren over dat onderwerp. De commissie heeft op pagina 2 en pagina 3 van het bestreden besluit informatie verschaft in beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm. Die informatie is in duidelijke en eenvoudige taal opgesteld. De rechtbank vindt hiervoor steun in richtsnoer 01/2022 van de European Data Protection Board (EDPB). Weliswaar heeft de commissie in het bestreden besluit geen informatie verstrekt over de twee onderwerpen, maar aannemelijk is dat eiseres daardoor niet is benadeeld. Uit de dossierstukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat bij eiseres genoegzaam bekend is dat zij recht heeft op wijziging, verwijdering, beperking of bezwaar en dat zij het recht heeft om een klacht in te dienen bij de toezichthouder, terwijl het aanwenden van die rechten niet is gebonden aan fatale termijnen. Daarom passeert de rechtbank het gebrek, bestaande uit het niet-verstrekken van informatie daarover op grond van artikel 6:22 van de Awb.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/115 en LEE 22/938</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig, Schadevergoedingsuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.G. Wijtsma, A.W.C.M. van Emmerik, J.L. Boxum</contributor><issued>2023-12-08</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2025:3844</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1777"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak. Een toezichthouder heeft geconcludeerd dat voor het reclameframe en reclamebord van [eiseres] geen omgevingsvergunning is verleend en dat het aannemelijk/begrijpelijk is dat er sprake is van lichtoverlast daarvan. Voor wat betreft de lichtoverlast is de conclusie gebaseerd op foto’s die zijn aangeleverd door [de omwonende]. In deze einduitspraak beoordeelt de rechtbank het herstelbesluit dat is genomen ter uitvoering van de tussenuitspraak. Ten aanzien van het herstelbesluit van 19 januari 2024 is de rechtbank van oordeel dat het beroep ongegrond is. Zij is van oordeel dat het college het gebrek heeft hersteld dat in de tussenuitspraak is geconstateerd. Ten aanzien van het ingetrokken besluit op bezwaar van 26 juli 2022 is de rechtbank van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat [eiseres] daar geen belang meer bij heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/3253</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.W.C.M. van Emmerik</contributor><issued>2024-05-08</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:5224</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:5064</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:5064</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:5064"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft een verzoek op grond van artikel 12 en 15 eerste lid van de Algemene Verordening Gegevensbescherming gedaan. Over het besluit op bezwaar genomen door het college heeft de rechtbank geoordeeld dat het beroep gegrond is. Niet is gebleken dat het college inzage heeft gegeven in alle relevante verwerkingen van persoonsgegevens. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet het overzicht dat door het college is verstrekt niet aan de daaraan te stellen eisen. Die informatie is niet transparant, niet begrijpelijk en evenmin gemakkelijk toegankelijk. Zonder nadere uitleg valt daaruit niet op te maken van wie, hoe en aan wie gegevens zijn verstrekt en wat de grondslag en het doel van de verwerking was. Als gevolg daarvan is het voor eiseres niet mogelijk om het recht van rectificatie of vergetelheid effectief te gebruiken. Met het inzagerecht is immers beoogd om eiseres in staat te stellen zich van de verwerking op de hoogte te stellen en de rechtmatigheid daarvan te controleren. Zij vindt hiervoor steun in richtsnoer 01/2022 van de European Data Protection Board (EDPB). De bewaartermijn voor de gegevens is zowel onvoldoende bepaald als onvoldoende duidelijk. De rechtbank zal het college opdragen om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, met inachtneming van deze uitspraak, waaronder de aanwijzingen opgenomen in rechtsoverwegingen 10.1. en 10.2. (artikel 8:72, vierde lid, van de Awb).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/940</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig, Schadevergoedingsuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.G. Wijtsma, A.W.C.M. van Emmerik, J.L. Boxum</contributor><issued>2023-12-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10592"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor wederspannigheid met letsel tot gevolg. Verdachte wordt verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd. Aan hem is een gevangenisstraf opgelegd van twee weken met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/139700-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.A. Sipkens, mr. H.J. Bos, mr. P.B. Spaargaren</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10344</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10344</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10344"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">VOTS en spoed UHP toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/452746 / JE RK 26-1703</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8088</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8088</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8088"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het UWV heeft besluiten tot herziening, terugvordering en invordering van de door eiser ontvangen toeslag op zijn WIA-uitkering genomen. In geschil is of sprake is van een dringende reden om geheel of gedeeltelijk van herziening of terugvordering af te zien. De rechtbank is van oordeel dat het UWV alle feiten en omstandigheden die relevant zijn bij de beoordeling van de oorzaak en de gevolgen van de terugvordering voldoende heeft meegewogen. Het UWV heeft in de oorzaak noch de gevolgen van de terugvordering aanleiding hoeven zien om de terugvordering verder te matigen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/3368</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J. van Lee</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10366</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10366</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10366"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing VOTS</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/452748 / JE RK 26-1704</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3131</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3131</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3131"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor ontucht met minderjarige stiefdochter. Onvoldoende steunbewijs voor de verklaring van de aangeefster.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-002469-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:15793</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10581"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige feiten. In veel gevallen ging het om ernstig geweld zonder dat daarvoor enige aanleiding bestond. In zaak A heeft hij zijn huisgenoot, met wie hij ruzie had over het opruimen van hun appartement, mishandeld door met een mes in zijn been te steken. In zaak B heeft de verdachte de aangever achterna gezeten nadat hij door aangever was aangesproken op zijn rookgedrag. Hij heeft de aangever zowel met dreigende woorden als met een waterpistool bedreigd. De aangever en een getuige waren hierbij in de veronderstelling dat de verdachte een echt vuurwapen toonde. Vervolgens heeft de verdachte de aangever mishandeld door hem te schoppen en te trappen, ook toen hij op de grond was gevallen, en hij heeft zijn telefoon vernield. Ten slotte heeft de verdachte zich in zaak C schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling van een beveiliger en een manager van een Albert Heijn in Purmerend, nadat de verdachte ermee geconfronteerd was dat hij een deel van zijn aankopen niet had afgerekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-080252-26 (A) en 13-194426-25 (B) en 15-030362-26 (C) en een TUL</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.E. van Montfrans-Wolters, mr. K.M. van Hassel, mr. J.P.C. van Dam van Isselt</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7273"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Aftrek zorgkosten. De kosten zijn niet aannemelijk gemaakt. Verzuimboete is te hoog omdat niet kan worden vastgesteld dat de papieren aangifte is verzonden. Beroep gegrond voor zover het ziet op de verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3920</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8093</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8093</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8093"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Toestemming verleend voor ingebruikname van een natuurbegraafplaats. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3631</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.H.W. Bodt</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:8513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:8513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:8513"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen loonheffingen. Pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding over transfervergoeding aan professionele sporter. Beoordeling toets- en vergelijkingsloon: is sprake van een voortgezette dienstbetrekking of van drie afzonderlijke dienstbetrekkingen? Is sprake van strijd met art. 1 EP EVRM, art. 14 EVRM, art. 26 IVBPR of art. 63 VWEU? Is Nederland heffingsbevoegd op grond van het belastingverdrag? Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 5523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker, A.A. Fase, M. van Doesburg</contributor><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7933"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2020. De vennootschap van belanghebbende is op 17 februari 2020 geliquideerd. In de vennootschap zaten op het moment van liquidatie een pensioenaanspraak in eigen beheer en een bedongen stamrecht. Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV 2020 geen melding gemaakt van enig inkomen uit stamrecht. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een nieuw feit. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat hij pas naar aanleiding van de aangifte Vpb 2020 van de vennootschap beschikte over de gegevens die hebben geleid tot het opleggen van de navorderingsaanslag. De rechtbank is van oordeel dat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard, omdat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Belanghebbende heeft de waarde van het stamrecht niet aangegeven in zijn aangifte IB/PVV 2020. Hij moest zich daarvan bewust zijn, want hij was gewaarschuwd dat hij niet van de vennootschap afkon, vanwege het stamrecht. De navorderingsaanslag is niet te hoog. Van het pensioen- en stamrecht is € 117.190 voor verwezenlijking vatbaar, gelet op de vordering van de vennootschap op belanghebbende. Ook de revisierentebeschikking is niet te hoog. Er is terecht geen rekening gehouden met arbeidsongeschiktheid, omdat geen sprake is van afkoop, maar van prijsgeven. Beroep ongegrond. Wel IMSV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7584</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7584</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7584"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling wegens artikel 6 WVW. Oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 16 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, en een taakstraf van 150 uur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16.090910.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.C. Hagedoorn, mr. B.F. Hammerle, mr. F.D.M. Osinga</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7583</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7583</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7583"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor stalking, bedreiging met een mes, rijden onder invloed van THC en twee keer rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. De rechtbank verklaart de verdachte schuldig zonder oplegging van een straf ex artikel 9a Wetboek van Strafrecht, nu er ook een vordering tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van twee jaar is gevorderd. De rechtbank zal daarom de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel toewijzen, als gevolg waarvan aan de verdachte een ISD-maatregel wordt opgelegd. De reden hiervan is dat de rechtbank wil voorkomen dat op het moment dat de verdachte de ISD-maatregel heeft afgerond, de proeftijd van de voorwaardelijke ISD-maatregel doorgaat. Daarnaast zal de rechtbank vrijheidsbeperkende maatregelen, inhoudende een contact- en locatieverbod, opleggen. Deze maatregel is dadelijk uitvoerbaar. De rechtbank wijst de vordering tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van tien dagen af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/049490-26, 16/292974-25 (t.t.z. gevoegd), 96/138439-26 (t.t.z. gevoegd), 96/166492-26 (t.t.z. gevoegd), 16/048638-23 (vord. tul) en 21/002613-22 (vord. tul) (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.F. Hammerle, mr. drs. S.M. van Meer, mr. F.D.M. Osinga</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11017"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanekamer. Invoer vaartuig. utb is vernietigd. Geen procesbelang bij beoordeling van gewijzigd besluit. Beroep gegrond. Geen recht op vergoeding van integrale proceskosten. Verzoek immateriële schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 4034</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.A. Schreuder</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31670</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31670</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31670"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opheffing bewaring – eiser is in bewaring gesteld omdat er een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Asiel- en migratiebeheerverordening en er een onderduikrisico bestaat. De rechtbank heft de maatregel op omdat verweerder heeft volstaan met een lichter middel-bouwsteen over de medische zorg die in en vanuit het DTC kan worden geleverd. Deze motivering is, hoewel inhoudelijk juist, onvoldoende op de persoonlijke situatie van eiser toegespitst. Ook in de omstandigheid dat medische zorg beschikbaar is in het DTC en niet kan worden vastgesteld dat eiser detentieongeschikt is, kan immers aan de orde zijn dat het ondergaan van een vrijheidsontnemende maatregel onevenredig bezwarend is en de maatregel daarom niet mag worden opgelegd. De rechtbank merkt op dat de rechtbank niet vaststelt dat de maatregel onevenredig bezwarend is, maar ‘slechts’ vaststelt dat in de maatregel onvoldoende deugdelijk is ingegaan op de medische en psychische omstandigheden van eiser en onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd waarom deze individuele concrete omstandigheden de maatregel niet onevenredig bezwarend maken. Opheffing, invrijheidstelling, SV en PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63810</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S. van Lokven</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31671</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31671</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31671"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Terugname Italië Asiel- en Migratiebeheerverordening. De rechtbank heeft verweerder voorafgaand aan de zitting vragen gesteld over het weigeren van verzoeken om overname of terugname door Italië, het annuleren van reeds geplande overdrachten, al dan niet vanuit bewaring en het aantal overdrachten aan Italië dat daadwerkelijk in 2026 heeft plaatsgevonden en of er vóór of vanaf 12 juni 2026 is overgedragen. De rechtbank stelt in deze procedure vast dat verweerder het overdrachtsbesluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid ondanks dat er geen verplichting tot horen bestaat in een terugname-procedure. De rechtbank stelt ook vast dat verweerder ten onrechte alleen afziet van overdracht als sprake is van ‘structurele tekortkomingen’. Daargelaten dat artikel 4 van het Handvest een algemene regeling is en elk reëel en voorzienbaar risico op een schending van artikel 4 van het Handvest meebrengt dat de overdracht is verboden, heeft de Uniewetgever in Verordening 2024/1351 niet meer vereist dat de 4 Handvest-schending moet voortkomen uit zogenoemde ‘systeemfouten’. De risicotaxatie vereist dus ‘slechts’ een individuele beoordeling. De rechtbank stelt ook vast dat de overdracht van eiser aan Italië moet worden verboden omdat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat het reële risico op een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie als bedoeld in het arrest Jawo na een overdracht aan Italië is weggenomen. De rechtbank vernietigt het overdrachtsbesluit. Eiser heeft geen asielaanvraag of aanvraag voor een andere verblijfsvergunning ingediend in Nederland. Verweerder hoeft dus geen besluit op “een aanvraag” te nemen, maar zal moeten nagaan of hij een terugkeerbesluit moet opleggen en eiser moet verplichten om terug te keren naar Tunesië. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.60626</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. S. van Lokven</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31025</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31025</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31025"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg. Stoornis in het gebruik van alcohol.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712125 / FA RK 26-9130</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. de Kleine-Jansen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8100"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffing MRB. Verzuimboete. Auto verkocht in het buitenland zonder vrijwaringsbewijs. Er moet motorijtuigenbelasting worden betaald zolang het kenteken op naam belanghebbende staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4637</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31029"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking aansluitende zorgmachtiging, art. 6:4 wvggz. ZM toegewezen voor de duur van 24 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712450 / FA RK 26-9323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M.C. Limbeek</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10479"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 7:4 BW. IPR. Veroordeling in Dubai staat niet in de weg aan toewijzing vordering in Nederland. Belang bij executoriale titel in Nederland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/770566 HA ZA 25-1149</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Schadevergoedingsuitspraak</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31020</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31020</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31020"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712734 / FA RK 26-9488</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. de Kleine-Jansen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2653</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2653</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2653"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Profijtontneming. Mensenhandel. Het vonnis van de rechtbank, met aanvulling van gronden betreffende draagkracht, bevestigd. Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-000933-23 PO</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1672</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2506"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2021. Box 3. Art. 3:16 BW, art. 3:19, lid 1, BW, art. 3:89, lid 1, BW, art. 8 Kadasterwet. Het hof oordeelt dat ook de positieve en negatieve waardeveranderingen van box-3-vermogensbestanddelen tot de grondslag van box 3 behoren. Daarnaast is de woning op 31 december 2020 geleverd aan de koper, omdat op dat moment alle leveringshandelingen, waaronder de inschrijving in het kadasterregister, zijn afgerond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/639</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, mr. W.W. Monteiro, mr. drs. E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 16</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 19</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 89</reference><reference relation="citing" lang="nl">Kadasterwet 8</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2584</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10583</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10583</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10583"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich onder andere schuldig gemaakt aan bedreiging. Een bedreiging met een mes, zoals in dit geval, veroorzaakt veelal gevoelens van angst en onveiligheid bij degene tegen wie de bedreiging is gericht. De verdachte heeft zich tevens samen met anderen meermaals schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en (poging tot) afpersing. De slachtoffers hebben last gehad van gevoelens van angst en onveiligheid op straat en nachtmerries, hetgeen ook blijkt uit de ingediende vorderingen van de benadeelde partijen. De verdachte heeft zich tenslotte ook schuldig gemaakt aan een diefstal, waarvoor geldt dat dit een zeer hinderlijk feit is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-228123-25 (A) en 13-227273-25 (B) en 13-254634-25 (C) en 13-270393-25 (D) en 13-344580-25 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.M. Nusselder, mr. M.J.M. Marseille, mr. S.A.M. Groot</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31023</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31023</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31023"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712797 / FA RK 26-9522</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. de Kleine-Jansen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5762</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5762</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5762"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.002032</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:21472</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:21472</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:21472</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:21472"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel. Oeganda. Geloofwaardigheid lesbische gerichtheid. Verklaringen uit de aanmeldfase ten onrechte betrokken. Gebrek gepasseerd. Terugkeerbesluit. Beroep ongegrond. Proceskostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.23020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-11-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5762</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31669</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31669</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31669"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dublin Frankrijk. Interstatelijk vertrouwensbeginsel; opvangvoorzieningen. AIDA-rapport (update 2025). Afhankelijkheid. Discretionaire bevoegdheid. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21733</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. Schutte</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2509"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 9 Wet OB 1968. Toepassing verlaagd tarief. Belanghebbende levert bij iedere verkoop van een fiets een onderhoudspakket in de vorm van een servicekaart. Op de factuur past belanghebbende voor de levering van het onderhoudspakket het verlaagde tarief voor de omzetbelasting toe. Het hof oordeelt dat de fiets en de servicekaart twee afzonderlijke prestaties zijn, waarbij voor beide een aparte vergoeding is overeengekomen. De servicekaart moet niet als bijkomstig worden beschouwd ten opzichte van de fiets. Het hoger beroep van de inspecteur is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/798</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, prof. mr. dr. H.W.M. van Kesteren</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de omzetbelasting 1968 9</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1525</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10489</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10489</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10489"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Een oud-werknemer van Huawei vordert uitbetaling van zijn bonus over het jaar 2025. Huawei weigert deze te voldoen omdat werknemer uit dienst is gegaan voordat het OTE-plan, met daarin de over 2025 te behalen en behaalde targets, door het management is goedgekeurd. Vordering wordt toegewezen, nu de stelling van Huawei niet uit het bonusreglement volgt, voor zover het al een geldige bepaling zou zijn dat geen recht op een bonus bestaat wanneer een werknemer uit dienst treedt zonder dat op dat moment een OTE-plan is opgesteld. Bovendien is de vertraging van de goedkeuring van het OTE-plan te wijten aan Huawei.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12047865 CV 26-348</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1391</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1391</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1391"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1399 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1356</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1356</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1356"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. Juiste FML. De geselecteerde functies zijn passend bij de belastbaarheid van appellante.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1180 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6274"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Rijnvarende</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2734</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2733</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2733</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2733"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Mag de verschuldigde bpm voor de auto worden bepaald aan de hand van de herleidingsmethode)? Belanghebbende heeft tegen beter weten in zijn standpunt met betrekking tot de herleidingsmethode gehandhaafd. Geen vergoeding van immateriële schade vanwege het ontbreken van een financieel belang bij de procedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1181</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Wessels, mr. drs. E.P.A. Brakeboer, mr. drs. M.H. van Schaik</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5324</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:19041</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:19041</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:19041"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt n-o, asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.29463</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2025-10-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2026:5740</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5740</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5740</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5740"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001780</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:19041</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6951</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6951</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6951"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor een verkrachting in 1993. Verdachte, die toen ongeveer 20 jaar oud was, en het slachtoffer, elf à twaalf jaar oud, verbleven destijds in een moskee-internaat. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, behalve voor zover het betreft de strafoplegging en de beslissingen over de vordering van de benadeelde partij. Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden, waarvan veertien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en een contact- en locatieverbod. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen. Omdat het smartengeld wordt vastgesteld op het actuele, geïndexeerde ‘smartengeldprijspeil’, stelt het hof de ingangsdatum voor de wettelijke rente vast op het moment van indiening van de vordering door de benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-000484-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5872"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 3 oktober 2024 van de rechtbank Noord­-Nederland. Binnen de bestemming "Groen" mag een pad worden aangelegd zonder omgevingsvergunning. De Afdeling constateert dat de rechtbank terecht tot de conclusie is gekomen dat er geen sprake is van een overtreding. Het verzoek om handhaving is daarom terecht afgewezen. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202406856/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10255"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht. Oorsprong ingevoerde elektrische fietsen. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Redelijke schating.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 2695</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.K.A. Efstratiades, mr. S.J. Richters, mr. E.M.R. Vennekens</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31017"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">eerste rechterlijke machtiging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712398 / FA RK 26-9287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M.C. Limbeek</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10615</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10615</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10615"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB Polen. Overlevering geweigerd. Artikel 12 OLW. Niet kan worden vastgesteld of de opgeëiste persoon op de hoogte was of behoorde te zijn van de behandeling van haar zaak in hoger beroep. Omdat de beslistermijn geen ruimte biedt om hierover de noodzakelijke nadere vragen te stellen, zal de overlevering worden geweigerd. De (geschorste) overleveringsdetentie wordt opgeheven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-167439-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. O.P.M. Fruytier, mr. C. Klomp, mr. H.P. Kijlstra</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31041</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31041</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31041"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Geen zekerheid gesteld en geen draagkrachtverweer. Niet-ontvankelijk verklaring buiten zitting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12073340 MB VERZ 26-20121</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M.F. Holtrop</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31676</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31676</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31676"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel; BNT; PKV toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.29611</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3326</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3326</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3326"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening tijdens echtscheidingsprocedure. Afwijzen verzoek tot het vaststellen van een voorlopige zorgregeling. Raadsonderzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.829_02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.P. de Beij, mr. E.M.D.M. van der Linden, mr. G.M. Goes</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31678</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31678</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31678"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel; opvolgende BNT; PKV toegewezen .</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.37888</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31679</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31679</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31679"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel; BNT; PKV toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.38019</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:4429</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:4429</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:4429"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor smaadschrift; art. 261 Sr; opzettelijk iemands eer of goede naam aanranden door de telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven; verwerping beroep op exceptie art. 261 lid 3 Sr; oplegging van een geldboete van € 350,00, te vervangen door 3 dagen hechtenis; geen toepassing gegeven aan art. 9a Sr; toewijzing vordering benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-000331-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31680</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31680</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31680"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel; BNT; PKV toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.38020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6953</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6953</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6953"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Politiegeweld, overtreding geweldsinstructie. De blauwe kamer van de rechtbank heeft verdachte vrijgesproken. De blauwe kamer van het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-000228-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14873</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14873</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14873"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Omzetting faillissement naar WSNP. Toegewezen met toepassing van de hardheidsclausule. Geen eerdere ingangsdatum.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: FT RK 25-1014</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 15b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31079</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31079</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31079"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geen aansprakelijkheid (vermeende) beroepsfouten advocaat. Gedeeltelijk geen causaal verband tussen de gestelde schade en de (vermeende) beroepsfouten. Gedeeltelijk is de mogelijkheid van de gestelde schade niet aannemelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/701458</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.T.H. Janssen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31682</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31682</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31682"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening. Ontbreken bodemprocedure. Verzoek niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24 8363</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:1822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:1822"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen omzetbelasting. In geschil is of belanghebbende de vereiste aangiften heeft gedaan en of de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard. Redelijke schatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2090</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3327"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bekrachtiging beslissing rechtbank dat de vader in dit geval geen belanghebbende is in de procedure betreffende de uithuisplaatsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.357.483_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.P.A. Wensink-Vergunst, mr. drs. E.M.C. Dumoulin, mr. G.M. Goes</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6510</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6510</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6510"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft onder bedreiging met geweld een ander geprobeerd te dwingen tot de afgifte van een tas en samen met anderen een fatbike gestolen en een kettingslot vernield. Hij krijgt daarom een straf opgelegd: 18 dagen jeugddetentie met aftrek van het voorarrest en een voorwaardelijke taakstraf, in de vorm van een werkstraf van 80 uren, met een proeftijd van twee jaren. Dit betekent dat verdachte de werkstraf nu niet hoeft uit te voeren, op voorwaarde dat hij binnen twee jaren niet weer een strafbaar feit pleegt en dat hij zich ook houdt aan de andere voorwaarden die de rechtbank aan het einde van dit vonnis heeft geformuleerd. De jeugddetentie heeft verdachte al uitgezeten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.192308-25 (P) en 08.325655-25 (gevoegd)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van Bruggen, mr. D.E. Schaap, mr. A. van Holten</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:997"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Prejudiciële vraag over artikel 314 lid 2 Sv: moet de rechter het onderzoek ter terechtzitting altijd schorsen als de verdachte of zijn raadsman geen toestemming geven het onderzoek aanstonds of na een korte onderbreking voort te zetten? De conclusie strekt tot een ontkennende beantwoording van die vraag, onder meer gelet op de aankomende regeling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/02339</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31681"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel; BNT; PKV; niet-ontvankelijk; PKV toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.34509; NL25.34758; NL25.34475; NL25.34706</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31082"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verjaring vorderingen ter vergoeding van schade naar aanleiding van een verkeersongeval. Aan de vorderingen in vrijwaring wordt daarom niet toegekomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/682263</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Dondorp, mr. P.M. de Keuning, mr. S.T.H. Janssen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6527</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6527</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6527"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft samen met anderen de 99-jarige slachtoffer opgelicht door zich voor te doen als politieambtenaar en/of elektricien en haar bewogen tot de afgifte van haar sieraden en pinpas. Daarnaast heeft hij samen met anderen kort daarna € 250,-- van slachtoffer gestolen door met haar bankpas te pinnen. De rechtbank acht het, alles afwegend, passend en geboden om aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 254 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Het voorwaardelijk gedeelte van de gevangenisstraf hoeft verdachte nu niet uit te zitten, op voorwaarde dat hij binnen drie jaren niet nogmaals een strafbaar feit pleegt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.141488-26 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.E. Schaap, mr. J. van Bruggen, mr. M. van Bruggen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3382"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Personen- en familierecht, afwikkeling huwelijkse voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.344.501_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J. van Laarhoven, mr. A.J.F. Manders, mr. G.J. Vossestein</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6526</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6526</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6526"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft samen met anderen een 99-jarige slachtoffer opgelicht door te doen alsof hij van de politie was waardoor zij haar sieraden en pinpas heeft afgegeven. Daarnaast heeft hij samen met anderen kort daarna € 250,-- van het slachtoffer gestolen door met haar bankpas te pinnen. Verdachte krijgt daarom een straf opgelegd: 184 dagen jeugddetentie met aftrek van het voorarrest, waarvan 150 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Dit betekent dat verdachte niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis, op voorwaarde dat hij binnen twee jaren niet weer een strafbaar feit pleegt en dat hij zich ook houdt aan de andere voorwaarden die de rechtbank aan het einde van dit vonnis heeft opgeschreven. Daarnaast bepaalt de rechtbank dat de eerder aan verdachte voorwaardelijk opgelegde straf ten uitvoer gelegd moet worden. Omdat de rechtbank vooral de hulpverlening voor verdachte erg belangrijk vindt, net als zijn schoolgang en zijn bijbaan, zal de rechtbank bepalen dat verdachte in plaats van 60 dagen jeugddetentie een werkstraf van 120 uren moet verrichten. Verdachte zal dus 120 uren moeten werken zonder dat hij daar geld voor krijgt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.141485.26 en 10.167791-25 (vnvv) (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.E. Schaap, mr. J. van Bruggen, mr. M. van Bruggen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1003</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1003</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1003"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Heeft hof terecht geoordeeld dat in eerste aanleg sprake was van elektronische betekening in persoon? AG gaat in op de wijze van digitale betekening 'in persoon' a.b.i. art. 36f lid 2 Sv en staat in dat verband stil bij het beoordelingskader voor de feitenrechter. Uitgangspunt is dat degene die inlogt in MijnOverheid de verdachte zelf is en dat daarmee sprake is van betekening in persoon a.b.i. 36f lid 2 Sv. De verdachte kan dit uitgangspunt trachten te weerleggen door voldoende onderbouwd aan te voeren dat hij zich geen toegang heeft verschaft tot MijnOverheid, hetgeen de rechter vervolgens dient te beoordelen op aannemelijkheid. In onderhavige zaak heeft hof uit de vastlegging van elektronische overdracht kunnen afleiden dat de dagvaarding in eerste aanleg de verdachte (via digitale weg) in persoon is betekend. Hetgeen namens de verdachte is aangevoerd, maakt die vaststelling niet onbegrijpelijk. Vervolgens heeft hof geoordeeld dat geen sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding. Daarmee heeft het hof kunnen oordelen dat de verdachte niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03867</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10582"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Pools vervolgings-EAB. Tussenuitspraak. Artikel 6 OLW: Gelijkstellingsverweer slaagt; in afwachting van terugkeergarantie. Artikel 11 OLW: geen uitbreiding van het algemeen gevaar; beslissing over individueel gevaar wordt aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-218352-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Baroud, mr. M. Westerman, mr. C.M.S. Loven</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10584</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10584</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10584"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Aanvullende toestemming (AVT) Polen. Niet kan worden vastgesteld dat het hoorrecht is geëerbiedigd. Aanvullende toestemming wordt niet verleend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-130805-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Baroud, mr. M. Westerman, mr. C.M.S. Loven</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31687</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31687</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31687"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Herhaald beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel + 8 EVRM. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.36316</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.A. Schaaf</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2019:816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2019:816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2019:816"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2019-06-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM. Art. 2.13, 5.2 en 5.3 Wet IB 2001 (tekst 2013 en 2014). Vermogensrendementsheffing box 3 in strijd met artikel 1 EP? Massaal bezwaarprocedure voor de jaren 2013 en 2014. Rechtstekort waarin de rechter kan voorzien?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 17/05606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2019-06-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2017:8966</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2018:1439</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5575</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5575</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5575"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak Ontslag op staande voet vanwege grensoverschrijdend gedrag houdt geen stand. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van werknemer en de omstandigheid dat niet is gebleken dat werkgever werknemer voldoende indringend heeft gewaarschuwd, geen dringende reden. Toekenning verschillende vergoedingen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12095107 \ EJ VERZ 26-41</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.W.G. Wijnands</contributor><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6611</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6611</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6611"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een overgang van onderneming en een dynamisch incorporatiebeding. De cao van oude werkgever en het sociaal plan is van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12168648 \ UE VERZ 26-140</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.F.A. van Buitenen</contributor><issued>2026-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26112"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroepsziekte. Arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet van toepassing. Causaal verband niet onderbouwd. Vordering afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11972274 \ CV EXPL 25-3961</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Nijenhuis</contributor><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11193"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak verzoekt de werknemer om hem (op grond van artikel 7:682 lid 1 aanhef en onderdeel b BW) een billijke vergoeding toe te kennen na opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever wegens bedrijfseconomische redenen (met toestemming van het UWV). De billijke vergoeding wordt afgewezen, omdat de werkgever niet heeft opgezegd in strijd met artikel 7:669 lid 1 en lid 3 onderdeel a BW. Evenmin is sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Wel wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van achterstallig loon wegens een inflatiecorrectie die ten onrechte achterwege is gebleven. Dit is een verworven arbeidsvoorwaarde. In verband daarmee moet de werkgever ook een bedrag aan te weinig betaalde transitievergoeding nabetalen. De door de werknemer verzochte gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen, omdat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet onregelmatig heeft opgezegd. Het verzoek van de werknemer om het in de arbeidsovereenkomst opgenomen relatiebeding te vernietigen wordt toegewezen, omdat de werknemer in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever door dat beding onbillijk wordt benadeeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12205431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11876"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak vordert een werknemer doorbetaling van loon omdat hij na een ziekteperiode van 102 weken volledig arbeidsgeschikt is en zich beschikbaar houdt voor zijn werkzaamheden. De kantonrechter oordeelt naar aanleiding van de rapportages van de bedrijfsarts en het deskundigenoordeel UWV dat niet aannemelijk is geworden dat de werknemer arbeidsgeschikt is. Omdat de loondoorbetalingsperiode is verstreken wordt de loonvordering afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/12276201</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:7703</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:7703</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:7703"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">kwalificatie arbeidsovereenkomst plastisch chirurg</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11565564</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Beschikking</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:4375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:4375"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">gedogen indiensttreding bij concurrent</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/784685 / KG ZA 26-174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2847"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">ontbinding arbeidsovereenkomst, ernstig verwijtbaar handelen, billijk vergoeding, afschrikwekkend effect</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.362.714/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:11850</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:5370</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:5370</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:5370"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De werkdruk van werkneemster was weliswaar hoog, maar werkgever heeft daarvoor voldoende oog gehad en maatregelen genomen. Van gevaarlijke of schadelijke werkomstandigheden in de zin van artikel 7:658 BW is daarom binnen de gegeven omstandigheden geen sprake geweest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11766614 CV EXPL 25-8845</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2026-06-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6590"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wwz. Ontbindingsverzoek op a-grond (bedrijfseconomische redenen) toegewezen. Geen schending van de herplaatsingsplicht door werkgever.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12238347 EJ VERZ 26-315</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A. van Voorthuizen</contributor><issued>2026-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2835"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Uitleg CAO. Maatstaf 7:638 lid 2 BW. Geen gewichtige redenen werkgever om de aangevraagde vakantie van werknemer te weigeren. OOSV wegens plichtsverzuim / werkweigering niet rechtsgeldig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.605/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:17830</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5851</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5851</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5851"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verworven recht. Is gedurende enige tijd tussen partijen gevolgde gedragslijn een arbeidsvoorwaarde geworden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.372.021</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2834"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op de a-grond. Ontslagregeling. Geen uitwisselbare functie en dus geen grond voor toepassing afspiegelingsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.832/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:21648</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9131</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9131</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9131"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Uitleg vaststellingsovereenkomst bij einde dienstverband (Havilex norm). Ondanks letterlijke bewoordingen in de vaststellingsovereenkomst heeft werknemer wel aanspraak op een jubileumgratificatie. Overige vorderingen van werknemer zijn niet toewijsbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11995467 CV EXPL 25-6173 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2678</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2678</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2678"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">kopje volgt</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.343.062/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5488</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5488</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5488"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Niet naleven algemeen verbindend verklaarde cao PB en SFPB door werkgever. Veroordeling tot naleving cao's en betaling forfaitaire boete. Veroordeling betaling geldsom werknemers op straffe van een dwangsom. Bestuurdersaansprakelijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11952966 \ CV EXPL 25-3538</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.N.R. Wegerif</contributor><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:3002</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:3002</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:3002"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-05-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2021 en IB/PVV 2022. De rechtbank ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan in eerdere gerechtelijke procedures over het door belanghebbende gestelde surplus aan ingehouden loonheffing is beslist. De a.b.b.b. zijn niet geschonden. Beroepen ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding van belanghebbende wordt afgewezen. I.v.m. misbruik van procesrecht wordt belanghebbende veroordeeld tot vergoeding van de reiskosten van de inspecteur</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/6165 en 24/6166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-05-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14855</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14855</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14855"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor opzetaanranding en een reeks van schennisplegingen tot een gevangenisstraf voor de duur van 241 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met daarbij de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-123824-26, 10-083109-26 en 10-084548-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.J.M. Janssen, mr. P.C. Tuinenburg, mr. N. van Mourik</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31104</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31104</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31104"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">ROV-maatregel - maatregel ingetrokken - geen procesbelang - beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 25/13898</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. van Dokkum</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1024</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1024</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1024"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Betekening mededeling uitspraak “in persoon” door elektronische overdracht (art. 36b lid 2 Sv). Hoger beroep te laat ingesteld na verstekveroordeling eerste aanleg. Verdachte voert in hoger beroep gemotiveerd en onderbouwd aan dat een ander dan hijzelf heeft ingelogd in zijn MijnOverheid-account om hem te helpen bij aanvraag VOG, waardoor hij niet op hoogte is geraakt van mededeling verstekveroordeling die anderhalf jaar eerder in Berichtenbox was geplaatst en termijnoverschrijding verontschuldigbaar is. AG verwijst naar PHR:2026:1005, waarin zij concludeert dat termijnoverschrijding na elektronische betekening bij verstekveroordeling onder bijzondere omstandigheden verontschuldigbaar kan zijn en recht op hoger beroep bestaat. Wanneer ter zake gemotiveerd verweer wordt gevoerd, dient rechter daarop gemotiveerde beslissing te nemen met inachtneming van hetgeen is aangevoerd. I.c. meent AG dat hof hetgeen is aangevoerd had moeten betrekken bij beoordeling van ontvankelijkheid hoger beroep. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03372</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2020:4438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:4438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2020:4438"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2020-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis; benoeming deskundige om vast te kunnen stellen wat de oorzaak van de uitval van de paprikaplanten c.q. gewasschade is (geweest).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/540556 / HA ZA 17-1161</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten</contributor><issued>2020-05-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2023:468</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:468</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2023:468"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-02-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">In het grootschalige strafonderzoek Nauru zijn vandaag twee mannen veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen wegens hun betrokkenheid bij een aantal aanslagen in 2017. Het gaat om de opdrachtgever en organisator. In 2019 zijn de daadwerkelijke plegers van de aanslagen al tot langdurige gevangenisstraffen veroordeeld. De 42-jarige opdrachtgever wordt veroordeeld tot de maximale gevangenisstraf: 26 jaar en 8 maanden. Hij heeft opdrachtgegeven tot het in brandsteken van een kapper in Enschede, het neerschieten van een man in Gronau en een brandaanslag op het huis van een oudere vrouw in Almelo. De 35-jarige man wordt alleen veroordeeld voor zijn organiserende rol bij de poging tot liquidatie in Gronau. De rechtbank veroordeelt hem tot 10 jaar cel. In totaal moeten ze de slachtoffers een schadevergoeding betalen van ruim 60.000 euro.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.209565.20 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K. Huisman, A.M.G. Ellenbroek, mr. E. Venekatte</contributor><issued>2023-02-08</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:830</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:705</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:705</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:705"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.2 Wet IB 2001; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet) Vermogensrendementsheffing ook onder de Herstelwet strijdig met art. 1 EP in combinatie met art. 14 EVRM. Werkelijk rendement. Rechtsherstel. Aandeel in reservefonds VVE vormt onder de wettelijke regeling in 2018 geen banktegoed.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00653</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-06-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:138</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:655</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1374</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1374</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1374"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het Uwv heeft terecht de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant vastgesteld op 52,25%. Appellante heeft zich op het standpunt gesteld dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft en daarom volledig arbeidsongeschikt had moeten worden verklaard. De Raad volgt dit standpunt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2034 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1375"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering Wajong-uitkering toe te kennen. Appellante vindt dat zij duurzaam niet over arbeidsvermogen beschikte en daarom jonggehandicapte in de zin van de Wajong is. De Raad volgt dit standpunt niet. Herhaling van gronden in beroep en verwijzing naar aangevallen uitspraak. De Raad voegt toe dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep afdoende heeft toegelicht dat de overgelegde medische informatie geen aanleiding heeft gegeven tot een andersluidend medisch oordeel. Voor wat betreft de beroepsgrond met betrekking tot het speciaal onderwijs, constateert de Raad dat appellante deze niet met bewijsstukken heeft onderbouwd. De conclusies die het Uwv op basis van de beschikbare informatie over de opleiding van appellante getrokken heeft, zijn navolgbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1606 Wajong</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1376</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1376</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1376"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek om terug te komen van weigering Wajong-uitkering. Herhaling van de gronden in beroep en verwijzing naar de aangevallen uitspraak. De Raad voegt daaraan toe dat de in hoger beroep overlegde informatie van de neuroloog zorgvuldig in de besluitvorming is betrokken en onvoldoende is om de belastbaarheid bij benadering vast te stellen of om ervan uit te gaan dat appellant het arbeidsvermogen volledig is verloren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1703 Wajong</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1378"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het Uwv heeft terecht de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant vastgesteld op 73,68%. Appellant heeft zich op het standpunt gesteld dat hij meer beperkingen heeft dan het Uwv heeft aangenomen. De Raad heeft een deskundige benoemd en volgt diens beoordeling dat het Uwv de beperkingen in de FML juist heeft vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1299 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1379"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek om terug te komen van weigering Wajong-uitkering. Herhaling van de gronden in beroep en verwijzing naar de aangevallen uitspraak. Geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2484 WAJONG</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1380</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1380</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1380"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Het Uwv heeft terecht de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant vastgesteld op 40,17%. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1424 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:3246</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:3246</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:3246"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Vervolg op tussenvonnis van 9 oktober 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:20292). Bewijswaardering ondertekening geldleningsovereenkomst en omvang geldlening. Eiser is niet in bewijslevering geslaagd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/656997 / HA ZA 23-1029</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.M. de Bruijn</contributor><issued>2025-03-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3383"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verdeling van ontbonden huwelijksgemeenschap en draagplicht voor de schulden van die gemeenschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.501_01, 200.347.395_01 en 200.347.395_02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J. van Laarhoven, mr. H.J. Witkamp, mr. G.J. Vossestein</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31691</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31691</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31691"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">beroep, asiel, 4e asielaanvraag tijdens ibs, homoseksuele gerichtheid niet geloofwaardig, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.60943</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31116"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bij een doorzoeking door de politie op het adres van eiser zijn onder andere vier schilderijen, een Perzisch tapijt en een geldsom in beslag genomen. Eiser meent – samengevat - dat deze voorwerpen aan hem moeten worden afgegeven, omdat de beklagrechter heeft geoordeeld dat deze aan hem moeten worden teruggeven en hij als de beslagene en de rechthebbende van deze voorwerpen moet worden aangemerkt. Voorzover deze voorwerpen niet meer aan eiser kunnen worden teruggegeven, is de Staat volgens eiser aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade. De rechtbank is van oordeel dat de beschikking van de beklagrechter geen oordeel over de vermogensrechtelijke rechtsverhoudingen inhoudt en daarom geen executoriale titel oplevert. Daarnaast heeft eiser onvoldoende onderbouwd in welk opzicht het Openbaar Ministerie (hierna: OM) niet aan zijn verplichting tot teruggave van de vier schilderijen en het Perzisch tapijt heeft voldaan. Met betrekking tot de geldsom is niet komen vast te staan dat deze onder eiser in beslag is genomen of dat hij daarvan eigenaar is. Tot slot is niet komen vast te staan dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiser bij de afwikkeling van de beslagen. De vorderingen van eiser worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/668249</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Boogers</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31692</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31692</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31692"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">plakvovo</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.60944</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:664"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kansspelbelasting. Individuele en buitensporige last niet aannemelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/3787 tot en met BRE 24/3891 en BRE 24/8177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2025-02-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4624</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4624</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4624"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt verdachte voor het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde: 1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, ahf en onder B en D, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; 2. medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) de productie van amfetamine(-base). Daarnaast heeft hij zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan de voorbereiding van de productie van amfetamine(-base). Opgelegd wordt: een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden. De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling met zaaknummer: 99/000785-24 Op grond van het bepaalde in artikel 6:2:13 van het Wetboek van Strafvordering (oud) kan de voorwaardelijke invrijheidstelling geheel of gedeeltelijk worden herroepen indien de veroordeelde een daaraan verbonden voorwaarde niet heeft nageleefd. Nu gebleken is dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, is de rechtbank van oordeel dat in beginsel de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke straf op haar plaats is. Aan verdachte wordt heden echter ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden opgelegd. De rechtbank ziet, gelet op de rol van verdachte bij het drugslaboratorium in Klazienaveen en de (relatief beperkte) duur van zijn betrokkenheid, en gelet op de bijna vier maanden die hij na zijn Nederlandse v.i. hoogstwaarschijnlijk onterecht in Duitsland heeft vastgezeten wegens dezelfde straf, aanleiding om de vordering van de officier van justitie gedeeltelijk toe te wijzen. De rechtbank zal gelasten dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd alsnog gedeeltelijk, te weten voor een periode van 180 dagen, moet worden ondergaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.322624.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Eelsing, mr. drs. R. Depping, mr. L.E. Ettema</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31512"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag overdrachtsbelasting ter zake van de verkrijging van twee percelen grond. Eiseres doet een beroep op de samenloopvrijstelling van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de WBR. Volgens eiseres is namelijk sprake van de levering van een bouwterrein ook al zijn de percelen ten tijde van de levering nog bebouwd. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Er is geen sprake van de levering van een bouwterrein, omdat de verkoper ten tijde van de levering slechts een voorwaardelijke sloopverplichting heeft. Eiseres kon namelijk gebruik maken van de optie om de percelen met bebouwing te laten opleveren. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat na de levering van de percelen nog zeer geruime tijd sprake is geweest van voortgezet gebruik door de verkoper. De samenloopvrijstelling is daarom niet van toepassing. Het beroep wordt ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 3897</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.J. Arts, mr. E. Kouwenhoven, mr. D.M. Drok</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14876"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening toewijzen. Moratorium. Zes maanden. Voldoende aannemelijk dat de lopende huurtermijnen kunnen en zullen worden voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617432:R-RK - NL:TZ:2617433:R-RK NL:TZ:2617434:R-RK - NL:TZ:2617435:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2531</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2531</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2531"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">verdeling van ontbonden huwelijksgemeenschap en draagplicht voor de schulden van die gemeenschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.501_01 , 200.347.395_01 en 200.347.395_02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.J. van Laarhoven, mr. H.J. Witkamp, mr. G.J. Vossestein</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:3383</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6550</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6550</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6550"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Handlichting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12300121 \ AZ VERZ 26-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Engelbert-Clarenbeek</contributor><issued>2026-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2021:4046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:4046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2021:4046"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-12-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">renteswapovereenkomst, gestelde tekortkomingen van de bank, verjaring (HR 9 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1603).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.269.911/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-02-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:19</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:19</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:19</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:19"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht; rentederivaat, kredietverhouding. Verjaring, art. 3:310 lid 1 BW, daadwerkelijke bekendheid met schade en aansprakelijke persoon, betekenis afwezigheid geruststellende mededelingen. Gebondenheid cliënt aan "settlement clause", uitleg, beperkende werking van redelijkheid en billijkheid, art. 6:248 lid 2 BW, motivering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00978</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-01-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:451</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:4046</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2019:5711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:5711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2019:5711"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2019-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bancaire zorgplicht, renteswap, verjaring</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/651726 / HA ZA 18-757</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N.C.H. Blankevoort</contributor><issued>2019-08-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1023</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1023</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1023"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Betekening mededeling uitspraak “in persoon” door elektronische overdracht (art. 36b lid 2 Sv). Hoger beroep te laat ingesteld na verstekveroordeling eerste aanleg. Middel dat klaagt dat met enkele inloggen in MijnOverheid nog niet gesproken kan worden van omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is, faalt volgens AG onder verwijzing naar PHR:2026:1005. Ook middel tegen oordeel hof dat geen sprake is van verontschuldigbare termijnoverschrijding faalt volgens AG. Hoewel onder (bijzondere) omstandigheden bij elektronische betekening van gerechtelijke mededelingen denkbaar is dat termijnoverschrijding verontschuldigbaar is, is daarvan i.c. geen sprake, nu verdachte heeft opgemerkt dat hij enige is die kan inloggen in MijnOverheid en omstandigheid dat hij zich dit niet kan herinneren geen verontschuldigbaarheid meebrengt. Conclusie strekt tot verwerping (art. 81.1 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03218</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3132</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3132</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3132"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">zorgplicht bank; renteswaps; verjaring</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.934/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:19</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:4046</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:5711</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8645</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8645</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8645"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag forensenbelasting. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9327</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.P.A. Boersma</contributor><issued>2024-12-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31150"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Zorgregeling. Geen indicaties voor gesteld gedrag van de vader die aan uitbreiding van de zorgregeling in de weg staan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/682870 / FA RK 25-2451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. Olland</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14878"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening toewijzen. Moratorium. Zes maanden. Voldoende aannemelijk dat de lopende huurtermijnen kunnen en zullen worden voldaan</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617427:R-RK - NL:TZ:2617431:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3384"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Raadsonderzoek en voorlopige zorgregeling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.349.348_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.P. de Beij, mr. E.M.D.M. van der Linden, mr. G.M. Goes</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31139"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling zorgregeling met opbouw en onder regie van de jeugdbeschermer</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/688415 / FA RK 25-5300</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. A.M. van der Vliet</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14879"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening toewijzen. Moratorium. Zes maanden. Voldoende aannemelijk dat de lopende huurtermijnen kunnen en zullen worden voldaan</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617386:R-RK - NL:TZ:2617387:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3385"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank heeft het verzoek van de moeder om weer samen met de vader belast te worden met het gezag over de minderjarige, afgewezen. De moeder is het hier niet mee eens. Daarbij verzoekt de moeder om een raadsonderzoek te gelasten. Artikel 1:253o BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.353.611_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Bossink, mr. drs. C.M.J. Peters, mr. M.E.M. Beijersbergen</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 1 253o</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10340</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10340</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10340"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Besluiten aandeelhoudersvergadering tot uitgeven nieuwe aandelen en intrekken bij oprichting uitgegeven aandelen in strijd met de wet en statuten. Nietige besluiten. Bij oprichting zijn aandelen niet onder een voorwaarde uitgegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/773098 / HA ZA 25-1322</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8217</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8217</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8217"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening; niet-ontvankelijk; geen griffierecht betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/4712</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8218"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening; niet-ontvankelijk; griffierecht niet betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/3489</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. M.J.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4623</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4623</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4623"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt verdachte voor het onder 1 subsidiair en onder 2 primair tenlastegelegde: 1 subsidiair: medeplichtigheid aan: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B en D, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; 2 medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan de productie door anderen van synthetische drugs (amfetamine(-base)). Verdachte heeft voor dat doeleinde ruimtes in zijn loods ter beschikking gesteld aan drugsproducenten en hand- en spandiensten verricht. Daarnaast heeft hij zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan voorbereiding van productie van amfetamine(-base). Opgelegd wordt: een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van drie (3) jaren, alsmede een taakstraf van 240 uren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.159143.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Eelsing, mr. drs. R. Depping, mr. L.E. Ettema</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10638"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">veroordeling artikel 6 en 8 WVW tot een taakstraf van 120 uur en OBM 6 maanden. Aanrijding trambaan tussen bestuurder bromscooter en voetganger.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/077764-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.L. op 't Hoog, mr. Q.M.J.A. Crul, mr. drs. A.A. Spoel</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3386"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.354.023_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. C.M.J. Peters, mr. J.C.E. Ackermans-Wijn, mr. M.I. Peereboom-van Drunick</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4625</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4625</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4625"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt verdachte voor het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde: 1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder B en D, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; 2. medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) de productie van amfetamine(-base). Daarnaast heeft hij zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan de voorbereiding van de productie van amfetamine(-base). Opgelegd wordt: een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.322627.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Eelsing, mr. drs. R. Depping, mr. L.E. Ettema</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10</reference><reference relation="citing" lang="nl">Opiumwet 10a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31693</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31693</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31693"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Regulier, medische behandeling, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.44407</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Munsterman</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3388</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3388</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3388"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">bekrachtiging vastgestelde zorgregeling (week op week af-regeling); artikel 1:265g BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.356.135_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Bossink, mr. drs. E.M.C. Dumoulin, mr. H.J. Witkamp</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 1 265g</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10201</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10201</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10201"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">mondelinge uitspraak, tijdelijk individueel leerlingenvervoer is niet passend bij de schooltijden van verzoekster. Voorziening toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/5287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10203"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Pkv. Toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/5370 WVW VV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10206</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10206</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10206"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Compromis WOZ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/3859</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10207</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10207</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10207"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Compromis WOZ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/4812</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13675</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13675</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13675"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis in kort geding: (Bouw)geschil tussen buren. Gedaagde heeft volgens eiser niet aan de veroordeling in het arrest van het hof voldaan. Hij vordert onder meer verwijdering van light tubes die tegen zijn ramen zijn gezet. Gedaagde meent dat zij met deze bouwkundige aanpassing aan het arrest heeft voldaan. De voorzieningenrechter zet in het tussenvonnis het kader uiteen waarbinnen het dictum van het arrest moet worden uitgelegd. Omdat niet kan worden uitgesloten dat gedaagde de toegepaste bouwkundige oplossing met light tubes zodanig aanpast of een andere bouwkundige oplossing voorstelt dat wél wordt voldaan aan de veroordeling, kan de vordering van eiser vooralsnog niet zonder meer worden toegewzen. Gedaagde krijgt de gelegenhied om een aangepast plan te overleggen dat wel voldoet, waar eiser op mag reageren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/379575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10204"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ compromis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31529</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31529</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31529"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – bnt – kruisjesformulier – gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.12867</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31542</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31542</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31542"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, uitspraak op beroep, vovo afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.47629</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10213</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10213</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10213"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Kennelijk ongegrond wegens ontbreken belanghebbendheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/5489</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31544</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31544</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31544"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, statushouder Griekenland, asielaanvraag niet-ontvankelijk, zelfredzaamheid, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.47628</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31694</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31694</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31694"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Ordemaatregel einde opvangvoorziening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26-3671</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31695</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31695</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31695"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, meervoudige kamer. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiseres belang heeft bij het doorprocederen voor de a-status. Het bestaan van dit procesbelang wordt door de minister niet betwist en de rechtbank ziet in het Unierecht of de jurisprudentie van de Afdeling geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. De rechten en voordelen verbonden aan de a-status en b-status zijn met ingang van 12 juni 2026 namelijk niet langer gelijk, waaruit het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen de ongegrondverklaring met betrekking tot de a-status is gegeven. Omdat uit de verschillende rechten en voordelen verbonden aan beide statussen ook volgt dat eiseres met het instellen van beroep in een gunstigere rechtspositie kan komen, is naar het oordeel van de rechtbank het individuele procesbelang bij het doorprocederen voor de a-status gegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.62699</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Munsterman , mr. V.A.G. van Dijk, mr. H. Hanssen-Telman</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3390"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bekrachtiging bepaling van het hoofdverblijf bij de vader. het verzoek van de moeder in hoger beroep om de door de rechtbank bepaalde voorlopige zorgregeling te wijziging is afgewezen. Ten aanzien van de kinderalimentatie is er door de moeder een onvoldoende kenbare grief geformuleerd, het hof komt daarom niet toe aan de beoordeling daarvan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.354.510_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. Bossink, mr. drs. E.M.C. Dumoulin, mr. H.J. Witkamp</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:3574</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3574</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:3574"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/779359 / KG ZA 25-968 MK/EvK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31696</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31696</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31696"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, meervoudige kamer, niet-ontvankelijk. Daartoe overweegt zij dat de inwerkingtreding van het Asiel- en migratiepact op 12 juni 2026 geen omstandigheid is die maakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht. Het betreft namelijk een omstandigheid die zich pas voordoet na het verstrijken van de beroepstermijn, terwijl een reden die pas opkomt na het verstrijken van de beroepstermijn er niet toe kan leiden dat de eerdere niet-verschoonbare termijnoverschrijding, alsnog verschoonbaar wordt. Bovendien stelt de minister terecht dat de inwerkingtreding van het Asiel- en migratiepact geen individuele omstandigheid is die alleen de indiener van het beroepschrift betreft, Eisers beroep op de conclusie van de advocaat-generaal Widdershoven en de uitspraak van het CBB kan gelet op het voorgaande niet slagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.36921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Munsterman , mr. V.A.G. van Dijk, mr. H. Hanssen-Telman</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2511"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld voor het vervoeren van cocaïne en witwassen van een geldbedrag. De inspecteur heeft belanghebbende hierover vragen gesteld, die belanghebbende niet heeft beantwoord. Hierna heeft de inspecteur een informatiebeschikking genomen, wie onherroepelijk is geworden. De inspecteur merkt de contanten en de waarde van de aangetroffen cocaïne aan als resultaat uit overige werkzaamheden. Het hof oordeelt dat de waarde van de cocaïne als resultaat uit overige werkzaamheden kan worden aangemerkt. Omdat belanghebbende samen met een medeverdachte is veroordeeld voor het witwassen van de contanten, rekent het hof de helft van de contanten toe aan belanghebbende. Het hof vernietigt de vergrijpboete, omdat (voorwaardelijk) opzet niet door de inspecteur is aangetoond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/853 en 25/854</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, mr. B.J. Rubbens, mr. J. Rietveld</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1808</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8064</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8064</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8064"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV; zorgvuldigheidsbeginsel, IACK, niet voldaan aan de inschrijvingseis en 78-dagen eis, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/3164</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.J. Zippelius</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2835"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV 2019 en 2022 met verzuimboete. Tijdigheid. Vereiste aangifte. Betwisting ontvangst aanmaning. Bewijslastverdeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2070 en 25/2071</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10286</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10286</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10286"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">verzuimboete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/970</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2665</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2665</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2665"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">(Navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Schending van artikel 8:42 Awb is aanleiding om de inspecteur te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. Partijen zijn het eens dat belanghebbende niet de vereiste aangiften heeft gedaan. Het hof volgt partijen in dit eensluidende standpunt. Dat betekent dat voor de jaren 2013 tot en met 2017 de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard. Belanghebbende doet niet blijken dat de (navorderings)aanslagen te hoog zijn vastgesteld. Het hof oordeelt dat de inspecteur van een redelijke schatting is uitgegaan. Het hof acht de boetes passend en geboden. Belanghebbende heeft niet bewezen dat zijn huidige financiële omstandigheden nopen tot vernietiging dan wel vermindering van de boeten. Na vermindering van de boetes door de rechtbank, ziet het hof geen reden om de boetes verder te verminderen wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1157 tot en met 24/1167</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.E. Smorenburg, mr. A.J. Kromhout, mr. drs. C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 8:42</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4722</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11016</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11016</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11016"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douane. Schiphol. Groene kanaal. Gouden armbanden in bagage. Beroep is niet-ontvankelijk. geen machtiging ontvangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 2921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.A. Schreuder</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10288</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10288</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10288"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">inhouding loonheffing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/1616</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2836"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV 2022 en 2023. Werkhervattingsuitkering gedeeltelijk ongeschikten van UWV. Geen arbeidskorting toegepast. Schending verbod van discriminatie en evenredigheidsbeginsel? Schending hoorplicht? Geen recht op een dwangsom en schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1944 en 25/1945</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2668"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is het antwoord op de vraag of het bezwaar tegen de naheffingsaanslag OB–2011 tijdig is ingediend en zo nee, of het bezwaar terecht niet–ontvankelijk is verklaard. Het hof is van oordeel dat niet aannemelijk is dat de inspecteur het bezwaar vóór afloop van de bezwaartermijn heeft ontvangen. Het hof is voorts van oordeel dat van een verschoonbare termijnoverschrijding niet is gebleken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/827</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. van der Vegt , mr. B.J. Rubbens, mr. J. Rietveld</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1621</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21003</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21003</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21003"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is een ondernemersfonds. Zij maakt niet aannemelijk dat zij voldoet aan de voorwaarden van de goedkeuringen van het Besluit Omzetbelasting Aftrek van Omzetbelasting. Beroepen op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel slagen niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres geen recht op (gedeeltelijke) aftrek van voorbelasting. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26_1551 26_1553 en 26_1554</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Arts</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2667"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">PVV. Verzoek om ambtshalve vermindering premie volksverzekeringen buiten de vijfjaarstermijn gedaan. Langere navorderingstermijn van inspecteur voor buitenlands inkomen geen reden voor verlenging van de vijfjaarstermijn voor het verzoeken om ambtshalve vermindering. De beperkingen aan een verzoek om ambtshalve vermindering, zoals de vijfjaarstermijn en het nieuwe jurisprudentie criterium, zijn niet onevenredig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1884 en 24/1885</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, mr. drs. C.W.M.M. Verkoijen, mr. B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:7629</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10925</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10925</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10925"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Niet aannemelijk geworden dat bekendmaking van de informatiebeschikking op de voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden. Vanwege ernstige gebreken in de loonadministratie is sprake van het niet doen van de vereiste aangifte. Dit leidt tot omkering en verzwaring van de bewijslast. De naheffingsaanslag en vergrijpboete blijven in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 2072</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2734</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2734</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2734"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Premieplicht rijnvarende. Onrechtmatige risicoselectie? Schending van het evenredigheidsbeginsel? Toepassing meerderheidsregel. Het hof is van oordeel dat (i) geen sprake is van een onrechtmatige risicoselectie, (ii) belanghebbende geheel 2019 premieplichtig is in Nederland, (iii) geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel, (iv) het beroep van belanghebbende op de meerderheidsregel faalt en (v) zij niet bevoegd is een oordeel te geven over de rechtmatigheid van door de SVB afgegeven A1-verklaring.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1534</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. C.W.M.M. Verkoijen, mr. B.J. Rubbens, mr. drs. T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2026-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6274</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10927"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft geen recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting op grond van artikel 15 lid 3 van het verdrag tussen Nederland en Zwitserland, omdat de schepen waarop hij werkte niet primair waren bestemd voor commercieel internationaal personen- of goederenvervoer. Nederland heeft daarom het heffingsrecht over de inkomsten. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 3358</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C. Brouwer</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2348</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2348</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2348"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omvang verlies uit aanmerkelijk belang bij liquidatie BV. Kinderen van DGA lenen in 2011/2012 geld uit aan DGA’s BV om BV in staat te stellen een civiele procedure voort te zetten. In 2015 vestigt DGA tweede pandrechten op zijn privé-huurinkomsten ten gunste van de kinderen tot zekerheid. BV verliest haar procedure en eindigt met een aanzienlijk negatief vermogen. DGA neemt vóór de turbo-liquidatie van de BV in 2019 de schulden van de BV aan de kinderen over en scheldt die vervolgens kwijt. Hof: noch de pandrechtvestiging in 2015, noch de schuldoverneming in 2019 is een informele kapitaalinbreng in de BV die DGA’s verlies uit a.b. vergroot. Evenmin negatief resultaat uit werkzaamheid of terbeschikkingstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1692</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Wessels, mr. B.J. Rubbens, prof. mr. P.J. Wattel</contributor><issued>2026-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:6470</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13531</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13531</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13531"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Turboliquidatie in het licht van een faillissement, tijdens de periode van de aanhouding van de behandeling van het faillissementsverzoek, is gelet op de timing opmerkelijk maar niet gesteld of gebleken is dat hiervan misbruik is gemaakt. Niet summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog (potentiële) baten zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: FT RK 26-465</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-08</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 2 19</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10572</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10572</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10572"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Investering in online supermarkt Crisp. Geen vernietiging overeenkomst wegens dwaling of bedrog. Wel een directe opeisingsgrond wegens schending garantie. Veroordeling tot betaling met inachtneming contractuele achterstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/767264 / HA ZA 25-910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31697</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31697</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31697"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 56 van de Vw. Gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59682</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31698</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31698</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31698"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie ex artikel 6, derde lid, van de Vw. De rechtbank heeft al geoordeeld over de rechtmatigheid van de maatregel van 14 oktober 2026. De rechtbank verklaart het tweede beroep tegen deze maatregel daarom niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.62671 en NL26.63087</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31699</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31699</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31699"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Grensdetentie ex artikel 6, derde lid, van de Vw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.63179</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.J. van der Veen</contributor><issued>2026-10-28</issued></metadata></document></url></urlset>
