﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7214</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7214</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7214"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vordering tot afgifte sleutels camper. Geen spoedeisend belang. Niet aannemelijk dat gedaagde nog over sleutels beschikt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12380855 \ LV EXPL 26-41</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. B.G.W.P. Heijne</contributor><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6214</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6214</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6214"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Ontruiming. Overlast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12376956 \ CV EXPL 26-3105</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Berends</contributor><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6274"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In dit kort geding, waarin de man niet is verschenen, vordert de vrouw dat de man medewerking verleent aan de verkoop en levering van de woning die gelegen is in Almelo. De zaak heeft een internationaal karakter. De Nederlandse voorzieningenrechter heeft rechtsmacht. Op het huwelijksvermogensrecht is in beginsel het Roemeense recht van toepassing. Partijen zijn nog niet gescheiden, maar het huwelijksgoederenregime is wel beëindigd aangezien onbetwist is gesteld dat er een echtscheidingsverzoek is ingediend in Roemenië. Nu de woning is gelegen in Nederland wordt het goederenrechtelijke regime van de woning beheerst door het Nederlandse recht. Van de man kan worden verlangd dat hij medewerking verleent aan de (onderhandse) verkoop en levering van de woning, nu partijen al geruime tijd niet aan hun hypothecaire verplichtingen voldoen en de bank wil overgaan tot executoriale verkoop van de woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/350536 / KG ZA 26-187</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Smedes</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30607</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30607</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30607"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">vovo: voorlopige zorgregeling en birdnesten. Voorlopige alimentaties afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/709597 / FA RK 26-7524</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J.S. Honée</contributor><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7062</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7062</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7062"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Wijziging kinderalimentatie: provisionele voorziening afgewezen. Er is niet een voldoende spoedeisend belang gebleken. Man kan bodemprocedure over kinderalimentatie afwachten, omdat uit zijn berekening blijkt dat hij een draagkracht heeft van € 1.200,- per maand. Niet onderbouwd dat sprake is van financiële noodsituatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/616608 / FL RK 26-974</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Atema</contributor><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5953</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5953</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5953"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Onderbewindstelling, levenstestament wordt gepasseerd. Volmacht biedt onvoldoende bescherming, noodzakelijk dat een onafhankelijke derde financiële belangen behartigt. Artikel 1:431 lid 4 en 1:435 lid 3 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.711/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7471"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Verzoekschrift. Het verzoek om het loon vast te stellen is niet conform de Recofa-richtlijnen ingediend. Aangezien het in rekening gebrachte uurtarief redelijk is en de kantonrechter de bestede tijd redelijk acht, wordt het loon vastgesteld zoals door verzoeker verzocht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12340777 UB VERZ 26-311</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.A.T. Engbers</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4454</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4454</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4454"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijk, geen materiële connexiteit. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van het dagelijks bestuur van 1 juni 2026. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in het bodemgeding niet. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. Onder kennelijk wordt verstaan dat redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/3280</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3232"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Groepsaanprakelijkheid voor onrechtmatig financierings- en investeringsbeleid. Verhulling van tegenstrijdige belangen. Persoonlijk ernstig verwijt ter zake van handelen in hoedanigheid van bestuurder in groepsverband (artikel 6:166 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.340.743/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-05-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3233"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Groepsaanprakelijkheid voor onrechtmatig financierings- en investeringsbeleid. Verhulling van tegenstrijdige belangen. Persoonlijk ernstig verwijt ter zake van handelen in hoedanigheid van bestuurder in groepsverband (artikel 6:166 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.340.735/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-05-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:3234</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:3234</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:3234"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Groepsaanprakelijkheid voor onrechtmatig financierings- en investeringsbeleid. Verhulling van tegenstrijdige belangen. Persoonlijk ernstig verwijt ter zake van handelen in hoedanigheid van bestuurder in groepsverband (artikel 6:166 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.340.864/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-05-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7483"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hoogte van de proceskostenvergoeding in een WOZ-zaak. Eiser heeft niet aangetoond dat zijn rechtsbijstandverlener (Previcus) in 2025 een bijzonder geval was. De door Previcus ingediende facturen, betaalbewijzen, modelofferte en notitie tonen dit niet aan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2470, 25/2471, 25/2472, 25/2473 en 25/2474</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Woestenburg</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7314</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7314</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7314"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Een termijn van twaalf maanden is een redelijke termijn om te beslissen op een aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de hzk-regeling. Verzoeker heeft de Dienst Toeslagen prematuur in gebreke gesteld. Verzoek om proceskostenvergoeding wordt daarom afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/2238</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. de Jong</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8255"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wraking afgewezen, omdat deze kennelijk ongegrond is. Aan het wrakingsverzoek zijn de processuele beslissingen van de rechter ten grondslag gelegd. Deze kunnen geen grond voor wraking vormen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/472266 KG RK 26-733</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. S.H. Keijzer, mr. S.A.L. van de Sande, mr. I.D. Jacobs</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7451</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7451</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7451"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Terugbetaling van borgsom huurwoning en doorgevoerde huurverhoging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12132102 \ UC EXPL 26-2079</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.S. Koppert</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30865</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30865</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30865"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Regulier; leges overgemaakt zonder vermelding zaaknummer en vorderingsnummer; aanvraag buiten behandeling gelaten; afwijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.53981</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. de Wit</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30866"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzet is ongegrond; beroepsgronden niet binnen de termijn ingediend; geen verschoonbaarheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.1635 V</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. de Wit</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31551</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31551</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31551"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">grensdetentie, legitiem doel, screening en grensprocedure, lichter middel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.62644</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7428</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7428</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7428"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">naheffingsaanslag parkeerbelasting, geen gerechtvaardigd vertrouwen dat eiser ter plaatse mocht parkeren met zijn parkeervergunning zonder te betalen, eiser heeft niet aan zijn onderzoeksplicht voldaan, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/524</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.F.C. Veelenturf</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7427</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7427</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7427"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">naheffingsaanslag parkeerbelasting, aanslag opgelegd aan vennootschap, eiser ontvankelijk in zijn beroep als feitelijk parkeerder, in- en uitstappen, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/510</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.F.C. Veelenturf</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31555</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31555</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31555"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">grensdetentie, legitiem doel, screening en grensprocedure, lichter middel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.62718</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31487"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel; Hirak-beweging; identiteit ten onrechte ongeloofwaardig geacht; problemen na 2017 ten onrechte ongeloofwaardig geacht; motiveringsgebreken worden gepasseerd met 6:22 Awb, omdat de minister terecht heeft geconcludeerd dat dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer opnieuw vervolgd of vastgezet zal worden; de minister heeft aan eiser mogen tegenwerpen dat hij niet zo snel als mogelijk asiel heeft aangevraagd; IRV niet onevenredig; beroep ongegrond, vovo afgewezen, PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.51306 en NL26.51307</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Boonstra</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6053</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6053</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6053"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">veroordeling voor feit 1: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 7 van de Wet op de economische delicten), begaan door een rechtspersoon en voor feit 2: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 29 van de Wet op de economische delicten), begaan door een rechtspersoon. De verdachte heeft met anderen opzettelijk in strijd gehandeld met twee rechterlijke bevelen. Opgelegd wordt een geldboete van EUR 10.000,- en de maatregel als bedoeld in het tweede lid van artikel 8.11a Wet dieren. Beveelt dat de veroordeelde – middellijk en onmiddellijk- niet meer dan 5 productiedieren zal houden voor de duur van 10 jaren. Beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Verweer niet-ontvankelijkheid OM wordt verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82/122721-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M.L.A.T. Doll, mr. A.H.J.J. van de Wetering, mr. M. Kleijn Hesselink</contributor><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6238"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De gemeente Valkenswaard wil een fietspad aan de rand van de Dommelvallei aanleggen en eiseres (een milieuvereniging komt daar tegen op en heeft bij Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant handhavingsverzoeken ingediend wegens overtreding van 11.27 van het Bal (specifieke zorgplicht Flora en Fauna) en 5.1 eerste lid onder e, van de Omgevingswet (ontbreken omgevingsvergunning Natura 2000 activiteit). Het college heeft geweigerd op te treden en daar maakt eiseres bezwaar tegen en heeft zij twee verzoeken om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening met nummer SHE 26/2301 af omdat er voor de aanleg van het fietspad geen omgevingsvergunning voor een Natura-2000 activiteit als bedoeld in artikel 5.1, aanhef en onder e, van de Omgevingswet noodzakelijk is. Op voorhand is duidelijk dat de geringe toename van stikstofdepositie bij de aanleg van het fietspad niet zal leiden tot significante gevolgen voor het nabijgelegen Natura 2000 gebied. Het electrisch materiaal dat wordt toegepast, maakt onderdeel uit van het project en beschouwt de voorzieningenrechter in dit geval als standaardmateriaal omdat de aannemer er al over beschikt. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening met nummer 26/2300 af omdat de aanleg van het fietspad geen strijd oplevert met de specifieke zorgplicht van artikel 11.27 van het Bal. In de omgevingsvergunning voor de aanleg van het fietspad zijn maatregelen opgenomen en aangevuld door de uitspraak van de voorzieningenrechter van heden) en als de gemeente Valkenswaard die maatregelen naleeft, overtreedt zij de specifieke zorgplicht niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/2300 en 26/2301</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.H.M. Verhoeven</contributor><issued>2026-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6969</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6969</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6969"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor poging doodslag, zware mishandeling, huisvredebreuk, dierenmishandeling en belediging van een politieagent. De rechtbank legt op een gevangenisstraf van 899 dagen waarvan 540 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, en een proeftijd van 3 jaar. Aan het voorwaardelijk deel zijn bijzondere voorwaarden verbonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-231104-25 + 05-149601-25 (gev. ttz) + 05-188271-25 (gev. ttz.)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5532</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5532</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5532"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft meerdere jaren een professionele papegaaienhandel gevoerd. De verdachte is schuldig bevonden aan overtredingen van voorschriften omtrent de natuurbescherming, opzettelijk en meermalen begaan, valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, oplichting en overtredingen van voorschriften gesteld bij en krachtens de Wet dieren. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 84-317855-22 en 84-053772-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. ten Boer, R. ter Haar, R.P. van Campen</contributor><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5309</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5309</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5309"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 december 2022 heeft Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming de aan Reym op grond van de Kernenergiewet verleende vergunning (kernenergiewetvergunning) gewijzigd. De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 28 juni 2023 niet berust op een deugdelijke motivering. De ANVS heeft op de zitting van de Afdeling erkend dat door de verschillende bewoordingen die zijn gebruikt in voorschrift II, onder 7, aanhef en onder a enerzijds en voorschrift II, onder 7, aanhef en onder c anderzijds, uit de tekst van het voorschrift niet duidelijk blijkt dat de ANVS met de verwijzing naar "een stralingsbeschermingsdeskundige" in voorschrift II, onder 7, aanhef en onder c heeft bedoeld te verwijzen naar een geregistreerd stralingsbeschermingsdeskundige. De Afdeling heeft de ANVS opgedragen dit gebrek te herstellen en, als zij het noodzakelijk vindt dat de werkzaamheden worden uitgevoerd door een geregistreerd stralingsbeschermingsdeskundige, te motiveren waarom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202304856/2/R4</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:856"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Opzettelijke overtreding van verschillende voorschriften gesteld krachtens art. 2.2 Wet Dieren, begaan door rechtspersoon. Art. 2.20 en art. 2.26 lid 2 Besluit houders van dieren. Richtlijn 2008/120/EG tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van varkens. Middel 1 klaagt over oordeel hof dat gehouden varkens 'voor landbouwdoeleinden gehouden dieren' zijn en doet i.v.m. uitleg van dat begrip suggestie prejudiciële vragen te stellen aan HvJEU over richtlijn 2008/120/EG inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren. AG meent dat middel faalt en voor stellen van prejudiciële vragen geen aanleiding is. Middel 2 m.b.t. redelijke termijn slaagt ten dele, maar behoeft niet tot cassatie te leiden. De conclusie strekt tot constatering van de overschrijding van de redelijke termijn en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 24/01803.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01801</description><issued>2026-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5718</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5718</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5718"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de beroepen tegen de verleende omgevingsvergunning voor de aanleg van vier padelbanen aan de Burgemeester van der Borchlaan 11 in Bilthoven. De rechtbank komt tot het oordeel dat het college terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van een gebonden beschikking. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend zonder voorschriften ter beperking van de geluidseffecten van het gebruik van de padelbanen op de directe omgeving op te nemen. Om die reden is naar het oordeel van de rechtbank in dit specifieke geval sprake van een uitkomst die in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank verklaart daarom het beroep gegrond en zal het besluit vernietigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/4943, UTR 25/6673, UTR 25/6715, UTR 25/6774, UTR 25/6781, UTR 25/6783, UTR 25/6807 en UTR 25/6856</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.M. van der Linde, A.R. Klijn, M.W.A. Schimmel</contributor><issued>2026-08-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:6592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:6592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:6592"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijke overtreding van voorschriften krachtens en bij de Wet milieubeheer. De rechtbank legt op een geldboete van € 80.000,-.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-228324-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.H.J.J. van de Wetering, mr. G.M. Blanken, mr. S.H.C. Merkx</contributor><issued>2026-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5628</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5628</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5628"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening OWNATU. Omgevingsvergunning flora- en fauna. Afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/2393</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.P.K. van Rosmalen</contributor><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:4231</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:4231</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:4231"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft Het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan [appellant] een vergunning verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor het wijzigen van een bestaande veehouderij. [appellant] exploiteert een veehouderij met kippen, varkens en koeien aan de [locatie] in Otterloo. Hij heeft in december 2016 een natuurvergunning aangevraagd voor het veranderen van de veehouderij. Deze aanvraag is op 9 juni 2020 en 9 juli 2020 aangepast. Het college heeft een natuurvergunning verleend op 13 oktober 2020, omdat de gevolgen van de wijziging niet meer of anders zijn dan de referentiesituatie. De referentiesituatie is ontleend aan het besluit van 11 oktober 2010, dat een positieve weigering was van een aanvraag voor een natuurvergunning. In het besluit van 11 oktober 2010 staat dat de aangevraagde natuurvergunning voor het veranderen van het project ten opzichte van de op 17 december 2007 verleende natuurvergunning wordt geweigerd, omdat de activiteiten niet vergunningplichtig zijn. De activiteiten zijn niet vergunningplichtig, omdat deze niet leiden tot meer of andere gevolgen dan hetgeen is vergund in 2007, zo staat in het besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202305657/1/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-09-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:4149</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30867"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Regulier; machtiging tot voorlopig verblijf (mvv); referent valt onder jongvolwassenenbeleid; familie- en gezinsleven aangenomen; belangenafweging valt in het nadeel van eisers en referent uit; beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.46497</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. de Wit</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31491"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel; mondelinge uitspraak; geen aanknopingspunten dat Casematcher is gebruikt; voldoende rekening gehouden met referentiekader; de minister heeft eisers asielrelaas terecht ongeloofwaardig geacht; beroep ongegrond, vovo afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26. 10378 en NL26.10379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.C.E. Krikke</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:9664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:9664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:9664"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Trefwoorden: handhaving, artikel 6:19 Algemene wet bestuursrecht, gebruiksovergangsrecht, intensivering gebruik, exploitatievergunning en Drank- en Horecawetvergunning, bouw padelhal zonder omgevingsvergunning, Bouwbesluit, melding Activiteitenbesluit milieubeheer, parkeernorm, infiltratieplicht, geluidsoverlast, parkeeroverlast, preventieve last onder dwangsom. Betreft beroep van diverse omwonenden tegen een handhavingsbesluit dat is genomen naar aanleiding van een verzoek om handhavend op te treden tegen een aantal, door eisers gestelde, overtredingen gepleegd door een padelcentrum. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de afwijzing van het verzoek om handhavend op te treden tegen het gebruik van de sportsbar in stand is gelaten. Verweerders besluit om niet handhavend op te treden tegen het gebruik van de sportsbar omdat dat gebruik onder de bescherming van het gebruiksovergangsrecht valt, is onzorgvuldig voorbereid en ontoereikend gemotiveerd. Verweerder heeft namelijk verzuimd om te beoordelen wat het gebruik en de feitelijke ruimtelijke uitstraling van de voormalige kantine kantine op de peildatum 17 november 2017 was en heeft dat niet vergeleken met de omvang van het gebruik en de feitelijke ruimtelijke uitstraling van de sportsbar ten tijde van de besluitvorming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 24/4155</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31497</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31497</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31497"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">VA Jemen, 15c-beoordeling, 3 EVRM-beoordeling. De beroepen zijn gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.62465 en NL26.26791</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Boonstra</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7444</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7444</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7444"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woning toegewezen vanwege het niet hebben van het hoofdverblijf in de huurwoning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12052869 \ UC EXPL 26-336</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.A.T. Werner</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14747</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14747</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14747"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vergunningplicht verhuur zelfstandige woningen in Carnisse, Rotterdam. Beroep ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat met de Toelichting, het Actieprogramma en de Casestudy voldoende onderbouwd is dat een vergunningplicht in Carnisse noodzakelijk en geschikt is voor het behoud van de leefbaarheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/6850</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5362</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5362</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5362"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond. De WOZ-waarde van de drinkwaterproductielocatie is niet te hoog vastgesteld. Wel vergoeding van ISV, griffierecht en PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/752</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. Dondorp-Loopstra</contributor><issued>2024-08-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6175"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Woningtarief. Naar zijn aard voor bewoning bestemd? Maatstaf van heffing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2316</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7341</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:6830</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:6830</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:6830"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk vervoeren van een zeer grote hoeveelheid MDMA-kristallen en het voorbereiden en/of bevorderen van drugshandel. Ook is er een grote diversiteit aan drugs aangetroffen in verdachtes woning. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van grote geldbedragen. De rechtbank stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 293.535. Legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 293.535 ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 71-008437-22 ontneming</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.H.L.M. Snijders, mr. L.R.H. Koekoek, mr. R.B.H. Hebbink</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:7445</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7445</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:7445"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Burenrecht. Geschil over camera's in appartementencomplex. Onaanvaardbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer (privacy).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/571626 HL ZA 24-68</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H.L. Beckers</contributor><issued>2025-02-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7991"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening, beroep, woonurgentie, medische verklaringen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/4142</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.W.B. Heijmans</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7412"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In 2007 is de gemeente in ruil voor het intrekken van een bezwaarprocedure met eiser en zijn buurman overeengekomen dat zij een recht van eerste koop zouden krijgen met betrekking tot een voor hun percelen gelegen groenstrook. In de kern vordert eiser nakoming van die overeenkomst. De gemeente stelt zich vooral op het standpunt dat zij de groenstrook al in 2010 heeft aangeboden en dat eiser en zijn buurman van dat aanbod toen geen gebruik hebben gemaakt, waardoor het is komen te vervallen. De rechtbank volgt het standpunt van de gemeente en wijst de vorderingen van eiser af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/421552 / HA ZA 25-715</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Cune</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31557</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31557</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31557"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Facultatieve tijdelijke bescherming, terugkeerbesluit, derdelander Oekraïne</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.9379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:9879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:9879"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding van de huurovereenkomst, omdat er sprake is van ernstige overlast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11634347 CV EXPL 25-1626 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31558</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31558</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31558"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, beroep, toetsingskader, bewaringsgronden, lichter middel, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.61737</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7490</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7490</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7490"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze zaak heeft betrekking op een dak- en thuislozenopvang aan de Cyclamenstraat 1 te Eindhoven. Voor de opvang is in 2024 een omgevingsvergunning verleend, met als voorschrift dat een beheersplan moet worden vastgesteld. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is voldaan aan het vergunningvoorschrift bij de totstandkoming van het beheersplan. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/2871</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. K.A. Maarschalkerweerd</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7450"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gemeente vordert nabetaling bij uitbreiding aantal m2 BVO op een uitgegeven bouwperceel. De rechtbank is voornemens een deskundige te benoemen om de residuele grondwaarde en daarmee de eventuele nabetaling te berekenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/601990 / HL ZA 25-286</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.M. Staal</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30456</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30456</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30456"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil over opzegging van een vennootschapsovereenkomst. Incident tot voorlopige voorziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/710394</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Dondorp</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14742"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoekschrift vernietiging ontslag. Relatieve onbevoegdheid. Verwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12398484 VZ VERZ 26-3742</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.A. Vriezen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6570</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6570</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6570"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering in kort geding over de verkoop van de echtelijke woning. Geen belang omdat de man met de beslissingen in de echtscheidingsbeschikking alle benodigde juridische mogelijkheden heeft om tot een daadwerkelijke verkoop en levering te komen, ook als de vrouw niet meewerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.381</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2026:644</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31559</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31559</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31559"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bewaring, beroep, toetsingskader, gronden van de maatregel, lichter middel, non-refoulement, ambtshalve toetsing, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.61389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31561</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31561</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31561"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">AMbV, verlenging overdrachtstermijn, verlengingsbesluit in rechte onaantastbaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.35720</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14457</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14457</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14457"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">VOORLOPIGE VOORZIENING. BRP. AMBTSHALVE INSCHRIJVING. Dat verzoekster sinds voorjaar op adres woont is niet in geschil. Naar voorlopig oordeel voorzieningenrechter stelt college daarom terecht dat zij daar woonde ten tijde van voorgenomen inschrijving. Omdat verzoekster niet zelf aangifte heeft gedaan, was college gehouden tot inschrijving over te gaan. Ontbreken toestemming hoofdbewoner voor inschrijving maakt inschrijving niet onrechtmatig. Dat de hoofdbewoner als gevolg van het besluit verzoekster niet langer toestaat bij hem te wonen, maakt het besluit niet onrechtmatig. Niet is immers in geschil dat verzoekster op het adres woont of woonde. Deze gevolgen kunnen ook niet leiden tot een andere uitkomst in bezwaar, omdat het college geen rekening kan houden met een eventueel tussentijds gewijzigd woonadres. Het toetsingsmoment ligt namelijk in het verleden. Het college kan hoogstens opnieuw een wijziging doorvoeren als verzoekster elders is gaan wonen. Verzoek kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/4967</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H. Affourtit-Kramer</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:878</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:878</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:878"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie A-G. Poging zware mishandeling. A-G is van oordeel dat de omstandigheid dat de tolk die ter terechtzitting in hoger beroep al hetgeen ter terechtzitting is gesproken of voorgelezen heeft vertaald, maar geen beëdigd tolk in de zin van de Wet beëdigde tolken en vertalers is, noch ter terechtzitting door de voorzitter is beëdigd waardoor art. 276 lid 3 Sv is geschonden, tot nietigheid van het onderzoek op de terechtzitting en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak leidt. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing van de zaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01225</description><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7454</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7454</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7454"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur, buitengerechtelijke ontbinding tijdens burgemeesterssluiting, explosies, discussie over bewoning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12119259 \ LC EXPL 26-348</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14737</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14737</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14737"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Excutiegeschil. Tenuitvoerlegging arbitraal vonnis. Gedaagde heeft aan vonnis voldaan. Geen dwangsommen verbeurd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723659 / KG ZA 26-781</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7508"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Proces-verbaal mondelinge uitspraak: vervangende toestemming vakantie en afgifte paspoort. Moeder heeft geen bezwaren tegen de vakantie, maar over de invulling van de vakantieregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/617662 / KL ZA 26-246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ir. E.G. de Jong</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:29820</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:29820</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:29820"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Buiten zitting afgedaan. Verlaging uitkeringspercentage van de ontslaguitkering. Toepassing 6:22 Awb.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/8602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.W. Griffioen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30073</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30073</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30073"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurrecht. Huurder failliet. Vordering huurbetaling, ontbinding en ontruiming na faillissement ingesteld tegen huurder, curator niet in rechte betrokken. Tussenvonnis. Artikel 25 lid 2 Fw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4502/12231599</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Meester</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30100"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">afwijzing aanvraag bijstand. Onvoldoende informatie overgelegd. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 24/9338</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30102</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30102</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30102"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Bijstand met terugwerkende kracht. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/4251</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. T.A. Oudenaarden</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10168"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 30-jarige man is net als zijn 36-jarige medeverdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk omdat zij op 28 juni 2025 een man probeerde te doden. Zij schopten en sloegen hem meermaals tegen zijn lichaam en hoofd op de Postjesweg in Amsterdam waarbij het slachtoffer flink letsel opliep. De politie vond hem nadien bebloed en nauwelijks aanspreekbaar. Ook moesten zij ruim 9.500 euro schadevergoeding betalen. Daarvoor zijn zij hoofdelijk aansprakelijk. Dat betekent dat zij niet meer hoeven te betalen voor wat de ander al heeft betaald en andersom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13.218985.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30816"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vovo tegen weigering omgevingsvergunning voor realiseren uitweg buiten-zitting afgewezen omdat niet is voldaan aan het vereiste van materiële connexiteit. Wat verzoeker met zijn verzoek wil bereiken heeft geen betrekking op het door hem bestreden weigeringsbesluit. Zijn verzoek strekt ertoe dat de gemeente herinrichtingswerkzaamheden op de voorziene locatie van de uitweg staakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/7694</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.C. de Winter</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30870</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30870</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30870"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Bestuurdersaansprakelijkheid. Een vennootschap heeft kozijnen geleverd aan eiseres. Volgens eiseres waren deze kozijnen gebrekkig. De vennootschap is ontbonden en eiseres spreekt gedaagde aan als indirect bestuurder. De vorderingen worden afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/693460</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.H.J. Doornink</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10169</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10169</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10169"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Een 36-jarige man is net als zijn 30-jarige medeverdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk omdat zij op 28 juni 2025 een man probeerde te doden. Zij schopten en sloegen hem meermaals tegen zijn lichaam en hoofd op de Postjesweg in Amsterdam waarbij het slachtoffer flink letsel opliep. De politie vond hem nadien bebloed en nauwelijks aanspreekbaar. Ook moesten zij ruim 9.500 euro schadevergoeding betalen. Daarvoor zijn zij hoofdelijk aansprakelijk. Dat betekent dat zij niet meer hoeven te betalen voor wat de ander al heeft betaald en andersom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13.219292.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14291</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14291</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14291"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoekers hebben verzocht om een veroordeling van het college in de proceskosten bij de intrekking van hun beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op hun bezwaar. Verzoekers hebben het college op 15 december 2025 met een aangetekende e-mail in gebreke gesteld en op 30 december 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun bezwaar. Het college heeft de ingebrekestelling op grond van artikel 2:15 Awb (oud) geweigerd omdat de elektronische weg uitsluitend via Zivver en niet met een aangetekende e-mail is opengesteld. Volgens het college is het beroep tegen het niet tijdig beslissen te vroeg ingesteld. De rechtbank volgt het college niet in zijn standpunt dat het de ingebrekestelling heeft mogen weigeren op grond van artikel 2:15 Awb (oud). De reden waarom het college toezending via Zivver vereist, is gelegen in de veiligheid: met Zivver worden vertrouwelijke gegevens en documenten beschermd. Hoewel de rechtbank geen reden heeft om daaraan te twijfelen, heeft het college niet gesteld dat Zivver daarin wezenlijk verschilt van aangetekend mailen. Verzoekers hebben onweersproken gesteld dat het college hun per aangetekende mail verzonden bezwaarschrift heeft geaccepteerd. De ingebrekestelling is per aangetekende mail verzonden aan en ontvangen op het door het college aangegeven adres. Onder deze omstandigheden valt niet in te zien wat het alsnog verzenden van de ingebrekestelling via Zivver had kunnen bijdragen aan een veilige en efficiënte behandeling. De rechtbank is van oordeel dat de ingebrekestelling van 15 december 2025 per aangetekend mailen geldig is en dat het beroep wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift niet te vroeg is ingediend."</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/6155</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J. de Vries</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7996</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7996</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7996"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het gaat om het neerhalen en elders plaatsen van een ooievaarspaal door een tennisvereniging. Volgens eiser is sprake van overtreding van de Wabo. Bezwaar van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn handhavingsverzoek, is door het college terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank oordeelt dat eiser geen belanghebbende is, omdat niet is gebleken dat hij daadwerkelijk gevolgen van enige betekenis ondervindt van de verplaatsing van de ooievaarspaal. Daarmee is het handhavingsverzoek geen aanvraag in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 23/7962</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Emaus</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6340</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6340</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6340"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenveroordeling na intrekking schorsingsverzoek</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.371.662/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2026:4186</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4186</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4186</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4186"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Toekenning van een billijke vergoeding en vergoeding van daadwerkelijk gemaakte advocaatkosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12125049 \ UE VERZ 26-88</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.H. Charbon</contributor><issued>2026-07-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6340</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7997"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het gaat om het neerhalen en elders plaatsen van een ooievaarspaal door een tennisvereniging. Volgens eiser is sprake van overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Beroep in kader van afwijzing handhavingsverzoek gegrond. Eiser is onterecht als belanghebbend aangemerkt. Gelet op de afstand van de oude en de nieuwe locaties van de ooievaarspaal tot de woning van eiser en de aard van de inrichting en de begroeiing van het tussenliggende terrein, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de locaties van de ooievaarspaal enige ruimtelijk uitstraling zullen hebben op het woon- en leefgenot van eiser. Handhavingsverzoek geen aanvraag in de zin van artikel 1:3 van de Awb, zodat het bezwaar ertegen niet-ontvankelijk is. Rechtbank vernietigt de beslissing op bezwaar en voorziet zelf in de zaak. Vergoeding griffierecht en proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/5922</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Emaus</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9675</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9675</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9675"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">WHOA. Verzoek homologatie akkoord. Niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/450589 HO RK 26-255 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7998</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7998</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7998"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het gaat om een verleende omgevingsvergunning voor de (ver)plaatsing van een ooievaarspaal door een tennisvereniging. De rechtbank oordeelt dat het college de bezwaren van eisers terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat eisers geen belanghebbenden zijn bij de omgevingsvergunning. Geen aangrenzende percelen en geen gevolgen van enige betekenis. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/4089</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Emaus</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14081"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het handhavingsverzoek van eisers. Kern van het betoog van eisers is dat op meerdere punten in afwijking van de tekening behorend bij de aanvraag van 23 februari 2022 is gebouwd, dat die afwijkingen van de tekening meerdere overtredingen van bepalingen van het omgevingsplan opleveren waarvoor een omgevingsvergunning nodig is en dat nu die omgevingsvergunning er niet is daartegen handhavend moet worden opgetreden. Naar het oordeel van de rechtbank is het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende onderzoek onvoldoende geweest en is het bestreden besluit ondeugdelijk gemotiveerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25-4571</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Janse van Mantgem-Verdonk</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14664"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Opheffing ondertoezichtstelling (ots) ondanks dat wordt voldaan aan de vereisten voor een ots. Uitvoering ots zit in het 'handelingsperspectief'. Geen vaste jeugdbeschermer. Gecertificeerde instelling wijst op tekort aan jeugdbeschermers. Artikelen 4.1.3. Jeugdwet en 1:262 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/724099 / JE RK 26-1516</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3028</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3028</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3028"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">‘Bekrachtiging uithuisplaatsingen en zorgregeling, NIFP-rapportage’.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.700/01 en 200.371.771/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10437</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10437</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10437"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease. Eega-zaak. Erfgenamen deels niet-ontvankelijk in hun vorderingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12214912 \ CV EXPL 26-6407</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:4545</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4545</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:4545"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ondertoezichtstelling. Wegens verdenking van mishandeling door ouders van pleegkinderen die eerder in het gezin waren ondergebracht, zijn er grote zorgen ten aanzien van de veiligheid van de biologische kinderen bij de ouders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/611531 / JE RK 26-705</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.A.A. van Kalveen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10438"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM eerder aangehouden. ZM toegewezen voor 3 weken ivm afwezigheid advocaat, overige aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/793581 / FA RK 26/6987</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5877"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Belastbaarheid ontvangen betalingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2268 en 25/2269</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7273</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9643"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Objectvrijstelling. Uitleg overgangsregeling van artikel 33b Wet Vpb voor per 2012 nog openstaande bedragen aan in te halen buitenlandse verliezen. Voor het vervallen van de zogenoemde inhaalverplichting is (onder meer) vereist dat sprake is van een stakingsverlies in de zin van artikel 15i, tweede lid, Wet Vpb. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA - 25 _ 910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, M.E. Kiers, D.C. van Beelen</contributor><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1687</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1687</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1687"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3234</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2134"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV 2017; stakingswinst garagebedrijf; premie-aftrek lijfrenteverzekering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/727</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5745</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5745</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5745"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Uitgaven voor specifieke zorgkosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1601 en 25/1602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7975"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Zelfstandigenaftrek. Niet voldaan aan het urencriterium. Indirecte uren onvoldoende gespecificeerd. Geen gewekt vertrouwen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/974</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. Loof</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7933"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2020. De vennootschap van belanghebbende is op 17 februari 2020 geliquideerd. In de vennootschap zaten op het moment van liquidatie een pensioenaanspraak in eigen beheer en een bedongen stamrecht. Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV 2020 geen melding gemaakt van enig inkomen uit stamrecht. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een nieuw feit. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat hij pas naar aanleiding van de aangifte Vpb 2020 van de vennootschap beschikte over de gegevens die hebben geleid tot het opleggen van de navorderingsaanslag. De rechtbank is van oordeel dat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard, omdat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Belanghebbende heeft de waarde van het stamrecht niet aangegeven in zijn aangifte IB/PVV 2020. Hij moest zich daarvan bewust zijn, want hij was gewaarschuwd dat hij niet van de vennootschap afkon, vanwege het stamrecht. De navorderingsaanslag is niet te hoog. Van het pensioen- en stamrecht is € 117.190 voor verwezenlijking vatbaar, gelet op de vordering van de vennootschap op belanghebbende. Ook de revisierentebeschikking is niet te hoog. Er is terecht geen rekening gehouden met arbeidsongeschiktheid, omdat geen sprake is van afkoop, maar van prijsgeven. Beroep ongegrond. Wel IMSV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Wevers LL.M.</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:10254</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:10254</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:10254"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht. Het verzoek van belanghebbende om op grond van artikel 173, derde lid, van het DWU de aangifte ten invoer van het in het vrije verkeer brengen te wijzigen, is terecht afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 25 _ 1821</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.K.A. Efstratiades, mr. S.J. Richters, mr. E.M.R. Vennekens</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11000</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11000</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11000"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM naheffingsaanslag; taxatierapport van belanghebbende is bruikbaar; niet méér ‘meer dan normale gebruiksschade’ aannemelijk gemaakt dan reeds door verweerder geaccepteerd; geen waardevermindering wegens ‘geen oordeel km-stand’ of verhuurverleden; beroep op vertrouwensbeginsel (wegens onjuiste tekst u.o.b.) faalt; forfaitair waardeverminderingspercentage van 31% van de herstelkosten is niet in strijd met artikel 110 VWEU (tegenbewijsregeling is niet illusoir); geen schending artikel 110 VWEU want niet aannemelijk dat de referentieauto gelijksoortig is; afschrijving terecht berekend volgens tabel; beroep ongegrond, toekenning IMSV; bijzonder geval voor PKV aannemelijk gemaakt; geen vergoeding griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/1509</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2026-10-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7999</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7999</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7999"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het gaat om het niet in behandeling nemen van een handhavingsverzoek gericht tegen de (ver)plaatsing van een ooievaarspaal door een tennisvereniging. De rechtbank oordeelt dat het college het bezwaar van eisers hiertegen terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eisers zijn geen belanghebbenden bij het handhavingsverzoek. Geen aangrenzende percelen en geen gevolgen van enige betekenis. Daarmee is het handhavingsverzoek geen aanvraag in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Geen sprake van schending van de hoorplicht. Het college heeft eisers eerder, in een andere procedure met betrekking tot de ooievaarspaal, al in de bezwaarfase gehoord. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/6351</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Emaus</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13705</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13705</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13705"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">verzochte billijke vergoeding wordt afgewezen. Niet is komen vast te staan dat werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en dat de arbeidsovereenkomst als gevolg daarvan na twee jaar ziekte is geeindigd. Het verzoek tot uitbetaling van overuren wordt afgewezen wegens schending van de zorgplicht. Het verzoek tot betaling van een aanvullende transitievergoeding wordt afgewezen, omdat de bonus en overwerkvergoeding terecht niet in de berekening zijn meegenomen. De werkgever wordt wel veroordeeld tot uitbetaling van (een deel van de) openstaande wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen. Het beroep op de vervaltermijn slaagt niet, omdat werkgever niet aan de zorg- en informatieplicht heeft voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12337514</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:3308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:3308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:3308"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">echtscheiding, partneralimentatie, verdeling gemeenschap van goederen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/435235 / FZ RK 24-1069</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14752</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14752</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14752"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot de conclusie dat het UWV terecht de aanvraag van eiseres om een WIA-uitkering heeft afgewezen en terecht heeft bepaald dat eiseres geen recht heeft op een ZW-uitkering. De beroepen zijn ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 25/7010 en ROT 25/7033</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:1234</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1234</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:1234"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 25/573 tot en met 25/575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7485</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7485</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7485"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Vaststelling verdeling Nalatenschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/573676</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.F. Hermans</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14541</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14541</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14541"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak na tussenuitspraak over een verleende omgevingsvergunning voor een spoorwegemplacement. Na de tussenuitspraak heeft vergunninghouder het college verzocht de verleende omgevingsvergunning in te trekken. Het college heeft hier gehoor aan gegeven. De rechtbank komt tot de conclusie dat eisers bij die stand van zaken geen procesbelang meer hebben. Met het intrekken van de omgevingsvergunning is immers bereikt wat eisers met het instellen van hun beroep hadden beoogd: het doen vervallen van de omgevingsvergunning voor het spoorwegemplacement. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Gelet hierop kan de rechtbank zich niet uitlaten over de kwesties die eisers nog hebben opgeworpen in hun brief waarin zij aangeven het beroep na de intrekking van de omgevingsvergunning niet te willen intrekken. Anders dan eisers nog aanvoeren, vormt mogelijk toekomstige besluitvorming over een mogelijk nieuwe aanvraag van Prorail om een omgevingsvergunning, geen toereikend procesbelang om de juistheid van de ingetrokken omgevingsvergunning – en die intrekking – in deze procedure nog te beoordelen, juist omdat de eerder verleende omgevingsvergunning van tafel is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 24/7377</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H.M. Bruin, mr. J.M. Janse van Mantgem-Verdonk, mr. M.R. Plug</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:5142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:5142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:5142"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de afwijzing van een aanvraag voor individuele goedkeuring van een voertuig als mobiele machine. Hierin komt de rechtbank tot het oordeel dat de RDW onvoldoende heeft gemotiveerd dat het voertuig niet in aanmerking kan komen hiervoor.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Lie</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14671</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14671</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14671"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging machtiging uithuisplaatsing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/716035 / JE RK 26-450</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30254</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30254</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30254"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op verzet. Verzet is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/3340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.H. Bergman</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3031</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3031</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3031"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dexia / tussenpersoon / advisering / wetenschap</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.357.105/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:26808</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:26808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:26808"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease / tussenpersoon / vergunningplichtige advisering, terwijl tussenpersoon die vergunning niet had / onrechtmatig handelen door Dexia door overeenkomsten aan te gaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 6522885 RL EXPL 17-30325</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.C. Halk</contributor><issued>2026-01-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:3031</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14243"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de aan eiser opgelegde last onder dwangsom in verband met prostitutie in zijn woning. Eiser is het oneens met de opgelegde last. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het bestreden besluit. De rechtbank komt in deze uitspraak tot de conclusie dat de last onder dwangsom in stand kan blijven. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/3156</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. J. de Vries</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14316</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14316</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14316"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">VOORLOPIGE VOORZIENING. ONTBREKEN SPOEDEISEND BELANG. Vergunninghouder heeft (desgevraagd aan het college) aangegeven nog niet te zijn begonnen met de werkzaamheden die de verleende omgevingsvergunning mogelijk maakt en heeft ook aangegeven met die werkzaamheden niet eerder te starten dan nadat op het door verzoeker tegen die omgevingsvergunning gemaakte bezwaar is beslist. Onder voornoemde omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat van een spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening geen sprake is. De behandeling van het door verzoeker gemaakte bezwaar kan worden afgewacht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/4722</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M. Jurgens</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11331</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11331</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11331"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het college hoefde eisers geen zienswijzemogelijkheid te bieden. Daarnaast had het college in het kader van de aanvraag niet hoeven toetsen of het gebruik van het pand als coffeeshop in strijd is met het omgevingsplan. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/3690</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H. de Regt</contributor><issued>2026-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7300"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het meermalen plegen van valsheid in geschrifte (feit 1), en het beschikbaar stellen van valse stukken aan de Belastingdienst (feit 2). De rechtbank houdt rekening met overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank legt aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 82-216909-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.H.E. Boerma, mr. S.J.H. van de Kant, mr. M. Langstraat</contributor><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9386"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kostenvergoeding bezwaarfase. In eerdere uitspraken van de rechtbank is geoordeeld dat de Verordening onverbindend dient te worden verklaard. Het bestreden besluit is genomen ná de voorgenoemde uitspraken, en daarom onrechtmatig. Belanghebbende komt in aanmerking voor een kostenvergoeding in bezwaar. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/701</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3029"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">WWZ. Geen opzegverbod. Verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). Ernstig verwijtbaar handelen werkgever. Werknemer ten onrechte uit functie geplaatst. Recht op billijke vergoeding, niet vervallen vakantie-uren en buitengerechtelijke kosten. Geen recht op uitbetaling compensatie-uren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.644</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8026</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8026</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8026"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet MRB. Lage bestelautotarief niet van toepassing op een auto met dichte laadbak die niet aan de inrichtingseisen voldoet. Keuring van de auto als opleggertrekker door de RDW leidt niet tot een gegrond beroep op het vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/957</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. F.M. Smit</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7360"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft een verkeersongeval op de A6 veroorzaakt door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden. Het slachtoffer reed al bijna een halve minuut stapvoets en met waarschuwings- en remlichten aan vanwege zwanen die op de rijbaan liepen. Meerdere auto’s hebben de auto van het slachtoffer ontweken of passeerden hem met lage snelheid. Dit alles heeft de verdachte niet opgemerkt. De verdachte reed harder dan was toegestaan en heeft niet (voldoende) gelet op het verkeer dat voor hem reed en is daardoor met hoge snelheid ingereden op de auto van het slachtoffer die voor hem reed op de rijbaan. Veroordeling artikel 6 WVW, straf: taakstraf van 120 uur en OBM 12 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast veroordeling artikel 5 WVW, maar voor dat feit wordt geen straf of maatregel opgelegd i.v.m. eendaadse samenloop.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/173057-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.M. Reijnierse, mr. M.J. Westerink, mr. L.L. Veendrick MSc.</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2992</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2992</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2992"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">zorgregeling Artikel: 1:253a lid 4 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.365.097/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10459</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10459</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10459"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Polen. Art 12 OLW: geen sprake van de situatie als bedoeld in artikel 12, onder b, OLW; afzien van weigeren. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-203216-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B.M. Wijnveldt, mr. O.P.M. Fruytier, mr. L. Baroud</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10460</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10460</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10460"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Polen. Art 12 OLW: afzien van weigeren. Art 6a OLW: niet voldaan aan de eerste voorwaarde voor gelijkstelling; gelijkstellingsverweer verworpen. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-240185-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B.M. Wijnveldt, mr. O.P.M. Fruytier, mr. L. Baroud</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:9852</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9852</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:9852"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Participatiewet. Intrekking en terugvordering, beëindiging (bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, geen Awb-besluit) en boete. 25/2381: een verzoek van eiseres om de bijstand in te trekken is geen (eenzijdige) rechtshandeling als bedoeld in artikel 3:33 van het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast is sprake van een aanvraag abi de artikelen 4:1 en 4:2 van de Awb om een besluit te nemen abi artikel 1:3, lid 3, van de Awb. Met de beëindiging van de uitkering is een besluit genomen, gericht op rechtsgevolg. 25/2380, 25/2381 en 25/2976: de heldere, ondubbelzinnige en ondertekende verklaring van eiseres ten overstaan van de toezichthouder, in aanwezigheid van haar (ex)partner, waarop niet is teruggekomen is voldoende om te concluderen dat eiseres haar hoofdverblijf had buiten de gemeente bij haar (ex)partner.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 25/2380</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M. Jurgens</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10462</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10462</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10462"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgings-EAB uit Duitsland. Art 6 OLW: beroep op terugkeergarantie. Evenredigheidsverweer en verzoek tot schorsing na uitspraak verworpen. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-216642-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.B.M. Wijnveldt, mr. O.P.M. Fruytier, mr. L. Baroud</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2306</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2306</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2306"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is inwoner van Nederland en Duitsland. Het hof oordeelt dat het centrum van zijn levensbelangen (artikel 3 lid 3 van het Verdrag met Duitsland) in Nederland ligt. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat belanghebbende niet al zijn banktegoeden heeft aangegeven. Het hoger beroep van de inspecteur is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1182 en 24/1183</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, mr. J. Rietveld, mr. drs. M.H. van Schaik</contributor><issued>2026-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4627</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6630</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6630</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6630"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Zelfstandig pedagogisch medewerker kan vrijstelling voor kinderopvang toepassen voor diensten aan kindercentra.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1342 t/m 25/1345</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7487"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Vonnis in incident. Partijen zijn allen erfgenamen van hun moeder. Eiser vordert veroordeling van een van gedaagden in haar hoedanigheid van executeur om bepaalde stukken aan hem te verstrekken. Deze stukken heeft hij volgens hem nodig om zijn erfdeel en legitieme portie te kunnen berekenen. De executeur heeft bij haar conclusie van antwoord in incident veel stukken verstrekt, zodat een veroordeling grotendeels niet meer nodig is. Eiser heeft hiervoor wel een procedure moeten starten. Omdat de executeur zich lang op het onjuiste standpunt heeft gesteld dat als eiser stukken wilde ontvangen, hij de kosten daarvan zelf moest dragen, wordt zij in privé (en dus niet in hoedanigheid van executeur) veroordeeld in de kosten van het incident.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/613559</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.F. Hermans</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10442</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10442</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10442"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">borgstelling voor lening, veroordeling betaling achterstand en rente</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/776617 / HA ZA 25-1555</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10378"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Duits vervolgings-EAB. Uitspraak. Artikel 13 OLW: Feit heeft zich volledig afgespeeld op Duits grondgebied; verweer van de raadsman verworpen. Artikel 6 OLW: Geen beroep op de terugkeergarantie; overlevering wordt niet afhankelijk gemaakt van de terugkeergarantie. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-237193-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. E.M. de Bie, mr. drs. E. van den Brink</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14571</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14571</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14571"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Geldvordering. Afwijzing. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van verzuim van gedaagde. Daarom worden alle vorderingen afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/727219 / KG ZA 26-1040</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10376</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10376</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10376"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Frans executie-EAB. Uitspraak. Artikel 12 OLW: Onvoldoende duidelijk dat de opgeëiste persoon gebruik heeft kunnen maken van zijn verdedigingsrechten; onvoldoende beslistermijn om aanvullende vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiele autoriteit. Overlevering geweigerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/031756-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. E.M. de Bie, mr. drs. E. van den Brink</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31562</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31562</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31562"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling tot een maandenlange gevangenisstraf voor bezit harddrugs in een loods.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09-206772-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. K.C.J. Vriend, mr. J.E. van Essen, mr. W.E. Povel</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1738</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1738</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1738"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00619</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:71</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2859</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2859</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2859"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 3a, lid 2, AWR; art. 6:20, lid 3, Awb. Bpm. Machtiging kon niet rechtsgeldig per e-mail worden ingediend. Ingebrekestelling was prematuur. Hof verklaart beroep tegen alsnog genomen besluit ontvankelijk, maar wijst niet terug. Taxatierapport kan niet dienen. Op vergoeding van immateriële schade bestaat wel recht wegens overschrijding van drempel van € 1.000 financieel belang. Hoger beroep gegrond. Geen recht op kostenvergoeding voor bezwaarfase.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/770</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3054</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3054</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3054"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak poging tot moord en zware mishandeling. Veroordeling wegens bedreiging van ex-partner met de dood door haar op klaarlichte dag op straat met een mes te overmeesteren, naar de grond te brengen en het mes in de richting van de hals te bewegen. Gevangenisstraf van 2 jaren, met aftrek van voorarrest, en TBS met voorwaarden na andersluidend advies van de reclassering. Toewijzing van de vordering benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001652-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:8209</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6792"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning mestvergistingsinstallatie. Belanghebbendheid Stichting Leefbaar Buitengebied Gelderland (SLBG). De rechtbank oordeelt dat SLBG voldoende feitelijke werkzaamheden verricht en daarom belanghebbende is. Het college heeft het bezwaar van SLBG ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/1688</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14724</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14724</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14724"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zeden. Veroordeling voor opzetverkrachting. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren, met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/322198-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.I. Blagrove, mr. F.P.J. Schoonen, mr. F. Tosun</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9920"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB 2023, vertrouwensbeginsel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 25/5328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6908</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6908</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6908"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Mishandeling (van levensgezel) en bedreiging. Samenloopregeling van artikel 63 Sr van toepassing, maar bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen zelfstandige straf. Voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar. Immateriële schade benadeelde partij: aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ aangenomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005034-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2021:3644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:3644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2021:3644"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 18_6673</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.C. van der Vegt, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2021-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2021:3160</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:3160</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2021:3160"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting. De BOR is niet toepassing is ten aanzien van de (fictieve) vervreemding van de aandelen in de BV. Er is niet voldaan aan de voorwaarde dat de BV een materiële onderneming dreef. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de werkzaamheden die de BV in het kader van de exploitatie van het pand heeft verricht naar aard en omvang meer omvatten dan gebruikelijk is bij normaal vermogensbeheer. De omstandigheid dat de property managementwerkzaamheden in eigen beheer werden uitgevoerd, leidt niet in zichzelf tot het oordeel dat geen sprake is van normaal vermogensbeheer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 19 _ 4447</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.P.D. Mathey-Bal, M.J. Pelinck, R.R. van der Heide</contributor><issued>2021-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:6893</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:6893</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:6893"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Looninkomsten. Reisaftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18/01255</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2020:1195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2020:1195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2020:1195"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2020-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">geen uitstel van de zitting; negatief ROW; geen bron van inkomen; correctie kostenaftrek; vertrouwensbeginsel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-19/00753</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-09-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2021:1334</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2021:2936</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:2936</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2021:2936"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ - geschil over PKV naar aanleiding van compromis - gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 2960</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Catsburg</contributor><issued>2021-07-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:6908</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:6908</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:6908"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Toepassing verlaagd tarief op bedrijfsgebouwen en erfverharding?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00917</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-07-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:4608</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2021:6567</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:6567</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2021:6567"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-12-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM, clustermatige afdoening. De rechtbank heeft honderden BPM-zaken van één gemachtigde voor een groot aantal belanghebbenden gezamenlijk behandeld op een drietal zittingen. In de meeste zaken is een tussenuitspraak gedaan. In enkele zaken, waaronder deze, doet de rechtbank direct einduitspraak. Daarbij beoordeelt de rechtbank alle gronden die zijn aangevoerd voor alle voldoeningszaken die in dit cluster zijn behandeld. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU. Zij ziet met name geen reden om te twijfelen aan de juiste toepassing door de Hoge Raad van artikel 110 VWEU. Van de vele hoorzittingen is in twee gevallen sprake van een schending van de hoorplicht in bezwaar. De rechtbank is van oordeel dat in zaken die op die hoorzittingen zijn behandeld geen terugwijzing hoeft plaats te vinden, aangezien het alsnog houden van een hoorgesprek niet tot een andere uitkomst zal leiden. De rechtbank verklaart in die zaken het beroep gegrond waarbij de rechtsgevolgen op dat punt in stand worden gelaten. De rechtbank is verder van oordeel dat alleen een recht op teruggaaf zou kunnen bestaan als sprake is van het gebruik van een koerslijst van Eurotaxglass's, van het voorgaand tarief als bedoeld in artikel 16a van de Wet BPM of van extra leeftijdskorting. De overige gronden kunnen niet slagen. De rechtbank kent vanwege de overschrijding van de redelijke termijn een schadevergoeding toe. De rechtbank kent ook een proceskostenvergoeding toe. Daarbij is sprake van bijzondere omstandigheden vanwege de clustermatige behandeling van een uitzonderlijk groot aantal zaken die een sterke inhoudelijke samenhang vertonen, waardoor de proceshandelingen voor het overgrote deel een uniform karakter hebben, en dus niet zijn afgestemd op de bijzonderheden van de desbetreffende zaak. Daarom wordt voor zowel de bezwaar- als de beroepsfase een aangepaste vergoeding vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/6238</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.W. van de Sande</contributor><issued>2021-12-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:6391</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2021:4471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:4471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2021:4471"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 20/9738</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.P. Hertsig</contributor><issued>2021-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2021:3491</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:3491</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2021:3491"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-11-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV. Geen ambtelijk verzuim. Beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00005</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N. Djebali, A.M.J.G. van Amsterdam, M.J. Leijdekker</contributor><issued>2021-12-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:1397</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2021:3604</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:3604</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2021:3604"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft in de jaren 2016 en 2017 specifieke zorgkosten in aftrek gebracht bij zijn aangifte inkomstenbelasting. Verweerder heeft herhaaldelijk verzocht om gegevens te overleggen met betrekking tot de in aftrek gebrachte zorgkosten. Eiser heeft slechts een aantal afsprakenkaarten van ziekenhuizen overgelegd en een aantal tandartsfacturen. Van de meeste in aftrek gebrachte kosten is echter geen bewijs overgelegd. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem in zijn aangiften opgevoerde uitgaven voor specifieke zorgkosten voor zover die door verweerder niet zijn geaccepteerd, aftrekbaar zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 3538</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M.A.M. Kager</contributor><issued>2021-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2021:6135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:6135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2021:6135"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Woning. Artikel 40 en 40a van de Wet WOZ na dfe wetwijziging van 1 oktober 2016.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 1267</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. van Walderveen</contributor><issued>2021-07-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:2287</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2021:5882</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:5882</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2021:5882"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering van juridisch adviesbureau van verschillende gedupeerden van de ‘kinderopvangtoeslag affaire’ is afgewezen, omdat Corpocon de vordering ondeugdelijk heeft onderbouwd. Corpocon heeft geen essentiële informatie of producties ingebracht op basis waarvan het bestaan van een eigen vordering op de Staat voldoende aannemelijk gemaakt is. Bovendien geldt dat gedupeerde reeds voor een bedrag van € 30.000,- is gecompenseerd. Nu Corpocon niet aannemelijk heeft gemaakt dat gedupeerde daadwerkelijk kosten voor rechtsbijstand heeft gemaakt of dat haar vordering op de Staat hoger is dan € 30.00,- wordt ervan uitgegaan dat de schade van gedupeerde met het ontvangen compensatiebedrag van € 30.000,- vooralsnog voldoende is ondervangen is en dat daarmee zelfs eventuele kosten van rechtsbijstand (door Corpocon dan wel een onbekende derde) genoegzaam vergoed zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 9272972 CV EXPL 21-2936</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2021-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2021:1189</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1189</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2021:1189"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 66, lid 4, Successiewet 1956, artikel 56 of 63 VWEU, onbeperkte navorderingstermijn niet zonder meer ongeoorloofde belemmering van het vrije verkeer</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/02510</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2021-08-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2020:1996</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:1830</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2021:2482</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:2482</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2021:2482"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-05-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Leges spoedaanvraag rijbewijs. Eiser moet eerst een afspraak maken om een spoedaanvraag te kunnen indienen en kan daarvoor pas twee werkdagen later bij de gemeente terecht. Verbindendheid (gewijzigde) legesverordening na gemeentelijke herindeling, Wet algemene regels herindeling. Achtergrond spoedlevering (binnen 1 werkdag), stelsel van bepalingen Wegenverkeerswet c.a., doorberekening hogere kosten spoedlevering RDW. Evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht) verhindert het in rekening brengen van het spoedtarief. Doel is om de burger te laten meebetalen aan de hogere kosten. De burger moet dan wel in staat worden gesteld om een ‘echte’ spoedaanvraag te doen. Dat is hier niet gebeurd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 19/3238</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, D.A. van der Beek</contributor><issued>2021-06-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2021:6405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:6405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2021:6405"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-12-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. In geschil is of zes door eiseres geleverde percelen voor de omzetbelasting kwalificeren als bouwterreinen en of terecht vergrijpboeten zijn opgelegd. Het betreft leveringen die hebben plaatsgevonden voor de wetswijziging per 1 januari 2017. Het geschil spitst zich toe op de vragen of sprake is van bebouwde grond, al dan niet gelet op het Don Bosco arrest, of handelingen zijn verricht met het oog op de bebouwing van de grond, of de toepassing van de nationale wet tot een andere uitkomst zou leiden dan de toepassing van de Btw-richtlijn en de rechtspraak van het Hof van Justitie, en of eiseres vertrouwen kan ontlenen aan het vastgoedbesluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 19 _ 4914</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes, W.W. Monteiro, J.A.L. Heldens</contributor><issued>2021-12-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:3005</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2021:3643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:3643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2021:3643"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 18 _ 4678</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.C. van der Vegt, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2021-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:6905</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:6905</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:6905"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Objectafbakening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00694</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-07-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:1753</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2021:1300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2021:1300"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/03371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2021-09-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:7492</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2021:1294</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1294</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2021:1294"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/01383</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2021-09-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:6903</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:6903</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:6903"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Arbeidskorting. Loon uit tegenwoordige dienstbetrekking of loon uit vroegere dienstbetrekking?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00550</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2021:1305</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:1305</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2021:1305"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-04-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag loonheffingen. Het gebruikelijk loon van de dga van belanghebbende wijkt niet in belangrijke mate af van hetgeen gebruikelijk is bij de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Het loon van de dga is niet te laag vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/01556</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N. Djebali, F.J.P.M. Haas, M.J. Leijdekker</contributor><issued>2021-12-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de loonbelasting 1964 12a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2021:5625</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:5625</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2021:5625"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-05-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verweerder heeft een ambtelijk verzuim begaan en kon daarom niet meer navorderen. De navorderingsaanslag en de rentebeschikking moeten dan ook worden vernietigd. Aan eiseres is ook een vergoeding voor immateriële schade toegekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 4277</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling</contributor><issued>2021-07-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2719</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2021:9859</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:9859</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2021:9859"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser maakt contante giften niet aannemelijk. Kwitanties en bankafschriften vormen onvoldoende bewijs dat giften ten goede zijn gekomen aan anbi. Verzoek om ambtshalve vermindering terecht afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 3010</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema</contributor><issued>2021-09-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:1649</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2021:3010</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:3010</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2021:3010"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Het bezwaarschrift is door verweerder terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar is daarom ongegrond. De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de afwijzing van de verzoeken om ambtshalve vermindering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 419</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp</contributor><issued>2021-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2021:875</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:875</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2021:875"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingrente; beroep op begunstigend beleid/ vertrouwensbeginsel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00118</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2021:2382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:2382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2021:2382"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de bevoegdheid van de uitspraak op bezwaar, genomen door een medewerker van ParkeerService. De rechtbank komt tot de conclusie dat de uitspraak op bezwaar onbevoegd is genomen. Het interne mandaatbesluit waar verweerder naar verwijst is niet op de juiste wijze bekend is gemaakt, dus niet in werking is getreden. De rechtbank ziet geen mogelijkheden om het geschil definitief te beslechten. Daarom krijgt verweerder de opdracht om opnieuw op het bezwaar te beslissen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 19/2350</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Stijnen, R.C. Moed, S.C.A. van Kuijeren</contributor><issued>2021-06-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:6896</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:6896</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:6896"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling kantoorpanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/01197 t/m 19/01200</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2021:7705</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:7705</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2021:7705"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">verzet gegrond. uitstel verzoek voor indienen volmacht tijdig ontvangen, maar niet juist verwerkt door de rechtbank. De volmacht is tijdig ingediend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 21/1063 V, HAA 21/1126 V en HAA 21/1127 V</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades</contributor><issued>2021-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2021:2950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:2950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2021:2950"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 52a van de AWR, informatiebeschikking. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek heeft bij belanghebbende een huiszoeking plaatsgevonden waarbij een schenkingsakte in beslag is genomen. De inspecteur heeft door middel van een informatieverzoek aan het Openbaar Ministerie de beschikking gekregen over deze schenkingsakte. De schenkingsakte is voor de inspecteur aanleiding geweest tot het stellen van vragen met betrekking tot de aangifte IB/PVV voor het jaar 2016 van belanghebbende. Belanghebbende stelt dat de informatiebeschikking moet worden vernietigd omdat de inspecteur de schenkingsakte niet in zijn bezit had mogen hebben. Volgens belanghebbende is er sprake van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs omdat de schenkingsakte in beslag is genomen tijdens een huiszoeking in het kader van het strafrechtelijk onderzoek terwijl achteraf het strafrechtelijk onderzoek is geseponeerd omdat belanghebbende ten onrechte als verdachte is aangemerkt. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs, laat staan dat sprake is van bewijs dat is verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelen overheid mag worden verwacht, dat het gebruik daarvan moet worden uitgesloten. Naar het oordeel van de rechtbank mocht de inspecteur zich op basis van de schenkingsakte bovendien op het standpunt stellen dat de door hem gevraagde informatie van belang zou kunnen zijn voor het vaststellen van de aanslag IB/PVV voor het jaar 2016. Belanghebbende heeft niet aan de op hem rustende informatieverplichting voldaan. De rechtbank concludeert dat de informatiebeschikking terecht aan belanghebbende is opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 5619</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.H.J. Verhagen</contributor><issued>2021-06-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3875</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7985"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Beroep gegrond. Mate van verwijtbaarheid. Gelijkheidsbeginsel. Cumulatie. Onderscheid naar grootte van de onderneming. Evenredigheid Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2020. Adequate maatregelen. Tijdsverloop tussen laatste ambtshandeling en insturen boeterapport. Tijdsverloop tussen boeterapport en primaire besluit. Overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/2291</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.E.M. Lichtenberg, mr. W.P.C.G. Derksen, mr. A.S. Gaastra LL.M.</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2020:13259</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:13259</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2020:13259"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2020-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser kan de 30%-regeling niet voor de inkomstenbelasting toepassen, omdat de werkgever de 30%-regeling niet op het loon heeft toegepast. Voor het loonbegrip in de inkomstenbelasting wordt aangesloten bij het loonbegrip voor de loonbelasting. De keuze van de werkgever om het loon niet als eindheffingsbestanddeel aan te wijzen, werkt door naar de inkomstenbelastingheffing van eiser. Dit loon dient dan ook volledig in de inkomstenbelastingheffing te worden betrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 19 _ 2280</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema, A.J.M. Arends, D.M. Drok</contributor><issued>2021-06-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:1325</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2021:6218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:6218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2021:6218"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18/5599 t/m 18 /5601</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.C. van der Vegt, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2021-12-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:7246</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:7246</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:7246"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Hoorplicht. Toezendplicht bezwaar ex art. 7:4 Awb. Informatieverstrekking ex art. 40 Wet Woz. Waardevaststelling woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 2000526</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-08-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2021:934</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2021:934</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2021:934"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Discriminatieverbod; fiscaal aftrekbare koopsom voor een stakingslijfrente is niet aftrekbaar van de grondslag van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw hoewel werknemers en FOR-doteerders hun oudedagsvoorzieningsbijdragen wél van hun Zvw-bijdrage-inkomen kunnen aftrekken; discriminatie? Betekenis HR BNB 2019/72 Feiten: De belanghebbenden dreven een café dat zij in 2016 hebben gestaakt. Hun verzamelinkomens 2016 bestonden grotendeels uit winst uit onderneming (stakingswinst) en een negatieve post voor uitgaven voor inkomensvoorziening in verband met een uit die stakingswinst betaalde lijfrentekoopsom. De Inspecteur heeft bij de bepaling van het Zvw-bijdrage-inkomen de winst uit onderneming zonder de fiscale aftrekpost in aanmerking genomen. In geschil is of de lijfrentekoopsommen niet alleen in mindering komen op het belastbare inkomen, maar ook op het Zvw-bijdrage-inkomen, met name of de belanghebbenden, als dat niet het geval is, ongerechtvaardigd ongunstiger worden behandeld dan vergelijkbare Zvw-verzekerden die hun oudedagsbijdrage (pensioen-opbouw en FOR-dotaties) wél van hun Zvw-bijdrage-inkomen kunnen aftrekken. De Rechtbank Gelderland heeft in navolging van HR BNB 2019/72 drie categorieën Zvw-verzekerden onderscheiden: (i) zij die in dienstbetrekking een oudedagsvoorziening opbouwen ex art. 11(1)(c) en (j)(1e) Wet LB 1964, (ii) zij die als ondernemer een oudedagsvoorziening opbouwen met fiscaal aftrekbare verplichte-pensioenpremies of FOR-dotaties en (iii) zij die een oudedagsvoorziening opbouwen met fiscaal aftrekbare lijfrentepremies. Uit HR BNB 2019/72 volgt dat de gevallen (i) en (ii) gelijk moeten worden behandeld voor de Zvw-premiegrondslagbepaling, maar niet dat dat ook geldt voor geval (iii). De Rechtbank acht geval (iii) niet vergelijkbaar met de gevallen (i) en (ii) omdat (a) een lijfrente vrijwillig opgebouwd wordt, (b) lijfrente-opbouw/aankoop geen causaal verband houdt met inkomenshoogte of arbeidsduur, (c) met een lijfrente een hogere opbouw mogelijk is dan toegestaan in pijler 2 (categorieën (i) en (ii)), (d) lijfrente-aankoop een incidenteel karakter heeft en (e) lijfrentepremies fiscaal niet aftrekbaar zijn binnen een bepaalde inkomstenbron (box 1: werk en woning), maar op het gehele inkomen als uitgave voor inkomensvoorziening De belanghebbenden menen ongunstiger te worden behandeld dan de in HR BNB 2019/72 gelijk getrokken gevallen (i) en (ii). Uit dat arrest blijkt dat voor de Zvw-bijdragegrondslag een lijfrentekoopsom betaald uit een FOR-afname net als een pensioenpremie in mindering komt op de Zvw-bijdragegrondslag. Dan moet ook een rechtstreeks uit stakingswinst betaalde lijfrentekoopsom daarop in mindering komen nu een stakingslijfrente precies zoals een FOR-lijfrente in de oude dag van de ondernemer voorziet. Volgens de Staatssecretaris miskennen zij dat HR BNB 2019/72 de toepassing van het gelijkheidsbeginsel beperkt tot gevallen waarin over de opbouw van de oudedags-voorziening geen Zvw-bijdrage wordt geheven. Dat gaat niet op voor categorie (iii), die door de wetgever in de opbouwfase juist anders wordt behandeld dan gevallen (i) en (ii). A-G Wattel merkt op dat na HR BNB 2019/72 het wachten was op een categorie (iii)-geval, dat zich nu aandient in de personen van de belanghebbenden die de Hoge Raad vragen na A (gelijke behandeling binnen pijler 2, tussen groepen (i) en (ii)) ook B te zeggen (gelijke behandeling tussen pijlers 2 en 3, i.e. tussen de groepen (ii) en (iii)). Evenmin als in de zaak HR BNB 2019/72 ziet de A-G in het licht van het doel van de Zvw-bijdrage (inkomensafhankelijke zorguitgavenfinanciering) verschil tussen personen die hun boven-AOW-pensioen zelf (moeten) opbouwen met een lijfrenteverzekering (categorie (iii) in HR BNB 2019/72), en anderzijds cao-pensioenopbouwers (categorie (i) in HR BNB 2019/72) en ondernemers die verplicht een beroepspensioen of vrijwillig een FOR opbouwen (categorie (ii) in HR BNB 2019/72). Ook fiscaal is er geen verschil: in alle gevallen wordt de bijdrage voor de oudedagvoorziening - binnen wettelijke grenzen - geëlimineerd uit het fiscale inkomen (omkeerregel). Doordat fiscaal loon en fiscale winst ook als grondslag dienen voor de Zvw-bijdrage, komen fiscaal aftrekbare pensioenpremies en FOR-dotaties automatisch in mindering op het Zvw-bijdrage-inkomen. Waarschijnlijk is het doel daarvan voorkoming van dubbele Zvw-bijdrageheffing, nu over pensioenuitkeringen en lijfrente-uitkeringen Zvw-bijdrage wordt geheven. Ook bij lijfrentekopers zoals de belanghebbenden (categorie (iii)) wordt over de lijfrente-uitkeringen Zvw-bijdrage geheven, maar hun koopsom is, hoewel fiscaal aftrekbaar, niet aftrekbaar van hun Zvw-bijdrage-inkomen. De vraag is of een objectief verschil bestaat tussen categorie (iii) en de categorieën (i) en (ii) dat kan verklaren waarom categorie (iii) niet en categorieën (i) en (ii) wel verschoond blijven van dubbele Zvw-bijdrage, en zo neen, of een rechtvaardiging bestaat om categorie (iii) dubbel te belasten. Bezien vanuit het relevante criterium (het doel van de te beoordelen regelingen, i.e. inkomensafhankelijke zorguitgavenbekostiging en voorkoming van dubbele bijdrage-heffing) acht A-G Wattel geen van de vijf door de Rechtbank genoemde verschillen relevant, noch bij de beoordeling van de vergelijkbaarheid van de groepen, noch bij de beoordeling van de rechtvaardigbaarheid van de selectieve dubbele belasting. Hij betwijfelt bij sommige van de aangevoerde verschillen zelfs of zij bestaan. Maar ook als ze bestaan, kunnen zij zijns inziens hoe dan ook niet verklaren of rechtvaardigen dat/waarom de ene groep Zvw-verzekerde oudedagsvoorzieners dubbel wordt belast en de andere groep Zvw-verzekerde oudedagsvoorzieners niet. Die selectieve dubbele belasting kan evenmin verklaard of gerechtvaardigd worden doordat de wetgever wilde aansluiten bij alleen inkomsten uit werk en woning (dus niet bij het gehele inkomen). Die beperkte aansluiting is juist de discriminatie van categorie (iii) ten opzichte van categorieën (i) en (ii). Daarin zit volgens de A-G ook de zwakte van HR BNB 2019/72: het gegeven dat de wetgever de categorieën (i) en (ii) in de opbouwfase gelijk behandelde, was voor de Hoge Raad reden om te oordelen dat die gevallen dan ook gelijk zouden zijn. De wetgever handelt dan willekeurig (en daarmee volgens de Hoge Raad kennelijk discriminatoir) door die opbouwfase-gelijke behandeling alsnog te frustreren op het moment waarop de FOR, geheel volgens de bedoeling van de wetgever, in een lijfrente wordt omgezet. Die benadering wreekt zich in het omgekeerde geval van belanghebbenden omdat de Hoge Raad nu logischerwijze ook zou moeten oordelen dat als de wetgever gevallen ongelijk behandelt, zij dan ook ongelijk zijn. Maar daarmee wordt het discriminatieverbod betekenisloos: de ongelijke behandeling zou dan verklaard worden door de ongelijke behandeling. Omdat de wetgever de belanghebbendes dubbel belast, zouden zij niet gelijk zijn aan de Zvw-verzekerden die niet dubbel worden belast. Volgens de A-G veroordeelt dat resultaat zichzelf. De rechter moet zelf de ongelijke behandeling toetsen aan het discriminatieverbod en de wetgever heeft zijn margin volgens de A-G overschreden. De enige aangevoerde rechtvaardigingsgrond (uitvoeringsproblemen bij een andere groep dan die van de belanghebbenden) snijdt volgens de A-G evenmin hout als in HR BNB 2019/72 en de rechter kan zijns inziens zelf rechtsherstel bieden. Conclusie: cassatieberoepen gegrond; zelf afdoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01274</description><issued>2021-12-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:43</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2021:2808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:2808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2021:2808"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak is niet van een samenvatting voorzien.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 5999</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2021-06-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2021:1308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:1308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2021:1308"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-04-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft voor het parkeren op de parkeerplek geen parkeerbelasting betaald. De naheffingsaanslag parkeerbelasting is terecht opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/01258</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N. Djebali, R.C.H.M. Lips, M.J. Leijdekker</contributor><issued>2021-12-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:6907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:6907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:6907"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">MRB. Verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00850</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-07-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:1598</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2021:3065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:3065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2021:3065"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres exploiteert een café. In juli 2015 legt verweerder een bedrijfsbezoek af bij eiseres. Daarbij constateert verweerder dat de administratie van eiseres op een aantal onderdelen niet voldoet. Eiseres wordt daarvoor gewaarschuwd. Ruim een jaar later stelt verweerder bij eiseres een boekenonderzoek in. Volgens verweerder kent de administratie van eiseres dan dermate ernstige gebreken dat deze geen betrouwbare grondslag vormt voor de omzetberekening. Verweerder maakt daarom een theoretische omzetberekening. Naar aanleiding van correspondentie tussen partijen wordt de theoretische omzetberekening nog naar beneden bijgesteld. Verweerder legt vervolgens navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting en naheffingsaanslagen in de omzetbelasting op voor de jaren 2011 tot en met 2015. Daarbij legt verweerder ook vergrijpboeten op. De rechtbank oordeelt eerst dat de administratie van eiseres een aantal ernstige gebreken heeft waardoor deze niet als betrouwbare en verifieerbare basis kan dienen voor de omzet- en winstberekening. Verweerder mocht daarom de omzet en winst schatten. De rechtbank oordeelt vervolgens over de vraag of verweerder een voldoende gemotiveerde schatting heeft gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerders schatting voor de jaren 2012 tot en met 2015 voldoende gemotiveerd. De schatting voor het jaar 2011 is dat naar het oordeel van de rechtbank niet. Voor 2011 heeft verweerder de schatting gebaseerd op extrapolatie van de brutowinstmarges van de latere jaren, die reeds een schatting betreffen. Omdat naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van een voldoende gemotiveerde schatting worden de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2011 en de naheffingsaanslag omzetbelasting 2011 en de daarbij opgelegde boete vernietigd. Eiseres maakt vervolgens nog wel aannemelijk dat verweerders schatting voor de jaren 2012 tot en met 2015 te hoog is. De rechtbank berekent de correcties die dan nog resteren. Omdat er geen grond aanwezig is om de bewijslast alsnog om te keren, zijn dat ook de correcties die in stand blijven. De bij de naheffingsaanslag omzetbelasting voor de jaren 2012 tot en met 2015 opgelegde vergrijpboete wordt door de rechtbank vernietigd omdat verweerder niet bewijst dat sprake is van opzet. Ten aanzien van de bij de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting voor de jaren 2012 tot en met 2015 opgelegde boeten heeft verweerder subsidiair gesteld dat sprake is van grove schuld. Naar het oordeel van de rechtbank bewijst verweerder wel dat sprake is van grove schuld. De rechtbank matigt de boeten vervolgens nog wel omdat aan de navorderingsaanslagen een theoretische omzetberekening ten grondslag ligt. De boeten worden daarna nog verder gematigd omdat de berechting te lang heeft geduurd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB LEE - 19 _ 2236 t/m 2240, 3246 t/m 3247 en 20/80</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, M. van den Bosch, S.J. Swaters</contributor><issued>2021-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2021:5830</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:5830</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2021:5830"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-11-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 6198</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.P. Hertsig</contributor><issued>2021-12-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2021:1360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:1360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2021:1360"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 36 IW en artikel 60 Wfsv; aansprakelijkstelling naheffingsaanslagen loonheffingen en omzetbelasting; melding betalingsonmacht; (gewezen) bestuurder; belastingrente; verrekening met tegemoetkoming uit de Wtl.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-20/00794</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-08-04</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:1371</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:1128</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2021:2367</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:2367</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2021:2367"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De kosten van de woningaanpassingen voor zover deze het WMO-PGB te boven gaan mogen niet op het ROW in mindering worden gebracht. Kosten komen voor aftrek in aanmerking als deze met het oog op de zakelijke belangen van de ROW-werkzaamheden zijn gemaakt. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat een andere zorgverlener een investering zou hebben gepleegd in de woning van eiseres en haar echtgenoot.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 2376</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van den Bosch</contributor><issued>2021-06-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2021:4104</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2021:4104</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2021:4104"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat de waarde in vergelijking met voorgaande jaren buitensporig is gestegen en daarom niet aannemelijk is. Eiser stelt onweersproken dat de heffingsambtenaar ten onrechte een verlenging van zijn garage voor aanbouw aanziet, wat voor dat onderdeel tot een te hoge waardering heeft geleid. Aangezien de door de heffingsambtenaar getaxeerde waarde vrijwel op de vastgestelde waarde uitkomt, is het gevolg hiervan dat de heffingsambtenaar er niet in is geslaagd het bewijs van die waarde te leveren. Beroep gegrond. Eiser heeft evenmin aan zijn bewijslast voldaan om de door hem bepleite waarde aannemelijk te maken. De rechtbank stelt de waarde in goede justitie vast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SHE 20/2206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink</contributor><issued>2021-08-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:6898</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:6898</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:6898"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling agrarisch object.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/01487</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2021:1188</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1188</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2021:1188"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 228a Gemeentewet, Verordening rioolheffing Loppersum 2014, vrijstelling kerkgebouwen, gelijkheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/01559</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2021-08-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2021:180</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:3267</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2021:2688</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:2688</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2021:2688"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Integrale proceskostenvergoeding omdat de Belastingdienst onzorgvuldig heeft gehandeld bij de aanpak van een controle van een IB-aangifte van een FIOD-medewerker onder meer omdat de post niet is behandeld als een VIP-post.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 3343</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.W. van de Sande</contributor><issued>2021-06-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2021:1259</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:1259</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2021:1259"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vermogensetikettering; behoren aandelen in een Braziliaanse vennootschap en een vordering op deze vennootschap tot het ondernemingsvermogen van een eenmanszaak; komt de afwaardering daarvan ten laste van de belastbare winst?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-20/00617</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-08-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2021:6010</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:6010</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2021:6010"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-11-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-zaak, overschrijding van de redelijke termijn en (proces)kostenvergoeding. Bezwaar tegen waardebepaling van de woning en tegen waardebepaling van de grond. Met betrekking tot de grond heeft verweerder het bezwaar in materiële zin gehonoreerd, maar abusievelijk is die beslissing als ‘ongegrond’ aangemerkt. In zoverre heeft eiser in beroep geen financieel belang, zodat dit deel van het beroep niet-ontvankelijk is. Met betrekking tot de woning is het beroep ongegrond. De redelijke termijn is overschreden. Een gebrek aan medewerking door eiser aan de vaststelling van de feiten heeft ertoe geleid dat de zaak gecompliceerd is geworden. Bij het oordeel in hoeverre de redelijke termijn is overschreden leidt deze omstandigheid ertoe dat de redelijke termijn in dit concrete geval op 28 maanden wordt gesteld. Immateriële schadevergoeding dienovereenkomstig. Proceskostenvergoeding op basis van een weegfactor 0,5 nu het beroep slechts gegrond is vanwege toekenning van een schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 2872</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.C. Quak MPA</contributor><issued>2021-12-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2021:3740</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:3740</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2021:3740"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">18/6426 tot en met 18/6429 Inkomstenbelasting. Op grond van “omkering en verzwaring” van de bewijslast acht de rechtbank aannemelijk dat belanghebbende inkomsten uit mensensmokkel heeft genoten. De inkomsten zijn slechts vast te stellen door middel van schatting. Die schatting van de inspecteur is redelijk. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, omdat het de boetes heeft gematigd in verband met omkering en verzwaring van de bewijslast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18/6426</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.C. van der Vegt, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2021-07-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:2150</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2021:1240</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1240</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2021:1240"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/03060</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2021-09-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:4274</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2021:6024</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:6024</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2021:6024"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-11-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM, clustermatige afdoening. De rechtbank heeft honderden BPM-zaken van één gemachtigde voor een groot aantal belanghebbenden gezamenlijk behandeld op een drietal zittingen. In de meeste zaken is een tussenuitspraak gedaan. Daarbij beoordeelt de rechtbank alle gronden die zijn aangevoerd voor alle voldoeningszaken die in dit cluster zijn behandeld. De rechtbank is van oordeel dat alleen een recht op teruggaaf zou kunnen bestaan als sprake is van het gebruik van een koerslijst van Eurotaxglass's, van het voorgaand tarief als bedoeld in artikel 16a van de Wet BPM of van extra leeftijdskorting. De overige gronden kunnen niet slagen. De rechtbank is van oordeel dat het stellen van prejudiciële vragen betreffende de werking van het Unierecht niet nodig is. Zij ziet met name geen reden om te twijfelen aan de juiste toepassing door de Hoge Raad van artikel 110 VWEU. In een aantal gevallen heeft verweerder de hoorplicht in bezwaar geschonden. De rechtbank is van oordeel dat in die gevallen geen terugwijzing hoeft plaats te vinden, aangezien het alsnog houden van een hoorgesprek niet tot een andere uitkomst zal leiden. De rechtbank doet die zaken waarin sprake is van een schending zelf af met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Awb door de rechtsgevolgen in stand te laten. De rechtbank is verder van oordeel dat: • Kentekengegevens geen op de zaak betrekking hebbende stukken in de zin van de artikelen 7:4, tweede lid, en 8:42, eerste lid, van de Awb zijn; • Interne compensatie binnen één voldoening op aangifte mogelijk is; • Geen rekening kan worden gehouden met een ex-rental-aftrek, tenzij de auto in kwestie een verhuurverleden heeft waarvoor belanghebbende de bewijslast heeft (conform Hoge Raad 28 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:331); • De bewijslast dat rekening dient te worden gehouden met een extra aftrek vanwege de staat van het interieur en/of de staat van het exterieur van de auto, aan de zijde van de belastingplichtige ligt. Het betreft namelijk, anders dan de ‘bijstelling dealersituatie’, een belastingverminderend kenmerk van de auto zelf; • Er geen reden bestaat af te wijken van het arrest van de Hoge Raad van 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:847, inzake de waardering van kampeerauto’s; • De overgang van de NEDC-methode naar de WLTP-methode voor de vaststelling van de CO2-uitstootwaarde van auto’s, en het eventueel daaruit voortvloeiende verschil in heffingsgrondslag, levert geen schending van artikel 110 VWEU op (conform de uitspraak van deze rechtbank van 29 april 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:2149). De rechtbank beslist de bestuurlijke lus als bedoeld in artikel 8:51a van de Awb toe te passen. Verweerder wordt door de rechtbank in de gelegenheid gesteld drie (mogelijke) gebreken in zijn uitspraken op bezwaar te herstellen. Het betreft: • De gevallen waarin een belanghebbende gebruik heeft gemaakt van een Eurotaxglass’s koerslijst. Tussen partijen is niet in geschil dat alsdan een correctie vanwege ‘bijstelling dealersituatie’ moet worden toegepast (conform Hoge Raad 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1783); • De gevallen waarin grond bestaat voor analoge toepassing van artikel 16a van de Wet BPM, het zogenoemde ‘voorjaarstarief’ (conform Hoge Raad 1 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:821); • De gevallen waarin vanwege het tijdsverloop tussen het moment van aangifte en het moment van registratie recht bestaat op extra leeftijdskorting. Iedere verdere beslissing houdt de rechtbank aan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 19 _ 2705</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.W. van de Sande</contributor><issued>2021-12-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:6894</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:6894</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:6894"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB en IB/PVV. Autorijschool. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Vereiste aangifte. Redelijke schatting. Vergrijpboetes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/00355 t/m 19/00359</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-07-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:920</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2021:7485</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:7485</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2021:7485"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Zowel X B.V. als haar enig aandeelhouder is een financiële holding. Het concern waarvan X B.V. deel uitmaakt is een samenwerkingsverband aangegaan met een stichting die een ziekenhuis exploiteert. De stichting was vrijgesteld van vennootschapsbelasting op grond van artikel 5, lid 1, sub c, Wet Vpb 1969. De stichting is omgezet in een B.V. en X B.V. is daarbij aandeelhouder van de B.V. geworden en zij vormen samen een fiscale eenheid. Rechtbank Den Haag oordeelt dat X B.V. niet in aanmerking komt voor de (zorg)vrijstelling van artikel 5, eerste lid, aanhef en onderdeel c, Wet Vpb 1969. X B.V. voldoet niet aan de winstbestemmingseis, noch is sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel. X B.V. kan evenmin haar voorvoegingsverliezen verrekenen met de winst van B.V. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 2017</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema, E.J.W. Heithuis, D.M. Drok</contributor><issued>2021-08-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2333</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2021:11384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:11384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2021:11384"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-11-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Artikel 3.110 jo. 3.120 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001. Geen ambtelijk verzuim. Informatie lening eigen woning in dossier ex-partner. Leningen niet gespecificeerd in aangifte. Niet aannemelijk gemaakt door eiseres dat rente eigen woning op haar heeft gedrukt. Kostenvergoeding bezwaar op zijn plaats.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 20/3132</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Ferrier</contributor><issued>2021-12-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2021:6170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:6170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2021:6170"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-12-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 20/8075</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2021-12-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:2477</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2021:3778</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:3778</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2021:3778"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-12-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het verzoek om uitstel van betaling is na het verstrijken van de betalingstermijn ontvangen. De vervolgingskosten zijn daarom terecht in rekening gebracht. De reeds toegekende kostenvergoeding voor bezwaar blijft vanwege het verbod op 'reformatio in peius' in stand. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00690</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.J.P.M. Haas, W.J. Blokland, J.P.R. van den Berg</contributor><issued>2021-12-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:7931</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2021:1361</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:1361</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2021:1361"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 4, eerste lid, onderdeel a, WBR; onroerendezaakrechtspersoon; bezitseis; doeleis; activeren eigen gegenereerde goodwill; artikel 15, eerste lid, onderdeel b, WBR; vrijstelling bedrijfsopvolging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-21/00012</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-08-04</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:103</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:6900</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:6900</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:6900"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling bedrijfspand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00329 t/m 20/00331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2021:1292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2021:1292"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/02619</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2021-09-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2020:1318</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2021:1413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2021:1413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2021:1413"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Rijnvarenden. Verzekeringsplicht in Nederland wonende Rijnvarenden met werkgever op Cyprus. De Svb heeft bij de bestreden besluiten op correcte wijze uitvoering gegeven aan de uitspraak van de Raad van 28 augustus 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2817, en deze besluiten kunnen ook overigens standhouden. De beroepen tegen de bestreden besluiten moeten daarom ongegrond worden verklaard. De Svb heeft met terugwerkende kracht E101 en A1-verklaringen afgegeven. Voor zover hier schade uit is voortgevloeid die niet op een andere manier ongedaan wordt gemaakt, bestaat de mogelijkheid in een afzonderlijke verzoekschriftprocedure schadevergoeding te vorderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/5123 AOW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Schadevergoedingsuitspraak</description><issued>2021-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:353</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2021:7090</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:7090</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2021:7090"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-12-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Microsoft moet de ouders en zussen van een man die in juli 2021 overleed toegang geven tot zijn Hotmailaccount en zijn OneDrive-account.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/708783 / KG ZA 21-859 DvH/MAH</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.A. Dudok van Heel</contributor><issued>2021-12-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2021:3701</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:3701</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2021:3701"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-11-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Na verwijzing. Inkomstenbelasting; afwaardering vordering; is het afwaarderingsverlies aftrekbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00695</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N. Djebali, H.E. Kostense, J.P.R. van den Berg</contributor><issued>2021-12-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2018:2542</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2020:1856</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:1881</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:11109</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:11109</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:11109"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-11-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Afwaardering vordering. Garantievoorziening. Voorziening bedrijfsbeëindiging. Pensioenvoorziening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00863</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-12-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:1130</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:6895</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:6895</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:6895"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Ontvankelijkheid hoger beroep. Belanghebbende behoort niet tot de kring van beroepsgerechtigden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/00743</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-07-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:1842</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2021:1817</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2021:1836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:1836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2021:1836"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Na verwijzing. Partijen zijn ter zitting bij wijze van totaalcompromis overeengekomen dat de door de inspecteur aangebrachte correctie in de onderhavige zaak (Vpb 2014) in stand blijft. Hetgeen betekent dat de uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd. Het Hof heeft dienovereenkomstig beslist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00792</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.E. Kostense, R.C.H.M. Lips, E.A.G. van der Ouderaa</contributor><issued>2021-08-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2020:1949</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2021:1115</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2021:1115</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2021:1115"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-11-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. OM-cassatie. Middelen zijn gericht tegen de beslissing van het hof tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van het aan de verdachte tenlastegelegde feitelijke leidinggeven aan het door de rechtspersoon opzettelijk niet of niet tijdig doen van de aangifte voor de omzetbelasting (art. 69, eerste lid, AWR). De twee middelen komen in het bijzonder op tegen de wijze waarop het hof toepassing heeft gegeven aan art. 243, tweede lid, Sv juncto art. 255, eerste lid, Sv en het daaraan ten grondslag liggende una via-beginsel. AG gaat in op verschillende aspecten van het una via-beginsel waaronder i) de vraag of dit beginsel in de weg staat aan de strafvervolging van een natuurlijke persoon nadat aan een rechtspersoon eerder bestuurlijke boeten zijn opgelegd en ii) de kwestie of de aan de rechtspersoon krachtens de art. 67b en 67c AWR opgelegde bestuurlijke (verzuim)boeten zijn opgelegd vanwege 'hetzelfde feit’ als waarvoor de verdachte (als natuurlijk persoon) is vervolgd op grond van art. 69, eerste lid, AWR. Conclusie strekt tot (partiële) vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/02761</description><issued>2021-11-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2019:2120</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:364</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2021:3162</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:3162</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2021:3162"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. De BOR is niet toepassing is ten aanzien van de (fictieve) vervreemding van de aandelen in de BV. Er is niet voldaan aan de voorwaarde dat de BV een materiële onderneming dreef. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de werkzaamheden die de BV in het kader van de exploitatie van het pand heeft verricht naar aard en omvang meer omvatten dan gebruikelijk is bij normaal vermogensbeheer. De omstandigheid dat de property managementwerkzaamheden in eigen beheer werden uitgevoerd, leidt niet in zichzelf tot het oordeel dat geen sprake is van normaal vermogensbeheer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 19 _ 4449</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.P.D. Mathey-Bal, M.J. Pelinck, R.R. van der Heide</contributor><issued>2021-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2021:3899</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:3899</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2021:3899"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-12-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV. Geen ambtelijk verzuim. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat hem een extra aftrek toekomt terzake (gestelde) kosten van telefonie/internet en afschrijving van een computer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00345</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.J.P.M. Haas, M.J. Leijdekker, J.P.R. van den Berg</contributor><issued>2021-12-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:2572</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2021:3588</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:3588</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2021:3588"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 8580</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.C. van der Vegt</contributor><issued>2021-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:6906</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:6906</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:6906"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">LH. Ontvankelijkheid beroep. Termijnoverschrijding. Verschoonbaar?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00736</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2021:1295</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1295</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2021:1295"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/01384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2021-09-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:2286</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13916</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13916</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13916"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Tijdelijke arbeidsovereenkomst niet verlengd. Verboden onderscheid? Nee, werkgever heeft niet ernstig verwijtbaar gehandeld. Verzoek billijke vergoeding afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12212224 VZ VERZ 26-2212</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14326</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14326</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14326"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Geen beëindigingsovereenkomst gesloten. Schriftelijkheidsvereiste. Mededeling van werkgever dat arbeidsovereenkomst door bereikte overeenstemming is geëindigd kwalificeert als eenzijdige opzegging. Opzegging is niet rechtsgeldig. Loonvordering toegewezen met 50% wettelijke verhoging. Arbeidsovereenkomst wordt (voorwaardelijk) ontbonden. Ernstig verwijtbaar handelen werkgever. Billijke vergoeding in voorwaardelijke ontbindingsprocedure € 100.000,-.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12207004 VZ VERZ 26-2160 en 12215570 VZ VERZ 26-2271</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C.J. Frikkee</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2021:6194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:6194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2021:6194"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-11-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 8166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2021-12-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6623</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6623</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6623"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Naleving cao particuliere beveiliging. Sociaal fonds is in aparte, algemeen verbindend verklaarde, cao onder meer belast met controle op naleving cao particuliere beveiliging. Alvaro heeft deze cao niet toegepast en wordt verplicht dit alsnog te doen en dit aan te tonen. Zij voldoet hier niet aan moet de in de sociaal fonds-cao opgenomen forfaitaire schadevergoeding (‘boete’) per week betalen. Hof matigt deze ‘boete’ maar laat voor het overige de veroordeling van Alvaro en haar bestuurders in stand. Sociaal Fonds kan haar vorderingen op een failliete zustervennootschap van Alvaro niet op Alvaro verhalen op grond van overgang van onderneming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.361.775/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:3392</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3392</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:3392"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidszaak (WWZ) Recht op billijke vergoeding en hoogte billijke vergoeding bij, ontslag (statutair) directeur met een contractuele beëindigingsvergoeding, diverse nevenvergoedingen (bonus, winstdeling).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.349.396_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.P.M. Rousseau, mr. M. van Ham, mr. dr. N. Zekic</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2021:3915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:3915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2021:3915"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Waarde in beroep verlaagd. Beroep is dus gegrond. Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de nieuwe waarde niet te hoog is vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 20/2042</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.P. Lauwaars</contributor><issued>2021-09-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2021:4461</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:4461</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2021:4461"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft een voormalig universiteitsgebouw (de onroerende zaak) gekocht om het te transformeren tot een woning. Eiser komt in bezwaar tegen de voldoening van de overdrachtsbelasting. Volgens eiser is op het moment van levering al sprake van een woning waardoor het tarief van de overdrachtsbelasting volgens hem 2% moet zijn. Niet in geschil was dat de onroerende zaak oorspronkelijk voor ander gebruik dan bewoning is ontworpen en gebouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Eiser heeft niet aannemelijk heeft gemaakt dat voorafgaand aan de verkrijging werkzaamheden hebben plaatsgevonden aan de onroerende zaak die onmiskenbaar tot doel hadden om deze tot een woning te verbouwen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 1530</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius, J.J. Westerbaan, W.W. Monteiro</contributor><issued>2021-09-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:7511</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2021:3780</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:3780</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2021:3780"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-04-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is of er sprake is van een bron van inkomen. Indien er geen sprake is van een bron van inkomen is de berekening van het stakingsresultaat in geschil. Naar het oordeel van rechtbank is er geen sprake van een bron van inkomen. Voorts dient naar het oordeel van de rechtbank de waarde van de voorraad verminderd te worden tot € 5.000.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB-20/3553</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.D. van Riel</contributor><issued>2021-06-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:2593</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2021:7482</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2021:7482</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2021:7482"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De waarde in het economische verkeer van de panden is ruim hoger dan waar belanghebbenden van zijn uitgegaan voor de bepaling van de overdrachtsprijs van de aandelen in de vennootschap; er is sprake van een vervreemding als bedoeld in artikel 4.22 van de Wet IB 2001. Er is beoogd een voordeel toe te kennen bij de verkoop van hun aandelen in de vennootschap door het overeenkomen van een te lage overdrachtsprijs. Sprake van kwade trouw en nieuw feit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 16 _ 1680</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades, T.N. van Rijn, P.A. Caljé</contributor><issued>2021-09-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:3381</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2021:3158</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:3158</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2021:3158"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Sprake van een nieuw feit. De BOR is niet toepassing is ten aanzien van de (fictieve) vervreemding van de aandelen in de BV. Er is niet voldaan aan de voorwaarde dat de BV een materiële onderneming dreef. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de werkzaamheden die de BV in het kader van de exploitatie van het pand heeft verricht naar aard en omvang meer omvatten dan gebruikelijk is bij normaal vermogensbeheer. De omstandigheid dat de property managementwerkzaamheden in eigen beheer werden uitgevoerd, leidt niet in zichzelf tot het oordeel dat geen sprake is van normaal vermogensbeheer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 19 _ 4468</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.P.D. Mathey-Bal, M.J. Pelinck, R.R. van der Heide</contributor><issued>2021-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:7390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:7390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:7390"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Advies door accountant/belastingadviseur aankoop bedrijfspand in box 1 of 3; bewijsopdracht; als bewijs wordt geleverd, is er een tekortkoming in spontane waarschuwingsplicht in verband met aanmerkelijk belang; voorlopige overwegingen over causaal verband en schade. Artikel 7:401 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.262.190</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad, Tussenuitspraak</description><issued>2021-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2019:418</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2021:1329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2021:1329"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/02395</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2021-09-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2020:1900</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2021:2674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2021:2674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2021:2674"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Zuiveringsheffing en watersysteemheffing ingezetenen. In deze procedure kan alleen de aanslag voor 2020 aan de orde komen, en dus niet de belastingheffing over voorgaande jaren, verzoeken om ambtshalve vermindering of kwijtschelding. Eiser heeft niets aangevoerd op grond waarvan moet worden geoordeeld dat van hem in 2020 teveel zuiveringsheffing en watersysteemheffing is geheven. Beroepen op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel slagen niet. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/1020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink</contributor><issued>2021-08-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2021:3904</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2021:3904</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2021:3904"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Aan de dakkapel van de woning is eenzelfde waarde toegekend als aan de twee dakkapellen van een van de vergelijkingsobjecten. Dit verschil is niet voldoende inzichtelijk gemaakt. Aangezien de door de heffingsambtenaar getaxeerde waarde op de vastgestelde waarde uitkomt, is het gevolg hiervan (en van een rekenkundige omissie) dat de heffingsambtenaar er niet in is geslaagd het bewijs van die waarde te leveren. Beroep gegrond. Eiseres heeft evenmin aan haar bewijslast voldaan om de door haar bepleite waarde aannemelijk te maken. De rechtbank stelt de waarde in goede justitie vast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/2690</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink</contributor><issued>2021-08-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2021:975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2021:975"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00755</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2021-06-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2020:4123</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2021:5855</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:5855</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2021:5855"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-12-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Moest rekening worden gehouden met de verwezenlijking van een leegstandsrisico door de coronapandemie? De rechtbank stelt voorop dat de waardepeildatum in deze zaak 1 januari 2019 is. Dat was ruim voor het ontstaan van de coronapandemie. De mogelijkheid van het ontstaan van pandemieën in algemene zin moet worden geacht tot uitdrukking te komen in transactiecijfers uit de markt. In aanvulling hierop oordeelt de rechtbank dat de naderende coronacrisis op 1 januari 2020 ook niet kan worden aangemerkt als specifiek voor de onroerende zaak geldende bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 18, derde lid, aanhef en onder c, van de Wet WOZ. Er waren op dat moment immers nog geen concrete overheidsmaatregelen genomen. Er is daarom geen aanleiding om uit te gaan van de toestandsdatum van 1 januari 2020.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 21/2285, UTR 21/2287, UTR 21/2288</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K. de Meulder</contributor><issued>2021-12-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2021:2116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2021:2116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2021:2116"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Eiseres stelt dat de heffingsambtenaar de vastgestelde waarde van haar appartement niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank volgt eiseres hierin niet, voor zover zij stelt dat de WOZ-waarde in vergelijking met voorgaande jaren buitensporig is gestegen en dat een nabijgelegen woonwagenlocatie voor waardedruk zorgt. Wel volgt de rechtbank eiseres in haar stelling dat een door de buurman geplaatste airco-unit voor geluid- en rookoverlast zorgt en haar uitzicht belemmert en dat dit in haar geval van invloed is op de waarde. De heffingsambtenaar heeft ten onrechte een ander standpunt ingenomen. Beroep gegrond. De rechtbank stelt de waarde in goede justitie vast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/2627</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink</contributor><issued>2021-08-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:5707</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:5707</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:5707"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">LH. Werkzaamheden voor een publieke omroep. Privaatrechtelijke dienstbetrekking dan wel fictieve dienstbetrekking?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00261</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-06-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2021:8458</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:8458</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2021:8458"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 22bis IW 1990. Eiseres heeft op grond van leaseovereenkomsten machines ter beschikking gesteld aan een gelieerde onderneming. Op 2 augustus 2017 is de gelieerde onderneming failliet verklaard. Zij had op dat moment nog loonbelastingschulden en omzetbelastingschulden. Kort voor het faillissement heeft de gelieerde onderneming haar activiteiten gestaakt en heeft eiseres alle activa, waaronder de machines, in vuistpand genomen en overgebracht naar een andere bedrijfslocatie. Bij beschikking heeft de Ontvanger van de Belastingdienst vastgesteld dat eiseres niet heeft voldaan aan haar meldingsplicht van artikel 22bis IW. De Ontvanger heeft de executiewaarde van de weggehaalde bodemzaken vastgesteld op € 2.761.107,87 en de betalingsverplichting voor eiseres vastgesteld op € 772.292. In geschil is of eiseres had moeten melden dat zij de machines wilde weghalen. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de reële eigendom had van de machines. Zij had daarom aan de Belastingdienst moeten melden dat zij de machines wilde weghalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 1533</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, E. Kouwenhoven, M.E. Kiers</contributor><issued>2021-08-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:1167</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2021:3807</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:3807</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2021:3807"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-12-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet waardering onroerende zaken; WOZ-waarde woning niet te hoog; bevestiging uitspraak rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00758</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.J.P.M. Haas, M.J. Leijdekker, J.P.R. van den Berg</contributor><issued>2021-12-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:9990</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2022:1144</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:5889</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:5889</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:5889"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-06-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Vermindering (afschrijving).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/01024</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-06-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2021:6897</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:6897</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2021:6897"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling van een als private school geëxploiteerde onroerende zaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/01367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2021-07-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3463</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3463</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3463"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank verlaagt de WOZ-waarde conform het nadere standpunt van de heffingsambtenaar. Rompslompschade is een stelpost. De extra kosten die eiser mogelijk moet maken bij herstel van de aardbevingsschade verlagen de WOZ-waarde niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/3705</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Sanna</contributor><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2021:7395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:7395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2021:7395"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na tussenvonnis (ECLI:NL:RBROT:2021:1962). Eiseres in conventie slaagt niet in bewijslevering. Rechtbank stelt zelf vast welk bedrag gedaagden moeten betalen voor herstelaangiften. Vorderingen in conventie grotendeels afgewezen. Vorderingen in reconventie grotendeels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/597198 / HA ZA 20-517</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B. van Velzen</contributor><issued>2021-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6495</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6495</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6495"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">MRB; incasso gestorneerd vanwege een verkeerde omschrijving. Naheffingsaanslag is terecht opgelegd. Geen recht op dwangsom. Beroep gegrond i.v.m. schending hoorplicht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 25/305</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.L. van Benthem</contributor><issued>2026-08-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:5729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:5729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:5729"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak. Leges. Aanvraag TAM-omgevingsplan. Publiek belang. Er kunnen geen leges worden geheven, hoewel er wel indirect sprake is van een particulier belang, maar juist niet rechtstreeks en in overheersende mate. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 25/7390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.R. van Es-De Vries</contributor><issued>2026-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3492"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Verbouw woning. Taxateur van de heffingsambtenaar is niet in de woning geweest. Bij gebrek aan nadere stukken of een nadere toelichting van de heffingsambtenaar, waarvoor hij voldoende gelegenheid heeft gehad, concludeert de rechtbank dat de heffingsambtenaar in de uitspraak op bezwaar het motiveringsbeginsel heeft geschonden. Beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/2358</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.T.M. Hennevelt</contributor><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3774</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3774</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3774"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. De heffingsambtenaar heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast dat eiser de verschuldigde parkeerbelasting niet heeft betaald. Van een overmachtssituatie is ook niet sprake. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/4233</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A.M. Geersheuvels</contributor><issued>2026-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2874"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopige voorziening; artikel 8:42 Awb</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/683 t/m 26/688</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:16031</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1718</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1718</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1718"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Afkoop pensioenrechten. Heffingsrecht. Belanghebbende woonde in Spanje en heeft in 2018 zijn pensioenrechten bij zijn [A BV] afgekocht. De afkoopsom is in beginsel op grond van de Wet IB 2001 belast in Nederland. In geschil is of het heffingsrecht op grond van het belastingverdrag met Spanje is toegewezen aan Spanje. Relevant is of belanghebbende is onderworpen aan de belastingheffing in Spanje. Daarvan is geen sprake indien belanghebbende minder dan 183 dagen in Spanje verbleef. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij 183 dagen of meer in Spanje verbleef in 2018 en dus niet aannemelijk gemaakt dat hij in Spanje aan belastingheffing is onderworpen. Om die reden kan hij geen beroep doen op het belastingverdrag met Spanje. Het hof is voorts van oordeel dat de inspecteur kan navorderen op grond van artikel 16, lid 2, letter c, AWR. Er is sprake van een ambtelijk verzuim van de inspecteur, maar tevens van een fout in de zin van deze bepaling, doordat de inspecteur lopende de discussie over het tijdstip van afkoop en het tijdstip van emigratie uit Spanje, heeft verzuimd de automatische aanslagoplegging te blokkeren. Belanghebbende heeft geen feiten en/of omstandigheden gesteld die meebrengen dat hij in redelijkheid kon menen dat de aanslag op goede gronden is vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1054</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, W.W. Monteiro, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2026-08-12</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 16</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:3945</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3464</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3464</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3464"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 220, onder a, van de Gemeentewet. Onroerendezaakbelasting gebruiker niet-woning, belastingjaren 2022 en 2023. Volgens belanghebbende was er geen sprake van gebruik in die jaren, omdat de gemeente de toegang belemmerde, wat de heffingsambtenaar betwist. De rechtbank oordeelt dat voor belastingjaar 2022 sprake was van gebruik, maar voor belastingjaar 2023 niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/1473 en LEE 25/1474</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.T.M. Hennevelt</contributor><issued>2026-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3473"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Watertoeristenbelasting. Eiseres exploiteert een jachthaven. Tussen partijen is in geschil of eiseres watertoeristenbelasting verschuldigd is ten aanzien van het gebruik van een passantenkade en verhuren van vaste ligplaatsen. De rechtbank is van oordeel dat eiseres aan de huurders van vaste ligplaatsen in haar jachthaven gelegenheid biedt tot “het houden van verblijf tegen vergoeding” zoals bedoeld in artikel 2 van de Verordening. Geen schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/3714</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A.M. Geersheuvels</contributor><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:674"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde verslavingskliniek. In geschil is a) of de WOZ-waarde van de onroerende zaak te hoog is vastgesteld en b) of de woondelenvrijstelling van artikel 220e Gemeentewet van toepassing is. Het hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het hof is verder van oordeel dat de woondelenvrijstelling niet van toepassing is, gelet op het feitelijke gebruik van de onroerende zaak. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/422</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J.K. Lanser</contributor><issued>2026-04-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Gemeentewet 220e</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:824</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:735</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:735</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:735"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beëindiging erfpacht zijn woningen op een perceel gesloopt. Naar het oordeel van de rechtbank is de boekwaarde van de woningen terecht afgewaardeerd tot nihil omdat sprake is van een realisatiemoment. Er bestond onvoldoende zekerheid dat het perceel door de gemeente aan eiseres zou worden verkocht waardoor niet kan worden gezegd dat de waarde van de woningen is opgeofferd als investering in nieuwe woningen die eiseres nadien op het perceel heeft opgericht. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_3306</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.M. Drok, M.J. Pelinck, K.G. Scholten</contributor><issued>2025-02-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:1668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:1668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:1668"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht. Rente op achterstallen. Wettelijke beslistermijn. Uitspraak na het arrest van de Hoge Raad van 13 september 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1177).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/6079</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. Kleij, W.M.C. Schipper, P.H. Lauryssen</contributor><issued>2025-03-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:985"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 17 van de Wet OB 1968. Belanghebbende is van mening dat zij voor haar activiteiten, die bestonden uit het managen en coördineren van het paardenspringteam van een buitenlandse paardensportbond, recht heeft op teruggaaf van omzetbelasting. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Belanghebbende, op wie de bewijslast rust, heeft niet aannemelijk gemaakt dat de teruggaaf verband houdt met (niet van btw vrijgestelde) verleende diensten. De latere vastlegging van de activiteiten in een sponsorovereenkomst is onvoldoende overtuigend om aannemelijk te achten dat sprake is van het verlenen van (niet vrijgestelde) diensten onder bezwarende titel. Wel heeft belanghebbende recht op een vergoeding van immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/5000</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2025-02-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:508"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 31, lid 1, letter f, Wet LB 1964 in samenhang met artikel 31a, lid 2, Wet LB; artikel 32bb Wet LB; behoren vrijgestelde vergoedingen en verstrekkingen tot het loonbegrip voor de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01203</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-04-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:1422</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:521</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:9021</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:9021</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:9021"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV Belanghebbende is werkzaam als medisch specialist. Hij houdt met meer dan twintig andere medisch specialisten de aandelen in X BV, waar hij een arbeidsovereenkomst mee heeft. Belanghebbende heeft de aandelen X BV aangegeven in box 3. De inspecteur heeft de door belanghebbende van X BV ontvangen dividenden als loon in box 1 gecorrigeerd. In geschil is of deze correctie terecht is. De rechtbank heeft geoordeeld dat de ontvangen dividenden fiscaal als loon moeten worden aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 22_5903</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.W. Monteiro, J.A.L. Heldens, L.L. van Benthem</contributor><issued>2025-01-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:9160</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:9160</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:9160"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Aftrek voorbelasting gemengd gebruikte ruimte. A en B hebben een nieuwbouwwoning aangeschaft. Ter zake van de levering van de grond en de bouw van de woning is omzetbelasting (voorbelasting) aan hen in rekening gebracht. Een onzelfstandig deel van de woning (de zolder) wordt belast verhuurd aan de B.V. van A, en in verband daarmee heeft samenwerkingsverband A en B een deel van de voorbelasting afgetrokken. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit niets dat de woning (mede) is verworven met het doel een deel ervan (belast) te verhuren. Er is geen sprake van rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de verwerving van de woning en de verhuur van de zolder (Hoge Raad 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1158). De rechtbank is verder van oordeel dat opteren voor belaste verhuur niet mogelijk is, aangezien belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de zolder niet ook voor woondoeleinden wordt gebruikt. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22/4562 en 23/132</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.L. van Benthem</contributor><issued>2025-03-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2024:836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2024:836"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is de vraag of de minister terecht heeft besloten om een correctie-S&amp;O-verklaring af te geven voor het jaar 2019, omdat de administratie van de onderneming niet voldoet aan het bepaalde in artikel 24, eerste lid, van de Wva. Het College beantwoordt die vraag bevestigend. De onderneming heeft zich op het standpunt gesteld dat de projectadministratie voldoet aan de wettelijke eisen, omdat de aard, inhoud en voortgang van de S&amp;O-werkzaamheden wel daaruit zijn af te leiden. Deze beroepsgrond slaagt niet. Verder doet de onderneming een beroep op het vertrouwensbeginsel. Omdat de uitgevoerde werkzaamheden en de gerealiseerde kosten dezelfde zijn als in de goedgekeurde aanvraag, heeft zij erop mogen vertrouwen dat de minister geen correctie zou uitvoeren. Daarnaast doet zij een beroep op het motiverings- en evenredigheidsbeginsel. Ook is het bestreden besluit volgens haar in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Die beroepsgronden slagen ook niet. Ten slotte is, anders dan de onderneming stelt, geen sprake van een zorgvuldigheidsgebrek, omdat de minister correspondentie over de controle niet naar haar gemachtigde heeft gestuurd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/358</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. Brugman, B. Bastein, C.T. Aalbers</contributor><issued>2024-11-19</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6142"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Last onder dwangsom vanwege het storten van 670.000 ton LD-staalslakken. Verzoek rechtstreeks beroep (artikel 7:1a Awb). De rechtbank stuurt de zaak met toepassing van artikel 8:54a Awb terug naar het college om de bezwaarprocedure te doorlopen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 26/1823</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:5577</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:5577</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:5577"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Waardering zorgcentrum. Objectafbakening. De heffingsambtenaar heeft ten onrechte een kadastraal perceel met een grootte van 43.921 m² niet betrokken in de waardering, terwijl dat perceel wel behoort tot het zorgcentrum. Het zorgcentrum en het naastgelegen perceel hadden op de waardepeildatum dezelfde eigenaar en gebruiker. Naar de omstandigheden beoordeeld behoorden deze objecten bij elkaar. Het object is dus te klein afgebakend. Beroep gegrond en de aanslag OZB voor het zorgcentrum wordt vernietigd. Bij de proceskostenveroordeling geeft de rechtbank toepassing aan de wettelijke vermenigvuldigingsfactor van 0,25 in artikel 30a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet WOZ omdat de uitspraak op bezwaar dateert van na 1 januari 2024.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SHE 24/1920</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van den Brink, R. Grimbergen, M. Venderbosch</contributor><issued>2025-02-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1437</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2607</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2607</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2607"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 69 Wet MRB. De Inspecteur mag op grond van artikel 69 Wet MRB twee naheffingsaanslagen opleggen omdat met betrekking tot twee verschillende voertuigen op dezelfde kalenderdag een overtreding is begaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/722</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:11758</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:10989</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:10989</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:10989"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser is boekhandel. Een van zijn artikelen is een gebonden boek dat voor het grootste gedeelte is bedoeld om door de gebruiker te worden volgeschreven. Het boek bevat ook voorgedrukte teksten om de gebruiker aan het denken te zetten en te inspireren tot het schrijven van stukjes die in direct verband staan met die teksten die op zichzelf al lezenswaardig zijn. De rechtbank is daarom van oordeel dat het artikel ook naar zijn inhoud een boek is in de zin van post a30 van Tabel I bij de Wet OB.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 4544</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, G.H. de Soeten, C. Maas</contributor><issued>2025-01-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:24</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:24</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:24"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Belanghebbende is gebonden aan eerder overeengekomen compromis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9530</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2025-02-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:157</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:157</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:157"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting en omzetbelasting; art. 4, lid 1, en art. 15, lid 1, letter a, Wet op belastingen van rechtsverkeer; art. 11, lid 1, letter a, onder 1º, art. 11, lid 3 (oud), letter b, Wet OB 1968; art. 12, lid 2, en art. 135 BTW-richtlijn 2006; samenloopvrijstelling voor overdrachtsbelasting; vervaardiging van een onroerende zaak voor eerste ingebruikneming; ingrijpende verbouwing; ‘in wezen nieuwbouw’; rechtspraak Hoge Raad over ‘vervaardigd goed’ in overeenstemming met rechtspraak van Hof van Justitie?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02923</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1771</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:1283</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1608</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1608</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1608"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV, termijnoverschrijding, verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/856, 24/3540, 24/3541, 24/3542 en 24/3543</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-03-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1807</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1807</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1807"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vereiste aangifte, omkering en verzwaring bewijslast, undue delay.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3848 en 23/3850</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-04-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:461</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:461</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:461"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03623</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2025-03-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:2296</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:525</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:525</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:525"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01424</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-04-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:843</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:2324</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:2324</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:2324"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Mrb. Eiser maakt niet aannemelijk dat het motorrijtuig hem slechts één dag feitelijk ter beschikking stond. Beroep gegrond voor zover geen proceskostenvergoeding is toegekend in de bezwaarfase. Voor het overige ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 5271</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. Breij</contributor><issued>2025-02-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2025:261</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:261</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2025:261"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenbeslissing geheimhoudingskamer inzake het verzoek van de inspecteur om anoniem te procederen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 521</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van den Bosch</contributor><issued>2025-01-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8411</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8411</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8411"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">aanslag schenkbelasting, kwijtschelding van een schuld kwalificeert als belastbare schenking. Vrijgevigheid is aannemelijk gemaakt. Niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van de voldoening aan een natuurlijke verbintenis</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11559</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-12-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:349</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:349</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:349"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak rechtbank op grond van art. 8:54 of 8:66 Awb? Dwangsom. Beschikking vaststelling wettelijke rente in de zin van art. 4:99 Awb. Objectief bepaalbare uitgangspunten. Ingebrekestelling. Beroep wegens niet tijdig beslissen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/244</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-03-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:364</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:364</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:364"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02402</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-03-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1712</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:548</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:548</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:548"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03319</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-04-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:1864</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:1662</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:1662</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:1662"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Anders dan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ziet de kantonrechter geen aanleiding om artikel 13a, tweede lid, van de Wahv vanwege (mogelijke) schending van het in verdragen neergelegde discriminatieverbod buiten toepassing te laten. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een redelijke en objectieve rechtvaardiging – en daarmee van een legitiem doel – om de hoogte van de proceskostenvergoeding in Wahv-zaken te verlagen ten opzichte van andere bestuursrechtelijke zaken (niet zijnde zaken op grond van de Wet WOZ en de Wet bpm).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11413515 MB VERZ 24-7495</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. van de Griend</contributor><issued>2025-02-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:10</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:10</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:10"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, Nabetaling werkloosheidsuitkering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2592</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd</contributor><issued>2025-01-08</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1791</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:692</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:692</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:692"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019. Benadeling schending hoorplicht hersteld door uitspraak op bezwaar. Fiscaal partnerschap duurzaam gescheiden levende echtgenoten en gezamenlijk eigenaar van twee woningen. Keuze eigen woning wordt bepaald door de volgorde van de ingediende aangiften van beide echtgenoten. De helft van de inkomsten en aftrekposten met betrekking tot de eigen woning worden bij belanghebbende in aanmerking genomen. Geen beroep op vertrouwensbeginsel. Door partnerschap geen recht op hogere aftrek zorgkosten. Hogere giftenaftrek aannemelijk gemaakt. Beroep in zoverre gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/436</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2025-02-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:1413</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1413</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:1413"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 9 Btw-richtlijn; economische activiteit; aftrek voorbelasting; vindt de aankoop van een partij nikkel plaats in de hoedanigheid van ondernemer? Arrest Kostov; zilverbaren; verlengstukgedachte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01290</description><issued>2025-01-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:185"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanmaningskosten navorderingsaanslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/1996 tot en met 24/2000 en BRE 24/2000 tot en met 24/2006</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd</contributor><issued>2025-02-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1721</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1711</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:183"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek. De Hoge Raad wijst het verzoek tot wraking af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00070</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2025-02-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2025:18</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2025:18</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2025:18"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">TVL – peilmoment status van de onderneming en bereiken staatssteunplafond. Het betoog van appellante 1 dat de beoordelingsmomenten die volgen uit de uitspraak van 19 maart 2024 leiden tot willekeurige afhankelijkheid van het moment van besluitvorming door de minister, volgt het College niet. De minister is bij de beoordeling van de groepssamenstelling, in lijn met de rechtspraak van het College, terecht uitgegaan van het moment waarop de subsidieaanvraag is afgewezen en niet van de status ten tijde van de subsidieperiode. Het beroep van appellante 1 is ongegrond. De subsidieverstrekking aan appellante 2 was rechtmatig en niet in strijd met een ingevolge een verdrag voor de Staat geldende verplichting (artikel 7, eerste lid, Kaderwet EZK- en LNV-subsidies). Dat appellante 1 voorafgaand aan de subsidieverlening aan appellante 2 onderdeel is geworden van dezelfde groep als waartoe appellante 2 behoort en, nadat de subsidie voor appellante 2 is vastgesteld ook zelf subsidie heeft ontvangen, maakt dit niet anders. Op het moment van beoordeling van de vaststellingsaanvraag voor appellante 2 was het staatssteunplafond immers nog niet bereikt. Het beroep van appellante 2 is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/554 t/m 23/557 en 24/460</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Proceskostenveroordeling</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. Bastein, C.T. Aalbers, M.L. Noort</contributor><issued>2025-01-21</issued><reference relation="citing" lang="nl">Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:18838</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:18838</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:18838"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eisers maken niet aannemelijk dat uitgaven op de erflaatster hebben gedrukt. Evenmin hebben zij onderbouwd dat de uitgaven rechtstreeks het gevolg zijn geweest van ziekte of invaliditeit van de erflaatster en ook niet dat de uitgaven meer bedragen dan de uitgaven die een vergelijkbare belastingplichtige zonder ziekte of invaliditeit moet doen. De aanslag IB/PVV is niet te hoog vastgesteld. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24_4687</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven</contributor><issued>2025-01-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:1584</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:469</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:469</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:469"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek. Procedurele beslissing is geen grond voor wraking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: W200.349.127</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2025-02-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2025:204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2025:204"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 6:7, 6:8 en 6:9 en 8:69 Awb. Rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. Vervolg op HR BNB 2021/140. Mag het bestuursorgaan in (hoger) beroep het verweer voeren dat (onverschoonbaar) tardief bezwaar is gemaakt, nadat het eerder inhoudelijk op het bezwaar heeft beslist?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02420</description><issued>2025-02-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:451</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2025:274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2025:274"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aan belanghebbende is een beperkte vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger (art. 33g Wet OB) afgegeven. Ook beschikt zij over een aanwijzing op grond van art. 23 Wet OB die haar toestaat de verleggingsregeling bij invoer van goederen toe te passen voor buiten de EU gevestigde ondernemers voor wie zij optreedt als fiscaal vertegenwoordiger met beperkte vergunning. De Inspecteur heeft de vergunning ingetrokken omdat hij meent dat sprake is van aanwijzingen voor fraude door belanghebbende en/of haar cliënten. Ook de art. 23-aanwijzing is ingetrokken. In geschil is of de vergunning en de art. 23-aanwijzing terecht zijn ingetrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01195</description><issued>2025-03-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:394"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">30%-regeling. Belanghebbende kan niet worden aangemerkt als ingekomen werknemer. Beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/10071</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2025-01-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1844</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:22</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:22</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:22"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ garageboxen, beroepen gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/10316 t/m 23/10323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.P.A. Boersma</contributor><issued>2025-02-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2025:456</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:456</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2025:456"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 30 november 2022 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appellante] om compensatie voor een afgeloste geldschuld afgewezen. Deze uitspraak gaat over compensatie voor afgeloste private schulden in het kader van de Hersteloperatie Toeslagen. Deze regeling is onderdeel van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft, op basis van de zogenoemde Catshuisregeling, op 17 februari 2021 een bedrag van € 30.000,00 ontvangen. Zodra dit bedrag op haar rekening stond, heeft [appellante] daarvan drie schulden die zij had bij ING afgelost. [appellante] heeft daarna twee aanvragen gedaan om compensatie voor drie afgeloste schulden, zoals bedoeld in artikel 4.3 van de Wht. De rechtbank heeft geoordeeld dat de afgeloste schulden niet voldoen aan de voorwaarden die de Wht stelt aan compensatie daarvan. Uit het dossier blijkt niet dat de schulden op enig moment opeisbaar zijn geworden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402226/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:3160</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:470</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:470</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:470"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03339</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-03-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1696</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:966</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:966</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:966"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Verstekprocedure. Eiser vordert nakoming van de informatieverplichtingen op grond van artikel 47 en 49 AWR, op straffe van een dwangsom. Toewijzing vordering: spoedeisend belang aanwezig en de vordering is niet kennelijk onrechtmatig of ongegrond. De voorzieningenrechter bepaalt dat wilsafhankelijk materiaal alleen mag worden gebruikt voor de belastingheffing en niet voor eventuele bestuurlijke boeteopleggingen en/of strafvervolging. De hoogte van de dwangsom is gelet op de toelichting van eiser gerechtvaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/588537 / KL ZA 25-31</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.R. van der Vos</contributor><issued>2025-03-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:304</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:304</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:304"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB export sportpaard</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/8969 en 23/8970</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2025-03-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:93</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:93</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:93"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-01-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2025:1422</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:1422</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2025:1422"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Stelplicht, beroepsfout belastingdeskundige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/03/330602 / HA ZA 24-231</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-02-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1811</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1811</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1811"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Duitse pensioeninkomsten en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw 2021. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 34/3501</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-04-04</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:740</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:401</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:401</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:401"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het eerdere arrest ECLI:NL:HR:2025:187 is vervallen verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04076</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-03-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:6420</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:13307</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:13307</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:13307"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Milieu-investeringsaftrek, artikel 3:42a Wet IB 2001. De rechtbank is van oordeel dat recreatiewoningen onder het begrip woonhuis als bedoeld in paragraaf 1, onderdeel 4 van de Milieulijst 2018 vallen en dat de investeringen in de recreatiewoningen daarom niet in aanmerking komen voor milieu-investeringsaftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/2919</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2025-01-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:87</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:87</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:87"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, Zvw, onverschoonbare termijnoverschrijding, aftrek zakelijke kosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/10238 tot en met BRE 23/10245</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2025-01-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:464</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:464</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:464"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Belastingplicht. Ondernemerschap? Deelname aan het economische verkeer. Winstoogmerk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1509</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:2952</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:232"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00458</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-02-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3754</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1193"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dividendbelasting internationaal</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/11133</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2025-03-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1848</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1848</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1848"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NiNbi-beschikking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/3650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-04-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:87</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:87</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:87"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Cassatie in belang der wet. Procesrecht. Wraking van lid-beroepsgenoot van Centraal Tuchtcollege voor Gezondheidszorg wegens deelname aan dezelfde professionele werkgroep als de beklaagde. Objectief aanknopingspunt voor schijn van partijdigheid?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02772</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie in het belang der wet</description><issued>2025-01-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:858</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:9007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:9007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:9007"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; recht op aftrek van voorbelasting bedrijfstakpensioenfonds.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 2361</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, M.W. Koenis, M.M.W.D. Merkx</contributor><issued>2025-01-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:3522</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:3522</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:3522"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank beoordeelt of het inkomen van eiser terecht is aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden, en niet als winst uit onderneming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/5551 en 23/5553</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Praamstra</contributor><issued>2025-02-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6332</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:494</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:494</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:494"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde woning, PKV beroep, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11116</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P. Broeders</contributor><issued>2025-02-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:1350</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1350</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:1350"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitsluiting voorwaartse verliesverrekening bij wijziging aandeelhouder (art. 20a Wet Vpb); uitzonderingen daarop: de inkrimpingstoets (lid 4) en de activiteiten-voortzettingstoets (lid 11); paardenhandel is weliswaar voortgezet, maar met andere paarden; ‘oude’ paarden zijn feitelijk nooit overgegaan, maar terug gegaan naar vorige aandeelhouder; wat betekent ‘omzet’ in het kader van de inkrimpingstoets?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02252</description><issued>2025-01-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:13861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:13861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:13861"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingen loonheffingen, omkering van de bewijslast verzuimboete, vergrijpboete. Na een boekenonderzoek legt verweerder eiseres een naheffingsaanslag loonheffing op en daarbij een verzuimboete en een vergrijpboete. De rechtbank oordeelt dat de nageheven bedragen aanzienlijk zijn en het gaat om posten die in elk tijdvak terugkeren. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet de vereiste aangiften heeft gedaan en daarom omkering van de bewijslast geldt omdat de administratie van eiseres dusdanige gebreken vertoont dat die niet kan dienen voor de berekening van de af te dragen loonheffingen. Aangaande de verzuimboete oordeelt de rechtbank dat het beboetbare feit zich heeft voorgedaan en aangaande de vergrijpboete dat het aan grove schuld van eiseres is te wijten dat aanvankelijk te weinig belasting is afgedragen. Wel vermindert de rechtbank één van de naheffingsaanslagen op feitelijke gronden en de boeten wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 1585</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten, C. Maas, S.A. van Hoorn</contributor><issued>2025-03-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:117</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:117</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:117"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Premie AWf. Schriftelijke vastlegging arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9532</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2025-01-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1263</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1263</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1263"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur in de aanslag IB/PVV 2020 van belanghebbende terecht de contante waarde van een saldolijfrenteverzekering in aanmerking heeft genomen. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat een onbelast saldo aanwezig was in de polis van belanghebbende en de inspecteur heeft de saldolijfrenteverzekering ook niet tot een te hoog bedrag in de aanslag betrokken. In het betoog van belanghebbende dat het in het licht van de “box 3-arresten” van de Hoge Raad onredelijk is om belasting te heffen over uitkeringen die nog niet zijn gerealiseerd, gaat de rechtbank ook niet mee. De wetgever is niet getreden buiten de hem toekomende ruime beoordelingsmarge door de belastingheffing over de lijfrenteverzekering toe te staan, en er is geen sprake van een schending van de fair balance op regelniveau. Tot slot is in het geval van belanghebbende ook geen sprake van een individuele en buitensporige last.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/2976</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2025-03-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:146"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00253</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3692</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:1422</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1422</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:1422"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 10, 31, 31a, 32bb Wet LB. In hoeverre werkt de verruiming van het Wet LB-loonbegrip als gevolg van de invoering van de werkkostenregeling door naar het loonbegrip dat wordt gehanteerd in het kader van de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding? Vallen onder dat laatste loonbegrip ook loonbestanddelen die zijn aangewezen als WKR-bestanddeel en die gericht zijn vrijgesteld of in de vrije ruimte vallen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01203</description><issued>2025-01-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:508</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1796"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Gebouw op percelen van verschillende grondeigenaren. Begrip ‘woning’ in de zin van art. 14, lid 2, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970. Verkrijging naar civielrechtelijke maatstaven (art. 5:20(1)(e) BW; art. 5:3 BW; art. 3:4 BW). Verlaagd tarief voor de overdrachtsbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02648</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-11-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:201</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:3651</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:348</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:348</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:348"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 4 AWR</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 20/8083, 20/8084, 20/8085, 21/1884, 21/1886 en 22/1630</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, V.A. Burgers, J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2025-02-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1846</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:469</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:469</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:469"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-03-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:6599</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2025:242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2025:242"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is een stichting die tot doel heeft om eenzaamheid in de samenleving te bestrijden door mensen die bij elkaar in de buurt wonen en dezelfde interesses hebben met elkaar in contact te brengen. De vraag is of eiseres voldoet aan de voorwaarden om te worden aangemerkt als ANBI. Met name is in geschil of eiseres rechtstreeks het algemeen nut beoogt (de kwalitatieve toets). Partijen zijn het erover eens dat eiseres alleen in de categorie ‘welzijn’ zou kunnen vallen. Volgens de inspecteur moet er dan sprake zijn van een afgebakende, kwetsbare doelgroep. De rechtbank overweegt dat deze eis niet uit de wet, de wetsgeschiedenis of de rechtspraak van de Hoge Raad volgt en dat de categorie ‘welzijn’ ruim moet worden geïnterpreteerd. De conclusie is dat eiseres rechtstreeks het algemeen nut beoogt. Tussen partijen is niet in geschil dat ook aan de kwantitatieve toets is voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24-1800</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.S. Langius</contributor><issued>2025-02-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:91</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:91</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:91"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wissen BSN uit ambtenarentabel. AVG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2625</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Catsburg</contributor><issued>2025-02-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:375"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Mrb. Voertuig voldoet niet aan de inrichtingsvereisten voor een bestelauto, nu niet aan de 40%-eis wordt voldaan. Daarnaast slaagt het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet. Zonder nadere onderbouwing volgt de rechtbank eiseres niet in haar stelling dat de genoemde auto’s voldoende vergelijkbaar zijn met de auto van eiseres. Zouden er al vergelijkbare gevallen zijn onder de door eiseres genoemde 140 [merk] pick-ups, dan is er evenmin aanleiding om aan te nemen dat sprake is van een fout in de meerderheid van de gevallen. Zowel de naheffingsaanslag als de boete blijven in stand. Wel wordt de boete met 5% verlaagd nu wordt geconstateerd dat de redelijke termijn is overschreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 3534</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, A.A. Fase</contributor><issued>2025-02-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:4498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:4498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:4498"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Toeristenbelasting. Aan eiser zijn voor het jaar 2018 en 2019 aanslagen toeristenbelasting opgelegd. De rechtbank komt tot het oordeel dat de aanslag toeristenbelasting voor het jaar 2018 niet is vastgesteld binnen de daarvoor gestelde termijn en dat deze aanslag moeten worden vernietigd. Voor het jaar 2019 komt de rechtbank tot het oordeel dat de heffingsambtenaar niet aan de op hem rustende bewijslast heeft voldaan. De rechtbank kan de conclusie van de heffingsambtenaar dat eiser de meeste bemoeienis bij de huisvesting van de arbeidsmigranten heeft, gelet op de gemotiveerde betwisting door eiser en de door hem geschetste feitelijke gang van zaken, niet volgen. Eiser kan niet kan worden aangemerkt als degene die (het meest) gelegenheid biedt tot het houden van verblijf. De rechtbank is daarom van oordeel dat de aanslag toeristenbelasting 2019 ten onrechte aan eiser is opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/2589 en 23/2590</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Brekelmans</contributor><issued>2025-02-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6488</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6488</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6488"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingrente bij aanslag inkomstenbelasting en invorderingskosten. Zaak start met beroep tegen invorderingskosten wegens niet betaalde belastingrente van € 116 (zaak 23/656). Rechtbank oordeelt dat klachtformulier van kort na de uitspraak op bezwaar over de vastgestelde beschikking belastingrente bij de aanslag inkomstenbelasting naar de rechtbank had moeten worden doorgestuurd als beroepschrift (art. 6:15 Awb). Rechtbank regelt dit na de zitting alsnog (zaak 24/5294), waarna de inspecteur belanghebbende gelijk geeft en de belastingrente verlaagt tot € 78. Dit gelet op het arrest HR 18 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1673 (het geld was namelijk een deel van de tijd bij de belastingdienst). Daardoor gaan de invorderingskosten naar nul. Rechtbank kent immateriële schadevergoeding ten laste van de inspecteur toe bij 22 maanden overschrijding van de redelijke termijn, ondanks financieel belang onder € 1.000. Vergoeding gematigd tot € 500. Bij de ontvanger heeft de rechtbank volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden (overschrijding daar 6 maanden).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 24_5294</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit</contributor><issued>2025-01-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:8</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:8</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:8"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter a, Wet OB 1968 en Tabel I, post b.3, bij de Wet OB 1968; punt 14 van Bijlage III bij BTW-richtlijn 2006; verlaagd tarief; gelegenheid geven tot het beoefenen van sport; blokarten en powerkiten op het strand met gebruikmaking van instructie- en kleedruimte in een strandpaviljoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04594</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-01-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3635</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2381</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2381</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2381"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 1 Kostenwet en art. 2 Kostenwet. Aanmaningskosten onterecht in rekening gebracht. Zorgvuldigheidsbeginsel brengt met zich dat niet tot aanmaning kon worden overgegaan voordat het verzoek van belanghebbende om kwijtschelding van de aanslag was afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/1119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:10993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:10993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:10993"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is opgericht naar het recht van Curaçao en haar activiteiten bestaan uit handel in en verhuur van onroerend goed. In haar aangifte Vpb over 2016 heeft zij een verlies aangegeven van € 226.641, bestaande uit onder meer een buitengewone last van € 278.483. Volgens eiseres zijn dit (verbouwings)kosten die zijn gemaakt ten behoeve van een verbouwing van bovenwoningen en die foutief in aanmerking zijn genomen in de aangifte Vpb 2012. Verweerder staat aftrek van het bedrag in 2016 toe. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk maakt dat de (verbouwings)kosten zijn gemaakt omdat zij slechts een reconstructie van activeringen en een aantal grootboekrekeningen heeft verstrekt. Uit de grootboekrekeningen kan slechts worden opgemaakt dat bepaalde bedragen via memoriaalboekingen zijn geactiveerd. Het beroep is daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 3193</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Huisman</contributor><issued>2025-01-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7645</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7645</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7645"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2318</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:246</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:246</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:246"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04684</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-02-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:2764</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:1592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:1592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:1592"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Eigenwoningregeling. Aftrekbare rente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-03-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1637</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:4633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:4633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:4633"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kansspelbelasting. De rechtbank oordeelt dat de kansspelbelasting geen verboden heffing is als bedoeld in artikel 401 van de BTW-richtlijn, dat deze heffing ook niet in strijd is met het motiveringsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel en dat evenmin sprake is van verboden staatssteun.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 6456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, J.J. Arts, K.B. Woe</contributor><issued>2025-03-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2231</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:12638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:12638"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft voordat zij naar Nederland kwam collegegeld betaald voor een studie in Nederland. Zij wil dit bedrag als studiekosten in aftrek brengen, maar de inspecteur staat dit niet toe. De rechtbank oordeel dat het collegelegd niet in aftrek kan worden gebracht omdat eiseres op het moment dat zij het betaald (nog) niet in Nederland belastingplichtig was. Het beroep van eiseres op algemene rechtsbeginselen wijst de rechtbank op feitelijke gronden af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 2521</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2025-01-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:2028</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:307</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:307</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:307"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02542</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2025-02-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1918</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:382"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01496</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-03-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:896</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1526</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1526</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1526"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen OB, bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 12330 t/m 23 _ 12333</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-03-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3486"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft niet binnen zes weken bezwaar gemaakt tegen de aan hem opgelegde aanslagen. Belanghebbende heeft geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1585, 23/1586, 23/1587, 23/1588</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, M.E. Smorenburg, J.K. Lanser</contributor><issued>2025-02-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:7164</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:521</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:113</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:113</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:113"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV. Verrekenbare loonheffingen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2692</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2025-01-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3697</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3697</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3697"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep rechtsgeldig ingetrokken? Compromis bereikt ter zitting van de rechtbank</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/129</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:428</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:428</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:428"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03605</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-03-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2586</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:144"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01243</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:588</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:153</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:153</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:153"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:1906</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:12644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:12644"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres maakt aan de hand van 3D-scan’s en met een 3D-printer beeldjes van (de buik van) zwangere vrouwen. In geschil is of dit kunstvoorwerpen zijn waarop het verlaagde tarief van toepassing is. De rechtbank stelt eiseres in het gelijk en overweegt daartoe onder meer dat de beeldjes geheel van de hand van eiseres zijn en dat niet is gebleken dat sprake is van een product met een commercieel karakter als bedoeld in het Besluit 22 december 2017, nr. 2017-16288.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3991</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, C. Maas, J. Zutt</contributor><issued>2025-01-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:965</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:965</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:965"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:29 van de Awb, beslissing geheimhoudingskamer</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/3777, 21/5929 en 22/4227</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2025-02-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3626</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3626</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3626"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">(Navorderings)aanslagen Vpb 2015 t/m 2017. Fbi-regime, vereiste aangifte, pleitbaar standpunt, statutaire doelomschrijving, herwaardering, onzakelijke aandeelhouderslening, vertrouwensbeginsel, nieuw feit. Hoger beroep inspecteur gegrond. Geen fbi-regime, lagere rente op AHL.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/363 t/m 22/365</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:3891</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:310</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:310</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:310"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; art. 10, leden 2, 8 en 9, Wet BPM 1992; handelsinkoopwaarde gebruikte personenauto; taxatiemethode; gebruik van koerslijst door taxateur als uitgangspunt voor bepalen van de taxatiewaarde; vervallen van de opties ‘marktsituatie’ en ‘marktsituatie handelaar’ in de koerslijst van Eurotax na het belastbare feit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00294</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-03-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:2638</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:16</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:16"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Nakoming gevorderd voor betaling facturen. Uitleg overeenkomst van opdracht t.a.v. prijsafspraak. Laat gefactureerd. Schending zorgplicht leidt niet tot verval betalingsverplichting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/352284 / HA ZA 24-261</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2025-01-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8877"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2507 t/m 23/2511</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, A.H.W. Steijn, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-12-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1625</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1625</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1625"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV en vergrijpboete. Geen vereiste aangifte gedaan, waardoor sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/4161 en BRE 24/4162</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-03-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1538</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:4368</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:4368</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:4368"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt over de vraag of terecht geen kostenvergoeding is toegekend voor de bezwaarprocedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/2884</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Praamstra</contributor><issued>2025-02-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:2852</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3754</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3754</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3754"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat belanghebbende, een Rijnvarende, niet met vrucht een beroep kan doen op het bepaalde in artikel 15, lid 3 van het belastingverdrag Nederland-Zwitserland en dat Nederland op grond van artikel 15, lid 1, van het belastingverdrag het exclusieve heffingsrecht heeft over de inkomsten die belanghebbende in 2014 heeft genoten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/254</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, T.A. Gladpootjes, F.P.G. Pötgens</contributor><issued>2025-03-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:253</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:474</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:474</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:474"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02635</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-03-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:4500</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:12645</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12645</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:12645"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres verkoopt ook zogenoemde plantenterraria. Ter zake daarvan brengt eiseres aan haar afnemers omzetbelasting in rekening naar het verlaagde tarief. Volgens verweerder is het normale van toepassing. De rechtbank stelt verweerder in het gelijk en overweegt daartoe dat sprake is van één ondeelbare prestatie en het omhulsel van een plantenterrarium meer is dan de eenvoudige glazen of plastic potjes, bakelieten, aardewerkpotten of kartonnen doosjes die zijn bedoeld het besluit van de Staatssecretaris van 2 december 2017, nr. 2017-16288.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 1657</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, C. Maas, J. Zutt</contributor><issued>2025-01-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:184"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 6.17 Wet IB 2001; aftrekregeling specifieke zorgkosten; geen aftrek ivf-kosten voor homostel; geen discriminatie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00141</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-02-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:10440</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:632</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:1664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:1664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:1664"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Intrekking ter zitting omdat beroep op verkeerde naam is ingesteld. Afwijzing van het verzoek van de heffingsambtenaar om vergoeding proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24_1555</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes</contributor><issued>2025-03-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:10994</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:10994</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:10994"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser is in (geboortejaar) geboren in India en heeft de Indiase nationaliteit. In september 2019 is hij naar Nederland gekomen voor een studie aan (school). Zijn echtgenote en kinderen bleven toen nog in India. Op 28 juni 2020 zijn ook de echtgenote en de kinderen naar Nederland gekomen. Op 18 september 2020 heeft eiser zijn diploma aan (school) behaald. Na het afronden van de studie bleef eiser samen met zijn gezin in Nederland op grond van een zoekjaarvisum voor hoogopgeleiden. Vanaf 10 juni 2021 was eiser bij verschillende werkgevers werkzaam in Nederland en op 24 november 2021 heeft eiser een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd ondertekend voor een dienstbetrekking die aanving op 1 december 2021.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 2905</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Huisman</contributor><issued>2025-01-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6465</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6465</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6465"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingrente bij aanslag inkomstenbelasting en invorderingskosten. Zaak start met beroep tegen invorderingskosten wegens niet betaalde belastingrente van € 116 (zaak 23/656). Rechtbank oordeelt dat klachtformulier van kort na de uitspraak op bezwaar over de vastgestelde beschikking belastingrente bij de aanslag inkomstenbelasting naar de rechtbank had moeten worden doorgestuurd als beroepschrift (art. 6:15 Awb). Rechtbank regelt dit na de zitting alsnog (zaak 24/5294), waarna de inspecteur belanghebbende gelijk geeft en de belastingrente verlaagt tot € 78. Dit gelet op het arrest HR 18 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1673 (het geld was namelijk een deel van de tijd bij de belastingdienst). Daardoor gaan de invorderingskosten naar nul. Rechtbank kent immateriële schadevergoeding ten laste van de inspecteur toe bij 22 maanden overschrijding van de redelijke termijn, ondanks financieel belang onder € 1.000. Vergoeding gematigd tot € 500. Bij de ontvanger heeft de rechtbank volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden (overschrijding daar 6 maanden).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 23_656</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit</contributor><issued>2025-01-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:10805</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:10805</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:10805"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Mrb. Handelaarskentekenplaat is tijdens het maken van een proefrit van de auto gevallen. Nu een voorwaarde van de handelaarskentekenregeling is dat tijdens een proefrit handelskentekenplaten aan beide zijden van de auto dienen te zijn bevestigd, is het tijdens een proefrit vallen van een handelskentekenplaat een omstandigheid die in de risicosfeer van eiser ligt. De opgelegde boete blijft, na halvering door verweerder, in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 43</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2025-03-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1527</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1527</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1527"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de omzetbelasting 1968 in combinatie met post b.14, letter d, van Tabel 1 bij de Wet op de omzetbelasting 1968.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 24 _ 5255 en 24 _ 5256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-03-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:337"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; art. 7:15, lid 2, Awb en art. 8:69 Awb; Besluit proceskosten bestuursrecht; bij uitspraak op bezwaar toegekende vergoeding voor kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand; omvang rechtsstrijd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03289</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-02-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1493</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:665</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:665</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:665"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kansspelbelasting. Beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/2205, BRE 24/2396 tot en met BRE 24/2425, BRE 24/2536 tot en met BRE 24/2542</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2025-02-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:86</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:86</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:86"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">vennootschapsbelasting, foutenleer, pensioenvoorziening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9686</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2025-01-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:664</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:664</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:664"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kansspelbelasting. Individuele en buitensporige last niet aannemelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/3787 tot en met BRE 24/3891 en BRE 24/8177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2025-02-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:335"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; procesrecht; art. 2 Wet OB; internetveiling voor consumenten van door derde ondernemers aangeboden reizen, arrangementen en producten; gevolgen voor omzetbelasting bij niet-verzilvering winnende bod; betekenis vaststellingsovereenkomst voor grenzen van rechtsstrijd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01959</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-02-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:1289</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3602</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3602</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3602"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Geen beroep mogelijk op artikel 110 van het VwEU. De auto is als gebruikte auto niet een product van een andere lidstaat. Bovendien kan niet worden uitgesloten dat de CO2 uitstoot van de auto verschilt van die van de andere voertuigen in het kentekenregister. Partijen zijn het in hoger beroep erover eens dat het oordeel van de rechtbank onjuist is en dat de historische nieuwprijs moet worden vastgesteld uitgaande van de bruto bpm voor de auto zelf en niet moet worden aangesloten bij de historische nieuwprijs van de referentieauto.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/477</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, C.J. Hummel, W.J. Blokland</contributor><issued>2025-01-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:145</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:145</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:145"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04933</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:10085</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1597</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1597</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1597"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV, vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/5311</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-03-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1715"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft verzocht om compensatie toe te kennen voor 2012 tot en met 2019 op grond van de Wet compensatie wegens selectie aan de poort. Belanghebbende heeft beroep ingesteld omdat volgens hem niet tijdig op dat verzoek is beslist. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek moet worden aangemerkt als een aanvraag waarop de inspecteur moet beslissen. Met betrekking tot die aanvraag staat ook beroep open bij de belastingrechter. De beslissing om al dan niet compensatie toe te kennen wordt genomen bij voor bezwaar vatbare beschikking. Als de inspecteur weigert om die beschikking af te geven omdat naar zijn mening niet aan de voorwaarden daarvoor is voldaan – zoals hij heeft gedaan –, wordt dit gelijkgesteld met een voor bezwaar vatbare beschikking. Omdat inmiddels is beslist op de aanvraag, draagt de rechtbank de inspecteur op om de gronden van belanghebbende daartegen te behandelen als bezwaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE-24_4984_24_4985_24_5284_tm_24_5289</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-03-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3011"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is of de aanslagen OZB en WSH 2020 terecht aan belanghebbende zijn opgelegd. Op 1 januari 2020 is sprake van een eigendom dat, tegen de zin en zonder medewerking van belanghebbende, onder het beheer van de gemeente is gesteld. Het beheer door de gemeente was niet bedoeld als tijdelijke situatie en was van meet af aan gericht op het in eigen hand krijgen van de onroerende zaak. Onder de specifieke omstandigheden van het geval is het hof van oordeel dat belanghebbende op 1 januari 2020 niet het genot krachtens eigendomsrecht had. De aanslagen OZB en WSH zijn ten onrechte aan belanghebbende opgelegd. Hoger beroep heffingsambtenaar ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/6</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, T.A. Gladpootjes, M. Ferrier</contributor><issued>2025-01-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:300</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:300</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:300"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 8:29 Awb</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/4348 tot en met 22/4356</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2025-03-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:419</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:419</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:419"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; procesrecht; art. 8:75, lid 1, Awb in samenhang met 7:15, lid 2, Awb; Besluit proceskosten bestuursrecht; kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de bezwaarfase; differentiatie in vergoeding tussen belasting- en premiezaken en overige zaken; waarde per punt; HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03393</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-03-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1661</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:13856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:13856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:13856"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting, nieuw feit, vergrijpboete. Eiseres en erflater zijn in 1982 gehuwd onder algehele uitsluiting van goederen, winst, verlies, vruchten en inkomsten. In 2005 heeft erflater eiseres benoemd tot zijn enige erfgename en in dat jaar zijn zij ook aanvullende huwelijkse voorwaarden aangegaan die inhielden dat bij ontbinding van het huwelijk door overlijden een verrekening van de vermogens zou plaatsvinden als waren zij gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Op 1 april 2010 is erflater overleden. De aanslag erfbelasting is conform de aangifte opgelegd. Tot de nalatenschap behoorden echter ook tegoeden bij KBC in België die in de aangifte niet waren vermeld. Nadat verweerder daarover vragen had gesteld heeft hij eiseres een naheffingsaanslag met belastingrente en een vergrijpboete opgelegd. In geschil is of verweerder beschikte over een nieuw feit, of met het opleggen van de naheffingsaanslag voldoende voortvarend is gehandeld, of daarbij is gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en of het aan grove schuld van eiseres is te wijten dat aanvankelijk te weinig belasting is geheven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 2544</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades, C. Maas, S.A. van Hoorn</contributor><issued>2025-03-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:2574</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:90</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:90</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:90"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 225, lid 2, Gemeentewet. Parkeerbelasting, laden en lossen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01216</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-01-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:255</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:1580</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:5428</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:5428</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:5428"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwikkeling huwelijksvoorwaarden - benoeming deskundige</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/605903 / FA RK 21-193</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.C. Olland, E.D.A. Geleijns, P. van der Zanden</contributor><issued>2025-04-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:1752</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:1752</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:1752"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Resultaat uit overige werkzaamheden. Aftrek kosten werkruimte. Reiskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1197 en 23/1198</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-04-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:339</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:339</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:339"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00743</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-02-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:632</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:500</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:500</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:500"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Aftrek studiekosten opleiding in het buitenland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/6600</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A. van Hoorn</contributor><issued>2025-03-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:1431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:1431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:1431"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Ontvankelijkheid beroep. Onverschoonbare termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/309 t/m 23/312</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-03-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:1596</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:1596</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:1596"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Parkeerzone andere gemeente ingevoerd in parkeerapp.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2492</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-03-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:13876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:13876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:13876"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Premie volksverzekeringen. Eiseres woont in Nederland en ontvangt de Duitse Witwenrente en Alternrente. Volgens eiseres is zij over deze uitkeringen geen premies volksverzekeringen inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet verschuldigd. De rechtbank oordeelt op wettelijke gronden dat eiseres die wel verschuldigd is en dit niet in strijd is met de desbetreffende EG-verordening. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 5372</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, H. de Jong, J. Snitker, D.C. van Beelen</contributor><issued>2025-03-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:98</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:98</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:98"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 37e Wet OB; artikel 27e, eerste lid, AWR.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 20/6806</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. van Norden, S.A.J. Bastiaansen, J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2025-01-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:152</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:152</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:152"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00029</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:10096</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:306</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:306</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:306"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02541</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2025-02-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1919</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2025:386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2025:386"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art. 10a Wet Vpb; art. 49 VWEU. Vervolg op HR BNB 2023/2 na HvJ X BV. Kan belanghebbende met vrucht beroep doen op HR BNB 2023/61 (Spilfunctie-arrest)? Maatstaf voor uitzondering van doorgeefluik bij verstrekking lening door financiële spil? Is sprake van volstrekt kunstmatige constructie in de zin van HvJ. X BV? Geen volstrekt kunstmatige constructie in de zin van HvJ X BV in het geval de lening onder dezelfde voorwaarden ook zou zijn verstrekt door een derde?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/03948</description><issued>2025-04-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:60</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:10133</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:10133</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:10133"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Met betrekking tot de reikwijdte van het zogenoemde Fagoed-arrest oordeelt de rechtbank dat de gevolgen van dat arrest slechts kunnen intreden indien strikt wordt voldaan aan de in het arrest gestelde voorwaarden. Het onderhavige feitencomplex wijkt op essentiële punten en daarmee in rechtens relevante zin af van de feiten die ten grondslag liggen aan het Fagoed-arrest. Verweerder heeft de in aftrek gebrachte indexering van de geldlening derhalve terecht gecorrigeerd. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 22/3663 e.v.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten, C. Maas, S.A. van Hoorn</contributor><issued>2025-01-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:10957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:10957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:10957"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Mrb. De poststempel op de envelop waarin het beroepschrift is verstuurd is onleesbaar geworden door het inscannen. Nu bij de rechtbank onder substitutie wordt ingescand, is niet te verifiëren of de poststempel wel leesbaar was op de originele envelop en of deze tijdig ter post is bezorgd. Gelet op deze gang van zaken dient het ervoor te worden gehouden dat de envelop met daarin het beroepschrift van eiseres tijdig is bezorgd. De bewijsnood is niet toe te rekenen aan eiseres. Het beroep is hierdoor ontvankelijk. Eiseres heeft een fout gemaakt bij het op naam zetten van de auto. Om die reden is niet voldaan aan de voorwaarden die worden gesteld aan de handelaarskentekenregeling. De rechtbank oordeelt dat het opleggen van twee naheffingsaanslagen proportioneel is nu het twee afzonderlijke belastbare feiten betreffen waarbij telkens zonder handelaarskenteken gebruik is gemaakt van de openbare weg met een tot de bedrijfsvoorraad behorende auto. Verweerder heeft ter zitting bepaald dat de tweede boete op nihil kan worden gesteld. Er resteert één boete. Deze boete blijft, na halvering door verweerder, in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 3123</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2025-01-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:394"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-03-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2270</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1530</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1530</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1530"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2015 t/m 2019</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 12316 t/m 23 _ 12329</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-03-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:417"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art. 13d, lid 9, letter a, Wet Vpb 1969 (tekst 2013); liquidatieverliesregeling; niet-tegemoetkomingseis; Ierse group-reliefregeling; de niet-tegemoetkomingseis moet worden getoetst naar de feiten en omstandigheden op het tijdstip waarop de vereffening is voltooid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/04202</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-03-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:361</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:1714</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:3540</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:3540</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:3540"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Een BV verkoopt een auto aan haar DGA. De factuurprijs is lager dan de marktwaarde. De rechtbank oordeelt over wat de heffingsmaatstaf voor de omzetbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/5504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Praamstra</contributor><issued>2025-02-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2433"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aansprakelijkheidsrecht. Beroepsaansprakelijkheid administratiekantoor. Schade als gevolg van navorderingsaanslag. Belastingschade, beleggingsverlies, renteverlies. Schadebegroting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.301.285/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3699</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3699</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3699"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag omzetbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2563</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2025:2758</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:2758</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2025:2758"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Afzonderlijk beroep na eerdere (samenhangende) uitspraak leidt niet tot dubbele dwangsommen wanneer nog niet op de bezwaren is beslist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 24/11164</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Geen Voorzitter !!!, mr. L.A.C. van Nifterick</contributor><issued>2025-03-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:442</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:442</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:442"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is woonachtig in Portugal. Nederland is heffingsbevoegd over de WAZ-uitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/8906</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2025-02-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1644</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:143"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03549</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:5332</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:395"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04814</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-03-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2269</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:21758</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:21758</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:21758"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is onder andere of de aanslag IB/PVV 2021 (de aanslag) juist is vastgesteld. Na verrekening van de voorlopige aanslag leidt de aanslag tot een te betalen bedrag van € 8.815. Volgens eiser is dit niet juist. Hiertoe voert hij onder meer aan dat het te ontvangen bedrag van € 10.719, zoals vermeld op de voorlopige aanslag, niet overeenkomt met de bedragen die hij daadwerkelijk heeft ontvangen. De rechtbank oordeelt dat de aanslag juist is vastgesteld. De belastingrechter is alleen bevoegd om te oordelen over de vraag of de aanslag juist is vastgesteld. De rechtbank is niet bevoegd om te oordelen over eisers stelling dat het terug te ontvangen bedrag van de voorlopige aanslag niet overeen zou komen met het bedrag dat hij daadwerkelijk heeft ontvangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 5456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. Breij</contributor><issued>2025-01-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:62</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:62</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:62"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling agrarisch object.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/338 en 23/471</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8873</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8873</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8873"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/10159, 20/10160, 21/779, 21/780 en 21/782</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, A.H.W. Steijn, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-12-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2379"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. ICT-activiteiten en het schrijven van een boek vormen geen bron van inkomen. Reeks van negatieve resultaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/47 en BK-24/48</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:12856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:12856"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Mrb. Boete is terecht opgelegd door verweerder. Eiser heeft geen bewijs kunnen leveren van de tijdige en juiste verzending van de machtiging tot een automatische incasso. Verder wordt door verweerder uitdrukkelijk vermeld dat eiser moest doorgaan met het betalen van de rekeningen totdat de eerste automatische incasso zou plaatsvinden. Gelet op het uitblijven van een ontvangstbevestiging van de machtiging en het blijven ontvangen van accept giro’s had het voor eiser duidelijk moeten zijn dat hij de rekening nog op normale wijze – en tijdig – diende te betalen. Het verzuim blijft dan ook voor rekening van eiser.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 45</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2025-01-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:397"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft de opgevoerde specifieke zorgkosten geenszins onderbouwd. De inspecteur heeft terecht geen aftrek verleend. De verzuimboete wegens het te laat doen van aangifte is terecht en naar de juiste hoogte opgelegd. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2570</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2025-01-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:377"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Een keuze voor partiële buitenlandse belastingplicht kan worden gemaakt en herzien zolang de aanslag nog niet onherroepelijk vaststaat</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/206 en 23/207</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:10991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:10991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:10991"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres exploiteerde een restaurant waar tevens de gelegenheid werd geboden waterpijp te roken. Na een boekenonderzoek heeft verweerder haar informatiebeschikkingen gegeven en een naheffingsaanslag accijns met een boete opgelegd. De rechtbank oordeelt dat eiseres voldoende twijfel heeft gezaaid over de juistheid van het vermoeden dat meer tabak is ingekocht en verklaart het beroep daarom gegrond en vernietigt de naheffingsaanslag en de boetebeschikking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 23-5371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, G.H. de Soeten, C. Maas</contributor><issued>2025-01-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8876"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/2493 en 21/2759</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, A.H.W. Steijn, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-12-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:105</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:105</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:105"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54; bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/1355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2025-01-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:22679</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:22679</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:22679"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting: naheffingsaanslag en afwijzing teruggaafverzoeken. Beroep gegrond. Aftrek van voorbelasting (artikel 15, lid 1, aanhef en onder a, Wet OB 1968): liggen aan de inkoopfacturen goederenleveringen ten grondslag die daadwerkelijk zijn verricht en zijn gebruikt voor eigen belaste handelingen? Wist of behoorde eiseres te weten dat zij deelnam aan btw-fraude in het kader van een keten van leveringen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 873</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. van Doesum, D.M. Drok, J.J. Arts</contributor><issued>2025-01-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:4369</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:4369</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:4369"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt over de vraag of eiser recht heeft op arbeidskorting ten aanzien van de bedragen die hij van het UWV heeft ontvangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/4095</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Praamstra</contributor><issued>2025-02-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8872</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8872</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8872"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/4109 en 21/5930 tot en met 21/5934</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, A.H.W. Steijn, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-12-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3161</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3161</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3161"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd. De naheffingsaanslag is onder meer gebaseerd op het verschil in omzet volgens de ingediende aangiften omzetbelasting en volgens belanghebbendes eigen administratie. Daarnaast is de naheffingsaanslag gebaseerd op door de inspecteur opgestelde vermogensvergelijkingen, waaruit blijkt dat sprake is van niet verantwoorde omzet. Het hof is van oordeel dat de inspecteur de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd. De inspecteur heeft verder overtuigend aangetoond dat het aan belanghebbendes (voorwaardelijke) opzet te wijten is dat geen suppleties zijn ingediend en dat een te laag bedrag aan omzetbelasting is betaald. Het hof acht de door de inspecteur opgelegde vergrijpboeten passend en geboden. Het hof matigt deze vergrijpboeten ambtshalve met 20% wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/392</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.J.C. Pieterse, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2025-02-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2025:289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2025:289"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Moederzaak van 24 verhuurderheffingzaken. Terugwerkende kracht art. 1.6a Wmw II (reparatie van de heffing van mede-eigenaren na HR BNB 2018/144); schending eigendomsrecht mede-eigenaren? Zo ja, dan kan ook in 2020 niet geheven worden van mede-eigenaren. Is dat een discriminatie van enig-eigenaren? Relativiteit (art. 8:69a Awb)?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03381</description><issued>2025-03-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1243</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:403</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:403</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:403"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">en 23/11154. Aftrek specifieke zorgkosten, waaronder (extra) vervoer. Beroep gegrond omdat de inspecteur ten onrechte kosten voor ROW niet in aftrek had toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11153 en 23/11154</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2025-02-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1238</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:405"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">niet ontvankelijk beroep en terugwijzing in verband met verzoek om ambtshalve vermindering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/775 en 24/1648</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd</contributor><issued>2025-01-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:309</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:309</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:309"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00846</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-02-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:109</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:466</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:466</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:466"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01935</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-03-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:2839</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:546</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:546</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:546"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02625</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-04-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1143</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:14233</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:14233</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:14233"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Eiser exploiteerde een café, maar raakte door een geweldsincident zijn vergunning kwijt waardoor hij het café moest verkopen. Eiser heeft procedures gevoerd tegen de koper om betaling van de koopsom af te dwingen. De rechtbank beslist dat de desbetreffende advocaatkosten niet aftrekbaar zijn omdat de vordering op de koper tot het privévermogen behoort.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 6039</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. de Jong</contributor><issued>2025-03-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:325</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:325</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:325"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling horecapaviljoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/357</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2380</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2380</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2380"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Sprake van parkeren? Ongeveer één minuut stilstaan zonder de auto te verlaten wordt aangemerkt als parkeren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1157</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:387"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00767</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-03-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:357</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:1358</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1358</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:1358"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:1417 Omzetbelasting; gescheiden inzamelen van verpakkingsafval door gemeente; BTW-compensatiefonds; art. 7 lid 3 Wet OB; art. 13 Btw-richtlijn; rechtsbetrekking? Handelen op een markt? Handelen als overheid? Specifiek geldend juridisch regime; wettelijke taak? Algemene beginselen van behoorlijk bestuur; belastingrente; bedragen waarover belastingdienst beschikking had; rentematiging?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01475</description><issued>2025-01-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:7325</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7325</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:7325"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting 2016, 2017 en 2018. Tussen partijen is in geschil of de activiteiten die eiser verricht met betrekking tot het maken van elektronische muziek als een bron van inkomen kwalificeren en zo ja of de gegenereerde inkomsten winst uit onderneming vormen. Tevens is de box 3-heffing in geschil. Het geschil spitst zich toe op de vraag of redelijkerwijs voordeel valt te verwachten met de activiteiten. Naar het oordeel van de rechtbank valt redelijkerwijs geen voordeel te verwachten gelet op de geringe omzetten en winsten die geboekt zijn (mede in latere jaren). Volgens de rechtbank moet voor een juiste beoordeling van de objectieve voordeelsverwachting geabstraheerd worden van de fiscale faciliteiten, zoals de willekeurige afschrijving, en aangesloten worden bij het bedrijfseconomische resultaat. Het opgestelde ondernemingsplan en urenoverzicht kan niet tot het oordeel leiden dat aan de voordeelsverwachting is voldaan. Aangaande de box 3-heffing oordeelt de rechtbank dat de Wet rechtsherstel niet tot een lager belast inkomen leidt en dat geen sprake is van een individuele en buitensporige last.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 21/6307, HAA 22/2061 en HAA 22/2062</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten</contributor><issued>2024-12-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:419</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:419</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:419"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de gesteld gemachtigde niet binnen de gestelde herstel verzuimtermijn van vier weken een toereikende volmacht heeft overgelegd. De stelling van de gesteld gemachtigde dat sprake is van een doorlopende machtiging wordt verworpen aangezien de machtiging uitdrukkelijk is beperkt tot het belastingjaar 2020 terwijl de procedure ziet op het belastingjaar 2021</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2025-04-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:521</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:521</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:521"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04148</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-04-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:3486</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:256</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:256</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:256"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Waardering woning. De rechtbank stelt partijen voor de zaak zonder zitting af te doen (8:57 Awb) waarop eisers gemachtigde om een zitting verzoekt. Hij verschijnt evenwel zonder bericht van verhindering niet op de zitting. De rechtbank heeft eerder de noodklok geluid over tekortschietend procesgedrag in WOZ-zaken (ECLI:NL:RBOBR:2024:5516), maar heeft nauwelijks instrumenten om daartegen op te treden. De rechtbank wil de wetgever in overweging geven die instrumenten ter beschikking te stellen. Diverse formele klachten van eiser slagen niet. Enige klacht over de waarde betreft een blote stelling. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2269</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink</contributor><issued>2025-03-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8810</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8810</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8810"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het geschil spitst zich toe op de vraag of belanghebbende als inhoudingsplichtige voor de loonheffingen is aan te merken. In de uitspraak inzake de aanslagen Vpb die aan belanghebbende zijn opgelegd heeft de rechtbank geoordeeld dat belanghebbende een restaurant voor haar rekening en risico heeft geëxploiteerd. Niet in geschil is dat belanghebbende in de in geschil zijnde tijdvakken de nettolonen van het personeel dat in het restaurant werkzaam was, heeft uitbetaald. Er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat belanghebbende de loonbetalingen heeft verhaald of in rekening heeft gebracht bij derden. Belanghebbende is terecht als werkgever en inhoudingsplichtige aangemerkt van de arbeidskrachten die in het restaurant werkzaam waren. De rechtbank vernietigt wel de aangifteverzuimboeten, omdat belanghebbende aan de aangifteplicht heeft voldaan door binnen de aangiftetermijn uitdrukkelijk te kennen te geven dat zij het niet eens is met de vaststelling van de belastingplicht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/999 t/m 22/1010, 22/1024 t/m 22/1030, 24/3574 en 24/3575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2024-12-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1949</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1338"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV navorderingsaanslagen, nieuw feit</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3906 en 23/3921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2025-03-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2441</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:396"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04925</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-03-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2271</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2025:91</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:91</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2025:91"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen IB/PVV; nieuw feit na boekenonderzoek; kenbare fout.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01975</description><issued>2025-02-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:1391</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:8828</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8828</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:8828"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Op eiser rust de verzwaarde bewijslast omdat hij de vereiste aangifte inkomstenbelasting niet heeft gedaan. Voor zover eiser heeft doen blijken dat recht bestaat op een hoger bedrag aan persoonsgebonden aftrek vanwege uitgaven voor een monumentenpand (artikel 6.31 van de Wet IB 2001), valt dit weg tegen het geslaagde beroep van verweerder op interne compensatie. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/6871</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten, C. Maas, S.A. van Hoorn</contributor><issued>2025-01-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2025:207</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:207</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2025:207"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kosten naheffingsaanslag parkeerbelasting. Art. 234, lid 5 en lid 6 van de Gemeentewet en art. 2 van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. De kostenraming voldoet aan de gestelde eisen. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de betwiste kostenposten meer dan slechts zijdelings verband houden met de inning van niet betaalde parkeerbelastingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/260</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-03-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:8158</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:8158</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:8158"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Winstuitdeling. Moment van winstuitdeling. Vennootschap X heeft een onroerende zaak overgedragen aan een commanditaire vennootschap waarin een van haar aandeelhouders (erflater) participeerde. Volgens de inspecteur is de waarde waarvoor deze onroerende zaak is overgedragen te laag en waren de vennootschap en erflater zich daarvan bewust. De rechtbank overweegt dat het moment waarop wilsovereenstemming is bereikt, ook het moment is waarop een eventuele winstuitdeling is te belasten (conform Hoge Raad 7 september 1988, ECLI:NL:HR:1988:ZC3892). Naar het oordeel van de rechtbank is de inspecteur – op wie de bewijslast rust – erin geslaagd aannemelijk te maken dat in 2016 wilsovereenstemming is bereikt. Verder is hij erin geslaagd aannemelijk te maken dat sprake is van een vermogensverschuiving met de bedoeling de aandeelhouder te bevoordelen, dat sprake is van bewustheid bij de aandeelhouder en de vennootschap, en dat sprake is van een vooruitzicht op te maken winst. Beroep ongegrond. De rechtbank vernietigt nog wel de ter behoud van recht opgelegde navorderingsaanslag IB/PVV 2017.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 23/2124, 23/2125 en 23/2126</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Westerbaan, J.A.L. Heldens, J. Kluft</contributor><issued>2025-04-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:4499</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:114</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:114</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:114"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Correctie privégebruik auto. Rittenadministraties niet sluitend. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9100</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2025-01-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:850</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:850</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:850"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB export sportpaarden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/8965 tot en met 23/8967</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-03-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:99</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:99</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:99"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter a, Wet OB 1968 en Tabel I, post b.3, bij de Wet OB 1968; punt 14 van Bijlage III bij BTW-richtlijn 2006; verlaagd tarief; gelegenheid geven tot sportbeoefening; surfen en surflessen op het strand met gebruikmaking van voor het omkleden en douchen ingerichte vrachtcontainer op het strand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04746</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-01-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3637</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1074</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1074</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1074"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Navordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9011 tot en met 23/9012, 23/9134 tot en met 23/9136, 23/9427, 24/4610 en 248269 tot en met 24/8272</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2025-03-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:459</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:459</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:459"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01684</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-03-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1250</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2025:321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2025:321"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geschil over het recht op een dwangsom en over het intrekken van een beroep (wel of geen dwaling).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/5264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F. Brekelmans</contributor><issued>2025-02-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:22320</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:22320</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:22320"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De onderneming van eiseres bestaat voornamelijk uit de aankoop, renovatie en verkoop van woningen. Voor de renovaties werkt eiseres samen met onder meer een aannemer en een bouwbegeleider. De woningen worden allen opgeknapt in dezelfde standaardstijl. De daarvoor benodigde standaardmaterialen worden bij een groothandel in bouwmaterialen ingekocht. Bij eiseres heeft een boekenonderzoek plaatsgevonden. In het daarbij afgegeven controlerapport heeft verweerder het standpunt ingenomen dat eiseres een zogenaamde ‘eigenbouwer’ is en daarom de verleggingsregeling had moeten worden toegepast. Naar aanleiding van het boekenonderzoek heeft verweerder twee naheffingsaanslagen aan eiseres opgelegd en vergrijpboetes. Deze naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen zijn in geschil. Ten aanzien van de vraag of eiseres als eigenbouwer kwalificeert, oordeelt de rechtbank dat verweerder niet is geslaagd in de op hem rustende bewijslast dat de betrokkenheid van eiseres bij de bouw in betekende mate verder ging dan die van een gewone opdrachtgever. De beroepen zijn gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/8176 en 22/8177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, H.W.M. van Kesteren, M.J. Pelinck</contributor><issued>2025-01-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:888</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:142"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04678</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:9261</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1824</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1824</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1824"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2020. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Gebruikelijk loon. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/3253</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3077"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag forensenbelasting 2021. Belanghebbende is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat hij in dat jaar zijn hoofdverblijf in [plaats] had. Uit de feiten volgt dat belanghebbende, naar omstandigheden beoordeeld, in België woonde. De beleving van belanghebbende over waar toen het centrum van zijn persoonlijke activiteiten was, doet niet aan die feiten af. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2342 en 22/2343</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, W.A. Sijberden, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2025-02-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:6318</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6318</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:6318"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting; hoorplicht en vertrouwensbeginsel. naheffingsaanslag parkeerbelasting ten onrechte opgelegd. Hoorplicht ten onrechte geschonden. Verklaring van eiser op zitting is consistent met hetgeen hij eerder in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht. De heffingsambtenaar had kunnen onderzoeken welke handhaver op het tijdstip van de naheffingsaanslag werkzaam was en of deze de door eiser gestelde uitlatingen heeft gedaan. Op te vatten als een toezegging van de handhaver. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24_1633</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.G. Elfferich</contributor><issued>2025-03-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1997"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Publiekrechtelijk pensioen loonheffingen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1690</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-04-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:187"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vervallen verklaard bij arrest van: ECLI:NL:HR:2025:401</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04076</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-02-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:6420</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:183</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:183</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:183"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgingskosten dwangbevel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/10800</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd</contributor><issued>2025-02-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:399</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:399</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:399"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">en 23/12086. Verzoeken om ambtshalve vermindering zijn niet binnen de vijfjaarstermijn ingediend. De verzoeken zijn terecht niet behandeld wegens termijnoverschrijding. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/12085</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2025-01-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:857"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, hulp bij aangifte, vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/212</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2025-02-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:601</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:601</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:601"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof legt gevangenisstraffen en geldboetes op voor het verduisteren en witwassen van 19,5 miljoen euro van de Belastingdienst. Een belastingambtenaar heeft het geldbedrag verduisterd en witgewassen. Het geldbedrag is op de bankrekening van een B.V. terechtgekomen en vanaf die bankrekening bijna geheel weggesluisd naar Turkse bankrekeningen. Een klein deel is overgemaakt op de bankrekening van een andere B.V. Die twee rechtspersonen en hun eigenaar zijn schuldig bevonden aan witwassen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-003889-18</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:335"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Deze procedure gaat over een geschil tussen eiser, een voetbalkeeperstrainer, en zijn voormalig accountantskantoor Ouwersloot. Eiser heeft Ouwersloot gevraagd om hem te adviseren over belastingheffing over zijn mogelijk toekomstige inkomen in Saoedi-Arabië. Het was eiser te doen om voorkoming van dubbele belastingheffing. Ouwersloot heeft daarover advies uitgebracht en eiser heeft daarnaar gehandeld. Naderhand heeft de belastingdienst het standpunt ingenomen dat eiser over het verdiende inkomen in Saoedi-Arabië wel degelijk belasting in Nederland moest betalen en substantiële bedragen aan belasting (na)geheven. Over deze heffing heeft een procedure bij deze rechtbank en bij het gerechtshof Amsterdam gelopen. Uit de uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof blijkt dat het standpunt van de belastingdienst juist was en het advies van Ouwersloot onjuist. In de onderhavige procedure spreekt eiser Ouwersloot aan tot vergoeding van de schade die hij lijdt doordat Ouwersloot hem niet goed heeft geadviseerd. De rechtbank is van oordeel dat Ouwersloot eiser onjuist heeft geadviseerd en dientengevolge aansprakelijk is voor de door eiser geleden schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 350599 HA ZA 24-166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-01-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1528</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1528</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1528"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2017 en IB/PVV 2019</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 3556, 23 _ 3557 en 23 _ 3558</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-03-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1459</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:164</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:164</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:164"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019, VSO, geen afstand van recht op bezwaar en beroep, box 2</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 24 _ 4221</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2025-01-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:237</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:237</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:237"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verlies uit aanmerkelijk belang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/11617</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2025-01-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:358</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:358</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:358"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; artt. 3:4, 6:7, 6:11 en 6:15 Awb, art. 2:334a BW; gesplitste BV; tenaamstelling en bekendmaking van een verliesvaststellingsbeschikking; tijdigheid van bezwaar en beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00908</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-03-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:664</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:296</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:443</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:443</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:443"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende ontvangt periodieke uitkeringen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval. Deze uitkeringen behoren tot het inkomen uit werk en woning. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/10082</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2025-02-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:1750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:1750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:1750"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking 30%-regeling. Proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1040</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-04-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:114</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:114</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:114"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Rechterswisseling ondernemingskamer. Geschillenregeling (art. 2:335 e.v. BW). Na mondelinge behandeling en twee tussenarresten is in andere samenstelling eindarrest gewezen. Regels rechterswisseling geschonden?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00695</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-01-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:1231</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:3011</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:22321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:22321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:22321"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is aannemer. Voor de feitelijke bouwwerkzaamheden schakelt zij andere aanneembedrijven in. Deze aanneembedrijven hebben aanzienlijke bedragen aan omzetbelasting niet aangegeven, ten onrechte in vooraftrek gebracht en onbetaald gelaten. Begin 2014 heeft verweerder een derdenonderzoek bij eiseres gedaan en heeft een rapport hierover aan eiseres uitgebracht. In dit rapport is onder andere aan eiseres medegedeeld dat – onder voorwaarden – de aan haar gefactureerde omzetbelasting in vooraftrek wordt geaccepteerd. Medio 2017 heeft bij eiseres een boekenonderzoek plaatsgevonden naar de aanvaardbaarheid van de aangiften omzetbelasting over de jaren 2012 tot en met 2016. Naar aanleiding van dit boekenonderzoek zijn aan eiseres naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de tijdvakken 2012 en 2013 tot medio 2014. Tevens is een vergrijpboete opgelegd. In geschil zijn de naheffingsaanslagen en de vergrijpboete. Eiseres beroept zicht op het vertrouwen dat bij haar is gewekt door hetgeen rond het boekenonderzoek van begin 2014 is besproken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met de passage uit het rapport het rechtens te beschermen vertrouwen gewekt dat de verlegginsregeling buiten toepassing wordt gelaten ter zake van de tot de datum van het rapport door onderaannemers aan haar in rekening gebrachte bedragen. Verweerder betoogt dat het Unierecht belet dat het bij eiseres gewekte vertrouwen gehonoreerd dient te worden. De rechtbank wijst dit betoog van verweerder van de hand. De beroepen worden gegrond verklaard en de naheffingsaanslagen, rentebeschikkingen en boetebeschikkingen vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/8179</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, H.W.M. van Kesteren, M.J. Pelinck</contributor><issued>2025-01-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:889</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:1800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:1800"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-11-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Gebouw op percelen van verschillende grondeigenaren. Begrip ‘woning’ in de zin van art. 14, lid 2, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970. Verkrijging naar civielrechtelijke maatstaven (art. 5:20(1)(e) BW; art. 5:3 BW; art. 3:4 BW). Verlaagd tarief voor de overdrachtsbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02649</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-11-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:202</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:3652</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:7965</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:7965</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:7965"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vergrijpboete. Vrijwillige inkeer. Proportionaliteitseis. Belanghebbende heeft gebruik gemaakt van de vrijwillige inkeerregeling. Hij heeft over een aantal jaren niet zijn volledige box III-vermogen aangeven. De inspecteur heeft 60%-vergrijpboetes aan belanghebbende opgelegd naar een totaalbedrag van meer dan € 170.000. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur grove schuld heeft doen blijken, maar dat sprake is van een wanverhouding tussen de ernst van het begane vergrijp en de opgelegde boetes. Zij vermindert de boetes daarom naar een totaal van € 50.000. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 23_4678</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Westerbaan, J.A.L. Heldens, J. Kluft</contributor><issued>2025-03-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:8528</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:8528</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:8528"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">aansprakelijkheid belastingadviseur; causaal verband; toerekening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 431391</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.D. Leen</contributor><issued>2025-01-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:116"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">tot en met 23/10194. Bijtelling privégebruik auto. Beroep tegen de navorderingsaanslag 2020 niet-ontvankelijk. Overige beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/10192</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2025-01-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:8902</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8902</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:8902"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser is tezamen met zijn partner eigenaar van een herenhuis met drie etages en woont met zijn partner op de tweede etage. De rechtbank oordeelt dat de etages kwalificeren als afzonderlijke appartementen met een zelfstandige woonfunctie. De benedenetage kwalificeert niet als onderdeel of aanhorigheid van de eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet IB 2001, zodat verweerder de benedenetage terecht in de heffingsgrondslag in box 3 heeft betrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/5</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2025-01-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:10132</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:10132</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:10132"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Met betrekking tot de reikwijdte van het zogenoemde Fagoed-arrest oordeelt de rechtbank dat de gevolgen van dat arrest slechts kunnen intreden indien strikt wordt voldaan aan de in het arrest gestelde voorwaarden. Het onderhavige feitencomplex wijkt op essentiële punten en daarmee in rechtens relevante zin af van de feiten die ten grondslag liggen aan het Fagoed-arrest. Verweerder heeft de in aftrek gebrachte indexering van de geldlening derhalve terecht gecorrigeerd. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 22/3667 e.v.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten, C. Maas, S.A. van Hoorn</contributor><issued>2025-01-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:12279</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12279</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:12279"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep gegrond. Schending gelijkheidsbeginsel wegens voeren van begunstigend beleid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 3532</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. de Jong</contributor><issued>2025-01-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:8487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:8487"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Een profvoetballer heeft een plaatsingspremie ontvangen in verband met het behalen van de volgende speelronde in de [Europees toernooi]. Tussen partijen is in geschil of verweerder voor het juiste bedrag voorkoming van dubbele belasting heeft verleend. Meer specifiek is in geschil welk deel van de premie aan de werkzaamheden in het buitenland moeten worden toegerekend. De rechtbank komt tot het oordeel dat, gelet op de aard van de vergoeding, rechtstreekse toerekening toegepast moet worden en niet tijdsevenredige toerekening. Gelet hierop dient verweerder voor de helft van de plaatsingspremie voorkoming van dubbele belasting te bieden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 22/6299</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades, C. Maas, S.A. van Hoorn</contributor><issued>2025-01-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:6339</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:6339</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:6339"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Dwangsom. Bezwaar terecht niet-ontvankelijk. Heffingsambtenaar ontkent de ontvangst van het bezwaarschrift per e-mail op een geloofwaardige manier. Eiser maakt niet aannemelijk dat heffingsambtenaar het bezwaarschrift op tijd heeft ontvangen. Ingebrekestelling prematuur. Overwegingen over procesgedrag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2035</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. de Jong</contributor><issued>2025-02-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:4140</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:4140</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:4140"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Fiscale fraudezaak. Megazaak Kameleon. De verdachte was werkzaam als autohandelaar. Hij heeft vijf valse inkoopfacturen die te maken hadden met grootschalige BTW-fraude in zijn administratie laten opnemen en daarmee (een deel van) zijn bedrijfsadministratie valselijk opgemaakt. Voorts heeft de verdachte een onjuiste aangifte omzetbelasting laten doen. Bij die aangifte is voor een bedrag van € 207.371,00 aan voorbelasting in aftrek genomen, terwijl de verdachte daartoe niet gerechtigd was. Dat bedrag is vervolgens door de verdachte witgewassen, doordat hij dat bedrag – dat zich heeft vermengd met het overige aanwezige banksaldo – voorhanden heeft gehad, heeft omgezet en daarvan gebruik heeft gemaakt. De fiscale fraudekamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 125 uren subsidiair 62 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002537-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Platschorre, J.M. van der Vegt, W.F. Koolen</contributor><issued>2025-01-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2019:3459</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1128</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:393</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:393</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:393"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-03-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1517</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:13859</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:13859</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:13859"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. De vader van eiser heeft in 2012 een [Stichting] opgericht en in dat jaar heeft de [Stichting] alle aandelen verworden van een [naam] B.V. tegen uitgifte van certificaten. De aandelen in deze BV zijn aan te merken als fictieve onroerende zaken. Vanaf de oprichting van de [Stichting] is vader daarvan enig bestuurder, in 2023 treedt zijn zoon, eiser, toe tot het bestuur. In 2017 heeft vader de certificaten van de [Stichting] geschonken aan eiser. Eiser was enig bestuurder van de BV, enige tijd na de schenking is vader toegetreden tot het bestuur. Eiser en de BV hebben een aangifte overdrachtsbelasting (OVB) ingediend en daarbij een beroep gedaan op de vrijstelling van artikel 15 WBR (bedrijfsopvolging). Verweerder legt een aanslag OVB op zonder rekening te houden met de vrijstelling. In geschil is of de vrijstelling van toepassing is op de schenking van de certificaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 7025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, S.K.A. Efstratiades, C. Maas, S.A. van Hoorn</contributor><issued>2025-01-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:970</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:970</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:970"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Ontvankelijkheid bezwaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2315</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-02-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:3750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:3750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:3750"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De heffingsambtenaar heeft op de waardepeildatum van 1 januari 2021 vastgesteld op € 293.000. In geschil is of de heffingsambtenaar de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden door de onderbouwing van de WOZ-waarde van de woning gedurende de verschillende fases van de procedure te wijzigen. Het hof stelt voorop dat het in belastingprocedures over de WOZ-waarde in essentie gaat om de vraag of de waarde van de onroerende zaak te hoog (of soms: te laag) is, oftewel of teveel belasting betaald wordt. De onderbouwing van de WOZ-waarde is wat gewijzigd of bijgeslepen, maar dat leidt niet tot een niet deugdelijke of onvoldoende motivering van eerdere besluiten. Elk besluit is op zich afdoende gemotiveerd. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/85</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Ferrier</contributor><issued>2025-03-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:381</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:381</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:381"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01495</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2025-03-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:895</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:98</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:98</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:98"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter a, Wet OB 1968 en Tabel I, post b.3, bij de Wet OB 1968; punt 14 van Bijlage III bij BTW-richtlijn 2006; verlaagd tarief; gelegenheid geven tot sportbeoefening; activiteiten zoals beachvolleybal, beachvoetbal en handboogschieten op het strand met gebruikmaking van instructie- en kleedruimte in een strandpaviljoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04595</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-01-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3636</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:7323</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7323</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:7323"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Loonheffingen en internationaal belastingrecht. Eiser heeft vergoedingen ontvangen van zijn oud-werkgever ten uitvoering van een dadingsovereenkomst gesloten naar aanleiding van zijn ontslag op staande voet. Tussen partijen is in geschil of terecht loonheffingen zijn ingehouden op deze vergoedingen. Eiser meent dat zijn oud-werkgever in Japan gevestigd is en dat Nederland op basis van het belastingverdrag met Japan niet heffingsbevoegd is. De rechtbank is van oordeel dat de oud-werkgever als inhoudingsplichtige in de zin van artikel 6, tweede lid, van de Wet loonbelasting kwalificeert en dat de vergoedingen als loon kwalificeren. Een beroep op het belastingverdrag met Japan kan eiser niet baten omdat het MLI in geval van een dubbele vestigingsplaats een onderlinge overlegprocedure tussen lidstaten voorschrijft en deze procedure niet is gevoerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 22/3357</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2024-12-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:854"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV Afkoopsom lijfrente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9970</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2025-02-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:12989</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:12989</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:12989"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Eiser exploiteert winkels en geeft voor het jaar 2018 een belastbaar inkomen uit werk en woning aan van € 103.277. Na een boekenonderzoek stelt verweerder dit vast op € 680.774. Volgens verweerder is een bedrag aan pin- en creditcardbetalingen van € 82.472 niet verantwoord en is de herkomst van een bedrag aan privéstortingen van € 19.440 niet aangetoond. Verder heeft verweerder zich gebaseerd op een aantal financiële overzichten dat bij een doorzoeking van één van de winkels is aangetroffen en waarop omzet is vermeld die niet in de administratie is verantwoord. De rechtbank oordeelt dat uit het controlerapport duidelijk naar voren komt dat de administratie van eiser gebreken vertoont en de omzet niet tot de juiste bedragen is verantwoord, met als gevolg omkering van de bewijslast. Evenwel dient de aanslag zijn gebaseerd op een redelijke schatting. De handgeschreven financiële overzichten zijn aangetroffen door douaneambtenaren bij een niet aangekondigd bedrijfsbezoek. Omdat verweerder niet kon aangeven op basis van welke bevoegdheid deze doorzoeking plaatsvond, neemt de rechtbank aan dat dit strafvorderlijke dwangmiddel onbevoegd is ingezet. Bovendien is onduidelijk wie de overzichten heeft gemaakt en voor welk doel. Het beroep is daarom gegrond en de aanslag wordt verminderd, waarbij alleen correcties die verband houden met de pin- en creditcardbetalingen en privéstortingen in stand blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 3440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Snitker</contributor><issued>2025-01-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:974</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:974</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:974"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting 2021 tot en met 2023. Beschikbaar gehouden door DGA van de vennootschap die eigenaar van de woning is. Dat geen verhuur heeft plaatsgevonden omdat de woning in de onderhavige jaren volgens belanghebbende (nog) niet geschikt was voor commerciele verhuur is niet van belang. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11850, 23/11851 en 23/11852</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.P.A. Boersma</contributor><issued>2025-02-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2078</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3596</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3596</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3596"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Anders dan waarvan de rechtbank is uitgegaan, is het beroep tegen een ‘mededeling verrekening of terugbetaling’ niet gericht tegen een beschikking invorderingsrente, maar alleen tegen een verrekening. Eerder heeft belanghebbende al geprocedeerd over (het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar over) de beschikking invorderingsrente, die bij een latere mededeling is bekendgemaakt. In die procedure is bovendien vastgesteld dat die beschikking al in april 2020 is herroepen. Het beroep is daarom slechts op te vatten als gericht tegen een verrekening. De rechtbank had zich geheel en al onbevoegd moeten verklaren om te beslissen op het beroep, omdat tegen een verrekening geen beroep open staat bij de bestuursrechter. De veroordeling van de Staat tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn laat het Hof in stand, omdat de Staat geen hoger beroep heeft ingesteld, maar vanwege de onjuistheid ervan veroordeelt het Hof niet de Staat alsnog ook in proceskosten van belanghebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, C.J. Hummel, W.J. Blokland</contributor><issued>2025-01-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:668"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB verzuimboete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3416</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2025-02-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2025:472</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:472</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2025:472"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 7, lid 4, en art. 11, lid 1, letters c en f, en lid 2, Wet OB; art. 11, art. 132, lid 1, letters b en g, en art. 133, letter d, BTW-richtlijn 2006; door een fiscale eenheid verrichte belastbare prestaties jegens derden op het gebied van gehandicaptenzorg; vrijstelling met subjectgebonden voorwaarden; subjectgebonden voorwaarden beoordelen op het niveau van fiscale eenheid of per lid van de fiscale eenheid?; prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00711</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2025-03-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:3905</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:388</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:T:2026:376</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:8523</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8523</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:8523"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verhuurderheffing 2020. Eiseres had het mede-eigendom van een groot aantal woningen. Tussen partijen is in geschil of aan de reparatiewet verhuurderheffing bij gedeeld genot huurwoningen van 8 juli 2020 in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel terugwerkende kracht is toegekend. De rechtbank komt tot het oordeel dat geen sprake is van een niet door de wetgever verdisconteerde bijzondere omstandigheid die tot gevolg heeft dat de toepassing van de wettelijke bepaling zozeer in strijd komt met het rechtszekerheidsbeginsel of enig ander algemeen rechtsbeginsel of ander ongeschreven recht, dat toepassing van de wet achterwege moet blijven. De rechtbank overweegt dat in de wetsgeschiedenis de terugwerkende kracht is toegelicht. Voor zover eiseres stelt dat de wetgever onvoldoende voortvarend heeft gehandeld om in het rechtstekort te voorzien en dat dit een bijzondere omstandigheid vormt overweegt de rechtbank dat de wetgever ruimte moet worden gegund om zorgvuldige wetgeving op te stellen en dat de wetgever een ruime bevoegdheid heeft om prioriteiten te stellen in zijn wetgevingsagenda. Naar het oordeel van de rechtbank was bovendien voor aanvang van het onderhavige belastingjaar en voor het doen van aangifte voorzienbaar dat de reparatiewetgeving met terugwerkende kracht werd ingevoerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 21/6693</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades, G.H. de Soeten, S.J. Richters</contributor><issued>2025-01-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:1038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:1038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:1038"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingplichtige kan geen beroep kan doen op het correctiebeleid, omdat hij zelf om navordering heeft verzocht. Hierdoor kan er niet gesproken worden van een overschrijding van de "irritatiegrens", omdat de belastingplichtige zelf de initiële stap heeft gezet die tot navordering heeft geleid. Eiser heeft geen recht op proceskostenvergoeding in de bezwaarfase, omdat er geen sprake is van een onrechtmatigheid aan de kant van de Belastingdienst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/582</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades</contributor><issued>2025-03-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:115</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:115</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:115"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">tot en met 23/10191. Gebruikelijk loon. Vergrijpboetes. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/10189</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2025-01-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2022:2723</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:2723</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2022:2723"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Leges. Is in dit geval sprake van (i) het in behandeling nemen van (ii) een aanvraag om (iii) een omgevingsvergunning? Parallelle procedures: bij zowel de fiscale rechter als de bestuursrechter wordt de vraag voorgelegd inzake de vergunningplicht. Belanghebbende voert een B&amp;B op de zolderkamer in zijn woning. Naar aanleiding van een waarschuwingsbrief dient belanghebbende een formulier in bij de gemeente. Het hof is van oordeel dat dit formulier terecht is aangemerkt als ‘een aanvraag’ (om een omgevingsvergunning), gelet op wat belanghebbende heeft ingevuld. Het hof oordeelt verder dat de opvatting van de rechtbank en de heffingsambtenaar dat niet van belang is of de B&amp;B-activiteit al dan niet vergunningvrij is, niet juist is, gelet op het arrest ECLI:NL:HR:2017:3227. Uit het arrest volgt ook dat de fiscale rechter in een legeszaak een inhoudelijk oordeel kan geven of de desbetreffende activiteit vergunningsvrij is. Het hof gaat vervolgens in op de vraag of hierop een uitzondering zou moeten worden gemaakt in een geval als dit waarin de kwestie of sprake is van een vergunningvrije activiteit ook ter beoordeling voorligt bij de algemene bestuursrechter in het kader van een procedure tegen een handhavingsbesluit. Ook als met belanghebbende ervan wordt uitgegaan dat de fiscale rechter ook in zo’n geval een inhoudelijk oordeel kan geven, helpt dat belanghebbende niet. Het hof is namelijk van oordeel dat de B&amp;B-activiteit niet valt onder de bestemming ‘wonen’. Verder oordeelt het hof dat het feit dat de aanvraag op grond van artikel 4:5 Awb niet in behandeling is genomen, niet wegneemt dat in de omstandigheden van dit geval wel sprake is van een dienst (vgl. ECLI:NL:HR:2007:BC0652). Evenmin slaagt de klacht over schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00699</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, M.R.T. Pauwels, W.A. Sijberden</contributor><issued>2022-08-23</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 4:5</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2021:1579</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1201</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:1951</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:1951</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:1951"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onbetaald gelaten facturen administratiekantoor. Opdracht om btw in EU landen te verzorgen. Haviltex. Btw werkzaamheden van eerdere jaren mogen apart in rekening worden gebracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11114934 CV EXPL 24-3266</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2025-03-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2022:1961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:1961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2022:1961"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">rioolheffing, rioolheffing hoeft geen individueel (perceelsgebonden) belang te dienen, rioolheffing is geen retributieheffing maar bestemmingsheffing, verder geen sprake van een onredelijke en willekeurige belastingheffing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 1983</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp</contributor><issued>2022-06-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:617</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:619</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:618</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:620</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:621</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:622</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:623</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:624</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:625</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:626</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:627</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:628</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:629</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:630</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:631</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:67</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:67</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:67"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Aandelen in een B.V. die zendmasten exploiteert. De rechtbank oordeelt dat de aandelen in een B.V. die masten verhuurt aan telecombedrijven, fictieve onroerende zaken zijn als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970. De zendmasten zijn onroerend omdat zij naar aard en inrichting bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven. Dit geldt ook voor de zendmasten op gehuurde grond. De aankoopsom die bij de verkrijging van de aandelen is betaald, rekent de rechtbank nagenoeg geheel toe aan de zendmasten. Aan de bezitseis is daardoor voldaan. Aan de doeleis is voldaan omdat de B.V. nagenoeg geen andere werkzaamheden verricht dan het ter beschikking stellen van (ruimte op) de zendmasten aan derden tegen een vergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5916 en BRE 23/656</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, D.C. van Beelen, A. Laghmouchi</contributor><issued>2025-01-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2022:1688</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:1688</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2022:1688"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-05-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil zijn naheffingsaanslagen loonbelasting 2013 tot en met 2016. Voorts is in geschil een vergrijpboete voor het jaar 2013. De rechtbank verklaarde in zijn uitspraak (ECLI:NL:RBNHO:2021:3170) de beroepen inzake de jaren 2013, 2015 en 2016 alsmede het beroep tegen de vergrijpboete ongegrond en vernietigde de naheffingsaanslag 2014 omdat niet was komen vast te staan dat over de loonbestanddelen in 2013 belasting was geheven. De pseudo-eindheffing van artikel 32bd Wet LB bleef daarom buiten toepassing. Het Hof verklaart de hoger beroepen van de belanghebbende en de inspecteur ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00291, 21/00292 en 21/00297</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C.H.M. Lips, C.J. Hummel, M.J. Leijdekker</contributor><issued>2022-08-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de loonbelasting 1964 13a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2022:4565</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:4565</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2022:4565"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is een buitenlands beleggingsfonds en heeft over meerdere jaren verzocht om teruggaaf van dividendbelasting. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur de teruggaafverzoeken terecht heeft afgewezen gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij voldoende vergelijkbaar is met een fbi. In wat belanghebbende heeft aangevoerd tegen een eerdere beslissing van de Hoge Raad ziet de rechtbank geen aanleiding om wel teruggaaf te verlenen of om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 17/7134 tot en met 17/7144</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van den Bosch, R.R. van der Heide, G. Kattenberg</contributor><issued>2022-08-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:2711</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2022:1144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2022:1144"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00173</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2022-09-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:3807</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2022:2868</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:2868</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2022:2868"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De heffingsambtenaar heeft de door hem voorgestande waarde van het object niet aannemelijk gemaakt met het eigen verkoopcijfer of de huurwaardekapitalisatiemethode. Niet is gebleken dat de vereiste correcties hebben plaatsgevonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 20/2181</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.F. De Lemos Benvindo, M. Greebe, G.W.J. Harten</contributor><issued>2022-08-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2022:2327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2022:2327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2022:2327"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-07-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil inzake facturen. Deels onverschuldigde betaling, gedaagde dient deze bedragen terug te betalen. Vorderingen in reconventie niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 9460781 \ CV EXPL 21-4077</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.F. van Aalst</contributor><issued>2022-08-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:1033</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2022:6856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:6856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2022:6856"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-08-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling monumentaal bedrijfsgebouw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00944</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-08-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:2882</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2022:1741</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:1741</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2022:1741"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-06-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Ingebrekestelling onredelijk laat. Verzoek dwangsom terecht afgewezen. Diverse formele klachten. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00526 en 21/00527</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.A.M. Pijnenburg</contributor><issued>2022-06-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:1190</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2022:1129</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1129</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2022:1129"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01828</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2022-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:3447</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2022:1165</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1165</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2022:1165"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/03564</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2022-09-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:2281</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2022:947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2022:947"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-05-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verlaagd tarief omzetbelasting; online sportplatform; terbeschikkingstelling van een sportaccommodatie; neutraliteitsbeginsel; gelijkheidsbeginsel; Covid-regeling; tarievenrichtlijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-21/00684</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-06-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:9235</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1029</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2022:7860</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:7860</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2022:7860"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BNT KOT verzet ongegrond Ingebrekestelling prematuur. Het is niet mogelijk een bestuursorgaan op voorhand ingebreke te stellen. Wanneer een ingebrekestelling te vroeg wordt ingediend moet de rechtbank het gevolg eraan verbinden dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.Het staat de rechtbank niet vrij om hiervan af te wijken. verzet ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 22/2242</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades</contributor><issued>2022-09-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2022:4955</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:4955</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2022:4955"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, totstandkoming stille maatschap, hoogte loon uit dienstbetrekking</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/964</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2022-09-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2809</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2022:5137</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:5137</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2022:5137"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 2.17, vierde lid, Wet IB 2001, onbevoegd gebruik DigiD</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 1171</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2022-09-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 2.17</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2022:1898</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:1898</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2022:1898"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-06-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Diverse formele klachten. Nieuwe auto’s. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00628 tot en met 21/00656</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt</contributor><issued>2022-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:1248</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2022:1136</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1136</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2022:1136"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/02700</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2022-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:1038</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2022:2451</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:2451</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2022:2451"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-03-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Herstructurering in verband met bedrijfsopvolging leidt tot belast voordeel uit aanmerkelijk belang. Het door eiser gehanteerde dividendpercentage van 4,25% dan wel 7,5% ter zake van de omzetting van een gewoon aandeel in een cumulatief preferente aandeel is niet zakelijk. Een zakelijk handelende vennootschap of (voormalig) aandeelhouder had in gelijke omstandigheden een dividendpercentage van 4,25% of 7,5% niet geaccepteerd en een aanzienlijk hoger dividendpercentage bedongen. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat eiser niet de vereiste aangifte heeft gedaan, zodat sprake is van omkering van de bewijslast. Verweerder heeft een redelijke schatting gemaakt van het door eiser verkregen voordeel uit aanmerkelijk belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 8160</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.M. Drok</contributor><issued>2022-09-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2022:2146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2022:2146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2022:2146"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-06-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ gebruikersbeschikking. Beroep niet-ontvankelijk vanwege ontbreken procesbelang. Eiser heeft als huurder een gebruikersbeschikking gemaakt, dat maakt hem belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb. Dat volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2020 (ECLI:NL:HR:2020:46). Het belang dat wordt bedoeld in artikel 1:2 van de Awb moet worden onderscheiden van het procesbelang. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat hij een procesbelang heeft. Dat heeft hij niet gedaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/4515</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.C. Moed</contributor><issued>2022-06-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14649</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14649</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14649"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing binnen het netwerk voor de duur van vijf maanden, het overige verzochte wordt aangehouden. Verzoek ten aanzien van de hoofdverblijfplaats wordt aangehouden. De gecertificeerde instelling heeft onvoldoende onderbouwd op grond waarvan de minderjarige in een neutraal pleeggezin geplaatst zou moeten worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726098 / JE RK 26-1786 en C/10/705964 / FA RK 25-6660</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2022:1943</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:1943</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2022:1943"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-06-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Fiscale fraude. Wet op de accijns. Een persoon die belasting verschuldigd is, maar die niet is uitgenodigd tot het doen van aangifte, is niet verplicht aangifte voor een belasting te doen en pleegt niet het strafbare feit van het niet doen van aangifte. Die belastingplichtige dient wel te verzoeken om een uitnodiging tot het doen van een aangifte. Laat die belastingplichtige dat na, dan kan een bestuursrechtelijke boete (art. 67ca Algemene wet inzake rijksbelastingen) worden opgelegd, maar dat nalaten is geen strafbaar feit en die belastingplichtige kan dus niet strafrechtelijk worden bestraft. Slechts de persoon die is uitgenodigd aangifte te doen is aangifteplichtig (zelfs als die persoon nadien niet belastingplichtig blijkt te zijn).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002325-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><issued>2022-06-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:5162</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2022:2779</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:2779</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2022:2779"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-08-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Energiebelasting (EB) en opslag duurzame energie (ODE). Belanghebbende produceert (onder meer) keramische wand- en vloertegels. Tussen partijen is in geschil of (ook) het bij het sproeidrogen verbruikte aardgas is vrijgesteld van EB en ODE. De inspecteur stelt zich primair op het standpunt dat de vrijstelling alleen geldt voor de deelprocessen van die vervaardiging waarbij sprake is van een onomkeerbaar omzettingsproces dat leidt tot wijziging van de mineralogische eigenschappen en samenstelling van het materiaal. Het hof onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat dit standpunt dient te worden verworpen. Hieraan voegt het hof toe dat het verlenen van een teruggaaf van het bij het sproeidrogen gebruikte aardgas past binnen de wettekst en wetsgeschiedenis van de vrijstellings- en teruggaafbepalingen voor mineralogische procedés. Ook het subsidiaire standpunt van de inspecteur, inhoudende dat het sproeidrogen geen onderdeel uitmaakt van de vervaardiging van keramische producten, wordt door het hof verworpen. Onder ‘de vervaardiging van keramische producten’ moet naar het oordeel van het hof worden verstaan het tot stand brengen van producten die van gebakken klei zijn gemaakt. Het bij het sproeidrogen gebruikte aardgas is voor dat productiedoel gebruikt en daarmee vrijgesteld. Het hoger beroep van de inspecteur is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00756 tot en met 21/00758</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, V.M. van Daalen-Mannaerts, P.A.M. Pijnenburg</contributor><issued>2022-08-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:1697</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1716</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2022:1816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:1816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2022:1816"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-06-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Malta-structuur; medeplegersboete. Naar het oordeel van het Hof was de werkelijke leiding van de Maltese vennootschappen in Nederland gelegen, zodat aanvankelijk te weinig vennootschapsbelasting is geheven. Het Hof oordeelt echter dat bij belanghebbende, adviseur van de aandeelhouders, geen sprake was van medeplegen dan wel feitelijk leidinggeven ten aanzien van het gronddelict van artikel 67e lid 1 AWR.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00495</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-06-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:4643</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:1436</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1556</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2022:10108</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:10108</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2022:10108"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-11-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Verzoek ambtshalve vermindering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01762</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-12-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:923</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2022:7037</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:7037</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2022:7037"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-08-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Herzieningsverzoek. IB/PVV. Opname in Fraude Signalering Voorziening (FSV). Herzieningsverzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00111 en 22/00112</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): tweede meervoudige kamer</contributor><issued>2022-08-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:303</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2022:7512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:7512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2022:7512"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Activiteiten op het gebied van media. Bron van inkomen? Specifieke zorgkosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01517</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2022:5036</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:5036</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2022:5036"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 13-993051-19</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.H. Marcus, mr. B.M. Visser, F.Th.M. Deurvorst</contributor><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:2597</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2022:2293</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:2293</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2022:2293"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-11-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6 EVRM. Artikel 8:73 Awb. Einde redelijke termijn voor berechting bij tegemoetkomend besluit. Als een rechter na de beëindiging gedurende de bezwaarfase van een geschil inzake de belastingheffing (de hoofdzaak) nog moet beslissen op met het verloop van de procedure verband houdende verzoeken, zoals in dit geval de juistheid van de in bezwaar toegekende proceskostenvergoeding, is het daarmee gemoeide tijdsverloop niet van invloed op de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-21/00779 tot en met BK-21/00782</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-12-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2022:1134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2022:1134"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/03046</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2022-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:5704</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2022:1185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2022:1185"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00356</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2022-09-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:101</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2022:948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2022:948"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-05-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ontvankelijkheid van het beroep; verschoonbaarheid termijnoverschrijding voor het indienen van de gronden; vergoeding wegens immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-21/00558 tot en met BK-21/00561</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-06-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:5495</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2022:3100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:3100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2022:3100"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende ontvangt per blokkuur een vergoeding van € 145. Van dit bedrag wordt belanghebbende geacht de met het oog op zijn dienstbetrekking te maken kosten te voldoen. De omvang van de door belanghebbende gemaakte daadwerkelijk kosten ter zake van zijn dienstbetrekking is niet van invloed op de hoogte van de vergoeding per blokuur. Belanghebbende heeft een bedrag van € 19.580,73 aan ‘expenses’ gemaakt. Tussen partijen is niet in geschil dat daarvan een bedrag van € 17.000 mag worden beschouwd als kosten die noodzakelijkerwijs met oog op een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking zijn gemaakt. In geschil is of sprake is van gerichte vrijstellingen. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend. Het staat vast dat kosten zijn gemaakt tegenover de vergoedingen. De door de inspecteur gestelde voorwaarde dat een gerichte vrijstelling vooraf moet worden gespecificeerd, is naar het oordeel van het hof te streng. Ook de omstandigheid dat de buitenlandse werkgever van belanghebbende de vergoedingen en verstrekkingen als zodanig niet heeft aangewezen, staat niet aan het bestaan van gerichte vrijstellingen in de weg. Immers, zou de werkgever van belanghebbende inhoudingsplichtige in de zin van artikel 6 Wet LB zijn geweest, dan mag aangenomen worden dat deze zakelijke uitgaven/kosten door de werkgever zouden zijn aangewezen en tot een bedrag van € 17.000 zouden hebben gekwalificeerd als gerichte vrijstellingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00277</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, P.A.M. Pijnenburg, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2022-09-13</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de loonbelasting 1964 6</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:6321</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:1236</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2022:10165</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:10165</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2022:10165"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep gegrond. 15 oktober 2022. De inspecteur heeft terecht de omzet gecorrigeerd. Belastingplichtige is er niet in geslaagd om de zakelijkheid van de uitgaven aan alcoholische presentjes, uitgaven aan theaterbezoeken en dinerkosten aannemelijk te maken. Belastingplichtige heeft eveneens geen recht op een hogere aftrek van verhuiskosten. De rechtbank komt daarnaast tot het oordeel dat belastingplichtige ten onrechte een buitengewone last in verband met een afwaarderingsverlies in aanmerking heeft genomen. Vernietiging van de boete wegens overlijden DGA.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA- 21/3385</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.W. Koenis, B. van Walderveen, P.A. Spijker</contributor><issued>2022-12-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2022:3130</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:3130</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2022:3130"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen van een schriftelijke machtiging. De rechtbank wijst het verzoek om ISV af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 19 _ 781</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M.A.M. Kager, R.R. van der Heide, T. van de Bospoort</contributor><issued>2022-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2022:91</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:91</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2022:91"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-01-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV 2015. Uitleg artikel 14 lid 3 Verdrag NL-VK en artikel 3.84 lid 2 Wet IB 2001. Hoger beroep ongegrond. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00574</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-06-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2020:6624</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:953</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2022:1739</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:1739</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2022:1739"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-06-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-zaak. De voor het eerst door belanghebbende ter zitting ingenomen stellingen zijn tardief. De heffingsambtenaar heeft naar het oordeel van het hof (ook in het licht van wat belanghebbende daartegenover heeft aangevoerd) aannemelijk gemaakt dat de waarde van de onroerende zaak niet te hoog is. Gemachtigde van belanghebbende heeft zich beklaagd over de late indiening (12 dagen voorafgaand aan de zitting) van het verweerschrift door de heffingsambtenaar. De rechtbank heeft de heffingsambtenaar per brief de mogelijkheid geboden om tot tien dagen voorafgaand aan de zitting een verweerschrift in te dienen. Het hof stelt voorop dat de brief van de rechtbank een onjuiste term voor het gedingstuk bevat, omdat een verweerschrift tijdens het vooronderzoek (dat is afgerond met het versturen van de uitnodigingen voor de zitting) moet worden ingediend. In dit geval moet het gedingstuk worden aangemerkt als nader stuk. Bovendien wordt (de gemachtigde van) belanghebbende in zijn procespositie geschaad, omdat het desgevraagd of ambtshalve gelegenheid geven tot het indienen van een conclusie van repliek feitelijk onmogelijk wordt gemaakt. Ook kan het (de gemachtigde van) een belanghebbende worden bemoeilijkt een adequate reactie te geven. Daar komt bij dat het voor een goede rechtspleging in zijn algemeenheid onwenselijk is dat een dossier zo kort voor de zitting volledig is. De rechtbank handelt met de gehanteerde werkwijze dus wetssystematisch onjuist en in strijd met een goede rechtspleging. Het bij het hof betaalde griffierecht wordt door de griffier terugbetaald. Het hof veroordeelt de heffingsambtenaar noodzakelijkerwijs in de kosten die belanghebbende redelijkerwijs heeft moeten maken in hoger beroep, maar ziet reden om de proceskostenvergoeding te matigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00615</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, V.M. van Daalen-Mannaerts, P.C. van der Vegt</contributor><issued>2022-06-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2021:916</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:573</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2022:4549</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:4549</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2022:4549"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV 2019, de in dat jaar ontvangen uitkering is door de inspecteur op de juiste wijze in de aanslag verwerkt. Geen hogere verrekening van niet ingehouden loonheffing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/2095</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.P.A. Boersma</contributor><issued>2022-08-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2022:1684</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:1684</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2022:1684"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-05-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De tweede voorlopige aanslag IB/PVV 2013 is niet aan belanghebbende verzonden. Desondanks vloeit uit deze voorlopige aanslag, die verrekend is met de definitieve aanslag IB/PVV 2013, een betalingsverplichting voort. Het hof legt het geschil in het voordeel van belanghebbende uit en laat enkele stellingen waarbij hij geen belang heeft buiten beschouwing. Het hof vermindert de definitieve aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 18.140. De voorlopige aanslagen IB/PVV 2013 blijven in stand. Het hof verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de maatregelen die de ontvanger in het kader van de invordering van de tweede voorlopige aanslag IB/PVV 2013 heeft getroffen. De stelling van belanghebbende dat aan de zijde van de rechtbank sprake was van partijdigheid/schijn van partijdigheid faalt. Van formele gebreken bij het uitspreken en verzenden van de uitspraak van de rechtbank is geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00238</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, M.J.C. Pieterse, T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2022-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:574</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2022:13389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:13389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2022:13389"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-11-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV – 30%-regeling Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het verzoek om de 30% regeling moet toekennen ondanks dat de looptijd volgens een eerdere beschikking was geëindigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 6670</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Arts</contributor><issued>2022-12-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:2457</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2022:6863</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:6863</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2022:6863"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-11-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, verzuimboete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/3941 en 21/4096</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2022-12-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2022:963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2022:963"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-05-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 22 Wet WOZ; Waarde galerijflat; Art. 7:4 Awb; Schending inzagerecht; Geen aanleiding om zaak terug te wijzen naar de Heffingsambtenaar; Verzoek toezending stukken; Gelijkheidsbeginsel; Omgevingsfactoren; Geen sprake van identieke woningen; Ieder jaar staat op zich.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-21/00328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-06-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:3466</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:110</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2022:1130</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1130</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2022:1130"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00065</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2022-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:11109</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2022:1748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2022:1748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2022:1748"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-06-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende bestrijdt dat terecht en tot het juiste bedrag mrb in rekening is gebracht voor zijn Daihatsu (eerste toelating 1986) en BMW (eerste toelating 1984). Belanghebbendes stelling dat voor de Daihatsu reeds mrb door een andere belastingplichtige is voldaan, is niet juist. Het hof is van oordeel dat belanghebbende terecht mrb in rekening is gebracht, tegen een voor hem gunstig tarief. Belanghebbende beroept zich voor de BMW op de oldtimervrijstelling, maar daar bestaat geen wettelijk recht (meer) op. Ook de andere grieven van belanghebbende treffen geen doel. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/00290 en 19/00291</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, P.A.M. Pijnenburg, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2022-06-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:381</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:843</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4565</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4565</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4565"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroepen niet-ontvankelijk, ontbonden rechtspersoon.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/830 tot en met 25/833</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Sanna, mr. F. Brekelmans, mr. T. van de Bospoort</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6629"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Zelfstandig pedagogisch medewerker kan vrijstelling voor kinderopvang toepassen voor diensten aan kindercentra.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2347"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is een woningcorporatie en heeft een woningcomplex verkregen van een andere woningcorporatie. Het hof is van oordeel dat de vrijstelling bij taakoverdracht (artikel 15, lid 1 aanhef en onderdeel h, Wet BRV) van toepassing is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Wessels, mr. B.J. Rubbens, prof. mr. P.J. Wattel</contributor><issued>2026-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:8079</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1736</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1736</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1736"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04057</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2938</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2948"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ, de gecorrigeerde vervangingswaarde. Waarde van pand waarin kinderdagverblijf wordt geëxploiteerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/635</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2337"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 10, leden 2 en 4 van richtlijn 2008/118/EG. Vervoer van goederen onder schorsing van accijns van België naar Nederland. De onder de accijnsschorsingsregeling overgebrachte goederen zijn niet of niet geheel op de plaats van bestemming (Nederland) zijn aangekomen, waarbij dat tekort niet eerder is geconstateerd dan bij het uitladen van het transportmiddel. Na beantwoording van prejudiciële vragen door het Gerecht EU oordeelt het hof dat de onregelmatigheid heeft plaatsgevonden in Nederland, zodat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1356 en 22/1357</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wessels, mr. drs. P. Fortuin, mr. W.J. Blokland</contributor><issued>2026-10-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3290</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2438"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hogerberoepschrift niet tijdig ingediend. Geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/205 tot en met 24/212</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, Mr. M.E. Smorenburg, mr. drs. C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:8998</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1746"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03502</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2523</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:7921</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:7921</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:7921"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Tarief. Voormalige zorginstelling. Verlaagd tarief voor woningen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00697</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:903</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1221</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1221</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1221"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00088</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:CRVB:2021:2960</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1270</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1270</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1270"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 3 TIEA Nederland – Jersey; informatieverzoek; criminal tax matters; informatiebeschikking; belemmeringen van fysieke en/of psychische aard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/03671</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:1070</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:6902</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2320</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2320</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2320"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanmaningskosten maken geen deel uit van procedure. Bovendien is sprake van een zeer gering financieel belang. Geen recht op imsv en pkv. Procederen tegen beter weten in.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/128 en 22/129</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1069</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:7071</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:7071</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:7071"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Rechtbank heeft zich ten onrechte onbevoegd verklaard. Terugwijzing naar heffingsambtenaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01816</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1171</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1171</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1171"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:321</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1785</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1785</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1785"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01301</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-12-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:731</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2213</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2213</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2213"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6:17 en 7:4 Awb. Artikel 17 en 40 Wet WOZ. Toezendplicht op de zaak betrekking hebbende stukken. Hoorplicht. Heroverweging primair besluit. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Heffingsambtenaar heeft aan de hand van vergelijkingsobjecten aannemelijk gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Hetgeen belanghebbende daartegenover heeft aangevoerd, doet daaraan niet af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00408</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2023:6814</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:6814</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2023:6814"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omdat de gemeentelijke wetgever bij het verhogen van het tarief van de forensenbelasting uitdrukkelijk heeft meegenomen dat forensen gebruik maken van de gemeentelijke voorzieningen, is er geen sprake van belastingheffing die, zoals eiseres stelt, alleen is ingevoerd om de lokale woningmarkt te reguleren. De gemeente heeft zijn (ruime) bevoegdheid om forensenbelasting te heffen niet gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die is gegeven. Voor het onverbindend achten van de Verordening bestaat geen aanleiding. De rechtbank acht ook geen sprake van strijd met andere algemene rechtsbeginselen, zoals het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel, en ziet geen grond om de verhoging buiten toepassing te laten. Verder is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een individuele buitensporige last als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Dat eiseres de woning niet permanent mag bewonen, laat onverlet dat zij door verhuur van de woning en daardoor het minder dan 90 dagen beschikbaar houden van de woning, de (verdere) verhoging van de forensenbelasting kan afwentelen. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 23/306</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2023-12-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6668"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 18/1630</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.P. Hertsig</contributor><issued>2023-09-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7473"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. aftrek studiekosten. drukken. is sprake van een leningsovereenkomst?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWB 22_3077</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2023-11-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1689</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1689</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1689"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak is op verzoek gepubliceerd en niet door het gerechtshof geselecteerd om te worden gepubliceerd. Derhalve is er geen samenvatting beschikbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00373 en 22/00374</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, P. Fortuin, T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2023-09-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:174</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:474</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1395"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:680</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:12805</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:12805</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:12805"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aftrek scholingsuitgaven buitenlandse student</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 3188</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.D. van Riel</contributor><issued>2023-10-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1060</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:5423</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:5423</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:5423"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV en Zvw. Navorderingsaanslagen gebaseerd op redelijke schatting. Vergrijpboete (artikel 67e van de Awr) verminderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 1990</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling</contributor><issued>2023-11-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1045</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1637</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1637</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1637"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03087</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-11-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:5844</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2023:4595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2023:4595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2023:4595"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De heffingsambtenaar geeft in beroep aan dat hij onbedoeld geen proceskostenvergoeding in bezwaar heeft toegekend. Eiseres is verder van mening dat in de bestreden uitspraak het bezwaar niet gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond kan worden verklaard. De rechtbank is van oordeel dat in artikel 7:11, tweede lid, van de Awb, anders dan voor de mogelijke dicta in de beroepsfase in de artikelen 8:70 en 8:72 van de Awb, niet is voorgeschreven hoe de beslissing op het bezwaar precies dient te worden geformuleerd. De keuze voor andere dicta voor het afdoen van een ontvankelijk bezwaar is in beginsel vrij. Beroep gegrond voor zover in de uitspraak op bezwaar geen proceskostenvergoeding is toegekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2640</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Cune</contributor><issued>2023-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1452</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1452</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1452"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03844</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:7858</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7517</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7517</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7517"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB 2015, omkering en verzwaring van de bewijslast, waardering van aandelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/5321</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn, J.H. Bogert, V.A. Burgers</contributor><issued>2023-12-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6089"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vestigingsplaats. Nederlandse makelaar verhuist naar Zwitserland en zijn BV (belanghebbende) naar Luxemburg. Feitelijke leiding. Naar het oordeel van de rechtbank was belanghebbende voor de toepassing van het Verdrag met Luxemburg in Nederland gevestigd. De aanslagen Vpb zijn terecht opgelegd. Aangezien belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan, dient de bewijslast te worden omgekeerd en verzwaard. Belanghebbende heeft niet doen blijken dat de aanslagen te hoog zijn vastgesteld. Gelet hierop zijn de aanslagen en de beschikkingen belastingrente niet te hoog vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1226 t/m 21/1228</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, A.H.W. Steijn, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2023-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3209"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende, [belanghebbende], is per 18 maart 2019 opgericht. Voordien werd de onderneming gedreven in de vorm van een vof. De vof had vier werknemers in dienst waarvoor recht op een tegemoetkoming loonkostenvoordeel (LKV) bestond. In geschil is of [belanghebbende] ook recht heeft op LKV. Het hof oordeelt dat de onderneming van de vof is overgegaan op [belanghebbende] en dat de dienstbetrekkingen met de werknemers zijn blijven voortbestaan. Verder oordeelt het hof dat de doelgroepverklaring niet zijn gelding heeft verloren. Dit betekent dat [belanghebbende]recht heeft op LKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01225</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, W.A. Sijberden, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-01-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2593</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1860</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1860</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1860"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Niet doen van de vereiste aangifte. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Redelijke schatting; Zelfstandigenaftrek. Urencriterium.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00764</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:6085</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1961"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Loonbelasting. Het hof is van oordeel dat de gebruikelijkloonregeling van toepassing is en dat de belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het loon lager vastgesteld dient te worden dan de inspecteur heeft gedaan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Wel worden de vergrijpboeten vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00576 en 22/00577</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, W.A. Sijberden, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2023-09-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:636</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1483"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00064</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:2355</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:929</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:931</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1783</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1783</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1783"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-12-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:904</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30864</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30864</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30864"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Regulier; machtiging tot voorlopig verblijf (mvv); Syrische nationaliteit; feitelijke gezinsband; jongvolwassenenbeleid; onzorgvuldige besluitvorming; onvoldoende doorgevraagd in het gehoor; eisers omstandigheden onvoldoende in besluitvorming betrokken; afhankelijkheidsrelatie eiser en referent; beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.56681</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. de Wit</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8711"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening (vovo). inzage in dossier in bezwaarfase.inzage heeft reeds plaatsgehad. niet aannemelijk geworden dat inspecteur welbewust stukken achterhoudt. vraag of alle zaakstukken zijn overgelegd leent zich niet voor vovo.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23_9647 tm 23_9649</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2023-12-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:10189</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:10189</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:10189"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Uitspraak na verwijzing. Compromis ter zitting over boete, proceskostenvergoeding en vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/596</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2023-12-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2046"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV. Bron van inkomen. Objectieve voordeelsverwachting. Er is sprake van een bron van inkomen, gelet op de vaststelling van een bron van inkomen in de voorgaande jaren en de in die jaren behaalde resultaten. Art. 3.90 Wet IB 2001. Resultaat uit overige werkzaamheden. Geen aftrek van niet declarabele uren. Art. 3.76 Wet IB. Geen recht op zelfstandigen- en startersaftrek. Geen sprake van verjaring nu de aanslag binnen de driejaarstermijn is opgelegd. Het Hof is niet bevoegd om een oordeel te geven over de verjaring van het invorderingsrecht van de Ontvanger.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01218</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:8797</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:8797</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:8797"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1652</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2023:4481</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:4481</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2023:4481"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Besluit proceskosten bestuursrecht, wegingsfactor rechtsbijstandskosten Wet WOZ. De rechtbank Midden-Nederland hanteert voortaan een lagere wegingsfactor in WOZ-zaken, beroepen over niet tijdig beslissen, parkeerbelastingzaken en zaken over proceskosten. De rechtbank hanteert verder voortaan een forfaitair tarief van € 50,- per halfjaar als schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 21/4827</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.G. Nicholson, K. de Meulder, R.C. Moed</contributor><issued>2023-09-04</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:6146</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2764</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2764</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2764"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 24 lid 1 Wet MRB; art. 4a lid 1 UR MRB. Een noodzakelijk hulpmiddel als bedoeld in art. 4a lid 1 UR, niet zijnde een niet-opvouwbare rolstoel in de strikte zin van het woord, kan hooguit een hulmiddel zijn dat met een niet-opvouwbare rolstoel op één lijn is te stellen. Gelet op omvang, gewicht en functie kan daarbij worden gedacht aan een scootmobiel en een driewieler voor volwassenen. Een chemisch toilet is niet op één lijn te stellen met een niet-opvouwbare rolstoel. Het tarief van art. 24 lid 1 Wet MRB is niet van toepassing voor de bestelauto van belanghebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02437</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:9051</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:246</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:1992</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:1992</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:1992"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag OB is terecht en naar het juiste bedrag opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01843</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:435</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:17057</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:17057</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:17057"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Legesaanslag. Leges voor vier extra welstandstoetsen ten onrechte geheven. De gemeente heeft veelvuldig en tot in de details suggesties gedaan zonder dat kan worden vastgesteld of het niet volgen van deze suggesties tot een (rechtmatig) negatief welstandsadvies had kunnen leiden. Er is slechts sprake van één doorlopende welstandstoets. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 3147</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven</contributor><issued>2023-11-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:5876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:5876"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">informatiebeschikking, artikel 47 AWR informatieverplichting en artikel 52 AWR administratieverplichting. beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/332</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2023-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1239</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1239</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1239"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/04114</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:8276</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6393</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6393</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6393"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 3.126, eerste lid onder c, Wet IB 2001. De rechtbank is van oordeel dat het hoorrecht in bezwaar niet is geschonden, dat de inspecteur beschikte over een nieuw feit dat navordering over de jaren 2016 tot en met 2018 rechtvaardigt, en verder dat de inspecteur de premies van de in Duitsland afgesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering terecht in de (navorderings)aanslagen heeft gecorrigeerd. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/2606 t/m 22/2609</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2023-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1663</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1663</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1663"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:41 Awb;, 8:108 Awb, art. 8:109 Awb. In hoger beroep is geen griffierecht betaald. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat de ontvangst van de betalingsherinnering redelijkerwijs kan worden betwijfeld. Geen verschoonbare omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01313 tm BK-22/01326</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:13889</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2957"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2015. Artikel 7.8 Wet IB 2001 en negatieve belastbare inkomsten uit eigen woning. Belanghebbende woont in België en heeft een woning in eigendom. Belanghebbende werkt in Nederland in loondienst en bezit aandelen in een Nederlandse BV. Belanghebbende kan de hypotheekrente niet in mindering brengen op zijn inkomen uit werk en woning. Van een “klassieke” Schumacker-situatie is geen sprake. Anders dan belanghebbende betoogt dient bij het bepalen van het wereldinkomen ook het inkomen van de partner in aanmerking te worden genomen. Dat belanghebbende en de partner in België niet als samenwonend worden beschouwd doet daaraan niet af. In België is tenminste 46% van het gezinsinkomen belastbaar. Dat belanghebbende zijn deel van de woonbonus niet in mindering heeft kunnen brengen op het gezamenlijk gezinsinkomen is het gevolg van een dispariteit tussen de belastingstelsels.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00904</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, L.B.M. Klein Tank, W.A. Sijberden</contributor><issued>2023-11-15</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 7.8</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1220</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6090</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6090</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6090"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vestigingsplaats. Nederlandse makelaar verhuist naar Zwitserland en zijn BV (belanghebbende) naar Luxemburg. De BV keert daarna € 10 miljoen dividend uit. Naar het oordeel van de rechtbank was belanghebbende voor de toepassing van het Verdrag met Luxemburg in Nederland gevestigd en daarom belastingplichtig voor de dividendbelasting. Het verdrag met Zwitserland is niet van toepassing. De naheffingsaanslag dividendbelasting is terecht opgelegd. Ook de boete is terecht opgelegd en is passend en geboden. Wel dient de boete gematigd te worden wegens undue delay.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1225</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, A.H.W. Steijn, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2023-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:9937</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:9937</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:9937"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op verzet. Het niet overleggen van een machtiging kan in verzet niet worden hersteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/615</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verzet</description><issued>2023-12-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:7711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:7711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:7711"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verontreinigingsheffing. Individueel behandelingssysteem afvalwater. Bedrijfsruimte?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01675, 22/01676 en 22/01677</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1277</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1277</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1277"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dividendbelasting. Belanghebbende is onvergelijkbaar met in Nederlands gevestigde fiscale beleggingsinstellingen, omdat Luxemburg ervoor kiest om niet aldaar woonachtige of gevestigde aandeelhouders niet in de heffing te betrekken ter zake van uit Nederland stammend dividendinkomen. Reeds daarom is het hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00557 tot en met 22/00564</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, M.J.C. Pieterse, T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2023-08-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:730</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1254</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1747</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1747</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1747"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het eerdere arrest ECLI:NL:HR:2023:1301 is vervallen verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02896</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-12-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:4900</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:10391</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:10391</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:10391"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Herzieningsverzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2337, 22/2338, 22/2339 en 22/2340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening</description><issued>2023-12-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2591</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2591</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2591"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tegen verrekeningen door de ontvanger staat geen bezwaar (bij de ontvanger) en beroep (bij de belastingrechter) open. Belanghebbende is er niet bij gebaat wanneer het Hof de ongegrondverklaring van het beroep door de rechtbank zou vernietigen en de rechtbank alsnog onbevoegd zou verklaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00065</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-08</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:713</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3132</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3132</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3132"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en boete. Het Hof verenigt zich met de beslissing van de rechtbank dat de naheffingsaanslag vernietigd moet worden omdat niet aannemelijk is dat de auto feitelijk aan belanghebbende ter beschikking stond in het naheffingstijdvak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00059</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1645</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1645</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1645"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02554</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-11-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:927</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6381</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6381</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6381"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Redelijkheid en billijkheid wetgeving en kwijtschelding belastingschuld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/3004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2023-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1433</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1181</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1181</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1181"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01202</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:1668</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1390</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1390</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1390"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2023-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2636</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:5991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:5991"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">en 23/2702</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2701</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2023-09-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8409"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Rijnvarende. 2018. A1-verklaring aanwezig. Liechtenstein en Luxemburg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22_5971</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2023-12-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1445</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1445</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1445"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV. Art. 6.17, leden 1 en 9 Wet IB 2001. Art. 39 Uitvoeringsregeling IB 2001. Geen aftrek zorgkosten heilpraktiker. Geen schending van art. 14 EVRM. Beroep op de Patiëntenrichtlijn niet mogelijk. Rechter mag de innerlijke waarde of billijkheid van een wet niet toetsen. Gelijkheids- en vertrouwensbeginsel niet geschonden. Geen vergoeding van immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01259</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-08-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:12859</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1515</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1515</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1515"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat belanghebbende geen recht heeft op aftrek van specifieke zorgkosten. Ook heeft belanghebbende niet voldaan aan zijn bewijslast aannemelijk te maken dat een tbs-verlies in aanmerking genomen kan worden. Wel heeft hij recht op meer aftrek eigen woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01263</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, M.H.P. Groenland, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2023-09-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:4601</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1195</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1195</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1195"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03124</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:6278</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1271"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invorderingsrente; procesrecht; coronapandemie niet zonder meer reden voor verlenging redelijke termijn; constatering overschrijding redelijke termijn volstaat ingeval van zeer gering financieel belang bij procedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1272</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1272</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1272"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Art. 8:75 en 8:77 Awb. Ten onrechte niet behandeld verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04797</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:10321</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6391</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6391</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6391"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">heffingsrecht inkomen Zuid-Afrika</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2313</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2023-10-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8754</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8754</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8754"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 13bis van de Wet LB 1964, bijtelling privégebruik auto</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 22 _ 3572 tot en met 22 _ 3575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2023-12-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:215</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1761</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1761</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1761"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Het beroep op overmacht slaagt niet, omdat belanghebbende niet aan de op hem rustende bewijslast heeft voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/00246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:1544</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:12991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:12991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:12991"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Kunstenares. Ontvankelijkheid beroep. Bron van inkomen. Vertrouwensbeginsel. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 4650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Kiers</contributor><issued>2023-12-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1476</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:8690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:8690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:8690"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. De rechtbank oordeelt dat eiseres geen recht heeft op aftrek van voorbelasting in verband met de aanschaf van een auto omdat niet eiseres maar haar dga de afnemer van de auto is. De vergrijpboete wordt verminderd omdat geen sprake is van opzet maar van grove schuld, en wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 5867</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, B. van Walderveen, J. Zutt</contributor><issued>2023-09-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2023:7845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:7845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2023:7845"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is eigenaar en gebruiker van de onroerende zaak, zijnde een bioscoop. Gedurende de coronamaatregelen (lockdown) is eiseres nog altijd aan te merken als gebruiker van de onroerende zaak, omdat zij de onroerende zaak metterdaad – zij het beperkt – kon bezigen ter bevrediging van haar behoeften.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 22/5595</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Fransen, mr. A.P. Hameete, mr. N. Boonstra</contributor><issued>2023-09-04</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1473</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7346</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7346</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7346"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag, ambtelijk verzuim, geen kwade trouw, geen navorderingsgrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/3526</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2023-11-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2978</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2978</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2978"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douanerecht; uitspraak na prejudiciële vraag aan Hof van Justitie; het Hof is van oordeel dat belanghebbende geen onderdelen voor ontvangtoestellen in het vrije verkeer heeft gebracht, maar – met toepassing van algemene indelingsregel 2a – satellietontvangtoestellen in niet-gemonteerde staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00353 en 20/00372</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:7361</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:7361</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:7361"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Ontvankelijkheid bezwaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00113</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:5460</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1207</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6107</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6107</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6107"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">TOZO uitkering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2023-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6457</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6457</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6457"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. verzoek teruggave. FE.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20_10010</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, G. van Norden, V.A. Burgers</contributor><issued>2023-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1520</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1520</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1520"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Bpm. Niet is gebleken dat de Belastingdienst DRZ beïnvloedt of instrueert over de wijze van taxereen en dat daarmee de inspecteur in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld. Verder ziet het hof geen reden te twijfelen aan de onafhankelijkheid en deskundigheid van DRZ. Voorts oordeelt het hof dat het ontbreken van de inkoopfactuur geen reden is om het taxatierapport ter zijde te stellen. Vervolgens acht het hof een blijvende waardevermindering wegens een schadeverleden niet aannemelijk. Uit het Vehicle History Rapport blijkt dat de auto een ‘salvage title’ heeft, maar daaruit is niet af te leiden wat de aard en omvang van het schadeverleden is geweest. Informatie over de aan- en verkoop van de auto, zoals een inkoop- of verkoopfactuur, ontbreekt. Het had op de weg van belanghebbende gelegen om zijn standpunt nader te onderbouwen. Voor wat betreft de toepassing van het VWEU acht het hof niet door de inspecteur aannemelijk gemaakt dat de auto rechtstreeks uit Amerika afkomstig is. De auto is in Duitsland ingevoerd en getaxeerd. Op het Duitse kentekenbewijs staat een CO2-uitstoot van 318 gr/km, het hof acht daarmee het standpunt van de inspecteur over de CO2-uitstoot juist.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.H.P. Groenland, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2023-09-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1528</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1599</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1599</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1599"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Proceskostenvergoeding ter zake van beroep tegen niet tijdig beslissen; geen processueel belang; bijzondere omstandigheden; geen materieel belang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00463</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1206</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1711"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende en zijn echtgenote drijven gezamenlijk een onderneming in VOF-verband. Naar aanleiding van een boekenonderzoek zijn aan belanghebbende (navorderings)aanslagen IB/PVV opgelegd over de jaren 2014 tot en met 2016. Aan de (navorderings)aanslagen liggen verschillende correcties ten grondslag. Het resultaat van de VOF is gecorrigeerd. Tijdens het boekenonderzoek heeft de inspecteur geconcludeerd dat de kosten voor schoonmaak en de vakbondscontributie ten onrechte in aftrek zijn gebracht en de toegepaste resultaatverdeling niet zakelijk is. Verder is naar aanleiding van het onderzoek een correctie aangebracht voor de bedragen die door belanghebbende in de IB-aangiften zijn opgevoerd als kosten voor alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen. De inspecteur heeft ter zitting verklaard dat de correctie voor de schoonmaakkosten komt te vervallen. Naar het oordeel van het hof zijn de overige correcties terecht in aanmerking genomen door de inspecteur. Ook de stelling van belanghebbende dat de inspecteur niet beschikt over een nieuw feit in de zin van artikel van artikel 16 AWR slaagt niet. Naar het oordeel van het hof vormen de bevindingen uit het boekenonderzoek een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel faalt eveneens. Wel kunnen de schoonmaakkosten alsnog ten laste van de winst worden gebracht, nu de correctie voor deze kosten is komen te vervallen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01336 tot en met 21/01338</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, T.A. Gladpootjes, H.J. Cosijn</contributor><issued>2023-09-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 16</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:4828</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:12449</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:12449</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:12449"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aftrek wegens uitgaven voor onderhoudskosten voor monumentenpanden. Verweerder is niet te kort geschoten in zijn informatieplicht. Beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 3495 en AWB 22/3496</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.C. van As</contributor><issued>2023-12-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6809"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ontvankelijkheid beroep ontbonden rechtspersoon</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/3603</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd</contributor><issued>2023-11-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1375"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De partner van belanghebbende (directeur-grootaandeelhouder) heeft namens de BV onderhandeld met een stichting voor de realisatie van tijdelijke huisvesting. De onderhandelingen hebben niet tot een overeenkomst geleid. Enige tijd later is wel een overeenkomst gesloten, zij het tussen de stichting en een andere (Belgische) vennootschap waarvan de partner 50% van de aandelen hield en belanghebbende de andere 50%. Het hof oordeelt dat er sprake is van een schenking omdat er winst is verschoven van de partner van belanghebbende naar belanghebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00853</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, R.C.H.M. Lips, B.F.A. van Huijgevoort</contributor><issued>2023-08-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:2674</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:545</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2036</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2036</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2036"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De in Italië wonende belanghebbende heeft in 2015 een inkomen van € 64.066 ontvangen van [B.V.], waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is. Het inkomen is in Nederland volledig in de heffing betrokken. Belanghebbende betwist dat Nederland heffingsbevoegd is. In geschil is of artikel 15 (werknemersartikel) dan wel artikel 16 (bestuurdersartikel) van het belastingverdrag tussen Nederland en Italië (hierna: het verdrag) van toepassing is. Het hof concludeert dat het inkomen gesplitst dient te worden in een gedeelte dat valt onder artikel 16 en een gedeelte dat valt onder artikel 15 van het verdrag. Artikel 16 van het verdrag is van toepassing, aangezien er typische bestuursactiviteiten worden verricht. Irrelevant is dat deze activiteiten beperkt zijn. Het hof stelt de vergoeding die samenhangt met de bestuursactiviteiten in goede justitie vast op € 3.000. Aangezien [B.V.] voor de verdragstoepassing als inwoner kwalificeert, levert artikel 16 met betrekking tot dit gedeelte van het inkomen een heffingsrecht op voor Nederland. Het hof stelt de beloning voor de werknemersactiviteiten vast op € 61.066. Het hof volgt belanghebbende in de stelling dat 1/12-deel van de werknemersactiviteiten in Nederland worden verricht. Op grond van artikel 15, paragraaf 1, van het verdrag is Nederland bevoegd om te heffen over 1/12-deel van € 61.066. Belanghebbende wenst in Nederland aanspraak te maken op aftrek van hypotheekrente met betrekking tot zijn in Italië gelegen woning. Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende dit recht niet aan de nationale wet kan ontlenen. Belanghebbende kan dit recht ook niet ontlenen aan het Unierecht, aangezien geen sprake is van een klassieke Schumacker-situatie en niet aannemelijk is geworden dat in Italië onvoldoende rekening gehouden kan worden met de persoonlijke en gezinssituatie. Het betoog van belanghebbende dat het ontbreken van een overgangsregeling bij de afschaffing van de keuzeregeling uit artikel 2.5 Wet IB 2001 strijd oplevert met de algemene beginselen van behoorlijke wetgeving en/of artikel 1 EP van het EVRM treft geen doel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00274</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, T.A. Gladpootjes, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2023-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2702</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2702</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2702"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">(navorderings)aanslagen IB 2010 tot en met 2017. Het hof volgt het oordeel van de rechtbank dat het eerste, als bezwaarschrift aan te merken stuk, ruimschoots na het verstrijken van de bezwaartermijn is ingediend. Belanghebbende heeft met betrekking tot de aanslagen IB 2010 en 2013 al eerder een bezwaarprocedure doorlopen. Dat belanghebbende voor de andere jaren eerst de uitkomst van de procedures met betrekking tot de Belgische aanslagen heeft willen afwachten, komt voor rekening en risico van belanghebbende. Het hof oordeelt dat de inspecteur terecht de tijdsevenredige methode heeft toegepast. Dit betekent dat de aanslagen over de jaren 2014 tot en met 2016 niet op een te hoog bedrag zijn vastgesteld. De aanslag IB 2017 is opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil, zodat om die reden geen sprake kan zijn van een te hoog opgelegde aanslag. Het hof laat de verzuimboete in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00519 tot en met 22/00526</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, L.B.M. Klein Tank, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2023-10-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:479</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:580</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1198"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03532</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:7503</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6460</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6460</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6460"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. verzoek teruggave. aftrekrecht bouwproject.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 20_10036-10038</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, G. van Norden, V.A. Burgers</contributor><issued>2023-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1957"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Toeristenbelasting. Het hof oordeelt dat het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel slaagt en vernietigt de aanslagen toeristenbelasting 2016.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00042 en 22/00043</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, W.A. Sijberden, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2023-09-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2021:5989</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2199</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2199</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2199"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Margeregeling. De aanduiding ‘margeregeling!’ op de inkoopverklaringen voldoet niet aan de eisen genoemd in artikel 4a, lid 1, letter g, Uitvoeringsbeschikking, omdat deze summier is, ruimte laat voor interpretatie en door belanghebbende zelf voor- of achteraf op de inkoopverklaringen is geschreven. Het is niet duidelijk of de leveranciers de verklaring hebben gezien op het moment van ondertekenen. Gelet op de op belanghebbende rustende bewijslast, komen de onzekerheden die voortvloeien uit de overgelegde stukken en de verklaringen voor rekening en risico van belanghebbende. Het hoger beroep is ongegrond. Ter zitting bij het hof hebben partijen verklaard dat de inspecteur de naheffingsaanslagen tot de juiste bedragen heeft vastgesteld. Het incidenteel hoger beroep is daardoor gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00299 en 22/00300</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, T.A. Gladpootjes, B.G. van Zadelhoff</contributor><issued>2023-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:334</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:4680</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:4680</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:4680"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de stortingen van grote bedragen op de privé bankrekening van eiseres afkomstig zijn uit een niet in de aangifte vermelde bron van inkomen. De vereiste aangifte is niet door eiseres gedaan. Bij het vaststellen van de aanslagen is verweerder uitgegaan van een redelijke schatting. Voor de correctie op basis van de redelijke schatting van het inkomen heeft verweerder terecht gebruik gemaakt van resultaten uit een derdenonderzoek bij banken. Eiseres is er niet in geslaagd het verzwaarde tegenbewijs te leveren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 4620 tm 21 _ 4627</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Germs-de Goede</contributor><issued>2023-09-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:904</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:904</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:904"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Sloop voormalig gezondheidscentrum gevolgd door bouw woning. Tot moment van overdracht hebben nog geen verbouwingswerkzaamheden plaatsgevonden. Verlaagd tarief voor woningen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01634</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-02-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:5396</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2023:1783</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1715"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hof matigt de in rekening gebrachte belastingrente, omdat de Belastingdienst over een deel van de periode de gelden tot haar beschikking heeft gehad. Belanghebbende beroept zich terecht op het arrest 18 november 2022 met herstelarrest 17 februari 2023 . Ook beroept belanghebbende zich terecht op artikel 30ia AWR. Het hof verwerpt het standpunt van de inspecteur dat niet wordt voldaan aan aartikel 30ia AWR, omdat er geen sprake is van ‘geheven’ belasting, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel. Bij inhouding van loonbelasting of premieheffing is wel degelijk sprake van ‘geheven’, zie artikel 1 en 27 Wet LB 1964.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00265</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, P. Fortuin, T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2023-09-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 30ia</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de loonbelasting 1964 1</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de loonbelasting 1964 27</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:8</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:5144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:5144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:5144"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Prejudiciële vragen. Het gaat om de vraag of de schadeafwikkelingsdienst die een buitenlandse schaderegelaar feitelijk verricht ingeval van schade in het buitenland, samen met de verzekeringsdienst die de verzekeraar van motorrijtuigen aan de verzekeringnemer verricht, voor omzetbelastingdoeleinden één enkele prestatie vormen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 21/1215</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, M. van den Bosch, F. Brekelmans</contributor><issued>2023-12-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:863</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1193"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02940</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:2122</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2023:988</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2023:988</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2023:988"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijheid van kapitaalverkeer; art. 56 EG (thans art. 63 VWEU). Dividendbelasting, art. 10(2) Wet DB 1965 (tekst tot 1 januari 2008); art. 28 Wet Vpb 1969. Vervolg op Köln-Aktienfonds Deka en ECLI:NL:HR:2020:1674. Voorwaarde van vervangende betaling: betaling aan Nederland? Betaling over wereldwinst of Nederlandse winst? Dooruitdelingseis: belang van heffing bij participanten buiten lidstaat van vestiging van buitenlandse beleggingsinstelling? Belanghebbende is een in Duitsland gevestigd beleggingsfonds dat onder meer heeft belegd in aandelen in vennootschappen die zijn gevestigd in Nederland. Er is dividendbelasting ingehouden over het dividend dat hij heeft ontvangen op deze aandelen in jaren waarin de Nederlandse wet een recht op teruggaaf van dividendbelasting wel bood aan een fiscale beleggingsinstelling (fbi) maar niet aan een buitenlandse beleggingsinstelling (bbi). Belanghebbende heeft toch verzocht om teruggaaf op de grond dat hij een recht op teruggaaf kan ontlenen aan het Unierecht. De teruggaafverzoeken hebben geleid tot een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Köln-Aktienfonds Deka) en een (eind)arrest van de Hoge Raad (HR BNB 2021/73). Deze procedure is het vervolg op die arresten en valt uiteen in een principaal beroep in cassatie van belanghebbende en een incidenteel beroep in cassatie van de Staatssecretaris. Het Hof oordeelt dat belanghebbende niet objectief vergelijkbaar is met een fbi wat betreft het vereiste dat een fbi de gehele voor uitdeling beschikbare winst ter beschikking stelt van haar participanten naar evenredigheid van ieders belang in de fbi uiterlijk acht maanden na afloop van het desbetreffende jaar (de dooruitdelingseis). Wat dat betreft, zou belanghebbende wel objectief vergelijkbaar zijn met een fbi als zijn winst, die wordt geacht te zijn uitgekeerd in Duitsland, in Duitsland als zodanig wordt belast op het niveau van zijn participanten. Dit geval doet zich hier niet voor: dividend dat belanghebbende ontvangt van Nederlandse vennootschappen, wordt in Duitsland niet als zodanig belast bij participanten die wonen of zijn gevestigd buiten Duitsland, aldus het Hof. Daartegen is het principale beroep van belanghebbende gericht. Het Hof heeft de prealabele voorwaarde die in HR BNB 2021/73 is gesteld aan het verlenen van een teruggaaf van dividendbelasting aan een bbi, niet gesteld aan belanghebbende. Deze voorwaarde is dat de bbi instemt met het doen van een vervangende betaling. Het Hof acht het niet buiten redelijke twijfel of een betaling moet plaatsvinden aan Nederland en ook niet buiten redelijke twijfel of een betaling aan Nederland moet worden berekend over de gehele voor uitdeling beschikbare winst – ook wel: de wereldwinst. Het incidentele beroep van de Staatssecretaris richt zich tegen deze oordelen van het Hof. Belanghebbende stelt één middel voor. Het betoogt dat het Hof ten onrechte ervan is uitgegaan dat de winst van belanghebbende daadwerkelijk moet worden belast bij al zijn participanten. Het betoogt ook dat het Hof ten onrechte eraan is voorbijgegaan dat belanghebbende de winst die vatbaar is voor uitdeling volgens Duitse maatstaven, volledig heeft uitgekeerd. In het incidentele beroep klaagt de Staatssecretaris dat het Hof ten onrechte belanghebbende niet heeft tegengeworpen dat hij niet heeft ingestemd met het doen van een vervangende betaling. De Staatssecretaris acht het buiten redelijke twijfel dat de voorwaarde mag worden gesteld dat een betaling plaatsvindt aan Nederland. In deze conclusie onderzoekt A-G Ettema vier vragen. De eerste vraag is of de Hoge Raad is gebonden aan HR BNB 2021/73. De aanleiding is dat deze vraag, die voorafgaat aan het principale beroep en het incidentele beroep, is gesteld aan partijen ter zitting van de Hoge Raad. De tweede vraag is of de vervangende betaling moet plaatsvinden in Nederland. De derde vraag is of de vervangende betaling moet worden berekend over de wereldwinst. De laatste vraag is of belanghebbende objectief vergelijkbaar is met een fbi op het punt van de dooruitdelingseis. Voor het antwoord op de eerste vraag is van belang dat art. 27ge AWR bepaalt dat de verwijzende rechter beslist met inachtneming van de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad. De A-G leidt uit de parlementaire geschiedenis van deze bepaling en van de overeenkomstige bepaling van art. 394(1) Rv af dat de wetgever ervan is uitgegaan dat de beslissing van de Hoge Raad de verwijzende rechter niet (meer) bindt als deze rechter twijfelt of de beslissing in overeenstemming is met het Unierecht. Deze opvatting van de wetgever strookt met vaste rechtspraak van het Hof van Justitie. Dezelfde vaste rechtspraak brengt volgens de A-G mee dat ook de Hoge Raad zich niet (langer) gebonden mag achten aan zijn eerdere beslissing bij gerede twijfel of zij in overeenstemming daarmee is. Dit brengt de A-G bij de vervolgvragen of het al dan niet buiten redelijke twijfel is dat een vervangende betaling moet plaatsvinden aan Nederland en of deze betaling moet worden berekend over de wereldwinst. Ter beantwoording van de tweede vraag onderzoekt de A-G uitvoerig of en, zo ja, in hoeverre de rechtspraak van het Hof van Justitie aanknopingspunten biedt voor de opvatting dat een vervangende betaling plaatsvindt aan Nederland dan wel de opvatting dat een betaling plaatsvindt aan de lidstaat van vestiging van de bbi. Dit onderzoekt voert haar tot de slotsom dat de opvatting van de Hoge Raad juist is. De vervangende betaling is een betaling aan Nederland. De derde vraag gaat over de grondslag van de vervangende betaling. Een mogelijkheid is dat deze betaling wordt berekend over de wereldwinst. Het alternatief is dat deze betaling wordt berekend over de Nederlandse winst, dat wil zeggen slechts het dividend dat afkomstig van vennootschappen die zijn gevestigd in Nederland. Ook ten behoeve van die vraag gaat de A-G uitvoerig na of en, zo ja, in hoeverre aanknopingspunten voor die mogelijkheid dan wel dat alternatief zijn te vinden in de rechtspraak van het Hof van Justitie. Zij komt wederom tot de slotsom dat de opvatting van de Hoge Raad juist is. De vervangende betaling moet worden berekend over de gehele voor uitdeling beschikbare winst. Vervolgens richt de A-G zich op de vierde en ook laatste vraag of belanghebbende objectief vergelijkbaar is met een fbi op het punt van de dooruitdelingseis. Volgens haar heeft het Hof terecht van belang geacht dat Duitsland niet voorziet in enige heffing ter zake van dividend afkomstig van Nederlandse vennootschappen bij participanten van belanghebbende die wonen of zijn gevestigd buiten Duitsland. Dit is in overeenstemming met rechtspraak van de Hoge Raad, die weer in overeenstemming is met rechtspraak van het Hof van Justitie. Daarvan uitgaande, heeft het Hof – volgens de A-G: terecht – geoordeeld dat belanghebbende niet objectief vergelijkbaar is met een fbi op dat punt. De A-G concludeert dat het middel in het incidentele beroep gegrond is. Het Hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting door belanghebbende niet tegen te werpen dat hij niet heeft ingestemd met het doen van de vervangende betaling. In cassatie wordt niet bestreden dat hij niet heeft ingestemd met het doen van de vervangende betaling. Het wordt in cassatie ook niet bestreden dat deze voorwaarde voorafgaat aan de vraag over de dooruitdelingseis. Alleen al daarom mist het principale beroep belang en kan het niet tot cassatie leiden. Nog los daarvan concludeert de A-G dat het middel in dat beroep faalt. Dit middel is namelijk gericht tegen het oordeel van het Hof over de dooruitdelingseis, dat niet blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Tot slot keert de A-G terug bij de vraag of het al dan niet buiten redelijke twijfel is dat de voorwaarde van de vervangende betaling mag worden gesteld. Zij maakt uit recente rechtspraak van het Hof van Justitie op dat het Hof van Justitie zelf het antwoord op deze vraag opvat als een acte éclairé. Daarom acht zij dit antwoord buiten redelijke twijfel. De A-G geeft de Hoge Raad in overweging het principale beroep ongegrond te verklaren, omdat het belang mist en ook omdat het middel in dit beroep faalt. Het incidentele beroep is ingesteld onder de voorwaarde dat het principale beroep gegrond is. De A-G geeft de Hoge Raad in overweging te verstaan dat het incidentele beroep vervalt, hoewel het middel in dat beroep gegrond is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04515</description><issued>2023-11-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1112</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1248</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1248</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1248"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02624</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:1898</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1398</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1398</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1398"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01344</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:416</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6143"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond; Belgische schuldsaneringsregeling geen belemmering voor opleggen aanslag. Beroep m.b.t. aangifteverzuimboete gegrond; uitnodiging tot het doen van aangifte niet aannemelijk gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/1932</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2023-09-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2077"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Rijnvarende. Premieheffing volksverzekeringen 2016 en 2017. Werkgever in Liechtenstein. Op grond van onherroepelijk vaststaande A1-verklaring van SVB is belanghebbende in Nederland verzekerd en premieplichtig. Artikel 73 Toepassingsverordening EG 987/2009 biedt geen grond om in dit heffingsgeding tot vermindering van de aanslag/verrekening over te gaan. Regeling tijdelijke tegemoetkoming rijnvarenden is niet van toepassing. Recht op aftrek werkkostenregeling niet aannemelijk gemaakt. Het verzoek om premievrijstelling was de directe aanleiding voor onderzoek van de aangifte en is niet gegrond op onrechtmatige risicoselectie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/00095 en BK=23/00096</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2023:5011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2023:5011"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ongegrond. Parkeerbelasting. Hoewel de rechtbank zich kan voorstellen dat de aandacht van eiseres op het betreffende moment uitging naar het leveren van de vereiste zorg, heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij op dat moment absoluut, feitelijk en fysiek niet in staat was om parkeergeld te betalen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/6265</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.W. Speksnijder</contributor><issued>2023-11-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:7070</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:7070</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:7070"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Ontvankelijkheid beroep. Terugwijzing naar rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01811 t/m 22/01815</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1709"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03623</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-12-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:CRVB:2023:1505</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7492"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BRE 21/1143 en BRE 21/4629. Ontvankelijkheid bezwaar (motiveringsgebrek) en beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/1143</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2023-11-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:8692</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:8692</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:8692"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De verzuimboetes zijn terecht opgelegd omdat van afwezigheid van alle schuld geen sprake is. Het beroep op het “ne bis in idem”-beginsel faalt. Er bestaat geen recht op vergoeding voor kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand of vergoeding voor verletkosten, nu de enig aandeelhouder en algemeen directeur van de fiscale eenheid de proceshandelingen heeft verricht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 6025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. van Walderveen</contributor><issued>2023-09-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6333</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6333</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6333"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2538</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2023-10-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1378"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verschuldigdheid AOW-premie over Belgisch rustpensioen. In geschil is of het Belgisch rustpensioen van belanghebbende terecht in het premie-inkomen is opgenomen en hierover terecht AOW-premie is geheven in 2016. Belanghebbende is in 2016 binnenlands belastingplichtig in Nederland en heeft in dat jaar nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Belanghebbende is van mening dat er geen AOW-premie verschuldigd is over het Belgisch rustpensioen, aangezien er in België al premie is verschuldigd over dit rustpensioen. Echter, is in casu de verordening 883/2004 van toepassing, wat tot gevolg heeft dat ten aanzien van het rustpensioen in Nederland de exclusieve verzekeringsplicht voor de AOW geldt en er derhalve geen sprake is van een dubbele onderworpenheid.. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01285 en 21/01286</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout</contributor><issued>2023-08-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:4518</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1897</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7986</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7986</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7986"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de inspecteur de navorderingsaanslagen over de jaren 2013 en 2014 terecht en niet tot te hoge bedragen aan belanghebbende heeft opgelegd. Omdat belanghebbende de vereiste aangifte niet heeft gedaan, is sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast. De navorderingsaanslagen berusten op een redelijke schatting van de meer behaalde winst en de daarover verschuldigde vennootschapsbelasting. Belanghebbende heeft het op haar rustende verzwaarde tegenbewijs niet geleverd. Ook de andere door belanghebbende aangevoerde gronden tegen de navorderingsaanslagen slagen niet. De beroepen zijn daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 20/5135 en 20/5136</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert, S.A.J. Bastiaansen, V.A. Burgers</contributor><issued>2023-12-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1764</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1764</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1764"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikelen 6:5 en 6:6 Awb; bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden. Artikel 7:3 Awb; geen schending hoorplicht. Artikel 7:12, lid 1, Awb; schending motiveringseis. De Heffingsambtenaar had in de uitspraak op bezwaar moeten vermelden waarom is afgezien van het horen. Geen terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:781</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:781</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:781"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 20 AWR, 231 en 234, lid 5, Gemeentewet. Parkeerbelasting. Naheffingsaanslag van € 0 parkeerbelasting en € 61 kosten in strijd met artikel 20 AWR, 231 en 234, lid 5, Gemeentewet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00779</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2201</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2201</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2201"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is in 2015 professioneel mountainbiker. Het hof oordeelt dat sprake is van een gezagsverhouding tussen belanghebbende en zijn team en dat hij loon uit dienstbetrekking genoot.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00418</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2023-09-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:152</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2197</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2197</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2197"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 5.3, lid 1, Wet IB 2001. Behoort een letselschade-uitkering tot het box-3 vermogen? Het hof is van oordeel dat de letselschade-uitkering van belanghebbende volgens een juiste wetstoepassing is meegenomen in de rendementsgrondslag van box 3, dat het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt en dat ook belanghebbendes beroep op schending van artikel 1 Grondwet faalt. Het hof is daarnaast van oordeel dat de rechtbank terecht geen immateriële schadevergoeding heeft toegekend en kent daarbij gewicht toe aan het proces-verbaal als zakelijke weergave van de griffier van wat ter zitting bij de rechtbank heeft plaatsgevonden. Het hoger beroep is, gelet op de verminderingsbeschikking, toch gegrond en belanghebbende heeft in hoger beroep alsnog recht op een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, J.M. van der Vegt, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2023-09-14</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 5.3</reference><reference relation="citing" lang="nl">Grondwet 1</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:6649</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:246</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3603</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3603</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3603"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Gemeente is belastingplichtig voor haar reclameactiviteiten. Openingsbalansproblematiek. Het hof is van oordeel de gemeente met haar reclameactiviteiten een onderneming drijft en dat de overheidstakenvrijstelling niet van toepassing is op deze reclameactiviteiten. De per 1 januari 2016 lopende contracten kunnen niet op de openingsbalans worden opgenomen. De reclamedragers en -objecten die in eigendom van de gemeente zijn vormen geen keuzevermogen en kunnen evenmin worden opgenomen op de openingsbalans. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00144</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, M.J.C. Pieterse, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2023-12-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:11978</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6427</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6427</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6427"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft geen dividendnota’s overgelegd. Teruggaafverzoeken dividendbelasting terecht afgewezen. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 17 _ 2632</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, S.E. Postema, M.E. Kiers</contributor><issued>2023-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3802"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen Vpb 2013, 2014 en 2015. Artikel 3, lid 1, letter a, en lid 2, Wet Vpb; artikel 17a, letter a, Wet Vpb. Belanghebbende is een naar Curaçaos recht opgerichte Stichting Particulier Fonds (SPF). Is belanghebbende buitenlands belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting? De APV-regeling van art. 2.14a Wet IB 2001 werkt niet door naar de vaststelling van de subjectieve buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Belanghebbende is niet transparant voor de vennootschapsbelasting. Belanghebbende is niet vergelijkbaar met een naar Nederlands recht opgerichte stichting. Resultaten uit in Nederland gelegen onroerende zaken zijn in Nederland belastbaar. Geen schending van EU-recht. Verzuimboetes zijn ten onrechte opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BKDH-21/00606 tot en met BKDH-21/00608</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:3286</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:4759</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:4759</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:4759"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vernietiging beschikking revisierente. De afkoop van een lijfrenteverzekering die in strijd is met het lijfrenteregime, leidt ertoe dat in beginsel revisierente van 20% is verschuldigd. Volgens artikel 3.133 van de Wet IB 2001 is - onder meer - in twee situaties geen revisierente verschuldigd. In de eerste plaats is dat het geval, als de belanghebbende aannemelijk maakt dat de betaalde premies niet in aftrek zijn gebracht. Verder is dat het geval als de belanghebbende een aanspraak op een lijfrente heeft afgekocht vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid, mits de belanghebbende op het moment van de afkoop van die aanspraak nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Eiseres heeft aannemelijk gemaakt dat zij voldoet aan de voorwaarden voor de tweede uitzondering. De rechtbank is namelijk van oordeel dat de woorden “op het moment van afkoop” uit artikel 3.133, negende lid, onder b, van de Wet IB zo moeten worden uitgelegd dat voor het antwoord op de vraag wanneer de lijfrente is afgekocht niet het moment van betaling van de aanspraak door de verzekeraar bepalend is, maar het moment waarop het verzoek is gedaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 1066</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius</contributor><issued>2023-09-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1709"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft in 2016 en 2019 rente en specifieke zorgkosten betaald. In geschil is of de rente aftrekbaar is als rente op een eigen woning schuld en of hij recht heeft op een hogere persoonsgebonden aftrek. Het hof oordeelt dat geen sprake is van eigenwoningschuld omdat het hof net als de rechtbank geen verband kan vaststellen tussen het aangaan van de leningen en een eerdere verbouwing. Met betrekking tot de uitgaven voor vervoer oordelen hof en rechtbank dat belanghebbende voor 2016 de kosten niet aannemelijk heeft gemaakt. Voor 2017 heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat de vervoerskosten meer bedragen dan het bedrag dat de inspecteur in aftrek heeft toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01330 en 21/01331</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2023-09-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:4533</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:251</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1276</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1276</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1276"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Rechtsgeldigheid bekendmaking Verordeningen. Vernietiging variabele deel van de afvalstoffenheffing. Het hof is van oordeel dat de Verordeningen in overeenstemming met artikel 139 Gemeentewet bekend zijn gemaakt. Dat bij de publicaties in het (elektronisch) gemeenteblad van de gemeente en op de website www.officielebekendmakingen.nl geen handtekeningen (van de voorzitter en de griffier van de gemeenteraad en/of de burgemeester) zijn gepubliceerd doet geen afbreuk aan de vereiste bekendmaking. Relevant is dat de verordeningen voor 2020 op de raadsvergadering van 19 december 2019 zijn vastgesteld door de gemeenteraad en ondertekend door de voorzitter en de griffier van de gemeenteraad. Niet relevant is dat deze ondertekende raadsvoorstellen en – besluiten inzake de vaststelling van de Verordening afvalstoffenheffing 2020 en de Verordening rioolheffing 2020 pas op 4 mei 2020 openbaar zijn gemaakt. Aan de bekendmaking staat evenmin in de weg dat deze ondertekende raadsvoorstellen en – besluiten wellicht ten tijde van de publicatie in het (elektronisch) gemeenteblad van de gemeente en op de website www.officielebekendmakingen.nl niet waren ondertekend door de burgemeester overeenkomstig artikel 32a Gemeentewet. Deze ondertekening is niet vereist voor de vaststelling van de Verordeningen en evenmin voor een rechtsgeldige bekendmaking. Het hof is daarnaast van oordeel dat in dit geval aparte aanslagen, te weten voor het vaste deel en het variabele deel, opgelegd kunnen worden omdat zowel de onderhavige afvalstoffenheffing als de onderhavige rioolheffing wordt geheven naar verschillende grondslagen (vgl. Hoge Raad 7 februari 1973, ECLI:NL:HR:1973:AX4776.) Het hof is verder van oordeel dat uit de Verordening afvalstoffenheffing 2019 en de Verordening afvalstoffenheffing 2020 niet volgt, althans niet voldoende duidelijk is, of de afvalstoffenheffing een tijdvakheffing of een tijdstipheffing is. Voor het geval de gemeente voor wat betreft het variabele deel beoogd heeft een tijdstipheffing te introduceren is het hof van oordeel dat in de verordening niet tot uitdrukking is gebracht hoe de heffing plaatsvindt. In dat geval zou bij elke lediging van een container restafval zich een belastbaar feit voordoen, en zou dus bij elke lediging, en niet over een (kalender)jaar, een aanslag moeten worden opgelegd. Hierbij merkt het hof voorts op dat naar zijn oordeel de afvalstoffenheffing niet zowel een tijdstip- als tijdvakheffing kan zijn, aangezien sprake is van één en dezelfde heffing. Aangezien gemeenten in beginsel vrij zijn om voor de afvalstoffenheffing één of meerdere heffingsmaatstaven te kiezen en om een keuze te maken voor een tijdvakheffing of tijdstipheffing, ligt het naar het oordeel van het hof op de weg van de gemeenten om gemaakte keuzen duidelijk naar voren te brengen in een belastingverordening. Dit is naar het oordeel van het hof in het onderhavige geval niet gebeurd. Met betrekking tot het variabele deel van de afvalstoffenheffing gaat het er naar het oordeel van het hof dan met name om dat het voor een belastingplichtige op basis van de belastingverordening niet duidelijk is dat wordt aangesloten bij het aantal ledigingen in het voorgaande kalenderjaar en dat dit deel tezamen met het vaste deel van het jaar daarna zal worden geformaliseerd op één gecombineerd aanslagbiljet. De Verordeningen afvalstoffenheffing 2019 en 2020 voldoen daarmee niet aan de essentialia ‘het tijdstip van beëindiging van de heffing’ en ‘hetgeen overigens van voor de heffing en de invordering van belang is’, terwijl deze essentialia naar het oordeel van het hof in dit geval wel bepaald moesten worden. Het hof is derhalve van oordeel dat hetgeen in de Verordeningen afvalstoffenheffing 2019 en 2020 is vermeld over het variabele deel, onverbindend is jegens belanghebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, P. Fortuin, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2023-08-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1534</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1518</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1518</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1518"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Bpm. Het hof oordeelt dat de naheffingsaanslag aan de juiste persoon is opgelegd. De in de aangifte vermelde RSIN maakt voldoende duidelijk voor wie de aanslag is bedoeld. Niet is gebleken dat de Belastingdienst DRZ beïnvloedt of instrueert over de wijze van taxereen en dat daarmee de inspecteur in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld. Verder ziet het hof geen reden te twijfelen aan de onafhankelijkheid en deskundigheid van DRZ. Ten aanzien van de gestelde schade sluit het hof aan bij de rechtsoverwegingen van de rechtbank. Ten aanzien van het beroep dat een extra waardevermindering geldt vanwege een schadeverleden oordeelt het hof dat, gelet op de reeds bepaalde lagere handelsinkoopwaarde ten opzichte van het aankoopbedrag, belanghebbende de extra waardevermindering niet aannemelijk heeft gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00824</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.H.P. Groenland, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2023-09-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1177</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2189</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2189</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2189"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De bezwaren tegen de afwijzing van de verzoeken om ambtshalve vermindering zijn niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Het bezwaarschrift is meer dan een week na afloop van de termijn ontvangen. Dat sprake is van aangetekende internationale postbezorging op de dag dat de bezwaartermijn verstreek maakt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01591 tot en met 21/01594</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank</contributor><issued>2023-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:5931</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:90</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:502</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:502</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:502"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verlies aanmerkelijk belang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/2900</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2023-02-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1273"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04796</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3887</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1513"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Herzieningsverzoek. Niet voldaan aan vereisten van artikel 8:119, lid 1, Awb. Verzoeker doet het verzoek om herziening slechts steunen op informatie die reeds vóór de uitspraak van het hof bij verzoeker bekend was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01542 en 21/01543</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening, Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, J.M. van der Vegt, R.W.G. Rouwers</contributor><issued>2023-09-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 8:119</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2416"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Informatiebeschikking. Toetsingsmoment. Het hof is van oordeel dat de rechtmatigheid van een informatiebeschikking dient te worden getoetst naar het moment waarop die beschikking is genomen. Ondanks dat de informatiebeschikking terecht is gegeven wordt deze toch gedeeltelijk vernietigd omdat de in de informatiebeschikking beschikking geconstateerde informatieverzuimen voor zover deze zien op de jaren 2013 tot en met 2017 niet tot omkering van bewijslast zullen leiden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00818</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, C.W.M.M. Verkoijen, R.W.G. Rouwers</contributor><issued>2023-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1069</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2023:7740</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:7740</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2023:7740"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingrecht – parkeerbelasting – feitelijk bestuurder – hoorplicht – bevoegdheid en mandaatverlening – gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 22/5162 en 22/5545</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.P. Ferwerda</contributor><issued>2023-08-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9141</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9141</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9141"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft verzocht om de toepassing van de doorschuifregeling van artikel 4.17c van de Wet IB 2001 in verband met de schenking van aandelen in een BV. De inspecteur heeft het verzoek gedeeltelijk afgewezen en heeft in verband hiermee een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd. Tussen partijen is in geschil welk deel van de overdrachtsprijs van de aandelen toerekenbaar is aan het ondernemingsvermogen van de vennootschap. Naar het oordeel van de rechtbank moet één vermogensbestanddeel alsnog tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. Met betrekking tot de overige in geschil zijnde vermogensbestanddelen is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van ondernemingsvermogen. De navorderingsaanslag en de daarmee samenhangende belastingrentebeschikking worden daarom verminderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/1496</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:9661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:9661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:9661"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">MRB. Gebruikmaken van de weg met kampeerauto waarvan het kenteken is geschorst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/933</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2955</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2955</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2955"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omkering bewijslast, vereiste aangifte, redelijke schatting, vergrijpboete, opzet. Strafrechtelijke veroordeling voor vervoer en bezit van de cocaïne en witwassen contant geld. Het hof acht aannemelijk dat het bedrag aan contant geld dat de inspecteur aan 2016 heeft toegerekend, verzwegen belastbare inkomsten zijn. Daardoor is niet de vereiste aangifte IB/PVV en ZVW 2016 gedaan en wordt de bewijslast omgekeerd en verzwaard. Eigenaarschap van de aangetroffen cocaïne kan wel worden vermoed, maar heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt. Daardoor neemt het hof de inkomenscorrectie betreffende de aangetroffen cocaïne wel mee bij de redelijke schatting, maar niet bij de boetegrondslag. Het hof berekent de boete naar evenredigheid over het in totaal verschuldigde bedrag aan IB/PVV. Dat adviseur aangifte heeft verzorgd, staat beboeting belanghebbende niet in de weg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00143 en 22/00144</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, A.J. Kromhout, H.J. Cosijn</contributor><issued>2023-11-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:6648</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2706</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2706</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2706"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aftrek specifieke zorgkosten; begeleiding op vakantie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02355</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2110</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2110</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2110"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 15ai Wet Vpb. Overname gevolgd door overdracht van activiteiten. Inspecteur maakt aannemelijk dat overdracht van vermogensbestanddelen in 2016 binnen fiscale eenheid plaatsvond. Uitzondering van artikel 15ai, lid 3, letter a, Wet Vpb niet van toepassing, omdat de overdracht niet heeft plaatsgevonden in het kader van een bij de aard en omvang van de overdrager en de overnemer passende normale bedrijfsuitoefening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00787</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:9071</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6250</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6250</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6250"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen vennootschapsbelasting 2014 en 2015, onzakelijke lening en bijzondere omstandigheden Belanghebbende is een B.V. die op aandrang van de bank een lening heeft verstrekt aan een via de aandeelhouder gelieerde X B.V. ter aflossing van een banklening. In 2016 is X B.V. geliquideerd en is de lening kwijtgescholden. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat de lening onzakelijk is. Belanghebbende stelt dat sprake is van een zakelijke lening vanwege een bijzondere omstandigheid, als X B.V. niet aan haar financiële verplichtingen zou voldoen, kon de bank ook de leningen verstrekt aan belanghebbende opeisen. Belanghebbende stelt dat zij daardoor gedwongen zou zijn om activa te verkopen hetgeen zou hebben geresulteerd in een aanmerkelijk vermogensverlies. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een bijzondere omstandigheid aangezien belanghebbende een deel van de rekening-courantvordering op de aandeelhouder had kunnen opeisen en dus een reële alternatieve mogelijkheid tot financiering had. De lening is onzakelijk en mag niet ten laste van de winst afgewaardeerd worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/6533</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, A.H.W. Steijn, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2023-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1693</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1693</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1693"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 10, lid 2, 10b, 16a, Wet Bpm Nieuwe/gebruikte auto’s. “Voorgaand” tarief. Het Hof oordeelt aan de hand van de kilometerstanden en de gebruikssporen dat sprake is van nieuwe auto’s. Voor toepassing van het “voorgaand” tarief (artikel 16a Wet Bpm) geldt dat de auto’s voor de tariefverhoging van de Bpm ingeschreven zijn geweest in het kentekenregister van een andere lidstaat. Belanghebbende slaagt er niet in te voldoen aan de op hem rustende bewijslast op dat punt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00567 tot en met BK-22/00571</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:5159</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:5158</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7792"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting, artikel 72, eerste lid, aanhef en onderdeel m, van de Wet MRB (vrijstelling APK-keuring)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 22 _ 3750</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2023-11-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2298</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2298</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2298"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV. Recht op toepassing van de alleenstaande ouderkorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting? Verzoekschrift niet binnen vijf jaar na het belastingjaar, dus niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00146</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1285</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1285</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1285"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00155</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3885</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2044</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2044</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2044"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artt. 10.21 en 15.33 Wet milieubeheer. Aanslagen afvalstoffenheffing. De Wet milieubeheer verplicht de gemeente tot inzameling van huishoudelijke afvalstoffen ten aanzien van percelen waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat huishoudelijke afvalstoffen niet geregeld kunnen ontstaan in zijn woning. Niet aannemelijk dat de woning te koop staat. Niet aannemelijk dat de woning onbewoonbaar is door brand. Beroep op gelijkheidsbeginsel of vertrouwensbeginsel slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01263 tot en met BK-22/01265</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1539</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1539</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1539"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/04889</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-11-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:9782</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2023:1122</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2023:1122</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2023:1122"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Prejudiciële vragen hof Den Bosch inzake verschoningsrecht, art. 126ng/ug en 126aa Sv. Filtering verschoningsgerechtigd materiaal door OvJ of R-C? AG gaat in op de grondslag en reikwijdte van het verschoningsrecht, het wettelijk systeem van het WvSv, lagere regelgeving en plaatst e.e.a. in het licht van het voorgenomen nieuwe WvSv. AG doet aanbeveling voor een grotere rol voor de R-C.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03504</description><issued>2023-12-08</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:375</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6251"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB 2016, verkapte winstuitdeling en verhoging verkrijgingsprijs aanmerkelijk belang vanwege informele kapitaalstorting Belanghebbende is enig aandeelhouder van een B.V. Deze heeft een onzakelijke lening verstrekt aan X B.V. waarin belanghebbende een belang van 50% heeft. In 2016 wordt X B.V. geliquideerd en de lening kwijtgescholden. Naar het oordeel van de rechtbank mag belanghebbende 100% van de informele kapitaalstorting vanwege de kwijtschelding van de lening als verhoging van de verkrijgingsprijs van zijn aanmerkelijk belang in X B.V. in aanmerking nemen. Belanghebbende kan een beroep doen op een besluit van de staatssecretaris. Volgens de rechtbank is voldaan aan de voorwaarde dat de kwijtschelding van de lening niet als een schenking aan de overige aandeelhouders kwalificeert. Deze zijn niet verrijkt, zowel voor als na de informele kapitaalstorting was de waarde van hun aandelen in X B.V. nihil. De navorderingsaanslag wordt vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/3308</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, A.H.W. Steijn, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2023-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:8228</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:8228</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:8228"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Afwaardering vorderingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/365</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:6811</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1792"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procedure over diverse belastingaanslagen. Ter zitting bij het hof is vast komen te staan dat geen geschil meer bestaat over de hoogte van de aanslagen; de inspecteur heeft zijn incidentele hoger beroep gericht tegen de vernietiging door de rechtbank van diverse aanslagen ingetrokken en ondubbelzinnig en zonder voorbehoud verklaard dat de aanslag IB 2014 en de bijbehorende belastingrentebeschikking verminderd dienen te worden tot nihil. Het hof heeft de aanslag IB 2014 en belastingrentebeschikking dienovereenkomstig verminderd. De rechtbank heeft de vergoeding voor de kosten van bezwaar en beroep niet te laag vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01267</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, T.A. Gladpootjes, H.J. Cosijn</contributor><issued>2023-09-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:4815</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:1946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:1946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:1946"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navordering VPB; kwade trouw. Winstuitdeling in verband met overdracht van onroerende zaken van BV aan aandeelhouders. Herinvesteringsvoornemen ter zake van (een gedeelte van) de winstbijtelling niet aannemelijk gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01631</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:6577</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:672</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7518</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7518</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7518"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tussen partijen is in geschil of de inspecteur tot navordering bevoegd was op één van de gronden van artikel 16 van de AWR. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van kwade trouw bij de adviseur van belanghebbende. De inspecteur heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat de adviseur de inspecteur opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft verstrekt, of opzettelijk de juiste inlichtingen aan de inspecteur heeft onthouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/243</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn, J.H. Bogert, V.A. Burgers</contributor><issued>2023-11-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2912"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aftrek kosten bestaande uit kantoorartikelen, persoonlijke verzorging en kleding, horecabestedingen en concertbezoeken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/62</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7989</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7989</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7989"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aan een V.O.F. is een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd, terwijl de V.O.F. op dat moment niet meer bestond. De rechtbank is van oordeel dat, onder het destijds toepasselijke recht, een rechtsgeldige bekendmaking van de naheffingsaanslag niet heeft kunnen plaatsvinden en daarom de rechtsgevolgen van de naheffingsaanslag niet kunnen intreden. Omdat de naheffingsaanslag thans niet meer binnen de daarvoor geldende termijn bekend kan worden gemaakt, vernietigt de rechtbank de naheffingsaanslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 20/6272</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert, S.A.J. Bastiaansen, V.A. Burgers</contributor><issued>2023-12-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2447</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2447</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2447"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA's IB/PVV en Zvw 2014 en vergrijpboete niet verder verminderd. De inspecteur heeft geen incidenteel hoger beroep ingesteld, dus door rechtbank toegestane aftrekbare kosten staan vast. Belanghebbende slaagt er niet in een hogere aftrek aannemelijk te maken. Hij kan evenmin vertrouwen ontlenen aan de DA's 2015 en 2016, waarin is uitgegaan van een lagere winstmarge. De inspecteur toont, ook met inachtneming van de bewijsmaatstaf in HR 8 april 2022, overtuigend de feiten en omstandigheden voor (voorwaardelijk) opzet aan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/146 en 22/147</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:1300</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2743</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2743</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2743"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV voor 2016 en 2017. Nagekomen last uit eerdere onderneming? Geen bron van inkomen. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat sprake is van een debiteurenvordering die in deze fase nog kan worden afgewaardeerd. Geen beroep op vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00649 en 22/00650</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:9981</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:9981</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:9981"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is of de informatiebeschikking terecht is afgegeven op de grond dat niet is voldaan aan de administratie- en bewaarplicht als bedoeld in artikel 52 van de AWR, alsmede of – bij een bevestigende beantwoording van die vraag – omkering en verzwaring van de bewijslast gerechtvaardigd is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA- 22 _ 3559</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten</contributor><issued>2023-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:5897</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5897</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:5897"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffing OB; fonds wervende actie; ondernemerschap; giftelement.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1542</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd</contributor><issued>2023-09-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7934</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7934</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7934"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">accijns. naheffingsaanslag. voorhanden hebben. De rechtbank acht de verklaring van de getuige geloofwaardig. Aanslag terecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 19/5146</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert, S.A.J. Bastiaansen, V.A. Burgers</contributor><issued>2023-12-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:5886</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5886</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:5886"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Omkering en verzwaring van de bewijslast, gebruikelijk loon, aangifteverzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/2736</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2023-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6437</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6437</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6437"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft niet kenbaar gemaakt in te stemmen met een vervangende betaling. Geen belemmering vrij verkeer van kapitaal. Geen verboden staatssteun. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 17 _ 2669</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, S.E. Postema, M.E. Kiers</contributor><issued>2023-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:3840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:3840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:3840"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB, geen materieel geschil, eiseres heeft geen recht op een integrale proceskostenvergoeding, de brief voorafgaand aan de uitspraak op bezwaar waarin verweerder een beslissing heeft genomen over de proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase completeert de latere uitspraak op bezwaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/2096</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2023-09-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:12340</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:12340</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:12340"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">LB. Vaststellingsovereenkomst. Belastingrente. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 5293</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Arts</contributor><issued>2023-11-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1858</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:11647</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:11647</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:11647"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is erfgenaam, maar geen familie van erflater, Zij doet een beroep op de kindvrijstelling maar maakt naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk dat zij uitsluitend voor rekening door erflater en diens echtgenote is onderhouden en opgevoed. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 72</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades, M.C. van As, D.C. van Beelen</contributor><issued>2023-12-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1234</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1234</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1234"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/03887</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:2560</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1537</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1537</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1537"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00019</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-11-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:4046</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1186</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1186</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1186"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02239</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4046</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:15973</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:15973</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:15973"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is de hoogte van de in rekening gebrachte belastingrente. Eiseres stelt dat sprake is van strijd met artikel 1 van het EP bij het EVRM. De minimum rentepercentages zorgen volgens eiseres voor strijd met de ‘fair balance’ toets. Inbreuk door de Staat op het ongestoorde genot van eigendom van een natuurlijk persoon of rechtspersoon is alleen dan gerechtvaardigd indien de inbreuk in overeenstemming is met het nationale recht (‘lawful’), de inbreuk een legitiem doel (‘legitimate aim’) in het algemeen belang dient en er een redelijke mate van evenredigheid is tussen de gebruikte middelen en het doel dat wordt nagestreefd. Dit laatste vereist het bestaan van een redelijke verhouding (‘fair balance’). Bij die beoordeling komt de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toe. De rechtbank is van oordeel dat de wetgever op het niveau van de regelgeving met het hanteren van een ondergrens boven de wettelijke rente is gebleven binnen de hem toekomende ruime beoordelingsmarge. Geen sprake van een 'criminal charge' als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. Het beroep op artikel 49, derde lid, van het Handvest slaagt evenmin. Geen aanleiding om (artikel 1 van) het Besluit belasting- en invorderingsrente onverbindend te verklaren wegens schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 6306</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.G. Scholten</contributor><issued>2023-10-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1620</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1620</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1620"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 47 Handvest; belanghebbende is een effectieve rechtsbescherming niet metterdaad ontzegd; nationale bevoegdhedenverdeling heffing en invordering van belastingen tussen de verschillende rechterlijke instanties; geen recht op een vergoeding voor immateriële schade en proceskosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-21/00311</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-08-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:3462</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31564</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31564</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31564"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak voor harddrugsbezit in een auto.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/187540-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. K.C.J. Vriend, mr. J.E. van Essen, mr. W.E. Povel</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:803"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:119 Awb. PVV 2010 en 2011. Rijnvarende. Eerder oordeelden Hof, CRvB en Hoge Raad dat belanghebbende verzekerd en premieplichtig is in Nederland. SVB sluit daarna overeenkomst met Luxemburg waarbij belanghebbende alsnog sociaal verzekerd is in Luxemburg van 1 januari 2010 t/m 30 november 2011. Hof wijst verzoek om herziening van zijn eerdere uitspraak over de premieheffing toe. Gebrek aan andere mogelijkheden voor inspecteur en belastingrechter om deze overeenkomst na te komen. Beroep op ambtshalve herziening ex art. 9.6 Wet IB 2001 jo. art. 45aa UR IB 2001 niet mogelijk vanwege verlopen 5-jaarstermijn. SVB kan pas na doorlopen Nederlandse rechtsgang in overleg treden met andere EU-Lidstaat en een overeenkomst sluiten. Hof vernietigt aanslagen PVV 1 januari 2010 t/m 30 november 2011.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00518 BK-22/00519</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening, Hoger beroep</description><issued>2023-05-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2020:1330</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1713</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1713</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1713"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende bepleit aftrek van een aantal posten. Het hof is van oordeel dat belanghebbende die aftrek, behoudens de aftrek van het in de IB/PVV aanmerking genomen gebruikelijk loon, niet aannemelijk heeft gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01544 tot en met 21/01547</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, M.H.P. Groenland, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2023-09-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:5223</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1710</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1796"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak is op verzoek gepubliceerd en niet door het gerechtshof geselecteerd om te worden gepubliceerd. Derhalve is er geen samenvatting beschikbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01470</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij</contributor><issued>2023-09-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:4231</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2202"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende, een drinkwaterbedrijf, betoogt dat een aan haar verleende concessie uit de jaren ’20 van de vorige eeuw het heffen van precariobelasting in de gemeente Geertruidenberg in de weg staat. Het hof oordeelt dat de concessievoorwaarden geen verbod op het heffen van precariobelasting inhouden en dat de gemeente Geertruidenberg heeft gehandeld op grond van haar publiekrechtelijke bevoegdheden bij het toestaan van de waterleidingen in de gemeentegrond. Hierdoor is geen sprake van een contractuele gedoogplicht die aan het opleggen van de in geschil zijnde aanslag precariobelasting in de weg staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00573</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2023-09-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:673</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1320</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1320</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1320"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03495</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:2340</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1184"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01304</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:1742</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1199</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1199</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1199"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03534</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:7502</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1595"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/04949</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-11-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:3145</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:5616</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:5616</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:5616"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, premieheffing Rijnvarende. Belanghebbende is werknemer van een in Liechtenstein gevestigde werkgever. De SVB heeft eerst een voorlopige aanwijzing afgegeven en later een A1-verklaring waarin het Nederlands sociaalzekerheidsrecht van toepassing is verklaard. De rechtbank oordeelt dat de uitworp voor controle is gebaseerd op een risicoselectie die niet in strijd is met het verbod van discriminatie. De premieheffing is terecht. De rechtbank oordeelt verder dat Rijnvarenden zoals belanghebbende als enige de persoonlijke negatieve gevolgen dragen van het gedrag van de werkgever en/of de Staat waarin die is gevestigd en daardoor de facto dubbele premies betalen en dat het beschermingsmechanisme van de Basisverordening en de Toepassingsverordening in de praktijk voor hen niet effectief is. Het evenredigheidsbeginsel nodigt er (dwingend) toe uit dat alle betrokken bestuursorganen en functionarissen zich afvragen hoe de negatieve gevolgen in een geval als dit kunnen worden gemitigeerd. De rechtbank komt vervolgens tot de conclusie dat de keuze van de Belastingdienst, om te wachten op terugbetaling aan Nederland van de ten onrechte in Liechtenstein afgedragen premies, in het kader van het evenredigheidsbeginsel anders moet uitvallen. Dit kan echter niet leiden tot aantasting van de aanslag, omdat daarvoor geen wettelijke mogelijkheden bestaan. Wel moet de inspecteur de ontvanger opdragen om automatisch uitstel van betaling te verlenen voor het bedrag dat de SVB heeft teruggevraagd van het Liechtensteins bevoegd orgaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 22/3132</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.W. van de Sande, F.M. Smit, D. Liem</contributor><issued>2023-10-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6164</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6164</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6164"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54, kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1000</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2023-09-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2477</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2477</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2477"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het pensioenfonds van belanghebbende heeft in 2018 vastgesteld dat hij voor de jaren 2001 tot en met 2018 recht had op een invaliditeitspensioen. Het pensioen is volledig uitbetaald en belast in 2018. Belanghebbende stelt dat het deel van het pensioen dat betrekking heeft op de jaren 2001 tot en met 2017 onterecht in de aanslag IB/PVV 2018 is betrokken. Hij beroept zich op artikel 13a, lid 2, Wet op de loonbelasting 1964. Deze bepaling ziet echter niet op zijn situatie nu hij geen zeggenschap had over het genietingstijdstip. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01590</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt</contributor><issued>2023-10-12</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de loonbelasting 1964 13a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:6170</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2023:1069</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2023:1069</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2023:1069"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 17(3) Wet WOZ. Gecorrigeerde vervangingswaarde. Bedrijfswaarde. Kasstromen gebruiker relevant bij bepaling bedrijfswaarde op basis van DCF-methode indien onroerende zaak in gebruik is bij ander dan de eigenaar? Bewijslastverdeling. Hoe past HR BNB 2002/375 binnen de drietrapsraket van het Oostflakkee-arrest? De heffingsambtenaar heeft voor 2018 en 2019 de WOZ-waarde voor een golfcomplex vastgesteld op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde (GVW). Belanghebbende – de eigenaar – stelt dat de GVW te hoog is vastgesteld omdat de bedrijfswaarde lager is, gelet op de door haar ingebrachte discounted cashflow (DCF) berekeningen. Die berekeningen zijn mede gebaseerd op kasstromen van de gebruiker, zijnde een v.o.f. waarvan twee dochtervennootschappen van belanghebbende de vennoten zijn. Het Hof oordeelt dat belanghebbende niet in op de haar rustende bewijslast is geslaagd omdat de DCF-berekeningen mede zijn gebaseerd is op de kasstromen van de gebruiker. Omdat belanghebbende overigens niets tegen de onderbouwing door de heffingsambtenaar heeft ingebracht, kunnen de vastgestelde waarden worden gevolgd. A-G Pauwels meent, gelet op het Veendam-arrest en het Ahoy-arrest, dat het Hof terecht tot uitgangspunt heeft genomen dat de bedrijfswaarde moet worden bepaald vanuit het perspectief van de eigenaar. Dit brengt mee dat de kasstromen van de gebruiker niet in aanmerking mogen worden genomen bij de DCF-berekening om de bedrijfswaarde te onderbouwen. Dat wordt niet anders door de omstandigheid dat de exploitatieresultaten van de gebruiker belanghebbende (indirect) aangaan in de hoedanigheid van aandeelhouder. In verband met de klacht over de bewijslastverdeling gaat de A-G in op de vraag hoe HR BNB 2002/375 zich verhoudt tot de drietrapsraket van het Oostflakkee-arrest. Volgens de A-G is HR BNB 2002/375 in te passen in de drietrapsraket overeenkomstig HR BNB 2015/214. Het oordeel van het Hof over de DCF-berekeningen getuigt niet van een onjuiste verdeling van de stelplicht en bewijslast. Dat geldt ook voor het uiteindelijke oordeel van het Hof. Weliswaar heeft het Hof niet expliciet een bewijsoordeel over de onderbouwing door de heffingsambtenaar, maar dat houdt ermee verband dat belanghebbende de elementen van de onderbouwing (overigens) niet heeft betwist. De A-G meent het cassatieberoep ongegrond is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03770</description><issued>2023-12-08</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:571</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7984"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de inspecteur voor het jaar 2011 de navorderingsaanslag IB/PVV tot een te hoog bedrag heeft opgelegd. Die navorderingsaanslag moet daarom worden verminderd. De over de jaren 2012 tot en met 2015 opgelegde (navorderings)aanslagen IB/PVV zijn door de inspecteur terecht en niet tot te hoge bedragen opgelegd. Voor die jaren is namelijk sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast omdat belanghebbende de vereiste aangifte niet heeft gedaan. De (navorderings)aanslagen berusten op een redelijke schatting van het meer genoten inkomen en de daarover verschuldigde belasting. Belanghebbende heeft het verzwaarde tegenbewijs niet geleverd. Ook de andere door belanghebbende aangevoerde gronden tegen die (navorderings)aanslagen slagen niet. De rechtbank verklaart die beroepen daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRe 20/5124 t/m 20/5128</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert, S.A.J. Bastiaansen, V.A. Burgers</contributor><issued>2023-12-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:7920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:7920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:7920"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling woonzorgcentrum.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00627</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:341</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:11290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:11290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:11290"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Loonheffingskorting. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 5473</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Arts</contributor><issued>2023-11-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7897</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7897</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7897"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Fiscaal inwonerschap Nederland of Malta. Conserverende aanslag. Deels sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast. Beroepen gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/3083 en 23/9508</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, I.J.F.A. van Vijfeijken, J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2023-12-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2216</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2216</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2216"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV 2017. Ambtshalve vermindering. Art. 6.3, lid 1, aanhef en letters a en f, Wet IB 2001. Uitgaven voor onderhoudsverplichtingen. Vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/00114</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1517</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1517</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1517"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procedure over verletkostenvergoeding, dwangsom en belastingrente. De rechtbank heeft terecht geen verletkostenvergoeding toegekend, aangezien belanghebbende de zitting bij de rechtbank niet persoonlijk heeft bijgewoond. Bij de berekende dwangsombeschikking is terecht ervan uitgegaan dat de periode waarover dwangsom is verschuldigd, eindigt op de datum waarop uitspraak op bezwaar is gedaan. Het hof acht hierbij niet relevant of de uitspraak op bezwaar een gebrek dan wel gebreken bevat. De rechtbank heeft terecht geen oordeel gegeven over het geschil over de belastingrente. De rechtbank heeft de uitspraak op bezwaar namelijk (wegens schending van het hoorrecht) vernietigd en de zaak naar de inspecteur verwezen. Het hof acht niet aannemelijk dat de rechtbank heeft toegezegd om inhoudelijk op de hoogte van de belastingrente in te gaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01537</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij</contributor><issued>2023-09-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:5433</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:393</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1190</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1190</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1190"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02498</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:1741</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2197</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2197</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2197"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is of de door belanghebbende met een organisatie gesloten overeenkomst voor het jaar 2017 tot deelname als speler aan een sporttoernooi ten tijde van de immigratie van belanghebbende naar Nederland in 2016 geactiveerd kan worden op de openingsbalans van de onderneming van belanghebbende voor een bedrag van € 90.000. Het Hof oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat de overeenkomst geactiveerd kan worden op de openingsbalans en enige waarde in het economisch verkeer vertegenwoordigt. Het volledige bedrag van afgerond € 180.000 is in 2017 terecht als winst uit onderneming belast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00624</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2895</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2895</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2895"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geschil over pkv in bezwaar en beroep in verband met ten onrechte in rekening gebrachte aanmanings- en dwangbevelkosten. Incidenteel hoger beroep ontvanger niet-ontvankelijk, want te laat ingediend. Hoger beroep ongegrond. Rechtbank is per abuis uitgegaan van een onjuist schikkingsvoorstel en heeft te hoge pkv toegekend. Wegingsfactor pkv in bezwaar van 0,25 is terecht. Verbod van reformatio in peius.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/47</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6453</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6453</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6453"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft geen dividendnota’s over een aantal (boek)jaren overgelegd. Ook voor latere jaren bestaat geen recht op teruggaaf van dividendbelasting. Geen belemmering vrij verkeer van kapitaal. Geen verboden staatssteun. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 17 _ 2451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, M.E. Kiers, Y. Postema-van der Koogh</contributor><issued>2023-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1279</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1279</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1279"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dividendbelasting. Opbrengstgerechtigde. Belanghebbende heeft wel gesteld, maar niet aannemelijk gemaakt dat de trustakte of de prospectus de mogelijkheid bood om de units vrij te verhandelen. Daarmee heeft zij niet de feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt waaruit volgt dat zij naar Nederlandse maatstaven moet worden gekwalificeerd als niet-transparant lichaam, waardoor ze niet kan worden aangemerkt als een zelfstandig subject voor Nederlandse fiscale doeleinden, wat voor de toepassing van artikel 11a, lid 1, Wet DB is vereist. Het verzoek is terecht afgewezen, omdat geen dividendbelasting is ingehouden ten laste van belanghebbende. Het hof is wat betreft het bewijsaanbod van belanghebbende ter zitting van oordeel dat de goede procesorde zich ertegen verzet dat belanghebbende alsnog in de gelegenheid wordt gesteld om zijn stelling over de vrije verhandelbaarheid van de bewijzen van deelgerechtigdheid te onderbouwen, omdat belanghebbende hiertoe ruimschoots de gelegenheid heeft gehad. Het belang van een doelmatige procesgang weegt in dit geval zwaarder dan het belang van belanghebbende om alsnog stukken te kunnen overleggen. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00565</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, M.J.C. Pieterse, T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2023-08-31</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de dividendbelasting 1965 11a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:528</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1253</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:5891</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5891</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:5891"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen recht op integrale kostenvergoeding bezwaarfase.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4050</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2023-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:1537</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:1537</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:1537"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naar het oordeel van het Hof is sprake van een zakelijke borgstelling en de afwaardering van de hieruit ontstane regresvordering kan ten laste van het resultaat worden gebracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00062</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:12355</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6141</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6141</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6141"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 17 Verdrag NL-Dtsl; Duitse soc verzekeringsuitkeringen van minder dan € 15.000 belast in NL; geen ongeoorloofde verslechtering t.o.v. vorige Verdrag; geen ongeoorloofde discriminatie door € 15.000- grens, geen voorkoming dubbele belasting o.b.v. Verdrag. Beroep 2017 niet ontvankelijk wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding; beroep tegen afwijzing ambtshalve vermindering (prorogatie) en beroepen 2018 en 2019 ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/3942, 21/3943 en 21/3944</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2023-09-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:7917</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:7917</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:7917"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling woonzorgcentrum.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00977</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:3100</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:5426</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:5426</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:5426"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Naheffingsaanslagen gebaseerd op redelijke schatting. Vergrijpboetes (artikel 67f van de Awr) vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 1992</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling</contributor><issued>2023-11-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1046</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7419</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7419</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7419"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden; poging tot zware mishandeling; mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/394590-24; 16/305278-24 (t.t.z. gevoegd)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.G.C. Bij de Vaate, mr. O. Böhmer, mr. J.E.S. Dolmans</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1377"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Conserverende aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekering. Aangezien belanghebbendes pensioenaanspraken volledig publiekrechtelijk zijn opgebouwd, komt het heffingsrecht toe aan Nederland. Omdat de inspecteur de proceskosten, het griffierecht en de dwangsom niet volledig binnen vier respectievelijk zes weken na de uitspraak van de rechtbank heeft betaald, moet de inspecteur de wettelijke rente over de te laat uitgekeerde bedragen vergoeden. De overige beroepsgronden leiden niet tot een gegrond hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01105 en 21/01106</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, P. Fortuin, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2023-08-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:3871</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1210</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1210</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1210"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04801</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:7067</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:16080</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:16080</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:16080"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De in 2020 ontvangen nabetalingen kwalificeren als loon en worden geacht te zijn genoten in het jaar 2020. De aanslag is terecht en naar het juiste bedrag vastgesteld. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 4030</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.G. Scholten</contributor><issued>2023-10-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6458</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6458</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6458"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Aftrekrecht. pro rata. bouwproject</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20_10011, 20_10013-20_10029</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, G. van Norden, V.A. Burgers</contributor><issued>2023-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2316</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2316</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2316"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navordering IB; kwade trouw. Winstuitdeling in verband met overdracht van onroerende zaken van BV aan aandeelhouders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01154 en 21/01155</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:6579</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:674</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1554</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1554</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1554"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01107</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-11-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:398</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:9250</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:9250</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:9250"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek beperkte kennisneming (art. 8:29 Awb).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/931 t/m 21/934</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:2538</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1711"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03314</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-12-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:5865</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1457</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1457</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1457"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02129</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:748</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:9463</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:9463</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:9463"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verweerder heeft de waarde van de woning op waardepeildatum 1 januari 2020 vastgesteld op € 178.000. Eiser is huurder van de woning. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij een procedure tot wijziging van de huurprijs van zijn woning aanhangig heeft gemaakt. Het is de rechtbank dan ook niet gebleken dat eiser een direct financieel belang heeft bij deze zaak, zodat artikel 17 van de Wet WOZ niet strekt tot bescherming van het belang van eiser. Ook wijst de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat op grond van de machtiging van de gemachtigde deze vergoeding toekomt aan de gemachtigde en niet aan eiser, zodat het toekennen van de vergoeding voor eiser geen compensatie vormt. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22_1582</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.I. Batelaan-Boomsma, M.A. Dirks, J.G.E. Gieskes</contributor><issued>2023-09-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1376</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1376</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1376"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen fiscale eenheid voor de omzetbelasting, omdat geen sprake is van organisatorische verwevenheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01093</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2023-08-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:3550</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2711"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procedure over verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting voor de (boek)jaren 2003/2004 tot en met 2007/2008 en 2009/2010 tot en met 2014/2015 door een in het VK gevestigd beleggingsfonds. De teruggaafverzoeken die betrekking hebben op de boekjaren 2003/2004 tot en met 2005/2006 en 2009/2010 tot en met 2014/2015 zijn terecht afgewezen aangezien belanghebbende noch door overlegging van dividendnota’s noch anderszins aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van ‘te zijnen laste ingehouden dividendbelasting’ in de zin van artikel 10, lid 1 Wet DB of ‘ten laste van hem ingehouden dividendbelasting’ in de zin van artikel 11a, lid 1, Wet DB. Het hof komt met betrekking tot die boekjaren niet toe aan de vraag of belanghebbende objectief vergelijkbaar is met een in Nederland gevestigde fiscale beleggingsinstelling (hierna: fbi). Voor zover belanghebbende ter zitting gesteld zou hebben dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden nu de inspecteur van belanghebbende dividendnota’s heeft opgevraagd, beschouwt het hof deze stelling als tardief. Het hof komt met betrekking tot de boekjaren 2006/2007 en 2007/2008 wel toe aan een inhoudelijke beoordeling, aangezien de inspecteur voor die boekjaren niet betwist dat dividendbelasting is ingehouden. Belanghebbende is onvergelijkbaar met een fbi, omdat het VK buiten het VK woonachtige of gevestigde aandeelhouders met betrekking tot uit Nederland stammend dividendinkomen niet in de heffing betrekt. Het hof verwerpt tenslotte het standpunt van belanghebbende dat sprake is van verboden staatssteun aan binnenlandse beleggingsfondsen. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01634 tot en met 22/01644</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, P. Fortuin, T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2023-08-31</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de dividendbelasting 1965 10</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de dividendbelasting 1965 11a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:4565</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1271</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1525</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1525</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1525"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04183</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-11-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:8231</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6158</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6158</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6158"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54; beroep niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen van een juiste machtiging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE-22_5521</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2023-09-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2401</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2401</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2401"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vergoeding immateriële schade: beëindiging van het geschil in de hoofdzaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01659</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:7360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:7360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:7360"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Belastingrentebeschikking. Ontvankelijkheid bezwaar. Proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00108, 22/00109 en 22/00110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1447</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1447</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1447"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verliesverrekeningsbeschikking geeft procesbelang ondanks dat de aanslag niet wordt verlaagd. Wijziging van stelsel van waardering van onroerende zaken met het oog op het voorkomen van verliesverdamping. Wijziging van waarderingsstelsel van een deel van de onroerende zaken is in strijd met goed koopmansgebruik.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01192</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-08-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:10185</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6848</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6848</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6848"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Informatiebeschikking; art. 47 en 52a AWR . De informatiebeschikking is terecht gegeven omdat de gevraagde informatie van belang kan zijn voor beantwoording van de vraag of belanghebbende in Nederland belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting. Geen sprake van een ‘fishing expedition’ en ook niet van ‘détournement de pouvoir’.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/7289 en 21/1054</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers</contributor><issued>2023-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:809</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1690"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 10, leden 1, 2 en 8, Wet Bpm Hoogte van de handelsinkoopwaarde. Schadeverleden. Nu de Inspecteur betwist dat sprake is van een waardevermindering wegens een schadeverleden van de auto en belanghebbende niet, althans onvoldoende, inzichtelijk maakt dat en waaruit het schadeverleden bestaat en welke waardevermindering het gevolg is van dat schadeverleden, is geen plaats voor een waardevermindering in goede justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK 22/00560</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1400"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/03618</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:7944</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:17391</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:17391</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:17391"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Loonbelasting. Beroep gegrond: formele rechtskracht beschikking staat niet in de weg aan afgeven nieuwe beschikking met juiste einddatum 30%-bewijsregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR - 20 _ 5816</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.E. Schotte</contributor><issued>2023-11-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2043</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2043</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2043"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De naheffingsaanslagen omzetbelasting over 2010 tot en met 2013 zijn terecht opgelegd. Belanghebbende heeft de facturen ter zake waarvan zij in 2010 en 2013 voorbelasting in aftrek heeft gebracht, niet overgelegd. Niet aannemelijk is dat belanghebbende in 2011 en 2012 werkzaamheden tegen vergoeding heeft verricht. Het hof vernietigt de boeten overeenkomstig het nadere standpunt van de inspecteur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00039 tot en met 22/00041</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, P. Fortuin, H.J. Cosijn</contributor><issued>2023-09-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:6236</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6434</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6434</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6434"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft niet kenbaar gemaakt in te stemmen met een vervangende betaling. Geen verboden staatssteun. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 18 _ 4454</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven, S.E. Postema, M.E. Kiers</contributor><issued>2023-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:9448</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:9448</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:9448"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Heffing over pensioeninkomsten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1783</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:670</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1864</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1864</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1864"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Bpm. CO2-uitstoot. NEDC-/WLTP-methode. Artikel 110 VWEU. Vertrouwensbeginsel. De Rechtbank heeft de historische nieuwprijs correct vastgesteld. Ten onrechte geen extra leeftijdskorting toegepast. Geen toepassing correctiefactoren koerslijst EurotaxGlass’s. Het Hof kent een hogere vergoeding van immateriële schade en een juiste proceskostenvergoeding voor beroep toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00523</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:548</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:12806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:12806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:12806"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-taxatierapport kan als deskundigenverslag worden aangemerkt. Rechtbank matigt in afwijking van de Richtlijn de kostenvergoeding voor een taxatierapport tot op € 32,05 (0,5 uur x € 53 te vermeerderen met 21% btw</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 8510</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.D. van Riel</contributor><issued>2023-08-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2360"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Fiscaal procesrecht. ISV. Naar het oordeel van het Hof vormt het verzoek van de gemachtigde aan de inspecteur tot aanhouding van het bezwaar een bijzondere omstandigheid die een verlenging van de redelijke termijn in eerste aanleg rechtvaardigt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00625</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1173"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00605</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:324</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1328</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1328</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1328"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00689</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:45</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1479"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03208</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-10-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:6280</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2359</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2359</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2359"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Hoger beroep heffingsambtenaar ongegrond. Naar het oordeel van het Hof heeft de heffingsambtenaar onvoldoende rekening gehouden met het verschil in ligging tussen de woning en één van de vergelijkingsobjecten. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank waarin de WOZ waarde is verminderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:721</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1450"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2023-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2828</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1641</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1641</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1641"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01540</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-11-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1013</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1752</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1752</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1752"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 73 Waterschapswet (thans art. 2, lid 3, en 6 Bekendmakingswet). Bekendmaking van in bij Verordening behorende Bijlage genoemde NEN-normen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03498</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-12-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:2412</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:5890</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5890</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:5890"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Opleidingskosten. Negatieve inkomsten eigen woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/2548</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2023-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1768"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ontvankelijkheid; is belanghebbende ontvankelijk in zijn hoger beroep? Artikel 17, lid 2, Wet WOZ; de Heffingsambtenaar heeft aan de op hem rustende bewijslast voldaan dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Dienen de door belanghebbende aangedragen objecten in de vergelijking te worden betrokken? Proceskostenvergoeding; de Rechtbank is ten onrechte uitgegaan van een wegingsfactor 0,5 (licht). Het hoger beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00766</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:16758</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:16758</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:16758"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 3119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.I. Batelaan-Boomsma, M.A. Dirks, J.G.E. Gieskes</contributor><issued>2023-11-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:9440</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:9440</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:9440"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Plaatsing zonnepanelen of zonnecollectoren? Keuzemoment ondernemingsvermogen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1632</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:4489</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1640</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1640</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1640"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/03383</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-11-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:1256</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1712</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1712</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1712"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04388</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-12-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:8649</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2606</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2606</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2606"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dubbel hoger beroep. Hoger beroep belanghebbende ongegrond. WOZ 2021 wordt niet verder verminderd dan rechtbank heeft gedaan. Hoger beroep heffingsambtenaar gegrond. Aanslag afvalstoffenheffing o.b.v. meerpersoonshuishouden blijft in stand. Rechtbank heeft deel Verordening afvalstoffenheffing 2021 van gemeente Haarlem ten onrechte buiten toepassing verklaard. Exceptieve toetsing. Rechter past terughoudendheid bij beoordeling gemeentelijke verordening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2534 en 22/2551</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:9945</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:7067</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:7067</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:7067"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Ontvankelijkheid bezwaar. Verzoek ambtshalve vermindering gedaan buiten vijfjaarstermijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00961 t/m 21/00964</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:253</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1662</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1662</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1662"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 6.17, lid 1, onderdeel d, Wet IB 2001. Art. 6.17, lid 2, onderdeel 4, Wet IB 2001, art. 6.18, lid 1, onderdelen g en h, Wet IB 2001. Art. 39a, onderdeel c, UR IB 2001. Uitgaven voor schilderwerk, wand- en vloerafwerking, verbreding kozijnen en drempels, aanpassingen aan sanitair en interieur, en installatie van domotica zijn woningaanpassingen die niet zijn aan te merken als ‘ander hulpmiddel’ in de zin van art. 6.17, lid 2, Wet IB 2001 en komen niet in aanmerking voor aftrek als specifieke zorgkosten. Ook de uitgaven voor een rolstoel, rollator en sta-op-stoel zijn niet aftrekbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/00101</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1753</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1753</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1753"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 73 en 111 Waterschapswet. Verordening inzake zuiveringsheffing. Kenbaarheidseis ten aanzien van NEN-normen waarnaar de Verordening verwijst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04094</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-12-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:8235</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1293</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1293</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1293"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03912</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3523</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:5776</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5776</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:5776"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak, prejudiciële vraag, PVV-deel van de ouderenkorting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 22 _ 3519</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2023-08-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:470</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2106</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2106</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2106"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 3:41, lid 1, Awb; kosten betekening dwangbevel; betwisting verzending aanmaning. Art. 7:2 Awb; schending van de hoorplicht? Art. 4:17 Awb: heeft de Invorderingsambtenaar een dwangsom verbeurd?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/00017</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:3420</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:3420</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:3420"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting. Tussen partijen is de hoogte van de belaste verkrijging van eiseres in geschil. Het geschil spitst zich daarbij toe op de vraag wat de hoogte is van het legaat dat erflaatster heeft genoten uit de nalatenschap van erflater in 2017 (het legaat). Het standpunt van eiseres dat het legaat niet € 100.000, maar € 35.102 zou moeten zijn, zou voor haar tot een hogere verkrijging uit de nalatenschap van erflater leiden en tot een lagere verkrijging – omdat de vordering op erflaatster dan hoger zou zijn – uit de nalatenschap van erflaatster. Omdat de stelling van eiseres over de hoogte van het legaat leidt tot een verlaging van de aanslag, rust de bewijslast voor deze stelling op haar. Gezien de betwisting door verweerder, dient eiseres feiten en omstandigheden aannemelijk te maken waaruit volgt dat sprake is van een legaat van € 35.102. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres aan deze bewijslast niet voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1710</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van den Bosch, M.J. Pelinck, R.R. van der Heide</contributor><issued>2023-08-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6607</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6607</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6607"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">vovo. Internationaal informatieverzoek. beroepsprocedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23_9475</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2023-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1704</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1704</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1704"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04185</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-12-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3282</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7854"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomenstenbelasting en premie volksverzekeringen. Ontvankelijkheid. Urencriterium.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2097, 23/2634, 23/2635 en 23/9813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2023-12-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7116"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft bedragen gekregen van zijn moeder die volgens hem schenkingen zijn van een oom in het buitenland. Naar het oordeel van de rechtbank heeft hij dat niet aannemelijk gemaakt en zijn de aanslagen schenkbelasting terecht opgelegd. De verzuimboeten worden vernietigd omdat in de boetebeschikkingen een onjuiste verwijzing stond. Het verzoek om een dwangsom wijst de rechtbank af: door de uitbraak van Covid was sprake van overmacht en dus een verlenging van de uitspraaktermijn met enige dagen; de ingebrekestelling is daardoor prematuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/7133 t/m 20/7138 en 20/7564</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, S.J. Willems-Ruesink, J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2023-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:8799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:8799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:8799"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invorderingsrente. Proceskostenvergoeding. Kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1680</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:1687</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:3376</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:3376</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:3376"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">verzoeken om ambtshalve vermindering van de aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 1917</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp</contributor><issued>2023-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:1940</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:1940</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:1940"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB. Berekening van de aanslag en de hoogte van de verleende arbeidskorting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02424</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2322"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA IB/PVV 2015. Geen ambtelijk verzuim. Schriftelijke (papieren) aangifte zonder vermelding kantoor gemachtigde niet eerder herkend. Geen Aki-code. Geen willekeur/gelijke gevallen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/453</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1596</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1596</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1596"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Familierecht. Procesrecht. Alimentatie. Pensioenverevening. Heeft de vrouw haar op art. 843a Rv/art. 22 Rv gebaseerde verzoek om inzage prijsgegeven? Moest hof gelegenheid geven om beroep op bedrog uiteen te zetten? Uitleg art. 8c PSW. Art. 3 Wvps. Moet bij in eigen beheer opgebouwd pensioen bij verevening worden uitgegaan van aanspraak voor zover die op tijdstip van echtscheiding is gefinancierd? Verplichting tot afstorting. Motiveringsklachten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03598</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-11-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:640</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:641</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:6261</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:6260</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:7069</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:7069</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:7069"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Correcties naar aanleiding van boekenonderzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 2200808 en 2200809</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:888</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1543</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1543</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1543"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03334</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-11-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:2936</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1546</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1546</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1546"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04768</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-11-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3890</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:6348</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:6348</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:6348"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank heeft in de onderhavige zaken opposante gehoord alvorens uitspraak op het verzet te doen. De rechtbank zal dat in de toekomst in vergelijkbare gevallen van opposante niet langer doen. De rechtbank is namelijk van oordeel dat een recht om in verzet te worden gehoord geen absoluut recht is. Het is evident dat opposante rechtsmiddelen aanwendt tegen beslissingen die niet voor bezwaar en beroep vatbaar zijn. Opposante is hiervan op de hoogte. Het instellen van verzet is daarom evident kansloos. Een verzoek om te worden gehoord op een dergelijk verzet tegen een onbevoegdverklaring bij een beroep tegen een mededeling verrekening kan opposante dan ook op geen enkele wijze in een betere positie brengen. Het volharden in dergelijke verzoeken kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gekwalificeerd dan misbruik van recht. Dat opposante ook nevenvorderingen heeft ingediend zoals een verzoek om immateriële schadevergoeding maakt dat niet anders. Immers als er geen rechtsingang bestaat, kan er ook geen spanning en frustratie zijn over een eventueel lange duur daarvan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 22/1794 e.v.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Germs-de Goede</contributor><issued>2023-12-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7131</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7131</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7131"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ woning</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/3930</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. Dondorp-Loopstra</contributor><issued>2023-10-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2589"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Fiscaal procesrecht. Hoger beroep gegrond. Belanghebbende heeft recht op een proceskostenvergoeding voor het verschijnen ter zitting van de rechtbank. Niet in geschil was dat de rechtbank ten onrechte niet heeft beslist op het verzoek van belanghebbende tot vergoeding van wettelijke rente over de door de rechtbank toegekende vergoedingen, op welke grond het hoger beroep ook slaagt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02376</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1713</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1713</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1713"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00105</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-12-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2522</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1540</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1540</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1540"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/05247</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-11-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:3784</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:5885</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:5885</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:5885"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hoorplicht. Negatief loon. ROW. Zorgkosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/2595</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2023-09-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2023:10899</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:10899</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2023:10899"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingrecht – verzending naheffingsaanslagen – ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 22/2943 en 22/3096</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.J. Adriaansen</contributor><issued>2023-11-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:1995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:1995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:1995"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzuimboete wegens het niet tijdig doen van aangifte en proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:7068</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:7068</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:7068"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Ontvankelijkheid bezwaar. Verzoek ambtshalve vermindering. Vijfjaarstermijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00965 t/m 21/00968</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:254</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2203"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak is op verzoek gepubliceerd en niet door het gerechtshof geselecteerd om te worden gepubliceerd. Derhalve is er geen samenvatting beschikbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01142</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, T.A. Gladpootjes, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2023-09-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2864</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1542</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1542</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1542"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/05425</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-11-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:3783</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8219</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8219</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8219"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 3.108 Wet IB 2001; aftrekbaarheid kosten periodieke uitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/767</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2023-12-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:3421</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:3421</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:3421"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting. Tussen partijen is de hoogte van de belaste verkrijging van eiseres in geschil. Het geschil spitst zich daarbij toe op de vraag wat de hoogte is van het legaat dat erflaatster heeft genoten uit de nalatenschap van erflater in 2017 (het legaat). Het standpunt van eiseres dat het legaat niet € 100.000, maar € 35.102 zou moeten zijn, zou voor haar tot een hogere verkrijging uit de nalatenschap van erflater leiden en tot een lagere verkrijging – omdat de vordering op erflaatster dan hoger zou zijn – uit de nalatenschap van erflaatster. Omdat de stelling van eiseres over de hoogte van het legaat leidt tot een verlaging van de aanslag, rust de bewijslast voor deze stelling op haar. Gezien de betwisting door verweerder, dient eiseres feiten en omstandigheden aannemelijk te maken waaruit volgt dat sprake is van een legaat van € 35.102. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres aan deze bewijslast niet voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/1711</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van den Bosch, M.J. Pelinck, R.R. van der Heide</contributor><issued>2023-08-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2023:5711</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2023:5711</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2023:5711"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Vanwege de zeer nadelige consequenties voor de rechtsbescherming van de rechtszoekende is bij de rechtbank de vraag opgekomen of nog langer moet worden aanvaard dat de rechter in een concreet geval geen maatwerk kan toepassen. Daarbij slaat de rechtbank acht op recente ontwikkelingen in het bestuursrecht ten aanzien van de toetsing van overheidsbesluiten door de bestuursrechter. In de literatuur is bepleit dat die ontwikkelingen niet aan het belastingrecht voorbij zouden moeten gaan. De rechtbank zoekt dan ook een bij deze ontwikkelingen passende en rechtvaardige balans tussen enerzijds het belang van individuele rechtsbescherming en anderzijds het belang van de overheid bij een (kosten)efficiënt en praktisch uitvoerbaar handhavingssysteem. Dit heeft geleid tot het stellen van vier prejudiciële vragen, waaronder de vraag of de kosten naheffing (als onderdeel van de naheffingsaanslag) nog altijd niet kunnen worden gezien als een strafvervolging i.d.z.v. art. 6 EVRM (vgl. ECLI:NL:HR:1995:AA3127).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SHE 22/1320</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink, G. de Jong, M. Venderbosch</contributor><issued>2023-12-08</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1535</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1379"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Algemene ouderdomsverzekering uit Curaçao is terecht tot het bijdrage-inkomen voor de Zvw gerekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01534</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2023-08-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:5431</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1333</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:3374</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:3374</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:3374"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoeken tot handhaving</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 1949</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp</contributor><issued>2023-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:3585</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:3585</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:3585"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Berekeningswijze arbeidskorting in het jaar dat de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/ 2546</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.R. van der Heide</contributor><issued>2023-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1446</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1446</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1446"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV 2014 en 2015. Artt. 4.12 en 7.5, lid 1, Wet IB 2001. Vermindering en saldering van rekening-courantschuld van dga vormen inkomen uit aanmerkelijk belang. Art. 7.8, lid 6, Wet IB 2001. Belanghebbende kan niet worden aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige. Hypotheekrenteaftrek. Geen beroep op de Schumacker-jurisprudentie mogelijk. Artt. 25, lid 3, art. 27e, lid 1, en art. 27h, lid 2, AWR. Vereiste aangifte niet gedaan; omkering bewijslast (jaar 2015). Redelijke schatting. Geen beperking van het Nederlandse heffingsrecht door het Verdrag Nederland-VS (jaar 2014) en het Verdrag Nederland-België (jaar 2015). Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij voor verdragstoepassing inwoner was van de Verenigde Staten dan wel België.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-21/00300 en BK-21/00301</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-08-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:4082</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1871</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1871</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1871"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Berekening heffingskorting bij binnenlandse en buitenlandse periode in een jaar. In 2016 is sprake van een buitenlandse en opvolgend binnenlandse periode. In de binnenlandse periode is belanghebbende premieplichtig in Nederland voor de volksverzekeringen. Ter berekening van het inkomstenbelastingdeel van de algemene heffingskorting dient te worden uitgegaan van het belastbare inkomen uit werk en woning dat is genoten in de binnenlandse periode. Ter berekening van het premiedeel van de algemene heffingskorting dient te worden uitgegaan van het wereldwijd verdiende premie-inkomen. Het hof heeft de uitspraak van de rechtbank bevestigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00860</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, W.A. Sijberden, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2023-09-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:2743</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2023:5825</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:5825</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2023:5825"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op verzet. Uit navraag bij PostNl blijkt dat nog steeds feitelijk juist is het uitgangspunt dat de datum van de poststempel op een ter post bezorgd poststuk, in beginsel de datum is waarop de terpostbezorging heeft plaatsgevonden. Beroepschrift niet tijdig ingediend. Verzet ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 22/2535</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2023-10-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2023:7736</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:7736</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2023:7736"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting; ongegrond; kosten van naheffing te laat bekendgemaakt; naheffen over een parkeerduur van een uur</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 22/3623</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.P. Hameete</contributor><issued>2023-08-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1308</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:2145</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:2145</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:2145"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-02-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Een aanbieder van mobiele telefonie biedt onder meer abonnementen aan waarbij per maand een gelimiteerd aantal eenheden belminuten, sms-berichten en data (MB’s) kan worden verbruikt tegen een vast bedrag. De rechtbank oordeelt dat de aanbieder omzetbelasting moet voldoen over de prijzen voor deze abonnementen in het geheel, dus ook voor zover die toerekenbaar zijn aan de niet-verbruikte eenheden belminuten, sms-berichten en MB’s.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 103</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Rakhan, T.N. van Rijn, M.W. Koenis</contributor><issued>2023-03-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:6906</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:6906</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:6906"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting jaren 2006 tot en met 2011 / verdedigingsbeginsel / verlengde navorderingstermijn / omkering en verzwaring van de bewijslast De inspecteur heeft belanghebbende aangemerkt als UBO van een op Cyprus gevestigd lichaam. De inspecteur heeft daarvoor informatie uit Duitsland en Cyprus gebruikt en getuigenverklaringen die door de FIOD zijn verstrekt. De inspecteur heeft een aantal navorderingsaanslagen met toepassing van de verlengde navorderingstermijn aan belanghebbende opgelegd. De rechtbank komt onder meer tot het oordeel (i) dat sprake is van schending van het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel bij toepassing van de verlengde navorderingstermijn en vernietigt de betreffende navorderingsaanslagen, (ii) dat aannemelijk is gemaakt dat belanghebbende UBO was van het op Cyprus gevestigd lichaam en (iii) dat voor de overige (navorderings)aanslagen aannemelijk is gemaakt dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Belanghebbende heeft niet doen blijken dat de schatting van de gecorrigeerde inkomsten van de inspecteur onjuist is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 18/4394 ev</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers</contributor><issued>2023-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3360"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV; specifieke zorgkosten; proceskostenvergoeding bezwaar- en beroepsfase.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00467</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2204"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak is op verzoek gepubliceerd en niet door het gerechtshof geselecteerd om te worden gepubliceerd. Derhalve is er geen samenvatting beschikbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01143</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, T.A. Gladpootjes, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2023-09-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2865</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1222"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm; art. 8:75 Awb; onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht; differentiatie per 1 juli 2021 van de waarde per punt voor beroep en hoger beroep in strijd met het discriminatieverbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01404</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2023-09-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1763</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1763</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1763"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 67a AWR; aan belanghebbende is een verzuimboete opgelegd voor het te laat indienen van de aangifte IB/PVV 2018. Belanghebbende heeft de papieren aangifte één dag voor het verstrijken van de indieningstermijn ter post bezorgd. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in de gegeven omstandigheden alle van hem in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te bewerkstelligen dat tijdig aangifte zou worden gedaan. Het Hof is van oordeel dat de verzuimboete van € 369 passend en geboden is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01255</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:11325</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:1202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:1202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:1202"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB 2016. Tot de loonkosten die belanghebbende ten behoeve van zijn werknemers in 2016 heeft gemaakt behoort een bedrag dat op grond van de werkkostenregeling voor de loonbelasting onbelast is gebleven. In geschil is of de aftrekbeperking van artikel 3.15, lid 1, onderdelen a en b, Wet IB 2001 in dit geval van toepassing is of niet. Belanghebbende stelt dat de wijziging van het loonbegrip in artikel 10, lid 1, Wet LB (n.a.v. de invoering van de werkkostenregeling) in combinatie met het vervallen van artikel 11, lid 1, onderdelen a en b, Wet LB (oud) een uitbreiding is van het loonbegrip. Aangezien de aftrekbeperking van artikel 3.15, lid 1, onderdelen a en b, Wet IB 2001 niet ziet op loonkosten is in de visie van belanghebbende de aftrekbeperking niet van toepassing. Het hof is van oordeel dat de aftrekbeperking slechts dan niet van toepassing is als het kosten betreft die feitelijk in de loonbelasting zijn betrokken. Dit is niet anders geworden door de invoering van de werkkostenregeling. Het gelijk is aan de inspecteur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00511</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2023-08-24</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de loonbelasting 1964 10</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de loonbelasting 1964</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7350</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7350</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7350"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB 2019, N-O, beroep tegen ambtshalve beschikking m.b.t. aftrek van hypotheekrente voor een restschuld en specifieke zorgkosten ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4315</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd</contributor><issued>2023-10-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2916</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2916</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2916"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aftrek giften en specifieke zorgkosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2465</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:8800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:8800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:8800"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Ontvankelijkheid beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/72</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2045"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is niet geslaagd aannemelijk te maken dat sprake is van uitgaven als bedoeld in art. 6.17, lid 1, aanhef en letter h, Wet IB 2001. Geen recht op proceskostenvergoeding. Geen sprake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Recht op vergoeding van reiskosten. Geen recht op vergoeding van materiële schade. Geen recht op een hogere vergoeding van immateriële schade. Correctie van het door de Rechtbank onjuist vastgestelde inkomen uit werk en woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01220 tot en met BK-22/01223</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:564</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2301</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2301</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2301"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tbs-vordering. Buitenlands belastingplichtige. Afwaardering. (On)zakelijke lening. Vertrouwensbeginsel. Belanghebbende woont in België en heeft een geldlening verstrekt aan de eigen BV in Nederland en heeft deze geldlening afgewaardeerd. Op grond van het Verdrag Nederland-België is het heffingsrecht over de waardeverandering van de tbs-vordering enkel aan België toegewezen. Het hof komt daarom niet toe aan de vraag of de lening (on)zakelijk is. Het beroep van belanghebbende op de Schumacker-doctrine, de stallingsregeling en het ‘altijd ergens beginsel’ faalt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt evenmin.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01548</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, J. de Tombe, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2023-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1284"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00222</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2023-09-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3884</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2023:4245</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4245</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2023:4245"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vereenvoudigde afdoening (8:54 Awb). Op Rechtspraak.nl staat een overzicht van onderhoud en storingen van het Digitaal Loket. Ook wat te doen bij storing. Storing niet bekend en ook niet aannemelijk gemaakt. Ingeval van vooraf aangekondigd onderhoud ligt het op de weg van de indiener om via een andere weg tijdig beroep in te stellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 23/3273</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2023-10-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:7985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:7985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:7985"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de inspecteur voor het jaar 2011 de navorderingsaanslag IB/PVV tot een te hoog bedrag heeft opgelegd. Die navorderingsaanslag moet daarom worden verminderd. De over de jaren 2012 tot en met 2015 opgelegde (navorderings)aanslagen IB/PVV zijn door de inspecteur terecht en niet tot te hoge bedragen opgelegd. Voor die jaren is namelijk sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast omdat belanghebbende de vereiste aangifte niet heeft gedaan. De (navorderings)aanslagen berusten op een redelijke schatting van het meer genoten inkomen en de daarover verschuldigde belasting. Belanghebbende heeft het verzwaarde tegenbewijs niet geleverd. Ook de andere door belanghebbende aangevoerde gronden tegen die (navorderings)aanslagen slagen niet. De rechtbank verklaart die beroepen daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 20/5130 t/m 20/5134</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert, S.A.J. Bastiaansen, V.A. Burgers</contributor><issued>2023-12-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:9549</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:9549</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:9549"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek. Tijdigheid verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 221845</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2023-11-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2023:1289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:1289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2023:1289"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek. De Hoge Raad wijst het verzoek om wraking af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00611</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2023-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2303</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2303</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2303"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting. Forse verhoging in 2020. Verwijzing naar eerdere uitspraak van het hof: ECLI:NL:GHSHE:2023:247. Gelet op de beperkte toets die het hof kan en mag aanleggen, mag het hof zich niet in deze politieke keuze mengen. Aangezien de gemeentelijke wetgever bij de wijziging van de tarieven uitdrukkelijk ook heeft meegenomen dat forensen gebruik maken van de gemeentelijke voorzieningen, is geen sprake van belastingheffing die alleen is ingevoerd om de plaatselijke woningmarkt reguleren. De gemeente heeft daarmee zijn (ruime) bevoegdheid om forensenbelasting te heffen niet gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die is gegeven. Geen sprake van een individuele en buitensporige last. Ten slotte stelt het hof vast dat voor het belastbaar feit voor de onderhavige forensenbelasting wordt geheven naar verschillende grondslagen, te weten enerzijds een vast bedrag per gemeubileerde woning en anderzijds naar de waarde die aan de gemeubileerde woning wordt toegekend. In dit geval mochten voor de heffing van de forensenbelasting dan ook twee aanslagen worden opgelegd die als twee regels op het aanslagbiljet zijn vermeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00122</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, P. Fortuin, J. de Tombe</contributor><issued>2023-10-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:9796</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1298</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:1996</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:1996</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:1996"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Immateriële schade bij samenhangende zaken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-09-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1380</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1380</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1380"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00569</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:4704</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:425</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:425</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:425"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Art. 81 lid 1 RO. Overheidsaansprakelijkheid. Onrechtmatige rechtspraak. Europees recht. Vordering verklaring voor recht dat Staat der Nederlanden onrechtmatig heeft gehandeld door arrest van Hoge Raad. Rechtbank en hof hebben deze vordering afgewezen. Onder meer klacht dat Hoge Raad in zijn arrest gemotiveerd inhoudelijk oordeel had moeten geven over stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04898</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-03-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:118</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2863</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:1064</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:1064</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:1064"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kansspelbelasting en IB/PVV 2012 t/m 2016</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 19_610</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Germs-de Goede, J.M.W. van de Sande, J. Kluft</contributor><issued>2024-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:6316</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:6316</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:6316"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Naheffingsaanslag. Meetwijze CO2-uitstoot leidt niet tot schending Unierecht. Verder standaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 6708</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, B. van Walderveen</contributor><issued>2024-08-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2026:1923</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:4613</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4613</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:4613"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Activiteiten met betrekking tot cryptovaluta. Bron van inkomen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1644 t/m 22/1646</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2024-07-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:2836</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6577</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6577</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6577"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen Vennootschapsbelasting 2015, 2016, 2017 en 2018. Verzuimboeten wegens het niet tijdig doen van de aangiften Vpb. Verzoek om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn (imsv). In geschil is of de door belanghebbende geclaimde huisvestigingskosten van een in het buitenland gelegen onroerende zaak (een woning) van belanghebbende door de inspecteur terecht niet (geheel) in aftrek zijn geaccepteerd en of de inspecteur terecht heeft geoordeeld dat belanghebbende geen kostenegalisatiereserve en geen voorziening kan vormen voor de aan belanghebbende over het tijdvak 1 januari 2011 tot en met 31 december 2015 opgelegde naheffingsaanslagen Omzetbelasting. Daarnaast is in geschil of de bij uitspraak op bezwaar verminderde verzuimboetes verder moeten worden gematigd, dan wel moeten worden vernietigd en of de redelijke termijn in bezwaar moet worden verlengd. Beroepen zijn ongegrond. Het verzoek om een imsv wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22/3014, 22/3015, 22/3016 en 22/3018</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, P.J. Tikken, A.P. Vaatstra</contributor><issued>2024-11-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3235</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3235</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3235"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Verrekening betaalde parkeerbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/61</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J. Leijdekker</contributor><issued>2024-11-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7358</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7358</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7358"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Compromis ter zitting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/304 t/m 24/306</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:6686</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:292"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek. De Hoge Raad wijst het verzoek om wraking af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04771</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2024-03-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:681</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:681</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:681"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Beroepen ongegrond. Bezwaren tweede en derde kwartaal 2021 terecht niet-ontvankelijk verklaard. Alleen orthopedische maatvoetbedden die een aanvulling vormen op ontbrekende delen van de voet en die ten doel hebben scheefgroei van vooral de tenen op te heffen en/of te voorkomen vallen onder het verlaagde tarief. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat alle orthopedische maatvoetbedden hieronder vallen. Geen schending van het neutraliteitsbeginsel, omdat geen sprake is van soortgelijke goederen. Toekenning immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 22 _ 3599</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, P.J. Tikken, L.L. van Benthem</contributor><issued>2024-02-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:182"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep ongegrond. WOZ 2019 kantoor, winkel en twee café/restaurants. Huurwaardekapitalisatiemethode. Top down. (Aanvangs)leegstandsrisico verdisconteerd in aangehouden marge kapfactors. In marktgegevens is het (structurele)leegstandsrisico verdisconteerd. Rechtbank heeft pkv niet te laag vastgesteld (HR 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526). Bij deze stand van het geding ziet Hof geen aanleiding om derden-belanghebbenden op de voet van artikel 8:26 Awb in gelegenheid te stellen als partij aan het geding deel te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/113, 22/203, 22/130 en 22/144</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:536</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:536</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:536"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Zuiveringsheffing 2021. Voorlopige aanslag zuiveringsheffing van horecapand in bezwaar verminderd met 40% wegens coronamaatregelen. Rechtbank heeft op goede gronden de voorlopige aanslag niet verder verlaagd en terecht geen proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase toegekend. Hoger beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4773</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4773</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4773"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De correctie van goodwill bij belanghebbende is tevens nagevorderd bij twee groepsvennootschappen. Nu de navorderingsaanslagen aan deze groepsvennootschappen terecht zijn opgelegd, dient de dubbele heffing te worden geëlimineerd door de aanslag van belanghebbende te verminderen. Het beroep is daarom gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3852</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd, S.J. Willems-Ruesink, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-07-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6084</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6084</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6084"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">belastingrentebeschikking bij voorlopige aanslag erfbelasting, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3608</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-09-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1274"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03816</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:6770</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:6770</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:6770"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende en zijn ex-echtgenote hebben onder meer afgesproken dat de belanghebbende een lumpsum betaalt in het kader van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, dat de ex-echtgenote afstand doet van partneralimentatie en dat het ten laste van de ex-echtgenote komende gedeelte van de twee schulden aan de persoonlijke vennootschap van belanghebbende voor rekening van belanghebbende komen. In geschil is de vraag of belanghebbende met de lumpsum en de overgenomen schulden de partneralimentatie heeft afgekocht (artikel 6.3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet IB). De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat een causaal verband bestaat tussen de betaalde lumpsum en overgenomen schulden en het afzien van partneralimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22_2474</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius, J.M.W. van de Sande, A.P. Vaatstra</contributor><issued>2024-01-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:793"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA IB/PVV 2015, nieuw feit, uitnodiging aangifte, vereiste aangifte niet gedaan, correcties in box 1 en 2, onttrekkingen aan B.V. en betalingen vanaf bankrekeningen cliënten en stichtingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2509</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-04-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1418</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1418</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1418"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Verzoek om teruggaaf als bedoeld in artikel 9.6 Wet inkomstenbelasting 2001, in combinatie met artikel 45aa, onder a, Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 van geheven inkomstenbelasting over arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het hof oordeelt dat de inspecteur het verzoek om teruggaaf over de jaren 2010 tot en met 2015 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard vanwege overschrijding van de termijn. Het verzoek om teruggaaf over de jaren 2016 tot en met 2018 is wel binnen de termijn ingediend, maar terecht door de inspecteur afgewezen. De door belanghebbende ontvangen bedragen vormen periodieke uitkeringen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval. Dergelijke uitkeringen behoren tot het belastbaar inkomen uit werk en woning en zijn naar het oordeel van het hof terecht in de heffing betrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01657 tot en met 22/01665</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, P. Fortuin, J. Wessels</contributor><issued>2024-04-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:5042</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1358</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1184</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1184</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1184"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01761</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:607</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:5516</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:5516</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:5516"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ, procesgedrag, intrekkingen Met deze uitspraak vraagt de rechtbank aandacht voor het verlies aan kostbare voorbereidings- en zittingstijd door WOZ-zaken die te laat in het traject worden ingetrokken. Dat verlies heeft direct gevolgen voor de doorlooptijd van andere zaken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1660</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. de Vries</contributor><issued>2024-12-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8401</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8401</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8401"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag erfbelasting, belastingrente</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE-23/12476</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-12-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2012"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is in 2001 verhuisd van Nederland naar Duitsland. Belanghebbende woont vanaf 2005 in de Verenigde Staten. De inspecteur heeft in 2015 een ambtshalve aanslag IB/PVV 2013 met belastingrente en verzuimboete opgelegd en verstuurd naar het laatst bekende adres in Duitsland. De inspecteur heeft het in 2020 gemaakte bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Het hof oordeelt dat de inspecteur met de toezending van het aanslagbiljet naar het adres in Duitsland de aanslag en de beschikkingen op de voorgeschreven wijze heeft bekendgemaakt en dat het bezwaar te laat is ingediend. Het hof acht de termijnoverschrijding echter verschoonbaar wegens geringe verwijtbaarheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, J.M. van der Vegt, I. Reijngoud</contributor><issued>2024-06-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:7296</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:6559</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:6559</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:6559"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Eiser claimt aftrek van voorbelasting, maar de rechtbank oordeelt op feitelijke gronden dat hij geen economsiche prestaties verricht. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-308</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, B. van Walderveen, C. Maas</contributor><issued>2024-12-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2742</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2742</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2742"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 2 en art. 51 Wet op de accijns, art. 7 en art. 8 Richtlijn 2008/118/EG (Accijnsrichtlijn). Belanghebbende is huurder van een opslagunit waarin onveraccijnsde sigaretten worden aangetroffen. Belanghebbende had bij het aangaan van de huurovereenkomst de sleutels en unieke toegangscode in bezit. Niet gesteld of aannemelijk is dat belanghebbende alle sleutels heeft afgestaan aan anderen. Belanghebbende had daarmee de fysieke toegang tot de opslagunit en kan daarom worden aangemerkt als degene die de onveraccijnsde sigaretten voorhanden heeft gehad. Daarnaast was belanghebbende minst genomen betrokken bij het voorhanden hebben, nu vaststaat dat haar echtgenoot in de opslagunit is geweest en aannemelijk is dat belanghebbende (één van) de sleutels en de toegangscode met haar echtgenoot heeft gedeeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1432</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, T.A. Gladpootjes, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-12-05</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de accijns 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de accijns 51</reference><reference relation="citing" lang="nl">Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3469</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:775</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:775</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:775"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; art. 8:73 Awb; vergoeding van immateriële schade vanwege overschrijding van de redelijke termijn; met de gemachtigde bij voorbaat afgesproken verrekening met gesloten beurs van eventuele vergoeding van immateriële schade met gemaakte kosten van rechtsbijstand; spanning en frustratie bij de belanghebbende verondersteld; geen afzien van vergoeding van immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03227</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-05-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:1691</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:126</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:126</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:126"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:716</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:216</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:216</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:216"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; artikel 11, lid 1, letter a, en leden 3 en 4, Wet OB (tekst 2016); terrein met restant van bebouwing; onbebouwde grond; functie van bouwwerk; bouwterrein.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/02407</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-02-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:1236</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:7</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:9</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2722</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2722</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2722"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht navorderingsaanslagen vpb over de jaren 2006, 2008, 2009 en 2012 aan belanghebbende heeft opgelegd in verband met in Canada behaalde veilingopbrengsten. Belanghebbende heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een vaste vertegenwoordiger in Canada, zodat de niet opgegeven veilingopbrengsten geheel aan belanghebbende moeten worden toegerekend. Verder komt de rechtbank tot het oordeel dat de niet opgegeven belastbare winst voor het jaar 2006 op € 50.000 moet worden vastgesteld. De rechtbank acht de hoogte van die extra inkomsten, die is beoordeeld in het kader van omkering en verzwaring van de bewijslast, gebaseerd op een redelijke schatting. Belanghebbende heeft niet doen blijken dat de navorderingsaanslag vpb 2006 op een lager bedrag moet worden vastgesteld. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur voor de jaren 2008, 2009 en 2012 terecht vergrijpboetes wegens opzet heeft opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/4467, 21/5857 tot en met 21/5859</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen, V.A. Burgers, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2024-05-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:342"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De aanslag schenkbelasting is terecht en niet tot een te hoog bedrag opgelegd. Enerzijds verzetten algemene beginselen van bestuur zich niet tegen het opleggen van deze aanslag en anderzijds is de aanslag ook niet tot een te hoog bedrag vastgesteld. Beroep op leegwaarderatio, verrekening met vaderlijk erfdeel en menselijke maat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/3585</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1241</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3043</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3043</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3043"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingrente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2307 en 23/2308</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-06-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6498"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 11, lid 1, onderdeel f en g, onder 2, van de Wet OB, de toekomstige terbeschikkingstelling van gastenkamers in een bijna-thuis-huis is een vrijgestelde prestatie voor de OB.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 12049</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. van Norden, S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-10-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2023:4632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2023:4632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2023:4632"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. De Afdeling staat voor de vraag of zij ook bij een verkorte motivering, op grond van artikel 267, derde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, gelezen in het licht van artikel 47, tweede alinea, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, verplicht is te motiveren waarom zij geen prejudiciële vragen aan het Hof stelt. De Afdeling meent dat het verkort motiveren voldoet aan de motiveringseisen van het Unierecht en aan de vereisten voor een eerlijk proces zoals deze voortvloeien uit het EVRM. In deze zaak heeft [appellant] een beroep gedaan op Unierecht en zowel de rechtbank als de Afdeling verzocht daarover prejudiciële vragen te stellen. De Afdeling is van oordeel dat sprake is van een “acte éclairé” en wil in deze zaak een verkort gemotiveerde uitspraak doen op het hoger beroep van [de vreemdeling] (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). [appellant] maakt daar bezwaar tegen onder verwijzing naar het arrest Consorzio.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202102327/1/V1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudicieel verzoek</description><issued>2023-12-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2025:486</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:243</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6419</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6419</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6419"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Naheffing. Correcties n.a.v. boekenonderzoek. Verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/382</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:802</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:802</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:802"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Sprongcassatie; verrekening van voortgewentelde buitenlandse bronbelasting op innovatiebox-royalty's. Art. 36, 36a, 37 en 44 Bvdb en art. 12b Wet Vpb. Kan voortgewentelde innovatiebox-bronbelasting in latere jaren alleen verrekend worden met Vpb over innovatiebox-royalty's? Ook als de gerechtigde door wetswijziging niet meer voldoet aan de boxvoorwaarden en verrekening daardoor voorgoed uitgesloten zou zijn? Procesbelang In geschil is of bij de voortwenteling van onverrekende buitenlandse bronheffingen (at. 37 jo. 44 Bvdb) onderscheid moet worden gemaakt tussen de bronbelasting op innovatiebox-royalty’s en die op overige passieve inkomsten in die zin dat innovatiebox-bronbelasting ook na het ontvangstjaar alleen verrekend kan worden met Vpb over in latere jaren ontvangen innovatiebox-royalty’s, dus niet met Vpb op in latere jaren ontvangen reguliere passieve inkomsten, ook niet als de belastingplichtige door wetswijziging uit het innovatiebox-regime is gevallen en dus geen verrekenruimte meer zal ontstaan. Feiten: De belanghebbende ontving in 2017 en 2018 buitenlandse royalty’s die in het innovatiebox-regime van art. 12b e.v. Wet Vpb vielen en waarop buitenlandse bronbelasting was ingehouden. Ter verrekening daarvan heeft de Inspecteur een vermindering van de Vpb 2017 en 2018 verleend op basis van de belastingverdragen tussen Nederland en de bronlanden en van art. 36 en 36a Bvdb. Die verminderingen zijn niet in geschil. Wel in geschil zijn de voortwentelingsbeschikkingen die de Inspecteur ex art. 37 jo. 44 Bvdb heeft genomen omdat in 2017 en 2018 niet alle in die jaren ingehouden bronbelasting kon worden verrekend. Hij heeft onderscheid gemaakt tussen innovatiebox-bronbelasting (art. 36a Bvdb) en bronbelasting op andere passieve inkomsten (art. 36 Bvdb). Volgens hem kan de voort te wentelen innovatiebox-bronbelasting 2017 en 2018 alleen verrekend worden met Vpb over innovatiebox-royalty’s ontvangen in latere jaren. Belanghebbendes royalty’s vallen echter vanaf 2017 slechts deels en vanaf 2020 helemaal niet meer in de innovatiebox, volgens haar als gevolg van de aanscherping van de wettelijke eisen voor toegang tot de innovatiebox. Wordt in die omstandigheden het standpunt van de Inspecteur gevolgd, dan is de voort te wentelen innovatiebox-bronbelasting 2017 en 2018 effectief uitgesloten van toekomstige verrekening. Dat kan volgens de belanghebbende niet de bedoeling zijn en de tekst van de art. 36, 36a en 37 Bvdb dwingt daar haars inziens ook geenszins toe. Volgens de Rechtbank heeft de Besluitgever doelbewust een apart verrekeningsregime ingevoerd voor bronbelasting op innovatiebox-royalty’s door die in art. 36a(2)(b) Bvdb in hun ontvangstjaar alleen verrekenbaar te verklaren met de Vpb op innovatiebox-royalty’s. Zij acht het niet denkbaar dat de Besluitgever meteen ná het ontvangstjaar weer van die compartimentering zou hebben willen afzien. Art. 37 Bvdb kan haars inziens zo gelezen worden dat voortgewentelde bronbelasting wordt aangemerkt als buitenlandse bronbelasting in de zin van art. 36 respectievelijk art. 36a. Die tekst sluit niet uit dat de voortwentelingsbeschikking de voort te wentelen bedragen ex art. 36 en ex art. 36a separaat vaststelt. De Rechtbank heeft ook belanghebbendes beroep op de evenredigheids- en gelijkheidsbeginselen verworpen. De belanghebbende stelt vier cassatiemiddelen voor. De Rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat: (i) bronbelasting op innovatiebox-royalty’s in het ontvangstjaar alleen verrekend kan worden met Vpb over innovatiebox-royalty’s; (ii) ook voortgewentelde bronbelasting op innovatiebox-royalty’s alleen verrekend kan worden met Vpb over innovatiebox-royalty’s in latere jaren; (iii) een voortwentelingsbeschikking reguliere bronbelasting ex art. 36 en innovatiebox-bronbelasting ex art. 36a moet separeren; en (iv) het evenredigheidsbeginsel niet is geschonden. A-G Wattel acht middel (i) ongegrond. Art. 36a Bvdb regelt de Vpb-vermindering specifiek ter zake van innovatiebox-royalty’s in de zin van art. 12b Wet Vpb, terwijl art. 36 Bvdb in het algemeen de Vpb-vermindering regelt ter zake van dividenden, interest en reguliere royalty’s. Duidelijk lijkt hem daarmee dat art. 36a Bvdb de lex specialis is als een Vpb-plichtige buitenlandse innovatiebox-royalty’s ontvangt en de daarop ingehouden bronbelasting wil verrekenen met haar Vpb over dat ontvangstjaar. Voor dat jaar beperkt art. 36a Bvdb de verrekeningsbasis voor die buitenlandse innovatiebox-bronbelasting tot de Vpb over innovatiebox-royaty’s. Ad middelen (ii) en (iii) stelt de A-G vast dat uit de tekst van het Bvdb niet volgt dat de compartimentering van de verrekeningsbasis die in het ontvangstjaar geldt (art. 36a Bvdb), ook geldt in de latere jaren waarnaartoe de excess foreign tax credit wordt voortgewenteld. Art. 37 Bvdb merkt ongespecificeerd ‘het bedrag’ van de ex art. 36 en art. 36a Bvdb onverrekend gebleven bronbelasting aan als ‘vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar’ en ook art. 44 draagt de Inspecteur ongespecificeerd op om ‘het bedrag’ van de voortwenteling bij (één) beschikking vast te stellen. Dit suggereert dat ‘het bedrag’ geen compartimenten heeft. Die suggestie wordt ook gevoed doordat de Besluitgever bij de voorkoming van dubbele inkomstenbelasting wél expliciet heeft bepaald dat voort te wentelen buitenlandse belasting per box, en binnen box 1 per inkomenscategorie, gecompartimenteerd blijft in latere jaren. Uit de totstandkomingsgeschiedenis blijkt niet welke bedoeling de Besluitgever had. De toelichting op de wijziging van art. 37 Bvdb in 2007, die voortwenteling van innovatiebox-bronbelasting regelde, is zeer summier en biedt geen gezichtspunten. Art. 36a Bvdb maakte in 2007 innovatiebox-bronbelasting verrekenbaar doordat lid 1 de aan verrekening in de weg staande grondslag-eis losliet voor innovatiebox-bronbelasting, maar de tweede verrekeningslimiet in die bepaling houdt wel rekening met het veel lagere effectieve Vpb-tarief op innovatiebox-royalty’s. Die tweede limiet is gebaseerd op het uitgangspunt van ordinary credit: niet méér buitenlandse bronbelasting verrekenen dan de Vpb die Nederland heft over de inkomsten waarop die bronbelasting drukt. Daaruit volgt echter niet dat voortgewentelde innovatiebox-bronbelasting niet verrekend kan worden met tax capacity die in die latere jaren overblijft na verrekening van de ‘reguliere’ bronbelasting. Daarmee wordt immers niet Nederlandse winstbelasting op Nederlandse winsten teruggegeven, maar wordt slechts de Nederlandse bijheffing op andere buitenlandse passieve inkomsten beperkt. De algemene uitlatingen van de Besluitgever over de tweede limiet bieden op zichzelf dus geen steun aan compartimentering van voortgewentelde innovatiebox-bronbelasting. Voor de benadering van de Rechtbank valt volgens de A-G veel te zeggen omdat als de buitenlandse brutobelasting op andere buitenlandse passieve inkomsten lager is dan de Nederlandse netto-Vpb-heffing over die andere buitenlandse inkomsten, ruimte ontstaat om de onverrekende innovatiebox-bronbelasting uit eerdere jaren alsnog te verrekenen, hetgeen inderdaad het onderscheid in het ontvangstjaar tussen innovatiebox-bronbelasting en andere bronbelasting vrij betekenisloos zou maken in latere jaren als dat onderscheid in die latere jaren niet volgehouden wordt. Blijft een belastingplichtige in de innovatiebox of kiest zij er zelf voor om die te verlaten, dan acht de A-G de uitleg van het Bvdb door de Rechtbank dan ook juist en het effect van die uitleg niet onredelijk, discriminerend of onevenredig. Maar als de belastingplichtige door een wetswijziging uit de innovatiebox gedwongen wordt – zoals de belanghebbende stelt – dan meent de A-G dat de tekst van en de toelichting op art. 37 en 44 Bvdb weliswaar meebrengen dat haar excess foreign tax credit ter zake van (voorheen) innovatieboxbronbelasting en haar verrekeningsbasis gecompartimenteerd blijven, zodat zij die excess credit niet kan verrekenen met latere Nederlandse Vpb op andere passieve inkomsten dan de royalty’s ter zake waarvan dat excess is ontstaan, maar dat zij die credit wél kan verrekenen met de latere Nederlandse Vpb over dezelfde (voorheen innovatiebox-)royaltystroom waarop dat excess is ontstaan. Ook los van de tekst van art. 36, 36a, 37 en 44 Bvdb brengt redelijke toepassing van die bepalingen volgens hem bij gedwongen boxverlating en feitelijk ongewijzigde royaltystromen mee dat de belastingplichtige de verrekeningsruimte die de 25% Nederlandse heffing ná boxverlating biedt, kan gebruiken voor verrekening van de vóór gedwongen boxverlating opgebouwde excess foreign tax credit op diezelfde (voorheen innovatiebox-)royaltystromen. Valt een belanghebbende niet door wetswijziging, maar door eigen keuzes uit de innovatiebox, dan ziet hij geen aanleiding voor dergelijk overgangsrecht. De middelen (ii) en (iii) treffen daarom deels doel en middel (iv) behoeft dan geen bespreking, maar dat leidt niet tot cassatie omdat deze conclusie niet leidt tot wijziging van de bestreden voortwentelingsbeschikkingen; die blijven gecompartimenteerd. De effecten van deze conclusie doen zich pas voor in de latere jaren waarnaartoe de onverrekende innovatiebronbelasting is voortgewenteld. Conclusie: cassatieberoep ongegrond, maar wel verstaan dat, hoewel de excess foreign tax credit ter zake van (voorheen) innovatiebox-bronbelasting afgesplitst blijft van overige voort te wentelen buitenlandse belasting, die excess credit wel verrekend kan worden met de na – gedwongen – boxverlating verschuldigde Nederlandse Vpb over dezelfde (voorheen innovatiebox-)royaltystroom waarop dat excess is ontstaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00266</description><issued>2024-08-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2024:3674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:3674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2024:3674"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij koninklijk besluit van 20 december 2023, nr. 2023-0000752151 (Stcr. 2023, 35354), heeft de Kroon, op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de staatssecretaris van Financiën, het besluit van de raad van de gemeente Utrecht (hierna: de raad) van 7 december 2023 tot wijziging van de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen vernietigd. Mensen met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Dat betekent dat zij die belastingen niet hoeven te betalen. Een van de dingen waarnaar wordt gekeken bij de vraag of iemand hiervoor in aanmerking komt is de hoogte van iemands spaargeld. Deze zaak gaat over de vraag wat de raad van een gemeente mag beslissen over de hoogte van dit bedrag voor de inwoners van zijn gemeente. En over de vraag of de Kroon mag ingrijpen wanneer de gemeenteraad zich daarbij niet aan de regels van het Rijk houdt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202400721/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2024-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:10592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:10592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:10592"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Artikel 13d Vpb. Liquidatieverlies.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/457</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades, G.H. de Soeten, S.J. Richters</contributor><issued>2024-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:2858</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2858</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:2858"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Schenking certificaten van aandelen onroerendezaakrechtspersoon. Bedrijfsopvolgingsregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1718</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): tweede meervoudige kamer</contributor><issued>2024-05-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:4869</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3381</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3381</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3381"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV; art. 4.22 Wet IB 2001. Aandelenoverdracht in verband met bedrijfsopvolging; waardering onroerende zaken. Het Hof vernietigt de navorderingsaanslag omdat niet aannemelijk is gemaakt dat de verkoopprijs is bedongen bij een “niet onder normale omstandigheden gesloten overeenkomst”, ofwel dat sprake is geweest van een bevoordelingsbedoeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1665</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:7482</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:450"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting en Btw-compensatiefonds. In geschil is of de bijdrage die een gemeente van een afvalfonds ontvangt voor de werkzaamheden met betrekking tot verpakkingsafval aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen. De rechtbank oordeelt dat dit niet het geval is. De bijdrage van het afvalfonds is een onbelaste financiële bijdrage in de kosten die de gemeente maakt voor het uitvoeren van haar eigen taak op grond van de Wet milieubeheer. Die wettelijke taak bestaat uit het (gescheiden) inzamelen van huishoudelijk (verpakkings)afval waarvan de rekening door het verpakkend bedrijfsleven moet worden betaald. Dat het verpakkend bedrijfsleven een eigen verantwoordelijkheid heeft op het gebied van verpakkingsafval beperkt die wettelijke taak van de gemeente niet. Gebruik van doorgang/kerktoren naar de achterliggende kerk door kerkelijke gemeente levert geen terbeschikkingstelling op in de zin van art. 4 Wet BCF. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21_4596</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Germs-de Goede, J.M.W. van de Sande, R.A. Eskes</contributor><issued>2024-02-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:5767</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:5767</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:5767"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Reclameactiviteiten gemeente zijn niet aan te merken als onderneming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2226</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:5129</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1571</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1571</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1571"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04034</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-11-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:2779</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2724</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2724</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2724"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslagen IB/PVV over de jaren 2006 tot en met 2014 terecht aan belanghebbende zijn opgelegd. De inkomsten uit box 2 zijn namelijk terecht voor de helft aan belanghebbende toegerekend. Voor de jaren 2006 en 2007 heeft de inspecteur het inkomen uit box 2 echter wel op te hoge bedragen vastgesteld. Voor het jaar 2006 moet het regulier voordeel uit aanmerkelijk belang worden verlaagd tot € 25.000 en voor het jaar 2007 tot € 47.421. De inspecteur heeft verder voor alle jaren terecht inkomstenbelasting nagevorderd over het inkomen uit box 3. Ten aanzien van de opgelegde vergrijpboetes is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur niet heeft aangetoond dat belanghebbende opzet kan worden verweten. Om die reden vernietigt de rechtbank de aan belanghebbende voor de jaren 2007 tot en met 2014 opgelegde vergrijpboetes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/4466, 21/5849 tot en met 21/5856</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen, V.A. Burgers, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2024-05-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:4168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:4168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:4168"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verwijzingszaak m.b.t. een naheffingsaanslag loonheffingen (2010-2014). In geschil is of er sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen belanghebbende (een B.V.) en een tweetal personen. Het hof is van oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat deze personen in (fictieve) dienstbetrekking tot belanghebbende hebben gestaan. Het gelijk is aan belanghebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00415</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-02-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:918</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:631"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:695 Belastingplicht overheidslichaam; drijft een gemeente met reclameconcessieverlening een materiële onderneming? Zo ja, geldt daarvoor de overheidstakenvrijstelling? Zo neen, kunnen de contracten met exploitanten en de betrokken lichtmasten en vri-kasten worden geactiveerd op de openingsbalans en vervolgens afgeschreven? Feiten: De belanghebbende is een gemeente. Zij heeft overeenkomsten gesloten met exploitanten van buitenreclame die zij tegen betaling een exclusief recht heeft verleend om reclame-objecten of -boodschappen aan te brengen op gemeentelijke objecten of grond. Daarvoor verricht zij zekere werkzaamheden. Een en ander produceert significante overschotten. De Inspecteur acht haar ter zake daarvan vennootschapsbelastingplichtig. In geschil is of de belanghebbende met haar reclame-activiteiten een materiële onderneming drijft en zo ja, of daarvoor dan de overheidstakenvrijstelling geldt. Gaat het om een onderneming en geldt de vrijstelling niet, dan is in geschil of op de openingsbalans geactiveerd kunnen worden: (i) de waarde van de vóór 1 januari 2016 met de exploitanten gesloten contracten (en of ontvangsten daarop afgeboekt kunnen worden), en (ii) de voor de buitenreclame gebruikte lichtmasten en vri-kasten die op 1 januari 2016 eigendom van de belanghebbende waren (en of daarop kan worden afgeschreven). Het Hof kwalificeerde de gemeentelijke reclameactiviteiten als het tegen vergoeding verlenen van een exclusief recht aan exploitanten om objecten in de openbare ruimte te exploiteren voor reclamedoeleinden. Voor de vraag of zij een onderneming opleveren, moeten zij volgens het Hof als één activiteit worden beschouwd. De reclameactiviteiten zijn volgens het Hof geen verhuur van delen van de openbare ruimte en daarom niet vergelijkbaar met normaal vermogensbeheer in de vorm van verhuur van vastgoed. Omdat de verlening van het exploitatierecht volgens het Hof niet voortkomt uit een vermogensbestanddeel, is hij bij gebrek aan een aanwijsbaar vermogensbestanddeel niet ingegaan op de vraag naar normaal vermogensbeheer. In geschil was slechts of de belanghebbende de voor een onderneming vereiste arbeid heeft verricht. Aan de overige voorwaarden voor een onderneming was volgens de partijen voldaan en ook het Hof is daarvan uitgegaan. Het Hof achtte belanghebbendes feitelijke werkzaamheden in verband met de concessies voldoende om een onderneming aanwezig te achten. Ad de overheidstakenvrijstelling is niet in geschil dat de concessieverlening geen wettelijke taak is. Het Hof zag in de reclameactiviteiten ook overigens geen overheidstaak. Dat de belanghebbende die wel tot haar taken rekent, maakt hen nog geen overheidstaak, nu zij niet bij wet zijn opgelegd. Met de verlening van reclameconcessies wordt evenmin het belang van de samenleving gediend. Het Hof zag bovendien - ten overvloede – concurrentie met private partijen. Dat impliceert een openingsbalans per 1 januari 2016 voor de reclame-activiteiten. Het Hof achtte de lopende contracten niet activeerbaar omdat de te verwachten inkomsten rechtstreeks staan tegenover door de belanghebbende nog te leveren prestaties. Die inkomsten zijn omzet, aldus het Hof. Is het anders, dan nog achtte het Hof activering niet mogelijk, gegeven HR BNB 2007/81, dat activering van immateriële activa ontstaan in de onbelaste periode niet toestaat. De wetsgeschiedenis leert verder dat bij sfeerovergang geen incidenteel fiscaal voor- of nadeel mag optreden dat de concurrentie verstoort. Het maakt volgens het Hof niet uit of overgang van onbelast naar belast ontstaat door een overgang naar winststreven of door een wetswijziging. Zou dat wel uitmaken, dan achtte hij het waarderingsvoorschrift voor immateriële activa in art. 33 Wet Vpb (kostprijs minus normale afschrijvingen) van toepassing. De lopende contracten zijn volgens het hof een immaterieel activum. Nu de belanghebbende niet heeft uiteengezet tot welke openingsbalanswaarde en afschrijving in 2016 dat leidt, kunnen de contracten niet geactiveerd worden, aldus het Hof. Wat betreft activering van en afschrijving op de lichtmasten en vri-kasten meende het Hof met de Rechtbank dat karakter en functie van een lichtmast of vri-kast niet wezenlijk veranderen doordat er een reclameobject of -boodschap op wordt aangebracht. Zij worden voor 90% of meer gebruikt voor het onbelaste beheer en inrichting van de openbare ruimte, zodat zij verplicht niet-ondernemingsvermogen zijn en dus niet geactiveerd kunnen worden. Middel 1a bestrijdt dat de reclame-activiteiten niet vergelijkbaar zijn met verhuur van delen van de openbare ruimte en daarom niet wordt toegekomen aan de normaal-vastgoedbeheertoets. De aard van de activiteiten en de bijbehorende arbeid is volgens de belanghebbende juist zeer vergelijkbaar met vastgoedverhuur en bijbehorende arbeid, zodat onderzocht had moeten worden of de arbeid meer omvatte dan normaal vermogensbeheer. A-G Wattel acht ‘s Hofs kwalificatie van de gemeentelijke activiteiten correct. Het oordeeld dat de terbeschikkingstelling van publieke ruimte daarbij van ondergeschikte betekenis is, nu die ruimte geheel dienstbaar blijft aan de publieke dienst en dus in die zin niet beschikbaar wordt gesteld – waardoor niet die ruimte, maar de concessie de meerwaarde creëert – acht de A-G een feitelijk oordeel dat niet onbegrijpelijk is, maar’s Hofs oordeel dat geen relevant vermogensbestand-deel valt aan te wijzen, acht hij problematisch, nu de concessies zijns inziens een vermogensrecht ex art. 3:6 BW zijn, zodat hij ’s Hofs oordeel dat er geen vermogensbestanddeel is, niet begrijpelijk acht, te minder nu het Hof de concessies heeft aangemerkt als immateriële activa in de zin van art. 33 Wet Vpb. Van ambtswege acht de A-G ‘s Hofs uitspraak ook onbegrijpelijk wegens (andere) tegenstrijdigheden. Als bij de concessieverlening geen vermogensbestanddeel is betrokken, rijst de vraag hoe er dan een organisatie van kapitaal en arbeid kan zijn. De lichtmasten en vri-kasten zijn volgens het Hof immers evenmin ondernemingsvermogen. ‘s Hofs aansluiting bij de partij-opvatting dat de factor arbeid niet ontbreekt, acht hij in dat licht onbegrijpelijk. Als er geen relevant vermogensbestanddeel is, is er geen kapitaal en om die reden geen onderneming. Is er wel een relevant vermogens-bestanddeel, dan moet wél beoordeeld worden of het om normaal vermogensbeheer gaat of meer arbeid en rendement dan bij normaal vermogensbeheer betrokken is. Is er wél een relevant vermogensbestanddeel, dan moet ook gemotiveerd worden waarom de uitbating niet vergelijkbaar is met verhuur. Afwezigheid van een vermogensbestanddeel lijkt tenslotte ook omverenigbaar met dekwalificatie immateriële activa in de zin van art. 33 Wet Vpb. De zaak moet daarom volgens de A-G terug naar de feitenrechter voor een nieuwe feitelijke beoordeling van het ondernemingskarakter, met name van de vragen naar het kapitaal en de arbeid. Aan de overige middelen komt de A-G dan niet toe, maar hij gaat er volledigheidshalve op in. Hij ziet geen overtuigende parallel met verhuur van vastgoed omdat de betrokken lichtmasten en stoplichtkasten geheel door de eigenaar zelf (de gemeente) gebruikt blijven worden voor de openbare dienst en dus in die zin niet beschikbaar worden gesteld aan de concessionaris voor gebruik volgens hun bestemming. Voor het geval de Hoge Raad ‘s Hofs verwerping van een parallel met vastgoedverhuur in stand laat, acht middel 1(b) onvoldoende arbeid aanwezig en ’s Hofs andersluidende oordeel onjuist of onbefgrijpelijk. Nu dit middelonderdeel ervan uitgaat dat de concessieverlening niet vergelijkbaar is met verhuur van vastgoed, lijkt het de A-G ongegrond. ’s Hofs oordeel houdt voor dat geval in dat met de door hem opgesomde werkzaamheden de voor een onderneming vereiste arbeid is verricht en voor dat geval is dat rechtskundig niet onjuist. Voor het overige is dat oordeel vergaand verweven met waardering van feiten. Gegeven de opsomming van gemeentelijke werkzaamheden, lijkt dat oordeel de A-G niet onbegrijpelijk. Middel 2(a) doet subsidiair beroep op de overheidstaken vrijstelling. De A-G meent dat ’s Hofs criterium (het belang van de samenleving dienen) niet uit de wet of de wetsgeschiedenis volgt en dat als het anders is, ’s Hofs oordeel niet voldoende is gemotiveerd omdat hij onvoldoende is ingegaan op de stelling dat de reclameregulering mede is ingegeven doordat buitenreclame kan worden ingezet voor gemeentelijke doelen en reclamevervuiling kan worden voorkomen. Dit baat de belanghebbende echter niet omdat daarmee de concessieverlening nog geen overheidstaak is en verder onderzoek geen zin heeft omdat het Hof ook - volgens de A-G wél voldoende gemotiveerd - heeft geoordeeld dat de belanghebbende feitelijk in concurrentie treedt met private partijen. Daarop strandt ook onderdeel 2(b). Middel 3(a) betoogt meer subsidiair dat HR BNB 2007/81 niet in de weg staat aan activering van de lopende contracten voor hun WEV omdat (i) dat arrest en HR BNB 1991/90 weliswaar afweken van de hoofdregel dat activa en passiva op de openingsbalans op WEV komen, maar alleen als belastingplicht ontstaat door het ontstaan van een winststreven; niet door een wetswijziging, zoals in casu, en (ii) die arresten alleen zien op goodwill en merchandisingrechten die op grond van redelijke wetstoepassing niet activeerbaar waren omdat de winstcapaciteit was verkregen door activiteiten die geacht waren te zijn verricht zonder winststreven. In haar geval acht de belanghebbende de waarde gecreëerd door het binnenhalen van een winstgevend contract in de onbelaste periode. De winst moet daarom aan die periode worden toegerekend. De A-G meent echter met het Hof dat de uit de concessies te verwachten inkomsten bij voortduring rechtstreeks staan tegenover in de belaste periode nog te leveren prestaties. De belanghebbende stelt zelf dat de door haar gewenste actiefpost een toekomstige vordering weergeeft en een toekomstige vordering is volgens de A-G niet activeerbaar. HR BNB 2007/81 zag bovendien ook op toekomstige opbrengsten van vóór aanvang van de belastingplicht al gesloten sponsoringscontracten en was dus zeer vergelijkbaar. Middel 3(b) betoogt – als er een onderneming is - volgens de A-G tevergeefs dat de voor reclame gebruikte lichtmasten en verkeerslichtkasten activeerbaar en afschrijfbaar zijn omdat de lichtmasten overdag geen licht geven maar de reclame-functie dienen en de vri-kasten niet slechts ten dienste staan aan de verkeerslichten. Het oordeel dat karakter en functie van de lichtmasten en vri-kasten niet wezenlijk veranderen doordat er reclame aan wordt gehangen en dat het in beide gevallen om meer dan 90% publieke dienstbaarheid gaat en daarmee om verplicht niet-ondernemingsvermogen, is volgens de A-G echter feitelijk en geenszins onbegrijpelijk. Conclusie: gegrond op van ambtswege bij te brengen gronden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04807</description><issued>2024-06-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:6368</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:6368</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:6368"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Monumentenaftrek. Belanghebbende laat in 2016 en 2017 verbouwingswerkzaamheden verrichten aan zijn woning die op de monumentenlijst staat. Daarvoor claimt belanghebbende aftrek van kosten voor onderhoud van monumentenpanden, volgens het inmiddels vervallen artikel 6.31 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De inspecteur neemt het standpunt in dat deels sprake is van verbetering in plaats van onderhoud, zodat voor dat deel van de kosten geen recht op aftrek bestaat. Omdat beide partijen hun standpunten niet aannemelijk maken, stelt de rechtbank de aftrekbare kosten voor onderhoud in goede justitie vast. Beroepen gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20_6501</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.W. van de Sande, P.J. Tikken, J.J.J. Engel</contributor><issued>2024-01-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3008</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3008</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3008"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1681</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2728</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2728</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2728"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 13, lid 7, Wet Vpb; belanghebbende maakt aannemelijk dat zij een EUR-USD valutarisico loopt met haar in Noorwegen gevestigde deelneming. De stelling van de Inspecteur dat geen recht bestaat op een beschikking op grond van artikel 13, lid 7, Wet Vpb, omdat sprake is van een USD valutarisico van de deelneming zelf, wordt verworpen. Geven beschikking ten onrechte geweigerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-21/00678</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:9742</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2748"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende woont in Nederland en werkt in België. Hij heeft verzocht om aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor het Belgische loon en om toepassing van de compensatieregeling van art. 27 Belastingverdrag Nederland – België. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard omdat de inspecteur een teruggaaf van premieheffing met te weinig inkomstenbelasting heeft gecompenseerd. De inspecteur stelt hoger beroep in en betoogt dat het oordeel van de rechtbank onjuist is omdat voor de inkomstenbelasting sprake is van navorderen in plaats van interne compensatie en omdat interne compensatie bij de compensatieregeling mogelijk zou moeten zijn. Het hof is van oordeel dat er geen aanleiding is om in gevallen waarbij de compensatieregeling aan de orde is, af te wijken van het arrest van de Hoge Raad van 22 november 2000 en verklaart het hoger beroep ongegrond. Belanghebbende heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en betoogt dat de in België ingehouden premies van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) meetellen als ingehouden premies volksverzekeringen. Het hof acht het oordeel van de rechtbank juist dat voor de berekening van de compensatie niet hoeft te worden uitgegaan van de RSZ-premies, omdat deze niet vergelijkbaar zijn met de Nederlandse volksverzekeringen en verklaart het incidentele hoger beroep eveneens ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/853</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, T.A. Gladpootjes, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-12-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:3123</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:542</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:542</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:542"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting, ongeldige parkeervergunning</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/3315</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. Dondorp-Loopstra</contributor><issued>2024-02-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1323</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1323</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1323"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd. Betaling via parkeerapp voor aangrenzende 10-cent zone waar nog niet het tarief van € 4,50 gold. Misleidende informatie belanghebbende in hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/454</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:5986</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:5986</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:5986"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Te laat bezwaar. Niet voor herstel vatbaar verzuim. Omdat heffingsambtenaar niet heeft gevraagd naar verschoonbaarheid, bepaalt rechtbank dat hij het griffierecht moet vergoeden. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 3658</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes</contributor><issued>2024-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7266</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7266</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7266"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3338</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd</contributor><issued>2024-10-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1089"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Rechtsgeldigheid vaststellingsovereenkomst. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Redelijke schatting. Afwaarderingsverlies vordering. Vrijval schulden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/460 t/m 20/464</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:919</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:888</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:888</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:888"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Bezitstermin.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/488</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:266</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1256</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1256</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1256"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:42 Awb. Art. 5b AWR. Art. 1a en art 1b UR AWR. Art. 52 AWR. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Uitworpredenen. Geen onrechtmatige risico-selectie van degene die giftenaftrek claimde en reden was om bij belanghebbende derdenonderzoek in te stellen. ANBI-onderzoek bij belanghebbende direct gevolg van uitkomst derdenonderzoek. Geen onrechtmatige selectie voor derdenonderzoek en ANBI-onderzoek. Rapport ANBI-onderzoek blijft niet buiten beschouwing. ANBI-beschikking ten onrechte ingetrokken met terugwerkende kracht tot 2008. Liquidatiebepaling voldoet aan art. 1b UR AWR. Gebreken in administratie. Kwitanties niet volledig ingevuld. Terugbetalingsverplichtingen leningen. Kasverschillen 2010 tot en met 2014. Belanghebbende voldoet aan 90%-criterium.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/892</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:11856</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2281</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2281</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2281"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 8:42 Awb. Door geen inzicht te geven in de wijze waarop hij een statistische analyse heeft uitgevoerd, heeft de inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd. Artikel 16 AWR. De Inspecteur beschikt over een nieuw feit dan wel is sprake van een kenbare fout. Verdedigingsbeginsel. De Inspecteur heeft het verdedigingsbeginsel niet geschonden. VPB en OB. De administratie van belanghebbende vertoonde dusdanige gebreken dat deze niet kan dienen als grondslag voor de winst- en omzetberekening. Gelet op de theoretische omzetberekening van de Inspecteur heeft belanghebbende de vereiste aangiften niet gedaan voor beide belastingmiddelen. De schatting van de Inspecteur is redelijk. De vergrijpboetes zijn terecht opgelegd omdat sprake is van (voorwaardelijk) opzet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00449 tot en met BK-22/00453</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:2224</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:2224</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:2224"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tussen partijen is niet in geschil dat, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2023, de naheffingsaanslag moet worden verminderd. Naar het oordeel van de rechtbank dient op grond van de markt- en dealersituatie nog een correctie van 15% te worden toegepast. Voor verdere vermindering of vernietiging van de naheffingsaanslag bestaat geen aanleiding. Eiseres heeft recht op een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22_4688</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema</contributor><issued>2024-05-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:11242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:11242"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beroepsfout accountant. Onjuiste berekening van fiscale gevolgen van de ontbinding van een vennootschap met pensioen- en stamrechtverplichtingen omdat die was gebaseerd op de fiscale waarde in plaats van de economische waarde. Onrechtmatige daad jegens de aandeelhouder van de inmiddels ontbonden vennootschap. Causaal verband met de ontbinding. Belastingaangifte op basis van geïndexeerde pensioenrechten is geen schending van schadebeperkingsplicht. Geen andere vorm van eigen schuld. Schadebegroting. Kansschade. Verrekening van contante waarde van (toekomstige) belastingkortingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/664892/ HA ZA 23-768</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten</contributor><issued>2024-11-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2222"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In één uitspraak oordeelt het hof dat de door een drietal vennootschappen geëxploiteerde coffeeshops hun winsten hebben afgeroomd door de inkoopkosten van softdrugs in strijd met de werkelijkheid op te hogen. De inspecteur heeft volgens het hof terecht de belastbare bedragen voor de vennootschapsbelasting over de jaren 2010 tot en met 2014 (met omkering van de bewijslast) met de afgeroomde winsten (ter grootte van 10% van de geboekte inkoopkosten) verhoogd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/852 tot en met 22/859 en 22/879 tot en met 22/884</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, A.J. Kromhout, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-11-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2020:2206</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:796"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 7(4) Wet OB; fiscale eenheid; financiële verwevenheid; art. 11 Btw-richtlijn; HvJ Norddeutsche Gesellschaft für Diakonie; nieuwe invulling financiële verwevenheid? In deze zaak is de financiële verwevenheid voor de vorming van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting in geschil. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is bij aandelenvennootschappen sprake van financiële verwevenheid indien de meerderheid van de aandelen – waaronder de daaraan verbonden zeggenschap – (on)middellijk in dezelfde handen is. Nu de aandeelhouder van belanghebbende in de onderhavige zaak slechts beschikt over 50% van de aandelen en de daaraan verbonden juridische zeggenschap, hebben de Rechtbank en het Hof overeenkomstig dit criterium van de Hoge Raad geoordeeld dat in casu niet is voldaan aan het vereiste van financiële verwevenheid. Op 1 december 2022 heeft het Hof van Justitie arrest gewezen in de zaak Norddeutsche Gesellschaft für Diakonie. Het Hof van Justitie oordeelt dat het begrip ‘nauwe financiële banden’ een unierechtelijk begrip is en dat het vereiste van een nauwe band niet aldus mag worden opgevat dat de vorming van een fiscale eenheid is beperkt tot entiteiten die zich in een verhouding van ondergeschiktheid bevinden. Hieruit volgt volgens het Hof van Justitie dat het vereiste van de meerderheid van het aandelenbelang niet mag worden gesteld naast het vereiste van een meerderheid van de stemrechten. A-G Ettema concludeert op basis van dit arrest van het Hof van Justitie dat het huidige criterium voor financiële verwevenheid zoals geformuleerd door de Hoge Raad, te streng is. De A-G komt tot de slotsom dat buiten redelijke twijfel de conclusie kan worden getrokken dat sprake is van de vereiste financiële band tussen een (rechts)persoon die 50% van de aandelen in een andere entiteit in handen heeft en die andere entiteit, indien die (rechts)persoon in staat is zijn wil op te leggen aan de andere entiteit. In de onderwerpelijke zaak heeft dit tot gevolg dat belanghebbende voldoet aan het vereiste van financiële verwevenheid met haar aandeelhouder. Omdat voorts niet in geschil is dat sprake is van organisatorische en economische verwevenheid, vormen zij samen een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. A-G Ettema geeft de Hoge Raad in overweging het beroep in cassatie gegrond te verklaren en de zaak af te doen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00708</description><issued>2024-08-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:357"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Recht op jonggehandicaptenkorting in de zin van artikel 8.16a Wet IB 2001 bij recht op toekenning van een Wajong-uitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2466</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N. Djebali, W.J. Blokland, E.A.M. Huiskers-Stoop</contributor><issued>2024-03-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:435</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:435</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:435"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03253</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-03-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1992</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7141</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7141</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7141"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wraking, kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/426921 HA RK 24-185 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Th. Peters, A.G.M. Zander, P.H.J.G. Römers</contributor><issued>2024-10-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1351</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1351</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1351"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Het Hof oordeelt dat voor belanghebbende redelijkerwijs onvoldoende kenbaar was dat de parkeerlocatie niet (ook) in het vergunninggebied ligt waarvoor de bezoekersvergunning geldig is waarmee de auto was aangemeld. Hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/397</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1717</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1717</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1717"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artt. 1:3, 4:17 en 4:18 Awb. Heffingsambtenaar heeft dwangsomverzoeken inzake vijf naheffingsaanslagen parkeerbelasting reeds bij de uitspraken op bezwaar tegen de naheffingsaanslagen afgewezen. Inzake drie andere naheffingsaanslagen is uitspraak op bezwaar gedaan zonder voorafgaande ingebrekestelling. (Herhaald) verzoek om dwangsom niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/834</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:6612</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1487"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting / bekendmaking van aanslagen De inspecteur heeft aanslagen en beschikkingen vastgesteld ten name van 2 ontbonden en vereffende stichtingen. Deze zijn slechts bekendgemaakt aan de voormalige vereffenaar van de stichtingen. De beroepen zijn naar het oordeel van de rechtbank ontvankelijk nu deze zijn ingesteld door de voormalige vereffenaar van de stichtingen. Tussen partijen is niet in geschil dat de aanslagen en beschikkingen niet volgens de in de wet voorgeschreven wijze bekend zijn gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank is ook niet voldaan aan de strekking van de regels van bekendmaking. De aanslagen en beschikkingen worden vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1318, 22/1319, 22/1320 en 22/1337 t/m 22/1339</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen, V.A. Burgers, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-03-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:812</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:367</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:367</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:367"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen opgewekt vertrouwen door boekenonderzoek omzetbelasting. De omzetbelasting wordt herrekend omdat belanghebbende die niet kan verhalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00797 tot en met 22/00801</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, P. Fortuin, B.G. van Zadelhoff</contributor><issued>2024-03-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:822</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:995"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Deelnemingsvrijstelling; art. 13(7) Wet Vpb; valutaresultaat op lening in USD tot financiering van een deelneming die in andere valuta (NOK) rapporteert, maar wel in een USD-branche opereert (olie en gas); kan een beschikking ex art. 13(7) Wet Vpb ook gegeven worden bij zo’n indirect USD-valutarisico? Wat betekenen ‘strekt tot het afdekken’ in de wettekst en ‘vanuit economisch oogpunt afgedekt’ in de MvT? Feiten: de belanghebbende heeft in 2017 alle aandelen in de in Noorwegen gevestigde groepsmaatschappij [A] en een vordering op D ad NOK 26.949 mio gekocht van een in Nederland gevestigde zustervennootschap. D houdt zich bezig met exploratie naar en productie van olie en gas. Als tegenprestatie heeft de belanghebbende een externe schuld ad USD 4.120 mio van zuster overgenomen. Zij heeft die externe USD credit facility voor € 2.943 mio toegerekend aan de vordering op D en voor € 923 mio aan de deelneming in D, die onder de deelnemingsvrijstelling valt. D rapporteert in NOK en doet ook in NOK aangifte voor de Noorse winstbelasting en Petroleum Tax. In belanghebbendes commerciële jaarrekening 2017 is de deelneming in D met € 151,7 mio afgewaardeerd “mainly” wegens daling van de USD-koers ten opzichte van de euro. De belanghebbende heeft de Inspecteur verzocht om bij beschikking ex art. 13(7) Wet Vpb vast te stellen dat de USD-lening, voor zover toegerekend aan de deelneming D, strekt tot afdekking van het valutarisico op die deelneming, zodat ook valutaresultaten op die lening vrijgesteld zijn, net zoals de valutaresultaten op de deelneming zelf. Dat verzoek heeft de Inspecteur afgewezen. In geschil is die afwijzing. Het Hof oordeelde dat dat uit de wettekst of diens totstandkomingsgeschiedenis niet volgt dat de beschikking alleen wordt gegeven als de lening of het afdekkingsinstrument in dezelfde valuta luidt als die waarin de deelneming haar jaarrekening opstelt of aangifte doet. Evenmin steunen die tekst en geschiedenis de opvatting dat geen beschikking wordt afgegeven als de belanghebbende indirect valutarisico loopt of de hedge imperfect is. De voorloper van art. 13(7) (art. 13(1) (oud) Wet Vpb) is mede op verzoek van het bedrijfsleven ingevoerd om de door HR BNB 1977/12 en BNB 1994/273 ontstane discrepantie weg te nemen tussen de fiscale behandeling van valutaresultaat op deelnemingen (vrijgesteld) en valutaresultaat op leningen tot financiering van die deelnemingen en op afdekkingsinstrumenten bij financiering van deelnemingen uit eigen vermogen (belast). Als de wetgever de werking van art. 13(7) Wet Vpb had willen beperken tot gevallen waarin de financiering in de valuta luidt van het vestigingsland van de deelneming, had het voor de hand gelegen dit in de wet vast te leggen of het in de totstandkomingsgeschiedenis toe te lichten. Nu de wetgever dat niet heeft gedaan, zag het Hof geen aanleiding die beperking in art. 13(7) Wet Vpb te lezen. Gelet daarop en op de gegevens dat (i) de waarde van D’s bezittingen voor een groot deel afhangt van de in USD luidende olieprijs; (ii) D’s cashflow in USD luidt; (iii) de deelneming in D is gekocht tegen een prijs in USD, (iv) de in USD luidende credit facility als onderdeel van diezelfde transactie is overgenomen en (v) ook een eventuele verkoop van D in USD zal plaatsvinden, achtte het Hof de belanghebbende geslaagd in het bewijs dat de overgenomen USD credit facility een valutarisico afdekt dat zij met de deelneming in D loopt ex art. 13(7) Wet Vpb. De Staatssecretaris betoogt in cassatie dat het Hof ten onrechte of onvoldoende gemotiveerd heeft aangenomen dat de USD credit facility ‘strekt tot’ afdekking van een valutarisico dat de belanghebbende met de deelneming in D loopt, omdat (a) art. 13(7) Wet Vpb niet bedoeld is voor gevallen waarin het afdekkingsinstrument in andere valuta (USD) luidt dan die waarin de deelneming rapporteert (NOK) omdat in die situatie het valutarisico niet vanuit economisch oogpunt is afgedekt en (b) de regeling alleen bedoeld is voor valutarisico dat met de deelneming wordt gelopen en niet voor valutarisico dat door de deelneming zelf wordt gelopen; het Hof heeft de regeling ten onrechte ook toegepast op indirecte valutarisico’s (van de deelneming) en/of imperfecte hedges. A-G Wattel ziet drie te beantwoorden vragen: (i) ziet art. 13(7) Wet Vpb ook op indirect – via een deelneming - door een belastingplichtige gelopen valutarisico’s? Zo ja: (ii) ziet art. 13(7) Wet Vpb alleen op (nagenoeg) perfect (directe of indirecte) hedges of ook op effective hedges? Anders gezegd: wat betekent ‘strekt tot het afdekken’ in de wet en ‘vanuit economisch opzicht afgedekt’ in de parlementaire toelichting? (iii) Als art. 13(7) Wet Vpb ook effective hedges van indirecte valutarisico’s bestrijkt, is de vraag of voldoende onderbouwd is ’s Hofs oordeel dat belanghebbendes valutarisico’s met betrekking tot D effectively hedged waren door haar dollarfinanciering van die deelneming. De A-G leest in de wettekst en -geschiedenis niet de allocatiebeperking die de Staatssecretaris er in leest (alleen het directe valutarisico op de directe deelneming). Onder een valutarisico dat ‘met’ een deelneming wordt gelopen, kan zijns inziens ook een indirect, via een tussenhoudster, gelopen valutarisico vallen of een indirect valutarisico zoals dat van de belanghebbende. Dat ook indirecte valutarisico’s ‘vanuit economisch oogpunt’ afgedekt kunnen zijn, volgt zijns inziens uit de accountingstandaarden IFRS 9 en IFRIC 16. De A-G meent daarom dat het Hof terecht vraag (i) bevestigend heeft beantwoord. Onjuist acht de A-G echter ’s Hofs antwoord op vraag (ii). Het Hof acht niet relevant of de hedge imperfect is. De expliciete wens van de wetgever om valutaresultaten op leningen alleen vrij te stellen voor zover zij het valutarisico op buitenlandse deelnemingen ‘uit economisch oogpunt’ afdekken, impliceert volgens de A-G echter dat de wetgever het oog had op (nagenoeg) perfect hedges en niet ook op slechts effective hedges (die de Hoge Raad in HR BNB 2009/271 (Cacaobonen) HR BNB 2019/58 (Kunstmest) omschreef als de verwachting op balansdatum dat de waardeontwikkelingen van de vermogensbestanddelen hoogstwaarschijnlijk zullen correleren binnen een bandbreedte van 80 tot 125 procent). De berekeningen die de medewetgever in de parlementaire toelichting maakte om de door hem gewenste koppeling tussen deelneming en financiering te laten zien, lijken de A-G praktisch onuitvoerbaar als een bandbreedte van 80 tot 125 procent voldoende afdekking ‘vanuit economisch oogpunt’ zou zijn. De uitvoerbaarheidsproblemen zouden niet te overzien zijn en werkbare uitkomsten zouden alleen schattenderwijs en compromissoir tot stand komen. Dat kan niet de bedoeling van de wetgever geweest zijn. Het gaat hier ook niet cacaobonen of aardgas, maar om valutaresultaten, waarbij zijns inziens minder behoefte bestaat aan een dergelijke bandbreedte, omdat het veelal eenvoudig is om (nagenoeg) perfect te hedgen. Hij meent daarom dat de wetgever alleen (nagenoeg) perfecte hedges onder art. 13(7) Wet Vpb wilde vatten. Het Hof heeft dan een verkeerde maatstaf aangelegd. De omstandigheden waarop hij baseerde dat het USD-risico op/met/door/via D ‘vanuit economisch oogpunt’ afgedekt zou zijn, kunnen niet zijn oordeel dragen dat de USD credit facility een perfect hedge is van het USD-risico dat de belanghebbende loopt met betrekking tot D. Dat de waarde van D’s bezittingen ‘voor een groot deel’ afhangt van de in USD luidende olieprijs, dat haar cashflow vooral in USD luidt, en dat de USD credit facility als onderdeel van de verwerving van D in USD is overgenomen, impliceert geenszins dat de hedge perfect is. Dat D in de commerciële jaarrekening afgewaardeerd is met € 151,7 mio houdt slechts “mainly” verband met de omstandigheden dat D haar cashflow in USD genereert en dat de USD in 2017 tegenover de euro is gedaald. ‘Mainly’ duidt niet op een perfect hedge van belanghebbendes USD-risico op D door de USD credit facility. De jaarrekening laat bovendien niet het bedrag zien waarmee het aan de financiering van [A] toegerekende deel van de USD credit facility is afgewaardeerd in Euro’s. Dat D in USD is gekocht en mogelijk eens in USD verkocht wordt, lijkt de A-G niet relevant. Dat D’ transacties ‘doorgaans’ in dollars luiden, impliceert dat niet haar gehele cashflow in dollars luidt. Dat de waarde van D’s bezittingen ‘voor een groot deel’ afhangt van de dollar impliceert dat die waarde daar niet geheel door bepaald wordt. Evenmin heeft het Hof onderzocht of de USD de facto D’ functionele valuta was. Voor zover dat oordeel in zijn uitspraak gelezen zou moeten worden, is dat volgens de A-G onvoldoende gemotiveerd omdat het niet gebaseerd kan worden op de door het Hof vastgestelde feiten. De zaak zou dus terug moeten naar de feitenrechter, maar de vastgestelde feiten en het dossier lijken de A-G echter geen andere conclusie toe te laten dan dat de deelneming niet gelijkgesteld kan worden met een USD-vermogensbestanddeel en dat de dollar de facto niet als haar functionele valuta beschouwd kan worden. Hij meent daarom dat het cassatieberoep van de Staatssecretaris gegrond is en dat de Hoge Raad de zaak zelf kan afdoen. Conclusie: gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04998</description><issued>2024-10-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6798</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6798</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6798"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanmaningskosten parkeerbelasting. Bezwaar en beroep ingesteld door een ander dan aan wie de beschikking is opgelegd. Ook niet gesteld of gebleken is dat de kosten op belanghebbende verhaald zouden worden. Belanghebbende is niet beroepsgerechtigd. Beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 23_2971</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2024-12-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:721</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:721</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:721"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Woonplaats art. 4 AWR; duurzame band van persoonlijke aard; belanghebbende woont op grond van nationaal recht in Nederland; toepassing Verdrag Nederland - Duitsland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2549 en 22/2550</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:10717</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:6431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:6431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:6431"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">PARKBL, naheffing parkeerbelasting: berekening kosten naheffing, uurtarief BOA, kosten ter zake van het opleggen van een naheffing. De naheffingsaanslag is ten onrechte opgelegd. Het beroep is gegrond. Vernietiging uob, vernietiging naheffingsaanslag, veroordeling heffingsambtenaar in proceskosten en vergoeding griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 23/3987</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.W.A. Schimmel</contributor><issued>2024-12-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:854"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter a, Wet OB 1968 en Tabel I, post b.3, bij de Wet OB 1968; punt 14 van Bijlage III bij BTW-richtlijn 2006; verlaagd tarief; gelegenheid geven tot sportbeoefening; ter beschikking stellen van zeiljachten met gebruikmaking van havenfaciliteiten; begrip sport.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01928</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-06-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:717</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1025</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1025</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1025"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019 aftrek specifieke zorgkosten. In beroep is de aftrek van farmaceutische hulpmiddelen gedeeltelijik geaccepteerd. De overige kosten voor farmaceutische hulpmiddelen zijn niet aannemelijk gemaakt. De kosten van een luchtreinigingsapparaat zijn niet aftrekbaar (niet voldaan aan hoofdzakelijkheidscriterium). Het zorgvuldigheidsbeginsel is niet geschonden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4640</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-02-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:745</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:745</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:745"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen parkeerbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/192</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3015</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3015</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3015"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Rioolheffing. Opbrengstlimiet. Gelijkheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00383</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, W.A.P. van Roij, L.B.M. Klein Tank</contributor><issued>2024-01-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:3981</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:992</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1165</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1165</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1165"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van aftrekbare kosten, omdat een verband met inkomen uit werk en woning dan wel inkomen uit aanmerkelijk belang ontbreekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/3532</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2024-04-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1590"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft een beleggingsverzekering (lijfrente) afgesloten bij een verzekeraar. Het na afloop vrijgekomen kapitaal is aangewend voor de aankoop van een periodiek uitkerende lijfrenteverzekering. Belanghebbende is een klachtprocedure gestart jegens de verzekeraar vanwege geleden vermogensschade door het verstrekken van verkeerde productinformatie bij het afsluiten van de verzekering en nalatigheid van de verzekeraar in zijn zorgplicht. Belanghebbende en de verzekeraar hebben ter beëindiging van hun geschil een VSO gesloten. In geschil is of het bedrag dat naar aanleiding van de VSO is uitbetaald terecht tot de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen is gerekend. Naar het oordeel van het hof is dit terecht gebeurd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1393</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, I. Reijngoud, J. Wessels</contributor><issued>2024-05-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3788</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6088</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6088</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6088"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">de rechtbank is van oordeel dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van invorderingsrente als bedoeld in artikel 28c Invorderingswet over de periode 1 januari 2015 tot en met 31 augustus 2018.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/2832 t/m 21/2842</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-09-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1130</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:983</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:983</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:983"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kostenvergoeding wegens een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/418</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N. Djebali, W.J. Blokland, E.A.M. Huiskers-Stoop</contributor><issued>2024-04-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1440</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1440</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1440"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02279</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:3355</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:1786</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:1786</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:1786"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Loonbelasting. Schenking aan vier werknemers is geen loon. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 22_3310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Westerbaan, A.P. Vaatstra, J.J.J. Engel</contributor><issued>2024-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:188</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:188</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:188"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Loonheffingen. Extraterritoriale werknemer, 30%-regeling. Belanghebbende, jonger dan 30 jaar, kwalificeert als ingekomen werknemer met specifieke deskundigheid. Belanghebbende volgde een WO-masteropleiding aan een instelling voor HBO-onderwijs. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende kwalificeert als ‘werknemer die in het wetenschappelijk onderwijs een Nederlandse mastergraad of een hiermee gelijkwaardige buitenlandse graad heeft behaald’.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 23_2946</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Germs-de Goede, A.P. Vaatstra, R.W.J. van der Struijk</contributor><issued>2024-01-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1291</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1291</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1291"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking invorderingsrente in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, beroep gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/4495</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. Dondorp-Loopstra</contributor><issued>2024-03-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1692</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1692</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1692"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen Mrb en fijnstoftoeslag, verzuimboete, betalingsregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/169, BRE 23/170 en BRE 24/1449</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-03-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1503</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1503</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1503"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Woonplaats.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/959</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:3387</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:309</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:309</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:309"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Nieuw feit, aangifte geautomatiseerd afgedaan. Resultaat uit overige werkzaamheden, PGB, aftrek vervoerskosten, belanghebbende voldoet niet aan bewijslast. Opname echtgenoot van belanghebbende in FSV geen aanleiding tot vernietiging (navorderings)aanslag of toekenning schadevergoeding. Geen recht op immateriële schadevergoeding. Geen recht op hogere dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/639 tot en met BK-23/643</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:10820</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1310</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:150"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00049</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:10104</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1716"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Energiebelasting en opslag duurzame energie; art. 64, lid 4, art. 70, lid 3, Wbm en art. 1, lid 3, Wet ODE; art. 2, lid 4, letter b, Richtlijn 2003/96/EG (Energiebelastingrichtlijn); Bijlage bij Verordening (EEG) nr. 3037/90; vrijstelling van aardgas gebruikt voor mineralogische procedés; vervaardigen van keramische tegels; gebruik van aardgas voor het sproeidrogen van een slurry tot granulaat waaruit de tegels worden gevormd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03448</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-11-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:2779</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1920"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02824</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-12-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1642</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1632"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ niet-woning</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/197</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.Z.B. Sterk</contributor><issued>2024-03-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:449</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:449</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:449"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Ondernemerschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/415 tot en met 22/721</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-02-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7973</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7973</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7973"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Direct mondeling uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 3602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.P. Hertsig</contributor><issued>2024-11-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1506"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Feitelijk leidinggeven aan belastingfraude begaan door rechtspersoon (art. 69 AWR) en doen plegen van valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr). 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM op de grond dat inkeerregeling a.b.i. art. 69.3 AWR van toepassing is. 2. Bewijsklacht belastingfraude. Heeft verdachte opzettelijk onvolledige of onjuiste informatie aan belastingdienst verstrekt a.b.i. art. 68.1.a jo. 69.1 AWR? 3. Bewijsklachten valsheid in geschrift. Heeft verdachte een brief aan belastingdienst valselijk doen opmaken? 4. Overschrijding redelijke termijn in feitelijke aanleg. Kon hof volstaan met vaststelling dat redelijke termijn is overschreden, nu sprake is van oplegging van geheel voorwaardelijke straf? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01699</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:820</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:666</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:5458</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:5458</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:5458"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Gegrond; artikel 3.8 van de Wet IB 2001; hoogte belastbare winst uit onderneming; studiekosten kinderen, fitnesskosten kind en overige kosten niet ten laste van de winst uit onderneming; stukken buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/3405</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, C. Huisman</contributor><issued>2024-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:730"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Teruggaaf Bpm. Art. 14a Wet Bpm en art. 8d, lid 1, UR Wet Bpm. De Inspecteur voert de teruggaafregeling correct uit, aangezien hij bij de berekening van de teruggaaf bij export is uitgegaan van de bpm die op de datum van de tenaamstelling verschuldigd was. Belanghebbende heeft geen recht op een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: nummers BK-23/62 en BK-23/63</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:18432</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:18432</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:18432"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In Italië gestationeerde piloot krijgt op grond van het vertrouwensbeginsel een hogere aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Het beleid vóór de uitspraak van gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 januari 2019 is op grond van het vertrouwensbeginsel van toepassing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 6209</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Maas</contributor><issued>2024-11-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:5496</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:5496</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:5496"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Vergoedingen voor proceskosten en immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/279 t/m 23/290</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:28</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1479"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02410</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4247</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2409"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 4 AWR en art. 4, lid 2, letter a, Belastingverdrag Nederland-Turkije. Belanghebbende is sinds zijn pensionering werkzaam als piloot voor een Turkse luchtvaartmaatschappij. Belanghebbende heeft een appartement in Turkije. De echtgenote is in het onderhavige jaar teruggegaan naar Nederland in verband met haar werkzaamheden. Het hof is van oordeel dat belanghebbende zowel naar nationaal recht als voor de toepassing van het Verdrag als inwoner van Nederland moet worden aangemerkt. Het middelpunt van de levensbelangen van belanghebbende bevindt zich in Nederland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1699</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, I. Reijngoud, R.W.G. Rouwers</contributor><issued>2024-10-10</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 4</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:5141</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:963</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:963</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:963"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 51(1)(b) WA; ‘voorhanden hebben’; gevolg strafrechtelijke vrijspraak voor fiscale zaak; arrest Melo Tadeu</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00052</description><issued>2024-10-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:16827</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:16827</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:16827"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Integrale (proces)kostenvergoeding. Omzetbelasting, schending verdedigingsbeginsel, handelen in verregaande mate onzorgvuldig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 2367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.M. Drok, M.E. Kiers, P.E. Halprin</contributor><issued>2024-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:432</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:136</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:136</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:136"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat schriftelijk is geopteerd voor belaste verhuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/57</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:6582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:6582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:6582"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">ANBI. Eiseres organiseert kookdagen waarbij ouderen samen met jongeren (studenten) vrijwilligers soepen bereiden en deze gezamenlijk bij de lunch opeten. Soep die overblijft van deze kookdagen wordt gratis bij ouderen aan huis bezorgd. Eiseres is gelieerd aan een BV. Eiseres heeft de ANBI-status aangevraagd, maar die is haar door verweerder geweigerd. De rechtbank acht aannemelijk dat de BV aanzienlijke marketingvoordelen geniet van de activiteiten van eiseres en dat de algemeen nuttige activiteiten van eiseres de verkopen van soep door de BV bevorderen en dat de activiteiten van eiseres de naamsbekendheid van het desbetreffende merk vergroten. De marketingvoordelen en de waardestijging van het merkenrecht komen in beginsel ten goede aan de BV en aan haar aandeelhouders. De ANBI-status is daarom terecht geweigerd. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 399</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, G.H. de Soeten, P.A. Caljé</contributor><issued>2024-09-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1928</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1928</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1928"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Leerstuk vereiste aangifte van toepassing in verrekenprijsgeschillen. Omkering en verzwaring bewijslast. Redelijke schatting Belanghebbende, X B.V., maakt deel uit van een internationaal opererend concern dat zich bezighoudt met de verwerking van agrarische grondstoffen. In geschil is of twee concernvennootschappen die deel uitmaken van een fiscale eenheid met belanghebbende als moedermaatschappij, in 2009 in het kader van een herstructurering van het concern alleen afzonderlijke activa en passiva hebben overgedragen aan een gelieerde, in Zwitserland gevestigde vennootschap, of dat zij daarnaast nog iets van aanvullende waarde hebben overgedragen dan wel prijsgegeven waarvoor deze vennootschappen ten onrechte geen vergoeding hebben bedongen. De inspecteur stelt dat dit laatste het geval is en dat belanghebbende om die reden niet de vereiste aangifte heeft gedaan als bedoeld in artikel 27e AWR. Het Hof is van oordeel dat ook in verrekenprijsgeschillen die onder de reikwijdte van artikel 8b Wet Vpb vallen, de bewijsrechtelijke sanctie van artikel 27e AWR kan worden toegepast. De in de wetsgeschiedenis van artikel 8b Wet Vpb besproken lichtere vorm van bewijsrechtelijke sanctie (omkering en geen verzwaring van de bewijslast) heeft uitsluitend betrekking op de niet-naleving van de in artikel 8b, derde lid, Wet Vpb opgenomen documentatieverplichting. In het onderhavige geval heeft het Hof geoordeeld dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de twee met belanghebbende gevoegde vennootschappen nog iets van additionele waarde hebben overdragen aan de Zwitserse gelieerde vennootschap waarvoor zij ten onrechte geen vergoeding hebben bedongen, dat de inspecteur (mede gelet op de door een deskundige berekende minimale waarde van hetgeen in totaal is overdragen) om die reden terecht een verrekenprijsprijscorrectie heeft aangebracht op de voet van artikel 8b Wet Vpb en dat hij bovendien aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan als bedoeld in artikel 27e AWR, zodat de bewijslast dient te worden omgekeerd en verzwaard. Aangezien niet in geschil is dat belanghebbende aan de inspecteur alle relevante feiten en omstandigheden heeft verschaft waarop deze zijn redelijke schatting kan baseren, moeten in dit geval striktere eisen worden gesteld aan de redelijkheid van de schatting waarop de inspecteur zijn uitspraak op bezwaar heeft gebaseerd. Het hoger beroep van de inspecteur is deels gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2419</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:9062</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:487"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01733</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-03-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:510</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:610</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:610</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:610"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Ontvankelijkheid hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/949 en 21/950</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:3015</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1534</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1534</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1534"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Hof stelt waardevermindering wegens schade hoger vast dan waarvan inspecteur is uitgegaan bij opleggen naheffingsaanslag. Beroep van belanghebbende op herleidingsmethode wordt verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/700</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, T.A. Gladpootjes, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-05-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2370</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1583</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1583</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1583"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02002</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-11-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1205</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3134"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen precariobelasting 2021 en 2022 opgelegd aan eigenaar van twee woonboten. Onvoorwaardelijke toezegging heffingsambtenaar ter eerdere zitting Hof dat hij ambtshalve de reeds opgelegde aanslagen voor verhuurde woonboot zou vernietigen. Aanslagen voor zelfbewoonde woonboot blijven in stand. Door het verlenen van een omgevings- en/of ligplaatsvergunning ontstaat geen gedoogplicht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1184 en 24/138</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:8990</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7511"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen loonbelasting 2013 tot en met 2016.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 21 _ 4638 t/m 21 _ 4640 en 23 _ 196</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, J.H. Bogert, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-11-08</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1842</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3792</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3792</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3792"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak na verwijzing. IB/PVV. Redelijke schatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2587 en 23/2588</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2024-06-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1741</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1741</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1741"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PV 2016 en 2017. Beroep op interne compensatie, omkering en verzwaring van de bewijslast, inkomen uit aanmerkelijk belang, verkapte winstuitdeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/806 en 23/807</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-03-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1662</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1662</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1662"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV 2014 en 2015. Aftrek uitgaven voor extra gezinshulp. Art. 6.1, lid 2, letter d, Wet IB 2001. Art. 6.17, lid 1, letter e, en lid 5, Wet IB 2001. Belanghebbende heeft geen gedagtekende facturen overgelegd waarop duidelijk en op overzichtelijke wijze de naam en het adres van de gezinshulp zijn vermeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/1085 en BK-23/1086</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:13860</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8993"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Heretikettering bedrijfswoning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/5172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-01-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:147</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:147</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:147"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting, boete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 22 _ 4339</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-01-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2023:1173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2023:1173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2023:1173"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns; art. 5(1)a van Richtlijn 2011/64, artt. 29 en 32 WA; afvallen van tabak; rooktest. Is het product van belanghebbende geschikt om te worden gerookt? Is van belang dat het product vanuit het oogpunt van de (gemiddelde) consument daarvoor geschikt is? In naam en voor rekening van belanghebbende is aangifte gedaan voor in het vrije verkeer brengen van goederen met de omschrijving ‘afvallen van tabak’. Het Douane Laboratorium heeft onderzoek gedaan naar monsters van deze goederen. Voor de accijnsheffing heeft het Douane Laboratorium het product aangemerkt als rooktabak. In het advies staat dat sigaretten die zijn gemaakt met dit product goed rookbaar zijn. De rooktest is uitgevoerd conform de procedure beschreven in de GN-toelichting van post 2403, bijlage A. De Inspecteur heeft een uitnodiging tot betaling aan belanghebbende uitgereikt. De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en de uitnodiging tot betaling vernietigd. Het Hof heeft beslist dat die uitspraak niet in stand kan blijven. Naar het oordeel van het Hof voldoet het ingevoerde goed niet aan art. 5(1)b van Richtlijn 2011/64, reeds omdat het product op het moment van invoer was verpakt in balen en dus niet was “verpakt voor verkoop aan de consument”. Het ingevoerde goed voldoet naar het oordeel van het Hof wel aan art. 5(1)a van Richtlijn 2011/64. Er is ten eerste sprake van gesneden tabak in de zin van die bepaling. Dat het product wellicht een bijproduct is en niet het hoofdproduct, staat niet aan dit oordeel in de weg. Het ingevoerde goed is ten tweede geschikt om zonder verder industriële bewerking te worden gerookt. Het Hof leidt uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie af dat hiervoor moet worden vastgesteld of het product in de vorm waarin het is ingevoerd kan worden gerookt. De rooktest is uitgevoerd conform de procedure die is beschreven in de Toelichting EG, bijlage A, op GN-post 2043. Daarbij is geconstateerd dat het product geschikt is om te worden gerookt. Naar het oordeel van het Hof geldt de vrije bewijsleer voor de vaststelling of tabak al dan niet geschikt is om te worden gerookt. De rooktest kan daarvoor ook worden gebruikt. Er is dus ook voldaan aan de tweede voorwaarde van art. 5(1)a van Richtlijn 2011/64. Het ingevoerde product is daarmee ook een tabaksproduct voor de toepassing van de WA. In cassatie stelt belanghebbende vijf middelen voor. Middel I komt op tegen het oordeel dat het ingevoerde goed geen tabaksafval is. Het middel betoogt verder dat tabaksafval alleen als rooktabak kan worden aangemerkt als het voldoet aan de in art. 5(1)b van Richtlijn 2011/64 genoemde voorwaarden. Middel II voert aan dat het Hof buiten de rechtsstrijd van partijen is getreden door te oordelen dat het ingevoerde goed niet als tabaksafval kan worden beschouwd. Middel III betoogt dat zelfs al zou het ingevoerde goed geen tabaksafval zijn, het geen tot verbruik bereide rooktabak is in de zin van art. 29 WA, in samenhang gelezen met art. 5(1)a van Richtlijn 2011/64. Het Hof geeft een onjuiste uitleg aan het begrip ‘gesneden tabak’. Bovendien acht het middel onjuist dat het Hof uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie afleidt dat dient te worden vastgesteld of het product kan worden gerookt. Het Hof heeft ten onrechte de rooktest in de toelichting, bijlage A, bij GN-post 2401, die niet is geschreven voor de accijnswetgeving, voldoende geacht. Middel IV betwist de representativiteit van het monster en verwijst in dit kader onder meer naar de procedure voor tabak in SAMANCTA (sampling manual for customs and tax authorities). Middel V is een ‘veegmiddel’ en bevat geen zelfstandige klachten. A-G Ettema onderzoekt eerst of een product dat voldoet aan de omschrijving van tabaksafval in de zin van art. 5(1)b van Richtlijn 2011/64, ook kan worden aangemerkt als rooktabak in de zin van art. 5(1)a van Richtlijn 2011/64. In de beoordeling betrekt zij de bewoordingen en de context van deze laatste bepaling. Ook komen de doelen die met Richtlijn 2011/64 worden nagestreefd, aan de orde. De A-G komt tot de conclusie dat art. 5(1)a van Richtlijn 2011/64 een ruime definitie bevat van rooktabak en dat tabaksafval hieronder kan vallen mits wordt voldaan aan de overige voorwaarden van laatstgenoemde bepaling. Vervolgens gaat de A-G na of aan de eerste voorwaarde van art. 5(1)a van Richtlijn 2011/64 is voldaan, namelijk (in dit geval) dat het product moet zijn ‘gesneden’. Ze concludeert dat het Hof terecht tot de conclusie is gekomen dat het product van belanghebbende deze bewerking heeft ondergaan. Voor de definitie van ‘gesneden’ die belanghebbende voorstaat, kan geen steun worden gevonden in de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Middelen I, II, en III (ten dele) falen. Daarna gaat A-G Ettema op zoek naar de betekenis van “geschikt om zonder nadere industriële verwerking te worden gerookt” (de tweede voorwaarde). Zij vraagt zich af of de rooktest in de GN-toelichting van belang kan zijn om vast te stellen of een product geschikt is om te worden gerookt. Deze test is bedoeld voor de indeling van goederen voor douanedoeleinden. Hiermee wordt getest of – in dit geval – van het product een sigaret kan worden gemaakt en met meerdere trekjes kan worden verbrand. De A-G leidt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie af dat de GN-toelichting niet van doorslaggevende betekenis kan zijn voor de indeling van goederen voor accijnsdoeleinden, omdat Richtlijn 2011/64 geen verwijzing bevat naar de GN-posten. Gelet op de doelen die met Richtlijn 2011/64 worden nagestreefd, zou van belang kunnen zijn of volgens de consument het product geschikt is om te worden gerookt. Belanghebbende heeft in deze procedure aangevoerd dat het product bepaalde essentiële bewerkingen nog niet heeft ondergaan, zoals het gecontroleerd bevochtigen en het toevoegen van glycerol en tabakssaus. Belanghebbende heeft erop gewezen dat zonder de verwerkingen het product voor de consument niet geschikt is om te worden gerookt. Echter, ook als de ervaring van de consument van belang is voor de indeling van goederen voor accijnsdoeleinden, blijft nog onduidelijkheid hoe moet worden beoordeeld of een product geschikt is om te worden gerookt. De Commissie heeft bij de evaluatie van Richtlijn 2011/64 erop gewezen dat sommige definities in die richtlijn, zoals die van rooktabak, leiden tot rechtsonzekerheid en ongelijke behandeling van dezelfde producten. A-G Ettema komt tot de slotsom dat het niet buiten redelijke twijfel is hoe uitleg moet worden gegeven aan de voorwaarde “geschikt om te worden gerookt”. Tot slot gaat de A-G in op de klachten over de representativiteit van het monster. Zij stelt voorop dat een inspecteur bij gerede twijfel over een door het Douane Laboratorium toegepaste methode, die twijfel naar vermogen moet wegnemen. Dat lijkt vooral redelijk daar waar wordt afgeweken van een wel bekende internationale aanwijzing, zoals SAMANCTA. Echter, volgens de A-G heeft belanghebbende te weinig gesteld over het bestaan van twijfel over de methode van monsterneming. Zij heeft onvoldoende geconcretiseerd waarom het monster niet representatief is. Hierbij is van belang dat ingevolge art. 2(2) van Richtlijn 2011/64 met rooktabak is gelijkgesteld, het product dat gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaat, maar dat aan de overige criteria van art. 5(1) voldoet. A-G Ettema geeft de Hoge Raad in overweging middelen I, II, III (ten dele) en IV te verwerpen. Met betrekking tot middel III voor het overige geeft zij de Hoge Raad in overweging het Hof van Justitie prejudiciële vragen voor te leggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00247</description><issued>2024-01-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:824</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:824</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:824"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Art. 4, lid 1, letter a, en 15, lid 1, letter b, WBR. Niet voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsvrijstelling. De verkrijger van de aandelen in de onroerendezaakrechtspersoon behoort niet tot de in de wet genoemde kring van verwanten. De doorkijkarresten bieden geen aanknopingspunt om door de verkrijgende rechtspersoon heen te kijken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02274</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. Hofland, J.M. van der Vegt, I. Reijngoud</contributor><issued>2024-03-28</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet beheer rijkswaterstaatswerken 4</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:6093</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7090</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7090</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7090"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Projectontwikkeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1034 en 23/1035</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:806</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:339</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:339</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:339"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01208</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-03-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:408</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7803"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Correcties n.a.v. boekenonderzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2317 t/m 22/2320</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1048</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1048</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1048"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Artikel 3.120a Wet inkomstenbelasting 2001. Belanghebbende voldoet niet aan de voorwaarden voor aftrek van de rente over de restschuld van de vervreemde eigen woning, omdat de verkoop van de woning niet plaatsvond in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017. Dat volgens belanghebbende de restschuld wel binnen die periode ontstaan is, maakt dat niet anders. Verder heeft de inspecteur op juiste wijze de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd, en slaagt het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel niet. Het hoger beroep is ongegrond, het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.A. Hofland, J.M. van der Vegt, I. Reijngoud</contributor><issued>2024-04-18</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 3.120a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2892</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1918</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1918</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1918"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is woonachtig in Spanje en op grond van een EU-verordening aangemerkt als verdragsgerechtigde. Daarom heeft belanghebbende recht op medische zorg in Spanje waarvoor de kosten voor rekening van Nederland komen. Voor dit recht op medische zorg is belanghebbende de zogenoemde buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd. Deze is ingehouden op de AOW- en pensioenuitkeringen van belanghebbende. Het heffingsrecht over het overheidspensioen van belanghebbende is op grond van het belastingverdrag Nederland - Spanje aan Nederland toegewezen. Belanghebbende stelt dat de buitenlandbijdrage als voorheffing verrekenbaar is met de hierover verschuldigde bedragen aan inkomstenbelasting. Gelet op artikel 9.2 Wet op de Inkomstenbelasting 2001 is het hof van oordeel dat deze stelling van belanghebbende niet juist is. Ook de stelling van belanghebbende dat de buitenlandbijdrage onder het belastingverdrag Nederland - Spanje als een (verkapte) bronheffing dient te worden aangemerkt faalt omdat de reikwijdte van het belastingverdrag is beperkt tot door Nederland geheven belastingen. De buitenlandbijdrage is geen belasting maar een bijdrage bestemd voor de financiering van het Nederlandse socialezekerheidsstelsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1672 tot en met 22/1674</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, A.H.W. Steijn, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-06-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:5357</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:307</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:703</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:703</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:703"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ; artikel 40, lid 2; gegevens die niet in het taxatieverslag zijn opgenomen; niet-behandelde grief in het principale hoger beroep over wegingsfactor.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02949</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-06-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:1193</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8286</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8286</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8286"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Termijnoverschrijding bezwaarschrift en inkomen belast onder artikel 14 Belastingverdrag Duitsland-Nederland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9663 en BRE 24/910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-12-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2024:738</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:738</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2024:738"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het bezwaar tegen de correctieverklaring voor speur- en ontwikkelingswerk (S&amp;O) is te laat ingediend. Van een tijdig bij de Belastingdienst ingediend bezwaarschrift, dat had moeten worden doorgezonden, is geen sprake. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Er is namelijk geen sprake van geringe verwijtbaarheid bij de medecurator. Niet is toegezegd dat de Belastingdienst zou afzien van de verrekening en de terugvordering van de te weinig betaalde loonbelasting. Als al sprake zou zijn van zo’n toezegging van de Belastingdienst, dan is de toezegging niet aan de minister toe te rekenen. Het gebrek dat de minister de curator ten onrechte niet heeft gehoord over het bezwaarschrift, passeert het College.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1165 R</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Proceskostenveroordeling</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. Brugman, M. van Duuren, M.J. Jacobs</contributor><issued>2024-10-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3570</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3570</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3570"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag leges omgevingsvergunning; is de aanvraag in behandeling genomen. Gelijkheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00293</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1131</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1131</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1131"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Boetebeschikking; art. 67e AWR; art. 5:1 Awb; vergrijpboete feitelijk leidinggeven; (voorwaardelijk) opzet; verzoek om vergoeding werkelijke proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01347</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:314</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:665</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2132</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2132</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2132"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dividendbelasting internationaal.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3603 en 23/3604</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-04-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6204"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Winstuitdeling door BV, inkomsten uit aanmerkelijk belang en inkomsten uit sparen en beleggen, lager werkelijk rendement box 3 niet aannemelijk gemaakt, vergrijpboetes terecht opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1319, 23/1320, 23/839, 23/841, 23/842, 23/2799, 23/2800 en 23/2801</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-09-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3804"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Op de zaak betrekking hebbende stukken. Artikel 2.14a Wet IB 2001. Buitenlandse foundation kwalificeert als afgezonderd particulier vermogen (APV). Toerekening aandelen in buitenlandse vennootschap; aanmerkelijk belang. Inspecteur heeft ten onrechte correcties gebruikelijk loon en loon uit dienstbetrekking aangebracht. Belanghebbende heeft recht op vergoeding van immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BKDH-22/00241 tot en met BKDH-22/00246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:376</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2077"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting 2014. Enig aandeelhouder en tevens bestuurder van belanghebbende en/of een nader te noemen meester heeft eind 2010 een overeenkomst tot aankoop van een pand gesloten. In de koopovereenkomst is onder meer opgenomen dat het pand begin 2014 door de verkoper zal worden geleverd. Belanghebbende heeft begin december 2013 het pand verkocht met verlies. Begin 2014 is het pand door de verkoper aan belanghebbende geleverd. Belanghebbende heeft vervolgens het pand aan de koper doorgeleverd. Het hof oordeelt dat belanghebbende niet eerder dan op 3 december 2013 de volmacht - en daarmee haar aanwijzing tot meester - onvoorwaardelijk heeft geaccepteerd. Het transactieverlies komt niet ten laste van het resultaat van belanghebbende. Hoger beroep inspecteur gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1238</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, I. Reijngoud, J. Wessels</contributor><issued>2024-07-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2827</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1588</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1588</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1588"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM; Unierecht; betalingsmodaliteiten; heffingsmodaliteiten; niet aannemelijk gemaakt dat recht bestaat op een extra leeftijdskorting; gelijkheidsbeginsel (vergunninghouders); het Hof ziet geen aanleiding voor een vergoeding wegens schade, materieel of immaterieel, in hoger beroep; vooraf heffen van griffierecht (gelijkwaardigheidsbeginsel en doeltreffendheidsbeginsel); geen hogere of integrale proceskostenvergoeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00676 en BK-22/00677</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:21764</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:21764</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:21764"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep ziet op de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting. Naar het oordeel van de rechtbank is de onjuiste locatieaanduiding op de naheffingsaanslag geen aanleiding om de naheffingsaanslag te vernietigen. Het was eiser voldoende duidelijk op welk parkeren de naheffingsaanslag betrekking had. Op deze locatie was eisers parkeervergunning niet geldt, zodat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22_5649</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema</contributor><issued>2024-02-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2023:1933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2023:1933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2023:1933"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ten onrechte ambtshalve beoordeling ontvankelijkheid prematuur bezwaar door rechtbank. De Raad heeft in zijn uitspraak van 9 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1500, geoordeeld dat de bestuursrechter de tijdigheid van bezwaar niet langer ambtshalve behoort te beoordelen. Dit uitgangspunt heeft niet alleen te gelden in de situatie dat te laat bezwaar is gemaakt, maar ook in de situatie dat te vroeg bezwaar is gemaakt. Dit betekent dat de rechtbank een het bij het bestuursorgaan prematuur ingediend bezwaar niet ambtshalve alsnog niet-ontvankelijk mag verklaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/3536 PW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-10-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1329"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00455</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3752</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3086</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3086</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3086"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft een belang in een deelneming gekocht. Gedragingen van (de bestuurder van) de verkoper die plaatsvonden na verkoop hebben geleid tot een schadevergoeding. In geschil is of de schadevergoeding is vrijgesteld onder toepassing van de deelnemingsvrijstelling. Daartoe is in geschil of (voldoende) causaal verband aanwezig is tussen de schadevergoeding en de aankoop van het belang in de deelneming. De rechtbank is van oordeel dat uit jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:2124) niet volgt dat in dit geval een causaal verband vaststaat. Verder oordeelt de rechtbank dat de schadevergoeding in een te ver verwijderd verband tot de aankoop en vervreemding van de deelneming staat, om die schadevergoeding onder de deelnemingsvrijstelling te scharen. De inspecteur heeft daarom terecht ten aanzien van de schadevergoeding de deelnemingsvrijstelling niet toegepast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4877</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-05-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:114</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:114</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:114"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 220f Gemeentewet. Gemeente Vlaardingen stelt per 1 januari 2021 tarief OZB gebruikers van niet-woningen (OZBG-NW) op 0%, onder gelijktijdige (nagenoeg) verdubbeling van het tarief OZB eigenaren van niet-woningen (OZBE-NW). Tariefsverhoging OZBE-NW per 1 januari 2021 is in strijd met het evenredigheidsbeginsel en leidt tot willekeurige en onredelijke belastingheffing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/909 tm BK-22/913</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:7037</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:1385</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:1834</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1917</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1917</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1917"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het geschil betreft de vraag of tijdig bezwaar is aangetekend tegen de aanslag inkomstenbelasting en een boete voor het jaar 2015, en zo nee, of verschoonbaar te laat bezwaar is aangetekend. Daarnaast betreft het geschil of voor het jaar 2016 terecht een verzuimboete is opgelegd voor het niet nakomen van de aangifteverplichting. Belanghebbende stelt dat hij door medische omstandigheden niet in staat was om tijdig bezwaar aan te tekenen en tijdig aangifte te doen. Het hof oordeelt dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1451 en 22/1452</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-06-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3671</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1196"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00294</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:4560</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1243"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Artt. 4.25, lid 4, en 7.5, lid 6, Wet IB 2001; art. 16, lid 3, Uitvoeringsbesluit IB 2001. Aanmerkelijk belang; step-up; waardeaangroei aandelen; remigratie ab-houder en zetelverplaatsing BV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/04910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:9413</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:273"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03254</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-02-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1991</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:5920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:5920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:5920"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vpb en formeel belastingrecht. Belanghebbende komt op tegen de in rekening gebrachte belastingrente. De rechtbank beslist dat de rentebeschikkingen volgens de geldende wet- en regelgeving zijn vastgesteld. Verder zijn onder meer het EVRM, het Handvest van de grondrechten van de EU en algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet geschonden. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22/5832 en 23/2459</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, P.J. Tikken, A.P. Vaatstra</contributor><issued>2024-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:12916</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:12916</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:12916"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Eiseres heeft auto’s gekocht en verkocht en heeft verzocht om teruggaaf van aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting. Deze teruggaaf is geweigerd door de Belastingdienst omdat geen sprake zou zijn van ondernemerschap voor de omzetbelasting. De rechtbank komt tot het oordeel dat eiseres wel ondernemer is voor de omzetbelasting en daarom recht heeft op teruggaaf van de aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting. Eiseres heeft over de levering van een auto ten onrechte het nultarief toegepast, waardoor het beroep van de Belastingdienst op interne compensatie slaagt. De verzuimboete wordt vernietigd omdat deze is opgelegd in strijd met het ne bis in idem-beginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 2969</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, G.J. Ebbeling, M.W. Koenis, J. Zutt</contributor><issued>2024-01-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:204"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01082</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken</description><issued>2024-02-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:1087</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:444</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:444</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:444"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijheid van kapitaalverkeer; art. 56 EG (thans art. 63 VWEU). Dividendbelasting, art. 11a Wet DB 1965 (tekst vanaf 1 januari 2008); art. 28 Wet Vpb 1969. Vervolg op ECLI:NL:HR:2021:506. Afdrachtvermindering voor fiscale beleggingsinstelling maar niet voor buitenlandse beleggingsinstelling: beperking van het vrije kapitaalverkeer? Zo ja, dan rechtsherstel met inachtneming van vervangende betaling? Belanghebbende is een in Duitsland gevestigd beleggingsfonds dat dividend heeft ontvangen van in Nederland gevestigde vennootschappen waarop dividendbelasting is ingehouden. Dit is gebeurd in jaren waarin de Nederlandse wet een recht op teruggaaf van dividendbelasting wel bood aan een fiscale beleggingsinstelling (fbi) maar niet aan een buitenlandse beleggingsinstelling (bbi). Het is ook gebeurd in jaren waarin deze wet een recht op afdrachtvermindering wel bood aan een fbi maar niet aan een bbi. Belanghebbende heeft toch verzocht om teruggaaf op de grond dat hij een recht op teruggaaf en op afdrachtvermindering kan ontlenen aan het Unierecht. Deze zaak gaat over zowel de teruggaaf- als de afdrachtverminderingsregeling, die beide zijn voorbehouden aan een fbi. Daarmee is deze zaak complementair aan de bij de Hoge Raad aanhangige zaak met nr. 22/04515, die alleen gaat over de teruggaafregeling. In die zaak heeft A-G Ettema conclusie genomen op 3 november 2023. In deze procedure heeft belanghebbende principaal beroep in cassatie ingesteld en de Staatssecretaris (voorwaardelijk) incidenteel beroep in cassatie. Het Hof oordeelt dat belanghebbende niet objectief vergelijkbaar is met een fbi wat betreft het vereiste dat een fbi de gehele voor uitdeling beschikbare winst ter beschikking stelt van haar participanten naar evenredigheid van ieders belang in de fbi uiterlijk acht maanden na afloop van het desbetreffende jaar (de dooruitdelingseis). Wat dat betreft, heeft het Hof beoordeeld of de wettelijke bepalingen die gelden voor belanghebbende in Duitsland de gehele voor uitdeling beschikbare winst wordt geacht te zijn uitgekeerd en bij haar participanten wordt betrokken in de heffing van Duitsland als ware die winst uitgekeerd. Dit geval doet zich hier niet voor: Duitsland heft niet over dividend dat afkomstig is uit Nederland, voor zover participanten van belanghebbende wonen of zijn gevestigd buiten Duitsland, aldus het Hof. Daartegen is het principale beroep van belanghebbende gericht. Voor de jaren waarin de teruggaafregeling geldt, laat het Hof in het midden of belanghebbende moet instemmen met de prealabele voorwaarde die is gesteld in HR BNB 2021/73 aan het verlenen van een teruggaaf van dividendbelasting aan een bbi. Deze voorwaarde is dat de bbi instemt met het doen van een vervangende betaling aan Nederland over de gehele voor uitdeling beschikbare winst. Voor de latere jaren, waarin de afdrachtverminderingsregeling geldt, oordeelt het Hof dat het een beperking van het vrije kapitaalverkeer is dat een fbi wel, maar een bbi niet in aanmerking kan komen voor deze regeling. Dat is in afwijking van HR BNB 2021/89, waarin is beslist dat dit verschil niet een beperking van het vrije kapitaalverkeer is. Voor die latere jaren laat het Hof eveneens in het midden of rechtsherstel kan plaatsvinden door het verlenen van een afdrachtvermindering aan de bbi, mits zij instemt met het doen van een vervangende betaling. Het incidentele beroep in cassatie van de Staatssecretaris richt zich tegen deze oordelen van het Hof. Belanghebbende stelt één middel voor. Het betoogt dat het Hof ten onrechte ervan is uitgegaan dat alle participanten moeten worden belast ter zake van de dooruitdeling in het land van vestiging van de bbi. Het volstaat in plaats daarvan dat de dooruitdeling wordt belast in het woon- of vestigingsland van de participanten. De Staatssecretaris voert drie klachten aan. Ten eerste, het Hof heeft ten onrechte belanghebbende niet tegengeworpen dat hij niet (onvoorwaardelijk) heeft ingestemd met het doen van een vervangende betaling in jaren waarin de teruggaafregeling geldt. Ten tweede, het Hof heeft ten onrechte geoordeeld dat het een beperking van het vrije kapitaalverkeer is dat een fbi wel, maar een bbi niet in aanmerking kan komen voor de afdrachtvermindering. Ten derde, zelfs indien dit verschil een beperking van het vrije kapitaalverkeer zou zijn, dan kan een met de afdrachtvermindering vergelijkbare tegemoetkoming voor een fbi nooit hoger zijn dan de vervangende betaling waarop zij in mindering komt. In deze conclusie onderzoekt A-G Ettema alleen twee complementaire vragen ten opzichte van de bij de Hoge Raad aanhangige zaak met nr. 22/04515. De eerste vraag is of het vrije kapitaalverkeer zich ertegen verzet dat een fbi wel, maar een bbi niet in aanmerking kan komen voor de afdrachtvermindering. Zo ja, dan is de tweede vraag of rechtsherstel kan plaatsvinden met inachtneming van een vervangende betaling. Ter beantwoording van de eerste vraag onderzoekt de A-G de wettelijke systematiek van de afdrachtvermindering, de gronden waarop HR BNB 2021/89 heeft beslist dat het vrije kapitaalverkeer zich niet ertegen verzet dat een bbi niet in aanmerking kan komen voor de afdrachtvermindering, en de gronden waarop de tegengestelde opvatting van het Hof berust. Dit onderzoek voert de A-G tot de slotsom dat de opvatting van het Hof haar geenszins overtuigt. Het Hof oordeelt contrair aan HR BNB 2021/89 maar motiveert dit oordeel nauwelijks met posterieure gegevens, dat wil zeggen gegevens die eerst zijn verschenen na dat arrest. Het Hof motiveert dat oordeel nagenoeg geheel met anterieure gegevens, die mogen worden verondersteld bekend te zijn geweest bij de Hoge Raad toen hij dat arrest wees. Bovendien strookt dat arrest met die anterieure gegevens, terwijl de tegengestelde opvatting van het Hof in tegenspraak daarmee is. HR BNB 2021/89 heeft het bij het juiste eind. Niettemin gaat de A-G veronderstellenderwijs ervan uit het vrije kapitaalverkeer zich wél ertegen verzet dat een bbi niet in aanmerking kan komen voor de afdrachtvermindering. Dan kan rechtsherstel plaatsvinden doordat een bbi die voldoet aan de voorwaarden van het fbi-regime, op dezelfde wijze als een fbi een afdrachtvermindering mag toepassen, zij het met inachtneming van een vervangende betaling. In de bij de Hoge Raad aanhangige zaak met nr. 22/04515 heeft de A-G geconcludeerd dat de vervangende betaling plaatsvindt aan Nederland en wordt berekend over de gehele voor uitdeling beschikbare winst van de bbi. Dit betekent dat de tegemoetkoming voor een bbi in geen geval méér kan bedragen dan de vervangende betaling door de bbi, net zozeer als de afdrachtvermindering voor een fbi in geen geval méér kan bedragen dan de afdracht door de fbi. Het betekent ook dat rechtsherstel een bbi niet kan brengen in een gunstiger positie dan haar uitgangspositie, dus ongeacht enig rechtsherstel en ook ongeacht of de bbi voldoet aan de voorwaarden van het fbi-regime. Dit brengt de A-G bij het incidentele beroep. Voor de jaren waarin de teruggaafregeling geldt, laten de gedingstukken geen andere gevolgtrekking toe dan dat belanghebbende niet onvoorwaardelijk heeft ingestemd met het doen van een vervangende betaling. Het Hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting door deze voorwaarde niet tegen te werpen aan belanghebbende voor die jaren. Daarom acht de A-G de eerste klacht van de Staatssecretaris gegrond. Ook voor de jaren waarin de afdrachtverminderingsregeling geldt, is het Hof uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat het een beperking van het vrije kapitaalverkeer is dat een fbi wel, maar een bbi niet in aanmerking kan komen voor de afdrachtvermindering. Dit verschil is niet zo’n beperking. Zelfs indien het wel zo’n beperking zou zijn, dan nog kan de tegemoetkoming voor een bbi in geen geval méér bedragen dan de vervangende betaling waarop zij in mindering komt. De A-G acht dus ook de tweede en derde klacht van de Staatssecretaris gegrond. Dan wendt de A-G zich tot het principale beroep. Het Hof heeft van belang geacht dat Duitsland niet voorziet in enige heffing ter zake van dividend afkomstig van vennootschappen die zijn gevestigd in Nederland bij participanten die wonen of zijn gevestigd buiten Duitsland. Dit is terecht, zoals de A-G heeft geconcludeerd in de bij de Hoge Raad aanhangige zaak met nr. 22/04515, in een geval als dit, waarin belanghebbende zijn beleggingswinsten niet heeft uitgekeerd aan zijn participanten. Het geeft dus niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting dat het Hof belanghebbende objectief niet vergelijkbaar heeft geacht met een fbi op het punt van de dooruitdelingseis. Het middel in het principale beroep is dus ongegrond. De A-G geeft de Hoge Raad in overweging het principale beroep ongegrond te verklaren, omdat het belang mist en ook omdat het middel in dit beroep faalt. Het incidentele beroep is ingesteld onder de voorwaarde dat het principale beroep gegrond is. De A-G geeft de Hoge Raad in overweging te verstaan dat het incidentele beroep vervalt, hoewel de klachten in dat beroep gegrond zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00752</description><issued>2024-05-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1176</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5981</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5981</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5981"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt tot omkering en verzwaring van de bewijslast, omdat belanghebbende niet de vereiste aangiften heeft gedaan. De administratie heeft zodanige gebreken dat deze niet kan dienen als grondslag voor de vaststelling van de verschuldigde omzetbelasting. Met hetgeen belanghebbende naar voren heeft gebracht, heeft zij niet overtuigend aangetoond dat de naheffingsaanslag omzetbelasting te hoog is vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/4718</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, S.A.J. Bastiaansen, A. Laghmouchi</contributor><issued>2024-09-12</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1451</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1385</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1385</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1385"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00008</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2330</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1557</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1557</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1557"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting; artikel 16, lid 4, AWR; verlengde navorderingstermijn; voortvarendheidsvereiste; HR 26 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9092 en ECLI:NL:HR:2010:BJ9120</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00324</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-11-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:4702</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:253</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:253</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:253"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03955</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-02-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:7067</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:470</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:470</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:470"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vraag; berekening PVV-deel ouderenkorting voor een buitenlandse belastingplichtige die (een deel van het jaar) premieplichtig is in Nederland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04137</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudiciële beslissing</description><issued>2024-03-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:5776</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:79</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:585</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:585</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:585"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04281</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-04-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3465</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:4816</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:4816</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:4816"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB. Ongegrond. Ongevallenuitkering en Tozo 1 uitkering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/ 2218</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2024-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3811</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3811</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3811"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Berekening premieinkomen. geen discriminatie t.o.v. niet-werkenden. Niet kwalificerende buitenlands belastingplichtige. Schumacker situatie. Op basis van Unierecht geen recht op aftrek van premies A.O. verzekering in woonland. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4634 en 22/4834</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-06-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3484"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB 2017, 2018 en 2019, belastingrente</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 2883 tot en met 23 _ 2885</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7971</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7971</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7971"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen OB; aftrek voorbelasting; hoor- en inzagerecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9572 en BRE 23/9573</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-11-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:79</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:79</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:79"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vraag over de berekening van het premiedeel van de ouderenkorting voor een buitenlandse belastingplichtige die (een deel van het jaar) premieplichtig is in Nederland; Hoe moet voor niet-inwoners de omvang van het premiedeel van de inkomensafhankelijke heffingskortingen (algemene heffingskorting, arbeidskorting, IACK en ouderenkorting) worden bepaald? Belanghebbende woonde in 2021 in Polen. Hij genoot in Nederland belastbare inkomsten van € 7.991 (AOW-uitkering) en niet in Nederland belastbare inkomsten van € 47.762. Bij de Rechtbank is in geschil hoe het deel van de ouderenkorting dat in mindering komt op de premie volksverzekeringen (het premiedeel van de ouderenkorting) dient te worden berekend. Meer specifiek is in geschil, hoe het begrip ‘verzamelinkomen’ uit art. 8.17(2) Wet IB 2001, moet worden uitgelegd voor iemand die niet in Nederland woont (hierna: een niet-inwoner) en wiens inkomen gedeeltelijk wel, en gedeeltelijk niet in Nederland wordt belast. In die wetsbepaling is de afbouw van de ouderenkorting geregeld: hoe hoger het verzamelinkomen, des te lager is de ouderenkorting. De Rechtbank acht onvoldoende duidelijk of voor de berekening van het premiedeel van de ouderenkorting gekeken moet worden naar het in Nederland belastbare inkomen, of naar het wereldinkomen. Volgens de Rechtbank gaat het om een kwestie die zich voordoet in heel veel gevallen, maar wordt daarover weinig geprocedeerd omdat het per geval niet over grote bedragen gaat. De Rechtbank acht het daarom van belang hierover een oordeel van de Hoge Raad te krijgen. Daarbij neemt de Rechtbank in aanmerking dat de vraag die in dit geval rijst bij toepassing van de ouderenkorting, evenzeer opkomt bij de berekening van de algemene heffingskorting. De Rechtbank vraagt de Hoge Raad duidelijkheid te verschaffen over de vraag: “Hoe moet voor een buitenlands belastingplichtige die (een deel van het jaar) premieplichtig is in Nederland, het PVV-deel van de ouderenkorting worden berekend?” A-G Koopman meent dat het antwoord op de door de Rechtbank gestelde vraag ook relevant is voor de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting (hierna: IACK). A-G Koopman gaat daarom in zijn analyse in op de ouderenkorting, de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de IACK. Hij geeft de Hoge Raad in overweging hetzelfde te doen. A-G Koopman is van mening dat de grammaticale en de wetshistorische interpretatiemethode geen uitkomst bieden voor de benodigde uitleg van de begrippen belastbare inkomen uit werk en woning, arbeidsinkomen en verzamelinkomen in het kader van de opbouw en/of afbouw van respectievelijk de algemene heffingskorting, arbeidskorting en IACK, en ouderenkorting bij niet-inwoners met niet in Nederland belaste inkomsten. De systematische interpretatiemethode geeft wel handvatten. Op basis daarvan dienen de relevante begrippen voor niet-inwoners te worden ingevuld aan de hand van de regels van hoofdstuk 7 Wet IB 2001. Dit houdt in dat voor de bepaling van zowel het premiedeel als het IB-deel van de heffingskortingen voor niet-inwoners in beginsel slechts het Nederlandse inkomen relevant is. Volgens A-G Koopman zijn er onvoldoende argumenten om met toepassing van de teleologische interpretatiemethode tot een ander resultaat te komen. A-G Koopman geeft de Hoge Raad in overweging om op de prejudiciële vraag als volgt te antwoorden: Voor een niet-inwoner van Nederland die (een deel van het jaar) premieplichtig is in Nederland wordt de het premiedeel van de ouderenkorting niet anders berekend dan het IB-deel. Dit heeft tot gevolg dat in beginsel slechts het aan de hand van de regels van hoofdstuk 7 Wet IB 2001 berekende verzamelinkomen uit Nederlandse bronnen in aanmerking wordt genomen. Dit is anders voor kwalificerende niet-inwoners, ten aanzien van wie art. 7.8(5) Wet IB 2001 van toepassing is. Het voorgaande geldt mutatis mutandis voor de algemene heffingskorting (art. 8.10(2) Wet IB 2001), de arbeidskorting (art. 8.11(2) Wet IB 2001) en de IACK (art. 8.14a(2) Wet IB 2001). Ten aanzien van de twee laatstgenoemde heffingskortingen kan een uitzondering gelden op grond van art. 7.2(18) Wet IB 2001. Indien de betrokkene premieplichtig is gedurende een gedeelte van het jaar, anders dan door overlijden, dient het premiedeel van de heffingskorting tijdsevenredig te worden verminderd naar rato van de periode van premieplicht in dat jaar (art. 2.6a Regeling Wfsv).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04137</description><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:470</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:16616</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:16616</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:16616"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Bpm terecht aan eiser opgelegd. Dat de aangifte door iemand anders is gedaan en eiser door die persoon is opgelicht, doet daar niet aan af. Eiser maakt niet aannemelijk dat te weinig waardevermindering wegens schade in aanmerking is genomen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22_4230</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven</contributor><issued>2024-02-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5458</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5458</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5458"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2018, 2019 en 2020, (verkapte) winstuitdelingen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 3168, 23 _ 3169 en 23 _ 3170</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-08-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1943</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1586"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Navorderingsbevoegdheid. Omkering en verzwaring van de bewijslast.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/705</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:1215</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1484</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:825</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:825</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:825"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Contante omzet uit (rest)lading spijsolie verkocht als afval (slops) van motortankschip. Verweerder heeft het bewijsvermoeden geleverd dat eiser contante betalingen heeft ontvangen die niet in zijn aangiften zijn opgenomen. Eiser heeft onvoldoende aangevoerd om het bewijsvermoeden te ontzenuwen. De navorderingsaanslagen berusten op een redelijke schatting nu verweerder is uitgegaan van de facturen afkomstig uit de administratie van de vetinzamelaar en de uit de stukken op te maken geldstromen. Vergrijpboetes vernietigd aangezien verweerder niet heeft doen blijken dat eiser contante betalingen heeft ontvangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 418, AWB - 20_423, AWB - 20_426</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.D. van Riel, S.E. Postema, M.E. Kiers</contributor><issued>2024-02-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2461</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:9142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:9142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:9142"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om ambtshalve vermindering navorderingsaanslag IB/PVV 2017, geen ambtelijk verzuim, FSV</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 22 _ 4361</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-01-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1556</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1556</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1556"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen precariobelasting over een viertal jaren. In geschil is of aan eiseres terecht en tot de juiste bedragen aanslagen precariobelasting zijn opgelegd. Ten aanzien van de jaren 2016 en 2017 is de rechtbank van oordeel dat, omdat de verordeningen voor deze jaren niet onder het overgangsrecht vallen, de gemeente na 1 juli 2017 geen precariobelasting meer mag heffen. Omdat de aanslagen 2016 en 2017 ná 1 juli 2017 zijn opgelegd, zijn deze ten onrechte aan eiseres opgelegd. Ten aanzien van de jaren 2019 en 2020 is de rechtbank van oordeel dat, omdat de verordeningen voor deze jaren niet onder het overgangsrecht vallen, de grondslag waarop de aanslagen zijn gebaseerd dienen te worden verlaagd met de strekkende meters die zijn gelegen in de voormalige gemeente Ferwerderadiel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/52 tot en met 23/55</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, P.P.D. Mathey-Bal, L.M. Praamstra</contributor><issued>2024-04-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6508</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:991"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04069</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-06-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:3013</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:4007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:4007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:4007"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aan eiser is een navorderingsaanslag IB voor het jaar 2017 opgelegd wegens het verminderen van heffingskorting omdat de door de partner verschuldigde IB/PVV is verminderd door verliescompensatie. De rechtbank overweegt dat dit terecht is. Voor zover het beroep is gericht tegen de belastingrente overweegt de rechtbank dat die naar het juiste bedrag in rekening is gebracht omdat geen sprake is van onrechtmatig of onvoldoende voortvarend handelen van verweerder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 4065</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, G.H. de Soeten</contributor><issued>2024-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2506"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting-belastingrente-geen schending eigendomsrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-04-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1465</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1465</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1465"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht heeft op aftrek elders belast. De rechtbank oordeelt verder dat verweerder de navorderingsaanslag mocht opleggen. Door het verleende uitstel voor het doen van aangifte is de navorderingstermijn verlengd. Eisers' beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. De inspecteur beschikte ook over een nieuw feit. Gelet op het moment waarop de inspecteur de primitieve aanslag oplegde, was er nog geen aanleiding voor nader onderzoek naar de aangifte van eiser.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/3271</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp</contributor><issued>2024-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:1400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:1400"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:1402 Mocht de inspecteur stukken - waaronder fiscale adviezen - verkregen van FIOD gebruiken voor de heffing? Informeel verschoningsrecht. Fiscale woonplaats; middelpunt van levensbelangen. Passeren getuigenaanbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01293</description><issued>2024-12-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:4051</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:4051</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:4051"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting en btw. De inspecteur legt op basis van een controlerapport belastingaanslagen en vergrijpboetes aan belanghebbende op. Het tegenbewijs van belanghebbende bestaat uit documenten, waarvan de echtheid niet is komen vast te staan. De rechtbank laat die documenten buiten beschouwing. Er is ook geen sprake van een dubbele bestraffing voor hetzelfde feit. Vermindering boetes in verband met overschrijding redelijke termijn. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 22/751</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Westerbaan, A.P. Vaatstra, J.J.J. Engel</contributor><issued>2024-07-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:647</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:647</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:647"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Informatiebeschikking / artikel 8:42 Awb (zie ook de uitspraken van de rechtbank van heden in de zaken met zaaknummers 19/3559, 19/3561 en 19/3562) Belanghebbende, een naar Maltees recht opgerichte Ltd., exploiteerde in de onderhavige jaren, met een aantal gelieerde vennootschappen (tezamen belanghebbenden), twee internetcasino’s. De inspecteur heeft, vanwege een vermoeden van Nederlandse belastingplicht, verzocht om de volledige administratie van belanghebbenden. Op enig moment heeft de inspecteur informatiebeschikkingen gegeven. Omdat de inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd, veroordeelt de rechtbank hem, in de zaken van belanghebbenden tezamen, tot betaling van € 10.000 aan proceskosten, bovenop de reguliere proceskostenveroordeling. De rechtbank is verder van oordeel dat belanghebbende, zolang niet vast staat dat zij in Nederland belastingplichtig is, niet aan de verplichtingen van artikel 52 van de AWR (administratieplicht) hoeft te voldoen. In zoverre wordt de informatiebeschikking vernietigd. Voor zover de informatiebeschikking is gegeven op grond van artikel 47 van de AWR (informatieverplichting), blijft deze in stand, maar blijft de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast achterwege.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/3560</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-02-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3132</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3132</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3132"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA's IB/PVV 2008 t/m 2018. Vergrijpboeten vernietigd in bezwaar. Kwalificatie Easy Future Plan, in 1999 afgesloten bij een Belgische verzekeraar. Levensverzekering? Box 1 of box 3. Vermindering NA 2018 naar aanleiding van Kerstarrest. Imsv vanwege overschrijding 4 jaarstermijn (bezwaar, beroep, hoger beroep).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/70 t/m 23/80</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:10408</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1757</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1757</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1757"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00518</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:438</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7899</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7899</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7899"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaren ingetrokken bij ondertekening VSO. Beroepen niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/10022</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-11-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:4880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:4880"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Jonggehandicaptenkorting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2298 en 23/2299</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:1891</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1049</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1049</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1049"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 18 en 21 van het belastingverdrag VS-NL Belanghebbende is inwoner van Nederland en treedt op als DJ in de VS. Via een LLC, waarvan belanghebbende manager en enig member is, ontvangt hij gages voor de optredens in de VS. Belanghebbende wordt voor de winst van de LLC in de VS persoonlijk belast met federal income tax. Op grond van artikel 18 van het belastingverdrag tussen de Verenigde Staten en Nederland is belanghebbende aan te merken als artiest en komt het heffingsrecht over de optredens in Amerika aan de VS toe. In geschil is of belanghebbende voor de Nederlandse inkomstenbelasting recht heeft op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting volgens de verrekeningsmethode op grond van het belastingverdrag. Het hof oordeelt dat belanghebbende recht heeft op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting, omdat de inkomsten van de LLC persoonlijk bij belanghebbende in Amerika in de inkomstenbelasting worden betrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01346</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, I. Reijngoud, J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2024-04-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3157</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8874"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">vovo. invorderingsmaatregelen. kennelijk onbevoegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23_11610</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-01-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:12115</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12115</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:12115"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar terecht geen vergoeding heeft toegekend voor het woningwaarderapport.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/6823</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Arts</contributor><issued>2024-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2447</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2447</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2447"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om ambtshalve vermindering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2288</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.P.A. Boersma</contributor><issued>2024-04-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:521</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:521</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:521"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 32bb van de Wet op de Loonbelasting 1964 (pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding). Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd vanwege de pseudo-eindheffing over een excessieve vertrekvergoeding. Naar het oordeel van het hof behoren de vrijgestelde vergoedingen en verstrekkingen (artikel 31, lid 1, onderdeel f, Wet LB in verbinding met artikel 31a, lid 2, Wet LB ) niet tot het loonbegrip voor de pseudo-eindheffing. Het hof volgt hierbij de wethistorische en wetssystematische uitleg van het loonbegrip in de zin van artikel 32bb van de Wet LB. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01237</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, L.B.M. Klein Tank, J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2024-04-04</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de loonbelasting 1964 32bb</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de loonbelasting 1964 31</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de loonbelasting 1964 31a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2660</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:508</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1327"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03705</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:7922</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:21395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:21395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:21395"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 4612</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema, A.D. van Riel, M.E. Kiers</contributor><issued>2024-01-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4547</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4547</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4547"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2017, 2018 en 2019. Aftrek premies AOV van een in Duitsland gevestigde verzekeringsmaatschappij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 22 _ 4903, 22 _ 4904 en 22 _ 6002</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2004</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2004</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2004"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld voor voorbereidingshandelingen gericht op de productie van synthetische drugs, het betreft de inkoop van en deelname aan transporten van chemicaliën die, in samenwerking met anderen, hebben plaatsgevonden in de periode van 8 november tot en met 11 december 2015. De FIOD heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend over transporten gedurende de periode 13 februari 2015 tot en met 15 januari 2016 en vastgesteld op een bedrag van € 2.173.178. De inspecteur heeft bij het opleggen van de aanslagen inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over het jaar 2015 de bewijslast omgekeerd en verzwaard en een geschat bedrag van € 2.173.178 als resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking genomen. Tevens heeft de inspecteur een vergrijpboete van 50% van het verschuldigde bedrag aan IB/PVV opgelegd Het hof overweegt dat belanghebbende niet betwist dat hij inkomsten naar een bedrag van € 28.692 ten onrechte niet heeft aangeven op de aangiften IB/PVV en Zvw 2015 en de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende niet de vereiste aangiften over 2015 heeft gedaan. De bewijslast is daarom terecht omgekeerd en verzwaard. Vervolgens dient het hof te beoordelen of de door de inspecteur gemaakte schatting van het resultaat uit overige werkzaamheden redelijk is. Naar het oordeel van het hof heeft de inspecteur voldoende aanknopingspunten verschaft waaruit volgt dat belanghebbende na 28 augustus 2015 betrokken is geweest bij de inkoop van chemicaliën voor de productie van synthetische drugs. De door het aan hof aan belanghebbende toegerekende inkopen worden, op basis van een ambtsedige verklaring van een expert, vermenigvuldigd met een factor 7 voor de bepaling van de verkoopopbrengst. Uitsluitend voor de transporten waarvoor belanghebbende strafrechtelijk is veroordeeld, mogen de kosten niet in aftrek gebracht worden. Het hof stelt op basis hiervan in goede justitie het redelijk geschatte bedrag aan resultaat uit overige werkzaamheden vast op € 719.232. De rechtbank had de vergrijpboete verminderd tot € 35.000 en vervolgens gematigd met 15% vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het hof oordeelt dat tot verdere matiging geen aanleiding bestaat. De inspecteur heeft bij het opleggen van de aanslag IB/PVV 2016 met betrekking tot het belastbare inkomen uit sparen en beleggen het geschatte resultaat uit overige werkzaamheden over 2015 tot het vermogen van belanghebbende op 1 januari 2016 gerekend. Het hof oordeelt dat de inspecteur met de enkele verwijzing naar deze schatting aan de hand van de normale regels van stelplicht en bewijslast niet aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende dit bedrag aan vermogen bezat op 1 januari 2016. De aanslag IB/PVV 2016 dient daarom te worden verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van nihil.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1226 tot en met 22/1228</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, J.M. van der Vegt, A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-07-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2596</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:19116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:19116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:19116"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Eiseres is een vereniging van liefhebbers van terreinvoertuigen. Haar leden betalen jaarlijks contributie. In geschil is of die contributie belastbaar is. De rechtbank oordeelt dat er een te ver verwijderd verband is tussen de contributies en de door eiseres georganiseerde activiteiten. De contributie is daarom niet belastbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 7140</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, A.J. van Doesum, J.J. Arts</contributor><issued>2024-02-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3012"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/12</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:5591</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:3477</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:3477</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:3477"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Verlaagd tarief op grond van post b.3 van Tabel I? Nee. De bootcamplessen starten en eindigen niet bij een sportaccommodatie. Geen schending vertrouwensbeginsel, omdat geen sprake is van dezelfde feiten en omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22_4369</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, P.J. Tikken, J.A.L. Heldens</contributor><issued>2024-06-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8995"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om ambtshalve vermindering. Bron van inkomen. Recht op IACK.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/5408</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-01-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:614</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:614</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:614"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">art. 18a AWR; art. 1:3, lid 3, Awb; art. 4:17 Awb; beschikking op aanvraag; toepassing dwangsomregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:3461</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5116"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB; correcties i.v.m. belaste langdurende verhuur auto’s aan NL particulieren; verzuimboetes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1869 en BRE 23/1870</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-08-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:408</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:408</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:408"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Afwaardering rekening-courantvordering door dga ten laste van tbs-resultaat. Onzakelijke lening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/89</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-04-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:13700</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1441</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1441</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1441"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01148</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:482</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:153</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:153</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:153"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres wil de ontbinding van een vaststellingsovereenkomst gesloten met de Belastingdienst laten toetsen. De bestuursrechter is kennelijk onbevoegd. Eiseres moet bij de civiele rechter zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/5340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Vereenvoudigde behandeling</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.P.D. Mathey-Bal</contributor><issued>2024-02-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:277</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:277</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:277"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Betreft tevens de zaken BRE 22/4770, 22/4771, 22/4787, 22/4788 en 22/4789</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22_4769</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. de Boer</contributor><issued>2024-01-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1710</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1710</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1710"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende kan zich voor de in geschil zijnde (aanvullende) reiskostenvergoedingen niet beroepen op de goedkeuring uit het Besluit noodmaatregelen coronacrisis. Belanghebbende heeft redelijkerwijs niet kunnen menen dat de ná 12 maart 2020 toegekende reiskostenvergoedingen voor werknemers die niet tenminste 128 dagen naar hun werk reizen, ook onder de goedkeuring vielen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/485</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:6799</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:82</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2097</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2097</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2097"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">30%-bewijsregeling voor ingekomen werknemers. Niet aannemelijk is geworden dat aan de jaarloonnorm wordt voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2320</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-04-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7320</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7320</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7320"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffing omzetbelasting; aftrek voorbelasting; verzoek om schadevergoeding; ISV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1898</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-10-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1362</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1063</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1063</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1063"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 11 Invorderingswet 1990; art. 1 jo. art. 2 Kostenwet invordering rijksbelastingen; aanmaningskosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/366</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1212</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:4069</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:4069</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:4069"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde verblijfsaccommodatie waar ouders van zieke kinderen kunnen logeren; gecorrigeerde vervangingswaarde. De onroerende zaak kwalificeert als woning in de zin van artikel van artikel 220a Gemeentewet. Proceskostenvergoeding rechtbank is onjuist en wordt door het hof gecorrigeerd. Hoger beroep van de heffingsambtenaar is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00960</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-02-29</issued><reference relation="citing" lang="nl">Gemeentewet 220a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2022:3067</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:724</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:724</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:724"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03496</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-05-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:1744</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3068</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3068</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3068"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ongegrond beroep; verzoek om ISV gedurende beroep; titel 8.4 Awb op het verzoek van toepassing; recht op vergoeding griffierecht? Het Hof volgt de beslissingen van de Centrale Raad van Beroep en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat toekenning van ISV in dit geval niet leidt tot vergoeding van het griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00641</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3117</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3117</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3117"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procedure over verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting voor de boekjaren 2002/2003 tot en met 2007/2008. Belanghebbende heeft geen fondsvoorwaarden overgelegd of andere informatie waaruit de aard van het fonds en de voorwaarden waaronder de participatiebewijzen worden verhandeld blijken. Hoewel belanghebbende diverse malen is gewezen op het ontbreken van deze stukken en de eventuele gevolgen die daaraan verbonden zijn, heeft belanghebbende die stukken niet overgelegd of is anderszins ingegaan op dit standpunt van de inspecteur. Belanghebbende heeft niet de feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt waaruit volgt dat het naar Nederlandse maatstaven moet worden gekwalificeerd als een niet-transparant lichaam. Belanghebbendes beroep op artikel 10 Wet DB faalt. De verzoeken zijn terecht afgewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat dividendbelasting is ingehouden ten laste van belanghebbende. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02160 tot en met 22/02165</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, P. Fortuin, T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2024-01-11</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de dividendbelasting 1965 10</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:5335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:5335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:5335"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Vermindering (afschrijving). Richtsnoer proceskostenvergoeding belastingkamers gerechtshoven 2024.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2333</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:6050</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8309</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8309</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8309"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzuimboete wegens niet-tijdig indienen opgaaf ICP (OB); beroep op avas.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2187</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-12-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:33</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:33</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:33"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak is op verzoek gepubliceerd en niet door het gerechtshof geselecteerd om te worden gepubliceerd. Derhalve is er geen samenvatting beschikbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01551</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-03-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:4933</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1316</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1547</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1547</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1547"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art. 13, lid 16, Wet op de vennootschapsbelasting 1969; aflopende deelneming; optierechten; Falcons-doctrine</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02127</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:2288</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:1171</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:438"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/92</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:5129</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1757</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:516</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:516</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:516"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende, in Duitsland gevestigd, wordt voor haar ICT-activiteiten als ondernemer aangemerkt. Zij heeft in Nederland een partij nikkel aangeschaft met het oogmerk deze op een later moment weer te verkopen. Gelet daarop en omdat belanghebbende onweersproken heeft gesteld dat de werkzaamheden met betrekking tot het nikkel bestaan uit het volgen van de koersontwikkeling van nikkel met het oog op het hebben van een financiële buffer, is het hof, anders dan de Hoge Raad in zijn arrest van 24 november 2017 (ECLI:NL:HR:2017:2983), van oordeel dat de incidentele aankoop van de partij nikkel als een economische activiteit - een werkzaamheid - in de zin van artikel 9, lid 1, tweede alinea, van de btw-richtlijn is te beschouwen. De aan belanghebbende in dat verband in rekening gebrachte omzetbelasting is dan op grond van artikel 15, lid 1, aanhef en onderdeel a, Wet OB 1968 als voorbelasting aftrekbaar. Het gelijk is aan belanghebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00908</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, P. Fortuin, B.G. van Zadelhoff</contributor><issued>2024-03-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de omzetbelasting 1968 15</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1267</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:2166</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2166</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:2166"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. In- en verkoop van “coins”. Vrijstelling voor financiële diensten of margeregeling van toepassing?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1782</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-04-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:3360</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:255"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00901</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken</description><issued>2024-02-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:921</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1717</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1717</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1717"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting; belastingrente (art. 30g AWR); motiverings- en vertrouwensbeginsel; ISV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-03-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:2162</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2162</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:2162"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">MRB. Naheffing in verband met tot bedrijfsvoorraad behorend motorrijtuig zonder handelaarskenteken. Verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/783 en 21/784</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-04-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2098</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2098</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2098"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag omzetbelasting, verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-04-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:4256</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:4256</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:4256"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2017. Artikel 18, lid 1, Verdrag Duitsland – Nederland. Belanghebbende is in 2017 woonachtig in Duitsland. Belanghebbende heeft een dienstbetrekking bij de Belastingdienst en werkt in het kader van dit dienstverband één dag per week thuis in Duitsland. Het hof is van oordeel dat belanghebbende niet voldoet aan de letterlijke tekst van artikel 18, lid 1, letter b, Verdrag Duitsland – Nederland, omdat de tekst van dit artikel erop duidt dat deze bepaling slechts van toepassing is als de werkzaamheden uitsluitend in de woonstaat worden verricht. Uit zowel de Memorie van Toelichting als het OESO-commentaar bij de uitzonderingsbepaling leidt het hof af dat met de uitzonderingsbepaling is bedoeld om slechts de natuurlijke personen uit te zonderen die hun diensten uitsluitend in de andere staat, in onderhavig geval Duitsland, verrichten. Belanghebbende voldoet daardoor niet aan deze uitzonderingsbepaling. Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat het volledige heffingsrecht – conform artikel 18 Verdrag Duitsland – Nederland – wordt toegewezen aan Nederland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01458</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-02-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3675</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7095</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7095</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7095"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting. Omvang nalatenschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1341</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2076"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is een B.V. De drie bestuurders van de B.V. zijn bij oprichting middelijk aandeelhouders geworden en houden ieder een belang van 5% via persoonlijke houdstervennootschappen (waarvan zij directeur-grootaandeelhouder zijn). De overige 85% van de aandelen worden gehouden door investeerders. Bij oprichting zijn de bestuurders in privé benoemd tot statutair bestuurder van belanghebbende. De inspecteur heeft toepassing van de doorbetaaldloonregeling op grond van artikel 32d van de Wet op de loonbelasting geweigerd omdat de bestuurders in een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot belanghebbende staan en niet uit hoofde van hun hoofddienstbetrekking bij hun persoonlijke houdstervennootschappen werkzaam zijn bij belanghebbende. Naar het oordeel van het hof is niet van belang of de bestuurders in een privaatrechtelijke dan wel een fictieve dienstbetrekking tot belanghebbende staan en verrichten de bestuurders uit hoofde van hun dienstbetrekking met hun persoonlijke houdstervennootschappen werkzaamheden voor belanghebbende. Het feit dat zij in privé zijn benoemd tot statutair bestuurder maakt dit niet anders. Omdat sprake is van een structuur met meerdere aandeelhouders, is de zakelijkheidstoets op grond van artikel 32d, lid 1, letter b, laatste volzin, Wet op de loonbelasting van toepassing. Volgens het hof leidt het feit dat de investeerders strategische en ondernemingsadviezen mogen geven er niet toe dat er voor de bestuurders geen ruimte blijft voor het bepalen van het beleid van de vennootschap. Naar het oordeel van het hof komen het belang van de bestuurders in belanghebbende en hun werkzaamheden hiervoor grotendeels overeen met de situatie indien sprake zou zijn van een commanditaire vennootschap en is daarom voldaan aan de zakelijkheidstoets. De inspecteur heeft tevens aangevoerd dat de doorbetaaldloonregeling ingeval van een echte privaatrechtelijke dienstbetrekking slechts toegepast kan worden als de persoonlijke houdstervennootschappen de volledige van belanghebbende ontvangen managementvergoeding als loon uitbetalen aan de bestuurders (“doorstootverplichting”). Het hof is van oordeel dat noch uit de tekst van de wet noch uit de parlementaire toelichting daarop volgt dat voor de toepassing van de doorbetaaldloonregeling een doorstootverplichting als voorwaarde is gesteld en dit de reikwijdte van de doorbetaaldloonregeling zou inperken tot een verlegging van de inhoudingsplicht voor de loonheffingen, hetgeen niet binnen doel en strekking hiervan past. Het hof is van oordeel dat belanghebbende voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van de doorbetaaldloonregeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1017 en 22/1018</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, A.J. Kromhout, A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-07-09</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de loonbelasting 1964 32d</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1573</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1775</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1775</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1775"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 6:5; 6:6; 7:2; 8:42; 8:58, lid 1; 8:115 Awb. Naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Ten aanzien van twee naheffingsaanslagen volgt terugwijzing naar de Rechtbank, omdat de Rechtbank uitspraak heeft gedaan zonder te beschikken over alle op de zaak betrekking hebbende stukken. Ten aanzien van de overige naheffingsaanslagen gaan de stellingen van belanghebbende niet op (onder andere tijdigheid op de zaak betrekking hebbende stukken, tijdigheid verweerschriften, verzuimherstel, hoorplicht).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/664 tot en met BK-23/667</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:4774</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1061</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:545</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:545</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:545"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02241</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-04-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1375</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4728</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4728</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4728"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een nieuw feit en is de navorderingsaanslag terecht opgelegd. Tevens is de rechtbank van oordeel dat de vereiste aangifte niet is gedaan zodat de bewijslast dient te worden omgekeerd en verzwaard. Belanghebbende heeft niet doen blijken dat de navorderingsaanslag, na de uitspraak op bezwaar, te hoog is. Van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel ten aanzien van de belastingrente is geen sprake. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3851</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd, S.J. Willems-Ruesink, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-07-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2264</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2288</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2288</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2288"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">EU-inkomen; ouderenkorting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/10, 23/11, 23/19 en 23/20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:10632</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:5242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:5242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:5242"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB, de rechtbank beoordeelt of eiser met het ter beschikking stellen van de kajuitzeiljachten gelegenheid geeft tot sportbeoefening als bedoeld post b.3 van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB) behorende tabel I en daardoor ter zake van de verhuur de kajuitzeiljachten het verlaagde tarief van toepassing is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/2432 t/m 22/2449</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2024-01-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1513"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invordering. Bestuurdersaansprakelijkheid. Bekendmaking aansprakelijkstelling. Kennelijk onbehoorlijk bestuur?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/117</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:6427</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1756</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1756</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1756"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03231</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:5916</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:535</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:535</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:535"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04264</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-04-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:3024</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1856</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1856</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1856"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00956</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-12-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:562</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6632"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingverdrag met Zwitserland. Tie-breker. Duurzaam tehuis. Heffingsrecht dividend. Belanghebbende stelt in 2015 te zijn geëmigreerd naar Zwitserland. In 2015, 2016 en 2017 heeft belanghebbende reguliere voordelen uit aanmerkelijk belang (dividend) genoten. Niet in geschil is dat hij in Zwitserland een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft. Volgens de inspecteur heeft belanghebbende echter ook een duurzaam tehuis in Nederland tot zijn beschikking, en is het middelpunt van zijn levensbelangen in Nederland gelegen. De rechtbank is van oordeel dat – hoewel belanghebbende ook na zijn emigratie regelmatig bij zijn Nederlandse vriendin verbleef – niet kan worden gezegd dat hij permanent een woning in Nederland tot zijn beschikking had. De tie-breaker uit het belastingverdrag met Zwitserland wijst in dat geval Zwitserland aan als woonland. De door belanghebbende genoten dividenden mogen in Nederland worden belast naar een tarief van maximaal 15%. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22/1079, 22/4105, 22/4106, 23/1828, 23/1838, 23/1842, 23/1845 , 23/5296</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P. Vaatstra, W.W. Monteiro, J.A.L. Heldens</contributor><issued>2024-12-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:1520</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1817</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1817</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1817"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. De naar aanleiding van een civiele procedure ontvangen proceskostenvergoeding en rentevergoeding zijn terecht belast als winst uit onderneming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5860</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-03-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:134"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:41, 8:108 en 8:109 Awb. In hoger beroep is geen griffierecht betaald. Geen verschoningsgronden aangedragen. Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/59</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:13440</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1581"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02315</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-11-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:8041</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:2861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:2861"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft voor het jaar 2016 geen aangifte voor de inkomstenbelasting ingediend. De inspecteur heeft niet binnen de reguliere aanslagtermijn van drie jaar na afloop van het belastingjaar, in dit geval uiterlijk op 31 december 2019, een definitieve aanslag opgelegd. De inspecteur heeft in deze zaak dus rechtstreeks een navorderingsaanslag opgelegd, en wel binnen de reguliere navorderingstermijn van vijf jaar na afloop van het belastingjaar. De rechtbank oordeelt dat, ook als er geen aangifte is gedaan, de inspecteur binnen de aanslagtermijn een definitieve aanslag moet opleggen als hij bij het einde van die aanslagtermijn informatie heeft die – kort gezegd – erop wijst dat belasting is verschuldigd. De rechtbank oordeelt ook dat tot de informatie die de inspecteur op dat moment heeft het dossier van de belastingplichtige met daarin de aangiften en andere gegevens over de betreffende belastingsoort behoort. De inspecteur had tegen het einde van de aanslagtermijn er redelijkerwijs bekend mee kunnen zijn dat eiser ook in 2016 box 3-belasting verschuldigd was. De aangiften en aanslagen over in ieder geval de jaren 2013 tot en met 2015 en 2018 waren op 31 december 2019 allemaal ingediend respectievelijk opgelegd en zaten dus in het IB/PVV-dossier van eiser (althans behoorden daar in te zitten). Uit de aard van de objecten (onroerende zaken) volgt dat eiser met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook op de peildatum 1 januari 2016 eigenaar was van de panden die hij volgens de door de inspecteur gevolgde aangiften over eerdere en latere jaren bezat. De inspecteur beschikte eind 2019 dus over genoeg gegevens om een definitieve aanslag op te leggen met de waarde van die panden in de grondslag voor box 3. Door toch geen definitieve aanslag op te leggen binnen de aanslagtermijn, heeft de inspecteur een ambtelijk verzuim begaan. De inspecteur was daarom niet bevoegd om de navorderingsaanslag op te leggen. De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag om deze reden. Eiser heeft verzocht om een integrale proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelt dat er voor de bezwaarprocedure sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan afgeweken kan worden van de forfaitaire bedragen van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank kent voor de bezwaarprocedure de verzochte integrale kostenvergoeding toe. Voor de beroepsprocedure is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan van de forfaitaire bedragen afgeweken kan worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/4287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp</contributor><issued>2024-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:4496</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:3739</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:3739</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:3739"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingrecht, Wet WOZ, Bpb: ‘Schriftelijke hoorzitting’: eiseres krijgt geen punt voor een hoorzitting in bezwaar, omdat zij uitsluitend een nader stuk heeft ingediend, dat de heffingsambtenaar heeft meegenomen in de uitspraak op bezwaar. Dat onderscheidt zich materieel niet van een hoorzitting in de zin van Afdeling 7.2 van de Awb. De rechtbank is niet gebonden aan een partijafspraak over toekenning van proceskosten. Dat de afspraak is gemaakt tijdens de coronaperiode en het stuk tijdens de ‘harde lockdown’ is ingediend, leidt niet tot een ander oordeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Cune</contributor><issued>2024-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:422</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:422</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:422"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2016. In geschil is of de aanslag terecht is opgelegd en welk bedrag aan zorgkosten in aftrek gebracht mag worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2404</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, H.E. Kostense, C.J. Hummel</contributor><issued>2024-03-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3942</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3942</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3942"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Urencriterium en zelfstandigenaftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2953 tot en met BRE 23/2960</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-06-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3806"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 15aj, lid 2, Wet Vpb. Geen afwaardering van vordering uit hoofde van hoofdelijke aansprakelijkheid OB-schuld ex artikel 43, lid 2, IW 1990. Proceskostenvergoeding in eerste aanleg correct vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BKDH-22/00258</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:386</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:245</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1267"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03252</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:2296</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:670</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:670</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:670"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04926</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:9448</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:685</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:685</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:685"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02896</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:4900</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:420</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:420</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:420"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Is de vergunning om op te treden als beperkt fiscaal vertegenwoordiger en de aanwijzing op de voet van artikel 23 Wet OB terecht ingetrokken?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2407 22/2408</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, H.E. Kostense, C.J. Hummel</contributor><issued>2024-04-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6239</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6239</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6239"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">toepassing nultarief voor omzetbelasting in verband met uitvoer paard</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9701 en 23/9702</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. van Norden, S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-09-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:515</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:515</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:515"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; art. 6:8 Awb en art. 6:11 Awb; uitspraak op verzet; verschoonbaarheid termijnoverschrijding; indiening zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs kan worden verlangd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:164</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:164</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:164"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:167 Teruggaaf of afdrachtvermindering dividendbelasting; niet-ingezeten beleggingsfonds; bewijs van inhouding te zijnen laste; de facto discriminerend controlebeleid? Toetsing aan algemene rechtsbeginselen; ambtshalve toetsing aan EU-verkeersvrijheden op grond van effectiviteit van EU-recht? Deze zaak is één van elf cassatieberoepen van niet-ingezeten beleggingsfondsen die met een beroep op het vrije kapitaalverkeer om teruggaaf van dividendbelasting hebben gevraagd omdat zij zich vergelijkbaar achten met ingezeten fiscale beleggingsinstellingen (fbi’s). De elf zaken zijn op de bedragen en de tijdvakken na nagenoeg gelijk, zij het dat sommige het fbi-regime tot 2008 betreffen (art. 10(2) Wet op de dividendbelasting (Divb): teruggaafregeling) en sommige het fbi-regime vanaf 2008 (art. 11a Divb: afdrachtvermindering) en dat in één zaak (rolnr. 23/02606) bovendien een formeel punt aan de orde is, nl. de vraag naar het juiste dictum bij een (hoger) beroep tegen een abusievelijk gedane uitspraak op bezwaar over een jaar waarover geen bezwaar is ingediend. De Inspecteur heeft teruggaaf c.q. afdrachtvermindering geweigerd omdat de belanghebbende, hoewel daar door de Inspecteur meer malen om gevraagd, geen dividendnota’s of ander bewijs van gerechtigdheid tot Nederlandse dividenden en van inhouding van Nederlandse dividendbelasting heeft overgelegd. Alleen daarom bestaat al geen recht op teruggaaf, aldus de Inspecteur, omdat niet kan worden vastgesteld dat en ten laste van wie hoeveel dividendbelasting is ingehouden. De Inspecteur achtte de belanghebbende overigens objectief niet vergelijkbaar met een dooruitdelings- en inhoudingsplichtige ingezeten fbi. De rechtbank heeft belanghebbendes beroep ongegrond verklaard wegens onvergelijkbaarheid van de belanghebbende met een ingezeten fbi. Het Hof is niet toegekomen aan beoordeling van de (on)vergelijkbaarheid van de belanghebbende met ingezeten fbi’s en evenmin aan toetsing aan het vrije kapitaalverkeer omdat de belanghebbende, hoewel diverse malen gewezen op het ontbreken van dividendnota’s en op de mogelijke gevolgen daarvan, geen dividendnota’s of ander concreet bewijs van inhouding te zijnen laste heeft overgelegd of anderszins inhoudelijk is ingegaan op het standpunt van de Inspecteur. Evenmin is gesteld of gebleken dat uitreiking van dividendnota’s achterwege is gebleven op grond van art. 9(3) Divb. Teruggaaf c.q. vermindering stuit er dan al op af dat tegenover de betwisting door de Inspecteur niet aannemelijk is gemaakt dat en zo ja, hoeveel Nederlandse dividendbelasting in de desbetreffende jaren is ingehouden ten laste van de belanghebbende. In cassatie stelt de gemachtigde van alle elf belanghebbenden dat de weigering van teruggaaf in strijd is met de vrijheid van kapitaalverkeer (art. 63 VwEU), met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en met algemene rechtsbeginselen waaraan de formele wet (het wettelijke fbi-regime) zijns inziens door de rechter getoetst kan worden ondanks het grondwettelijke toetsingsverbod, en dat het Hof met een verkeerde bewijslastverdeling de goede procesorde heeft geschonden. A-G Wattel leidt uit het cassatieberoep af dat de gemachtigde meent dat het Hof van ambtswege het controlebeleid van de Inspecteur had moeten toetsen aan (i) EU-recht, met name de vrijheid van kapitaalverkeer en (ii) beginselen van behoorlijk bestuur, met name het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. De gemachtigde heeft bij het Hof niet gesteld dat het (dividendnota-)controlebeleid van de fiscus het EU-recht en de beginselen van behoorlijk bestuur schendt, maar slechts dat de belanghebbende vergelijkbaar is met ingezeten fbi’s en daarom recht heeft op teruggaaf. De klacht dat het Hof de belanghebbende ten onrechte objectief onvergelijkbaar zou hebben geacht met ingezeten fbi’s heeft volgens de A-G geen feitelijke grondslag omdat het Hof aan beoordeling daarvan niet is toegekomen omdat de gestelde inhouding niet aannemelijk is gemaakt. De klacht over schending van de goede procesorde acht de A-G ongegrond: als een beleggingsfonds dividendbelasting terugvraagt en de Inspecteur om bewijs van (de omvang van) de inhouding te zijnen laste vraagt, strookt het juist met een goede procesorde dat de rechter de vordering afwijst als dat fonds bij betwisting van het gestelde recht niets doet om het aannemelijk te maken. Wie stelt, draagt bij betwisting het bewijsrisico. De zaak heeft volgens A-G Wattel niets van doen met door de gemachtigde gewenste toetsing van formele wetgeving (het fbi-regime) aan ongeschreven algemene rechtsbeginselen. Dat een belastingplichtige die een teruggaafrecht stelt, op basis van art. 47 AWR genoopt kan worden dat recht aannemelijk te maken en dat teruggaaf wordt geweigerd als bewijs uitblijft, kan onmogelijk worden gezien als hardheid die niet zou zijn voorzien en aanvaard door de formele wetgever. Het gaat de gemachtigde kennelijk om toetsing van (controle)beleid aan het gelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur. De gemachtigde stelt (pas) in cassatie dat dividendnota’s bij ingezeten fbi’s ‘hoogst zelden’ worden opgevraagd, dat zij alleen structureel opgevraagd worden bij vrijgestelde lichamen en dat dit van algemene bekendheid zou zijn, maar deze stellingen zijn volgens A-G Wattel naar nationaal recht ontoelaatbare feitelijke nova. Naar nationaal recht acht de A-G het cassatieberoep daarom ongegrond. Dan resteert de vraag naar een eventuele EU-rechtelijke verplichting van de feitenrechter of de cassatierechter om ex officio te toetsen of het (dividendnota)controlebeleid van de Inspecteur bij teruggaafverzoeken de facto niet-ingezeten fondsen discrimineert, in strijd met de vrijheden van kapitaalverkeer en dienstverlening. De feitenrechter is volgens de A-G niet gehouden om buiten het geschil EU-recht toe te passen dat niet van openbare orde is (HvJ C-222 t/m 225/05, Van der Weerd e.a.) en evenmin consumentenbescherming betreft (HvJ C-240/98, Oceano Grupo en C 168/05, Mostaza Claro). Het Hof is nationaalrechtelijk niet bevoegd om buiten het geschil te gaan en in dat geval geldt geen EU-rechtelijke plicht tot toepassing van EU-recht van ambtswege, aldus ook HvJ C-430/93 en C-431/93, Van Schijndel en Van Veen, waaruit ook volgt dat het EU-recht de cassatierechter niet verplicht om in te gaan op pas in cassatie ingeroepen EU-recht als daarvoor feitelijk onderzoek nodig is. Het door de gemachtigde ingeroepen art. 63 VwEU is niet van openbare orde en die verkeersvrijheid betreft noch consumenten-bescherming, noch mededingingsrecht, zodat het Hof EU-rechtelijk niet verplicht was om van ambstwege in te gaan op de door de gemachtigde niet-gestelde vraag of het controlebeleid de verkeersvrijheid zou belemmeren en de Hoge Raad in cassatie niet verplicht is om in te gaan op de daar voor het eerst ingenomen feitelijke stelling dat de fiscus een de facto kapitaalverkeerbelemmerend controlebeleid zou voeren. Het lijkt de A-G overigens onjuist om het voor te stellen alsof de rechter een controlebeleid zou voeren door al dan niet dividendnota’s te ‘eisen’. Het is de Inspecteur die al dan niet bewijs van inhouding ten laste van het desbetreffende fonds verlangt, al dan niet in de vorm van dividendnota’s, omdat hij (de omvang van) het gestelde recht op teruggaaf van dividendbelasting betwist. De rechter heeft bij een dergelijke betwisting geen keus dan de bewijslast bij de verzoeker te leggen die stelt een recht te hebben. De gemachtigde stelt niet dat het Hof in strijd met de vrije bewijsleer uitsluitend een bepaalde soort bewijs (dividendnota’s) zou hebben toegelaten; integendeel: hij brengt zelf in dat het Hof in andere door hem gevoerde procedures ook een verklaring van de custodian van het desbetreffende effectendepot als voldoende bewijs aanvaardt tegenover de betwisting van het teruggaafrecht door de Inspecteur. Conclusie: cassatieberoep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02607</description><issued>2024-02-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:480</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:4520</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:4520</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:4520"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is of erflater in 2014 en 2015 woonachtig was in Nederland. De rechtbank komt tot het oordeel dat erflater in Nederland woonachtig was. Zij neemt daarbij in aanmerking het betaalgedrag van erflater dat volgt uit de bankafschriften, de aan erflater ter beschikking staande woning en auto’s, de familiebanden met zijn kinderen en de in Nederland gevestigde vennootschappen waar hij bestuurder van was. Dat erflater ook een duurzame band had met Bulgarije doet daar niet aan af. Op grond van het belastingverdrag is de woonplaats ook Nederland. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 20/617 en 20/621</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.Y. Gramsbergen, J.A.L. Heldens</contributor><issued>2024-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:1173</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:1173</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:1173"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Afwikkeling nalatenschap moeder. Onrechtmatige onttrekkingen? Schenking in strijd met levenstestament. Aandeel niet verbeurd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/641362 / HA ZA 23-68</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.A.M. Kroft</contributor><issued>2024-04-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2274"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Bpm. Art. 10, leden 1, 2 en 8, Wet Bpm. Voor de vaststelling van de CO2-uitstoot wordt uitgegaan van de gegevens in het Duitse kentekenbewijs. Art. 9 Wet Bpm. Berekening historische nieuwprijs. Het niet toepassen van een tijdsevenredige heffing van Bpm in geval van een gesloopte auto leidt niet tot een schending van het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel of het gelijkheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: nummers BK-22/001260 tot en met BK-22/001262 en BK-22/001267 tot en met BK 22/001269</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:6914</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:6914</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:6914"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Restwaarden Taxatiewijzer Verzorging niet aannemelijk gelet op gemotiveerde betwisting. Restwaarden ook met verkoopreferenties niet aannemelijk. Waarde in goede justitie. Bewijslast. Met verwijzing naar de Taxatiewijzer heeft de heffingsambtenaar als uitgangspunt het van hem te verlangen bewijs geleverd. Belanghebbende heeft echter de restwaarden in de Taxatiewijzer betwist. Zij moet aannemelijk maken dat er gerede twijfels bestaan bij de restwaardepercentages. Met haar verkoopreferenties heeft zij dit gedaan. De heffingsambtenaar heeft de door hem gehanteerde restwaarden vervolgens ook niet aannemelijk gemaakt met de door hem ingebrachte verkoopreferenties. Ook belanghebbende maakt de door haar genoemde restwaarden niet aannemelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22/6040</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes, L.Y. Gramsbergen, L.L. van Benthem</contributor><issued>2023-12-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1913</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1913</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1913"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een uitdeling. Mede gelet op het taxatierapport is niet aannemelijk geworden dat bij belanghebbende en de vennootschap sprake was van (dubbele) bewustheid. De navorderingsaanslag dient daarom te worden vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3572</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, M.M. de Werd, S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6981</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6981</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6981"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2760 t/m BRE 23/2763</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, S.A.J. Bastiaansen, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1795</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1795</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1795"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen bpm - auto's nieuw of gebruikt?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/1274, 21/1905, 21/1928 en 21/1929</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-03-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:1961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:1961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:1961"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetverkrachting. Oplegging gevangenisstraf 15 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Vordering benadeelde partij deels toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/250319-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. Rochat, A.P. Pereira Horta, F.M. Guljé</contributor><issued>2026-02-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:743</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:743</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:743"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. De Inspecteur heeft het verbod van reformatio in peius niet geschonden met het opleggen van de naheffingsaanslagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/157 tot en met BK-23/159</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:367</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1916</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1916</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1916"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 3.92 Wet IB 2001. Verlies uit borgstelling kan niet ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden worden gebracht omdat de inspecteur en de rechtbank terecht hebben geoordeeld dat de borgstelling als aandeelhouder is aangegaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1434</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, A.J. Kromhout, A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-06-18</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 3.92</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3672</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:391</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:391</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:391"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; art. 36 en art. 6 Bvdb 2001; art. 63 VWEU; verrekening van in Uruguay ingehouden bronbelasting op royalty’s; aanwijzing als ontwikkelingsland in de zin van art. 6 Bvdb 2001; vrijheid van kapitaalverkeer; vergelijkingsmaatstaf voor de toepassing van art. 63 VWEU.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00521</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-03-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:5</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2021:903</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7746"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11030</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. de Boer</contributor><issued>2024-11-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:567</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:567</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:567"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen IB/PVV 2015 tot en met 2018. Boekenonderzoek. Artikel 16 AWR; nieuw feit en kenbare fout. Het Hof oordeelt dat de Inspecteur voor de jaren 2015 en 2016 beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde. Voor de jaren 2017 en 2018 is sprake van een kenbare fout. Beroep op vertrouwensbeginsel slaagt niet. Artikel 67e AWR; vergrijpboeten worden vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/224 en BK-23/225, BK-23/236 tot en met BK-23/239, BK-24/250 en BK-24/251</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:1391</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:581"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-04-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:2601</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:13499</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:13499</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:13499"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">30%-regeling; buitenbehandelingstelling na niet tijdig hersteld vormverzuim. Sinds 2023 geldt nieuw beleid voor situaties zoals die van eiseres, waarbij in het bezwaarschrift tegen de buitenbehandelingstelling alle door verweerder gevraagde informatie voor de behandeling van de aanvraag 30%-regeling alsnog wordt aangeleverd. De rechtbank vernietigt het het bestreden besluit en wijst de zaak terug naar verweerder om opnieuw uitspraak op bezwaar te doen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 22/3472</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten</contributor><issued>2024-01-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7292"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019, kwalificerende buitenlandse belastingplichtige, negatieve inkomsten uit een in Duitsland gelegen woning niet aannemelijk gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3576</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-10-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:355</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:355</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:355"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank heeft in afwijking van het overzichtsarrest een vergoeding van immateriële schade toegekend van € 100 (2 x € 50). Belanghebbende verzoekt een vergoeding van € 1.000, Het Hof ziet in de omstandigheid dat het financieel belang van de zaak € 750 bedraagt geen reden om voor de hoogte van de te vergoeden immateriële schade af te wijken van het bedrag van € 1.000 (2 x € 500) dat is geïndiceerd in het zogeheten overzichtsarrest (HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, BNB 2016/140).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/633</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, E.A.G. van der Ouderaa, W.J. Blokland</contributor><issued>2024-02-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1990"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV 2017, persoonsgebonden aftrek in verband met onderhoudskosten voor een monumentenpand</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 32</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4776</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4776</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4776"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Een perceel grond waarop een woning gebouwd zal worden kan gelet op de wetsgeschiedenis en jurisprudentie niet worden aangemerkt als een woning als bedoeld in artikel 14, tweede lid van de Wbr zodat op de verkrijging daarvan het tarief van 10,4% van toepassing is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3768</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:928</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2023:476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2023:476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2023:476"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1193, 22/1049, 22/2531 en 23/182</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.J.G.M. Widdershoven</contributor><issued>2023-09-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3700</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3700</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3700"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV en ZVW 2014 tot en met 2017. Het hof oordeelt dat de inspecteur niet beschikt over een nieuw feit. Het hof acht belanghebbende te kwader trouw als gevolg waarvan de inspecteur over de jaren 2015 en 2016 heeft mogen navorderen. Belanghebbende heeft in 2015 tot en met 2017 aanzienlijk meer uitgegeven dan zij aan inkomsten binnenkreeg. Belanghebbende heeft dit verschil niet kunnen verklaren. Het kan niet anders zijn dan dat belanghebbende zich ervan bewust was dat ze meer uitgaf dan dat ze binnenkreeg en het kan daardoor niet anders zijn dan dat zij zich ervan bewust was dat het verschil inkomen was dat zij niet heeft aangegeven. De bewijslast wordt ten nadele van belanghebbende omgekeerd en verzwaard. Belanghebbende heeft niet doen blijken dat de (navorderings)aanslagen te hoog zijn vastgesteld. Het hof acht de schatting niet willekeurig en onredelijk, omdat de inspecteur voor het opleggen van de (navorderings)aanslagen als uitgangspunt de uitgaven heeft genomen die belanghebbende en de partner hebben gedaan voor 2015 tot en met 2017, blijkens hun bankrekeningen. De inspecteur heeft overtuigend aangetoond dat sprake is van willens en wetens aanvaarden van de aanmerkelijke kans door belanghebbende dat haar handelen of nalaten tot gevolg heeft gehad dat onjuist aangifte is gedaan (2017) of dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven (2015 en 2016) en dat zij deze kans bewust op de koop heeft toegenomen. Het hof oordeelt dat er geen sprake is van een pleitbaar standpunt. Het hof acht de opgelegde vergrijpboeten over 2015 tot en met 2017 passend en geboden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00845 tot en met 22/00851</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1716"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BRE 23/813 en BRE 23/814 + BRE 23/2085 t/m BRE 23/2092. Inkomstenbelasting; giftenaftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-03-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4529</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4529</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4529"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Afvalstoffenheffing en watersysteemheffing, volgtijdig gebruik, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB-23_3577</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.Z.B. Sterk</contributor><issued>2024-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6406</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6406</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6406"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op bezwaar per aangetekende post verstuurd. Beroep is niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd</contributor><issued>2024-09-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:6404</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6404</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:6404"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet hersteloperatie toeslagen. Kindregeling. Beroep op hardheidsclausule slaagt niet. Geen ruimte om af te wijken van de wettelijke bepalingen van de Wht. De op de zaak betrekking hebbende stukken zijn door verweerder overgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 23/5496</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Boonstra</contributor><issued>2024-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2025:2993</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:2156</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:2156</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:2156"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eigenwoningschuld: niet voldaan aan aflossingseis, geen zakelijk rentepercentage. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 3572</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J.M. Arends, D.M. Drok, K.G. Scholten</contributor><issued>2024-02-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8990"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/4746</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-01-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:457</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:457</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:457"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering nultarief BTW en vergrijpboeten wegens betrokkenheid bij BTW-fraude. Art. 6 EVRM en art. 47 EU-Handvest (fair trial); moet de fiscus bij de cautie ook wijzen op een recht op rechtsbijstand? Geldt EHRM Salduz ook bij tax surcharges of geldt ingevolge EHRM Jussila die waarborg bij zaken buiten the hard core of criminal law niet in its full stringency? Indien verplicht: welke gevolgen heeft een rechtsbijstandverwijzingsverzuim? En is ook de weigering van het nultarief een criminal charge? Feiten: De belanghebbende handelt in auto’s. Zij heeft in 2015 en 2016 auto’s verkocht aan ogenschijnlijk Hongaarse afnemers, maar de auto’s zijn naar Berlijn gegaan. De verkoopfacturen vermelden dus niet de werkelijke afnemers van de auto’s. De Inspecteur heeft naar aanleiding van een boekenonderzoek het nultarief op de intracommunautaire transacties geweigerd en € 134.521 over 2015 en € 203.831 over 2016 nageheven. Hij heeft vergrijpboeten opgelegd ad € 67.260 resp. € 101.915 (50%). Het controlerapport citeert twee verklaringen die zijn afgelegd door belanghebbendes (indirecte) bestuurder en (indirecte) aandeelhouder. Voordat hij die verklaringen aflegde is hem de cautie gegeven maar is hem niet meegedeeld dat hij recht op rechtsbijstand zou hebben. Bij de tweede verklaring was belanghebbendes belastingadviseur aanwezig. In geschil is of het nultarief terecht is geweigerd en of de twee verklaringen van belanghebbendes bestuurder wegens schending van art. 6 EVRM en art. 47 Handvest buiten beschouwing moeten voor het bewijs van opzet of grove schuld van de belanghebbende aan te lage voldoening van omzetbelasting. Hof Arnhem-Leeuwarden heeft de verklaringen buiten beschouwing gelaten. Zonder die verklaringen heeft de Inspecteur volgens het Hof niet doen blijken dat de belanghebbende opzet kan worden verweten. Het overige bewijs achtte het Hof wel overtuigend voor het subsidiaire verwijt van grove schuld. Het Hof heeft de boeten verlaagd naar 25% van de naheffingen. Beide partijen hebben cassatieberoep ingesteld. Beide beroepen stellen de vraag aan de orde in hoeverre de Salduz-rechtspraak van het EHRM over het recht van een verdachte op bijstand door een advocaat ook buiten het hard core strafrecht geldt, met name in het punitieve bestuursrecht. De belanghebbende stelt in cassatie bovendien dat ook de weigering van het nultarief een criminal charge is en dat het rechtsbijstandverwijzingsverzuim ook gevolgen moet hebben voor de naheffingen. De Staatssecretaris acht de art. 67f AWR, 6 EVRM en 47 en 48 Handvest geschonden doordat het Hof de verklaringen buiten beschouwing heeft gelaten. Salduz en de EU-Richtlijnen over de rechten van een verdachte gelden zijns inziens niet buiten hetgeen die Richtlijnen criminal proceedings noemen (strafvervolging door het OM voor de strafrechter). Subsidiair acht hij ‘s Hofs motivering niet begrijpelijk omdat die er aan voorbij gaat dat bij het tweede gesprek wel degelijk de belastingadviseur aanwezig was. De belanghebbende meent dat de verklaringen van haar bestuurder niet alleen van bewijs voor de boetegronden moeten worden uitgesloten, maar ook van bewijs voor de naheffing omdat zij ook weigering van het nultarief als criminal charge beschouwd, nu daarvoor fraudebewustzijn vereist is, zodat de fiscus de bestuurder ook in dat verband had moeten wijzen op het recht op rechtsbijstand en het verzuim daarvan meebrengt dat die verklaringen ook voor de heffing buiten beschouwing moeten blijven. A-G Wattel acht weigering van het nultarief geen criminal charge maar een middel tot correcte BTW-heffing, waartoe Nederland verplicht is op grond van het rechtstreeks werkende algemene beginsel van EU-recht dat misbruik en fraude ter zake van EU-recht verboden is. Dit brengt mee dat bij kwade trouw niet voldaan wordt aan de objectieve voorwaarden voor aftrek, vrijstelling of teruggaaf van BTW, zoals het HvJ EU expliciet heeft bepaald in de zaak Italmoda. Uit EHRM Segame SA v. Frankrijk volgt dat ook het EHRM groot belang hecht aan correcte belastingheffing. Uit de EHRM-arresten Jussila v. Finland, Segame SA v. France en Chap Ltd v. Armenia blijkt dat de eisen die art. 6 EVRM aan een fair hearing bij een criminal charge stelt niet noodzakelijkerwijs in hun full stringency gelden in zaken die buiten de hard core of criminal law vallen, zoals in elk geval fiscaal-administratieve beboeting (tax surcharges), hoe hoog ook. Uit deze rechtspraak volgt weliswaar niet dat bij voorgenomen bestuurlijke beboeting niet hoeft te worden gewezen op een recht op rechtsbijstand, maar evenmin dat dat wél moet. Het EHRM volgt in hard core strafzaken een two step approach bij de beoordeling van een gestelde schending van een aspect van art. 6 EVRM, bijvoorbeeld in Beuze v. Belgium. Is dat aspect van art. 6 EVRM geschonden, dan volgt niet automatisch het oordeel dat art. 6 is geschonden omdat de aspecten van art. 6 geen ends in themselves zijn, maar gericht op de realisering van een fair trial, zodat vervolgens nog een beoordeling volgt of desondanks de procedure als geheel als fair kan worden aangemerkt. De A-G vermoedt dat het EHRM art. 6 EVRM geschonden zou achten in de onderhavige zaak. Daarmee kan de procedure echter nog niet als unfair worden aangemerkt, nu geenszins uitgesloten is dat de procedure overall toch als fair beschouwd kan worden. Het stond belanghebbendes bestuurder vrij om de gesprekken te beëindigen of te onderbreken om een raadspersoon naar keuze te raadplegen en om die aanwezig te laten zijn bij de gesprekken. Ook was belanghebbendes bestuurder niet van zijn vrijheid beroofd of opgeroepen voor verhoor bij de politie of ten burele van de fiscus toen hij gehoord werd; dat gebeurde in zijn eigen bedrijfsruimte. Bovendien had hij bij het tweede gesprek bijstand door een belastingadviseur, hetgeen rechtsbijstandsverwijzing volgens de A-G overbodig maakt. Het Hof heeft aan het enkele niet tegelijk met de cautie wijzen op het recht op rechtsbijstand het gevolg verbonden dat de verklaringen niet als bewijs voor de boetegrondslag kunnen dienen, tenzij de belanghebbende door dat verzuim niet in haar verdediging is geschaad. Het Hof heeft dat laatste niet onderzocht, maar slechts overwogen dat de Inspecteur niet heeft gesteld dat de belanghebbende niet in haar belang is geschaad. Die verdeling van stelplicht en bewijslast lijkt A-G Wattel onjuist; en ook het daaraan verbonden gevolg van bewijsuitsluiting. De belanghebbende die meent dat een – mogelijke – schending van één aspect van art. 6 EVRM haar verdedigingsbelang heeft geschaad op een wijze waardoor overall niet meer van een fair hearing gesproken kan worden, moet zijns inziens stellen dat en hoe dat het geval zou zijn. Hij acht het met de Staatssecretaris ook niet begrijpelijk dat het Hof er ongemotiveerd aan voorbijgaat dat de belanghebbende tijdens het gehele tweede gesprek wel degelijk werd bijgestaan door een raadspersoon van eigen keuze. Uit de Schenk-rechtspraak van het EHRM en de HvJ-arresten La quadrature du net en Prokuratuur volgt verder dat de bepaling van de gevolgen van de mogelijk onrechtmatige bewijsverkrijging een kwestie van nationale procedurele autonomie is en dat ook minder vergaande gevolgen dan bewijsuitsluiting mogelijk zijn. Nationale autonomie impliceert voor Nederland dat bewijsmateriaal pas onbruikbaar is als het door de fiscus zelf is verkregen met schending van de beginselen van behoorlijk bestuur of strafrechtelijk is verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijke handelende overheid mag worden verwacht dat het onder alle omstandigheden van gebruik moet worden uitgesloten. Daarvan lijkt de A-G in casu geen sprake, mede gegeven dat de boekenonderzoeker niet kon weten dat Salduz zo ver zou reiken en dat ook nu nog geenszins vast staat dat Salduz inderdaad zo ver reikt. De Staatssecretaris suggereert verwijzing naar het EHRM voor een advisory opinion, maar volgens A-G Wattel moet de zaak eerst terug naar de feitenrechter voor nieuw onderzoek naar de feiten en beoordeling in het licht van de correcte rechtskundige maatstaven. Daarzonder zijn vragen aan het EHRM hypothetisch. Conclusie: cassatieberoep belanghebbende ongegrond; cassatieberoep Staatssecretaris gegrond. Verwijzing naar een ander Hof.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04034</description><issued>2024-05-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1135</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2024:916</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:916</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2024:916"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Postwet 2009. Universele Postdienst (UPD). Kwaliteit aangetekende UPD-post. Verzoek om handhaving tegen PostNL. Last onder dwangsom. Verzoeker om handhaving is geen belanghebbende. Artikel 16, zesde lid, van de Postwet 2009 biedt geen grondslag voor het handhaven van de kwaliteit van de aangetekende UPD-post met een zelfstandige normstelling door de ACM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1779 en 23/1780</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. Brugman, M. van Duuren, B. Bastein</contributor><issued>2024-12-17</issued><reference relation="citing" lang="nl">Postwet</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:7257</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2653</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2653</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2653"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting. Toetsingsverbod wet in formele zin. Geen sprake van niet-verdisconteerde bijzondere omstandigheden. Heffing forensenbelasting niet in strijd met artikel 1 EP EVRM en valt niet binnen de reikwijdte van het belastingverdrag Nederland-Luxemburg. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/962 tot en met 22/964</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij</contributor><issued>2024-11-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 1</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1498</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7514</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7514</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7514"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. WUO of ROW? Vermogensetikettering woning. Kostenaftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/689 t/m 22/693</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8412"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aftrek specifieke zorgkosten. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9163</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-12-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1537</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:715"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV en Zvw 2016. Artikel 12a, lid 1, Wet LB 1964; gebruikelijk loon. Omkering en verzwaring van de bewijslast. De Inspecteur heeft de correcties gebaseerd op een redelijke en niet willekeurige schatting. De verzuimboete is terecht opgelegd, maar wordt gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het hoger beroep is gegrond omdat de Inspecteur de aanslag IB/PVV, nadat hoger beroep is ingesteld, ambtshalve heeft verminderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/589 en BK-23/590</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1335</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1185"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03070</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:5414</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1212</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1212</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1212"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00767</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1063</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7488</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7488</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7488"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Verzoekster verzoekt de kantonrechter om verweerders (de kinderen van haar overleden echtgenoot) een termijn te stellen om een keuze te maken over aanvaarding van de nalatenschap van hun vader (artikel 4:192 lid 2 BW). In zijn testament heeft hij de wettelijke verdeling van toepassing verklaard. Verweerders verzoeken de kantonrechter bij wijze van zelfstandig verzoek om hun vordering op verzoekster vanwege de wettelijke verdeling vast te stellen (artikel 4:15 lid 1 BW). Ook verzoeken zij om haar te veroordelen om stukken te verstrekken die zij voor de berekening van hun vordering nodig hebben. Hoewel zij hiervoor eigenlijk een vordering hadden moeten instellen bij de rechtbank, heeft de kantonrechter tijdens de zitting met partijen om proceseconomische redenen afgesproken dat zij op dit verzoek inhoudelijk zal beslissen. Het verzoek wordt deels toegewezen. De beoordeling van het zelfstandige verzoek om de vordering vanwege de wettelijke verdeling vast te stellen wordt aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12036120 UB VERZ 25-538</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.F. Hermans</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:788</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:788</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:788"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 16, lid 3, AWR; vernietiging navorderingsaanslag in hoger beroep in verband met overschrijding van de wettelijke navorderingstermijn. Artikelen 7:15 en 8:75 Awb; belanghebbende heeft geen recht op een hogere proceskostenvergoeding dan de forfaitaire proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-21/218</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:2407</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10221</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10221</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10221"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">PIJ-beschikking. De vordering van de officier van justitie wordt toegewezen en de PIJ-maatregel wordt verlengd met zes maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13.344515.21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Devis, mr. A. van Luijck, mr. L.F. Bögemann</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:5493</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:5493</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:5493"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen omzetbelasting -moet het nultarief moet worden geweigerd in verband met fraude die belanghebbenden hebben gepleegd; -wisten belanghebbenden dan wel hadden zij moeten weten van fraude en moet op grond daarvan het nultarief moet worden geweigerd; -voldeden belanghebbenden aan de voorwaarden om het nultarief toe te passen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/311</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van den Bosch, R.R. van der Heide, L.M. Praamstra</contributor><issued>2024-02-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1535</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1535</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1535"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Auto oorspronkelijk afkomstig uit de VS. Handelsinkoopwaarde volgens koerslijst is zuiverder dan een benadering op basis van vraagprijzen, zoals belanghebbende voorstaat. CO2-uitstoot op basis van Duitse kentekenbewijs. Het hof acht waterschade aannemelijk en bepaalt de daarmee verband houdende schade in goede justitie. Geen reden voor een waardevermindering in verband met afwijkende USA-specificaties.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/704</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, T.A. Gladpootjes, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-05-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2366</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:474</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:474</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:474"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02600</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-03-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1689</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:151</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:167</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1751</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1751</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1751"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02559</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:850</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:50</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:50</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:50"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; art. 17g Landsverordening beroep in belastingzaken Curaçao; art. 6 EVRM; terugwijzing van de zaak naar het Gerecht is niet mogelijk; immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn; ambtshalve onderzoek naar overschrijding redelijke termijn berechting; vermindering van boete. ECLI:NL:OGHACMB:2021:85</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01999</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-01-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:7445</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7445</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:7445"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aan eiseres zijn aanslagen IB opgelegd voor de jaren 2015 tot en met 2021. De rechtbank oordeelt dat door verrekening van verliezen eiseres over de jaren 2015 en 2020 geen IB verschuldigd is en zij in zoverre geen belang bij het beroep. Voor zover het beroep betrekking heeft op 2021 is het niet tijdig ingediend. Het beroep is dus niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/4067 tot en met 22/4073</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, G.H. de Soeten</contributor><issued>2024-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:3153</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:3153</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:3153"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep op beperkte kennisneming toegewezen. Extra overweging over de wijze waarop deze verzoeken moeten worden gedaan in het kader van Digitale Toegang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22_1846</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.W. van de Sande</contributor><issued>2024-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1660</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1660</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1660"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54 NTB - beroep tegen niet tijdig nemen van een besluit niet ontvankelijk - beroep tegen het niet toekennen van een dwangsom ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/10369</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-03-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4737</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4737</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4737"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzuimboete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9318</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.P.A. Boersma</contributor><issued>2024-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3657</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3657</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3657"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Betaling door vennootschap aan bestuurder. Loon?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1194</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1530</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1530</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1530"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat belanghebbende de ontvangst van de brief waarbij de inspecteur uitstel voor het indienen van de aangifte heeft verleend, niet heeft ontzenuwd. De inspecteur heeft daarom duidelijk kenbaar uitstel voor het indienen van de aangifte verleend. De aanslag is daarom tijdig opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1449</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2024-05-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3798</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3007"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting, heffingsrecht over pensioenuitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9111</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2024-05-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:826</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:826</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:826"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04018</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-06-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3791</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:861"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ; artikel 40, lid 2; Awb; artikel 7:4, leden 2 en 4.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03663</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-06-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:2599</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:863</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:863</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:863"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; prejudiciële vragen; art. 27ga AWR; art. 11, lid 1, letter k, Wet OB 1968; de dienst bestaande in schade verzekeren en de dienst bestaande in schade afhandelen vallen samen niet als één ondeelbare prestatie aan te merken indien deze diensten door verschillende ondernemers voor verschillende afnemers worden verricht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00084</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudiciële beslissing</description><issued>2024-06-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:5144</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:640</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:640</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:640"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02248</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-04-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:3458</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1342"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01875</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-09-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:702</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3650"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Eigenwoningregeling. Rente restschuld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/11</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:5722</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2023:5380</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:5380</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2023:5380"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">De kern van het geschil betreft de vraag of er bij de (fiscale) advisering door gedaagde 1 beroepsfouten zijn gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft gedaagde 1 ten aanzien van één specifiek onderdeel niet gehandeld zoals een redelijk handelend en redelijk bekwaam belastingadviseur behoorde te doen. In die zin kan dan ook worden gezegd dat er sprake is van tekortschieten in de uitvoering van de opdracht tot fiscale dienstverlening en is sprake van een beroepsfout. De overeenkomst van opdracht is daarom rechtsgeldig ontbonden. De rechtbank ziet voldoende aanknopingspunten om de waardevergoeding op grond van artikel 6:272 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) voor de wel naar behoren verrichte werkzaamheden door gedaagde 1 vast te stellen op 90% van de door eiser betaalde declaraties. Dit betekent dat een bedrag van € 11.325,46 zal worden toegewezen als vergoeding uit hoofde van de ongedaanmakingsverplichting. Gedaagden worden tevens veroordeeld tot vergoeding van 10% van de door eiser geleden schade als gevolg van de gemaakte beroepsfout. Omdat de mogelijkheid van schade aannemelijk is, maar er op dit moment onvoldoende aanknopingspunten zijn om de schade te begroten, vindt verwijzing naar de schadestaatprocedure plaats.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/286214 / HA ZA 22-340</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.J. Thurlings-Rassa</contributor><issued>2024-11-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2011"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OZB. woningtarief. Wet WOZ. 220a Gemeentewet. Het logeerhuis van belanghebbende kwalificeert als woning. De Heffingsambtenaar heeft de waarden van het logeerhuis niet te hoog vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/486 en BK-23/487</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:2814</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4725</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4725</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4725"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft niet betwist dat zij in haar aangifte Vpb 2016 ten onrechte niet heeft afgerekend over haar stille reserves. De enkele omstandigheid dat de stille reserves (ten onrechte) al eerder bij een groepsvennootschap in de winst zijn begrepen kan er niet toe leiden dat een juridisch juiste heffing bij belanghebbende achterwege moet blijven. De navorderingsaanslag is daarom terecht opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is de vereiste aangifte niet gedaan zodat de bewijslast dient te worden omgekeerd en verzwaard. Belanghebbende heeft niet doen blijken dat de navorderingsaanslag, na de uitspraak op bezwaar, te hoog is. Van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel ten aanzien van de belastingrente is geen sprake. Het beroep is daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3853</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd, S.J. Willems-Ruesink, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-07-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2265</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1771</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1771</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1771"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Belasting van rechtsverkeer. Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 van toepassing is. In wezen nieuwbouw. Het begrip ‘bouwkundig’ veronderstelt een zekere (des)kundigheid en met ‘bouwkundige constructie’ wordt naar het oordeel van het Hof gedoeld op dat gedeelte van een bouwwerk dat ervoor zorgt dat het bouwwerk “blijft staan” door het voldoende dragend vermogen en stijfheid te geven. Kozuba-arrest (HvJ, 16 november 2017, C-308/16, ECLI:EU:C:2017:869).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2493</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, C.J. Hummel, J.P.R. van den Berg</contributor><issued>2024-07-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:9550</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:157</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:1642</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:1642</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:1642"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet omzetbelasting. Bouw van appartementen. Levering van grond met daarop resten van bebouwing. Beroep op de 5e en 6e voorwaarde van het goedkeurend beleid in het Vastgoedbesluit, welk beleid is gemaakt in reactie op HR 22 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5307. Rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet voldoet aan de 5e en 6e voorwaarde. Er was geen sprake van een lopend project waarbij de verkoop voor 22 maart 2013 is gestart, want de in 2011 gestarte verkoop is doodgebloed, waarna een nieuw plan is ontwikkeld met een nieuwe verkoopbrochure en nieuwe prijzen. Die verkoop van het nieuwe plan is in 2014 pas gestart. De resten van bebouwing konden niet meer de functie van gebouw vervullen. Beroep op het vertrouwensbeginsel wordt ook verworpen, omdat niet voldoende informatie was verstrekt. Boete wordt ambtshalve gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22/4158</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius, F.M. Smit, J.A.L. Heldens</contributor><issued>2024-03-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4729"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van kwade trouw en is de navorderingsaanslag terecht opgelegd. Tevens is de rechtbank van oordeel dat de vereiste aangifte niet is gedaan zodat de bewijslast dient te worden omgekeerd en verzwaard. Belanghebbende heeft niet doen blijken dat de navorderingsaanslag, na de uitspraak op bezwaar, te hoog is. Van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel ten aanzien van de belastingrente is geen sprake. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3855</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd, S.J. Willems-Ruesink, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-07-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2267</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1211</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1211</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1211"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00766</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1062</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:6459</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:6459</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:6459"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Teruggaaf bij export. Belanghebbende verzoekt om teruggaaf van rest-BPM, vanwege de uitvoer van een auto naar Polen. De inspecteur verklaart het verzoek niet-ontvankelijk, omdat het niet is ingediend binnen dertien weken na uitschrijving van de auto uit het Nederlandse kentekenregister. De rechtbank beslist dat het teruggaafverzoek terecht niet-ontvankelijk is verklaard en dat het EU-recht dit oordeel niet anders maakt. Beroep ongegrond. Toekenning proceskosten in verband met vergoeding immateriële schade. Verzoek om proceskostenvergoeding van € 83.677 wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-2877</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.W. Monteiro</contributor><issued>2023-12-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:4475</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5078</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5078</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5078"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2018, vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 1926</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-07-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6420</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6420</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6420"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond. Belastbaar inkomen uit werk en woning. De aanslag is tot het juiste bedrag vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd</contributor><issued>2024-09-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3014</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3014</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3014"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Vermindering (afschrijving).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1348</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2845</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2845</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2845"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzet</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01243</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verzet</description><issued>2024-05-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1442</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1442</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1442"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3572</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:5909</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:5909</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:5909"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Maximale aanmeldduur is iets anders dan maximale parkeerduur. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 271</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.G. Scholten</contributor><issued>2024-04-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1486"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00702</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-10-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:519</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:5241</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:5241</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:5241"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB, de rechtbank beoordeelt of eiseres met het ter beschikking stellen van de polyvalken en de kajuitzeiljachten gelegenheid geeft tot sportbeoefening als bedoeld post b.3 van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB) behorende tabel I en daardoor ter zake van de verhuur van de polyvalken en de kajuitzeiljachten het verlaagde tarief van toepassing is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/2157</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2024-01-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1750"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/5944 en 21/5946</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-03-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8158</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8158</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8158"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing van de geheimhoudingskamer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9052 en BRE 23/9058</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-12-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3012"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. In geschil is of sprake is van een belaste verkrijging in de zin van artikel 2, tweede lid, Wet BRV. Het Hof oordeelt dat belanghebbende bij akte een samenstel van rechten en verplichtingen heeft verkregen dat een belang vertegenwoordigt bij een recht waaraan een onroerende zaak kan worden onderworpen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, vierde volzin, Wet BRV. De akte heeft aldus geleid tot een belaste verkrijging door belanghebbende in de zin van artikel 2, tweede lid, Wet BRV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/305</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:162</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:162</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:162"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04349</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:8654</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:531</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:531</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:531"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; art. 8:75 Awb; Hof verzuimt punt toe te kennen voor schriftelijke zienswijze na incidenteel hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04468</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:3528</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:3695</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:3695</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:3695"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ; gebruiksoppervlakte; gelijkheidsbeginsel; zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek; de heffingsambtenaar heeft de waarde aannemelijk gemaakt; ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 22/4998</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.E.C. Debets</contributor><issued>2024-04-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6944"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Verschuldigdheid omzetbelasting over levering onroerende zaak. Vermogensetikettering. Beëindiging onderneming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2225</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:5070</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2078</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2078</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2078"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aan belanghebbende zijn navorderingsaanslagen inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over de jaren 2014 tot en met 2017 opgelegd. Tevens heeft de inspecteur bij de aanslagen IB/PVV over de jaren 2014 tot en met 2017 vergrijpboetes opgelegd. Uit door de inspecteur opgemaakte vermogensvergelijkingen volgen over de onderhavige jaren negatieve bedragen aan netto-privéuitgaven. Daarnaast zijn bij een huiszoeking bij belanghebbende in maart 2018 verdovende middelen met een waarde van € 76.036 aangetroffen en is hij naar aanleiding hiervan door de strafrechter veroordeeld vanwege het voorhanden hebben van verdovende middelen. De inspecteur heeft op basis hiervan het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden over de onderhavige jaren gecorrigeerd. Het hof is van oordeel dat de inspecteur terecht de bewijslast heeft omgekeerd en verzwaard omdat belanghebbende over de jaren 2014 tot met 2017 niet de vereiste aangiften heeft gedaan. De inspecteur heeft naar het oordeel van het hof een redelijke schatting gemaakt van het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden omdat deze is gebaseerd op de uit de vermogensvergelijkingen blijkende negatieve saldi netto-privéuitgaven over de jaren 2014 tot en met 2017 en de inspecteur bij het opstellen hiervan concrete en verifieerbare gegevens dan wel redelijke schattingen in aanmerking heeft genomen. Ook kon de inspecteur in het kader van de redelijke schatting, op basis van bewijsvermoedens in het civiele recht en verwijzingen naar het strafrechtelijk onderzoek, de waarde van de in maart 2018 aangetroffen verdovende middelen tot het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden over 2017 rekenen. Het hof overweegt in dit kader dat de belastingrechter niet gebonden is aan het oordeel van de strafrechter over hetzelfde feitencomplex. Het hof is verder van oordeel dat de opgelegde vergrijpboetes passend en geboden zijn. Wel worden deze gematigd met 15% vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1687 tot en met 22/1694</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, T.A. Gladpootjes, A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-07-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:5458</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6793"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Omgevingsvergunning wijzigen pluimveehouderij. Relativiteitsvereiste. Aanhaakverplichting. MER-beoordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/5307</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:63</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:63</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:63"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-01-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3728</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:1013</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:1013</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:1013"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Optieovereenkomsten tussen eiser en zijn holding. Geen navordering rechtvaardigend nieuw feit en geen kwade trouw. Beroepen gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 3509</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema, E.J.W. Heithuis, M.E. Kiers</contributor><issued>2024-02-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2665</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5982</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5982</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5982"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De vof waarvan belanghebbende vennoot is, was op de datum van de beschikking tot aansprakelijkstelling in gebreke met de betaling van de naheffingsaanslag loonheffingen. De ontvanger heeft belanghebbende aansprakelijk gesteld voor de loonbelastingschuld van de vof. Belanghebbende is er niet in geslaagd om zich te disculperen en is dus terecht aansprakelijk gesteld. Verder heeft de vof niet de vereiste aangiften gedaan en dit is (mede) aan belanghebbende te wijten, zodat sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast. Belanghebbende heeft niet overtuigend aangetoond dat de naheffingsaanslag loonheffingen en daarmee de beschikking aansprakelijkstelling verder moet worden verminderd dan al door de inspecteur is gedaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 19/4929</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, S.A.J. Bastiaansen, A. Laghmouchi</contributor><issued>2024-09-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1453</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7280</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7280</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7280"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingverdrag Nederland-Malta. Toepassing remittance base-regime. Voorkoming van dubbele belasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 21 _ 3090, 22 _ 2019 en 23 _ 2151</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, M.M. de Werd, S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1290"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Arbeidskorting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/385</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1769</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1769</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1769"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. In geschil is of diensten kunnen worden aangemerkt als algemeen vormend onderwijs, dat is vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onder o, ten tweede van de Wet OB jo artikel 8, eerste lid, onder b, Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968. Neutraliteitsbeginsel. De diensten van belanghebbende zijn niet gericht op kennisoverdracht, noch op vakinhoudelijke begeleiding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/480 tot en met 23/483</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, C.J. Hummel, J.P.R. van den Berg</contributor><issued>2024-07-03</issued><reference relation="citing" lang="nl">Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 8</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:6713</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:417"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invorderingswet 1990. Bestuurdersaansprakelijkheid naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonheffingen. De bestuurders zijn terecht aansprakelijk gesteld gelet op de al langer bestaande problemen in de administratieve organisatie die hen als bestuurders bekend moet zijn geweest. De naheffingsaanslagen omzetbelasting zijn gebaseerd op een schatting. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld de juiste bedragen aan verschuldigde omzetbelasting aannemelijk te maken, maar is daar bij gebrek aan een controleerbare administratie niet in geslaagd. Belanghebbende heeft wel gemotiveerd en onderbouwd met stukken dat de schatting op enkele onderdelen op onjuiste feiten en/of aannames is gebaseerd. De ontvanger heeft die stellingen niet concreet weersproken en daarom heeft de rechtbank die als vaststaand aangemerkt. Het bedrag van de aansprakelijkstelling is verlaagd tot aan het bedrag dat volgens belanghebbende uit de schatting had moeten komen. Ook is de aansprakelijkstelling verminderd met het bedrag van de naheffingsaanslagen loonheffingen. De betalingsonmacht was bekend bij de ontvanger en de gebreken in de administratie voor de omzetbelasting kunnen niet ten grondslag worden gelegd aan het verwijt van kennelijk onbehoorlijk bestuur met betrekking tot de loonheffingen. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 18 _ 6114</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Germs-de Goede, J.M.W. van de Sande, W.W. Monteiro</contributor><issued>2024-02-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3084</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3084</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3084"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB 2018, in Nederland gelgen onroerend goed is terecht in de heffing betrokken. Ook de verzuimboete is terecht opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5544</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-05-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2024:329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2024:329"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Het College is met de rechtbank van oordeel dat de minister bevoegd was om de aan appellante verstrekte S&amp;O-verklaring te corrigeren en daarbij de omvang van de correctie juist heeft bepaald. Verder is het College met de rechtbank van oordeel dat de aan appellante wegens het niet-voldoen aan de administratieplicht opgelegde boete van € 800,- passend en geboden is. Appellante heeft recht op een immateriële schadevergoeding van € 1500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het College ziet geen aanleiding om de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn te verminderen omdat deze minder dan € 1.000,- bedraagt. Hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/988</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Proceskostenveroordeling, Schadevergoedingsuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Venekamp, T. Pavicevic, M.J. Jacobs</contributor><issued>2024-05-07</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:6748</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:857"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Sanctie ex art. 15ai(1) Wet Vpb (waardering op WEV) bij verbreking fiscale eenheid na verschuiving van vermogensbestanddelen binnen de eenheid; uitzondering daarop in art. 15ai(3) Wet Vpb voor overdracht in het kader van een bij de aard en omvang van de overdrager en overnemer passende normale bedrijfsuitoefening. Uitleg daarvan. Doet de zakelijkheid van de overdracht ter zake? Feiten: De belanghebbende houdt zich met haar in een fiscale eenheid gevoegde (klein)dochters bezig met performance testing en geautomatiseerd functioneel testen van (kennelijk) IT-systemen. Eind 2015 heeft haar kleindochter [E] BV overgenomen, die zich bezig hield met security testing, development en hosting. Na de overname zijn de security testing en development overgedragen aan gevoegde vennootschappen. De hosting is achtergebleven in [E] BV. [E] BV is twee maanden na haar overname, op 1 januari 2016, gevoegd in de fiscale eenheid. In augustus 2016 zijn de aandelen [E] BV – met daarin alleen nog de hosting – verkocht aan een derde, waardoor [E] BV werd ontvoegd. In geschil is of (i) de vermogensbestanddelen van [E] BV in 2016 binnen de eenheid zijn overgedragen of al eerder. Zijn zij binnen de eenheid overgedragen, dan moeten zij bij [E] BV’s ontvoeging op grond van art. 15ai(1) Wet Vpb op hun waarde in het economisch verkeer worden gesteld en is de herwaarderingswinst belast, tenzij (ii) de uitzondering van art. 15ai(3)(a) Wet Vpb van toepassing is voor overdracht “in het kader van een bij de aard en omvang van de overdrager en de overnemer passende normale bedrijfsuitoefening.” Volgens Rechtbank Den Haag is in 2016, dus binnen de fiscale eenheid overgedragen, maar beroept de belanghebbende zich terecht op de uitzondering van art. 15(3)(a) Wet Vpb. Zij achtte aannemelijk dat al vóór de overname van [E] BV binnen de groep een taakverdeling bestond en dat de activiteiten en het personeel van [E] BV volgens diezelfde taakverdeling in de groep zijn ondergebracht, en meende dat die verdeling dan als normale bedrijfsuitoefening kan gelden. Op het hogere beroep van de Inspecteur oordeelde ook het Hof Den Haag dat in 2016 is overgedragen, maar hij achtte de uitzondering voor normale bedrijfsuitoefening niet van toepassing. Dat binnen de groep een taakverdeling bestaat die consequent wordt nageleefd, maakt de overdracht op zichzelf nog geen normale bedrijfsuitoefening als bedoeld in art. 15ai(3)(a) Wet Vpb. Het Hof wees er op dat vóór de overname activiteiten zoals die van [E] BV niet werden verricht door de fiscale eenheid, dat 80% van [E] BV’s activiteiten zijn overgedragen en dat de overname de omzet met 150% heeft doen toenemen. In cassatie zijn dezelfde twee vragen in geschil als bij de feitenrechters. Ad (i) stelt de belanghebbende dat het Hof eraan voorbij is gegaan dat feitelijk de goodwill is overgedragendie bij de overname van [E] BV is betaald en dat van meet af aan de intentie bestond om die in 2015 over te dragen. Het Hof had meer gewicht moeten toekennen aan belanghebbendes intentie en minder aan de administratieve handelingen. Zij vergelijkt haar geval met (andere) situaties waarin wél doorslaggevende betekenis wordt toegekend aan de intenties van de belastingplichtige. A-G Wattel meent dat die vergelijkingen niet opgaan. In de Hofuitspraak ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2188 was de intentie van de belastingplichtige beslissend voor de kwalificatie van een vermogenswinst (als resultaat uit overige werkzaamheden). In belanghebbendes zaak gaat het echter niet om een kwalificatievraag, maar om de vraag wat er feitelijk gebeurd is (met name wanneer). Ook de vergelijking met de terugwerkende kracht van (de intentie tot) inbreng van een onderneming in een BV i.o. gaat volgens de A-G niet op. Een dergelijke toerekeningsvraag (wie geniet de winst?), is een andere vraag dan die wanneer feitelijk een vermogensbestanddeel is overgedragen. Art. 15ai Wet Vpb wordt door die overdracht. geactiveerd. Het Hof zich volgens de A-G rechtskundig terecht gebaseerd op objectieve gegevens zoals belanghebbendes eigen administratie en de aangiften omzet- en vennootschapsbelasting van de betrokken vennootschappen. Ad (ii) stelt de belanghebbende dat [E] BV’s activiteiten binnen de eenheid zijn verdeeld volgens de in de groep al bestaande taakverdeling en dat van belang is dat de overdracht onmiskenbaar zakelijk is. A-G Wattel maakt uit de parlementaire geschiedenis op dat de wetgever geen algemene tegenbewijsregeling van zakelijkheid wilde. Als aan de objectieve criteria in art. 15ai(1) Wet Vpb wordt voldaan, treedt de sanctie in werking. De zakelijkheid doet dus niet ter zake. De vraag of dat wenselijk is in een geval zoals dat van de belanghebbende, staat zijns inziens niet aan de rechter. De A-G achte de parlementaire geschiedenis en de vage tekst van art. 15ai(3) Wet Vpb weinig behulpzaam bij de vraag of belanghebbendes geval als ‘normale bedrijfsuitoefening’ kan gelden. Haar handelingen lijken bedrijfseconomisch zeker ‘normaal’. De wetsgeschiedenis bevat slechts twee voorbeelden van de ‘normaal’-uitzondering, waarvan het ene gezocht aandoet en het andere de wettekst lijkt tegen te spreken. ‘Incidentele’ overdrachten zouden volgens de NnavV nooit ‘normaal’ zijn, maar een overdracht (van vastgoed) zou toch niet incidenteel zijn als eerder vergelijkbare overdrachten hebben plaatsgevonden volgens een ‘van oudsher’ bestaande taakverdeling (vastgoedvennootschap) binnen de groep (warenhuizen). Dat een overname gevolgd door integratie van de activiteiten van de target vaker dan één keer gebeurt, neemt volgens de A-G echter haar incidentele karakter niet weg. Bovendien is zo’n overdracht bezien vanuit de overgenomen target stellig juist wél ‘incidenteel’. Ook zou de eerste overname van een target gevolgd door integratie van dier activiteiten in de groep volgens een ‘van oudsher’ bestaande taakverdeling nooit als ‘normale bedrijfsuitoefening’ kunnen gelden, maar elke volgende overname en integratie volgens die verdeling wél. Dat lijkt de A-G niet houdbaar. Eens moet de eerste keer zijn en niet valt in te zien waarom die eerste keer minder ‘normaal’ zou zijn dan een volgende. Uit het proces-verbaal van ‘s Hofs zitting blijkt dat de belanghebbende in 2022 nog twee overnames heeft gedaan. De medewetgever heeft ook verklaard dat met art. 15ai(3)(a) Wet Vpb geen wijziging werd beoogd ten opzichte van de 16e standaardvoorwaarde (tot 2003). Daarvoor is de parlementaire geschiedenis van (art. 30(3) (oud) van) de Wet Vpb 1969 relevant omdat de tekst daarvan is overgenomen in die standaardvoorwaarde. Daaruit volgt dat de wetgever “normale expansie” wilde ontzien, “waartoe ook behoren op grond van de normale bedrijfsuitoefening gewenst geachte verschuivingen met het oog op de taakverdeling der werkzaamheden binnen de fiscale eenheid”. Mede gegeven het in de vorige alinea opgemerkte, lijkt’s Hofs maatstaf de A-G dan te streng. Een geval zoals dat van de belanghebbende kan zijns inziens onder omstandigheden ‘normale expansie’ zijn; dat begrip is ruimer dan alleen ‘daartoe ook behorende’ – dus niet als enige daartoe behorende – ‘wenselijke verschuivingen met het oog op de taakverdeling’. A-G Wattel ziet niet waarom een overdracht van activiteiten na voeging die geheel past in de bestaande werkzaamhedenverdeling en bedrijfseconomische doelen van het concern niet onder de uitzondering voor normale bedrijfsvoering kan vallen, hoezeer mogelijk ook zo’n overdracht naar spraakgebruik als ‘incidenteel’ zou zijn. Dat leidt volgens de A-G echter niet tot cassatie omdat het Hof ook heeft geoordeeld dat de door de belanghebbende gestelde taakverdeling binnen de groep (alle materiële vaste activa in [A] BV en al het personeel in [B] BV) niet aannemelijk is geworden, maar eerder wordt tegengesproken door haar eigen aangiften, én bovendien heeft vastgesteld dat belanghebbendes groep vóór de overname van [E] BV activiteiten zoals die van [E] BV zelf nog niet uitoefende. Dat feitelijke oordeel lijkt hem in cassatie onaantastbaar en fataal voor het beroep op de uitzondering omdat de litigieuze – ook volgens de belanghebbende – ‘strategische’ en ‘synergetische’ expansie dan niet als ‘normale’ expansie aangemerkt kan worden in de betekenis die de wetgever daar kennelijk aan gaf, nl. min of meer organische groei.. Conclusie: cassatieberoep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04641</description><issued>2024-09-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1065"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artt. 6 en 7 Wet MRB; tegen rekening motorrijtuigenbelasting staat geen bezwaar open; naheffingsaanslagen; het speelt geen rol of het juiste (brief/toezend)adres is gebruikt; overmacht; schorsing kenteken is tijdelijk; eenieder die houder is van een voertuig, is motorrijtuigenbelasting verschuldigd</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK 22/1250 tot en met BK-22/1254</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1334</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:9140</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:9140</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:9140"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ontvankelijkheid bezwaren, verzoeken om ambtshalve vermindering aanslagen IB/PVV 2020 en 2021.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 22 _ 4089 en 22 _ 5275</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-01-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:2646</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:2646</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:2646"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Waardering woonhuis. Indexering. Twee zittingen met veel nadere stukken na de eerste zitting. Heffingsambtenaar heeft twee keer een aangepaste matrix overgelegd in verband met fouten, maar ook de derde matrix is niet juist. Verkeerde percentage voor de indexering toegepast uit de tabel van de Waarderingskamer. Beroep gegrond. De rechtbank kent relatief veel punten proceskostenvergoeding toe aan no cure no pay kantoor, waaronder een halve punt voor de schriftelijke reactie op het verweerschrift. Een dergelijke reactie draagt namelijk in WOZ-zaken doorgaans bij aan een efficiëntere afdoening van de zaak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 23_328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit</contributor><issued>2024-05-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2822</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2822</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2822"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzuimboete bij de aanslag IB/PVV - onjuiste adressering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2529</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-05-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1199</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1199</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1199"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing verzoek tot beperkte kennisname.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/727 tot en met 23/734</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><issued>2024-05-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:635</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:635</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:635"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA omzetbelasting. De door belanghebbende verrichte Hedging Adjustment Payment aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van € 9.113.990 is geen negatieve component van de vergoeding voor de belaste handelingen die belanghebbende verricht op grond van de DBFM-overeenkomst, maar een uitvloeisel van een afzonderlijk in aanmerking te nemen afspraak ter afdekking van renterisico’s (net als een verzekeringsuitkering).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/216</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:1474</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2860</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2860</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2860"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende woont vanaf 1 juni 2011 in Duitsland. Hij geniet AOW en pensioeninkomsten uit Nederland. In geschil is onder meer of belanghebbende voor zowel de pensioeninkomsten als de AOW aanspraak kan maken op toepassing van de overgangsregeling bij artikel 17 van het verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en Duitsland. Hof oordeelt dat de overgangsregeling alleen geldt voor het pensioen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01165</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, P. Fortuin, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-01-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2115</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7327"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aan vier zussen zijn (navorderings)aanslagen IB/PVV opgelegd in verband met de toerekening van een trustvermogen (APV) en zijn tevens vergrijpboeten opgelegd. Aan belanghebbende, de belastingadviseur van de zussen, is een vergrijpboete opgelegd wegens medeplegen of doen plegen van onjuiste aangiften c.q. het niet doen van aangiften door de zussen. De rechtbank heeft in de zaken van de zussen de toerekening van het trustvermogen in stand gelaten en de vergrijpboeten vernietigd. Daarmee is vast komen te staan dat de zussen niet als ‘plegers’ kunnen worden aangemerkt. Van medeplegen door belanghebbende kan dan ook geen sprake zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is wel sprake van ‘doen plegen’ van onjuiste aangiften omdat belanghebbende voorwaardelijk opzettelijk heeft gehandeld bij het ten onrechte adviseren c.q. opdragen dat in de aangiften van de zussen de trustvraag niet moest worden aangekruist en geen inkomen uit de trust moest worden vermeld. De rechtbank acht dat niet pleitbaar. Maar belanghebbende kan ‘doen plegen’ van het niet doen van aangiften door de zussen niet worden verweten en het lidmaatschap van de NOB acht de rechtbank niet strafverzwarend. De boete wordt verminderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 20/8081</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, M.M. de Werd, S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-11-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:268</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:268</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:268"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De bekendmakingsdatum in het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen is regelend recht. Dat het maximumbedrag na 1 september van het voorliggende jaar bekend is gemaakt, is dus niet van belang voor de rechtmatigheid van de hoogte van het bedrag in het Besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/408</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2283"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet OB 1968. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd. Dat belanghebbende in bewijsnood verkeert omdat zijn auto met relevante stukken voor de zaak abusievelijk is vernietigd door het Openbaar Ministerie vindt het Hof ongeloofwaardig. De vergrijpboete is terecht opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/00025</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2823</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2823</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2823"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzuimboete bij de aanslag IB/PVV</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2342</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-05-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2231</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2231</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2231"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank heeft het beroep om inhoudelijke redenen gegrond verklaard, maar heeft daarbij geen aparte (proces)kostenvergoeding voor het verzoek om vergoeding van immateriële schade toegekend. Belanghebbende betoogt in hoger beroep dat zij recht heeft op een aparte vergoeding voor dat verzoek. Naar het oordeel van het hof heeft de rechtbank terecht geen aparte vergoeding toegekend, omdat het verzoek om immateriële schade in een dergelijk geval opgaat in de proceshandeling ‘beroep/verweerschrift’. Het hof ziet om een gelijke reden evenmin aanleiding om een punt toe te kennen voor de inhoudelijke behandeling van dat verzoek ter zitting bij de rechtbank. Het onderzoek ter zitting bij de rechtbank betrof het beroep dat was aangetekend tegen een WOZ-beschikking, waarbij het verzoek om vergoeding van immateriële schade slechts een nevenvordering is geweest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1345</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, T.A. Gladpootjes, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-08-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3728</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:777"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Voordracht en vordering tot cassatie in het belang der wet van 26 juli 2024 inzake: Nr. 24/00944 Derde Kamer A Uitspraak Gerechtshof Den Haag 27 juni 2023, nr. 22/01192, ECLI:NL:GHDHA:2023:1447 Vennootschapsbelasting 2017 A-G Wattel vordert cassatie in het belang der wet op twee punten: (i) procesbelang bij rechtsmiddelgebruik als ondanks dreigende verliesverdamping de nihilaanslag niet omlaag en de verliesvaststelling niet omhoog kan, en (ii) (selectieve) WEV-waardering van bedrijfsmiddelen in het zicht van realisatie om verliesverdamping te voorkomen De uitspraak waarvan cassatie wordt gevorderd betrof twee geschilpunten: (i) had de belastingplichtige voldoende belang bij rechtsmiddelgebruik hoewel haar bezwaar er niet toe kon leiden dat de haar opgelegde nihil-aanslag vennootschapsbelasting lager zou worden vastgesteld of dat haar voor 2017 vastgestelde verrekenbare verlies zou worden verhoogd? (ii) Laat goed koopmansgebruik (selectieve) verhoging toe van de fiscale boekwaarde van drie onroerende zaken van kostprijs naar waarde in het economische verkeer (WEV), met het oog op dreigende verliesverdamping als zicht op realisatie van die WEV door verkoop in het volgende jaar bestaat? De feiten: de belastingplichtige bezat in boekjaar 2017 vier onroerende zaken waarvan er drie zijn verkocht in boekjaar 2018/2019 en de vierde op 31 maart 2022. Bij aanvang van boekjaar 2017 had zij onverrekende verliezen uit voorgaande jaren. Ook in 2017 leed zij verlies. Haar is daarom een nihil-aanslag Vpb 2017 opgelegd; haar verlies 2017 is vastgesteld op € 303.807. De verliezen ontstaan in 2007/2008 konden in boekjaar 2017 nog worden verrekend; daarna niet meer (art. 20(2) Wet Vpb (tekst 2007)). In verband met die dreigende verliesverdamping heeft de belastingplichtige bij bezwaar tegen de nihilaanslag 2017 verzocht haar fiscale winst hoger vast te stellen na opwaardering naar WEV van de drie in 2018/2019 verkochte onroerende zaken. De aanslag zou na die opwaardering en verliesverrekening nog steeds nihil bedragen. De Inspecteur heeft het bezwaar wel ontvangen, maar ongegrond verklaard omdat het niet strekte tot verlaging van de aanslag of verhoging van het vastgestelde verlies; de belastingplichtige zou niet in een betere positie komen met betrekking tot die twee beschikkingen. De Rechtbank Den Haag heeft het beroep daartegen om dezelfde reden ongegrond verklaard, maar zag wel een rechtstekort, gegeven het belang bij (zekerheid over) voorkoming van verliesverdamping. Het Hof Den Haag heeft de leer dat bezwaar en beroep slechts kunnen strekken tot verlaging van de aanslag of verhoging van het verlies (HR BNB 2014/122 en HR BNB 2017/203) genuanceerd omdat voorkoming van verliesverdamping de belastingplichtige in een betere positie kan brengen. Hij heeft “naar analogie” van HR BNB 2006/73 (over een positieve aanslag waarin de Hoge Raad een impliciete verliesvaststellingsbeschikking las om een rechtsingang te creëren) in de nihilaanslag een impliciete verliesverrekeningsbeschikking gelezen en die veronderstelde beschikking als bestreden besluit aangemerkt. Ter zake van dát besluit zou de belastingplichtige wél in een betere positie kunnen komen, aldus het Hof. Daardoor kwam het Hof toe aan het geschil over de toelaatbaarheid van winstneming op de drie panden in het jaar vóór hun verkoop. Volgens het Hof staat goed koopmansgebruik dat niet toe. Weliswaar kunnen verschillende bedrijfsmiddelen volgens verschillende stelsels worden gewaardeerd, maar die vrijheid gaat niet zover dat binnen een categorie bedrijfsmiddelen die qua aard en ondernemingsfunctie niet van elkaar verschillen het waarderingsstelsel selectief (voor slechts drie van de vier onroerende zaken) wordt gewijzigd. Middel (i): schending van het recht omdat het Hof het rechtsmiddelgebruik niet-ontvankelijk had moeten verklaren wegens gebrek aan procesbelang. Volgens HR BNB 2014/122 en HR BNB 2017/203 is een rechtsmiddel niet- ontvankelijk als de indiener er geen belang bij heeft doordat het niet strekt tot tot verlaging van de bestreden aanslag c.q. verhoging van het vastgestelde verlies, zoals in casu. HR BNB 2024/42 maakt dit niet anders, nu in casu – anders dan in die zaak – een verliesverrekeningsbeschikking ontbreekt en – anders dan het Hof in casu meent – een nihilaanslag geen verrekeningsbeschikking kan impliceren, nu met nihil niets verrekend kan worden. Toelichting: volgens A-G Wattel heeft het Hof de vraag naar het procesbelang correct beantwoord, maar hij draagt de uitspraak toch voor cassatie voor om duidelijkheid te verkrijgen over de reikwijdte van HR BNB 2024/42. De belanghebbende in die zaak wilde verliesverdamping voorkomen door een pensioenverplichting te laten vrijvallen, maar de (nihil)aanslag zou daardoor niet lager worden en de verliesvaststelling niet hoger. Toch zag de Hoge Raad – anders dan in HR BNB 2014/122 en HR BNB 2017/203 - voldoende procesbelang in het belang bij (rechtszekerheid over) voorkoming van verliesverdamping. Daarmee lijkt ook in casu voldoende procesbelang voorhanden, maar HR BNB 2024/42 lijkt bepaald te worden doordat in die zaak een verliesverrekenings-beschikking voorhanden was als geschilobject. Die is er in casu niet: er is alleen een verliesvaststellings-beschikking, die niet hoger kan worden. Het Hof heeft daarom “naar analogie” van HR BNB 2006/73 een verliesverrekeningsbeschikking ingelezen in de nihilaanslag, maar HR BNB 2006/73 betrof (i) een ander probleem (de Inspecteur had na ontvangst van de pas na ambtshalve aanslagoplegging alsnog gedane verliesaangifte wel de ambtshalve aanslag naar nihil teruggebracht, maar had geen verlies vastgesteld, waardoor een rechtsingang ontbrak; de Hoge Raad creëerde die door een verliesvaststellingsbeschikking in te lezen in de (aanvankelijk) naar een positief bedrag opgelegde aanslag), (ii) een andere impliciete beschikking (verliesvaststelling in plaats van -verrekening) en vooral: (iii) géén nihilaanslag maar een positieve aanslag. Volgens de A-G kan in een nihilaanslag geen verrekeningsbeschikking gelezen worden omdat met nihil niets verrekend kan worden. Toch meent de A-G dat HR BNB 2024/42 ook in casu moet gelden omdat het belang bij (zekerheid over) voorkoming van verliesverdamping conceptueel identiek is aan het belang in HR BNB 2024/42. Vandaar de vordering tot cassatie. Middel (ii): Schending van art. 3.8 en art. 3.25 Wet IB 2001 en art. 20(2) Wet Vpb (tekst 2017) doordat het Hof een onjuiste maatstaf heeft gebruikt. Hij heeft miskend dat als op balansdatum van het laatste jaar vóór verkoop aannemelijk is dat tot dan toe op kostprijs gewaardeerde bedrijfsmiddelen in het volgende belastingjaar verkocht zullen worden én verliesverdamping dreigt door termijnverloop, een goede koopman toegestaan moet worden om die zaken op WEV te waarderen voor zover nodig om verliesverdamping te voorkomen. Noch het voorzichtigheidsbeginsel, noch het realiteitsbeginsel, noch het matchingbeginsel staat daaraan in de weg, en van een incidenteel (opportunistisch) fiscaal voordeel is geen sprake. Toelichting: onduidelijk is of WEV-waardering van bedrijfsmiddelen goed koopmansgebruik kan zijn (rechtspraak en literatuur zijn verdeeld), maar selectieve wijziging van kostprijswaardering (of lagere bedrijfswaarde of hogere WOZ-waarde) naar WEV voor slechts drie van de vier onroerende zaken lijkt ermee in strijd en gericht op incidenteel fiscaal voordeel. Daar staan echter argumenten tegenover. ‘s Hofs uitspraak wordt op dit punt voor cassatie voorgedragen om duidelijkheid te krijgen over (i) de toelaatbaarheid in het algemeen van WEV-waardering van bedrijfsmiddelen, en (ii) de toelaatbaarheid van WEV-waardering specifiek met het oog op voorkoming van verliesverdamping in het zicht van realisatie van de WEV. A-G Wattel wijst er op dat: (a) anticiperende WEV-waardering bij dreigende verliesverdamping in het zicht van WEV-realisatie tot betere totale winstbepaling leidt, (b) met de verkoop, ook al grijpt die plaats na balansdatum, de totale winst op het verkochte bedrijfsmiddel vast komt te staan, (c) het voorzichtigheidsbeginsel en het realiteitsbeginsel dan niet in de weg hoeven te staan aan anticiperende winstneming, (d) de opbouw van de WEV boven boekwaarde voornamelijk heeft plaatsgevonden vóór het verkoopjaar, zodat ook het matching-beginsel geen bezwaar hoeft te zijn, (e) de Hoge Raad in HR B.5107 (1931) waardering van onroerende zaken op hun voorziene verkoopprijs goed koopmansgebruik achtte hoewel de verkoop pas in het volgende boekjaar zou plaatsgrijpen, omdat de verkoop op balansdatum al vaststond, en (f) de parlementaire geschiedenis, met name de behandeling van temporele verliesverrekeningsbeperking in de Eerste Kamer, de opvatting steunt dat voorkoming van verliesverdamping door winstneming niet gericht is op incidenteel fiscaal voordeel en niet in strijd met goed koopmansgebruik hoeft te zijn. Weliswaar komt alsdan (realisatie)winst terecht in het jaar vóór realisatie, maar (i) de waardestijging is in het verleden opgebouwd; (ii) een goede koopman die voornemens is vastgoed na balansdatum te verkopen én uit zijn verliesverrekeningstermijn loopt, zal dat vastgoed op WEV waarderen als hij zijn balans opmaakt op een moment waarop de verkoop(prijs) al vaststaat, en (iii) gegeven art. 3.30a(1) en (3)(a) Wet IB 2001 (gebouwen moeten op minimaal WOZ-waarde worden gewaardeerd), hecht de wetgever kennelijk minder waarde aan de regel dat vastgoed gewaardeerd wordt op kostprijs min afschrijvingen of lagere bedrijfswaarde, en daarmee kennelijk ook minder aan het daaraan ten grondslag liggende voorzichtigheidsbeginsel. WEV-waardering in het laatste jaar vóór verkoop met het oog op voorkoming van verliesverdamping verlengt de facto de wettelijk beperkte verrekeningstermijn met een jaar voor (een deel van) het oudste onverrekende verlies. Dat kan men in strijd met de geest van die beperking achten, maar men kan ook zeggen dat die beperking geen geest heeft omdat zij niet op enig beginsel maar uitsluitend op budgettair motief is gebaseerd en het fiscale totale-winstbeginsel juist schendt, welke schending zo beperkt mogelijk gehouden moet worden. Inmiddels is de voorwaartse verliesverrekening – beneden € 1 mio – temporeel ook alweer onbeperkt. A-G Wattel concludeert dat een WEV-waarderingsstelsel voor vaste activa niet met goed koopmans-gebruik strookt als het selectief, onbestendig of opportunistisch wordt ingevoerd of toegepast, maar dat (i) waardering van een categorie bedrijfsmiddelen op WEV is toegestaan als dat stelsel voor die categorie wordt volgehouden totdat die categorie is uitgestorven of er een ander met goed koopmansgebruik strokend waarderingsstelsel voor wordt ingevoerd zonder dat incidenteel fiscaal voordeel wordt beoogd en (ii) dat als op balansdatum van het laatste jaar vóór realisering aannemelijk is dat op kostprijs gewaardeerde bedrijfsmiddelen in het volgende jaar verkocht zullen worden én verliesverdamping dreigt door termijnverloop die voorkomen kan worden door WEV-waardering van die bedrijfsmiddelen, de goede koopman toegestaan moet worden om alleen die zaken op WEV te waarderen voor zover nodig om verliesverdamping te voorkomen. Worden de aldus geherwaardeerde zaken vervolgens in dat volgende jaar niet verkocht (wordt hun WEV niet gerealiseerd), dan is dat volgens de A-G een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00944</description><issued>2024-07-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:741</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:741</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:741"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, inbreng cultuurgronden in maatschap, landbouwvrijstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/1913 en 23/1914</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2024-10-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4492</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4492</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4492"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omkering en verzwaring bewijslast, redelijke schatting, vermindering boete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1090</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-07-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1458</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:5765</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:5765</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:5765"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Diverse formeelrechtelijke grieven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2201</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:3301</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:635</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:635</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:635"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-04-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:1195</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:658</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:658</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:658"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:695 Belastingplicht overheidslichamen; drijft een gemeente met reclameconcessies en perceelverhuur voor reclamemasten een materiële onderneming? Drijft met de veiling van huurrechten en de verhuur van brandstofverkooppunten een materiële onderneming? Ongelijke behandeling ten opzichte van de Staat? Feiten: De belanghebbende is een gemeente. Zij geeft reclameconcessies uit en verhuurt grond om gelegenheid te geven tot oprichting van reclamemasten langs snelwegen. Ook veilt zij rechten om brandstofverkooppunten te huren en te exploiteren, waarna zij de desbetreffende percelen verhuurt aan de gunneling. Een en ander produceert significante overschotten. De Inspecteur acht haar ter zake daarvan vennootschapsbelastingplichtig. In geschil is of het resultaat van de reclameactiviteiten en de brandstofverkooppuntenveiling en -verhuur belast zijn, met name of de belanghebbende daarmee een materiële onderneming drijft. Subsidiair beroept zij zich op de gelijkheids- en evenredigheidsbeginselen omdat de Staat bij vergelijkbare activiteiten alleen voor de veiling en niet voor de verhuur wordt belast. Het Hof beschouwde belanghebbendes reclame-activiteiten als één geheel dat gezamenlijk moet worden beoordeeld. Ten overvloede overwoog hij dat als het anders zou zijn, dat niet tot een andere uitkomst leidt omdat uit de parlementaire geschiedenis volgt dat als twee activiteiten quaaard verschillen, maar sterk met elkaar zijn verweven, zij gezamenlijk moeten worden beoordeeld. Dat is bij de belanghebbende het geval. Volgens het Hof zijn de reclameactiviteiten geen normaal vermogensbeheer, omdat reclameconcessieverlening naar zijn aard iets anders is dan vastgoedverhuur. Hoewel de concessiehouders vermogensbestanddelen mogen gebruiken, dient dat gebruik slechts het geven van gelegenheid tot reclame. Voor zover onroerende zaken ter beschikking worden gesteld, is dat bijkomstig aan het geven van gelegenheid tot reclame-uitingen. Nu het niet om vastgoedverhuur gaat, heeft het Hof onderzocht of de belanghebbende met de reclamegelegenheidgeving een materiële onderneming drijft. Het Hof achtte de factor arbeid in dat kader aanwezig. Dat de arbeid op jaarbasis in omvang beperkt is, doet hieraan niet af, gelet op de aard van de activiteiten. Ook de factor kapitaal is volgens het Hof aanwezig. Bij haar reclameactiviteiten maakt de belanghebbende gebruik van roerende en onroerende zaken die haar toebehoren, zoals licht- en spanmasten. Ook aan het vereiste van duurzaamheid is voldaan. Een winstoogmerk is volgens het Hof gegeven, nu belanghebbende structureel overschotten realiseert. Haar winststreven volgt ook uit haar beleid, dat is gericht op verhoging van reclame-opbrengsten en verlaging van inningskosten. De belanghebbende drijft dus met de reclameactiviteiten een onderneming. Ook de brandstofverkooppuntenveiling en -verhuur moeten volgens het Hof als één activiteit beoordeeld worden op hun ondernemingskarakter. Hij achtte de Inspecteur geslaagd in het bewijs van een materiële onderneming omdat de arbeid naar aard en omvang meer omvat dan gebruikelijk bij normaal vermogensbeheer en zij naar aard en omvang onmiskenbaar een hoger rendement dienen bij normaal vermogensbeheer. Het Hof achtte de omvang van die werkzaamheden zodanig dat zij ruimschoots meer omvatten dan gebruikelijk bij normaal vermogensbeheer. Dat geldt ook voor de aard van de werkzaamheden, met name de veiling, die naar zijn aard normaal vermogensbeheer te boven gaat. Wat het rendement betreft, bestaan de opbrengsten naast een vaste huur per m2 bestaan uit een litervergoeding, waardoor de opbrengst voor een groot deel afhangt van de ondernemingsresultaten van de exploitanten. De veiling heeft verder per saldo € 1.200.000 meer opgeleverd dan de eerdere werkwijze. Ook de brandstofpuntenbezigheden zijn daarom een materiële onderneming, aldus het Hof. Het Hof achtte belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel ongegrond. Dat bij de Staat alleen de veilingopbrengst en niet de huurpenningen worden belast, vloeit rechtstreeks voort uit de wet, die elk ministerie als een separate belastingplichtige aanmerkt, zodat de gevallen niet rechtens en feitelijk gelijke zijn. Het Hof zag in het beroep op het evenredigheidsbeginsel wezenlijk een herhaald beroep op het gelijkheidsbeginsel en herhaalde zijn oordeel met betrekking tot het gelijkheidsbeginsel. De belanghebbende voert in cassatie voor groepen klacjhten aan: Ad klachtencluster A acht A-G Wattel ‘s Hofs oordeel dat concessieverlening en grondverhuur voor reclamemasten één activiteit zijn en daarom gezamenlijk moeten worden beoordeeld, van feitelijke aard en daarom behoudens een begrijpelijkheidstoets buiten cassatiecontrole. ’s Hofs motivering wordt niet aangetast doordat hij óók oordeelde dat concessieverlening naar haar aard anders is dan vastgoedverhuur. Hij heeft uitgebreid gemotiveerd dat hoewel de overeenkomsten voor de reclamemasten grondverhuur impliceren, de kern van die overeenkomsten een andere is, nl. het tegen vergoeding gelegenheid geven tot reclame-uitbating en die uitleg van de overeenkomsten is feitelijk. Belanghebbendes klacht tegen het oordeel dat ook als het om twee afzonderlijke activiteiten zou gaan, zij geclusterd zouden moeten worden, acht de A-G eveneens vooral feitelijk en voor zover rechtskundig in overeenstemming met de parlementaire geschiedenis. Het betreft bovendien een oordeel ten overvloede. Ad klachtencluster B meent de A-G dat het Hof de werkzaamheden van structureel ingehuurde derden terecht meerekende bij de beoordeling of zich een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal voordoet, nu die werkzaamheden onmiskenbaar belanghebbendes reclame-activiteiten dienen ook als die derde in één bepaald jaar niet ingehuurd wordt. Zijns inziens strandt ook de klacht dat het Hof ten onrechte niet is ingegaan op de overige vereisten voor een materiële onderneming en dat daardoor het oordeel over voldoende arbeid onvoldoende gemotiveerd zou zijn. De wetsgeschiedenis waaraan de belanghebbende die ‘vereisten’ ontleent, vermeldt slechts dat bij de ondernemingsbeoordeling ‘factoren een rol spelen als’ de omvang van de organisatie, het financiële risico, de aard van de werkzaamheden, het aanwezige kapitaal en de duur van de werkzaamheden. Het Hof is uitgebreid ingegaan op belanghebbendes werkzaamheden voor de reclameactiviteiten en ook op de omvang van de organisatie, aard van de werkzaamheden, aanwezig kapitaal en duur van de werkzaamheden. Alleen op ‘het financiële risico’ is hij niet met zoveel woorden ingegaan, maar dat bepaalde factoren ‘een rol kunnen spelen’ wil niet zeggen dat de rechter ze allemaal moet langslopen. Het Hof heeft feitelijk geoordeeld dat diverse medewerkers en afdelingen van de gemeente zich met de reclamegelegenheidsgeving bemoeien. Dat het tijdbeslag mogelijk beperkt is, maakt ’s Hofs oordeel geenszins onbegrijpelijk, nu een groot tijdbeslag niet vereist is en uit de rechtspraak volgt dat afhankelijk van de omstandigheden een zeer beperkte arbeid al voldoende kan zijn. Het Hof heeft in dat licht niet onbegrijpelijk overwogen dat gelet op de aard van de activiteiten, een op jaarbasis in omvang beperkte arbeid niet in de weg staat aan het aannemen van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid. A-G Wattel merkt op dat, anders dan in de zaken met de nrs 23/04802 en 23/04807 waarin hij eveneens concludeert, niet in geschil is dat er (verplicht) ondernemingsvermogen is (de concessies en de voor mastoprichting verhuurde percelen) en dat het Hof dus niet heeft vastgesteld, zoals in die andere zaken, dat de betrokken gemeentelijke eigendommen verplicht niet-ondernemingsvermogen zijn, en evenmin heeft geoordeeld, zoals in die andere zaken, dat de reclameconcessies geen vermogensbestanddelen zijn. In belanghebbendes zaak zijn de voor reclamemastoprichting verhuurde percelen en de verleende concessies kennelijk stilzwijgend als kapitaal in de zin van het fiscale ondernemingsbegrip aangemerkt, zodat ook het voor een onderneming vereiste kapitaal voorhanden is. Dat lijkt hem rechtskundig juist, maar’s Hofs verwijzing, bij de factor kapitaal, naar belanghebbendes ‘licht- en spanmasten’ lijkt hem minder gelukkig omdat die masten volgens hem verplicht niet-ondernemingsvermogen zijn, nu zij kennelijk volledig en daarmee voor meer dan 90% in gebruik blijven voor de publieke dienst, dus voor de onbelaste doeleinden waarvoor zij bestemd zijn. Het Hof heeft ook overwogen – enigszins tegenstrijdig met die verwijzing – dat de terbeschikkingstelling van die objecten slechts bijkomstig is. Ad klachtencluster C begrijpt de A-G belanghebbendes betoog dat het niet zo kan zijn dat het met een veiling in de markt zetten van een huurrecht voor de gemeente één activiteit is en voor de staat twee aldus dat zij als onbegrijpelijk beschouwt ‘s Hofs oordeel dat de veilingen en de verhuur één op ondernemingskarakter te beoordelen geheel zijn. De belanghebbende betoogde in hoger beroep echter zelf dat die beide activiteiten één te beoordelen geheel vormen omdat zij onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. ’s Hofs desbetreffende oordeel is ook niet onbegrijpelijk in het licht van zijn vaststelling dat de Staat door wetsduiding bij overigens vergelijkbare bezigheden twee verschillende belastingplichtigen is en de belanghebbende niet. De klacht dat het Hof onvoldoende zou hebben gemotiveerd waarom haar verhuur van brandstofverkooppunten anders wordt behandeld dan vastgoedverhuur in het algemeen, mist volgens de A-G feitelijke grondslag, nu het Hof uitgebreid heeft uitgelegd waarom met name haar omzetafhankelijke litervergoeding haar buiten normaal vermogensbeheer plaatst, terwijl de klacht bovendien ten onrechte ervan uitgaat dat de verhuur los van de veilingen wordt beoordeeld op zijn ondernemingskarakter. De stelling dat uit het aanbestedingsrecht volgt dat de veilingen een overheidstaak zijn waarop de overheidstakenvrijstelling van toepassing is, heeft de belanghebbende in hoger beroep prijsgegeven met haar expliciete verklaring dat volgens haar de overheidstakenvrijstelling niet van toepassing is op haar activiteiten ter zake van de brandstofverkooppunten en trouwens ook niet op die ter zake van reclame. Overigens zou deze stelling een onderzoek naar feiten vergen, waarvoor in cassatie geen plaats is. De A-G merkt wel op dat deze stelling, mits tijdig aangevoerd, hem niet zonder deugden lijkt als het inderdaad zo is dat een gemeente wettelijk (EU-rechtelijk) geen keus heeft dan dergelijke mogelijk schaarse huurrechten door middel van een veiling te verdelen. Belanghebbendes stelling dat de veiling niet is gericht op meeropbrengst boven automatische contractverlenging maar slechts dient om de WEV van de huurrechten te bepalen, bevestigt volgens de A-G eerder dat het om die meeropbrengst gaat dan dat zij dat weerlegt. De WEV is immers, zoals de belanghebbende ook betoogt, de prijs die bij aanbieding van de zaak ten verkoop op de meest geschikte wijze na de beste voorbereiding, door de meest biedende gegadigde daarvoor zou zijn besteed. Ad klachtencluster D meent de A-G dat belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel met haar stelling dat de fiscus de exploitatie van onroerende zaken nooit als onderneming beschouwt, strandt op gebrek aan feitelijke grondslag. Het betoog dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden omdat bij de Staat alleen de veilingopbrengsten en niet de huurpenningen worden belast, strandt zijns inziens op (de parlementaire geschiedenis van) art. 2(2) Wet Vpb dat ondernemingen behorende tot hetzelfde ministerie tezamen als één onderneming aanmerkt. Het Hof oordeelde terecht dat die onderneming (het desbetreffende ministerie) de belastingplichtige is en niet de Staat. ’s Hofs oordeel dat de belanghebbende zich daardoor rechtens en feitelijk in een anders situatie bevindt dat de Staat en elk van de twee afzonderlijke ministeries, verraadt volgens de A-G geen onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Conclusie: ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00124</description><issued>2024-06-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6134"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB; WEV perceel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3108 en 23/3109</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-09-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6428</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6428</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6428"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling restaurant.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1485</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:2269</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2023:1197</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2023:1197</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2023:1197"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2023:1224 Forensenbelasting Gulpen-Wittem; steile tariefverhoging (vooral) om woningmarkt te reguleren; verhuurverbod; exceptieve toetsing verordening aan détournement de pouvoir en andere rechtsbeginselen en het eigendomsrecht; onverbindend? Individuele en buitensporige last? Feiten: De belanghebbende en zijn echtgenote hebben een woning in [Q], maar hebben hun hoofdverblijf in [Z]. Het is hen niet toegestaan de tweede woning toeristisch te verhuren. Bij amendement van 7 november 2019 heeft de gemeenteraad zowel het vaste als het variabele tarief van de forensenbelasting voor 2020 ten opzichte van 2019 meer dan verdubbeld van € 129 naar € 280 per woning, respectievelijk van 0,23% van de WOZ-waarde naar 0,56% daarvan, op basis van de volgende overwegingen: (i) de begrote opbrengst 2020 ad € 13.000 is lager dan in 2019 en dat valt niet te rijmen met een waar te nemen toename van forensen; (ii) in toenemende mate worden woningen in het ‘buitengebied’ onttrokken aan permanente bewoning; (iii) beleggers kopen panden om die te verhuren aan toeristen of als tweede huis te gebruiken en (iv) buitengebieden worden daardoor meer en vaker spookgebieden. Het amendement motiveert de tariefverhoging met de overwegingen dat (i) de genoemde ontwikkelingen de prijzen opdrijven; (ii) starters daardoor steeds meer moeite hebben om een geschikt en betaalbaar huis te vinden; (iii) ook woonforensen gebruik maken van de gemeentelijke (toeristische) voorzieningen; (iv) het moeilijk is om de forensenbelasting te innen en (v) ook de buurgemeente verdubbelde. De verantwoordelijke wethouder ontraadde het amendement omdat eerst onderzocht zou moeten worden in hoeverre de veronderstelde startersbelemmering en leegstand zich voordeden en of er juridische belemmeringen waren, maar het amendement is zonder onderzoek en zonder tegenstem aangenomen. In 2022 is het variabele tarief opnieuw bijna verdubbeld naar 1,0% van de WOZ-waarde. Het vaste tarief bleef € 280. In 2020 is de belanghebbende aangeslagen voor € 5.443,20. In geschil is of de steile tariefverhoging algemene rechtsbeginselen of het eigendomsgrondrecht schendt. De Rechtbank oordeelde van niet. Het Hof zag als hoofddoel van de tariefverhoging het reguleren van de lokale woningmarkt, nu het amendement dat doel als eerste noemt en dat doel als enige is besproken in de raadvergadering. Dat tweede-huisbezitters gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen wordt in het amendement wel bijkomend genoemd, maar komt in de raadvergadering over de tariefverhoging niet ter sprake. Dat suggereert volgens het Hof dat de gemeente haar heffingsbevoegdheid heeft gebruikt als marktsturingsinstrument, wat de vraag zou oproepen of dat détournement de pouvoir is, nu de rechtsgrond voor de forensenbelasting gevonden moet worden in compensatie voor gebruik van gemeentelijke voorzieningen door niet-ingezetenen. Woningmarktsturing is een ander, daarvan los staand doel. Gegeven echter de ruime bevoegdheid van gemeenten om hun belastingbeleid te bepalen en dat het gebruik van gemeentelijke voorzieningen wel genoemd is, achtte het Hof dit gegeven (net) niet genoeg om détournement de pouvoir aan te nemen. Het Hof achtte de tariefverhoging evenmin in strijd met andere algemene rechtsbeginselen, zonder zijn toetsing daaraan overigens te specificeren of te expliciteren. Het Hof heeft desondanks de tariefverhoging in belanghebbendes geval buiten toepassing gelaten omdat zij een individual and excessive burden aan de belanghebbende oplegt, in strijd met art. 1 Protocol I EVRM. Het verbod op toeristische verhuur maakt het de belanghebbende onmogelijk om de forse tariefverhogingen in 2020 en 2022 af te wentelen en dat verhuurverbod maakt het hem ook onmogelijk om de woning minder dan 90 dagen per jaar ter beschikking te hebben en zo de belasting te voorkomen. De belanghebbende heeft verder onweersproken verklaard dat hij de belastingverhogingen niet kan betalen en wordt gedwongen om de woning te verkopen omdat verhuizing naar de woning door persoonlijke omstandigheden in zijn gezin niet mogelijk is. De verhoging treft de belanghebbende daardoor en door het huurverbod extra hard, aldus het Hof. Volgens A-G Wattel is sturing van de woningmarkt om ‘spook’-woningen tegen te gaan en starters meer markttoegang te geven niet wat de wetgever voor ogen stond bij het verlenen van de bevoegdheid om forensenbelasting te heffen. De zeer steile tariefverhoging is volgens hem daarom wel degelijk détournement de pouvoir, maar zij schendt volgens hem ook andere algemene rechtsbeginselen, met name het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en de beginselen van zorgvuldige voorbereiding en motivering. Er is geen onderzoek gedaan naar de geschiktheid, subsidiariteit of proportionaliteit van de tariefverhoging met het oog op ofwel de beoogde woningmarktregulering, ofwel het gebruik van gemeentelijke voorzieningen door niet-ingezetenen. Doordat het tarief zonder onderzoek naar de juistheid van feitelijke veronderstellingen of naar de effecten – reden voor de bevoegde wethouder om het amendement te ontraden – bij amendement zeer steil is verhoogd en de burgemeester nadien heeft geconstateerd dat het om slechts circa 70 woningen gaat en dat grote onrust is ontstaan, zijn ook het evenredigheidsbeginsel en de beginselen van zorgvuldige voorbereiding en draagkrachtige motivering aan de orde. De schending van die laatste twee belemmert de rechter bij adequate toetsing aan hogere regelgeving, algemene rechtsbeginselen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dat kan er volgens ABRvS AB 2020/249 al toe leiden dat het voorschrift buiten toepassing blijft en een daarop berustend besluit om die reden wordt vernietigd, en dat kan er volgens HR BNB 2021/34 al toe leiden dat, nu de belanghebbende de geschiktheid, subsidiariteit en evenredigheid van en de bevoegdheid tot de steile tariefverhoging gemotiveerd heeft bestreden, de beoordeling of de gemeentelijke heffingsbevoegdheid is overschreden niet kan geschieden zonder dat onderzoek, hetgeen eveneens reden kan zijn voor vernietiging. Heffing van forensenbelasting bovenop OZB ten laste van niet-stemgerechtigde niet-ingezetenen, die daardoor in totaal tot acht keer zoveel belasting betalen als ingezetenen (die alleen OZB betalen), hoewel zij minder gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen, is volgens de A-G ook een schending van het gelijkheidsbeginsel. De manifest ongelijke belasting kan zijns inziens slechts worden gerechtvaardigd voor zover de bijdrage uit het gemeentefonds lager is als gevolg van het feit dat de woonforensen elders ingezeten zijn. De forensenbelasting is een belasting uitsluitend ten laste van niet-stemgerechtigden en daarmee manifest discriminatoir, en onverenigbaar met een van de meest basale regels van democratie (no taxation without representation), hetgeen te meer bevreemdt in het licht van het verbod dat de wetgever in 2017 invoerde op gemeentelijke precariobelasting op nutsnetwerken. Die werd verboden juist omdat die belasting indirect (ook) betaald werd door niet-stemgerechtigde niet-ingezetenen, hetgeen de wetgever onverenigbaar acht met democratische beginselen. De heffing van een vergeleken bij de lokale OZB zéér hoge extra belasting ten laste van slechts circa 70 niet-ingezeten schendt volgens de A-G ook het willekeurverbod en het evenredigheidsbeginsel, nu zij zowel manifest ongeschikt voor als onevenredig aan de gestelde woningmarktdoelen is. De tariefverhoging kan immers hoe dan ook geen groter bereik hebben dan maximaal een uit woningmarktbeïvloedingsoogpunt verwaarloosbare 1% van het gemeentelijke woningbestand van bijna 7000 woningen, terwijl daartegenover de evidente belangen van die zeer kleine groep niet-stemgerechtigden zonder zichtbare afweging zwaar worden getroffen. Dat de maatregel ongeschikt, ineffectief en onevenredig is, volgt ook uit een brief van de burgemeester en uit diverse malen herhaalde uitlatingen van de betrokken raadsleden zelf in De Limburger. De geluidsopname van de raadvergadering waarnaar de heffingsambtenaar verwijst ten betoge dat een belangenafweging gemaakt zou zijn, laat ook na aandachtige beluistering geen spoor van belangenafweging horen. De belangen van die 70 zwaar getroffenen worden niet eens genoemd. De maatregel is op basis van de gestelde woningmarktdoelen bovendien zowel overinclusive als underinclusive en ook daarom discriminatoir of willekeurig of beide: (i) de veronderstelde maar niet-onderzochte leegstand beperkt zich volgens het amendement tot niet-aangeduide ‘buitengebieden’, maar beide zeer steile tariefverhogingen treffen elke tweede woning in elk gebied van de gemeente; (ii) niet-ingezeten beleggers die hun tweede woning meer dan 276 dagen per jaar al dan niet toeristisch verhuren worden überhaupt niet aangeslagen; tegen die even ongewenste beleggers doet (het tarief van) de forensenbelasting niets; en (iii) ook eigen ingezetenen met een tweede huisje binnen de gemeente worden überhaupt niet belast, ongeacht of zij beleggen, uitsluitend zelf gebruiken of al dan niet toeristisch verhuren, dus ongeacht of zij leegstand creëren of starters in de weg zitten of de prijs opdrijven. A-G Wattel concludeert dat de tariefverhoging détournement de pouvoir inhoudt en bovendien leidt tot willekeurige en onredelijke belastingheffing die de wetgever bij het toekennen van de bevoegdheid tot heffing van forensenbelasting niet op het oog kan hebben gehad. Naast het verbod van détournement de pouvoir zijn zijns inziens ook de motiverings- en zorgvuldigheidsbeginselen, het willekeurverbod, het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel geschonden. Elke schending op zichzelf zou mogelijk door de beugel kunnen, maar de stapeling van schendingen van algemene rechtsbeginselen en beginselen van behoorlijk bestuur – waarbij ook nog komt de combinatie van spanning met democratische basisregels (deze forensenbelasting is een uiteindelijk acht keer zo zware heffing uitsluitend ten laste van een zéér kleine groep (70) niet-stemgerechtigden: taxation without representation) en de geur van schending van art. 219(2) Gemeentewet (verbod op draagkrachtheffing) - noopt er volgens de A-G toe de tariefverhoging niet alleen buiten toepassing te laten in dit geval, maar de verordening onverbindend te verklaren voor zover zij het tarief van de forensenbelasting ten opzichte van 2019 verhoogt. Hij komt daardoor niet toe aan toetsing aan het eigendomsgrondrecht. Conclusie: cassatieberoep van de heffingsambtenaar ongegrond; incidenteel beroep van de belanghebbende gegrond, maar ’s Hofs uitspraak in stand laten onder verbetering van gronden, nl. onverbindendverklaring van de verordening forensenbelasting 2020 van de gemeente Gulpen-Wittem voor zover zij het tarief van de forensenbelasting ten opzichte van 2019 verhoogt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00880</description><issued>2024-01-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1297</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:264</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:264</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:264"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft in beroep gesteld dat de ambtshalve besluiten niet tijdig zijn genomen en dat de heffingsambtenaar om die reden dwangsommen heeft verbeurd, maar belanghebbende heeft tegen deze ambtshalve genomen besluiten niet eerst bezwaar aangetekend. De heffingsambtenaar heeft dan ook geen uitspraak gedaan op een dergelijk bezwaar (waarvoor de belastingrechter in beroep bevoegd zou zijn) of op een bezwaar tegen een daarmee verband houdende dwangsombeschikking. Dit betekent dat de rechtbank in haar uitspraak had moeten beslissen dat zij onbevoegd is te oordelen over de door belanghebbende aangevoerde grieven tegen de ambtshalve genomen besluiten en de daaraan verbonden verzoeken tot het toekennen van dwangsommen, omdat uitsluitend de civiele rechter daartoe bevoegd is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/213 en 23/214</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:8820</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8820</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:8820"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Motorrijtuigenbelasting. De rechtbank oordeelt dat het voertuig niet voldoet aan de inrichtingseisen voor een bestelauto. Het beroep van eiser op de goedkeuring uit het Besluit inrichtingseisen bpm en mrb faalt. Dat geldt ook voor diens beroep op het gelijkheidsbeginsel. Eiser heeft daarom ten onrechte motorrijtuigenbelasting betaald naar het tarief voor een bestelauto. De naheffingsaanslag en de boete zijn terecht aan eiser opgelegd. Op grond van het nader standpunt van verweerder wordt de boete verminderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 4079</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Kiers</contributor><issued>2024-06-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:2692</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2692</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:2692"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geschil inzake de schending van het hoorrecht, de bevoegdheid van de inspecteur en de hoogte van de arbeidskorting in verband met een genoten ZW-uitkering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3543</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.M. Praamstra</contributor><issued>2024-07-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4936</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4936</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4936"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep tegen de aanslag forensenbelasting 2022 is ongegrond. De rechtbank komt niet toe aan een exceptieve toets en er is geen sprake van discriminatie/schending van het gelijkheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1806</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. de Boer</contributor><issued>2024-07-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5211</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5211</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5211"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB 2016, 2017 en 2018; artikel 18, tweede lid, Verdrag Nederland - België</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 785, 23 _ 786 en 23 _ 787</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-08-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:191</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:191</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:191"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. In 2006 en 2007 ontstaat een onzakelijke hoofdelijke verbintenis van belanghebbende voor een schuld van haar dochtervennootschap. In 2017 ontstaat een regresvordering op de dochtervennootschap als gevolg van een aflossing door belanghebbende. Het debiteurenrisico voor de regresvordering ligt in de kapitaalsfeer. Daarom mag belanghebbende de regresvordering niet afwaarderen. Een deel van de post vorderingen op de balans van belanghebbende houdt geen verband met de onzakelijke hoofdelijkheid en kan wel worden afgewaardeerd. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 22_3807</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M.W. van de Sande, W.W. Monteiro, D. Liem</contributor><issued>2024-01-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:3144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:3144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:3144"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing geheimhoudingskamer. Inspecteur anonimiseert delen van 282 bijlagen. Hoewel belanghebbende geen verweer voert tegen beperkte kennisneming, toetst rechtbank wel of de anonimiseringen in overeenstemming met de Woo zijn. In twee situaties is dat niet het geval.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 22 _ 5858</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes</contributor><issued>2024-05-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3621</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3621</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3621"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak, prejudiciële vraag, PVV-deel van de ouderenkorting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 22 _ 3519</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-06-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6107</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6107</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6107"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB; zorgkosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3574 en 23/3575</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-09-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:590</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:590</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:590"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Bpm. Artikel 10, leden 1, 2 en 8, Wet Bpm. Waardecorrectie wegens schade. Schadeverleden. Interne compensatie en vertrouwensbeginsel. Kostenvergoeding bezwaarfase.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/142</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3695</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3695</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3695"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft in hoger beroep geen nieuwe feiten en omstandigheden aangedragen waarmee hij aannemelijk maakt dat de verbouwingskosten als onderhoudskosten in de zin van artikel 6.31 Wet IB 2001 (tekst 2016) in aftrek kunnen worden gebracht. Verder beroept belanghebbende zich op het Kerst-arrest. Gelet op de gehele financiële situatie van belanghebbende is geen sprake van een individuele en buitensporige last.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00145</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-02-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 6.31</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:10</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1203"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01219</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:966</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6657</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6657</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6657"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. De transactiewinst die belanghebbende heeft behaald met de verkoop van het onroerend goed kwalificeert als resultaat uit overige werkzaamheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9555 en BRE 23/9556</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2023:2466</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2023:2466</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2023:2466"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Deze zaak gaat over een Duitse werknemer (belanghebbende) die voor haar Duitse werkgever [naam GmbH] 3 dagen per week op kantoor in Duitsland werkte en 2 dagen in de week vanuit huis. De Raad oordeelt over de vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving. Hiervoor is van belang vast te stellen waar belanghebbende haar woonplaats had en of zij gewoonlijk haar werkzaamheden in twee of meer lidstaten heeft verricht. De Raad stelt vast dat belanghebbende tot 1 januari 2020 haar woonplaats in Duistland had. Na 1 januari 2020 was dat in Nederland. Verder oordeelt de Raad dat vanaf 1 januari 2020 geen sprake is van plegen te werken in meerdere lidstaten. [naam GmbH] heeft namelijk niet bewust ingestemd met het werken vanuit een andere lidstaat dan Duitsland. Voor belanghebbende was Duitsland het werkland. Hierdoor is op haar zowel voor als na 1 januari 2020 de Duitse socialezekerheidswetgeving van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/3926 AOW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3360"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek. Afwijzing. Geen aanknopingspunten voor het oordeel dat bij verzoeker bestaande vrees van vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: W.200.339.683</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2024-05-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1881</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1881</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1881"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 17, lid 3, Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk; art. 8, lid 3, en art. 9, lid 1, Wfsv juncto art. 2.10, lid 1, Wet IB 2001; art. 8.10, lid 2, Wet IB 2001; Afkoop buitenlands pensioen; afbouw algemene heffingskorting. Art. 30fc AWR; art. 2.17 Wet IB 2001; belastingrente bij wijziging onderlinge verhouding voor de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01125</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-12-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:1303</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:776</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:776</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:776"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 15, lid 1, Wet OB 1968; aftrek van omzetbelasting ter zake van bouw van een door de ondernemer aan derden te verhuren woonhuis vanwege plaatsing van zonnepanelen op het dak van dat woonhuis?; rechtstreeks en onmiddellijk verband met levering met zonnepanelen opgewekte energie?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/05426</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-05-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:2346</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1069</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1069</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1069"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04351</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-07-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:2320</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1080</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1080</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1080"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 28 AWR, art. 6:6 Awb. Instellen van principaal cassatieberoep onder voorwaarden niet mogelijk; HR komt terug van zijn arrest ECLI:NL:HR:1991:AA5300; ambtshalve beoordeling ontvankelijkheid bezwaar; bevoegdheid tot indienen bezwaarschrift; betekenis ECLI:NL:HR:2021:1153; door aandeelhouder gemaakt bezwaar in situatie waarin vereffening niet meer bestaande vennootschap niet kan wordt heropend; betekenis ECLI:NL:HR:2003:AK8288.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01363</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:312</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:633</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1549</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1549</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1549"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Externe klachtprocedure. Vordering Procureur-Generaal (art. 13a RO). Publicatie van rechterlijke uitspraak op rechtspraak.nl. Openbaarheid van rechtspraak. Uitoefening rechterlijke functie. Rechterlijke beslissing. Ontvankelijkheid van de klacht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02726</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2024-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:976</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4661"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingrente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1069</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-07-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3509"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Fiscale eenheid OB, terbeschikkingstelling werkruimtes door DGA</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-06-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1840</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2002</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2002</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2002"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag loonheffingen. Het hof oordeelt dat de inspecteur het bestaan van een gezagsverhouding en daarmee het bestaan van een arbeidsovereenkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. Het hof is tevens van oordeel dat er geen sprake is van een fictieve dienstbetrekking, omdat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de timmerlieden anders dan in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep hun werkzaamheden voor belanghebbende hebben verricht. Het hof vermindert de naheffingsaanslag tot een bedrag van € 7.500 en vernietigt de boetebeschikking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1016</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, T.A. Gladpootjes, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-06-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1794</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2152</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2152</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2152"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ingebrekestelling; dwangsom; is er sprake van een uitspraak op bezwaar?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/81</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:1902</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1335"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 97, lid 2, Wfsv. Sectorindeling voor de werknemersverzekeringen. Is een wijziging in de indeling op verzoek van de werkgever met terugwerkende kracht, namelijk vóór de datum waarop de werkgever om herziening heeft verzocht, mogelijk? Geen strijd met artikel 1 EP EVRM, noch met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Te veel geheven griffierecht wordt teruggegeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02228</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, W.A. Sijberden, I. Reijngoud</contributor><issued>2024-04-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1481</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1481</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1481"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04874</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:9443</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1282</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1282</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1282"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm. Artikel 10, lid 7, Wet bpm biedt geen ruimte voor correcties op de handelsinkoopwaarde die is vermeld in een koerslijst indien de desbetreffende koerslijst niet in die correcties voorziet. Voor vaststelling van de historische nieuwprijs moet worden uitgegaan van de CO2-uitstoot van de importauto en niet van de CO2-uitstoot van de binnenlandse auto, vermeld in de koerslijst die is gebruikt om de handelsinkoopwaarde in gebruikte staat te bepalen. Een hogere historische nieuwprijs die het gevolg is van een hogere CO2-uitstoot, leidt niet tot een hogere handelsinkoopwaarde in gebruikte staat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00230</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, C.J. Hummel, W.J. Blokland</contributor><issued>2024-05-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1176</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1176</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1176"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen IB/PVV; niet aangegeven ab-inkomen; vergrijpboeten; heffingsrente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/219 tot en met 23/227</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:1067</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:1067</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:1067"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kansspelbelasting. De inspecteur heeft naheffingsaanslagen kansspelbelasting (KSB) opgelegd aan een samenwerkingsverband van twee personen wegens het niet hebben betaald van kansspelbelasting over door het samenwerkingsverband georganiseerde (illegale) kansspelen. De kansspelen hielden in het op diverse locaties kunnen gokken op wedstrijden via internet. Naar het oordeel van de rechtbank betreft dit, gelet op Hoge Raad 2 februari 2021 (ECLI:NL:HR:2021:157) een kansspel als bedoel in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wet KSB. De kansspelbelasting wordt dan geheven van de gerechtigde tot de prijs. De rechtbank is verder van oordeel dat uit de overgelegde processen-verbaal, het strafvonnis en het vonnis ontneming wederrechtelijk genoten voordeel aannemelijk is dat sprake is van een samenwerking die gekwalificeerd moet worden als een stille maatschap en dat de stille maatschap als organisator van het kansspel als inhoudingsplichtige kan worden aangemerkt. De inspecteur heeft bij de berekening van de verschuldigde KSB de uitgekeerde prijzen gebruteerd met de niet ingehouden KSB. De beroepen zijn in zoverre ongegrond. Omdat de inspecteur tevens, ter behoud van rechten, naheffingsaanslagen had opgelegd op grond van artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet KSB, zijn de beroepen gegrond voor zover gericht tegen deze naheffingsaanslagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 19_626</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Germs-de Goede, J.M.W. van de Sande, J. Kluft</contributor><issued>2024-03-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:668"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">artikel 6:12 Awb. verzet tegen uitspraak in beroep waarbij is aangenomen dat de Inspecteur nadere stukken heeft aangemerkt als bezwaar, en een (tweede) uitspraak op bezwaar heeft gedaan. In verzet is aangevoerd dat de nadere stukken betrekking hadden op verzoeken om ambtshalve vermindering, waarop bij de behandeling van het verzet nog niet was beslist. Heeft de Rechtbank terecht aangenomen dat het beroep geen betrekking had op het uitblijven van een beslissing op die verzoeken om ambtshalve vermindering?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03687</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1201</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1201</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1201"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:2723</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:544</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:544</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:544"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01729</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-04-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:2518</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3546</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3546</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3546"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De coronacrisis, en de gevolgen daarvan voor het zorgpersoneel in het algemeen, kunnen in casu niet tot het oordeel leiden dat sprake was van overmacht, op grond waarvan belanghebbende verhinderd was of niet in staat was om tijdig de parkeerbelasting te voldoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/632</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N. Djebali, E.A.G. van der Ouderaa</contributor><issued>2024-01-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:428</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:428</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:428"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01761</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-03-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:974</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1168</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1168</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1168"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ: te laat overleggen stukken en onvoldoende onderbouwing restwaarden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/536</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J. Pelinck, R.R. van der Heide, F. Brekelmans</contributor><issued>2024-04-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:519</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:519</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:519"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Onjuiste tenaamstelling van de naheffingsaanslag leidt niet tot vernietiging van de naheffingsaanslag nu er redelijkerwijs geen misverstand over kon bestaan voor wie de aanslag bestemd is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01185</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, J.M. van der Vegt, J. Wessels</contributor><issued>2024-03-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2529</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1486</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4627</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4627</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4627"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Navordering. Fiscale woonplaats. Inkomen uit sparen en beleggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1222</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-07-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2306</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:641</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:641</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:641"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Objectafbakening. Terecht vijf aanslagen rioolheffing opgelegd. Tenminste vijf zakelijke huurders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2415</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:795</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:795</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:795"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA IB/PVV 2017, kenbare fout, geen uitnodiging aangifte, bewijsvermoeden, correcties in box 1 en 2, onttrekkingen aan B.V. en betalingen vanaf bankrekeningen cliënten en stichtingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2511</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-04-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:2860</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2860</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:2860"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling multifunctioneel stadion.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1732</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:2922</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1011"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2016 ontvangen transitievergoeding behoort tot winst uit onderneming 2016. Belanghebbende voldoet niet aan de voorwaarden van het goedkeurend beleid voor aanspraken van medisch specialisten op een transitiefonds. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/2107</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-02-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3357"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Vergrijpboete wegens feitelijk leidinggeven aan een vennootschap die opzettelijk niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet tijdig omzetbelasting heeft voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1342</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:1526</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2746"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen zijn box 3 inkomen in zijn aanslagen IB/PVV over 2015 en 2016. De inspecteur heeft die bezwaren aangehouden omdat ze onder de massaalbezwaarprocedure vielen. In juni 2022 heeft de inspecteur de collectieve uitspraak op bezwaar van 19 juli 2019 aan belanghebbende toegezonden. Belanghebbende heeft beroep ingesteld en gesteld dat sprake is van een individuele en buitensporige last. De rechtbank heeft het beroep niet ontvankelijk verklaard. Dit is volgens het hof juist omdat de bezwaren onder de massaalbezwaarprocedure vallen en belanghebbende niet om een individuele uitspraak op bezwaar heeft gevraagd. Verder oordeelt het hof dat een verzoek om ambtshalve vermindering te laat is gedaan en dat de vraag of sprake is van een individuele en buitensporige last niet meer aan de orde had kunnen komen omdat volgens de massaalbezwaarprocedure alleen de rechtsvraag nog kon worden voorgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1076 en 23/1077</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, T.A. Gladpootjes, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-12-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:4603</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1755</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1755</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1755"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04593</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3792</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:98</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:98</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:98"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00988</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-01-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:922</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7347"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Watersysteemheffing. Heffingsbevoegdheid. IJsselmeer kan niet tot het gebied van het waterschap worden gerekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/101</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2022:3433</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2079</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2079</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2079"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 8:119, lid 1, letter c, Awb. Het hof wijst het herzieningsverzoek af omdat hetgeen dat verzoekster nu naar voren brengt geen onderdeel uit maakte van het geschil in de eerdere hogere beroepsprocedure. Gelet hierop is geen sprake van feiten en omstandigheden die tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1695</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening, Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-07-09</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 8:119</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2014:705</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:586"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01804</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-04-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:573</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:4510</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:4510</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:4510"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Terbeschikkingstellingsregeling. Verhaalsrecht. Belanghebbende is hoofdelijk aansprakelijk en stelt dat hij door de bank is aangesproken voor zakelijke en privéschulden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende echter niet aannemelijk gemaakt dat hij een bedrag aan de bank heeft voldaan waarvoor – gelet op de interne verhoudingen tussen de medeschuldenaren – niet hij draagplichtig is, maar een andere medeschuldenaar. Van een verhaalsrecht is geen sprake en dus kan dit ook niet worden afgewaardeerd ten laste van het terbeschikkingstellingsresultaat. Evenmin is sprake van een informele kapitaalsstorting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 2131</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius, L.Y. Gramsbergen, D. Liem</contributor><issued>2024-09-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:2740</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1896</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1896</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1896"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01296</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-12-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:469</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1283"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, (navorderings)aanslagen en vergrijp- en verzuimboete(n) n.a.v. boekenonderzoek bij kaakchirurg</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/38 t/m 23/41</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2024-05-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6507</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6650"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV en OB; beroepen tegen de aanslagen zijn ongegrond. De inspecteur heeft op grond van de bankafschriften een aannemelijke omzetberekening gemaakt. De vereiste aangifte is daarom niet gedaan en de schatting van de inspecteur is redelijk. Belanghebbende heeft hiertegen niets concreets ingebracht. De boetes zijn verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 23/3740, 23/3741, 23/3742, 23/5376, 23/5377 en 23/5378</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, P.J. Tikken, J.J.J. Engel</contributor><issued>2024-12-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2762</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2762</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2762"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns over rode diesel (landbouw). Beroep op goedkeurend beleid slaagt niet, nu de rode diesel in de beregeningspompen in aangepaste reservoirs met vulpistool is aangetroffen, waardoor het aannemelijk is dat de rode diesel vanuit deze reservoirs wordt afgetankt in andere landbouwvoer- en werktuigen. Naheffingsaanslag blijft in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-2646</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-05-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:133</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:133</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:133"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6:6 en 8:24, lid 2 Awb; ontbreken van een machtiging op naam van en ondertekend door belanghebbende. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het Hof komt niet toe aan de beoordeling van het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/1241</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:1450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:1450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:1450"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de vrijstelling van energiebelasting en opslag duurzame energie op grond van artikel 64, vierde lid, van de Wbm van toepassing is op het verbruik van aardgas voor het drogen van zand bij de vervaardiging van cellenbeton.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22_4908</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes, J.J.J. Engel, L.Y. Gramsbergen</contributor><issued>2024-03-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2145</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2145</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2145"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">vermindering schenkbelasting: geen dwaling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/2567 en BRE 21/2568</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, A.H.W. Steijn, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-04-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:823</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:823</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:823"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Terbeschikkingstellingsregeling verhuur onroerende zaak. Naar het oordeel van het hof omvat de terbeschikkingstelling het gehele paardencomplex en niet slechts het gedeelte dat de BV zelf gebruikt. Verder is het hof van oordeel dat de inspecteur erin is geslaagd de door hem gestelde economische huurwaarde aannemelijk te maken. Het beroep van belanghebbende is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 1339</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, E.P.A. Brakeboer, J. Wessels</contributor><issued>2024-03-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2826</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:86</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:86</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:86"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02834</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-01-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:4794</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10222</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10222</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10222"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">PIJ-beschikking. De (gewijzigde) vordering van de officier van justitie wordt toegewezen en de PIJ-maatregel wordt verlengd met negen maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13.266936.20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Devis, mr. J.W.B. Snijders Blok, mr. L.F. Bögemann</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3987"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Privégebruik auto. Achteraf opgemaakte kilometeradministratie. Geen geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel. Verzuimboete terecht opgelegd. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3537</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-06-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:243"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02247</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-02-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:3451</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:747</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:747</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:747"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij ontbinding van de vennootschap onder firma zijn door eiser (voortzettende vennoot van de melkveehouderij) en zijn broer (de voortzetter van de schapenhouderij) percelen cultuurgrond verkregen. In geschil is of eiser de cultuurgrond tegen een zakelijke overnamesom heeft verkregen en of sprake is van een tot de belaste winst te rekenen gebruikersvoordeel. De rechtbank oordeelt dat de firmabepaling waarop de overnamesom gebaseerd is op zakelijke gronden berust en dat de naleving van die bepaling bij de verdeling van het vennootschapsvermogen zakelijk is. Hieruit volgt dat de overnamesom zakelijk is bepaald en het gerealiseerde gebruikersvoordeel tot de belastbare winst behoort. Bij die uitkomst is tussen partijen niet in geschil dat de landbouwvrijstelling niet van toepassing is op het gerealiseerde gebruikersvoordeel. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/1406 en HAA 23/1407</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, A.A. Fase, S.K.A. Efstratiades, G.H. de Soeten</contributor><issued>2024-02-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4162</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4162</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4162"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen aanslag toeristenbelasting. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4503</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.P.A. Boersma</contributor><issued>2024-06-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:653</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:653</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:653"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">22/2460 en 22/2466. Inkomstenbelasting / aanmerkelijk belang, verkapte winstuitdeling. Een BV kocht een nieuwe woning voor de dga, die woonde in de bedrijfswoning bij de veehouderij. De nieuwe woning werd ingrijpend verbouwd, aan de dga verhuurd en daarna (voor minder dan de kostprijs) aan de dga verkocht. Daarna ging de dochter van de dga in de bedrijfswoning wonen. Volgens de rechtbank deed de BV tot het bedrag van de verbouwingskosten een uitdeling aan de dga in het jaar waarin die kosten werden gemaakt omdat de kosten alleen werden gemaakt te bevrediging van de persoonlijke behoefte van de dga en zij dat in een zakelijke verhouding niet zou hebben gedaan. De BV had geen zakelijk belang, ook al wilde de dga de bedrijfswoning alleen verlaten als er vervangende woonruimte kwam.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2460</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-02-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1531</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1531</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1531"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende, een BV, houdt, verhandelt en fokt paarden. Van 2006-2012 heeft zij verlies geleden. In 2013 zijn haar aandelen verkocht aan een derde. In geschil is of belanghebbende voldoet aan de inkrimpings- en voornemenstoets van artikel 20a, lid 4, Wet Vpb en als zij daar niet aan voldoet of op grond van artikel 20a, lid 11, Wet Vpb de latere winsten kunnen worden toegerekend aan werkzaamheden die al aanwezig waren direct voorafgaand aan de aandeelhouderswijziging. Het hof oordeelt dat belanghebbende niet voldoet aan de inkrimpingstoets en dat de winsten na de aandeelhouderswijziging niet kunnen worden toegerekend aan werkzaamheden die aanwezig waren direct voorafgaand aan de aandeelhouderswijziging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1408</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, J.M. van der Vegt, I. Reijngoud</contributor><issued>2024-05-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de vennootschapsbelasting 1969 20a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3413</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:147</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:147</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:147"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijtuigen; art. 8:75 Awb; art. 10, leden 2, 7 en 8, Wet BPM 1992; artikel 110 VWEU; personenauto waarvan meer dan normale gebruiksschade voorafgaand aan de registratie helemaal is hersteld; taxatiemethode of de koerslijstmethode?; invloed schadeverleden op handelsinkoopwaarde; onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht; differentiatie waarde per punt in strijd met het discriminatieverbod; punt voor hoorgesprek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00653</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:2567</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:1196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:1196"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm; teruggaaf van bpm; art. 14a Wet BPM; art. 8d Uitv.reg. BPM; welk bedrag dient als uitgangspunt te worden genomen voor de teruggaaf van bpm? Proceskostenvergoeding; aan de Inspecteur te wijten onrechtmatigheid? Procesbelang?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01263</description><issued>2024-11-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:228</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:228</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:228"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 8:15 Awb. Wraking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/1246 W</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Wraking</description><issued>2024-03-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:945"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Onroerendezaakbelastingen; art. 17, leden 3 en 4, Wet WOZ; vaststelling WOZ-waarde van een hotel in aanbouw; invloed omzetbelasting op vervangingswaarde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01969</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-06-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:943</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:979</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:525</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:17056</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:17056</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:17056"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep ziet op de aan eiseres bij de aanslagen IB/PVV voor de jaren 2016, 2017 en 2018 opgelegde verzuimboeten. De rechtbank is van oordeel dat eiseres met haar stellingen niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van afwezigheid van alle schuld. Het lag op de weg van eiseres haar situatie aan verweerder uit te leggen en te vragen om (nader) uitstel voor het doen van de aangiften. Ten aanzien van de verzuimboeten voor de jaren 2017 en 2018 heeft verweerder volgens de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van stelselmatig verzuim. De rechtbank acht verzuimboeten van € 369 voor ieder jaar passend en geboden. Ook ziet de rechtbank in de duur van de procedure aanleiding om de verzuimboeten ambtshalve met 15% te matigen. De rechtbank verklaart het beroep voor 2016 ongegrond en voor 2017 en 2018 gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22_5955, 23_2125 en 23_2921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema</contributor><issued>2024-02-07</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1477</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:2163</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:2163</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:2163"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting, medische vrijstelling Op de dienstverlening van eiseres, bestaande uit digitale consulten, is de medische vrijstelling van toepassing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 5085</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, B. van Walderveen, M.M.W.D. Merkx</contributor><issued>2024-04-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:214</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:214</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:214"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2014. Artikel 17, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet Vpb.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 1332</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, A.H.W. Steijn, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1277</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7515</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7515</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7515"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aftrekbare specifieke zorgkosten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/966</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2024-11-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6548</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6548</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6548"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns. Betrokkenheid bij voorhanden hebben onveraccijnsde sigaretten niet aannemelijk gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1465</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:2208</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:543</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:543</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:543"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01685</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-04-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:898</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:21404</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:21404</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:21404"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Contante omzet uit (rest)lading spijsolie verkocht als afval (slops) van motortankschip. Verweerder heeft het bewijsvermoeden geleverd dat eiseres contante betalingen heeft ontvangen die niet in haar aangiften zijn opgenomen. Eiseres heeft onvoldoende aangevoerd om het bewijsvermoeden te ontzenuwen. De navorderingsaanslagen berusten op een redelijke schatting nu verweerder is uitgegaan van de facturen afkomstig uit de administratie van de vetinzamelaar en de uit de stukken op te maken geldstromen. Vergrijpboetes vernietigd aangezien verweerder niet heeft doen blijken dat eiseres contante betalingen heeft ontvangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 4580</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema, A.D. van Riel, M.E. Kiers</contributor><issued>2024-01-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:2431</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1950"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">mrb, toepasselijkheid kwarttarief motorrijtuig dat door kermisexploitant wordt gehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/1375</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2024-05-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:372</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:372</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:372"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De aftrek van kosten voor bühnekleding en persoonlijke verzorging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/708 tot en met 23/711</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:308"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aftrek specifieke zorgkosten, belanghebbende voldoet niet aan bewijslast. Opname in FSV geen aanleiding tot vernietiging aanslag of toekenning schadevergoeding. Geen recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Geen recht op hogere dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/296 en BK-23/297</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:1547</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1312</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3805</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3805</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3805"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-06-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tardiefverklaring van stukken. Vereiste aangifte; geen omkering en verzwaring bewijslast voor het jaar 2016. Art. 4 AWR en art. 4 Verdrag Nederland-Polen; belanghebbende is inwoner van Nederland. Belanghebbende is geen ondernemer voor de Wet IB 2001. Navorderingsaanslag 2013 en aanslag 2016 vernietigd. Verzuimboete 2016 vernietigd. Nederland heeft op grond van het Verdrag heffingsrecht over loon uit dienstbetrekking in 2014. Aanslag 2014 verminderd. Geen materiële schadevergoeding, geen schending van ABBB en geen integrale proceskostenvergoeding. De Inspecteur heeft alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BKDH-22/00302, BKDH-22/00303 en BKDH-22/00298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:408</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1476"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV 2019. Kunstenares. Bron van inkomen. Geen objectieve voordeelsverwachting. Structurele verliessituatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/952</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:12991</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1282</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1282</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1282"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1212</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1251"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02138</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1272</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:433"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01930</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-03-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:1132</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3019</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3019</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3019"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 9.6 Wet IB 2001 en artikel 45aa Uitvoeringsregeling IB 2001. Het hof volgt het oordeel van de rechtbank dat het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag IB/PVV voor het jaar 2015 terecht is afgewezen. De onjuistheid van de belastingaanslag vloeit voort uit de uitspraak van het HvJ op 8 mei 2019 in de zaak C-631/17. Aangezien de uitspraak van het HvJ is gedaan nadat de belastingaanslag onherroepelijk vaststond, is de uitzondering van artikel 45aa, aanhef en onder b, Uitvoeringsregeling van toepassing op belanghebbende. Het hof oordeelt dat het evenredigheidsbeginsel niet is geschonden, omdat de bezwaartermijn van zes weken een redelijke termijn is. Dat belanghebbende ervoor heeft gekozen om binnen deze bezwaartermijn geen bezwaar te maken tegen de aanslag komt voor zijn rekening en risico. Het hof acht zich niet bevoegd te oordelen over de vraag of er sprake is van een onverschuldigde betaling van premies.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/00530</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, W.A.P. van Roij, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-02-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:1527</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:995</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30767</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30767</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30767"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing incidentele vordering tot nietigverklaren dagvaarding. Geen gebreken bij dagvaarding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/704160 / HA ZA 26-418</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.L.M. Luiten</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3631"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet tegemoetkoming loondomein (WTL) loonkostenvoordeel oudere werknemers bij overgang onderneming. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2611</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2024-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4974</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4974</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4974"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ntb, aanslag IB/PVV 2018, dwangsom</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/4194</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2024-07-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:850</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:850</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:850"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV 2017 en 2018. Belanghebbende ontvangt in 2007 ontslagvergoeding die hij inbrengt in stamrecht-BV. Stamrechtuitkeringen in 2017 en 2018. Belanghebbende is dan inwoner van de VS maar beschikt niet over verdragsverklaring. Voor 2017: niet meer in geschil dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden. De stamrechtuitkeringen zijn ten onrechte tot het belastbare inkomen uit werk en woning van 2017 gerekend. Voor 2018: geen schending van het vertrouwensbeginsel en geen sprake van een beloning soortgelijk aan een pensioen in de zin van artikel 19, lid 1, Belastingverdrag Nederland-Verenigde Staten. Belastingrente niet ten onrechte in rekening gebracht. Geen vergoeding van de werkelijke proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/678 en BK-23/679</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:8461</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1751</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8842</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8842</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8842"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BRE 22/618 t/m BRE 22/621 Naheffingsaanslagen loonheffingen, art. 50c Wfsv, nageheven premiekortingen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur art. 50c van de Wfsv juist toegepast en de premiekortingen tot de juiste bedragen in aanmerking genomen. De betrokken werknemers hebben arbeidsovereenkomsten met een vast overeengekomen arbeidsduur van minder dan 36 uur per week. Op grond van de wet moet de vermindering van de premiekortingen dan als uitgangspunt worden berekend op basis van de overeengekomen arbeidsduur. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat de gemiddeld overeengekomen arbeidsduur afwijkt van wat in de schriftelijke overeenkomsten is vermeld en dat deze moet worden bepaald op het aantal feitelijk gewerkte uren. De rechtbank verwerpt belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel. Ook heeft de inspecteur door de wettelijke regeling toe te passen niet gehandeld in strijd met enig beginsel van behoorlijk bestuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/618</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, A.H.W. Steijn, J.H. Bogert</contributor><issued>2023-12-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:218"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 11, leden 1 en 4, Wet OB; art. 12 en art. 135, lid 1, letter k, van BTW-richtlijn; vaststelling voorwerp van levering; samengestelde prestatie betreft de levering van onbebouwde grond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/04052</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-02-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:8275</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:666"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek. De Hoge Raad wijst het verzoek om wraking af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01239</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2024-04-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:2958</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2958</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:2958"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser is een rijnvarende en is het eerste halfjaar van 2016 in dienst van een Liechtensteinse werkgever. De SVB heeft in 2018 een A1-verklaring afgegeven voor de periode 1 januari tot en met 30 juni 2016 waarbij het Nederlandse sociale zekerheidsrecht van toepassing is verklaard. Eiser heeft bij zijn aangifte IB/PVV voor 2016 verzocht om vrijstelling van de premies voor de Nederlandse volksverzekeringen voor het eerste halfjaar van 2016. De inspecteur heeft bij het opleggen van de aanslag de vrijstelling niet verleend. Volgens eiser heeft de inspecteur de verplichting om de juistheid van de A1-verklaring materieel te beoordelen, nu er nieuwe informatie (getuigenverklaring en boordboek) is die de SVB nog niet bekend was. De rechtbank oordeelt, verwijzend naar rechtspraak van de Hoge Raad, dat zowel de inspecteur als de belastingrechter gebonden zijn aan de A1-verklaring. Als er sprake is van nieuwe informatie dan moet die worden ingebracht in de sociale zekerheidskolom en niet in de fiscale kolom. Eiser vindt dat de Regeling tegemoetkoming rijnvarenden van overeenkomstige toepassing moet worden verklaard op hem en ziet strijd met het gelijkheidsbeginsel als dat niet gebeurt. De rechtbank ziet onvoldoende reden voor de conclusie dat de keuze van de regelgever om de regeling te beperken tot Rijnoeverstaten en de periode tot en met 2015, evident van redelijke grond is ontbloot. De regelgever heeft de voorwaarden bewust aangebracht en de gevolgen daarvan bewust aanvaard. Eiser vindt verder dat hij gediscrimineerd wordt omdat zijn aangifte IB/PVV altijd wordt gecontroleerd, alleen omdat hij rijnvarende is. De rechtbank is van oordeel dat het werken als rijnvarende geen zuiver persoonskenmerk is. De rechtbank ziet voldoende rechtvaardiging om deze groep aan extra controles te onderwerpen. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij recht heeft op een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase, omdat de inspecteur in bezwaar alsnog de wkr heeft toegepast. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur bij het beoordelen van de aangifte niet kon zien dat eiser de wkr niet had toegepast, omdat eisers werkgever niet renseigneert en eiser zelf ook niet de opgevraagde maand- en jaaropgaven heeft verstrekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1520</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp</contributor><issued>2024-08-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1608</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1608</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1608"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomen uit aanmerkelijk belang. Verkoop aandelen. Hoogte vervreemdingsvoordeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1539</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-03-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:807</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8186</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8186</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8186"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting, gegrond. Vermindering van de naheffingsaanslag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3505</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.M. Schotanus</contributor><issued>2024-12-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1132</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1132</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1132"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geneesmiddelen zonder handelsvergunning of parallelhandelsvergunning; Verlaagde tarief; Artikel 9, tweede lid, aanhef en letter a, van de Wet OB in verbinding met Tabel I behorende bij de Wet OB, post a.6; Neutraliteitsbeginsel; Evenredigheidsbeginsel;</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/502 tot en met 22/513</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, C.J. Hummel, W.J. Blokland</contributor><issued>2024-05-16</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de omzetbelasting 1968 9</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2854"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is in dienstbetrekking bij een op Noord-Cyprus gevestigd werkgever. Deze werkgever leende belanghebbende uit aan een Turks bedrijf ten behoeve van werkzaamheden voor projecten in diverse landen. In geschil is of belanghebbende recht heeft op een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Het hof oordeelt dat hij daar geen recht op heeft omdat hij geen inzicht heeft gegeven in de feitelijke aanwezigheid in de diverse landen, zodat niet kan worden vastgesteld of hij voldoet aan de voorwaarden voor aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01116 en 21/01117</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, L.B.M. Klein Tank, T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2024-01-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:3725</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:225"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Is een verzoek om vergoeding van de bezwaarkosten een beschikking op aanvraag zodat de dwangsomregeling van toepassing is? Bevat de uitspraak op bezwaar een impliciete afwijzing van het verzoek? Deze zaak gaat over de vraag of een verzoek om een proceskostenvergoeding in de bezwaarfase een beschikking op aanvraag is. Als zo’n verzoek een aanvraag is, komt aan de orde of de inspecteur op grond van art. 4:17 Awb een dwangsom verschuldigd kan worden als hij niet tijdig op die aanvraag beslist. Belanghebbende in deze zaak heeft bezwaar gemaakt tegen een verzuimboete en bij het bezwaar verzocht om een kostenvergoeding. Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur de verzuimboete vernietigd maar niet uitdrukkelijk beslist op het verzoek om de kostenvergoeding. Belanghebbende heeft vervolgens de Inspecteur in gebreke gesteld en verzocht om alsnog te beslissen over de kostenvergoeding op last van dwangsom. De A-G is van mening dat belanghebbende terecht betoogt dat het verzoek om een vergoeding van de kosten van het bezwaar een aanvraag tot het geven van een beschikking is. De beslissing op dat schriftelijk verzoek is namelijk een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is. Daarmee voldoet deze beslissing aan alle elementen uit de in art. 1:3(1) en (2) Awb opgenomen definitie van een beschikking. De A-G is echter van mening dat aan belanghebbende geen dwangsom wegens niet tijdig beslissen toekomt. De beslissing op het verzoek om een kostenvergoeding moet worden genomen bij de uitspraak op bezwaar. In dit geval is bij die uitspraak niet een vergoeding toegekend. Daarom moet ervan worden uitgegaan dat de aanvraag niet is gehonoreerd. Want met de uitspraak op bezwaar is de bezwaarfase geëindigd. De Inspecteur had geen nadere beslissing mogen nemen, maar nu hij dat toch heeft gedaan, mag belanghebbende daar niet de dupe van worden. De nadere beslissing moet ‘op een lijn’ worden besteld met een uitspraak op bezwaar, zodat een nieuwe termijn gaat lopen voor het instellen van beroep. Dit alles neemt niet weg dat de echte uitspraak op bezwaar al was gedaan, en bij die uitspraak is de aangevraagde kostenvergoeding niet toegekend. Daarmee is beslist op de aanvraag. Een andere beslissing in deze zaak is juridisch goed verdedigbaar, maar naar de overtuiging van de A-G rechtspolitiek niet verstandig. De belastingrechtspraak zucht namelijk onder formeel geneuzel. In toenemende mate gaat de aandacht van de deelnemers aan fiscale procedures uit naar formeelrechtelijke nevenbeslissingen, in plaats van dat die aandacht uitgaat naar het oorspronkelijke probleem, namelijk de hoogte van een belastingaanslag. Informeel en ook in de vakliteratuur wordt hierover de noodklok geluid. En ondertussen is er een ‘opstand der feitenrechters’ uitgebroken. Zij weigeren nog langer de uitwassen van als de excessief formalistisch ervaren rechtspraak van de Hoge Raad voor hun rekening te nemen. In het bijzonder is de hiervoor genoemde ‘opstand der feitenrechters’ fnuikend voor het gezag van de Hoge Raad. Het is daarom naar de overtuiging van de A-G rechtspolitiek nodig dat de Hoge Raad optreedt om dit excessief formalisme een halt toe te roepen. Precies het tegenovergestelde zou gebeuren als in een geval als dit een dwangsom wegens niet tijdig beslissen werd toegekend. Gelet op dit alles concludeert de A-G dat het niet verstandig is de dwangsomregeling van art. 4:17 Awb toepasbaar te achten in gevallen waarin ten onrechte in een uitspraak op bezwaar een uitdrukkelijke beslissing ontbreekt op een onderwerp waarover bij die beslissing op bezwaar (al dan niet bij voor bezwaar of beroep vatbaar besluit) moet worden beslist. Met de beslissing op bezwaar is een einde gekomen aan de bezwaarfase en eventuele omissies in die beslissing moeten liefst informeel, maar als dat niet lukt in beroep worden hersteld. De A-G komt tot de conclusie dat het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02277</description><issued>2024-03-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:748</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8415</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8415</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8415"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende kan niet worden aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige. Het beroep is gegrond, omdat onterecht PVV is geheven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/10106</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-12-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2857"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is het niet eens met de aanslagen IB 2014, 2015 en 2016 en de aanslag Zvw 2015. Met betrekking tot 2014 heeft belanghebbende al eerder een volledige procedure doorlopen. Belanghebbende voert diverse kostenposten op die volgens belanghebbende betrekking hebben op onder andere inkomensverliezen en inbeslaggenomen goederen van eerdere jaren. Het hof wijst een nader bewijsaanbod van belanghebbende af omdat dit aanzienlijke vertraging zou opleveren en een goede procesgang zwaarder weegt. Belanghebbende maakt niet aannemelijk welke goederen in beslag zijn genomen, welke waarde die goederen vertegenwoordigen op moment van de inbeslagname, hoe de in 2011 inbeslaggenomen goederen tot nagekomen lasten dan wel een verlies hebben geleden en waarom dat verlies of die nagekomen lasten in de onderhavige jaren tot aftrek zou moeten leiden. Verder wijst het hof erop dat over het jaar 2011 geen verlies is vastgesteld en dat daarom geen verliesverrekening van dat jaar mogelijk is. Het hof constateert dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn en dat belanghebbende daarom recht heeft op een immateriële schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00420 tot en met 22/00423</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A. Sijberden, J.M. van der Vegt, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-01-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:154</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:612</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:612</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:612"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Opname in FSV. Diverse correcties.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1522 t/m 21/1524</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): tweede meervoudige kamer</contributor><issued>2024-02-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:4150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:4150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:4150"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invorderingsrente artikel 28c Invorderingswet 1990. Einduitspraak naar aanleiding van een prejudiciële procedure bij het Hof van Justitie (ECLI:NL:RBGEL:2022:6042 en ECLI:EU:C:2024:147). Belanghebbende heeft geen recht op vergoeding van invorderingsrente. De teruggaven omzetbelasting als gevolg van administratieve vergissingen verplichten niet tot het vergoeden van rente wegens strijd met het Unierecht. Dit geldt ook voor zover de teruggaven zien op de wijziging van het mengpercentage, dat onder uitsluitende verantwoordelijkheid van belanghebbende is vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 21 _ 4536</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes, W.W. Monteiro, J.A.L. Heldens</contributor><issued>2024-08-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:6042</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:421</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:421</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:421"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o. ECLI:NL:OGHACMB:2023:129</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03617</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-03-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:7001</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:7001</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:7001"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB 2010-2013, IB/PVV 2011, 2013, 2014 Correcties naar aanleiding van boekenonderzoek. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Rechtbank acht het niet aannemelijk dat stukken die ten grondslag lagen aan derdenonderzoek de inspecteur ter beschikking hebben gestaan. Dat stukken deels pas in de beroepsfase zijn overgelegd blijft zonder gevolgen. Hoorplicht niet geschonden. Afwijzing verzoek getuigen te horen over uitlatingen van een medewerkster van de Belastingdienst. Niet is komen vast te staan dat belanghebbende is opgenomen in de FSV en/of stond genoteerd op een zwarte lijst. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Administratieplicht geschonden, informatiebeschikking is onherroepelijk geworden. Redelijke schatting door middel van extrapolatie. Boetes gehandhaafd. Verlenging redelijke termijn in bezwaar en beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 19 _ 7248</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Germs-de Goede, R.A. Eskes, J.J.J. Engel</contributor><issued>2024-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:386</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:386</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:386"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">verzet: gegrond; naar het oordeel van de rechtbank staat het eindoordeel van de rechtbank niet buiten redelijke twijfel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE-22_3491</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2024-02-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6621</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6621</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6621"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Navordering. Onherroepelijk vaststaande informatiebeschikking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1992</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.L.M. van Kempen, J.H. Bogert, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-10-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1799</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:584</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:584</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:584"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-04-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3857</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1327"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ 2020 woning. Schending hoorplicht/inzagerecht vanwege telefonisch horen tijdens corona. Bestuurlijke lus, artikel 8.51a Awb.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2285</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2024-05-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6424</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6424</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6424"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OZB en rioolheffing. Compensatieregeling. Bevoegdheid belastingrechter. Tarief.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1059 en 23/1060</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:780</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:13255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:13255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:13255"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procedure over nieuwe Wet Toekomst Pensioenen. Vorderingen worden afgewezen, omdat die prematuur zijn. Van schade als gevolg van de invoering van de Wtp kan pas sprake zijn als alle procedures rondom het invaren van pensioenen zijn doorlopen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10641809 RL EXPL 23-12661</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.D. Bom</contributor><issued>2024-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:1812</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:1812</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:1812"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">WAHV. Beroep gegrond. De proceskosten worden niet aan de gemachtigde betaald. De wettelijk regeling over de proceskosten is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10786111 \ WM VERZ 23-762</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2024-02-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:4068</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:4068</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:4068"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Rijnvarende. Rijnvarendenverdrag (Verdrag betreffende de sociale zekerheid van rijnvarenden; Trb. 1981, 43) en Verordening EEG nr. 1408/71). Belanghebbende vraagt om herziening van de uitspraak van het hof van 21 december 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5843. In die uitspraak is belanghebbende (Rijnvarende) gehouden aan de door de Luxemburgse autoriteiten afgegeven E-101 verklaring voor de premie volksverzekeringen. O.g.v. HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1725, r.o. 5.5.5 heeft belanghebbende recht op herziening van de hofuitspraak en wordt de heffing van de premie volksverzekeringen ongedaan gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00755</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening, Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, P. Fortuin, B.G. van Zadelhoff</contributor><issued>2024-02-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2017:5843</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:3971</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:3971</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:3971"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Motorrijtuigenbelasting. Gepubliceerd op verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 22 _ 5189</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Westerbaan</contributor><issued>2024-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:2067</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:2067</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:2067"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft onroerende zaken aan haar aandeelhouders overgedragen. In geschil is of sprake is van een (verkapte) winstuitdeling. Eiseres heeft wel de vereiste aangifte ingediend, zodat de bewijslast niet omgekeerd en verzwaard wordt. Verweerder dient dan ook aannemelijk te maken dat en voor welk bedrag sprake is van een winstuitdeling. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een winstuitdeling, maar verweerder heeft niet de hem vorenstaande waarde van die winstuitdeling aannemelijk gemaakt. Een lagere winstuitdeling dient dan ook in aanmerking genomen te worden. Verder vernietigt de rechterbank de aan eiseres opgelegde vergrijpboete, omdat verweerder niet heeft doen blijken dat eiseres (voorwaardelijk) opzet of grove schuld kan worden verweten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 1677</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, G.H. de Soeten, P.A. Caljé</contributor><issued>2024-03-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:615</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:615</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:615"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VOVO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/850</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-02-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:674</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:674</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:674"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02944</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:2316</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:177</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:177</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:177"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">(Navorderings)aanslagen IB/PVV - omkering?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/3364 tm BRE 22/3367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-01-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2581"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bij een onjuiste objectafbakening moet bezwaar gemaakt worden tegen de WOZ-aanslag. In een procedure over de watersysteemheffing gebouwd kan de objectafbakening niet ter discussie gesteld worden. Daarnaast is het belastingobject voldoende duidelijk omschreven. Belanghebbende wist om welke woning het ging, ondanks dat het Romeinse cijfer “III” in de objectaanduiding was aangegeven als “iii”. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: : 22/1783</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, M.E. Smorenburg, J.K. Lanser</contributor><issued>2024-10-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2022:4188</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1905</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1905</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1905"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02708</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-12-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:2041</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1743</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1743</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1743"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04461</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:2883</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:10799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:10799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:10799"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak op verzet. Hoger beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Verzet gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2159 en 22/2160</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verzet</description><issued>2023-12-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8202"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">vereiste aangifte, redelijke schatting, omkering en verzwaring bewijslast, vermindering boete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3334</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-12-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2307</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:707</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:707</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:707"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende kan aan het Unierecht geen recht op teruggaaf BPM ontlenen wegens export van auto’s. Overschrijding redelijke termijn in hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01411 tot en met 22/01414</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2024-04-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3470</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3472</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3474</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3476</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:239</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:239</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:239"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Schenking bij aangaan van huwelijkse voorwaarden? Fraus legis. Artikel 11 SW; verblijvensbeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00619</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-02-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:188</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:96</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:1946</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:1946</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:1946"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting, uitvoeringshandelingen, redelijke aanmeldingsduur bezoekersvergunning. In dit specifieke geval is de aanmeldingsduur van 17 minuten niet onredelijk lang en is daarmee niet de redelijke termijn die een parkeerder moet worden gegund om een vergunning aan te melden overschreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/1747</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.D. van Riel</contributor><issued>2024-02-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:456</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:456</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:456"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting en Btw-compensatiefonds. In geschil is of de bijdrage die een gemeente van een afvalfonds ontvangt voor de werkzaamheden met betrekking tot verpakkingsafval aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen. De rechtbank oordeelt dat dit niet het geval is. De bijdrage van het afvalfonds is een onbelaste financiële bijdrage in de kosten die de gemeente maakt voor het uitvoeren van haar eigen taak op grond van de Wet milieubeheer. Die wettelijke taak bestaat uit het (gescheiden) inzamelen van huishoudelijk (verpakkings)afval waarvan de rekening door het verpakkend bedrijfsleven moet worden betaald. Dat het verpakkend bedrijfsleven een eigen verantwoordelijkheid heeft op het gebied van verpakkingsafval beperkt die wettelijke taak van de gemeente niet. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22_3292</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Germs-de Goede, J.M.W. van de Sande, R.A. Eskes</contributor><issued>2024-02-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2023:5017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2023:5017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2023:5017"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Kostenvergoeding in bezwaar. Geen aanleiding voor oordeel dat ECLI:NL:HR:2022:752 ook van toepassing is op de proceskostenvergoeding in bezwaar. Geen reden om te oordelen dat het onderscheid tussen belasting- en premiezaken en overige zaken in onderdeel B2 van de bijlage bij het Bpb in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 1 van de grondwet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2352</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. de Jong</contributor><issued>2024-01-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2297</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2297</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2297"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het Hof heeft de bagatelgrens bij overschrijding van de redelijke termijn bij boetezaken opgetrokken en de uitgangspunten in lijn gebracht met de jurisprudentie van de Hoge Raad. Vanaf heden hanteert het Hof de in de uitspraak aangegeven uitgangspunten voor het bieden van compensatie voor schending van artikel 6 EVRM vanwege termijnoverschrijding. In deze zaak is tevens aan de orde een naheffingsaanslag dividendbelasting, beschikking verzuimboete en belastingrente. In geschil is of aan belanghebbende terecht en tot een juist bedrag een boete is opgelegd en of aan belanghebbende terecht en tot een juist bedrag belastingrente in rekening is gebracht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1193</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N. Djebali, M. Ferrier, J.P.R. van den Berg</contributor><issued>2024-09-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:834</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:834</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:834"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 234 Gemeentewet; aanmelden via parkeerapp niet meteen gelukt; parkeerder heeft evenwel onverwijld en ononderbroken uitvoeringshandelingen verricht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/882</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:608</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:608</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:608"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dividendbelasting internationaal.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1149</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-02-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5498</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5498</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5498"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen fiscale eenheid voor de omzetbelasting, omdat geen sprake is van financiële verwevenheid. Geen sprake van in rechte te beschermen vertrouwen, omdat niet alle van belang zijnde stukken aan de inspecteur zijn verstrekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, S.A.J. Bastiaansen, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:6686</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:6686</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:6686"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen IB/PVV. Niet-ondertekende vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Vrijval bankschuld leidt tot winst (terbeschikkingstellingsregeling). Door vennootschap niet uitbetaalde management fees belast. Vergrijpboetes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22-219</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.J. Tikken, A.P. Vaatstra, W.E. baron van Asbeck</contributor><issued>2023-12-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:7358</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2342</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2342</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2342"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Vrijval van pensioenverplichting van pensioen in eigen beheer bij B.V. en rekening-courant directeur-groot aandeelhouder. Bewuste standpuntbepaling en vertrouwensbeginsel. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/200</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, A.M.J.G. van Amsterdam, M.J. Leijdekker</contributor><issued>2024-09-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2347"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">DA IB/PVV 2019. Uitgaven specifieke zorgkosten. Geen (nieuwe) WMO-aanvraag voor elektrische fiets. Wel aftrek kosten fiets en fietsverzekering. Hoger beroep inspecteur ongegrond, incidenteel hoger beroep belanghebbende gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2385</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:8259</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:6586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:6586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:6586"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">ANBI. Eiseres heeft de ANBI-status aangevraagd maar verweerder heeft die geweigerd. De rechtbank oordeelt dat uit de statuten van eiseres niet direct is op te maken dat zij het uitsluitend algemeen belang dient en dat eiseres dit verder ook niet aannemelijk maakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-3989</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, G.H. de Soeten, P.A. Caljé</contributor><issued>2024-12-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8885</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8885</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8885"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54, beroep ongegrond, bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Onbevoegd voor zover het beroep ziet op de ambtshalve beslissing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5448</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2023-12-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6441</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6441</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6441"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingen van rechtsverkeer. Belanghebbende heeft de economische eigendom van een vastgoedportefeuille overgedragen. Uitleg overeenkomst. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 23/2018</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius, J.J. Westerbaan, J. Kluft</contributor><issued>2024-10-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4979</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4979</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4979"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hoorrecht, dwangsom, rente</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/5006</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2024-07-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3400"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft opzettelijk onjuiste informatie verstrekt over de verkrijging van 165 bitcoins in 2013. Er is sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast. Bij de redelijke schatting van het belastbaar inkomen (row) is de inspecteur ervan uitgegaan dat aan belanghebbende ook andere bitcoinadressen (en daarbij behorende bitcoins) zijn toe te rekenen. Naar het oordeel van het Hof is de redelijke schatting niet willekeurig. De vergrijpboete blijft in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01722</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:3255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:3255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:3255"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting. Huwelijkse voorwaarden. Verkrijging krachtens huwelijksvermogensrecht. Geen (fictieve) verkrijging krachtens erfrecht (artikel 11 Successiewet 1956)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 4107</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.L. van Benthem</contributor><issued>2024-06-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7896</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7896</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7896"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Zorgkosten. Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/780</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-11-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1716</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6420</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6420</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6420"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Aanslagtermijn. Hoogte aanslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/413 en 23/414</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:187</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:401</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:856</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1527</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1527</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1527"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft per 15 januari 2011 een ziekteverzuimverzekering afgesloten ten behoeve van zijn loondoorbetalingsverplichting in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid van zijn werknemer. Belanghebbende heeft een beroep gedaan op deze ziekteverzuimverzekering omdat de werknemer volledig arbeidsongeschikt was geraakt bij een bedrijfsongeval. De verzekeraar heeft de uitbetalingen aan belanghebbende gestaakt per augustus 2012, omdat volgens de verzekeraar sprake was van fraude. In 2016 heeft de rechtbank de verzekeraar veroordeeld tot nakoming van de ziekteverzuimverzekering. In geschil is of de uitbetaling van de ziekteverzuimverzekering in 2016 behoort tot de belastbare winst uit Nederlandse onderneming van belanghebbende. Belanghebbende betoogt dat de uitkering in 2016 niet in aanmerking moet worden genomen bij de bepaling van de belastbare winst, omdat sprake is van een balansfout die hersteld moet worden met toepassing van de foutenleer. Volgens belanghebbende bestond er in 2013 een vordering op de verzekeraar die ten onrechte niet op de balans is opgevoerd. Deze vordering zou daarom met toepassing van de foutenleer alsnog op de openingsbalans van 2016 moeten worden opgenomen. Het hof oordeelt dat aangezien pas in 2016 is komen vast te staan dat belanghebbende onvoorwaardelijk recht had op uitkering, die uitkering terecht pas in 2016 tot de winst uit onderneming is gerekend. Belanghebbende stelt verder dat sprake is van dubbele heffing, omdat belanghebbende destijds de loonkosten die corresponderen met de verzekeringsuitkering niet in aftrek heeft gebracht. Ook hiervoor zou naar de mening van belanghebbende gelden dat dit met de foutenleer hersteld zou moeten kunnen worden. Het hof oordeelt dat zo er al sprake zou zijn van niet afgetrokken loonkosten, de foutenleer daarvoor geen herstelmogelijkheid biedt. De foutenleer is alleen van toepassing op een fout die doorwerkt in een balanswaardering van specifieke activa of passiva en daarmee niet op een fout die betrekking heeft op kosten of opbrengsten die direct ten laste respectievelijk ten bate van de winst moeten komen. Indien al in die jaren de loonkosten van de werknemer niet in aftrek zijn gebracht, kan dat in ieder geval geen grond zijn om de uitbetaling van de ziekteverzuimverzekering in het onderhavige jaar onbelast te laten. Het herstel van niet in aftrek gebrachte loonkosten had dus in de betreffende jaren in aanmerking genomen moeten worden, maar die jaren liggen niet ter beoordeling aan het hof voor. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1161 en 22/1162</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, P. Fortuin, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-05-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2109</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2727</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2727</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2727"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV 2017. Inwoner van Malta die niet beschikt over verdragsverklaring geniet stamrechtuitkeringen. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Schending van het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. De stamrechtuitkeringen zijn ten onrechte tot het belastbare inkomen uit werk en woning gerekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/00020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6616</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6616</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6616"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. De administratie van een autohandelaar kan niet dienen als grondslag voor de omzetberekening. De inspecteur kon de naheffingsaanslag baseren op een gemotiveerde schatting en heeft dat met de door hem opgevoerde correcties gedaan. Belanghebbende heeft de vereiste aangiften niet gedaan en de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard. Belanghebbende heeft niet aangetoond dat de naheffingsaanslag te hoog is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_400</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, P.J. Tikken, L.L. van Benthem</contributor><issued>2024-11-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:912"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Schenkbelasting en invorderingsrente. Gelijkheidsbeginsel, geen oogmerk van begunstiging bij een fout. Verschillende behandeling wat betreft hoogte invorderingsrente van drie erven van dezelfde erflater, broer en twee zussen. Aan één zus wordt een toezegging gedaan om de invorderingsrente te halveren. Deze toezegging wordt voor de uitspraak op bezwaar ingetrokken, want was in strijd met de wet. Door werking van het vertrouwensbeginsel ziet de inspecteur zich genoodzaakt om de toezegging gestand te doen. Heeft de andere zus ook recht op halvering van de invorderingsrente op grond van het gelijkheidsbeginsel? Rechtbank oordeelt van niet. De inspecteur hoeft de fout niet voort te zetten. Gelijke uitspraak als rechtbank Noord-Nederland deed in het geval van de broer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23_2522</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit</contributor><issued>2024-02-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4736</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4736</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4736"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 15ai van de Wet Vpb 1969.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3476</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.P.A. Boersma</contributor><issued>2024-07-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:948</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:619</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:619</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:619"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Concernbijdrage.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2364 en 23/2365</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-02-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3915"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. IB/PVV. Diverse correcties n.a.v. boekenonderzoek. Vergrijpboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1653 t/m 22/1657 en 22/1771</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:2134</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:330</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:330</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:330"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">onjuist aangiftebiljet, verzuimboete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/3312</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2024-01-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8453</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8453</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8453"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen omzetbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/12444 en 23/12445</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. van Norden, S.A.J. Bastiaansen, J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2024-12-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:916</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:916</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:916"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 3.8, Wet IB 2001. Art. 3.76, Wet IB 2001. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door haar aangegeven bedrijfslasten zakelijk zijn. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij aan het urencriterium heeft voldaan. De Inspecteur heeft de aangifte IB/PVV 2017 terecht op deze punten gecorrigeerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/862 en BK-23/863</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2151"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Formeel belastingrecht. In geschil is of belanghebbende recht heeft op een (proces)kostenvergoeding, omdat (i) de rechtbank ten onrechte geen gevolgen heeft verbonden aan het feit dat de heffingsambtenaar de onderbouwing van de uitspraak op bezwaar in de bezwaarfase heeft laten varen en de uitspraak op bezwaar in die fase daarom op een onjuiste onderbouwing berustte, (ii) de rechtbank voorbij gaat aan schending van het motiveringsbeginsel door de heffingsambtenaar en (iii) de rechtbank een onjuiste uitleg geeft aan artikel 8:42 Awb. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/75</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-07-18</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 8:42</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2022:5480</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2809"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat de stille maatschap op 30 september 2016 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016 tot stand is gekomen en dat belanghebbende recht heeft op de zelfstandigenaftrek. Het hof acht aannemelijk dat belanghebbende in ieder geval tot 30 september 2016 loon uit dienstbetrekking heeft genoten en acht niet aannemelijk dat vóór 30 september 2016 mondeling is overeengekomen dat dat loon per 1 januari 2016 is verlaagd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1698</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, I. Reijngoud, J. Wessels</contributor><issued>2024-12-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:4955</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:452</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:452</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:452"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BRE 22/4101 en BRE 22/4509. Naheffingsaanslagen OB; vertrouwens-, zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4101</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-02-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:13051</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:13051</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:13051"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep ziet op de over het tijdvak 1 oktober 2019 tot en met 31 december 2019 opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting. Eiseres heeft in haar aangifte een bedrag aan voorbelasting aangegeven voor de op haar nieuwbouwwoning geplaatste zonnepanelen. Verweerder heeft verzocht om nadere informatie ten aanzien van de aangifte. Eiseres heeft deze informatie aangeleverd. Vervolgens is aan eiseres, conform de door ingediende aangifte, een teruggaaf verleend. Naderhand heeft verweerder medegedeeld dat het volledige bedrag van de verzochte teruggaaf door een misverstand aan eiseres is uitbetaald en een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat eiseres de teruggaaf heeft kunnen en mogen zien als een impliciete standpuntbepaling van verweerder, zodat sprake is van gewekt vertrouwen. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22_6226</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling</contributor><issued>2024-02-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:4603</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4603</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:4603"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Recht op aftrek voor verenigingsactiviteiten. Beroep op goedkeuring in paragraaf 6.3.7 van het Besluit van 25 november 2011, nr. BLKB2011/641M (aftrek bij ondernemersorganisaties).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/711 en 22/712</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:1018</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:151</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:151</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:151"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:167 Teruggaaf of afdrachtvermindering dividendbelasting; niet-ingezeten beleggingsfonds; bewijs van inhouding te zijnen laste; de facto discriminerend controlebeleid? Toetsing aan algemene rechtsbeginselen; ambtshalve toetsing aan EU-verkeersvrijheden op grond van effectiviteit van EU-recht? Deze zaak is één van elf cassatieberoepen van niet-ingezeten beleggingsfondsen die met een beroep op het vrije kapitaalverkeer om teruggaaf van dividendbelasting hebben gevraagd omdat zij zich vergelijkbaar achten met ingezeten fiscale beleggingsinstellingen (fbi’s). De elf zaken zijn op de bedragen en de tijdvakken na nagenoeg gelijk, zij het dat sommige het fbi-regime tot 2008 betreffen (art. 10(2) Wet op de dividendbelasting (Divb): teruggaafregeling) en sommige het fbi-regime vanaf 2008 (art. 11a Divb: afdrachtvermindering) en dat in één zaak (rolnr. 23/02606) bovendien een formeel punt aan de orde is, nl. de vraag naar het juiste dictum bij een (hoger) beroep tegen een abusievelijk gedane uitspraak op bezwaar over een jaar waarover geen bezwaar is ingediend. De Inspecteur heeft teruggaaf c.q. afdrachtvermindering geweigerd omdat de belanghebbende, hoewel daar door de Inspecteur meer malen om gevraagd, geen dividendnota’s of ander bewijs van gerechtigdheid tot Nederlandse dividenden en van inhouding van Nederlandse dividendbelasting heeft overgelegd. Alleen daarom bestaat al geen recht op teruggaaf, aldus de Inspecteur, omdat niet kan worden vastgesteld dat en ten laste van wie hoeveel dividendbelasting is ingehouden. De Inspecteur achtte de belanghebbende overigens objectief niet vergelijkbaar met een dooruitdelings- en inhoudingsplichtige ingezeten fbi. De rechtbank heeft belanghebbendes beroep ongegrond verklaard wegens onvergelijkbaarheid van de belanghebbende met een ingezeten fbi. Het Hof is niet toegekomen aan beoordeling van de (on)vergelijkbaarheid van de belanghebbende met ingezeten fbi’s en evenmin aan toetsing aan het vrije kapitaalverkeer omdat de belanghebbende, hoewel diverse malen gewezen op het ontbreken van dividendnota’s en op de mogelijke gevolgen daarvan, geen dividendnota’s of ander concreet bewijs van inhouding te zijnen laste heeft overgelegd of anderszins inhoudelijk is ingegaan op het standpunt van de Inspecteur. Evenmin is gesteld of gebleken dat uitreiking van dividendnota’s achterwege is gebleven op grond van art. 9(3) Divb. Teruggaaf c.q. vermindering stuit er dan al op af dat tegenover de betwisting door de Inspecteur niet aannemelijk is gemaakt dat en zo ja, hoeveel Nederlandse dividendbelasting in de desbetreffende jaren is ingehouden ten laste van de belanghebbende. In cassatie stelt de gemachtigde van alle elf belanghebbenden dat de weigering van teruggaaf in strijd is met de vrijheid van kapitaalverkeer (art. 63 VwEU), met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en met algemene rechtsbeginselen waaraan de formele wet (het wettelijke fbi-regime) zijns inziens door de rechter getoetst kan worden ondanks het grondwettelijke toetsingsverbod, en dat het Hof met een verkeerde bewijslastverdeling de goede procesorde heeft geschonden. A-G Wattel leidt uit het cassatieberoep af dat de gemachtigde meent dat het Hof van ambtswege het controlebeleid van de Inspecteur had moeten toetsen aan (i) EU-recht, met name de vrijheid van kapitaalverkeer en (ii) beginselen van behoorlijk bestuur, met name het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. De gemachtigde heeft bij het Hof niet gesteld dat het (dividendnota-)controlebeleid van de fiscus het EU-recht en de beginselen van behoorlijk bestuur schendt, maar slechts dat de belanghebbende vergelijkbaar is met ingezeten fbi’s en daarom recht heeft op teruggaaf. De klacht dat het Hof de belanghebbende ten onrechte objectief onvergelijkbaar zou hebben geacht met ingezeten fbi’s heeft volgens de A-G geen feitelijke grondslag omdat het Hof aan beoordeling daarvan niet is toegekomen omdat de gestelde inhouding niet aannemelijk is gemaakt. De klacht over schending van de goede procesorde acht de A-G ongegrond: als een beleggingsfonds dividendbelasting terugvraagt en de Inspecteur om bewijs van (de omvang van) de inhouding te zijnen laste vraagt, strookt het juist met een goede procesorde dat de rechter de vordering afwijst als dat fonds bij betwisting van het gestelde recht niets doet om het aannemelijk te maken. Wie stelt, draagt bij betwisting het bewijsrisico. De zaak heeft volgens A-G Wattel niets van doen met door de gemachtigde gewenste toetsing van formele wetgeving (het fbi-regime) aan ongeschreven algemene rechtsbeginselen. Dat een belastingplichtige die een teruggaafrecht stelt, op basis van art. 47 AWR genoopt kan worden dat recht aannemelijk te maken en dat teruggaaf wordt geweigerd als bewijs uitblijft, kan onmogelijk worden gezien als hardheid die niet zou zijn voorzien en aanvaard door de formele wetgever. Het gaat de gemachtigde kennelijk om toetsing van (controle)beleid aan het gelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur. De gemachtigde stelt (pas) in cassatie dat dividendnota’s bij ingezeten fbi’s ‘hoogst zelden’ worden opgevraagd, dat zij alleen structureel opgevraagd worden bij vrijgestelde lichamen en dat dit van algemene bekendheid zou zijn, maar deze stellingen zijn volgens A-G Wattel naar nationaal recht ontoelaatbare feitelijke nova. Naar nationaal recht acht de A-G het cassatieberoep daarom ongegrond. Dan resteert de vraag naar een eventuele EU-rechtelijke verplichting van de feitenrechter of de cassatierechter om ex officio te toetsen of het (dividendnota)controlebeleid van de Inspecteur bij teruggaafverzoeken de facto niet-ingezeten fondsen discrimineert, in strijd met de vrijheden van kapitaalverkeer en dienstverlening. De feitenrechter is volgens de A-G niet gehouden om buiten het geschil EU-recht toe te passen dat niet van openbare orde is (HvJ C-222 t/m 225/05, Van der Weerd e.a.) en evenmin consumentenbescherming betreft (HvJ C-240/98, Oceano Grupo en C‑168/05, Mostaza Claro). Het Hof is nationaalrechtelijk niet bevoegd om buiten het geschil te gaan en in dat geval geldt geen EU-rechtelijke plicht tot toepassing van EU-recht van ambtswege, aldus ook HvJ C-430/93 en C-431/93, Van Schijndel en Van Veen, waaruit ook volgt dat het EU-recht de cassatierechter niet verplicht om in te gaan op pas in cassatie ingeroepen EU-recht als daarvoor feitelijk onderzoek nodig is. Het door de gemachtigde ingeroepen art. 63 VwEU is niet van openbare orde en die verkeersvrijheid betreft noch consumenten-bescherming, noch mededingingsrecht, zodat het Hof EU-rechtelijk niet verplicht was om van ambstwege in te gaan op de door de gemachtigde niet-gestelde vraag of het controlebeleid de verkeersvrijheid zou belemmeren en de Hoge Raad in cassatie niet verplicht is om in te gaan op de daar voor het eerst ingenomen feitelijke stelling dat de fiscus een de facto kapitaalverkeerbelemmerend controlebeleid zou voeren. Het lijkt de A-G overigens onjuist om het voor te stellen alsof de rechter een controlebeleid zou voeren door al dan niet dividendnota’s te ‘eisen’. Het is de Inspecteur die al dan niet bewijs van inhouding ten laste van het desbetreffende fonds verlangt, al dan niet in de vorm van dividendnota’s, omdat hij (de omvang van) het gestelde recht op teruggaaf van dividendbelasting betwist. De rechter heeft bij een dergelijke betwisting geen keus dan de bewijslast bij de verzoeker te leggen die stelt een recht te hebben. De gemachtigde stelt niet dat het Hof in strijd met de vrije bewijsleer uitsluitend een bepaalde soort bewijs (dividendnota’s) zou hebben toegelaten; integendeel: hij brengt zelf in dat het Hof in andere door hem gevoerde procedures ook een verklaring van de custodian van het desbetreffende effectendepot als voldoende bewijs aanvaardt tegenover de betwisting van het teruggaafrecht door de Inspecteur. Conclusie: cassatieberoep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02600</description><issued>2024-02-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:474</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2023:5240</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:5240</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2023:5240"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB, in geschil is het antwoord op de vraag of eiseres met het ter beschikking stellen van de platbodems gelegenheid geeft tot sportbeoefening als bedoeld post b.3 van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB) behorende tabel I en daardoor ter zake van de verhuur van de platbodems het verlaagde tarief van toepassing is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/2134</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.R. van der Heide</contributor><issued>2024-01-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3270</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3270</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3270"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aftrek wegens elders belast loon; bijtelling privégebruik auto</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/6074 en 22/6075</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, S.J. Willems-Ruesink, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-05-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4144"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">en 23/2589. Kwijtscheldingswinstvrijstelling. Geen sprake van niet voor verwezenlijking vatbare rechten. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2588</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-06-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:256</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:256</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:256"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00905</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-02-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:715</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:502</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:502</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:502"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is eigenaar van een hotel. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde voor het hotel niet te hoog. De stelling van eiseres dat verweerder als waarderingsmethode gebruik had moeten maken van de dcf-methode in plaats van de hwk-methode is niet juist en wordt verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 20 _ 3082</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, G.J. Ebbeling, B. van Walderveen, D.H.W. Melgers</contributor><issued>2024-01-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3137</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3137</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3137"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting, toepassing nultarief bij levering paard naar de Verenigde Staten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1230</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-05-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2507</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1985"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Vermindering (afschrijving).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1958</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:5008</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1909</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1909</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1909"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00058</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-12-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2333</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:62</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:62</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:62"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00681</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-01-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:92</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1284"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02007</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1211</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1708</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1708</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1708"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02038</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-11-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:3460</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1190</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1190</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1190"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00060</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3824</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:1283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:1283"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ingrijpende verbouwing; ‘in wezen nieuwbouw’? Omzetbelasting en overdrachtsbelasting, samenloopvrijstelling, art. 11(5)(b) Wet OB 1968, art. 15(1)(a) Wet BvR, 'eerste ingebruikneming' van verbouwd gebouw; verschil tussen EU-criterium en nationaal criterium 'vervaardigd'? Kozuba- en Promo 54-arresten HvJ; verwijzingsplicht hoogste nationale rechter; Consorzio- en KUBERA-arresten HvJ</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02923</description><issued>2024-12-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:157</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:620</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:620</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:620"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Concernbijdrage.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2366 en 23/2367</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-02-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3632"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Pensioenuitkering ABP van inwoner Franrkrijk deels opgebouwd in publiekrechtelijke en privaatrechtelijke dienstbetrekking op basis van diensttijdsevenredige toerekening. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/10151</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2024-06-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1283</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2023:4723</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2023:4723</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2023:4723"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 oktober 2018 heeft de minister van Justitie en Veiligheid gereageerd op een verzoek van TCA op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. In 2015 heeft het Centraal Justitieel Incassobureau vernomen dat er een fout zat in de programmatuur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, waardoor in de periode november 2014 tot april 2015 ongeveer 1750 onjuiste sanctiebesluiten aan kentekenhouders zijn opgelegd. Ook aan TCA heeft de RDW een onjuist sanctiebesluit opgelegd dat is ingetrokken. Per brief van 25 februari 2016 heeft het CJIB aan TCA meegedeeld dat zij dus niet hoeft te betalen. TCA heeft in het Wob-verzoek op 9 juli 2018 bij de RDW verzocht om informatie die betrekking heeft op het sanctiebesluit en de intrekking daarvan. De RDW heeft het verzoek doorgestuurd naar het CJIB, omdat de informatie daar berust. Het CJIB, werkend onder verantwoordelijkheid van de minister, heeft vervolgens in het besluit van 5 oktober 2018 informatie openbaargemaakt. Het besluit op het bezwaar van TCA van 29 januari 2019 houdt in dat de minister alles openbaar heeft gemaakt wat onder de reikwijdte van het verzoek zou vallen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202003226/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:632</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:632</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:632"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Eigenwoningregeling. Echtscheiding. Aftrek hypotheekrente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1800 en 22/1801</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:339</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:219</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:219</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:219"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek om wraking buiten behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking niet in behandeling zal worden genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04839</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2024-02-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6425</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6425</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6425"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OZB. Woning of niet-woning?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1196</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:1895</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1729"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten. Schumacker-achtige situatie. Uitspraak volgt lijn als uitgezet in eerdere uitspraken van het gerechtshof (ECLI:NL:GHSHE:2022:1569, ECLI:NL:GHSHE:2022:1571 en ECLI:NL:GHSHE:2022:1574).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1347</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, J.M. van der Vegt, I. Reijngoud</contributor><issued>2024-05-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2988</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5218</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5218</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5218"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vereiste aangifte, omkering en verzwaring van de bewijslast</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9169</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-08-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:720</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:720</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:720"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Valt de terbeschikkingstelling van een verplaatsbare houten kist (inboedelbox) onder de vrijstelling van de verhuur van onroerend goed? Criteria voor de beoordeling van verhuur-plus. Belanghebbende stelt verplaatsbare houten kisten ter beschikking aan huurders. De huurder plaatst zijn goederen in de kist en sluit deze af met een sleutel. De huurder bewaart de sleutel en belanghebbende plaatst de kist in haar opslagloods. Huurders hebben geen toegang tot deze loods. Daarnaast kunnen de huurders aanvullende diensten afnemen. Voor het Hof is in geschil of het ter beschikking stellen van de kisten onder de vrijstelling voor verhuur van onroerend goed kan worden geschaard. Het Hof heeft geoordeeld dat de vrijstelling toepassing mist omdat de overeenkomst niet ertoe strekt de afnemer een deel van een onroerend goed ter beschikking te stellen. Het Hof neemt voorts in aanmerking dat belanghebbende een aantal bijkomende diensten verleent die een toegevoegde waarde van betekenis hebben, zodat ook daarom niet kan worden geoordeeld dat de overeenkomst tussen belanghebbende en de afnemer strekt tot het passief ter beschikking stellen van een inboedelbox. De klachten voeren enerzijds aan dat wel sprake is van verhuur van onroerend goed en anderzijds bestrijden zij het oordeel dat de aanvullende diensten bijkomende diensten vormen die van toegevoegde waarde zijn zodat van het passief ter beschikking stellen van een kist geen sprake is. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie leidt A-G Ettema af dat een goed onroerend is als sprake is van een vast met de grond verbonden constructie die niet gemakkelijk demonteerbaar of verplaatsbaar is. De kisten die belanghebbende verhuurt zijn roerende goederen. Het oordeel van het Hof dat de overeenkomst tussen belanghebbende en de afnemer niet ertoe strekt de afnemer een deel van een onroerend goed ter beschikking stellen, is feitelijk van aard en niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het beroep van belanghebbende op een uitspraak van gerechtshof ’s-Hertogenbosch en het arrest van Hoge Raad waarbij die uitspraak in stand heeft gelaten leidt niet tot een andere uitkomst. De Hoge Raad heeft zich in dat arrest niet uitsproken over de vraag of een exclusief gebruiksrecht is verleend op een onroerend goed. Hoewel het beroep in cassatie gelet op het voorgaande ongegrond is, geeft de A-G de Hoge Raad in overweging zijn rechtspraak over ‘verhuur-plus’ te nuanceren. Na deze rechtspraak zijn diverse arresten van het Hof van Justitie verschenen waaruit de A-G afleidt dat de beoordeling van ‘verhuur-plus’ moet geschieden aan de hand van de criteria van de samengestelde prestatie. Beroep in cassatie ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01287</description><issued>2024-07-12</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1796</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8874</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8874</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8874"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/3658</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, A.H.W. Steijn, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-12-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6085</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6085</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6085"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag accijns, onveraccijnsde sigaretten gevonden in gehuurde loods. belanghebbende had de sigaretten voorhanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3224</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1177</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1177</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1177"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; prejudiciële vragen; art. 27ga AWR; art. 22 Wet OB 1968, art. 1:1, lid 1, Adw en art. 114, lid 2, DWU; artt. 211 en 273 van BTW-richtlijn; rente op achterstallen ter zake van omzetbelasting verschuldigd wegens invoer van goederen; recht op aftrek van voorbelasting van de importeur voor wie de goederen ten tijde van de invoer zijn bestemd, doet niet af aan de verplichting rente op achterstallen te betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01996</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudiciële beslissing</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:4900</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1219</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:534</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:534</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:534"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verwijzingszaak (HR 14 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:557). Artikel 3.92b, lid 2 en lid 4, Wet IB 2001; lucratief belang, 10%-criterium. Waardering agio bij omzetting schulden. Borgstelling door aandeelhouders uit hoofde van derdenlening aan zustervennootschap is geen informeel kapitaal. Geen lucratief belang, omdat niet is voldaan aan het 10%-criterium. Geen aanleiding voor een vermindering van de in rekening gebrachte belastingrente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/718</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2024-04-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:1354</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:278</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:278</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:278"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Reclamebelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 1586</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. de Boer</contributor><issued>2024-01-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:2180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:2180"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek voorlopige voorziening. Verzoek afgewezen omdat geen sprake is van een spoedeisend belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2970</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2024-04-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:732"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Bpm. Art. 9 Wet Bpm. Art. 10, leden 1, 2 en 8, Wet Bpm. Artikel 110 VWEU. Auto niet afkomstig uit andere lidstaat EU. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 110 VWEU. Voor de verschuldigde Bpm moet worden uitgegaan van de CO2-uitstoot (en dus de bruto Bpm) van de auto zelf en niet van die van de referentievoertuigen. De Inspecteur maakt niet aannemelijk dat een hogere CO2-uitstoot automatisch tot een hogere handelsinkoopwaarde leidt. Belanghebbende heeft geen waardecorrectie wegens schade aannemelijk gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: nummers BK-22/1290 en BK-22/1343</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:7653</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7653</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:7653"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Eigenwoningregeling. Eiser maakt niet aannemelijk dat sprake is van een contractuele aflossingsverplichting in de zin van artikel 3.119a, lid 1, aanhef en onderdeel b, van de Wet IB 2001. Renteaftrek terecht geweigerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA - 23 _ 4016</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. de Jong</contributor><issued>2024-11-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:751</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:751</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:751"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Art. 8:73 (oud) Awb; verzoek om vergoeding van rente bij een verliesverrekeningsbeschikking als bedoeld in art. 21, lid 1, Wet Vpb 1969, nadat het schadeveroorzakende besluit (de verliesvaststellingsbeschikking als bedoeld in art. 20b, lid 1, Wet Vpb 1969) onherroepelijk is geworden. Art. 30g, lid 4 (oud) AWR.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01709</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-05-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:2185</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:345</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:3100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:3100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:3100"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Waarde IB claim aanmerkelijk belang aandelen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/422779 / ES RK 23-298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak, Beschikking</description><issued>2024-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7666"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2016, artikel 4 AWR, toepassing Verdrag Nederland-Duitsland</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 9743</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-11-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4852</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4852</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4852"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek om een voorlopige voorziening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/3987 t/m 24/3994</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3077"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzet. Griffierecht niet betaald. Ontvangst herinneringsnota betwist. De handtekening op het track- en traceformulier is volgens de gemachtigde niet van hemzelf maar van een medewerker van het PostNL-punt. Het Hof komt tot het oordeel dat de gedragingen van laatst genoemde persoon aan de gemachtigde moeten worden toegerekend. Verzet ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00219</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verzet</description><issued>2023-12-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2783</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2783</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2783"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-02-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende kwalificeert niet als een door een inhoudingsplichtige uit een ander land aangeworven werknemer in de zin van art. 10e, lid 2, letter b, UBLB 1965. De Inspecteur heeft het verzoek van belanghebbende om toepassing van de 30%-bewijsregel terecht afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00626</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-04-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6050</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6050</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6050"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invordering. Proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1512</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:2360</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1532</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1532</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1532"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dit is een uitspraak naar aanleiding van het verwijzingsarrest van de Hoge Raad van 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1338. Hierin heeft de Hoge Raad geoordeeld dat indien een zelfstandig beroepsbeoefenaar in persoon een onderzoek ter zitting heeft bijgewoond, in het algemeen, behoudens bijzondere omstandigheden, moet worden aangenomen dat hij als gevolg daarvan gedurende een aantal uren zijn normale werkzaamheden niet heeft kunnen uitoefenen en dus omzet heeft gederfd. Het aantal uren gedurende welke een zelfstandig beroepsbeoefenaar zijn normale werkzaamheden niet heeft kunnen uitoefenen, is niet zonder meer beperkt tot de tijd die is gemoeid met het onderzoek ter zitting en met de heen- en terugreis. Het hof diende op grond hiervan te onderzoeken of het tijdverzuim van belanghebbende voor het bijwonen van de zitting van de rechtbank vier uren was, zoals door belanghebbende opgegeven. De inspecteur heeft in zijn conclusie naar aanleiding van het verwijzingsarrest kenbaar gemaakt geen bezwaren te hebben tegen het vergoeden van de door belanghebbende bij de rechtbank verzochte proceskostenvergoeding bestaande uit verletkosten van 4 uur à € 82, in totaal € 328, voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank. Het hof stelt de proceskostenvergoeding voor het geding bij de rechtbank vast op dit bedrag. Tevens kent het hof belanghebbende een proceskostenvergoeding toe voor het bijwonen van de zitting bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden alsmede de behandeling van het hoger beroep bij het hof.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01570</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, A.J. Kromhout, A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-05-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1633"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB-21-4237</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.P.A. Boersma</contributor><issued>2024-03-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1615</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1615</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1615"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 17 Wet WOZ. Coronakorting. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde van de onroerende zaak niet te hoog is vastgesteld. Vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/1167</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:6621</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:6621</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:6621"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Teruggaaf beschikking omzetbelasting. Verhuur van de zolderverdieping van nieuw gebouwde eigen woning door belanghebbende (een maatschap) aan twee B.V’s. In geschil is of de verhuur van de zolderverdieping een economische activiteit is waarvoor belanghebbende ondernemer is, in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968, en waarvoor recht op aftrek bestaat van omzetbelasting op de kosten die aan deze activiteit toerekenbaar zijn. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar door de inspecteur ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. In zoverre is het beroep gegrond. Inhoudelijk wordt belanghebbende in het ongelijk gesteld. Geen rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de bouw van de woning en de voorgenomen verhuur van de zolder. Belanghebbende heeft niet voldaan aan de op haar rustende stelplicht en bewijslast. Arrest van de Hoge Raad van 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1158.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 1132</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, A.P. Vaatstra, L.L. van Benthem</contributor><issued>2023-12-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3629"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns rooktabak</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/5691 en 22/5692</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-06-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1262"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen riool- en afvalstoffenheffing. Nadere zitting Rechtbank; voorschrift art. 8:64, lid 2, Awb geschonden? Gelegenheid geboden tot het indienen van de gronden van bezwaar? Hoorplicht geschonden? Vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/730</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1189</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1189</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1189"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00059</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3823</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1379"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00566</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:4705</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:746"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 2.2 Wet tegemoetkomingen loondomein; artikel 7:663 BW; Recht op loonkostenvoordeel oudere werknemer bij een overgang van onderneming?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02470</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-05-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:341</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4251</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3468</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3468</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3468"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vormen activiteiten ten aanzien van het ontwikkelen en vermarkten van alcoholvrije cocktails een bron van inkomen? De omstandigheden geven naar het oordeel van het Hof blijk van het bestaan van een objectieve voordeelsverwachting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/89</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.J.P.M. Haas, R.C.H.M. Lips, M. Ferrier</contributor><issued>2024-01-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1412"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). Belanghebbende heeft in de aangifte loonheffingen over het tijdvak december 2017 op collectief niveau de premiekorting arbeidsgehandicapte medewerker toegepast en op nominatief niveau de indicatie premiekorting oudere werknemers aangevinkt voor een aantal werknemers. Niet in geschil is dat hiermee het verzoek om premiekorting niet aan de wettelijke eisen van het toepasselijke overgangsrecht voldeed. Wel in geschil is of belanghebbende de onjuistheid in de aangifte na 1 mei 2018 nog kon herstellen om aan het overgangsrecht te voldoen, in het licht van het evenredigheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel. Het hof oordeelt dat de wetgever duidelijk heeft beoogd dat voor het overgangsrecht een hersteltermijn moet worden geboden tot 1 mei 2018 en dit als voldoende heeft aangemerkt om tijdig een rechtsgeldig beroep te doen op dat overgangsrecht. Dit brengt met zich mee dat voorzien en beoogd is dat een overschrijding van deze termijn fataal is. Dat de door de wetgever ingestelde fatale termijn voor herstel zowel is voorzien als beoogd, brengt tevens met zich mee dat dat het hof niet mag toetsen of het niet bieden van een nadere herstelmogelijkheid na 1 mei 2018 evenredig is. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel moet daarmee worden verworpen. Ook het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel wordt door het hof afgewezen. Hoger beroep ongegrond. Immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01232</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, E.P.A. Brakeboer, J. Wessels</contributor><issued>2024-04-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2662</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5463</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5463</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5463"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV en Zvw 2019 en 2020, ROW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 3367, 23 _ 3368, 24 _ 5907 en 24 _ 5908</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-08-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1942</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:666"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Defecte parkeerautomaat.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/677</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1358</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1358</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1358"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02176</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-10-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1418</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:1941</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:1941</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:1941"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting, overmacht. Ondanks dat eiseres wegens haar fysieke klachten/aandoeningen feitelijk en fysiek, verhinderd was om parkeergeld te betalen, is geen sprake van overmacht. Eiseres had al voordat zij op de bewuste locatie(s) parkeerde wetenschap van haar (fysieke) klachten en aandoeningen en was zich er ook van bewust dat dit tot problemen leidde bij het voldoen van parkeerbelasting. Daarmee is geen sprake van een voor overmacht vereiste acute noodsituatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/155 en SGR 23/156</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema</contributor><issued>2024-02-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8813</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8813</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8813"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dividendbelasting internationaal. Buitenlands beleggingsfonds met één participant. Geen recht op teruggaaf. Verzoeken om teruggaaf te laat ingediend. Onjuist dictum in bezwaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/3715</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten</contributor><issued>2024-01-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1715</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1715</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1715"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Pga; specifieke zorgkosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1065</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-03-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2355</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2355</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2355"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 15, lid 1, onderdeel e, Wbr. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat aan de voorwaarden is voldaan om de vrijstelling toe te passen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/00050</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:15679</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1135"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter b, van de Wet OB 1968 en Tabel II, post a.6 bij de Wet OB 1968; art. 67f AWR; art. 6 EVRM; art. 14 IVBPR; artt. 47 en 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; weigeren nultarief bij btw-fraude; bestuurlijke boete; verhoor door belastinginspecteur; recht om voorafgaand aan verhoor – naast de cautie – geïnformeerd te worden over en te worden gewezen op het recht op rechtsbijstand (Salduz-verweer).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04034</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:8130</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:457</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3571</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3571</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3571"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tijdigheid instellen beroep; bekendmaking besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00141</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:574</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:574</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:574"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV en Zvw 2014 t/m 2017</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 22 _ 1692 tot en met 22 _ 1699</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-02-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6273</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6273</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6273"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ambtshalve herziening aanslagen Inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9102 tot en met BRE 23/9104</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1029</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3628</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3628</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3628"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vijf naheffingsaanslagen parkeerbelasting; evenredigheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/201, 23/202, 23/203, 23/204 en 23/205</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:20540</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:20540</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:20540"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft met het recht op levering van het erfpachtrecht in combinatie met het recht op het feitelijk gebruik en de daaropvolgende daadwerkelijke ingebruikname voor bouwwerkzaamheden, de economische eigendom in de zin van artikel 2, tweede lid, Wet brv van de gronden verkregen. Er is dus sprake van een belaste verkrijging voor de overdrachtsbelasting. De samenloopvrijstelling van art. 15, eerste lid, onderdeel a, Wet brv is niet van toepassing, omdat niet aan alle daaraan verbonden voorwaarden is voldaan. (Beroep ongegrond.)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/3116</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. van Doesum, D.M. Drok, J.J. Arts</contributor><issued>2024-12-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3309</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3309</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3309"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM, berekenwijze van de afschrijving van de auto, de historische nieuwprijs, de handelsinkoopwaarde van de auto en de herleidingsmethode</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4084</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-05-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:526</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:526</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:526"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De Hoge Raad stelt het verzoek om wraking buiten behandeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01004</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2024-04-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3134</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3134</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3134"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting, genietingsmoment ziektewetuitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1302</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-05-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1281</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4976</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4976</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4976"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank beoordeelt of de ten onrechte afgegeven middelingsbeschikking in bezwaar terecht in stand is gebleven. Die vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. Zij is namelijk van oordeel dat belanghebbende bij het thans in stand houden van deze middelingsbeschikking geen nadeel ondervindt. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1744</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-07-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5371</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5371</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5371"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2016 en 2017, omkering en verzwaring bewijslast</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 2583 en 23 _ 2584</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-08-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1792</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:11383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:11383"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Veelprocedeerder. De rechtbank doet 32 verzetten af. Nu zeven van deze zaken zijn teruggewezen door de Afdeling omdat de Afdeling meent dat opposant in verzet gehoord had moeten worden, houdt de rechtbank een zitting in alle verzetten. Ter zitting is de voorzitter gewraakt. Dat wrakingverzoek is dezelfde middag behandeld door een wrakingskamer, waarna de zitting is voortgezet. Alle beroepen zijn via vereenvoudigde afdoening niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant geen ontheffing van griffierecht krijgt wegens misbruik van recht. De rechtbank verklaart alle verzetten eveneens niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. De bestuursorganen is verzocht hun werkelijke proceskosten op te geven. Slechts één van de bestuursorganen heeft hierop gereageerd en heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen. Opposant wordt veroordeeld in de proceskosten van dit bestuursorgaan. Twee bestuursorganen hebben aangegeven zich ter zitting niet meer te laten vertegenwoordigen vanwege het wangedrag van opposant. Ambtshalve is de rechtbank nagegaan welke bestuursorganen in verzet een verweerschrift hebben ingediend. Daarvoor worden ook forfaitaire proceskosten toegekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 22/801 e.v.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Verzet, Wraking</description><issued>2024-11-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2025:3447</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:6658</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:6658</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:6658"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Guadalupe. Verdachte is belastingadviseur van internationaal optredende DJ. Vrijspraak van door de verdachte medeplegen van (doen plegen) van onjuiste belastingaangifte (primair) en door de rechtspersoon (subsidiair) nu zaak tegen de DJ is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs van diens opzet en niet is gebleken van straffeloosheid van de feitelijk uitvoerder. Artikel 69, vierde lid, AWR staat in de weg aan vervolging voor artikel 225, tweede lid Sr, ook als subsidiair feit. OvJ niet-ontvankelijk voor onderdelen van de meer en meest subsidiair ten laste gelegde feiten. Veroordeling voor feitelijke leidinggeven aan valsheid in geschrift medegepleegd door de rechtspersoon door aangifte inkomstenbelasting DJ over het jaar 2013 valselijk op te maken. De verdachte was als vennoot van de rechtspersoon bevoegd en gehouden maatregelen te nemen ter voorkoming van strafbare feiten. Beroep op pleitbaar standpunt verworpen. Toepassing artikel 9a Sv. Strafoplegging dient in dit geval geen strafrechtelijk doel meer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 83.299972.22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. J.L.M. Boek, mr. A.S. Flikweert, mr. E. IJspeerd</contributor><issued>2024-07-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8991"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navordering IB/PVV. Geen sprake van een nieuw feit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/4497</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-01-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:638"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04749</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-04-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:10082</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14759</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14759</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14759"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek moratorium voor zes maanden toegewezen. Voldoende aannemelijk dat de lopende huurtermijnen tijdig en volledig kunnen worden betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615687:R-RK - NL:TZ:2615688:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.J. Tideman</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5460</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5460</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5460"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB 2019 - 2020, beroep op vertrouwensbeginsel gehonoreerd</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 3184 en 23 _ 3185</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-08-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:988</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:988</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:988"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-06-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4338</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:20829</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:20829</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:20829"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invorderingskosten gemeentelijke heffingen. Verweerder maakt niet aannemelijk dat de aanmaning aan eiser is verzonden en dat deze dus op de in artikel 3:41, lid 1, Awb bedoelde wijze aan eiser is bekendgemaakt. Verweerder mocht dan ook geen dwangbevel uitvaardigen en heeft dus ter zake van het betekenen van het dwangbevel ook geen kosten in rekening mogen brengen. (Beroep gegrond.)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 22/6980</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Arts</contributor><issued>2024-01-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1564</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1564</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1564"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54; beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE-23_9446</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-03-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1565</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1565</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1565"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01911</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-11-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1208</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1533</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1533</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1533"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende organiseert voetbalstedentrips in de vorm van een eenmanszaak. Bron van inkomen? Niet voldaan aan de voorwaarde dat sprake is van de objectieve verwachting dat het voordeel redelijkerwijs kan worden behaald. Verzuimboete is passend en geboden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2282</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, J.M. van der Vegt, I. Reijngoud</contributor><issued>2024-05-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:6374</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:251"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03540</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-02-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1709</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:296</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:296</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:296"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag, verliesvaststelling en verzuimboete opgelegd aan gesplitste en verdwenen rechtspersoon, op diens laatst bekende adres. Eén rechtsopvolger is/blijft gevestigd op het adres van de verdwijner; de andere elders. (In)correcte tenaamstelling en bekendmaking van de aanslag c.a.? Moest de aanslag c.a. naar beide rechtsopvolgers en/of de gemachtigde? Moesten die bekend zijn bij de Inspecteur? Uitwisseling met KvK-register. Verschoonbare termijnoverschrijding? Feiten: nadat de belanghebbende aangifte Vpb 2014 heeft gedaan, is zij per 31 december 2016 opgehouden te bestaan na een zuivere splitsing met twee verkrijgende rechtspersonen. Op 14 oktober 2017 heeft de Inspecteur haar op één aanslagbiljet een aanslag Vpb 2014, verliesvaststellingsbeschikking 2014 en verzuimboetebeschikking opgelegd, geadresseerd aan het laatst bij de Inspecteur bekende adres van de belanghebbende. Eén van haar twee rechtsopvolgers is op dat adres gevestigd (gebleven). Op 7 februari 2019 heeft de belanghebbende een herziene aangifte Vpb 2014 ingediend, die de Inspecteur heeft aangemerkt als een bezwaarschrift tegen de aanslag c.a. (bezwaar 1). Bij brief van 16 maart 2019 heeft hij dat bezwaar 1 niet-ontvankelijk verklaard, maar ambtshalve het verlies hoger vastgesteld. Niet in geschil is dat die brief de belanghebbende heeft bereikt. Op 27 maart 2019 heeft de belanghebbende opnieuw een herziene aangifte Vpb 2014 ingediend, waarin zij niet eerder opgevoerde huisvestingskosten in aftrek bracht. De Inspecteur heeft ook deze herziening aangemerkt als bezwaar (bezwaar 2) en dat bij brief van 29 mei 2019 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Wel heeft hij de belanghebbende verzocht om een toelichting op de huisvestingskosten voor de ambtshalve beoordeling ervan. Na die toelichting heeft hij het verzoek om aftrek van huisvestingskosten afgewezen bij brief van 14 april 2020. Daartegen heeft de belanghebbende op 25 mei 2020 beroep ingesteld. De Rechtbank heeft dat beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat er voor de vennootschapsbelasting geen bezwaar en beroep openstaat tegen een beslissing op een verzoek om ambtshalve vermindering. Het Hof heeft geoordeeld dat de aanslag c.a. van 14 oktober 2017 correct bekend is gemaakt, nu de Inspecteur heeft aangetoond dat het aanslagbiljet bij PostNL ter bezorging is aangeboden en er geen sprake is van een aan de Inspecteur te wijten onjuiste adressering. Belanghebbendes stelling dat de uitspraak op bezwaar 1, van 16 maart 2019, moet worden aangemerkt als de aanslag, is door het Hof verworpen. De bezwaartermijn is dan daags na 14 oktober 2017 aangevangen. Nu niet in geschil is dat de belanghebbende de uitspraak op bezwaar 1 en ambtshalve verliesverhoging van 16 maart 2019 heeft ontvangen, is haar beroep van 25 mei 2020 te laat ingediend. Het Hof heeft het hogere beroep ongegrond verklaard. A-G Wattel leest in belanghebbendes cassatieberoepschrift vier klachten. Klacht (i) bestrijdt het oordeel dat de aanslag correct bekend is gemaakt. Volgens belanghebbende had de aanslag ten name van haar rechtsopvolgers gesteld moeten worden en geadresseerd moeten worden aan haar beide rechtsopvolgers of aan haar gemachtigde. De aanvang van de bezwaartermijn lag dan niet daags na de aanslagdatum van 14 oktober 2017, maar daags na de datum van de brief van 16 maart 2019. Zij bestrijdt verder de oordelen van het Hof (ii) dat de aanslag correct ter post is bezorgd en (iii) dat zij niet weersproken heeft dat de bestanden van de Inspecteur ten tijde van de verzending van de aanslag geen ander adres bevatten en dat hem geen adreswijziging vanwege de belanghebbende heeft bereikt. Verder stelt zij (iv) dat zij er rechtens op mocht vertrouwen dat de brief van 16 maart 2019 van de Inspecteur de aanslag was. A-G Wattel meent ad (i) dat de tenaamstelling van de aanslag c.a. juist is. Uit de parlementaire geschiedenis van de fiscale begeleidingswetgeving bij de juridische splitsing volgt dat een aanslag over een periode vóór splitsing maar opgelegd na splitsing, op naam van de gesplitste rechtspersoon gesteld moet worden; niet op naam van de verkrijgende rechtspersonen. Voor de vraag of de aanslag c.a. op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, moet worden beoordeeld (a) of de aanslag überhaupt bekend is gemaakt (regelmatig ter bezorging is aangeboden aan PostNL) en zo ja, (b) of hij naar het juiste adres is gestuurd en zo neen, (c) of dat aan de Inspecteur te wijten is. De A-G constateert ad (a) dat het Hof voldoende gemotiveerd heeft geconcludeerd dat de Inspecteur overtuigend bewezen heeft dat het aanslagbiljet op 12 oktober 2017 regelmatig ter postbezorging is aangeboden. Aan dat bewijsoordeel kan de cassatierechter niets afdoen, zodat het cassatieberoep ook op dit punt doel mist. Ad (b) volgt uit art. 8(1) IW dat een aanslag wordt verstuurd naar de belastingschuldige; dat is volgens art. 2(1)(k) IW degene te wiens naam de aanslag is gesteld, i.e. de belanghebbende. De wetsgeschiedenis biedt geen aanknopingspunt voor een andere adressering bij een na splitsing opgelegde aanslag ten name van een door splitsing verdwenen rechtspersoon die ziet op een jaar vóór splitsing. De litigieuze aanslag moest dus naar belanghebbendes adres gestuurd worden, tenzij zij, haar rechtsopvolgers of haar bevoegde vertegenwoordiger de belastingdienst gevraagd zouden hebben een ander adres te gebruiken. Dat laatste heeft de belanghebbende niet gesteld; zij stelt slechts dat de Inspecteur spontaan het handelsregister had moeten raadplegen, maar die stelling heeft volgens de A-G geen feitelijke grondslag (er bestaat wel degelijk gegevensuitwisseling, die echter niet leidt tot eigenmachtige adreswijziging) en vindt overigens geen steun in de rechtspraak. De Inspecteur zou overigens ook in het handelsregister weer het adres van de belanghebbende gevonden hebben, dat immers óók het adres is/bleef van één van haar twee rechtsopvolgers. Het lag volgens de A-G op de weg van de (rechtsopvolgers van de) belanghebbende om de fiscus te informeren op welk ander adres dan het bij de Inspecteur bekende adres van de belanghebbende (tevens het adres van één van haar rechtsopvolgers) zij aanslagen wensten te ontvangen. Hun verzuim om de Inspecteur te instrueren, is niet te wijten aan de belastingdienst. Dat haar ene rechtsopvolger, nog steeds gevestigd op haar bij de fiscus bekende oude adres, mogelijk niet wenste te communiceren met haar elders gevestigde andere rechtsopvolger, lijkt mij evenmin te wijten aan de belastingdienst. De belanghebbende stelt verder dat de aanslag c.a. (ook) aan haar gemachtigde had moeten worden gezonden. Het Hof heeft geoordeeld dat zij noch haar rechtsopvolgers de belastingdienst in kennis hebben gesteld van die wens en dat de Inspecteur ook anderszins niet op de hoogte hoefde te zijn van die wens. Ook dat feitelijke oordeel is mijns inziens in cassatie onaantastbaar omdat het voldoende gemotiveerd is en geenszins onbegrijpelijk. Dat geldt met name voor ‘s Hofs bewijsoordeel dat de belanghebbende op geen enkele manier aannemelijk heeft gemaakt dat de Inspecteur uit een vaststellingsovereenkomst naar aanleiding van een splitsingsverzoek had moeten opmaken dat hij haar aanslagen c.a. aan de gemachtigde moest sturen. Die documenten lijkt zij overigens niet eens overgelegd te hebben aan het Hof. Ad klacht (iii) ziet de A-G in het dossier geen aanwijzingen dat de belanghebbende de stellingen van de Inspecteur weersproken heeft dat hem geen ander adres bekend was en geen adreswijziging had bereikt. Zij betoogde bij het Hof immers iets anders, nl. dat de Inspecteur een ander adres in zijn bestanden had moeten opnemen, nl. dat van haar andere rechtsopvolger of dat van haar gemachtigde. Die stelling is onjuist, zoals bleek. Een beroep op het vertrouwensbeginsel (iv) kan niet voor het eerst in cassatie gedaan worden omdat feitelijk onderzocht zou moeten worden welk vertrouwen dan wel aan welke uitlating of handeling van de Inspecteur ontleend kon worden. De belanghebbende geeft ook niet aan om welke uitlating of handeling van de Inspecteur het zou gaan. Het mogelijk in belanghebbendes klachten te lezen beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel lijkt de A-G ongegrond, nu de vastgestelde feiten niet de conclusie toelaten dat de belastingdienst dat beginsel geschonden heeft. Conclusie: cassatieberoep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00908</description><issued>2024-03-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:358</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8998</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8998</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8998"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2015 tot en met 2018, contante stortingen en opnamen, omkering en verzwaring bewijslast, vergrijpboete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 22 _ 2251 tot en met 22 _ 2258</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2023-12-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2438</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1439</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1439</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1439"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artt. 95, 96 en 97 Wfsv en artt. 5.1 en 5.2 Regeling Wfsv: sectorindeling; de Inspecteur heeft belanghebbende met terugwerkende kracht aangesloten bij sector 52 (Uitzendbedrijven); het Hof komt tot de conclusie dat belanghebbende een payrollbedrijf is en dient te worden ingedeeld in sector 45 (Zakelijke Dienstverlening III); wetgeschiedenis; allocatiefunctie van de werkgever; exclusieve terbeschikkingstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/905</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1667"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 21, letter e, onder 2, AWR. Teveel ontvangen bijstandsuitkering is terecht tot het belastbare loon gerekend. Inspecteur heeft het inkomensgegeven juist vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/508</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:1109</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:1109</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:1109"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Belanghebbendes verzoeken om teruggaaf van rest-BPM zijn toegewezen. Daarna is komen vast te staan dat bij de teruggaafverzoeken vervalste voertuigdocumenten zijn verstrekt. Daarom legt de inspecteur een naheffingsaanslag en een vergrijpboete op. Alleen de boete is nog in geschil. De inspecteur stelt dat belanghebbende opzettelijk heeft gehandeld, maar hij onderbouwt die stelling niet afdoende. De rechtbank vernietigt de boete. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 22_3596</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes</contributor><issued>2024-03-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3525</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3525</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3525"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; doorbelasting kosten aansprakelijkheidsverzekering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/2204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, G. van Norden, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-05-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:391</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:391</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:391"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is leverancier van een systeem, door haar omschreven als ‘slim incontinentiemateriaal’, dat tot doel heeft de incontinentiezorg te verbeteren. Belanghebbende is van mening dat zij voor de omzetbelasting één product levert, te weten incontinentiemateriaal als bedoeld in post a.8 van tabel 1 behorende bij de Wet OB, waarvoor het verlaagde omzetbelastingtarief geldt. De rechtbank is echter van oordeel dat ter zake van het systeem geen sprake is van één ondeelbare prestatie of één hoofdprestatie. In dat geval zijn partijen het er over eens dat twee nevengeschikte prestaties te onderscheiden zijn, namelijk (1) de levering van incontinentieverband (waarop het verlaagde tarief van toepassing is) en (2) de zogenoemde ‘slimme functie’. Die tweede prestatie kwalificeert de rechtbank als een dienst. Het verrichten van een dienst valt niet onder de prestaties als bedoeld in post a.8. van tabel 1 bij de Wet OB, zodat op die prestatie het verlaagde tarief geen toepassing vindt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 20/10277</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-02-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4474</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4474</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4474"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzuimboete. E-Herkenning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/741</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-07-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2781</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2781</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2781"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geschil over pkv bij een beroep niet-tijdig beslissen. Hangende beroep vernietiging NA parkeerbelasting. Rechtbank heeft in één uitspraak op verzet en beroep beslist maar ten onrechte geen pkv voor het instellen van het beroep toegekend. Belanghebbende heeft geen recht op terugbetaling van griffierecht voor het beroep. HR 8 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3504.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/476</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:627</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:627</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:627"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vpb-plicht indirect overheidsbedrijf dat water zuivert en daarbij energie voor eigen gebruik opwekt; art. 2, lid 7, (oud) Wet Vpb; verwijzing naar criteria voor (vrijstelling van) Vpb-plicht in de reeds vervallen Wet op de energiedistributie; ‘nijverheidsbedrijf’; meetrekregeling belastingplicht; ‘toebehoren’ van een distributiebedrijf aan de belastingplichtige; ‘groep’ in de zin van art. 2:24b BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/03758</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:1414</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:156</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:629"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">ECLI:NL:OGHACMB:2021:324 Arubaanse winstbelasting; art. 4 Landsverordening winstbelasting; geldverstrekking door vennootschap aan dochtervennootschap; onzakelijke lening?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/04337</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4239</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4239</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4239"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aannemelijk is dat belanghebbende de rode diesel, geleverd aan een vennootschap waarin hij enig aandeelhouder en bestuurder was, in Nederland voorhanden heeft gehad en daarom daarover accijns is verschuldigd. Het beroep (zaaknr 23/3363) is ongegrond. Het beroep in zaaknr 22/322 is niet-ontvankelijk omdat het procesbelang aan deze procedure is komen te vervallen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/322 en 23/3363</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, S.J. Willems-Ruesink, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-07-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:952</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1178</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1178</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1178"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 219 en 223 Gemeentewet (forensenbelasting). Tariefsverhoging en regulering woningmarkt. Exceptieve toetsing. HR 8 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:34, BNB 2021/86.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00801</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:246</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1209</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1224</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1847"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, door op naam van rechtspersoon gestelde aangiften vennootschapsbelasting valselijk op te maken, art. 225.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Waren aangiften vennootschapsbelasting bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen? Hof heeft vastgesteld dat Belastingdienst aan verdachte ambtshalve aanslagen vpb voor jaren 2009 en 2010 heeft opgelegd en dat verdachte vervolgens digitaal aangiften vpb over deze jaren heeft ingediend. Hof heeft overwogen dat ingediende aangiften, die elk bestaan uit digitaal formulier waarin uitsluitend opgave is gedaan van posten en daarbij vermelde bedragen, fiscaalrechtelijk worden opgevat als bezwaarschriften tegen ambtshalve opgelegde aanslagen. Daarin ligt besloten dat deze aangiftebiljetten gronden van bezwaar tot uitdrukking brengen. Daarmee behelzen aangiftebiljetten in kern verzoek aan inspecteur aan verdachte opgelegde aanslagen te heroverwegen, in die zin dat deze worden verminderd overeenkomstig in die aangiftebiljetten opgegeven bedragen. Hof heeft geoordeeld dat bezwaarschriften bestemd zijn tot bewijs van enig feit te dienen. Dat oordeel is onjuist, omdat aan een tegen belastingaanslag gericht bezwaarschrift als zodanig, v.zv. dat bezwaarschrift ertoe strekt bedrag van aanslag tot bepaald bedrag te verminderen, in maatschappelijk verkeer niet zodanige betekenis voor bewijs van inhoud ervan pleegt te worden toegekend dat daaraan bewijsbestemming in de zin van art. 225 Sr toekomt (vgl. HR:2017:2542). HR neemt daarbij in aanmerking dat aangiftebiljet dat niet is ingediend binnen de in art. 9 AWR bepaalde termijn en waarmee inspecteur bij aanslagoplegging geen rekening heeft kunnen houden, niet kan gelden als bij belastingwet voorziene aangifte in de zin van belastingwetgeving (vgl. HR:2016:1333). Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02851</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-12-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:2288</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:1201</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2023:4630</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2023:4630</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2023:4630"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 1 april 2019 heeft de SVB een verzoek op grond van artikel 17 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming van [appellant sub 1] voor zijn dochter afgewezen. Het verzoek houdt in het startbericht, waarmee de SVB gegevens van de dochter van [appellant sub 1] aan de Belastingdienst/Toeslagen heeft verstrekt, te verwijderen. De dochter van [appellant sub 1] is geboren in 2016. Op 19 januari 2016 heeft de SVB haar persoonsgegevens aan de Belastingdienst/Toeslagen verstrekt, met een zogenoemd startbericht. Een startbericht is een digitale melding waarin staat dat voor een kind vanaf een bepaalde datum recht op kinderbijslag bestaat. In het startbericht staan de burgerservicenummers van het kind en de ouders, en de geboortedatum en het woonland van het kind. Op basis van het startbericht beoordeelt de Belastingdienst/Toeslagen of er een recht op kindgebonden budget bestaat. [appellant sub 1] heeft de SVB verzocht het startbericht over zijn dochter te verwijderen. In beroep heeft hij de rechtbank verzocht de SVB te veroordelen tot vergoeding van de schade die is geleden door het verstrekken van het startbericht aan de Belastingdienst/Toeslagen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202103843/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2021:1865</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:705</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:705</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:705"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In diverse andere zaken, waarin de gemachtigde optrad, zijn twijfels gerezen over zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid. Deze twijfels zijn versterkt door de aanhouding van de gemachtigde door de FIOD op 23 januari 2024. Het hof heeft een recente machtiging opgevraagd. De gemachtigde heeft geen recente machtiging kunnen overleggen. Omdat volgens het hof niet is komen vast te staan dat het beroep namens belanghebbende is ingediend, heeft het hof het hoger beroep niet ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2024-04-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3007</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1383"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02716</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1325</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:181</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:181</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:181"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invorderingswet - Kosten dwangbevel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4086</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-01-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3009</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3009</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3009"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting, berekening premie-inkomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9113</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2024-05-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8156</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8156</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8156"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM; vertrouwensbeginsel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/2804</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-12-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3538</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3538</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3538"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Appellant is geen belanghebbende bij een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Daarom heeft hij geen recht op een dwangsom. De rechtbank heeft 8:69 Awb niet geschonden en het beroep terecht ongegrond verklaard (appellant kon tegen de uitspraak op bezwaar beroep instellen op grond van 26a, lid 1, onder c, AWR).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2548</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7096</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7096</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7096"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2858</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2858</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2858"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De inspecteur heeft navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd in verband met wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof is van oordeel dat belanghebbende niet de vereiste aangiften heeft gedaan, dat sprake is van een redelijke schatting en dat belanghebbende niet heeft doen blijken dat de navorderingsaanslagen te hoog zijn vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00424 tot en met 22/00429</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-01-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:299</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:616</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:616</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:616"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">artikel 8:15 Awb; tweede wrakingsverzoek; het doen van aangifte bij de OvJ tegen de raadsheren levert geen (zwaarwegende) aanwijzing op van vooringenomenheid jegens verzoekster noch een objectief gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid; dat de hoofdzaak niet in het openbaar wordt behandeld is geen reden het wrakingsverzoek toe te wijzen; geen grond voor verwijzing naar een externe wrakingskamer</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.339.253/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Wraking</description><issued>2024-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3944</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3944</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3944"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting, startersvrijstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3755</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-06-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1424</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1424</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1424"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 15, lid 1, letter l, Wet op belastingen van rechtsverkeer i.v.m. art. 85, lid 1, Wet inrichting landelijk gebied (thans art. 12.44 Omgevingswet). Inschrijving overeenkomst van kavelruil in openbare registers voorwaarde voor vrijstelling overdrachtsbelasting?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02311</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:3931</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1225</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2023:1200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2023:1200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2023:1200"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2023:1224 Forensenbelasting Gulpen-Wittem; steile tariefverhoging (vooral) om woningmarkt te reguleren; geen verhuurverbod; exceptieve toetsing verordening aan détournement de pouvoir en andere rechtsbeginselen en het eigendomsrecht; onverbindend? individuele en buitensporige last? Feiten: De belanghebbende is sinds 1983 eigenaar van de woning in het buurtschap [a-straat] nabij [Q]. Hij heeft zijn hoofdverblijf in [Z]. Bij amendement van 7 november 2019 heeft de gemeenteraad zowel het vaste als het variabele tarief van de forensenbelasting voor 2020 ten opzichte van 2019 meer dan verdubbeld, van € 129 naar € 280 per woning, respectievelijk van 0,23% van de WOZ-waarde naar 0,56% daarvan, op basis van de volgende overwegingen: (i) de begrote opbrengst 2020 is € 13.000 lager dan in 2019 en dat valt niet te rijmen met een waar te nemen toename van forensen; (ii) in toenemende mate worden woningen in het ‘buitengebied’ onttrokken aan permanente bewoning; (iii) beleggers kopen panden om die te verhuren aan toeristen of als tweede huis te gebruiken en (iv) buitengebieden worden daardoor meer en vaker spookgebieden. Het amendement motiveert de voorgestelde tariefverhoging met de overwegingen dat (i) de genoemde ontwikkelingen de prijzen opdrijven; (ii) starters daardoor steeds meer moeite hebben om een geschikt en betaalbaar huis te vinden; (iii) ook woonforensen gebruik maken van de gemeentelijke (toeristische) voorzieningen; (iv) het moeilijk is om de forensenbelasting te innen en (v) ook de buurgemeente verdubbelt. De verantwoordelijke wethouder ontraadde het amendement omdat eerst onderzocht zou moeten worden in hoeverre de veronderstelde startersbelemmering en leegstand zich voordeden en of juridische belemmeringen bestaan, maar het amendement is zonder onderzoek en zonder tegenstem aangenomen. Voor 2020 is de belanghebbende aangeslagen voor € 2.301,60, naart een vast tarief ad € 280 en een variabel tarief van 0,56% van de WOZ-waarde. In 2022 is het variabele tarief opnieuw bijna verdubbeld naar 1,0% van de WOZ-waarde. Het vaste tarief bleef € 280. In geschil is of de steile tariefverhoging algemene rechtsbeginselen of het eigendomsgrondrecht schendt. De rechtbank oordeelde van niet. Het Hof zag als hoofddoel van de tariefverhoging het reguleren van de lokale woningmarkt, nu het amendement dat doel als eerste noemt en dat doel als enige is besproken in de raadvergadering. Dat tweede-huisbezitters gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen wordt in het amendement wel bijkomend genoemd, maar komt in de raadvergadering over de tariefverhoging niet ter sprake. Dat suggereert volgens het Hof dat de gemeente haar heffingsbevoegdheid heeft gebruikt als marktsturingsinstrument, wat de vraag zou oproepen of dat détournement de pouvoir is, nu de rechtsgrond voor de forensenbelasting gevonden moet worden in compensatie voor gebruik van gemeentelijke voorzieningen door niet-ingezetenen. Woningmarktsturing is een ander, daarvan los staand doel. Gegeven echter de ruime bevoegdheid van gemeenten om hun belastingbeleid te bepalen en dat het gebruik van gemeentelijke voorzieningen wel genoemd is, achtte het Hof dit gegeven (net) niet genoeg om détournement de pouvoir aan te nemen. Het Hof achtte de tariefverhoging evenmin in strijd met andere algemene rechtsbeginselen, zonder zijn toetsing daaraan overigens te specificeren of te expliciteren. Volgens het Hof leidde de tariefverhoging evenmin tot een individual and excessive burden in strijd met art. 1 Protocol I EVRM. De belanghebbende heeft niet onderbouwd dat de forensenbelasting zich in zijn geval sterker doet voelen dan in het algemeen. Anders dan in de zaak met rolnr. 23/00880 gold voor belanghebbendes tweede woning geen verhuurverbod. Het Hof heeft belanghebbendes hogere beroep ongegrond verklaard. Volgens A-G Wattel is sturing van de woningmarkt om ‘spook’-woningen tegen te gaan en starters meer markttoegang te geven niet wat de wetgever voor ogen stond bij het verlenen van de bevoegdheid om forensenbelasting te heffen. De zeer steile tariefverhoging is volgens hem daarom wel degelijk détournement de pouvoir, maar zij schendt volgens hem ook andere algemene rechtsbeginselen, met name het evenredigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en de beginselen van zorgvuldige voorbereiding en motivering. Er is geen onderzoek gedaan naar de geschiktheid, subsidiariteit of proportionaliteit van de tariefverhoging met het oog op ofwel de beoogde woningmarktregulering, ofwel het gebruik van gemeentelijke voorzieningen door niet-ingezetenen. Doordat het tarief zonder onderzoek naar de juistheid van feitelijke veronderstellingen of naar de effecten – reden voor de bevoegde wethouder om het amendement te ontraden – bij amendement zeer steil is verhoogd en de burgemeester nadien heeft geconstateerd dat het om slechts circa 70 woningen gaat en dat grote onrust is ontstaan, zijn ook het evenredigheidsbeginsel en de beginselen van zorgvuldige voorbereiding en draagkrachtige motivering aan de orde. De schending van die laatste twee belemmert de rechter bij adequate toetsing aan hogere regelgeving, algemene rechtsbeginselen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dat kan er volgens ABRvS AB 2020/249 al toe leiden dat het voorschrift buiten toepassing blijft en een daarop berustend besluit om die reden wordt vernietigd, en dat kan er volgens HR BNB 2021/34 al toe leiden dat, nu de belanghebbende de geschiktheid, subsidiariteit en evenredigheid van en de bevoegdheid tot de steile tariefverhoging gemotiveerd heeft bestreden, de beoordeling of de gemeentelijke heffingsbevoegdheid is overschreden niet kan geschieden zonder dat onderzoek, hetgeen eveneens reden kan zijn voor vernietiging. Heffing van forensenbelasting bovenop OZB ten laste van niet-stemgerechtigde niet-ingezetenen, die daardoor in totaal tot acht keer zoveel belasting betalen als ingezetenen (die alleen OZB betalen), hoewel zij minder gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen, is volgens de A-G ook een schending van het gelijkheidsbeginsel. De manifest ongelijke belasting kan zijns inziens slechts worden gerechtvaardigd voor zover de bijdrage uit het gemeentefonds lager is als gevolg van het feit dat de woonforensen elders ingezeten zijn. De forensenbelasting is een belasting uitsluitend ten laste van niet-stemgerechtigden en daarmee manifest discriminatoir, en onverenigbaar met een van de meest basale regels van democratie (no taxation without representation), hetgeen te meer bevreemdt in het licht van het verbod dat de wetgever in 2017 invoerde op gemeentelijke precariobelasting op nutsnetwerken. Die werd verboden juist omdat die belasting indirect (ook) betaald werd door niet-stemgerechtigde niet-ingezetenen, hetgeen de wetgever onverenigbaar acht met democratische beginselen. De heffing van een vergeleken bij de lokale OZB zéér hoge extra belasting ten laste van slechts circa 70 niet-ingezeten schendt volgens de A-G ook het willekeurverbod en het evenredigheidsbeginsel, nu zij zowel manifest ongeschikt voor als onevenredig aan de gestelde woningmarktdoelen is. De tariefverhoging kan immers hoe dan ook geen groter bereik hebben dan maximaal een uit woningmarktbeïvloedingsoogpunt verwaarloosbare 1% van het gemeentelijke woningbestand van bijna 7000 woningen, terwijl daartegenover de evidente belangen van die zeer kleine groep niet-stemgerechtigden zonder zichtbare afweging zwaar worden getroffen. Dat de maatregel ongeschikt, ineffectief en onevenredig is, volgt ook uit een brief van de burgemeester en uit diverse malen herhaalde uitlatingen van de betrokken raadsleden zelf in De Limburger. De geluidsopname van de raadvergadering waarnaar de heffingsambtenaar verwijst ten betoge dat een belangenafweging gemaakt zou zijn, laat ook na aandachtige beluistering geen spoor van belangenafweging horen. De belangen van die 70 zwaar getroffenen worden niet eens genoemd. De maatregel is op basis van de gestelde woningmarktdoelen bovendien zowel overinclusive als underinclusive en ook daarom discriminatoir of willekeurig of beide: (i) de veronderstelde maar niet-onderzochte leegstand beperkt zich volgens het amendement tot niet-aangeduide ‘buitengebieden’, maar beide zeer steile tariefverhogingen treffen elke tweede woning in elk gebied van de gemeente; (ii) niet-ingezeten beleggers die hun tweede woning meer dan 276 dagen per jaar al dan niet toeristisch verhuren worden überhaupt niet aangeslagen; tegen die even ongewenste beleggers doet (het tarief van) de forensenbelasting niets; en (iii) ook eigen ingezetenen met een tweede huisje binnen de gemeente worden überhaupt niet belast, ongeacht of zij beleggen, uitsluitend zelf gebruiken of al dan niet toeristisch verhuren, dus ongeacht of zij leegstand creëren of starters in de weg zitten of de prijs opdrijven. A-G Wattel concludeert dat de tariefverhoging détournement de pouvoir inhoudt en bovendien leidt tot willekeurige en onredelijke belastingheffing die de wetgever bij het toekennen van de bevoegdheid tot heffing van forensenbelasting niet op het oog kan hebben gehad. Naast het verbod van détournement de pouvoir zijn zijns inziens ook de motiverings- en zorgvuldigheidsbeginselen, het willekeurverbod, het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel geschonden. Elke schending op zichzelf zou mogelijk door de beugel kunnen, maar de stapeling van schendingen van algemene rechtsbeginselen en beginselen van behoorlijk bestuur – waarbij ook nog komt de combinatie van spanning met democratische basisregels (deze forensenbelasting is een uiteindelijk acht keer zo zware heffing uitsluitend ten laste van een zéér kleine groep (70) niet-stemgerechtigden: taxation without representation) en de geur van schending van art. 219(2) Gemeentewet (verbod op draagkrachtheffing) - noopt er volgens de A-G toe de tariefverhoging niet alleen buiten toepassing te laten in dit geval, maar de verordening onverbindend te verklaren voor zover zij het tarief van de forensenbelasting ten opzichte van 2019 verhoogt. Hij komt daardoor niet toe aan toetsing aan het eigendomsgrondrecht. Conclusie: cassatieberoep gegrond; zelf afdoen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03216</description><issued>2024-01-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1298</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2790"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep inzake naheffingsaanslag parkeerbelasting. Beroep ongegrond, naheffingsaanslag terecht opgelegd. Proces verbaal van mondelinge uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1859</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.Z.B. Sterk</contributor><issued>2024-05-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:7943</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:7943</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:7943"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft een aan een dochtervennootschap verstrekte achtergestelde lening in 2017 commercieel en fiscaal afgewaardeerd. Verweerder heeft de afwaardering op zich geaccepteert en gevolgd, maar heeft met betrekking tot het daarop genomen afwaarderingsverleis het standpunt ingenomen dat dit niet aftrekbaar is omdat het een onzakelijke lening betreft. Eiseres heeft daartegen tot de bezwaarfase geprocedeerd; tegen de uitspraak op bezwaar waarin verweerder heeft volhard in zijn stanpunten over de onzakelijkheid van de lening heeft eiseres geen beroep meer ingesteld, zodat die onherroepelijk is komen vast te staan. De rechtbank is van oordeel dat nu de afwaardering (en het opvoeren van het verlies) reeds in 2017 heeft plaatsgevonden, de vordering niet opnieuw in 2018 kan worden afgewaardeerd. Dat de aftrek van het afwaarderingsverlies daarbij is geweigerd, maakt dat niet anders. (Beroep ongegrond.)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/2639</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema, E.J.W. Heithuis, M.E. Kiers</contributor><issued>2024-06-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6147</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6147</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6147"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Tijdigheid naheffingsaanslag. Aftrek voorbelasting landbouwforfait.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2969</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:4087</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:110</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:110</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:110"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00020</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-01-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2445</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6926</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6926</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6926"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag loonheffingen. Vergrijpboete. Ernstige gebreken in de administratie van belanghebbende leiden er naar het oordeel van de rechtbank toe dat de gevoerde administratie niet kan dienen als grondslag voor het doen van de aangiften loonbelasting. Daarom moet de bewijslast worden omgekeerd en verzwaard. Naar het oordeel van de rechtbank berust de hoogte van de aanslag op een redelijke schatting. Belanghebbende heeft niet doen blijken dat de naheffingsaanslag naar een te hoog bedrag is opgelegd. De naheffingsaanslag blijft in stand. Naar het oordeel van de rechtbank is de vergrijpboete terecht opgelegd. In de omstandigheid dat de grondslag van de boete is vastgesteld met omkering van de bewijslast ziet de rechtbank aanleiding om de boete te matigen. De rechtbank matigt de boete verder omdat de redelijke termijn is overschreden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/5701 tot en met 22/5705</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn, V.A. Burgers, T.S.K.L. Tjon</contributor><issued>2024-10-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:987"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04500</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-06-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3788</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3945"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Nieuw feit / kwade trouw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5718</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-06-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1718</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2008</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2008</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2008"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is in 2017 een onderneming als voetreflextherapeut begonnen. Daarvoor heeft belanghebbende de opleiding voetreflexPlus therapie en de opleiding medische basiskennis gevolgd. De uren besteed aan deze opleidingen tellen niet mee voor het urencriterium. Van schending van het gelijkheidsbeginsel of het evenredigheidsbeginsel is geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1535</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, J.M. van der Vegt, A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-06-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:4116</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:282</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:282</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:282"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00904</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-02-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:716</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8858</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8858</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8858"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8;54; bezwaar onterecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De heffingsambtenaar heeft geen deugdelijke verzendadministratie overgelegd, waardoor niet aannemelijk is dat de aanslag is verzonden en daarmee op de juiste wijze bekend is gemaakt. Beroep gegrond en de heffingsambtenaar is opgedragen een nieuwe uitspraak op bezwaar te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE-23_647</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-01-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2024:1992</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:1992</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2024:1992"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aan de orde is de vraag of de schenkingen van gedaagde van onroerende zaken aan zijn drie kinderen in april 2013 paulianeus zijn en rechtsgeldig buitengerechtelijk vernietigd zijn, althans vernietigd dienen te worden. De rechtbank is van oordeel dat de op zichzelf wellicht niet ongebruikelijke en niet onoorbare schenkingen, wel onoorbaar en paulianeus zijn als zij in hun relevante context worden bezien. Wat die context is, wordt in het vonnis toegelicht. Onder de voorwaarde dat bij vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan is vastgesteld dat een of meer faillissementsboedel(s) van Megahome/NPB een vordering heeft/hebben op gedaagde, welke vordering door gedaagde niet wordt voldaan, vernietigt de rechtbank de rechtshandelingen tot schenkingen van onroerende zaken van 19 april 2013 en de daarop volgende leveringen aan de kinderen van gedaagde met de onderbewindstelling van de kinderen met aanstelling van hun ouders tot (plaatsvervangend) bewindvoerder. De eerder door de curator uitgebrachte buitengerechtelijke vernietiging kan geen stand houden, nu het om registergoederen gaat. Gedaagde wordt op straffe van verbeurte van een dwangsom geboden om de schenkingen en leveringen ongedaan te maken en die ongedaan making in de registers in te schrijven. De curator wordt gemachtigd om dat aan de hand van dit vonnis zelf te doen als gedaagde niet meewerkt. Ook wordt gedaagden op straffe van verbeurte van een dwangsom geboden om de (plaatsvervangende) onderbewindstelling ongedaan te maken en in te laten schrijven in de daartoe bestemde registers. De kinderen van gedaagden worden op straffe van verbeurte van een dwangsom veroordeeld de ongedaanmaking van de schenking en de inschrijving daarvan in de registers te gehengen en te gedogen. Nu gedaagde c.s. grotendeels in het ongelijk worden gesteld, worden zij hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/291135 / HA ZA 23-35</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.J. Haarhuis</contributor><issued>2024-04-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5857"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wraking, deels niet-ontvankelijk, voor het overige kennelijk ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 425151 HA RK 24-143 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P. Broeders, Th. Peters, M. Breeman</contributor><issued>2024-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:285</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:285</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:285"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02757</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-02-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:1685</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:5433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:5433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:5433"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Zakelijke kosten? Op grond van een onderzoek van de FIOD is de inspecteur van mening dat sprake is van valselijk opgemaakte facturen die ten laste van de winst van belanghebbende zijn gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van zakelijke kosten. De winstcorrectie van de inspecteur zoals die na bezwaar luidt is terecht. De rechtbank vermindert nog wel de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn, en kent een hogere proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase toe. In zoverre is het beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22_3739</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius, L.Y. Gramsbergen, D. Liem</contributor><issued>2024-09-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1586"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02579</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-11-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4331</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2024:190</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2024:190</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2024:190"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) Uitspraak grote kamer CBb over de toetsing aan algemene rechtsbeginselen en (ander) ongeschreven recht, in het bijzonder het evenredigheidsbeginsel, bij een beroep tegen een gebonden besluit dat berust op een algemeen verbindend voorschrift niet zijnde een wet in formele zin (avv). Rechtstreekse toetsing en exceptieve toetsing. Ook een gebonden besluit dat berust op een avv kan (rechtstreeks) aan het evenredigheidsbeginsel worden getoetst. Anders dan bij een gebonden besluit dat berust op een wet in formele zin, geldt daarbij niet de “verdisconteringsbeperking”. Bij de toetsing van een gebonden besluit aan het evenredigheidsbeginsel gaat het alleen (nog) over de evenwichtigheid “onder de streep” van het besluit. Een besluit is onevenwichtig als het in de gegeven omstandigheden voor een of meer belanghebbenden onredelijk bezwarend is. Dit beoordelingskader is van toepassing bij elk gebonden besluit, ongeacht de grondslag. De grote kamer van het CBb vult tevens de uitspraken van de grote kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:285) en van 1 maart 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:772) nader in. De grote kamer van het CBb vult ook de rechtspraak over exceptieve toetsing van een avv zoals ingezet met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 juli 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:2016) nader in. Precisering van het beoordelingskader. Verhouding exceptieve toetsing en rechtstreekse toetsing. In deze zaken worden enkele bepalingen in de TVL (eerst) exceptief getoetst aan het gelijkheidsbeginsel en niet onrechtmatig bevonden. De bepalingen zijn daarmee verbindend. De toepassing van diezelfde bepalingen wordt (vervolgens) rechtstreeks getoetst aan het evenredigheidsbeginsel en niet onevenwichtig bevonden. De bepalingen hoefden daarom door het bestuursorgaan niet buiten toepassing te worden gelaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/201 en 22/1594</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.G.M. Simons , A.J.C. De Moor-van Vugt, M. van Duuren, B.J. van de Griend, B.J. van Ettekoven</contributor><issued>2024-03-26</issued><reference relation="citing" lang="nl">Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1046"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen omzetbelasting 2015 en 2016. Artikelen 27e en 52 AWR; verwerping van de administratie. Gemotiveerde schatting van omzet door de Inspecteur. Belanghebbende heeft niet de vereiste aangiften gedaan. Omkering en verzwaring van de bewijslast. De naheffingsaanslagen berusten op een redelijke schatting. Het Hof oordeelt, anders dan de Rechtbank, dat sprake is van voorwaardelijk opzet en de Inspecteur terecht vergrijpboeten heeft opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/505, BK-23/506, BK-23/521 en BK-23/522</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:5426</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2041</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2041</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2041"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Zelfstandigenaftrek; urencriterium.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1209</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-24</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 3.76</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 3.6</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1905</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4981</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4981</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4981"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bekendmaking van de aanslagen. De rechtbank concludeert dat de bezwaren van belanghebbende ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard en verwijst de zaken terug naar de inspecteur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3273 t/m 23/3275</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-07-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2024:635</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:635</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2024:635"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak oordeelt de Raad dat geen procesbelang meer aanwezig is. Dat wordt niet anders doordat aan appellant, nu zijn bezwaren niet-ontvankelijk, respectievelijk ongegrond zijn verklaard, geen vergoeding van de kosten van bezwaar is toegekend. De Raad trekt hiermee zijn rechtspraak over de aanwezigheid van procesbelang in relatie tot de kosten van bezwaar gelijk met zijn rechtspraak over procesbelang in relatie tot de kosten van beroep en hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/3673 WMO15</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-04-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1907"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02098</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-12-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:3007</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3991</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3991</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3991"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting; kwalificerende buitenlandse belastingplicht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2631 en BRE 23/3155</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2024-06-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2353"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet OB. De Inspecteur heeft omzetbelasting nageheven over het deel van de overeengekomen managementvergoeding dat door belanghebbende niet in rekening is gebracht en ook niet is ontvangen. De naheffingsaanslag is in zoverre ten onrechte opgelegd. De opgelegde vergrijpboete en suppletieboete worden vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/00051 en BK-23/00052</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1430</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1430</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1430"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Herstelarrest, ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 24 mei 2024, nr. 22/03305, ECLI:NL:HR:2024:745</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03305</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:1457</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:246</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:246</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:246"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02933</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-02-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:2197</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:589"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Bpm. Artikel 10, leden 1, 2 en 8 Wet Bpm. Waardecorrectie wegens schade. Schadeverleden. Herleidingsmethode. Tarief proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/141</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-06</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:155</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:671</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3287</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3287</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3287"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Waardevermindering wegens schadeverleden niet aannemelijk gemaakt</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01164</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.H.P. Groenland, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-01-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2533</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3041</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3041</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3041"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navordering. Nieuw feit. Kwade trouw.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2801 en 22/2802</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-05-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6199</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6199</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6199"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Gegrond, schending hoorplicht, ISV, PKV, griffierecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB-22_5031</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. de Boer</contributor><issued>2024-09-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:265</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:265</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:265"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; artt. 3.25 en 3.29 Wet IB 2001; art. 8, lid 1, Wet Vpb 1969; pensioenverplichting in eigen beheer; goed koopmansgebruik; wijziging van kapitaaldekkingsstelsel naar omslagstelsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/05429</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-02-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:726</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:10906</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:696</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:696</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:696"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kan een verzoek om geruisloze doorschuiving op grond van art. 3.63 Wet IB 2001 door de overnemer eenzijdig worden herzien? Deze zaak gaat over de geruisloze doorschuiving van art. 3.63 Wet IB 2001. Meer in het bijzonder gaat het hier over de vraag of de overnemer eenzijdig tot intrekking kan overgaan van een gezamenlijk verzoek om toepassing van art. 3.63 Wet IB 2001. Belanghebbende en zijn echtgenote (de overnemers) hebben een varkenshouderij overgenomen van de overdragers. Daartoe zijn zij in 2009 een vennootschap onder firma (VOF) aangegaan met de overdragers. In een sideletter bij de VOF-overeenkomst zijn de overdragers en de overnemers onder meer overeengekomen dat gebruik gemaakt zal worden van de regeling voor geruisloze doorschuiving. Na een conflict tussen de overdragers en de overnemers over de nakoming van de VOF-overeenkomst en de sideletter, heeft eind 2013 de overdracht plaatsgevonden en hebben zowel de overdragers als de overnemers in hun aangiftes IB/PVV 2013 de doorschuiffaciliteit toegepast. Ook heeft de Inspecteur een door de overdragers en overnemers ondertekend schriftelijk verzoek als bedoeld in art. 3.63(1) Wet IB 2001 ontvangen. Belanghebbende en zijn echtgenote hebben bezwaar gemaakt tegen de conform hun aangiftes opgelegde aanslagen. De kern van dit bezwaar is dat zij aanspraak maken op een berekening van de winst uit onderneming zonder toepassing van de doorschuiffaciliteit. A-G Koopman neemt gelijktijdig met deze zaak conclusie in de zaak van de echtgenote (met nummer 23/04953 ECLI:NL:PHR:2024:698 ). In het principale beroep in cassatie komt de Staatssecretaris op tegen het oordeel van het Hof dat belanghebbende als overnemer eenzijdig kan terugkomen van het gezamenlijke verzoek dat bij de aangifte van de overdrager is gedaan om toepassing van de doorschuifregeling. In de parlementaire geschiedenis van art. 3.63 Wet IB 2001 wordt niet ingegaan op de intrekking van het verzoek. Wel kan uit het arrest van de Hoge Raad van 28 april 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AU3580) worden afgeleid dat in het algemeen herziening van een keuze niet mogelijk is (1) indien dit leidt tot een hogere aanslag of (2) indien een aanslag waarvoor de keuze relevant is onherroepelijk is geworden. Op zoek naar meer handvatten heeft A-G Koopman gekeken naar andere bepalingen die voorzien in een keuzeregime waarop door middel van een gezamenlijk verzoek een beroep kan worden gedaan. Hoewel deze andere bepalingen weinig inspiratie boden, meent de A-G op basis van dit onderzoek dat het in beginsel mogelijk is om een dergelijk verzoek in te trekken, tenzij dit in de wet of de parlementaire geschiedenis is uitgesloten. Voorts meent de A-G dat, in lijn met het arrest van 28 april 2006, intrekking van een verzoek dat bij een aangifte dient te worden gedaan, tenzij anders is bepaald, mogelijk is tot het moment dat een aanslag waarvoor de keuze relevant is onherroepelijk is vastgesteld. Herziening of intrekking van een verzoek is volgens A-G Koopman niet meer mogelijk indien dit leidt tot hogere aanslag. A-G Koopman weegt de argumenten voor en tegen het toestaan van eenzijdige intrekking af. De A-G concludeert dat erover kan worden getwijfeld of de overdrager eenzijdig een verzoek om geruisloze doorschuiving kan intrekken. Hij is geneigd die vraag ontkennend te beantwoorden. De A-G meent dat de overnemer in ieder geval niet eenzijdig zo’n verzoek kan intrekken. Het verzoek moet namelijk worden gedaan bij de aangifte van de overdrager, en intrekking van het verzoek kan daarom volgens de A G alleen in de vorm van een aanvulling op die aangifte. Daarvoor is de medewerking van de overdrager onontbeerlijk. A-G Koopman meent dat het principale beroep in cassatie van de Staatssecretaris gegrond moet worden verklaard, dat het incidentele beroep in cassatie ongegrond moet worden verklaard en dat de zaak moet worden verwezen naar een ander gerechtshof ter behandeling van de vraag of de Inspecteur het verzoek om toepassing van art. 3.63 Wet IB 2001 terecht heeft gehonoreerd en de aanslag correct heeft berekend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04950</description><issued>2024-07-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:7423</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7423</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:7423"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Eiser kreeg een voorlopige aanslag waarbij rekening was gehouden met de arbeidskorting. Bij de definitieve aanslag is geen rekening gehouden met de arbeidskorting. Eiser wil de korting en doet daarvoor een beroep op het vertrouwensbeginsel. De rechtbank wijst dit op feitelijke gronden af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 5686</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. de Jong</contributor><issued>2024-11-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:906</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:906</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:906"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; artt. 1:3, 4:17 en 4:18 Awb; ingebrekestelling ter zake van uitblijven dwangsombesluit; geen extra dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-06-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4047</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:6780</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:6780</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:6780"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis; art. 7:401 BW. Opdrachtnemer heeft niet gehandeld als goed opdrachtnemer door niet op tijd btw-aangifte in Duitsland te doen. Daardoor zijn onder andere boetes door de Duitse fiscus opgelegd. Eiser heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er schade is geleden, maar deze schade is op dit moment onvoldoende onderbouwd. Eiser wordt in de gelegenheid gesteld bij akte de schade nader te onderbouwen, waarna gedaagde bij akte kan reageren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 749117 / HA ZA 24-336</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><issued>2024-11-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:19694</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:19694</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:19694"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Gedaagden hebben een website gepubliceerd over hun geschil met de Belastingdienst, waarbij zij persoonsgegevens van ambtenaren gebruiken. De Belastingdienst komt niet op tegen de inhoud van de publicaties, maar wel tegen het gebruik van persoonsgegevens van ambtenaren. Belangenafweging. Het belang van de Belastingdienst bij de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de eer en goede naam van zijn medewerkers zwaarder moet wegen dan het belang van gedaagden om de persoonsgegevens van de medewerkers openbaar te maken. Bij dit oordeel weegt mee dat gedaagden niet (of nauwelijks) worden belemmerd in de mogelijkheid om de volgens hen bestaande misstanden aan de kaak te stellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/674884 / KG ZA 24-1019</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.C. Bordes</contributor><issued>2024-11-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:347"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">beschikking aansprakelijkstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1416</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van den Bosch, R.R. van der Heide, L.M. Praamstra</contributor><issued>2024-02-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6836"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Huisartsenzorg. Diverse vergoedingen zien op prestaties die zo nauw verbonden zijn met de vrijgestelde medische zorg die de huisartsen leveren, dat het kunstmatig zou zijn om die uit elkaar te halen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/31 en 23/32</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:5979</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:591</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:591</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:591"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Bpm. Artikel 10, leden 1, 2 en 8 Wet Bpm. Waardecorrectie wegens schade. CO₂ uitstootwaarde. Vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. Extra leeftijdskorting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/79 en BK-23/80</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:7860</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:7860</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:7860"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016. Belanghebbende (een B.V.) oefent een medisch specialistisch bedrijf uit. Alle aandeelhouders van belanghebbende zijn als medisch specialist in dienstbetrekking werkzaam bij belanghebbende. De omvang van het aandelenbelang is gelijk aan de omvang van hun dienstbetrekking in fte’s. De inspecteur heeft een beschikking verzekeringsplicht werknemersverzekeringen aan belanghebbende afgegeven. In geschil is of de aandeelhouders vanaf 1 januari 2016 verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. De rechtbank is van oordeel dat de aandeelhouders met ingang van 1 januari 2016 verplicht zijn verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Gelet op de verschillen in de omvang van de aandelenbelangen (die tussen 1,43% en 2,60% variëren) is geen sprake van een nagenoeg gelijke verdeling van het kapitaal als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22_5292</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Germs-de Goede, W.E. baron van Asbeck, J.A.L. Heldens</contributor><issued>2024-11-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:5303</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1193"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00129</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2826</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6221</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6221</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6221"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV: ongegrond; Correctie gebruikelijk loon aannemelijk; Vereiste aangifte niet gedaan. Redelijke schatting correctie ROW. Belanghebbende heeft niet aangetoond dat de correcties onjuist zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_4672</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, P.J. Tikken, A.P. Vaatstra</contributor><issued>2024-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:5876</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:723</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:723</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:723"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Faciliteit tijdelijke willekeurige afschrijving art. 3.34 Wet IB 2001; fiscale eenheid van rechtswege verbroken; totstandkoming fiscale eenheid; verschoningsrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2428 tot en met 22/2432</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:8645</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:4604</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4604</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:4604"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OZB. Rechtsgeldigheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1838</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:3471</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:891</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:891</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:891"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Afwaardering vordering. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij daadwerkelijk gelden ter leen heeft verstrekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1128</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:2874</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:992</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:992</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:992"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04070</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-06-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:3015</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:10798</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:10798</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:10798"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Ontvankelijkheid beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1673</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1215</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1215</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1215"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV. Art. 6:15 Awb. Art. 25 AWR. Art. 6.17 Wet IB 2001. Aftrek specifieke zorgkosten. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat er een direct verband bestaat tussen de neurologische aandoening en de door hem ondergane behandeling. Verzoek om ambtshalve vermindering kan niet worden aangemerkt als een beroepschrift. Geen doorzendplicht. Geen schending van de hoorplicht als niet gehoord is voor uitspraak op ander bezwaar. Geen overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/1081</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3441</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3441</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3441"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV op voorgeschreven wijze bekendgemaakt? Verschoonbare termijnoverschrijding? Schending algemene beginselen van behoorlijk bestuur? Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de bezwaren tegen de aanslagen IB/PVV 2012 en IB/PVV 2013 terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard en de verzoeken om ambtshalve vermindering terecht zijn afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00951 en 22/00952</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, W.A.P. van Roij, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-02-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1439</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1984"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Onzakelijke lening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5610 t/m 22/5613</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6438"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur de bedrijfsopvolgingsregeling (artikel 35b en verder Successiewet 1956) terecht niet op de door belanghebbende van haar ouders ontvangen schenking heeft toegepast omdat belanghebbende ten tijde van de schenking niet was aan te merken als beherend vennoot van de onderneming. Het huwelijksgoederenregime van belanghebbende en haar echtgenoot, noch artikel 26 van de Successiewet leiden daartoe. Dat betekent dat aan de in artikel 35c van de Successiewet gestelde voorwaarden aan de bedrijfsopvolgingsregeling niet is voldaan. De aanslag schenkbelasting is daarom door de inspecteur op het juiste bedrag vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11403</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, I.J.F.A. van Vijfeijken, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-10-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7898</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7898</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7898"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Terecht geen arbeidskorting en iack berekend over de ZW-uitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9788</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-11-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:149</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:149</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:149"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03917</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3204</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1902</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1902</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1902"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01891</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-12-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:811</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:144"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Is sprake van een verlies uit onderneming of negatief resultaat uit overige werkzaamheden?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/5499 en 22/5500</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-01-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2024:4603</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:4603</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2024:4603"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 15 maart 2021 heeft de minister van Financiën het verzoek van [appellant] om wissing van zijn persoonsgegevens afgewezen. Op last van het Openbaar Ministerie heeft de Belastingdienst/FIOD een strafrechtelijk onderzoek verricht naar de fiscaal adviseur van [appellant]. De FIOD heeft van de adviseur onder meer gegevens van zijn cliënten gevorderd. Drie medewerkers van de Belastingdienst/Grote Ondernemingen en Belastingdienst/Particulieren (hierna tezamen: de Belastingdienst) hebben de FIOD bijgestaan in het opsporingsonderzoek en hebben toegang gekregen tot de gegevens van de cliënten van de adviseur. De drie medewerkers hebben uit die gegevens een selectie gemaakt, waartoe ook de persoonsgegevens van [appellant] behoorden. De FIOD heeft de over [appellant] geselecteerde gegevens aan de Belastingdienst verstrekt. De inspecteur heeft de persoonsgegevens vervolgens gebruikt om nadere aanslagen aan [appellant] op te leggen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202203653/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2022:1771</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:255"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Bezorger van groente- en fruitpakketten. Is sprake van “laden en lossen”? Goederen van “zodanige omvang en gewicht”? Is van belang dat belanghebbende ook pakketten bij zich had ter bezorging op andere adressen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/233 en BK-23/234</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:361</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:90</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1130</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1130</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1130"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Successiewet; het begrip ‘kind’ in art. 32(1)4°(c) SW en het begrip ‘afstammeling’ in art. 24(1) SW; uitleg van art. 2(3)i AWR; is het kind dat family life heeft met de biologische vader, maar met wie geen familierechtelijke rechtsbetrekking in juridische zin bestaat, een kind en afstammeling van die vader? Art. 1 EP in samenhang met artt. 8 en 14 EVRM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02354</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4050</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1201</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1511"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Diverse formeelrechtelijke grieven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1086 t/m 22/1089</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:1303</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1483</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1483</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1483"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00865</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:617</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:1398</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1398</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:1398"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kan een tweede geheimhoudingskamer worden ingesteld? Gebondenheid aan tussenbeslissing. Bewijsuitsluiting van bewijsmiddelen verkregen uit onderzoek met onrechtmatige aanleiding. Fruits of the poisonous tree (vruchtenleer). Integrale proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02042</description><issued>2024-12-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3552"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV; ambtelijk verzuim; hoorplicht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00448</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1657</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1657</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1657"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8.1 en 8.11 Wet IB 2001; art. 33 Wet LB; art. 9.1 en 9.4 URLB 2011; art. 14 EVRM. Schending discriminatieverbod door ongelijke behandeling voor de arbeidskorting van een WGA-uitkering naar gelang de uitkering door het UWV of via de werkgever is betaald?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01393</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-11-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:370</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:459</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:569</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:569</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:569"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV en ZVW 2012 t/m 2015</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 19 _ 507</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Germs-de Goede, J.M.W. van de Sande, J. Kluft</contributor><issued>2024-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3289"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. In geschil is of ter zake van de verkrijging van een woning het tarief van 2% of de vrijstelling van artikel 15, lid 1, aanhef en letter p, Wet op belastingen van rechtsverkeer van toepassing is. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de in die vrijstelling opgenomen leeftijdsgrens niet leidt tot discriminatie in de zin van het EVRM of het IVBPR. Ook het evenredigheidsbeginsel is niet geschonden; de leeftijdsgrens is opgenomen in een dwingendrechtelijke bepaling en de door belanghebbende gestelde onevenredigheid zit in een door de wetgever verdisconteerde omstandigheid. Bovendien is van een individuele en buitensporige last geen sprake. De heffing van overdrachtsbelasting wordt namelijk in beginsel van iedereen geheven die een onroerende zaak verkrijgt, en de last laat zich voor belanghebbende niet sterker voelen dan in het algemeen. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02252</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.H.P. Groenland, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-01-25</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op belastingen van rechtsverkeer 15</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:5509</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3187"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB/PVV; vergoeding voor immateriële schade; aan de inspecteur te wijten onrechtmatigheid; ambtelijk verzuim.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1556</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1556</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1556"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02956</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:1816</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:513"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 217 Gemeentewet. Art. 11 AWR. Afvalstoffenheffing. Tweede aanslag mogelijk? Heffing naar verschillende grondslagen? HR BNB 1973/69 van toepassing? Belastingverordening onverbindend omdat zij niet alle essentialia vermeldt? Betekenis ‘het tijdstip van beëindiging van de heffing’ en ‘hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is’? Tijdvak- of tijdstipheffing een essentialium? Formalisering meerdere materiële belastingschulden bij één aanslag toegestaan? Aan belanghebbende zijn zowel voor de rioolheffing als voor de afvalstoffenheffing afzonderlijke aanslagen voor het vaste deel en voor het variabele deel van de heffing opgelegd. Het Hof heeft het standpunt van belanghebbende verworpen dat geen afzonderlijke aanslagen mogen worden opgelegd. Op de hoofdregel dat maar éénmaal een primitieve aanslag kan worden opgelegd, bestaat een hier van toepassing zijnde uitzondering voor het geval ter zake van hetzelfde belastbare feit wordt geheven naar verschillende grondslagen. Het Hof heeft niettemin de aanslag afvalstoffenheffing voor het variabele deel (het aantal ledigingen in 2019) vernietigd, omdat de Verordening afvalstoffenheffing 2019 (de Verordening) wat betreft het variabele deel onverbindend is jegens belanghebbende. Uit de Verordening volgt niet voldoende duidelijk of sprake is van een tijdvak- of tijdstipheffing. De Verordening voldoet niet aan de in art. 217 Gemeentewet vermelde essentialia ‘het tijdstip van beëindiging van de heffing’ en ‘hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is’. A-G Pauwels meent dat het incidentele cassatieberoep van belanghebbende ongegrond is. Het oordeel van het Hof dat afzonderlijke aanslagen mogen worden opgelegd, is juist gelet op HR BNB 1973/69. Het van toepassing zijn van de AWR op gemeentelijke belastingen brengt niet mee dat dit arrest is achterhaald. De A-G betoogt dat het principale cassatieberoep van het College gegrond is. De Verordening voldoet wel aan de eisen van art. 217 Gemeentewet ook wat betreft de belasting per lediging. Het essentialium ‘het tijdstip van beëindiging van de heffing’ heeft geen betrekking op de kwestie van een tijdvakheffing of een tijdstipheffing. De Verordening voldoet ook aan het vereiste ‘hetgeen overigens voor de heffing en invordering van belang is’. De Verordening bevat de gegevens waaruit de belastingplichtige de omvang van de materiële belastingschuld wat betreft de belasting per lediging kan afleiden. De Verordening vermeldt bovendien dat de heffing geschiedt bij wege van aanslag. Wat de wijze van heffing betreft stelt art. 217 Gemeentewet geen verdergaande eisen. Daarom is het niet in strijd met die bepaling dat de Verordening niet vermeldt dat de belasting per lediging wordt geformaliseerd door per jaar één aanslag op te leggen naar het aantal ledigingen in dat jaar. Wel rijst de vraag of deze wijze van formalisering in een geval als dit – waarin bij elke lediging een materiële belastingschuld ontstaat– mogelijk is. De A-G beantwoordt die AWR-vraag bevestigend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02119</description><issued>2024-05-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1534</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6659</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6659</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6659"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Er is terecht loonbelasting ingehouden over het gehele bedrag aan AOW-uitkeringen, inclusief het deel dat is opgebouwd zonder fiscale faciliering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/3682</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-10-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2023:1225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2023:1225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2023:1225"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting; vrijwillige kavelruil; art. 15(1)(L) Wet BvR; vrijstelling van verkrijging “krachtens de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg); is inschrijving van de kavelruilovereenkomst vereist voor een kavelruilovereenkomst in de zin van art. 85 Wilg en daarmee voor vrijstelling? Vergelijking met voorgaande regeling (Landinrichtingswet) en opvolgende regeling (Omgevingswet). Feiten: De belanghebbende heeft een koopovereenkomst gesloten ter zake van een agrarisch bedrijf dat onroerende zaken omvat. De verkopers zijn drie natuurlijke personen die handelden namens hun maatschap. De koopovereenkomst zegt over de levering dat de koper de levering eventueel wil invoegen in een vrijwillige kavelruil en dat de (andere) partijen daaraan zullen meewerken. Een klein half jaar later hebben de verkopers, de belanghebbende en diens ouders een kavelruilovereenkomst ondertekend die niet in de openbare registers is ingeschreven. Bij die kavelruil zijn ingebracht de onroerende zaken betrokken in de eerdere koopovereenkomst en daarnaast een perceel van de belanghebbende en, onder voorbehoud van vruchtgebruik, een perceel van zijn ouders. Bij de notariële akte van kavelruil van dezelfde datum als de kavelruilovereenkomst zijn de door de belanghebbende en diens ouders ingebrachte percelen toegedeeld aan de belanghebbende. De eerder gekochte onroerende zaken zijn toegedeeld aan een BV waarvan de belanghebbende directeur-grootaandeelhouder (dga) is. Geschil: De belanghebbende meent dat de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor verkrijgingen “krachtens de Wet inrichting landelijk gebied” (Wilg) in art. 15(1)(L) Wet op Belastingen van Rechtsverkeer (Wet BvR) van toepassing is. De inspecteur heeft echter een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting ad € 10.000 opgelegd omdat de kavelruilvrijstelling volgens hem niet van toepassing is. Voor vrijstelling is zijns inziens inschrijving vereist omdat de omschrijving van kavelruil bij overeenkomst in art. 85(1) Wilg inschrijving omvat. De Rechtbank heeft de belanghebbende in het gelijk gesteld. Voor het Hof was in geschil of (i) inschrijving van de kavelruilovereenkomst civielrechtelijk een vereiste is voor kwalificatie van een vrijwillige kavelruil onder art. 85 Wilg en daarmee voor de fiscale vrijstelling; (ii) de litigieuze kavelruilovereenkomst er een is als bedoeld in de artt. 85 e.v. Wilg; en (iii) één van de aan de belanghebbende toegedeelde percelen binnen of buiten de bebouwde kom ligt. Volgens het Hof is één van de voorwaarden van art. 85(1) Wilg voor vrijwillige kavelruil dat de overeenkomst wordt ingeschreven en biedt noch de wet noch de wetsgeschiedenis aanknopingspunten voor de opvatting dat voor de vrijstelling niet aan alle voorwaarden van de Wilg - met name de inschrijving in de openbare registers - hoeft te worden voldaan. De wetsgeschiedenis vermeldt juist dat voor kavelruilvrijstelling moet worden voldaan aan art. 85 Wilg. Dat inschrijving privaatrechtelijk mogelijk facultatief is en dat zij dus wellicht zonder gevolg voor de juridische geldigheid van een kavelruil achterwege kan blijven, acht het Hof niet relevant voor de door de belastingwetgever gestelde voorwaarden aan de vrijstelling. De belanghebbende betoogt in cassatie dat het Hof ten onrechte irrelevant heeft geacht of inschrijving civielrechtelijk al dan niet is vereist voor een kavelruilovereenkomst, nu de ongeclausuleerde verwijzing in art. 15(1)(L) Wet BvR naar de Wilg impliceert dat geen verschil bestaat tussen de civielrechtelijke en fiscale vereisten voor kavelruil, en civielrechtelijk inschrijving geen vereiste is voor een kavelruil, zodat die eis ook fiscaalrechtelijk niet kan worden gesteld. Als is voldaan aan de civiele criteria voor kavelruil volgens de Wilg, is ook voldaan aan de vereisten voor de vrijstelling. Art. 85(1) Wilg houdt geen sanctioneerbare verplichting tot inschrijving in. Inschrijving is facultatief, voor als de partijen goederenrechtelijke bescherming van de titel wensen tot aan het moment van levering/toedeling. Verplichte inschrijving van de overeenkomst dient geen zinvol doel als zij meteen gevolgd wordt door de levering, zoals in casu. Ná inschrijving van de leveringsakte bestaat immers geen behoefte meer aan inschrijving van de titel. De Staatssecretaris acht voor kavelruilvrijstelling beslissend of aan de voorwaarden van de artt. 85 t/m 88 Wilg is voldaan, zodat het Hof terecht niet van belang heeft geacht of de in die bepalingen vereiste inschrijving civielrechtelijk al dan niet facultatief is. Bij niet-inschrijven is geen sprake van 'ruilverkaveling bij overeenkomst' in de zin van art. 85(1) Wilg. De belanghebbende miskent dat niet elke vrijwillige kavelruil is vrijgesteld, maar alleen de kavelruil omschreven in art. 85 Wilg. Als de fiscale wetgever inschrijving niet vereist zou hebben, had dat moeten blijken uit de wetsgeschiedenis, wat niet het geval is. Daaruit valt echter slechts op te maken dat de kavelruilovereenkomst in de Wilg hetzelfde is geregeld als in de Landinrichtingswet, die inschrijving eiste. Ook de aanstaande Omgevingswet eist inschrijving. A-G Wattel constateert dat art. 15(1)(L) Wet BvR vrijstelt de verkrijging ‘krachtens’ de Wilg. Voor wat betreft vrijwillige kavelruil (bij overeenkomst) gaat het dan om kavelruil in de zin van art. 85 Wilg. Niet elke ruil of koop/ruilcombinatie waarbij kavels zijn betroken is een kavelruil in de zin van art. 85 Wilg. Civielrechtelijk is een ruil/koopovereenkomst die niet aan de omschrijving van die bepaling voldoet wel een geldige titel voor overdracht, maar die valt niet onder art. 85 Wilg en daardoor niet onder de in art. 86 Wilg geboden goederenrechtelijke bescherming van de bij de kavelruil betrokken belangen. Zo’n ‘gewone’ kavelruil/koop valt onder het algemene verbintenissenrecht. Doordat art. 15(1)(L) Wet BvR voor de vrijstelling van verkrijging krachtens kavelruil volledig aansluit bij art. 85 Wilg, is de consequentie dat bij vrijwillige kavelruil de fiscale faciliteit alleen beschikbaar is voor kavelruilovereenkomsten die aan de in die bepaling gegeven omschrijving voldoen, waaronder inschrijving in de registers. Het Hof heeft daarom volgens de A-G terecht voor de fiscale vrijstelling niet relevenat geacht dat privaatrechtelijk inschrijving facultatief is in die zin dat zonder gevolg voor de juridische geldigheid van een kavelruilovereenkomst inschrijving achterwege kan blijven. De belanghebbende stelt volgens de A-G terecht dat ook zonder inschrijving een geldige titel van ruil en/of koop van kavels kan bestaan, maar dat is zijns inziens dan geen kavelruilovereekomst in de zin van (art. 85(1) van) de Wilg. De belanghebbende stelt eveneens terecht dat het zo kan zijn dat inschrijving van de overeenkomst geen zin heeft als meteen na sluiting ervan wordt geleverd, maar dat neemt niet weg dat zonder inschrijving niet wordt voldaan aan art. 85 Wilg, zodat de fiscale faciliteit in dat geval niet beschikbaar is. Men kan met de belanghebbende menen dat als de fiscale wetgever alleen kavelruilovereenkomsten met goederenrechtelijke werking (dus met inschrijving) wilde faciliteren, weigering van de vrijstelling in casu formalistisch is omdat die goederenrechtelijke werking al gerealiseerd is door terstond na het sluiten van de overeenkomst de leverings/toedelingsakte in te schrijven. Uit de wetsgeschiedenis van art. 15(1)(L) Wet BvR valt echter slechts op te maken dat de fiscale wetgever (i) landinrichtelijk wenselijke kavelruil niet in de weg wilde zitten met overdrachtsbelasting en (ii) voor de vraag welke verkrijgingen met het oog daarop vrijgesteld moesten worden, heeft aangesloten bij de Wilg. Hij wilde dus aansluiten bij de landinrichtingswetgeverlijke kwalificatie van kavelruil, kennelijk omdat ervan uitgegeaan kan worden dat een kavelruil die aan die kwalificatie voldoet de landinrichting dient die hij niet in de weg wilde zitten. Bij een kavelruilovereenkomst die voldoet aan de eisen van art. 85 Wilg wordt verbetering van de landinrichting immers voorondersteld (art. 16 Wilg) en daarom is kennelijk (alleen) verkrijging krachtens een overeenkomst in de zin van art. 85 Wilg betrokken in de vrijstelling voor verkrijgingen krachtens de Wilg. A-G Wattel meent daarom dat de wettekst, de wetssystematiek en de parlementaire geschiedenis, waaruit ook de wens van continuïteit blijkt (en zowel onder de Landinrichtingswet als onder de Omgevingswet was/is inschrijving vereist voor een kavelruil in de zin van die wetten) tot de conclusie voeren dat de fiscale wetgever de kavelruilvrijstelling steeds heeft willen beperken tot verkrijgingen krachtens een titel die de landinrichtingswetgever aanmerkt(e) als kavelruil. Voor de vrijwillige kavelruil (die bij overeenkomst) betekent dit dat die titel op schrift moet staan en ingeschreven moet zijn in de openbare registers. Hij merkt op dat zijns inziens ná de levering/toedeling de obligatoire overeenkomst niet alsnog kan worden ingeschreven met zodanig rechtsgevolg dat met terugwerkende kracht alsnog wordt voldaan aan de eisen van art. 85(1) Wilg. Het ligt niet voor de hand dat door – goederenrechtelijk zinloze – inschrijving achteraf alsnog de titel – met terugwerkende kracht – gewijzigd kan worden. Conclusie: cassatieberoep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02311</description><issued>2024-01-26</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1424</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2144</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2144</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2144"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">vermindering schenkbelasting: geen dwaling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/2571 en BRE 21/2572</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, A.H.W. Steijn, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-04-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:49</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:49</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:49"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">ROW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1565 en 23/1566</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd</contributor><issued>2024-01-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1017</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1017</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1017"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Antidumpingrechten en compenserend recht; Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013; Verordening (EG) nr. 515/97; vaststellen van de niet-preferentiële oorsprong van zonnepanelen, verzonden uit Taiwan; juridische grondslag voor het door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) met Taiwanese (douane)autoriteiten uitwisselen van gegevens over in- en uitvoeren en voor het door OLAF in Taiwan verrichte onderzoek. Zie ook ECLI:NL:HR:2024:905</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/04169</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-07-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:562</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:2824</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:2082</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2082</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:2082"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres exploiteert een terrein voor verblijfsrecreatie. Aangrenzend aan het terrein bevindt zich een zwembad, waarvan eiseres de eigenaar is en dat zij ook exploiteert. De heffingsambtenaar heeft het zwembad als een afzonderlijk object beschouwd en afzonderlijk gewaardeerd voor de Wet WOZ. De rechtbank is van oordeel dat de objectafbakening onjuist is, omdat het zwembad onderdeel uitmaakt van het recreatiesamenstel. De rechtbank vernietigt daarom de WOZ-beschikkingen. Eiseres heeft recht op ISV, maar omdat eiseres samen met andere eisers procedeert wordt samenhang aangenomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/834 en 22/835</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.P.D. Mathey-Bal, R.R. van der Heide, L.M. Praamstra</contributor><issued>2024-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:1225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:1225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:1225"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Eiser heeft als medewerker van de gemeente een parkeervergunning waarmee hij op een terrein in de nabijheid van het gemeentehuis mag parkeren. Hij mag niet “voor de deur” van het gemeentehuis parkeren, omdat die plekken voor bezoekers zijn. Eiser parkeert toch twee keer “voor de deur” en krijgt twee keer een naheffingsaanslag. Eiser zegt dat hij niet bekend was en kon zijn met de vergunningsvoorwaarden, maar dat acht de rechtbank onaannemelijk. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1732</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink</contributor><issued>2024-05-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:729"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep ongegrond. Uitleg artikel 14 lid 3 Verdrag NL-VK.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/470</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2150"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende geeft in 2015 tot en met 2017 hockeytrainingen en theorielessen aan leerlingen van en topsportklas van een middelbare school. In 2019 heeft de inspecteur een boekenonderzoek ingesteld en geconstateerd dat belanghebbende daarvoor geen omzetbelasting in rekening heeft gebracht. Hij heft na over de facturen die zien op de hockeylessen en over het privégebruik auto in 2015. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Het hof oordeelt dat de inspecteur ten aanzien van de hockeylessen het verdedigingsbeginsel heeft geschonden door belanghebbende niet tijdig en expliciet op de hoogte te stellen van de voorgenomen correcties. Het hof acht aannemelijk dat belanghebbende een inbreng had kunnen leveren die voor het opleggen van de naheffingsaanslag van belang was en waarvan op voorhand niet valt uit te sluiten dat deze inbreng tot een ander besluitvormingsproces zou hebben geleid. Ten aanzien van het privégebruik auto ziet het hof niet in hoe belanghebbende een inbreng had kunnen leveren die tot een andere afloop had kunnen leiden. Deze correctie blijft in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/49</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, J.M. van der Vegt, I. Reijngoud</contributor><issued>2024-07-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:7488</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3572</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3572</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3572"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Urencriterium; tellen aan studie besteedde uren mee voor het urencriterium.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00218</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1903</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:207</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:207</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:207"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01342</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-02-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:1286</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:467</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:467</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:467"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak, prejudiciële vraag, IB-deel en PVV-deel van de arbeidskorting en de IACK en PVV-deel van de algemene heffingskorting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 22 _ 4927</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-04-04</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1660</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:153</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:153</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:153"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is een in [vestigingsplaats] [land] gevestigde vennootschap, die een onroerende zaak in Nederland bezit. In geschil is of de aanslagen Vpb 2010 tot en met 2017 tot stand zijn gekomen, op de juiste wijze bekend zijn gemaakt en of belanghebbende ontvankelijk was in zijn bezwaar. Het hof oordeelt dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de aanslagen Vpb tot stand zijn gekomen en dat deze op de juiste wijze bekend zijn gemaakt. Verder heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat de aanslagen ter post zijn bezorgd en naar het juiste adres zijn verzonden. De bezwaartermijn is daarom aangevangen op de dag volgend op de dagtekening die is vermeld op de aanslagen. Belanghebbende heeft de ontvangst of de aanbieding van de aanslagen niet ontzenuwd. De inspecteur heeft het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00785 tot en met 22/00791</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-03-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:813</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:469</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:469</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:469"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; fraus legis; art. 10a Wet Vpb 1969 en Wet Vpb als geheel; geen recht op aftrek van rente; goed koopmansgebruik; eenmalige inleenkosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01534</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-03-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2021:1004</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:724</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:1750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:1750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:1750"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB; Beroep ongegrond; Toepassing nultarief; Geen schending van het verdedigingsbeginsel. De weigering van een teruggaafverzoek is een belastend besluit. Belanghebbende heeft voldoende de gelegenheid gekregen om aannemelijk te maken dat het nultarief op de leveringen van de auto’s van toepassing is voordat de inspecteur heeft beslist op het teruggaafverzoek. De auto’s zijn in het kader van de levering afgehaald bij belanghebbende. Niet alle afnemers kunnen als vaste afnemers worden gekwalificeerd, zodat er bij die afnemers geen gebruik kan worden gemaakt van afhaalverklaringen. Verder ontbreekt op de afhaalverklaringen het daadwerkelijke afleveradres, ontbreken er machtigingen en zijn er mogelijk ABC-transacties De overgelegde “Duitse brief” en groene kaart zijn administratieve handelingen, waaruit niet blijkt dat de auto’s daadwerkelijk naar een andere lidstaat zijn vervoerd, en ook niet dat een eventueel vervoer heeft plaatsgevonden in het kader van de levering van belanghebbende aan diens afnemers. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het nultarief van toepassing is op de in geschil zijnde leveringen, omdat onduidelijk is gebleven waarnaar de auto’s daadwerkelijk zijn vervoerd en of bij de ABC-transacties de intracommunautaire levering toegerekend kan worden aan de levering tussen belanghebbende en diens afnemers.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 21_5338</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, J.J.J. Engel, J.A.L. Heldens</contributor><issued>2024-04-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2585</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2585</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2585"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 5a AWR, art. 2.17, art. 3.111, lid 8, en art. 6.20, lid 2, Wet IB 2001. Belanghebbende en zijn echtgenote leven gescheiden van elkaar. Belanghebbende wil daarom als alleenstaande worden aangemerkt. Toerekening gemeenschappelijke inkomensbestanddelen. De omstandigheid dat de toerekening van de inkomsten en lasten van de eigen woning en de zorgkosten niet volledig geïndividualiseerd is, is niet in strijd met internationale verdragen of Europees recht. De aanslag is niet naar een te hoog bedrag vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2321</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, I. Reijngoud, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-10-24</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 5a</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 2.17</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 3.111</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 6.20</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:6321</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:320</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:320</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:320"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. Valselijk (doen) opmaken van de bedrijfsadministratie. Het hof acht bewezen dat loonbetalingen opzettelijk buiten de loonadministratie zijn gehouden, waardoor te weinig loonheffing is afgedragen. Forse overschrijding van de redelijke termijn. Het hof vermindert de op te leggen straf naar bevind van zaken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-004100-18</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><issued>2024-07-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:16826</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:16826</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:16826"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag dividendbelasting: verkapte dividenduitkering? Belastingrente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 6307</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D.M. Drok, M.E. Kiers, P.E. Halprin</contributor><issued>2024-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:431</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:759</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:759</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:759"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wraking. Afwijzing verzoek uitstel zitting, het beschikbaar stellen van dossier op usb-stick, beslissing om verzoek om voorlopige voorziening gelijktijdig te behandelen met de hoofdzaak zijn procesbeslissingen. Geen aanwijzing voor vooringenomenheid. Wrakingsverzoek zetel kennelijk ongegrond. Wrakingsverzoek griffier kennelijk niet-ontvankelijk. Wrakingsverbod voor de toekomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.336.910/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Wraking</description><issued>2024-06-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:912</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:912</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:912"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02322</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-06-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4048</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:8500</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8500</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:8500"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek afgewezen voor zover het is gericht tegen de rechter. Het betreffen procedurele beslissingen van de rechter die, gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, als zodanig nooit grond voor wraking kunnen vormen. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen verzet zicht er ook tegen dat het ontbreken van een motivering van een beslissing, zoals hier aan de orde, grond kan vormen voor wraking. Verder ontbreken andere feiten of omstandigheden waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden. Het wrakingsverzoek voor zover het is gericht tegen de griffier is niet-ontvankelijk omdat geen sprake is van een wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb. Wrakingsverbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/666209/KG RK 24-709</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M.A. Keulen, S.M. Krans, A.M. Boogers</contributor><issued>2024-06-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:1640</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:1640</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:1640"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Minen van Bitcoins. Bron van inkomen? Belanghebbende heeft geïnvesteerd in mining-computers, maar die nooit geleverd gekregen. Het hiermee gemoeide verlies is naar het oordeel van de rechtbank aftrekbaar als negatief resultaat uit overige werkzaamheden, omdat verweerder de mogelijkheid van een objectieve voordeelsverwachting bewust open heeft gehouden. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22/5627</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Westerbaan, A.P. Vaatstra, W.W. Monteiro</contributor><issued>2024-03-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:7778</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:7778</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:7778"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Herziening. Geen griffierecht betaald. Intrekking ter zitting. Heffingsambtenaar vraagt en krijgt proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 23_7361</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes</contributor><issued>2024-11-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:1625</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:1625</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:1625"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. In geschil is wat de plaats van dienst is met betrekking tot de diensten die belanghebbende als online fitnesscoach verricht aan particuliere afnemers die buiten de EU wonen. Gelet op de aard van de dienstverlening kwalificeren de diensten naar het oordeel van de rechtbank als diensten verricht door raadgevende personen, adviesbureaus en andere soortgelijke diensten. De plaats van dienst ligt buiten de EU. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 23_2845</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius, J.J.J. Engel, J.A.L. Heldens</contributor><issued>2024-04-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:3505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:3505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:3505"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Saldo op de levenslooprekening dat per 1 november 2021 is vrijgevallen is terecht is opgenomen in het verzamelinkomen 2021.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 3793</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, A.A. Fase</contributor><issued>2024-04-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:7511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:7511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:7511"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Internationaal privaatrecht</subject><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Dividendfraude; incidentele vorderingen tot inzage in stukken (843a Rv), vrijwaring en aanhouding. Hoofdzaak en incidenten worden aangehouden in afwachting uitkomst samenhangende procedures in Canada en Denemarken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/345485 / HA ZA 23-606</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - meervoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.S.J. Thijs, A.J. Wolfs, H.A. Pott Hofstede</contributor><issued>2024-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3603</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3603</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3603"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naar het oordeel van de rechtbank zijn de naheffingsaanslagen omzetbelasting terecht en tot juiste bedragen opgelegd. Verder is de rechtbank van oordeel dat voor de vennootschapsbelasting niet de vereiste aangiften zijn gedaan zodat de bewijslast dient te worden omgekeerd en verzwaard. De (navorderings)aanslagen zijn niet te hoog vastgesteld. Wel heeft belanghebbende recht op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase voor de jaren 2013 en 2014 zodat de beroepen in zoverre gegrond zijn. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de boeten terecht opgelegd en zijn deze ook passend en geboden. Wel dienen de boeten verminderd te worden in verband met de overschrijding van de redelijke termijn (undue delay).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/4805, 20/4807, 20/6098 t/m 20/6100 en 21/1712</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, J.H. Bogert, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3005</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3005</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3005"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Levering percelen. Bouwterrein?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/67 en 22/68</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:6405</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:437</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:437</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:437"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Middeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:7990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:7990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:7990"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank kent een man die geld ontving in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag 168.050 euro toe aan aanvullende schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 23/5823</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2024-12-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:668</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:668</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:668"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingfraude en verduistering, waaronder ook verduistering als executeur van een nalatenschap door een advocaat en fiscalist. Overschrijding van de redelijke termijn. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-002685-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><issued>2024-02-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2021:5668</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:2532</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2532</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:2532"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres exploiteert vastgoed en heeft in 2019 panden geleverd/overgedragen. Eiseres doet voor de jaren 2018 en 2019 geen aangifte Vpb, terwijl ze daarvoor wel is uitgenodigd, herinnerd en aangemaand. De inspecteur legt ambtshalve aanslagen Vpb op. Omdat eiseres niet de vereiste aangifte heeft gedaan, geldt omkering en verzwaring van de bewijslast. De inspecteur heeft zijn schatting onderbouwd met concrete gegevens die aansluiten bij de werkelijkheid en er is daarom sprake van een redelijke schatting. Eiseres heeft niet overtuigend aangetoond dat de aanslagen Vpb onjuist zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2118 en 23/2120</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, M. Sanna, P.P.D. Mathey-Bal</contributor><issued>2024-07-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1717</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1717</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1717"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek. De Hoge Raad wijst het verzoek tot wraking af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03697</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2024-11-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:3421</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:3421</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:3421"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-03-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De beroepen zien op drie naheffingsaanslagen parkeerbelasting. De rechtbank is van oordeel dat eiser het verweerschrift heeft ontvangen en tijdig van dit niet omvangrijke stuk kennis heeft kunnen nemen. Ook overweegt de rechtbank dat verweerder aan het kenbaarheidsvereiste heeft voldaan. Volgens de rechtbank heeft eiser niet aan zijn onderzoeksplicht voldaan. De omstandigheid dat eiser bij het aanvragen van zijn bewonersvergunning een onvolledig adres heeft ingevoerd waardoor de bewonersvergunning niet geldig is in zijn straat, dient voor rekening en risico van eiser te komen. Dat eiser geen onwil had om de parkeerbelasting te voldoen, vormt voor de rechtbank geen aanleiding om de naheffingsaanslag te vernietigen. Ook het door eiser gedane beroep op gewekt vertrouwen kan niet slagen, omdat aan het niet eerder opleggen van naheffingsaanslagen geen vertrouwen kan worden ontleend. Van schending van enig ander rechtsbeginsel is de rechtbank niet gebleken. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22_506, 22_507 en 22_509</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.I. Batelaan-Boomsma</contributor><issued>2024-01-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:264</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14761</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14761</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14761"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Wsnp toegewezen voor de duur van achttien maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615818:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1897</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1897</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1897"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02193</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-12-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1378</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:1142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:1142"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 11, lid 1, letters c, f en g, Wet OB; art. 7, leden 2 en 4, Uitvoeringsbesluit OB; post b.13 Bijlage B; Wet langdurige zorg; verhuur gastenkamers in hospice inclusief verzorging door vrijwilligers, samengestelde prestatie?; algemene verzorging in hospice vrijgesteld van omzetbelasting?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02463</description><issued>2024-11-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:10384</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:10384</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:10384"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Ontvankelijkheid beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2173</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:593</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:593</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:593"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Naheffingsaanslag. Een naheffingsaanslag kan niet worden opgelegd zonder dat er parkeerbelasting verschuldigd was. Artikel 20 van de AWR beperkt de mogelijkheid tot naheffing van belasting die op aangifte behoort te worden voldaan, maar niet is betaald. Daarvan in deze zaak geen sprake, omdat niet vaststaat dat er parkeerbelasting moet worden betaald. De naheffingsaanslag is ten onrechte opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 23/2151</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.W.A. Schimmel</contributor><issued>2024-03-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2292</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2292</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2292"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">22/5549 en 22/5550. IB.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/5549</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, V.A. Burgers, J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2024-04-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1093</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1093</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1093"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting. Waarde recht van erfpacht. Canonpercentage.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1716</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2457</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2457</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2457"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 31a, lid 2, letter e, en lid 8, Wet LB 1964. Artt. 10ec, 10ed, 10ef, lid 1, en 10ei, lid 1, UBLB. Art. 4:6 Awb. Art. 65 AWR. Afwijzing verzoek 30%-bewijsregel. Aanpassing looptijd voor de toepassing van de 30%-regeling. Art. 4:6 Awb kan niet tot herziening van de vastgestelde looptijd leiden nu geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Art. 65 AWR. Een afwijzing van een verzoek om ambtshalve herziening is geen voor bezwaar vatbare beschikking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01302</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:13389</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2455</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2455</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2455"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kenbare fout (art. 16-2- aanhef en onderdeel c AWR); overgangsregeling pensioenartikel Verdrag Nederland/Duitsland.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2613</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2024-04-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2712</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2712</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2712"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">vereiste aangifte, omkering en verzwaring bewijslast, vergrijpboete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1707 en 24/1703</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-04-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:627</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:627</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:627"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft op 1 november 1997 een levensverzekering afgesloten, die in 2002 premievrij is gemaakt. De levensverzekering voldoet op 31 december 2000 aan de voorwaarde van artikel I, onderdeel AL, lid 1, tweede volzin, letter a van de Invoeringswet IB 2001. De bepalingen van de Wet IB 1964 zijn niet op de levensverzekering van toepassing gebleven en de renteaangroei over de periode van 1997 tot 1 januari 2001 is dan ook belast als inkomen uit werk en woning bij belanghebbende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00819</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, J.M. van der Vegt, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-03-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1066</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:713</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:713</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:713"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04233</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-05-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:2591</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5456</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5456</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5456"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Watersysteemheffing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9018</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.P.A. Boersma</contributor><issued>2024-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:3636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:3636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:3636"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">1. Rendementsverlies zonnepanelen door naburige dakopbouw; hinder? Toepasselijke norm tussen buren. Schade? In casu niet onzorgvuldig bij bereidheid om minimaal de helft van de schade te vergoeden. 2. Weigering uitoefening ladderrecht bij bouw van dakopbouw. Onrechtmatigheid. Gevolgen intrekking toestemming. Art. 5:56 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10664071 CV23-2321</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.J.J. van Acht</contributor><issued>2024-07-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1337</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1337</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1337"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04900</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2717</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:481</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:481</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:481"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek. De Hoge Raad wijst het verzoek om wraking af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00663</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2024-03-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:741</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:741</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:741"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak vierde kamer. Vordering van de Procureur-Generaal als bedoeld in art. 7, 9 en 17 Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad. Klachten over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het E-archief. Voldoet de inrichting van het E-archief aan de normen van de AVG?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03263</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2024-05-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:823</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4476"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV; uitbetaling ouderenkorting?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3095, 23/10572 en 23/10573</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-07-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:853</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:853</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:853"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Invorderingsrente; procesrecht; art. 8:73 Awb (oud); overschrijding van de redelijke termijn; beschikking invorderingsrente; geen recht op vergoeding van immateriële schade indien het financiële belang bij procedure zeer gering is; aanpassing van regels aangaande ‘financieel belang bij procedure’; geen recht op vergoeding van immateriële schade indien de door of aan het bestuursorgaan te betalen bedragen aan belasting(en), heffing(en) en/of rente in totaal minder dan € 1.000 bedraagt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04592</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-06-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1042</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3789</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:283"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00954</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-02-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:1079</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1818</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1818</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1818"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzuimboete inkomstenbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/474</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-03-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14665</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14665</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14665"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot meerderjarigheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726560 / JE RK 26-1848</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:200"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6.27, lid 1, Wet IB 2001. Scholingsuitgaven. Kosten cursus Engels kwalificeren niet als scholingsuitgaven. Kosten opleiding tot fitnesstrainer wel. Verwachting belanghebbende met het diploma als fitnesstrainer aan de slag te kunnen gaan, is objectief gerechtvaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/428</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:706</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:706</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:706"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Interne compensatie. Geen strijd met Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01382</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2024-04-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3145</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4445</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4445</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4445"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019 - Is sprake van een onderneming in objectieve zin?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9533</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-07-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:617</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:617</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:617"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 17 Wet WOZ. Rechtbank heeft op goede gronden een juiste beslissing genomen inzake de waarde van een horecapand en een appartement. Geen verlaging van de WOZ-waarde wegens Corona-maatregelen. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/370</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6835"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Naheffing. Unierechtelijke verdedigingsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2269 t/m 22/2271</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:13</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:13</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:13"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BRE 21/3739 + BRE 21/3741.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/3739</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, A.H.W. Steijn, J.H. Bogert</contributor><issued>2024-01-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:671</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8064</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8064</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8064"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De gebreken in de administratie van belanghebbende zijn van zodanige aard en omvang dat zij naar het oordeel van de rechtbank tot de conclusie leiden dat de gevoerde loonadministratie niet kan dienen als grondslag voor het doen van de aangiften loonheffingen. Nu dat wel is gebeurd, kan belanghebbende niet de vereiste aangiften hebben gedaan en heeft zij dat dan ook niet gedaan. Daarom moet de bewijslast worden omgekeerd en verzwaard. Naar het oordeel van de rechtbank berust de hoogte van de naheffingsaanslag op een redelijke schatting. Belanghebbende heeft niet doen blijken dat de naheffingsaanslag naar een te hoog bedrag is opgelegd. De naheffingsaanslag blijft in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/3538</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2024-12-11</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1455</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6440</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6440</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6440"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting. Belanghebbende heeft de economische eigendom van een vastgoedportefeuille overgedragen. Uitleg overeenkomst. Tijdstip van winstneming. Beroep gegrond vanwege vernietiging vergrijpboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 23_1992</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius, J.J. Westerbaan, J. Kluft</contributor><issued>2024-12-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7897</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7897</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7897"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">PGA. Schending hoorrecht. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9614</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-11-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2525</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2525</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2525"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-beschikking. Het hof stelt vast dat de hoorplicht door de heffingsambtenaar is geschonden. Nu belanghebbende geen enkele inhoudelijke grond heeft aangevoerd en er geen verschil van mening was over de relevante feiten, heeft belanghebbende, naar het oordeel van het hof, geen nadeel ondervonden van het achterwege blijven van de hoorzitting. Het schenden van de hoorplicht wordt daarom gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 Awb. Belanghebbende heeft verzocht om een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. In onderhavig geval is het financiële voordeel dat belanghebbende krijgt indien het door hem ingenomen standpunt in de WOZ-procedure wordt gehonoreerd, niet vast te stellen. Volgens het hof ontbreekt spanning en frustratie in deze zaak, waarin belanghebbende niet duidelijk heeft gemaakt wat volgens hem materieel in geschil is. Het hof wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade dan ook af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1651</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, P.W.A. van Geloven, J.K. Lanser</contributor><issued>2024-10-17</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet bestuursrecht 6:22</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2979</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2979</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2979"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen parkeerbelasting + invorderingskosten. Drie aanslagen in stand gebleven. Overige aanslagen vernietigd in verband met proportionaliteit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/2099, BRE 22/2555 t/m BRE 22/2572 en BRE 22/2573 t/m BRE 22/2591</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.G.J.M. de Weert</contributor><issued>2024-05-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1382</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1382</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1382"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 3.54, lid 5, letter b, Wet IB 2001. Vrijval herinvesteringsreserve. Belanghebbende maakt aannemelijk dat de investering door bijzondere omstandigheden (de weigering van de gemeente om een vergunning af te geven) is vertraagd en dat aan de investering een begin van uitvoering is gegeven (door een getekende aannemingsovereenkomst). Geen afboeking herinvesteringsreserve, omdat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat kosten gemaakt zijn voor bedrijfsmiddelen. Kosten die betrekking hebben op 2015 komen in 2014 niet in aftrek van de winst. Kosten die betrekking hebben op 2014, maar die zijn betaald in 2015 komen in 2014 wel in aftrek op de winst. Geen hogere immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Geen vergoeding voor kosten rechtsbijstand die niet dienen ter voorbereiding van proceshandelingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/663</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:8463</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:16869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:16869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:16869"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verweerder heeft een tweetal navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd over het jaar 2008 met vergrijpboeten. In geschil is of verweerder dat terecht heeft gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de navorderingsaanslagen en de boetebeschikkingen terecht opgelegd. De vergrijpboeten worden wel verminderd wegens toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast en wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 4565</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J.M. Arends, D.M. Drok, M.J. Pelinck</contributor><issued>2024-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:2836</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:2836</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:2836"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak over 433 zaken vanwege niet tijdig beslissen door de officier van justitie op administratieve beroepen tegen verkeersboetes op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. De rechtbank gaat in op de bevoegdheid van de kantonrechter als bijzondere bestuursrechter en beoordeelt het procesbelang bij niet tijdig beslissen in Wahv-zaken. Zonder door de wetgever gegeven rechterlijke instrumenten is er geen ruimte om de Algemene wet bestuursrecht naar analogie toe te passen, waarbij wordt benadrukt dat dit geen oproep aan de wetgever is om hierin alsnog te voorzien. Vanwege het belang voor de rechtsontwikkeling bij dit oordeel is – ondanks de wijze van procederen door de gemachtigde – geen verder onderzoek gedaan naar misbruik van recht en naar het bereik van de volmacht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11086227 e.v.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.O. Zuurmond, K. de Meulder, G. Schnitzler</contributor><issued>2024-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:311</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:311</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:311"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting, ontvankelijkheid bezwaar. De rechtbank mag het contra legem besluit van de Staatssecretaris van Financiën (waarin wordt aangeknoopt bij de bezwaartermijn van zes weken) waarop eiseres zich beroept niet toetsen aan het evenredigheidsbeginsel of aan artikel 4:84 van de Awb. Verder is de rechtbank van oordeel dat het contra legem besluit geen schending van fundamentele rechten oplevert, in het bijzonder geen schending van het discriminatieverbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/2273</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2024-06-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1210</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1210</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1210"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Watersysteemheffing. Het hof is van oordeel dat de rechtbank ten onrechte geen beslissing heeft genomen over de wettelijke rente. Voorts oordeelt het hof dat het beroep tegen de dwangsombeschikking niet-ontvankelijk is omdat niet voor het eerst in hoger beroep tegen die beschikking kan worden opgekomen en voorts dat dat beroep ook inhoudelijk niet slaagt. Het hof oordeelt daarnaast aan de hand van het ‘stappenplan’ van de Hoge Raad of er sprake is van een overschrijding van de opbrengstlimiet. De heffingsambtenaar heeft naar het oordeel van het hof inzicht gegeven in de raming en de methodiek van de verdeling van de overheadkosten. Belanghebbende heeft de gehanteerde verdeelsleutel niet gemotiveerd in twijfel getrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02341</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, I. Reijngoud, J. Wessels</contributor><issued>2024-04-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1659</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1211</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1211</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1211"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep bij het hof (judiciële lus) tegen nieuwe uitspraak op bezwaar over een beschikking invorderingsrente van € 5 in verband met een naheffingsaanslag BPM. Diverse formele beslispunten. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00321</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, L.B.M. Klein Tank, T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2024-04-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1463</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1463</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1463"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting; verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/428</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1880</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1880</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1880"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet waardering onroerende zaken; artikel 40 Wet WOZ; werkafspraken in relatie tot artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04929</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-12-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3966</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:776</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:776</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:776"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:787 Art. 220(a) Gemeentewet. Onroerendezaakbelasting voor gebruikers. Begrip ‘gebruik’. Criterium ‘metterdaad bezigen ter bevrediging van de eigen behoeften’. Is sprake van ‘gebruik’ door belanghebbende van een onroerende zaak hoewel het op de peildatum niet mogelijk is de onroerende zaak op de beoogde wijze te gebruiken als gevolg van corona-maatregelen? Aan belanghebbende is een aanslag onroerendezaakbelasting voor gebruikers voor het jaar 2021 opgelegd ter zake van een onroerende zaak waarin belanghebbende een sportschool exploiteert. Het Hof heeft geoordeeld dat hoewel belanghebbende de onroerende zaak niet kon gebruiken voor de beoogde commerciële activiteiten door de corona-maatregelen, belanghebbende op de peildatum 1 januari 2021 gebruiker was in de zin van art. 220(a) Gemeentewet, omdat zij de onroerende zaak steeds bewust voor zichzelf ter beschikking heeft gehouden met de intentie haar weer te exploiteren als sportschool zodra dit mogelijk was. Het Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat belanghebbende toegang tot de onroerende zaak had, dat de onroerende zaak in afwachting van de heropening steeds volledig als sportschool bleef ingericht en dat minimale schoonmaakwerkzaamheden zijn uitgevoerd. A-G Pauwels betoogt, gebruikmakend van een analyse in de bijlage bij zijn conclusie, dat het oordeel van het Hof juist is. De omstandigheid dat op en rond de peildatum gebruik op de beoogde wijze niet mogelijk is, staat – anders dan belanghebbende betoogt – als zodanig nog niet eraan in de weg dat, naar de omstandigheden op de peildatum beoordeeld, de onroerende zaak metterdaad wordt gebezigd voor de eigen behoefte die gelegen is in de beoogde wijze van gebruik. Gelet op de door het Hof vastgestelde en in cassatie niet dan wel tevergeefs bestreden omstandigheden dat (i) voorafgaande aan de beperking wegens de corona-maatregelen de onroerende zaak als sportschool werd gebruikt, (ii) de onroerende zaak gedurende de periode van sluiting volledig als sportschool bleef ingericht, en (iii) op de peildatum kan worden aangenomen dat belanghebbende de onroerende zaak weer als sportschool zal gebruiken zodra dit mogelijk wordt, wordt de onroerende zaak op 1 januari 2021 door belanghebbende gebruikt in de zin van art. 220(a) Gemeentewet. Het cassatieberoep van belanghebbende is volgens de A-G ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03445</description><issued>2024-08-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1354</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1642</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1642</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1642"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet bpm. VWEU. Extra leeftijdskorting. Paragrafen 6.1 en 6.2 van het Kaderbesluit bpm. Geen gerechtvaardigd beroep op het gelijkheidsbeginsel. Geen aanspraak op een lager tarief. Geen aanleiding voor een hogere schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Geen aanleiding voor een hogere of integrale proceskostenvergoeding. Bevoegdheid van de nationale rechters om het Unierecht uit te leggen. Geen verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen. Het vooraf heffen van griffierecht is niet in strijd met het Unierecht. Geen recht op integrale proceskostenvergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/266 tot en met BK-23/275</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:2597</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1920</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1919</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1919</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1919"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak is op verzoek gepubliceerd en niet door het gerechtshof geselecteerd om te worden gepubliceerd. Derhalve is er geen samenvatting beschikbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1675 en 22/1676</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, A.H.W. Steijn, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-08-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:5362</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:306</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1030</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1030</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1030"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02593</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-07-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:1823</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1918</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1918</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1918"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02662</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-12-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1638</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:13676</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:13676</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:13676"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-05-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat eiseres (een B.V.) een auto ter beschikking heeft gesteld aan de heer X. De heer X was in dienstbetrekking werkzaam bij eiseres en verrichte tevens werkzaamheden voor eiseres op basis van een managementovereenkomst tussen eiseres en de management B.V. van de heer X. In overeenstemming met de managementovereenkomst heeft eiseres een vergoeding betaald aan de management B.V. voor de auto van de heer X. Anders dan eiseres heeft betoogd, is het om de auto ter beschikking te kunnen stellen niet noodzakelijk dat eiseres de eigendom heeft van de auto. Eiseres is terecht als inhoudingsplichtige aangemerkt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 21/7002 en 21/7003</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. van Duijvenvoorde-Richters</contributor><issued>2024-01-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4732"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Recht van schenking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3118</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.P.A. Boersma</contributor><issued>2024-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:804"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 16, lid 2, onderdeel a, AWR; art. 9.6 Wet IB 2001; Belanghebbende heeft voor een in Nederland gevestigde werkgever gewerkt in Oman. Op grond van het met terugwerkende kracht van toepassing zijnde Golfstatenbesluit is de eerder ingehouden en afgedragen loonheffing aan de werkgever grotendeels terugbetaald. De werkgever heeft de teruggaaf niet doorbetaald aan belanghebbende. Nadien is dat bedrag bij ambtshalve vermindering van inkomstenbelasting ook - op zijn verzoek - aan belanghebbende verstrekt, kort daarna gevolgd door een navorderingsaanslag ter zake van dat terugbetaalde bedrag. Het Hof oordeelt dat artikel 16, lid 2, onderdeel a, AWR niet, maar het vertrouwensbeginsel wel in de weg staat aan de navorderingsaanslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/913</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:12568</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2117</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2117</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2117"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De inspecteur heeft aan belanghebbende een navorderingsaanslag erfbelasting opgelegd en tevens een vergrijpboete opgelegd. Het hof is van oordeel dat de inspecteur partieel beschikt over een nieuw feit. Verder acht het hof aannemelijk dat erflater op enig moment in de periode van tien jaar voor zijn overlijden in Nederland woonde en dat de door de inspecteur belaste verkrijging tot een te hoog bedrag in aanmerking is genomen. Het hof vermindert de navorderingsaanslag. Het hof vernietigt de boete, omdat de inspecteur niet heeft doen blijken dat belanghebbende, door in de aangifte te vermelden dat erflater niet in Nederland woonachtig is geweest, opzettelijk dan wel grofschuldig onjuist aangifte heeft gedaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2273</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, R.C.H.M. Lips, B.F.A. van Huijgevoort</contributor><issued>2024-07-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:6124</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2142"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet IB 2001. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de gastenkamers in de B&amp;B naar aard en inrichting geen woningen zijn en ook niet bestemd zijn om als zodanig te worden gebruikt (artikel 3.45, lid 1, letter c, Wet IB 2001). De inspecteur heeft de toepassing van de kleinschaligheidsinvesteringsatrek ten onrechte geweigerd. Hoger beroep inspecteur ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1527</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, I. Reijngoud, J. Wessels</contributor><issued>2024-07-18</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 3.45</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:4689</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1479"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ – waarde van drie aan het water gelegen recreatiewoningen in een recreatiepark is niet te hoog vastgesteld – de rechtbank oordeelt dat van de gedeelten van de percelen bij de onderhavige objecten die uit water bestaan, niet kan worden gezegd dat deze een ‘openbare waterweg’ vormen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van de Uitvoeringsregeling. Niet alleen zijn die watergedeelten door de afgesloten brug niet voor een ieder vrij toegankelijk en kan een ieder dus niet vrij daarvan gebruik maken, ook maken zij geen deel uit van een vaarweg zoals gedefinieerd door de Hoge Raad, die aan het begrip ‘openbaar vaarwater’ een engere betekenis toekent dan aan het begrip ‘openbaar water’ – overige (formele) punten slagen niet – beroepen ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB_LEE 22/1434, 22/1435 en 22/1436</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2024-05-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1740</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1740</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1740"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen IB/PVV over de jaren 2014 en 2015 - omkering - vergrijpboeten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/3908 tot en met 22/3911</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-03-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:881</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1322</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1322</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1322"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Heffingsambtenaar heeft een dwangsom verbeurd. Beroep tegen uitspraak op bezwaar bevat ook een klacht over het niet vaststellen van een dwangsombeschikking, waarop rechtbank had moeten beslissen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/753</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1062</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1062</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1062"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 23 Wet MRB; naheffingsaanslag fijnstoftoeslag motorrijtuigenbelasting; uitstoot; fijnstof en roet; bezwaar tegen rekening is zonder voorwerp; tegenbewijsregeling; geen tegenstrijdigheid door verschil in woordkeuze; proceskostenvergoeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/5, BK-23/6 en BK-23/7</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1211</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:5554</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:5554</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:5554"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Trailers, onderdeel Trailers 3. Intracommunautaire BTW-fraude in autobranche. OM gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege schending vertrouwensbeginsel. Toetsingskader weigering toepassing BTW-nultarief weergegeven. Integrale vrijspraak voor het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en valsheid in geschrift.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 81/307060-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2024-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1209</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1209</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1209"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm. Het hof is van oordeel dat de rechtbank ten onrechte het dictum van de uitspraak op bezwaar heeft gecorrigeerd, omdat de correctie van de misslag geen redelijk belang van belanghebbende kan dienen. Om diezelfde reden laat het hof de uitspraak van de rechtbank in stand. Het hof corrigeert wel de gevolgen van het gegronde beroep. Het hof wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af wegens het gering financieel belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01483</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, L.B.M. Klein Tank, T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2024-04-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:4232</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1255"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:1045</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:5448</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:5448</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:5448"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzuimboete aangifte IB. Te laat door omstandigheden gedurende coronatijd. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/4108</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, A.A. Fase</contributor><issued>2024-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:546</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:546</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:546"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">art. 3.62 Wet IB. In geschil is of: - Het noodzakelijk is dat zowel in de aangifte van de overleden echtgenoot als de achterblijvende echtgenoot om doorschuiving wordt verzocht; - Het doorschuivingsverzoek ook betrekking heeft op het buitenvennootschappelijke ondernemingsvermogen of alleen op het maatschapsvermogen. De rechtbank oordeelt dat voor doorschuiving vereist is dat degene die de onderneming voortzet dit bij de aangifte van de overleden belastingplichtige verzoekt. De rechtbank oordeelt verder dat een doorschuivingsverzoek alleen betrekking kan hebben op het gehele ondernemingsvermogen van de overledene en dat niet de mogelijkheid bestaat om op bepaalde vermogensbestanddelen van een onderneming de doorschuifregeling wel toe te passen en op andere vermogensbestanddelen niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2379 en 22/2380</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. van den Bosch, M. Sanna, A.M.A.M. Kager</contributor><issued>2024-03-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5853</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5853</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5853"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegersboete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/908</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2024-09-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:274"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03954</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-02-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:2042</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:221</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:221</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:221"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ, uitspraak over procedeergedrag met standaardstukken. De rechtbank schuift het beroepschrift en de ‘pinpointbrief’ terzijde, nadat de gemachtigde op verschillende manieren is gewaarschuwd. De op de zitting ingenomen standpunten zijn te laat en worden wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten. De redelijke termijn wordt met een jaar verlengd, vanwege de grote hoeveelheid procedures die de gemachtigde aanbrengt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 22/728 e.v.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K. de Meulder</contributor><issued>2024-02-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7023</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7023</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7023"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2016 t/m 2019 en naheffingsaanslagen OB 2017 t/m 2020</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 4080 t/m 23 _ 4090</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-10-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1438</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1029"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02472</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-07-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:947</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1297</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1297</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1297"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 219 en 223 Gemeentewet (forensenbelasting). Tariefsverhoging en regulering woningmarkt. HR 13 september 2024 ECLI:NL:HR:2024:1159. Art. 1 EP EVRM. Individuele buitensporige last.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00880</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:247</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1197</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1224</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1903</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1903</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1903"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00446</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-12-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:3572</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8308"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffing OB; vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9746</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-12-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:5456</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:5456</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:5456"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Matiging vergrijpboete. Persoonlijke omstandigheden van eiser en het geven van openheid van zaken en tonen berouw leiden ertoe dat de vergrijpboete wordt gematigd van 50% naar 25%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/1482</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, A.A. Fase</contributor><issued>2024-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2458</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2458</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2458"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 2, lid 1, letter g, Wet Vpb. Belastingplicht gemeente ten aanzien van (i) reclameactiviteiten en (ii) activiteiten met betrekking tot brandstofverkooppunten. Belanghebbende drijft met reclameactiviteiten, die gezamenlijk moeten worden beoordeeld, een onderneming. Activiteiten met betrekking tot brandstofverkooppunten gaan normaal vermogensbeheer te boven (voldaan aan arbeid-plustoets en rendement-plustoets) en vormen een onderneming. Geen strijd met gelijkheidsbeginsel of evenredigheidsbeginsel. Compromis over in aanmerking te nemen indirecte kosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01017</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:9142</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2127</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2127</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2127"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dividendbelasting internationaal.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3810</description><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3809</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-04-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1205</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1205</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1205"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet financiering sociale verzekeringen (oud). Berekening premiekorting voor het in dienst nemen van oudere en arbeidsgehandicapte werknemers. Het hof is van oordeel dat in arbeidscontracten waarin een aantal uren is overeengekomen, maar waarbij uitdrukkelijk is bepaald dat dit een minimum is (‘tenminste’-contract), geen sprake is van een vast overeengekomen arbeidsduur in de zin van artikel 50b Wfsv (tekst 2014 en 2015) dan wel artikel 50c Wfsv (tekst vanaf 2016). Hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01155 tot en met 22/01158</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, W.A. Sijberden, I. Reijngoud</contributor><issued>2024-04-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1832</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1583</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1578"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk niet betalen van omzetbelasting, art. 69a.1 AWR. 1. Ontvankelijkheid OM en hetzelfde feit, art. 243.2 en 255.1 Sv jo. art. 50 Handvest van grondrechten EU. Kon hof oordelen dat vervolging voor overtreding van art. 69a.1 AWR niet betrekking heeft op “hetzelfde feit” a.b.i. art. 255.1 Sv als waarvoor eerder aan verdachte een verzuimboete o.g.v. art. 67c AWR is opgelegd? 2. Verzoek om prejudiciële vraag te stellen aan HvJ EU over uitleg van art. 50 Handvest. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2011:BM9102 m.b.t. “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr. Daarbij genoemde vergelijkingsfactoren zijn ook bepalend bij beoordeling of sprake is van “hetzelfde feit” a.b.i. art. 243.2 jo. 255.1 Sv. In geval dat bestuurlijke boete is opgelegd, gaat het bij toepassing van vergelijkingsfactor juridische aard van feiten om vergelijking van (i) in tll. omschreven en aan boete ten grondslag liggende verwijten, mede aan de hand van rechtsgoederen die worden beschermd door enerzijds toepasselijke bestuursrechtelijke norm en anderzijds delictsomschrijving, en (ii) bepalingen die betrekking hebben op maximale bestraffing van onderscheiden feiten (vgl. HR:2016:222). Zowel in rechtspraak van HR over art. 68 Sr en 255.1 Sv als in rechtspraak van HvJ EU over art. 50 jo. 52 Handvest staat ne bis in idem-beginsel centraal. Dit beginsel beschermt tegen onevenredige bestraffing en ongerechtvaardigde cumulatie van procedures. Dat dit beginsel zowel nationaalrechtelijke als EU-rechtelijke uitwerking kent, betekent niet dat inhoud van begrip “hetzelfde feit” in art. 68 Sr en 255.1 Sv samenvalt met (en moet worden afgestemd op) betekenis van begrip “hetzelfde delict” in art. 50 Handvest. Daarmee houdt verband dat art. 50 Handvest een eigen beperkingssystematiek kent via art. 52 Handvest. Dat sprake is van “hetzelfde delict” a.b.i. art. 50 Handvest, betekent namelijk niet z.m. dat herhaalde berechting of bestraffing van bepaalde gedraging in strijd is met Handvest. Nationaalrechtelijke bepalingen waarin ne bis in idem-beginsel tot uitdrukking komt, kennen niet zo’n beperkingssystematiek. Oordeel dat sprake is van “hetzelfde feit” leidt er bij toepassing van art. 68 Sr en 255.1 Sv (in beginsel) toe dat herhaalde berechting of bestraffing niet is toegestaan. Strafrechter moet in zaken die binnen werkingssfeer Handvest vallen, niet alleen nagaan of strafrechtelijke vervolging verenigbaar is met art. 68 Sr en art. 255.1 Sv, maar ook (als art. 68 Sr en/of art. 255.1 Sv niet al aan die vervolging in de weg staan) onder ogen zien of strafrechtelijke vervolging en bestraffing te verenigen zijn met art. 50 jo. 52 Handvest en, zo ja, welke straf in het licht van eventuele cumulatie van procedures nog passend is. M.b.t vervolgingsbeslissing geldt dat in fiscale zaken waarin zowel oplegging van bestuurlijke boete als strafrechtelijke afdoening openstaat, beleidsregels in Protocol AAFD 2023 (Stcrt. 2023, 16878) ertoe strekken dat afstemming plaatsvindt tussen Belastingdienst en OM over te kiezen afdoeningsmodaliteit(en). Hoewel protocol dat niet expliciet bepaalt, moet dit protocol zo worden toegepast dat afstemming ook plaatsvindt in gevallen waarin het gaat om gedragingen die (deels) dezelfde materiële feiten betreffen a.b.i. rechtspraak van HvJ EU. Hiermee wordt tegengegaan dat strafrechtelijke vervolging plaatsvindt als met (uitsluitend) bestuursrechtelijke handhaving kan worden volstaan. Ook afgezien van in beleidsregels neergelegde (afstemmings)voorschriften kan het aangewezen zijn dat afstemming plaatsvindt om te voorkomen dat cumulatie van procedures plaatsvindt die in het licht van de uit Handvest voortvloeiende vereisten niet kan worden gerechtvaardigd. Als in feitelijke instantie het verweer wordt gevoerd dat beslissing tot strafrechtelijke vervolging niet in overeenstemming met de o.g.v. art. 50 Handvest geldende vereisten voor onderlinge afstemming is genomen en dat daarom OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard in vervolging, zal rechter hierop gemotiveerd moeten beslissen. Die motivering kan in cassatie worden getoetst. Daarnaast geldt in zaken waarin sprake is van (tweede) vervolging, terwijl (i) verdachte al eerder in straf- of bestuursrechtelijke procedure is bestraft voor gedragingen die (deels) dezelfde materiële feiten a.b.i. rechtspraak HvJ betreffen, maar (ii) geen sprake is van vervolging voor “hetzelfde feit” a.b.i. art. 68 Sr en/of art. 255.1 Sv, dat strafrechter zich bij strafoplegging ervan zal moeten vergewissen dat nadelen die verdachte a.g.v. beide procedures lijdt niet onevenredig zijn (vgl. HR:2021:387, HR:2018:2350 en HR:2022:364). Hiervan zal uit motivering van (eventuele) strafoplegging moeten blijken. Opvatting dat in geval dat bestuurlijke boete is opgelegd voor inhoud van begrip “hetzelfde feit” in art. 255.1 Sv aansluiting moet worden gezocht bij betekenis van begrip “hetzelfde delict” in art. 50 Handvest, is onjuist gelet op wat hiervoor is overwogen. Ad 2. Gelet op wat hiervoor is overwogen, kan opgeworpen vraag worden beantwoord aan de hand van (in het bijzonder) hiervoor genoemde rechtspraak van HvJ EU. Er bestaat dan ook geen aanleiding voor stellen van prejudiciële vraag aan HvJ EU. Volgt verwerping. Vervolg op HR:2022:1364.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01620</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1378</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:845</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:62</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:62</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:62"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2254 en 23/2292</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, S.A.J. Bastiaansen, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2024-01-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1915</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1915</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1915"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. kosten taxatierapport. Het Hof vermindert de kostenvergoeding voor het taxatierapport omdat sprake is van een automatisch gegenereerd taxatierapport waaraan weinig tijd is besteed. Het Hof laat de wegingsfactor van de proceskostenvergoeding zoals vastgesteld door de Rechtbank in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/1177</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:20597</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:154"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02191</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1040</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2023:6081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2023:6081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2023:6081"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. Waardering woning. Eisers gemachtigde wordt verzocht in toekomstige zaken korter en bondiger te procederen. Verweerschrift is tijdig ingediend. Voldoende rekening gehouden met de verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten. Beroep ongegrond. Geen pkv voor door eisers gemachtigde (standaard) opgeworpen formele punten. Toekenning verzoek om immateriële schadevergoeding voor overschrijding redelijke termijn o.b.v. € 50 per half jaar overschrijding (vgl. ECLI:NL:RBOBR:2023:5889) + pkv voor verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/746</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F. Vink</contributor><issued>2024-01-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7025</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7025</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7025"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting, startersvrijstelling, verkrijging voormalige basisschool</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 10714</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-10-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:2369</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:2369</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:2369"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Specifieke zorgkosten. IMSV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00120</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1501</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1501</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1501"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar in (hoger) beroep. Het Hof gaat ervan uit dat de Hoge Raad niet per definitie heeft uitgesloten dat de tijdigheid van een bezwaar in beroep alsnog door het bestuursorgaan aan de orde kan worden gesteld. In casu staan het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel hier niet aan in de weg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/333</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:2977</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:451</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1240</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1240</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1240"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">ontvankelijkheid beroep ontbonden BV</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/3979</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-03-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1454</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1840</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1840</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1840"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2873</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd</contributor><issued>2024-04-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:571</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:571</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:571"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ; art. 17, lid 3; gecorrigeerde bedrijfswaarde; stelplicht en bewijslast; betekenis HR 14 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2015AU4300 (Oostflakkee); exploitatieresultaten gebruiker van belang?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03770</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:7510</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1069</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:115</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:115</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:115"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Gegrond. Parkeerbelasting. De rechtbank is van oordeel dat de scanfoto’s in deze zaak aanleiding hadden moeten geven tot twijfel of sprake was van parkeren. Bij een situatie van twijfel ligt het op de weg van de heffingsambtenaar om een parkeercontroleur naar de desbetreffende locatie te sturen om te controleren of daadwerkelijk sprake is van parkeren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3214</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2024-01-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:370</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:370</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:370"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Verzoek omzetting ab-verliezen in een belastingkorting. Tarief berekening belastingkorting artikel 4.53 Wet IB 2001. Doorslaggevend is het jaar waarop het verzoek ziet. Het is toegestaan om het verzoek te wijzigen, zolang de beschikking belastingkorting niet onherroepelijk is vastgesteld. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 22/2841 e.v.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius, W.E. baron van Asbeck, L.L. van Benthem</contributor><issued>2024-01-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1800</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1800</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1800"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikelen 30h en 30hb AWR. Artikel 1 Besluit belasting- en invorderingsrente. Beschikking belastingrente. Minimumpercentage van 4 is niet in strijd met artikel 1 EP, artikel 6 en 7 EVRM, artikel 49, lid 3, EU Handvest en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/1127</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1437</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1437</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1437"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04300</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3374</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:4321</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:4321</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:4321"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak is gepubliceerd op verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 20/1518 e.v.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.M. Smit, A.P. Vaatstra, J. Kluft</contributor><issued>2024-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5661"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ambtshalve vermindering IB/PVV 2019, inkomsten uit eigen woning</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 2335</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8154</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8154</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8154"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM; ondernemersvrijstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/5754</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-12-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3417"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. De gemeente mag in haar Parkeerverordening onderscheid maken tussen een bromfiets en de subcategorie brommobiel. Het voertuig van belanghebbende is terecht aangemerkt als brommobiel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02530 tot en met 22/02533</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2291</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2291</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2291"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Formele kwesties. 8:118 Awb vanwege intrekking incidenteel hoger beroepen inspecteur. Pkv in beroep, toegekend in één moederuitspraak, niet te laag. Samenhang. Ook voor imsv (totaal € 15.000 voor beroepen tegen ongeveer 875 uitspraken op bezwaar).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/501 t/m 23/513 en 23/533 t/m 23/536</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:914</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:914</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:914"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 6.17, lid 1, aanhef en letter b, Wet IB 2001. Aftrek specifieke zorgkosten. Vervoerskosten i.v.m. ziekte of invaliditeit. Parkeerkosten deels aftrekbaar. Overige vervoerskosten niet aftrekbaar, omdat niet aan het vergelijkingscriterium is voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/823</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:71</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:71</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:71"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen omzetbelasting gelegen in de tijdvakken 2015-2017. Herstel gebrek inspecteur na tussenuitspraak, hoor- en inzagerecht. De na tussenuitspraak door de inspecteur in stand gelaten naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen zijn terecht opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 19/673 tot en met 19/677</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-01-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6417"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Eigenwoningregeling. Paardenaccommodatie is geen aanhorigheid van woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1 t/m 23/5</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): tweede meervoudige kamer</contributor><issued>2024-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:5768</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3599</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3599</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3599"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende over het jaar 2013 niet de vereiste aangifte gedaan zodat de bewijslast dient te worden omgekeerd en verzwaard. De navorderingsaanslag IB/PVV 2013 is niet te hoog vastgesteld. De inspecteur heeft ook terecht revisierente en belastingrente in rekening gebracht. De verzuimboeten over de jaren 2014 tot en met 2016 en 2019 zijn naar het oordeel van de rechtbank terecht opgelegd en zijn deze ook passend en geboden. Van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel is geen sprake. Belanghebbende heeft ook geen recht op een schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1986, 21/2350 t/m 21/2352 en 23/3393</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, J.H. Bogert, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5079</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5079</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5079"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geheimhouding / artikel 8:29 Awb</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 2596</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Geheimhoudingsbeslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-08-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:375"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Strafrecht. Verschoningsrecht van advocaten en andere functioneel verschoningsgerechtigden (art. 218 Sv) bij vordering door openbaar ministerie van gegevens van aanbieder van communicatiedienst (art. 126ng/ug Sv). Filtering en vernietiging van gegevens (art. 126aa Sv). Hoge Raad formuleert uitgangspunten voor te volgen procedure en gaat daarbij in op vragen in welke gevallen tot filtering moet worden overgegaan, of filtering door of onder verantwoordelijkheid van officier van justitie dan wel rechter-commissaris moet worden verricht, welke eisen daarbij gelden en in hoeverre hierbij rol toekomt aan verschoningsgerechtigde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudiciële beslissing</description><issued>2024-03-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1122</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:2816</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6146"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Schending beginsel van hoor en wederhoor door de rechtbank en onduidelijkheid over wie voorzitter van de meervoudige kamer van de rechtbank was leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Finale geschilbeslechting. Waardevaststelling woning. Vergoedingen voor immateriële schade en proceskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2691</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2023:4481</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:3962</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:3962</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:3962"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">MRB. Gepubliceerd op verzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22_2963</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Westerbaan</contributor><issued>2024-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:3338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:3338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:3338"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, bronvraag, heretikettering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/2748, 23/2749, 23/2750, 23/2752 en 23/2754</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2024-10-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4368</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4368</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4368"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen OB; diverse correcties vooraftrek; verzuim- en vergrijpboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/8904 en BRE 23/8905</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-06-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3529</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3529</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3529"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm, interne compensatie, schade, historische nieuwprijs. Het hof oordeelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel niet slaagt. De inspecteur kan daarom een beroep doen op interne compensatie. Het hof oordeelt dat de krassen in de lak van de voorbumper meer dan normale gebruikssporen zijn. Omdat het bedrag aan schade waar de inspecteur ten onrechte rekening mee heeft gehouden hoger is dan de extra leeftijdskorting, oordeelt het hof dat er te weinig in plaats van te veel Bpm is nageheven. Het beroep op interne compensatie slaagt. Het hof oordeelt dat het belanghebbende niet vrijstaat om de historische nieuwprijs die volgt uit de koerslijst te wijzigen door uit te gaan van een hogere CO2-uitstoot. Zowel de catalogusprijs als de handelsinkoopwaarde moet betrekking hebben op dezelfde referentieauto. De berekening van belanghebbende van de historische nieuwprijs berust op een onjuiste rechtsopvatting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01183</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.H.P. Groenland, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2555</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1194"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00130</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2823</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:862</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:862</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:862"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">beleggingsfonds; verhandelbare participatiebewijzen; art. 3 van de Wet Vpb; buitenlandse belastingplicht; andere vennootschap welker kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld, doelvermogens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/04201</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-06-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:2629</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:517</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6052</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6052</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6052"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Belastingrente. Vergoeding voor immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2402 en 23/2403</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1212</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1212</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1212"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Diverse formele (standaard) klachten. Hoger beroep belanghebbende ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00553</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, L.B.M. Klein Tank, T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2024-04-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:1890</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1282</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1246</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1246</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1246"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01083</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:694</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:8442</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8442</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:8442"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser beschikt niet over een openbaar-vervoerverklaring of reisverklaring. Reeds daarom bestaat geen recht op reisaftrek. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_4975</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema</contributor><issued>2024-06-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:11418</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11418</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:11418"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Einduitspraak; Wet hersteloperatie toeslagen (Wht); aanvraag herbeoordeling recht op kinderopvangtoeslag; Dienst Toeslagen heeft niet de in de eerdere tussenuitspraak geconstateerde gebreken hersteld, doordat Dienst Toeslagen eiseres niet heeft gehoord, niet daaraan voorafgaand de op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage heeft gelegd en niet per herstelmaatregel als genoemd in artikel 2.7, vierde lid, van de Wht aan de hand van de bezwaren heeft gemotiveerd of eiseres daarvoor in aanmerking komt; beroep gegrond; overwegingen ten overvloede ten aanzien van horen en hoger beroep door Dienst Toeslagen. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2024:9962 (tussenuitspraak)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROT 23/5468</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Boonstra</contributor><issued>2024-11-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:237</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:237</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:237"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB en Zvw. Art. 3:4, lid 2, en 8:60 Awb. Boekenonderzoek aanvaardbaarheid aangiften IB. Het Hof passeert het (getuigen)bewijsaanbod. De Rechtbank heeft het belastbare inkomen uit werk en woning correct vastgesteld. Belanghebbende heeft de herkomst van de contante gelden niet aannemelijk gemaakt en geen nadere onderbouwing voor de kortlopende schulden gegeven. De negatieve kas blijkt uit de eigen administratie van belanghebbende. Geen vermindering van de belastingrente vanwege onvoldoende voortvarend handelen door de Inspecteur of schending van het evenredigheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/81 en BK-23/82</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:293</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:293</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:293"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:355 Gebrekkige bezorging van aangetekend verzonden post; reden om het weerlegbare bewijsvermoeden van ontvangst van bestuurlijke en gerechtelijke post te heroverwegen? Feiten: in hoger beroep was in geschil of een dwangsombesluit rechtmatig is genomen en of het correct is bekendgemaakt aan de belanghebbende, maar in cassatie is alleen nog van belang hetgeen het Hof ‘vooraf’ heeft overwogen, nl. dat de gemachtigde kort voor de Hofzitting de griffier heeft laten weten dat (i) de aangetekend verzonden uitnodiging voor die zitting hem noch de belanghebbende heeft bereikt; (ii) de in de gegevens van PostNL voorkomende handtekening voor ontvangst van die aangetekende zending niet de zijne is; (iii) hij op de dag waarop de uitnodiging volgens PostNL bij hem is bezorgd (26 november 2022) in het buitenland verbleef; en (iv) hij noch de belanghebbende ter zitting kon verschijnen, opnieuw wegens verblijf buitenslands. Hij verzocht het Hof daarom (opnieuw) om uitstel van de zitting. Hij stelde dat de postbezorger zelf voor ontvangst heeft getekend en dat hij noch de belanghebbende zich geroepen voelden dat te bewijzen. Het Hof constateerde dat de uitnodiging voor de zitting aangetekend is verzonden naar het door de gemachtigde opgegeven adres en dat blijkens de Track &amp; Trace gegevens van PostNL die post op dat adres is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Volgens het Hof is de belanghebbende aldus correct uitgenodigd. Dat de gemachtigde stelt op die datum niet op dat adres verbleven te hebben, leidde niet tot een ander oordeel omdat de gemachtigde dat adres zelf heeft opgegeven en er kennelijk iemand aanwezig was die open deed en het poststuk in ontvangst nam. Dat dat wellicht niet de gemachtigde zelf was, doet er niet aan af dat de uitnodiging correct is bekendgemaakt. Het ligt volgens het Hof op de weg van de gemachtigde om er voor te zorgen dat poststukken die bij zijn afwezigheid worden bezorgd naar hem worden doorgezonden of anderszins aan hem ter kennis worden gebracht. In cassatie betoogt de belanghebbende dat zij haar standpunt niet ter zitting heeft kunnen uiteenzetten en dat zich een justitiële dwaling voordoet. Zij herhaalt dat zij noch haar gemachtigde de aangetekend verzonden uitnodiging voor de zitting in hoger beroep heeft ontvangen en dat zij noch haar gemachtigde voor ontvangst heeft getekend. Zij stelt dat er niemand (anders) aanwezig was op het adres ten tijde van de aanbieding van het aangetekende stuk van 22 november 2022. A-G Wattel behandelt in een bijlage, die ook gaat bij de conclusie in zaak 23/02244 van dezelfde datum, de relevante juridische regelingen, parlementaire geschiedenis en feitelijke uitvoering van de bezorging van door bestuursorganen en rechterlijke instanties aangetekend verzonden poststukken, en de rechtspraak en literatuur over gevallen waarin de belanghebbende stelt aangetekend aan hem verzonden post niet ontvangen te hebben. De A-G merkt over belanghebbendes geval op dat (i) de heffingsambtenaar de ontvangst van door de belanghebbende beweerdelijk verzonden bezwaarschriften en ingebrekestelling ontkent en gemotiveerd stelt dat de door haar geproduceerde scans van enveloppen door haar of haar gemachtigde gefabriceerde vervalsingen zijn, (ii) de Rechtbank zich heeft afgevraagd hoe de belanghebbende kon beschikken over (kopieën van) beweerdelijk door haar verzonden enveloppen mét poststempel als zij die niet van de geadresseerde retour heeft ontvangen en heeft geconstateerd dat uit haar eigen e-mail blijkt dat zij een beweerdelijk niet ontvangen uitspraak wel degelijk heeft ontvangen en (iii) het Hof zich bij de Rechtbank heeft aangesloten. De A-G voegt daar aan toe dat hem ontgaat hoe de gemachtigde c.q. de belanghebbende er steeds in slaagt (net) op tijd te reageren op berichten van het waterschap of van de rechtspraak die haar of haar gemachtigde volgens haar nooit bereikt hebben. Het lijkt de A-G verder evident onredelijk om tot aan de Hoge Raad te procederen over een (ingebrekestelling ter zake van een) financieel belang van maximaal € 5,62, waarbij bovendien onduidelijk is gebleven welk inhoudelijk bezwaar de belanghebbende na ambtshalve vermindering nog gehad zou kunnen hebben tegen de tot op € 5,62 verminderde aanslag. Belanghebbendes geval biedt zijns inziens dus geen aanleiding tot rechterlijke aandacht voor haar rechtsbescherming, maar eerder tot aandacht van de Officier van Justitie voor de door haar of haar gemachtigde geproduceerde scans. Haar cassatieberoep zou normaal gesproken in aanmerking komen voor niet-ontvankelijkverklaring op basis van art. 80a Wet RO, maar haar zaak is toch voor conclusie geselecteerd, samen met zaak 23/02244, omdat er in algemene zin wel degelijk zorgen bestaan over de betrouwbaarheid van de bezorging van aangetekend door bestuursorganen en de rechtspraak verstuurde stukken. Daarover gaat de bijlage bij de conclusies. Op basis van de bevindingen in die bijlage concludeert de A-G dat er reden bestaat om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de track &amp; trace gegevens van postNL over de bezorging van aangetekende post, met name omdat er systemische zwaktes bestaan die er onder toe leiden dat: (i) er niet steeds een afhaalbericht wordt achtergelaten als niet wordt opengedaan; (ii) bij niet-thuis postbezorgers kennelijk zelf wel eens krabbels op ontvangstbewijzen zetten om het aangetekende stuk niet mee terug te hoeven nemen naar een afhaalpunt, maar het onreglementair in de brievenbus of ergens in de buurt van de voordeur achter te kunnen laten; (iii) postbezorgers het etiket ‘aangetekend’ wel eens van de envelop afscheuren om het bij achterlating geldende vereiste van een ondertekend ontvangstbewijs geheel te omzeilen; (iv) postbezorgers het stuk wel eens afgeven aan anderen dan de geadresseerde of diens volwassen huisgenoot; (v) de identiteit of vertegenwoordigingsbevoegdheid van degene bij wie het aangetekende poststuk wordt achtergelaten, of die het stuk weigert, nooit wordt gecontroleerd. Dat is betreurenswaardig, maar de A-G meent dat de geldende bewijslastverdeling en het zwakke op de track &amp; trace gegevens gebaseerde bewijsvermoeden van reglementaire bezorging de feitenrechter voldoende ruimte bieden om serieuze rechtszoekenden te kunnen beschermen. De tegenbewijsregel die HR BNB 2021/97 stelt kan moeilijk nog soepeler. Als een partij stelt dat het aangetekende stuk niet is uitgereikt of geen afhaalbericht op het juiste adres is achtergelaten, is voor het aannemelijk maken daarvan al voldoende dat die partij slechts “feiten en omstandigheden aanvoert op grond waarvan de ontvangst of de aanbieding van het stuk, in weerwil van de gegevens van PostNL, redelijkerwijs kan worden betwijfeld.” Er moet dus weliswaar meer zijn dan een blote ontkenning van die gegevens, maar de feitenrechter heeft een grote vrijheid om een ook maar enigszins aannemelijke weerspreking van die gegevens als voldoende tegenbewijs aan te merken als hij de betrokken procespartij als geloofwaardig beschouwt c.q. hij reden heeft om aan die gegevens, met name aan de herkomst van de handtekening op het ontvangstbewijs te twijfelen. De A-G meent verder dat ervan kan worden uitgegaan dat de noodzaak tot bewijsrechtelijke tegemoetkoming van geadresseerden van aangetekende bestuurlijke en gerechtelijke post afneemt doordat (i) steeds meer en vaker bezwaar en (hoger) beroep digitaal ingediend kan of moet worden en steeds meer procescorrespondentie electronisch zal verlopen, (ii) de ACM geacht wordt de wettelijk vereiste ‘goede kwaliteit’ van de aangetekende-postbezorging te controleren en zo nodig te handhaven, en (iii) PostNL aangekondigd heeft aangetekende post binnenkort niet meer mee te geven aan de duizenden gewone-postbezorgers, maar aan een klein aantal (vooral) aangetekende-postbezorgers. Het probleem zit zijns inziens ook niet in de bewijsregel, die slechts een noodgreep is om uit de bewijsnood te komen die veroorzaakt wordt door de ondermaatse kwaliteit van de bezorging van aangetekende post, die gelegenheid opent tot betwisting van ontvangst, maar in die ondermaatse kwaliteit, die opgelost moet worden door PostNL of door de toezichthouder ACM. De A-G acht ’s Hofs oordeel in belanghebbendes geval rechtskundig juist, nu het Hof de correcte (bewijs)maatstaf en bewijslastverdeling heeft toegepast en zijn feitelijke oordeel over (de geloofwaardigheid van) belanghebbendes (gemachtigdes) stellingen over de (niet-)ontvangst van de (tweede) uitnodiging voor een zitting zijns inziens geenszins onbegrijpelijk is en voor het overige voorbehouden is aan het Hof. Conclusie: ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02561</description><issued>2024-03-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:750</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2280</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2280</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2280"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 29, lid 7 Wet OB. In aftrek gebrachte omzetbelasting terecht gecorrigeerd. Nultarief ten onrechte toegepast. Dat de goederen Nederland hebben verlaten is niet geloofwaardig. De vergrijpboete is terecht opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01294 en BK-22/01295</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:15018</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7115</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7115</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7115"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, premieplichtige periode voor de volksverzekeringen. ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/2579</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-10-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2743</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2743</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2743"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof is van oordeel dat niet aannemelijk is dat de opbrengstlimiet is overschreden en oordeelt verder over diverse stellingen van formele aard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1508 tot en met 22/1510</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, P.W.A. van Geloven, J.K. Lanser</contributor><issued>2024-12-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:4089</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:104</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:104</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:104"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting, ook voor kort parkeermoment is parkeerbelasting verschuldigd, geen uitzonderingen van toepassing, geen onredelijke heffing, beroep ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3398</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. Dondorp-Loopstra</contributor><issued>2024-01-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1441</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1207</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1207</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1207"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03821</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:7361</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1641</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1641</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1641"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">onzakelijke lening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5835</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-03-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7345</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7345</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7345"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Resultaat uit overige werkzaamheden. Kostenaftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2159 en 22/2160</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7353</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7353</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7353"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Vaststellingsovereenkomst. Beroep op dwaling slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2423</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:5985</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:5985</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:5985"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Bezwaar te laat, in beroep erkend. Geen misbruik van procesrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 23_2517</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes</contributor><issued>2024-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:12495</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12495</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:12495"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Woo. Het bijzondere regime van de Wet Woz prevaleert boven het algemene regime van de Woo.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/6728</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.K.S. Mollen</contributor><issued>2024-08-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RVS:2025:6430</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7957"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/10168</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-11-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2086</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2086</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2086"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 3, lid 2, Uitv. reg. Awr: Verzoek om aftrek voorbelasting in verband met kantoorruimte in nieuw gebouwde woning. Bezwaarschrift had niet-ontvankelijk moeten worden verklaard wegens te laat ingediend verzoek om uitnodiging aangiftebiljet in verband met teruggaaf van omzetbelasting. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/241</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:1052</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:5332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:5332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:5332"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">LB/PVV. Bijtelling privé-gebruik auto.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/700, 22/701, 23/510 en 23/511</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:143</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8079</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8079</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8079"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijstelling artikel 15, eerste lid onder aanhef en onderdeel h, van de Wet BRV</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11303</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, D.C. van Beelen, A. Laghmouchi</contributor><issued>2024-12-13</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2347</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:821</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:821</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:821"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 228, lid 2, van de Gemeentewet; artikel 11, lid 3, AWR; precariobelasting op nutsnetwerken; overgangsrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00876</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-06-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:259</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:950</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1354"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Onroerendezaakbelastingen; artikel 220, aanhef en letter a, van de Gemeentewet; staan coronamaatregelen in de weg aan gebruik?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03445</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-10-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:1406</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:776</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:787</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1479"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Onderzoeksplicht. Belanghebbende had een parkeerautomaat moeten raadplegen in de nabijheid van de locatie waar hij heeft geparkeerd. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/69</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1584</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1783</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1783</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1783"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bedreiging, meermalen gepleegd (art. 285.1 Sr) en opruiing (art. 131.1 Sr). Bevel voorzitter hof tot verwijdering van verdachte uit zittingszaal bij ordeverstoring o.g.v. art. 273.3 Sv. Moest hof onderzoeken of verdachte kon terugkeren in zittingszaal om zich te verdedigen nadat hij op bevel van voorzitter hof tijdens requisitoir AG uit zittingszaal was verwijderd? O.g.v. art. 273.3 Sv kan voorzitter van Rb of hof bevelen dat verdachte die na eerdere, vergeefse waarschuwing orde op tz. opnieuw verstoort, uit zittingszaal wordt verwijderd. Bij die eerdere waarschuwing wordt verdachte ook gewezen op dit mogelijke gevolg. Toepassing van deze bevoegdheid tot verwijdering van verdachte bij ordeverstoring, is in beginsel niet onverenigbaar met het in art. 6 EVRM gegarandeerde recht van verdachte op eerlijk proces. Wel kan daaruit voortvloeiend recht van verdachte om aanwezig te zijn bij berechting en effectieve verdediging te voeren, meebrengen dat bevel tot verwijdering wordt beperkt tot bepaalde onderdelen van onderzoek ttz. of tot moment waarop verdachte is gekalmeerd. Ook kan dit meebrengen dat rechter, voordat hij onderzoek sluit, onderzoekt of verdachte kan terugkeren in zittingszaal. Als verdachte op tz. niet wordt bijgestaan door raadsman, is rechter in beginsel tot zo’n onderzoek gehouden. Als verdachte na verwijdering kan terugkeren in zittingszaal wordt hem meegedeeld wat tijdens zijn afwezigheid is voorgevallen. Voorzitter hof heeft o.g.v. art. 273.3 Sv verwijdering van verdachte uit zittingszaal bevolen omdat deze herhaald orde verstoorde voorafgaand aan en tijdens requisitoir AG. Uit p-v van tz. blijkt niet dat hof heeft onderzocht of verdachte (die niet werd bijgestaan door raadsman) kon terugkeren in zittingszaal en evenmin waarom het zo’n onderzoek niet nodig achtte. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03824</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-12-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3684</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:1025</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14753</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14753</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14753"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Moratorium toegewezen voor de duur van zes maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617371:R-RK - NL:TZ:2617374:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8997"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Herinvesteringsreserve. Objectvrijstelling. Berekening voorkomingswinst. Belastingrente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/4578 en 22/4580</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-01-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:171</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:171</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:171"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Zaak roerend of onroerend; waterwoning, vereniging met de grond en vereniging is ook duurzaam.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.325.324</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:433"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Diverse formeelrechtelijke grieven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/115 t/m 22/122</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:5270</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2224</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2224</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2224"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ woning. Procedure na verwijzing. De Heffingsambtenaar sluit zich aan bij taxatierapport belanghebbende, behoudens ontbrekende erfpachtcorrectie. Belanghebbende heeft grieven over erfpachtcorrectie in procedure vóór verwijzing ingetrokken. Er bestaat dus overeenstemming over de waarde. De vraag of het taxatierapport van belanghebbende in de eerste stap van de door de Hoge Raad in het Oostflakkee-arrest uiteengezette bewijsregels als gelijkwaardig bewijsmiddel in aanmerking moet worden genomen komt daarom niet meer aan de orde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/00278</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P-80</contributor><issued>2023-12-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3553</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3553</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3553"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-08-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bevestiging van uitspraak van de rechtbank; betalingsonmacht griffie; horen zitting rechtbank; hoorzitting bezwaar; woz-waarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00636 en 22/00637</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:633</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:750"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02561</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-05-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1140</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:293</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:355</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1690</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1690</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1690"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Mrb, ingangsdatum kwarttarief kampeerauto.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1303</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-03-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7496</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7496</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7496"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzuimboete bij aanslag IB/PVV, beroep op avas slaagt niet</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9035</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. H. Bogert</contributor><issued>2024-11-08</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2268</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7895</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7895</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7895"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen IB/PVV. Heffingsrecht over de Achmea-uitkering op basis van het Verdrag Nederland-België. Vertrouwensbeginsel. Beroep gegrond, omdat de AOW-uitkering ten onrechte in de Nederlandse belastingheffing is betrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/8979</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-11-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1423</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1423</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1423"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 6:9, lid 2, Awb. Bewijsmaatstaf bij verzending bezwaar- of beroepschrift per post.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00909</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-10-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1710</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1710</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1710"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02563</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-11-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1713</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:12675</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12675</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:12675"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">boekenonderzoek coffeeshop</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 2651</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Kouwenhoven</contributor><issued>2024-09-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:14006</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:14006</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:14006"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond. Vennootschapsbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 22/2883 en HAA 22/2884</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase, S.K.A. Efstratiades, G.H. de Soeten</contributor><issued>2024-02-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:3743</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:3743</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:3743"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">verordening afvalstoffenheffing voor 2 jaren partieel onverbindend; verordening rioolheffing onverbindend; ISV vastgesteld op 50 euro per half jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/4464</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, T. van de Bospoort, F. Brekelmans</contributor><issued>2024-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2024:748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2024:748"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering toekennen kinderbijslag. Appellant voldoet (net) niet aan de onderhoudseis voor zijn in Marokko wonende kinderen. Appellant meent dat de onderhoudseis in zijn geval op grond van een exceptieve toets buiten toepassing moet worden gelaten wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel. Onderhoudseis terecht niet buiten toepassing gelaten en niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De Raad stelt vast dat de wetgever bewust heeft gekozen voor de systematiek van een vaste onderhoudseis, waarbij geen rekening wordt gehouden met het inkomen van de verzekerde en de feitelijke kosten van levensonderhoud van de kinderen. Een klacht over de voorbereiding en motivering van een regeling zoals deze, op de grond dat de belangen van een bepaalde groep ten onrechte niet specifiek zijn onderzocht en expliciet zijn meegewogen, vraagt in wezen een politiek-bestuurlijk getint oordeel van de rechter, te weten een oordeel over de vraag of de wetgever specifiek aandacht had moeten besteden aan (de specifieke eigenschappen van) die groep. Ten aanzien van dit soort argumentatie past een (zeer) terughoudende benadering van de rechter. De weigering van kinderbijslag aan appellant kan die toetsing doorstaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/967 AKW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-04-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1984"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kansspelbelasting. Ontvankelijkheid bezwaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/143 t/m 22/215</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:6694</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:61</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:61</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:61"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; onzakelijk lening Belanghebbende heeft een vennootschap verkocht en de verkoop (mee)gefinancierd door voor (een deel van) de koopsom van de aandelen een achtergestelde lening te verstrekken aan de koper van die vennootschap. Dit is op zichzelf niet ongebruikelijk ware het niet dat belanghebbende de lening niet rechtstreeks aan de koper heeft verstrekt maar via de dochter van haar dga. Niet aannemelijk is dat een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest de financiering op dezelfde wijze vorm te geven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/6000</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, S.A.J. Bastiaansen, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2024-01-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:2464</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2464</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:2464"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Hof vernietigt navorderingsaanslag vanwege bewijsuitsluiting. Onrechtmatige start woonplaatsonderzoek. Verhouding tussen recht op geheimhouden gegevens enerzijds en recht op een eerlijk proces en motiveringsplicht anderzijds.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/569</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-04-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:1636</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:179</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:179</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:179"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">30%-regeling; ingekomen werknemer. Niet meer in geschil is dat belanghebbende niet uit een ander land is aangeworven omdat belanghebbende al in Nederland werkzaam was. Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/631</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2023:4875</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1849</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1849</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1849"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04804</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-12-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3886</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1864</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1864</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1864"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. In geschil is of de rechtbank een nader stuk dat verweerder heeft ingediend zes dagen vóór de zitting wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing had moeten laten. Het hof oordeelt dat het stuk in dit geval terecht is toegelaten tot de procedure, omdat belanghebbende van de inhoud van het stuk kennis had kunnen nemen en er op de zitting adequaat op had kunnen reageren. Daarnaast is in geschil of sprake is van schending van artikel 40, lid 2, Wet WOZ. Hoewel niet aan artikel 40, lid 2, Wet WOZ is voldaan, oordeelt het hof dat dit niet leidt tot een gegrond hoger beroep. Belanghebbende voert deze grond namelijk pas in hoger beroep voor het eerst aan, zodat niet kan worden gezegd dat belanghebbende in beroep is gegaan (mede) omdat gegevens in de bezwaarfase niet zijn verstrekt, hij de vastgestelde waarde niet kon controleren en daarom niet kon beoordelen of het zinvol was om beroep in te stellen. Het vervolgens pas in de hogerberoepsfase wijzen op een schending van artikel 40, lid 2, Wet WOZ beschouwt het hof als een schending van de goede procesorde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1405</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-06-12</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet waardering onroerende zaken 40</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2022:2510</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2023:5416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2023:5416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2023:5416"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzet niet-ontvankelijk. Geen gronden van verzet ingediend. Verzoek schadevergoeding wegens schendig redelijke termijn afgewezen. Bijzondere omstandigheden geven aanleiding om de redelijke termijn te verlengen. De procedure is vertraagd doordat de gemachtigde in plaats van het aanwenden van het rechtsmiddel van verzet een hogerberoepschrift bij het gerechtshof heeft ingediend. Bij de rechtbank is de indruk ontstaan dat de gemachtigde hierin bewust bepaalde keuzes heeft gemaakt en dat hij met deze wijze van procederen probeert tijd te rekken met het oog op een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank rekent de vertraging in de procedure echter volledig toe aan de gemachtigde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/2126V en 20/2751V en 20/2752V</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verzet</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. de Jong</contributor><issued>2024-01-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7630</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7630</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7630"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag buiten de vijfjaarstermijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/10990 en BRE 23/10991</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-11-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:811</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:59</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:59</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:59"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting; artt. 6:7 en 6:8 Awb; na betwisting van ontvangst van de naheffingsaanslag houdt bewijslast heffingsambtenaar in dat moet blijken aan welk postvervoersbedrijf de naheffingsaanslag is aangeboden (HR 17 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:875).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04391</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-01-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1060</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1060</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1060"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen; art. 6.40, lid 1, aanhef en letter a, Wet IB 2001; aftrek persoonsgebonden scholingsuitgave; tijdstip betaling collegegeld na overboeking aan universiteit in het kader van aanvraag van een verblijfsvergunning met als doel studie; tijdstip betaling, verrekening dan wel ter beschikking stellen; art. 7:15 Awb en Besluit proceskosten bestuursrecht; kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor de bezwaarfase; differentiatie in vergoeding tussen belasting- en premiezaken en overige zaken; strijd met het discriminatieverbod van art. 1 Grondwet?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03218</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-07-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:235</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:12805</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:264</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:264</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:264"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting; de onderzoeksplicht die geldt voor parkeerders strekt zich ook uit tot de aanvraag van een parkeervergunning; bewonersvergunning niet geldig in zone waarin drie keer is geparkeerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/359 tot en met BK-23/361</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:3421</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3469</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3469</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3469"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omkering en verzwaring bewijslast. Inkomsten uit kredietfraude kunnen worden aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2247 22/2248</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N. Djebali, C.J. Hummel, J.P.R. van den Berg</contributor><issued>2024-01-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4977</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4977</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4977"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag vpb 2017, voortvarendheidseis, kostenpost</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/3522</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2024-07-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:6714</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:6714</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:6714"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Op de door eiseres verrichte hammam- en rassoulbehandelingen is het algemene omzetbelastingtarief van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 4950</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.W. Koenis, B. van Walderveen, C.N. Tang</contributor><issued>2023-07-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:733</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:733</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:733"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag Bpm. Art. 9 Wet Bpm. Art. 10, leden 1, 2 en 8, Wet Bpm. Artikel 110 VWEU. De Inspecteur maakt niet aannemelijk dat een hogere CO2-uitstoot automatisch tot een hogere handelsinkoopwaarde leidt. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de schade voor 100% voor aftrek in aanmerking komt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: nummer BK-22/1298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1585</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1585</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1585"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02574</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-11-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4330</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6804</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6804</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6804"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep gegrond. Aftrek uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/10705</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd</contributor><issued>2024-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8403</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8403</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8403"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Compromis</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 4041, 23 _ 4042, 23 _ 4043 en 23 _ 4044</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-12-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:5788</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:5788</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:5788"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verschoningsverzoek toegewezen. Lid van de zittingscombinatie heeft de bestreden rechtbankuitspraak voorzien van een annotatie in een fiscaal tijdschrift, waarmee ten aanzien van hem de schijn van vooringenomenheid is gewekt. Dit heeft tot gevolg dat ook ten aanzien van de andere leden van de zittingscombinatie de schijn van vooringenomenheid gewekt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: W200.345.075/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verschoning</description><issued>2024-09-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:779</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:779</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:779"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00144</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-05-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:7053</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:139</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:139</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:139"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BTW m.b.t. verkoop aandelen dochtervennootschap niet afttrekbaar als voorbelasting. Diensten van buitenlandse dienstverleners zijn vrijgesteld bemiddelingsdiensten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/5113</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, S.A.J. Bastiaansen, J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2024-01-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4296</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4296</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4296"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting. Verbouwingswerkzaamheden en staat van de woning niet zodanig dat geen sprake is van een gemeubileerde woning. Verbouwing stond eigen gebruik niet in de weg. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2228</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. de Boer</contributor><issued>2024-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1562</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1562</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1562"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzettelijk onjuist doen van aangiften inkomstenbelasting, meermalen gepleegd (art. 69 AWR). 1. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. 2. Bewijsklachten voorwaardelijk opzet. Pleitbaar standpunt dat verdachte AOV-premies als aftrekpost mocht opvoeren in aangiften IB, nu deze premies op verdachte hebben “gedrukt”. HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02120</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-11-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:1749</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:949</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:625</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:625</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:625"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; art. 6:8 Awb en art. 6:11 Awb; uitspraak op verzet; verschoonbaarheid termijnoverschrijding; is verwijtbaarheid van het niet tijdig indienen van beroepschrift gering?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01767</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:21971</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:21971</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:21971"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Algemeen Nut Beogende Instelling. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terescht de ANBI status van eiseres heeft ingetrokken. Eiseres heeft ook geen recht op een dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 1386</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.G. Scholten</contributor><issued>2024-02-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:515</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:515</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:515"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslagen IB/PVV 2015. Gezamenlijk verzoek om wijziging van de onderlinge verhouding voor de gezamenlijke grondslag sparen en verleggen, als bedoeld in artikel 2.17, lid 4, Wet IB 2001. Beide aanslagen staan onherroepelijk vast, maar naar het oordeel van het hof heeft de wetgever niet voorzien dat als gevolg van een beschikking achterwaartse verliesverrekening het belastbaar inkomen zodanig wijzigt dat de heffingskorting niet meer ten volle kan worden benut. Het hof voorziet in dit rechtstekort. Belanghebbende hebben geen recht op toekenning van een dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00814 tot en met 22/00817</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, P. Fortuin, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-03-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet inkomstenbelasting 2001 2.17</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1070</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:913</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:289</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:289</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:289"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ; artikel 40, lid 2; gegevens die niet in het taxatieverslag zijn opgenomen; Awb; artikel 7:4, lid 4; afschriften van stukken zonder inzage te hebben genomen in de zaak betrekking hebbende stukken?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04807</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-03-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:9502</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:338</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:338</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:338"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV; resultaat behaald bij verkoop bouwkavel belast als ROW. Eisers hebben het perceel waarop hun eigen woning is gelegen en het naastgelegen perceel herverkaveld. Eén van deze kavels is verkocht als perceel bouwgrond aan derden. In geschil is of het voordeel dat eisers hebben behaald met de verkoop van het perceel bouwgrond belastbaar is als row. Ten aanzien van de navorderingsaanslagen aan eiseres is in geschil of de inspecteur beschikte over een nieuw feit. Eisers stellen dat het resultaat dat zij hebben behaald met de verkoop van het perceel moet worden gezien als compensatie in natura voor de door hen geleden planschade. De rechtbank concludeert dat het met de verkoop van het perceel behaalde voordeel niet kan worden gekwalificeerd als compensatie in natura voor door eisers gestelde eigen planschade. De rechtbank is van oordeel dat het voordeel dat eisers hebben behaald met de verkoop van het perceel terecht en tot het juiste bedrag is gerekend tot het belastbaar row. Ook is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur beschikte over het vereiste nieuwe feit bij het opleggen van de navorderingsaanslagen aan eiseres.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1375, 22/1376, 22/1379 en 22/1380</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, P.P.D. Mathey-Bal, L.M. Praamstra</contributor><issued>2024-02-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8809"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dividendbelasting internationaal. Art. 10 en 11a Wet op de dividendbelasting 1965. Buitenlandse beleggingsfondsen. ‘Massale uitspraak’ voor fondsen met meerdere participanten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 16/9726</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten</contributor><issued>2024-01-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:613</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:613</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:613"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IACK. Studie- en scholingskosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/5427</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2024-02-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:126</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:126</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:126"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 6.1, lid 1, onder a, Wet IB 2001. Ar. 6.17 en art. 6.18 Wet IB 2001. Geen aftrek specifieke zorgkosten. Kosten speciale contactlenzen en lenzenvloeistof op grond van art 6.17, lid 2, Wet IB 2001, niet aftrekbaar. Dextrose is geen hulpmiddel. Ziekte van zoon is niet aannemelijk gemaakt. Geen aftrek dieetkosten. Vervoerskosten voor geneeskundige hulp niet aannemelijk gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/259</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2095</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2095</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2095"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat hoewel het beroepschrift tijdig is ingediend, de verzuimboete echter terecht en niet tot een te hoog bedrag aan belanghebbende is opgelegd. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: bre 23/930</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-04-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2866"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting, twee belastingjaren. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1885 en BRE 23/9750</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.P. Hertsig</contributor><issued>2024-05-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:436</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:436</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:436"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Schending hoorrecht, terugwijzing naar inspecteur</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 22 _ 4721</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-02-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1593</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1593</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1593"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Niet meer in geschil is dat de naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting terecht zijn opgelegd, omdat de auto’s niet aan de fiscale inrichtingseisen voldoen. Door een wijziging van paragraaf 34 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst moeten de boetes worden verminderd tot 50% van de nageheven belasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/828 en 23/829</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, T.A. Gladpootjes, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-05-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2560</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1248</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1248</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1248"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting; art. 3.12 Wet IB 2001; landbouwvrijstelling; totaalwinst; erfpachtfinanciering; mocht erfpachttransactie voor berekening jaarwinst worden verwerkt volgens methode van HR 10 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1866 (Fagoed)? Komt waardeverandering grond tot uiting in vermogen belanghebbende?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/04781</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:9553</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:732</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1010</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1010</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1010"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen omzetbelasting 2016 t/m 2019 en vierde kwartaal 2020. Voorbelasting grotendeels niet aannemelijk gemaakt omdat administratie niet meer voorhanden is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1340 tot en met 23/1344</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-02-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:522</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:522</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:522"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van meer dan normale gebruiksschade. Ook heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat de kleur van auto 4 dermate opvallend en incourant is dat de kleur tot een waardevermindering leidt. Het hof leidt uit de arresten van de Hoge Raad van 22 december 2023 af dat bij het bepalen van de historische nieuwprijs moet worden uitgegaan van de CO2-uitstoot van de ingevoerde auto. Het hof volgt daardoor de berekeningen van belanghebbende. In zoverre is het hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02347, 22/02348, 22/02351, 22/02352 en 22/02354</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, J.M. van der Vegt, J. Wessels</contributor><issued>2024-03-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:6560</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4370</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4370</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4370"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; belaste verhuur (‘short-stay-uitzondering’).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3722, BRE 23/3756 en BRE 23/3757</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-06-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3516</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3516</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3516"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2403</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:8821</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8821</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:8821"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verweerder maakt niet aannemelijk dat eiser in 2017 heeft afgezien van een deel van zijn ouderdomspensioen. De pensioenaanspraak is daarom ten onrechte in dat jaar als inkomsten uit vroegere arbeid aangemerkt. De navorderingsaanslag, de belastingrentebeschikking en de revisierentebeschikking kunnen niet in stand blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 4291</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Kiers</contributor><issued>2024-06-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6508"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 3.111, achtste lid van de Wet IB 2001. Belanghebbende is geregistreerd partner van X. Belanghebbende en X hebben een LAT-relatie en ieder een eigen koopwoning. Belanghebbende is het er niet mee eens dat slechts één van beide woningen in de eigenwoningregeling in box I kan worden opgenomen. Volgens haar is sprake van een ‘trouwboete’. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel, het recht op familie- en gezinsleven, dan wel van het recht op eigendom. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 23_3376</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.L. Heldens</contributor><issued>2024-11-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5068</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5068</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5068"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV en Zvw; bewijsuitsluiting; vertrouwensbeginsel; zelfstandigenaftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3687 en BRE 23/3688</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-08-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:5931</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:5931</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:5931"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Navorderingsbevoegdheid. Nieuw feit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2249</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2466</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2466</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2466"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 67d, lid 1 en lid 5 AWR en art. 67e, lid 1 en lid 6, AWR. Art 3, lid 2, Besluit proceskosten bestuursrecht Vergrijpboetes bij navorderingsaanslagen IB/PVV. Verzwegen Zwitserse bankrekening. Vanaf 2013 is vermogen thuis contant bewaard en geconsumeerd. Grove schuld echtgenote niet bewezen voor bankrekening, wel voor periode dat het geld thuis contant werd bewaard en werd geconsumeerd. Proceskostenvergoeding beroep verminderd in verband met samenhang zaken echtgenoot.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01202 t/m BK-22/01206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P-80</contributor><issued>2024-01-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:14892</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:578"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03665</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-04-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:2595</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:93</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:93</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:93"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01341</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-01-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:695</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:54</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:54</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:54"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek gedaan na het onderzoek ter zitting; einduitspraak in de hoofdzaak voordat op het wrakingsverzoek is beslist; eisen van een behoorlijke rechtspleging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02976</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-01-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:1895</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:8041</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8041</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:8041"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV- winst uit aanmerkelijk belang X is van België naar Nederland geremigreerd. X verkoopt zijn (certificaten van) aandelen. X heeft geen recht op een step-up van de verkrijgingsprijs van de aandelen. Er is geen sprake van een grensoverschrijdend element. Wat X aanvoert met betrekking tot het EU-en verdragsrecht mist toepassing. Van schending van het evenredigheidsbeginsel is evenmin sprake. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 2896</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema, M.E. Kiers, A. van Welie</contributor><issued>2024-05-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1581</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4980</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4980</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4980"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende kan voor de in 2019 ontvangen schenking geen gebruik maken van de voor dat jaar geldende eigenwoningvrijstelling. Het in artikel 82a van de Successiewet opgenomen overgangsrecht verhindert in dit geval toepassing van de eigenwoningvrijstelling. De wijze waarop dat artikel uitwerkt in de situatie van belanghebbende heeft de wetgever ook beoogd. In het betoog van belanghebbende dat die bepaling kortgezegd onredelijk uitpakt of strijd oplevert met enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2843</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-07-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1403</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1403</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1403"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV. Bij het bepalen van het belastbare inkomen uit werk en woning dient te worden uitgegaan van het bruto-inkomen dat is genoten op grond van de Participatiewet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/844</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1758</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1758</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1758"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen gering financieel belang; € 15,60; verzoek om vergoeding van immateriële schade; niet-beroepsmatig verleende rechtsbijstand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01930</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1110</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:633"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03692</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-04-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:3553</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:2867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:2867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:2867"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen sprake van een pleitbaar standpunt. Verweerder kan zich beroepen op de kenbare fout van artikel 16, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de Awr. Navordering is dus mogelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 589</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2024-03-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1568</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1568</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1568"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54; beroep niet tijdig beslissen voor 2018 en 2019 gegrond. Voor 2017 niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE-23_2775_2776_2838</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-03-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2559</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2559</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2559"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Recht op aftrek van voorbelasting op facturen voor ter beschikking gesteld personeel; omkering en verzwaring van de bewijslast; belanghebbende heeft de door de inspecteur gezaaide twijfel niet weggenomen; bezwaren tegen twee teruggaafbeschikkingen niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01209, BK-22/01214 en BK-22/01215</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:10894</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1186</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1186</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1186"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3376</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1176</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1176</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1176"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dividendbelasting; vrijheid van kapitaalverkeer; art. 56 EG/art. 63 VWEU; art. 11a Wet DB 1965; art. 28 Wet Vpb 1969; fiscale beleggingsinstelling; afdrachtvermindering; vergelijkbaarheid ingezeten en niet-ingezeten beleggingsfondsen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00752</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:67</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:444</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6564</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6564</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6564"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanmerkelijk belang. Structuur met buitenlandse vennootschappen. De rechtbank is van oordeel dat de structuur door belanghebbende in het leven is geroepen met het doel te verdoezelen dat belanghebbende houder is van een aanmerkelijk belang in de tot de structuur behorende (buitenlandse) vennootschappen. Belanghebbende is economisch rechthebbende tot de voordelen afkomstig uit de structuur, en is dus aanmerkelijk belanghouder. De rechtbank vermindert nog wel een deel van de aanslagen omdat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende bepaalde bedragen heeft genoten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22/3220, 22/3221 en 22/3223</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius, A.P. Vaatstra, L.L. van Benthem</contributor><issued>2024-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:83</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:83</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:83"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02112</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-01-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:3036</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:825</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:825</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:825"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Financieelrecht</subject><abstract lang="nl">Door een beroepsfout van een advocaat heeft een fusie later plaatsgevonden. De vraag is aan de orde of als fusie op het beoogde tijdstip had plaatsgevonden, of dat wel een belastingvoordeel zou hebben opgeleverd (recht op aftrek van rente). Rechtbank oordeelt van niet. Gevorderde vermogensschade wordt daarom afgewezen. Overige gevorderde schade wordt gedeeltelijk toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/718942 / HA ZA 22-478</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.J. Schaberg, mr. P. Vrugt, mr. C. Maas</contributor><issued>2024-02-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3661</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3661</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3661"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verhuurderheffing. Regeling niet in strijd met art. 1 EP bij het EVRM en het verdragsrechtelijk gelijkheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2124 t/m 22/2126</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:3942</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1038</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1537</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1537</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1537"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Energiebelasting en opslag duurzame energie; art. 64, lid 4, art. 70, lid 3, Wbm en art. 1, lid 3, Wet ODE; art. 2, lid 4, letter b, Richtlijn 2003/96/EG (Energiebelastingrichtlijn); Bijlage bij Verordening (EEG) nr. 3037/90; vrijstelling van energiebelasting en opslag duurzame energie ter zake van gebruik van aardgas voor mineralogische procedés; productie van gipsvezelplaten voor de bouw; reikwijdte begrip vervaardiging van gips.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00211</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:11531</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:1129</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2158</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2158</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2158"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Geen gelegenheid tot verzuimherstel geboden bij overleggen machtiging die niet meer geldig is. Beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard; terugwijzing naar rechtbank. Het Richtsnoer proceskostenvergoeding belastingkamers gerechtshoven 2024 is als bijlage aan het proces verbaal van de uitspraak gehecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/35, 24/36 en 24/37</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:2331</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2331</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:2331"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de prestatie die eiseres verricht niet als verhuur van onroerende goed aan te merken is. De rechtbank is van oordeel dat de prestatie die eiseres levert, is te kwalificeren als het verlenen van het recht om (in naam en voor rekening van de verkoper) goederen uit te stallen en te verkopen, en die verkopen (financieel) af te wikkelen. Dat is een prestatie die niet is vrijgesteld voor de omzetbelasting en de rechtbank is daarom van oordeel dat de inspecteur de naheffingsaanslagen terecht aan eiseres heeft opgelegd. De rechtbank oordeelt verder dat de inspecteur niet geslaagd is om te bewijzen dat het aan de (voorwaardelijke) opzet van eiseres te wijten is dat de aanslagen op een te laag bedrag zijn vastgesteld. Ook het subsidiaire standpunt van de inspecteur dat sprake is van grove schuld, slaagt niet. De inspecteur heeft dat verwijt niet nader geconcretiseerd of onderbouwd. De rechtbank vernietigt daarom de door de inspecteur bij de naheffingsaanslagen opgelegde vergrijpboetes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 23/3638 t/m 3641</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, F. Brekelmans, L.M. Praamstra</contributor><issued>2024-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4722</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4722</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4722"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd, maar verbindt hier in dit geval geen consequenties aan. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de inspecteur de (navorderings)aanslagen over de jaren 2013 tot en met 2017 terecht en niet tot te hoge bedragen aan belanghebbende heeft opgelegd. Omdat belanghebbende de vereiste aangiften niet heeft gedaan, is sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast. De (navorderings)aanslagen berusten op een redelijke schatting en belanghebbende heeft het op hem rustende verzwaarde tegenbewijs niet geleverd. De rechtbank ziet wel aanleiding de aan belanghebbende opgelegde boetes te matigen, gelet op de omstandigheid dat geen sprake is van recidive en dat de boetegrondslag is komen vast te staan met toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast, en gelet op de duur van de procedure. Bovendien heeft belanghebbende recht op een immateriëleschadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/3898 tot en met 22/3904, BRE 22/3906, BRE 22/3914, BRE 22/4048 en BRE 22/4049</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd, S.J. Willems-Ruesink, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-07-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7631</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7631</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7631"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting, economische eigendom van een woning. Belanghebbende heeft geen recht op toepassing van het verlaagde tarief.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/11120</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-11-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:3937</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:3937</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:3937"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is of een ontvangst van € 4.000 tot het loon behoort, maar het beroep faalt wegens omkering van de bewijslast omdat eiser de fereiste aangifte niet heeft gedaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 6222</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, G.H. de Soeten</contributor><issued>2024-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6359</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6359</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6359"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54, beroep kennelijk niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van het griffierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/10107 t/m 23/10110</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-09-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:762</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:762</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:762"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 20b van de Wet Vpb. Einduitspraak na tussenuitspraak. Vaststelling hoogte leningen. Vaststelling hoogte verlies.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2550</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-02-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2226</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2226</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2226"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 110 VWEU. Voldoening op aangifte van Bpm ter zake van uit andere lidstaten geïmporteerde auto's. Verschil in verschuldigde Bpm uitsluitend veroorzaakt door een verschil in meetmethode (NEDC dan wel WLTP)? Schending van artikel 110 VWEU als gevolg van de restantvoorraadregeling?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00603 tot en met BK-22/00605</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:5157</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7633</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7633</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7633"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting woning. Belanghebbende heeft geen recht op toepassing van het verlaagde tarief.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9740</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-11-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1164</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:877"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overheidsprivaatrecht; onrechtmatige overheidsdaad; Ontvanger heeft onbevoegd een aanmaning en dwangbevel verzonden. Geen schade geleden als gevolg van de onrechtmatige daad van de Ontvanger.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.316.875/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:1414</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:1414</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:1414"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep ziet op de vragen of ten aanzien van de eenmanszaak van eiser sprake is van een bron van inkomen, verweerder terecht de premies van de lijfrentespaarrekening niet voor aftrek heeft toegestaan, de belastingrente naar de juiste hoogte is opgelegd en of sprake is van gewerkt vertrouwen. De rechtbank beantwoordt deze vragen ontkennend. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22_14</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Arts</contributor><issued>2024-01-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:907</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2345</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2345</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2345"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Sectorindeling premieheffing werknemersverzekeringen. Hof is eerste feitelijke instantie. Inbreng vof in B.V. Sector 3. Bouwbedrijf of sector 12. Metaal &amp; Techniek van toepassing? Vertrouwensbeginsel. Gelijkheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/289</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2024-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3202"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Rijnvarende. Premieheffing volksverzekeringen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1033</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:3191</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1750</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1533</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1533</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1533"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag IB/PVV 2019. AOW- en pensioenuitkering behoren tot belastbaar inkomen. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/961</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:14737</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:451</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:451</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:451"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Pga; specifieke zorgkosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-02-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2726"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen 2014 tot en met 2017, en vergrijpboetes. Nieuw feit. Winstuitdeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00445 tot en met BK-22/00448</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:2600</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1885</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1885</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1885"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Arubaanse winstbelasting; art. 10 Landsverordening winstbelasting; verliesverrekening; volgorde verrekening van verliezen; beperkt verrekenbare verliezen en onbeperkt verrekenbare (aanloop)verliezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/04051</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-12-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:745</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:745</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:745"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hersteld arrest zie ECLI:NL:HR:2024:1430 Art. 31a, lid 2, letter h, Wet LB 1964 jo. art. 8.4a, lid 1, letter a, URLB 2011 (tekst tot 2022); valt de verstrekking van gezonde lunchmaaltijden aan werknemers onder de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03305</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-05-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:1457</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:449</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:672</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:672</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:672"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02943</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1946</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:298</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:298</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:298"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; Telecommunicatiediensten voor mobiele telefonie, mobiel internetgebruik en sms; Multipurpose abonnement; Van omzetbelasting vrijgestelde contentdienst; Vertrouwensbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/247 tot en met 23/251</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.A. van Brummelen, C.J. Hummel, W.J. Blokland</contributor><issued>2024-04-25</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de omzetbelasting 1968 13</reference><reference relation="citing" lang="nl">Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 21</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de omzetbelasting 1968 3</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2638"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB; winst uit onderneming</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/635 en 22/637</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-04-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1434</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1434</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1434"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Vrijstelling art. 15, lid 1, aanhef en onderdeel p, Wbr. Maatstaf van heffing. Koopsom is waarde in het economische verkeer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/1207</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:22025</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:347</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:347</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:347"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02045</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-03-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1274</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1638</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1638</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1638"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet bpm. VWEU. Bevoegdheid van de nationale rechters om het Unierecht uit te leggen. Geen verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen. Het vooraf heffen van griffierecht is niet in strijd met het Unierecht. Geen recht op integrale proceskostenvergoeding. Geen overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/40</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:14336</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1918</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2524</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2524</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2524"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Griffierecht niet betaald. Hoger beroep niet-ontvankelijk. Uitspraak bevat als bijlage Richtsnoer proceskostenvergoeding belastingkamers gerechtshoven 2024.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1553</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij</contributor><issued>2024-08-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:4118</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3182"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Het Hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat belanghebbende geen ondernemer is wegens het verstrekken van leningen aan haar dochter. In zoverre is het gelijk aan de inspecteur. Partijen verschillen bij die stand van mening over het antwoord op de vraag of belanghebbende omzetbelasting verschuldigd is ter zake van de PCO-fees op grond van artikel 6j, aanhef en onderdeel b, Wet OB, in verbinding met artikel 12, derde lid, Wet OB. Het Hof oordeelt dat belanghebbende geen afnemer is, zodat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd. Ten overvloede overweegt het Hof dat, ook als wordt aangenomen dat de diensten aan belanghebbende zijn verricht, de verleggingsregeling geen toepassing kan vinden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1191</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1191</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1191"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00126</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2824</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1584</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1584</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1584"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02174</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-11-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:1479</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1012</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1012</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1012"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Cassatie in het belang van de wet. Aanspraak op proceskostenvergoeding voor administratiefberoepsfase in Wet Mulder zaken indien na opleggen van sanctie, maar terwijl beroepsprocedure aanhangig is, sanctiebedrag zoals dat is toegepast door ambtenaar die bevoegd is tot oplegging van administratie sanctie, is gewijzigd door regelgever. Hof heeft daarover overwogen dat aan die wijziging met terugwerkende kracht toepassing moet worden gegeven en dat grond bestaat voor proceskostenvergoeding omdat sprake is van “aan bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid”. Hof heeft terecht tot uitgangspunt genomen dat indien, nadat gedraging is verricht waarvoor aan betrokkene administratieve sanctie wordt opgelegd, wijziging in regelgeving t.a.v. toe te passen sanctiebedrag plaatsvindt die voor betrokkene gunstiger is, gewijzigd sanctiebedrag moet worden toegepast. Op beslissing die rechter o.g.v. art. 13a Wahv neemt over veroordeling in kosten die belanghebbende i.v.m. behandeling van administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, is o.m. art. 7:28.2 Awb van toepassing. Daaruit volgt dat voor veroordeling in kosten van betrokkene beslissend is of van “aan bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid” sprake is. In geval dat voor betrokkene gunstige wijziging in regelgeving t.a.v. toe te passen sanctiebedrag plaatsvindt nadat gedraging door betrokkene is verricht, maar voordat administratieve sanctie door ambtenaar wordt opgelegd, is sprake van “aan bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid” als die ambtenaar bij die oplegging niet uitgaat van gunstiger sanctiebedrag. Van “aan bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid” is echter niet sprake in geval dat op moment van oplegging van administratieve sanctie door de tot oplegging bevoegde ambtenaar is uitgegaan van juiste, want op dat moment o.g.v. regelgeving geldende sanctiebedrag, terwijl pas daarna (t.t.v. administratiefberoepsprocedure dan wel beroepsprocedure) a.g.v. na die oplegging in werking getreden verandering van regelgeving een voor overtreder gunstige wijziging in toe te passen sanctiebedrag heeft plaatsgevonden, waardoor aanleiding bestaat tot verlaging van sanctiebedrag. Proceskostenvergoeding a.b.i. art. 13a Wahv blijft dan achterwege, tenzij andere grond bestaat voor zo’n veroordeling. ‘s Hofs op dit punt andersluidende oordeel geeft blijk van onjuiste rechtsopvatting. Van belang is nog dat hier geschetst geval zich onderscheidt van geval waarin door rechter wordt geoordeeld dat t.t.v. oplegging van administratieve sanctie door bevoegde ambtenaar is uitgegaan van onjuiste uitleg of toepassing van wet. N.a.v. HR:2020:563, dat door hof in overwegingen is betrokken, merkt HR tot slot op dat overweging in dat arrest dat, mede gelet op eigenstandig karakter Wahv, rechter bij toepassing van art. 13a Wahv grote mate van beoordelingsvrijheid toekomt, betrekking heeft op beantwoording van vraag of betrokkene geheel of gedeeltelijk in gelijk is gesteld en, in samenhang daarmee, wat redelijkerwijs toe te kennen bedrag is ter vergoeding van proceskosten. Positieve beantwoording van vraag of betrokkene geheel of gedeeltelijk in gelijk is gesteld brengt echter niet z.m. meer met zich dat ook sprake is van “aan bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid”. HR:2020:563 leidt daarom niet tot andere uitkomst. Volgt vernietiging in het belang van de wet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00387</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie in het belang der wet</description><issued>2024-07-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:376</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:152</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:152</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:152"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00154</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:10439</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:350</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:350</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:350"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 10e tot en met 10ej Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965; 30%-regeling. Formele rechtskracht. Art. 4:6 Awb. Evidente onredelijkheid. Ingekomen werknemer. Kan met vrucht een nieuw verzoek tot (voortgezette) toepassing van de 30%-regeling worden gedaan voor een andere periode dan die waarvoor eerder een verzoek is gedaan dat is gehonoreerd? Belanghebbenden (Werkneemster en Werkgever) hebben een verzoek tot toepassing van de 30%-regeling gedaan voor de periode 1 maart 2019 tot en met 29 februari 2020. De inspecteur heeft dat verzoek afgewezen omdat met betrekking tot Werkneemster eerder een beschikking toepassing 30%-regeling (betreffende de tewerkstelling bij haar vorige werkgever) en vervolgens een beschikking voortgezette toepassing 30%-regeling (betreffende de tewerkstelling bij Werkgever) zijn genomen met een looptijd tot en met 28 februari 2019, conform de desbetreffende verzoeken daartoe. Het Hof oordeelt dat de afwijzing van het verzoek juist is: (i) Werkneemster is geen ‘ingekomen werknemer’ ten tijde van de indiening van het derde verzoek; bovendien, (ii) in het wettelijke systeem besloten dat in beginsel slechts één keer - met vrucht - een verzoek tot toepassing van de 30%-regeling kan worden gedaan, voorziet het UBLB niet in een mogelijkheid tot heroverweging en moet de formele rechtskracht van de oorspronkelijke beschikking in beginsel worden gerespecteerd; (iii) een analoge toepassing van art. 4:6 Awb kan ook niet tot herziening leiden, nu geen sprake is van nova en niet is gebleken dat het weigeren van de herziening evident onredelijk is. A-G Pauwels meent dat het cassatieberoep van belanghebbenden gegrond is. Werkneemster is nog steeds als 'ingekomen werknemer' aan te merken. Het Hof gaat eraan voorbij dat bij een wisseling van werkgever de toets niet is of de nieuwe werkgever de werknemer vanuit het buitenland heeft geworven, maar of de vorige werkgever dat heeft gedaan. Er kan meer dan één keer een verzoek om toepassing van de 30%-regeling worden gedaan. Aan honorering van het derde verzoek staat de formele rechtskracht van de eerdere beschikkingen niet in de weg, nu die toewijzende beschikkingen op een andere periode betrekking hebben. In de verzoeken die ten grondslag liggen aan die eerdere beschikkingen wordt ook niet om een langere looptijd verzocht dan waarvoor die beschikkingen zijn afgegeven. Er is daarom geen aanleiding om aan de formele rechtskracht van die beschikkingen een ruimere reikwijdte te geven. Daarvoor is ook wetssystematische steun te vinden in de omstandigheid dat art. 4:6 Awb niet van toepassing is (de eerdere beschikkingen zijn niet afwijzend).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01149</description><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01127</description><issued>2024-04-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:13947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:13947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:13947"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is of de aanslag met 5% verminderd dient te worden omdat de overheid 5% van het geïnde belastinggeld besteedt aan subsidiëring van fossiele brandstoffen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 5642</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades</contributor><issued>2024-02-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1261</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1261</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1261"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep (art. 8:75a Awb).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/729</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1047</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1047</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1047"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Het geschil betreft het antwoord op de vraag of belanghebbende recht heeft op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Belanghebbende heeft gesteld dat hij een deel van het jaar in Spanje heeft gewoond, maar hij heeft onvoldoende onderbouwd dat hij daar onderworpen was aan belastingheffing. Bovendien heeft de inspecteur in hoger beroep gemotiveerd betoogd dat belanghebbende naar regels van Spaans belastingrecht waarschijnlijk niet als inwoner van Spanje kan worden aangemerkt. De inspecteur heeft dus terecht geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01222</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, J.M. van der Vegt, J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2024-04-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2466</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:4475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:4475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:4475"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser exploiteert een binnenschip waarmee hij plantaardige olie vervoert. De ladingtanks van het schip worden regelmatig gereinigd door deze schoon te spoelen met water. Dat spoelwater wordt verzameld in sloptanks. Die sloptanks bevatten dus spoelwater en restanten olie, slops genoemd. De schipper ontdoet zich van de slops door deze op te laten halen door een vethandelaar. De slops worden gebruikt om biobrandstof van te maken. Als het percentage olie in de slops hoog genoeg is, krijgt de schipper ervoor betaald. Volgens de inspecteur heeft eiser de betalingen voor de slops niet alleen per bank, maar ook contant ontvangen. Die contante betalingen heeft eiser niet verwerkt in zijn administratie en niet aangegeven in zijn aangiften IB/PVV voor de jaren 2011, 2012 en 2013. De inspecteur heeft navorderingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd. De inspecteur baseert zijn stelling dat eiser contante betalingen heeft ontvangen op gegevens die zijn verkregen bij een onderzoek bij de vethandelaar. In de administratie van die vethandelaar bevinden zich ‘inkoopfacturen’ op naam van (het schip van) eiser waaruit contante betalingen volgen. De rechtbank acht de ontvangst van contante betalingen voor 2012 en 2013 aannemelijk en voor 2011 gedeeltelijk, omdat dit het meest waarschijnlijke scenario is. Voor het opleggen van een vergrijpboete geldt een andere bewijsmaatstaf. De vergrijpboetes worden vernietigd, omdat niet buiten redelijke twijfel is dat eiser de gestelde contante betalingen heeft ontvangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/3600, 22/3601 en 22/3602</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, M. Sanna, L.M. Praamstra</contributor><issued>2024-11-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5314</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5314</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5314"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag OB + boete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5997</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, G. van Norden, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-08-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1535</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:4871</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4871</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:4871"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Boekenonderzoek. Voorbelasting. Vergrijpboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1830</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:4797</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3803"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Op de zaak betrekking hebbende stukken. Artikel 2.14a Wet IB 2001. Buitenlandse foundation kwalificeert als afgezonderd particulier vermogen (APV). Toerekening aandelen in buitenlandse vennootschap; aanmerkelijk belang. Inspecteur heeft ten onrechte correcties gebruikelijk loon en loon uit dienstbetrekking aangebracht. Belanghebbende heeft recht op vergoeding van immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BKDH-22/00247 tot en met BKDH-22/00252</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:377</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2864</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2864</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2864"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag rioolheffing caravan, beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1887</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.P. Hertsig</contributor><issued>2024-05-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:341"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur terecht de toepassing van de zogenoemde ‘eigenwoningvrijstelling’ maar deels heeft toegestaan op de schenkingen die belanghebbende in 2017 van haar vader heeft ontvangen. Omdat aan de herroeping van de schenking uit 2009 geen terugwerkende kracht toekomt, is het destijds gedane beroep op de eenmalig verhoogde vrijstelling in stand gebleven. Het goedkeurend beleid van de staatssecretaris (nr 2018D27453) maakt dat in dit geval niet anders. De inspecteur heeft namelijk onweersproken aangevoerd dat aan de herroeping in dit geval fiscale motieven ten grondslag lagen. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1079</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3940</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3940</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3940"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Aftrek van voorbelasting in verband met de bouw- en inrichtingskosten van werkruimtes in de woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2578 tot en met BRE 23/2582</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-06-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1712</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1712</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1712"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vereiste aangifte is niet gedaan. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Redelijke schatting van inkomen uit glazenwasserij en hennepkwekerij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2373 tot en met 22/2375</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2022:12517</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:364</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1422</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1422</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1422"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; boete; art. 67f, leden 1 en 6, AWR en art. 20, lid 1, AWR; art. 14a Wet BPM; ten onrechte op verzoek verleende teruggaven van belasting; geen beboetbaar feit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00955</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:272</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:263</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:263</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:263"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing geheimhoudingskamer. Rechtbank laat in het midden of overleden personen recht op privacy hebben. Toewijzing verzoek omdat betrokkene geen enkel belang bij de gegevens heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 540 geh</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes</contributor><issued>2024-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4860</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4860</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4860"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De inspecteur heeft in de aan belanghebbende opgelegde aanslag erfbelasting terecht geen rekening gehouden met een renteschuld op de overbedelingsvorderingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2837</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-07-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6086</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6086</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6086"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">aanslagen ib/pvv 2013-2017 en aansslagen zvw 2013,2014. vermindering conform standpunt inspecteur, vernietiging van de boetes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1842 t/m 23/1848</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-09-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1094</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1094</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1094"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting. Heffingsmaatstaf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-23</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1301</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:14085</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:14085</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:14085"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Besluit Omzetbelasting van de Staatssecretaris van Financiën van 21 september 2015, nr BLKB/2015/76M</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 4978</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades, G.J. Ebbeling, M.W. Koenis</contributor><issued>2024-03-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:890</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:890</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:890"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. In geschil is of eiser een HIR kan vormen voor de afsluitvergoeding die is ontvangen voor het meewerken aan het vestigen van een opstalrecht in verband met het plaatsen met een aantal hoogspanningsmasten op de grond die in gebruik is door de maatschap van eiser en zijn broer. De rechtbank is van oordeel dat de ontvangen afsluitvergoeding niet kwalificeert als tegenprestatie voor de vestiging van het opstalrecht, zodat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.54 van de Wet IB 2001. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/3642</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, P.P.D. Mathey-Bal, L.M. Praamstra</contributor><issued>2024-03-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:2009</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2453</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2453</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2453"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">(Navorderings)aanslagen IB/PVV 2010 tot en met 2013, de vereiste aangifte en omkering en verzwaring van de bewijslast, boeten</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 1129 tot en met 23 _ 1136</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-04-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:6956</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6956</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:6956"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Ontvankelijkheid hoger beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2331 en 23/2333</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:2313</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:436</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:436</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:436"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03999</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-03-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:7919</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:918</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:918</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:918"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht. Beroep tegen beslissing op verzoek tot wraking. Ontvankelijk? Art. 39 lid 5 Rv; doorbrekingsleer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04892</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-06-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:233</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:2556</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:2857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:2857"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Teruggaaf BPM bij export.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/364</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:662</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2708</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2708</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2708"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 1, 2 en 6 Wet LB 1964 en art. 67c AWR. De Inspecteur heeft belanghebbende als inhoudingsplichtige voor in haar loonaangifte opgenomen personen aangemerkt. Correctieberichten. Bewijsvermoeden niet ontzenuwd. De naheffingsaanslagen loonheffingen zijn terecht opgelegd. Ook de verzuimboeten worden gehandhaafd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00318 en BK-22/00319</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:1049</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1749</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1749</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1749"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/5942 en 21/5943</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-03-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:290</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:290</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:290"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Zorgkosten en aftrek restschuld vervreemde eigen woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-04-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3042</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3042</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3042"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2803 en 22/2804</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-05-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5208"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2012, 2013 en 2014</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _85, 23 _ 86 en 23 _ 87</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-08-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:806</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:10095</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:10095</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:10095"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is of de naheffingsaanslag terecht en tot een juist bedrag is opgelegd. Tevens is in geschil of de hoorplicht is geschonden en of recht bestaat op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 545</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema</contributor><issued>2024-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1206</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1206</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1206"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Watersysteemheffing. Het hof is van oordeel dat artikel 131 Waterschapswet niet is geschonden, omdat de WOZ-beschikking voor belanghebbende vaststond. Het hof oordeelt daarnaast aan de hand van het ‘stappenplan’ van de Hoge Raad of er sprake is van een overschrijding van de opbrengstlimiet. De heffingsambtenaar heeft naar het oordeel van het hof inzicht gegeven in de raming en de methodiek van de verdeling van de overheadkosten. Belanghebbende heeft de gehanteerde verdeelsleutel niet gemotiveerd in twijfel getrokken. Het hoger beroep is derhalve ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01168</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, I. Reijngoud, J. Wessels</contributor><issued>2024-04-24</issued><reference relation="citing" lang="nl">Waterschapswet 131</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2024:5696</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:5696</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2024:5696"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 53-jarige man tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan stelselmatige belastingfraude door indiening van onjuiste en vervalste documenten voor de omzetbelasting en voorhanden hebben van professioneel vuurwerk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 84.261899.22 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Melaard, D. ten Boer, J.T. Pouw</contributor><issued>2024-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1098</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1098</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1098"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02705</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-08-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:1084</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2726</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2726</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2726"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen IB/PVV 2017 t/m 2019 en Zvw 2018 en 2019, omkering bewijslast, vergrijpboetes gematigd ivm overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/2433 tot en met 22/2437</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-05-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1952</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:3987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:3987"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Temper is een online platform voor werk. Werkers en opdrachtgevers sluiten via dit platform overeenkomsten met elkaar over uit te voeren werkzaamheden. Volgens vakbonden FNV en CNV is dat een constructie van schijnzelfstandigheid en zijn de werkers in werkelijkheid geen ZZP’ers maar uitzendkrachten van Temper. FNV en CNV vorderen daarom in deze collectieve actie dat de rechtbank vaststelt dat de overeenkomsten die de werkers via het online platform van Temper sluiten uitzendovereenkomsten met Temper zijn. De rechtbank komt tot de conclusie dat geen sprake is van een uitzendovereenkomst, met name omdat geen sprake is van formeel werkgeversgezag van Temper, omdat Temper geen loon betaalt aan de werkers (dat doen de opdrachtgevers) en omdat er nauwelijks sprake is van een verplichting voor de werkers om de werkzaamheden persoonlijk te verrichten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/692040 / HA ZA 20-1079</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.H.C. van Harmelen</contributor><issued>2024-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:459</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:459</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:459"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8.1 en 8.11 Wet IB 2001; art. 33 Wet LB; art. 9.1 en 9.4 URLB 2011; art. 14 EVRM. Begrip ‘loon uit tegenwoordige arbeid’. Samenloop arbeidskorting en samenvoegingsbepaling in de loonbelasting. Schending discriminatieverbod door een ongelijke behandeling voor de arbeidskorting van een WGA-uitkering naar gelang de uitkering direct door het UWV of indirect via de werkgever is betaald? Toetsen aan grondwettelijk of verdragsrechtelijk discriminatieverbod? Rechtsherstel? Belanghebbende krijgt een WGA-uitkering die het UWV (direct) aan hem heeft betaald. De Inspecteur heeft bij de aanslag IB/PVV 2018 voor de berekening van de arbeidskorting geen rekening gehouden met de WGA-uitkering. Zou de WGA-uitkering zijn betaald door tussenkomst van de werkgever, dan zou de WGA-uitkering wél hebben meegeteld voor de arbeidskorting. Het Hof oordeelt (i) dat uitgaande van de wet de WGA-uitkering terecht niet is meegeteld, maar (ii) dat de ongelijke behandeling voor de arbeidskorting van een WGA-uitkering naar gelang deze direct (door het UWV) of indirect (via de werkgever) wordt betaald in strijd is met het gelijkheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Het Hof verhoogt daarom de arbeidskorting bij belanghebbende met € 2.987. A-G Pauwels is van mening dat het incidentele cassatieberoep van belanghebbende, dat is gericht tegen oordeel (i), ongegrond is, omdat de WGA-uitkering niet is aan te merken als loon uit tegenwoordige arbeid. Met betrekking tot oordeel (ii) meent de A-G dat de Staatssecretaris in zijn principale cassatieberoep terecht erover klaagt dat het Hof heeft getoetst aan het gelijkheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. De ongelijke behandeling voor de arbeidskorting vloeit niet voort uit goedkeurend, begunstigend beleid voor een indirecte WGA-uitkering, maar uit de samenloop van de arbeidskortingsregeling met de samenvoegingsbepaling van art. 9.4 URLB 2011. Onderzocht moet daarom worden of op regelgevingsniveau het discriminatieverbod is geschonden. De A-G gaat uit van het verdragsrechtelijke discriminatieverbod, waarbij hij onderkent dat er ook argumenten zijn die pleiten voor het (strengere) grondwettelijke discriminatieverbod. De A-G betoogt dat een directe en een indirecte WGA-uitkering gelijke gevallen zijn bezien vanuit het doel van de arbeidskorting. Het discriminatieverbod is geschonden, omdat duidelijk geen redelijk evenwicht (meer) bestaat tussen de met art. 9.4 URLB 2011 behartigde belangen (administratieve lastenverlichting) en de ongelijkheid voor de arbeidskorting, gelet op het toegenomen belang van die korting. Rechtsherstel moet echter aan de wetgever worden overgelaten. Het principale cassatieberoep is daarom toch gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01393</description><issued>2024-05-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1657</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2077</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2077</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2077"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Vormen de activiteiten van belanghebbende een bron van inkomen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/3053, 22/3054 en 22/3118</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-04-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:4431</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4431</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:4431"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Levering appartementsrechten. Bouwterrein?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1717</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:3252</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1475"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">TBS-regeling. Art. 3.92, lid 1, aanhef en letter a, Wet IB 2001. Afwaardering regresvordering. Zakelijkheid borgstellingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/160</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1204</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1204</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1204"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:4559</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:21409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:21409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:21409"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 4798</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema, A.D. van Riel, M.E. Kiers</contributor><issued>2024-01-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1920"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verwijzingszaak. In geschil is of op de door belanghebbende verkregen erfpachtrechten ten laste van de winst mag worden afgeschreven. Niet meer in geschil is dat de restwaarde per erfpachtrecht slechts kan worden aangepast als sprake is van een aanmerkelijke waardeverandering die redelijkerwijs als blijvend kan worden beschouwd en dat de bewijslast daarvan op de inspecteur rust. Het hof oordeelt dat de inspecteur niet in de op hem rustende bewijslast is geslaagd. Belanghebbende mag afschrijven op de door hem voorgestane wijze. Het hoger beroep van belanghebbende is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1696</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, J.M. van der Vegt, A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-06-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2019:1870</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:10803</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:10803</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:10803"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Mrb. Eiseres was vergeten de auto van een klant op naam te zetten. Om die reden is niet voldaan aan de voorwaarden die worden gesteld aan de handelaarskentekenregeling. De rechtbank oordeelt dat het opleggen van vijf naheffingsaanslagen proportioneel is nu het vijf afzonderlijke belastbare feiten betreffen waarbij telkens zonder handelaarskenteken gebruik is gemaakt van de openbare weg met een tot de bedrijfsvoorraad behorende auto. Er resteert één boete. Deze boete blijft, na halvering door verweerder, in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 5449</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.A. Fase</contributor><issued>2024-12-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4244"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2018, belanghebbende heeft recht op een aanvullende aftrek ten laste van het ROW-resultaat in verband met de gemaakte reiskosten, omdat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen onbelaste reiskostenvergoeding van zijn opdrachtgever heeft ontvangen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/641 en 23/990</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-06-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:879</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:448</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:448</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:448"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Aftrek van voorbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4326 tot en met 22/4330</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-02-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1487"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 3.146, lid 1 en artikel 3.154 Wet IB 2001 en art. 11 Wet algemene bepalingen. Wajong-uitkering die met terugwerkende kracht is toegekend terecht in het jaar van toekenning belast. Geen toerekening aan eerdere jaren. Middeling leidt niet tot teruggaaf. Geen toetsing innerlijke waarde of billijkheid van de wet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/657</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1647</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1647</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1647"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">NA bpm. Ten tijde van registratie was schade zoals vermeld in taxatierapport hersteld. De handelsinkoopwaarde kan daarom alleen worden ontleend aan een koerslijst. Geen ex-schade, omdat de gehanteerde koerslijst het schadeverleden van de auto niet als variabele kent, althans dat gesteld noch gebleken is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/348</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1308"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Geen parkeerbelasting verschuldigd voor periode na verstrijken van maximale parkeerduur. De naheffingsaanslag wordt verminderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/896</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:7736</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:1399</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1399</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:1399"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:1402 Mocht de inspecteur stukken - waaronder fiscale adviezen - verkregen van FIOD gebruiken voor de heffing? Informeel verschoningsrecht. Fiscale woonplaats; middelpunt van levensbelangen. Verlengde navorderingstermijn. Passeren getuigenaanbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01292</description><issued>2024-12-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1472</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1472</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1472"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting; art. 3.8 en art. 3.15, leden 1, 4 en 5, Wet IB 2001; bepalen van winst uit een onderneming; beperkte aftrek kosten van voedsel en drank; tijdens zakelijk verblijf door ondernemer gemaakte kosten van maaltijden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01689</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-10-18</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:513</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1534</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1534</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1534"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 11 AWR en afvalstoffenheffing. Heffing naar verschillende grondslagen, toelaatbare tweede aanslag? HR BNB 1973/69 nog van betekenis? Art. 217 Gemeentewet. Belastingverordening onverbindend omdat zij niet alle essentialia vermeldt?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-10-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1276</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:513</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:679</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:679</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:679"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01003</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:489</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3135"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">DA IB/PVV 2016. Rijnvarende. Verwijzingsarrest ECLI:NL:HR:2024:54. A1-verklaring SVB. Vrijstelling van premies volksverzekeringen. Verrekening van in Liechtenstein betaalde socialezekerheidspremies. Aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Schadevergoeding ex 8:73 Awb (oud).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/89</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verwijzing na Hoge Raad</description><issued>2024-11-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2021:7920</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:617</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:617</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:617"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Rioolheffing. Belastingplicht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1756</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:1961</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1483</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2517</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2517</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2517"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn gematigd tot € 50 per half jaar. WOZ-waarde en verplichting stukken te verstrekken (art. 40 Wet WOZ). Geen vaste aanpassingspercentages gehanteerd bij verschil in KOLDU (KOUDV) factoren en dit is ook niet noodzakelijk. Ten onrechte geen terugbetaling griffierecht beroep. Kostenvergoeding voor hoger beroep gematigd o.g.v. art. 2 lid 2 en lid 3 van het Bpb.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/859</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1501</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1501</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1501"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Vestigingsplaats. Aftrek buitenlandse winstbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/954 t/m 21/956</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:3388</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1393</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1393</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1393"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00920</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:193</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3244</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3244</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3244"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag OB berekend over het verschil tussen de omzet volgens de aangifte IB/PVV en die volgens de aangiften OB 2015. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/735</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:528</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:528</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:528"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; artt. 47, lid 1, 52 en 54 AWR; informatiebeschikking; niet-verstrekken van niet-bewaarde privé-agenda’s met zakelijke afspraken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00557</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:38</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:5060</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:5060</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:5060"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres zorgt in de jaren 2015 tot en met 2019 voor de gescheiden inzameling of de inzameling en nascheiding van verpakkingen uit huishoudelijk afval, het eventueel sorteren van de ingezamelde verpakkingsmaterialen en het registreren van het ingezamelde verpakkingsmateriaal. Zij ontvangt daarvoor een vergoeding. Eiseres heeft over deze vergoedingen geen omzetbelasting op aangifte voldaan. Daarom zijn aan haar naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd. Verder heeft eiseres voor die jaren de omzetbelasting die drukt op de kosten van de voormelde activiteiten in aanmerking laten komen voor een bijdrage uit het BCF. Deze bijdragen uit het BCF zijn van eiseres teruggevorderd. In geschil is of de naheffingsaanslagen en de terugvorderingsbeschikkingen in stand kunnen blijven. De rechtbank oordeelt dat eiseres met de voormelde activiteiten een dienst verricht aan het verpakkend bedrijfsleven, welke dienst wordt verricht onder bezwarende titel. De dienst wordt voorts verricht in het economische verkeer en eiseres handelt met betrekking tot deze activiteiten ook niet als overheid. Verder faalt het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel. Voor de omzetbelasting heeft eiseres nog gesteld dat de verleggingsregeling van toepassing is, maar ook deze stelling faalt. Tot slot maakt eiseres niet aannemelijk dat de naheffingsaanslagen en terugvorderingsbeschikkingen op te hoge bedragen zijn vastgesteld. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 3206</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, E. Kouwenhoven, J.J. Arts</contributor><issued>2024-02-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2024:7108</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:7108</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2024:7108"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Overeenkomst van opdracht. Diverse schadeposten niet toewijsbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10937901 CV EXPL 24-4374</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. K.J. Bezuijen</contributor><issued>2024-08-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:332"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019. Geen recht op IACK; aantal dagen /zorgschema niet aannemelijk gemaakt. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1702</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2024-01-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:284"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01295</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-02-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:1674</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:707</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:707</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:707"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; artt. 1, 3, 8 en 15 Wet OB 1968; bouw en overdracht van een schoolgebouw door de gemeente aan een woningcorporatie om te exploiteren ten behoeve van een brede school en kinderopvang; recht op aftrek; levering onder bezwarende titel; geldlening; tweede cassatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03060</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-05-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:2567</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:18266</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:18266</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:18266"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Mislukte betaling voor parkeervergunning. Toekenning vergunning met terugwerkende kracht?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 5163</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Maas</contributor><issued>2024-12-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:714</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:714</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:714"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naar het oordeel van de rechtbank is het verzoek om toepassing van de 30%-regeling terecht afgewezen. Eiser maakt niet aannemelijk dat hij uit een ander land is aangeworven en ook niet dat hij twee derde van de periode van 24 maanden voorafgaande aan zijn tewerkstelling in Nederland woonachtig was op meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_1353</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Maas</contributor><issued>2024-03-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2261</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3355</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3355</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3355"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Giftenaftrek. Belastingrente. Verrekening voorlopige aanslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/405</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1440</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3284"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat sprake is van een ambtshalve beslissing inhoudende de vernietiging van de naheffingsaanslag. Daarmee is het materiële geschil beslecht en de redelijke termijn voor de vergoeding van immateriële schade geëindigd. Het standpunt van belanghebbende dat het beroep dan niet-ontvankelijk in plaats van ongegrond had moeten worden verklaard, kan niet slagen, omdat een dergelijke dictumwijziging niet enig redelijk belang van belanghebbende kan dienen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00905</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, P. Fortuin, W.A. Sijberden</contributor><issued>2024-01-25</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1383</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1796</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1796</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1796"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-12-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:720</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1001</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6774</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6774</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6774"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting. De naheffingsaanslag is opgelegd over het tijdvak oktober 2014, terwijl de belasting is verschuldigd over het tijdvak “tweede en derde kwartaal 2014”. Daarom is de aanslag opgelegd over het onjuiste tijdvak. Er is geen sprake van een duidelijke, voor belanghebbende kenbare vergissing. De aanslag wordt vernietigd. De rechtbank ziet aanleiding om aan belanghebbende in aanvulling op de forfaitaire bedragen van het besluit proceskosten bestuursrecht een aanvullende kostenvergoeding toe te kennen. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/10335</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn, V.A. Burgers, T.S.K.L. Tjon</contributor><issued>2024-11-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2024:5011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:5011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2024:5011"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij uitspraak van 27 september 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3620) heeft de Afdeling de hoger beroepen van [verzoekster] tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag van 4 oktober 2022 in zaak nr. 21/8396 en van 14 juni 2023 in zaak nr. 22/4483 ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening dient er niet toe om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. [verzoekster] heeft bij haar herzieningsverzoeken een grote hoeveelheid stukken ingediend, waaronder veel schermafbeeldingen van nieuwsberichten, LinkedIn-bijdragen en e-mailcorrespondentie. [verzoekster] heeft met nadruk erop gewezen dat er in de uitspraak te weinig aandacht is besteed aan haar medische situatie en dat haar gezondheid door haar longziekte sinds de uitspraakdatum is verslechterd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202401565/1/A2 en 202401572/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Herziening</description><issued>2024-12-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:272</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:272</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:272"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Geen waardevermindering wegens schadeverleden. TMV-richtlijn is te algemeen en de inspecteur heeft het bestaan daarvan betwist. Ook de aankoopprijs van de auto duidt niet op een waardevermindering als gevolg van het schadeverleden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01184</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, J.M. van der Vegt, J. Wessels</contributor><issued>2024-03-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2554</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1429</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1429</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1429"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting bij invoer; art. 44 en art. 109, lid 2, van het DWU; aangifte voor het in het vrije verkeer brengen van goederen; methode van directe vertegenwoordiging; gebruikmaking van betalingsfaciliteit maandkrediet van directe vertegenwoordiger; betaling van douaneschuld door een ander dan de schuldenaar; direct vertegenwoordiger heeft geen recht op beroep ter zake van een op naam van de vertegenwoordigde uitgereikte uitnodiging tot betaling; HR 24 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1626 blijft betekenis houden onder het DWU.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03018</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1501</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1460</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1460</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1460"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Pkv beroep en hoger beroep. Wegingsfactor 0,5 en 0,25. Geen hoger bedrag per procespunt in bezwaarfase n.a.v. conclusie A-G Koopman.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/386</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:1881</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6618</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6618</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6618"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. De inspecteur heeft naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd aan een handelaar in afvalmetalen in verband met leveringen naar afnemers in het Verenigd Koninkrijk. Deze handel wordt verzorgd door de zoon van de eigenaar die niet in loondienst is. De zoon is door de strafrechter vrijgesproken voor het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting. In geschil is of de naheffingsaanslagen moeten worden vernietigd omdat anders de onschuldpresumptie van artikel 6 EVRM wordt geschonden. Verder is in geschil of het nultarief moet worden geweigerd. Daarvoor is van belang of de inspecteur genoegzaam heeft bewezen dat belanghebbende wist of had moeten weten dat zij betrokken was bij btw-fraude. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. De strafrechtelijke vrijspraak van de zoon vormt niet bij voorbaat een reden om te oordelen dat de naheffingsaanslagen moeten worden vernietigd. In het belastingrecht geldt namelijk een minder strenge bewijsleer. Ook is in de regel niet van belang of hem opzet op de gedraging kan worden verweten. De zoon had moeten weten dat hij betrokken zou raken bij btw-fraude en belanghebbende heeft onvoldoende maatregelen genomen om te voorkomen dat zij via de zoon betrokken zou raken bij de btw-fraude. Het nultarief moet daarom worden geweigerd. Ook de verleggingsregeling moet om die reden ter zijde worden geschoven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 23/941 en 23/942</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.J. Tikken, A.P. Vaatstra, J.A.L. Heldens</contributor><issued>2024-12-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:904</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:904</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:904"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Griffierecht slechts deels betaald. Verlenging redelijke termijn imsv vanwege kansloos bobog.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 22 _ 1936</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes</contributor><issued>2024-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:93</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:93</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:93"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Terecht nagevorderd wegens nieuw feit respectievelijk kwade trouw. Terechte correcties privégebruik auto en omzetcorrectie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/4037 tot en met 22/4040</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-01-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:808</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:2222</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:4879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:4879"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">MRB. Gebruikmaken van de weg met een kampeerauto waarvan het kenteken is geschorst. Verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2790</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-09</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:284</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:284</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:284"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naar het oordeel van de rechtbank dient de compensatievergoeding volledig bij belanghebbende te worden belast als nagekomen bate. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet de rechthebbende is van de compensatievergoeding dan wel dat de compensatievergoeding buiten de winstsfeer dient te blijven. De rechtbank ziet geen aanleiding om rekening te houden met eventuele kosten nu belanghebbende deze stelling niet heeft onderbouwd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2220</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, A.H.W. Steijn, J.H. Bogert</contributor><issued>2024-01-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:432</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:432</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:432"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01008</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-03-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:788</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:858</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:858</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:858"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Cassatie in het belang der wet. Wraking van lid-beroepsgenoot van Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg vanwege deelname aan dezelfde professionele werkgroep als beklaagde. Objectief aanknopingspunt voor schijn van partijdigheid?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02772</description><issued>2024-08-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:87</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:14093</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:14093</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:14093"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting, plaats van vestiging, geen bemiddeling inzake obligaties, verleggings-btw</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 6561</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.J. Ebbeling, B. van Walderveen, M.M.W.D. Merkx</contributor><issued>2024-03-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:4248</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:4248</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:4248"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Verkoop van een paard. Bij aanvang van het vervoer stond het paard in België. Daarom geen in Nederland belaste levering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01502</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, B.G. van Zadelhoff, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-02-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:5307</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:828</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:828</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:828"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Stichting Particulier Fonds gevestigd op Curaçao die vastgoed houdt in Nederland. Buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting? Wat is de reikwijdte van het APV-regime (art. 2.14a Wet IB 2001) voor de Wet VPB 1969? Vrijheid van kapitaalverkeer; verhouding tussen arresten Prunus en Polonium en X BV en TBG Ltd. Geldt de kapitaalverkeersbepaling ex LGO-besluit of ex VWEU? Standstillbepaling (art. 64 VWEU) bij belemmering kapitaalverkeer met ‘eigen’ LGO van toepassing? Zijn willekeurige discriminaties ook verboden voor de toepassing van de fiscale uitzonderingsclausule van het LGO-besluit? In deze zaak neemt A-G Koopman in de eerste plaats conclusie omdat hierin de reikwijdte aan de orde komt van de vrijheid van kapitaalverkeer van een Curaçaose Stichting Particulier Fonds (SPF) die belegt in Nederlands vastgoed. Omdat Curaçao een ‘eigen’ LGO van Nederland is en onduidelijk is hoe de arresten van het HvJ EU in de zaken Prunus en Polonium en X BV en TBG Ltd. zich tot elkaar verhouden, rijzen een aantal meer principiële EU-rechtelijke vragen. Daarnaast neemt A-G Koopman conclusie omdat in deze zaak de vraag rijst of bij afwezigheid van een rechtstreeks financieel belang bij een bepaalde klacht, de rechter onder omstandigheden niet toch moet overgaan tot behandeling van die klacht. De A-G besteedt in deze conclusie tevens aandacht aan de betekenis van het in de Wet IB 2001 opgenomen regime voor afgezonderde particuliere vermogens (APV) voor de vennootschapsbelastingplicht en de achtergrond van de buitenlandse belastingplicht voor de vpb. Belanghebbende is een SPF die is gevestigd op Curaçao. Belanghebbende heeft in 2011 in een nieuwbouwproject in Nederland geïnvesteerd. Belanghebbende heeft alle woningen in de jaren daarna verkocht waarbij verlies is geleden. De Inspecteur heeft bij de aanslagregeling voor de vennootschapsbelasting (vpb) over de jaren 2013-2015 telkens verliezen vastgesteld. Over die verliesvaststellingsbeschikkingen gaat dit geschil. Vooraf gaat A-G Koopman in op de vraag of belanghebbende wel belang heeft bij de behandeling van haar stelling dat zij niet belastingplichtig is. De bestaande rechtspraak over het procesbelang wijst naar zijn mening in de richting van het buiten behandeling laten van die stelling. Die stelling kan immers belanghebbende zelf niet rechtstreeks in een financieel betere positie brengen. De A-G geeft de Hoge Raad desondanks in overweging de vraag naar de belastingplicht van belanghebbende wel te behandelen. Het eerste middel bestrijdt het oordeel van het Hof dat de APV-regeling niet integraal doorwerkt naar de vpb. A-G Koopman meent dat dit middel faalt. Art. 2.14a Wet IB 2001 regelt niet de transparantie van subjecten, maar de toerekening van objecten. De wettekst en wetsgeschiedenis van art. 2.14a Wet IB 2001 kunnen niet de conclusie dragen dat APV-regime onverkort van toepassing is voor de heffing van vpb. Het tweede middel bestrijdt het oordeel van het Hof dat belanghebbende, een SPF, niet vergelijkbaar is met een Nederlandse stichting en evenmin vergelijkbaar is met een STAK. Het derde middel ziet op het oordeel van het Hof dat de omstandigheid dat belanghebbende geen materiële onderneming dreef, niet ter zake doet voor de toepassing van art. 17a(a) Wet Vpb 1969. Volgens A-G Koopman falen beide middelen en lenen deze zich voor afdoening met art. 81 RO. Het vierde, subsidiair voorgestelde, middel brengt naar voren dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat niet valt in te zien dat de behandeling van belanghebbende een verboden belemmering van de vrijheid van kapitaalverkeer (art. 63 VWEU) meebrengt. Volgens het middel moet belanghebbende worden vergeleken met ‘andere dan publiekrechtelijke rechtspersonen’ in de zin van art. 2(1)(e) Wet Vpb 1969. A-G Koopman zet in deze conclusie uiteen hoe naar zijn mening de vrijheid van kapitaalverkeer in de relatie tussen lidstaten en LGO’s moet worden beoordeeld. Voorts zet de A-G uiteen tegen welke achtergrond de buitenlandse belastingplicht voor de vpb moet worden bezien en beoordeeld. Als het beroep van belanghebbende niet op een van de (vele) voorvragen strandt, geeft A-G Koopman de Hoge Raad in overweging een prejudiciële vraag aan het HvJ EU te stellen. Hierbij kan aan de orde wordt gesteld of en zo ja, welke vrijheid van kapitaalverkeer geldt in de relatie tussen een lidstaat en een ‘eigen’ LGO, en als het LGO-besluit van toepassing is, of de standstillbepaling ex art. 64 VWEU van toepassing is en welke gevolgen dat heeft voor de toepassing van de fiscale uitzonderingsbepaling van het LGO-besluit.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04920</description><issued>2024-09-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2260</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2260</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2260"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 229, lid 1, letter b, Gemeentewet. Art. 8:88 Awb. Aanslag legesheffing omgevingsvergunning voor tuinkelder. Strijd met hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht. Vergoeding kosten van bijstand voor de aanvraag en van constructieberekeningen. Causaal verband tussen onrechtmatige daad en schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01286</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:14897</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1192</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1192</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1192"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00128</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2825</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3085</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3085</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3085"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur de informatiebeschikking aan belanghebbende kon geven. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur verzetten zich in dit geval niet tegen het uitreiken van de informatiebeschikking, en belanghebbende heeft de administratieplicht van artikel 52 van de AWR geschonden. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2312</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-05-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3120</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3120</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3120"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Belanghebbende exploiteert een (online)platform waar particulieren tickets kunnen doorverkopen aan andere particulieren. In geschil is of belanghebbende het verlaagde btw-tarief kan toepassen op de door haar ontvangen fees. Het Hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat de diensten niet kunnen worden beschouwd als het verlenen van een toegangsrecht als bedoeld in post b-14 van Tabel I bij de Wet OB. Belanghebbende is niet als commissionair aan te merken. Ook het beroep op het fiscale neutraliteitsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00132</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-12-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:667"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">pensioenuitkeringen VN, ambtshalve vermindering, nieuwe jurisprudentie; artikel 45aa, letter b, Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00945</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:102</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:8791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:8791"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Loonheffingen. Door de voormalige werkgever betaalde vergoeding van € 50.000 is deels een vergoeding voor inkomensverlies en deels een vergoeding ter compensatie van eisers leed als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van die voormalige werkgever. De rechtbank oordeelt dat laatstgenoemd deel van de vergoeding niet zozeer haar grond vindt in de dienstbetrekking dat zij als daaruit genoten loon dient te worden aangemerkt. Daaraan doet niet af dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen die schadevergoeding en de dienstbetrekking. Over dat deel van de vergoeding heeft de voormalige werkgever ten onrechte loonheffing ingehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 4166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Kiers</contributor><issued>2024-06-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:8823</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:8823</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:8823"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Eiseres beroept zich op de vrijstelling voor verkrijging krachtens erfrecht. De rechtbank oordeelt dat eiseres de onroerende zaken niet heeft verkregen krachtens erfrecht. De vrijstelling is daarom niet van toepassing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 5046</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Kiers</contributor><issued>2024-06-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2089"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 6.1, lid 1, onder a, Wet IB 2001. Ar. 6.17 en art. 6.18 Wet IB 2001. Geen aftrek specifieke zorgkosten. Kosten niet aannemelijk gemaakt dan wel niet aftrekbaar. Geen aanwijzingen van discriminatie. Afwijzing van verzoek tot uitstel mondelinge behandeling terecht afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/1162</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1883</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1883</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1883"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 49 VWEU; art. 7, lid 4, Wet OB; art. 11 BTW-richtlijn 2006; fiscale eenheid; onderworpenheid aan omzetbelasting van diensten van buitenlandse moeder- en zustervennootschappen aan leden van Nederlandse fiscale eenheid; territoriale beperking van fiscale eenheid niet in strijd met de Unierechtelijke vrijheid van vestiging en/of diensten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/02456</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-12-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:884</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:700</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2024:4597</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4597</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2024:4597"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verwijt van bekende artiest (en enkele van zijn vennootschappen) dat zijn voormalig belastingadviseur niet heeft onderkend dat hij met ingang van 1 januari 2012 fiscaal inwoner in de Verenigde Staten is geworden en dat daardoor ook het inkomen van een door hem opgerichte trust werd onderworpen aan Amerikaanse belastingheffing. De rechtbank oordeelt dat de belastingadviseur niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend fiscaal adviseur mocht worden verwacht. Voor diens fouten is Greenberg Traurig, het advocatenkantoor waarvoor de belastingadviseur destijds werkte, als formeel-juridisch opdrachtnemer aansprakelijk. Dat de artiest per saldo belastingschade heeft geleden als gevolg van de gemaakte fouten kan echter niet worden vastgesteld. De gevorderde schadevergoeding van bijna 17 miljoen USD wordt daarom afgewezen. Adviseurskosten die de artiest heeft gemaakt, nadat aan het licht was gekomen dat niet op juiste wijze belastingaangifte in de VS was gedaan, komen in beginsel wel voor vergoeding in aanmerking. Welk bedrag Greenberg Traurig in verband met die adviseurskosten moet vergoeden, kan in een aparte schadestaatprocedure worden beoordeeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 715714</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Schadevergoedingsuitspraak</description><issued>2024-07-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2024:601</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:601</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2024:601"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wht; opnieuw beroep wegens niet tijdig nemen besluit op bezwaar; kortere beslistermijn gerechtvaardigd; verweerder moet binnen zes weken na verzending uitspraak besluit bekend maken; opnieuw dwangsom € 100 per dag met maximum van € 15.000.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ak_23_2484</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.P.W. Esmeijer</contributor><issued>2024-02-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1334</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1334</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1334"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1065</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8409"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen kenbaar uitstel verleend aan belanghebbende voor het doen van aangifte erfbelasting. De aanslag erfbelasting is niet binnen de aanslagtermijn opgelegd en wordt vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/10546</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-12-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:3610</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:3610</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:3610"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet WOZ. De WOZ-waarde van de woning is niet in geschil. Het beroep richt zich enkel op formele punten. De rechtbank wijst op het verschil in de bestuursrechtelijke jurisprudentie en de belastingrechtelijke jurisprudentie ten aanzien van procesbelang. De rechtbank acht het wenselijk dat deze divergentie uit het oogpunt van rechtseenheid wordt opgelost. De formele beroepsgronden slagen niet. Werkafspraken tussen partijen zijn van belang. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2717</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. de Vries</contributor><issued>2024-08-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1591</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1591</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1591"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01999</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-11-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1106</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2023:1219</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2023:1219</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2023:1219"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen aan Hoge Raad over het berekenen van rente op achterstallen over omzetbelasting bij invoer. Art. 114(2) DWU. Wettelijke basis in art. 22(1) Wet OB? Rentenadeel? In de periode van 2 april tot 28 juni 2019 heeft belanghebbende als direct vertegenwoordiger van een andere vennootschap vier aangiften voor het vrije verkeer gedaan van zendingen afkomstig uit Rusland. Belanghebbende heeft de Inspecteur medegedeeld dat een te lage douanewaarde is aangegeven in de genoemde aangiften en heeft hem verzocht een uitnodiging tot betaling op te leggen. Dat verzoek is ingewilligd. Over de verschuldigde invoerrechten en de verschuldigde omzetbelasting heeft de Inspecteur rente op achterstallen als bedoeld in art. 114(2) Douanewetboek van de Unie in rekening gebracht. De opdrachtgever van belanghebbende heeft op de voet van art. 15, lid 1, onderdeel c, 1° Wet OB recht op aftrek van de omzetbelasting die bij de onderwerpelijke uitnodiging tot betaling is medegedeeld. Ter zitting bij de Rechtbank heeft de Inspecteur toegelicht dat het in rekening brengen van rente op achterstallen over omzetbelasting bij invoer die wordt geheven met toepassing van art. 22 Wet OB, behoort tot het interne beleid van de Belastingdienst/Douane. Dit beleid is niet gepubliceerd en bij de vaststelling ervan heeft geen afstemming plaatsgevonden met de Belastingdienst/Omzetbelasting. In geschil is of de inspecteur terecht rente op achterstallen in rekening heeft gebracht over de omzetbelasting bij invoer. De rechtbank stelt de volgende twee prejudiciële vragen aan de Hoge Raad: 1) Biedt art. 22 Wet OB een rechtsgrond voor het in rekening brengen van rente op achterstallen in de zin van art. 114, lid 2, DWU over btw bij invoer die verschuldigd is op grond van art. 18 Wet OB en wordt geheven bij wijze van uitnodiging tot betaling? 2) Is het voor de beantwoording van de eerste vraag relevant of de belastingplichtige dan wel de (andere) ondernemer voor wie de goederen zijn bestemd, op grond van art. 15(1)c Wet OB, recht heeft op aftrek van deze omzetbelasting? De A-G komt tot de slotsom dat art. 22(1) Wet OB niet een rechtsgrond biedt voor het in rekening brengen van rente op achterstallen over omzetbelasting bij invoer. Zij geeft de Hoge Raad in overweging de prejudiciële vragen als volgt te beantwoorden: 1) Noch art. 22, lid 1, Wet OB noch enige andere wettelijke bepaling biedt een rechtsgrond voor het in rekening brengen van rente op achterstallen in de zin van art. 114, lid 2, DWU over omzetbelasting bij invoer die verschuldigd is op grond van art. 18 Wet OB en wordt geheven bij wijze van uitnodiging tot betaling. 2) Aan beantwoording van de tweede prejudiciële vraag wordt niet toegekomen. Indien de Hoge Raad de eerste prejudiciële vraag van de Rechtbank bevestigend beantwoordt, geeft zij de Hoge Raad in overweging de tweede prejudiciële vraag als volgt te beantwoorden: Het is niet mogelijk rente op achterstallen in de zin van art. 114, tweede lid, DWU in rekening te brengen over omzetbelasting bij invoer, indien de belastingplichtige dan wel de (andere) ondernemer voor wie de goederen zijn bestemd, op grond van art. 15, lid 1, onderdeel c, 1° Wet OB, een volledig recht heeft op aftrek van deze omzetbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01996</description><issued>2024-01-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1177</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1333</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1333</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1333"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02159</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1379</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:653</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:653</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:653"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; prejudiciële vragen; art. 27ga AWR; art. 9 Wet BPM 1992 (tekst 27 juni 2017 tot en met 30 juni 2020); art. 110 VWEU; vaststelling van de mate van CO2-uitstoot; overgangsregeling van NEDC-methode naar WLTP-methode; gevolgen voor heffing van bpm bij de registratie van personenauto’s die niet voor overgangsregeling in aanmerking zijn gekomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01021</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Prejudiciële beslissing</description><issued>2024-04-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:1555</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:696</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6806"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 12a Wet LB 1964, gebruikelijkloonregeling; vertrouwensbeginsel; vergrijpboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9312</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-10-14</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1945</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7094</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7094</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7094"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfbelasting. Omvang nalatenschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1176</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2023:699</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:879</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:879</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:879"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04070</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-06-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:8132</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:178</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:178</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:178"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Handelaarsregeling - naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5599, 22/5600, 22/5601, 22/5602, 22/5604 en 22/5605</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-01-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:908</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:908</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:908"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 13bis, lid 3, Wet LB 1964; woon-werkverkeer, verblijfplaats. Reizen tussen woning van partner van belanghebbende en arbeidsplaats is woon-werkverkeer, omdat woning van partner een verblijfplaats is voor belanghebbende. Geen schending van de 24-uurseis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/703</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1316</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1316</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1316"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00400</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-09-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:33</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2024:2045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:2045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2024:2045"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 10 februari 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen besloten om de lening van [appellant] niet over te nemen op grond van het Besluit betalen private schulden. Deze uitspraak gaat over de regeling voor het overnemen van private geldschulden van gedupeerde ouders in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De regeling is onderdeel van de zogenoemde schuldenaanpak, die is opgezet om gedupeerde ouders met schulden die zijn ontstaan of verergerd door de toeslagenproblematiek, te helpen bij het maken van een nieuwe start. Schuldovername houdt in dat de private schuld van een gedupeerde ouder of diens toeslagpartner overgaat op de overheid. De gedupeerde ouder of toeslagpartner is daarmee van de schuld af. De regeling opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. Voor de overname van een schuld gelden de voorwaarden dat die opeisbaar moet zijn en moet zijn vastgelegd in een notariële akte. Deze uitspraak gaat in het bijzonder over de vraag of de voorwaarden in het licht van het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel aan de overname van private schulden mogen worden gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202304182/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:3143</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1377"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04507</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:9077</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:329</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:329</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:329"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02450</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-03-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:1061</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:4980</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:4980</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:4980"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiser heeft in september 2022 aangifte IB/PVV gedaan voor het jaar 2021. Bij uitblijven van een definitieve aanslag heeft hij de volgens aangifte verschuldigde inkomstenbelasting op 31 december 2022 betaald. Daarbij was kenbaar dat de betaling betrekking had op de inkomstenbelasting voor het jaar 2021. Op 14 februari 2023 is de definitieve aanslag IB/PVV opgelegd conform de ingediende aangifte. Bij de aanslag is belastingrente in rekening gebracht over de periode van 1 juli 2022 tot en met 23 januari 2023. Naar het oordeel van de rechtbank is over een te lange periode belastingrente berekend. Na betaling was geen sprake van een betalingsverzuim en kan niet gesproken worden van een niet betaalde hoofdsom en te compenseren renteschade. De periode waarover belastingrente is verschuldigd, eindigt met de betaling van de verschuldigde belasting. Dat aan eiser geen voorlopige aanslag is opgelegd maakt dit niet anders. De invoering van artikel 30ia van de AWR kan evenmin tot een ander oordeel leiden. De rechtbank vermindert de beschikking belastingrente. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_3048 en 23_3049</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Maas</contributor><issued>2024-04-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1552</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1552</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1552"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. In geschil is of en in hoeverre belanghebbende in aanmerking komt voor aftrek van voorbelasting. Belanghebbende handelt bij uitvoering wettelijke taken ‘als overheid’. Geen integraal aftrekrecht. Voor de pre-pro-rata terugvallen op een verdeling aan de hand van de ontvangsten (inclusief rijksbijdragen) en de opbrengsten van tegen een vergoeding verrichte prestaties.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2440 t/m 22/2453</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1188</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1188</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1188"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04904</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:10320</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:2332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:2332"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen WOZ-beschikking. De rechtbank is van oordeel dat de stacaravans door natrekking eigendom zijn geworden van eiseres. De rechtbank acht het daarom juist dat bij de waardering van de onroerende zaak de stacaravans worden meegenomen, en wel door te doen alsof er jaarplaatsen mét stacaravan worden verhuurd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/894</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.P.D. Mathey-Bal, R.R. van der Heide, L.M. Praamstra</contributor><issued>2024-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3936</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3936</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3936"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Mogen belanghebbenden een afwaardering op de bedrijfsvoorraad in aanmerking nemen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3135 tot en met 23/3142</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-06-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:48</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:48</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:48"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">overdrachtsbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5923</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. de Werd</contributor><issued>2024-01-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:5457</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:5457</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:5457"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ongegrond; Wet IB 2001; hoorplicht noch algemene beginselen van behoorlijk bestuur geschonden; geen dwangsom.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/562</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, C. Huisman</contributor><issued>2024-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1045</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1045</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1045"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2015. Artikelen 27e en 52 AWR; verwerping van de administratie. Gemotiveerde schatting van omzet en winst door de Inspecteur. Belanghebbende heeft niet de vereiste aangifte gedaan. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Redelijke schatting. De navorderingsaanslagen en de vergrijpboete blijven in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/503 en BK-23/504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:5423</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1208"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is een kleinzoon van oud-KNIL-militairen en betoogt dat de Nederlandse Staat op grond van regelingen die betrekking hebben op ex-militairen verantwoordelijk is voor het voldoen van de heffingen. Het hof is van oordeel dat de regelingen de rechtmatigheid van de aanslagen niet aantast en geen onderwerp van geschil is. De aanslagen watersysteemheffing ingezetenen en zuiveringsheffing woningen zijn terecht opgelegd. Volgens het hof is voor de watersysteemheffingen van belang dat belanghebbende is ingeschreven in de basisregistratie personen en gebruik maakt van een woonruimte en de wijze hoe de inschrijving in de basisregistratie persoenen tot stand is gekomen is in dat kader niet relevant. Voor de zuiveringsheffing volstaat volgens het hof dat belanghebbende gebruiker is van de woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01270</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2024-04-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2888</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1565</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:580</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:580</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:580"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/04035</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:2702</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1112"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dividendbelasting; vrijheid van kapitaalverkeer; art. 56 EG (thans art. 63 VWEU); art. 10, lid 2, Wet DB 1965 (tekst tot 1 januari 2008); art. 28 Wet Vpb 1969; fiscale beleggingsinstelling; arresten HvJ: Deka, Fidelity Funds en L Fund; vervangende betaling; vergelijkbaarheid ingezeten en niet-ingezeten beleggingsfondsen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04515</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3770</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:988</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:6116</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6116</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:6116"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Samenloopvrijstelling. De onroerende zaak die aan belanghebbende is geleverd kan niet worden aangemerkt als bouwterrein, er is geen sprake van een situatie als bedoeld in het arrest Don Bosco (Hof van Justitie 19 november 2009, ECLI:EU:C:2009:722) omdat op belanghebbende zelf de sloopverplichting ten aanzien van de bebouwing rust.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 23/2494</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes, A.P. Vaatstra, J.J.J. Engel</contributor><issued>2024-09-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4625</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4625</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4625"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag inkomstenbelasting; nieuw feit; verdedigingsbeginsel; vereiste aangifte; woonplaats; resultaat uit overige werkzaamheden; voordeel uit aanmerkelijk belang; interne compensatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/5543</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik, S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1723</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:435</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:435</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:435"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Veroordeling wegens medeplegen van gewoontewitwassen. Vereiste aangifte. Contante stortingen belast als ROW. Boetes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/262 t/m 22/273</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:6586</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1335</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1335</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1335"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02188</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:715</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2296</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2296</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2296"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde woning 2020. Opstalrecht. Waterverdedigingswerk. Bodemvervuiling. Schending hoorplicht; na tussenuitspraak is gebrek hersteld. Twijfel over taxatieverslag A. van Velsen. Gemachtigde heeft als niet-deskundige het taxatieverslag zelf vervaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2285</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:461</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5230</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5230</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5230"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23-231 en 23-232</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-08-21</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1798</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3717</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3717</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3717"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verschoningsverzoek. Beoordeling verzoek aan de hand van een subjectieve en objectieve toets. Betrokkenheid bij eerdere zittingen geen reden voor verschoning. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.339.960/01 en 200.339.961/02 (22/611 en 22/614)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Verschoning</description><issued>2024-06-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:215</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:215</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:215"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitleg artikel 18, lid 2, Verdrag Nederland-Filipijnen; heffingsbevoegdheid Nederland na lijfrente-uitkering aan inwoner Filipijnen; komt de lijfrente-uitkering ten laste van de winst van Nederlandse verzekeringsmaatschappij?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04346</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-02-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:478</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:707</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:488</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:488</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:488"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01578</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-03-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:520</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2023:9660</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:9660</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2023:9660"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Verrekening buitenlandse bronbelasting box 3.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/930</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2023-11-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:721</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14762</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14762</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14762"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek moratorium toegewezen voor zes maanden. Voldoende aannemelijk dat de huurtermijnen tijdig en volledig zullen worden voldaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615735:R-RK - NL:TZ:2615736:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.J. Tideman</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1298</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1298</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1298"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 219 en 223 Gemeentewet (forensenbelasting). Tariefsverhoging en regulering woningmarkt. HR 13 september 2024 ECLI:NL:HR:2024:1159.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03216</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:2303</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1200</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1224</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3634</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3634</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3634"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Schending hoorrecht. Terugwijzing naar inspecteur. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2933</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2024-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4983</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4983</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4983"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting / boete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/4384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. van Norden, J.H. Bogert, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-07-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1850</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:436</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:436</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:436"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Ontvankelijkheid bezwaar. Inkomsten uit arbeid en aanmerkelijk belang. Vergrijpboetes.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/434 t/m 22/440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2221</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2221</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2221"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is in 2012 tot en met 2014 buitenlands belastingplichtige. Hij houdt indirect via een [land 1] vennootschap aandelen in coffeeshops in Nederland. In 2011 vervreemdt hij zijn aandelen in de [land 1] vennootschap. Hij bedingt daarbij het recht om de aandelen in de [land 1] vennootschap in de toekomst voor € 1 terug te kunnen kopen. Het hof acht in zijn uitspraak van dezelfde datum met betrekking tot de coffeeshops aannemelijk dat de coffeeshops winsten hebben afgeroomd en dat die inkomsten gedeeltelijk aan belanghebbende zijn toegekomen. Dit betekent nog niet dat belanghebbende inkomen uit aanmerkelijk belang heeft genoten omdat daarvoor is vereist dat sprake is van een in Nederland gevestigde vennootschap. Het hof acht aannemelijk dat belanghebbende zijn indirecte belang heeft vervreemd. Het optierecht dat belanghebbende in 2012 tot en met 2014 hield, was niet een optierecht op aandelen in een in Nederland gevestigde vennootschap.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/860 tot en met 22/865</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, A.J. Kromhout, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-11-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1405</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2713</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2713</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2713"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vereiste aangifte, omkering en verzwaring bewijslast, matiging boete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2636 en 23/2637</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-04-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1326</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1326</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1326"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">DA IB/PVV 2018 en Zvw 2018. Belanghebbende, een zzp'er, heeft in 2018 geen recht op aftrek van huisvestingskosten. Geen ongelijke behandeling ten opzichte van werknemers, die in verband met de coronapandemie vanaf 2022 kosten die samenhangen met thuiswerken vergoed kunnen krijgen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/393 en 23/394</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:748"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 1:3, lid 3, Awb en art. 4:17 Awb; is een verzoek om vergoeding van de bezwaarkosten een beschikking op aanvraag zodat de dwangsomregeling van toepassing is?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02277</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-05-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:225</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1047</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1047</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1047"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02117</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-07-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:780</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:529</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:529</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:529"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 3, lid 3, letter a, en art. 15, leden 1 en 4, Wet OB; aanleg zonnepanelen door waterschap; vanaf eerste ingebruikneming gebruikt voor zowel economische als niet-economische prestaties; aanschaf in hoedanigheid van ondernemer; aftrek van voorbelasting naar verhouding van verwacht gebruik voor economische activiteiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00318</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:11829</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:703</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:703</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:703"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-03-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vertrouwensbeginsel; de aangifte is ingevuld door een derde; de aanslag is vastgesteld op basis van de loongegevens in de systemen van de Belastingdienst</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00754</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:6081</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1339</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:5961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:5961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:5961"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Niet Woningen. 4 belastingjaren. Voor 1 belastingjaar eigen verkoopcijfer en voor 3 belastingjaren HWK-methode. Voor 2 belastingjaren beroepen (deels) gegrond en WOZ-waarden vastgesteld. Voor 2 belastingjaren beroepen ongegrond. Verzoek om immateriële schade toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 22/2362, UTR 22/2363, UTR 22/502, UTR 22/1107, UTR 22/1108, UTR 22/1109, UTR 22/1893, UTR 22/1894, UTR 22/1895 en UTR 22/4440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Wolbrink</contributor><issued>2024-11-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1525</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1525</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1525"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 9, tweede lid onderdeel a van de Wet op de omzetbelasting 1968 in combinatie met Post b4 van Tabel 1 bij de Wet op de omzetbelasting 1968.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 24 _ 5274</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-03-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:383</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:383</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:383"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter a, en art. 11, lid 1, letter p, Wet OB; post b.14 van Tabel I behorende bij de Wet; hoger onderwijs voor ouderen (HOVO) in de vorm van cursorisch onderwijs; uitleg ‘voordrachten en dergelijke diensten’ en van ‘lezingen’; geen vrijstelling en geen verlaagd tarief?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00167</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:4424</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2022:1245</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:486"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01727</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-03-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:542</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:812</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:812</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:812"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Onroerendezaakbelastingen; art. 17, leden 3 en 4, Wet WOZ; vaststelling WOZ-waarde van een hotel in aanbouw; invloed omzetbelasting op vervangingswaarde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04398</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-06-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3372</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:942</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:979</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:429</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:429</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:429"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Rechtspersonenrecht; juridische splitsing. Pauliana (3:45 BW). Verbintenissenrecht (art. 6:6 BW). Aansprakelijkheid verkrijgende rechtspersonen voor verbintenissen van splitsende rechtspersoon (art. 2:334t BW). Kan voor toepassing van art. 2:334t lid 2 BW op gesplitste rechtspersoon rustende verbintenis contractueel ondeelbaar worden gemaakt, zodat ook verkrijgende rechtspersonen voor geheel aansprakelijk zijn tot nakoming van verbintenis? Is beroep van bank op rentebeding in geldleningsovereenkomst ten opzichte van andere deelgenoten bij verdeling van notarieel executiedepot onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid? Niet-ontvankelijkheid paulianavorderingen in verband met primaat faillissementscurator (art. 49 Fw)?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03011</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-03-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:828</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:3670</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1254</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1254</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1254"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02141</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1277</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:907"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 6:7, art. 6:9 Awb. Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Geen verschoonbare omstandigheden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/298</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:1414</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:3485</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:3485</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:3485"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Artikel 8 Uitvoeringsregeling BPM (versie 2022). Auto met essentiële gebreken. Vereiste dat voor inschrijving van de auto essentiële gebreken moeten zijn hersteld levert geen strijd met art. 110 VWEU op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_646</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes, A.P. Vaatstra, J.J.J. Engel</contributor><issued>2024-06-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:32</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:32</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:32"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vpb. Belanghebbende neemt voor € 1 de aandelen in een buitenlandse onderneming over en daarnaast voor € 1 vorderingen op diezelfde onderneming met een nominale waarde van $ 200 miljoen. De onderneming zelf betaalt aan de verkoper eenmalig € 5,8 miljoen. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een echte lening en niet van een schijnlening. Het karakter van de lening wordt in beginsel bepaald op het moment van aangaan. Nadien is het karakter niet wezenlijk veranderd. Dit betekent dat de terugbetalingen niet zijn aan te merken als terugbetalingen van kapitaal die onder de deelnemingsvrijstelling vallen, maar behoren tot de belastbare winst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 3167</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Westerbaan, R.A. Eskes, P.J. Tikken</contributor><issued>2024-01-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:3959</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:3959</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:3959"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">inkomstenbelasting, omkering van de bewijslast, verzuimboete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 407</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, C. Maas</contributor><issued>2024-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3753</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3753</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3753"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; kostenvergoeding bezwaar; procespunt verschijnen ter zitting rechtbank. Het Hof ziet aanleiding de proceskostenvergoeding voor hoger beroep te beperken tot één proceshandeling (indienen hogerberoepschrift).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/132</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1310</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1310</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1310"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01410</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:309</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:979</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:979</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:979"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In geschil is of het door belanghebbende betaalde bedrag aan parkeerbelasting ad EUR 0,10 in mindering gebracht moet worden op het nageheven bedrag aan parkeerbelasting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/754</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.J.P.M. Haas</contributor><issued>2024-04-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:2861</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:2861</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:2861"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2016. Belanghebbende heeft een lump sum uitkering ontvangen op basis van een ‘Pension and Death Benefit Plan’ van een Ierse onderneming waaraan haar overleden echtgenoot, in verband met zijn dienstbetrekking bij die onderneming, heeft deelgenomen. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat het Pension and Death Benefit Plan als een pensioenregeling moet worden beschouwd. Een advies van het bedrijf waar de uitvoering van de arbeidsvoorwaarden van de Ierse onderneming is ondergebracht, doet daar niet aan af. Het hof ziet bovendien niet in waarom een onderscheid zou moeten worden gemaakt tussen het ontvangen van een eenmalige uitkering vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en het ontvangen van periodieke uitkeringen bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. De Ierse uitkering moet, nu daar geen (Ierse) belasting op is ingehouden, op grond van artikel 3.82, letter b, Wet IB 2001, tot het loon worden gerekend en de Ierse uitkering behoort tot het belastbaar inkomen uit werk en woning. Vervolgens is in geschil of het heffingsrecht op grond van (artikel 14 of 17 van) het Verdrag aan Nederland is toegewezen. Het hof is van oordeel dat de Ierse uitkering onder artikel 17 van het Verdrag valt, gelet op de tekst van het Verdrag en gelet op het verdragsposterieure en het verdragsanterieure OESO-commentaar. De Ierse uitkering mag dus worden belast in Nederland. Het hoger beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01051</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, W.A. Sijberden, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-01-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2116</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1197</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1197</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1197"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00295</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:4561</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:480</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:480</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:480"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02607</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-03-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1699</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:164</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2024:167</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2023:5419</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2023:5419</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2023:5419"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-zaak. Goede procesorde, art. 8:58 Awb. Termijn van 10 dagen is geen harde grens. Stukken die gelet op die termijn op tijd zijn ingediend, maar die vanwege bijvoorbeeld hun omvang de wederpartij niet meer in staat stellen om er adequaat op te reageren, kunnen alsnog worden geweigerd. En stukken die gelet op die termijn te laat zijn ingediend, maar waarop gelet op hun inhoud of beperkte omvang een wederpartij nog prima kan reageren, kunnen toch worden toegelaten. De rechtbank constateert dat uit eisers uitgebreide schriftelijke reactie blijkt dat hij in staat is geweest om van het nader stuk kennis te nemen en erop te reageren. Zij betrekt daarom het nader stuk – en eisers reactie daarop – bij de beoordeling. De heffingsambtenaar heeft onvoldoende inzicht geboden in de waarde-opbouw van de woning in relatie tot de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten. Volgens de systematiek van de Wet WOZ moet de waarde van een woning worden onderbouwd door een vergelijking te maken met gerealiseerde verkoopcijfers van vergelijkbare woningen rond de waardepeildatum. Het is de rechtbank niet gebleken dat de heffingsambtenaar dat heeft gedaan. Hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2184</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Lie</contributor><issued>2024-01-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:4578</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:4578</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:4578"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting, einduitspraak op ECLI:NL:RBNNE:2023:5144 naar aanleiding van prejudiciele beslissing ECLI:NL:HR:2024:863, (i) de schadeafwikkelingsdiensten die de buitenlandse schaderegelaars verrichten, vormen niet één (ondeelbare) prestatie met de verzekeringsprestatie die eiseres verricht, (ii) evenmin vallen de zelfstandige schadeafwikkelingsdiensten die de buitenlandse schaderegelaars verrichten onder de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel k, van de Wet op de omzetbelasting 1968, ten slotte (iii) vormen de buitenlandse dochtervennootschappen die aan eiseres schadeafwikkelingsdiensten verrichten voor omzetbelastingdoeleinden geen vaste inrichtingen van eiseres.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 21/1215</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Uitspraak na prejudiciële beslissing</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, M. van den Bosch, F. Brekelmans</contributor><issued>2024-11-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2024:1405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:1405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2024:1405"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde van onder andere een woning. Eiseres is gebruiker van de woning. Volgens een recent arrest van de Hoge Raad van 8 maart 2024 dient, indien de gebruiker van een woning door een wijziging van de vastgestelde WOZ-waarde niet in een gunstiger positie kan komen, te worden aangenomen dat een rechtsmiddel niet-ontvankelijk moet worden verklaard als de indiener daarbij geen belang heeft. De rechtbank is niet gebleken dat een andere WOZ-waarde van de woning eiseres op enige wijze in een betere positie zou brengen. Daarom is het beroep van eiseres niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/374</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J. Woestenburg</contributor><issued>2024-06-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7126</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7126</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7126"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De beroepen zijn niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. De rechtbank komt niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil (kwalificatie van een kostenvergoeding die belanghebbende rechtstreeks heeft ontvangen van het Hof van Justitie van de Europese Unie).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9692 en 23/9693</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2024-10-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:523</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:523</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:523"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is eigenaar van grond waarop in samenwerking met derden appartementen worden ontwikkeld. Belanghebbende heeft in de zijn aangifte inkomstenbelasting een negatief resultaat uit overige werkzaamheden opgenomen. Naar oordeel van het hof heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat de door hem gestelde werkzaamheid op enig moment gericht was op het behalen van redelijkerwijs te verwachten voordelen die het bij normaal actief vermogensbeheer te verwachten rendement te boven gaan. Hieruit volgt dat het in 2016 behaalde resultaat niet is aan te merken als een resultaat uit overige werkzaamheden zoals bedoeld in art. 3:90 Wet IB 2001.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00282</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, J.A. den Braber-Riemens, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-03-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:572</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1271</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1271</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1271"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03784</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:2711</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:612</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:612</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:612"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/5423 en 22/5424</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2024-02-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1090</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1090</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1090"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Fiscaal partnerschap. Wijziging onderlinge verhouding belastbare inkomsten uit eigen woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1408</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1288</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2261</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2261</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2261"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 10e Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 Belanghebbende, afkomstig uit India, heeft met een studentenvisum een jaar in België gestudeerd en is daarna onder de regeling “zoekjaar afgestudeerden” naar Nederland gekomen om een baan te vinden. In Nederland heeft hij enige tijd als uitzendkracht gewerkt en daarna een baan gevonden. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij als inkomende werknemer kwalificeert. De Inspecteur heeft het verzoek om toepassing van de 30%-regeling terecht afgewezen. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-24/230</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:714</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1779</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1779</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1779"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 7:2 Awb. Schending hoorplicht. Heffingsambtenaar mocht er niet van uitgaan dat belanghebbende (stilzwijgend) afstand had gedaan van het recht om gehoord te worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/520</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31568</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31568</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31568"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Kinderalimentatie gewijzigd en verhoogd, als ook vaststelling partneralimentatie. Man heeft inkomsten uit nagelstudio en kapsalon en heeft een woning gekocht. De koopsom van die woning en de hoogte van de hypotheek die aan hem is verstrekt, roepen vragen op omdat de hoogte daarvan niet past bij het inkomen dat hij heeft opgegeven bij de Belastingdienst. Niet aannemelijk geworden dat de man niet in staat is de verzochte bijdragen te betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/698540 FA RK 26-855</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.P. den Hollander</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3008</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3008</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3008"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting, berekening premie-inkomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9016</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2024-05-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2023:6776</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:6776</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2023:6776"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Afkoop of prijsgeven van pensioen. Faillissement werkmaatschappij gevolgd door civielrechtelijke aansprakelijkstelling van belanghebbende en het eigenbeheer lichaam vanwege kennelijk onbehoorlijk bestuur. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat in het jaar van faillissement van de werkmaatschappij reeds een situatie is ontstaan waarin het eigenbeheer lichaam niet langer aan haar pensioenverplichting jegens belanghebbende kon voldoen. In de jaren na het jaar van faillissement van de werkmaatschappij zijn ook nog pensioenuitkeringen gedaan. Van het prijsgeven of illusoir worden van de pensioenaanspraken van belanghebbende is evenmin sprake. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20_1743</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius, A.F. Germs-de Goede, L.Y. Gramsbergen</contributor><issued>2023-12-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3007"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Loon uit vroegere dienstbetrekking. Arbeidskorting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/812</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:804</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1907</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2847"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM: marktonderzoek/koerslijst; schade; historische nieuwprijs; kostenvergoeding bezwaarfase</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00916</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:235</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:235</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:235"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aftrek scholingsuitgaven; Is gestort collegegeld een depotstorting?; Besluit proceskosten bestuursrecht; Is differentiatie proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase tussen belasting- en premiezaken en overige zaken in strijd met het discriminatieverbod? Een buitenlandse student aan de [universiteit] (belanghebbende) wil zijn collegegeld als scholingskosten in aftrek brengen. Bij de Rechtbank kreeg hij gelijk. De Rechtbank heeft de persoonsgebonden aftrek vastgesteld op € 15.325. De Inspecteur is veroordeeld tot vergoeding van belanghebbendes proceskosten. De kosten voor rechtsbijstand in de bezwaarfase heeft de Rechtbank vastgesteld met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: BPB), uitgaande van een waarde per punt in bezwaar van € 296. De Staatssecretaris heeft rechtstreeks beroep in cassatie (sprongcassatie) ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank. Belanghebbende heeft incidenteel beroep in cassatie ingesteld met betrekking tot de proceskostenveroordeling. Het incidentele beroep in cassatie vormt aanleiding tot het nemen van deze conclusie. Het principale beroep gaat over de aftrek van het collegegeld. Belanghebbende heeft het geld overgemaakt voordat hij naar Nederland kwam. Hij was toen nog geen (binnenlandse of buitenlandse) belastingplichtige. De Inspecteur heeft daarom de aftrek geweigerd. Uit art. 6.1(1)(a) Wet IB 2001 volgt namelijk dat alleen belastingplichtigen recht hebben op die aftrek. De Rechtbank heeft kort gezegd geoordeeld dat de overschrijving van het bedrag in februari 2018 een depotstorting vormt en dat de voldoening van het collegegeld heeft plaatsgevonden door verrekening met het onverschuldigd betaalde bedrag op of omstreeks 11 september 2018. Toen woonde belanghebbende al in Nederland, was hij dus binnenlands belastingplichtige, en had hij dus recht op toepassing van de persoonsgebonden aftrek. A-G Koopman meent dat het oordeel van de Rechtbank geen blijk geeft van onjuiste rechtsopvatting, voor het overige feitelijk is en niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris is naar mening van de A-G ongegrond. In het incidentele beroep in cassatie klaagt belanghebbende erover dat de Rechtbank niet punt 1 (tarief: € 296) van onderdeel B2 van de bijlage bij het BPB had moeten toepassen, maar punt 2 (tarief: € 597). Belanghebbende acht het gemaakte onderscheid onder meer in strijd met het discriminatieverbod van art. 1 Grondwet. A-G Koopman onderzoekt eerst of het lage forfaitaire tarief voor belasting- en premiezaken buiten toepassing moet blijven wegens strijd met het motiverings- of het zorgvuldigheidsbeginsel. Dat is niet het geval. Volgens de A-G is dit tarief voldoende onderbouwd om een toetsing mogelijk te maken aan hogere regelgeving, de algemene rechtsbeginselen of de algemene beginselen van behoorlijk bestuur Daarna wordt toegekomen aan toetsing van het tariefverschil aan het discriminatieverbod van art. 1 Grondwet. A-G Koopman meent dat de belasting- en premiezaken en overige gevallen in onderdeel B2 van de bijlage bij het BPB feitelijk en rechtens vergelijkbaar zijn en dat de besluitgever niet in redelijkheid mocht menen dat de belasting- en premiezaken en overige gevallen met oog op de toepassing van onderdeel B2 van de bijlage bij het BPB niet als gelijke gevallen zijn aan te merken. Daarom moet worden beoordeeld of voor de ongelijke behandeling (verschil in waarde per punt) van de gelijke gevallen een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. De besluitgever heeft het onderscheid gebaseerd op de veronderstelling dat de kosten in belasting- en premiezaken voor de bezwaarfase (gemiddeld genomen) lager zijn dan het destijds vastgestelde forfaitaire tarief geldend voor overige zaken. De A-G meent dat deze veronderstelling zo realistisch is dat de besluitgever deze op zichzelf bezien in redelijkheid aan het voor belasting- en premiezaken geldende tarief ten grondslag mocht leggen. Maar daarmee is niet verklaard waarom het tarief voor die overige zaken zoveel hoger is. Er wordt namelijk alleen een verschil verondersteld en verklaard tussen de gemiddelde werkelijke kosten in belasting- en premiezaken en het forfait in overige zaken. Daarmee is niet duidelijk waarom een verschil wordt verondersteld tussen de gemiddelde werkelijke kosten in belasting- en premiezaken en de gemiddelde werkelijke kosten in overige zaken. De gemiddelde kosten in overige gevallen zijn door de besluitgever niet nader bekeken. De stelling in de nota van toelichting inhoudende dat er thans geen gegevens voorhanden zijn of aanwijzingen bestaan dat in verband met de werkelijke kosten in andere belangrijke sectoren van het bestuursrecht een ander (lager) tarief is geboden, is volgens de A-G te summier. Er bestaat daarom naar de mening van A-G Koopman geen objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het tariefverschil voor de kosten van de bezwaarfase. Kort en eenvoudig samengevat: De Staatssecretaris heeft volgens A-G Koopman geen gelijk met zijn stelling dat het collegegeld in februari 2018 is betaald. De Rechtbank heeft geoordeeld dat het collegegeld toen niet is betaald maar in een depot is gestort. Dat is een vooral feitelijk oordeel. De Hoge Raad mag feitelijke oordelen alleen beoordelen op de begrijpelijkheid en op de onderbouwing (motivering) ervan. A-G Koopman meent dat het oordeel van de Rechtbank niet onbegrijpelijk is en voldoende is gemotiveerd. Belanghebbende heeft naar mening van de A-G wel gelijk met zijn klacht over de hoogte van de vergoeding voor de kosten die hij in de bezwaarfase heeft gemaakt. In het Besluit proceskosten bestuursrecht is het standaardtarief (forfait) in de bezwaarfase voor belastingzaken vastgesteld op € 296 (tarief 2023), terwijl dat voor andere zaken ruim het dubbele is, namelijk : € 597. A-G Koopman is het eens met belanghebbende dat dit verschil in strijd is met het discriminatieverbod. Het forfait in belasting- en premiezaken is wel onderbouwd, maar niet is onderbouwd waarom er een verschil bestaat tussen dit forfait en het forfait in overige gevallen. Belanghebbende moet volgens de A-G een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase krijgen op basis van het hogere forfaitaire tarief.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03218</description><issued>2024-03-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1060</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:487"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag forensenbelasting en medebelanghebbendebeschikking Wet WOZ. Schending van de hoorplicht. Vrijstelling waterverdedigingswerk. De Heffingsambtenaar heeft, niettegenstaande hetgeen belanghebbende hiertegen heeft aangevoerd, aannemelijk gemaakt dat de waarde van de woning niet op een te hoog bedrag is vastgesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/226</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-04-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:1046</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1312</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1312</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1312"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01412</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:308</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1595"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 31, lid 1, Wet OB. Bijna-thuis-huis. Belanghebbende heeft voor twee tijdvakken verzoeken om teruggaaf ingediend. Het hof is van oordeel dat de inspecteur beide verzoeken terecht niet ontvankelijk heeft verklaard, omdat belanghebbende de verzoeken te laat heeft ingediend. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is geen sprake en het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Het hof komt niet toe aan de vraag of belanghebbende met haar activiteiten belaste prestaties voor de omzetbelasting verricht. Belanghebbende heeft verder geen recht op immateriële schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn, in verband met de geldende coronamaatregelen tijdens de periode van het hoorgesprek die een bijzondere omstandigheid vormen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1560 en 22/1561</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, J.M. van der Vegt, I. Reijngoud</contributor><issued>2024-05-23</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de omzetbelasting 1968 31</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:4329</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1457</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1457</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1457"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen kansspelbelasting. Wraking. Verzoek om uitstel. Verzoek om verwijzing. Belanghebbende, die een onderneming drijft bestaand uit exploitatie van speelautomaten, maakt niet aannemelijk dat in haar geval sprake is van een individuele en buitensporige last in de zin van art. 1 EP.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1816 t/m 21/1818</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1714</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1714</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1714"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BRE 22/5937 en BRE 22/5938. IB/PVV en Zvw; op de zaak betrekking hebbende stukken (art. 8:42 Awb); hoor- en inzagerecht (art. 7:3, aanhef en onderdeel e, Awb en art. 7:4, tweede lid, Awb); ISV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5937</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Bogert</contributor><issued>2024-03-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3988</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3988</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3988"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inlenersaansprakelijkheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1285</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-06-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1076</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:5499</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:5499</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:5499"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Leges. Omgevingsvergunning niet verleend. Terecht leges in rekening gebracht omdat de dienst is verleend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2422</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1187</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1187</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1187"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04499</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:3963</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:788</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:788</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:788"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Rechtbank heeft ten onrechte niet beslist op verzoek belanghebbende om een dwangsombeschikking vast te stellen wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar. Dit verzoek is gedaan in het beroepschrift tegen de uitspraak op bezwaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2370</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2022:5518</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:94</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:94</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:94"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02015</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-01-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:1110</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:19835</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:19835</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:19835"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsverzoek afgewezen. Het betreft een procedurele beslissing van de rechter die als zodanig, gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, nooit grond voor wraking kan vormen. De overige stellingen van verzoeker zijn onvoldoende geconcretiseerd om een grond voor wraking van de rechter te kunnen zijn. Wrakingsverbod.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/675870/KG RK 24-1623</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.M.A. Keulen, E.E. Schotte, S.M. Krans</contributor><issued>2024-11-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1132</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1132</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1132"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Boetebeschikking; paragraaf 2, lid 6, BBBB; toestemmingsvereiste voor opleggen medeplegersboete; art. 67e AWR; artt. 4:84 en 5:1 Awb; vergrijpboete medepleger; (voorwaardelijk) opzet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01348</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-09-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:661</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:317</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1438</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1438</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1438"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02702</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-10-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:1057</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1791"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag bpm - schade</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 20/7049</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-03-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1648</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1648</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1648"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. Het Hof komt tot de conclusie dat de gestelde gemachtigde tegen de wil van belanghebbende hoger beroep heeft ingesteld. Indiener onbevoegd en misbruik van recht. Hoger beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-06-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2723</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2723</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2723"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslagen IB/PVV over de jaren 2006 tot en met 2014 terecht aan belanghebbende zijn opgelegd. Voor de jaren 2006 en 2007 heeft de inspecteur het inkomen uit box 2 echter wel op te hoge bedragen vastgesteld. Voor het jaar 2006 moet het inkomen uit box 2 worden verlaagd tot € 25.000 en voor het jaar 2007 tot € 47.421. De rechtbank acht de hoogte van die extra inkomsten, die is beoordeeld in het kader van omkering en verzwaring van de bewijslast, gebaseerd op een redelijke schatting. Belanghebbende heeft niet doen blijken dat deze navorderingsaanslagen op lagere bedragen moeten worden vastgesteld. De inspecteur heeft verder voor alle jaren terecht inkomstenbelasting nagevorderd over het inkomen uit box 3 en ook heeft de inspecteur de vergrijpboetes terecht opgelegd. De vergrijpboete over het jaar 2007 moet worden gematigd overeenkomstig de vermindering van de navorderingsaanslag over dat jaar en tot slot vormt uitsluitend de duur van de procedure reden om ook de andere opgelegde vergrijpboetes te matigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/4465, 21/5841 tot en met 21/5848</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen, V.A. Burgers, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2024-05-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:5583</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:5583</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:5583"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Accijns. Onveraccijnsde onversneden rooktabak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/616</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3006</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3006</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3006"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting, hoogte aanslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/2166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.H. van Schaik</contributor><issued>2024-05-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3312</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3312</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3312"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM, methode waarmee de verschuldigde bpm kan worden berekend, de historische nieuwprijs, de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat, de waardevermindering van de kampeerauto wegens een schadeverleden, en de herleidingsmethode.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/3397</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-05-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2808"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde woning. Diverse klachten; o.a. over onjuiste inhoud, iWOZ-kaarten, black box-arrest</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1652</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, T.A. Gladpootjes, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-12-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:141</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:141</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:141"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bron van inkomen. Hoogte van het behaalde inkomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/3140 en 22/3141</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink</contributor><issued>2024-01-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4475"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019, Zvw 2019 en IB/PVV 2020: Is sprake van een objectieve voordeelsverwachting?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9536, 23/9537 en 23/9538.</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-07-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1847</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:90</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:90</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:90"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03229</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-01-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:2189</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:3433</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3433</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:3433"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1292</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2023:7150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:7150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2023:7150"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-11-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Ongegrond. Verordening is niet onverbindend. Geen strijd met artikel 2 van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 22/5146</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A.W. Jansen</contributor><issued>2024-01-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:112"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde bedrijfspand. Kapitalisatiefactor aannemelijk. Belanghebbende heeft griffierecht maar deels betaald. Rechtbank verrekent de restantvordering met de vergoeding van immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN - 21_5765</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes</contributor><issued>2024-01-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:1266</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:1266</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:1266"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Het beroep ziet op de hoogte van de arbeidskorting van eiser. Eiser woonde en werkte een deel van het onderhavige belastingjaar in Brunei en was geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige. De rechtbank is van oordeel dat hetgeen is geoordeeld in het Costa Rica-arrest nog steeds heeft te gelden, zodat het buitenlandse inkomen genoten in een periode dat geen sprake is van Nederlandse belastingplicht niet meetelt voor de berekening van de arbeidskorting. Voor de berekening van de arbeidskorting telt het in Brunei genoten loon dus niet mee. De wetswijzigingen van artikel 2.7, eerste lid, van de Wet IB en de toevoeging van het achttiende lid aan artikel 7.2 van de Wet IB hebben daarin geen verandering gebracht. Het voorgaande geldt ook voor het premiedeel van de arbeidskorting. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22_7882</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema, A.J.M. Arends, K.G. Scholten</contributor><issued>2024-02-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4449</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4449</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4449"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV - verzuimboete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/1869</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-07-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:4738</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4738</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:4738"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Vermindering (afschrijving).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/799</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:734</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2586</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2586</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2586"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft een aanzienlijk hoger resultaat uit overige werkzaamheden behaald, dan in de aangifte is opgenomen. Belanghebbende heeft daardoor niet de vereiste aangifte gedaan. Het hof acht de schattingen van de inspecteur niet redelijk en stelt het resultaat uit overige werkzaamheden in goede justitie vast. Alleen de hoofdwoning van belanghebbende kwalificeert als eigenwoning. De hypotheekrente van zijn woning in Brazilië komt niet voor aftrek in aanmerking. Het hof verlaagt de boete wegens omkering en verzwaring van de bewijslast en overschrijding van de redelijke termijn. Hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1233 t/m 22/1235</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, J.M. van der Vegt, I. Reijngoud</contributor><issued>2024-10-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2467</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:428</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:327"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01273</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2024-03-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2023:407</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:5051</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:5051</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:5051"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank beoordeelt of belanghebbende voor de jaren 2019 tot en met 2022 verhuurderheffing verschuldigd is. Daarbij spitst het geschil zich toe op het antwoord op de volgende vragen: Is sprake van een schending van het gelijkheidsbeginsel vanwege begunstigend beleid? Is er sprake van schending van het discriminatieverbod voor het belastingjaar 2019? Is er sprake van schending van het discriminatieverbod voor het belastingjaar 2020? Is de verhoging van de vrijstelling per 1 januari 2018 van 10 naar 50 woningen in strijd met het discriminatieverbod? Is de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II in strijd met artikel 19 van de Woningwet?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1091</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M. Sanna, R.R. van der Heide, F. Brekelmans</contributor><issued>2024-12-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:3172</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:3172</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:3172"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen accijns vernietigd. Verweerder heeft niet alle op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd. Weigering overlegging onbewerkte versie van het overzichtsproces-verbaal.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 21 _ 2521</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. Kleij, W.M.C. Schipper, P.H. Lauryssen</contributor><issued>2024-04-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2167</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2167</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2167"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Beroep niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5321</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.G.J.M. de Weert</contributor><issued>2024-04-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2023:3192</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3192</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2023:3192"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag IB. Ambtelijk verzuim. Vergoeding Immateriële schade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00451</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:997</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:997</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:997"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 2a(1)k Wet OB; art. 311(1)5 Btw-richtlijn; wederverkoper; is ook degene die eenmalig een margegoed levert, een wederverkoper? Belanghebbende heeft een motorjacht, dat aan haar is geleverd met toepassing van de margeregeling, willen verkopen met winst maar in 2014 moeten verkopen met verlies. In eerdere noch latere jaren heeft zij andere plezierjachten gekocht of verkocht. In geschil is of de margeregeling van toepassing is op de levering van het jacht door belanghebbende. Het geschil spitst zich toe op de vraag of ook degene die eenmalig een margegoed levert, is aan te merken als een wederverkoper. Evenals de Rechtbank en het Hof, beantwoordt A-G Ettema die vraag in bevestigende zin. De A-G stelt voorop dat het begrip ‘wederverkoper’, dat is omschreven in art. 2a(1)k Wet OB, moet worden uitgelegd in overeenstemming met de Unierechtelijke betekenis daarvan. Dit begrip is namelijk een Unierechtelijk begrip, dat is omschreven in art. 311(1)5 Btw-richtlijn, en moet daarom autonoom en uniform worden uitgelegd. De A-G leidt uit de tekst van deze richtlijnbepaling, de doelstelling van de margeregeling en het gebruik van het begrip ‘wederverkoper’ in art. 103(2)b Btw-richtlijn af dat dit begrip aldus moet worden uitgelegd dat de belastingplichtige die in het kader van zijn economische activiteit een margegoed koopt met het oog op wederverkoop, een belastingplichtige wederverkoper is, ongeacht of een wederverkoop eenmalig plaatsvindt. Aangezien het niet ertoe doet of een wederverkoop eenmalig plaatsvindt, doet het volgens de A-G ook niet ertoe of een wederverkoop (meer dan eenmalig maar) onregelmatig plaatsvindt. De A-G concludeert dat het middel faalt voor zover het berust op de opvatting dat de margeregeling niet van toepassing is op de eenmalige wederverkoop van een margegoed. Voor het overige betoogt het middel dat toepassing van de margeregeling vereist dat de wederverkoop van een margegoed deel uitmaakt van de normale bedrijfsuitoefening van de belastingplichtige. Dit vereiste volgt uit het arrest dat het Hof van Justitie heeft gewezen in de zaak Jyske Finans. De A-G leidt uit dit arrest af dat het vereiste wel geldt voor de wederverkoop van een margegoed dat de belastingplichtige zelf heeft gebruikt maar niet voor de wederverkoop van een margegoed dat de belastingplichtige niet zelf heeft gebruikt, zoals hier de wederverkoop van het jacht door belanghebbende. De A-G concludeert dat het middel ook voor het overige faalt. A-G Ettema geeft de Hoge Raad in overweging het beroep in cassatie ongegrond te verklaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03589</description><issued>2024-10-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:49</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:49</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:49"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vennootschapsbelasting; artikel 25 Wet Vpb 1969; heeft belanghebbende recht op verrekening dividendbelasting? Uitleg van de vereisten voor opbrengstgerechtigde en uiteindelijk gerechtigde; dividendstripping; bewijslastverdeling. Artikel 5 Verdrag Nederland-Verenigd Koninkrijk 1980; heeft belanghebbende een vaste vertegenwoordiger in het Verenigd Koninkrijk?; bewijslastverdeling bij handelen in de normale uitoefening van zijn bedrijf. Informatiebeschikking; artikel 52 AWR; gegevens(dragers) van belang voor de heffing van belasting?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/01884</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-01-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2020:1189</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2021:79</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2023:13178</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2023:13178</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2023:13178"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Aan eiser zijn aanslagen voor 2012, 2013 en 2014 opgelegd. Bij uitspraak buiten zitting van 25 oktober 2016 heeft de rechtbank de daartegen gerichte beroepen niet-ontvankelijk verklaard. In 2022 komt eiser daartegen in verzet en stelt dat de termijnoverschrijding een gevolg is van langdurige psychische problemen, de daartoe verstrekte medicatie en langdurige opname in een kliniek. De rechtbank oordeelt dat niet aannemelijk is geworden dat eiser het verzetschrift zo spoedig mogelijk heeft ingediend zodra dat redelijkerwijs mogelijk was. Het verzet is daarom niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 3918</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. van Walderveen</contributor><issued>2024-01-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:2465</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:2465</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:2465"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 5:42 Awb. art 3, lid 2, Besluit proceskosten bestuursrecht Vergrijpboetes. Verzwegen Zwitserse bankrekening en contanten. Hof verklaart de boetes vervallen wegens het overlijden van belanghebbende. Proceskostenvergoeding beroep verminderd in verband met samenhang zaken echtgenote.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/01193 tm BK-22/01201</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P-80</contributor><issued>2024-01-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:14890</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:206</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:206</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:206"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/02634</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-02-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2022:2236</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4237</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4237</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4237"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Gebruikelijk loon, omkering en verzwaring bewijslast, schatting waarbij wordt uitgegaan van normbedrag van artikel 12a Wet is niet onredelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2934</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, S.J. Willems-Ruesink, C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-07-01</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:947</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5459</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5459</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5459"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2019, (verkapte) winstuitdelingen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE - 23 _ 3186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-08-22</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1944</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:2867</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2867</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:2867"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV, aftrek wegens voorkoming van dubbele belasting van elders belast inkomen, berekeningswijze teller/noemer dagenbreuk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3589</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2024-08-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:957</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:957</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:957"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ontvankelijkheid beroep en bezwaar. Btw-vordering.Tussen partijen is in geschil of belanghebbende de in geschil zijnde btw-vordering heeft overgedragen. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep ontvankelijk, omdat belanghebbende in een betere positie zou kunnen komen als haar standpunten gevolgd zouden worden. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende de btw-vordering heeft overgedragen, waardoor ieder hoger bedrag aan btw-vordering aan een ander dan belanghebbende zou toekomen. Belanghebbende heeft dan geen belang bij het bezwaar. Ook heeft belanghebbende geen afgeleid belang, omdat die andere partij akkoord is gegaan met een compromis over het bedrag aan btw-vordering</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/663</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, J.H. Bogert, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-02-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:1208</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1208</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:1208"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bezwaarschrift; motivering; op de heffingsambtenaar rust niet de verplichting om de indiener van een bezwaar de gelegenheid te bieden een verzuim te herstellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/475</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2024:150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2024:150"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">.Een alleenstaande bewoner vangt twee Oekraïense vluchtelingen in zijn woning op. Dit heeft tot gevolg dat het Waterschap uitgaat van een meerpersoonshuishouden en eiser een hoger bedrag aan zuiveringsheffing is verschuldigd. Eiser vindt dat niet redelijk. Het Waterschap ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan de hardheidsclausule. De rechtbank is niet bevoegd om dit te toetsen en moet daarom dit standpunt respecteren. Onder meer omdat de Oekraïners een vergoeding voor woonkosten ontvangen en zij geacht moeten worden in staat te zijn om eisers meerkosten te compenseren, ziet de rechtbank verder geen grond om strijdigheid met het evenredigheidsbeginsel aan te nemen. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 23 / 1232</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.H. Machiels, R.M.M. Kleijkers</contributor><issued>2024-01-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1518</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1518</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1518"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Verzoek ambtshalve vermindering. Vaststellingsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/59</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:5353</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:1089</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1283"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Levering percelen. Bouwterrein?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1700 en 21/1701</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:5803</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7516</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7516</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7516"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Omzet. Vermogensetikettering woning. Kostenaftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/114 t/m 23/119</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31254</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31254</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31254"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Partijen 1997 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met finaal verrekenbeding. 2017 echtscheiding uitgesproken, rechterlijke verdeling 2019. Vrouw ontvangt in 2022 een forfaitaire compensatie n.a.v. kinderopvangtoeslagaffaire en haar schulden worden afgewikkeld. Vrouw legt 2026 executoriaal derdenbeslag t.l.v. man voor schuld uit verdeling. Man meent aanspraak te maken op helft van de forfaitaire compensatie en stelt dat verdeling moet worden herzien n.a.v. van de latere schuldenregeling. Voorzieningenrechter: gedeeltelijke schorsing van de executie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/712699 / KG ZA 26-998</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. H.J. Vetter</contributor><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:265</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:265</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:265"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ 2019. Ondanks grote onroerendgoedportefeuille bij herhaling beroep op vrijstelling voor betaling griffierecht met oog op uitstel beroepsfase. Hoger beroep heffingsambtenaar tegen imsv en pkv in eerste aanleg ongegrond. Ofschoon hetgeen hij heeft gesteld reden vormt om te veronderstellen dat de behandeling van de zaak in de beroepsfase door belanghebbende is getraineerd, bieden de door de heffingsambtenaar gestelde feiten onvoldoende grond om vast te stellen dat de overschrijding van de redelijke termijn met bijna zeven maanden, volledig aan het hier veronderstelde getraineer van belanghebbende is toe te rekenen. Incidenteel hoger beroep belanghebbende eveneens ongegrond. HWK-methode. Top down. (Aanvangs)leegstandsrisico verdisconteerd in marge getaxeerde huur en kapfactor.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/52</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1666"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 3.82 Wet IB 2001; art. 26 IVBPR. Pensioenuitkering ontvangen van de Wereldbank in de heffing betrokken op grond van art. 3.82, aanhef en letter c, Wet IB 2001. Gelijke behandeling van ongelijke gevallen? Geen schending van het non-discriminatiebeginsel van art. 26 IVBPR.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/731</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:10835</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:827</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:827</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:827"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01687</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-06-07</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:894</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:5396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:5396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:5396"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ongegrond; 30%-regeling; Uitvoeringsbesluit loonbelasting; Eiser is niet aangeworven uit een ander land; Geen schending gelijkheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA - 23/1446</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Huisman</contributor><issued>2024-07-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:102</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:102</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:102"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VN pensioenuitkeringen. Weigering van een ambtshalve vermindering. Is sprake van nieuwe jurisprudentie? Opeenvolgend overgangsrecht. Deze zaak gaat over nieuwe jurisprudentie. Preciezer geformuleerd draait het erom of de onjuistheid van de aanslagen voortvloeit uit jurisprudentie die eerst is gewezen nadat de aanslagen onherroepelijk vast zijn komen te staan. Als dat het geval is dan heeft de Inspecteur het verzoek van belanghebbende om die aanslagen ambtshalve te verminderen terecht afgewezen. Dat volgt uit art. 45aa(b) Uitvoeringsregeling Wet IB 2001. In concreto gaat het om de aan belanghebbende voor 2014 tot en met 2017 opgelegde aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV). Daarbij zijn uitkeringen uit onzuivere pensioenaanspraken die vóór 1995 zijn opgebouwd gerekend tot zijn box 1-inkomen. Dat is onjuist. In geschil is of deze onjuistheid voortvloeit uit het arrest van de Hoge Raad van 18 oktober 2019 of dat die onjuistheid al voortvloeide uit het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2009 . De A-G concludeert dat verschillende definities van ‘nieuwe jurisprudentie’ verdedigbaar zijn, en dat zijn voorkeur uitgaat naar de volgende: De onjuistheid van een aanslag vloeit voort uit nieuwe jurisprudentie als de desbetreffende rechterlijke uitspraak is gewezen nadat de belastingaanslag onherroepelijk is geworden en de inspecteur voorafgaande aan die uitspraak in redelijkheid geen rekening ermee behoefde te houden dat de aan die aanslag ten grondslag liggende rechtsopvatting onjuist was. De inspecteur die zich op de nieuwheid van een arrest beroept, kan die stelling onderbouwen door te wijzen op de omstandigheid (a) dat de Hoge Raad zelf verklaart om te gaan of een rechtsregel te nuanceren of (b) dat de Belastingdienst voorheen bestaande beleidsregels of kennisgroepstandpunten moet intrekken of wijzigen. Andere onderbouwingen zijn niet bij voorbaat uitgesloten. Die definitie toepassend op deze zaak komt de A-G na een analyse van de arresten van 16 januari 2009 en 18 oktober 2019 tot de slotsom dat in de huidige stand van het geding niet is komen vast te staan dat aan de voorwaarden voor toepassing van deze uitzondering is voldaan. De A-G komt tot de conclusie dat het cassatieberoep van belanghebbende gegrond is en geeft de Hoge Raad in overweging de zaak te verwijzen naar een gerechtshof.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/00945</description><issued>2024-02-09</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:667</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1150</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1150</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1150"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag loonheffingen 2015. Belanghebbende is na het instellen van het hoger beroep in staat van faillissement verklaard. Na verzoek daartoe van de inspecteur ontslag van instantie toegewezen (artikel 27 Faillissementswet)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, P. Fortuin, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-04-18</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 27</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:2661</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:611</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:611</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:611"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">OB. Levering onbebouwde percelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/1518</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2021:3700</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1750"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02358</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:3202</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:582"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Het niet eens zijn met de besteding van het belastinggeld, meer specifiek de besteding van belastinggeld aan de subsidiëring van fossiele brandstoffen, levert geen recht op vermindering van de aanslag op. De verplichting om belasting te betalen luidt algemeen en het is niet aan de belastingplichtige om te bepalen voor welke overheidsuitgaven hij wel en voor welke hij niet belasting zal betalen. Evenmin vormen artikel 2 EVRM en artikel 5 EVRM grond om de aanslag te verminderen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA - 22 _ 6176</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades</contributor><issued>2024-03-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5067</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5067</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5067"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV; TOZO-1-uitkering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3644</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-08-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1046</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1046</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1046"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-07-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:1946</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:238"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:69a Awb i.v.m. art. 17 Wet WOZ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/04590</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-03-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:831</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:873</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:9078</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2023:20776</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:20776</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2023:20776"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verweerder maakt aannemelijk dat eiser in 2015 met verhuur van woningen resultaat uit overige werkzaamheden heeft behaald. Rente op leningen die ten behoeve van de woningen zijn aangetrokken, is bij de aanslagoplegging voor het jaar 2015 ten onrechte niet in aftrek gebracht. Niet in geschil is dat de woningen in 2016 tot box 3 moeten worden gerekend. De rechtbank acht aannemelijk dat in 2015 een stakingswinst is behaald die het bedrag aan ten onrechte niet in aftrek toegelaten rente overstijgt. Beroep op interne compensatie slaagt. De aanslag IB/PVV voor het jaar 2015 is niet te hoog vastgesteld. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_910 en 23_913</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Kiers</contributor><issued>2024-02-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2634</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7795</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7795</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7795"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Saldolijfrente.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/11456 en 23/11457</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn, V.A. Burgers, A. Laghmouchi</contributor><issued>2024-11-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:4255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:4255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:4255"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Toepassing van de interpretatieregels van het Verdrag van Wenen op artikel 20 Belastingverdrag NL – VS. Belanghebbende is als militair uitgezonden naar de VS en is inwoner van de VS geworden. Het hof verwerpt de uitleg die de inspecteur voorstaat, te weten dat artikel 20, lid 1, letter b, onderdeel ii, Belastingverdrag NL-VS alleen ziet op lokaal aangeworven ambassadepersoneel. Het hof is van oordeel dat de rechtbank, gelet op de tekst en de toelichting van de bepaling, terecht heeft geoordeeld dat het loon ter heffing aan de VS is toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01409</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, H.J. Cosijn, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-02-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3412</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:3476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:3476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:3476"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Artikel 8 Uitvoeringsregeling BPM (versie 2022). Auto’s met essentiële gebreken. Vereiste dat voor inschrijving van de auto’s essentiële gebreken moeten zijn hersteld levert geen strijd met art. 110 VWEU op.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 184</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.A. Eskes, A.P. Vaatstra, J.J.J. Engel</contributor><issued>2024-06-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5852</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5852</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5852"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Feitelijke leiding, zakelijke rente</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/246 t/m 21/252 en 21/834 en 21/835</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, V.A. Burgers, P.E.C. Vossenberg</contributor><issued>2024-09-06</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1659</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1659</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1659"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 2, lid 2, van het Besluit proceskosten bestuursrecht; proceskosten; punt van ondergeschikt belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02022</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-11-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:1210</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2024:4984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:4984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2024:4984"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 25 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Financiën beslist op een verzoek van [appellant A] en [appellant B] op grond van de Wet open overheid en geen informatie openbaar gemaakt of aan [appellant A] en [appellant B] verstrekt. In een brief aan de Belastingdienst van 26 februari 2021 hebben [appellanten] verzocht: "Met verwijzing naar de Wob vragen wij om inzage in de volgende stukken: - Alle stukken welke dateren vanaf 1 januari 2010 tot heden die verband hebben met de natuurlijke personen [appellant A] en [appellant B], beide woonachtig aan de [woonplaats]. - Alle stukken welke dateren vanaf 1 januari 2010 tot heden die verband hebben met het bedrijf Cartierhoeve, gevestigd aan de Ganzestraat 33 en 48a te Hapert. - In het bijzonder, maar niet uitsluitend, vragen wij om inzage in alle stukken die verband hebben met de benoeming van voornoemde personen en bedrijf tot RIEC casus/handhavingsknelpunt, alsmede alle stukken die verband hebben met het overleg dat heeft plaatsgevonden over de benoeming tot RIEC casus/handhavingsknelpunt, alsmede alle stukken die verband hebben met het onderzoek dat heeft plaatsgevonden naar voornoemde personen en bedrijf."</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202402140/1/A3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-04</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:574</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1323</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1323</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1323"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Urencriterium artikel 3.6 Wet IB. Omdat belanghebbende in 2019 meer uren in dienstbetrekking heeft gewerkt dan in zijn eigen onderneming is niet aan het grotendeelscriterium voldaan. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/1326</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-03-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3024</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3024</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3024"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank heeft op goede gronden de juist beslissing genomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00795</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, L.B.M. Klein Tank, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-02-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:662</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:535</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2024:3759</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:3759</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2024:3759"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Gebruik query. Verboden discriminatie? Belanghebbende heeft giften gedaan aan Islamitische instellingen. De aangiften IB/PVV van belanghebbende zijn uitgeworpen, en belanghebbende heeft code 1043 gekregen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur het vermoeden dat sprake is van verboden discriminatie naar geloofsovertuiging of nationaliteit ontzenuwd. Er bestond een objectieve reden voor (nader) onderzoek van de aangiften IB/PVV van belanghebbende, omdat tegen een bepaalde instelling, waaraan belanghebbende een gift had gedaan, ernstige verdenkingen waren gerezen. De rechtbank vermindert de aan belanghebbende opgelegde boetes omdat naar haar oordeel geen sprake is van ‘valsheid en listigheid’. Beroepen deels gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 22/1846</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Zippelius, A.P. Vaatstra, L.L. van Benthem</contributor><issued>2024-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2024:2670</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2670</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2024:2670"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ter zitting in een eerdere zaak was gebleken dat de gestelde gemachtigde tegen de wil van belanghebbende doorprocedeerde onder een herroepen volmacht. In de onderhavige zaak heeft dezelfde gemachtigde zich gesteld. Daarin en vanwege de grote gelijkenis met die eerdere zaak ziet het Hof aanleiding tot twijfel of de volmacht in deze zaak nog wel geldig is. Ondanks de geboden gelegenheid daartoe heeft gestelde gemachtigde nagelaten die twijfel weg te nemen. Daarom gaat het Hof ervan uit dat de volmacht is herroepen. Het hoger beroep is onbevoegdelijk ingesteld en daarom niet-ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: kenmerk 23/634</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.J.P.M. Haas, C.J. Hummel, J.P.R. van den Berg</contributor><issued>2024-10-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:9083</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:9083</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:9083"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Schuld kwalificiteert niet als restschuld eigen woning, beroep op vertrouwensbeginsel slaagt niet. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5170</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.A. den Braber-Riemens</contributor><issued>2024-01-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:2791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:2791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:2791"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting. Parkeerbelasting voldaan in verkeerde parkeerzone. Beroep ongegrond. Proces-verbaal van mondelinge uitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2746</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.Z.B. Sterk</contributor><issued>2024-05-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8185</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8185</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8185"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting, ongegrond. Vermindering van de naheffingsaanslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/10518</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.M. Schotanus</contributor><issued>2024-12-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:3011</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3011</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:3011"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Vermindering (afschrijving).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1875</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2024:1401</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1401</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2024:1401"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:1402 Mocht de inspecteur stukken - waaronder fiscale adviezen - verkregen van FIOD gebruiken voor de heffing? Informeel verschoningsrecht. Fiscale vestigingsplaats. Bekendmaking aanslag. Ontvankelijkheid bezwaar. Is in Luxemburg betaalde belasting aftrekbaar van de winst? Reikwijdte art. 10(1)(e) Wet Vpb 1969.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01294</description><issued>2024-12-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:667</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:667</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:667"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-waarde bouwgrond (appartementen in aanbouw). Art. 17, lid 4, Wet WOZ. De Heffingsambtenaar maakt niet aannemelijk dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Belanghebbende maakt de door haar bepleite waarde niet aannemelijk. Waardering in goede justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/104 en BK-23/106 tot en met BK-23/111</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-05-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:567</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:567</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:567"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Awb; art. 8:42; is een begroting een op de zaak betrekking hebbend stuk; wijze waarop stuk in geding moet worden gebracht; volstaat het versturen van een link naar de internetpagina waarop het desbetreffende stuk is te vinden?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00849</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-05-31</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1004</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:1064</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:491</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3986</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3986</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3986"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting - fiscale eenheid</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 21/2229</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, G. van Norden, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:1843</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:572</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:572</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:572"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Procesrecht; art. 8:75 Awb; art. 1 Besluit proceskosten bestuursrecht en onderdeel C van de Bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht; proceskostenveroordeling, wegingsfactoren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/01679</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-04-12</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:685</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:11047</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:11047</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:11047"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat terecht reiskostenvergoedingen onbelast zijn verstrekt. De vergrijpboetes ivm grove schuld zijn terecht opgelegd. De rechtbank matigt wel de boetes met 15% ivm overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 22 _ 6788</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema, A.J.M. Arends, K.G. Scholten</contributor><issued>2024-07-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7520</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7520</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7520"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-12-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">MRB. Gebruik van de weg met een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig. Verzuimboete.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2385</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:3558</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1250</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1250</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1250"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02137</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-20</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2023:1271</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8992</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8992</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8992"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Kostenaftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/5305 en 22/5310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-01-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8157</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8157</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8157"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ontvankelijkheid bezwaar en beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/5040 tot en met 21/5045</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-12-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:1502</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:1502</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:1502"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Woonplaats. Verlengde navorderingstermijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/952 en 21/953</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-03-08</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:3386</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:5786</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:5786</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:5786"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Ontvankelijkheid beroep. Geen rechtsgeldige machtiging overgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3075</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-09-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:2170</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2170</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:2170"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">mrb en fijnstoftoeslag, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 22/3137</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2024-06-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:446</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:446</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:446"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Aftrek premies arbeidsongeschiktheidsverzekering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/633 tot en met 23/636</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-02-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:11056</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:11056</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:11056"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Geen afwaardering rekening-courant vordering op BV. Verweerder maakt aannemelijk dat sprake is van een onzakelijke lening.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 58</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.E. Postema</contributor><issued>2024-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:350</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:562</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:562</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:562"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting, TOZO-uitkering. Naar het oordeel van de rechtbank is de TOZO-uitkering voor de heffing van inkomstenbelasting terecht gedeeltelijk aan eiser en gedeeltelijk aan zijn echtgenote toegerekend. De uitkering is namelijk zowel aan eiser (de ondernemer) als aan de echtgenote - namens wie het aanvraagformulier mede (digitaal) ondertekend is - toegekend. Er is geen sprake van een schending van het gelijkheidsbeginsel. (Beroep ongegrond)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/1736</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.A. Dirks, S.E. Bandsma, J.J. Arts</contributor><issued>2024-02-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3013</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3013</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3013"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-09-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Rioolheffing. Opbrengstlimiet. Gelijkheidsbeginsel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20/00382</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P. Fortuin, W.A.P. van Roij, L.B.M. Klein Tank</contributor><issued>2024-01-24</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:3980</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2024:991</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:905</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:905</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:905"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Antidumpingrechten en compenserend recht; Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013; Verordening (EG) nr. 515/97; vaststellen van de niet-preferentiële oorsprong van zonnepanelen, verzonden uit Taiwan; juridische grondslag voor het door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) met Taiwanese (douane)autoriteiten uitwisselen van gegevens over in- en uitvoeren en voor het door OLAF in Taiwan verrichte onderzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/04213</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-07-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2023:563</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:2828</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2024:11458</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:11458</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2024:11458"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing wrakingsverzoek. De ter zitting van de wrakingskamer door verzoeker aangevoerde nadere gronden worden ook in de beoordeling betrokken. De rechter heeft na het wrakingsverzoek aangenomen dat de wrakingsgronden voorafgaand aan de schorsing van de zitting al naar voren waren gebracht en zij heeft daarom de gemachtigde van verzoeker niet meer, zoals te doen gebruikelijk, gevraagd om een opgave van alle feiten en omstandigheden die aanleiding zijn voor de wraking. Dat kan naar het oordeel van de wrakingskamer niet aan verzoeker worden tegengeworpen door de nader aangevoerde gronden nu buiten beschouwing te laten. Verzoeker heeft diverse bezwaren naar voren gebracht over de handelwijze van de rechter ter zitting. Deze worden in de beschikking afzonderlijk besproken. Geen van de gestelde feiten en omstandigheden kunnen leiden tot de conclusie dat er sprake is van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid van de rechter.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/666473/KG RK 24/754</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): D. Biever, J.C.A.T. Frima, S.M. Westerhuis-Evers</contributor><issued>2024-07-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:5089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:5089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:5089"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM. Diverse formeelrechtelijke grieven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/2193 en 22/2244</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-08-16</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2022:3278</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3440</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3440</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3440"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgingskosten in verband met niet tijdig betaalde aanslagen erfbelasting. Vervolgingskosten zijn door erfgenamen betaald. Zij hebben de voormalige executeur-testamentair aansprakelijk gesteld en diens verzekeraar heeft deze schade vergoed. Voormalige executeur-testamentair heeft rechtsmiddelen ingediend namens de erfgenamen, maar de erfgenamen hebben gesteld dat zij daar niet toe bevoegd was en deze procedure niet hebben gewild. Dit betekent dat de rechtbank het beroep ongegrond had moeten verklaren, omdat er geen geschil bestond over de in rekening gebrachte vervolgingskosten. Het hoger beroep van de ontvanger is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00567 tot en met 22/00570</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, T.A. Gladpootjes, R.W.G. Rouwers</contributor><issued>2024-02-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:464</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:2286</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2286</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:2286"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 8:24, lid 2, Awb: bevoegdheid gemachtigde; doorlopende machtiging; geen recente machtiging overgelegd in beroep; de Rechtbank heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/715</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-12-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1089</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1089</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1089"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/01413</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2024-08-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:1518</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6203</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6203</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6203"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vernietiging van vergrijpboete 2017 omdat die vergrijpboete niet op de juiste wijze is opgelegd. De overige boetes zijn op de juiste wijze aangekondigd, en ook terecht wegens opzet zijn opgelegd. Vermindering uitsluitend wegens lange duur van de procedure.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9331 t/m 23/9334</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-09-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:373</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:373</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:373"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 2 en art. 51 Wet op de accijns, art. 7 en art. 8 Richtlijn 2008/118/EG (Accijnsrichtlijn). Naheffingsaanslag in de accijns. Voorhanden hebben is een Unierechtelijk begrip dat Unierechtelijk moet worden uitgelegd. Uit de Accijnsrichtlijn volgt dat een persoon die bij het voorhanden hebben van accijnsgoederen (door een ander) betrokken is, kan worden aangemerkt als de persoon die de verschuldigde accijns moet voldoen. Naar het oordeel van het hof is belanghebbende betrokken bij het voorhanden hebben van onveraccijnsde sigaretten en is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. In het midden kan blijven of belanghebbende zelf voorhanden had. Het strafrechtelijk onderzoek jegens belanghebbende is geseponeerd wegens tijdsverloop. In dat geval berust het beëindigen van de strafrechtelijke procedure niet op een oordeel over de (on)schuld van de verdachte. Daarom kan een oordeel van het hof over feiten die ook in de strafzaak aan de orde waren, geen schending opleveren van het vermoeden van onschuld (EHRM 23 oktober 2014, nr. 27785/10, Melo Tadeu).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/00923</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.J. Kromhout, P. Fortuin, B.G. van Zadelhoff</contributor><issued>2024-03-21</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de accijns 2</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de accijns 51</reference><reference relation="citing" lang="nl">Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1374</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6180</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6180</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6180"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ontvankelijkheid, ondanks ontbreken verzendadministratie is het beroep toch niet-ontvankelijk vanwege contra-indicaties, ingebrekestelling valt niet onder reikwijdte 6:15 Awb, geen dwangsom, wel ISV en beperkte PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2626</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. Dondorp-Loopstra</contributor><issued>2024-09-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2740</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2740</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2740"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Erfgename heeft een machtiging afgegeven met betrekking tot de WOZ-waarde per waardepeildatum 1 januari 2019. Zij overlijdt voordat de uitspraak op bezwaar is gedaan. De gemachtigde stelt namens haar beroep in. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de machtiging is geëindigd door het overlijden. Het hof oordeelt dat de erfgename als rechtsopvolgster van haar moeder gerechtigd is de bezwaar- en beroepsprocedure voort te zetten. Het hof acht aannemelijk dat de erfgename de bedoeling heeft gehad om de procedure voort te zetten. Zij had echter gemachtigde ten tijde van het instellen van het beroep niet gemachtigd daartoe. Omdat de erfgename met het afgeven van de machtiging achteraf de ten tijde van het instellen van het beroep ontbrekende machtiging heeft bekrachtigd, is het beroep ontvankelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/1167</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J.C. Pieterse, F.P.G. Pötgens, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-12-05</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2022:1511</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1014</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1014</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1014"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Vpb 2019. Buitenlands belastingplichtige. Vereiste aangifte niet gedaan, omkering en verzwaring van bewijslast. Verzuimboete. Lagere vervreemdingswinst (verbouwingskosten) m.b.t. onroerende zaak in Nederland niet aannemelijk gemaakt. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5793</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.H.W. Steijn</contributor><issued>2024-02-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2224</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2224</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2224"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aan belanghebbende zijn (navorderings)aanslagen IB/PVV 2008 tot en met 2014 en de aanslag Zvw 2014 opgelegd, waarbij een groot aantal correctieposten in box 1, 2 en 3 in aanmerking is genomen. Ten aanzien van deze belastingaanslagen is een groot aantal punten in geschil: - Heeft belanghebbende de vereiste aangiften gedaan? In dat kader is ook in geschil of belanghebbende voor alle jaren met uitzondering van 2011 en 2012 is uitgenodigd tot het doen van de aangiften. - Woonde belanghebbende ook van november 2010 tot september 2014 in Nederland? - Is de verlengde navorderingstermijn van toepassing ten aanzien van de correctiepost “afromen van winsten”? - Zijn de door de inspecteur bepleite correctieposten terecht en niet te hoog? - Heeft de inspecteur zich terecht beroepen op interne compensatie en is het verbod op reformatio in peius geschonden? - Heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep? - Heeft belanghebbende recht op vergoeding van de werkelijke kosten van het geding?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/872 tot en met 22/878, 22/885 en 22/886</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, A.J. Kromhout, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-11-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1407</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:937</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2024:1857</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:1857</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2024:1857"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres exploiteert een afvalenergiecentrale waar afvalstoffen als bedoeld in de Wet milieubeheer (Wbm) worden verbrand. De rechtbank moet de vraag beoordelen of eiseres recht heeft op vermindering voor een gedeelte van het gewicht van de CO2 die de inrichting via de schoorsteen verlaat bij verbranding. Dit is afhankelijk van hoe artikel 27, lid 1, van de Wbm moet worden uitgelegd. De rechtbank ziet een spanningsveld tussen de wettekst enerzijds en doel en strekking van de afvalstoffenbelasting anderzijds. Bezien vanuit teleologisch perspectief, zou het logisch zijn om de in het ter verbranding aangeboden afval aanwezige koolstof en zuurstof wél te belasten. De wetgever is in de regelgeving en in de parlementaire geschiedenis op onderdelen echter dubbelzinnig en inconsequent geweest. De rechtbank komt tot de conclusie dat een grammaticale uitleg van de wettekst gaat voor een mogelijk andere uitleg op basis van (delen van) de parlementaire geschiedenis. Aan eiseres moet een vermindering worden verleend voor het uit het afval afkomstige gedeelte van de CO2 die de inrichting via de schoorsteen heeft verlaten. Voor deze procedure is tussen partijen de afspraak gemaakt dat voor de berekening van die vermindering de NEa-systematiek gevolgd kan worden. De rechtbank sluit daarbij aan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/2611</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp, M. Sanna, P.P.D. Mathey-Bal</contributor><issued>2024-05-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8922</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8922</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8922"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">8:54, beroep niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen van een juiste machtiging i.c.m. uittreksel kvk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 22/5851</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2023-12-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:4984</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:4984</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:4984"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak geheimhoudingskamer: verzoek om geheimhouding is terecht gedaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3175GHK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren</contributor><issued>2024-07-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:140</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:140</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:140"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 12a Wet LB 1964; gebruikelijk loon. Belanghebbende was enig aandeelhouder van het uitzendbureau en heeft in 2017 en 2018 werkzaamheden verricht voor het uitzendbureau. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij slechts administratieve werkzaamheden verrichtte en evenmin dat het gebruikelijk loon op een lager bedrag moet worden vastgesteld dan het normbedrag. Geen sprake van een structurele verliessituatie. Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/254 tot en met BK-23/257</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-02-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:3971</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:3971</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:3971"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-04-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Hoewel aangegeven bedrag reeds was betaald, naheffingsaanslag toch terecht opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 23 _ 48</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): nog niet toegewezen, B. van Walderveen</contributor><issued>2024-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2023:1591</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:1591</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2023:1591"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-07-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">BPM: heffingsmodaliteiten; betalingsmodaliteiten; extra leeftijdskorting; gelijkheidsbeginsel; vergunninghouders; griffierecht heffen voorafgaand aan de behandeling en de uitspraak; gelijkwaardigheidsbeginsel; doeltreffendheidsbeginsel; geen hogere proceskostenvergoeding; geen aanleiding voor een vergoeding wegens schade, materieel of immaterieel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-22/00673</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-01-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5975</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5975</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5975"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2760 t/m BRE 23/2763</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, S.A.J. Bastiaansen, V.A. Burgers</contributor><issued>2024-09-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2024:1506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2024:1506"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 3:2, lid 2, Awb; zorgvuldigheidsbeginsel. Periode waarover belastingrente is berekend. Gelet op het onderzoek, de complexiteit van de zaak, de communicatie tussen partijen over de exacte fiscale gevolgen en het (eventuele) compromis heeft de Inspecteur niet onzorgvuldig gehandeld door met het opleggen van de navorderingsaanslag te wachten. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-23/1156</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1141</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1141</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1141"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/03330</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:6853</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5065</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5065</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5065"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV; heffingskorting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3637</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C. Hofman</contributor><issued>2024-08-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8155</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8155</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8155"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 7 Wet BPM</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/4949</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-12-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:1536</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:1536</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:1536"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Ten aanzien van een ingevoerde auto is bpm nageheven. In geschil is of 1) de inspecteur terecht geen rekening heeft gehouden met een waardevermindering vanwege schade, 2) de door belanghebbende aangedragen koerslijsten aanvaardbaar zijn en 3) voor de afschrijving de taxatiemethode toegepast kan worden, en zo nee, of de koerslijstmethode toegepast kan worden. Het hof oordeelt dat de gepresenteerde schade is aan te merken als normale gebruiksschade. De door belanghebbende aangedragen koerslijsten zijn naar oordeel van het hof aanvaardbaar. Nu geen sprake is van meer dan normale gebruiksschade, kan de taxatiemethode geen toepassing vinden. Nu de koerslijsten aanvaardbaar zijn, kan voor de bepaling van de afschrijving wel de koerslijstmethode toegepast worden. Het hoger beroep van belanghebbende is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.B.M. Klein Tank, T.A. Gladpootjes, E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2024-05-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2369</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1609</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1609</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1609"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-03-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Zijn de retraites van belanghebbende belast met omzetbelasting?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/6077 tot en met 22/6080</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-03-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8193"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Uitspraak pkv- en schadevergoeding na intrekking</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/2310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. de Boer</contributor><issued>2024-12-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7496</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7496</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7496"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Erfrecht. Verwijzingsvonnis. Dit geschil gaat over de afwikkeling van de samenleving tussen erflaatster en haar partner, die ook is overleden. Eisers (kinderen en erfgenamen van erflaatster) menen dat een bepaald banksaldo tot de nalatenschap van erflaatster behoort en vorderen in dat verband een verklaring voor recht. Gedaagden zijn de erfgenamen van de partner van erflaatster. Het komt hier aan op uitleg van een samenlevingsovereenkomst. Het geschil is daarom niet erfrechtelijk van aard en moet niet worden behandeld door het Bureau Erfrecht van de afdeling Toezicht, maar door de afdeling Familierecht van deze rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/617002</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.F. Hermans</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3941</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3941</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3941"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Werkzaamheden in het kader van een onderneming en zelfstandigenaftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3014 tot en met BRE 23/3017</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2024-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7092</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7092</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7092"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Ontvankelijkheid beroep. Bron van inkomen. Objectieve voordeelsverwachting.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/1073</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-29</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1737</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2023:3210</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2023:3210</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2023:3210"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-10-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">(Proces)kostenvergoeding. In geschil is of aan belanghebbende terecht geen kostenveroordeling voor de bezwaarfase is uitgesproken en of bij een gegrond hoger beroep aan belanghebbende een proceskostenvergoeding moet worden toegekend. De heffingsambtenaar is van mening dat, omdat belanghebbende voorafgaand aan de proceskostenvergoeding geen betalingsverplichting voor de kosten van rechtsbijstand had aan zijn gemachtigde (zoals volgt uit de algemene voorwaarden van gemachtigde), in het geheel geen recht bestaat op een (proces)kostenvergoeding. Het hof is van oordeel dat aan belanghebbende een kostenvergoeding voor de bewaarfase had moeten worden toegekend. Het standpunt van de heffingsambtenaar slaagt niet. De rechter moet er namelijk vanuit gaan dat aan rechtsbijstand kosten verbonden zijn, behalve als de heffingsambtenaar het tegendeel stelt en bij betwisting aannemelijk maakt. Het komt er dan op aan of op belanghebbende een verplichting rust of zal komen te rusten om kosten ter zake van rechtsbijstand te voldoen. Daarvan is ook sprake als rechtsbijstand wordt verleend op basis van no cure no pay. Aan toekenning van de proceskostenvergoeding staat bovendien niet in de weg dat belanghebbende ermee heeft ingestemd dat die vergoeding aan de rechtsbijstandverlener toekomt. Hieruit vloeit voort dat niet vereist is dat door belanghebbende kosten zouden moeten worden gemaakt als aan belanghebbende geen proceskostenvergoeding zou worden toegekend. Evenmin is vereist dat ten tijde van de uitspraak van de rechtbank ook al kosten waren gemaakt voor de verleende rechtsbijstand. Tenslotte is niet vereist dat de gemaakte kosten hoger zouden moeten zijn dan de door een rechtbank uitgesproken proceskostenvergoeding. Het hoger beroep is gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01506</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes</contributor><issued>2024-01-11</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2024:1206</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1206</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2024:1206"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-09-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/03421</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2024-09-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:1599</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10444</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10444</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10444"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot schadevergoeding van de VvE op een voormalig appartementseigenaar vanwege onrechtmatig handelen. Daarvan was volgens de VvE sprake omdat een groter/zwaarder dakterras was aangelegd dan vergund, het dak niet is onderhouden en het dakterras op onjuiste wijze is verwijderd. De vorderingen worden afgewezen omdat niet is gebleken dat de VvE, voor zover de appartementseigenaar al onrechtmatig heeft gehandeld, schade heeft geleden. De VvE wordt in reconventie veroordeeld de door haar ingehouden bedragen betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11952469 \ CV EXPL 25-15236</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2024:2523</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2024:2523</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2024:2523"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-08-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak is in geschil of de inspecteur terecht vanwege het niet voldoen aan de administratie- en bewaarplicht van artikel 52 AWR een informatiebeschikking aan belanghebbende heeft gegeven en zo ja, of de rechtbank terecht omkering en verzwaring van de bewijslast gerechtvaardigd heeft geacht. Het hof beantwoordt beide vragen bevestigend. Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/01071</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A.P. van Roij, L.B.M. Klein Tank, J.M. van der Vegt</contributor><issued>2024-10-17</issued><reference relation="citing" lang="nl">Algemene wet inzake rijksbelastingen 52</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1581</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1746</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2022:1581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:1581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2022:1581"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-04-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 19/6554</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. de Hek, A. van Dongen, C.T.P.M. Zandhuis</contributor><issued>2022-04-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2523</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2022:10327</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:10327</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2022:10327"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-11-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Verontreinigingsheffing. Individueel behandelingssysteem.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/01725</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2022-12-09</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2021:4249</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2198"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanmaningskosten in verband met niet-betalen naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht in rekening gebracht? Notificatiebericht verzonden naar het e-mailadres van belanghebbende? Bericht in de berichtenbox MijnOverheid (de naheffingsaanslag) is pas geruime tijd na verzending van de aanmaning gelezen. Bewijslastverdeling. Logius verstrekt geen e-mailadres.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1410</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2350</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2350</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2350"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanmaningskosten NA parkeerbelasting terecht in rekening gebracht? Notificatiebericht verzonden?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1412</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7527</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7527</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7527"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ garageboxen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/7720 en 24/7721</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5194</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5194</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5194"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling gezinsvervangend tehuis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2099 en 24/2100</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:8676</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3643"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor vernieling (art. 350 Sr) en dragen van een wapen (art. 27 WWM). Vrijspraak poging doodslag en poging zware mishandeling. Gevangenisstraf van 3 maanden. Schadevergoeding toegekend aan benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-311736-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Spooren, mr. H.C.L. Vreugdenhil, mr. A. van den Oever</contributor><issued>2026-08-31</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet wapens en munitie 27</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet wapens en munitie 54</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 350</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14738</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14738</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14738"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering man tot meewerking aan verdeling woning door vrouw. Toewijzing vordering conform in eerdere beschikking vastgelegd spoorboekje, voor zover niet achterhaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725094 / KG ZA 26-888</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2354</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2354</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2354"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanmaningskosten NA parkeerbelasting terecht in rekening gebracht? Notificatiebericht verzonden?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/982</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:8423</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8423</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:8423"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Kenteken deels onleesbaar. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/195</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B. de Vos</contributor><issued>2026-09-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1934</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1934</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1934"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het niet binnen de door het hof gestelde termijn overleggen van een recente machtiging; e-mail correspondentie en overzicht van mails verstuurd aan belanghebbende kwalificeren niet als machtiging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/33</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-09-01</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:8297</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3734</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3734</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3734"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-procedure, onjuiste objectafbakening. Partijen hebben de waarde niet aannnemelijk gemaakt. Artikelen 16 en 17 Wet WOZ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 24/4192</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:866</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:866</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:866"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Parkeerbelasting. Art. 2, art. 6, art. 7 en art. 8 Bekendmakingswet; Besluit elektronische publicaties; Regeling elektronische publicaties. Is de bijlage (met onder meer aanwijzingen parkeergebieden en parkeerduur) bij de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt? Wat is het elektronisch uitgegeven Gemeenteblad: (i) de webpagina waarop het Gemeenteblad is gepubliceerd, of (ii) de pdf-uitgave van het Gemeenteblad op die webpagina?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04850</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04851</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04853</description><issued>2026-09-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2062</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2062</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2062"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en de WOZ-waarde verlaagd. Daarbij kende de rechtbank aan belanghebbende een proceskostenvergoeding toe, inclusief een aparte vergoeding voor het verzoek om immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De heffingsambtenaar stelt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte een afzonderlijk procespunt heeft toegekend voor dit verzoek. Het hof overweegt dat het verzoek om immateriële schade bij een gegrond verklaard beroep opgaat in de proceshandeling ‘beroep/verweerschrift’ en vermindert daarom de proceskostenvergoeding in beroep. Hoger beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1106</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:6284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2076</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2076</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2076"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende maakt bezwaar tegen de explootkosten van € 18 voor de betekening van een hernieuwd betalingsbevel van openstaande gemeentelijke en/of waterschapsbelastingen 2021. In hoger beroep stelt hij onder meer geen uitnodiging voor de rechtbankzitting en geen aanmaning te hebben ontvangen en betwist dat invordering mag plaatsvinden zolang WOZ-zaken lopen. Het hof heeft geen aanleiding om aan de juistheid van de oproeping, zoals door de rechtbankgriffier is verklaard, te twijfelen. Bovendien is belanghebbende zonder kennisgeving niet verschenen bij de zitting van het hof en heeft hij niet toegelicht welke gevolgen een eventuele schending van het hoorrecht zou moeten hebben. Het hof oordeelt dat de invorderingsambtenaar terecht de explootkosten in rekening kon brengen. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de ontvangst van de aanmaning redelijkerwijs betwijfeld moet worden; dit strookt ook niet met het feit dat hij tegen de aanmaningskosten heeft geprocedeerd. De overige stellingen zijn onvoldoende onderbouwd. Hoger beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1309</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen</contributor><issued>2026-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5650</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:26243</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:26243</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:26243"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 30a Wet WOZ</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 26 _ 1418</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.J. Pelinck</contributor><issued>2026-09-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8795</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8795</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8795"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanslag forensenbelasting. Geen sprake van een schending van het evenredigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel of het verbod op misbruik van bevoegdheid. Het beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/111</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1450"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04399</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-09-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2595</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:8034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:8034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:8034"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ niet-woning, gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/58</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-08-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2078</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2078</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2078"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Forensenbelasting. Belanghebbende houdt de gemeubileerde en niet-verhuurde recreatiewoning voor zich en zijn gezin beschikbaar. Niet aannemelijk gemaakt dat de woning onbereikbaar was of redelijkerwijs niet gebruikt kon worden. Of en in hoeverre van een gemeubileerde woning daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt is voor de forensenbelasting niet van belang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/641, 25/642 en 25/643</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, B.J. Rubbens, P.J. Wattel</contributor><issued>2026-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:974</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1458</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1458</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1458"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03813</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-09-11</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1806</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:5193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:5193"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Wet Woz. Waardevaststelling perceel grond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1708 t/m 24/1710</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1801</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1801</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1801"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Legesheffing waterschap. De legesverordening bevat onduidelijke en onbepaalde heffingsgrondslagen en vergt onaanvaardbaar veel doenvermogen van het publiek. De daardoor opgeroepen lastenverzwaring is door het waterschap onzorgvuldig voorbereid en gebrekkig gemotiveerd (exceptieve toetsing, evenredigheidsbeginsel). De daarop gebaseerde legesaanslag voor een evenement (de Bietentocht) is terecht door de rechtbank vernietigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1447</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.J.P.M. Haas, M. Ferrier, J.P.R. van den Berg</contributor><issued>2026-07-30</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:4344</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:4917</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4917</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:4917"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In kort geding wordt het verwijderingsbesluit van de school van een leerling op het voortgezet onderwijs in verband met het gedrag van de moeder in stand gelaten. De wijze waarop de moeder zich tegen de school heeft gericht naar aanleiding van cijfers en de doorstroombeslissing ging te ver en heeft onder meer de werkrelatie van de school met de leerling en ouder onherstelbaar beschadigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: c/02/446148 KG ZA 26-135</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-06-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2716</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2716</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2716"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Is sprake van duurzaam verstoorde arbeidsverhouding? Ja. Recht op billijke vergoeding? Nee. Arbeidsrecht WWZ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.348.963_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.P.M. Rousseau, J.W. van Rijkom, G.F.A.M. de Graauw</contributor><issued>2026-06-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:2764</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2764</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:2764"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 10 juni 2025 heeft de examencommissie van het Aventus Lyceum (examencommissie) de uitslag van het eindexamen van [appellant] vastgesteld. [appellant] heeft administratief beroep ingesteld tegen de beslissing van 10 juni 2025. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen de weigering een beslissing op het door hem ingestelde administratief beroep te nemen. [appellant] volgde in het schooljaar 2024-2025 een havo-opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) aan het Aventus Lyceum. [appellant] heeft geen beoordeling gekregen voor het schoolexamen van het vak Kunst, omdat hij voor vier onderdelen van het schoolexamen geen cijfer heeft behaald. Zonder beoordeling van het schoolexamen mocht hij niet deelnemen aan het centraal eindexamen voor het vak Kunst. Hierdoor heeft hij geen examenresultaat gekregen voor dat vak en is hij gezakt voor het eindexamen havo. Zonder havo-diploma kan hij de door hem gewenste vervolgopleiding tot docent biologie niet afronden. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen een brief van het Aventus Lyceum van 24 september 2025. Volgens [appellant] behelst die brief een weigering om een besluit te nemen als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht. Hij is het niet eens met deze weigering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202505735/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-05-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:6990</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6990</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:6990"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Een leerling in vwo 5 van een middelbare school in Amsterdam had toetsen bemachtigd voor de laatste toetsweek van het schooljaar en heeft deze toetsen verspreid. Docenten hebben met spoed nieuwe toetsen moeten opstellen en leerlingen hebben de toetsen opnieuw moeten maken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AMS 26/3595</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-07-10</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3508"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij beslissing van 1 juli 2025 heeft de examencommissie van Scalda (de examencommissie) het cijfer voor het centraal examen Wiskunde B havo 2025, tweede tijdvak (het CE), vastgesteld. Dit is op 2 juli 2025 aan [appellant] bekendgemaakt. Bij beslissing van 7 juli 2025 heeft de examencommissie het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij beslissing van 8 september 2025 heeft de Commissie van Beroep voor de Examens van Scalda het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft in het schooljaar 2024-2025 een havo-opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan Scalda gevolgd. Hij heeft op 19 juni 2025 het CE afgelegd. [appellant] komt op tegen de vaststelling van het cijfer voor het CE. De CBE heeft zich op het standpunt gesteld dat de examencommissie bij de vaststelling van het cijfer van het CE niet in strijd met het recht heeft gehandeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202600881/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-06-17</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:5414</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5414</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:5414"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Ontruiming schoolgebouw. Afwijzing. Ontruiming zou het ertoe leiden dat ruim 200 leerlingen geen onderwijshuisvesting hebben. Bij weging van de belangen van partijen weegt dit belang zwaarder dan het (deels) financiële belang van eiseres.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/716650 / KG ZA 26-263</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. de Bruin</contributor><issued>2026-05-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:3593</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3593</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:3593"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vovo tegen verwijdering van kind van school. Besluit op punten gebrekkig, maar voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. De reden daarvoor is dat verweerder de motiveringsgebreken in bezwaar kan herstellen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2899</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.H. Lange</contributor><issued>2026-07-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2024:8777</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2024:8777</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2024:8777"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft alle aandelen verkregen in een B.V. die hoteldochtermaatschappijen houdt en financiert. Het concern waartoe de B.V. en de hoteldochtermaatschappijen behoorden had langlopende hotelmanagementovereenkomsten gesloten met een andere hotelgroep. Eiseres heeft de beëindigingsvergoeding van deze overeenkomsten direct voorafgaand aan de aandelenoverdracht overgemaakt aan de notaris en heeft daarna nieuwe hotelmanagementovereenkomsten gesloten met de hotelgroep waartoe eiseres behoort. Bij de rechtbank is in geschil of de door eiseres betaalde beëindigingsvergoeding aftrekbaar is van haar belastbare winst. Volgens de rechtbank is de beëindigingsvergoeding een kostenpost van de betreffende hoteldochtermaatschappijen, die binnen de fiscale eenheid waarvan eiseres de moedermaatschappij is voor aftrek van de winst in aanmerking komt. Naar het oordeel van de rechtbank moeten de kosten op grond van goed koopmansgebruik (het matchingbeginsel) worden geactiveerd en afgeschreven over de resterende looptijd van de oorspronkelijke overeenkomsten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 23/2239</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H. de Jong, G.H. de Soeten, J.C. Brouwer</contributor><issued>2025-01-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:3763</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:242</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:242</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:242"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belastingrecht, lokale heffingen: Luchtvaartterrein Budel, de rechtbank vernietigt de WOZ-beschikkingen voor de kalenderjaren 2019, 2020 en 2021 en de op die waarden gebaseerde aanslagen OZB eigenaren- en gebruikersheffingen, omdat de heffingsambtenaar in strijd met artikel 16, aanhef, en onderdeel deel d van de Wet WOZ en het Schipholarrest twee afzonderlijke objecten heeft afgebakend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/379, 23/3330, 23/397, 23/3329, 23/398, 23/3331, 23/378, 23/3332, 23/396, 23/3333, 23/399 en 23/3335</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): F.J.H.L. Makkinga, J. Lie, M. Cune</contributor><issued>2025-02-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3533</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3533</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3533"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gedeeltelijke toewijzing schadevergoeding voor ITB Harde Kern tijdens schorsing van de voorlopige hechtenis ivm vrijheidsbeperking</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18-164935-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Raadkamer</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G. Eelsing</contributor><issued>2026-08-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:3684</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3684</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:3684"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 3 december 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] voor mijnbouwschade aan zijn woning een vergoeding van € 2.821,53, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. [appellant] is sinds 2009 eigenaar van de vrijstaande woning aan de [locatie] in Winschoten. Op 14 mei 2020 heeft [appellant] een vergoeding voor fysieke mijnbouwschade aan zijn woning aangevraagd. Na het in opdracht van het Instituut uitgebrachte (herziene) advies van 3 november 2021, opgesteld door deskundige K. Borger van NIVRE Calamiteiten &amp;amp; Projecten (NIVRE), heeft het Instituut bij besluit van 3 december 2021 een schadevergoeding van € 2.821,53, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. Het Instituut heeft op 4 januari 2023 het bezwaar onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie van 28 september 2022 ongegrond verklaard. [appellant] betoogt onder verwijzing naar het tegenadvies van Vergnes Expertise BV van 11 februari 2025 dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het Instituut het bewijsvermoeden voor de schades 18 tot en met 30 en 32 tot en met 36 heeft weerlegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504432/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4307</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4307</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4307"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 januari 2024 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding toegekend van € 10.666,67, vermeerderd met wettelijke rente van € 1.051,93, voor waardedaling van het winkelgedeelte van zijn pand. [appellant] was tot 15 december 2020 eigenaar van een pand met winkel- en bedrijfsruimte en bovenwoning aan de [locatie] in Appingedam. In de winkel- en bedrijfsruimte op de begane grond exploiteerde [appellant] een bloemenzaak- en binderij. In 2011 heeft [appellant] het pand te koop gezet voor € 495.000. Op 13 november 2020 heeft [appellant] het pand verkocht voor € 235.000. Uit de akte van levering van 15 december 2020 volgt dat € 75.000 van de verkoopprijs is toegekend aan het winkelgedeelte en € 160.000 aan de woning. [appellant] heeft op 17 september 2020 het Instituut verzocht om vergoeding van waardedaling van de bovenwoning. Bij besluit van 8 juni 2021 heeft het Instituut een vergoeding van € 10.970,29, vermeerderd met de wettelijke rente, toegekend. Dit besluit is in rechte onaantastbaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202504663/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10439</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10439</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10439"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hoofdzaak: Vordering tot schadevergoeding (letsel). Beslissing op incidentele vordering, vordering voorschot op kosten voor deskundigen. Afwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/783273 / HA ZA 26-123</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:1844</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1844</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:1844"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-04-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 4 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul de aanvraag van [appellante A] en [appellante B] om nadeelcompensatie en om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. In hoger beroep ligt ter beoordeling voor of het college mocht tegenwerpen dat [appellante B] en [appellante A] het risico op het ontstaan van schade en planologisch nadeel als gevolg van de herinrichting van het centrumgebied van Valkenburg actief hebben aanvaard. [persoon A] is de enige bestuurder en aandeelhouder van [appellante B]. [appellante B] exploiteert een HEMA-vestiging in Valkenburg. Verder is [persoon A] de enige bestuurder en aandeelhouder van [appellante A] die de bedrijfsruimte waarin deze HEMA gevestigd is, in eigendom heeft en aan [appellante B] verhuurt. [appellante B] heeft op 9 december 2014 een verzoek om nadeelcompensatie en om een tegemoetkoming in planschade ingediend, omdat zij omzet heeft gemist. Daarbij heeft zij gewezen op verschillende besluiten die zijn genomen in het kader van de grondige herinrichting van het centrumgebied van Valkenburg en de feitelijke uitvoering van die besluiten. Verder heeft [appellante A] op 26 maart 2015 een verzoek om nadeelcompensatie en om een tegemoetkoming in planschade ingediend, omdat zij vanwege dezelfde herinrichting van het centrumgebied van Valkenburg huurinkomsten heeft gederfd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202501934/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak bestuurlijke lus</description><issued>2026-04-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:16115</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:16115</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:16115"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank stelt vast dat de verdachte in 2013 en 2014 tijdens de Syrische opstand tegen het regime van president Bashar al-Assad in en rond de stad Salamiyah verhoorder van de National Defence Forces (NDF) was, een paramilitaire organisatie van het regime. De NDF sloeg protesten tegen het regime met geweld neer en arresteerde tegenstanders en demonstranten. De NDF had eigen detentiecentra waar arrestanten werden verhoord en maakte zich jegens hen schuldig aan ernstige misdrijven. De rechtbank stelt vast dat vanaf april 2011 sprake was van een wijdverbreide en stelselmatige aanval op de Syrische burgerbevolking, ter uitvoering van het beleid van de Syrische staat, waarvan de verdachte als verhoorder van de NDF moet hebben geweten. De rechtbank acht het door de verdachte geschetste alternatieve scenario, waarin hij vals wordt beschuldigd, niet aannemelijk. De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte zich in zijn rol als verhoorder van de NDF in drie detentiecentra in en rond de stad Salamiyah als medepleger of alleen heeft schuldig gemaakt aan: 1. foltering en marteling als misdrijf tegen de menselijkheid van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8]; 2. verkrachting als misdrijf tegen de menselijkheid van [slachtoffer 6]; 3. seksueel geweld als misdrijf tegen de menselijkheid jegens [slachtoffer 2] en [slachtoffer 6]. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van: 1. foltering, marteling als misdrijf tegen de menselijkheid en seksueel geweld als misdrijf tegen de menselijkheid jegens [slachtoffer 9]. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat het de verdachte is geweest die [slachtoffer 9] heeft verhoord en dus evenmin dat hij de tenlastegelegde misdrijven heeft gepleegd; 2. seksueel geweld als misdrijf tegen de menselijkheid jegens [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 8]. Het is voor het eerst dat iemand in Nederland terechtstaat voor ‘enige andere vorm van seksueel geweld van vergelijkbare ernst’ als misdrijf tegen de menselijkheid als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder g van de Wet internationale misdrijven (Wim). De rechtbank heeft daarom in het vonnis een juridisch kader opgenomen waaraan een verdenking, gelet op internationale jurisprudentie en literatuur, kan worden getoetst. Zij komt in het geval van [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 8] tot een vrijspraak. De rechtbank oordeelt dat in het geval van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] wel sprake is van seksueel geweld, maar dat dit geweld niet de juridische drempel ‘van vergelijkbare ernst’ als bedoeld in artikel 4 Wim haalt. De rechtbank komt in het geval van [slachtoffer 8] tot de conclusie dat het gebeurde geen seksueel geweld oplevert. In het geval van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 6] komt de rechtbank wel tot een bewezenverklaring, omdat naar haar oordeel sprake is van seksueel geweld, en ook de juridische drempel ‘van vergelijkbare ernst’ wordt gehaald. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 26 jaren op, met aftrek van voorarrest. Bij de strafmaat spelen de aard en uitzonderlijke ernst van de 19 bewezenverklaarde, internationale misdrijven en het leed van de slachtoffers een grote rol. De verdachte heeft de slachtoffers tijdens de zittingsdagen vele malen beledigd, zwartgemaakt en zich laatdunkend uitgelaten over hen, hun familie en hetgeen zij hebben verklaard. Hiermee heeft de verdachte wéér pijn veroorzaakt bij de slachtoffers. De rechtbank rekent de verdachte dit aan. Alle slachtoffers hebben zich met een vordering tot schadevergoeding in het strafproces gevoegd. De rechtbank komt tot het oordeel dat de verdachte ten tijde van de feiten waarop de vorderingen zijn gebaseerd, was aan te merken als een ten dienste van de Syrische overheid werkzame persoon, te weten als verhoorder van de aan de Syrische overheid gelieerde NDF. Hij heeft zijn handelingen verricht in de uitoefening van die publieke functie. Daardoor komt hem, voor zover het gaat om de civiele schade, naar internationaal gewoonterecht een beroep op ‘functionele immuniteit van jurisdictie’ toe. Dat betekent dat de rechtbank op dit punt geen rechtsmacht heeft. De rechtbank verklaart de benadeelde partijen daarom niet-ontvankelijk in hun vorderingen tot schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 71/013355-23, 71/187276-25 (t.t.z. gev.) en 71/118734-25 (t.t.z. gev.)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.M. Zandbergen, W.R. van Hattum, N.F.R. de Rooij</contributor><issued>2026-06-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4264</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4264</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4264"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 juli 2023 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen een aanvraag van [appellante] om vergoeding van immateriële schade afgewezen. [appellante] woont aan de [locatie 1] in de stad Groningen. Van 25 november 2013 tot 1 november 2025 woonde zij aan de [locatie 2] in Groningen. Daaraan voorafgaand woonde zij - in ieder geval vanaf 16 augustus 2012 - aan de [locatie] te Eenrum. Deze adressen liggen in het aardbevingsgebied. Het Instituut heeft op 12 juli 2023 de aanvraag van [appellante] om vergoeding van immateriële schade als gevolg van de gaswinning in Groningen ontvangen. Immateriële schade is ander nadeel dan vermogensschade en betreft schade die iemand lijdt in de vorm van pijn, psychisch leed, verdriet of gederfde levensvreugde. Het Instituut heeft de aanvraag afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202506029/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:746"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek om schadevergoeding. Terecht geoordeeld dat er geen causaal verband bestaat tussen het onrechtmatige besluit, waarbij het WIA-dagloon te laag is vastgesteld, en de door appellant geclaimde pensioen- en belastingschade.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/939 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-06-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:934</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:934</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:934"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens schending van de zorgplicht. Dienstongeval. Het dagelijks bestuur had ten tijde van het tweede incident de maatregelen getroffen die in de gegeven situatie van hem konden worden gevergd en is niet aansprakelijk is voor de (rest)schade die het gevolg is van dat incident.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/877 AW</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOBR:2024:770</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:817</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:817</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:817"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige daad overheid, art. 6:162 BW. Onrechtmatig handelen Ontvanger belastingen tegenover derde door vorderingen uit belastingaanslagen in faillissement belastingschuldenaar in te dienen, terwijl deze derde door faillissementscurator aansprakelijk is gesteld en belastingvorderingen volgens derde materieel onverschuldigd zijn? Te hanteren maatstaf, onderscheid met directe aansprakelijkheid en verhaalsconcurrentie. HR 9 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7066.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02066</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-05-29</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:647</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2024:507</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:19421</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19421</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:19421"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiser verwijt de Staat dat hij in twee strafzaken niet is geïnformeerd over de voortgang van de strafprocedure terwijl hij in beide zaken slachtoffer is. Daardoor heeft hij in beide zaken geen vordering benadeelde partij kunnen indienen. In één van de zaken is hij ook nog door de Staat onjuist geïnformeerd over de behandeling van zijn aangifte. Eiser vordert een verklaring voor recht dat de Staat daarmee onjuist heeft gehandeld en hiervoor aansprakelijk is, evenals schadevergoeding. De rechtbank oordeelt dat de Staat in beide strafzaken onrechtmatig heeft gehandeld tegenover eiser. Tot toewijzing van een schadevergoeding komt de rechtbank niet, nu toewijzing van de vordering benadeelde partij van eiser in de strafprocedures niet aannemelijk was. De gevorderde verklaringen voor recht worden afgewezen evenals het verzoek tot schadevergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/692216</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.C. Kool</contributor><issued>2026-07-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14763</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14763</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14763"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Dwangakkoord toegewezen. Nulaanbod. Aanbod is het maximaal haalbare.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615981:R-RK - NL:TZ:2615984:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1159</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1159</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1159"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Online gokken. Verbod om zonder vergunning gelegenheid te geven om via internet deel te nemen aan kansspelen; art. 1 lid 1, aanhef en onder a, Wet op de kansspelen (Wok). Deelnemers vorderen van exploitanten op diverse gronden vergoeding voor geleden verliezen. Prejudiciële vragen over eventuele nietigheid of vernietigbaarheid van overeenkomsten tussen deelnemers en zonder vergunning opererende exploitanten; art. 3:40 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00202</description><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00204</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Prejudiciële beslissing</description><issued>2026-07-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1302</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBAMS:2025:369</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2308</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2308</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2308"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Franchiseovereenkomst terecht buitengerechtelkijk vernietigd wegend strijd met dwingendrechtelijke bepalingen. Ongedaanmakingsverbintenissen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.345.608/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-07-28</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:4598</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1224</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1224</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1224"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-10</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Contractenrecht. Vraag of echtgenoot van eigenaar/verkoper van woning ook partij is bij koopovereenkomst; passeren bewijsaanbod. Beoordeling gebreken aan woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/02777</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-10</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1333</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1302</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1302</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1302"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Caribische zaak. Huurrecht woonruimte. Achterstallige huur. Beroep op verjaring. Regeling i.v.m. grootschalige aanpak forse huurachterstanden. Beperkende werking van redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 lid 2 BWC, art. 6:248 lid 2 BWC); maatstaf; motivering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00712</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2025:1397</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:14818</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:14818</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:14818"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Geschil over afgebroken onderhandelingen. Schadevergoeding. Eindvonnis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: Zaak-/rolnummer: C/09/684547 / HA ZA 25-374</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): P.M. de Keuning</contributor><issued>2026-07-03</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:7057</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7057</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:7057"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na tussenvonnissen. Verstek. Ambtshalve toetsing (pre)contractuele informatieplichten. Greenwheels. De eisende partij heeft niet voldaan aan de op haar rustende informatieplichten ten aanzien van de reserveringsovereenkomst en abonnementsovereenkomst. De betalingsverplichtingen van de consument worden daarom met 40% en 60% verminderd. De doorbelaste verkeersboetes komen echter volledig voor rekening van de gedaagde partij. De consumentenbescherming gaat niet zo ver dat deze kosten vanwege het niet voldoen aan informatieplichten (deels) voor rekening van de eisende partij zouden moeten blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10981034 \ CV EXPL 24-1631</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verstek</description><issued>2026-06-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:2973</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:2973</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:2973"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Opzegging distributieovereenkomst. Is een opzegtermijn van één jaar voldoende? Toepassing van Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.346.845_01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J.M. van Lanen, J.G.J. Rinkes, N.W.M. van den Heuvel</contributor><issued>2026-08-05</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1295</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1295</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1295"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Overeenkomstenrecht. Geschil over ontwikkeling van sportapplicatie. Vervolg op HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:437. Wanprestatie en verzuim. Art. 6:83 BW. Voor voldoening bepaalde termijn? Beroep op ontbreken van verzuim naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Nakoming blijvend onmogelijk? Beroep op exoneratie. Verhouding tussen op wanprestatie en onrechtmatige daad gebaseerde vorderingen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01368</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-07-17</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:206</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:10</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2010:BK5196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK5196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2010:BK5196"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hofstad. OM-cassatie. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” a.b.i. art. 137d Sr . Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een groep personen alleen dan kan worden aangemerkt als een organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr indien sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. Die maatstaf getuigt, gelet op de wetsgeschiedenis, op zichzelf niet van een onjuiste rechtsopvatting. Door echter vervolgens te oordelen dat van zo een samenwerkingsverband eerst dan kan worden gesproken als “binnen die groep gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke doelstelling hebben bestaan, waaraan de individuele leden gebonden waren en door welke gemeenschappelijkheid op die leden een zekere druk kon worden uitgeoefend zich aan die regels te houden en aan die doelstelling gebonden te achten”, heeft het Hof een te beperkt bereik gegeven aan die maatstaf. Dusdoende heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tenlastelegging voorkomende term "organisatie” die aldaar is gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 140 en art. 140a Sr en heeft het de grondslag van de tll verlaten. Ad 2. Door te overwegen dat art. 137d Sr beoogt bepaalde minderheidsgroepen vanwege hun kwetsbaarheid – onder meer “wegens hun godsdienst of levensovertuiging” – te beschermen heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tll. voorkomende bewoordingen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” die aldaar zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 137d Sr. Het Hof heeft aldus ook in dat opzicht de grondslag van de tll verlaten. Volgt verwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00740</description><issued>2010-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4171</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2010:BK5196</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2010:BK5196</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK5196</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2010:BK5196"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hofstad. OM-cassatie. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” a.b.i. art. 137d Sr . Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een groep personen alleen dan kan worden aangemerkt als een organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr indien sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. Die maatstaf getuigt, gelet op de wetsgeschiedenis, op zichzelf niet van een onjuiste rechtsopvatting. Door echter vervolgens te oordelen dat van zo een samenwerkingsverband eerst dan kan worden gesproken als “binnen die groep gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke doelstelling hebben bestaan, waaraan de individuele leden gebonden waren en door welke gemeenschappelijkheid op die leden een zekere druk kon worden uitgeoefend zich aan die regels te houden en aan die doelstelling gebonden te achten”, heeft het Hof een te beperkt bereik gegeven aan die maatstaf. Dusdoende heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tenlastelegging voorkomende term "organisatie” die aldaar is gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 140 en art. 140a Sr en heeft het de grondslag van de tll verlaten. Ad 2. Door te overwegen dat art. 137d Sr beoogt bepaalde minderheidsgroepen vanwege hun kwetsbaarheid – onder meer “wegens hun godsdienst of levensovertuiging” – te beschermen heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tll. voorkomende bewoordingen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” die aldaar zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 137d Sr. Het Hof heeft aldus ook in dat opzicht de grondslag van de tll verlaten. Volgt verwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00740</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. J.W. Ilsink Mr. J. de Hullu Mr. C.W.H.M. Sterk Mr. M.A. Loth</contributor><issued>2010-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2010:BK5196</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4171</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2010:BK3375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK3375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2010:BK3375"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Antilliaanse zaak. 1. Diefstal met geweld. 2. Getuigenverzoek. Ad 1. Het Hof heeft vastgesteld dat de mededader naar de hals van het slachtoffer heeft gegrepen en de ketting van diens nek heeft getrokken, alsmede diens portemonnee met enige kracht uit diens handen heeft getrokken. Gelet hierop is ’s Hofs oordeel dat i.c. sprake is van "geweld met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken" i.d.z.v. art. 325 SrNA onjuist, noch onbegrijpelijk. Ad 2. Het Hof heeft het niet noodzakelijk geacht de in het middel bedoelde getuigen te horen. Met de overweging dat er onvoldoende grond is voor het horen van die getuigen heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat het het daartoe gedane verzoek onvoldoende onderbouwd heeft geacht. Gelet op de inhoud van het verzoek is dat oordeel niet onbegrijpelijk. Anders dan het in het middel wordt aangevoerd, doet daaraan niet af dat medeverdachten in hun eigen strafzaak ontlastend t.a.v. verdachte hadden verklaard. Het Hof heeft die verklaringen in h.b. immers op hun geloofwaardigheid getoetst door die medeverdachten als getuige te horen, waama het tot het oordeel is gekomen dat die verklaringen als ongeloofwaardig terzijde moeten worden gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/00218 A</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. F.H. Koster Mr. B.C. de Savornin Lohman Mr. M.A. Loth</contributor><issued>2010-02-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2010:BK3375</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2010:BK3375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK3375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2010:BK3375"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Antilliaanse zaak. 1. Diefstal met geweld. 2. Getuigenverzoek. Ad 1. Het Hof heeft vastgesteld dat de mededader naar de hals van het slachtoffer heeft gegrepen en de ketting van diens nek heeft getrokken, alsmede diens portemonnee met enige kracht uit diens handen heeft getrokken. Gelet hierop is ’s Hofs oordeel dat i.c. sprake is van "geweld met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken" i.d.z.v. art. 325 SrNA onjuist, noch onbegrijpelijk. Ad 2. Het Hof heeft het niet noodzakelijk geacht de in het middel bedoelde getuigen te horen. Met de overweging dat er onvoldoende grond is voor het horen van die getuigen heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat het het daartoe gedane verzoek onvoldoende onderbouwd heeft geacht. Gelet op de inhoud van het verzoek is dat oordeel niet onbegrijpelijk. Anders dan het in het middel wordt aangevoerd, doet daaraan niet af dat medeverdachten in hun eigen strafzaak ontlastend t.a.v. verdachte hadden verklaard. Het Hof heeft die verklaringen in h.b. immers op hun geloofwaardigheid getoetst door die medeverdachten als getuige te horen, waama het tot het oordeel is gekomen dat die verklaringen als ongeloofwaardig terzijde moeten worden gesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/00218 A</description><issued>2010-02-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2010:BK3375</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2010:BK5987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK5987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2010:BK5987"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige daad. Geschil over onbetaalde factuur voor werkzaamheden voor een opdrachtgever die kort daarop op eigen aanvraag failliet is verklaard (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/02279</description><issued>2010-01-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2010:BK5987</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2010:BK5987</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK5987</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2010:BK5987"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige daad. Geschil over onbetaalde factuur voor werkzaamheden voor een opdrachtgever die kort daarop op eigen aanvraag failliet is verklaard (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/02279</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.J. van Buchem-Spapens mr. W.A.M. van Schendel mr. C.A. Streefkerk</contributor><issued>2010-01-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2010:BK5987</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2010:BK2650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK2650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2010:BK2650"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-01-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">HR: art. 81 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/12571</description><issued>2010-01-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2010:BK2650</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2010:BK2650</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK2650</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2010:BK2650"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-01-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">HR: art. 81 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 07/12571</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. H.A.G. Splinter-van Kan Mr. W.F. Groos</contributor><issued>2010-01-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2010:BK2650</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2010:BK5172</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK5172</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2010:BK5172"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hofstad. OM-cassatie. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” a.b.i. art. 137d Sr . Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een groep personen alleen dan kan worden aangemerkt als een organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr indien sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. Die maatstaf getuigt, gelet op de wetsgeschiedenis, op zichzelf niet van een onjuiste rechtsopvatting. Door echter vervolgens te oordelen dat van zo een samenwerkingsverband eerst dan kan worden gesproken als “binnen die groep gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke doelstelling hebben bestaan, waaraan de individuele leden gebonden waren en door welke gemeenschappelijkheid op die leden een zekere druk kon worden uitgeoefend zich aan die regels te houden en aan die doelstelling gebonden te achten”, heeft het Hof een te beperkt bereik gegeven aan die maatstaf. Dusdoende heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tenlastelegging voorkomende term "organisatie” die aldaar is gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 140 en art. 140a Sr en heeft het de grondslag van de tll verlaten. Ad 2. Door te overwegen dat art. 137d Sr beoogt bepaalde minderheidsgroepen vanwege hun kwetsbaarheid – onder meer “wegens hun godsdienst of levensovertuiging” – te beschermen heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tll. voorkomende bewoordingen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” die aldaar zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 137d Sr. Het Hof heeft aldus ook in dat opzicht de grondslag van de tll verlaten. Volgt verwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00623</description><issued>2010-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4178</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2010:BK5172</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2010:BK5172</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK5172</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2010:BK5172"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hofstad. OM-cassatie. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” a.b.i. art. 137d Sr . Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een groep personen alleen dan kan worden aangemerkt als een organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr indien sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. Die maatstaf getuigt, gelet op de wetsgeschiedenis, op zichzelf niet van een onjuiste rechtsopvatting. Door echter vervolgens te oordelen dat van zo een samenwerkingsverband eerst dan kan worden gesproken als “binnen die groep gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke doelstelling hebben bestaan, waaraan de individuele leden gebonden waren en door welke gemeenschappelijkheid op die leden een zekere druk kon worden uitgeoefend zich aan die regels te houden en aan die doelstelling gebonden te achten”, heeft het Hof een te beperkt bereik gegeven aan die maatstaf. Dusdoende heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tenlastelegging voorkomende term "organisatie” die aldaar is gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 140 en art. 140a Sr en heeft het de grondslag van de tll verlaten. Ad 2. Door te overwegen dat art. 137d Sr beoogt bepaalde minderheidsgroepen vanwege hun kwetsbaarheid – onder meer “wegens hun godsdienst of levensovertuiging” – te beschermen heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tll. voorkomende bewoordingen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” die aldaar zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 137d Sr. Het Hof heeft aldus ook in dat opzicht de grondslag van de tll verlaten. Volgt verwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00623</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. J.W. Ilsink Mr. J. de Hullu Mr. C.W.H.M. Sterk Mr. M.A. Loth</contributor><issued>2010-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2010:BK5172</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4178</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2010:BK5182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK5182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2010:BK5182"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hofstad. OM-cassatie. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” a.b.i. art. 137d Sr . Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een groep personen alleen dan kan worden aangemerkt als een organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr indien sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. Die maatstaf getuigt, gelet op de wetsgeschiedenis, op zichzelf niet van een onjuiste rechtsopvatting. Door echter vervolgens te oordelen dat van zo een samenwerkingsverband eerst dan kan worden gesproken als “binnen die groep gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke doelstelling hebben bestaan, waaraan de individuele leden gebonden waren en door welke gemeenschappelijkheid op die leden een zekere druk kon worden uitgeoefend zich aan die regels te houden en aan die doelstelling gebonden te achten”, heeft het Hof een te beperkt bereik gegeven aan die maatstaf. Dusdoende heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tenlastelegging voorkomende term "organisatie” die aldaar is gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 140 en art. 140a Sr en heeft het de grondslag van de tll verlaten. Ad 2. Door te overwegen dat art. 137d Sr beoogt bepaalde minderheidsgroepen vanwege hun kwetsbaarheid – onder meer “wegens hun godsdienst of levensovertuiging” – te beschermen heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tll. voorkomende bewoordingen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” die aldaar zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 137d Sr. Het Hof heeft aldus ook in dat opzicht de grondslag van de tll verlaten. Volgt verwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/01626</description><issued>2010-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4177</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2010:BK5182</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2010:BK5182</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK5182</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2010:BK5182"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hofstad. OM-cassatie. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” a.b.i. art. 137d Sr . Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een groep personen alleen dan kan worden aangemerkt als een organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr indien sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. Die maatstaf getuigt, gelet op de wetsgeschiedenis, op zichzelf niet van een onjuiste rechtsopvatting. Door echter vervolgens te oordelen dat van zo een samenwerkingsverband eerst dan kan worden gesproken als “binnen die groep gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke doelstelling hebben bestaan, waaraan de individuele leden gebonden waren en door welke gemeenschappelijkheid op die leden een zekere druk kon worden uitgeoefend zich aan die regels te houden en aan die doelstelling gebonden te achten”, heeft het Hof een te beperkt bereik gegeven aan die maatstaf. Dusdoende heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tenlastelegging voorkomende term "organisatie” die aldaar is gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 140 en art. 140a Sr en heeft het de grondslag van de tll verlaten. Ad 2. Door te overwegen dat art. 137d Sr beoogt bepaalde minderheidsgroepen vanwege hun kwetsbaarheid – onder meer “wegens hun godsdienst of levensovertuiging” – te beschermen heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tll. voorkomende bewoordingen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” die aldaar zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 137d Sr. Het Hof heeft aldus ook in dat opzicht de grondslag van de tll verlaten. Volgt verwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/01626</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. J.W. Ilsink Mr. J. de Hullu Mr. C.W.H.M. Sterk Mr. M.A. Loth</contributor><issued>2010-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2010:BK5182</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4177</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2010:BK5175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK5175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2010:BK5175"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hofstad. OM-cassatie. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” a.b.i. art. 137d Sr . Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een groep personen alleen dan kan worden aangemerkt als een organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr indien sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. Die maatstaf getuigt, gelet op de wetsgeschiedenis, op zichzelf niet van een onjuiste rechtsopvatting. Door echter vervolgens te oordelen dat van zo een samenwerkingsverband eerst dan kan worden gesproken als “binnen die groep gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke doelstelling hebben bestaan, waaraan de individuele leden gebonden waren en door welke gemeenschappelijkheid op die leden een zekere druk kon worden uitgeoefend zich aan die regels te houden en aan die doelstelling gebonden te achten”, heeft het Hof een te beperkt bereik gegeven aan die maatstaf. Dusdoende heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tenlastelegging voorkomende term "organisatie” die aldaar is gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 140 en art. 140a Sr en heeft het de grondslag van de tll verlaten. Ad 2. Door te overwegen dat art. 137d Sr beoogt bepaalde minderheidsgroepen vanwege hun kwetsbaarheid – onder meer “wegens hun godsdienst of levensovertuiging” – te beschermen heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tll. voorkomende bewoordingen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” die aldaar zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 137d Sr. Het Hof heeft aldus ook in dat opzicht de grondslag van de tll verlaten. Volgt verwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/01625</description><issued>2010-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4182</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2010:BK5175</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2010:BK5175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK5175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2010:BK5175"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hofstad. OM-cassatie. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” a.b.i. art. 137d Sr . Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een groep personen alleen dan kan worden aangemerkt als een organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr indien sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. Die maatstaf getuigt, gelet op de wetsgeschiedenis, op zichzelf niet van een onjuiste rechtsopvatting. Door echter vervolgens te oordelen dat van zo een samenwerkingsverband eerst dan kan worden gesproken als “binnen die groep gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke doelstelling hebben bestaan, waaraan de individuele leden gebonden waren en door welke gemeenschappelijkheid op die leden een zekere druk kon worden uitgeoefend zich aan die regels te houden en aan die doelstelling gebonden te achten”, heeft het Hof een te beperkt bereik gegeven aan die maatstaf. Dusdoende heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tenlastelegging voorkomende term "organisatie” die aldaar is gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 140 en art. 140a Sr en heeft het de grondslag van de tll verlaten. Ad 2. Door te overwegen dat art. 137d Sr beoogt bepaalde minderheidsgroepen vanwege hun kwetsbaarheid – onder meer “wegens hun godsdienst of levensovertuiging” – te beschermen heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tll. voorkomende bewoordingen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” die aldaar zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 137d Sr. Het Hof heeft aldus ook in dat opzicht de grondslag van de tll verlaten. Volgt verwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09/01625</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. J.W. Ilsink Mr. J. de Hullu Mr. C.W.H.M. Sterk Mr. M.A. Loth</contributor><issued>2010-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2010:BK5175</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4182</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2010:BK4927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK4927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2010:BK4927"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingsrecht. Art. 2:8 en 2:9 BW. Voorovereenkomst tot van de hand doen activa van vennootschap gesloten tijdens surséance van betaling buiten medeweten aandeelhouder. Aansprakelijkheid bestuurder vennootschap jegens aandeelhouder? Heeft aandeelhouder recht op vergoeding van door hem in zijn hoedanigheid van aandeelhouder geleden schade? Schending plicht tot ambtshalve aanvullen rechtsgronden? Bewust profiteren van de wanprestatie van een ander? (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/02057</description><issued>2010-01-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2010:BK4927</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2010:BK4927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK4927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2010:BK4927"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ondernemingsrecht. Art. 2:8 en 2:9 BW. Voorovereenkomst tot van de hand doen activa van vennootschap gesloten tijdens surséance van betaling buiten medeweten aandeelhouder. Aansprakelijkheid bestuurder vennootschap jegens aandeelhouder? Heeft aandeelhouder recht op vergoeding van door hem in zijn hoedanigheid van aandeelhouder geleden schade? Schending plicht tot ambtshalve aanvullen rechtsgronden? Bewust profiteren van de wanprestatie van een ander? (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/02057</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.B. Fleers mr. A.M.J. van Buchem-Spapens mr. J.C. van Oven mr. C.A. Streefkerk mr. W.D.H. Asser</contributor><issued>2010-01-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2010:BK4927</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2010:BK4930</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK4930</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2010:BK4930"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Geoorloofde wijziging systematiek van heffing van vastrecht voor levering van drinkwater door monopolist die het vastrecht bij centraal bemeterde wooncomplexen niet langer heft per centrale aansluiting, maar per verbruiksadres? (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/02543</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M.J. van Buchem-Spapens mr. J.C. van Oven mr. C.A. Streefkerk</contributor><issued>2010-01-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2010:BK4930</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4322</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2010:BK4930</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK4930</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2010:BK4930"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-01-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verbintenissenrecht. Geoorloofde wijziging systematiek van heffing van vastrecht voor levering van drinkwater door monopolist die het vastrecht bij centraal bemeterde wooncomplexen niet langer heft per centrale aansluiting, maar per verbruiksadres? (81 RO).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/02543</description><issued>2010-01-22</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de rechterlijke organisatie 81</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4322</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2010:BK4930</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2010:BK5174</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK5174</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2010:BK5174"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hofstad. OM-cassatie. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” a.b.i. art. 137d Sr . Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een groep personen alleen dan kan worden aangemerkt als een organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr indien sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. Die maatstaf getuigt, gelet op de wetsgeschiedenis, op zichzelf niet van een onjuiste rechtsopvatting. Door echter vervolgens te oordelen dat van zo een samenwerkingsverband eerst dan kan worden gesproken als “binnen die groep gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke doelstelling hebben bestaan, waaraan de individuele leden gebonden waren en door welke gemeenschappelijkheid op die leden een zekere druk kon worden uitgeoefend zich aan die regels te houden en aan die doelstelling gebonden te achten”, heeft het Hof een te beperkt bereik gegeven aan die maatstaf. Dusdoende heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tenlastelegging voorkomende term "organisatie” die aldaar is gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 140 en art. 140a Sr en heeft het de grondslag van de tll verlaten. Ad 2. Door te overwegen dat art. 137d Sr beoogt bepaalde minderheidsgroepen vanwege hun kwetsbaarheid – onder meer “wegens hun godsdienst of levensovertuiging” – te beschermen heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tll. voorkomende bewoordingen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” die aldaar zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 137d Sr. Het Hof heeft aldus ook in dat opzicht de grondslag van de tll verlaten. Volgt verwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00721</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. J.W. Ilsink Mr. J. de Hullu Mr. C.W.H.M. Sterk Mr. M.A. Loth</contributor><issued>2010-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2010:BK5174</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4183</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2010:BK5174</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK5174</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2010:BK5174"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hofstad. OM-cassatie. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” a.b.i. art. 137d Sr . Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een groep personen alleen dan kan worden aangemerkt als een organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr indien sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. Die maatstaf getuigt, gelet op de wetsgeschiedenis, op zichzelf niet van een onjuiste rechtsopvatting. Door echter vervolgens te oordelen dat van zo een samenwerkingsverband eerst dan kan worden gesproken als “binnen die groep gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke doelstelling hebben bestaan, waaraan de individuele leden gebonden waren en door welke gemeenschappelijkheid op die leden een zekere druk kon worden uitgeoefend zich aan die regels te houden en aan die doelstelling gebonden te achten”, heeft het Hof een te beperkt bereik gegeven aan die maatstaf. Dusdoende heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tenlastelegging voorkomende term "organisatie” die aldaar is gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 140 en art. 140a Sr en heeft het de grondslag van de tll verlaten. Ad 2. Door te overwegen dat art. 137d Sr beoogt bepaalde minderheidsgroepen vanwege hun kwetsbaarheid – onder meer “wegens hun godsdienst of levensovertuiging” – te beschermen heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tll. voorkomende bewoordingen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” die aldaar zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 137d Sr. Het Hof heeft aldus ook in dat opzicht de grondslag van de tll verlaten. Volgt verwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00721</description><issued>2010-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4183</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2010:BK5174</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2010:BK5193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK5193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2010:BK5193"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hofstad. OM-cassatie en cassatie verdachte. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” a.b.i. art. 137d Sr. 3. Begrip “terroristisch oogmerk” a.b.i. art. 83a Sr. Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een groep personen alleen dan kan worden aangemerkt als een organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr indien sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. Die maatstaf getuigt, gelet op de wetsgeschiedenis, op zichzelf niet van een onjuiste rechtsopvatting. Door echter vervolgens te oordelen dat van zo een samenwerkingsverband eerst dan kan worden gesproken als “binnen die groep gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke doelstelling hebben bestaan, waaraan de individuele leden gebonden waren en door welke gemeenschappelijkheid op die leden een zekere druk kon worden uitgeoefend zich aan die regels te houden en aan die doelstelling gebonden te achten”, heeft het Hof een te beperkt bereik gegeven aan die maatstaf. Dusdoende heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tll voorkomende term "organisatie” die aldaar is gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 140 en art. 140a Sr en heeft het de grondslag van de tll verlaten. Ad 2. Door te overwegen dat art. 137d Sr beoogt bepaalde minderheidsgroepen vanwege hun kwetsbaarheid – o.m. “wegens hun godsdienst of levensovertuiging” – te beschermen heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tll. voorkomende bewoordingen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” die aldaar zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 137d Sr. Het Hof heeft aldus ook in dat opzicht de grondslag van de tll verlaten. Ad 3. Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van art. 83a Sr geven ’s Hofs overwegingen, waarbij de HR 's Hofs overweging dat een (terroristisch) oogmerk niet uit een ideologie van een verdachte kan worden afgeleid aldus verstaat dat dat oogmerk niet louter daaruit kan worden afgeleid, niet blijk van een onjuiste uitleg van het in de tll. voorkomende begrip "terroristisch oogmerk”. ’s Hofs oordeel is toereikend gemotiveerd, ook in het licht van hetgeen het OM blijkens zijn schriftelijk requisitoir daaromtrent ttz. in h.b. heeft aangevoerd. Volgt verwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00695</description><issued>2010-02-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2008:BC2576</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2010:BK5193</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2010:BK5193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK5193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2010:BK5193"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Hofstad. OM-cassatie en cassatie verdachte. Grondslagverlating. 1. Begrip “organisatie” a.b.i. artt. 140 en 140a Sr. 2. Begrippen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” a.b.i. art. 137d Sr. 3. Begrip “terroristisch oogmerk” a.b.i. art. 83a Sr. Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een groep personen alleen dan kan worden aangemerkt als een organisatie a.b.i. art. 140 en 140a Sr indien sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. Die maatstaf getuigt, gelet op de wetsgeschiedenis, op zichzelf niet van een onjuiste rechtsopvatting. Door echter vervolgens te oordelen dat van zo een samenwerkingsverband eerst dan kan worden gesproken als “binnen die groep gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke doelstelling hebben bestaan, waaraan de individuele leden gebonden waren en door welke gemeenschappelijkheid op die leden een zekere druk kon worden uitgeoefend zich aan die regels te houden en aan die doelstelling gebonden te achten”, heeft het Hof een te beperkt bereik gegeven aan die maatstaf. Dusdoende heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tll voorkomende term "organisatie” die aldaar is gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 140 en art. 140a Sr en heeft het de grondslag van de tll verlaten. Ad 2. Door te overwegen dat art. 137d Sr beoogt bepaalde minderheidsgroepen vanwege hun kwetsbaarheid – o.m. “wegens hun godsdienst of levensovertuiging” – te beschermen heeft het Hof een onjuiste betekenis toegekend aan de in de tll. voorkomende bewoordingen “aanzetten tot haat, discriminatie en geweld” die aldaar zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 137d Sr. Het Hof heeft aldus ook in dat opzicht de grondslag van de tll verlaten. Ad 3. Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van art. 83a Sr geven ’s Hofs overwegingen, waarbij de HR 's Hofs overweging dat een (terroristisch) oogmerk niet uit een ideologie van een verdachte kan worden afgeleid aldus verstaat dat dat oogmerk niet louter daaruit kan worden afgeleid, niet blijk van een onjuiste uitleg van het in de tll. voorkomende begrip "terroristisch oogmerk”. ’s Hofs oordeel is toereikend gemotiveerd, ook in het licht van hetgeen het OM blijkens zijn schriftelijk requisitoir daaromtrent ttz. in h.b. heeft aangevoerd. Volgt verwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/00695</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. J.W. Ilsink Mr. J. de Hullu Mr. C.W.H.M. Sterk Mr. M.A. Loth</contributor><issued>2010-02-02</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 83a</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 137d</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 140</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 140a</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2010:BK5193</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSGR:2008:BC2576</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2010:BK8947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BK8947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2010:BK8947"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Getuigenverzoek. Nu het Hof op het ttz. gedane verzoek niet heeft beslist heeft dit nietigheid tot gevolg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/03504</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.A. van Dorst Mr. J. de Hullu Mr. W.F. Groos</contributor><issued>2010-02-03</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2010:BK8947</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2010:BK8947</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2010:BK8947</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2010:BK8947"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2010-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Getuigenverzoek. Nu het Hof op het ttz. gedane verzoek niet heeft beslist heeft dit nietigheid tot gevolg.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08/03504</description><issued>2010-02-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2010:BK8947</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31566</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31566</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31566"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">opvolgende bnt, termijn, wegingsfactor, zeer licht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.34445</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7497</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7497</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7497"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Bewind en Mentorschap. Bij tussenbeschikking is provisioneel bewind ingesteld in afwachting van een beslissing over ondercuratelestelling of bewind. Het provisioneel bewind is destijds ingesteld omdat er ernstige zorgen bestonden over de behandeling en het welzijn van betrokkene. Nu de situatie is gestabiliseerd en de relatie tussen de behandelaren en de moeder van betrokkene is verbeterd is de kantonrechter van oordeel dat bewind en mentorschap voldoende bescherming bieden. Het provisioneel bewind wordt opgeheven en de maatregelen bewind en mentorschap worden ingesteld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12260028 AT VERZ 26-374</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.A.T. Engbers</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14764</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14764</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14764"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek wsnp toegewezen. Toegelaten op basis van de hardheidsclausule in verband met schulden niet te goeder trouw. Geen eerdere ingangsdatum omdat er niet is voldaan aan de inspanningsplicht gedurende het minnelijk traject.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2610091:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.J. Tideman</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6909</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6909</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6909"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Agente heeft geschoten op een (wegrijdende) auto. Bewezenverklaring poging doodslag. Ontslag van alle rechtsvervolging omdat het handelen van de agente conform de geweldsinstructie was. De Blauwe Kamer van het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank met aanvulling van gronden. Het hof is van oordeel dat uit de overwegingen van de rechtbank blijkt dat er voldoende rekening is gehouden met objectieve feiten en omstandigheden die de subjectieve beleving van verdachte ondersteunen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-000509-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7551</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7551</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7551"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-01-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag van bestuurder van een Stichting die de rentevrije munt Florijn exploiteert. Verzoek ex artikel 2:298 BW. Bestuurder heeft zijn taak verwaarloosd en er zijn ook andere gewichtige redenen voor zijn ontslag. Benoeming van twee nieuwe bestuurders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/457758 / HA RK 25-138</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Boerwinkel</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2267</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2267</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2267"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag Vpb 2017. Belanghebbende maakte tot haar liquidatie in oktober 2017 onderdeel uit van een vennootschapsstructuur. Belanghebbende heeft aangifte Vpb 2017 gedaan onder horizontaal toezicht en daarbij geen winst ter zake van goodwill aangegeven. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag Vpb opgelegd tot het belastbaar bedrag plus de goodwill. Naar het oordeel van het hof beschikt de inspecteur niet over een nieuw feit. Dat de aangifte is ingediend onder horizontaal toezicht maakt dat oordeel niet anders. Naar het oordeel van het hof is wel sprake van kwade trouw van de zijde van de gemachtigde. De inspecteur was zodoende bevoegd om een navorderingsaanslag op te leggen. De inspecteur heeft de door hem verdedigde waarde van de goodwill aannemelijk gemaakt door aan te sluiten bij de berekeningen binnen het concern ter zake van aandelentransacties tussen onafhankelijke partijen. Het hof is van oordeel dat de belastingrente niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in rekening is gebracht. Het hof vermindert de belastingrente wegens het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1187</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, M.E. Smorenburg, J. Wessels</contributor><issued>2026-10-13</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:4729</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14732"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot ontruiming van in kader van executie gekochte woning. Onduidelijkheden over totstandkoming koopovereenkomst en overeengekomen prijs. Afwijzinig vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725508 / KG ZA 26-912</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7557</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7557</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7557"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Terugbetaling geldlening</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/457400 / HZ ZA 25-276</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.E. van Engelenhoven</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13709"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak verzoekt een consultancybedrijf ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een langdurig zieke werknemer wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat de arbeidsverhouding duurzaam en ernstig is verstoord. Aan de werknemer wordt een billijke vergoeding toegekend van € 100.000,00. Werkgever heeft het herstel van de werknemer in de eigen functie tegengewerkt en daarvoor was geen rechtvaardiging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12331678</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7421</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7421</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7421"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">WWZ. Ontbinding arbeidsovereenkomst op de g-grond, geen billijke vergoeding, wel transitievergoeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12290480 \ AE VERZ 26-35</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.J.M. Hendriks</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3112</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3112</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3112"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Opzetverkrachting, vrijspraak gekwalificeerde opzetverkrachting. Het hof acht de verklaring van aangever dat er sprake is geweest van seksueel binnendringen betrouwbaar en is tevens van oordeel dat er voldoende steunbewijs is om tot een veroordeling te komen. De aangever heeft niet alleen geen positieve wilsuitingen gedaan omtrent zijn instemming met seksuele handelingen, maar ook meerdere, duidelijke non-verbale signalen afgegeven dat hij de seksuele handelingen niet wilde. Het hof is van oordeel dat er sprake is van voorwaardelijk opzet, nu de verdachte de signalen die werden afgegeven heeft genegeerd. Het hof heeft met toepassing van het volwassenenstrafrecht de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-000436-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:1961</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2024:7964</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:7964</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2024:7964"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tijdelijke verhuur; overeenkomst ontbonden wegens niet-nakoming overeenkomst; vordering tot betaling hoofdsom, rente en kosten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11096629 \ MC EXPL 24-3092</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. van Wegen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31570</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31570</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31570"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT, asiel, pkv toegewezen, intrekking beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.25075</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7554</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7554</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7554"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vordering tot betaling van facturen toegewezen. Vordering in reconventie tot betaling van schadevergoeding ogv wanprestatie/onrechtmatige daad afgewezen. Geen verzuim. Geen onrechtmatige daad.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/447821 / HZ ZA 25-46</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.E. van Engelenhoven</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGHACMB:2026:298</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:298</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGHACMB:2026:298"><country>NL</country><court>OGHACMB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling in hoger beroep voor (mede)plegen van ontucht met een minderjarige en medeplichtigheid aan herhaalde verkrachting van twee andere minderjarigen door haar toenmalige echtgenoot. Medeplichtigheid door nalaten: verdachte wist van het misbruik en had een bijzondere rechtsplicht de meisjes te beschermen, maar verschafte door niet in te grijpen opzettelijk gelegenheid tot het voortduren daarvan. Verjaringsverweer verworpen. Gevangenisstraf van 30 maanden na strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tweemaal Cg 20.000 aan immateriële schadevergoeding. Geen schadevergoedingsmaatregel voor feiten die geheel vóór de invoering daarvan zijn gepleegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: H-198/23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, E.M.J. Brink, E.A. Lensink</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31571</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31571</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31571"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT, regulier, mvv aanvraag, pkv toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.25328</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2995</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2995</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2995"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">inzagevordering in verband met mogelijke overtreding concurrentiebeding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.358.218/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4526</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4526</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4526"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst docent hogeschool wegens sociaal onwenselijk gedrag. Niet kan worden vastgesteld dat sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen van werknemer. Arbeidsovereenkomst wordt ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, met toekenning van een transitievergoeding. Werkgeefster is geen billijke vergoeding verschuldigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4303/12349979 AR VERZ 26-71</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R. Giltay</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7193</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7193</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7193"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">niet dupliek, loonvordering toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12271850 \ MC EXPL 26-3202 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10336</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10336</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10336"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Een werknemer met psychische beperkingen werkte bij een werkgever die personen met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleidt. In mei 2025 verscheen zij zonder bericht niet op het werk en bleef daarna langdurig weg. Ondanks herhaalde pogingen van de werkgever om contact te krijgen, bleef zij meer dan een jaar onbereikbaar. De kantonrechter oordeelt in deze ontbindingsprocedure dat de werknemer verwijtbaar heeft gehandeld. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, maar de werkgever moet wel de transitievergoeding betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12250544 \ EA VERZ 26-643</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:13513</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:13513</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:13513"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Toewijziging transitievergoeding omdat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd en op initiatief van werkgever niet is voortgezet. Aanvullend geboorteverlof. Gedeeltelijke toewijzing looncomponenten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4102/12288563</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2854"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Heeft een functionaris (eerst als werknemer later als bestuurder) jegens de vennootschap onrechtmatig gehandeld door met gebruik van valse facturen en buitenlandse entiteiten geld te onttrekken en daar persoonlijk van te profiteren? Hof gaat op grond van de beschikbare stukken voorshands uit van de juistheid van het standpunt van de eisende partij. De functionaris mag dit vermoeden ontzenuwen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.460/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7152</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7152</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7152"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek werkgever tot ontbinding arbeidsovereenkomst</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12273995 UE VERZ 26-268</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. Ramsaroep</contributor><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:13486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:13486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:13486"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemers zijn Australische professioneel rugbyspelers. De door werkgever gestelde afspraak dat werknemers genoegen zouden nemen met loon dat lager was dan het minimumloon, al dan niet tijdelijk, is nietig. Loonvordering deels toegewezen. Geen recht op loon voor 40 uur bij 20 uur werken. Geen misbruik.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12152695 CV EXPL 26-7810 - 12152702 CV EXPL 26-7811</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7191</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7191</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7191"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">deelgeschil. niet komen vast te staan dat eiser schade heeft geleden in de uitoefening van werkzaamheden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12216017 \ UE VERZ 26-186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M.P. Drijkoningen</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:12795</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:12795</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:12795"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker is nadat hij na een bedrijfsuitje naar huis fietste, geraakt door een dalende slagboom. Hij heeft door dit ongeval ernstig letsel opgelopen. In dit deelgeschil verzoekt hij een verklaring voor recht dat de Gemeente aansprakelijk is voor de schade die verzoeker door het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. De rechtbank oordeelt dat de Gemeente aansprakelijk is en wijst het verzoek toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/374002</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6225</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6225</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6225"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak verzoekt het Waterschap om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding met partij B. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat sprake is van een opzegverbod tijdens ziekte. Daarnaast heeft het Waterschap onvoldoende inspanningen verricht om partij B te herplaatsen. Het Waterschap wordt in de proceskosten van partij B veroordeeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12231030 \ EJ VERZ 26-84</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.W. van Tol</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9950</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9950</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9950"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ontslag op staande voet. Vreemd gedrag van werknemer leidt tot tijdelijke schorsing. Nadat werknemer zijn werkzaamheden heeft hervat ontvangt werkgever e-mails van enkele collega’s waarin zij schrijven zich door de aanwezigheid van werknemer niet veilig te voelen. Daarop volgt ontslag. De kantonrechter oordeelt dat dit niet rechtsgeldig is. Daarvoor is onvoldoende grond en het ontslag is ook niet onverwijld gegeven. Werknemer berust in het ontslag. De gevraagde gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding worden toegewezen. Een billijke vergoeding niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12226719 \ AZ VERZ 26-60</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6332</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6332</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6332"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Werknemer vordert achterstallig loon en een reiskostenvergoeding. Werkgever stelt dat partijen een lagere arbeidsduur en reiskostenvergoeding zijn overeengekomen. De kantonrechter wijst de vorderingen van de werknemer deels toe.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12124876 \ CV EXPL 26-483</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Marsman</contributor><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14155</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14155</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14155"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vonnis in kort geding. Afwijzing eis tot schorsing concurrentiebeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12361408 VV EXPL 26-522</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2025:8971</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:8971</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2025:8971"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing curatele instelling bewind. De kantonrechter is, gelet op de inhoud van de stukken en het de toelichting van de mentor, van oordeel dat ondercuratelestelling, gezien de omstandigheden, als een te verstrekkende beperking van de rechten van de betrokkene is te beschouwen. Het (ambtshalve) instellen van een bewind is in deze wel passend en noodzakelijk om beter zorg voor betrokkene te kunnen realiseren. Dat betrokkene ook financiële bescherming nodig heeft blijkt ook wel uit het feit dat door de zus van betrokkene ter zitting is aangegeven dat zij vorige week aangifte heeft gedaan tegen derden die financieel misbruik hebben gemaakt van haar broer. Ook daarom kan een bewindvoerder van waarde zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11812806 TD VERZ 25-1160 en 11903858 TD VERZ 25-1452</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31572</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31572</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31572"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT, pkv toegewezen, aanvraag verblijfsdocument EU/EER</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.25654</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6876</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6876</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6876"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, bezwaar, herhaalde beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6549</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7453</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7453</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7453"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding; huurrecht; vordering dat verhuurder harde bonkende geluiden in de waterleidingen verhelpt wordt afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12361930 \ UV EXPL 26-218</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.R. Creutzberg</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3114</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3114</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3114"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling wegens vuurwapenbezit. Het alternatieve scenario, waaruit zou moeten volgen dat verdachte geen wetenschap had van het vuurwapen, vindt geen steun in het dossier.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-003788-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14736</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14736</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14736"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Vordering tot gedeeltelijke opheffing van in eerder kortgedingvonnis opgelegd verbod tot benaderen van bepaalde leveranciers en klanten wegens onrechtmatig concurreren. Gedaagde heeft belang bij handhaving verbod. Afwijzing vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725674 / KG ZA 26-921</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3109</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3109</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3109"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte is medepleger van twee ontploffingen (“vergisexplosies”) bij woningen in Den Haag met veel schade tot gevolg en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar. Verdachte is ook schuldig bevonden aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor het teweegbrengen van een derde explosie in dezelfde straat. Anders dan in eerste aanleg heeft de reclassering in hoger beroep geadviseerd om het volwassenenstrafrecht toe te passen. Net als de rechtbank ziet ook het hof geen indicaties voor het toepassen van jeugdstrafrecht. Het hof legt een gevangenisstraf op van 5 jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-003859-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:21419</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6900</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6900</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6900"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, aanvraag, CWS</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6499</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31573</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31573</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31573"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT, asiel, pkv toegewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.26386</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1808</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1808</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1808"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-31</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">informatiebeschikking, omkering en verzwaring bewijslast, matiging boete</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3858 en 23/3859</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-04-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31574</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31574</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31574"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT, pkv toegewezen, asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.15941</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:198</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:198</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:198"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vrijheid van godsdienst, vrijheid van bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Onrechtmatig handelen geloofsgemeenschap jegens een lid door van dat lid werkzaamheden ten behoeve van de gemeenschap te verlangen? Onrechtmatig handelen jegens een uitgetreden lid omdat uittreden leidt tot sociale uitsluiting?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202501696 en CUR202601230</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Th. Veling</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6901</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6901</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6901"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, aanvraag, CWS</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6337</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10232</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10232</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10232"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verhuurder is het niet eens met de uitspraak van de Huurcommissie waarin de kosten voor vastrecht bij alle huurders op nihil is gesteld, omdat volgens verhuurder niet alle in rekening gebrachte kosten zien op kapitaals- en onderhoudslasten. Verhuurder heeft echter onvoldoende inzichtelijk gemaakt waar deze overige kosten precies op zien en daarmee onvoldoende onderbouwd dat het in rekening gebrachte vastrecht ziet op de verbruikskosten die huurders moeten betalen als servicekosten. De vorderingen van verhuurder worden daarom afgewezen. In reconventie hebben verschillende huurders terugbetaling gevorderd van de servicekostenposten die verhuurder ten onrechte in rekening heeft gebracht. Deze vorderingen worden toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11681719 CV EXPL 25-2216 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6902</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6902</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6902"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, aanvraag, CWS, herhaalde beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/5796</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3031</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3031</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3031"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Hoger beroep tegen faillietverklaring. Niet in geschil is dat geïntimeerden opeisbare vorderingen hebben die al geruime tijd onbetaald worden gelaten. Daarnaast is summierlijk gebleken van onbetaalde vorderingen van het CJIB en de Belastingdienst. Appellante heeft geen inkomsten en wordt door derden onderhouden. Appellante verkeert in een faillissementstoestand. Dat er slechts sprake is van een tijdelijk liquiditeitsgebrek, is onvoldoende gebleken. Volgt bekrachtiging vonnis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.374.323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2843</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2843</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2843"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art 7, lid 3, Awir. Toepassing Wet rechtsherstel box 3 op vermogenstoets huurtoeslag. Belastingrechter onbevoegd om te oordelen in geschil over huurtoeslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/760</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Meervoudige Belastingkamer</contributor><issued>2026-10-19</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:28003</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14756</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14756</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14756"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">De huurtermijnen zijn de afgelopen 22 maanden niet betaald en het is onduidelijk wat de stand van zaken is omtrent het schuldhulpverleningstraject. Verzoekster is niet ter zitting verschenen om een toelichting te geven, noch is de huur over de maand oktober betaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617246:R-RK – NL:TZ2617247:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6509"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">VPB. Overschrijding aanslagtermijn? Verleend uitstel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1397</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2862</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2862</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2862"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 8:29 Awb. Geheimhoudingsbeslissing. AVG levert geen algemene rechtvaardigingsgrond op voor geheimhouding en heeft geen betrekking op verwerking van gegevens over rechtspersonen. Inspecteur beroept zich wel terecht op privacy van genoemde (rechts)personen. Vermelding van namen, adressen en bedrijfsactiviteiten en koppeling daarvan aan fiscale positie raakt aan persoonlijke levenssfeer of bedrijfsvertrouwelijke sfeer. Verzoek om geheimhouding is gerechtvaardigd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-26/205 tot en met BK-26/208</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Geheimhoudingsbeslissing</description><issued>2026-10-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21932</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21932</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21932"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Berekenen van arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting over door het UWV betaalde socialezekerheidsuitkeringen. ECLI:NL:HR:2024:1657 Weigering van het UWV om aan het verzoek om een werkgeversbetaling mee te werken kan aan eiseres niet worden tegengeworpen. Beroep gegrond voor de periode na het verzoek om de werkgeversbetaling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 25/7940, SGR 25/7941, SGR 25/7942, SGR 25/7943, SGR 25/7944, SGR 25/7945 en SGR 25/8695</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. van Welie</contributor><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6904</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6904</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6904"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, aanvraag, CWS</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6284</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10027</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10027</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10027"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Betaling van openstaande facturen uit overeenkomst van opdracht met drie verschillende vennootschappen. Ten aanzien van één gedaagde wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze vennootschap niet meer bestaat. Een garantstelling voor deze vordering komt niet vast te staan. De gevorderde betalingen ten aanzien van de twee andere gedaagden worden toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12165028 CV EXPL 26-1183 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14609</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14609</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14609"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Ondertoezichtstelling 12 maanden, aanhoudingsverzoek vader afgewezen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/723707 / JE RK 26-1440</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7634</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7634</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7634"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Hoofdzaak en vrijwaring. Gebrek. Feitelijke stoornis (7:204 lid 3 BW). Verhuurder onvoldoende gebruik gemaakt van bevoegdheden tegenover derden. Vrijwaring afgewezen. Vanwege grondslag aansprakelijkheid in hoofdzaak, geen grond voor afwenteling aansprakelijkheid op derde.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/11408533</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. M.D.R. Joppe</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2025:28172</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:28172</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2025:28172"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-12-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wiv. Inzageverzoek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 23/5325</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.C. Laagland</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3033</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3033</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3033"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindarrest. Appellant werkte bij een bouwbedrijf als timmerman. Op 3 februari 2012 heeft op de werkplaats een ongeval plaatsgevonden waarbij appellant is aangereden. Hij stelt dat hij als gevolg hiervan lijdt aan ernstige lichamelijke klachten en houdt het bouwbedrijf aansprakelijk voor de schade. Het hof heeft aan een deskundige nadere vragen gesteld die zien op het causale verband tussen het ongeval en de gestelde schade. In dit eindarrest komt het hof anders dan de kantonrechter tot de conclusie dat het bedrijfsongeval een van de oorzaken is van het ontstaan en het verdere beloop van de lichamelijke klachten. Het bouwbedrijf is aansprakelijk voor de door appellant geleden schade. De omvang van de schade zal - als partijen er niet in onderling overleg uitkomen - in een schadestaatprocedure vastgesteld moeten worden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.315.305</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6489</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6489</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6489"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, aanvraag, CWS</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2688</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7449</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7449</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7449"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gedaagde hoeft facturen voor werkzaamheden aan haar woning niet te betalen. Eiser is met zijn eenmanszaak namelijk geen contractspartij bij de aannemingsovereenkomst.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12051571 \ MC EXPL 26-141 JD/51246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. B.G.W.P. Heijne</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7636"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Mondelinge uitspraak. Kort geding. Executiegeschil. Verwijzing door kantonrechter naar voorzieningenrechter. Vordering tot schorsing executie van beslissing tot verwijzing naar schadestaatprocedure, is een executiegeschil dat buiten het bestek van de artikelen 430 t/m 438 Rv valt. Kantonrechter kan geen bevoegdheid ontlenen aan artikel 438 lid 2 Rv. Enkel voorzieningenrechter is bevoegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12304249</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. ing. M.D.R. Joppe</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6906</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6906</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6906"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6424</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31569</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31569</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31569"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT, asiel, pkv toegewezen, intrekking beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.24872</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10029</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10029</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10029"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiseres heeft twee monteurs uitgezonden aan gedaagde. In verband met de uren die die de monteurs hebben gemaakt, heeft eiseres twee facturen aan gedaagde gestuurd. Gedaagde heeft deze facturen onbetaald gelaten. Eiseres vordert daarom in deze procedure betaling van de facturen. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de facturen moet betalen, omdat eiseres voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er arbeid is verricht voor de gedeclareerde uren en er afspraken zijn gemaakt over het uurtarief. Aan het verweer dat gedaagde schade heeft geleden doordat de monteurs de werkzaamheden niet goed hebben uitgevoerd, gaat de kantonrechter voorbij omdat gedaagde dit verweer onvoldoende heeft onderbouwd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12047617 \ CV EXPL 26-201 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3030</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3030</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3030"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte ter terechtzitting te kennen gegeven dat hij het hoger beroep niet wil handhaven. De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep gelet op artikel 416 lid 2 Sv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001330-14</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14766</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14766</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14766"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Voldoende inkomsten om de lopende huurtermijnen te kunnen voldoen. Verzoekers staan onder budgetbeheer. Budgetbeheer waarborgt de betaling van de lasten. Schuldhulpverlening is bezig met het inventariseren van de schulden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616942:R-RK - NL:TZ:2616943:R-RK en NL:TZ:2616944:R-RK - NL:TZ:2616945:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3034"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onrechtmatige uitlatingen? E-mails aan exploitant van muziekwerken en aan zakelijke relaties met beschuldigingen dat muziekwerken zonder rechten zijn geëxploiteerd, en met andere beschuldigingen, zijn niet onrechtmatig. Hof wijst vorderingen alsnog af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.359.431</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7461</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7461</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7461"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonis uitllaten onmtrent bevoegdheid civiele rechter bij de inning verkeersboete door gemeente Antwerpen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12256649 \ MC EXPL 26-3051 AW/1583</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.J. Baken</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6908</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6908</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6908"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT. bezwaar, wel/geen ingebrekestelling ontvangen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/1416</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7640</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7640</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7640"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onvoldoende vast komen te staan dat de bewindvoerder toerekenbaar tekort is geschoten in de zorg van een goed bewindvoerder. Materiële schadevordering grotendeels afgewezen. Immateriële schadevordering afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12051664</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.J.P. Lambooij</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10030</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10030</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10030"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurovereenkomst camper; vordering eisers tot terugbetaling van de huursom; een van de eisers is niet-ontvankelijk, omdat zij niet heeft gesteld dat zij partij is bij de huurovereenkomst; vordering van andere eiser afgewezen, omdat hij een vervangende camper heeft gekregen en geen schade heeft geleden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11968395 \ CV EXPL 25-5838 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6920</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6920</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6920"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA, aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6512</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14683</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14683</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14683"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726273 / FA RK 26-7400</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Moerman</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3035</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3035</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3035"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Effectenlease. Art. 1:88/1:89 BW. Stuiting van de verjaring van de vordering van de echtgenoot door gevolmachtigde. Volmacht door Dexia pas na jaren in twijfel getrokken; beroep Dexia op ongeldigheid volmacht verworpen. Vernietiging leaseovereenkomst door echtgenoot effectief</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.321.658</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14696</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14696</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14696"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726133 / FA RK 26-7323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Moerman</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6924</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6924</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6924"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA, bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7570</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14686</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14686</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14686"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726393 / FA RK 26-7472</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.M. Moerman</contributor></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30868</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30868</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30868"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Regulier; verblijfsvergunning voor verblijf bij ex-partner ingetrokken; aanvraag voor verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen en/of verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd afgewezen; procesbelang vanwege verblijfsgat; niet ambtshalve vaststellen of eiser rechtmatig verblijf had op grond van artikel 8 van het EVRM tijdens het verblijfsgat; eiser valt niet onder de werking van besluit 1/80; geen vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf dus mocht de aanvraag worden afgewezen; belangen van het kind; verweerder mocht afzien van horen; beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.50773 en NL25.50775</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. de Wit</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7487</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7487</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7487"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eindvonnis na tussenvonnis. Geschil tussen kaveleigenaars en eigenaar recreatiepark. In conventie verrekening van diverse te veel betaalde bedragen met openstaande bedragen. In reconventie permanente bewoning van twee bewoners moet worden gestaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/383589 / HA ZA 22-372</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.A.M. Janssen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30869</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30869</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30869"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Regulier; recht op opvang en Rva-verstrekkingen geëindigd omdat eiser niet aan meldplicht heeft gehouden; beroep is ongegrond; te laat ingediend beroep verschoonbaar; tweemaal niet aan meldplicht gehouden; artikel 7 en 12 van de Rva; eerder lichtere maatregelen opgelegd; stopzetting is van rechtswege en daaraan ligt geen besluit ten grondslag, dus is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard door verweerder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 25/19007</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.M. de Wit</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14768"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Moratoriumverzoek afgewezen. Huur over de maanden juli en augustus 2026 is te laat voldaan. Van een stabiel en voldoende inkomen om de lopende huurtermijnen te kunnen voldoen is niet gebleken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616977:R-RK - NL:TZ:2616979:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6928</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6928</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6928"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA, bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7712</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6932</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6932</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6932"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA, aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7418</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6265</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6265</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6265"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wet waardering onroerende zaken; gecorrigeerde vervangingswaarde kinderdagverblijf; stelplicht en bewijslast; beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/2284</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. L.M. Rijksen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6275</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6275</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6275"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep tegen het besluit van verweerder om de aanvraag van eiser voor een ontheffing van een geslotenverklaring van de Nieuwe Grensweg in Hengelo af te wijzen. Beroep gegrond. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college onvoldoende heeft kunnen motiveren waarom de woning van eiser, ten opzichte van andere woningen, buiten het ontheffingsgebied valt en daarom niet in aanmerking kan komen voor een ontheffing. De rechtbank bepaalt daarom dat de bepaling in de beleidsregel waarin het ontheffingsgebied is vastgesteld buiten toepassing moet worden gelaten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/3645</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.P.K. van Rosmalen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6278</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6278</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6278"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Last onder dwangsom; herplantplicht; rechtbank oordeelt dat compensatieplicht B van toepassing is en dat het niet onevenredig is om aan eiser op te dragen dit uit te voeren. Beroep is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 25/3579 en ZWO 26/951</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.C. Rozeboom</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30917</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30917</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30917"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring – 59,1,a – omzetting – grondslag (te vroeg) – gronden – lichter middel – gestelde medische situatie eiser ten tijde van het gehoor.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.59945</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.P. van Eerde</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6748"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">artikel 1:253n BW. Toewijzing verzoek moeder eenhoofdig gezag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.369.219/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6747</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6747</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6747"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">art. 1:253q BW en art. 1:253r BW. Vernietiging bestreden beschikking. Niet gebleken dat de moeder in de onmogelijkheid verkeert om het gezag uit te oefenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.367.614/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6746"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Onderbewindstelling. Rechthebbende is niet verschenen bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft een professionele bewindvoerder benoemd. Het hof volgt de voorkeur van de rechthebbende en benoemt de zus van de rechthebbende tot bewindvoerder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.573/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6745</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6745</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6745"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">artikel 1:253a BW. Verzoek vader vaststellen contactregeling afgewezen. Verzoek informatieregeling toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.365.051/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14704</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14704</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14704"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Opzegging na twee jaar arbeidsongeschiktheid. Psychische klachten werkneemster al aanwezig voor indiensttreding. Werkgever heeft niet ernstig verwijtbaar gehandeld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11770155 VZ VERZ 25-4707</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. C.J. Frikkee</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6751</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6751</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6751"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vernietiging uithuisplaatsing bij de andere gezaghebbende ouder. Onvoldoende onderbouwing van de door de GI gestelde ouderonthechting. De zorgen over het kind zijn door plaatsing bij de vader die hij afwijst verder toegenomen. De eerdere co-ouderschapsregeling herleeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.373.295/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6933</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6933</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6933"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA, aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7474</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14743</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14743</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14743"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verwijzing team handel en haven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12206104 CV EXPL 26-11028</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6750"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Inperking van de zorgregeling met de vader tijdens de ondertoezichtstelling. Jarenlang patroon van emotionele belasting door de vader. Door de minderjarige uitgesproken wens om evenveel bij beide ouders en dus minder bij de moeder te willen zijn moet worden gezien in het licht van het loyaliteitsconflict waarvan hij last heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.364.258/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10032</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10032</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10032"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onverschuldigde betaling, rechtsgrond pas bekend geworden tijdens procedure</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12333665 CV EXPL 26-4257 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6935</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6935</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6935"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA. aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7333</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14765</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14765</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14765"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Dwangakkoord toegewezen. Aanbod is uiterste waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Voorstel heeft gunstiger resultaat voor de schuldeisers dan de Wsnp.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2616178:R-RK - NL:TZ:2616219:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7538</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7538</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7538"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verzoek tot opheffing bewind en mentorschap. Bezwaren tegen instelling maatregelen (geen hoger beroep). Observaties kantonrechter ter zitting. Overzicht en inzicht ontbreekt. Noodzaak maatregelen nog aanwezig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12299970 TE VERZ 26-312 en 12299976 TE VERZ 26-313</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14710</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14710</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14710"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Handlichting. Gevraagd ongeanominiseerd gepubliceerd te worden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12342663 VZ VERZ 26-3371</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2976</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2976</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2976"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">verzoek meewerken rabbinale echtscheiding (get). Vordering onvoldoende bepaald. Belangenafweging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.240/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14709</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14709</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14709"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Handlichting. Gevraagd ongeanominiseerd gepubliceerd te worden</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12332453 VZ VERZ 26-3288</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7641</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7641</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7641"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Er is sprake van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Loonvordering daarom grotendeels toegewezen. Verzoek afgifte loonstroken afgewezen. Wettelijke verhoging gematigd tot 25%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12333239</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. van der Boon</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:4081</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:4081</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:4081"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-07-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslagen omzetbelasting, vertrouwensbeginsel, legaliteitsbeginsel, neutraliteitsbeginsel, verzuimboete, beroepen gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/4832 en BRE 24/4833</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-07-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6851</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6851</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6851"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Privacy-zaak. Camera’s buren van een appartementencomplex onrechtmatig? Privacymasker. Bewaartermijn persoonsgegevens.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.351.111/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2024:7445</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7642</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7642</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7642"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Er is sprake van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Loonvordering daarom grotendeels toegewezen. Verzoek afgifte loonstroken afgewezen. Wettelijke verhoging gematigd tot 25%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12333231</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. van der Boon</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7501</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7501</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7501"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Executiekortgeding; eiser vordert in kort geding opheffing van executoriale beslagen op woning op; toewijzing; niet aannemelijk dat de grosse van notariële akte executoriale werking heeft voor de vordering die gedaagden met de tenuitvoerlegging proberen te incasseren; artikel 430 Rv; Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/617457 / KG ZA 26-556</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.A.T. van Rens</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10449</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10449</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10449"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Uitleg (Haviltex), geen overeenkomst met gedaagde aangegaan. Afwijzing vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11985060 \ CV EXPL 25-16503</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14769</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14769</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14769"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Moratorium afgewezen. Is al eerder een moratorium voor zes maanden toegewezen, geen nieuwe bijzondere omstandigheden. Inkomen is te laag om de huurtermijnen te voldoen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617253:R-RK – NL:TZ:2617254:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10996</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10996</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10996"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vordering wedertewerkstelling. Belangenafweging tussen belang werknemer om overeengekomen arbeid uit te voeren en belang werkgever om organisatie naar eigen wens in te richten. Geen ontslagvergunning UWV. Belang werkgever weegt zwaarder. Vordering afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12371958 \ CV EXPL 26-4843</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14394"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Arbeidsrecht. Ontbindingsverzoek van een werknemer. Er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de zijde van werkgever. Daarom heeft werknemer geen recht op een transitievergoeding en billijke vergoeding. Werknemer moet loon terugbetalen, omdat zij niet beschikbaar was vanwege ander werk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12283035 VZ VERZ 26-2882</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. Joele</contributor><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2020:6929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:6929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2020:6929"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2020-05-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">verzoekers en verweerders leggen de kantonrechter diverse verzoeken voor met betrekking tot het vruchtgebruik van de woning. De kantonrechter bepaalt een afkoopsom en stelt voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 7866884 OV VERZ 19-4407</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2021-02-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:647</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:647</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:647"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-02-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artt. 4:149 lid 2; 4:171 lid 2; 4:180 lid 2; 4:202 lid 1a BW. Kantonrechter wijst het verzoek om de termijn waarvoor het afwikkelingsbewind is ingesteld te verlengen af. Erflater heeft de mogelijkheid daartoe niet opgenomen in zijn testament. Bovendien is het bewind inmiddels opgezegd door de rechthebbende, tevens mede-erfgenaam. De inmiddels gewezen afwikkelingsbewindvoer blijft wel executeur. Het verzoek van de mede-erfgenaam tot ontslag wordt, evenals een eerder verzoek enkele jaren geleden, afgewezen. Door de verklaring dat de nalatenschap ruimschoots toereikend is wordt niet vereffend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10034956_E02012023</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.J.G. Eijssen-Vruwink</contributor><issued>2023-02-07</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:553</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:553</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:553"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-01-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek machtiging verwerpen nalatenschap namens een minderjarige. De minderjarige woont in Nederland. Erflater had zijn laatste woonplaats in België. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Beoordeling van het verzoek naar het recht van België.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10822275 OV VERZ 23-5971 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.J.G. Eijssen-Vruwink</contributor><issued>2024-02-16</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10002</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10002</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10002"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Loonvordering. Werkgever heeft te weinig loon uitbetaald over een deel van de laatste maand van het dienstverband van werkneemster. Het stond de werkgever niet vrij om eenzijdig de beëindigingsdatum van de arbeidsovereenkomst te vervroegen. De bedongen, contractuele pensioencompensatie wordt gehandhaafd, ondanks dat werkgever de werkneemster met terugwerkende kracht heeft aangemeld bij een pensioenfonds; zwaarwichtig belang niet gesteld, althans onvoldoende onderbouwd door werkgever.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12205182 \ CV EXPL 26-6096</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling</description><issued>2026-10-20</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10402</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10402</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10402"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Een oud-werknemer van een Amsterdams bedrijf dat handelt in energie en milieu-gerelateerde producten, die bijna een jaar geleden ontslag nam en in mei 2026 overstapte naar een werkgever met overlappende activiteiten, hoeft geen ontslag te nemen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/793968 / KG ZA 26-825</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:8124</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:8124</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:8124"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak verzoekt werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten de zogeheten cumulatiegrond (i-grond), bestaande uit omstandigheden genoemd in de redelijke gronden disfunctioneren (d-grond) en een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). De kantonrechter is van oordeel dat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door werkgever, zodat geen billijke vergoeding wordt toegekend. Wel toegekend worden de transitievergoeding en de vergoeding als bedoeld in artikel 7:671b lid 8 BW, de cumulatievergoeding. De cumulatievergoeding wordt gesteld op de helft van de transitievergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11775267 AZ VERZ 25-49 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-01-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9938</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9938</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9938"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werknemer vordert betaling op basis van een afvloeiingsregeling. De kantonrechter wijst de vordering af. Uitleg regeling, niet voldaan aan de voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11881444/CV EXPL 25-3007 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6714</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6714</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6714"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">WWZ. Arbeidsovereenkomst is ontbonden vanwege verstoorde verhoudingen, met toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding. De werknemen wil een hogere billijke vergoeding. De werkgever wil juist dat de transitievergoeding en billijke vergoeding worden afgewezen. Werknemer en werkgever verwijten elkaar ernstig verwijtbaar handelen. Centraal daarin staat of een brief waarin de werknemer ontslag neemt is voorzien van de handtekening van de werknemen, of dat de werknemer de werkgever ten onrechte beschuldigt van vervalsing van die handtekening. Hof oordeelt dat niet is komen vast te staan of de handtekening echt is of vervalst. Daarmee kan niet worden vastgesteld dat een van partijen ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Dat resulteert erin dat de transitievergoeding in stand blijft, maar dat geen aanspraak bestaat op een billijke vergoeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.840</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:2658</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2658</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:2658"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-04-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Nakoming behandelingsovereenkomst in kort geding. Ziekenhuis mocht behandelingsovereenkomst met zwangere vrouw niet beeindigen. Geen gewichtige reden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/408243 / KG ZA 23-153 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.J.G. Eijssen-Vruwink</contributor><issued>2023-05-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:3248</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:3248</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:3248"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-05-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huur woonruimte. Verhuurder stelt dat de zoon van de huurder, die altijd in het gehuurde heeft gewoond, zonder recht of titel in het gehuurde verblijft (moeder is contractspatij en is inmiddels overleden). Hij wordt in de gelgenheid gesteld dat te bewijzen. Zoon wordt gelijktijdig in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat hij als huurder van het gehuurde moet worden gekwalificeerd. Daarnaast komt nog het beroep van zoon op artikel 7:268 lid 2 BW, het beroep van zoon op artikel 4:5 BW en het gezag van gewijsde van een eerder vonnis over het gehuurde ter sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10836417 CV EXPL 23-5133 (T)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.J.G. Eijssen-Vruwink LL.M.</contributor><issued>2024-05-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:8063</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:8063</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:8063"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Artt. 7:611; 7:625; 7:672; 7:673 lid 2; 7:677 lid 1; 7:681 lid 1a; 7:686a lid 1 BW. Werknemer van schoonmaakbedrijf meldt zich ziek. Werkgever vertrouwt de ziekmelding niet maar schakelt pas in een laat stadium de arbodienst in. Intussen schrijft werkgever aan werknemer dat ontslag zal worden gevraagd en verwijt hij werknemer dat zij het (niet aan haar bekend gemaakte) verzuimprotocol niet volgde. Ook verlangde werkgever een dokterverklaring en wekelijks telefonisch contact om te kunnen inschatten of werknemer nog ander passend werk kon verrichten. Werkgever verwijt werknemer uiteindelijk dat zij zonder toestemming op vakantie is gegaan en een uitnodiging voor een gesprek heeft genegeerd. Vervolgens volgt ontslag op staande voet. Werknemer berust in het ontslag en verzoekt om een billijke vergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding. De kantonrechter oordeelt het verleende ontslag niet rechtsgeldig en wijst de gevraagde vergoedingen grotendeels toe. Bij de berekening van de transitievergoeding wordt op grond van de toepasselijke cao rekening gehouden met het dienstverband bij een vorige werkgever. De gefixeerde schadevergoeding is geen loon. De over die vergoeding gevorderde wettelijke verhoging wordt daarom afgewezen. Het tegenverzoek van werkgever, gebaseerd op de stelling dat werknemer zich niet als goed werknemer heeft gedragen, wordt eveneens afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11306665 \ AZ VERZ 24-64</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.J.G. Eijssen-Vruwink LL.M.</contributor><issued>2024-12-18</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOBR:2026:7486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:7486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOBR:2026:7486"><country>NL</country><court>RBOBR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Oost-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Inzagevordering 195 en 194 Rv. In kort geding is inzagevordering afgewezen. Eiser dagvaart vervolgens gedaagden in de bodemzaak zonder een incidentele vordering tot inzage in te dienen. Nadat de zaak is afgeconcludeerd en voor beraad mondelinge behandeling is komen staan, dient eiseres een incidentele vordering tot inzage in. Deze vordering wordt afgewezen wegens gebrek aan voldoende belang: eiseres heeft haar vordering kennelijk zonder de gegevens waarvan inzage wordt gevorderd bij dagvaarding kunnen onderbouwen en de zaak staat voor mondelinge behandeling. Voor zover eiseres de gegevens nodig heeft voor bewijs geldt dat bewijslevering (nog) niet aan de orde is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/01/418179 / HA ZA 25-506</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.J.C. Adang</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14597</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14597</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14597"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725412 / JE RK 26-1682</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14628</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14628</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14628"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2026:4046. Beroep wth. Rb. Geen wettelijke eis dat bewijsmiddelen opgenomen moeten worden in het besluit. Motiveringsgebrek. Rb. laat o.g.v. art. 6:22 Awb het besluit in stand. Proceskostenveroordeling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/716394 / FA RK 26-2055</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10038"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Ex-werknemer vordert betaling bonus over 2024 en 2025. Vorderingen worden afgewezen. Uitleg bonusafspraken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12105157/CV EXPL 26-607 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10074</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10074</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10074"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Huurachterstand bedrijfsruimte. Ontruiming. Verstek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12374198 VV EXPL 26-70 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding, Verstek</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10078</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10078</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10078"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Formele procespartij, onderbewindstelling na dagvaarding. Burengeschil, overlast. Onvoldoende gebleken dat sprake is van onrechtmatige hinder, afwijzing vordering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11983576 \ CV EXPL 25-3924</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:4471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:4471"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen woningoverval met dodelijke afloop in Breukelen. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 14 jaren met aftrek.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005666-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): W.A. Holland, D.M.I. De Waele, D.R. Sonneveldt</contributor><issued>2024-07-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1616</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:875</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:875</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:875"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling voor het medeplegen van i) gekwalificeerde doodslag, ii) poging tot woninginbraak met geweld, de dood ten gevolge hebbend en iii) poging tot woninginbraak. Falende klacht over verwerping van UOS dat verklaringen van één van de medeverdachten van het bewijs moeten worden uitgesloten. Slagende klacht over schending van de redelijke termijn in cassatie (inzendtermijn). Conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02769</description><issued>2026-09-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1616</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1616</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1616</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1616"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen gekwalificeerde doodslag bij woninginbraak (art. 288 Sr) en medeplegen poging tot woninginbraak met geweld de dood ten gevolge hebbende (art. 312.2.2 jo. 312.3 Sr) in 2022 in Breukelen. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat hof verklaringen van medeverdachte niet voor bewijs mocht gebruiken, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/02640 (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, verdachte n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02769</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:875</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:4471</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:768</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:768</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:768"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04133</description><issued>2026-08-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1670</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1670</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1670</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1670"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen poging tot doodslag door in 2021 in Amersfoort meermalen tegen hoofd en lichaam van ander te schoppen en te slaan, terwijl deze op de grond ligt, art. 287 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg van primair tlgd. medeplegen poging tot doodslag en veroordeling voor subsidiair tlgd. medeplegen toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Bewijsklacht voorwaardelijk opzet. Kon hof oordelen dat bewezenverklaarde gedragingen een aanmerkelijke kans op dood van slachtoffer in het leven hebben geroepen? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/04135.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04133</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:768</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:246</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:246</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:246"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoeken Messina en Tartarus. Vrijspraak van betrokkenheid bij de invoer van dan wel handel in methamfetamine en/of cocaïne. Veroordelingen voor betrokkenheid bij de invoer van 400 kilogram cocaïne, een drugslab, het dumpen van drugsafval, het drijven van een groothandel in ketamine, deelneming aan een criminele organisatie, het voorhanden hebben van MDMA en gewoontewitwassen. Overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren en vier maanden, met aftrek van voorarrest. Beslagbeslissingen en beslissing op de vordering van de benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001363-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1748</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:791</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:791</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:791"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Falend middel over bewijs witwassen. Conclusie strekt tot vermindering van de gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 25/00329, 25/00386, 25/00337, 25/00383, 25/00460, 25/00461 en 25/00521.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00384</description><issued>2026-08-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1748</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:793</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:793</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:793"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Profijtontneming. Falend middel over schatting van het voordeel en beslissing over overschrijding van de redelijke termijn. Conclusie strekt verwerping van het beroep. Samenhang met 25/00329, 25/00386, 25/00337, 25/00383, 25/00384, 25/00460 en 25/00521.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00461</description><issued>2026-08-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1751</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:274</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:274</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:274"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Ontnemingsmaatregel. Bevestiging vonnis met vervanging van de grondslag en aanvullende overwegingen, waaronder overwegingen met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001359-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1751</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1672</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1672</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1672"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Profijtontneming, w.v.v. uit bewezenverklaarde feiten en andere strafbare feiten na veroordeling t.z.v. mensenhandel, art. 36e.2 (oud) Sr. Kon hof oordelen dat er “voldoende aanwijzingen” zijn dat betrokkene t.a.v. niet in bewezenverklaring opgenomen slachtoffer het strafbare feit van mensenhandel ex art. 273f Sr heeft begaan? HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04242</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:783</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:782</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:782</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:782"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04245</description><issued>2026-08-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1673</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:783</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:783</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:783"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Profijtontneming. Art. 36e lid 2 (oud) Sr. Falend middel over het oordeel dat er voldoende aanwijzingen zijn dat betrokkene een soortgelijk feit (mensenhandel, art. 273f Sr) heeft begaan. Conclusie strekt tot verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04242</description><issued>2026-08-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1672</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1673</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1673</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1673"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">(Medeplichtigheid aan) diefstal d.m.v. braak en inklimming (meermalen gepleegd), art. 311.1.5 Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 18 maanden). Toepassing LOVS-oriëntatiepunten. HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04245</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:782</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:821</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:821</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:821"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Veroordeling wegens medeplichtigheid aan witwassen door bankrekening ter beschikking te stellen (art. 420bis Sr). Middel klaagt over de bewezenverklaring, te weten dat uit de bewijsvoering niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte het voor medeplichtigheid aan witwassen vereiste dubbel opzet heeft gehad. Middel slaagt. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04803</description><issued>2026-09-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1719</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1719</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1719</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1719"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">WhatsApp-fraude. Medeplichtigheid aan witwassen van geldbedrag (€ 2.744) door bankrekening aan anderen ter beschikking te stellen, art. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr. Bewijsklacht dubbel opzet. Kan (voorwaardelijk) opzet van verdachte op gronddelict witwassen uit bewijsvoering worden afgeleid? Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot plegen van bewezenverklaard witwassen door aan een of meer onbekend gebleven personen haar bankrekeningnummer ter beschikking te stellen. Daarvoor is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat opzet van verdachte was gericht op behulpzaam zijn en/of verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen a.b.i. art. 48 Sr, maar ook dat opzet van verdachte (al dan niet in voorwaardelijke vorm) was gericht op het door die persoon of personen gepleegde misdrijf. Uit enkele vaststellingen dat verdachte een bankrekening op haar naam heeft geopend en deze aan een of meer onbekend gebleven personen ter beschikking heeft gesteld, kan (voorwaardelijk) opzet op gronddelict witwassen niet zonder meer worden afgeleid. Volgt vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04803</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:821</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:780</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:780</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:780"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Schending art. 311.2 Sv: P-v zitting houdt niet in dat raadsman in gelegenheid is gesteld te reageren op requisitoir OM. Verzuim kan volgens AG voor gedekt worden gehouden nu (i) gemachtigd raadsman zich had moeten beroepen op zijn bevoegdheid om te reageren op requisitoir maar dat niet heeft gedaan en (ii) de wet geen uitdrukkelijke nietigheid stelt op dit verzuim. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00166</description><issued>2026-08-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1720</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:251</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:251</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:251"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoeken Messina en Februus. Veroordelingen voor betrokkenheid bij een drugslab, het dumpen van drugsafval, het opzettelijk verkopen/afleveren/verstrekken/vervoeren van methamfetamine, het drijven van een groothandel in ketamine, deelneming aan een criminele organisatie, het voorhanden hebben van ketamine, MDMA en cocaïne en valsheid in geschrift. Verwerping EncroChatverweren. Overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren en twee maanden, met aftrek van voorarrest. Beslagbeslissingen en beslissing op de vordering van de benadeelde partij. Opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001365-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1747</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1720</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1720</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1720"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering bloedonderzoek, art. 163.6 WVW 1994. 1. Pleidooi voorafgaand aan requisitoir. Heeft hof (enkelvoudige kamer) art. 311 jo. 331.1 Sv geschonden doordat raadsman niet heeft kunnen reageren op requisitoir (art. 311.2 Sv), geen gelegenheid tot repliek (en dupliek) is gegeven (art. 311.3 Sv) en raadsman niet recht is gelaten het laatst te spreken (art. 311.4 Sv)? 2. Strafmotivering (geldboete van € 1.000 en ontzegging van bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor 9 maanden). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat geen onvoorwaardelijke rijontzegging moet worden opgelegd, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00166</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:780</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1747</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1747</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1747"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Messina en onderzoek Februus. Medeplegen bereiden van methamfetamine in drugslaboratorium (art. 2.B Opiumwet), medeplegen illegaal dumpen van drugsafval (art. 13 Wet bodembescherming), medeplegen drijven van groothandel in ketamine (art. 38.1 Geneesmiddelenwet), verkopen van methamfetamine (art. 2.B Opiumwet), deelname aan criminele (drugs)organisatie (art. 140.1 Sr en 11b.1 Opiumwet), in voorraad hebben van aanzienlijke hoeveelheid ketamine in bedrijfspand (art. 38.1 Geneesmiddelenwet), aanwezig hebben van MDMA en cocaïne in woning en valsheid in geschrift (art. 225.2 Sr). 1. Bewijsklacht medeplegen illegaal dumpen van drugsafval t.a.v. medeplegen en kwalificatieklacht. Is bewezenverklaard handelen van verdachte (op bodem neerleggen en laten liggen van voorwerpen) strafbaar gesteld in Wet bodembescherming? 2. Afwijzing van ttz. in hoger beroep herhaald (eerder toegewezen) voorwaardelijk verzoek tot horen van gebruikers van Encro-Chat-accounts als getuigen, op de grond dat het onaannemelijk is dat deze gebruikers binnen afzienbare tijd kunnen worden gehoord, art. 288.1.a Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00337, 25/00383 P, 25/00384, 25/00386, 25/00460 E, 25/00461 P en 25/00521 en met 25/00436 P en 25/00520 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00329</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:251</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:789</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:789</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:789</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:789"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. 1. Opzettelijke overtreding van artikel 13 Wet bodembescherming door het illegaal dumpen van drugsafval. 2. Afwijzing verzoek horen van onbekend gebleven gebruikers EncroChat-accounts op grond van art. 288 lid 1 sub a Sv. Conclusie strekt tot vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 25/00337, 25/00383, 25/00384, 25/00386, 25/00460, 25/00461 en 25/00521.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00329</description><issued>2026-08-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1747</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1748</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1748</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1748"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Messina en onderzoek Tartarus. Gewoontewitwassen van geldbedrag (€ 34.228) waarmee verdachte 43 maanden de huur van zijn woning heeft betaald, art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr. Bewijsklacht. Kon hof oordelen dat verdachte contant huur betaalde aan verhuurder voor woning waarin hij verbleef? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/02289, 25/00337, 25/00383 P, 25/00386, 25/00460 E, 25/00461 P en 25/00521 en met 25/00436 P en 25/00520 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00384</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:791</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:246</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1750</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1750</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1750"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Messina. Economische zaak. Medeplegen drijven van groothandel in ketamine door als chauffeur op te treden bij 3 ketaminetransporten, art. 38.1 Geneesmiddelenwet. Bewijsklacht daderschap. Kan uit bewijsvoering met voldoende mate van zekerheid worden afgeleid dat verdachte de chauffeur is geweest bij 3 bewezenverklaarde transporten van ketamine? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00329, 25/00337, 25/00383 P, 25/00384, 25/00386, 25/00461 P en 25/00521 en met 25/00436 P en 25/00520 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00460</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1751</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1751</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1751"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Messina. Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen drijven van groothandel in ketamine. Economische zaak. 1. Motivering schatting w.v.v. Kon hof oordelen dat betrokkene per transport € 16.000 heeft gekregen? 2. Overschrijding redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof volstaan met constatering dat redelijke termijn is overschreden vanwege toegepaste strafkorting in strafzaak? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00329, 25/00337, 25/00383 P, 25/00384, 25/00386, 25/00460 E en 25/00521 en met 25/00436 P en 25/00520 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00461</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:793</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:274</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:751</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:751</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:751"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Medeplegen diverse Opiumwetdelicten en gewoontewitwassen. Middel 1 tot en met 3 bevatten verscheidene falende bewijsklachten. Middel 4 klaagt over oordeel hof dat art. 63 Sr niet van toepassing is in geval van buitenlandse vonnissen. AG gaat in op kaderbesluit 2008/675 en de vraag of rechtspraak HR omtrent art. 63 Sr bijstelling behoeft n.a.v. arrest HvJ van 12 januari 2023 (ECLI:EU:C:2023:5 (de zaak MV)) en concludeert dat dit niet het geval is, zodat middel 4 eveneens faalt. Voor het stellen van prejudiciële vragen ziet de AG geen aanleiding. Conclusie strekt tot strafvermindering i.v.m. overschrijding RT in cassatie en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00643</description><issued>2026-08-28</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1735</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:446</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:446</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:446"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-02-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Poging tot medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod. Medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door een ander trachten te bewegen dat feit te plegen, te doen plegen of uit te lokken, daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen en voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dit delict. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid aanhef en onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A, van de Opiumwet gegeven verbod. Medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde artikel van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door een ander trachten te bewegen dat feit te plegen, te doen plegen of uit te lokken, daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen en voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dit delict. Medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde artikel van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door een ander trachten te bewegen dat feit te plegen, te doen plegen of uit te lokken, daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen en voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dit delict. Medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken. Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-000603-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-03-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1735</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1735</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1735</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1735"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Medeplegen (voorbereidingshandelingen) invoer van cocaïne (art. 2.A en 10a Opiumwet), medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr), deelneming aan criminele drugsorganisatie (art. 11b Opiumwet) en medeplegen bedreiging (art. 285.1 Sr). 1. Art. 63 Sr en Unierecht, niet analoog toepassen van art. 63 Sr op eerdere veroordeling in België. Kon hof oordelen dat art. 63 Sr niet van toepassing is op buitenlandse vonnissen? 2. Verzoek om prejudiciële vraag te stellen aan HvJ EU over uitleg van art. 3.5 Kaderbesluit 2008/675/JBZ. Ad 1. Uit art. 63 (oud) en 57.2 Sr volgt dat als iemand, nadat hem in eerdere procedure een gevangenisstraf is opgelegd voor strafbaar feit, in volgende procedure schuldig wordt verklaard aan ander strafbaar feit dat hij vóór eerdere strafoplegging heeft gepleegd, rechter in elk geval niet langere gevangenisstraf kan opleggen dan wanneer feiten gezamenlijk zouden zijn behandeld en dus tot 1 rechterlijke uitspraak zouden hebben geleid. In zoverre wordt rechter in tweede procedure in zijn straftoemetingsvrijheid beperkt. Als bij buitenlandse rechterlijke beslissing aan verdachte straf is opgelegd, levert die strafoplegging niet veroordeling op a.b.i. art. 63 Sr. Rechter hoeft voor toepassing van art. 63 Sr dus alleen acht te slaan op eerdere strafoplegging door Nederlandse strafrechter. Totstandkoming van Kaderbesluit en implementatie daarvan in Nederlandse wetgeving heeft daarin geen verandering gebracht. Aan Kaderbesluit ligt als uitgangspunt ten grondslag dat gevolgen die aan veroordelingen uit andere lidstaten worden verbonden, gelijkwaardig moeten zijn aan gevolgen die (overeenkomstig nationaal recht) aan eerdere nationale veroordelingen verbonden worden. O.g.v. uitzonderingsbepaling van art. 3.5 Kaderbesluit zijn lidstaten echter niet ertoe verplicht nationale voorschriften over opleggen van straffen toe te passen wanneer toepassing op in andere lidstaat uitgesproken veroordelingen voor rechter een beperking zou inhouden bij opleggen van straf in nieuwe procedure. Dat hangt ermee samen dat Kaderbesluit niet harmonisatie tot stand beoogt te brengen wat betreft gevolgen die door verschillende nationale wetgevingen van lidstaten aan bestaan van eerdere veroordelingen worden verbonden. Met Kaderbesluit wordt verscheidenheid aan nationale oplossingen en procedures geëerbiedigd die nodig is om rekening te kunnen houden met eerdere veroordeling in andere lidstaat. Daarom is het niet onverenigbaar met Kaderbesluit dat art. 63 Sr Nederlandse rechter niet verplicht om op de in die bepaling aangegeven manier rekening te houden met veroordelingen uit andere lidstaten. Bij implementatie van Kaderbesluit is daarvoor ook niet gekozen. Daaraan ligt mede overweging ten grondslag dat er verschillen bestaan tussen lidstaten in strafklimaat en tussen de in lidstaten geldende regelingen voor vervroegde en/of voorwaardelijke invrijheidstelling. Om die reden is (gevangenis)straf die in andere lidstaat wordt opgelegd, niet z.m. gelijk te stellen met (gevangenis)straf die in vergelijkbare situatie en voor eenzelfde duur door Nederlandse rechter zou zijn opgelegd. Uit arrest HvJ EU (EU:C:2023:5) volgt niet dat uitzonderingsbepaling van art. 3.5 Kaderbesluit alleen geldt als bij toepassing van art. 63 Sr in aanmerking nemen van de in andere lidstaat opgelegde straf ertoe zou leiden dat geen “uitvoerbare” straf kan worden opgelegd. Strekking en tekst van Kaderbesluit geven ook geen steun aan die opvatting. Wel moet nationale rechter o.g.v. art. 3.5 (tweede alinea) Kaderbesluit de mogelijkheid worden geboden om eerdere, in andere lidstaten uitgesproken veroordelingen in aanmerking te nemen, zonder dat concreet manier waarop dat gebeurt wordt voorgeschreven. In dit opzicht bestaat er voor Nederlandse rechter ook geen beperking, nu hij (zonder dat hij is gebonden aan art. 63 Sr) bij strafoplegging rekening kan houden met in buitenland opgelegde straffen. Als uitdrukkelijk onderbouwd standpunt wordt ingenomen dat ertoe strekt dat rechter, met het oog op evenredige straftoemeting, rekening zou moeten houden met een in buitenland aan verdachte opgelegde straf, moet rechter als hij hiervan afwijkt dit motiveren. Die motivering kan in cassatie op begrijpelijkheid worden getoetst. ’s Hofs oordeel dat art. 63 Sr “niet van toepassing is in geval van buitenlandse vonnissen”, getuigt (gelet op wat hiervoor is vooropgesteld) niet van onjuiste rechtsopvatting. Hof heeft vervolgens in de in buitenland voor soortgelijke feiten aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geen aanleiding gezien tot matiging van de aan verdachte op te leggen straf, omdat daaruit eerdere betrokkenheid van verdachte bij drugsfeiten blijkt. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ad 2. Nu al o.g.v. hiervoor genoemde rechtspraak van HvJ EU kan worden bepaald wat betekenis is van art. 3.1 en 3.5 Kaderbesluit voor toepassing van art. 63 Sr en mogelijkheid van betrekken van de in andere lidstaat uitgesproken veroordeling voor straftoemeting, ziet HR geen aanleiding voor stellen van prejudiciële vraag. Volgt verwerping. Samenhang met 25/00711.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00643</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:751</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:446</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:663</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:663</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:663"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Diefstal in/uit woning, diefstal van auto door middel van valse sleutels, bedreiging en mishandeling. Middel klaagt terecht over beslissing hof op vordering benadeelde partij. Verdachte heeft in de nacht het huis van de benadeelde partij en zijn kinderen betreden. Hof heeft verzoek tot immateriële schadevergoeding ten aanzien van drie minderjarige kinderen van de benadeelde partij toegekend wegens aantasting in de persoon “op ander wijze” (art. 6:106 BW). Oordeel hof dat stellingen benadeelde partij omtrent nadelige gevolgen voor kinderen voldoende zijn onderbouwd niet zonder meer begrijpelijk. Ook oordeel dat stellingen omtrent nadelige gevolgen voldoende grond kunnen bieden voor aantasting in persoon is bezien in samenhang met aard en ernst normschending niet zonder meer begrijpelijk, dan wel niet toereikend gemotiveerd. Conclusie strekt tot vernietiging bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft beslissingen over vordering benadeelde partij [...] en daarmee samenhangende opgelegde schadevergoedingsmaatregel, tot terugwijzing zaak naar gerechtshof ’s-Hertogenbosch opdat zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan en tot verwerping voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00997</description><issued>2026-07-03</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1721</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1721</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1721</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1721"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Diefstal uit woning, art. 311.1.3 Sr. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade aan minderjarige bewoners van woning t.g.v. diefstal van verschillende persoonlijke voorwerpen en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Is sprake van aantasting in persoon “op andere wijze” a.b.i. art. 6:106.b BW? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2026:822 m.b.t. vraag wanneer sprake is van aantasting in persoon “op andere wijze” a.b.i. art. 6:106.b BW. Hof heeft geoordeeld dat bewezenverklaarde diefstal uit woning heeft geleid tot ontstaan van immateriële schade bij elk van de 3 t.t.v. dat feit minderjarige kinderen van b.p. Met zijn oordeel dat, gelet op aard en ernst van normaantasting en met concrete gegevens onderbouwde gevolgen daarvan voor destijds jonge kinderen, sprake is van aantasting in persoon “op andere wijze” heeft hof toepassing gegeven aan de in HR:2026:882 (in rechtsoverweging 3.5.5) als tweede aangeduide categorie. In het licht van wat hiervoor is vooropgesteld is dat oordeel, ook als in aanmerking wordt genomen wat hof heeft vastgesteld over gevolgen die diefstal uit woning voor elk van kinderen heeft gehad, niet toereikend gemotiveerd. Dat brengt mee dat ook oplegging van de in art. 36f Sr voorziene maatregel niet in stand kan blijven (vgl. HR:2019:901). Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. vordering b.p. en oplegging van schadevergoedingsmaatregel.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00997</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:663</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1004</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1004</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1004"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Was in eerste aanleg sprake van een elektronische betekening in persoon van de dagvaarding? AG gaat in op de wijze van digitale betekening 'in persoon' a.b.i. art. 36f lid 2 Sv en staat in dat verband stil bij het beoordelingskader voor de feitenrechter. Uitgangspunt is dat degene die inlogt in MijnOverheid de verdachte zelf is en dat daarmee sprake is van betekening in persoon a.b.i. 36f lid 2 Sv van gerechtelijke mededelingen die in MijnOverheid zijn geplaatst. De verdachte kan dit uitgangspunt trachten te weerleggen door voldoende onderbouwd aan te voeren dat hij zich geen toegang heeft verschaft tot MijnOverheid, hetgeen de rechter dient te beoordelen op aannemelijkheid. In onderhavige zaak heeft hof ten onrechte in het midden gelaten of het aannemelijk is dat de moeder van de verdachte zich toegang heeft verschaft tot MijnOverheid. Dit behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden omdat het hof het verweer slechts had kunnen verwerpen nu het onvoldoende is onderbouwd. Het hof heeft tot het oordeel kunnen komen dat dagvaarding in eerste aanleg in persoon is betekend. Vervolgens heeft hof kunnen oordelen dat termijn voor het instellen van het hoger beroep is overschreden en dat van een verschoonbare termijnoverschrijding niet is gebleken. Tegen die achtergrond is beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring verdachte in het hoger beroep niet onbegrijpelijk. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00426</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1033</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1033</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1033"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Doodslag (art. 287 Sr). Middelen over de afwijzende beslissing op een voorwaardelijk verzoek dat strekte tot onderbouwing van een alternatief scenario en over de weerlegging van dat alternatieve scenario. Middelen falen. Ambtshalve: overschrijding behandeltermijn. Conclusie strekt tot vernietiging, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02138</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:989</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:989</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:989"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Dodelijk bedrijfsongeval op bouwlocatie Loosdrecht in 2019. Overtreding art. 32 Arbeidsomstandighedenwet. M1: kan bewezenverklaring worden gekwalificeerd onder art. 32 Arbeidsomstandighedenwet, nu “naar hij weet of redelijkerwijs moet weten, levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstaat of te verwachten is” is weggestreept in bewezenverklaring? AG: betreft kennelijke misslag, hoeft in dit geval niet tot cassatie te leiden (art. 81 RO). M2: falende rechtsklacht art. 32 Arbeidsomstandighedenwet en falende bewijsklacht m.b.t. redelijkerwijs moest weten dat levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstaat of te verwachten was. Jaddoe. Conclusie strekt tot verwerping cassatieberoep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04453</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2025:262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2025:262"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Messina. Veroordeling voor de invoer van 400 kilogram cocaïne. Overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001261-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-01-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1749</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1010</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1010</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1010"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Moord op ex-partner (art. 289 Sr). Middel verdachte is gericht tegen de bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachte raad’. De AG meent dat het middel faalt en kan worden afgedaan met art. 81 RO. Middel benadeelde partijen betreft de niet-ontvankelijkverklaring van hun vorderingen wegens aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ (anders dan de tevens gevorderde shockschade). De AG meent dat ook dit middel faalt en kan worden afgedaan met art. 81 RO. Conclusie strekt tot verwerping.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03020</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:788</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:788</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:788"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Eerste en tweede middel gaan over bewijs van verlengde invoer. Het derde middel ziet op de strafmotivering. Conclusie strekt tot verwerping. Samenhang met 25/00329, 25/00337, 25/00383, 25/00384, 25/00460, 25/00461 en 25/00521.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00386</description><issued>2026-08-20</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1749</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2025:3357</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:3357</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2025:3357"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Confrontatie tussen leden van een vrijgezellengroep en de met een pistool bewapende verdachte te (plaats). Verdachte schiet vijf keer en raakt een persoon dodelijk en twee anderen lopen schotwonden op. Geen (putatief) noodweer of noodweerexces. Verdachte wordt veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf en acht vorderingen van benadeelde partijen worden (grotendeels) toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-005320-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2025-06-05</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1722</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1749</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1749</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1749"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Onderzoek Messina. Medeplegen invoer van 400 kilogram cocaïne, art. 2.A Opiumwet. 1. Bewijsklacht. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat gebrek aan telefoonverkeer van verdachte in desbetreffende nacht niet redengevend geacht kan worden voor bewijs, omdat het niet onlogisch is dat verdachte in die nacht geen telefoonverkeer had, art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklachten denaturering van p-v en van verklaring van medeverdachte, opzet op (verlengde) invoer van cocaïne en medeplegen. 3. Strafmotivering (gevangenisstraf van 4 jaren en 6 maanden), art. 359.6 (laatste volzin) Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00329, 25/00337, 25/00383 P, 25/00384, 25/00460 E, 25/00461 P en 25/00521 en met 25/00436 P en 25/00520 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00386</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:788</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHAMS:2025:262</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1754</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1754</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1754"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Economische zaak. Opzettelijk illegaal lozen van afvalwater vanuit voormalige mestkelder in bermsloot, art. 6.2 Waterwet. Bewijsklacht opzet. Heeft verdachte bewust aanmerkelijke kans aanvaard op lozen van verontreinigd water? Hof heeft geoordeeld dat kans dat zich in voormalige mestkelder nog mestresten bevinden en dat die resten bij vermenging met water loskomen en oplossen, aanmerkelijk is. Uit ’s hofs bewijsvoering kan, mede in het licht van wat namens verdachte daarover is aangevoerd, echter niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte deze kans bewust heeft aanvaard. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04250</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:774</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:774</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:774</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:774"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">-</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04250</description><issued>2026-08-19</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1754</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:877</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:877</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:877"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. EOM-cassatie. Beklag a.b.i. art. 552a Sv in verbinding met art. 5.5.18 Sv gericht tegen de inbeslagneming van twee personenauto’s op grond van een Europees bevriezingsbevel (EBB) van de Belgische autoriteiten. Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in gevallen in dat wetboek bepaald. In art. 5.5.18 Sv – dat is opgenomen in de Derde afdeling (“Bevriezingsbevelen op grond van Verordening 2018/1805”) van Titel 5 (“Europees bevriezingsbevel”) van het Vijfde Boek – is een aantal bepalingen uit de beklagtitel van overeenkomstige toepassing verklaard. Art. 552d lid 2 Sv wordt in art. 5.5.18 Sv niet genoemd. Sv bevat derhalve geen bepaling op grond waarvan cassatieberoep openstaat tegen een beschikking op een klaagschrift tegen beslag dat is gelegd in het kader van de uitvoering van een EBB. Zo’n bepaling is ook in een andere wet niet te vinden. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de gedelegeerd Europees aanklager in het cassatieberoep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01432</description><issued>2026-09-15</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1739</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1739</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1739</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1739"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Cassatieberoep gedelegeerd Europees aanklager (GEA). Beklag ex art. 5.5.18 jo. 552a Sv na beslag ex art. 94a Sv op 2 auto’s onder klaagster n.a.v. Europees bevriezingsbevel van Belgische autoriteiten t.z.v. verdenking van btw-fraude. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 445 en 5.5.18 Sv. Rb heeft vastgesteld dat auto’s in beslag zijn genomen ter uitvoering van Europees bevriezingsbevel van Belgische autoriteiten. In het op dit bevriezingsbevel toepasselijke art. 5.5.18 Sv zijn enkele bepalingen uit Titel IX (“Beklag”) van Vierde Boek van WvSv van overeenkomstige toepassing verklaard. Daaronder is echter niet begrepen art. 552d.2 Sv. O.g.v. art. 445 Sv staat tegen beschikkingen cassatieberoep alleen open in gevallen in dat wetboek bepaald. Dat wetboek bevat geen bepaling op grond waarvan cassatieberoep openstaat tegen beschikking als deze. Zo’n bepaling is ook in andere wet niet te vinden, terwijl recht op instellen van cassatieberoep tegen beschikking als deze evenmin volgt uit regeling in Verordening (EU) 2017/1939 over grensoverschrijdende onderzoeken en rechterlijke toetsing van procedurele handelingen van Europees OM (vgl. art. 31 en 42.1, alsmede preambule onder 87 en 88 van deze verordening). Daarom kan HR cassatieberoep van GEA niet in behandeling nemen. GEA n-o.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01432</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:877</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1755</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1755</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1755"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Herziening. Snelheidsovertreding, art. 21.a RVV 1990. Aangevoerd wordt dat aanvrager bij eerder arrest van hof in andere zaak is veroordeeld voor hetzelfde feit als waarvoor aanvrager bij arrest in deze zaak is veroordeeld (ne bis in idem), art. 457.1.c Sv. Is aanvrager 2 maal veroordeeld voor hetzelfde feit, nu hij op 1 weg 2 verkeersborden heeft genegeerd en voor beide overtredingen is gedagvaard? Om redenen vermeld in CAG moet wat in aanvraag wordt aangevoerd, worden aangemerkt als gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv en is aanvraag gegrond. Omdat na verwijzing geen ander oordeel mogelijk zal zijn dan dat ‘s hofs arrest zal worden vernietigd en OvJ alsnog niet-ontvankelijk zal worden verklaard in vervolging, zal HR deze verwijzing achterwege laten en OvJ n-o verklaren in vervolging. HR verklaart OvJ n-o in vervolging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01713</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:904</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:904</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:904</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:904"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Herziening. Twee veroordelingen in verband met overtreden maximumsnelheid. Is sprake van een 'novum'? AG: Uit een vergelijking van beide strafdossiers blijkt dat eerdere veroordeling betrekking had op hetzelfde feit in de zin van art. 68 Sr. Dit gegeven was het hof niet bekend. De conclusie strekt gegrondverklaring van de aanvraag tot herziening, tot vernietiging van de uitspraak van het hof en de daaraan voorafgaande uitspraak van de kantonrechter en tot niet-ontvankelijkverklaring OM in de vervolging.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/01713</description><issued>2026-09-30</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1755</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2024:7014</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7014</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2024:7014"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-06-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zeden, kinderporno. Verweer omtrent kinderpornografische aard. Veroordeling tot een bijna geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-001918-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2024-11-18</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1756</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1756</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1756</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1756"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gewoonte maken van bezit en verwerven van kinderporno, art. 240b.2 (oud) Sr. Onttrekking aan het verkeer van gegevensdragers (geheugenkaarten, computer, USB-sticks, desktop en telefoon). Vatbaarheid voor onttrekking aan het verkeer, art. 36c en 36d Sr. Heeft hof zijn oordeel dat gegevensdragers vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer toereikend gemotiveerd? ’s Hofs oordeel dat gegevensdragers vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, is ontoereikend gemotiveerd. Uit ‘s hofs uitspraak kan immers niet worden afgeleid dat is voldaan aan de in art. 36c en/of 36d Sr gestelde vereisten die voorwerpen vatbaar maken voor onttrekking aan het verkeer. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. onttrekking aan het verkeer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02289</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:730</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:7014</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:730"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Van het in het bezit hebben van kinderporno een beroep of een gewoonte maken (art. 240b Sr). M1 klaagt over rechtmatigheid doorzoeking woning en afwijzing van t.t.z. gedane voorwaardelijke verzoeken in dat kader. M2 bevat bewijsklacht over exclusief toeschrijven USB-sticks aan verdachte. Deze middelen falen (81 RO). M3 klaagt over beslissing tot onttrekking aan het verkeer van bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen. Dit middel slaagt. Conclusie strekt tot partiële vernietiging, tot strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, tot terugwijzing voor een nieuwe beslissing over die inbeslaggenomen voorwerpen en tot verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/02289</description><issued>2026-07-16</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1756</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31575</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31575</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31575"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op tijdelijke humanitaire gronden. Geen schending hoorplicht. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.26856 en NL25.16309</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.Z. Achouak el Idrissi</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31588</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31588</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31588"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 8 EVRM, gezinshereniging, mvv. Eiseres is de moeder van referent en verblijft in Pakistan. Referent verblijft in Nederland met zijn echtgenote en kinderen. De minister stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat er geen sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM tussen eiseres en referent, haar schoondochter en haar kleinkinderen. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van hechte persoonlijke banden tussen eiseres en haar kleinkinderen. De minister heeft ten onrechte geen belangenafweging gemaakt. De rechtbank is verder van oordeel dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en referent en zijn echtgenote. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.21310</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.J.M. Baldinger</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14636"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorzieningen mondeling aanvullend verzoek tardief, toevertrouwing in geschil</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/719575 / FA RK 26-3770</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening, Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10345</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10345</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10345"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenvonnis. Verdachte is schuldig bevonden aan twee pogingen tot doodslag, drugsbezit, wederspannigheid en een APV-overtreding. (Putatief) noodweer(exces) verworpen ten aanzien van feit 1. Ten aanzien van feit 2 wordt verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging omdat sprake was van noodweer. Beslissingen op het beslag en de vorderingen van de benadeelde partijen. Het onderzoek is heropend om een aanvullend (maatregelen)rapport op te laten maken door de reclasseeing. De behandeling is voor onbepaalde tijd aangehouden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-196307-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. H.H.J. Zevenhuijzen, mr. M.C. Danel, mr. D.A.J. Buylinckx</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1356</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1356</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1356"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. Juiste FML. De geselecteerde functies zijn passend bij belastbaarheid appelante.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1180 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6122</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6122</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6122"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte bestuurde graafmachine terwijl hij voortdurend een aanzienlijke zichtbeperking had. Verdachte zag voetganger (slachtoffer) niet en reed haar aan, waardoor zij is overleden. De enkele omstandigheid van de zichtbeperking is op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat sprake is geweest van een aanmerkelijke verwijtbare onvoorzichtigheid. Vrijspraak art. 6 WVW. Juist vanwege de voortdurende zichtbeperking had verdachte zich er bewust van behoren te zijn dat medeweggebruikers aan zijn zicht onttrokken zouden kunnen zijn. Verdachte had zichzelf in de gelegenheid moeten stellen vast te stellen dat dit gevaar zich niet zou voordoen. Niet is gebleken dat verdachte daartoe (in voldoende mate) om de giek heen heeft gekeken. Veroordeling voor art. 5 WVW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21-004910-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8143</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8143</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8143"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank Gelderland veroordeelt een 19-jarige man uit Dieren wegens overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet, waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De man reed langdurig en veelvuldig te hard, waardoor hij op enig moment de macht over het stuur verloor en in een sloot belandde. Enkele seconden voor het ongeval reed de man nog 120 kilometer per uur, waar maximaal 60 kilometer per uur was toegestaan. Door het ongeval werd een van de inzittenden uit de auto geslingerd. Hoewel de aard en ernst van het bewezenverklaarde – welk handelen dicht aan ligt tegen roekeloosheid – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou rechtvaardigen, ziet de rechtbank, gelet op de jonge leeftijd van verdachte en zijn blanco strafblad, aanleiding om daar in dit geval van af te wijken. De rechtbank acht een taakstraf van 200 uren en daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid van 24 maanden (waarvan 6 maanden voorwaardelijk), passend en geboden. Het verweer van de verdediging dat het letsel van het slachtoffer in redelijkheid niet aan verdachte kan worden toegerekend, omdat zij geen gordel droeg, wordt door de rechtbank verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/088038-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7644</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7644</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7644"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontbinding zakelijke printerlease wegens betalingsachterstand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/5001/12181897</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W. van der Boon</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:7587</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7587</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:7587"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Klaagschrift ex art. 552a Sv, niet-ontvankelijk</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26-005211</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Raadkamer</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7122</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7122</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7122"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT aanvraag gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/611</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBLIM:2026:10640</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:10640</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBLIM:2026:10640"><country>NL</country><court>RBLIM</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Limburg</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet-ontvankelijk. Procesbelang ontbreekt. Zorg in natura over afgesloten periode. Geen aanwijzing van vooringenomen handelen. Gedrag gemachtigde eiseres heeft geschil verder verdiept en draagt niet bij aan oplossing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ROE 25/1756</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-12</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3032</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3032</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3032"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Het hof verenigt zich met het vonnis, met uitzondering van de straf. Aanvulling van de gronden van het vonnis. Constatering overschrijding redelijke termijn. Aanvulling artikel 63 aan de toepasselijke wettelijke voorschriften. De verdachte heeft met zijn handelen een voorwaarde gesteld aan zijn medewerking aan het ademonderzoek. Het hof wijst op jurisprudentie waaruit blijkt dat het verbinden van een voorwaarde aan de medewerking gelijk wordt gesteld aan een weigering in de zin van artikel 163, lid 2 WvW. Geldboete 750 euro en ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 270 dagen, met aftrek, waarvan 206 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23-001740-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2025:2567</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:2567</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2025:2567"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak moord/doodslag partner. De betrouwbaarheid van de verklaring van de dochter van het slachtoffer en verdachte kan niet worden vastgesteld en steunbewijs voor de verklaring ontbreekt. De verklaring kan daarom niet bijdragen aan het bewijs. Het uitgebreide onderzoek heeft onvoldoende concreet bewijs opgeleverd, zodat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat verdachte zijn partner van het leven heeft beroofd. Veroordeling tot 20 dagen gevangenisstraf voor poging tot het voorhanden krijgen van een vuurwapen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/052787-21</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.M. Beunk, mr. J. Thomas, mr. C.C.J. Maas-van Es</contributor><issued>2025-04-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7123</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7123</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7123"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT aanvraag cws gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6674</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7124</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7124</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7124"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT aanvraag cws gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6693</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7132</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7132</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7132"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA, aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7833</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.C. Stijnen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6416</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6416</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6416"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 44-jarige vrouw tot een gevangenisstraf van twaalf maanden. De verdachte heeft zich op 12 mei 2022 in Enschede schuldig gemaakt aan het bezit dan wel voorhanden hebben van gebruikershoeveelheden harddrugs, een aanzienlijke (handels)hoeveelheid softdrugs, een grote hoeveelheid vervalste merkkleding, pepperspray en een boksbeugel. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van €26.840,--. De rechtbank oordeelt dat de redelijke termijn is overschreden met ruim zeventien maanden en heeft daarom de gevangenisstraf gematigd van veertien naar twaalf maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 0814775223</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.H. Heijink, mr. P.A.M. Miltenburg, mr. drs. R.G.J. Gehring</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7133</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7133</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7133"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6172</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7135</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7135</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7135"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6223</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Helmich</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7137</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7137</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7137"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, bezwaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/6425</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2022:5585</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2022:5585</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2022:5585"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2022-07-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Last onder dwangsom in verband met het overtreden van de Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Drenthe. Onvoldoende onderbouwing van de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder c, d en e van de Noodverordening. Verweerder was niet bevoegd tot het opleggen van een dwangsom. Gelet daarop is de grondslag aan het invorderingsbesluit komen te ontvallen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 21/2031</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7671</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7671</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7671"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Kort geding. Beeindiging van duurovereenkomst voor bepaalde tijd? Voorshands geoordeeld geen sprake van rechtsgeldige opzegging, ontbinding of vernietiging van de overeenkomst. Verbintenissen moeten worden nagekomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/05/469276</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.A.L. van de Sande</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7052</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7052</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7052"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">UHT BNT, bezwaar, herhaalde beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7408</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G. Schnitzler</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7452</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7452</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7452"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aannemer moet herstelkosten voor afronding en herstel schilder- en stucwerk vergoeden. Geen onverschuldigde betaling. Vaste prijsafspraak is niet gewijzigd naar regiebasis.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12320547 \ MC EXPL 26-4063 JD/51246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. B.G.W.P. Heijne</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1362</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1362</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1362"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking na opschorting. Niet verschenen op gesprek. Verwijt. Geen onevenwichtige belangenafweging. Appellant heeft zijn standpunten dat zijn ex-partner post uit zijn brievenbus verwijderde en dat hij het college daarom eerder had verzocht om enkel digitaal met hem te communiceren niet aannemelijk gemaakt. Er is voldaan aan de voorwaarden voor intrekking o.g.v. art. 54 lid 4 PW. Appellant heeft daarnaast in bezwaar geen enkele toelichting heeft gegeven over zijn vermogenspositie. Van een onevenwichtige belangenafweging op grond waarvan het college van voornoemde intrekkingsbevoegdheid geen gebruik mocht maken, is dan ook geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1463 PW-PV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Proces-verbaal</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1360</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1360</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1360"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvraag. Bijzondere bijstand voor tandartskosten. Voorliggende voorziening. Geen zeer dringende redenen. Met overgelegde informatie van de tandarts heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een situatie waarin het niet verlenen van bijstand tot ernstige gevolgen voor zijn gezondheid leidt. Met name de mededeling van de tandarts dat zonder plaatsing van implantaten de overige elementen binnen een termijn van vijf jaar verloren zouden kunnen gaan, wijst niet zonder meer op een acute noodsituatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1235 PW-PV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Proces-verbaal</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14614</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14614</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14614"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Onderhoudsbijdrage aangehouden, procesvertegenwoordiger onbevoegd omdat de bewindvoerder dient te worden betrokken. Vaststellen voorlopige omgangsregeling en voorlopige zorgregeling, omdat de gezagssituaties voor de minderjarigen verschillen. De rechtbank houdt een vinger aan de pols ten aanzien van het opstarten en opbouwen van het contact.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/692553 / FA RK 25-251</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1358</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1358</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1358"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Intrekking en terugvordering woonkostentoeslag. Te hoog inkomen. Afwijzing beroep op betalingsonmacht. Appellante had geen recht had op een woonkostentoeslag, omdat zij – gelet op de hoogte van haar inkomsten uit werkzaamheden – ruim boven de bijstandsnorm uitkwam. Uit de berekening die ten grondslag ligt aan de besluitvorming en die door appellante niet wordt betwist, blijkt duidelijk dat appellante, anders dan zij zelf meent, achteraf gezien over voldoende inkomsten beschikte om de woonkosten te betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/2229 PW-PV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Proces-verbaal</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14636</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14636</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14636"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">De kantonrechter verklaart voor recht dat de werknemer door overgang van onderneming bij de (nieuwe) werkgever in dienst is getreden. De vorderingen tot betaling van achterstallig loon en tewerkstelling worden afgewezen, omdat werknemer zich niet (onvoorwaardelijk) bereid heeft verklaard de arbeid bij de nieuwe werkgever tegen de ten tijde van de overgang geldende voorwaarden te verrichten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12029386 \ CV EXPL 25-8667</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1325</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1325</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1325"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing aanvragen. Werkzaamheden in loondienst. Enig bestuurder van stichting. Bijstandbehoevende omstandigheden niet aannemelijk. Recht kan niet (schattenderwijs) worden vastgesteld. Los van de onduidelijkheden met betrekking tot de duur van de werkzaamheden van appellant bij bedrijf X en daaruit genoten inkomsten, stelt de Raad vast dat appellant de gevraagde informatie en benodigde duidelijkheid over o.m. de overdracht en financiële afwikkeling van stichting Y en de auto niet heeft gegeven. Bovendien heeft appellant ook verklaard dat hij ook nog voor een andere stichting heeft gewerkt waarvan hij heeft verklaard niet te weten hoe deze stichting heet en wanneer hij deze werkzaamheden heeft verricht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1381 PW-PV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Proces-verbaal</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4592</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4592</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4592"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen het besluit op bezwaar van 22 juni 2026. In dat besluit is het bezwaar ongegrond verklaard dat was gericht tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs van verzoekster van 24 maart 2026. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in het bodemgeding niet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 26/3296</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. A.G.D. Overmars</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7375"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Tweede BNT WAJONG bezwaar gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7325</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2508"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ en OZB niet-woning. Gecorrigeerde vervangingswaarde grond en gebouwen van nutsbedrijf. Bepaald op basis van optelsom van de waarde van de samenstellende onderdelen. Waarde van de grond met bedrijfsbestemming aannemelijk gemaakt met het Kader Grondprijzen van de gemeente en een overzicht met markttransacties onbebouwde bedrijfsgrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1429</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.E. Smorenburg, mr. J.K. Lanser, mr. B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5362</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7377"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT WIA aanvraag gegrond. Geen onredelijk laat beroep</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7494</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J. Wolbrink</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14746"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Zaak Schammenkamp. Vrijspraak van alle beschuldigingen. Op 29 januari 2024 vond in een bedrijfsruimte in Rotterdam, midden in een woonwijk, een zeer zware explosie plaats, waarna een zeer grote brand uitbrak. Drie mensen zijn om het leven gekomen. Een bewoner is ernstig gewond geraakt. De schade aan omliggende woon- en bedrijfsruimten was enorm. Er is geen bewijs gevonden dat de verdachte, (hoofd)huurder van de bedrijfsruimte, betrokken was bij bewerking van cocaïne of procaïne, of dat zoiets daar met zijn medeweten gebeurde. Alle beschuldigingen gaan ervan uit dat de verdachte dat wel wist. Omdat dat niet bewezen is, moet de verdachte van alle beschuldigingen worden vrijgesproken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-039085-24</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. A.J.P. van Essen, mr. D. van der Sluis, mr. J.L. Luiten</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2511</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2511</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2511"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld voor het vervoeren van cocaïne en witwassen van een geldbedrag. De inspecteur heeft belanghebbende hierover vragen gesteld, die belanghebbende niet heeft beantwoord. Hierna heeft de inspecteur een informatiebeschikking genomen, wie onherroepelijk is geworden. De inspecteur merkt de contanten en de waarde van de aangetroffen cocaïne aan als resultaat uit overige werkzaamheden. Het hof oordeelt dat de waarde van de cocaïne als resultaat uit overige werkzaamheden kan worden aangemerkt. Omdat belanghebbende samen met een medeverdachte is veroordeeld voor het witwassen van de contanten, rekent het hof de helft van de contanten toe aan belanghebbende. Het hof vernietigt de vergrijpboete, omdat (voorwaardelijk) opzet niet door de inspecteur is aangetoond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/853 en 25/854</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.M. van der Vegt, mr. B.J. Rubbens, mr. J. Rietveld</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1808</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6374</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6374</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6374"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn levensgezel. Vrijspraak voor een deel van de ten laste gelegde feiten wegens het gebrek aan steunbewijs.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.059928.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.H. Meijer, mr. I.E. Voorberg, mr. M. ter Riet</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:7412</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:7412</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:7412"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT UHT, aanvraag</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/2549</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Blok</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6373</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6373</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6373"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich in 2004-2005 schuldig gemaakt aan verkrachting van zijn destijds 12-jarige schoonzusje. De bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, vormen voldoende grondslag voor de vaststelling dat de verdachte meerdere keren met zijn vingers tussen de schaamlippen van de aangeefster is geweest. Dat betekent dat hij in juridische zin meerdere keren seksueel bij haar is binnengedrongen. Vordering immateriële schade gedeeltelijk toegewezen. Geen sprake van rechtsverwerking.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.050170.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.H. Meijer, mr. I.E. Voorberg, mr. M. ter Riet</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6375</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6375</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6375"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overval op een supermarkt. De verdachte heeft het muntgeld zodanig aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende onttrokken dat de wegneming als voltooid kan worden beschouwd. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte het muntgeld heeft weggenomen nadat de caissière de kassalade had geopend vanwege zijn slaande bewegingen met een boor en de uitlatingen: ‘Open doen, open doen, geef mij het geld, anders ga ik jou slaan.’ De verdachte heeft met zijn hand in de kassa gegrepen en er is muntgeld uit zijn hand gevallen. Hieruit volgt dat de verdachte feitelijke heerschappij heeft gehad over het muntgeld. Dat het muntgeld maar kort aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende onttrokken is geweest omdat het uit de handen van de verdachte viel toen een omstander de boor van hem probeerde af te pakken, maakt dat niet anders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.142359.26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. Peper, mr. A. van Holten, mr. M. ter Riet</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14782</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14782</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14782"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Klaagschrift 552a Sv gericht tegen vordering van OM ex artikel 126nd Wetboek van Strafrecht. OM is bevoegd, nu EOM geen onderzoek heeft ingesteld naar de strafbare feiten en ook niet het evocatierecht heeft uitgeoefend. Geen aanleiding voor nader onderzoek door de rechter-commissaris naar stukken waarop mogelijk verschoningsrecht van toepassing is. Reden voor vervolging voldoende onderbouwd. Geen sprake van strijd met enig beginsel van behoorlijk bestuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/025780</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L. Stevens, mr. J.J. Bade, mr. E. Stam</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6377"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van de ondertoezichtstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351114 / JE RK 26-1426</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Hoeven</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8145</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8145</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8145"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling plegen ontuchtige handelingen (art. 245 (oud) Sr). De rechtbank is van oordeel dat de seksuele handelingen vanwege het forse leeftijdsverschil en de afwezigheid van een affectieve relatie niet tussen gelijkwaardige partners hebben plaatsgevonden (zoals de door de Hoge Raad gestelde uitzondering beoogt) en dus in strijd zijn met de sociaal-ethische norm en daarmee ontuchtig zijn. Oplegging voorwaardelijke jeugddetentie en taakstraf. Vordering benadeelde partij.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/126491-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Breimer</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6379</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6379</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6379"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">verzoekschrift verklaring voor recht</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351847 / HA RK 26-120</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. U. van Houten</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1725</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1725</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1725"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging tot doodslag (meermalen gepleegd) door in 2017 in Werkendam met vuurwapen naar jachthaven te gaan, op kajuit van motorboot met daarin 4 mensen te schieten en vervolgens op zijn eigen binnenvaartschip in de richting van ander te schieten, art. 287 Sr. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02219</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1687</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2025:1687</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:1687</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2025:1687"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-06-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Poging doodslag, meermalen gepleegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001987-20</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.G.A. Beaujean, M.A.M. Wagemakers, S.V. Pelsser</contributor><issued>2025-06-17</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1725</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14599</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14599</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14599"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Trajectmachtiging gesloten jeugdzorg (maximaal 3 maanden) en regulier machtiging accommodatie jeugdhulpaanbieder voor duur ondertoezichtstelling.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726074 / JE RK 26-1781</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6376</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6376</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6376"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing. Ouders stellen zich niet open voor hulp en komen de omgangsmomenten veelal niet na.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/351311 / JE RK 26-1480</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Hoeven</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6378</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6378</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6378"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">verzoekschrift benoemen vereffenaar</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/352086 / HA RK 26-126</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. U. van Houten</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31262</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31262</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31262"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-05</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">pkv-verzoek; coa; toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB 26/14390</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2460</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2460</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2460"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">vervangende toestemming voor inschrijving op basisschool in woonplaats vader blijft in stand.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.880/01 en 200.368.880/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6473"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden. De verdachte is schuldig bevonden aan het medeplegen van opzettelijk handelen in harddrugs en medeplegen van uitlokking van medeplegen van witwassen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.116565.24 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. Peper, mr. A. van Holten, mr. M. ter Riet</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6475"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden. De verdachte is schuldig bevonden aan het medeplegen van opzettelijk handelen in harddrugs en medeplegen van witwassen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.018907.25 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. Peper, mr. A. van Holten, mr. M. ter Riet</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6476"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 25-jarige man tot een gevangenisstraf van vijf jaren en zes maanden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een aanslag met een vuurwerk(brand)bom op een portiekwoning. Daarnaast heeft verdachte heeft zich gedurende een periode van tweeënhalf jaar samen met anderen schuldig gemaakt aan de handel in verschillende soorten harddrugs en zich schuldig gemaakt aan witwassen van geldbedragen van € 158.717,00 en € 19.450,00.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.132196.25 en 08.225389.25 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. Peper, mr. A. van Holten, mr. M. ter Riet</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6474</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6474</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6474"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 25-jarige man tot een gevangenisstraf van 30 maanden en beveelt de tenuitvoerlegging van eerder voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 60 uren. De verdachte heeft zich gedurende een periode van een jaar en drie maanden samen met anderen schuldig gemaakt aan de handel in verschillende soorten harddrugs. Daarnaast heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het uitlokken van witwassen van een geldbedrag van € 210.328,00.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.225392.25 en 08.191814.22 vnvv (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.H. Peper, mr. A. van Holten, mr. M. ter Riet</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4593</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4593</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4593"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor medeplegen van oplichting (art. 47 en 326 Sr), verboden wapenbezit (art. 13 en 26 WWM) en belediging van twee politieambtenaren (art. 266 en 267 Sr). Bij de oplichting deed verdachte zich voor als politie- of verzekeringsagent. Materiële schade slachtoffer oplichting toegewezen. Geen grondslag voor toekenning van immateriële schadevergoeding zoals bedoeld in artikel 6:106 BW.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 18.322155.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Spooren, mr. M.E. Joha, E. Dussel</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet wapens en munitie 13</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet wapens en munitie 26</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wet wapens en munitie 55</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 57</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 266</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 267</reference><reference relation="citing" lang="nl">Wetboek van Strafrecht 326</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2929</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2929</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2929"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 228a Gemeentewet. Gemeentelijke verordening. Rioolheffing. Belastbaar feit. Opslagboxen zijn direct dan wel indirect aangesloten op de gemeentelijke riolering. Belanghebbende heeft profijt van de voorzieningen en maatregelen in het kader van de rioolheffing. Aanslag rioolheffing is terecht opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/655</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2932</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2932</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2932"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Art. 228a Gemeentewet. Gemeentelijke verordening. Rioolheffing. Belastbaar feit. Opslagboxen zijn direct dan wel indirect aangesloten op de gemeentelijke riolering. Belanghebbende heeft profijt van de voorzieningen en maatregelen in het kader van de rioolheffing. Aanslag rioolheffing is terecht opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-26/44</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:509"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Landbouw. Door twee landbouwbedrijven aangevraagde landbouwsubsidie bij ieder van hen voor één op Texel gelegen perceel geweigerd. De minister heeft zich eerst op het standpunt gesteld dat het geen landbouwgrond was. Op de zitting nam de minister het standpunt in dat het wél om landbouwgrond gaat, maar dat de percelen niet tot het bedrijf van de beide landbouwbedrijven behoren, omdat deze percelen tot een natuurgebied behoren dat in totaal door 14 personen/landbouwbedrijven wordt gepacht. Volgens de minister zijn de opgegeven percelen slechts een fictief eigen perceel, omdat de percelen niet zijn afgebakend en de indeling slechts op papier is gemaakt. Het College onderschrijft het nadere standpunt van de minister. Het College verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de bestreden besluiten vernietigen en bepaalt dat de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten geheel in stand blijven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/313, 25/761, 25/425 en 25/642</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Venekamp</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:508</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:508</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:508"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Landbouw. Aanvraag voor landbouwsubsidie. Afwijzing van de extra betaling voor de eco-regeling omdat het landbouwbedrijf onvoldoende waarde heeft behaald om daarvoor in aanmerking te komen. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/343</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A. Venekamp</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Uitvoeringsregeling GLB 2023</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10404</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10404</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10404"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Meerdere bedreigingen, doxing, smaadschrift en belediging, gevangenisstraf van 150 dagen waarvan 120 dagen voorwaardelijk met aftrek, maatregel ex artikel 38v Sr (contactverbod slachtoffers), deels toegewezen vorderingen benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-169121-24 en 02-249614-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:506"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Boetes omdat runderen werden vervoerd en aangeboden voor verder transport terwijl zij hiervoor ongeschikt waren. De boetes vanwege het nieuwe matigingsbeleid van de staatssecretaris. Omdat de VOF zich in de conclusie van de staatssecretaris kan vinden, worden de overige gronden niet besproken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/729 en 25/730</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. M.P. Glerum</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:505"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Last onder dwangsom waarvan de termijn is verstreken en waarbij geen dwangsommen zijn verbeurd. Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang. De aangevoerde posten zijn proceskosten en vallen niet onder de werking van artikel 8:88 Awb.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/735</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.H.A. Knol, mr. W.C.E. Winfield, mr. M.L. Noort</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:504</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:504</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:504"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">In het bestreden besluit is het bezwaar van een veehouder tegen een bestuursdwangbesluit niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen procesbelang meer had. Het hiertegen gerichte beroep is naar het oordeel van het College ongegrond. Toen de staatssecretaris het bestreden besluit nam, was namelijk de looptijd van het bestuursdwangbesluit al verstreken zonder dat bestuursdwang was toegepast. De argumenten die de veehouder heeft aangevoerd om te betogen dat wel nog sprake was van procesbelang, leiden niet tot een andere conclusie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/406</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.L. van der Beek, mr. dr. M.J. Jacobs, mr. P. Glazener</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:503</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:503</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:503"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep van een veehouder naar aanleiding van een bestuursdwangbesluit. Het College is van oordeel dat dit beroep niet-ontvankelijk is omdat de veehouder geen procesbelang heeft. De looptijd van het bestuursdwangbesluit is namelijk verstreken zonder dat bestuursdwang is toegepast. De argumenten die de veehouder heeft aangevoerd om te betogen dat wel nog sprake is van procesbelang, leiden niet tot een andere conclusie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/142</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Proceskostenveroordeling</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. dr. H.L. van der Beek, mr. dr. M.J. Jacobs, mr. P. Glazener</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:199</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:199</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:199"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurovereenkomst. Onderhandse akte, dwingend bewijs van overeengekomen huurprijs. Tekortkoming, ontbinding, ontruiming.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202600126</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Th. Veling</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31479</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31479</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31479"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Amb-verordening; buiten zitting; Duitsland; overgangsrecht, art. 43 van de Amb-verordening; reëel risico op een behandeling in strijd met art. 4 van het EU Handvest, arrest Jawo, interstatelijk vertrouwensbeginsel; beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.42270</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:502</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:502</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:502"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dit is een uitspraak tot herstel van een uitspraak van het College van 18 augustus 2026 (ECLI:NL:CBB:2026:379). Last onder bestuursdwang ter voorkoming van herhaling en kostenbesluiten. Varkens werden onvoldoende beschermd tegen slechte weersomstandigheden. Beroep ongegrond. Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/447 H</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. M.P. Glerum, mr. W.J.A.M. van Brussel, mr. M. van Duuren</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10554</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10554</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10554"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgings-EAB België: De opgeëiste persoon beroept zich niet op de terugkeergarantie. Het verweer m.b.t. de detentieomstandigheden in België wordt verworpen. Het verweer t.a.v. artikel 13 OLW wordt verworpen. De overlevering is toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-258280-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. L. Sanders, mr. M.W. Speksnijder</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2026:501</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:501</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2026:501"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Dit is een uitspraak tot herstel van een uitspraak van het College van 18 augustus 2026(ECLI:NL:CBB:2026:380). Last onder bestuursdwang ter beëindiging van een overtreding en ter voorkoming van herhaling, en kostenbesluit. Schapen en lammeren werden onvoldoende beschermd tegen slechte weersomstandigheden en hadden niet de beschikking over een toereikende hoeveelheid gezond en geschikt voer. Beroep ongegrond. Geen sprake van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel of het beginsel van equality of arms. De minister heeft voldoende gelegenheid geboden voor het uitvoeren van een contra-expertise. Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/384 H</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.K. Glerum, mr. W.J.A.M. van Brussel, mr. M. van Duuren</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet dieren</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6381</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6381</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6381"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beschikking op een verzoek tot ontheffing van de verplichting te vereffenen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12387898 \ EJ VERZ 26-304</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.N.R. Wegerif</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31484"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Plakvovo afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.42271</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10399</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10399</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10399"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging gemaximeerde tbs dwang met 1 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-065483-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.H.M. Pastoors, mr. M.H.M. Collombon, mr V.M. Schotanus</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31605</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31605</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31605"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, Syrië ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.6842</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R. Tesfai</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14618</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14618</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14618"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezagsbeëindiging ouders. Toetsing noodzaak. Belangen kinderen wegen zwaarder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/717839 / FA RK 26-2827</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.J. Loorbach, mr. K.T.F. Chocolaad - de Bos , mr. L.L.H. Roebroek</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10400"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verlenging tbs dwang met 2 jaar.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-173747-22</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.H.M. Pastoors, mr. M.H.M. Collombon, mr V.M. Schotanus</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27687</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27687</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27687"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm - Door verweerder is ingestemd met vermindering van de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag Bpm tot € 4.038. Beroep daarom gegrond. Voor verdere vermindering bestaat geen aanleiding. Eiser maakt de door hem gestelde waardevermindering wegens schade niet aannemelijk.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_8388</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N. Djebali</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10401</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10401</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10401"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Bewezenverklaring hennepkwekerij, diefstal stroom en schuld aan brand met gevaar voor goederen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-003044-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.H.M. Pastoors, mr. M.H.M. Collombon, mr V.M. Schotanus</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10407"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gewoonte maken van het vervaardigen van -, verwerven van -, bezit van -en toegang verschaffen via een geautomatiseerd werk tot kinderporno (oude en nieuwe wetgeving), aanranding minderjarige, grooming minderjarige, vrijspraak verkrachting minderjarige, 3 jaar gevangenisstraf met aftrek voorarrest, tbs met dwangverpleging, maatregel ex artikel 38v Sr (contactverbod benadeelde partijen), maatregel ex artikel 38z Sr, deels toegewezen vorderingen benadeelde partijen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 228036-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8146</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8146</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8146"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Man veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk voor handel in harddrugs en valsheid in geschrift bij zijn mbo-opleiding</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-062225-25; 05-231843-25 (gev. ttz)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M.J.M. Doon</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10414</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10414</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10414"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling verkrachting. Gevangenisstraf 4 jaar met aftrek voorarrest.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 02-239954-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Op tegenspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEAC:2026:200</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:200</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEAC:2026:200"><country>NL</country><court>OGEAC</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening tegen een verleende bouwvergunning. Stedelijk woongebied, zoals bedoeld in artikel 3 van het Eilandelijk Ontwikkelingsplan Curaçao (EOP). Artikel 22, aanhef en onder 5 en 7, van de Bwv. Verbinden van voorschriften aan de vergunning. Onttrekken van een woning aan de woningvoorraad. Verzoek afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: CUR202603121</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.B. Smit-Colenbrander</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:847</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:847</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:847"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-04</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Burgerlijk procesrecht. Familierecht. Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing minderjarige. Heeft de kinderrechter terecht afgezien van het voorafgaand horen van ouders? Heeft de kinderrechter na de spoedmachtiging ouders alsnog tijdig gehoord?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/00337</description><issued>2026-09-04</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31485</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31485</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31485"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgberoep vreemdelingenbewaring. Verzoek om zitting, voortvarend handelen, zicht op uitzetting, belangenafweging en lichter middel, ambtshalve toetsing, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3037</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3037</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3037"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Financieel recht. Vraag of de bank de kredietrelatie met de ondernemer mocht beëindigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.359.660</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8148</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8148</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8148"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Man veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk voor poging verkrachting en mishandeling van zijn ex-partner</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05-117888-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M.J.M. Doon</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14596</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14596</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14596"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling wegens zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. Plotseling contactbreuk tussen de vader en de kinderen. Vrijwillig kader is ontoereikend.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/725253 / JE RK 26-1660</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31486</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31486</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31486"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vervolgberoep vreemdelingenbewaring. Voortvarend handelen, ambtshalve toetsing. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56418</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31607</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31607</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31607"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de problemen van de overleden man van eiseres terecht niet geloofwaardig heeft gevonden. De rechtbank oordeelt verder dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt door haar afvalligheid en de problemen met haar schoonfamilie. De rechtbank komt wel tot het oordeel dat het beroep gegrond is, omdat de minister de informatie die eiseres in de zienswijze heeft overgelegd niet kenbaar bij het besluit heeft betrokken. De rechtbank vernietigt daarom het besluit, maar laat de rechtsgevolgen wel in stand, omdat de minister in het verweerschrift alsnog gemotiveerd op de informatie is ingegaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.63859</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6389</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6389</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6389"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">minderjarig medeplegen afpersing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 0829688524</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. de Mos, mr. B.T.C. Jordaans, mr. C. Verdoold</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14619</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14619</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14619"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Gezagsbeeindiging ouders.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/717836 / FA RK 26-2826</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.J. Loorbach, mr. K.T.F. Chocolaad - de Bos , mr. L.L.H. Roebroek</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:OGEABES:2026:261</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:261</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:OGEABES:2026:261"><country>NL</country><court>OGEABES</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Extractvonnis uit Bonaire. Doodslag. De rechter overweegt dat het Gerecht een TBS-maatregel had willen opleggen, maar het Wetboek van Strafrecht BES kent die mogelijkheid niet. Volgt oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar, met het advies om de verdachte in het kader van die straf ook te behandelen. De vordering van de benadeelde partij, de moeder van het slachtoffer, is niet-ontvankelijk. Shockschade is onvoldoende onderbouwd en toekenning van affectieschade is evenmin wettelijk mogelijk op de BES.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 400.00020/26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E.G.C. Groenendaal</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10408</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10408</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10408"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Zweden. Geen verweer gevoerd. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-231076-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. A. Pahladsingh, mr. E.M. de Bie</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10406</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10406</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10406"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Polen. Artikel 12 OLW: afzien van weigeren. Overlevering toegestaan.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-146934-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. A. Pahladsingh, mr. E.M. de Bie</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10547</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10547</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10547"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank acht bewezen dat verdachte een minderjarige jongen heeft uitgelokt tot het veroorzaken van een ontploffing bij een woning in Amsterdam op 3 juli 2025. Verdachte heeft bekend. De rechtbank legt verdachte een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijk strafdeel is een proeftijd van 2 jaar verbonden en bijzondere voorwaarden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13.290512.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.A. Sipkens, mr. E. Biçer, mr. A.M. Timorason</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10409"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Polen. Tussenuitspraak. Geen beroep op de weigeringsgrond van artikel 12 OLW. Artikel 6a OLW: voldaan aan de eerste voorwaarde voor gelijkstelling met een Nederlander. De rechtbank heropent en schorst het onderzoek om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een IND-advies, en uit hoofde van efficiëntie, het certificaat en veroordelende vonnis, op te vragen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-189104-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. A. Pahladsingh, mr. E.M. de Bie</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4409</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4409</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4409"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. Gemachtigde heeft niet aannemelijk gemaakt dat er in zijn geval sprake is van een bijzonder geval in de zin van artikel 13a van de Wahv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12107159 BU VERZ 26-323</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10562</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10562</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10562"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB Zweden. Tussenuitspraak. Art. 6a OLW. "De rechtbank begrijpt uit het vorenstaande dat de Zweedse autoriteiten zich op het standpunt stellen dat zij pas een certificaat kunnen verstrekken nadat de rechtbank de overlevering heeft geweigerd. De rechtbank is echter van oordeel dat de straf pas door Nederland kan worden overgenomen als de Zweedse bevoegde autoriteit toestemming heeft gegeven voor overname en tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf in Nederland door middel van het verstrekken van het certificaat." Heropening onderzoek om nogmaals het certificaat op te vragen bij de Zweedse autoriteiten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13/017596-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Tussenuitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C.M. Hamer, mr. D.L.S. Ceulen, mr. L. Sanders</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4410</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4410</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4410"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. Gelet op artikel 65, derde lid, van het RVV 1990 is parkeren op een plek waar een parkeerverbod geldt alleen toegestaan als sprake is van een daarvoor bestemd weggedeelte. Omdat het hier om een uitzondering op het parkeerverbod gaat, mag van gemachtigde worden verwacht dat hij aannemelijk maakt dat daarvan sprake is. Dat is niet gelukt. Ook op de foto’s van de gedraging is niets te zien waaruit kan worden afgeleid dat de plek waar betrokkene heeft geparkeerd een voor parkeren bestemd weggedeelte is.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12108535 BU VERZ 26-345</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.G. Wijtsma</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:5100</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:5100</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:5100"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-07-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Aanmaningskosten parkeerbelasting. De naheffingsaanslag is vernietigd nadat de invorderingsambtenaar heeft beslist over de rechtmatigheid van de in rekening gebrachte aanmaningskosten. Omdat de naheffingsaanslag nadien is vernietigd, ziet de rechtbank reden om de aanmaningskosten eveneens te vernietigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/9074</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): M.M. Dondorp</contributor><issued>2024-08-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31494</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31494</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31494"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel Gambia, voldaan aan eerdere rechtbankuitspraak, in het midden laten geloofwaardigheid, zwaarwegendheid, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37258</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3733</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3733</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3733"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Wahv. Op grond van het zaakoverzicht, de foto in het dossier en het feit dat betrokkene zelf aangeeft waar de overtreding heeft plaatsgevonden, is de kantonrechter van oordeel dat het dossier voldoende informatie bevat om de exacte locatie van de gedraging waarop de inleidende beschikking betrekking heeft te preciseren. Betrokkene is in dit geval niet in zijn verdedigingsbelang geschaad. De kantonrechter zal de pleeglocatie daarom wijzigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12067958 BU VERZ 26-126</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. V.A.G. van Dijk</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30914</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30914</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30914"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Gedaagde heeft een gestolen auto aan eiser verkocht. Het gaat telkens om hetzelfde voertuig dat uiteindelijk in Frankrijk door de politie in beslag is genomen. Geen geslaagd beroep op overmacht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/09/699963</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I.C.E. Spierings</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6484</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6484</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6484"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 28-jarige man tot een taakstraf van 90 uren en een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 116 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast moet hij het slachtoffer een schadevergoeding van € 850,00 betalen. De verdachte heeft zich als mededader schuldig gemaakt aan afpersing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 08.296886.24 (P)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. de Mos, mr. B.T.C. Jordaans, mr. C. Verdoold</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10084</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10084</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10084"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Er is niet gebleken van een verstoorde arbeidsverhouding. Werkgever moet het inhoudelijk gesprek met werknemer voeren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12366916 AZ VERZ 26-38 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10230</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10230</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10230"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Vonnis in verzet. Verwijzing naar rechtbank Rotterdam vanwege woonplaats gedaagde partij (eiser in verzet).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11963976 \ CV EXPL 25-3720 (T)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verzet</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14643</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14643</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14643"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verschoningskamer. Verzoek toegewezen, nu uit de aangevoerde feiten en omstandigheden volgt dat er een nauwe band bestaat tussen de partner van de rechter en één van de partijen. Die band kan de schijn wekken dat de rechter de zaak niet onpartijdig behandelt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/383363 HA RK 26-209</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verschoning</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:21003</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21003</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:21003"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Eiseres is een ondernemersfonds. Zij maakt niet aannemelijk dat zij voldoet aan de voorwaarden van de goedkeuringen van het Besluit Omzetbelasting Aftrek van Omzetbelasting. Beroepen op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel slagen niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres geen recht op (gedeeltelijke) aftrek van voorbelasting. Beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26_1551 26_1553 en 26_1554</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): J.J. Arts</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31500</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31500</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31500"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">opvolgende asielaanvraag, toegedichte afvalligheid, bekering tot het zoroastrisme, medische situatie, ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.21760</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10238</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10238</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10238"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Declaratie zorgkosten ambulancerit. Verzekeraar stelt dat gedaagde door ambulance is vervoerd en vordert (gedeelte van) kosten. Gedaagde betwist gemotiveerd dat hij degene was die door ambulance werd vervoerd. Hij verbleef in buitenland. Niet vast komen te staan dat gedaagde door ambulance is vervoerd. Vordering afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12040460 \ CV EXPL 26-57</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3104</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3104</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3104"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Invoeren van goederen van krokodillenleer uit Thailand naar Nederland zonder vereiste invoervergunning, art. 3.37 Wet natuurbescherming. Vrijspraak opzet. Verwerping avas-verweer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001695-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2025:811</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6387</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6387</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6387"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">minderjarig medeplegen afpersing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 0829689424</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P. de Mos, mr. B.T.C. Jordaans, mr. C. Verdoold</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:2961</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2961</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:2961"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gekwalificeerd zedendelict 17-jarig slachtoffer. Toestemming? Verminderde staat van bewustzijn? Opgelegd is een gevangenisstraf van 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk met voorwaarden en DUT en art. 38v Sr. Vordering BP gedeeltelijk toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22-001971-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2025:7930</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14758</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14758</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14758"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek verlenging ontruimingstermijn, belangenafweging</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12199102 VZ VERZ 26-2091</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30035</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30035</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30035"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel Turkije, eiser en eiseres zijn echtgenoten van elkaar en betrokken bij de Gülenbeweging. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten. De rechtbank is van oordeel dat wat eiser is overkomen, gekwalificeerd moet worden als ‘rechtstreeks bedreigd met zulke vervolging’ als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatieverordening. De minister is daarmee uitgegaan van een verkeerde bewijslast. Ook heeft de minister bij de beoordeling van de politieke overtuiging van eisers een onjuiste toetsingsmaatstaf heeft gehanteerd, door een zekere mate van terughoudendheid te verwachten. De rechtbank is in het licht van het arrest Quotal van oordeel dat in het geval van eisers een redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat zij bij terugkeer naar Turkije strafrechtelijk vervolgd zullen worden inzake Gülenisme. Beroepen gegrond. De rechtbank verwijst de zaken daarom terug naar de minister en draagt de minister op om de gevraagde internationale bescherming te verlenen</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.42504 en NL24.42505</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. L.H. Waller, mr. Y. Moussaoui, mr. S.D. Arnold</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:14645</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:14645</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:14645"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wrakingskamer. Verzoek afgewezen. De beslissing om het verweerschrift niet als gedingstuk toe laten is een dergelijke tussenbeslissing. Hetgeen verzoekster aanvoert kan daarom niet tot wraking leiden. De verzoekster heeft geen bijkomende omstandigheden aangevoerd waaruit de conclusie moet worden getrokken dat de tussenbeslissing zou zijn ingegeven door vooringenomenheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/15/383259 HARK 26-201</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30341</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30341</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30341"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Italië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, zienswijze.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43497</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-15</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5951</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5951</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5951"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluiten van 21 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellanten verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd, ingetrokken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.001022</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-14</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:12667</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2023:8673</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:8673</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2023:8673"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2023-12-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-woning, gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB-22_614</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): I.M. Josten</contributor><issued>2023-12-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30066</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30066</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30066"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 20 VWEU. Het daadwerkelijk genot van de rechten die artikel 20 van het VWEU biedt, moet worden gewaarborgd en procedurele regels die afbreuk doen aan het nuttig effect van deze bepaling zijn niet toegestaan. Daarom oordeelt de rechtbank dat de afhankelijkheidsverhouding ex nunc moet worden getoetst. De omstandigheden ten tijde van de bob wezen niet direct op een afhankelijkheidsverhouding. Maar die situatie is gewijzigd. Beroep gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.49179 en NL24.49181</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. N. Boonstra, mr. P.L.C.M. Ficq, mr. C.A.R. Bleijendaal</contributor><issued>2026-10-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1758</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1758</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1758"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd) door UN-kenmerken aan te brengen op vaten die vereiste testen niet met goed gevolg hebben doorstaan, art. 225.1 Sr. 1. Kunnen vaten met UN-kenmerken worden aangemerkt als “geschriften bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen” a.b.i. art. 225.1 Sr? 2. Verhoudt art. 219 Sr zich tot art. 225 Sr als bijzondere strafbepaling tot algemene strafbepaling a.b.i. art. 55.2 Sr? 3. Strafmotivering (geldboete van € 750.000). Kon hof bij bepalen van straf betrekken dat verdachte onderdeel is van internationaal bedrijf en jaaromzet en nettoresultaat van internationaal bedrijf mede bepalend achten voor hoogte van opgelegde geldboete, nu deze omstandigheden niet ttz. aan de orde zijn gekomen? Ad 1. Hof heeft vastgesteld dat UN-kenmerken bestaan uit leesbare tekens, letters en cijfers, die zijn ingeperst in vat. D.m.v. UN-kenmerk op verpakking wordt aangegeven dat verpakking overeenkomt met ontwerptype dat met succes vereiste beproevingen heeft doorstaan en dat verpakking overeenkomt met toepasselijke regels. Voor afnemers van vaten zijn UN-kenmerken van groot belang omdat zij voor vervoer van gevaarlijke stoffen gebruik moeten maken van specifiek voor te vervoeren stof vereiste vaten met UN-kenmerk, waaronder in tll. genoemde vaten, zodat vaten bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen. Oordeel van hof dat stalen vat met daarin UN-kenmerk geperst “geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen” is, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is gelet op voorgaande toereikend gemotiveerd. Ad 2. Als feit in meer dan 1 strafbepaling valt, dan wordt o.g.v. art. 55.1 Sr slechts 1 van die bepalingen toegepast, bij verschil die waarbij zwaarste hoofdstraf is gesteld. Als echter voor feit dat in algemene strafbepaling valt bijzondere strafbepaling bestaat, komt o.g.v. art. 55.2 Sr alleen bijzondere strafbepaling in aanmerking. Hof heeft geoordeeld dat art. 219 Sr geen bijzondere strafbepaling is t.o.v. artikel 225 Sr. Dat oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting. Art. 219 Sr bevat immers niet alle bestanddelen van art. 225 Sr, terwijl er geen dwingende aanknopingspunten zijn voor opvatting dat art. 219 Sr moet worden beschouwd als bijzondere strafbepaling t.o.v. art. 225 Sr. Ad 3. Hof, dat verdachte aanmerkt als onderdeel van internationaal bedrijf, heeft jaaromzet en nettoresultaat van internationaal bedrijf bij strafoplegging betrokken. Gelet op p-v’s van tz. in eerste aanleg en in hoger beroep, zijn daar geen stukken aan de orde gekomen waaruit die gegevens kunnen worden afgeleid. Zonder nadere motivering is strafoplegging niet begrijpelijk. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging. CAG: anders t.a.v. strafmotivering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00383</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:565</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:565</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:565</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:565"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Valsheid in geschrifte door rechtspersoon (art. 225 Sr). M1: klacht dat onderzoek ter terechtzitting tweemaal is hervat en gesloten door (enkelvoudige) kamer faalt bij gebrek aan belang. M2: terecht voorgestelde klacht dat t.a.v. tot bewijs gebezigde verklaring sprake was van verhoorsituatie en derhalve ten onrechte geen cautie is verleend. Bewezenverklaring kan echter ook zonder betreffende verklaring standhouden. M3: falende klacht dat vaten met UN-kenmerk niet als ‘geschrift’ als bedoeld in art. 225 Sr kunnen worden aangemerkt. M4: falende klacht over oordeel hof dat art. 219 Sr niet als lex specialis t.o.v. art. 225 Sr kan worden aangemerkt. M5: falende klacht dat bewezenverklaarde opzet niet uit de bewijsvoering kan volgen. M6: falende klacht over strafmotivering. Conclusie strekt tot vernietiging maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete, tot vermindering daarvan en verwerping van het beroep voor het overige.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/00383</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:HR:2026:1758</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6007</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6007</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6007"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 14 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRS.25.000238</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14593</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14593</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14593"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726558 / JE RK 26-1847</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6398</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6398</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6398"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Besteld product non-conform? Verkeerde bestelling?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12183125 \ CV EXPL 26-564</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Horsthuis</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31503</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31503</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31503"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel, Mexico, transgender, geen gegronde vrees voor vervolging, kennelijk ongegrond, nationaliteit met inwilligingspercentage van minder dan 20%, artikel 42, eerste lid onder j, van de Procedureverordening, beroep gegrond, zelf in de zaak voorzien.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.43684</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14799</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14799</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14799"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-01</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Veroordeling voor de primair ten laste gelegde zware mishandeling. Het beroep op noodweer(exces) wordt verworpen. Aan de verdachte wordt een taakstraf voor de duur van 240 uren met aftrek van voorarrest opgelegd. Gelet op het tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is afgeweken van de LOVS-oriëntatiepunten en wordt er geen gevangenisstraf opgelegd. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10/040609-23</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:831</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:831</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:831"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ-woning, ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB-22_1537</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): R.P. Broeders</contributor><issued>2024-02-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31505"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring. Gemachtigde van eiser heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ambtshalve toetsing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.56580</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6873</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6873</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6873"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/3121</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10450</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10450</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10450"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onverschuldigde betaling door dubbele betaling factuur. Het beroep op verrekening slaagt niet. De onverschuldigd gedane betaling moet worden terugbetaald. Op basis van een andere overeenkomst, waarin partijen een verdeling van de overhead hebben afgesproken, wordt de vordering in reconventie toegewezen. Toewijzing financiële controle zoals tussen partijen overeengekomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/775774 / HA ZA 25-1497</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:1207</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:1207</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:1207"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-02-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ, niet-woning.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 21/5769</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A.G.J.M. de Weert</contributor><issued>2024-04-08</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31609</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31609</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31609"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen, besluit hangende beroep, toewijzen PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.26702</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6395</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6395</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6395"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">bevel boedelbeschrijving artikel 672 Rv</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12271403 \ EJ VERZ 26-112</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. U. van Houten</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31509"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring. Geen ruimte om de procedure aan te houden in afwachting van de behandeling tegen de afwijzing van de asielaanvraag. De gronden kunnen de maatregel dragen, geen lichter middel, geen lichter middel, non-refoulementbeoordeling voldoende.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57035</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10255</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10255</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10255"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Artiestenmanager is nog artiestenvergoedingen verschuldigd, bestaan van tegenvorderingen in reconventie onvoldoende onderbouwd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/445995 / HA ZA 26-151 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31610</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31610</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31610"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen, besluit hangende beroep, toewijzen PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.27351</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:27680</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:27680</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:27680"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Bpm - Mandaatverbod is niet geschonden. Artikel 8:42 van de Awb is niet geschonden. Niet aannemelijk is dat bij het opleggen van de naheffingsaanslag Bpm is uitgegaan van een te lage historische nieuwprijs of een te hoge huidige inkoopwaarde. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23_6957</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): N. Djebali</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6399</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6399</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6399"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag bedrijfseconomisch</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12370725 EJ VERZ 26-256</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Marsman</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31612</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31612</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31612"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen, opvolgend beroep, besluit hangende beroep, toewijzen PKV.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.27779</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6400</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6400</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6400"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoeker is in mei 2022 in dienst getreden bij verweerder 2. In december 2022 is verzoeker benoemd tot statutair bestuurder van verweerder 1 en in dienst getreden bij verweerder 1. In december 2025 is verzoeker (vennootschapsrechtelijk) ontslagen als statutair bestuurder en is zijn arbeidsovereenkomst met verweerder 1 opgezegd. Verzoeker is het hier om meerdere redenen niet mee eens en heeft daarom meerdere verzoeken ingesteld. De rechtbank wijst het primaire verzoek strekkende tot vernietiging van de omzetting van de arbeidsovereenkomst van verweerder 2 naar verweerder 1 en toelating tot het werk en loondoorbetaling toe. Het verzoek om verweerder 1 te veroordelen tot betaling van de incassokosten op grond van artikel 7 van de geldlenings-overeenkomst wordt gedeeltelijk toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/346388 / HA RK 26-39</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. W.W. van Tol</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31514</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31514</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31514"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring, de gronden kunnen de maatregel dragen, geen lichter middel, non-refoulementbeoordeling voldoende, gezondheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57478</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10257</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10257</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10257"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Eiseres verzoekt de kantonrechter terug te komen van een bindende eindbeslissing. Het verzoek wordt afgewezen. De beslissing berust niet op een juridische of feitelijke misslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12165392 VV EXPL 26-16</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Kort geding</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6907</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6907</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6907"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot vaststelling beheersregeling art. 3:168 lid 2 BW met betrekking tot hypotheekrecht. Geen belang bij hoger beroep wegens tenietgegaan hypotheekrecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.357.300/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBMNE:2025:1854</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2025:1854</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:1854</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2025:1854"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-04-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verzoek tot vaststellen beheersregeling afgewezen. Art. 3:168 lid 2 BW niet van toepassing. Geen sprake van een gemeenschap. Geen (gedeeltelijke) subrogatie (art. 6:150 BW).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/16/576796 / HL ZA 24-160 en 591697 KL RK 25-117</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.P. Lunter</contributor><issued>2025-05-02</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:6907</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14806"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Rechter-commissaris oordeelt dat inverzekeringstelling onrechtmatig is, omdat uit het hem voorgelegde dossier niet kan worden afgeleid dat er op het moment van de inverzekeringstelling nog een redelijk vermoeden van schuld was ten aanzien van de verdachte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-287581-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:5230</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5230</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:5230"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-18</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">tussenvonnis ivm voornemen verwijzing</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12254478 \ CV EXPL 26-1013</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E. Horsthuis</contributor><issued>2026-08-31</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2026:6403</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6403</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6403</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6403"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In dit tussenvonnis wordt de zaak ambtshalve verwezen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12254478 \ CV EXPL 26-1013</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Horsthuis</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBOVE:2026:5230</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14757</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14757</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14757"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Huurachterstand, ontbinding, ontruiming, betalingsregeling in vonnis</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12221138 CV EXPL 26-11816</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6402</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6402</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6402"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Betaling factuur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12201977 \ CV EXPL 26-625</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. E. Horsthuis</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10283</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10283</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10283"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Onbetaald gebleven facturen voor verbouwingswerkzaamheden. Bestuurders van inmiddels failliete vennootschap worden aangesproken tot betaling. Onvoldoende gesteld dat hen persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/443937 / HA ZA 26-34 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8202</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8202</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8202"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Man veroordeeld wegens aanwezigheid van bijna 900 gram cocaïne, het treffen van voorbereidingshandelingen voor de handel in harddrugs en het aanwezig hebben van een ploertendoder. Vrijspraak voor het aanwezig hebben van een taser. De rechtbank legt een taakstraf op van 180 uren en een gevangenisstraf van 90 dagen, waarvan 75 dagen voorwaardelijk. Hoewel de bewezenverklaarde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enkele maanden zouden rechtvaardigen en er door het zwijgen van verdachte geen duidelijkheid is verkregen over de vraag of inderdaad sprake is van een positieve gedragsverandering, ziet de rechtbank in het feit dat het de eerste keer is dat verdachte terug lijkt te zijn gevallen in delictgedrag aanleiding om daarvan af te zien. Dit zodat verdachte zijn woning en daarmee ook begeleiding niet verliest, alsook om een stok achter de deur te creëren om te voorkomen dat verdachte nogmaals de fout in gaat. Deze straf is daarmee uitdrukkelijk ook bedoeld als waarschuwing aan verdachte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/030975-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6405</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6405</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6405"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing geldvordering in conventie voor verrichte laswerkzaamheden. Vordering gedeeltelijk verrekend met vordering tot betaling (vervangende) schadevergoeding wegens het niet volledig uitvoeren van overeengekomen werkzaamheden (6:87 BW) (6:127 BW). Gedaagde mocht de betaling opschorten tot het moment van verrekening. Afwijzing vordering tot betaling schadevergoeding in reconventie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12067822 \ CV EXPL 26-246</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.W. Eshuis</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:11634</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:11634</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:11634"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">In deze zaak draait het om de vraag of een garagebedrijf dwangsommen heeft verbeurd, omdat niet aan een veroordelend vonnis zou zijn voldaan. De kantonrechter is van oordeel dat het garagebedrijf geen dwangsommen heeft verbeurd. Daarnaast ziet de kantonrechter geen aanleiding om het garagebedrijf te veroordelen om de auto van gedaagde af te geven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: K/4101/12120070</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4597</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4597</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4597"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Toewijzing voorlopig moratorium met aanvullende voorwaarden op verzoek van de verhuurder.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2611644:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.J. Klijn</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287b</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6401</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6401</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6401"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Alektum. Totstandkoming overeenkomst en dat bestelling is ontvangen is niet komen vast te staan. Vordering afwijzen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12158186 \ CV EXPL 26-944</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. R.F. van Aalst</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6952</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6952</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6952"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Dividendbelasting internationaal</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 23/3315 tot en met 23/3317</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-10-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6396</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6396</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6396"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">huurzaak, voorwaardelijke ontbinding, regeling onder verband vonnis</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12320004 \ CV EXPL 26-1436</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. U. van Houten</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1351</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1351</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1351"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Tussenuitspraak. Afwijzing aanvraag om bijstand en bedrijfskapitaal. Bedrijf niet levensvatbaar. Onzorgvuldig deskundigenadvies. Opdracht nieuw besluit. Uit het adviesrapport van het IMK blijkt niet dat de nieuwe bedrijfsactiviteiten van appellant bij het onderzoek zijn betrokken, of dat onderzoek is verricht naar de specifieke markt waarop appellant met de verkoop van (componenten en systemen van) legacy computers opereert. Het rapport maakt ook niet duidelijk hoe groot die markt is en welke rol appellant daarin naar verwachting kan vervullen. Verder zijn de adviseur en het college in bezwaar niet ingegaan op de uitvoerige en onderbouwde kritiek van appellant op het adviesrapport. Het bestreden besluit berust aldus niet op een deugdelijke motivering.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1928 BBZ-T</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Tussenuitspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14595</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14595</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14595"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en (afwijzing) verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. De zorgen over het welzijn en de veiligheid in de thuissituatie (nog) niet weggenomen. Signalen van vergaande controle. Vrijwillig kader is niet toereikend, vanwege gebrek aan openheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/718329 / JE RK 26-731 en C/10/726272 / JE RK 26-1812</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14565</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14565</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14565"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-06</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Executieverkoop perceel. Vordering hypotheekhouder tot betaling contractuele boete wegens het niet afnemen van het perceel wordt afgewezen. De hypotheekhouder heeft het perceel aan een derde verkocht en kan naar verwachting volledig uit de verkoopopbrengst worden voldaan. De boete komt daarom in beginsel toe aan de andere schuldeisers of de schuldenaar zelf.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/717604 HA ZA 26-88</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Proces-verbaal</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.J. Hermans</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6927</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6927</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6927"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Het hof laat de bestaande zorgregeling in stand. Er is onvoldoende aanleiding om die aan te passen, ondanks zorgen van de moeder over vermoeidheid van het kind. De hoofdverblijfplaats van het kind wijzigt evenmin.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.336.014/01 en 200.336.014/02</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6397"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Aanneming van werk. Gebreken niet hersteld. Tekortkoming van aannemer is toerekenbaar. Vervangende schadevergoeding toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12102035 \ CV EXPL 26-565</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.N.R. Wegerif</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31516</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31516</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31516"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Asiel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.12667 en NL26.12668</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6394</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6394</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6394"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in een pleeggezin.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/349447 / JE RK 26-1093</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M. van der Hoeven</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2121</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2121</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2121"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 20-001264-21 (OWV)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.P.J. Scheele, mr. C.A. van Roosmalen, mr. G.M. Goes</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6404</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6404</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6404"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontslag bedrijfseconomisch</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12370411 EJ VERZ 26-255</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.M. Marsman</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:4598</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:4598</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:4598"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Afwijzing omzetten faillissement in een Wsnp, schulden niet te goeder trouw, geen geslaagd beroep op de hardheisclausule.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: F.18/23/87</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.C. Groenewegen</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 288</reference><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 15b</reference><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 137a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2021:6993</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:6993</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2021:6993"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2021-01-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verstekvonnis. De eisende partij vordert wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten. Eis toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 8759214 \ UC EXPL 20-7318</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Verstek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. R.M. Berendsen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31517</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31517</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31517"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring. Vorige maatregel, starten gehoor zonder voorkeursadvocaat, lichter middel, bijzondere kwetsbaarheid, ambtshalve toetsing. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57460</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14141</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14141</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14141"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Wrakingsbeslissing. Afwijzing verzoek. Sterke twijfels of verzoekster zelf het wrakingsverzoek heeft willen indienen. Daarnaast ontbreken zwaarwegende aanwijzingen voor (de objectief gerechtvaardigde vrees voor) partijdigheid. Het woord 'bemoeienis' in een e-mail van de rechter duidt niet op vooringenomenheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/726493 / HA RK 26-915</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Wraking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, mr. J.F. Koekebakker, mr. W.J. de Veld</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:3038</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:3038</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:3038"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bouwrecht. Kort geding. Voorzieningenrechter heeft aannemer veroordeeld tot afgifte van heirapport en constructieberekening, werkhervatting, maken van een nieuwe constructieberekening en betaling van een contractuele boete. Tegeneis tot betaling van meerwerk afgewezen. Hof bekrachtigt het vonnis grotendeels.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.355.960</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14783</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14783</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14783"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Rechtsgeldig ontslag op staande voet. Niet melden door werknemer van uitschrijving bij verplichte opleiding is een dringende reden. Werkgever hoeft geen enkele vergoeding aan werknemer te betalen. Werknemer moet wel onverschuldigd betaald studieverlof terugbetalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12266093 VZ VERZ 26-2783</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31521</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31521</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31521"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Amb-verordening; Zwitserland; arrest C.K.; ongegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.45839</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8239</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8239</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8239"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrouw veroordeeld voor mishandeling, wederspannigheid en overtreding van de Wet Wapens en Munitie door bezit van een afbreekmes. Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging, vanwege volledige ontoerekeningsvatbaarheid.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/022890-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:6870</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:6870</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:6870"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">aansluiting voor energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/10961</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.J. Willems-Ruesink, A.H.W. Steijn, S.A.J. Bastiaansen</contributor><issued>2024-10-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10447</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10447</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10447"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Bevoegdheidsincident. Brussel I-bis. Forumkeuzebeding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/778615 / HA ZA 25-1694</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31538</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31538</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31538"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Vreemdelingenbewaring. Daadwerkelijke en effectieve beëindiging van het eerdere verblijf in Nederland, gronden maatregel, lichter middel, voortvarend handelen, openbare orde, ambtshalve toetsing. Ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57379</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10446</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10446</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10446"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM verkort toegewezen. Gevraagd voor 12 maanden toegewezen voor 8 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/794191 / FA RK 26/7352</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8247</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8247</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8247"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Man wordt veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling door met een auto op een man in te rijden en voor het verlaten van de plaats van het ongeval. Vrijspraak voor de primair ten laste gelegde zware mishandeling, nu uit het dossier onvoldoende blijkt dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Opgelegd wordt een taakstraf van 180 uren, waarvan 90 uren voorwaardelijk en voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden, met een proeftijd van 2 jaren</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 05/122679-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31616</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31616</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31616"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Syrië besluitmoratorium Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37519</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31540</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31540</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31540"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">RTB; Oekraïne; Polen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.57943</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14809</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14809</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14809"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening toegewezen. Huurtermijn oktober 2026 is voldaan. Zodra beschermingsbewind is uitgesproken is ook voldoende gewaarborgd dat de lopende huurtermijnen tijdig zullen worden voldaan. Belang inwonend minderjarig kind.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2618062:R-RK en NL:TZ:2618064:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening, Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10452</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10452</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10452"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Verdeling eenvoudige gemeenschap. Partijen hebben in 2023 al overeenstemming bereikt over de verdeling daarvan. Die afspraken moeten alsnog worden nagekomen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/782874 / HA ZA 26-100</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30928</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30928</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30928"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Vrijspraak poging doodslag. Veroordeling voor zware mishandeling. Beroep op noodweer(exces) verworpen. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen met aftrek, waarvan 84 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, alsmede een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis. Vordering benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 10-102505-26</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. drs. H.M. Braam, mr. J.A.W. van 't Westeinde LL.M., mr. P.L. Loeb</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:8228</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:8228</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:8228"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Jeugdstrafrecht. Veroordeling tot een jeugddetentie van 231 dagen en daarnaast een voorwaardelijke PIJ-maatregel wegens medeplichtigheid aan het veroorzaken van een explosie bij een coffeeshop in Den Haag, een gewapende overval en de mishandeling van een groepsleider bij de gesloten jeugdhulpvoorziening waar verdachte heeft verbleven. De rechtbank beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht hierop dadelijk uitvoerbaar zijn. Verdachte moet de benadeelde partijen in totaal meer dan € 40.000,- aan schadevergoeding betalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 09.239042.25, 05.029071.25, 05.023380.25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2024:7629</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2024:7629</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2024:7629"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2024-11-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag buiten de vijfjaarstermijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/9805 en BRE 23/9806</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): V.A. Burgers</contributor><issued>2024-11-19</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6414</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6414</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6414"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Beschikking op het verzoek tot het stellen van een termijn voor het oproepen van schuldeisers ex art. 4:214 BW</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12403712 / EJ VERZ 26-321</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.N.R. Wegerif</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1373</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1373</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1373"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Vaststelling van mate arbeidsongeschiktheid op 79,22%. Geen nieuwe gronden. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. Juiste FML. De geselecteerde functies zijn passend voor belastbaarheid appellant. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1046 WIA</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10453</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10453</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10453"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Ontwikkeling website. Geen tekortkoming. Veroordeling tot betaling werkzaamheden en resterende contractwaarde (opzegtermijn).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/778498 / HA ZA 25-1686</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31619</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31619</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31619"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dictum: Gegrond</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.37734</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. G.P. Loman</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1363</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1363</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1363"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Gedeeltelijke toewijzing verzoek om voorlopige voorziening. Spoedeisend belang. Voorschotverlening. Intrekking. Verzwegen gezamenlijke huishouding. Zorgbehoefte. Nader onderzoek. Verzoeker heeft met de door hem verstrekte stukken een aanzienlijke feitelijke grondslag verstrekt die erop wijst dat Y een zorgbehoefte heeft als bedoeld in art. 3 lid 2 onder a PW (nieuw). De verstrekte (medische) informatie over de zorgbehoefte van Y is specifiek en niet zo licht van aard dat het college daaraan voorbij had kunnen gaan. De voorzieningenrechter is met de rechtbank voorshands van oordeel dat het in dit geval op de weg van het college ligt om nader onderzoek te laten verrichten.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 26/1372 PW-VV</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14810</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14810</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14810"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Nieuw wsnp verzoek na recente beëindiging wsnp zonder schone lei afgewezen omdat niet is gebleken van gewijzigde omstandigheden die toelating rechtvaardigen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2617220:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31606</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31606</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31606"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bewaring – art 59 lid 1 onder a Vw - ongegrond – onderduikrisico – lichter middel</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.61761</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10448</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10448</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10448"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">VCM toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/794969 / FA RK 26/7837</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9679</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9679</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9679"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-29</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">WHOA. Homologatie akkoord.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/02/452028 HO RK 26-320 (E)</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3043</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3043</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3043"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Motorrijtuigenbelasting voor gebruik van openbare weg met auto met buitenlands kenteken. Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-26/25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-26</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:27509</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2509</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2509</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2509"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 9 Wet OB 1968. Toepassing verlaagd tarief. Belanghebbende levert bij iedere verkoop van een fiets een onderhoudspakket in de vorm van een servicekaart. Op de factuur past belanghebbende voor de levering van het onderhoudspakket het verlaagde tarief voor de omzetbelasting toe. Het hof oordeelt dat de fiets en de servicekaart twee afzonderlijke prestaties zijn, waarbij voor beide een aparte vergoeding is overeengekomen. De servicekaart moet niet als bijkomstig worden beschouwd ten opzichte van de fiets. Het hoger beroep van de inspecteur is ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/798</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, prof. mr. dr. H.W.M. van Kesteren</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de omzetbelasting 1968 9</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:1525</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3071</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3071</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3071"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag bpm. De taxatierapporten voor beide auto’s kunnen dienen, ondanks dat deze enkele dagen te laat zijn opgemaakt. Belanghebbende slaagt er niet in de door hem in aanmerking genomen schade voor de beide auto’s aannemelijk te maken. Het Hof zet een duidelijke lijn uit betreffende de bruikbaarheid van koerslijsten. De in hoger beroep aangedragen koerslijst voor een van de auto’s is bruikbaar en leidt tot een vermindering van de naheffingsaanslag voor die auto. De in hoger beroep aangedragen koerslijst voor de andere auto is niet bruikbaar, omdat de auto van de referentieauto in de koerslijst afwijkt in CO2-uitstoot (verschil in uitvoering). Hoger beroep (gedeeltelijk) gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BK-25/768 en BK-25/769</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2506</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2506</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2506"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV 2021. Box 3. Art. 3:16 BW, art. 3:19, lid 1, BW, art. 3:89, lid 1, BW, art. 8 Kadasterwet. Het hof oordeelt dat ook de positieve en negatieve waardeveranderingen van box-3-vermogensbestanddelen tot de grondslag van box 3 behoren. Daarnaast is de woning op 31 december 2020 geleverd aan de koper, omdat op dat moment alle leveringshandelingen, waaronder de inschrijving in het kadasterregister, zijn afgerond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/639</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): T.A. Gladpootjes, mr. W.W. Monteiro, mr. drs. E.P.A. Brakeboer</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 16</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 19</reference><reference relation="citing" lang="nl">Burgerlijk Wetboek Boek 3 89</reference><reference relation="citing" lang="nl">Kadasterwet 8</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:2584</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10397</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10397</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10397"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Verdachte, zijnde een rechtspersoon, heeft zich schuldig gemaakt aan het doen van een onjuiste en onvolledige aangifte vennootschapsbelasting. Aan verdachte wordt een geldboete van € 2.000,- opgelegd. Daarbij weegt de rechtbank mee dat aan de bestuurder van verdachte, die gelijktijdig wordt berecht met de rechtspersoon, een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar wordt opgelegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 81/178141-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. A.K. Glerum, mr. C. Wildeman, mr. G.M. Kruizinga</contributor><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6179</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6179</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6179"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Inzageverzoek artikel 15 AVG door ambtenaar Belastingdienst aan werkgever. De werkgever is de Staat en dus geen bestuursorgaan. Geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Rechtbank onbevoegd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ZWO 26/883</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. I. Piksen</contributor><issued>2026-10-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10455</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10455</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10455"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-17</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Inruil auto. Afspraak over keuring en eventuele herstelkosten niet vast komen te staan. Gestelde gebreken en kosten daarvan niet duidelijk geworden. Veroordeling tot betaling prijsverschil.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 12048962 \ CV EXPL 26-418</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig, Proceskostenveroordeling, Op tegenspraak</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14811</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14811</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14811"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek dwangakkoord toegewezen. Maximaal haalbare is aangeboden. Voldoende aannemelijk dat verzoekster gezien de omstandigheden niet in staat is om binnen 18 maanden meer inkomsten te genereren.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2615637:R-RK - NL:TZ:2615683:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 287a</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10454</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10454</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10454"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-09</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">ZM toegewezen. Raadsman verzocht om afwijzing vanwege niet toepassen verplichte zorg. Arts heeft aangegeven dat afgelopen tijd medicatie altijd onder toezicht is gegeven en zelfs dan de spiegel in het bloed nog wisselend kan zijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/13/794053 / FA RK 26/7274</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2025:1621</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:1621</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2025:1621"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-03-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep ongegrond, bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 23/10078</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2025-04-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2505</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2505</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2505"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 9, lid 2, Wet OB juncto Post a.2 van tabel II bij de Wet OB Belanghebbende is onder meer handelaar in paarden. Zij heeft een wedstrijdpaard verkocht aan een Maleisische afnemer met het oog op deelname aan de South-East Asian Games. Het paard heeft na levering nog 2 maanden en 20 dagen in België op stal gestaan en daar aan een selectiewedstrijd deelgenomen alvorens naar Maleisië vervoerd te zijn. Het hof is van oordeel dat het nultarief bij uitvoer uit de EU van toepassing is, ongeacht die wedstrijddeelname tussen levering en uitvoer.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/93 en 25/94</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.P.A. Brakeboer, prof. mr. P.J. Wattel, prof. mr. dr. H.W.M. van Kesteren</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Wet op de omzetbelasting 1968 9</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:304</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBAMS:2026:10555</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:10555</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBAMS:2026:10555"><country>NL</country><court>RBAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Executie-EAB uit Griekenland. Na tussenuitspraken. Geen voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis omdat er in het geheel geen strafrestant meer is. Overlevering geweigerd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 13-248279-25</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste en enige aanleg</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. D.L.S. Ceulen, mr. B.M. Vroom-Cramer, mr. M. Westerman</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14754</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14754</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14754"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">vader en kinderen (7 en 9) hebben geen contact. Afwachten tot de kinderen zelf om contact vragen is niet genoeg. Er is geen contra indicatie dus de rechtbank verplicht de ouders tot omgangsbegeleiding.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/694551 / FA RK 25-1238</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6417</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6417</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6417"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank veroordeelt een 40-jarige man tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden. De verdachte heeft zich op 12 mei 2022 in Enschede schulig gemaakt aan het bezit dan wel voorhanden hebben van gebruikershoeveelheden harddrugs, een aanzienlijke (handels)voorraad softdrugs, een grote hoeveelheid vervalste merkkleding, twee vuurwapens met bijbehorende munitie, pepperspray en een boksbeugel. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van €26.840,--. De rechtbank oordeelt dat de redelijke termijn is overschreden met ruim negentien maanden en heeft daarom de gevangenisstraf gematigd van 21 naar 18 maanden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 0814775123</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.A.H. Heijink, mr. P.A.M. Miltenburg, mr. drs. R.G.J. Gehring</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:30945</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:30945</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:30945"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep niet tijdig beslissen (ntb) in medische zaak van het Uwv, gegrond; art 8:55d lid 3 Awb: beslistermijn negen weken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: SGR 26/7002</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. M.M. Meessen</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14813</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14813</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14813"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Insolventierecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek WSNP afgewezen. Geen minnelijk traject. Onvoldoende informatie om goede trouw schulden kindertoeslagen aan de belastingdienst of hardheidsclausule te beoordelen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2613893:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued><reference relation="citing" lang="nl">Faillissementswet 284</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:14728</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:14728</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:14728"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Opzegging duurovereenkomst, schadevergoeding. Beroep op opzegtermijn is in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (art. 6:248 lid 2 BW). Daarmee ontstaat een leemte in de overeenkomst die aan de hand van de maatstaf van art. 6:248 lid 1 BW (aanvullende werking redelijkheid en billijkheid) moet worden aangevuld.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/10/713193 HA ZA 26-53</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:6407</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:6407</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:6407"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">AMfish en QRA werken samen bij de ontwikkeling en toepassing van conserveringsmiddelen voor visproducten van AMfish. Nadat de gewenste houdbaarheid en listeriaborging niet met challenge tests werden behaald, stelt AMfish dat QRA tekort is geschoten in haar verplichtingen en vordert zij schadevergoeding. QRA vordert op haar beurt schadevergoeding van AMfish wegens het niet nakomen van een afnameverplichting. De rechtbank wijst de eerste vordering af, omdat AMfish onvoldoende heeft onderbouwd dat QRA de gestelde resultaten heeft gegarandeerd of haar zorgplicht heeft geschonden en de rechtbank wijst de andere vordering af omdat QRA zich door stilzitten niet meer op de afnameverplichting kan beroepen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: C/08/345211 / HA ZA 26-62</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. C.A. de Beaufort</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2577</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2577</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2577"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-06-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Tweede navorderingsaanslag IB/PVV 2015 in verband met correctie inkomen uit aanmerkelijk belang. Bouwkosten van een loods/schuur op het privé perceel van belanghebbende zijn ten laste gebracht van de B.V. Tijdigheid aanslag.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2024</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-24</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9142</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9142</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9142"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende heeft verzocht om de toepassing van de doorschuifregeling van artikel 4.17c van de Wet IB 2001 in verband met de schenking van aandelen in een BV. De inspecteur heeft het verzoek gedeeltelijk afgewezen en heeft in verband hiermee een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd. Tussen partijen is in geschil welk deel van de overdrachtsprijs van de aandelen toerekenbaar is aan het ondernemingsvermogen van de vennootschap. Naar het oordeel van de rechtbank moet één vermogensbestanddeel alsnog tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. Met betrekking tot de overige in geschil zijnde vermogensbestanddelen is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van ondernemingsvermogen. De navorderingsaanslag en de daarmee samenhangende belastingrentebeschikking worden daarom verminderd.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 24/1497</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-28</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3900</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3900</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3900"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">IB/PVV. Geen omkering en verzwaring van de bewijslast. Er heeft géén inhouding van loonheffing plaatsgevonden. De bewijslast dat niet ingehouden loonheffing wél is genoten rust op de inspecteur. Die heeft daarover niets gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt. Het bedrag behoort dan ook niet tot het belastbaar inkomen van belanghebbende. Tardief beroep op interne compensatie. Verzuimboete passend en geboden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/3524</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. Heidekamp</contributor><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2025:16055</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16055</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2025:16055"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting. Belanghebbende is aandeelhouder van een BV waarin een pensioen in eigen beheer is opgebouwd. Wegens faillissement kan het pensioen niet meer worden uitgekeerd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het pensioen toch is genoten omdat het kon worden verrekend met leningen van belanghebbende aan de BV en legt aan belanghebbende daarom navorderingsaanslagen op. De rechtbank oordeelt dat verweerder beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt en het in aanmerking te nemen pensioen niet kan worden verminderd wegens onderdekking omdat niet aan de daarvoor gestelde voorwaarde is voldaan. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 470</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.H. de Soeten</contributor><issued>2026-08-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1942</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1942</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1942"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende geeft spinninglessen voor een sportschool en laat de opbrengst toekomen aan een BV waarvan haar kinderen de (middellijke) aandeelhouders zijn. De inspecteur heeft bij belanghebbende een resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking genomen en navorderingsaanslagen opgelegd. Het hof laat de navorderingsaanslagen in stand. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door het hof verworpen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/1449 tot en met 24/1452</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.W.M.M. Verkoijen, E.P.A. Brakeboer, B.J. Rubbens</contributor><issued>2026-10-06</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2024:5463</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:6806</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6806</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:6806"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Een oud-militair ontvangt vanwege arbeidsongeschiktheid een militair invaliditeitspensioen (MIP) en een bijzondere invaliditeitsverhoging (BIV). De inspecteur heeft de MIP en de BIV terecht in de heffing betrokken. Van schending van het Europese recht of van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is geen sprake.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/7571</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.Y. Gramsbergen, M. Wevers LL.M., W. Loof</contributor><issued>2026-09-02</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:5589</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5589</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:5589"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-11</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belanghebbende voldeed bij het aangaan van de dienstbetrekking aan de voorwaarden voor toepassing van de 30%-regeling. Dat belanghebbende in Nederland stage liep in het kader van zijn opleiding staat de kwalificatie als ingekomen werknemer niet in de weg. Belanghebbende voldeed ook aan de voorwaarde van specifieke deskundigheid, gelet op het door hem genoten fiscaal loon. Dat de arbeidsovereenkomst (per abuis) een lager loon vermeldde, doet daar niet aan af.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: HAA 26/299</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S.K.A. Efstratiades</contributor><issued>2026-09-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2581</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2581</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2581"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Bewijslastverdeling. Laden en lossen? Uitvoeringshandelingen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1664</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-01</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1737</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1737</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1737"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/04786</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:7092</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1744"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04104</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2587</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2574</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2574</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2574"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Navorderingsaanslag erfbelasting met vergrijpboete terecht opgelegd? Is voldaan aan de voortvarendheidseis? Zijn de inspecteur inkomstenbelasting en de inspecteur erfbelasting één bestuursorgaan? Heropening in verband met vragen Hof aan inspecteur. Schending algemene beginselen behoorlijk bestuur?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/726</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNHO:2024:13856</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1582</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1582</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1582"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-02</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Fomeel recht. Unierecht. Diverse klachten over schending van Unierecht. Geen reden voor stellen van prejudiciële vragen aan Hof van Justitie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02242</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-02</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1152</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1733</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1733</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1733"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting; art. 11, lid 1, letter b, onder 5°, Wet OB 1968; verhuur van een onzelfstandig gedeelte van een woning als werkkamer; voorwaarde toepassen optie belaste verhuur is dat het verhuurde niet door bewoners (mede) wordt gebruikt als woonruimte.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/02699</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2025:1768</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:7158</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7158</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:7158"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Leges. Beroep gegrond. Niet beoordeeld kan worden of tarief voor belanghebbende voldoende kenbaar was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: ARN 24/9392</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): L.L. van Benthem</contributor><issued>2026-09-29</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1729</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1729</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1729"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Onroerendezaakbelastingen; watersysteemheffing; art. 131 Waterschapswet; art. 4:17 Awb; art. 7 :10 Awb; aanvang beslistermijn op een bezwaar tegen een aanslag in de watersysteemheffing als eveneens bezwaar is gemaakt tegen de samenhangende WOZ-beschikking; één dwangsom bij samenhangende aanvragen?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03777</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2744</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1730</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1730</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1730"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Inkomstenbelasting; premieheffing volksverzekeringen; art. 16 Verordening 883/2004; art. 2 en 4 Rijnvarendenovereenkomst; art. 267 VWEU. Is de Rijnvarendenovereenkomst van toepassing op een rijnvarende die naast zijn werkzaamheden in de Rijnvaart ook andere werkzaamheden verricht voor een andere werkgever? Prejudiciële vragen aan HvJ.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00270</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Prejudicieel verzoek</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:4078</reference><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:PHR:2026:548</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1743</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1743</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1743"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/01315</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie, Artikel 80a RO-zaken</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:1240</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNHO:2026:5666</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5666</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNHO:2026:5666"><country>NL</country><court>RBNHO</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Holland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Douane. Utb voor aanvullende rechten na vollopen contingenten staal uit India. Verbindendheid van Verordening 2019/159 (vrijwaringsmaatregelen staalproducten). Beginselen van non-discriminatie, transparantie en voorspelbaarheid. Verhouding contingenten Indiaas staal tot andere landenspecifieke contingenten. Snelle uitputting van contingenten Indiaas staal. Evenredige toepassing van het contingent op de uitputtingsdag. Publicatie van uitputtingsgegevens. Geen real time informatievoorziening. Doorlooptijd aanvaarding van de aangifte, doorsturen van de aangifte aan de Commissie en daadwerkelijke toewijzing uit de contingenten. Beheer van tariefcontingenten overeenkomstig de chronologische volgorde van de data van aanvaarding van de aangiften, niet op chronologische volgorde van tijdstip van aangifte. Vertrouwensbeginsel. Geen aanleiding voor prejudiciële vragen. Vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase. Verlenging van de maximale redelijke behandelduur.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 24 _ 3998</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): C.A. Schreuder, W.M.C. Schipper, P.H. Lauryssen</contributor><issued>2026-08-14</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBNNE:2026:3833</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:3833</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBNNE:2026:3833"><country>NL</country><court>RBNNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Noord-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-08</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank oordeelt dat de inspecteur het bezwaar van belanghebbende tegen de informatiebeschikking ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. artikelen 6:7, 6:9 en 6:10 Awb)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: LEE 25/1910</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): E.A.M. Geersheuvels</contributor><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHAMS:2026:2675</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2675</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHAMS:2026:2675"><country>NL</country><court>GHAMS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Amsterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-03</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Beslissing op 8:29-verzoek; wijze indiening 8:29-verzoek in hoger beroep (niet) in overeenstemming met artikel 4 van de Procesregeling belastingkamers gerechtshoven 2025; verzoek om beperkte kennisneming (gerechtvaardigd).</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2000-GHK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Geheimhoudingsbeslissing</description><issued>2026-09-22</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1732</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1732</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1732"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesecht; artt. 6:7 en 6:11 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; de wettelijk voorgeschreven termijn van zes weken voor het instellen van beroep bij de belastingrechter is niet in strijd met het Unierecht; diverse andere klachten over verenigbaarheid nationale rechtspraak met het Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00731</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:373</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1728</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1728</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1728"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Belasting van personenauto's en motorrijwielen; artt. 9 en 10 Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992; art. 110 VWEU; voor toepassing van de Wet bpm is het volgens rechtspraak van de Hoge Raad gemaakte onderscheid tussen een nieuwe of gebruikte personenauto niet in strijd met het Unierecht; diverse andere klachten over verenigbaarheid nationale rechtspraak met het Unierecht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/00618</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:PHR:2026:1005</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:1005</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:PHR:2026:1005"><country>NL</country><court>PHR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Parket bij de Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Conclusie</type><subject lang="nl">Strafrecht</subject><abstract lang="nl">Conclusie AG. Betekening dagvaarding eerste aanleg “in persoon” door elektronische overdracht (art. 36b lid 2 Sv). Hoger beroep te laat ingesteld na verstekveroordeling. AG gaat in op regeling en praktische werking van elektronische betekening van gerechtelijke mededelingen en verhouding tot EU-recht en EHRM-rechtspraak omtrent aanwezigheidsrecht en recht op ‘fresh determination’ na verstekveroordeling. AG overweegt dat onder (bijzondere) omstandigheden twijfel kan bestaan over vraag of verdachte na elektronische betekening “in persoon” van dagvaarding of mededeling uitspraak daadwerkelijk op hoogte is gekomen van bericht en (ondubbelzinnig) afstand heeft gedaan van aanwezigheidsrecht in eerste aanleg. AG concludeert dat termijnoverschrijding na elektronische betekening bij verstekveroordeling onder bijzondere omstandigheden verontschuldigbaar kan zijn en recht op hoger beroep bestaat. Wanneer ter zake gemotiveerd verweer wordt gevoerd, dient rechter daarop gemotiveerde beslissing te nemen met inachtneming van hetgeen is aangevoerd. I.c. heeft verdachte gemotiveerd aangevoerd dat iemand anders heeft ingelogd in zijn MijnOverheid-account en hij daarom niet op hoogte was van digitaal aangeboden dagvaarding in eerste aanleg. Hof had hetgeen is aangevoerd volgens AG moeten betrekken bij beoordeling van ontvankelijkheid hoger beroep. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/03504</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31620</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31620</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31620"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">beroep asiel, besluit ingetrokken, BNT, besluit- en vertrekmoratorium voor Iran, geen sprake van tegemoetkomen, nieuwe beslistermijn van 2 weken</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.40240</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CRVB:2026:1366</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:1366</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CRVB:2026:1366"><country>NL</country><court>CRVB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Centrale Raad van Beroep</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-15</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verbod van onderscheid op grond van geslacht. Appellante verrichtte gelijkwaardige arbeid en kreeg minder salaris. De rechtvaardiging van het beloningsverschil is niet bewezen. De Raad oordeelt dat de toepassing van de beloningsmaatstaf 'laatstverdiend salaris' niet objectief en genderneutraal is en dat dit kan leiden tot ongelijke behandeling op grond van geslacht. De Raad verklaart het beroep gegrond en voorziet zelf in de zaak door te bepalen dat appellante met ingang van 21 mei 2018 gelijk dient te worden beloond als de maatman, dat wil zeggen conform salarisschaal 3, trede 8. Gelet op de geldende beloningssystematiek zal dit ook dienen door te werken in het salaris voor de functies die zij sindsdien heeft verricht. Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/425 WAD</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31543</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31543</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31543"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over het besluit van de minister dat eisers verblijfsrecht wordt ingetrokken en dat hij geen ander verblijfsrecht of verblijfsdocument krijgt. Eiser is het daarmee niet eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de minister eisers verblijfsrecht mocht intrekken en of de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom aan eiser geen ander verblijfsrecht of verblijfsdocument wordt toegekend. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister het verblijfsrecht van eiser mocht intrekken en dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom artikel 8 van het EVRM niet in de weg staat aan het afwijzen van de door eiser ingediende verlengingsaanvraag. De rechtbank komt echter ook tot het oordeel dat eiser een afgeleid verblijfsrecht heeft op grond van artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). De rechtbank draagt de minister dan ook op om het bij dat verblijfsrecht behorende document aan eiser te verstrekken. Eiser krijgt dus deels gelijk en het beroep is dus gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.42902</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2025:8948</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:8948</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2025:8948"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-10-28</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser. Eiser heeft zich op 27 november 2024 bij de Dienst Toeslagen aangemeld voor de herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag afgewezen, omdat de aanvraag te laat is ingediend. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het verzoek tot herbeoordeling terecht is afgewezen omdat het verzoek te laat is ingediend</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1853</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): S. Kompier</contributor><issued>2025-10-31</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10041</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10041</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10041"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">terugvordering voorschot wia.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/2985</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10031</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10031</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10031"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-13</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Sociale-zekerheidsrecht</subject><abstract lang="nl">WIA. Heropening. Pas in beroep toereikende motivering. 6:22. Beroep ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/560</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10191</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10191</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10191"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, geen procesbelang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/5815</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:9665</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:9665</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:9665"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">verzet.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/1099</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBZWB:2026:10172</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:10172</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBZWB:2026:10172"><country>NL</country><court>RBZWB</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Artikel 8:54 van de Awb: beroep is kennelijk gegrond. De ontvanger heeft het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard, omdat belanghebbende geen gehoor zou hebben gegeven aan de brieven van 14 april 2026 en 26 mei 2026 waarin de ontvanger verzocht heeft om de gronden van het bezwaar aan te leveren. Hiervoor heeft gemachtigde een e-mailcorrespodentie toegevoegd met de ontvanger waarin staat dat de motivering van het bezwaarschrift met dagtekening 14 maart 2026 door de Belastingdienst op 16 maart 2026 is ontvangen. De ontvanger heeft in het verweerschrift erkend dat er door de gemachtigde van belanghebbende tijdig gronden zijn ingediend. De ontvanger heeft verzocht om de zaak gegrond te verklaren en de zaak terug te verwijzen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: BRE 26/4610</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6136</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6136</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6136"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-24</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Familierecht</subject><abstract lang="nl">Toedeling woning, inboedel, schulden, kinderalimentatie.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.366.784</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6780</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6780</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6780"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Regresrecht, rechtsverwerking (artikel 6:2 lid 2 BW). Man heeft na echtscheiding een schuldhulpverleningstraject doorlopen dat in 2010 positief is geëindigd. Vanaf 2008 is de schuldeiser de vordering gaan verhalen op de vrouw. Na zestien jaar klopt de vrouw aan bij de man om haar betalingen op hem te verhalen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 200.363.924</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31444</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31444</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31444"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22157</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31445</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31445</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31445"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22160</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31446</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31446</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31446"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22193</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31447</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31447</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31447"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22311</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31448</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31448</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31448"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-19</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">opvolgende bnt asiel gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.22243</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31449</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31449</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31449"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Visum kort verblijf; reisdoel familiebezoek; sociale binding; hoorplicht; gegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.50163</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31452</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31452</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31452"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">statushouder Griekenland – IB 2026/31 – medische omstandigheden – ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.50275</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31454</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31454</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31454"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">voorlopige voorziening – uitspraak op beroep – vovo afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.50276</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31456</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31456</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31456"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende asielaanvraag – geen nieuwe elementen of bevindingen – aanvragen niet-ontvankelijk – beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.51221</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31457</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31457</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31457"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende asielaanvraag – geen nieuwe elementen of bevindingen – aanvragen niet-ontvankelijk – beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.51222</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31458</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31458</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31458"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende asielaanvraag – geen nieuwe elementen of bevindingen – aanvragen niet-ontvankelijk – beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.51223</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31459</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31459</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31459"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Opvolgende asielaanvraag – geen nieuwe elementen of bevindingen – aanvragen niet-ontvankelijk – beroepen ongegrond.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.51224</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31463</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31463</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31463"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Beroep – Ethiopië – Oromo – geloofwaardigheidsbeoordeling – gedwongen rekrutering – adequate opvang – gegrond – nieuw besluit – pkv.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.34287</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31465</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31465</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31465"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asielaanvraag – beroep niet tijdig beslissen – beroep ingetrokken – verzoek proceskostenvergoeding – pkv toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.28864</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31467</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31467</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31467"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asielaanvraag – beroep niet tijdig beslissen – beroep ingetrokken – verzoek proceskostenvergoeding – pkv toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.27872</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31469</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31469</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31469"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asielaanvraag – beroep niet tijdig beslissen – beroep ingetrokken – verzoek proceskostenvergoeding – pkv niet toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.28477</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31470</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31470</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31470"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asielaanvraag – beroep niet tijdig beslissen – beroep ingetrokken – verzoek proceskostenvergoeding – pkv toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.33498</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31471</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31471</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31471"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asielaanvraag – beroep niet tijdig beslissen – beroep ingetrokken – verzoek proceskostenvergoeding – pkv toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.28996</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31472</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31472</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31472"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-20</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">regulier - beroep niet tijdig beslissen – beroep ingetrokken – verzoek proceskostenvergoeding – pkv toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL25.35377</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31473</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31473</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31473"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">asiel – MOB – geen procesbelang.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.31044</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31475</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31475</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31475"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">vovo – afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.31045</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31476</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31476</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31476"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">BNT regulier, beslissing op aanvraag, beroep ingetrokken, pkv toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL24.38983</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31567</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31567</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31567"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag in stand kan blijven. Verweerder heeft kunnen oordelen dat eiser zelfredzaam is en dus terug kan keren naar Griekenland. Hierbij betrekt de rechtbank ook het arrest D.O. en L.A. van het EHRM. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij als individu een risico loopt op schending van artikel 3 van het EVRM.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.52884</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. J.L. Roubos</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBDHA:2026:31563</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:31563</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBDHA:2026:31563"><country>NL</country><court>RBDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister (hierna: verweerder) heeft voldoende gemotiveerd dat de handelingen waarmee eiser in verband wordt gebracht en waarvoor hij is veroordeeld in Turkije, misdrijven zijn als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag1 (Vv). Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is geweest van corruptie of omkoping in zijn Turkse strafzaken. Verweerder heeft eisers asielaanvraag daarom terecht afgewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL26.18630 en NL26.18631</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. B.V.A. Corstens, mr. J.L. Roubos, mr. H. Battjes</contributor><issued>2026-10-27</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBROT:2026:1377</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1377</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBROT:2026:1377"><country>NL</country><court>RBROT</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Rotterdam</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-02-12</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><abstract lang="nl">Verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege het ontbreken van redelijke gronden.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 11910438 VZ VERZ 25-6389</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Beschikking</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. F. Aukema-Hartog</contributor><issued>2026-02-24</issued><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:3070</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHDHA:2026:3070</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><status>deleted</status><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:3070</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHDHA:2026:3070"><country>NL</country><court>GHDHA</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Den Haag</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-27</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Arbeidsrecht</subject><description lang="nl">Zaaknummer: 200.368.603/01</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBROT:2026:1377</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:2512</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:2512</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:2512"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Omzetbelasting. Nultarief bij uitvoer. Verzuimboete. Belanghebbende exploiteert een sportpaardenbedrijf en heeft een sportpaard verkocht aan een koper gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten en ter zake het nultarief in de omzetbelasting voor uitvoer toegepast. Nu het paard voor het verlaten van de Europese Unie in Portugal heeft deelgenomen aan wedstrijden, wat verder gaat dan het in goede conditie of goede staat houden van het paard, heeft het eerste gebruik van het paard in Portugal (de EU) plaatsgevonden. Belanghebbende heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat de uitvoer van het paard heeft plaatsgevonden in verband met de door belanghebbende verrichte levering. Het nultarief is niet van toepassing. Het Hof vernietigt wel de verzuimboete, omdat het standpunt van belanghebbende pleitbaar is. (Hoger beroep gegrond)</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/1185 en 25/1186</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): A. van Dongen, prof. mr. W. de Wit, mr. L.D.M.A. Reijs</contributor><issued>2026-10-27</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:4081</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4994</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4994</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4994"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-26</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 5 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen aan stichting ZOWonen, gevestigd in Sittard, een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het gebouw aan Haagsittard 25 in Sittard. ZOWonen is eigenaar van het perceel aan Haagsittard 25 in Sittard. Op dit perceel staat het wooncomplex Hoeve Sittard. ZOWonen verhuurt het wooncomplex aan de Stichting LEVANTOGroep (Levanto). Levanto exploiteert het wooncomplex door hierin woonruimte aan te bieden aan volwassenen met psychiatrische problemen en/of meervoudige problematiek. Ten tijde van de aanvraag was het wooncomplex voorzien van 28 kamers voor individuele bewoning en drie gemeenschappelijke woonkamers met keukens. [appellanten] wonen aan de [locatie] in Sittard op ongeveer 15 meter afstand tot het wooncomplex. [appellanten] betogen dat de rechtbank hun beroepsgrond waarin zij stellen dat met het bouwplan een met de bestemming "Wonen" strijdig gebruik is beoogd, ten onrechte niet heeft besproken.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202405549/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBOVE:2026:1769</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1769</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBOVE:2026:1769"><country>NL</country><court>RBOVE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Overijssel</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-03-16</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Burgerlijk recht</subject><abstract lang="nl">Niet-ontvankelijkverklaring in verzoek Wsnp. Verzoeker werkt niet mee met schuldhulpverlener om minnelijk traject te beproeven.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: NL:TZ:2600233:R-RK</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><contributor lang="nl">Rechter(s): K.J. Haarhuis</contributor><issued>2026-04-03</issued></metadata></document></url></urlset>
