﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<urlset xmlns="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xsi:schemaLocation="http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/0.9 http://www.sitemaps.org/schemas/sitemap/siteindex.xsd https://e-justice.europa.eu/ecli https://e-justice.europa.eu/ecli/ecli.xsd">
<url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBMNE:2026:6760</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6760</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBMNE:2026:6760"><country>NL</country><court>RBMNE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Midden-Nederland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-25</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Woningsluiting. De burgemeester heeft niet goed gemotiveerd wat de wettelijke grondslag is van de woningsluiting. Ook heeft de burgemeester niet voldoende toegelicht waarom de woningsluiting noodzakelijk is. Hierbij had hij het tijdsverloop moeten betrekken. Tot slot is evenmin onderzoek gedaan naar de evenwichtigheid van de maatregel. Dit alles maakt dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Het verzoek wordt toegewezen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: UTR 26/7724</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): mr. P.J. Blok</contributor><issued>2026-10-25</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5790</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5790</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5790"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-30</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 26 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Westerwolde het "TAM-omgevingsplan Westerwolde, Jan Westerlaan 1" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Westerwolde vastgesteld (het besluit tot wijziging). In de motivering van het besluit tot wijziging staat dat de gemeente Westerwolde een woningbouwopgave heeft. De gemeente Westerwolde wil daarom negen eigen grondposities ontwikkelen voor woningbouw. Op grond van het omgevingsplan zijn deze woningbouwplannen niet toegestaan. [appellant] betoogt dat de participatie rondom het besluit tot wijziging niet overeenkomstig de wettelijke vereisten heeft plaatsgevonden. [appellant] voert aan dat de gemeente heeft aangegeven bewoners actief bij de besluitvorming te betrekken door gesprekken, bewonersavonden en straatinterviews te houden en de uitkomsten daarvan mee te nemen in de besluitvorming. Volgens hem is hiervan geen sprake te geweest. Er heeft slechts één gesprek plaatsgevonden en daarbij was het besluit tot wijziging al uitgewerkt, zodat van daadwerkelijke inbreng geen sprake was.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202502157/1/R3</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig</description><issued>2026-09-30</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:4905</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:4905</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:4905"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-08-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">[appellante] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Venray over wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Venray. Op 19 maart 2025 heeft de gemeente Venray van [appellante] een e-mail ontvangen waarin "formeel" wordt verzocht om "[…] het bouwblok op het perceel perceel VRY00-C-8599, dat in het verleden is gebruikt als locatie voor een woning, opnieuw op te nemen in het bestemmingsplan" en "[…] het bestemmingsplan dienovereenkomstig te corrigeren en het bouwblok opnieuw op te nemen. Indien dit niet mogelijk is binnen de huidige planregeling, verzoek ik u een herzieningsprocedure of een correctie via een postzegelbestemmingsplan in gang te zetten." Op 26 maart 2025 heeft de gemeente Venray een brief ontvangen waarin het verzoek van 19 maart 2025 wordt herhaald.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601715/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - enkelvoudig, Vereenvoudigde behandeling</description><issued>2026-08-26</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5646</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5646</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5646"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij uitspraak van 27 februari 2026 heeft rechtbank Zeeland­-West-­Brabant het verzoek van de raad om een onteigeningsbeschikking te bekrachtigen voor zover deze ziet op het perceel kadastraal bekend gemeente Vlissingen, [perceel] (verder: [perceel]), toegewezen. De Staat, de provincie Zeeland, het waterschap Scheldestromen en de gemeente Vlissingen zijn in het 'Bestuursakkoord Compensatiepakket Marinierskazerne' een maatregelenpakket overeengekomen, om de provincie, de gemeente en het waterschap te compenseren voor het niet verplaatsen van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen. Onderdeel van dit pakket is de realisatie van een Justitieel Complex Vlissingen (JCV), bestaande uit een hoogbeveiligde zittingslocatie (rechtbank), een penitentiaire inrichting voor zwaardere doelgroepen met een extra beveiligde inrichting (gevangenis) en een overnachtingslocatie voor rechters en advocaten. Om de landbouwontsluitingsweg te realiseren moet één perceel worden verworven. Dit is het [perceel], in eigendom van [appellant]. Het perceel is 5.839 m2 groot en wordt gebruikt voor volkstuinen. Van dit perceel is een gedeelte ter grootte van 566 m2 vereist voor de aanleg van de landbouwontsluitingsweg. Dat is het deel waarop de onteigeningsbeschikking betrekking heeft. Dit deel van het perceel wordt nu nog gebruikt als toegangsweg tot de volkstuinen.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601123/1/A2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-09-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:1216</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:5679</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:5679</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:5679"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij besluit van 23 april 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Maaspark Well" vastgesteld. Het plangebied Maaspark Well ligt tussen de kernen Aijen en Well en tussen de N271 en de Maas en het Maasdal. Het plangebied omvat het recreatiegebied het Leukermeer en de omliggende gronden, met uitzondering van het Vakantiepark Leukermeer. Het plan bevat een actualisatie van de geldende bestemmingsplannen. Het doel hiervan is om te voorzien in een moderne en adequate regeling voor inwoners en ondernemers in het gebied. Het plan is in hoofdzaak conserverend en actualiserend, maar omvat ook locatiespecifieke correcties met als doel het nieuwe plan beter te laten aansluiten op de werkelijke en vergunde situatie. [appellant] woont in het plangebied aan [locatie] en is het niet eens met het plan, onder meer omdat hij beperkingen ondervindt van het bouwverbod dat geldt op gronden met de dubbelbestemming "Waterstaat - Waterbergend rivierbed".</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202403525/1/R1</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig</description><issued>2026-09-23</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RVS:2026:6034</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:6034</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RVS:2026:6034"><country>NL</country><court>RVS</court></isVersionOf><creator lang="nl">Raad van State</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-14</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Bij afzonderlijke besluiten van 7 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [appellant B] omgevingsvergunningen verleend voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken en voor een technische bouwactiviteit, ten behoeve van het uitbreiden van de woning op het perceel [locatie 1] in Tilburg. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaren van het perceel. Op 12 september 2025 en 15 september 2025 hebben zij omgevingsvergunningen aangevraagd voor een technische bouwactiviteit en een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor een uitbreiding van de woning op het perceel. De aanvragen zijn volgens de aanvraagformulieren gedaan voor "een nieuwe uitbouw aan de achterzijde van de woning, 2-laags (binnen hoofdbouwvlak) en 1-laags als uitbouw tegen de 2-laags aanbouw." Het college heeft de beide omgevingsvergunningen verleend. [wederpartij] woont op het perceel [locatie 2], direct naast het perceel, aan de zijde waar het bouwplan wordt uitgevoerd. Zij kan zich niet met de verlening van de omgevingsvergunningen verenigen, vanwege de impact die het bouwplan volgens haar heeft.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 202601945/1/R2 en 202601945/2/R2</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening+bodemzaak</description><issued>2026-10-21</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:RBGEL:2026:3669</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3669</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:RBGEL:2026:3669"><country>NL</country><court>RBGEL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Rechtbank Gelderland</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-05-07</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Voorlopige voorziening, bouw woning, bouwen in afwijking van verleende omgevingsvergunning, lichtstraat/kozijnen/constructie, handhavend optreden niet onevenredig.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: AWB - 26 _ 1548</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Voorlopige voorziening</description><contributor lang="nl">Rechter(s): G.A. van der Straaten</contributor><issued>2026-05-13</issued></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHSHE:2026:1951</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1951</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHSHE:2026:1951"><country>NL</country><court>GHSHE</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-07-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">WOZ. De onroerende zaak is een gaswinnings- en gasbehandelingslocatie en bestaat uit grond en opstallen. De opstallen kunnen worden onderscheiden in drie onderdelen: putten, ‘utilities’ (ook wel: installaties) en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de waardering van de onroerende zaak heeft de Hoge Raad in een verwijzingsarrest beslist dat verwijzing moet volgen voor een nadere beoordeling met betrekking tot: (a) de abandonneringskosten; (b) de buiten beschouwing te laten werktuigen, en (c) de correctie wegens excessieve gebruikskosten. Het hof is van oordeel dat de abandonneringskosten alleen voor het onderdeel putten gelden en zijn aldus ten onrechte in aanmerking genomen ter zake van de onderdelen installaties en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de buiten beschouwing te laten werktuigen is het hof van oordeel dat belanghebbende na verwijzing niet heeft voldaan aan haar bewijslast en dat dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de uit te zonderen bestanddelen. Het hof oordeelt in goede justitie dat de excessieve gebruikskosten voor de utilities vastgesteld moeten worden op 12,5%.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/856</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><contributor lang="nl">Rechter(s): Mr. M.E. Smorenburg, mr. drs. E.P.A. Brakeboer, mr. J.K. Lanser</contributor><issued>2026-10-21</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBNNE:2020:2803</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:CBB:2025:15</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2025:15</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:CBB:2025:15"><country>NL</country><court>CBB</court></isVersionOf><creator lang="nl">College van Beroep voor het bedrijfsleven</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2025-01-21</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Bestuursrecht</subject><abstract lang="nl">Verwijzingsuitspraak in verband met het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Bloembollentucht.</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 22/362</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig, Prejudicieel verzoek</description><contributor lang="nl">Rechter(s): H.S.J. Albers, H.O. Kerkmeester, W.J.A.M. van Brussel</contributor><issued>2025-01-21</issued><reference relation="citing" lang="nl">Landbouwkwaliteitswet</reference><reference type="ECLI" relation="followedBy" lang="nl">ECLI:EU:C:2026:461</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1744</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1744</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1744"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/04104</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2587</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:HR:2026:1746</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1746</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:HR:2026:1746"><country>NL</country><court>HR</court></isVersionOf><creator lang="nl">Hoge Raad</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-10-23</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">HR: 81.1 RO</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 24/03502</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Artikel 81 RO-zaken, Cassatie</description><issued>2026-10-23</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:GHSHE:2024:2523</reference></metadata></document></url><url><loc>https://e-justice.europa.eu/ecli/ECLI:NL:GHARL:2026:6175</loc><document xmlns="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema"><metadata><identifier lang="nl" format="text/html">http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:6175</identifier><isVersionOf value="ECLI:NL:GHARL:2026:6175"><country>NL</country><court>GHARL</court></isVersionOf><creator lang="nl">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</creator><coverage lang="nl">Nederland</coverage><date>2026-09-22</date><language languageType="authoritative">nl</language><publisher lang="nl">www.rechtspraak.nl</publisher><accessRights>public</accessRights><type lang="nl">Rechterlijke beslissing</type><subject lang="nl">Belastingrecht</subject><abstract lang="nl">Overdrachtsbelasting. Woningtarief. Naar zijn aard voor bewoning bestemd?</abstract><description lang="nl">Zaaknummer: 25/2316</description><description lang="nl">Bijzondere kenmerken: Hoger beroep</description><issued>2026-10-22</issued><reference type="ECLI" relation="precededBy" lang="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:7341</reference></metadata></document></url></urlset>
